← België

Beslissing van de raad van bestuur van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot vaststelling van het admi

Kort samengevat

Deze beslissing regelt het administratief statuut en de bezoldigingsregeling voor de ambtenaren van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (GOMB). Het bepaalt de rechten, plichten en de organisatie van het personeel binnen deze instelling.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
30 JANUARI 2004. - Beslissing van de raad van bestuur van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot vaststelling van het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de GOMB De raad van bestuur van de GOMB, Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen; Gelet op het koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2000 pub. 09/01/2001 numac 2000002114 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen sluiten tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen; Gelet op de ordonnantie van 20 mei 1999 betreffende de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; Gelet op artikel 10 van voormelde ordonnantie; Gelet op het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 16 december 1999 houdende goedkeuring van de wijziging van de statuten van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; Gelet op artikel 10 van deze statuten; Gelet op het organiek reglement houdende personeelsstatuut van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest goedgekeurd door de raad van bestuur op 18 december 1992, 29 januari 1993 en 26 februari 1993 en verschenen in het Belgisch Staatsblad op 23 maart 1993; Gelet op de wijzigingen aangebracht in het organiek reglement door de raad van bestuur van 24 juni 1994, 23 september 1994 en 16 december 1994; Gelet op protocol nr. 2003/23 waarin de resultaten van de onderhandelingen gevoerd in sector XV zijn vastgelegd; Gelet op zijn beslissing van 30 januari 2004; Bepaalt het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ADMINISTRATIEF STATUUT EN BEZOLDIGINGSREGELING VAN DE AMBTENAREN VAN DE GOMB Deel I. - Organisatie van de GOMB TITEL I. - De ambtenaren Artikel 1.Ambtenaar van de GOMB is elke persoon die zijn diensten in vast verband aan het bestuur van de GOMB verleent. De ambtenaren van de GOMB bevinden zich in een statutaire toestand die enkel beëindigd kan worden bij de in dit statuut bepaalde gevallen. De raad van bestuur kan het statuut van de ambtenaren van de GOMB in de toekomst wijzigen, mits de bepalingen in artikel 289 van dit statuut in acht worden genomen. TITEL II. - De graden Art. 2.De graad is de titel op grond waarvan de ambtenaar met een rang bekleed is en waardoor hij gemachtigd is een betrekking in te nemen die met deze graad overeenstemt. De graden worden gerangschikt per niveau en per rang. Het niveau van een graad bepaalt de plaats van die graad in de hiërarchie volgens de kwalificatie van de vorming en de geschiktheid waarvan blijk te geven is opdat die graad kan worden toegekend. De rang bepaalt de betrekkelijke waarde van een graad binnen zijn niveau. Art. 3.Elke rang wordt aangeduid met een letter gevolgd door een cijfer; de letter verwijst naar het niveau; het cijfer plaatst de rang binnen het niveau. Het hoogste cijfer stemt overeen met de hoogste rang. De rangen worden als volgt verdeeld onder de niveaus : 1° in niveau A, zes rangen, namelijk de rangen A1, A2, A3, A4, A5 en A6;2° in niveau B, twee rangen, namelijk de rangen B1 en B2;3° in niveau C, twee rangen, namelijk de rangen C1 en C2;4° in niveau D, twee rangen, namelijk de rangen D1 en D2. Niveau A is het hoogste niveau. Art. 4.§ 1. De volgende graden worden in de GOMB gecreëerd : in rang A6 : administrateur-generaal; in rang A5 : directeur-generaal; in rang A4 : inspecteur-generaal; in rang A3 : directeur; in rang A2 : eerste attaché; in rang A1 : attaché; in rang B2 : eerste assistent; in rang B1 : assistent; in rang C2 : eerste adjunct; in rang C1 : adjunct; in rang D2 : eerste klerk; in rang D1 : klerk. Art. 5.Een van de directeurs-generaal van rang A5 draagt de titel van adjunct-administrateur-generaal op beslissing van de raad van bestuur. Hij behoort verplicht tot een andere taalrol dan de administrateur-generaal. Art. 6.De ambtenaren van de GOMB worden uitsluitend door de raad van bestuur benoemd. TITEL III. - De personeelsformatie Art. 7.De raad van bestuur bepaalt de personeelsformatie van de GOMB. Art. 8.De personeelsformatie bepaalt het aantal betrekkingen per niveau, rang en graad dat nodig geacht wordt voor de uitvoering van de permanente opdrachten toegekend aan de GOMB. Art. 9.Het departement personeelsbeheer stelt de functiebeschrijvingen op en legt ze ter goedkeuring voor : - niveaus B, C en D aan de administrateur-generaal; - graden A1, A2 en A3 aan de directieraad; - graden A4 tot A6 aan de raad van bestuur. Bij elke functiebeschrijving zijn de kwalificaties gevoegd. Onder kwalificaties verstaat men het geheel van kennis en vaardigheden vereist voor de uitoefening van het ambt. Deel II. - Rechten en plichten Art. 10.Artikelen 4 tot 8 van het koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/12/2000 pub. 09/01/2001 numac 2000002114 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen sluiten tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen, zijn van rechtswege van toepassing op de ambtenaren van de GOMB. Art. 11.De betrekkingen met de pers zijn uitsluitend voorbehouden aan de voorzitter van de raad van bestuur en aan de afgevaardigd bestuurder, alsook aan de ambtenaren die zij daartoe desgevallend uitdrukkelijk aanwijzen. Art. 12.Het gebruik van de middelen die de ambtenaren van de GOMB ter beschikking krijgen voor de vervulling van hun opdracht is beperkt tot de dienstnoden. Deze materie zal in het arbeidsreglement uitgewerkt worden. Art. 13.Zonder voorafgaande toestemming mogen de ambtenaren van de GOMB de uitoefening van hun ambt niet onderbreken. Art. 14.De ambtenaren van de GOMB moeten zich discreet gedragen in hun acties en standpunten ten opzichte van het beleid van de GOMB. Deel III. - Werving, stage en benoeming TITEL I. - De werving Art. 15.Niemand kan worden aangeworven als ambtenaar van de GOMB indien hij niet aan de volgende algemene toegangsvoorwaarden voldoet : 1° zich gedragen op een wijze die strookt met de vereisten van het ambt;2° burgerlijke en politieke rechten genieten;3° voldoen aan de wetten van de dienstplicht;4° houder zijn van een diploma of studiegetuigschrift dat overeenkomt met het niveau van de te verlenen graad opgenomen in bijlage 3 gevoegd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031554 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031559 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vijfde wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zijn vrijgesteld van deze voorwaarde : de statutaire ambtenaren van de volgende instellingen, voor zover ze het bewijs leveren dat ze in hun instelling van oorsprong geslaagd zijn voor een toegangsexamen in de toe te kennen graad, georganiseerd door SELOR voor algemene materies : a) de ministeries en de instellingen van openbaar nut die afhangen van de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten;b) de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;5° slagen voor een wervingsproef georganiseerd door SELOR of bij ontstentenis door de raad van bestuur;6° de medische geschiktheid bezitten die vereist is voor het uit te oefenen ambt. Art. 16.De raad van bestuur bepaalt op voorstel van de directieraad de kwalificaties die vereist zijn voor de aan te werven ambtenaren op basis van de functiebeschrijving opgemaakt overeenkomstig artikel 9. Hij legt eveneens het programma van de wervingsproef vast. De raad van bestuur kan bovendien : 1° specifieke wervingsvoorwaarden opleggen wanneer de aard van het ambt het vereist;2° nader bepalen welke diploma's in het bijzonder toegang verlenen tot het ambt waarvoor een wervingsexamen wordt uitgeschreven;3° voor een bepaald wervingsexamen bijzondere eisen stellen inzake beroepsbekwaamheid verworven door het bezit van praktische kennis of de uitoefening van een vorige werkzaamheid, wanneer de aard van de te verlenen betrekkingen dergelijke eisen wettigt;4° behalve de in artikel 15, 4°, 1e lid vermelde diploma's en getuigschriften de volgende, door de raad van bestuur aan te wijzen diploma's en getuigschriften aanvaarden voor het wervingsexamen in een bepaalde graad en wanneer de vereisten van het uit te oefenen ambt dit toelaten : a) diploma's en getuigschriften van het onderwijs voor sociale promotie en van het kunstonderwijs voor sociaal-culturele promotie;b) diploma's en getuigschriften van het technisch, kunst- of beroepssecundair onderwijs met volledig leerplan;5° beslissen of een wervingsreserve moet worden samengesteld en op basis van het aantal vacante betrekkingen te voorzien bij de GOMB het aantal kandidaten bepalen dat geslaagd is voor het wervingsexamen bedoeld in artikel 15, 5°, die worden toegelaten tot deze reserve. Art. 17.De wervingsreserve heeft een geldigheidsduur van 3 jaar, eventueel te vernieuwen door de raad van bestuur. Art. 18.Bij vacantverklaring van een van de in artikel 110 opgesomde betrekkingen gebeurt de oproeping van de kandidaten door inlassing van een bericht in het Belgisch Staatsblad en door elke andere vorm van publicatie die de raad van bestuur nuttig acht. Dat bericht vermeldt : 1. de vacante betrekkingen;2. de toelatingsvoorwaarden;3. de termijn en de modaliteiten voor het indienen van de kandidaturen alsook de voor te leggen documenten. TITEL II. - De stage Art. 19.De stagiair is geen ambtenaar in de zin van dit statuut. De volgende in dit statuut opgenomen bepalingen zijn van toepassing op de stagiair : 1° de rechten, plichten, onverenigbaarheden en cumulatie van activiteiten, 2° de tuchtregeling, 3° de administratieve standen, 4° het geldelijk statuut, 5° het ambtshalve verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en de definitieve ambtsneerlegging, 6° de maximum arbeidsduur. De stagiair geniet : 1° het jaarlijks vakantieverlof, 2° de feestdagen, 3° het omstandigheidsverlof, 4° het bevallingsverlof, 5° het ziekteverlof, 6° de disponibiliteit wegens ziekte, 7° verloven om in geval van ernstige ziekte of ongeval een persoon bij te staan die onder hetzelfde dak woont, 8° het verlof om een politiek mandaat uit te oefenen. Voor de toepassing van dit artikel wordt de stagiair geacht de graad te bezitten waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Art. 20.De kandidaat voor een statutaire betrekking wordt door de raad van bestuur toegelaten tot de stage. Art. 21.Wanneer de stagiair buiten de verloven bedoeld in artikel 19, derde lid, 1° tot 3° en 7°, 10 werkdagen gewettigde afwezigheid overschrijdt, wordt de stage geschorst. Tijdens de schorsing van de stage behoudt de betrokkene zijn hoedanigheid van stagiair. Hij behoudt deze hoedanigheid eveneens tot de datum waarop een definitieve beslissing omtrent zijn benoeming of ontslag wordt genomen. Art. 22.De administrateur-generaal wijst in overleg met de betrokken directeur-generaal de ambtenaar aan die de leiding over de stage uitoefent, naargelang de taalrol van de stagiair. Deze ambtenaar die verplicht een hogere rang bekleedt dan de stagiair geeft hem een opleiding in de materies die behandeld worden in de algemene directie en het departement waarin de stagiair werkt. Art. 23.De stage duurt één jaar voor de stagiairs van niveaus A en B. Ze duurt 6 maanden voor de stagiairs van niveaus C en D. Art. 24.De ambtenaar belast met de leiding van de stage stelt een tussentijds verslag op na zes maanden voor de niveaus A en B en na 3 maanden voor de niveaus C en D. Dit verslag wordt aan de stagiair bezorgd, die desgevallend opmerkingen maakt. Het verslag wordt vervolgens via de directeur-generaal van de directie waaraan de stagiair is toegewezen aan de administrateur-generaal gezonden die het aan het departement personeelsbeheer bezorgt. Art. 25.De ambtenaar belast met de leiding van de stage stelt het eindverslag van de stage op en bezorgt het aan de stagiair die over 10 werkdagen beschikt om zijn opmerkingen toe te voegen. De eindevaluatie houdt rekening met alle feiten, zowel gunstig als ongunstig, die tijdens de stage werden vastgesteld, en met de tussentijdse evaluatie. Art. 26.De ambtenaar belast met de leiding van de stage overhandigt het eindverslag aan de administrateur-generaal via de directeur-generaal van de directie waaraan de stagiair is toegewezen. Indien het eindverslag over de gehele stage gunstig is, stelt de administrateur-generaal aan de raad van bestuur de benoeming voor van de stagiair. Indien het eindverslag ongunstig is, stelt de administrateur-generaal aan de raad van bestuur het ontslag voor wegens ongeschiktheid voor de uitoefening van een betrekking in de GOMB. Indien het eindverslag voorbehoud aantekent bij het verloop van de stage, stelt de administrateur-generaal de verlenging van de stage voor aan de raad van bestuur. In dat geval wordt de oorspronkelijke stage met 6 maanden verlengd voor de stagiairs van niveaus A en B en met 3 maanden voor de stagiairs van niveaus C en D. Art. 27.Bij verlenging van de stage wordt de stagiair geëvalueerd volgens de regels van de oorspronkelijke stage. Artikel 26 is van toepassing met uitzondering van het laatste lid. Een tweede verlenging van de stage kan niet voorgesteld worden. Art. 28.Vooraleer het voorstel van beslissing van de administrateur-generaal voor te leggen aan de raad van bestuur wordt de stagiair op de hoogte gebracht. Hij beschikt over 10 werkdagen te rekenen vanaf deze kennisgeving om een beroep in te dienen bij de commissie van beroep zoals voorzien in artikel 44. Art. 29.De stagiair die een beroep zoals bedoeld in artikel 28 indient, bezorgt een kopie van het beroep tegen ontvangstbewijs aan de administrateur-generaal die over een termijn van 10 werkdagen beschikt te rekenen vanaf ontvangst van de kopie om het dossier aan de commissie van beroep te geven samen met het voorstel van beslissing. De voorzitter van de commissie van beroep roept de stagiair op. De stagiair mag zich laten bijstaan door een persoon naar keuze. De commissie van beroep hoort eveneens de ambtenaar die belast was met de leiding van de stage en die verslag uitbrengt over het verloop van de stage. Art. 30.Binnen 3 maanden na indiening van het beroep door de stagiair brengt de commissie van beroep een gemotiveerd advies uit bij de raad van bestuur. Art. 31.De beslissing tot verlenging van de stage overeenkomstig artikel 26 laatste lid, alsook de beslissing tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid worden genomen door de raad van bestuur. De ontslagen stagiair geniet een opzeggingstermijn van drie maanden. Bij zware fout echter wordt hij zonder opzeggingstermijn ontslagen. TITEL III. - De benoeming Art. 32.De geschikt verklaarde stagiair wordt door de raad van bestuur benoemd als ambtenaar in de graad waarvoor hij zich kandidaat heeft gesteld. Art. 33.De hoedanigheid van ambtenaar van de GOMB wordt bekrachtigd door de eed die wordt afgelegd overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/1831 pub. 07/02/2013 numac 2013000079 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet op de drukpers type decreet prom. 20/07/1831 pub. 26/07/2012 numac 2012000423 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet « betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie ». - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Art. 34.De administrateur-generaal en de directeurs-generaal worden beëdigd door de voorzitter van de raad van bestuur en de afgevaardigd bestuurder; de andere ambtenaren worden beëdigd door de administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal of door één van hen in geval van vacante betrekking of ontstentenis van de andere. Art. 35.Aan de personeelsbehoeften wordt uitsluitend voldaan door ambtenaren die aan de bepalingen van dit statuut onderworpen zijn. De raad van bestuur kan evenwel beslissen personen in dienst te nemen bij arbeidsovereenkomst met als enige doelstelling : 1° inspelen op uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften, of het nu gaat om de uitvoering van acties beperkt in de tijd, of om bijzondere werkoverlast;2° ambtenaren te vervangen bij gehele of gedeeltelijke afwezigheid, ongeacht of ze in dienstactiviteit zijn of niet, wanneer de duur van die afwezigheid tot vervanging noopt en waarvan de modaliteiten worden bepaald in het statuut;3° om bijhorende of specifieke opdrachten uit te voeren. Deel IV. - Onverenigbaarheden en cumulatie van beroepsactiviteiten Art. 36.Met de hoedanigheid van ambtenaar is onverenigbaar elke activiteit die de ambtenaar zelf of via een tussenpersoon uitoefent en die : 1° verhindert dat hij zijn ambtsplichten vervult of strijdigheid van belangen tot gevolg heeft, 2° niet past bij de waardigheid van zijn ambt. Bovendien wordt eveneens onverenigbaar geacht met de hoedanigheid van ambtenaar de uitoefening van een functie, in om het even welke hoedanigheid, in een gewestelijke ontwikkelingsmaatschappij, in een intercommunale maatschappij voor economische ontwikkeling, in een gewestelijke economische en sociale raad of in een gewestelijke investeringsmaatschappij. De ambtenaar die deze bepaling niet eerbiedigt, stelt zich bloot aan een tuchtvordering. Art. 37.De cumulatie van beroepsactiviteiten is verboden tenzij vooraf toestemming is verleend door de raad van bestuur. Onder beroepsactiviteit wordt verstaan elke bezigheid die een belastbaar beroepsinkomen verschaft en die niet inherent is aan de uitoefening van het ambt. Inherent aan het ambt is elke opdracht die ingevolge een wettelijke of reglementaire bepaling verbonden is aan het ambt of elke opdracht waarvoor de ambtenaar wordt aangewezen door de raad van bestuur of werd voorgesteld aan de raad van bestuur. Art. 38.Een politiek mandaat wordt niet beschouwd als een beroepsactiviteit. De verkozen ambtenaar moet de administrateur-generaal hiervan op de hoogte brengen. Art. 39.De raad van bestuur kan toestemming verlenen voor de uitoefening van een beroepsactiviteit buiten de diensturen, indien deze activiteit niet in strijd is met de bepalingen van artikel 36. Art. 40.De aanvraag tot cumulatie moet schriftelijk ingediend worden bij de administrateur-generaal die de aanvraag voor advies voorlegt aan de directieraad, die over een maand beschikt om advies uit te brengen. De raad van bestuur spreekt zich uit binnen 2 maanden die ingaan op de dag volgend op de dag waarop de directieraad zijn advies gaf. Art. 41.De raad van bestuur kan zijn toestemming herroepen bij gemotiveerde beslissing. Deel V. - De directieraad Art. 42.In de GOMB bestaat een directieraad, samengesteld uit de ambtenaren die bekleed zijn met een graad ingedeeld in de rangen A6, A5 en A4, en desgevallend uit ambtenaren die bekleed zijn met een graad ingedeeld in een lagere rang dan rang A4 maar die effectief een hogere functie uitoefenen die overeenstemt met een graad van rang A6, A5 of A4, waarvoor ze in toepassing van artikel 270 een vergoeding genieten. De directieraad stelt zijn huishoudelijk reglement op. Daarin wordt minstens bepaald met welke frequentie hij zal vergaderen, wat het quorum van de vereiste aanwezigheden is en welke meerderheid vereist is om geldig te kunnen beslissen. Dat reglement wordt ter kennis gebracht van alle ambtenaren. Art. 43.Behalve de bevoegdheid die dit statuut hem toekent, heeft de directieraad het hoog toezicht over de evaluatie waarvan sprake is in artikel 47 en volgende. Hij heeft eveneens het hoog toezicht over de afwikkeling van de loopbaan van de ambtenaren van de GOMB. Hij wordt voorgezeten door de administrateur-generaal of bij diens afwezigheid door de adjunct-administrateur-generaal. De voorzitter van de directieraad wijst het lid van de raad aan dat hem vervangt in geval van afwezigheid of van verhindering van de adjunct-administrateur-generaal. Elke individuele beslissing die de directieraad neemt ten opzichte van een ambtenaar gebeurt bij geheime stemming. Deel VI. - De commissie van beroep Art. 44.De gemeenschappelijke commissie van beroep inzake ambtenarenzaken, opgericht bij artikel 17 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002Relevante gevonden documenten type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031554 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest type besluit van de brusselse hoofdstedelijke regering prom. 26/09/2002 pub. 26/11/2002 numac 2002031559 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vijfde wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sluiten houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, is bevoegd voor de beroepen ingediend door de ambtenaren van de GOMB. Art. 45.De commissie van beroep is bevoegd voor beroepen inzake de stage, de evaluatie, de afwezigheden, de verloven, de disponibiliteit wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst en de verklaring van definitieve beroepsongeschiktheid. Art. 46.De samenstelling en de werking van de commissie van beroep worden geregeld door artikelen 19 tot 23 van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deel VII. - De evaluatie TITEL I. - Algemene bepalingen Art. 47.De evaluatie is verplicht voor iedere ambtenaar van de GOMB die effectief in dienst is. Ze heeft tot doel de beroepsbekwaamheid en de wijze van dienen van de ambtenaren te bepalen op basis van de functiebeschrijving en de te bereiken doelstellingen die de ambtenaren zijn toegekend bij het begin van elke evaluatieperiode. Art. 48.Na 1 jaar vindt een tussentijds gesprek plaats betreffende de verwezenlijking van de aan de ambtenaar toegekende doelstellingen. De evaluatie wordt aan de ambtenaar persoonlijk meegedeeld om de 2 jaar. Indien de ambtenaar een nieuw ambt heeft opgenomen zonder daarom een bevordering te hebben gekregen, wordt hem een evaluatie meegedeeld nadat hij zijn nieuwe functies gedurende 1 jaar heeft uitgeoefend. Art. 49.De evaluatie van de ambtenaren die, met behoud van hun aanspraken op bevordering, in disponibiliteit zijn gesteld of vrijstelling van dienst hebben bekomen voor het vervullen van een opdracht of verlof hebben gekregen om een ambt uit te oefenen bij een van de ministeriële kabinetten vermeld in artikel 231, § 1, 2°, wordt in beraad gehouden tot wanneer zij hun functies hebben hervat. In afwachting behouden ze hun laatste evaluatie. De belanghebbenden beschikken, na hun diensthervatting, over een termijn van 1 jaar om hun aanspraak op een verbetering van hun evaluatie te doen gelden. TITEL II. - Evaluatie van de ambtenaren-generaal Art. 50.§ 1. De evaluatie van de administrateur-generaal en van de adjunct-administrateur-generaal gebeurt door de raad van bestuur op voorstel van de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder. § 2. De evaluatie van de directeurs-generaal van rang A5 gebeurt door de raad van bestuur op voorstel van de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder in overleg met de administrateur-generaal. § 3. De evaluatie van de inspecteurs-generaal van rang A4 gebeurt door de raad van bestuur op voorstel van de administrateur-generaal en van de directeur-generaal die de leiding heeft van de directie waartoe de ambtenaar van rang A4 behoort. § 4. Vóór de kennisgeving van zijn evaluatie wordt de ambtenaar-generaal opgeroepen : - door de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder in het geval voorzien in § 1; - door de voorzitter, de afgevaardigd bestuurder en de administrateur-generaal in het geval voorzien in § 2; - door de administrateur-generaal en de betrokken directeur-generaal in het geval voorzien in § 3; voor een onderhoud waarin hij zijn opmerkingen kan formuleren. Art. 51.Voor het opstellen van de evaluatie wordt voor elk van de ambtenaren-generaal een evaluatiedossier samengesteld met onder meer een individuele fiche waarop het feitenrelaas of de nauwkeurige gunstige of ongunstige bevindingen geschikt om als beoordelingsgrond te dienen, worden opgetekend. Relaas en bevindingen mogen slechts betrekking hebben op de ambtsuitoefening. Ze moeten door de belanghebbende geviseerd worden op het tijdstip waarop ze op zijn individuele fiche worden opgetekend. Geen aanbeveling, van welke aard ook, mag in het evaluatiedossier voorkomen. Art. 52.§ 1. De raad van bestuur stelt de evaluatie op aan de hand van de volgende criteria, die beoordeeld worden op basis van de functiebeschrijving vermeld onder artikel 9 : - beroepsbekwaamheid, - kwaliteit en gemiddelde kwantiteit van het werk dat tijdens de evaluatieperiode werd geleverd, - polyvalentie (d.w.z. de bekwaamheid om werk van verschillende aard te doen), - beschikbaarheid ten dienste van de gebruikers en van de instelling, - geschiktheid om in groepsverband te werken, - creativiteit en initiatief, - bereidheid tot het volgen van opleidingen, - communicatievaardigheid (intern en extern), - bekwaamheid tot georganiseerd en autonoom werken, - verantwoordelijkheidszin, - leiderschap, - zin voor organisatie en planning. § 2. Voor elk van de in § 1 genoemde criteria moeten de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder de vermelding 'voldoende', 'onder voorbehoud' of 'onvoldoende' toekennen samen met een motivering. § 3. De synthese van deze criteria geeft aanleiding tot een algemene appreciatie die 'voldoende', 'onder voorbehoud' of 'onvoldoende' is. De algemene appreciatie 'onvoldoende' mag slechts toegekend worden als voor minstens 6 van de 12 criteria, opgesomd in § 1, een onvoldoende is toegekend. TITEL III. - Evaluatie van de overige ambtenaren Art. 53.De evaluatie gebeurt door de directieraad op voorstel van de administrateur-generaal of de directeur-generaal van wie de betrokken ambtenaar afhangt. Ze wordt medeondertekend door een ambtenaar-generaal van dezelfde taalrol als de ambtenaar indien de administrateur-generaal of de directeur-generaal die het voorstel formuleerde tot een verschillende taalrol behoort. Vóór de kennisgeving van zijn evaluatie wordt de ambtenaar opgeroepen door de directieraad voor een onderhoud waarin hij zijn opmerkingen kan formuleren. Art. 54.Met het oog op het vaststellen van de evaluatie wordt voor iedere ambtenaar een evaluatiedossier bijgehouden dat onder meer een individuele fiche bevat waarop het feitenrelaas of de nauwkeurige gunstige of ongunstige bevindingen geschikt om als beoordelingsgrond te dienen, worden opgetekend. Relaas en bevindingen mogen slechts betrekking hebben op de ambtsuitoefening. Ze moeten door de belanghebbende geviseerd worden op het tijdstip waarop ze op zijn individuele fiche worden opgetekend. De omstandige opgave van de behaalde uitslagen voor de loopbaanexamens wordt eveneens in zijn evaluatiedossier vermeld. De ambtenaar kan aan de administrateur-generaal of de directeur-generaal onder wiens bevoegdheid hij valt, vragen in zijn evaluatiedossier een document op te nemen dat een gunstige beoordeling bevat betreffende de uitvoering van zijn werk. Art. 55.§ 1. De directieraad baseert zich voor de evaluatie op het geheel van de volgende criteria die beoordeeld worden aan de hand van de functiebeschrijving vermeld onder artikel 9 : voor de ambtenaren van alle niveaus : - beroepsbekwaamheid, - kwaliteit en gemiddelde kwantiteit van het werk dat tijdens de evaluatieperiode werd geleverd, - polyvalentie (d.w.z. de bekwaamheid om werk van verschillende aard te doen), - beschikbaarheid ten dienste van de gebruikers en van de instelling, - geschiktheid om in groepsverband te werken, - creativiteit en initiatief, - bereidheid tot het volgen van opleidingen. Uitsluitend voor de ambtenaren van niveau A zullen bovendien de volgende criteria in aanmerking worden genomen : - communicatievaardigheid (intern en extern), - bekwaamheid tot georganiseerd en autonoom werken, - verantwoordelijkheidszin, - leiderschap, - zin voor organisatie en planning. § 2. Voor elk van de in § 1 genoemde criteria zal de directieraad de vermelding 'voldoende', 'onder voorbehoud' of 'onvoldoende' aan de ambtenaar toekennen. § 3. De synthese van al deze criteria geeft aanleiding tot een algemene appreciatie 'voldoende', 'onder voorbehoud' of 'onvoldoende'. De algemene appreciatie 'onvoldoende' mag slechts toegekend worden als voor minstens 4 van de 7 opgesomde criteria voor de ambtenaren van alle niveaus een onvoldoende is toegekend. Voor de ambtenaren van niveau A moet bovendien een onvoldoende toegekend zijn voor 3 van de 5 bijkomende criteria die voor hen gelden. Art. 56.De periode waarin de ambtenaar de vermelding 'onder voorbehoud' of 'onvoldoende' krijgt, komt niet in aanmerking voor de berekening van de graadanciënniteit die nodig is voor overgang naar een hogere weddeschaal in toepassing van de normale of versnelde functionele loopbaan. Art. 57.Indien de ambtenaar niet kan instemmen met de hem meegedeelde evaluatie beschikt hij over de mogelijkheid om, wat inhoud en vorm betreft, zich binnen de 10 dagen na de kennisgeving te wenden tot de commissie van beroep. De ambtenaar verschijnt persoonlijk en kan zijn opmerkingen doen gelden; hij mag zich voor zijn verdediging laten bijstaan door een persoon naar eigen keuze. Het beroep is opschortend. Art. 58.Wanneer de kandidatuur van een ambtenaar, die het in voorgaand artikel vermelde beroep heeft ingediend tegen de evaluatie waarvan hij in kennis werd gesteld, in aanmerking kan komen voor een verandering van graad of een bevordering, worden de benoemingsvoorstellen, voorzover zij de belanghebbende nadeel kunnen berokkenen, in beraad gehouden tot wanneer de commissie van beroep een beslissing heeft genomen. Deel VIII. - Rangschikking Art. 59.§ 1. Voor de toepassing van de verordeningsbepalingen die uitgaan van de anciënniteit, wordt onder de ambtenaren van de GOMB wier anciënniteit moet worden vergeleken de voorrang als volgt bepaald : 1° de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;2° bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;3° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar. § 2. Voor de toepassing van de verordeningsbepalingen die uitgaan van de graad-, de niveau- of de dienstanciënniteit, wordt de aanvangsdatum van de statutaire anciënniteit van de ambtenaar vastgesteld en aanvaard door de raad van bestuur op het ogenblik van de aanwerving, overeenkomstig artikel 285. Deel IX. - Loopbaan van de ambtenaren van de GOMB TITEL I. - De hiërarchische loopbaan Art. 60.De hiërarchische loopbaan is de loopbaan die een ambtenaar kan doorlopen door verhoging in graad binnen zijn niveau of door overgang naar een hoger niveau. HOOFDSTUK I. - Bevordering tot de graad van administrateur-generaal, directeur-generaal en inspecteur-generaal Afdeling 1. - Bevordering tot de graad van administrateur-generaal Art. 61.De betrekking van administrateur-generaal staat open voor de ambtenaren van minstens rang A4 of van een evenwaardige graad die minstens 3 jaar graadanciënniteit en 12 jaar niveauanciënniteit tellen. Ze staat open voor ambtenaren van de volgende instellingen : a) de ministeries en de instellingen van openbaar nut van de federale Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, b) de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, c) de diensten van de federale, communautaire en gewestelijke parlementaire vergaderingen, van het Rekenhof en van de Raad van State. De raad van bestuur beslist over de evenwaardigheid van de graden op het moment dat hij de ontvankelijkheid van de kandidaturen onderzoekt. Art. 62.§ 1. Vóór elke bevordering tot de graad van administrateur-generaal moet de raad van bestuur deze betrekking vacant verklaren. § 2. Onverminderd de voorwaarden inzake rang en anciënniteit, opgenomen in artikel 61, bepaalt de raad van bestuur de voorwaarden op basis waarvan hij de kandidaturen voor de betrekking van administrateur-generaal zal beoordelen. Deze criteria zijn onder meer : - de kennis van de Brusselse instellingen en de werking ervan, - de praktische ervaring in relaties met de privé-sector, - de bekwaamheid om een team te leiden, - de kennis van de GOMB en de visie op haar ontwikkeling, - kennis van de begrotings- en financiële aangelegenheden, de administratie en de personeelszaken van de GOMB, - de analysecapaciteiten, - de synthesecapaciteiten. De raad van bestuur bepaalt eveneens de termijn waarin de kandidaturen moeten ingediend worden. Deze termijn bedraagt minstens 10 werkdagen. Art. 63.§ 1. De vacante betrekking wordt ter kennis gebracht van de ambtenaren die in aanmerking komen om benoemd te worden via een publicatie in het Belgisch Staatsblad. § 2. Dit bericht van vacante betrekking nodigt uit tot kandidaatstelling en vermeldt : - de datum waarop de raad van bestuur beslist heeft de betrekking vacant te verklaren; - de criteria bepaald door de raad van bestuur overeenkomstig artikel 62, § 2; de termijn waarin de kandidaturen moeten ingediend worden. Art. 64.§ 1. Om ontvankelijk te zijn moet de kandidatuur ingediend worden : - hetzij per aangetekend schrijven via de post gericht aan de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder; - hetzij door persoonlijke overhandiging aan de voorzitter of de afgevaardigd bestuurder tegen ondertekening van een ontvangstbewijs; en uiterlijk toekomen op de laatste dag van de termijn bepaald in het bericht van vacante betrekking. § 2. Bovendien moet elke kandidatuur voldoen aan de volgende voorwaarden : a) ze moet gedateerd en ondertekend zijn door de kandidaat;b) ze moet de naam, de voornaam en de graad van de kandidaat vermelden, c) ze moet, indien het bericht van vacante betrekking dit vraagt, een cv bevatten, d) ze moet uitdrukkelijk vermelden hoe de kandidaat denkt te beantwoorden aan de criteria die de raad van bestuur in artikel 62, § 2 oplegt. Art. 65.Enkel de titels van de ambtenaren die hun kandidatuur indienden overeenkomstig de vorm en termijn bepaald in artikel 64 komen in aanmerking. Art. 66.De voorzitter en de afgevaardigd bestuurder geven een met redenen omkleed advies over elke kandidaat die voldoet aan de voorwaarden. Zij nemen daarvoor in overweging : - de functiebeschrijving en de criteria bepaald in artikel 62, - de titels en ervaring die de kandidaat voorlegt om zijn kandidatuur voor de betrekking te staven, - het evaluatiedossier van de kandidaat. De voorzitter en de afgevaardigd bestuurder formuleren een voorstel van toewijzing dat maximum 6 kandidaten bevat. De kandidaten worden gerangschikt in de volgorde waarin ze in aanmerking komen. Alle kandidaten worden via dienstnota op de hoogte gebracht van het voorstel. De belanghebbenden viseren de dienstnota voor ontvangst. Een exemplaar van de nota wordt per aangetekend schrijven naar de woonplaats van de kandidaten gestuurd die tijdelijk om welke reden ook niet op de dienst aanwezig zijn of die geen ambtenaar van de GOMB zijn. Art. 67.De ambtenaar die zich benadeeld voelt kan binnen de 10 werkdagen een bezwaar indienen bij de voorzitter van de raad van bestuur. Op verzoek van de kandidaat wordt hij gehoord door de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder. Hij mag zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. De 10 werkdagen beginnen te lopen, hetzij op de dag dat de kandidaat de dienstnota geviseerd heeft, hetzij op de dag dat het aangetekend schrijven met de dienstnota door de post op de woonplaats van de kandidaat is aangeboden. Art. 68.Indien de raad van bestuur het voorstel van rangschikking niet volgt, moet hij deze beslissing uitgebreid motiveren. Art. 69.Indien de raad van bestuur na afloop van deze procedure beslist de betrekking van administrateur-generaal niet toe te wijzen, kan hij beslissen in afwijking van artikel 110 te werven in een bevorderingsgraad en de voorwaarden opgesomd in artikel 15 volledig of gedeeltelijk kwijt te schelden bij personen met een hoge bestuurlijke, wetenschappelijke of technische waarde of waarvan de beroepservaring noodzakelijk wordt geacht voor de instelling. Geen enkele benoeming kan op deze wijze gebeuren, zonder : a) dat de gemotiveerde beslissing van de raad van bestuur om over te gaan tot de procedure bedoeld in dit artikel gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad.Dit bericht vermeldt dat de kandidaturen binnen een termijn van 15 dagen gericht moeten worden aan de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder; b) het gemotiveerd advies van de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder over de persoon wiens benoeming in de betrekking van administrateur-generaal wordt voorgesteld;c) dat de raad van bestuur beraadslaagd heeft over dit advies. De beraadslaging beoogt de toegangsvoorwaarden opgelegd bij artikel 15 waarvan eventueel mag afgeweken worden en bevat een uitdrukkelijke vermelding van de hoge bestuurlijke, wetenschappelijke of technische waarde of de beroepservaring van de persoon wiens benoeming voor de betrekking van administrateur-generaal wordt voorgesteld. Afdeling 2. - Bevordering tot de graad van directeur-generaal Art. 70.De betrekkingen van directeur-generaal staan open voor de ambtenaren van minstens rang A3 of van een evenwaardige graad die minstens 3 jaar graadanciënniteit en 10 jaar niveauanciënniteit tellen. De betrekkingen staan open voor ambtenaren van de volgende instellingen : a) de ministeries en de instellingen van openbaar nut van de federale Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, b) de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, c) de diensten van de federale, communautaire en gewestelijke parlementaire vergaderingen, van het Rekenhof en van de Raad van State. De raad van bestuur beslist over de evenwaardigheid van de graden op het moment dat hij de ontvankelijkheid van de kandidaturen onderzoekt. Art. 71.§ 1. Vóór elke bevordering tot de graad van directeur-generaal moet de raad van bestuur deze betrekking vacant verklaren. § 2. Onverminderd de voorwaarden inzake rang en anciënniteit, opgenomen in artikel 70, kan de raad van bestuur eventueel bijkomende en bijzondere voorwaarden inzake beroepsbekwaamheid bepalen vereist door de aard van de betrekking die overeenstemt met de graad van directeur-generaal. De raad van bestuur bepaalt eveneens de termijn waarin de kandidaturen moeten ingediend worden. Deze termijn bedraagt minstens 10 werkdagen. Art. 72.De vacante betrekking wordt ter kennis gebracht van de ambtenaren die in aanmerking komen om benoemd te worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 63, §§ 1 en 2 met uitzondering van de verwijzing naar artikel 62, § 2. Art. 73.§ 1. Om ontvankelijk te zijn moet de kandidatuur ingediend worden : - hetzij per aangetekend schrijven via de post gericht aan de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder; - hetzij door persoonlijke overhandiging aan de voorzitter of de afgevaardigd bestuurder tegen ondertekening van een ontvangstbewijs; en uiterlijk toekomen op de laatste dag van de termijn bepaald in het bericht van vacante betrekking. § 2. Bovendien moet elke kandidatuur voldoen aan de volgende voorwaarden : a) ze moet gedateerd en ondertekend zijn door de kandidaat;b) ze moet de naam, de voornaam en de graad van de kandidaat vermelden, c) ze moet, indien het bericht van vacante betrekking dit vraagt, een cv bevatten, d) ze moet uitdrukkelijk vermelden hoe de kandidaat denkt te beantwoorden aan de criteria die de raad van bestuur in artikel 71, § 2, oplegt. Art. 74.Enkel de titels van de ambtenaren die hun kandidatuur indienden overeenkomstig de vorm en termijn bepaald in artikel 73 komen in aanmerking. Art. 75.De voorzitter en de afgevaardigd bestuurder geven een met redenen omkleed advies over elke kandidaat die voldoet aan de voorwaarden. Zij nemen daarvoor in overweging : - de functiebeschrijving en de eventueel in toepassing van artikel 71, § 2, bepaalde bijkomende en bijzondere voorwaarden; - de titels en ervaring die de kandidaat voorlegt om zijn kandidatuur voor de betrekking te staven; - het evaluatiedossier van de kandidaat. De voorzitter en de afgevaardigd bestuurder formuleren een voorstel van toewijzing dat maximum 6 kandidaten bevat. De kandidaten worden gerangschikt in de volgorde waarin ze in aanmerking komen. Alle kandidaten worden via dienstnota op de hoogte gebracht van het voorstel. De belanghebbenden viseren de dienstnota voor ontvangst. Een exemplaar van deze nota wordt per aangetekend schrijven naar de woonplaats van de kandidaten gestuurd die tijdelijk om welke reden ook niet op de dienst aanwezig zijn of die geen ambtenaar van de GOMB zijn. Art. 76.De ambtenaar die zich benadeeld voelt kan binnen de 10 werkdagen een bezwaar indienen bij de voorzitter van de raad van bestuur. Op verzoek van de kandidaat wordt hij gehoord door de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder. Hij mag zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. De 10 werkdagen beginnen te lopen, hetzij op de dag dat de kandidaat de dienstnota geviseerd heeft, hetzij op de dag dat het aangetekend schrijven met de dienstnota door de post op de woonplaats van de kandidaat is aangeboden. Art. 77.Indien de raad van bestuur het voorstel van rangschikking niet volgt, moet hij deze beslissing uitgebreid motiveren. Art. 78.Indien de raad van bestuur na afloop van deze procedure beslist de betrekking van directeur-generaal niet toe te wijzen, kan hij beslissen in afwijking van artikel 110 te werven in een bevorderingsgraad en de voorwaarden opgesomd in artikel 15 volledig of gedeeltelijk kwijt te schelden bij personen met een hoge bestuurlijke, wetenschappelijke of technische waarde of waarvan de beroepservaring noodzakelijk wordt geacht voor de instelling. Geen enkele benoeming kan op deze wijze gebeuren, zonder : a) dat de gemotiveerde beslissing van de raad van bestuur om over te gaan tot de procedure bedoeld in dit artikel gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad.Dit bericht vermeldt dat de kandidaturen binnen een termijn van 15 dagen gericht moeten worden aan de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder; b) het gemotiveerd advies van de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder over de persoon wiens benoeming in de betrekking van directeur-generaal wordt voorgesteld;c) dat de raad van bestuur beraadslaagd heeft over dit advies. De beraadslaging beoogt de toegangsvoorwaarden opgelegd bij artikel 15 waarvan eventueel mag afgeweken worden en bevat een uitdrukkelijke vermelding van de hoge bestuurlijke, wetenschappelijke of technische waarde of de beroepservaring van de persoon wiens benoeming voor de betrekking van directeur-generaal wordt voorgesteld. Afdeling 3. - Bevordering tot de graad van inspecteur-generaal Art. 79.De betrekkingen van inspecteur-generaal staan open voor de ambtenaren van rang A3 of van een evenwaardige graad die minstens 3 jaar graadanciënniteit en 9 jaar niveauanciënniteit tellen. De betrekkingen staan open voor ambtenaren van de volgende instellingen : a) de ministeries en de instellingen van openbaar nut van de federale Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten, b) de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, c) de diensten van de federale, communautaire en gewestelijke parlementaire vergaderingen, van het Rekenhof en van de Raad van State. De raad van bestuur beslist over de evenwaardigheid van de graden op het moment dat hij de ontvankelijkheid van de kandidaturen onderzoekt. Art. 80.§ 1. Vóór elke bevordering tot de graad van inspecteur-generaal moet de raad van bestuur deze betrekking vacant verklaren. § 2. Onverminderd de voorwaarden inzake rang en anciënniteit, opgenomen in artikel 79, kan de raad van bestuur eventueel bijkomende en bijzondere voorwaarden inzake beroepsbekwaamheid bepalen vereist door de aard van de betrekking die overeenstemt met de graad van inspecteur-generaal. De raad van bestuur bepaalt eveneens de termijn waarin de kandidaturen moeten ingediend worden. Deze termijn bedraagt minstens 10 werkdagen. Art. 81.De vacante betrekking wordt ter kennis gebracht van de ambtenaren die in aanmerking komen om benoemd te worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 63, §§ 1 en 2 met uitzondering van de verwijzing naar artikel 62, § 2. Art. 82.§ 1. Om ontvankelijk te zijn moet de kandidatuur ingediend worden : - hetzij per aangetekend schrijven via de post gericht aan de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder; - hetzij door persoonlijke overhandiging aan de voorzitter of de afgevaardigd bestuurder tegen ondertekening van een ontvangstbewijs; en uiterlijk toekomen op de laatste dag van de termijn bepaald in het bericht van vacante betrekking. § 2. Bovendien moet elke kandidatuur voldoen aan de volgende voorwaarden : a) ze moet gedateerd en ondertekend zijn door de kandidaat;b) ze moet de naam, de voornaam en de graad van de kandidaat vermelden;c) ze moet, indien het bericht van vacante betrekking dit vraagt, een CV bevatten;d) ze moet uitdrukkelijk vermelden hoe de kandidaat denkt te beantwoorden aan de criteria die de raad van bestuur in artikel 80, § 2, oplegt. Art. 83.Enkel de titels van de ambtenaren die hun kandidatuur indienden overeenkomstig de vorm en termijn bepaald in artikel 82 komen in aanmerking. Art. 84.De voorzitter en de afgevaardigd bestuurder geven een met redenen omkleed advies over elke kandidaat die voldoet aan de voorwaarden. Zij nemen daarvoor in overweging : - de functiebeschrijving en de eventueel in toepassing van artikel 80, § 2 bepaalde bijkomende en bijzondere voorwaarden; - de titels en ervaring die de kandidaat voorlegt om zijn kandidatuur voor de betrekking te staven; - het evaluatiedossier van de kandidaat. De voorzitter en de afgevaardigd bestuurder formuleren een voorstel van toewijzing dat maximum 6 kandidaten bevat. De kandidaten worden gerangschikt in de volgorde waarin ze in aanmerking komen. Alle kandidaten worden via dienstnota op de hoogte gebracht van het voorstel. De belanghebbenden viseren de dienstnota voor ontvangst. Een exemplaar van deze nota wordt per aangetekend schrijven naar de woonplaats van de kandidaten gestuurd die tijdelijk om welke reden ook niet op de dienst aanwezig zijn of die geen ambtenaar van de GOMB zijn. Art. 85.De ambtenaar die zich benadeeld voelt kan binnen de 10 werkdagen een bezwaar indienen bij de voorzitter van de raad van bestuur. Op verzoek van de kandidaat wordt hij gehoord door de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder. Hij mag zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. De 10 werkdagen beginnen te lopen, hetzij op de dag dat de kandidaat de dienstnota geviseerd heeft, hetzij op de dag dat het aangetekend schrijven met de dienstnota door de post op de woonplaats van de kandidaat is aangeboden. Art. 86.Indien de raad van bestuur het voorstel van rangschikking niet volgt, moet hij deze beslissing uitgebreid motiveren. Art. 87.Indien de raad van bestuur na afloop van deze procedure beslist de betrekking van inspecteur-generaal niet toe te wijzen, kan hij beslissen in afwijking van artikel 110 te werven in een bevorderingsgraad en de voorwaarden opgesomd in artikel 15 volledig of gedeeltelijk kwijt te schelden bij personen met een hoge bestuurlijke, wetenschappelijke of technische waarde of waarvan de beroepservaring noodzakelijk wordt geacht voor de instelling. Geen enkele benoeming kan op deze wijze gebeuren, zonder : a) dat de gemotiveerde beslissing van de raad van bestuur om over te gaan tot de procedure bedoeld in dit artikel gepubliceerd is in het Belgisch Staatsblad.Dit bericht vermeldt dat de kandidaturen binnen een termijn van 15 dagen gericht moeten worden aan de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder; b) het gemotiveerd advies van de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder over de persoon wiens benoeming in de betrekking van inspecteur-generaal wordt voorgesteld;c) dat de raad van bestuur beraadslaagd heeft over dit advies. De beraadslaging beoogt de toegangsvoorwaarden opgelegd bij artikel 15 waarvan eventueel mag afgeweken worden en bevat een uitdrukkelijke vermelding van de hoge bestuurlijke, wetenschappelijke of technische waarde of de beroepservaring van de persoon wiens benoeming voor de betrekking van inspecteur-generaal wordt voorgesteld. HOOFDSTUK II. - Bepalingen geldend voor de andere graden Afdeling 1. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 88.§ 1. De bevordering is de benoeming van een ambtenaar van de GOMB tot een graad van een hogere rang, die bij hetzelfde of bij een hoger niveau is ingedeeld. Er zijn twee soorten van bevordering : 1° bevordering door verhoging in graad in eenzelfde niveau;2° bevordering door overgang naar het niveau hoger dan dat van de ambtenaar. § 2. De bevordering door overgang naar het hogere niveau wordt steeds verleend via een examen waarvan de raad van bestuur de modaliteiten vastlegt. Art. 89.§ 1. Bevordering is alleen mogelijk wanneer een vaste betrekking van de toe te kennen graad vacant is. Zij wordt verleend volgens de regels bepaald in dit statuut. § 2. De vacature van een door bevordering te verlenen betrekking wordt door de administrateur-generaal of, bij zijn afwezigheid, door de adjunct-administrateur-generaal ter kennis gebracht van de benoembare ambtenaren door middel van een bericht van vacante betrekking. Het bericht van vacante betrekking wordt aan de betrokken ambtenaren bezorgd tegen ontvangstbewijs met handtekening en datum waarop het afgeleverd is of verstuurd per aangetekend schrijven naar het laatste adres dat de betrokkene heeft medegedeeld indien hij tijdelijk niet op de dienst aanwezig is. § 3. Bij bevordering wordt alleen rekening gehouden met de titels van de ambtenaren die zich kandidaat hebben gesteld in de vorm en binnen de termijn bepaald in artikelen 103 tot 105. Om bevorderd te kunnen worden moet de ambtenaar effectief in functie zijn bij de GOMB gedurende minstens 1 jaar vóór de vacantverklaring van een betrekking door de raad van bestuur. Dit impliceert dat de ambtenaar minstens 2 jaar na de benoeming effectief in dienst blijft. Art. 90.Bij beslissing van de raad van bestuur organiseren de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder de examens voor overgang naar het hogere niveau. Ze kunnen de organisatie van die examens echter geheel of gedeeltelijk opdragen aan de administrateur-generaal. Art. 91.§ 1. Om aan een examen voor overgang naar het hogere niveau deel te nemen, moet de ambtenaar zich bevinden in een administratieve stand waarin hij zijn aanspraken op bevordering kan doen gelden. De in het eerste lid bepaalde voorwaarde moet vervuld zijn uiterlijk op de dag van inschrijving voor het examen. § 2. De ambtenaar die tijdens de examengedeelten niet langer de in § 1 bepaalde voorwaarde vervult, verliest het voordeel van zijn eventueel slagen voor het examen. § 3. Om een bevordering te verkrijgen, moet de ambtenaar zich in een administratieve stand bevinden waarin hij zijn aanspraken op bevordering kan doen gelden. Bovendien moet de ambtenaar de evaluatie 'voldoende' hebben. Art. 92.§ 1. Voor iedere bevordering door verhoging in graad formuleert de directieraad een gemotiveerd voorstel, samengesteld uit een rangschikking van alle kandidaten die aan de voorwaarden voor de betrekking voldoen, in de volgorde waarin ze in aanmerking komen voor de benoeming. De directieraad houdt daarbij rekening met : 1° de functiebeschrijving en de kwalificatie vereist van de kandidaat;2° het evaluatiedossier van de kandidaat. Bij gelijkheid tussen de kandidaten wordt de beslissing genomen in toepassing van de bepalingen van artikel 59 met betrekking tot de anciënniteit. § 2. Het met redenen omkleed voorstel wordt medegedeeld aan de ambtenaren die hun kandidatuur ingediend hebben voor de te begeven betrekking en die voldoen aan de vereisten. § 3. De ambtenaar die zich benadeeld acht, kan binnen de 10 kalenderdagen na de kennisgeving bezwaar indienen bij de directieraad. Hij wordt, op zijn verzoek, door die raad gehoord. Hij mag zich laten bijstaan door een persoon naar eigen keuze. Na dit verhoor stelt de directieraad een proces-verbaal op van de middelen die de eiser ingeroepen heeft en van het met redenen omkleed advies over die middelen. Het proces-verbaal wordt bezorgd aan de raad van bestuur. Art. 93.Bevordering van ambtenaren van de GOMB, zowel door verhoging in graad als door overgang naar het hogere niveau, wordt verleend door de raad van bestuur. Art. 94.Wanneer de raad van bestuur afwijkt van het door de directieraad gedane voorstel, moet hij zijn beslissing met redenen omkleden. De aangehaalde redenen moeten rekening houden met de argumenten die de directieraad naar voren bracht in zijn voorstel. Afdeling 2. - Bevordering door overgang naar een hoger niveau Art. 95.§ 1. De overgang naar een hoger niveau wordt toegestaan na een specifiek examen georganiseerd door de raad van bestuur op grond van de noden. § 2. De bevordering door overgang naar het hogere niveau is uitsluitend mogelijk indien de raad van bestuur op dat niveau een betrekking vooraf vacant verklaard heeft in een wervingsgraad. Art. 96.§ 1. Om deel te nemen aan een examen voor overgang naar het hogere niveau dient de ambtenaar zich in een administratieve stand te bevinden waarbij hij op de bevordering aanspraak kan maken en de evaluatie 'voldoende' te hebben. § 2. Om deel te nemen aan een specifiek examen voor overgang naar niveau A dient een ambtenaar van niveau B of C bovendien in een van beide of in beide niveaus ten minste 3 jaar niveauanciënniteit te hebben. Om deel te nemen aan een examen voor overgang naar niveau B of C dient een ambtenaar bovendien een niveauanciënniteit van ten minste 3 jaar, respectievelijk in niveau C of D, te hebben. § 3. De raad van bestuur kan, bovenop de voorwaarden opgesomd in voorgaande §§ 1 en 2, bijkomende voorwaarden opleggen voor de deelname aan een examen voor overgang naar het hogere niveau wanneer deze voorwaarden gerechtvaardigd zijn door de aard van de betrekking. Art. 97.De deelnemingsvoorwaarden bepaald krachtens artikel 96 moeten vervuld zijn uiterlijk de dag van inschrijving voor het examen. De ambtenaar die tijdens de examens niet langer beantwoordt aan een van de voorwaarden verliest het voordeel van het eventueel slagen voor het examen. Afdeling 3. - Bevordering door verhoging in graad Onderafdeling 1. - Orde van de bevorderingen Art. 98.§ 1. Onverminderd hetgeen in artikel 94, lid 1 en 2, bepaald staat, wordt de bevordering door verhoging in graad tot een graad van de rangen A3 en A2 verleend door de raad van bestuur op een met redenen omkleed voorstel van de directieraad, opgesteld overeenkomstig artikel 92, § 1. § 2. In afwijking van § 1 kan de raad van bestuur, op grond van de bekwaamheid en van de beroepsspecialisatie van de kandidaten, bij een met redenen omklede beslissing afwijken van het voorstel van de directieraad. Onderafdeling 2. - Voorwaarden van bevordering Art. 99.Onverminderd de bij dit statuut bepaalde voorwaarden inzake rang en anciënniteit kan de raad van bestuur, voor elk van de bij bevordering door verhoging in graad te verlenen graden, de lijst van de graden vaststellen die er toegang toe verlenen met eventuele aanduiding van de aanvullende en bijzondere voorwaarden inzake beroepskwalificatie, die de aard van de betrekking die met de te begeven graad overeenstemt, vereist. Art. 100.§ 1. De betrekkingen van directeur van rang A3 staan open voor de titularissen van de graad van eerste attaché in rang A2 die ten minste 6 jaar niveauanciënniteit tellen waarvan minstens 1 jaar graadanciënniteit. Bij gebrek aan kandidaten worden de betrekkingen ook opengesteld voor titularissen van de graad van attaché in rang A1 die ten minste 9 jaar niveauanciënniteit tellen. § 2. De betrekkingen van eerste attaché van rang A2 staan open voor de titularissen van de graad van attaché in rang A1 die ten minste 3 jaar graadanciënniteit tellen. § 3. De ambtenaar die zich kandidaat stelt voor een betrekking in rang A2 of A3 moet over de evaluatie 'voldoende' beschikken. Art. 101.Bij ontstentenis van kandidaten die de bij het vorige artikel gestelde voorwaarden van rang en anciënniteit vervullen, kan de bevordering tot een graad van rang A3 en A2, in afwijking van die voorwaarde, worden verleend volgens de regels door de raad van bestuur voor elk geval bepaald. Deze regels moeten worden vermeld in de kennisgeving van de vacante betrekking. Art. 102.De betrekkingen van rang B2, C2 en D2 staan open voor ambtenaren van respectievelijk rang B1, C1 en D1 die minstens 6 jaar graadanciënniteit tellen. Afdeling 4. - Kandidaatstelling met het oog op bevordering Art. 103.Elke vacantverklaring van een betrekking door de raad van bestuur wordt ter kennis gebracht van de benoembare ambtenaren door middel van een bericht van vacante betrekking ondertekend door de administrateur-generaal of door de adjunct-administrateur-generaal bij ontstentenis van de administrateur-generaal. Dit bericht van vacante betrekking nodigt uit tot kandidaatstelling en vermeldt : - de datu …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.