📄 Wettekst
21 NOVEMBER 2005. - Koninklijk besluit over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekerings-ondernemingen, beleggingsondernemingen en beheer-vennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het
koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/02/1991
pub.
08/09/2005
numac
2005000468
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling
sluiten houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen
VERSLAG AAN DE KONING Sire, De Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG heeft voor de lidstaten van de Europese Economische Ruimte de verplichting ingesteld een aanvullend groepstoezicht uit te oefenen op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging (hierna « gereglementeerde ondernemingen » genoemd), die deel uitmaken van een financieel conglomeraat, en wijzigt op diverse andere punten de Europese richtlijnen inzake het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen.
Bij de
wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/06/2005
pub.
26/08/2005
numac
2005003649
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen
sluiten houdende wijziging van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen, werden de basisbeginselen van de Richtlijn 2002/87/EG omgezet naar Belgisch recht. Deze wet introduceert in de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten een nieuw artikel 91octiesdecies, in de wet van 22 maart 1993 een nieuw artikel 49bis en in de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten een nieuw artikel 95bis, welke wetsbepalingen de basisbeginselen definiëren van het aanvullend groepstoezicht op verzekeringsondernemingen, kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en de Koning machtigen om de technische modaliteiten van dit toezicht nader te regelen. De
wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/06/2005
pub.
26/08/2005
numac
2005003649
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen
sluiten wijzigt voorts op diverse andere punten de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten, de wet van 22 maart 1993, de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, evenals de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles.
Het voorliggende ontwerp van koninklijk besluit vervolledigt de omzetting naar Belgisch recht van de Richtlijn 2002/87/EG. Het ontwerp heeft een dubbele doelstelling. Vooreerst worden artikel 91octiesdecies van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten, artikel 49bis van de wet van 22 maart 1993 en artikel 95bis van de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten ten uitvoer gelegd. Daarnaast wijzigt het ontwerp van besluit het
koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/02/1991
pub.
08/09/2005
numac
2005000468
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling
sluiten houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen. Deze besluiten regelen het groepstoezicht, respectievelijk, op verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep (in uitvoering van artikel 91ter van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten) en op kredietinstellingen in een bancaire groep (in uitvoering van artikel 49 van de wet van 22 maart 1993).
De Regering heeft rekening gehouden met diverse opmerkingen in het advies van de Raad van State bij het voorontwerp. Waar dit niet het geval is, wordt dit hierna toegelicht in de artikelsgewijze bespreking.
Zoals in de Memorie van Toelichting bij de
wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/06/2005
pub.
26/08/2005
numac
2005003649
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen
sluiten wordt uiteengezet, is de invoering van de verplichting tot aanvullend toezicht op gereglementeerde ondernemingen in een financiële dienstengroep een belangrijke innovatie in de financiële wetgeving.
Zij vult het bestaande toezicht op vennootschappelijke basis en op sectorale groepsbasis aan. De consolidatie in de financiële sector heeft in de afgelopen jaren geleid tot het ontstaan van zgn. financiële conglomeraten, waarmee groepen bedoeld worden die bedrijvig zijn in verschillende geledingen van de financiële sector - de banksector, de verzekeringssector, de sector van de beleggingsdiensten en het asset management'. De noodzaak drong zich op om het prudentieel toezicht op de gereglementeerde ondernemingen uit te breiden tot het financieel conglomeraat waarvan zij deel uitmaken. Een dergelijk globaal groepstoezicht is nodig om een vollediger en juister beeld te bekomen van de financiële soliditeit van de groep waartoe gereglementeerde ondernemingen behoren en van de solvabiliteit van deze laatste, van de relaties tussen de gereglementeerde ondernemingen en de andere ondernemingen in de groep, van het risicobeheer en de interne controle met betrekking tot de diverse risico's op groepsniveau en van de interacties tussen deze risico's (cf. het gevaar voor de gereglementeerde ondernemingen de negatieve weerslag te moeten ondergaan van financiële moeilijkheden bij andere belangrijke groepsondernemingen - zgn. risico contagie' -), van de aandeelhoudersstructuur en van de leiding van de groep. De trend bij financiële groepen tot verschuiving van het beslissingsniveau van de gereglementeerde ondernemingen naar de ongereglementeerde holding-maatschappij aan de top van de groep benadrukt nog de noodzaak aan een globaal groepstoezicht.
In België hebben de voormalige Commissie voor het Bank- en Financiewezen en de Controledienst voor de Verzekeringen getracht de voormelde lacune op te vangen via bilaterale afspraken met een aantal financiële groepen. Daardoor is in België reeds de aanzet gegeven tot een prudentieel toezicht met betrekking tot financiële dienstengroepen.
Artikelgewijze bespreking TITEL I. - Aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep HOOFDSTUK I. - Definities Identificatie van financiële dienstengroepen Artikelen 1 en 2 Artikelen 1 en 2 definiëren een aantal begrippen die van wezenlijk belang zijn voor de toepassing van titel I van het besluit. De artikelen zetten de artikelen 2 en 3 van de Richtlijn 2002/87/EG om.
Een sleutelbegrip in het ontwerp van besluit is het begrip « financiële dienstengroep ». Een financiële dienstengroep wordt gedefinieerd met verwijzing naar de begrippen « groep », « financiële sector » en « gereglementeerde onderneming ». Het begrip groep wordt gedefinieerd op basis van de boekhoudkundige begrippen moederonderneming, dochteronderneming, deelneming en consortium, zoals gedefinieerd in de sectorale wetgevingen (artikel 1, 11°). Het begrip groep is ruim gedefinieerd en omvat zowel verticale als horizontale groepsstructuren. De financiële sector wordt gedefinieerd als de banksector, de verzekeringssector en de beleggingsdienstensector (artikel 1, 8°). Het ontwerp van besluit bepaalt welke ondernemingen behoren tot elk van deze sectoren. Beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging maken, naargelang de aard van de groep waartoe zij behoren, deel uit van de banksector of de beleggingsdienstensector. Een gereglementeerde onderneming is hetzij een kredietinstelling, hetzij een verzekeringsonderneming, hetzij een beleggingsonderneming, hetzij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging (artikel 1, 7°). Om als « financiële dienstengroep » te kwalificeren, is vereist dat een groep minstens een gereglementeerde onderneming omvat (andere dan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging), zijn activiteiten in hoofdzaak in de financiële sector plaatsvinden, en zijn activiteiten in de bank- en beleggingsdienstensector enerzijds en de verzekeringssector anderzijds significant zijn (artikel 1, 12°).
Een groep wordt onweerlegbaar geacht in hoofdzaak actief te zijn in de financiële sector, wanneer de onderneming aan het hoofd van de groep een gereglementeerde onderneming is. Dit sluit aan bij de bepalingen van de financiële wetgeving die het aandelenbezit van gereglementeerde ondernemingen buiten de financiële sector beperken. Is de onderneming aan het hoofd van de groep geen gereglementeerde onderneming, dan is de drempel voorzien bij artikel 2, § 2, van toepassing voor het bepalen of een groep in hoofdzaak actief is in de financiële sector.
Voor het bepalen of de activiteiten van een groep in de diverse financiële sectoren significant zijn, zijn de drempels voorzien bij artikel 2, § 3, van toepassing. Het besluit definieert twee drempels, die niet cumulatief van toepassing zijn : een « bedrijfseconomische » drempel (artikel 2, § 3, 1e lid, a)) en een « macro-economische » drempel (artikel 2, § 3, 1e lid, b)). Deze laatste drempel heeft tot doel ook die groepen als « financiële dienstengroep » te kwalificeren die, hoewel zij op basis van de bedrijfseconomische drempel overwegend actief zijn in één financiële sector, gezien hun omvang in absolute termen niettemin dermate belangrijk zijn uit systeemrisico-oogpunt, dat het aangewezen is ze met het oog op een passend toezicht eveneens onder toepassing te brengen van de wetgeving met betrekking tot financiële dienstengroepen.
Overeenkomstig artikel 2, §§ 3, 4 en 5, kan de CBFA, in overleg met de andere bevoegde autoriteiten, onder bepaalde voorwaarden afwijken van de in artikel 2, §§ 2 en 3 bepaalde drempels en parameters en van hun modaliteiten van toepassing.
In dit verband merkt de Raad van State op dat artikel 2, § 4, eerste lid, b), van het ontwerp van besluit geen volledige omzetting inhoudt van artikel 3, lid 4, eerste alinea, b), van de Richtlijn 2002/87/EG, met name het geval waarin de bevoegde autoriteiten zouden beslissen een groep die de drempels overschrijdt niet te beschouwen als een financieel conglomeraat omdat deze situatie niet heeft voortgeduurd gedurende drie opeenvolgende jaren. Volgens de lezing van de Regering beoogt het bewuste artikel 3, lid 4, eerste alinea, b), van de richtlijn het geval dat een groep op rapporteringsdatum niet beantwoordt aan de drempels en daardoor niet langer meer zou kwalificeren als financieel conglomeraat, terwijl de drie voorgaande jaren de drempels wel werden overschreden : in dat geval kunnen de autoriteiten beslissen toch de groep te kwalificeren als een financieel conglomeraat, « om plotseling regimeverschuivingen te voorkomen », bijvoorbeeld omdat ze van mening zijn dat het niet voldoen aan de drempels te wijten is aan eenmalige gebeurtenissen, dan wel de groep niet als een financieel conglomeraat te beschouwen omdat ze van mening zijn dat het niet langer voldoen aan de drempels te wijten is aan « significante wijzigingen in de structuur van de groep » en dus een duurzaam karakter heeft. Het ontwerpbesluit is hiermee volledig in overeenstemming.
Andere sleutelbegrippen voor de toepassing van titel I van het ontwerpbesluit zijn het begrip « gemengde financiële holding » en het begrip « relevante bevoegde autoriteiten » (artikel 1, 13° en 15°).
Beide begrippen behoeven geen commentaar.
Het voorliggend ontwerp van koninlijk besluit herneemt een aantal van de bij de voormelde artikelen 91octies decies, 49bis en 95bis bepaalde definities. De Raad van State merkt in haar advies in dit verband op dat het besluit dient overeen te stemmen met de wettelijke definities en ernaar te verwijzen, maar ze niet mag overnemen, aangezien een dergelijke werkwijze verwarring kan doen ontstaan omtrent de juridische aard van de bepalingen. De Regering heeft bij de opstelling van het voorontwerp van koninklijk besluit bewust geopteerd voor het hernemen van een aantal definities. Zoals zij reeds in het voorontwerp van Verslag had uiteengezet, is zij de mening toegedaan dat, gezien de techniciteit en complexiteit van de bij dit besluit geregelde materie, het hernemen van deze definities aangewezen is, zodat het koninklijk besluit een op zichzelf staande tekst vormt, wat zijn begrijpbaarheid en dus een correcte toepassing ten goede komt. Deze aanpak komt ook tegemoet aan een vraag van de beroepsverenigingen die over het ontwerp zijn geconsulteerd. Hij sluit bovendien aan bij vroegere precedenten (zie bijvoorbeeld het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen). De Regering is bij dit alles met omzichtigheid te werk gegaan en heeft in voorkomend geval er zich van vergewist dat de tekst van het besluit terzake volledig in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen.
Artikel 3 Artikel 3 bepaalt de procedure voor het identificeren van een financiële dienstengroep met deelnemingen in een gereglementeerde onderneming naar Belgisch recht. Het bepaalt de procedure voor het notificeren van de identificatie als financiële dienstengroep en de aanwijzing van de autoriteit belast met het aanvullend groepstoezicht aan de betrokken groep en het informeren van de betrokken bevoegde autoriteiten.
Dit artikel zet artikel 4 van de Richtlijn 2002/87/EG om. HOOFDSTUK II. - Voorwerp en modaliteiten van het aanvullend groepstoezicht Afdeling I. - Toepassingsgebied
Artikelen 4 t/m 7 Het ontwerp van koninklijk besluit maakt een onderscheid tussen financiële dienstengroepen met aan het hoofd een gereglementeerde onderneming naar het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) (artikel 4), financiële dienstengroepen met aan het hoofd een gemengde financiële holding naar het recht van een EER-lidstaat (artikel 5), financiële dienstengroepen met aan het hoofd een onderneming naar het recht van een land buiten de EER (artikel 6) en tenslotte ook andere financiële groepen (artikel 7). Dit onderscheid is conform artikel 5 van de Richtlijn 2002/87/EG. Deze artikelen bepalen welke bepalingen van het besluit op elk van deze groepen van toepassing zijn.
Artikel 8 Artikel 8 bepaalt dat wanneer een financiële dienstengroep een subgroep is van een andere financiële dienstengroep met aan het hoofd een onderneming opgericht naar het recht van een EER-lidstaat, deze subgroep onder bepaalde voorwaarden geheel of gedeeltelijk kan vrijgesteld worden van aanvullend groepstoezicht. Afdeling II. - Moederondernemingen uit een lidstaat van de Europese
Economische Ruimte De artikelen 9 tot en met 16 van het ontwerp van besluit bepalen het voorwerp en de modaliteiten van het aanvullend groepstoezicht op gereglementeerde ondernemingen behorend tot een financiële dienstengroep met aan het hoofd een gereglementeerde onderneming of een gemengde financiële holding, opgericht naar het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
Deze ondernemingen worden onderworpen aan vereisten op het vlak van solvabiliteit (artikel 9), risicoconcentratie (artikel 10), intragroepverrichtingen (artikel 11), rapportering aan de bevoegde toezichthoudende autoriteit (artikel 12) en risicobeheer- en interne controleprocedures (artikel 13). Verder introduceert het ontwerp van koninklijk besluit vereisten m.b.t. het aandeelhouderschap van een gemengde financiële holding (artikel 14), de leiding van een gemengde financiële holding (artikel 15) en de aanwijzingen van een erkend revisor bij een gemengde financiële holding (artikel 16). De artikelen 9 tot en met 16 van het ontwerp zetten de artikelen 6 tot en met 9, en 13, van de Richtlijn 2002/87/EG om.
Artikel 9 Dit artikel voert kwantitatieve en kwalitatieve solvabiliteitsvereisten in op groepsniveau. De kwantitatieve vereisten worden berekend volgens één van de methoden bepaald in Bijlage I bij het besluit. De CBFA bepaalt welke methode van toepassing is, na voorafgaand overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en de betrokken financiële dienstengroep. De kwalitatieve vereisten hebben betrekking op het passend karakter van de beheers- en interne controleprocedures ter opvolging van de solvabiliteitspositie, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 13. Artikel 9 bepaalt eveneens dat ondernemingen, mits voorafgaande toestemming van de CBFA, buiten het aanvullend groepstoezicht inzake solvabiliteit kunnen worden gelaten om dezelfde reden als zij uit het sectoraal groepstoezicht kunnen worden gelaten. De bepalingen van de sectorale regelgeving terzake gelden mutatis mutandis voor zover de financiële dienstengroep in zijn geheel aan de voorwaarden voldoet.
De Raad van State stelt in zijn advies dat artikel 9, § 2, van het ontwerp verschilt van artikel 6, lid 3 en 5, van de richtlijn zonder dat hierover in het Verslag aan de Koning uitleg wordt verstrekt. De Regering merkt op dat het ontwerp van besluit terzake ten gronde overeenstemt met de richtlijn. De lijst in artikel 6, lid 3, van de richtlijn, van de in het aanvullend toezicht op te nemen entiteiten wordt volledig omgezet in artikel 9, § 2, eerste lid, van het ontwerp van besluit dat verwijst naar ondernemingen in de groep, behorend tot de financiële sector als gedefinieerd in artikel 1, 8°, van het ontwerpbesluit. De in artikel 6, lid 5, van de richtlijn bedoelde gevallen waarin de bevoegde autoriteit belast met het aanvullend toezicht kan besluiten bepaalde entiteiten buiten het groepstoezicht te laten, zijn eveneens opgenomen in het ontwerp van besluit : gezien deze gevallen ook reeds voorzien zijn voor de toepassing van het sectoraal groepstoezicht, stelt artikel 9, § 2, tweede lid, van het besluit dat bedoelde ondernemingen uit het aanvullende groepstoezicht kunnen worden weggelaten om analoge redenen als zij met toepassing van de sectorale regelgeving kunnen worden weggelaten uit het sectoraal groepstoezicht. Aldus wordt duidelijk gemaakt dat voor het sectoraal groepstoezicht en voor het aanvullende groepstoezicht met betrekking tot financiële dienstengroepen op dit punt analoge regels van toepassing zijn.
Artikelen 10 en 11 Deze artikelen introduceren kwalitatieve normen inzake, respectievelijk, risicoconcentratie op het niveau van een financiële dienstengroep en intragroepverrichtingen tussen de ondernemingen in een financiële dienstengroep en de door nauwe banden met die ondernemingen verbonden personen. De artikelen 1, 16° en 17°, 10, § 1, en 11, § 1, definiëren wat dient te worden verstaan onder de begrippen « intragroepverrichtingen » en « risicoconcentratie », met inbegrip van de bijzondere aandachtspunten van het toezicht. De vereisten hebben betrekking op de identificatie door de leiding van significante posities en risico's, en de opvolging ervan via passende risicobeheer- en interne controleprocedures overeenkomstig het bepaalde bij artikel 13, evenals een rapportering aan de CBFA. In lijn met de bepalingen van de Richtlijn 2002/87/EG voorziet het ontwerp van koninklijk besluit niet in kwantitatieve limieten. Binnen de EU bestond vooralsnog geen meerderheid voor het invoeren van dergelijke limieten op financieel conglomeraatsniveau, mede door de huidige verschillen terzake tussen de bankwetgeving en de vezekeringswetgeving. Wel bepaalt het ontwerp van besluit dat de CBFA inzake risicoconcentratie en intragroepverrichtingen begrenzingsnormen kan opleggen, of andere evenwaardige toezichtsmaatregelen, en dat zij kan beslissen de sectorale bepalingen terzake naar analogie toe te passen op financiële dienstengroepen. Gezien vele financiële dienstengroepen dochterondernemingen hebben in meerdere landen bepaalt het ontwerp dat de CBFA hierover voorafgaandelijk overleg dient te plegen met de andere relevante bevoegde autoriteiten.
Artikel 12 Dit artikel regelt de rapportering met het oog op de opvolging van de naleving van de bij de artikelen 9, 10 en 11 bepaalde vereisten.
Inzake frequentie bepaalt de Richtlijn 2002/87/EG dat de rapportering minstens eenmaal per jaar dient te gebeuren. De Regering is de mening toegedaan dat één rapportering op jaarbasis de toezichthoudende autoriteit onvoldoende de mogelijkheid biedt de financiële dienstengroep voldoende adequaat op te volgen. Bovendien voorzien de Europese richtlijnen voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen evenals de tussen de CBFA en bepaalde financiële dienstengroepen overeengekomen bilaterale afspraken, in een zesmaandelijkse rapportering. Om die redenen voorziet het ontwerp minimaal een halfjaarlijkse frequentie van rapportering.
Conform het beginsel dat het koninklijk besluit geen prudentieel statuut invoert voor gemengde financiële holdings, voorziet het ontwerp dat de rapportering kan geschieden door een daartoe aangeduide gereglementeerde onderneming van de groep.
Artikel 13 Dit artikel stelt de verplichting in voor de financiële dienstengroep om op groepsniveau te beschikken over passende risicobeheer- en interne controleprocedures en een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie.
Toezichthoudende autoriteiten hechten een steeds groter belang aan de aanwezigheid van adequate risicobeheersstructuren en interne controleprocedures in gereglementeerde ondernemingen. Ze maken een essentiële pijler uit van de toekomstige solvabiliteitsreglementeringen voor kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en verzekerings-ondernemingen (cf. de zgn. « CAD III » en « Solvency II » projecten in de EU). De proliferatie van ondernemingen in financiële groepen en de tendens tot verschuiving van het beslissingsniveau van de gereglementeerde ondernemingen naar de topholding, die niet aan dezelfde hoge prudentiële standaarden is onderworpen als gereglementeerde ondernemingen, scherpt de noodzaak aan om in de prudentiële reglementering expliciete bepalingen op te nemen inzake vereiste van passende organisatie- en beslissingsstructuren en procedures op groepsniveau.
Artikel 14 Dit artikel stelt de verplichting in wijziging in het aandeelhouderschap van een gemengde financiële holding naar Belgisch recht die een bepaalde drempel overschrijden vooraf aan de CBFA te melden. De CBFA kan zich onder bepaalde voorwaarden verzetten en zonodig passende maatregelen treffen. Deze bepaling is analoog aan deze die in de sectorale regelgeving is voorzien inzake het aandeelhouderschap van gereglementeerde ondernemingen.
De Richtlijn 2002/87/EG voorziet geen dergelijke expliciete bepalingen. De Raad was de mening toegedaan dat de bestaande Europese richtlijnen inzake het statuut van kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen voldoende bepalingen bevatten inzake het passend karakter van het aandeelhouderschap, gezien deze richtlijnen verwijzen naar zowel het rechtstreeks als het onrechtstreeks houden van deelnemingen in gereglementeerde ondernemingen. Evenwel is gebleken dat de lidstaten geen eenduidige interpretatie hebben van wat onder onrechtstreeks' moet worden verstaan. Ook in België is de interpretatie tot nog toe verschillend wat de bankwetgeving en de verzekeringswetgeving betreft.
Omwille van de rechtszekerheid is de Regering de mening toegedaan dat een expliciete bepaling met betrekking tot het passend karakter van het aandeelhouderschap van een gemengde financiële holding aangewezen is.
Artikel 15 Dit artikel legt de verplichting op dat de leiding van een gemengde financiële holding naar Belgisch recht meerhoofdig moet zijn en moet beschikken over de vereiste betrouwbaarheid en passende ervaring. Deze verplichting is analoog aan de verplichting die geldt voor de leiding van gereglementeerde ondernemingen. Zijn eveneens bij analogie van toepassing op de leiding van een gemengde financiële holding, de mogelijkheid tot oprichting van een directiecomité, de regeling inzake onverenigbaarheden en het verbod kredieten te verlenen (cf. de artikelen 26, 27 en 28 van de bankwet).Deze uitbreiding is gemotiveerd door de hoger toegelichte trend van verschuiving van het beslissingsniveau.
Artikel 16 Dit artikel stelt de verplichting in om bij gemengde financiële holdings naar Belgisch recht de opdracht van commissaris toe te vertrouwen aan één of meer revisoren erkend door de CBFA voor de opdracht van commissaris-revisor bij kredietinstellingen, beleggingsondernemingen of verzekeringsondernemingen. Het college van commissarissen moet zo zijn samengesteld dat, in beginsel, erkenningen voor opdrachten in alle drie sectoren vertegenwoordigd zijn.
Gezien het aanvullend toezicht met betrekking tot financiële dienstengroepen een verlengstuk is van het prudentieel toezicht op de gereglementeerde ondernemingen in de groep, opteert het ontwerp van besluit voor een regeling die direct aansluit bij deze in de bankwet inzake het revisoraal toezicht op kredietinstellingen, in de wet op de beleggingsondernemingen inzake het revisoraal toezicht op de beleggingsondernemingen en in de verzekeringswet inzake het revisoraal toezicht op verzekeringsondernemingen. Zijn medewerking aan het prudentieel toezicht vereist dat de commissaris een gedegen kennis heeft van de betrokken financiële sectoren en de financiële wetgeving in de betrokken domeinen.
De opdracht van commissaris-revisor aangesteld bij een gemengde financiële holding wordt op analoge wijze gedefinieerd als deze van commissaris-revisor bij sectorale holdings en bij gereglementeerde ondernemingen. Dit betekent dat zijn opdracht erin bestaat te verifiëren dat de aan de CBFA toegezonden staten juist zijn en de organisatorische structuren en controleprocedures het vereiste passende karakter hebben.
Artikelen 14, 15 en 16 De verplichtingen die artikel 14, artikel 15 en artikel 16 opleggen inzake aandeelhouderschap en leiding van, en aanwijzing van commissaris bij, gemengde financiële holdings naar Belgisch recht betekenen echter niet dat voor deze holdings een prudentieel statuut wordt ingesteld, zoals dit het geval is voor gereglementeerde ondernemingen.
In zijn advies stelt de Raad van State dat, zoals in het Verslag aan de Koning wordt aangegeven, verschillende bepalingen betreffende gemengde financiële holdings naar Belgisch recht niet steunen op een bepaling van de Richtlijn, dat de richtlijn bepaalt dat de uitoefening van het aanvullende toezicht geenszins de verplichting inhoudt om toezicht op individuele basis uit te oefenen op gemengde financiële holdings, en stelt de Raad de vraag naar de rechtsgrond van deze bepalingen in het interne recht. In dit verband wijst de Regering erop dat de nationale wetgeving terzake strenger kan zijn dan de richtlijn, en dat artikel 91octies decies van de verzekeringswet, artikel 49bis van de bankwet en artikel 95bis van de wet op de beleggingsondernemingen, welke artikelen in de betreffende wetten zijn ingevoegd bij de
wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/06/2005
pub.
26/08/2005
numac
2005003649
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen
sluiten, ondermeer bepalen dat het aanvullende toezicht het toezicht omvat op de aandeelhoudersstructuur en op het passende karakter van de effectieve leiding van de gemengde financiële holding, en dat de Koning de regels van het aanvullende groepstoezicht nader kan bepalen en aanvullen, met inbegrip van de aanwijzing van de andere wettelijke voorschriften die van toepassing zijn op gemengde financiële holdings. Afdeling III. - Moederondernemingen van buiten de Europese Economische
Ruimte Artikel 17 Dit artikel regelt het aanvullend groepstoezicht op gereglementeerde ondernemingen naar Belgisch recht, die deel uitmaken van een financiële dienstengroep met aan het hoofd een onderneming naar het recht van een land buiten de Europese Economische Ruimte. Het bepaalt dat dergelijke ondernemingen eveneens aan een passend aanvullend groepstoezicht moeten worden onderworpen. Daartoe dient onderzocht of het aanvullend groepstoezicht dat door een bevoegde autoriteit van buiten de Europese Economische Ruimte wordt uitgeoefend, gelijkwaardig is aan het groepstoezicht in de zin van de artikelen 4 en 5 van dit besluit. Bij afwezigheid van een gelijkwaardig toezicht moet het aanvullend groepstoezicht worden uitgeoefend door de CBFA of door een andere bevoegde autoriteit uit een EER-lidstaat. Artikel 17 bepaalt de procedure die bij dit onderzoek dient te worden gevolgd. Met het oog op een coherente besluitvorming in de verschillende lidstaten bij de evaluatie van de gelijkwaardigheid van de regelgeving en toezichtspraktijken in derde landen voorziet de procedure in de tussenkomst van het Europees Comité voor Financiële Conglomeraten onder voorzitterschap van de Europese Commissie. Artikel 17 van het ontwerp zet artikel 18 van de Richtlijn 2002/87/EG om.
In zijn advies stelt de Raad van State dat artikel 17, § 2, geen correcte weergave is van het bepaalde bij artikel 18, lid 1, van de richtlijn volgens welk de verificatie geschiedt door de bevoegde autoriteit die de coördinator zou zijn indien de in artikel 10, lid 2, bepaalde criteria van toepassing waren. De Regering merkt op dat bedoelde bepaling van de richtlijn wordt omgezet in artikel 17, § 2, tweede lid, van het ontwerpbesluit.
Ook stelt de Raad van State dat in artikel 17, § 4, wordt nagelaten de CBFA, wanneer deze als coördinator dient op te treden, te machtigen andere methoden toe te passen die door een andere coördinator zijn goedgekeurd. De Regering merkt op dat deze mogelijkheid zich niet kan voordoen, nu artikel 10, lid 1, van de richtlijn - omgezet in artikel 19 van het besluit - bepaalt dat « teneinde een adequaat aanvullend toezicht (...) te verzekeren, wordt uit de kring van de bevoegde autoriteiten (...) één enkele coördinator aangewezen ». Afdeling IV. - Andere financiële groepen
Artikel 18 Dit artikel bepaalt dat de relevante bevoegde autoriteiten onder bepaalde voorwaarden kunnen beslissen om op gereglementeerde ondernemingen, die geen deel uitmaken van een financiële dienstengroep in de zin van artikel 1, 12°, een of meerdere bepalingen van dit besluit toe te passen inzake aanvullend groepstoezicht. Daartoe is vereist dat de groep bedrijvig is in de verzekeringssector én in de bank- en beleggingsdienstensector, en de activiteiten in deze sectoren significant zijn in de zin van artikel 2, § 3. Dit aanvullende toezicht moet beantwoorden aan de doelstellingen van het aanvullende groepstoezicht, met andere woorden een lacune dekken indien enkel een sectoraal groepstoezicht van toepassing zou zijn. Artikel 18 van het ontwerp zet artikel 5(4) van de Richtlijn 2002/87/EG om. Afdeling V. - Bevoegde autoriteit belast met het aanvullend toezicht
Artikel 19 Dit artikel omvat de regels op grond waarvan de toezichthoudende autoriteit aangeduid wordt die bevoegd is voor het aanvullend toezicht op een financiële dienstengroep. De regeling is conform de bepalingen van artikel 10 van de Richtlijn 2002/87/EG. De Raad van State maakt in zijn advies de opmerking dat artikel 19, § 3, 1° niet het geval regelt voorzien bij artikel 10, lid 2, b), ii), van de richtlijn, waarbij verschillende gereglementeerde entiteiten met hoofdbestuur in de Europese Economische Ruimte dezelfde gemengde financiële holding als moederonderneming hebben en aan één van deze entiteiten vergunning is verleend in de lidstaat waar de gemengde financiële holding haar hoofdkantoor heeft. De Regering merkt op dat dit bij de richtlijn bedoelde geval opgenomen is in artikel 19, § 3, 1°, van het ontwerp van besluit : wanneer voor een bepaalde financiële dienstengroep zowel de gemengde financiële holding als een gereglementeerde dochteronderneming in eenzelfde lidstaat gevestigd zijn, wordt de gevoegde autoriteit van die lidstaat als coördinator aangewezen, ongeacht of de holding al dan niet nog gereglementeerde dochterondernemingen in andere lidstaten heeft.
Artikel 20 Dit artikel definieert de taken en bevoegdheden van de bevoegde autoriteit belast met het aanvullende groepstoezicht. Deze taken en bevoegdheden hebben in de eerste plaats te maken met het toezicht met betrekking tot de financiële dienstengroep. Zij zijn ruim gedefinieerd. Zij vervangen evenwel niet de taken en verantwoordelijkheden die de sectorale wetgeving toekent aan de autoriteit belast met het individueel toezicht en het sectoraal groepstoezicht op gereglementeerde ondernemingen. Dit artikel zet artikel 11 van de Richtlijn 2002/87/EG om. HOOFDSTUK III. - Informatieverstrekking, verificatie ter plaatse, samenwerking en informatieuitwisseling tussen bevoegde autoriteiten Artikelen 21 tot en met 26 Het toezicht met betrekking tot financiële dienstengroepen kan pas efficiënt worden georganiseerd indien er geen belemmeringen zijn inzake informatieverstrekking tussen ondernemingen in de groep en inzake informatieuitwisseling, verificatie en samenwerking door en tussen de betrokken toezichthoudende autoriteiten. De artikelen 21 tot en met 26 van het ontwerp zetten de artikelen 12, 14 en 15 van de Richtlijn 2002/87/EG om.
Artikel 21 Dit artikel introduceert voor de van een financiële dienstengroep deel uitmakende ondernemingen een algemene verplichting tot informatieverstrekking aan de CBFA als autoriteit belast met het aanvullend groepstoezicht, en kent een inzagerecht toe aan de commissarissen-revisoren voor de uitoefening van hun opdracht.
Artikel 22 Dit artikel legt ondernemingen naar Belgisch recht onder bepaalde voorwaarden een verplichting op tot informatieverstrekking aan een buitenlandse bevoegde autoriteit belast met het aanvullend groepstoezicht. Deze bepaling is het correlarium van de verplichting voor buitenlandse ondernemingen informatie te verstrekken aan de CBFA. Artikel 23 Deze bepaling is conform het voorschrift van artikel 14 van de Richtlijn 2002/87/EG volgens dewelke de Lidstaten de noodzakelijke maatregelen moeten nemen om de juridische belemmeringen die de mededeling van gegevens door de betrokken ondernemingen en instellingen in de weg staan, weg te werken.
Met beperkingen van privaatrechtelijke aard worden hier bedoeld de beperkingen die voortvloeien uit de contractuele discretieplicht van de betrokken ondernemingen.
Artikel 24 Dit artikel regelt de procedure voor het verifiëren ter plaatse van in het kader van het aanvullend groepstoezicht verstrekte informatie. De procedure is analoog aan de bestaande procedures voorzien in de sectorale wetgeving. Nieuw is evenwel dat binnen de Europese Economische Ruimte de bevoegde autoriteit belast met het aanvullend groepstoezicht kan eisen aan de verificatie bij een buitenlandse onderneming te kunnen deelnemen.
Artikel 25 Dit artikel regelt de samenwerking, met inbegrip van informatieuitwisseling, tussen de Belgische en buitenlandse autoriteiten belast met het toezicht op kredietinstellingen, verzekerings-ondernemingen en beleggingsonder-nemingen die deel uitmaken van een financiële dienstengroep. De Richtlijn 2002/87/EG bepaalt dat de Lidstaten hun autoriteiten toestaan de inlichtingen uit te wisselen die nodig zijn voor de uitoefening van het aanvullend groepstoezicht, alsook de inlichtingen die bekomen zijn in het kader van het aanvullend toezicht en die nodig zijn voor het sectoraal toezicht. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen essentiële informatie en relevante informatie. Meer in het bijzonder legt artikel 25 van dit besluit artikel 12 van de Richtlijn ten uitvoer, op het vlak van de samenwerking tussen autoriteiten die onder Lidstaten van de EER ressorteren, en sluit voor het overige aan bij artikel 19 van de Richtlijn wat de samenwerking betreft met derde landen.
De samenwerking tussen autoriteiten is van bijzonder belang waar het toezicht m.b.t. financiële dienstengroepen betreft, omwille van de systemische risico's die dergelijke groepen kunnen stellen. In België zijn de belangrijkste financiële groepen 'financiële dienstengroepen' die een systeemrisico gebonden dimensie vertonen. Voor deze groepen is een nauwe samenwerking, met inbegrip van gegevensuitwisseling, tussen de CBFA en de NBB van groot belang, inzonderheid in geval van crisissituaties. Artikel 117, § 3, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten erkent die noodzaak van samenwerking op expliciete wijze, en bepaalt dat kwesties van gemeenschappelijk belang voor de CBFA en de NBB behandeld worden in het Comité voor financiële stabiliteit (dat samengesteld is uit de leden van het directiecomité van beide instellingen). Als kwesties van algemeen belang worden ondermeer geïdentificeerd, de stabiliteit van het financiële systeem in zijn geheel en de coördinatie van het crisisbeheer.
Artikel 26 Dit artikel is residuair ten opzichte van de andere bepalingen van het besluit inzake samenwerkingsovereenkomsten tussen autoriteiten. Het artikel moet samen worden gelezen met het bepaalde in Hoofdstuk 3, Afdeling 6, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten, dat de
samenwerkingsovereenkomsten onder autoriteiten regelt. HOOFDSTUK IV. - Administratieve maatregelen en sancties Artikel 27 Dit artikel zet artikel 16 van de Richtlijn 2002/87/EG om.
TITEL II. - Overige bepalingen HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen met betrekking tot het
koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/02/1991
pub.
08/09/2005
numac
2005000468
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling
sluiten houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen Voorafgaande bemerking De invoering van een prudentiële regelgeving voor gereglementeerde ondernemingen in een financiële dienstengroep heeft er mede toe genoodzaakt eveneens de sectorale regelgevingen voor deze ondernemingen aan te passen wat hun statuut betreft op vennootschapsrechtelijke basis en op sectorale groepsbasis. De Richtlijn 2002/87/EG wijzigt met dat doel de bancaire, verzekerings- en beleggingsdienstenrichtlijnen op diverse punten. De aanpassingen zijn noodzakelijk om een gelijkwaardige behandeling te waarborgen van de gereglementeerde ondernemingen, ongeacht of zij deel uitmaken van een financiële dienstengroep, dan wel van een groep die in hoofdzaak bedrijvig is in één bepaalde financiële sector (« level playing field »). Daarnaast zijn er ook historisch gegroeide verschillen in de statuten van kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en verzekeringsondernemingen, hoewel de onderliggende prudentiële bekommernis dezelfde is. Het koninklijk besluit beoogt een aantal van de verschillen op te heffen, inzonderheid wat het sectoraal groepstoezicht betreft (de andere aanpassingsbepalingen van de Richtlijn 2002/87/EG zijn omgezet geworden door de voormelde
wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/06/2005
pub.
26/08/2005
numac
2005003649
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen
sluiten). Artikel 28 Dit artikel wijzigt het
koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/02/1991
pub.
08/09/2005
numac
2005000468
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling
sluiten houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen.
De wijzigingen die commentaar behoeven, betreffen : -de invoering van een derde methode, de methode van aftrek van vereiste', voor het berekenen van de aangepaste solvabiliteitsmarge van verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep (art. 28, §§ 1, 1° en 5°, en 2, 2° en 3°);de invoering van deze methode komt tegemoet aan de behoeften van het prudentieel toezicht; zij is conform Richtlijn 98/78/EG van 27 oktober 1998 betreffende het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep, bijlage I, pt 3; - de uitbreiding van de af te trekken bestanddelen voor het berekenen van de aangepaste solvabiliteitsmarge van verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep (art. 28, § 1, 3°); het ontwerp van besluit geeft geen opsomming van de af te trekken bestanddelen, maar verwijst naar de opsomming in artikel 15bis, § 4, van de verzekeringswet; de commentaar bij dat artikel geldt mutatis mutandis; deze bepaling zet artikel 28(1) van de Richtlijn 2002/87/EG om; - de mogelijkheid voor de CBFA om, onder bepaalde voorwaarden, met een bevoegde autoriteit van een land buiten de Europese Economische Ruimte een overeenkomst af te sluiten dat deze laatste het aanvullend toezicht uitoefent op de aangepaste solvabiliteitsmarge in het geval van een verzekeringsgroep met een moederonderneming buiten de Europese Economische Ruimte en een Belgische verzekeringsdochter-onderneming (art. 28, § 2, 4°); deze bepaling betreft een verduidelijking en is conform met de ratio legis van bijlagen I en II van de Richtlijn 98/78/EG. De overige wijzigingen behoeven geen commentaar en zijn conform het Europees recht.
Artikel 29 Dit artikel wijzigt het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen.
De wijzigingen die commentaar behoeven, betreffen : - de opname van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, via hun gelijkstelling met een financiële instelling, in het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen (art. 29, § 1, 3°); deze wijziging zet artikel 30 van Richtlijn 2002/87/EG om, dat de lidstaten de verplichting oplegt maatregelen te nemen opdat deze vennootschappen, in afwachting van een latere harmonisatie in de EU regelgeving, worden opgenomen, hetzij in het geconsolideerd toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, hetzij het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep; de bepaling is conform artikel 3, § 1, 5°, tweede lid, van de bankwet (zie de commentaar bij dit artikel); - de aanpassing van de definitie van deelneming om ze in overeenstemming te brengen met artikel 1 (11) van de Richtlijn 2002/87/EG : wordt onweerlegbaar als deelneming beschouwd, het rechtstreeks of onrechtstreeks bezit van maatschappelijke rechten die 20 % of meer vertegenwoordigen van de stemrechten of het kapitaal (art. 29, § 2, 1°); - de aanpassing van de regeling inzake de opname van verzekeringsdochters in het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen (art. 29, § 2, 2° en 3°); de huidige regeling voorzien in artikel 2, § 3, van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 werd ingevoerd als een overgangsregeling, in afwachting van de introductie in Europees en Belgisch recht van een passend toezicht op zogenaamde bankverzekeringsgroepen (zie in het Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit, de commentaar bij artikel 2); met de invoering door de
wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/06/2005
pub.
26/08/2005
numac
2005003649
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen
sluiten van artikel 49bis betreffende het aanvullend toezicht op kredietinstellingen in een financiële dienstengroep wordt een passende regelgeving ingevoerd voor dergelijke bankverzekeringsgroepen en moet het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 hieraan worden aangepast; die nieuwe regeling is als volgt : - de groep in kwestie is een financiële dienstengroep : de ondernemingen behorend tot de verzekeringssector, die in het aanvullend groepstoezicht worden opgenomen met toepassing van artikel 49bis, vallen buiten het toepassingsgebied van het sectoraal groepstoezicht (geconsolideerd toezicht) op kredietinstellingen; - de groep is geen financiële dienstengroep : de ondernemingen behorend tot de verzekeringssector worden opgenomen in het toepassingsgebied van het sectoraal groepstoezicht (geconsolideerd toezicht) op kredietinstellingen voor de toetsing van de solvabiliteitscoëfficiënten en voor de toetsing van de begrenzingsnormen inzake risicoconcentratie; voor de toetsing van de solvabiliteitscoëfficiënt kan de CBFA hetzij de zogenaamde aftrekregel toestaan of opleggen, hetzij een van de methoden van toepassing voor de berekening van de solvabiliteitsvereisten met betrekking tot financiële dienstengroepen; - met betrekking tot financiële holdings naar Belgisch recht : de verplichting tot kennisgeving van wijzigingen in het aandeelhouderschap, de verplichting van een meerhoofdige leiding met geschikte en passende ervaring, en de bevoegdheid voor de CBFA om passende maatregelen te nemen (art. 29, § 6, 4°); artikel 49, § 4, van de bankwet geeft de Koning de bevoegdheid bepalingen van de wet van toepassing te verklaren op financiële holdings; conform de regeling inzake aandeelhouderschap en leiding van een gemengde financiële holding is het aangewezen om ook voor financiële holdings identieke vereisten in te voeren : de commentaar bij de artikelen 14 en 15 van onderhavig besluit dienaangaande geldt mutatis mutandis voor de bepalingen ingevoerd bij artikel 29, § 6, 4°; deze bepaling zet artikel 29 (8) van de Richtlijn 2002/87/EG om; - de regeling met betrekking tot kredietinstellingen met een moederonderneming met zetel buiten de Europese Economische Ruimte (art. 29, § 10); zij is identiek aan deze met betrekking tot financiële dienstengroepen met aan het hoofd een onderneming met zetel buiten de Europese Economische Ruimte : de commentaar bij artikel 17 van onderhavig besluit geldt mutatis mutandis voor de bepalingen ingevoerd bij artikel 29, § 10; deze bepaling zet artikel 29 (11) van de Richtlijn 2002/87/EG om; - een aanscherping van het toezicht op intragroepstransacties tussen een Belgische kredietinstelling en haar moederonderneming-gemengde financiële holding en de dochterondernemingen van deze laatste, met de mogelijkheid voor de Commissie maatregelen te nemen indien deze verrichtingen een bedreiging zouden vormen voor de financiële positie van de kredietinstelling (art. 29, § 12); deze bepaling zet artikel 29 (9) van Richtlijn 2002/87/EG om; - de mogelijkheid voor de CBFA deel te nemen aan verificaties in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (art. 29, § 15, 1°); deze bepaling zet artikel 29 (10) van Richtlijn 2002/87/EG om.
De bepalingen ingevoerd bij artikel 29, § 4, en § 6, 2° en 3°, beogen verduidelijkingen aan te brengen. Deze bepalingen en de overige wijzigingsbepalingen behoeven geen commentaar en zijn conform het Europees recht.
Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Economie, M. VERWILGHEN
21 NOVEMBER 2005. - Koninklijk besluit over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het
koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/02/1991
pub.
08/09/2005
numac
2005000468
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling
sluiten houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad;
Gelet op de Richtlijn 2005/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2005 tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 85/611/EEG, 91/675/EEG, 92/49/EEG en 93/6/EEG van de Raad en de Richtlijnen 94/19/EG, 98/78/EG, 2000/12/EG, 2001/34/EG, 2002/83/EG en 2002/87/EG met het oog op de instelling van een nieuwe comitéstructuur voor financiële diensten;
Gelet op de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
24/12/2014
numac
2014000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
09/07/1975
pub.
23/10/2015
numac
2015000557
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, inzonderheid op artikel 91octies decies, ingevoegd bij de
wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/06/2005
pub.
26/08/2005
numac
2005003649
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen
sluiten;
Gelet op de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, inzonderheid op artikel 49bis, ingevoegd bij de
wet van 20 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/06/2005
pub.
26/08/2005
numac
2005003649
bron
federale overheidsdienst financien
Wet houdende wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs en de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en houdende andere diverse bepalingen
sluiten;
Gelet op de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.