📄 Wettekst
29 JUNI 2018. - Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit waarvan ik de eer heb het ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen beoogt de uitvoering van artikel 156 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten betreffende de Civiele veiligheid.
Dit ontwerp kadert in de hervorming van de civiele veiligheid. Met de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten en de uitvoeringsbesluiten voor de hulpverleningszones werd het lokale luik van de civiele veiligheid hervormd.
Dit besluit en een aantal andere besluiten geven vorm aan de hervorming van het federale luik van de civiele veiligheid, m.n. de operationele eenheden van de Civiele Bescherming.
De hervorming van de Civiele Bescherming bevat drie luiken : - De heroriëntatie van de opdrachten tussen de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de Civiele Bescherming; - De bepaling van het aantal kazernes van de Civiele Bescherming evenals hun locatie; - Het opstellen van een nieuw administratief en geldelijk statuut voor het operationeel personeel van de Civiele Bescherming.
De heroriëntatie van de opdrachten tussen de hulpverleningszones en de Civiele Bescherming is noodzakelijk geworden door de hervorming van de brandweerdiensten. Deze zijn overgegaan van 251 brandweerdiensten naar 35 entiteiten, namelijk 34 hulpverleningszones en de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Door het feit dat de hulpverleningszones hun interventiecapaciteit hebben verhoogd, was een herziening van de verdeling van de opdrachten tussen de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de Civiele Bescherming noodzakelijk.
Het
koninklijk besluit van 10 juni 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
24/10/2001
numac
2001000905
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
23/03/2018
numac
2018030614
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten9 tot bepaling van de opdrachten en taken van civiele veiligheid uitgevoerd door de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de Civiele Bescherming, zoals in 2017 gewijzigd, organiseert een civiele veiligheid gestructureerd op twee niveaus, m.n. de hulpverleningszones het lokale vlak en de Civiele Bescherming op het federale vlak. De bedoeling is een betere complementariteit van de opdrachten van de operationele eenheden van de Civiele Bescherming en de hulpverleningszones te verzekeren zodat er op een efficiëntere manier een betere bescherming kan geboden worden aan de bevolking.
De reorganisatie van de Civiele Bescherming steunt op een aanpassing van de bestaande verdeling van de opdrachten tussen de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de Civiele Bescherming. De hulpverleningszones gaan alle dringende opdrachten (eerstelijnstaken) uitvoeren, waarbij de Civiele Bescherming zich meer zal concentreren op de gespecialiseerde en/of langdurige opdrachten.
De operationele eenheden zullen voortaan enkel gespecialiseerde opdrachten uitvoeren, waarvoor zeldzaam materieel en/of een specifieke training en/of een meer langdurige inzet noodzakelijk zijn.
Gelet op de wil van de Regering om het aantal kazernes van de Civiele Bescherming te rationaliseren enerzijds en de heroriëntatie van de opdrachten tussen de hulpverleningszones en de Civiele Bescherming anderzijds, werden de locatie en het aantal kazernes van de Civiele Bescherming op basis van drie criteria herzien : - een economische kosten-batenanalyse : d.w.z. een evaluatie van de bestaande infrastructuur om de directe kost van de uitbating alsook de valorisatie en reaffectatiemogelijkheden te bepalen; - een operationele, historische analyse om de jaarlijks te verwachten kost van elke eenheid te schatten op basis van de afstand, de reistijd, de grootte van het konvooi en het te verwachten aantal interventies; - een kwalitatieve risicoanalyse rekening houdend met de toekomstige opdrachten van de Civiele Bescherming om te bepalen welke locaties een vlotte bereikbaarheid bieden.
Het huidige ontwerp maakt deel uit van het derde luik van de hervorming van de Civiele Bescherming : het opstellen van een administratief en geldelijk statuut voor het operationeel personel van de Civiele Bescherming. Dit ontwerp voert het regeerakkord van 9 oktober 2014 uit dat voorziet dat "Het administratief en geldelijk statuut van het personeel van de civiele bescherming zal worden aangepast. Een gedeelte van de basisopleiding zal gemeenschappelijk zijn om de mobiliteit tussen de eenheden en de hulpverleningzones mogelijk te maken. Er zal een nieuwe arbeidsregeling worden onder-handeld om het beschikbare personeel zo goed mogelijk te benutten." De hervorming van de Civiele Bescherming is dus gebaseerd op een motief van algemeen belang, namelijk de bevolking een kwaliteitsvollere dienstverlening bieden waarbij de veiligheid van de intervenanten verbeterd wordt.
Wat meer in het bijzonder het aspect veiligheid betreft, wordt deze door het huidige ontwerp van besluit uitgevoerd dat bepalingen betreffende de voortgezette en permanente opleiding voor het operationeel personeel van de Civiele Bescherming bevat.
De Raad van State vermeldt in zijn advies over dit ontwerp dat "de reorganisatie van de Civiele Bescherming inderdaad grote gevolgen zal hebben voor de werkomstandigheden van alle beroepsleden van de Civiele Bescherming". Deze reorganisatie, en dit ontwerp in het bijzonder, vormen, globaal gezien, echter geen beperking van de graad van bescherming die de regelgeving die dit ontwerp vervangt, biedt. Ook al brengt de ontworpen regelgeving bepaalde beperkingen van de huidige rechten met zich mee, toch leidt deze niet tot een grote beperking van de graad van bescherming van de voorgaande reglementering. Deze beperkingen worden trouwens in het algemeen gecompenseerd door de toekenning van een bijkomende bescherming. Zo worden bijvoorbeeld bepaalde verloven die moeilijk verzoenbaar zijn met de organisatie van een operationele continudienst en het werken in ploegen, beperkt of verminderd. Dat aspect wordt gecompenseerd door overgangsbepalingen waarbij verloven die lopende zijn, wel behouden blijven. In dit ontwerp worden tevens specifieke verplichtingen gepreciseerd, zoals de verplichting betreffende het behoud van de lichamelijke geschiktheid van de intervenanten, teneinde een kwaliteitsvolle interventie te kunnen garanderen en de veiligheid van de bevolking en de intervenanten te waarborgen.
Daarnaast wordt het statuut van de vrijwillige personeelsleden momenteel vrij globaal geregeld in een aantal bepalingen, terwijl er vroeger slechts enkele bepalingen op hen van toepassing waren.
Er moet tot slot opgemerkt worden dat het geldelijke statuut op significatieve wijze opgewaardeerd wordt. Het geldelijk statuut van de personeelsleden van de Civiele Bescherming is afgestemd op dat van de brandweer (
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
24/10/2001
numac
2001000905
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
23/03/2018
numac
2018030614
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten8 houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones), dat voordeliger is.
De geldende regels op het vlak van integratie in de nieuwe graden van de Civiele Bescherming leiden nooit tot een daling van de wedde, maar wel tot aanzienlijke stijgingen.
Bovendien worden bepaalde huidige premies, die eerder symbolisch waren, vervangen door een operationaliteitspremie, die 38 % van de wedde bedraagt voor de graden van sappeur, korporaal, sergeant en adjudant, 28 % van de wedde voor de graden van luitenant, commandant en kapitein, 22 % van de wedde voor de graad van majoor en 18 % van de wedde voor de graad van kolonel.
Tot slot blijven bepaalde vroegere toelagen behouden: de taaltoelage, de toelage voor bijkomende prestaties en de toelage voor een operationele opdracht in het buitenland.
De aan de werkomstandigheden aangebrachte wijzigingen staan, globaal gezien, in verhouding tot de einddoelstelling, namelijk het leveren van een optimale hulpverlening aan de bevolking, waarbij deze dienst gestructureerd is op twee niveaus, met name lokaal en federaal.
Het ontwerp wil enerzijds het administratief statuut van het vrijwillig personeel van de Civiele bescherming bepalen en anderzijds de specifieke bepalingen inzake administratief statuut voor het beroepspersoneel van de Civiele bescherming vastleggen. In navolging van het regeerakkoord en in uitvoering van artikel 156 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten betreffende de civiele veiligheid werd geopteerd voor een administratief statuut dat zoveel mogelijk aansluit bij dat van het operationeel personeel van de hulpverleningszones. Dit om rekening te houden met de aard van de functie en een mobiliteit tussen de 2 diensten op termijn mogelijk te maken.
Een fundamenteel verschil met de brandweerzones is evenwel dat het personeel van de Civiele Bescherming federaal personeel blijft en dat de FOD Binnenlandse Zaken de werkgever blijft. De beroeps en vrijwilligers van de Civiele Bescherming krijgen dus een statuut dat voor een deel bestaat uit de bepalingen van toepassing op het federaal personeel, aangevuld met specifieke bepalingen die rekening houden met het operationeel aspect van hun functies.
Het statuut Camu van 2 oktober 1937 en de andere federale bepalingen blijven dus van toepassing op hen voor zover niet anders bepaald.
Afwijkingen van het Statuut Camu werden zoveel als mogelijk vermeden, maar waren noodzakelijk voor sommige gedeelten van het statuut, om volgende redenen: - om mobiliteit tussen de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de Civiele Bescherming mogelijk te maken; - om de operationaliteit van hulpdienst te waarborgen.
In antwoord op de opmerking van de Raad van State betreffende de jurisprudentie die voortvloeit uit het arrest-Matzak, C-518/15, van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 februari 2018, wordt artikel 72 gewijzigd zodat niet enkel de kazerne wordt beoogd, maar ook eender welke plaats die door de werkgever zou zijn vastgelegd.
Bovendien dient te worden opgemerkt dat de situatie van een vrijwillig personeelslid van de Civiele Bescherming niet vergelijkbaar is met de situatie bedoeld in het arrest van het HvJ-EU. De opdrachten voorbehouden aan de Civiele Bescherming vallen immers niet onder dezelfde graad van hoogdringendheid dan die voorbehouden aan de brandweer en, wanneer een vrijwillig personeelslid van de Civiele Bescherming wordt opgeroepen, wordt hem gevraagd hierop te antwoorden, voor zover mogelijk, binnen een termijn van één uur, zelfs van één uur en dertig minuten. In het arrest van het HvJ-EU, dat door de Raad van State wordt aangehaald, ging het om een vrijwillige brandweerman die enerzijds op een plaats moest blijven die was vastgesteld door zijn werkgever, zijnde zijn domicilie, en anderzijds binnen een termijn van acht minuten naar de kazerne moest gaan, op straffe van tuchtsanctie.
Boek 1 bevat de verwijzing naar de Euopese richtlijn inzake arbeidstijd (art.1), definities (art. 2), het toepassingsgebied van het koninklijk besluit, namelijk het operationeel vrijwillig en beroepspersoneel van de Civiele Bescherming (art. 3), alsook algemene bepalingen. Verschillende bepalingen zijn noodzakelijk door het operationeel karakter van de Civiele Bescherming: de bepaling betreffende de graden geïnspireerd op die van het leger (art. 5), de bepaling betreffende de uitoefening van het gezag in geval van gelijkheid van graad en de plaats van de directeur van de operaties in de hiërarchie (art. 7), en de bepaling betreffende de uitvoering van administratieve en logistieke taken door het operationeel personeel (art. 8).
De rechten en plichten uit het statuut Camu blijven van toepassing op het beroepspersoneel en op de vrijwilligers. Boek 2 bevat bijzondere rechten en plichten die specifiek zijn voor een operationele dienst, zoals het verbod om onder invloed van alcohol of drugs te zijn (art. 9), de verplichtingen betreffende de kledings- en uitrustingsvoorwerpen (art. 11, § 1), het dragen van de uitgaanskledij (art. 11, § 2), het dragen van eventuele onderscheidingen (art. 11, § 3), de oproepbaarheidsdienst (art. 12 en 13), de mogelijke verlenging van de arbeidstijd in geval van een interventie (art. 14) of de operationele opdrachten in het buitenland (art. 15).
Boek 3 voorziet twee specifieke onverenigbaarheden voor de personeelsleden van de Civiele Bescherming: die tussen de functies van beroepspersoneelslid en de functies van vrijwillig personeelslid (art. 16, 1° ), alsook die tussen de functies van beroepspersoneelslid en de functies van een lid van een politiedienst (art. 16, 2° ). Het voorziet bovendien dat een personeelslid van de Civiele Bescherming ambtshalve uit zijn functie ontheven wordt indien hij geen einde maakt aan deze onverenigbaarheid die vastgesteld werd ondanks de ingebrekestelling (art. 17).
Boek 4 bevat de volledig specifieke aanwervingsprocedure die georganiseerd wordt door de FOD Binnenlandse Zaken, de regeling van de aanwervingsstage en de benoeming. Zodra de nieuwe regelgeving waarbij Selor de rol van kwaliteitsbewaker krijgt, in voege is, zal deze rol van Selor in de praktijk geïmplementeerd worden voor de aanwervingsprocedure. Dit werd zo voorzien in boek 4.
Dit deel werd volledig afgestemd op de regeling van de hulpverleningszones: de eerste stap om toegelaten te worden tot de aanwervingsproeven is het behalen van een federaal geschiktheidsattest georganiseerd via de opleidingscentra voor de civiele veiligheid (of brandweerscholen). Daarna volgt een vergelijkend examen door de FOD Binnenlandse Zaken.
Het afstemmen van de aanwervingsprocedure op deze van de hulpverleningszones verhoogt de kansen op mobiliteit door de gelijkwaardigheid van de aanwervingsproeven.
Tijdens de stage moet de stagiair geëvalueerd worden op zijn functioneren maar ook de nodige brevetten halen, m.n. het brevet van gaspakdrager, het brevet van sappeur en het rijbewijs C. Deze vormen een benoemingsvoorwaarde, zonder dewelke de stagiair niet benoemd kan worden. De duur van de stage is daarom veel langer (maximum 3 jaar voor een beroeps, maximum 6 jaar voor een vrijwilliger) dan die voorzien in statuut Camu. De bepalingen van statuut Camu inzake de stage zullen toegepast worden, behoudens bovenvermelde uitzonderingen.
Het beroepspersoneel wordt aangesteld conform de bepalingen van het statuut Camu.
De vrijwilligers zijn tijdelijk statutair; hun benoeming voor 6 jaar (verlengbaar) wordt geregeld in het voorliggend ontwerp van koninklijk besluit. Deze sui generis rechtspositie is noodzakelijk om de bestaande manier van werken te kunnen behouden.
Boek 5 bevat de bepalingen inzake de loopbaan, die volledig specifiek geregeld is.
Titel 1 betreft de hiërarchische bevordering.
Om de mobiliteit tussen de zones en de Civiele bescherming mogelijk te maken, werden de operationele graden van de hulpverleningszones overgenomen, evenals de loopbaan, de bevorderingsvoorwaarden die voornamelijk betrekking hebben op het bezit van het brevet voor de hogere graad. De procedure voor bevordering moet omwille van deze redenen ook op dezelfde manier georganiseerd worden, m.n. via een vergelijkend bevorderingsexamen, met een stage voor sommige graden en een evaluatie tijdens deze stage. Enkel op deze manier kan men de gelijkwaardigheid tussen de graden van de Civiele bescherming en de hulpverleningszones waarborgen. Voor de evaluatie tijdens de bevorderingsstage wordt waar mogelijk aangesloten bij het federaal evaluatiestelsel.
Omwille van de korte duur van de stage en het feit dat een bevorderingsstage geen deel uitmaakt van het statuut van het Rijkspersoneel, worden veel bepalingen specifiek geregeld. De interdepartementale beroepscommissie is bevoegd voor beroepen. De procedure verloopt volgens de regels voor beroep tegen een evaluatie tijdens de loopbaan.
Titel 2 betreft de fysieke geschiktheid.
Om te kunnen beschikken over personeel in de nodige staat van fysieke paraatheid werd een periodieke beoordeling van de fysieke geschiktheid ingevoerd, vergelijkbaar met die van de hulpverleningszones. De Minister zal de nadere bepalingen vastleggen, zoals de inhoud van de test, de periodiciteit, de begeleidende maatregelen, ...
Titel 3 betreft de wedertewerkstelling.
De wedertewerkstelling wordt op sommige punten specifiek geregeld, m.n. de mogelijkheid tot wedertewerkstelling wegens fysieke of medische ongeschiktheid en de geldelijke gevolgen op de premie voor operationaliteit en onregelmatige prestaties ingeval van wedertewerkstelling in een lichtere operationele taak of in een administratieve functie (zie geldelijk statuut).
De bepalingen van de welzijnswet en de codex welzijn op het werk, meer bepaald de bepalingen inzake het gezondheidstoezicht, zijn uiteraard ook van toepassing. Het beleid inzake reintegratie dat zal uitgewerkt worden voor het federaal personeel, zal ook van toepassing zijn op het beroepspersoneel van de Civiele bescherming.
Titel 4 betreft de verandering van graad Voor de verandering van graad wordt aangesloten bij de regeling voor het federaal personeel, met dien verstande dat er nood is aan een omzettingstabel van de operationele graden van de Civiele bescherming naar de administratieve niveaus van het Rijkspersoneel.
Titel 5 betreft het eindeloopbaanregime.
Er wordt een specifiek eindeloopbaanregime uitgewerkt, naar voorbeeld van dat van de brandweer. Dit eindeloopbaanregime is de omzetting van het momenteel bestaande recht op verlof voorafgaand aan het pensioen (VVP) naar een systeem waarbij eerst gezocht wordt naar een lichtere, aangepaste functie binnen de operationele eenheid; bij gebrek daaraan kan de persoon VVP genieten.
Titel 6 betreft de uitoefening van een hoger ambt.
De regels inzake uitoefening van een hoger ambt voor het beroepspersoneel en de vrijwilligers wat betreft de niet-geldelijke bepalingen zijn deze van toepassing op alle federale ambtenaren.
Boek 6 bevat de specifieke verplichtingen inzake de voortgezette en permanente opleiding voor de operationele personeelsleden (art. 70).
Het komt er voor het personeelslid op aan om opleidingen te volgen gedurende een minimaal aantal uren om zijn competenties te behouden en operationeel doeltreffend te blijven.
Boek 7 bevat specifieke bepalingen over de diensttijd van de vrijwillige personeelsleden; de regeling is dezelfde als deze voor het vrijwillig brandweerpersoneel. Dergelijke bepalingen zijn nodig omdat er geen bepalingen bestaan inzake het vrijwillig personeel in het statuut van het rijkspersoneel.
In boek 7 worden de beginselen van de Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, omgezet voor wat betreft de vrijwillige personeelsleden van de civiele bescherming, in overeenstemming met de adviezen van de Europese Commissie.
Artikel 74, § 2 voorziet dat een arbeidsprestatie 24 uren niet mag overschrijden.
De absolute grenzen per week en per dag mogen enkel worden overschreden in twee gevallen van overmacht. Deze gevallen van overmacht zijn namelijk de werken om het hoofd te bieden aan een ongeval of de werken die door een onvoorziene noodzakelijkheid worden vereist.
De draagwijdte van deze afwijkende regel is beperkt, want de criteria voor overmacht moeten evenwel aanwezig zijn: een onvoorzienbare en dringende gebeurtenis die derhalve niet kadert in de gebruikelijke activiteit van de hulpdienst en die niet voortvloeit uit een fout (bijvoorbeeld een slechte arbeidsorganisatie).
Artikel 75 voorziet dat een huishoudelijk reglement de algemene regels vastlegt die een vrijwilliger moet respecteren inzake zijn beschikbaarheden.
Boek 8 omvat een aantal specifieke bepalingen inzake de verloven. De regels betreffende de uitsluiting van verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid en de halftijdse loopbaanonderbreking worden overgenomen van die van de brandweer. De eenheidschef en de directeur van de operaties zijn uitgesloten van de gunst van dezelfde verloven als de zonecommandant van een hulpverleningszone. Hetzelfde geldt voor de officieren voor bepaalde verloven. Tenzij bovenvermelde bepalingen, blijft het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
24/10/2001
numac
2001000905
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
23/03/2018
numac
2018030614
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten0 betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen van toepassing op het beroepspersoneel. De bepalingen inzake de administratieve standen uit het statuut Camu zijn ook volledig van toepassing op het beroepspersoneel. Vrijwillige personeelsleden vallen omwille van hun statuut sui generis noch onder het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
24/10/2001
numac
2001000905
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
23/03/2018
numac
2018030614
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten0, noch onder de bepalingen inzake de administratieve standen.
Er zijn specifieke en van het federaal statuut afwijkende bepalingen voorzien voor de personeelsleden van de Civiele Bescherming omwille van het operationele en continue karakter van deze dienst. De toekenning van verminderde prestaties maakt de organisatie van de shifts met teams in 12-urendienst zeer ingewikkeld.
Er moet opgemerkt worden dat bepaalde bepalingen, zoals de toekenning van 13 feestdagen (10 wettelijke dagen + 3 extra-wettelijke dagen) bij het begin van het jaar die opgenomen moeten worden als jaarlijks vakantieverlof, eveneens toegepast worden in andere operationele diensten zoals de gesloten centra en de noodcentrales 112.
Er moet opgemerkt worden dat de afwijkingen van het federaal statuut beperkter zijn voor de personeelsleden van de Civiele Bescherming die geen continudienst verzekeren, maar in dagdienst werken.
Boek 9 bevestigt enkel dat een tekortkoming aan de specifieke rechten en plichten bepaald in boek 2, ook aanzien kunnen worden als tuchtfeiten. De tuchtregeling zoals uitgewerkt voor het federaal personeel is integraal van toepassing op het beroepspersoneel en op de vrijwilligers van de Civiele Bescherming.
Boek 10 bevat een regeling voor de arbeidsongevallen van de vrijwillige personeelsleden. De regeling biedt dezelfde dekking als deze die voorzien is bij de hulpverleningszones, maar wordt op een andere manier georganiseerd. De vrijwillige brandweermannen zijn onttrokken aan de Arbeidsongevallenwet en de zone is verplicht een gelijke dekking, plus een uitgebreide dekking, te voorzien via een privaatrechtelijke verzekering.
De vrijwilligers van de Civiele bescherming blijven daarentegen onder het toepassingsgebied van de Arbeidsongevallenwet en zijn uitvoeringsbesluit. De FOD Binnenlandse zaken staat in voor de schade uit het arbeidsongeval die niet gedekt wordt door de regeling van het
koninklijk besluit van 24 januari 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
24/10/2001
numac
2001000905
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
23/03/2018
numac
2018030614
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten1, om ook rekening te houden met de schade die de vrijwilliger ondervindt m.b.t. zijn hoofdinkomen. Er wordt ook voorzien in een schadevergoeding bij overlijden tijdens de dienst of als gevolg van tijdens de dienst opgelopen verwondingen of ziekten. De bedragen zijn dezelfde als bij de brandweer.
Boek 11 bevat specifieke bepalingen voor de beëindiging van het ambt en de specifieke figuur van het eervol ontslag, zoals dat bestaat bij de hulpverleningszones. De bepalingen inzake beëindiging van het ambt uit het statuut Camu blijven van toepassing op het beroepspersoneel en op de vrijwilligers. Er wordt ook voorzien in een procedure voor een beroeps die vrijwillig ontslag neemt of van graad verandert, om benoemd te worden als vrijwilliger om de opgebouwde kennis en ervaring maximaal te kunnen behouden.
Op gemotiveerde aanvraag kan de betrokkene toegelaten worden tot de stage. Voor de evaluatie van deze stage wordt zo veel als mogelijk aangesloten bij het evaluatiestelsel van het federaal personeel. De interdepartementale beroepscommissie is bevoegd voor beroepen. De procedure verloopt volgens de regels voor beroep tegen een evaluatie tijdens de loopbaan.
Boek 12 bevat een aantal overgangsbepalingen.
De overgangsbepaling van artikel 93 heeft als doel de laureaten van wervingsexamens voor de oude graden van de Civiele bescherming vrij te stellen van twee proeven van het federaal geschiktheidsattest (dat noodzakelijk is om deel te nemen aan wervingsexamens voor de nieuwe graden).
De overgangsbepaling van artikel 95 heeft als doel de personeelsleden die geslaagd zijn voor de eerste twee reeksen van het overgangsexamen van niveau A (dat niet meer gebruikt zal worden bij nieuwe bevorderingen) vrij te stellen van het bevorderingsexamen van kapitein. Deze vrijstelling geldt niet voor het brevet OFF2-C dat ook één van de voorwaarden is voor bevordering tot kapitein.
Boek 13 bevat de slotbepalingen, m.n. de datum van inwerkingtreding en de opheffingsbepalingen.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, J. JAMBON
RAAD VAN STATE, afdeling Wetgeving Advies 63.326/2, van 28 mei 2018 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming' Op 12 april 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eersteminister en Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, belast met de Regie der gebouwen verzocht binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot 15 juni 2018 (*) een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming'.
Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 28 mei 2018. De kamer was samengesteld uit Jacques JAUMOTTE, voorzitter van de Raad van State, Pierre VANDERNOOT, kamervoorzitter, Luc DETROUX, staatsraad, Christian BEHRENDT en Jacques ENGLEBERT, assessoren, en Béatrice DRAPIER, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Roger WIMMER, eerste auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jacques JAUMOTTE. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 28 mei 2018.
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
ALGEMENE OPMERKINGEN 1. Zoals blijkt uit het verslag aan de Koning dat voorafgaat aan het
koninklijk besluit van 20 september 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/06/2002
pub.
12/10/2002
numac
2002002129
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
Wet tot wijziging van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966
type
wet
prom.
12/06/2002
pub.
02/07/2002
numac
2002012838
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van de nieuwe gemeentewet, wat de terbeschikkingstelling van het personeel betreft
sluiten0 `tot wijziging van het
koninklijk besluit van 10 juni 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
24/10/2001
numac
2001000905
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
23/03/2018
numac
2018030614
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten9 tot bepaling van de opdrachten en taken van civiele veiligheid uitgevoerd door de hulpverleningszones en de operationele eenheden van de Civiele Bescherming en tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplannen',1 "heeft [de Regering] besloten om de Civiele Bescherming te reorganiseren.Deze reorganisatie steunt op een aanpassing van de bestaande verdeling van de opdrachten met de hulpverleningszones, die alle dringende opdrachten gaan uitvoeren, waarbij de Civiele Bescherming zich meer zal concentreren op de gespecialiseerde en/of langdurige opdrachten." Bij het
koninklijk besluit van 8 oktober 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/06/2002
pub.
12/10/2002
numac
2002002129
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
Wet tot wijziging van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966
type
wet
prom.
12/06/2002
pub.
02/07/2002
numac
2002012838
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van de nieuwe gemeentewet, wat de terbeschikkingstelling van het personeel betreft
sluiten1 `tot bepaling van de vestiging van de eenheden van de Civiele Bescherming', wordt het aantal operationele eenheden van de Civiele Bescherming bovendien teruggebracht van zes tot twee.
Voorliggend ontwerp van besluit maakt deel uit van die reorganisatie van de Civiele Bescherming, die zal ingaan op 1 januari 2019.
Zoals in artikel 2, § 1, van het ontworpen besluit bepaald wordt, zal dit besluit niet van toepassing zijn op alle leden van het beroepspersoneel van de Civiele Bescherming maar alleen op die leden die geselecteerd zullen worden conform de artikelen 3 en 4 van het ontwerp van koninklijk besluit `houdende diverse maatregelen betreffende de leden van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming' waarover vandaag advies 63.328/2 gegeven is.
Bij laatstgenoemd ontwerpbesluit wordt het aantal openstaande betrekkingen in de nieuwe operationele graden van de Civiele Bescherming vastgesteld (artikel 2), wordt bepaald op welke wijze de leden van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming de nieuwe graden van de Civiele Bescherming kunnen verwerven (artikelen 3 en volgende) en wordt bepaald volgens welke regels de niet-weergehouden leden weder tewerkgesteld worden in een van de diensten van de FOD Binnenlandse Zaken, in andere federale overheidsdiensten of bij de federale politie (artikelen 8 en volgende).
Uit het voorgaande blijkt dat de reorganisatie van de Civiele Bescherming grote gevolgen zal hebben voor de arbeidsvoorwaarden van alle leden van het beroepspersoneel van de Civiele Bescherming. Op te merken valt dat in het verslag aan de Koning in dat verband geen enkele specifieke verantwoording gegeven wordt.
De afdeling Wetgeving heeft evenwel reeds op het volgende gewezen: "Voor zover de in het ontwerp opgenomen maatregelen tot gevolg zouden hebben dat het arbeidsrechtelijk beschermingsniveau van bepaalde categorieën van werknemers wordt verminderd, dient erop te worden gewezen dat artikel 23 van de Grondwet, dat onder meer het recht op billijke arbeidsvoorwaarden garandeert, er zich in beginsel tegen verzet dat normen worden aangenomen waarbij de graad van bescherming van de rechten, die erdoor worden erkend, aanzienlijk zou worden verminderd ten opzichte van het beschermingsniveau in de wetgeving die van toepassing was de dag waarop dat grondwetsartikel in werking is getreden. Volgens het Grondwettelijk Hof impliceert artikel 23 van de Grondwet een standstill-verplichting `die eraan in de weg staat dat de bevoegde wetgever het beschermingsniveau dat wordt geboden door de van toepassing zijnde wetgeving in aanzienlijke mate vermindert, zonder dat daarvoor redenen zijn die verband houden met het algemeen belang.'"2-3.
Weliswaar is het de openbare diensten volgens de wet van de veranderlijkheid of van de mutabiliteit toegestaan om de regels inzake de organisatie en de werking van de openbare diensten en de voorwaarden van de dienstverlening aan het publiek te allen tijde te wijzigen, zodat de openbare diensten snel kunnen worden aangepast aan de vooruitgang en de evolutie van de behoeften waaraan moet worden voldaan.
Wat de uitoefeningsvoorwaarden van het recht op billijke arbeidsvoorwaarden betreft, mag de steller van het ontwerp evenwel geen beperkingen opleggen waarvan de gevolgen kennelijk onevenredig zijn met het nagestreefde doel, en mag hij evenmin, zonder noodzaak, beperkingen opleggen ten aanzien van bepaalde categorieën van personen.4 De steller van het ontwerp moet op dit punt een afdoende verantwoording kunnen geven. 2. De artikelen 72 tot 78 van het ontwerp voorzien in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 `betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd', wat de vrijwillige personeelsleden van de Civiele Bescherming betreft. Vooraan in het ontwerp zou dan ook een bepaling ingevoegd moeten worden waarin vermeld wordt dat het ontwerp voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2003/88/EG.5 Volgens artikel 2, lid 1, van richtlijn 2003/88/EG wordt onder "arbeidstijd" "de tijd [verstaan] waarin de werknemer werkzaam is, ter beschikking van de werkgever staat en zijn werkzaamheden of functie uitoefent, overeenkomstig de nationale wetten en/of gebruiken".
In artikel 72 van het ontwerp wordt een definitie gegeven van de begrippen "diensttijd", "rust", "wachtdienst in de kazerne" en "oproepbaarheidsdienst".
Van de oproepbaarheidsdienst wordt de volgende definitie gegeven (artikel 72, 4°, van het ontwerp): "een periode waarin het vrijwillige personeelslid, zonder in de kazerne te moeten zijn, zich beschikbaar verklaart om gevolg te geven aan een oproep voor een interventie.
Enkel de periode van de interventie wordt als diensttijd aangerekend." In zijn arrest nr. C-518/15 van 21 februari 2018 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie voor recht gezegd dat artikel 2 van richtlijn 2003/88 "aldus moet worden uitgelegd dat de thuiswachtdienst die door een werknemer wordt verricht, waarbij deze verplicht is om binnen acht minuten gehoor te geven aan oproepen van zijn werkgever, zodat zijn mogelijkheid om andere activiteiten te ondernemen zeer sterk wordt beperkt, als "arbeidstijd" aangemerkt moet worden".
Daaruit volgt dat richtlijn 2003/88/EG bij artikel 72 van het ontwerp niet correct omgezet wordt. 3. Voor de artikelen 86 tot 96 van het ontwerp is thans geen rechtsgrond te vinden. Voor de bepalingen betreffende het uitvoeren van een alcohol- of drugtest, die een inmenging vormen in het recht op de eerbiediging van het privéleven, dat gewaarborgd wordt bij artikel 22 van de Grondwet, is immers geen toereikende rechtsgrond te vinden in artikel 156 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten `betreffende de civiele veiligheid'.6 Die artikelen worden dan ook niet onderzocht. 4. Volgens de documenten die bij de adviesaanvraag zijn gevoegd heeft de inspecteur van Financiën op 20 en 27 oktober 2017 en op 9 en 23 januari 2018 over dit ontwerp een ongunstig advies uitgebracht over het ontwerp en heeft de minister van Begroting zich per brief van 5 februari 2018 niet akkoord verklaard met het ontwerp. Uit het dossier dat aan de afdeling Wetgeving overgezonden is, blijkt evenwel dat de Ministerraad zich tijdens zijn vergadering van 4 april 2018 gunstig uitgesproken heeft over het ontwerp.
Bijgevolg moet, overeenkomstig artikel 8 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 `betreffende de administratieve en begrotingscontrole' het zesde lid van de aanhef vervangen worden door het volgende lid: "Gelet op het besluit van de Ministerraad van 4 april 2018 waarbij wordt voorbijgegaan aan de niet-akkoordbevinding van de Minister van Begroting." BIJZONDERE OPMERKINGEN AANHEF 1. In het eerste lid behoort niet naar artikel 43ter, § 8, van de wetten `op het gebruik van de talen in bestuurszaken', gecoördineerd op 18 juli 1966, verwezen te worden, aangezien die bepaling geen rechtsgrond oplevert voor het ontwerp.2. Het tweede en het vierde lid vormen evenmin een rechtsgrond van het ontwerp. Die leden dienen in de vorm van een overweging gesteld te worden.7 3. De aanhef moet aangevuld worden met de vermelding van de besluiten die bij artikel 109 van het ontwerp opgeheven worden. DISPOSITIEF Artikel 8 Deze bepaling vormt louter een herhaling van een vereiste dat reeds geldt met toepassing van artikel 156 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten `betreffende de civiele veiligheid'.
Die bepaling is bijgevolg overbodig en moet vervallen.
Artikel 28 In de Franse tekst van het vijfde en het negende lid dient naar het koninklijk besluit verwezen te worden met opgave van de datum ervan.
Een soortgelijke opmerking geldt voor het vervolg van het ontwerp.
Artikel 32 Met het oog op de overeenstemming met de Nederlandse tekst dienen in de Franse tekst van het tweede lid de woorden "le volontaire spécialiste" vervangen te worden door de woorden "du volontaire spécialiste".
Artikelen 75 en 76 De vraag rijst door welke overheid het huishoudelijk reglement opgesteld wordt waarvan in de artikelen 75 en 76 sprake is.
De griffier, De voorzitter van de Raad van State, Béatrice DRAPIER Jacques JAUMOTTE _______ Nota's (*) Bij e-mail van 16 april 2018. 1 Belgisch Staatsblad, 9 oktober 2017, 91493. 2 Zie advies nr. 49.323/1, dat op 3 maart 2011 gegeven is over een voorontwerp dat geleid heeft tot de
wet van 12 april 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/04/2011
pub.
28/04/2011
numac
2011012030
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Wet houdende aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging van de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord, en tot uitvoering van het compromis van de Regering met betrekking tot het ontwerp van interprofessioneel akkoord
type
wet
prom.
12/04/2011
pub.
03/09/2012
numac
2012000535
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging van de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord, en tot uitvoering van het compromis van de Regering met betrekking tot het ontwerp van interprofessioneel akkoord. - Duitse vertaling
sluiten `houdende aanpassing van de wet van 1 februari 2011 houdende verlenging van de crisismaatregelen en uitvoering van het interprofessioneel akkoord, en tot uitvoering van het compromis van de Regering met betrekking tot het ontwerp van interprofessioneel akkoord' (Parl.St. Kamer 2010-11, nr. 53-1322/001, 55 en 56) en advies nr. 54.231/1, dat op 6 november 2013 gegeven is over een voorontwerp dat geleid heeft tot de
wet van 26 december 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/12/2013
pub.
31/12/2013
numac
2013012289
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Wet betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen
sluiten `betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen' (Parl.St. Kamer 2013-14, nr. 53-3144/001, 113). 3 Voetnoot 15 van het tweede geciteerd advies: GwH 14 juli 2004, nr. 130/2004, B.5; GwH 15 september 2004, nr. 150/2004, B.12; GwH 14 december 2005, nr. 189/2005, B.9; GwH 14 september 2006, nr. 135/2006, B.10; GwH 14 september 2006, nr. 137/2006, B.7.1; GwH 28 september 2006, nr. 145/2006, B.5.1; GwH 20 juni 2007, nr. 87/2007, B.5; GwH 31 juli 2008, nr. 114/2008, B.3; GwH 1 september 2008, nr. 121/2008, B.11.1; GwH 29 juli 2010, nr. 94/2010, B.6.2; GwH 14 oktober 2010, nr. 113/2010, B.3.2; GwH 18 november 2010, nr. 131/2010, B.8.2;
GwH 13 januari 2011, nr. 2/2011, B.4.2. Zie in dat verband ook: M. BOSSUYT, "Artikel 23 in de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof", in W. RAUWS en M. STROOBANT (eds.), Sociale en economische grondrechten.
Les droits économiques et sociaux, Antwerpen-Louvain-La-Neuve, Intersentia, Anthemis, 2010, p. 64. 4 Zie GwH 15 oktober 2015, nr. 139/2015, B.10 tot B.17. 5 Zie inzonderheid advies 55.165/2, dat op 6 februari 2014 gegeven is over een ontwerp dat geleid heeft tot het
koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
24/10/2001
numac
2001000905
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
23/03/2018
numac
2018030614
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten8 `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones'. 6 Volgens een voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken (waarover op 12 februari 2018 advies 62.767/2 gegeven is) zou in de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten een artikel 156/1 ingevoegd worden, luidende: "De FOD Binnenlandse Zaken kan in het kader van het eventueel opleggen van een tuchtsanctie, overgaan tot het uitvoeren van een alcohol- of drugtest bij de leden van de Civiele Bescherming onder de hierna bepaalde voorwaarden.
Het vrijwillig of het beroepspersoneelslid van de Civiele Bescherming dat tijdens de dienst kennelijke tekenen vertoont van onder invloed van alcohol te zijn, onderwerpt zich op vraag van zijn hiërarchische meerdere aan een ademtest. De Koning bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van de ademtest.
Het vrijwillig of het beroepspersoneelslid van de Civiele Bescherming dat tijdens de dienst kennelijke tekenen vertoont van onder invloed te zijn van drugs, onderwerpt zich op vraag van zijn hiërarchische meerdere aan een drugtest. De Koning bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van de drugtest." 7 Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling 25.
29 JUNI 2018. - Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, inzonderheid op artikel 43ter, § 4, vijfde lid, ingevoegd bij de
wet van 12 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/06/2002
pub.
12/10/2002
numac
2002002129
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
Wet tot wijziging van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966
type
wet
prom.
12/06/2002
pub.
02/07/2002
numac
2002012838
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van de nieuwe gemeentewet, wat de terbeschikkingstelling van het personeel betreft
sluiten;
Gelet op de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten betreffende de civiele veiligheid, artikel 156;
Gelet op het Koninklijk besluit van 11 maart 1954 houdende statuut van het korps burgerlijke bescherming;
Gelet op het
Koninklijk Besluit van 16 november 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
24/10/2001
numac
2001000905
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
23/03/2018
numac
2018030614
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten2 houdende hervorming van de loopbaan van bepaalde personeelsleden die houder zijn van operationele graden van de FOD Binnenlandse Zaken;
Gelet op het
Koninklijk besluit van 11 mei 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
24/10/2001
numac
2001000905
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
23/03/2018
numac
2018030614
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten4 tot vaststelling van de bijzondere toelaatbaarheidsvereisten voor sommige graden en functies bij de Algemene Directie van de Civiele Veiligheid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken;
Gelet op het
Koninklijk besluit van 29 augustus 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
24/10/2001
numac
2001000905
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
23/03/2018
numac
2018030614
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten5 tot organisatie van de opleidingscursussen betreffende brevet I voor de operationele personeelsleden van de Civiele Bescherming;
Gelet op het Ministerieel Besluit van 22 november 1985 tot vaststelling van de werking van de permanente eenheden en van de grote wachten van de Civiele Bescherming Gelet op Het
Ministerieel besluit van 26 september 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/06/2002
pub.
12/10/2002
numac
2002002129
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
Wet tot wijziging van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966
type
wet
prom.
12/06/2002
pub.
02/07/2002
numac
2002012838
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van de nieuwe gemeentewet, wat de terbeschikkingstelling van het personeel betreft
sluiten4 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 13 mei 1999 tot regeling van het medisch toezicht op het personeel van sommige overheidsdiensten;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 en 27 oktober 2017 en 9 en 23 januari 2018;
Gelet op het besluit van de Ministerraad van 4 april 2018 waarbij wordt voorbijgegaan aan de niet-akkoordbevinding van de Minister van Begroting;
Gelet op het akkoord van de Minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 22 november 2017;
Gelet op het Protocol nr. 2017/04 en nr. 2018/01 van Sectorcomité V, gesloten op 26 januari 2018 en op 18 mei 2018;
Gelet op het advies van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, gegeven op 2 mei 2018;
Gezien het artikel 8, § 1, 4°, van de
wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/12/2013
pub.
31/12/2013
numac
2013021138
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging
sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging, is dit besluit vrijgesteld van een regelgevingsimpactanalyse omdat het bepalingen van autoregulering betreft;
Gelet op het advies 63.326/2 van de Raad van State, gegeven op 28 mei 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken;
Overwegende het Koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel;
Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : BOEK I. - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.Boek 7 van dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn nr 2003/88/EG. Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder : 1° de Minister: de Minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken;2° de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten: de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten betreffende de civiele veiligheid;3° de operationele eenheid: de operationele eenheid van de Civiele Bescherming, vermeld in artikel 153 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten;4° de Voorzitter: de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Binnenlandse Zaken;5° de Directeur-generaal: de Directeur-generaal van de Algemene Directie Civiele Veiligheid van de FOD Binnenlandse Zaken;6° de Directeur P&O: de Directeur van de Stafdienst P&O van de FOD Binnenlandse Zaken;7° de eenheidschef: de ambtenaar die de operationele eenheid leidt;8° de directeur operaties van de civiele veiligheid, hierna te noemen "directeur operaties": de leidend ambtenaar van de centrale diensten van de Algemene Directie Civiele Veiligheid belast met de operaties;9° de representatieve vakorganisaties: de representatieve vakorganisaties, vermeld in het koninklijk besluit van 28 september 1984 houdende uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van zijn personeel;10° het beroepspersoneelslid: het beroepslid van de Civiele Bescherming als vermeld in artikel 155, tweede lid, van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten;11° het vrijwillig personeelslid: het vrijwillig lid van de Civiele Bescherming als vermeld in artikel 155, derde lid, van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
sluiten;12° het personeelslid: de persoon die deel uitmaakt van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming, ongeacht of het een vrijwillig personeelslid of een beroepspersoneelslid is;13° het opleidingscentrum voor de civiele veiligheid: opleidingscentrum voor de civiele veiligheid als vermeld in artikel 175/1 van de wet van mei 2007;14° het geldelijk statuut: het koninklijk besluit van 29 juni 2018 houdende de bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de Civiele Bescherming;15° diploma van niveau A, B of C : diploma of getuigschrift dat toegang geeft tot de functies van niveau A, B of C binnen de federale overheidsdiensten bedoeld in de bijlage bij het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel;16° het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
24/10/2001
numac
2001000905
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
03/07/1967
pub.
23/03/2018
numac
2018030614
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten0: het
koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten
ty …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.