← België

Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbela

Kort samengevat

Deze wet wijzigt het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 om de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting in te voeren en regels voor de belasting van niet-inwoners aan te passen. Het doel is om de financiering van de Gemeenschappen en Gewesten te regelen en de toepassing van gewestelijke belastingregels te verduidelijken.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
8 MEI 2014. - Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten3 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten3 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Toepassing van de gewestelijke belastingregels in de belasting van niet-inwoners Art. 2.In titel V, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt een hoofdstuk V ingevoegd, met als opschrift "Hoofdstuk V - Toepassing van de gewestelijke belastingregels". Art. 3.In titel V, hoofdstuk V, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 2 van deze wet, wordt een artikel 248/1 ingevoegd, luidende : "Art. 248/1.Aan de in artikel 227, 1°, vermelde belastingplichtigen worden de belastingverminderingen verleend die op grond van artikel 6, § 2, eerste lid, 4°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten3 tot financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, zoals het bestond alvorens het werd gewijzigd door de bijzondere wet van 6 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten3, door een gewest worden verleend, wanneer ze aan elk van de onderstaande voorwaarden voldoen : 1° de belastingplichtige is een inwoner van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;2° de belastingplichtige heeft in België belastbare beroepsinkomsten behaald of verkregen die ten minste 75 pct.bedragen van het geheel van zijn in het belastbaar tijdperk behaalde of verkregen binnenlandse en buitenlandse beroepsinkomsten; 3° de belastingplichtige is overeenkomstig de artikelen 248/2 en 248/3 gelokaliseerd in het gewest dat de verminderingen verleent.". Art. 4.Artikel 248/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 3 van deze wet, wordt vervangen als volgt : "Art. 248/1.Om rekening te houden met de gewestelijke belastingregels wordt een in artikel 227, 1°, vermelde belastingplichtige in wiens hoofde de belasting overeenkomstig artikel 244 wordt berekend, in een gewest gelokaliseerd overeenkomstig de artikelen 248/2 en 248/3.". Art. 5.In titel V, Hoofdstuk V, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 2 van deze wet wordt een artikel 248/2 ingevoegd, luidende : "Art. 248/2.§ 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de in artikel 227, 1° bedoelde niet-inwoners in één enkel gewest gelokaliseerd. Enkel de in België belastbare beroepsinkomsten die in de aangifte daadwerkelijk worden geregulariseerd overeenkomstig de artikelen 232 en 248, §§ 2 en 3, worden in aanmerking genomen voor de toepassing van dit hoofdstuk. § 2. Om een niet-inwoner in een gewest te lokaliseren, worden achtereenvolgens de volgende regels toegepast : 1° wanneer de niet-inwoner zijn in België belastbare beroepsinkomen in een enkel gewest heeft behaald, wordt hij geacht in dat gewest gelokaliseerd te zijn;2° wanneer de niet-inwoner zijn in België belastbare beroepsinkomen in meer dan één gewest heeft behaald, wordt hij geacht gelokaliseerd te zijn in het gewest waar het hoogste netto beroepsinkomen - berekend op twee decimalen - werd behaald;3° wanneer de niet-inwoner zijn in België belastbare beroepsinkomen in meer dan één gewest heeft behaald en hij ofwel in elk gewest een gelijk netto beroepsinkomen heeft behaald - berekend op twee decimalen -, ofwel in twee gewesten een gelijk hoogste netto beroepsinkomen heeft behaald, wordt hij geacht gelokaliseerd te zijn in het gewest waar het hoogste aantal effectief gewerkte dagen werd gepresteerd;4° wanneer de niet-inwoner in meer dan één gewest een gelijk hoogste netto beroepsinkomen heeft behaald en in elk van die gewesten een gelijk aantal effectief gewerkte dagen heeft gepresteerd, wordt hij geacht gelokaliseerd te zijn in het gewest waarin hij het vorige belastbaar tijdperk was gelokaliseerd. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder netto-beroepsinkomen verstaan het beroepsinkomen na aftrek van de beroepskosten en vóór toepassing van de economische vrijstellingen en de aftrek van beroepsverliezen. § 3. In geval van een gemeenschappelijke aanslag : 1° worden beide echtgenoten in hetzelfde gewest gelokaliseerd;2° worden voor de toepassing van § 2, eerste lid, 1° en 2°, de netto beroepsinkomsten van beide echtgenoten samengeteld; 3° worden voor de toepassing van § 2, eerste lid, 3°, de effectief gepresteerde dagen van beide echtgenoten samengeteld.". Art. 6.In titel V, hoofdstuk V, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 2 van deze wet, wordt een artikel 248/3 ingevoegd, luidende : "Art. 248/3.§ 1. Om te bepalen in welk gewest een beroepsinkomen werd behaald, worden de in paragraaf 2 vermelde regels toegepast. § 2. Bezoldigingen van werknemers, andere dan vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen, worden geacht te zijn behaald : 1° wat de bezoldigingen van een werknemer die het belangrijkste deel van zijn verplichtingen ten aanzien van zijn werkgever op eenzelfde plaats van tewerkstelling in België vervult, betreft, in het gewest waar die gewoonlijke plaats van tewerkstelling is gelegen. Een werknemer die zijn beroepswerkzaamheid uitoefent aan boord van een transportmiddel dat wordt geëxploiteerd in het nationaal of internationaal transport, wordt geacht zijn gewoonlijke plaats van tewerkstelling te hebben op de plaats in België waar hij in de regel een dienstperiode of een reeks van dienstperiodes aanvangt en beëindigt; 2° wat de bezoldigingen van een werknemer die geen gewoonlijke plaats van tewerkstelling heeft in de zin van het 1° betreft : in het gewest waar de vestiging van de werkgever is gelegen waar of van waaruit hij zijn instructies ontvangt;3° wat de niet bij toepassing van het 1° en 2° lokaliseerbare bezoldigingen betreft : - in het gewest waar de beroepswerkzaamheid effectief werd uitgeoefend, indien de beroepswerkzaamheid in België wordt uitgeoefend; - in het gewest waar de werkgever is gevestigd, in de andere gevallen. Bezoldigingen van bedrijfsleiders, andere dan vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van bezoldigingen, worden geacht te zijn behaald : 1° wat de beloningen die zijn verkregen voor de uitoefening van een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of soortgelijke functies betreft, in het gewest waar de rechtspersoon is gevestigd;2° wat de andere beloningen betreft, in het gewest dat wordt bepaald overeenkomstig de in het eerste lid vermelde regels voor bezoldigingen van werknemers. Winst, andere dan vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke winstderving, wordt geacht te zijn behaald : 1° in het gewest waar de Belgische inrichting is gelegen waaraan de winst kan worden toegekend;2° wat de inkomsten uit de verhuring of vervreemding van een onroerend goed of uit de vestiging of overdracht van zakelijke rechten op een onroerend goed die niet aan een Belgische inrichting kunnen worden toegekend betreft, in het gewest waar het onroerend goed is gelegen;3° wat de winst die voortkomt uit de hoedanigheid van vennoot in een vennootschap, een samenwerkingsverband of een vereniging die bij toepassing van artikel 29, § 2, wordt geacht een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid te zijn, betreft, in het gewest waar de zetel van de vennootschap, het samenwerkingsverband of de vereniging is gevestigd. Baten, andere dan vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van baten, worden geacht te zijn behaald : 1° in het gewest waar de inrichting is gelegen waaraan de baten kunnen worden toegekend;2° wat de niet overeenkomstig het 1° lokaliseerbare inkomsten betreft, in het gewest waar de beroepswerkzaamheid wordt uitgeoefend. Winst en baten van een vorige beroepswerkzaamheid worden geacht te zijn behaald in het gewest dat wordt bepaald overeenkomstig de regels voor winst of baten, naargelang het geval. Bezoldigingen van meewerkende echtgenoten worden geacht te zijn behaald in het gewest waar de toekennende echtgenoot winst of baten behaalt. Vergoedingen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van inkomsten worden geacht te zijn behaald : 1° wat de vergoedingen die door een gewest worden toegekend betreft, in het gewest dat de vergoeding toekent;2° wat de andere vergoedingen betreft : - in het gewest waar de inkomsten uit de beroepswerkzaamheid uit hoofde waarvan de vergoedingen worden uitgekeerd, overeenkomstig de regels die zijn omschreven in de vorige leden, laatst werden behaald; - in het gewest waar de schuldenaar van de vergoedingen is gevestigd, wanneer de vergoedingen niet uit hoofde van de uitoefening van een beroepswerkzaamheid worden uitgekeerd. Pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen worden geacht te zijn behaald : 1° in het gewest waar, overeenkomstig de regels die zijn omschreven in de vorige leden, het hoogste netto beroepsinkomen werd behaald of, in geval van toepassing van artikel 248/2, § 2, eerste lid, 3°, het hoogste aantal effectief gewerkte dagen werd gepresteerd, in het belastbaar tijdperk voorafgaand aan het belastbaar tijdperk van de pensionering of de vaststelling van de bestendige arbeidsongeschiktheid van de belastingplichtige;2° onder voorbehoud van het 1°, in het gewest waar, overeenkomstig de regels die zijn omschreven in de vorige leden, de beroepsinkomsten die de pensioenrechten hebben doen ontstaan werden behaald;3° onder voorbehoud van het 1° en 2°, in het gewest waar de schuldenaar van het pensioen is gevestigd, wanneer : - de beroepsinkomsten die de pensioenrechten hebben doen ontstaan, geen verband houden met een in België uitgeoefende beroepswerkzaamheid; - niet kan worden aangetoond in welk gewest de beroepsinkomsten die de pensioenrechten hebben doen ontstaan, werden behaald; - het pensioen geen verband houdt met het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid. De in artikel 228, § 3, vermelde inkomsten worden geacht te zijn behaald in het gewest waar de schuldenaar van de inkomsten is gevestigd.". Art. 7.De artikelen 2, 3, 5 en 6 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2014. Artikel 4 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2015. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting Afdeling 1. - Wijzigingen aan de bepalingen inzake personenbelasting Onderafdeling 1. - Definities Art. 8.In artikel 2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 20/09/2001 numac 2001003402 bron ministerie van financien Wet houdende hervorming van de personenbelasting type wet prom. 10/08/2001 pub. 07/09/2001 numac 2001022618 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van economische zaken Wet houdende de aanpassing van de arbeidsongevallenverzekering aan de Europese richtlijnen betreffende de directe verzekering met uitzondering van de levensverzekering type wet prom. 10/08/2001 pub. 29/11/2002 numac 2002015034 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Slovenië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Ljubljana op 22 juni 1998 (2) sluiten en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2004, 15 december 2004, 27 december 2006, 11 december 2008 en 30 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 1°, eerste lid, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt : "a) de natuurlijke personen die : - hun woonplaats in België hebben gevestigd; - wanneer ze geen woonplaats hebben in België, de zetel van hun fortuin in België hebben gevestigd; 2° in § 1, 1°, tweede lid, worden de woorden "of de zetel van hun fortuin" opgeheven;3° paragraaf 1 wordt aangevuld met een bepaling onder 15°, luidende : "15° Eigen woning Onder eigen woning wordt verstaan de woning als bedoeld in artikel 5/5, § 4, tweede tot achtste lid, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten3 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten";4° het wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : " § 3.De termen "belasting Staat", "gereduceerde belasting Staat", "federale personenbelasting", "gewestelijke opcentiemen", "gewestelijke korting", "gewestelijke belastingvermeerdering", "gewestelijke belastingvermindering", "gewestelijk belastingkrediet", "gewestelijke personenbelasting"en "totale belasting" hebben voor de toepassing van dit Wetboek en de besluiten die in uitvoering ervan worden genomen de betekenis die eraan wordt gegeven in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten3 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.". Onderafdeling 2. - Wijzigingen inzake de grondslag van de personenbelasting Art. 9.In artikel 7, § 1, 1°, a, eerste streepje, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 27 december 2004 en 22 december 2009, worden de woorden "de in artikel 12, § 3, vermelde woning" vervangen door de woorden "de eigen woning". Art. 10.In artikel 9 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° voor het enige lid, dat het tweede lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende : "Voor de toepassing van deze afdeling en onder voorbehoud van artikel 494, §§ 3 en 6, wordt het uit een schatting of herschatting voortspruitend kadastraal inkomen geacht te bestaan vanaf de dag waarop het feit waarvan de aangifte bij toepassing van artikel 473 is voorgeschreven, zich heeft voorgedaan."; 2° in het enige lid, dat door het 1° het tweede lid is geworden, worden de woorden "uitgedrukt in maanden" vervangen door de woorden "uitgedrukt in dagen". Art. 11.Artikel 12, § 3, ingevoegd bij de programmawet van 31 december 2004 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2005 en 25 april 2007, wordt als volgt vervangen : " § 3. Het inkomen van de eigen woning wordt vrijgesteld.". Art. 12.In artikel 14 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 2001 en 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid, 1°, wordt vervangen als volgt : "1° de interest uit hoofde van schulden die specifiek zijn aangegaan om onroerende goederen te verwerven of te behouden waarvan het inkomen na toepassing van artikel 12 begrepen is in de belastbare onroerende inkomsten, met dien verstande dat interest betreffende een schuld die voor één enkel onroerend goed is aangegaan, van het totale bedrag van de onroerende inkomsten kan worden afgetrokken;"; 2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "met betrekking de in het 1° bedoelde goederen" ingevoegd tussen de woorden "gelijkaardige onroerende rechten" en de woorden ", met uitsluiting van"; 3° tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende : "Wanneer het onroerend goed waarvoor de in het eerste lid, 1°, bedoelde schuld werd aangegaan of waarvoor de in het eerste lid, 2°, bedoelde termijnen zijn betaald, na toepassing van artikel 12 slechts gedurende een gedeelte van het belastbaar tijdperk belastbare onroerende inkomsten heeft opgebracht, zijn de in het eerste lid vermelde intresten en termijnen slechts aftrekbaar wanneer ze zijn betaald in het gedeelte van het belastbaar tijdperk waarin het onroerend goed belastbare onroerende inkomsten heeft opgebracht.". Art. 13.In artikel 19, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt : "a) hetzij contracten die een gewaarborgd rendement bepalen en waarvan geen enkele premie aanleiding heeft gegeven tot : - een belastingvermindering voor het lange termijnsparen overeenkomstig de artikelen 1451 tot 14516; - een gewestelijke belastingvermindering of een gewestelijk belastingkrediet;". Art. 14.Artikel 31, derde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, wordt opgeheven. Art. 15.In artikel 34 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1992, 19 juli 2000, 28 april 2003, 27 december 2004, 22 december 2008 en 28 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 2°, eerste lid, d, worden de woorden "in de artikelen 104, 9°, en 1451, 2°." vervangen door de woorden "in artikel 1451, 2° ;"; 2° § 1, 2°, eerste lid, wordt aangevuld met een bepaling onder e), luidende : "e) bijdragen waarvoor een gewestelijke belastingvermindering of een gewestelijk belastingkrediet werd verleend."; 3° in paragraaf 5 worden de woorden "in de artikelen 104, 9°, en 1451, 2°, " vervangen door de woorden "in § 1, 2°, eerste lid, d en e,". Art. 16.In artikel 39, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004, 27 december 2005, wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt : "a) geen vrijstelling is toegepast overeenkomstig bepalingen die vóór het aanslagjaar 1993 van toepassing waren, de in artikel 1451, 2°, vermelde belastingvermindering niet is verleend, en geen gewestelijke belastingvermindering of gewestelijk belastingkrediet is verleend;". Art. 17.In artikel 87, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 20/09/2001 numac 2001003402 bron ministerie van financien Wet houdende hervorming van de personenbelasting type wet prom. 10/08/2001 pub. 07/09/2001 numac 2001022618 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van economische zaken Wet houdende de aanpassing van de arbeidsongevallenverzekering aan de Europese richtlijnen betreffende de directe verzekering met uitzondering van de levensverzekering type wet prom. 10/08/2001 pub. 29/11/2002 numac 2002015034 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Slovenië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Ljubljana op 22 juni 1998 (2) sluiten, worden de woorden "behalve wanneer daardoor de aanslag wordt verhoogd" vervangen door de woorden "behalve wanneer daardoor de belasting Staat verhoogd met de belasting op de in de artikelen 17, § 1, 1° tot 3°, en 90, 6° en 9°, vermelde inkomsten en op de meerwaarden op roerende waarden en titels die op grond van artikel 90, 1°, belastbaar zijn, voor beide echtgenoten samen genomen wordt verhoogd". Art. 18.Artikel 88, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 20/09/2001 numac 2001003402 bron ministerie van financien Wet houdende hervorming van de personenbelasting type wet prom. 10/08/2001 pub. 07/09/2001 numac 2001022618 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van economische zaken Wet houdende de aanpassing van de arbeidsongevallenverzekering aan de Europese richtlijnen betreffende de directe verzekering met uitzondering van de levensverzekering type wet prom. 10/08/2001 pub. 29/11/2002 numac 2002015034 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Slovenië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Ljubljana op 22 juni 1998 (2) sluiten, wordt vervangen als volgt : "Deze bepaling wordt niet toegepast wanneer daardoor de belasting Staat verhoogd met de belasting op de in de artikelen 17, § 1, 1° tot 3°, en 90, 6° en 9°, vermelde inkomsten en op de meerwaarden op roerende waarden en titels die op grond van artikel 90, 1°, belastbaar zijn, voor beide echtgenoten samengenomen wordt verhoogd.". Art. 19.Artikel 93bis, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 oktober 1996 en vervangen bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten1, wordt als volgt vervangen : "1° een overdracht onder bezwarende titel van de woning die gedurende een ononderbroken periode van ten minste 12 maanden die de maand van de vervreemding voorafgaat, de eigen woning is geweest van de belastingplichtige. Evenwel mag tussen de periode van ten minste 12 maanden en de maand van vervreemding nog een periode van maximaal 6 maanden liggen, gedurende dewelke de woning niet in gebruik mag zijn genomen;". Art. 20.In artikel 104 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de inleidende zin wordt vervangen als volgt : "De volgende bestedingen worden van het totale netto-inkomen afgetrokken, in zover zij in het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald :";2° de bepaling onder 9° wordt opgeheven. Art. 21.Artikel 105 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 24 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten5 en gewijzigd bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten0, wordt vervangen als volgt : "Art. 105.Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, worden de aftrekken bedoeld in artikel 104 als volgt aangerekend : 1° de uitgaven die door beide echtgenoten samen verschuldigd zijn, worden eerst evenredig aangerekend op de totale netto-inkomens van beide echtgenoten; 2° vervolgens worden de uitgaven die door één echtgenoot persoonlijk verschuldigd zijn, bij voorrang aangerekend op het totale netto-inkomen van die echtgenoot en het eventuele saldo wordt op het totale netto-inkomen van de andere echtgenoot aangerekend.". Art. 22.In titel II, hoofdstuk II, afdeling VI, van hetzelfde Wetboek wordt het onderdeel "E. Aftrek voor enige woning" dat de artikelen 115 en 116 bevat, vervangen bij de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2005, 27 december 2006, 25 april 2007 en 24 december 2008, opgeheven. Art. 23.In artikel 131 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten6, wordt tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende : "In geval van toepassing van de artikelen 14537 of 539, en wanneer het belastbare inkomen van de belastingplichtige hoger is dan 15 220 EUR verhoogd met het verschil tussen het in het eerste lid, 1°, vermelde basisbedrag en het in het eerste lid, 3°, vermelde basisbedrag, is, in afwijking van het eerste lid, het basisbedrag dat wordt vrijgesteld van de belasting gelijk aan 4 095 EUR, verhoogd met het positieve verschil tussen : a) het verschil tussen het in het eerste lid, 1°, vermelde basisbedrag en het in het eerste lid, 3°, vermelde basisbedrag en b) het positieve verschil tussen : - het belastbaar inkomen verminderd met het bedrag dat in beginsel in aanmerking komt voor de toepassing van de belastingverminderingen bedoeld in de artikelen 14537 of 539, eventueel beperkt tot het in die artikelen vastgestelde maximumbedrag en - 15 220 EUR.".". Onderafdeling 3. - Berekening van de personenbelasting Art. 24.In artikel 1451 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wetten van 17 november 1998, 25 januari 1999, 17 mei 2000, 24 december 2002, 28 april 2003, 27 december 2004, 27 december 2005 en 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 2° worden de woorden "en voor zover dat kapitaal niet dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening die voor de in artikel 104, 9°, bedoelde woning is aangegaan" opgeheven;2° in de bepaling onder 3° worden de woorden "andere dan de in artikel 104, 9°, vermelde woning" vervangen door de woorden "andere dan de eigen woning van de belastingplichtige". Art. 25.Artikel 1454 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wetten van 20 september 2001, 24 december 2002 en 22 december 2008, wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende : "4° het kapitaal dat in uitvoering van het levensverzekeringscontract wordt gevestigd, niet dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een lening die is aangegaan om de woning te verwerven of te behouden die op het moment waarop de premies of bijdragen zijn betaald de eigen woning is van de belastingplichtige.". Art. 26.Artikel 1455 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 mei 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/05/2000 pub. 16/06/2000 numac 2000003350 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de artikelen 1451 en 1455 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 sluiten en gewijzigd bij de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten, wordt aangevuld met een lid, luidende : "De in artikel 1451, 3°, vermelde betalingen, komen niet voor de vermindering in aanmerking wanneer de woning waarvoor de hypothecaire lening is aangegaan, op het tijdstip van de betaling de eigen woning is van de belastingplichtige.". Art. 27.In artikel 1456, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 27/12/2004 pub. 31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten en gewijzigd bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste streepje worden de woorden ", met uitsluiting van het beroepsinkomen dat overeenkomstig artikel 171 wordt belast," ingevoegd tussen de woorden "totale beroepsinkomen" en de woorden "en 6 pct.van het overige"; 2° de bepaling onder het tweede streepje wordt vervangen als volgt : "- en anderzijds het bedrag van de uitgaven voor het verwerven of behouden van de eigen woning waarvoor de in de artikelen 14537 en 14539 vermelde verminderingen kunnen worden verleend, zonder evenwel rekening te houden met de eventuele verhogingen bedoeld in artikel 14537, § 2, tweede en derde lid.". Art. 28.Artikel 1457 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 wordt, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2. Wanneer de betrokken aandelen anders dan bij overlijden worden overgedragen binnen de vijf jaar na de aanschaffing ervan, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbaar tijdperk van de vervreemding, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één zestigste van de overeenkomstig paragraaf 1 verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de periode van 60 maanden.". Art. 29.Artikel 14523 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten9 en vervangen bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten0, wordt vervangen als volgt : " § 1. In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de in artikel 14521 vermelde belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten. § 2. Het deel van de in artikel 14521 vermelde belastingvermindering dat betrekking heeft op uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques en dat niet kan worden aangerekend op de gewestelijke opcentiemen en gewestelijke belastingvermeerderingen of op het saldo van de federale personenbelasting, wordt omgezet in een terugbetaalbaar gewestelijk belastingkrediet. Deze paragraaf is niet van toepassing van zodra het belastbare inkomen van de belastingplichtige, met uitsluiting van de inkomsten die overeenkomstig artikel 171 worden belast, het in artikel 131, eerste lid, 1°, bedoelde bedrag overschrijdt. Deze paragraaf is evenmin van toepassing op een belastingplichtige die beroepsinkomsten heeft die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten.". Art. 30.In artikel 14524 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 20/09/2001 numac 2001003402 bron ministerie van financien Wet houdende hervorming van de personenbelasting type wet prom. 10/08/2001 pub. 07/09/2001 numac 2001022618 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van economische zaken Wet houdende de aanpassing van de arbeidsongevallenverzekering aan de Europese richtlijnen betreffende de directe verzekering met uitzondering van de levensverzekering type wet prom. 10/08/2001 pub. 29/11/2002 numac 2002015034 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Slovenië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Ljubljana op 22 juni 1998 (2) sluiten en laatst gewijzigd bij de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.De verminderingen voor energiebesparende uitgaven die in 2011 en 2012 werden betaald en overeenkomstig de voor die uitgaven geldende bepalingen kunnen worden overgedragen naar de drie belastbare tijdperken volgend op dat waarin de uitgaven werkelijk zijn gedaan, worden verleend binnen de in deze paragraaf vermelde begrenzingen en modaliteiten. Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk en per woning niet meer bedragen dan 2 000 euro. Dit bedrag wordt echter verhoogd met 600 euro voor zover deze verhoging uitsluitend betrekking heeft op een overgedragen vermindering voor uitgaven voor de plaatsing van zonnecelpanelen voor het omzetten van zonne-energie in elektrische energie. Wanneer het totaal van de overgedragen belastingverminderingen het in het tweede lid beoogde grensbedrag overschrijdt, kan het overschot dat betrekking heeft op het nog overdraagbaar gedeelte van de overgedragen verminderingen, worden overgedragen. In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten. Het deel van de belastingverminderingen dat betrekking heeft op energiebesparende uitgaven als bedoeld in het eerste lid, 1°, en 4° tot 7°, zoals het van toepassing was voor het belastbaar tijdperk waarin de uitgaven werden betaald, en dat na toepassing van artikel 178/1 niet is aangerekend, wordt omgezet in terugbetaalbaar belastingkrediet. Het vorige lid is niet van toepassing op een belastingplichtige die beroepsinkomsten heeft die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten. De Koning bepaalt de volgorde waarin de in deze paragraaf bedoelde verminderingen worden aangerekend."; 2° in § 3, eerste lid, worden de woorden "aan de in § 1, eerste lid, bedoelde belastingplichtige" opgeheven; 3° in § 3, derde lid, wordt de bepaling onder b) als volgt vervangen : "b) waarvoor de toepassing van de artikelen 14, 526, § 1, of 539, of van een gewestelijke belastingvermindering of een gewestelijk belastingkrediet werd gevraagd."; 4° § 3, vierde lid, wordt vervangen als volgt : "In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.". Art. 31.In artikel 14525 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 8 april 2003, 9 juli 2004, 14 april 2011 en 13 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het vierde lid wordt de bepaling onder c) opgeheven; 2° het zevende lid wordt vervangen als volgt : "In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.". Art. 32.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt de onderafdeling IIsepties "Vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Kringloopfonds - Terugname van de vermindering" die het artikel 14526 bevat, ingevoegd bij de wet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten0, opgeheven. Art. 33.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt de onderafdeling IIocties "Vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Startersfonds - Terugname van de vermindering" die het artikel 14527 bevat, ingevoegd bij de wet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, opgeheven. Art. 34.In artikel 14528, § 1, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 22 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7 en gewijzigd bij de wetten van 23 december 2009 en 13 december 2012, wordt het laatste lid als volgt vervangen : "In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.". Art. 35.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt onderafdeling IIdecies "Vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Fonds ter reductie van de globale energiekost - Terugname van de vermindering" die het artikel 14529 bevat, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten1, opgeheven. Art. 36.In artikel 14530 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2009 en 13 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, c, worden de woorden "de artikelen 14524 of 14525" vervangen door de woorden "artikel 14525"; 2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt : "In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.". Art. 37.In artikel 14531 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 8 juli 2008, 22 december 2009 en 13 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, c, worden de woorden "de artikelen 14524," vervangen door de woorden "de artikelen"; 2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt : "In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.". Art. 38.In artikel 14532, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten4 en vervangen bij de wet van 31 december 2009, worden de woorden "de belasting met betrekking tot" vervangen door de woorden "de totale belasting met betrekking tot". Art. 39.In artikel 14533, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het vierde lid worden de woorden ", met uitsluiting van de inkomsten die overeenkomstig artikel 171 worden belast" ingevoegd tussen de woorden "totale netto-inkomen" en ", noch meer bedragen dan"; 2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt : "In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.". Art. 40.Artikel 14534, zevende lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten0, wordt vervangen als volgt : "In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.". Art. 41.Artikel 14535, achtste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten0, wordt vervangen als volgt : "In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.". Art. 42.In artikel 14536 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/05/1999 pub. 12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom. 04/05/1999 pub. 29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom. 04/05/1999 pub. 01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid, c, wordt vervangen als volgt : "c) in aanmerking komen voor de toepassing van de artikelen 14525, 14530 en 14531."; 2° het vijfde lid wordt vervangen als volgt : "In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten."; 3° het zesde lid wordt vervangen als volgt : "De in het eerste lid bedoelde uitgaven zijn de uitgaven die met een voorafgaande toelating van de bevoegde overheid zijn gedaan om die goederen of delen ervan in stand te houden, in hun vroegere staat te herstellen of om ze te valoriseren op historisch, artistiek, wetenschappelijk of esthetisch vlak."; 4° het wordt aangevuld met twee leden, luidende : "Voor de toepassing van dit artikel worden gebouwde onroerende goederen, delen van gebouwde onroerende goederen of landschappen geacht voor het publiek toegankelijk te zijn wanneer ze als zodanig zijn erkend door de bevoegde overheid. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de belastingvermindering.". Art. 43.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling IIoctodecies ingevoegd, met als opschrift : "Onderafdeling IIoctodecies - Belastingverminderingen voor de eigen woning". Art. 44.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling IIoctodecies, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 43, wordt een artikel 14537 ingevoegd, luidende : "Art. 14537.§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald : - de interesten en de betalingen voor de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening die specifiek is gesloten om een enige woning te verwerven of te behouden; - de bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat uitsluitend dient voor het weder samenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening. De in het eerste lid vermelde interesten, betalingen en bijdragen komen slechts voor de vermindering in aanmerking wanneer de woning waarvoor die uitgaven zijn gedaan, de eigen woning is van de belastingplichtige op het tijdstip van die uitgave. § 2. Het bedrag van de in paragraaf 1 bedoelde interesten, betalingenen bijdragen dat in aanmerking wordt genomen voor de belastingvermindering, mag per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 1 500 euro. Het in het eerste lid vermelde bedrag wordt verhoogd met 500 euro gedurende de eerste tien belastbare tijdperken vanaf het belastbaar tijdperk waarin de leningsovereenkomst wordt afgesloten. Het in het tweede lid vermelde bedrag wordt verhoogd met 50 euro wanneer de belastingplichtige drie of meer dan drie kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin de leningsovereenkomst is afgesloten. Voor de toepassing van het derde lid worden als gehandicapt aangemerkte kinderen ten laste voor twee gerekend. De in het tweede en derde lid vermelde verhogingen worden niet toegepast vanaf het eerste belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker wordt van een tweede woning. De toestand wordt beoordeeld op 31 december van dat belastbaar tijdperk. Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en beide echtgenoten uitgaven hebben gedaan die recht geven op de belastingvermindering, kunnen de echtgenoten deze uitgaven vrij verdelen binnen de in de vorige leden bedoelde begrenzingen. § 3. De belastingvermindering wordt berekend tegen het voor de belastingplichtige hoogste belastingtarief als vermeld in artikel 130, met een minimum van 30 pct. Ingeval de uitgaven die voor de vermindering in aanmerking komen, betrekking hebben op meer dan één belastingtarief, wordt voor elk deel van de bijdragen en betalingen het overeenstemmend tarief in aanmerking genomen. § 4. De belastingvermindering kan worden omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan : 1° de lening is afgesloten vóór 1 januari 2015;2° er wordt een gemeenschappelijke aanslag gevestigd;3° het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van de belastingplichtige bedraagt minder dan de som van het bedrag van de belastingvrije som dat hem op grond van artikel 131 wordt toegekend en het overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 bepaalde bedrag waarvoor de belastingvermindering kan worden verleend. Het belastingkrediet wordt evenwel beperkt tot het positieve verschil tussen : 1° het bedrag van de belastingvermindering bepaald overeenkomstig de paragrafen 2 en 3, met uitzondering evenwel van de toepassing van het minimum van 30 pct., voor de in paragraaf 1 vermelde uitgaven die desgevallend worden beperkt tot het overeenkomstig artikel 130 belast inkomen en 2° de som van : - het bedrag van de belastingvermindering dat werd aangerekend op de gewestelijke opcentiemen en belastingvermeerderingen, verminderd met de gewestelijke kortingen, en op het saldo van de federale personenbelasting; - het bedrag van de op grond van de artikelen 146 tot 154, 155 en 156 verleende belastingverminderingen; - het bedrag van de andere gewestelijke belastingverminderingen dat werd aangerekend op de gewestelijke opcentiemen en belastingvermeerderingen, verminderd met de gewestelijke kortingen, en op het saldo van de federale personenbelasting; - het bedrag van de in de artikelen 1451 tot 14516, 14524, 14528, 14532 tot 14535 en 154bis, vermelde belastingverminderingen dat werd aangerekend. Het overeenkomstig het vorige lid bepaalde bedrag wordt bovendien beperkt tot de door de andere echtgenoot verschuldigde totale belasting.". Art. 45.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling IIoctodecies, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 43, wordt een artikel 14538 ingevoegd, luidende : "Art. 14538.§ 1. De in artikel 14537 vermelde vermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden : 1° de uitgaven moeten gedaan zijn voor de woning die op 31 december van het jaar waarin de leningsovereenkomst is afgesloten, de enige woning is van de belastingplichtige die hij zelf betrekt;2° de hypothecaire lening en het levensverzekeringscontract die zijn bedoeld in artikel 14537, § 1, zijn door de belastingplichtige aangegaan bij een instelling die in de Europese Economische Ruimte is gevestigd om in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn eigen woning te verwerven of te behouden;3° de hypothecaire lening is aangegaan vanaf 1 januari 2005 en heeft een looptijd van ten minste 10 jaar;4° het levensverzekeringscontract is aangegaan : a) door de belastingplichtige die daarbij alleen zichzelf heeft verzekerd;b) vóór de leeftijd van 65 jaar;contracten die tot na de oorspronkelijk bepaalde termijn worden verlengd, opnieuw van kracht gemaakt, gewijzigd of verhoogd wanneer de verzekerde de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, worden geacht niet vóór die leeftijd te zijn aangegaan; c) voor een minimumlooptijd van 10 jaar wanneer het in voordelen bij leven voorziet;5° de voordelen van het in 4° bedoelde contract zijn bedongen : a) bij leven, ten gunste van de belastingplichtige vanaf de leeftijd van 65 jaar;b) bij overlijden, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van die woning verwerven. Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, wordt om te bepalen of de woning van de belastingplichtige op 31 december van het jaar waarin de leningsovereenkomst is gesloten, zijn enige woning is die hij zelf betrekt, geen rekening gehouden met : 1° andere woningen waarvan hij, ingevolge erfenis, mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is;2° een andere woning die op die datum op de vastgoedmarkt te koop is aangeboden en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de leningsovereenkomst is afgesloten, ook daadwerkelijk is verkocht;3° het feit dat de belastingplichtige de woning niet zelf betrekt omwille van : a) beroepsredenen of redenen van sociale aard;b) wettelijke of contractuele belemmeringen die het de belastingplichtige onmogelijk maken de woning op die datum zelf te betrekken;c) de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden die het de belastingplichtige nog niet toelaten de woning daadwerkelijk op diezelfde datum te betrekken. De belastingvermindering kan niet meer worden verleend : 1° van het jaar volgend op het jaar waarin de leningsovereenkomst is afgesloten, indien op 31 december van dat jaar de in het vorige lid, 2°, bedoelde andere woning niet daadwerkelijk is verkocht;2° van het tweede jaar volgend op het jaar waarin de leningsovereenkomst is gesloten, indien de belastingplichtige de woning waarvoor de lening werd aangegaan, op 31 december van dat jaar niet zelf betrekt tenzij hij die om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet zelf betrekt. Wanneer de belastingvermindering bij toepassing van het vorige lid, 2°, gedurende één of meer belastbare tijdperken niet kon worden verleend en de belastingplichtige de woning waarvoor de lening werd aangegaan, zelf betrekt op 31 december van het belastbaar tijdperk waarin de in het tweede lid, 3°, b en c, bedoelde belemmeringen zijn weggevallen, kan de belastingvermindering opnieuw worden verleend vanaf dit belastbaar tijdperk. § 2. De in artikel 14537, § 1, vermelde leningen zijn specifiek gesloten om een woning te verwerven of te behouden wanneer ze zijn aangegaan om : 1° een onroerend goed aan te kopen;2° een onroerend goed te bouwen;3° een onroerend goed volledig of gedeeltelijk te vernieuwen;4° de successierechten of schenkingsrechten met betrekking tot de in artikel 14537, § 1, bedoelde woning te betalen met uitzondering van nalatigheidsinteresten verschuldigd bij laattijdige betaling. Wat de in het eerste lid, 3°, bedoelde vernieuwing betreft, zijn de daarop betrekking hebbende dienstverrichtingen deze vermeld in rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. § 3. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de in artikel 14537 bedoelde vermindering.". Art. 46.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling IIoctodecies, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 43, wordt een artikel 14539 ingevoegd, luidende : "Art. 14539.Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in artikel 14540 wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de volgende uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald : 1° als bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die een belastingplichtige to …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.