📄 Wettekst
12 MEI 2024. - Wet houdende diverse fiscale bepalingen (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL 1. - ALGEMENE BEPALING
Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
TITEL 2. - WIJZIGINGEN BETREFFENDE DE INKOMSTENBELASTINGEN
HOOFDSTUK 1. - Investeringsaftrek
Art. 2.In artikel 64ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2008
pub.
16/09/2015
numac
2015000481
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
08/06/2008
pub.
16/06/2008
numac
2008202047
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
type
wet
prom.
08/06/2008
pub.
16/06/2008
numac
2008202046
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 februari 2024, worden het eerste lid, 3°, het tweede lid en het derde lid opgeheven.
Art. 3.Artikel 68 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende: "Wanneer evenwel in de aanschaffingswaarde of beleggingswaarde van de vaste activa die in nieuwe staat tot stand worden gebracht, bezoldigingen zijn begrepen, waarvan de werkgever in toepassing van titel 6, hoofdstuk 1, afdeling 4, onderafdeling 3, een deel of het geheel van de bedrijfsvoorheffing niet in de Schatkist heeft gestort, mag deze niet doorgestorte bedrijfsvoorheffing niet in de berekeningsbasis van de investeringsaftrek worden opgenomen.".
Art. 4.Artikel 69 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 juli 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 november 2021, wordt vervangen als volgt: "Art. 69.De investeringsaftrek komt in mindering van de winst of de baten van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht en kent volgende aftrekcategorieën: 1° de basisaftrek van 10 pct.; 2° de verhoogde thematische aftrek van 40 pct.; 3° de technologie-aftrek van 13,5 pct. De belastingplichtige kan voor éénzelfde vast actief slechts één aftrekcategorie kiezen.
De in het eerste lid, 1°, bedoelde basisaftrek wordt verhoogd met 10 percentpunten indien het digitale vaste activa betreft."
Art. 5.In titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling III, onderdeel B, 2°, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 69/1 ingevoegd, luidende: "Art. 69/1.§ 1. De verhoogde thematische aftrek bedoeld in artikel 69, eerste lid, 2°, kent volgende thema's waarbinnen de investeringen moeten gebeuren: 1° investering in efficiënt energieverbruik en hernieuwbare energie;2° investering in koolstofemissievrij vervoer;3° milieuvriendelijke investering;4° ondersteunende digitale investering. De verhoogde thematische aftrek kan niet worden toegepast door ondernemingen in moeilijkheden of door een onderneming waarvoor een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een besluit van de Commissie die een door België verleende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt heeft verklaard.
De verhoogde thematische aftrek kan bovendien enkel worden toegepast op vaste activa waarvoor geen gewestelijke steun wordt aangevraagd, behalve in de gevallen die door de Koning worden bepaald. § 2. De aftrek voor investeringen in efficiënt energieverbruik en hernieuwbare energie bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, betreffen aanschaffingen van vaste activa voor de productie van hernieuwbare energie en het efficiënt verbruik van energie.
De Koning bepaalt, wijzigt of vervangt in een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op basis van het energiebeleid en de budgettaire impact, de lijst van de in het eerste lid bedoelde vaste activa, na voorafgaandelijk advies van de Overleggroep Staat-Gewesten voor de energie ingericht door het samenwerkingsakkoord van 18 december 1991 tussen de Staat, het Waals gewest, het Vlaams gewest en het Brussels gewest betreffende de coördinatie van de activiteiten verbonden aan Energie. Deze lijst wordt de "energie-investeringslijst" genoemd.
Het in het tweede lid bedoelde advies wordt verwacht binnen de drie maanden na de vraag van de minister van Financiën tot advies.
Indien de in het tweede lid bedoelde overleggroep geen advies overmaakt binnen de drie maanden, wordt door de minister van Financiën een adviesvraag gesteld aan de verschillende ministers van Energie in België afzonderlijk, met een antwoordtermijn van één maand.
Indien in het vierde lid bedoelde geval, één of meerdere van de bevoegde ministers van Energie geen antwoord op de adviesvraag geven binnen de termijn van een maand, kan zonder hun advies overgegaan worden tot de overlegging van het ontwerp van besluit houdende de opmaak, wijziging of vervanging van de energie-investeringslijst.
De energie-investeringslijst, een wijziging of een latere toevoeging eraan is drie jaar geldig.
Bij gebrek aan een tijdige aanneming van een nieuwe lijst zal de Koning de geldigheidstermijn van de energie-investeringslijst éénmalig met een termijn van twee jaar verlengen. § 3. De aftrek voor investeringen in koolstofemissievrij vervoer bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, betreffen aanschaffingen van vaste activa voor vervoersmiddelen die geen CO2 uitstoten.
De Koning bepaalt, wijzigt of vervangt in een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op basis van het transportbeleid en de budgettaire impact, de lijst van de in het eerste lid bedoelde vaste activa, na voorafgaandelijk advies gevraagd aan de minister bevoegd voor Mobiliteit. Deze lijst wordt de "vervoer-investeringslijst" genoemd.
Het in het tweede lid bedoelde advies wordt verwacht binnen de drie maanden na de vraag van de minister van Financiën tot advies.
Indien de minister bevoegd voor Mobiliteit geen antwoord op de adviesvraag geeft binnen de drie maanden, kan, in afwijking van het tweede lid, zonder voorafgaandelijk advies overgegaan worden tot de overlegging van het ontwerp van besluit houdende de opmaak, wijziging of vervanging van de vervoer-investeringslijst.
De vervoer-investeringslijst, een wijziging of een latere toevoeging eraan is drie jaar geldig.
Bij gebrek aan een tijdige aanneming van een nieuwe lijst zal de Koning de geldigheidstermijn van de vervoer-investeringslijst éénmalig met een termijn van twee jaar verlengen. § 4. De aftrek voor milieuvriendelijke investeringen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, betreft aanschaffingen van vaste activa die een gunstige milieu-impact hebben buiten de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde specifieke gevallen.
De Koning bepaalt, wijzigt of vervangt in een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op basis van het milieubeleid en de budgettaire impact, de lijst van de in het eerste lid bedoelde vaste activa, na voorafgaandelijk advies van de bij samenwerkingsakkoord opgerichte thematische overleggroepen binnen de bevoegdheden Leefmilieu en Omgeving, of van de Interministeriële conferentie leefmilieu opgericht overeenkomstig artikel 31bis van de gewone
wet van 9 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/12/2001
pub.
20/12/2001
numac
2001003614
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro
sluiten1 tot hervorming der instellingen. Deze lijst wordt de "milieu-investeringslijst" genoemd.
Het in het tweede lid bedoelde advies wordt verwacht binnen de drie maanden na de vraag van de minister van Financiën tot advies.
Indien de in het tweede lid bedoelde overleggroepen geen advies overmaken binnen de drie maanden, wordt opnieuw een adviesvraag gesteld aan de verschillende ministers bevoegd voor Leefmilieu afzonderlijk, met een antwoordtermijn van één maand.
Indien, in het vierde lid bedoelde geval, één of meerdere van de bevoegde ministers geen antwoord op de adviesvraag geven binnen de termijn van een maand, kan zonder hun advies overgegaan worden tot de overlegging van het ontwerp van besluit houdende de opmaak, wijziging of vervanging van de milieu-investeringslijst.
De milieu-investeringslijst, een wijziging of een latere toevoeging eraan is drie jaar geldig.
Bij gebrek aan een tijdige aanneming van een nieuwe lijst zal de Koning de geldigheidstermijn van de milieu-investeringslijst éénmalig met een termijn van twee jaar verlengen. § 5. De investeringsaftrek voor ondersteunende digitale investeringen bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 4°, betreft aanschaffingen van digitale vaste activa ter ondersteuning van de in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot 3° bedoelde investeringen.
De Koning bepaalt, wijzigt of vervangt, in een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, op basis van de budgettaire impact, de lijst van de in het eerste lid bedoelde vaste activa, na voorafgaandelijk advies van de minister bevoegd voor Digitalisering.
Deze lijst wordt de "investeringslijst voor digitale ondersteuning" genoemd.
Het in het tweede lid bedoelde advies wordt verwacht binnen de drie maanden na de vraag van de minister van Financiën tot advies.
Indien de minister bevoegd voor Digitalisering geen antwoord op de adviesvraag geeft binnen de drie maanden, kan, in afwijking van het tweede lid, zonder voorafgaandelijk advies overgegaan worden tot de overlegging van het ontwerp van besluit houdende de opmaak, wijziging of vervanging van de investeringslijst voor digitale ondersteuning.
De investeringslijst voor digitale ondersteuning, een wijziging of een latere toevoeging eraan is drie jaar geldig.
Bij gebrek aan een tijdige aanneming van een nieuwe lijst zal de Koning de geldigheidstermijn van de investeringslijst voor digitale ondersteuning éénmalig met een termijn van twee jaar verlengen."
Art. 6.In titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling III, onderdeel B, 2°, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 69/2 ingevoegd, luidende: "Art. 69/2.De technologieaftrek bedoeld in artikel 69, eerste lid, 3°, wordt toegekend voor: 1° octrooien; 2° vaste activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect hebben op het leefmilieu of die beogen het negatieve effect op het leefmilieu van bestaande producten en technologieën zoveel mogelijk te beperken."
Art. 7.In titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling III, onderdeel B, 2°, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 69/3 ingevoegd, luidende: "Art. 69/3.§ 1. Om te kunnen genieten van de in artikel 69/1, § 1, bedoelde investeringsaftrek moet de belastingplichtige een attest bij de aangifte voegen van het door dit artikel aangewezen gewest of de door dit artikel aangewezen federale minister. § 2. De overheid die instaat voor de attestering van het vast actief opgenomen in de energie-investeringslijst bedoeld in artikel 69/1, § 2, en de milieu-investeringslijst bedoeld in artikel 69/1, § 4, is deze die door de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen als bevoegd wordt aangewezen.
Voor vaste activa opgenomen op de lijsten bedoeld in artikel 69/1 in de zeegebieden onder Belgische rechtsbevoegdheid, staat de federale overheid in.
Voor vaste activa opgenomen in de vervoer-investeringslijst bedoeld in artikel 69/1, § 3, staat de federale overheid in.
Voor vaste activa opgenomen in de investeringslijst voor digitale ondersteuning bedoeld in artikel 69/1, § 5, staat de federale overheid in. § 3. De minister die instaat voor de attestering van de investeringen die door paragraaf 2 toegewezen is aan de federale overheid is: - voor de investeringen op de energie-investeringslijst: de minister van Energie; - voor de investeringen op de vervoer-investeringslijst: de minister van Mobiliteit; - voor de investeringen op de milieu-investeringslijst: de minister van Leefmilieu; - voor de investeringen op de investeringslijst voor digitale ondersteuning: de minister van Digitalisering.
De materieel bevoegde minister of instantie voor investeringen die door de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen toegewezen zijn aan de gewesten, wordt bepaald in een samenwerkingsakkoord.
De in artikel 69/1 bedoelde investeringsaftrek wordt niet verleend indien de investering onredelijke schade voor het leefmilieu met zich meebrengt of als er geen conformiteit is met een investering op de respectievelijke lijst. § 4. Er wordt een attest uitgereikt door de bevoegde overheid waarin wordt gemotiveerd waarom aan de specificaties vermeld in de lijsten bedoeld in artikel 69/1 is voldaan. Bij gebrek aan een motivering waaruit blijkt dat de investering aan deze specificaties werd getoetst, is het attest niet tegenstelbaar aan de administratie, tenzij de belastingplichtige alsnog aantoont dat aan de specificaties is voldaan.
Onverminderd de gebruikelijke rechtsmiddelen, heeft de verwerping van de attestering de weigering van de investeringsaftrek tot gevolg. § 5. De conformiteit van het vast actief met de lijsten bedoeld in artikel 69/1 wordt beoordeeld op basis van de lijst die van kracht is op het moment van de indiening van de aanvraag van de attestering."
Art. 8.In artikel 70 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/12/2001
pub.
20/12/2001
numac
2001003614
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect op het leefmilieu hebben of die het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk proberen te beperken" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 69/2, 2°, "; 2° in het tweede lid worden de woorden "op het in artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde basispercentage verhoogd met 17 percentpunten" vervangen door de woorden "op 20,5 pct."; 3° het derde lid wordt opgeheven. Art. 9.In artikel 71 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 juli 1994, worden de woorden "zoals het van toepassing was voor het belastbaar tijdperk waarin de betrokken vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht," ingevoegd tussen de woorden "overeenkomstig artikel 69," en de woorden "wordt een aanvullende".
Art. 10.In artikel 74 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
sluiten, worden de woorden "artikel 69, § 1, eerste lid, 2° " vervangen door de woorden "artikel 69, eerste lid, 2° en 3° ".
Art. 11.In artikel 75 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet 13 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 6° wordt het woord "produktiekosten" vervangen door het woord "productiekosten"; 2° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende: "7° voor wat betreft de in artikel 69, eerste lid, 1°, bedoelde basisaftrek, vaste activa gebaseerd op of die gebruik maken van voor het milieu en klimaat schadelijke stoffen, met uitzondering van de vaste activa waarvoor er geen economisch vergelijkbaar koolstofemissievrij alternatief is."; 3° het artikel wordt aangevuld met vier leden, luidende: "De Koning bepaalt, wijzigt of vervangt, in een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad welke investeringen onder de in het eerste lid, 7°, bedoelde uitsluiting vallen op basis van de noodwendigheden van de markt, de stand van de technologie en de rentabiliteit voor de investeerder in een te actualiseren lijst.Deze lijst wordt de "klimaat- en milieu-uitsluitingslijst" genoemd.
De klimaat- en milieu-uitsluitingslijst wordt opgemaakt of gewijzigd na voorafgaandelijk advies gevraagd door de minister van Financiën aan de bij samenwerkingsakkoord opgerichte thematische overleggroepen of, bij gebrek daaraan, aan de interministeriële conferentie in de zin van artikel 31bis van de gewone wet tot hervorming instellingen van 9 augustus 1980 binnen de bevoegdheden energie en omgeving, en aan de minister bevoegd voor Mobiliteit.
Indien de in het derde lid aangeduide overleggroepen en minister geen advies overmaken binnen de drie maanden na de vraag van de minister van Financiën wordt de adviesvraag opnieuw gesteld aan de verschillende ministers van Leefmilieu en Energie in België, net als aan de minister bevoegd voor Mobiliteit, met een antwoordtermijn van een maand.
Indien, in het vierde lid bedoelde geval, één of meerdere van de bevoegde ministers geen antwoord op de adviesvraag geven binnen de termijn van een maand, kan de Ministerraad zonder hun advies overgaan tot de overlegging van het ontwerp van besluit houdende de opmaak, wijziging of vervanging van de klimaat- en milieu-uitsluitingslijst."
Art. 12.In artikel 77 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 10 augustus 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/12/2001
pub.
20/12/2001
numac
2001003614
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro
sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "ingevolge artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, f)" telkens vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 69, derde lid"; 2° tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende: "De Koning kan in de in artikel 69/1, §§ 2 tot 5 bedoelde lijsten een maximumbedrag inschrijven voor één of meerdere specifieke vaste activa die in aanmerking komen voor de verhoogde thematische aftrek."; 3° het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt: "De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de in de artikelen 69/1, §§ 2 tot 5, en 75 bedoelde lijsten en hun eventuele éénmalige verlenging met inbegrip van de in het tweede lid bedoelde maximumbedragen, en van de in uitvoering van het eerste lid, eerste streepje, genomen besluiten.De bekrachtiging heeft uitwerking vanaf die datum. Bij gebreke van deze bekrachtiging binnen de 12 maanden na de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad worden de lijsten en besluiten geacht nooit uitwerking te hebben gehad." 4° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "op de verhoogde aftrek ingevolge artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, a) tot e) en 3° " vervangen door de woorden "op de aftrekken bedoeld in artikel 69, eerste lid, 2° en 3° "; 5° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende: "De Koning bepaalt de aanvraagprocedure, de vorm en inhoud van het in artikel 69/3 bedoelde attest dat de bevoegde ministers moeten afleveren."
Art. 13.In artikel 201 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 juli 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de programma
wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
09/05/2003
numac
2003003276
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten met het oog op de inrichting van een nieuwe categorie van instellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
27/05/2003
numac
2003003328
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
22/05/2003
numac
2003009423
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende de samenstelling en werking van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de inleidende zin van paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt: " § 1.De in artikel 69, eerste lid, 1°, bedoelde basisaftrek van de investeringsaftrek bedraagt:"; 2° paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt vervangen als volgt: "1° voor vaste activa verkregen of tot stand gebracht door een vennootschap die als kleine vennootschap wordt aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin die investeringen worden verricht, 10 pct.van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de nieuwe materiële of immateriële vaste activa voor zover deze vaste activa rechtstreeks verband houden met de bestaande of geplande economische werkzaamheid die door de vennootschap werkelijk wordt uitgeoefend. Evenwel wordt dit basispercentage verhoogd met 10 percentpunten als het digitale vaste activa betreft;"; 3° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "en met betrekking tot de van 1 januari 2019 tot 31 december 2021 verkregen of tot stand gebrachte vaste activa, in de twee volgende belastbare tijdperken" opgeheven;4° in paragraaf 1, worden het vierde, vijfde en zesde lid opgeheven;5° in paragraaf 1, zevende lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "artikelen 69, § 1, eerste lid, 2°, a) en b) en 70, eerste lid, 1°, " vervangen door de woorden "artikelen 69, eerste lid, 2° en 3°, en 70,";6° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2.Het percentage van de verhoogde thematische aftrek bedoeld in artikel 69, eerste lid, 2°, bedraagt 30 pct. voor vennootschappen die niet als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin die investeringen worden verricht."
Art. 14.In artikel 289quater, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021170
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, worden de woorden "artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, a) en b)," vervangen door de woorden "artikel 69/2".
Art. 15.In artikel 289quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021170
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten, worden de woorden "artikel 69, § 1, eerste lid, 2° " vervangen door de woorden "artikel 69, eerste lid, 3° ".
Art. 16.In artikel 289sexies, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021170
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten, worden de woorden "artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, b)" vervangen door de woorden "artikel 69/2, 2° ". Art. 17.In artikel 289novies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021170
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten, worden de woorden "de octrooien en de vaste activa" vervangen door de woorden "de in artikel 69/2 vermelde vaste activa".
Art. 18.In artikel 307, § 2/2, eerste lid van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 28 december 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
09/05/2003
numac
2003003276
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten met het oog op de inrichting van een nieuwe categorie van instellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
27/05/2003
numac
2003003328
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
22/05/2003
numac
2003009423
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende de samenstelling en werking van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden
sluiten8, worden de woorden ", met uitzondering van het onroerend goed dat overeenkomstig de pachtwetgeving of een vergelijkbaar buitenlands recht dat de pachtprijzen beperkt, is verhuurd en wordt gebruikt voor land- of tuinbouw," ingevoegd tussen de woorden "op een onroerend goed" en de woorden "en de belastingplichtige een rechtspersoon".
Art. 19.In artikel 530, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/12/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005021170
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten en gewijzigd bij de wet van 22 december 2008, worden de woorden "zoals ze bestonden voor ze werden gewijzigd bij de artikelen 4 en 8 van de wet van 12 mei 2024 houdende diverse fiscale bepalingen, of de artikelen 69, eerste lid, 3°, en 70, tweede lid," ingevoegd tussen de woorden de woorden "bepaalde investeringsaftrekken" en de woorden "voor de drie voorafagaande aanslagjaren".
Art. 20.In titel X van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 552 ingevoegd, luidende: "Art. 552.Voor de activa die werden verkregen of tot stand gebracht voor 1 januari 2025, worden de artikelen 69 tot 77, 201 en 289quater tot novies toegepast zoals deze bestonden voor te zijn vervangen of gewijzigd door de wet van 12 mei 2024 houdende diverse fiscale bepalingen."
Art. 21.Artikel 2 treedt in werking op 1 januari 2025 en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2025.
De artikelen 3 tot 17 en 20 zijn van toepassing op vanaf 1 januari 2025 verkregen of tot stand gebrachte vaste activa.
Artikel 18 treedt in werking vanaf aanslagjaar 2024.
Artikel 19 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026.
HOOFDSTUK 2. - Overige wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Art. 22.In artikel 17, § 1, 5°, vierde streepje, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programma
wet van 26 december 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
09/05/2003
numac
2003003276
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten met het oog op de inrichting van een nieuwe categorie van instellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
27/05/2003
numac
2003003328
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
22/05/2003
numac
2003009423
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende de samenstelling en werking van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden
sluiten3, worden de woorden "artikel 6" vervangen door de woorden "artikel 7".
Art. 23.In artikel 38, § 1, eerste lid, 14°, a), van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 22 december 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
09/05/2003
numac
2003003276
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten met het oog op de inrichting van een nieuwe categorie van instellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
27/05/2003
numac
2003003328
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
22/05/2003
numac
2003009423
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende de samenstelling en werking van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden
sluiten7, wordt het bedrag "1.285 euro" vervangen door het bedrag "1.795 euro".
Art. 24.Artikel 205/1, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 9 februari 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/12/2001
pub.
20/12/2001
numac
2001003614
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro
sluiten8, wordt aangevuld met twee leden, luidende: "In afwijking van artikel 207, tweede lid, derde streepje, en derde lid, tweede streepje, kan de vennootschap er voor kiezen om een deel of het geheel van de in het eerste lid bedoelde aftrek voor innovatie-inkomsten, alsook van de in artikel 207, derde lid, tweede streepje, bedoelde aftrek van de overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten niet in mindering te brengen op de winst van het belastbare tijdperk, maar overeenkomstig de artikelen 289decies en 292ter om te zetten in een niet-terugbetaalbaar belastingkrediet voor innovatie-inkomsten.
De in artikel 207 bedoelde bedragen van de overige aftrekken en de resterende saldi worden bepaald alsof de vennootschap niet zou hebben gekozen voor de in het derde lid bedoelde omzetting in een belastingkrediet."
Art. 25.In titel VI, hoofdstuk II, afdeling IVbis, onderafdeling II, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 289decies ingevoegd, luidende: "Art. 289decies.Wat de in artikel 205/1, § 1, derde lid, bedoelde aftrek voor innovatie-inkomsten betreft die niet of niet volledig in mindering werd gebracht op de winst in het voorgaande belastbare tijdperk, kan een belastingkrediet worden verrekend met de vennootschapsbelasting of met de belasting van niet-inwoners voor de in artikel 227, 2°, vermelde belastingplichtigen, dat gelijk is aan het bedrag van de aftrek voor innovatie-inkomsten dat niet werd afgetrokken, vermenigvuldigd met het in artikel 215, eerste lid, voorziene tarief. Dit belastingkrediet wordt het "belastingkrediet voor innovatie-inkomsten" genoemd."
Art. 26.In titel VI, hoofdstuk II, afdeling V, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 292ter ingevoegd, luidende: "Art. 292ter.§ 1. Het belastingkrediet voor innovatie-inkomsten wordt volledig met de vennootschapsbelasting of met de belasting van niet-inwoners voor de in artikel 227, 2°, vermelde belastingplichtigen verrekend.
De belastingplichtige kan er voor opteren om een deel of het geheel van het in het eerste lid bedoelde belastingkrediet voor innovatie-inkomsten niet te laten verrekenen.
Indien een aanslagjaar geen of onvoldoende belasting oplevert om het belastingkrediet voor innovatie-inkomsten te kunnen verrekenen en/of indien de belastingplichtige er overeenkomstig het tweede lid voor opteert om het geheel of een gedeelte van het belastingkrediet niet te verrekenen, wordt het voor dat aanslagjaar niet verrekende belastingkrediet overgedragen naar de volgende aanslagjaren. § 2. Indien, in de loop van het belastbare tijdperk, een verwerving van of een wijziging van de controle over een vennootschap plaatsgrijpt die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, wordt het nog niet verrekende belastingkrediet niet overgedragen op de vennootschapsbelasting met betrekking tot dat belastbare tijdperk, noch tot enig ander later belastbaar tijdperk."
Art. 27.Vanaf 2026 worden ieder jaar de effecten van het belastingkrediet voor innovatie-inkomsten geëvalueerd waarbij er bijzondere aandacht besteed wordt aan de budgettaire kostprijs van de maatregel en de concurrentiepositie van België ten opzichte van de buurlanden.
Het verslag van deze evaluatie wordt door de minister van Financiën overgezonden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Art. 28.Artikel 22 treedt in werking op 1 januari 2023 en is van toepassing op de vanaf 1 januari 2023 betaalde of toegekende inkomsten.
Artikel 23 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2024 en is van toepassing vanaf het belastbaar tijdperk dat aanvangt vanaf 1 januari 2024.
De artikelen 24 tot 26 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2025.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de
wet van 19 december 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
09/05/2003
numac
2003003276
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten met het oog op de inrichting van een nieuwe categorie van instellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
27/05/2003
numac
2003003328
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
22/05/2003
numac
2003009423
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende de samenstelling en werking van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden
sluiten6 houdende de invoering van een minimum- belasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen
Art. 29.Artikel 2 van de
wet van 19 december 2023Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
09/05/2003
numac
2003003276
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten met het oog op de inrichting van een nieuwe categorie van instellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
27/05/2003
numac
2003003328
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
22/05/2003
numac
2003009423
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende de samenstelling en werking van de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden
sluiten6 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen, wordt aangevuld met een paragraaf, luidende: " § 3. De in paragraaf 2 bedoelde multinationale ondernemingen of omvangrijke binnenlandse groepen worden geregistreerd bij de Kruispuntbank van Ondernemingen volgens de nadere regels bepaald door de Koning."
Art. 30.In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in de bepaling onder 38° wordt het eerste lid aangevuld met een bepaling onder c), luidende: "c) een belastingtegoed dat overdraagbaar is en dat door de houder van het tegoed gebruikt kan worden om zijn aansprakelijkheid voor een betrokken belasting te verminderen in de jurisdictie die het belastingtegoed heeft uitgegeven en dat voldoet aan de wettelijke overdraagbaarheidsnorm en de verhandelbaarheidsnorm in handen van de houder;"; b) de bepaling onder 38° wordt aangevuld met een lid, luidende: "Voor de toepassing van het eerste lid, c), wordt verstaan onder: - wettelijke overdraagbaarheidsnorm: een norm die ervoor zorgt dat het belastingtegoed zodanig is ontworpen dat de initiële verkrijger het tegoed kan overdragen aan een niet-verbonden partij in het verslagjaar waarin hij voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor het tegoed of binnen vijf maanden na het einde van dat verslagjaar; - verhandelbaarheidsnorm: een norm die ervoor zorgt dat het belastingtegoed wordt verhandeld aan een niet-verbonden partij voor een bedrag dat meer bedraagt dan 80 pct. van de netto contante waarde van dat belastingtegoed;"; c) de bepaling onder 39° wordt aangevuld met de woorden "of overdraagbaar";d) de bepaling onder 49° wordt aangevuld met een lid, luidende: "De indienende groepsentiteit kan ervoor kiezen om in afwijking van het eerste lid een eigendomsbelang van een groep in een entiteit waaraan rechten verbonden zijn op minder dan 10 pct.van de winst, het kapitaal of de reserves, of stemrechten van die entiteit op de datum van de uitdeling of vervreemding, die op de datum van uitdeling meer dan één jaar economisch eigendom is van de groepsentiteit die de dividenden of de andere uitkeringen ontvangt of opbouwt niet als uitgesloten dividend te beschouwen;".
Art. 31.In titel 2, hoofdstuk 4, van dezelfde wet, wordt een artikel 17/1 ingevoegd, luidende: "Art. 17/1.In afwijking van artikel 17, § 5, e), omvat het totale bedrag van aanpassing voor uitgestelde belastingen het bedrag van uitgestelde belastinglasten ter zake van het ontstaan en het gebruik van belastingtegoeden wanneer: a) de jurisdictie vereist dat inkomsten van buitenlandse oorsprong worden afgezet tegen binnenlandse verliezen voordat buitenlandse belastingkredieten kunnen worden verrekend met de belasting op inkomsten uit buitenlandse bronnen;b) de groepsentiteit een binnenlands fiscaal verlies heeft geleden dat geheel of gedeeltelijk wordt gecompenseerd door inkomsten van buitenlandse oorsprong;en c) het binnenlandse belastingregime toestaat dat buitenlandse belastingkredieten worden gebruikt om een belastingverplichting in een volgend jaar te compenseren met betrekking tot inkomen dat is opgenomen in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies van de groepsentiteit."
Art. 32.Artikel 22, § 3, van dezelfde wet wordt aangevuld met twee leden, luidende: "Geen vermindering wordt toegepast voor het bedrag van de binnenlandse bijheffing dat: i) de MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep direct of indirect betwist in het kader van een gerechtelijke of administratieve procedure;of ii) niet kan worden geïnd op grond van grondwettelijke regels of andere wettelijke akkoorden, zoals een zetelakkoord.
Wanneer in een later verslagjaar de betwisting vervalt, of de inning toch kan plaatsvinden wordt het bedrag van binnenlandse bijheffing in dat jaar afgetrokken overeenkomstig het eerste lid."
Art. 33.In artikel 27 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt: "1° het bedrag van aangepaste betrokken binnenlandse belastingen van de in België gevestigde groepsentiteiten: het in artikel 15, § 1, bedoelde bedrag van aangepaste betrokken belastingen van de in België gevestigde groepsentiteiten van een MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep, verminderd met de aan in België gevestigde groepsentiteiten toegekende bedragen overeenkomstig artikel 19, §§ 1 en 3, alsook verminderd met de aan in België gevestigde groepsentiteiten toegekende bedragen overeenkomstig artikel 19, §§ 4 en 5, waarbij evenwel roerende voorheffing die door België wordt geheven op uitkeringen van een groepsentiteit die is gevestigd in België niet verminderd wordt;".
Art. 34.In artikel 31, § 3, van dezelfde wet worden de woorden "direct of indirect een zeggenschapsbelang" vervangen door de woorden "direct of indirect alle zeggenschapsbelang".
Art. 35.In titel 2, hoofdstuk 11, afdeling 3, van dezelfde wet wordt een artikel 57/1 ingevoegd, luidende: "Art. 57/1.De in België gevestigde groepsentiteit of de aangewezen lokale entiteit namens die groepsentiteit, dient een aangifte in, binnen de termijnen bedoeld in artikel 57, waarvan het formulier door de Koning wordt vastgelegd en dat wordt uitgereikt door de door de Koning aangewezen dienst waarop het in België verschuldigde bedrag inzake de IIR-bijheffing en UTPR-bijheffing vermeld staat."
Art. 36.In artikel 58 van dezelfde wet worden tussen de woorden "in artikel" en de woorden "6, tweede lid" de woorden "3, 49°, tweede lid, in artikel" ingevoegd.
Art. 37.In artikel 59 van dezelfde wet worden de woorden "en artikel 43" vervangen door de woorden ", artikel 43, artikel 62/1, artikel 64, en artikel 67/1".
Art. 38.In titel 2, hoofdstuk 11, van dezelfde wet wordt een afdeling VIII ingevoegd, met als opschrift: "Afdeling VIII. Permanente veilige havens".
Art. 39.In titel 2, hoofdstuk 11 afdeling VIII, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 38, wordt een artikel 62/1 ingevoegd, luidende: "Art. 62/1.In afwijking van de artikelen 21 tot 24 en artikel 26 wordt bij de keuze van de indienende groepsentiteit de verschuldigde bijheffing voor de in een jurisdictie gevestigde groepsentiteiten geacht gelijk te zijn aan nul wanneer in die jurisdictie een gekwalificeerde binnenlandse bijheffing geldt in de zin van artikel 3, 28°. "
Art. 40.In titel 2, hoofdstuk 11, afdeling VIII, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 38, wordt een artikel 62/2 ingevoegd, luidende: "Art. 62/2.Bij de keuze van de indienende groepsentiteit overeenkomstig artikel 59, wordt met betrekking tot een niet materiële groepsentiteit: - het bedrag van het kwalificerende inkomen of verlies gelijkgesteld met het totaal aan opbrengsten van die groepsentiteit zoals die blijken uit het betreffende landenrapport; - het bedrag van de kwalificerende opbrengsten gelijkgesteld met het totaal aan opbrengsten van die groepsentiteit zoals die blijken uit het betreffende landenrapport; - het bedrag van de aangepaste betrokken belastingen gelijkgesteld met het bedrag van verschuldigde inkomstenbelastingen van het huidig jaar zoals dat blijkt uit het betreffende landenrapport.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: - niet-materiële groepsentiteit: een groepsentiteit die enkel op grond van haar beperkte omvang of op grond van materialiteit, niet is opgenomen in die geconsolideerde jaarrekening op voorwaarde dat: 1° de geconsolideerde jaarrekening is opgesteld overeenkomstig artikel 3, 6°, a) of c);2° de geconsolideerde jaarrekening aan een externe audit onderworpen is;en dat 3° in het geval van een entiteit met een totaal aan opbrengsten van meer dan 50 miljoen euro, de financiële rekeningen die worden gebruikt om het betreffende landenrapport te voltooien opgesteld worden in overeenstemming met een aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging of een goedgekeurde standaard voor financiële verslaglegging. - betreffende landenrapport: het landenrapport van de MNO-groep opgesteld overeenkomstig de vereisten bedoeld in artikel 321/1, 15°, van het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992."
Art. 41.In artikel 63 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 2° worden de woorden "met gebruikmaking van gekwalificeerde financiële verslaglegging" vervangen door de woorden "met gebruikmaking van per jurisdictie consistente gekwalificeerde financiële verslaglegging";2° in de bepaling onder 4°, eerste lid, worden de woorden "waarbij uitgaven of verliezen met betrekking tot hybride arbitrage regelingen worden uitgesloten" ingevoegd tussen de woorden "de winst (het verlies)" en de woorden "van een MNO-groep";3° de bepaling onder 5° wordt aangevuld met de woorden "alsook na aftrek van de lasten uit hoofde van winstbelastingen met betrekking tot hybride arbitrage regelingen";4° het artikel wordt aangevuld met een bepaling onder 9°, luidende: "9° hybride arbitrage regelingen: alle handelingen die een groepsentiteit aangaat na 18 december 2023 en die betrekking hebben op, of leiden tot: - een aftrek bij een groepsentiteit zonder dat daarvoor een evenredige stijging van het inkomen ontstaat bij de tegenpartij; - een dubbele erkenning van een verlies of uitgave voor zover dat verlies of die uitgave zowel is opgenomen bij éen groepsentiteit als bij een andere groepsentiteit, al dan niet in een andere jurisdictie gevestigd; of - een opname van lasten uit hoofde van winstbelastingen bij meerdere groepsentiteiten in de aangepaste betrokken belasting of het vereenvoudigd effectief belastingtarief tenzij er een evenredige opname van inkomen onderworpen aan belasting bij de groepsentiteiten plaatsvindt."
Art. 42.In titel 2, hoofdstuk 12, afdeling 1, van dezelfde wet wordt een artikel 64/1 ingevoegd, luidende: "Art. 64/1.In afwijking van artikel 36 wordt bij de keuze van de indienende groepsentiteit het bedrag van de UTPR-bijheffing geacht gelijk aan nul te zijn gedurende een verslagjaar dat aanvangt voor 1 januari 2026 en afsluit voor 31 december 2026 indien de uiteindelijke moederentiteit gevestigd is in een jurisdictie waarvan het nominale tarief van de vennootschapsbelasting minstens 20 pct. bedraagt."
Art. 43.Artikel 65, § 1, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "In afwijking van het eerste lid is het overgangsjaar voor een jurisdictie het eerste verslagjaar waarin een MNO-groep of een omvangrijke binnenlandse groep met betrekking tot die jurisdictie niet langer de in artikel 64, § 1, bedoelde keuze uitoefent, of niet of niet langer voldoet aan één van de voorwaarden van dat artikel."
Art. 44.In artikel 67 van dezelfde wet worden de paragrafen 1 en 2 vervangen als volgt: "Art. 67.§ 1. De bijheffing die verschuldigd is door een in België gevestigde uiteindelijke moederentiteit overeenkomstig artikel 31, § 1, 1°, of door een in België gevestigde tussenliggende moederentiteit overeenkomstig artikel 31, § 1, 2°, indien de uiteindelijke moederentiteit een uitgesloten entiteit is, ter zake van zichzelf en de in België gevestigde groepsentiteiten, wordt tot nul verminderd: 1° in de eerste vijf jaar van het beginstadium van de internationale activiteit van de MNO-groep, niettegenstaande de vereisten van hoofdstuk 5;2° in de eerste vijf jaar, met ingang van de eerste dag van het verslagjaar waarin de omvangrijke binnenlandse groep voor het eerst onder de toepassing van deze wet valt. § 2. De overeenkomstig artikel 36, § 2, door een in België gevestigde groepsentiteit verschuldigde bijheffing wordt tot nul verminderd in de eerste vijf jaar van het beginstadium van de internationale activiteit van de MNO-groep, niettegenstaande de vereisten van hoofdstuk 5.".
Art. 45.In titel 2, hoofdstuk 12, afdeling 2, van dezelfde wet, wordt een artikel 67/1 ingevoegd, luidende: "Art. 67/1.§ 1. In afwijking van artikel 19, § 3, wordt het bedrag van de betrokken belasting in het kader van een fiscaal regime inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen toegerekend volgens een formule waarbij de samengevoegde gecontroleerde buitenlandse vennootschappen allocatiesleutel gedeeld wordt door de som van alle samengevoegde gecontroleerde buitenlandse vennootschappen allocatiesleutels en vervolgens vermenigvuldigd wordt met het toe te rekenen bedrag aan betrokken belasting in het kader van een fiscaal regime inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder samengevoegde gecontroleerde buitenlandse vennootschappen allocatiesleutel: het bedrag van aan de entiteit toerekenbaar inkomen vermenigvuldigd met het verschil tussen het toepasbaar tarief en het effectief belastingtarief van de jurisdictie.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder: - toerekenbaar inkomen: het evenredig aandeel van de eigenaar van de groepsentiteit in het inkomen van de gecontroleerde buitenlandse vennootschap in de jurisdictie waar de groepsentiteit gevestigd is voor doeleinden van het belastingregime van samengevoegde gecontroleerde buitenlandse vennootschappen; - toepasbaar tarief: de drempel voor de kwalificatie als lage belasting, om opgenomen te worden onder een belastingregime van samengevoegde gecontroleerde buitenlandse vennootschappen; - effectief belastingtarief van de jurisdictie: het belastingtarief voor de jurisdictie bepaald overeenkomstig artikel 21 waarbij van de aangepaste betrokken belasting het bedrag dat zou worden toegerekend overeenkomstig artikel 19, § 3, wordt afgetrokken.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder belastingregime van samengevoegde gecontroleerde buitenlandse vennootschappen: fiscaal regime inzake gecontroleerde buitenlandse vennootschappen waarin inkomsten, verliezen en verrekenbare belastingen van alle gecontroleerde buitenlandse vennootschappen worden samengevoegd ten behoeve van de berekening van de belastingverplichting van de aandeelhouder onder het regime en dat een toepasselijk tarief heeft van minder dan 15 pct. § 2. Paragraaf 1 is van toepassing voor zover het verslagjaar begonnen is voor 1 januari 2026 of niet wordt afgesloten na 30 juni 2027."
Art. 46.Dit hoofdstuk is van toepassing op verslagjaren beginnend vanaf 31 december 2023.
Artikel 29 heeft uitwerking met ingang van op 31 december 2023.
HOOFDSTUK 4. - Fiscaal regime voor de verdeling van papieren publicaties
Art. 47.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1° zelfstandige dagbladhandel: een vestigingseenheid die een persaanbod aanbiedt van minstens 200 verschillende titels van kranten, week- en maandbladen met een actuele verschijningsdatum en die, op de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarin de verhoogde kostenaftrek bedoeld in artikel 48, wordt toegepast, een gereserveerde ruimte van minimum 50 pct.van de totale oppervlakte van de winkel heeft voor het tentoonstellen van deze bladen en de volgende productengroepen: boeken, schrijfwaren, kaarten, tabaksproducten en aanverwanten, elektronische sigaretten en producten op basis van nicotine, producten van de Nationale Loterij en sportweddenschappen; 2° kosten voor de levering: de kosten die door de zelfstandige dagbladhandels zijn gedaan of gedragen voor de leveringen van papieren kranten en tijdschriften bestemd voor rechtstreekse doorverkoop in de kleinhandel;voor de toepassing van dit hoofdstuk is als rechtstreekse doorverkoop in de kleinhandel te beschouwen de verkoop bij detaillisten wier beroepswerkzaamheid hoofdzakelijk bestaat in de verkoop van kranten en periodieken; 3° verdeelkostprijzen: de bedragen die de uitgevers moeten betalen voor het leveren van papieren publicaties, inclusief btw;4° dunbevolkt gewest: gewestelijk grondgebied met een bevolkingsdichtheid van maximaal 250 inwoners per km2 op 1 januari van het betreffende kalenderjaar; 5° gemiddeld bevolkt gewest: een gewestelijk grondgebied met een bevolkingsdichtheid van meer dan 250 en maximaal 5.000 inwoners per km2 op 1 januari van het betreffende kalenderjaar; 6° Wetboek: het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Art. 48.Onverminderd artikel 49 van het Wetboek, en in afwijking van de artikelen 183 en 235 van het Wetboek, zijn de kosten voor de levering die worden gedaan of gedragen in de loop van de kalenderjaren 2024 tot 2026 door zelfstandige dagbladhandels, ten belope van 180 pct. aftrekbaar.
Art. 49.§ 1. Er wordt een verrekenbaar en terugbetaalbaar belastingkrediet verleend aan de belastingplichtigen die uitgever zijn van papieren publicaties waarvoor ze verdeelkosten ten laste nemen gedurende de kalenderjaren 2024 tot 2026 en onderworpen zijn aan: - de personenbelasting of belasting van niet-inwoners bedoeld in artikel 227, 1°, van het Wetboek; - de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners bedoeld in artikel 227, 3°, van het Wetboek. § 2. Het in paragraaf 1 bedoelde belastingkrediet wordt verleend ten belope van de behoorlijk verantwoorde bijkomende verdeelkostprijs gedaan of gedragen in respectievelijk 2024, 2025 of 2026 ten opzichte van de kosten gedaan of gedragen in 2023 in hoofde van de uitgever voor de verdeling van papieren publicaties.
De in het eerste lid bedoelde bijkomende verdeelkostprijs heeft uitsluitend betrekking op het geheel of een deel van de werkelijk door de uitgever ten laste genomen verdeelkostprijs. § 3. Het in paragraaf 1 vermelde belastingkrediet wordt enkel toegekend voor de bijkomende verdeelkostprijzen voor de levering van papieren publicaties op papier bij de abonnee. § 4. In afwijking van de artikelen 49, 66 en 235, van het Wetboek, is de bijkomende verdeelkostprijs waarvoor het in dit artikel bedoelde belastingkrediet wordt verleend, niet als beroepskost aftrekbaar. § 5. Het belastingkrediet wordt volledig met de in de paragraaf 1 bedoelde belastingen verrekend en het eventuele saldo wordt terugbetaald indien het tenminste 2,50 euro bedraagt.
Voor Rijksinwoners wordt het in dit hoofdstuk bedoelde belastingkrediet tevens verrekend met de in titel VIII van hetzelfde Wetboek bedoelde aanvullende belastingen op de personenbelasting.
Art. 50.§ 1. Er wordt een verrekenbaar en terugbetaalbaar belastingkrediet verleend aan de belastingplichtigen die uitgever zijn van papieren kranten en/of tijdschriften waarvoor ze verdeelkosten ten laste nemen gedurende de kalenderjaren 2024 tot 2026 en die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting of de belasting van niet-inwoners bedoeld in artikel 227, 2°, van het Wetboek. § 2. Het in paragraaf 1 bedoelde belastingkrediet wordt verleend ten belope van: 1° het gedeelte van de verdeelkostprijzen per publicatie tussen 0,30 euro en 0,79 euro voor verdelingen van kranten in een dunbevolkt gewest;2° het gedeelte van de verdeelkostprijzen per publicatie tussen 0,40 euro en 0,57 euro voor verdelingen van kranten in een gemiddeld bevolkt gewest;3° het gedeelte van de verdeelkostprijzen per publicatie tussen 0,40 euro en 0,50 euro voor verdelingen van magazines in een dunbevolkt gewest of gemiddeld bevolkt gewest. De in het eerste lid bedoelde verdeelkostprijs heeft uitsluitend betrekking op het geheel of een deel van de werkelijk door de uitgever ten laste genomen verdeelkostprijs. § 3. Het in paragraaf 1 vermelde belastingkrediet kan enkel worden toegekend wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan: 1° het belastingkrediet wordt enkel toegekend voor de verdeelkostprijzen voor de levering van kranten en tijdschriften op papier bij de abonnee;2° met betrekking tot tijdschriften wordt het belastingkrediet enkel toegekend voor tijdschriften die niet uitsluitend of hoofdzakelijk bestaan uit reclamemateriaal; § 4. In afwijking van de artikelen 49, 66, 183 en 235, van het Wetboek, is de verdeelkostprijs waarvoor het in dit artikel bedoelde belastingkrediet wordt verleend, niet als beroepskost aftrekbaar. § 5. Het belastingkrediet wordt volledig met de vennootschapsbelasting of met de belasting van niet-inwoners voor de in artikel 227, 2°, van hetzelfde Wetboek vermelde niet-inwoners verrekend en het eventuele saldo wordt terugbetaald indien het tenminste 2,50 euro bedraagt.
Art. 51.In artikel 50, § 2, van deze wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het bedrag "0,79" wordt vervangen door het bedrag "0,73";2° het bedrag "0,57" wordt vervangen door het bedrag "0,55". Art. 52.Het in dit hoofdstuk bedoelde belastingkrediet wordt: 1° voor de toepassing van artikel 158 van het Wetboek aangemerkt als een belastingkrediet dat betrekking heeft op de in dat artikel vermelde inkomsten;2° voor de toepassing van artikel 245, eerste lid, van het Wetboek gelijkgesteld met het in artikel 289ter van hetzelfde Wetboek bedoelde belastingkrediet;3° voor de toepassing van artikel 413/1, § 1, tweede lid, eerste en derde streepje, van het Wetboek gelijkgesteld met het in artikel 289ter van hetzelfde Wetboek bedoelde belastingkrediet;4° voor de toepassing van artikel 413/1, § 1, tweede lid, tweede en vierde streepje, van het Wetboek gelijkgesteld met de in de artikelen 289quater tot 295 van hetzelfde Wetboek bedoelde voorafbetalingen, voorheffingen en andere elementen. Art. 53.De bepalingen van de artikelen 47 tot 52 worden voor de toepassing van artikel 344, § 1, van het Wetboek gelijkgesteld met bepalingen van hetzelfde Wetboek.
Art. 54.De Koning kan de nadere regels vastleggen voor het leveren van het bewijs dat aan de voorwaarden voor de toepassing van het in dit hoofdstuk bedoelde belastingkrediet is voldaan.
Art. 55.De artikelen 47 tot 50 en 52 tot 54 treden in werking op 1 januari 2024 en zijn van toepassing op de kosten voor de levering die worden gedaan of gedragen in de loop van 1 januari 2024 tot 31 december 2026 en de verdeelkostprijzen die worden gedaan of gedragen in de loop van 1 juli 2024 tot 31 december 2026.
Artikel 51 treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing op de kosten voor de levering die worden gedaan of gedragen in de loop van 1 januari 2026 tot 31 december 2026 en de verdeelkostprijzen die worden gedaan of gedragen in de loop van 1 januari 2026 tot 31 december 2026.
HOOFDSTUK 5. - Belastingkrediet voor de verhoging van de tussenkomst van de werkgever in een treinabonnement
Art. 56.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 1° treinabonnement: een vervoersbewijs op naam voor verplaatsingen met de trein dat in hoofdzaak is ontworpen voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling en geldig is voor de verplaatsingen tussen een bepaalde vertrek- en aankomstplaats.Een gecombineerd of geïntegreerd vervoerbewijs voor meerdere vervoersmiddelen waaronder de trein wordt gelijkgesteld met een treinabonnement voor het gedeelte dat op de trein betrekking heeft; 2° referentie-abonnement: een treinabonnement voor de duur van een jaar in tweede klasse;3° tussenkomst van de werkgever: de tussenkomst in een treinabonnement die bij toepassing van artikel 38, § 1, eerste lid, 9°, a, van het Wetboek is vrijgesteld van inkomstenbelastingen, desgevallend beperkt tot de tussenkomst die zou verschuldigd zijn voor een treinabonnement voor dezelfde periode/duur en dezelfde afstand in tweede klasse;4° referentietussenkomst van de werkgever: het percentage dat de verhouding weergeeft tussen, enerzijds, de tussenkomst van de werkgever in een referentie-abonnement zoals opgelegd door een collectieve of individuele arbeidsovereenkomst of een arbeidsreglement op 31 december 2023, en anderzijds, de prijs van een referentie-abonnement op diezelfde datum;dit percentage wordt afgerond op de hogere of lagere tweede decimaal naargelang het cijfer van de derde decimaal al dan niet 5 bereikt; 5° verhoogde tussenkomst van de werkgever: het percentage dat de verhouding weergeeft tussen, enerzijds, de tussenkomst van de werkgever in een treinabonnement zoals opgelegd door een collectieve of individuele arbeidsovereenkomst op de datum van de betaling of toekenning van de tussenkomst van de werkgever en, anderzijds, de prijs van het referentie-abonnement voor dezelfde afstand op diezelfde datum;dit percentage wordt afgerond op de hogere of lagere tweede decimaal naargelang het cijfer van de derde decimaal al dan niet 5 bereikt; 6° verhogingspercentage: het percentage gelijk aan het verschil tussen de referentietussenkomst van de werkgever, met een minimum van 59,57 pct., en de verhoogde tussenkomst van de werkgever; dit percentage wordt desgevallend beperkt tot 7,5 p.c.t.; 7° Wetboek: het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Art. 57.§ 1. Aan de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners en een werkgever zijn als bedoeld in het tweede lid, wordt onder de in het derde en vierde lid vermelde voorwaarden een belastingkrediet verleend voor de verhoging van de tussenkomst van de werkgever in een treinabonnement.
Het in het eerste lid bedoelde belastingkrediet wordt verleend aan: 1° de werkgevers die onderworpen zijn aan de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/12/2001
pub.
20/12/2001
numac
2001003614
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de definitieve omschakeling op de euro
sluiten0 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;2° de volgende autonome overheidsbedrijven: de naamloze vennootschap van publiek recht Proximus en de naamloze vennootschap van publiek recht bpost;3° de naamloze vennootschap van publiek recht HR Rail met uitzond …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.