📄 Wettekst
13 MAART 2011. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de notarisbedienden, betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de notarisbedienden;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de notarisbedienden, betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie. Art. 2.De Minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 13 maart 2011.
ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de notarisbedienden Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009 Aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie (Overeenkomst geregistreerd op 21 januari 2010 onder het nummer 97010/CO/216) Preambule Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1987 een sectoraal regime voor aanvullend pensioen heeft ingevoerd ten gunste van de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie door bijdragen ten laste van de werkgever ten belope van 2,10 pct., berekend op de loonmassa, de dertiende maand en het enkelvoudig vakantiegeld, en ten laste van de bediende ten belope van 1 pct. op dezelfde basis;
Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 1998 betreffende maatregelen met betrekking tot de werkgelegenheid en de loonkostontwikkeling 1997-1998 de werkgeversbijdrage voor het sectoraal stelsel van aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie heeft verhoogd met 0,5 pct. van het bruto- jaarloon met ingang van 1 december 1998, met inbegrip van de dertiende maand en het enkelvoudig vakantiegeld. Deze verhoging was van toepassing voor de werkgevers die aangesloten waren bij de groepsverzekering afgesloten ingevolge de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1987 als voor diegenen die een andere groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen hebben afgesloten;
Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 1998 betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden de bestaande stelsels betreffende het aanvullend pensioen heeft gecoördineerd en die bovendien heeft aangepast aan de wet van 6 april 1995 betreffende de aanvullende pensioenen;
Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 oktober 1999 houdende diverse bepalingen met ingang van 1 januari 2000 voor onbepaalde duur heeft voorzien dat : - enerzijds, in geval van halftijds conventioneel brugpensioen van een bediende, bijdragen voor de groepsverzekering ten laste van de werkgever verder worden betaald, tot aan de normale pensioenleeftijd van de betrokken werknemer, op basis van het volledige loon dat hij heeft ontvangen in de laatste maand waarin hij voltijds tewerkgesteld was, en - anderzijds, in geval van voltijds conventioneel brugpensioen van een bediende, wordt bij het ingaan van het brugpensioen door de werkgever een eenmalige premie in de groepsverzekering voor de bediende betaald, die 24 keer de patronale bijdrage bedraagt van de laatste maand waarin de werknemer tewerkgesteld was;
Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 januari 2002 betreffende de loonkostontwikkeling voor 2001 en 2002, met ingang van 1 januari 2002 de bijdrage in de groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen ten laste van de werkgever heeft verhoogd met 0,40 pct. van het brutoloon. Deze verhoging wordt integraal aangewend in het luik "leven";
Overwegende dat de collectieve arbeids
overeenkomst van 27 november 2003Relevante gevonden documenten
type
overeenkomst
prom.
27/11/2003
pub.
11/12/2003
numac
2003031565
bron
ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest
Verordening tot wijziging van de verordening van 15 juli 1993 betreffende de verwijdering van afval door middel van ophalingen
sluiten betreffende de loonkostontwikkeling voor 2003-2004 en andere bepalingen : - enerzijds, de bijdrage in de groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen ten laste van de werkgever heeft verhoogd met 0,40 pct. van het brutoloon. Deze bijdrage wordt integraal aangewend in het luik "leven" van de groepsverzekering, vanaf 1 januari 2004; - anderzijds, ter compensatie van de stelselmatige daling van de uitkeringen van een aanvullend pensioen in het repartitiesysteem en gezien de beoogde progressieve beëindiging ervan, de bijdrage ten laste van de werkgevers voor de groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen heeft verhoogd, met ingang van 1 januari 2004 voor eenzelfde percentage als dat wat door de raad van beheer van de vereniging zonder winstoogmerk "Nationale Kas voor Aanvullend Pensioen voor Klerken en Notarisbedienden" is vastgesteld op 0,30 pct. van het brutoloon. Deze verhoging werd integraal aangewend in het luik "leven";
Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 2006 betreffende de loonkostontwikkeling voor 2005-2006 en andere bepalingen : - enerzijds, de bijdrage in de groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen ten laste van de werkgever heeft verhoogd met 0,50 pct. van het brutoloon vanaf 1 mei 2006. Deze bijdrage wordt integraal aangewend in het luik "leven" van de groepsverzekering, en - anderzijds, ter compensatie van de stelselmatige daling van de uitkeringen van een aanvullend pensioen in het repartitiesysteem en gezien de beoogde progressieve beëindiging ervan, de bijdrage ten laste van de werkgevers voor de groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen heeft verhoogd met ingang op 1 januari 2006 voor eenzelfde percentage als dat wat door de raad van beheer van de vereniging zonder winstoogmerk "Nationale Kas voor Aanvullend Pensioen voor Klerken en Notarisbedienden" is vastgesteld op 0,20 pct. van het brutoloon. Deze verhoging werd integraal aangewend in het luik "leven";
Overwegende dat de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2007 betreffende de loonkostontwikkeling voor 2007-2008 en andere bepalingen : - enerzijds, de bijdrage in de groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen ten laste van de werkgever heeft verhoogd met 0,20 pct. van het brutoloon vanaf 1 januari 2008. Deze bijdrage wordt integraal aangewend in het luik "leven" van de groepsverzekering, en - anderzijds, ter compensatie van de stelselmatige daling van de uitkeringen van een aanvullend pensioen in het repartitiesysteem en gezien de beoogde progressieve beëindiging ervan, de bijdrage ten laste van de werkgevers voor de groepsverzekering voor buitenwettelijk pensioen heeft verhoogd met ingang op 1 januari 2008 voor eenzelfde percentage als dat wat door de raad van beheer van de vereniging zonder winstoogmerk "Nationale Kas voor Aanvullend Pensioen voor Klerken en Notarisbedienden" is vastgesteld op 0,30 pct. van het brutoloon. Deze verhoging werd integraal aangewend in het luik "leven";
Overwegende dat de ondertekenende partijen overeenkomen de overeenstemming te formaliseren van het stelsel voor aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie met de laatste wetgevende ontwikkelingen betreffende het aanvullend pensioen, zoals bijvoorbeeld de
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;
A. Toepassingsgebied Artikel 1.§ 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de bedienden die onder het Paritair Comité voor de notarisbedienden ressorteren. § 2. Zij is evenwel niet van toepassing op de bedienden in het notariaat of in een notariële instelling waarvan de notaris of de werkgever een groepsverzekering afsloot vóór 31 december 1985 en geen bijdrage heeft gestort bij vroegere kassen ten voordele van al de bedienden van het kantoor of de instelling en die deze groepsverzekering voortzet, evenals de betaling van de desbetreffende premies, voor zover de voordelen minstens evenwaardig zijn aan het huidig sectoraal regime voor aanvullend pensioen. § 3. Zij is niet van toepassing op : a. de personen tewerkgesteld in het kader van een studentenovereenkomst;b. de personen tewerkgesteld via een arbeidsovereenkomst afgesloten in het kader van een speciaal door of met steun van de overheid uitgevoerd opleidings-, arbeidsinpassings- en omscholingsprogramma. § 4. Met "bedienden" bedoelt men : de mannelijke en vrouwelijke bedienden.
B. Definities Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder : - WAP : de
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid; - Pensioenreglement : het reglement waarin de rechten en verplichtingen zijn vastgelegd van de inrichter, de werkgevers, de aangeslotenen en hun rechthebbenden evenals de aansluitingsvoorwaarden en de regels met betrekking tot de uitvoering van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie; - Sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie : de collectieve pensioentoezegging gefinancierd door middel van kapitalisatie zoals ingevoerd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1987 en bevestigd door deze collectieve arbeidsovereenkomst.
C. Voorwerp van de overeenkomst Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft als voorwerp : - het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie te bevestigen voor de notarisbedienden ingevoerd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1987; - de overeenstemming te formaliseren van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie met de laatste ontwikkelingen op wetgevend vlak inzake aanvullend pensioen zoals bijvoorbeeld de WAP; - het sinds 1 januari 1987 van kracht zijnde pensioenreglement te coördineren en te vervangen, welk reeds meermaals werd gewijzigd door verschillende collectieve arbeidsovereenkomsten.
D. Inrichter en beheer Art. 4.De vereniging zonder winstoogmerk "Financieringsfonds voor de Tewerkstelling in het Notariaat", gevestigd te 1000 Brussel, Bergstraat 30-32, en paritair beheerd, wordt aangeduid als inrichter om het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie verder te waarborgen.
Het beheer van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie wordt verder toevertrouwd aan de pensioeninstelling AG Insurance (voorheen Fortis Insurance Belgium), verzekeringsonderneming erkend door de CBFA, onder nummer 0079, met maatschappelijke zetel Emile Jacqmainlaan 53, te 1000 Brussel.
Het beheer wordt uitgevoerd door de pensioeninstelling in overeenstemming met de bepalingen van de verzekeringsovereenkomst gesloten tussen de inrichter en de pensioeninstelling.
Overeenkomstig artikel 41, § 2 van de WAP zal een toezichtscomité opgericht worden. De inrichter zal de pensioeninstelling informeren over de contactpersoon die het toezichtscomité zal vertegenwoordigen.
E. Bevestiging van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie Art. 5.Het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie wordt vastgesteld overeenkomstig het pensioenreglement zoals bij deze collectieve arbeidsovereenkomst bijgevoegd als bijlage 1.
Het pensioenreglement maakt integraal deel uit van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Het pensioenreglement coördineert en vervangt het pensioenreglement van kracht zijnde sinds 1 januari 1987 en sindsdien meermaals gewijzigd door verschillende collectieve arbeidsovereenkomsten.
In uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie zoals bepaald in het pensioenreglement bijgevoegd als bijlage 1, van kracht op 1 januari 2009. Art. 6.Iedere werkgever die onder het toepassingsgebied van huidige collectieve arbeidsovereenkomst ressorteert, is gehouden om de premies verschuldigd krachtens het pensioenreglement, bijgevoegd als bijlage 1, aan de inrichter te storten met het oog op de financiering van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie. Art. 7.De collectieve verzekering "premievrijstelling" betreffende de persoonlijke bijdragen die in voorkomend geval ten laste zijn van de bedienden krachtens het pensioenreglement, wordt bevestigd. Haar financiering wordt verzekerd door de inrichter. Zij is onderschreven bij AG Insurance, verzekeringsonderneming erkend door de CBFA, onder het nummer 0079, met maatschappelijke zetel Emile Jacqmainlaan 53, te 1000 Brussel.
De bovenvermelde verzekering is vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst uitgebreid tot de bijdragen ten laste van de inrichter krachtens het pensioenreglement voor de dekking leven en de overlijdensdekking. Haar financiering wordt verzekerd door de inrichter. Zij is onderschreven bij AG Insurance, verzekeringsonderneming erkend door de CBFA, onder het nummer 0079, met maatschappelijke zetel Emile Jacqmainlaan 53, te 1000 Brussel.
De bijzondere voorwaarden als ook de algemene voorwaarden van de bovenvermelde collectieve verzekering worden toegevoegd in bijlage 2.
F. Verlaten van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie Art. 8.De procedure voor het verlaten van het sectoraal stelsel voor aanvullend pensioen gefinancierd door middel van kapitalisatie wordt geregeld in overeenstemming met de bepalingen van het pensioenreglement.
G. Opheffingsbepalingen Art. 9.De volgende bepalingen worden vervangen door deze collectieve arbeidsovereenkomst en worden bijgevolg opgeheven : - de artikelen 1, A) en 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 mei 1987; - de artikelen 2, a) tot c) en 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 december 1998 betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden.
De maatregelen die krachtens genoemde bepalingen werden toegekend, behouden evenwel hun volledige uitwerking.
H. Nietigheid Art. 10.De nietigheid van een of meer artikelen of delen van artikelen van deze collectieve arbeidsovereenkomst brengt niet de nietigheid teweeg van het geheel van de collectieve arbeidsovereenkomst.
I. - Duur van de overeenkomst Art. 11.Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2009. Zij is gesloten voor een onbepaalde duur.
Zij kan door elk van de ondertekenende partijen slechts worden opgezegd mits een opzeggingstermijn van ten minste zes maanden. Deze opzegging moet gebeuren bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de notarisbedienden en aan de ondertekenende organisaties en heeft uitwerking vanaf de derde werkdag na de datum van verzending.
Overeenkomstig de artikelen 5, alinea 4 en 7, alinea 3 maken onderstaande bijlagen integraal deel uit van deze overeenkomst : Bijlage 1. Pensioenreglement a. Pensioenreglement;b. Algemene voorwaarden "Groepsverzekering";c. Reglement "Onthaalstructuur";d. Algemene voorwaarden "Onthaalstructuur". Bijlage 2. Verzekering "Premievrijstelling" - Overeenkomst "Income Care"; - Algemene voorwaarden "Income Care".
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 13 maart 2011.
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET
Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009, gesloten in het Paritair Comité voor de notarisbedienden, betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie a. Pensioenreglement 1.Voorwerp Dit reglement regelt het sectorale pensioenstelsel van FINANCIERINGSFONDS VOOR DE TEWERKSTELLING IN HET NOTARIAAT VZW Bergstraat 30-32 1000 BRUSSEL, hierna genoemd "de inrichter", in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009 betreffende het aanvullend pensioen voor de notarisbedienden gefinancierd door middel van kapitalisatie (hierna de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009) gesloten door de representatieve organisaties van het Paritair Comité voor de notarisbedienden.
Deze tekst vervangt de op 1 januari 1987 ingegane plannen, die reeds gewijzigd werden door opeenvolgende bijlagen.
De inrichter heeft het beheer van dit reglement toevertrouwd aan een verzekeraar (hierna de pensioeninstelling genoemd) bij wie hij een groepsverzekering onderschreven heeft. De algemene voorwaarden van deze groepsverzekering zijn van toepassing op dit reglement.
Dit reglement is ter beschikking van de aangeslotenen die de tekst ervan kunnen verkrijgen bij de inrichter op eenvoudig verzoek. 2. Inwerkingtreding Het reglement treedt in werking op 1 januari 2009. 3. Aansluiting 3.1. Aan te sluiten werknemers Worden verplicht aangesloten bij het pensioenstelsel, bij de indiensttreding, alle leden van het loontrekkend bediendepersoneel van een werkgever die onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009 valt.
Zijn echter uitdrukkelijk uitgesloten de bedienden dewelke worden uitgesloten door bovenvermelde collectieve arbeidsovereenkomst.
De aansluiting kan ten vroegste gebeuren op 1 januari 1987, datum van de inwerkingtreding van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel.
De personen die in dienst treden van een werkgever, die onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009 valt, na de voorziene pensioendatum en die aan de aansluitingsvoorwaarden voldoen worden eveneens verplicht aangesloten. 3.2. Moment van aansluiting De aansluiting vindt plaats de eerste van de maand die volgt op of samenvalt met die waarin de bovenvermelde voorwaarden vervuld zijn. 3.3. Schorsing van de arbeidsovereenkomst vóór de aansluiting Indien, op het ogenblik dat een door dit reglement bedoelde bediende voor het eerst voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden, het arbeidscontract geschorst is, en de bediende geen loon meer ontvangt, wordt de effectieve aansluiting verdaagd tot op de datum dat de arbeidsovereenkomst opnieuw in werking wordt gesteld. 3.4. Berekening van de leeftijd van de aangeslotene De leeftijd van de aangeslotene wordt berekend in jaren en maanden.
Voor de berekening wordt verondersteld dat de aangeslotene geboren is op de eerste van de maand die volgt op zijn geboortedatum.
Deze regel is niet van toepassing voor het bepalen van de voorziene pensioendatum. 4. Voorziene pensioendatum Voor de toepassing van dit reglement is de voorziene pensioendatum bepaald op de eerste van de maand die volgt op die waarin de aangeslotene de leeftijd van 60 jaar bereikt. Indien een aangeslotene, na de voorziene pensioendatum in dienst blijft van een werkgever die behoort tot Paritair Comité voor de notarisbedienden, wordt deze datum voor opeenvolgende perioden van één jaar verdaagd.
In dat geval worden de prestaties en de premies verder berekend volgens de formule van dit reglement.
De aansluiting kan in geen geval verlengd worden na het einde van de arbeidsovereenkomst.
De inrichter richt de aanvraag tot verdaging schriftelijk aan de pensioeninstelling minstens 2 maand vóór de voorziene pensioendatum. 5. Kenmerken van het sectorale pensioenstelsel 5.1. Beheer van de reserves Het beheer van de reserves gebeurt individueel voor elke aangeslotene.
De premies ten laste van de inrichter worden gestort op een individuele rekening inrichter en die ten laste van de aangeslotene op een individuele rekening aangeslotene.
De reserves in het financieringsfonds worden collectief beheerd. 5.2. Waarborg die op het tarief wordt toegekend De premies en de reserves genieten een intrestvoet waarvan de duur van de waarborg bepaald is in de groepsverzekeringsovereenkomst. 5.3. Type van sectorale pensioentoezegging De waarborgen leven en overlijden ten laste van de aangeslotene en de waarborg leven ten laste van de inrichter zijn van het type vaste bijdragen. De inrichter verbindt zich ertoe periodiek aan de pensioeninstelling de bijdragen te betalen die bepaald zijn in het reglement ter financiering van het sectorale aanvullend pensioen.
Onverminderd de bepalingen in verband met de minimum garantie voorzien door de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen, waarborgt de inrichter geen rendement.
De bijkomende waarborg overlijden ten laste van de inrichter is van het type vaste prestaties. 5.4. Totaal rendement van de sectorale pensioentoezegging Het rendement is gelijk aan de som van de intrestvoet en van de eventuele winstdeelname toegekend door de pensioeninstelling aan de individuele rekeningen.
Er wordt geen vrije reserve opgebouwd. Dit doet geen afbreuk aan de bepalingen betreffende het bestaan en de werking van het financieringsfonds. 5.5. Verbintenis van de pensioeninstelling De pensioeninstelling gaat een resultaatsverbintenis aan voor de kapitalisatie van de gestorte premies op basis van het tarief neergelegd bij de CBFA en volgens de eventuele bijkomende modaliteiten voorzien in het reglement. 6. Waarborgen voorzien door het sectorale pensioenstelsel 6.1. Waarborgen gefinancierd door de inrichter Bij leven van de aangeslotene op de voorziene pensioendatum is een kapitaal leven gewaarborgd dat opgebouwd wordt door de premies ten laste van de inrichter. Dit kapitaal wordt verhoogd met de eventueel door de pensioeninstelling toegekende winstdeelname. Het bedrag van dit kapitaal leven stemt overeen met de kapitalisatie van de premies ten laste van de inrichter in de hierna beschreven verzekeringsverrichting.
In geval van overlijden vóór de voorziene pensioendatum voorziet een bijkomende waarborg overlijden de betaling van een prestatie die gelijk is aan 14 maal het brutomaandloon van januari of in voorkomend geval 14 maal het brutomaandloon van de maand van indiensttreding.
De winstdeelname is begrepen in de prestatie overlijden. Er wordt rekening mee gehouden voor de financiering van de waarborg overlijden.
Het kapitaal overlijden is echter minimaal gelijk aan de prestaties overlijden berekend op 31 december 2008 op basis van de gegevens van toepassing op 31 december 2008. 6.2. Waarborgen gefinancierd door de aangeslotene Bij leven van de aangeslotene op de voorziene pensioendatum, of in geval van overlijden vóór deze datum, zijn een kapitaal leven of een kapitaal overlijden gewaarborgd, die gefinancierd worden door de premies ten laste van de aangeslotene en die onderling verbonden zijn volgens een hierna bepaalde verhouding. Deze kapitalen worden verhoogd met de eventueel door de pensioeninstelling toegekende winstdeelname.
Bovenvermelde waarborg is echter niet van toepassing voor de aangeslotenen bij het sectorale pensioenstelsel op 1 januari 1988 en die hebben geweigerd die waarborg te financieren door een premie ten hunne laste.
Het bedrag van de kapitalen leven en overlijden stemt overeen met de kapitalisatie van de premies ten laste van de aangeslotene in de hierna beschreven verzekeringsverrichting. Bij zijn aansluiting heeft de aangeslotene de keuze tussen volgende verhoudingen : - 10/05 : het kapitaal leven is gelijk aan 0,5 maal het kapitaal overlijden; - 10/10 : het kapitaal leven is gelijk aan het kapitaal overlijden; - 10/15 : het kapitaal leven is gelijk aan 1,5 maal het kapitaal overlijden; - 10/20 : het kapitaal leven is gelijk aan 2 maal het kapitaal overlijden; - 10/25 : het kapitaal leven is gelijk aan 2,5 maal het kapitaal overlijden.
De verhouding 10/10 is de standaard verhouding die van toepassing is in afwachting van of bij gebrek aan keuze, of bij gebrek aan een gunstig resultaat van de medische formaliteiten.
De aangeslotene kan eveneens kiezen om geen kapitaal overlijden te verzekeren.
De aangeslotene kan later vragen om zijn keuze te wijzigen. In dat geval zal hij zich eventueel moeten onderwerpen aan de medische formaliteiten die beschreven zijn in de algemene voorwaarden van de pensioeninstelling. 7. Verzekeringsverrichtingen 7.1. Waarborgen gefinancierd door de inrichter Het kapitaal leven gefinancierd door de premies ten laste van de inrichter, is verzekerd door een verzekeringsverrichting van het type uitgesteld kapitaal zonder terugbetaling.
Een bijkomend kapitaal overlijden (14 maal het brutomaandloon) gefinancierd door de premies ten laste van de inrichter, is verzekerd door een verzekeringsverrichting van het type tijdelijke verzekering bij overlijden met premies die jaarlijks herberekend worden. 7.2. Waarborgen gefinancierd door de aangeslotene De kapitalen leven en overlijden gefinancierd door de premies ten laste van de aangeslotene, zijn verzekerd door een verzekeringsverrichting van het type gemengde 10/X waarin het kapitaal leven uitgedrukt wordt in verhouding tot het kapitaal overlijden.
Indien de aangeslotene kiest om geen kapitaal overlijden te verzekeren met de premies ten zijne laste, wordt het kapitaal leven verzekerd door een verrichting van het type uitgesteld kapitaal zonder terugbetaling.
De tarieven van de verzekeringsverrichtingen werden door de pensioeninstelling neergelegd bij de CBFA. 8. Financiering De financiering ten laste van de inrichter gebeurt door de storting van premies op een individuele rekening en van dotaties in het financieringsfonds. De financiering ten laste van de aangeslotene gebeurt door de storting van premies op een individuele rekening. 8.1. Bepaling en aanwending van de premies Het maandelijks bedrag van de premies, inclusief belasting, is gelijk : - voor de aangeslotene, aan 1 pct. S, - voor de inrichter, aan 4,4 pct. S. waarbij S = het referentieloon De premie ten laste van de inrichter wordt aangewend voor een kapitaal leven.
De premie ten laste van de aangeslotene wordt aangewend voor een kapitaal leven en, desgevallend overlijden.
De inrichter deelt jaarlijks op 1 januari de premies mee aan de pensioeninstelling.
Het in aanmerking genomen referentieloon (S) bedraagt : - voor de aangeslotenen betaald met een maandloon : 13/12 van het brutomaandloon van januari of in voorkomend geval 13/12 van het brutomaandloon bij indiensttreding; - voor de aangeslotenen betaald met een uurloon : (uurloon x aantal werkuren per week x 13/3) x 13/12; - voor de aangeslotenen met een commissieloon of een variabele maandelijkse premie wordt er tevens rekening gehouden met het gemiddelde commissieloon of de gemiddelde variabele maandelijkse premie van het voorgaande jaar. Voor een nieuw aangeslotene met een commissieloon of een variabele maandelijkse premie wordt er rekening gehouden met het commissieloon of de variabele premie van de eerste volledige maand. 8.2. Bepaling en aanwending van de dotaties De inrichter stort maandelijks een dotatie van 0,8 pct. S (belasting inbegrepen) in het financieringsfonds. Het dotatiepercentage wordt om de 3 jaar herzien.
Het financieringsfonds heeft als doel : - de financiering van het bijkomend kapitaal overlijden in de tijd te nivelleren; - de financiering te voorzien van de premies voor de collectieve verzekering zoals gedefinieerd in bijlage 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009.
De maandelijkse premie die effectief noodzakelijk is om het bijkomend kapitaal overlijden te financieren wordt uit het financieringsfonds geput, evenals de premies noodzakelijk voor de bovenvermelde collectieve verzekering.
De toekenning van fiscale voordelen aan de premies en aan de dotaties wordt beperkt door de fiscale wetgeving. Desgevallend zal de premie verminderd worden om die beperkingen in acht te nemen. Hiervoor wordt rekening gehouden met een rente die voor 80 pct. overdraagbaar is op de overlevende echtgenoot of de wettelijk samenwonende en geïndexeerd is met 2 pct. per jaar. 8.3. Modaliteiten van premiebetaling 8.3.1. Belastingen op de premies Alle premies vermeld in dit reglement zijn inclusief belastingen. 8.3.2. Periodiciteit van de premies De premies zijn maandelijks achteraf betaalbaar. 8.3.3. Bijdrage van de aangeslotene tot financiering van de waarborgen De werkgever houdt de premies van de aangeslotene op zijn maandloon in en stort deze aan de inrichter die op zijn beurt de premies aan de pensioeninstelling stort. 8.3.4. Niet-betaling van de premies Indien de inrichter nalaat de premies voor de financiering van het sectorale pensioenstelsel te storten, waarvan hij op grond van het reglement of van enig ander document de betaling verschuldigd is, verwittigt de pensioeninstelling elke aangeslotene van de niet betaling en van de gevolgen die er uit voortvloeien uiterlijk drie maanden na de vervaldag van de eerste onbetaalde premie. 9. Jaarlijkse herberekening van de premies en de prestaties Jaarlijks deelt de inrichter het referentieloon van de maand januari mee. Elke wijziging betreffende de gezinstoestand, de categorie, het arbeidsstelsel of enige andere wijziging die betrekking heeft op de waarborgen, wordt in aanmerking genomen op de eerste van de maand die volgt op of samenvalt met het moment waarop de wijziging zich heeft voorgedaan. 10. Verworven rechten en minimum garantie 10.1. Verworven prestaties Indien de aangeslotene het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat en zijn reserves bij de pensioeninstelling laat, zonder wijziging van het sectorale pensioenstelsel, heeft hij op de voorziene pensioendatum recht op verworven prestaties. Deze prestaties, berekend volgens de bepalingen van de algemene voorwaarden van de pensioeninstelling, stemmen overeen met de kapitalisatie, op de voorziene pensioendatum, van de reserve opgebouwd door de premies leven en overlijden op het ogenblik van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden en, desgevallend, door de bijhorende toegekende winstdeelname leven. 10.2. Verworven reserves Indien de aangeslotene het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat, heeft hij op de datum van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden recht op de reserves die opgebouwd werden door de premies leven en overlijden, desgevallend verhoogd met de reserve opgebouwd door de winstdeelname. 10.3. Minimum garantie Op de datum van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden wordt het bedrag van de verworven reserves desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd in toepassing van de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen. 10.4. Financiering Indien, op de datum van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden of in geval van overdracht of bij latere afkoop, de opgebouwde reserve ontoereikend is om de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen van de minimumgarantie, te financieren, voorziet de inrichter in de nodige financiering. Indien er voor de aanzuivering in het financieringsfonds niet voldoende fondsen aanwezig zijn die geen andere verbintenissen van de inrichter dekken, stort de inrichter een bijkomende eenmalige premie. 11. Betaling van de prestaties 11.1. Prestatie leven De prestatie leven is betaalbaar aan de aangeslotene indien hij in leven is op de voorziene pensioendatum.
Indien de aangeslotene, na de voorziene pensioendatum in dienst blijft van een werkgever die behoort tot het toepassingsgebied van het sectorale pensioenstelsel van de inrichter, kan hij de betaling van de prestaties vragen.
In dat geval zal de prestatie leven of overlijden die later zal uitgekeerd worden, hetzij op de verdaagde pensioendatum, hetzij op de datum van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden voor de verdaagde pensioendatum, hetzij op de datum van het overlijden voor de verdaagde pensioendatum, verminderd worden met het reeds uitgekeerde brutobedrag. 11.2. Prestatie overlijden In geval van overlijden van de aangeslotene vóór de voorziene pensioendatum worden de prestatie overlijden, of de reserves die hij heeft verworven, indien hij overlijdt binnen de 90 dagen nadat hij het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat, en voor zover hij zijn keuze omtrent de bestemming van zijn verworven reserves niet schriftelijk aan de pensioeninstelling heeft meegedeeld en er geen overdracht uitgevoerd werd, betaald aan de begunstigde(n) in volgende voorrangsorde : 1. de echtgeno(o)t(e), behalve in de volgende gevallen : - de echtgenoten zijn juridisch gescheiden van tafel en bed; - een verzoekschrift werd ingediend bij het gerecht teneinde een echtscheiding te bekomen. of de wettelijk samenwonende (1); 2. bij ontstentenis, de kinderen, of bij vooroverlijden, hun afstammelingen bij plaatsvervulling;3. bij ontstentenis, elke persoon aangeduid in een bijvoegsel dat door de aangeslotene is ondertekend;4. bij ontstentenis, de vader en moeder van de aangeslotene;5. bij ontstentenis de wettelijke erfgenamen, met uitzondering van de Staat;6. bij ontstentenis, het financieringsfonds. De aangeslotene kan altijd afwijken van deze volgorde. Deze afwijking wordt vermeld in een door de aangeslotene ondertekend bijvoegsel. 11.3. Wijze van betaling van de prestaties De aangeslotene of de begunstigden kunnen de betaling van de prestaties leven en overlijden vragen in de vorm van een kapitaal of van een rente. In geval van betaling ten voordele van een minderjarig kind wordt de keuze gemaakt door de overlevende ouder of, bij ontstentenis, door de voogd.
De wijze van berekening van de rente is bepaald in de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen. Wanneer het jaarlijks bedrag van de rente bij de aanvang ervan lager is dan of gelijk aan 500 EUR, wordt de prestatie in de vorm van een kapitaal betaald. Het minimumbedrag van 500 EUR wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen (spilindex - basis 1996 = 100 - op 1 januari 2004 = 111,64).
De inrichter informeert de aangeslotene twee maanden vóór de voorziene pensioendatum of binnen de twee weken na kennisname van het vervroegd pensioen over het recht op omzetting in een rente. In geval van overlijden van de aangeslotene, informeert de inrichter de begunstigden over deze mogelijkheid binnen de twee weken na kennisname van het overlijden.
De inrichter kan, mits ondertekening van een overeenkomst tussen hem en de pensioeninstelling en volgens de voorwaarden vastgelegd in deze overeenkomst, de pensioeninstelling met de uitvoering van zijn inlichtingsverplichting en de eventuele uitkering van de rente gelasten. 12. Het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden 12.1. Het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden ten gevolge van pensionering Als de aangeslotene het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat ten gevolge van pensionering houdt de premiebetaling op vanaf de maand waarin de pensionering plaatsvindt.
De verworven reserves van de aangeslotene worden onmiddellijk vereffend, met inachtneming van de toepasselijke wettelijke bepalingen. 12.2. Het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden ten gevolge van conventioneel brugpensioen Als de aangeslotene het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat, naar aanleiding van het conventioneel brugpensioen, houdt de premiebetaling op vanaf de eerste van de maand die volgt op of die samenvalt met de datum waarop de conventionele brugpensionering plaatsvindt.
De aangeslotene kan opteren hetzij voor de onmiddellijke vereffening van zijn verworven reserves, met inachtneming van de toepasselijke wettelijke bepalingen, hetzij voor de handhaving, tot de voorziene pensioendatum, van de gereduceerde prestaties leven voor het gedeelte van de inrichter en van de gereduceerde prestaties leven en overlijden voor het gedeelte van de aangeslotene.
In uitvoering van de artikelen 8 en 9 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 oktober 1999 houdende diverse bepalingen worden, in geval aan een aangeslotene een halftijds conventioneel brugpensioen wordt toegekend, de premies ten laste van de inrichter verder betaald, tot aan de voorziene pensioendatum van de betrokken aangeslotene, op basis van het volledige loon dat hij ontvangen heeft in de laatste maand waarin hij voltijds tewerkgesteld was.
In geval aan een aangeslotene een voltijds brugpensioen wordt toegekend, wordt bij het ingaan van het brugpensioen door de inrichter een eenmalige premie voor de aangeslotene betaald, die 24 keer de premie ten laste van de inrichter bedraagt van de laatste maand waarin de aangeslotene tewerkgesteld was. Deze eenmalige premie wordt aangewend voor het kapitaal leven. 12.3. Het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden anders dan door overlijden of pensionering Als de aangeslotene het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat, anders dan door overlijden of pensionering van de aangeslotene, wordt de volgende procedure toegepast.
De inrichter betaalt de premies tot het einde van de maand waarin de arbeidsovereenkomst eindigt.
Op dat ogenblik worden de prestaties leven en overlijden gereduceerd.
Op het ogenblik van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden, heeft de aangeslotene het recht om zijn verworven reserves, desgevallend verhoogd tot de bedragen van de minimum garantie, over te dragen mits de hierna bepaalde termijnen in acht worden genomen.
Na het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden, brengt de inrichter de pensioeninstelling hiervan schriftelijk op de hoogte uiterlijk binnen het jaar.
De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen de 30 dagen na deze kennisgeving aan de inrichter de volgende gegevens mee : - het bedrag van de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd in toepassing van de wet betreffende de aanvullende pensioenen; - het bedrag van de verworven prestaties; - de mogelijkheden inzake aanwending van de verworven reserves, met vermelding, voor elke mogelijkheid, of de overlijdensdekking al dan niet behouden blijft.
De inrichter stelt de aangeslotene hiervan onmiddellijk in kennis.
Deze kennisgeving verloopt schriftelijk of langs elektronische weg.
Vanaf dat ogenblik beschikt de aangeslotene over 30 dagen om zijn keuze inzake de bestemming van zijn reserves aan de pensioeninstelling mee te delen.
Wanneer de aangeslotene deze termijn heeft laten verstrijken, wordt hij verondersteld ervoor gekozen te hebben zijn gereduceerde prestaties zonder wijziging in het sectoraal pensioenstelsel van de inrichter te laten, maar hij kan te allen tijde één van de mogelijkheden kiezen die hem door het pensioenreglement worden geboden.
De pensioeninstelling kan in geen geval aansprakelijk gesteld worden indien de procedures en termijnen door de inrichter niet nageleefd worden.
Indien de aangeslotene opteert voor de overdracht, kan hij kiezen tussen : - de overdracht naar de pensioeninstelling van zijn nieuwe werkgever die buiten het toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel van de inrichter valt, indien hij aangesloten wordt bij de pensioentoezegging van die werkgever; - de overdracht naar de pensioeninstelling van de nieuwe inrichter op sectoraal niveau indien hij aangesloten wordt bij de pensioentoezegging van deze inrichter; - de overdracht naar een pensioeninstelling bedoeld bij koninklijk besluit betreffende de toekenning van bovenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, zoals ze bestaat bij de pensioeninstelling.
De modaliteiten van de overdrachten zijn vastgesteld overeenkomstig de wet betreffende de aanvullende pensioenen en haar uitvoeringsbesluiten.
De overdracht wordt beperkt tot het gedeelte van de reserves waarop geen voorschot of inpandgeving werd toegestaan, of dat niet werd toegewezen in het kader van de wedersamenstelling van een hypothecair krediet.
De pensioeninstelling voert de overdracht uit binnen de maand volgend op de kennisgeving door de aangeslotene.
Indien de aangeslotene niet opteert voor de overdracht, kan hij : - de afkoop vragen van de verworven reserves, eventueel verhoogd tot de bedragen van de minimumgarantie. Dit recht op afkoop kan slechts uitgeoefend worden tot 31 december 2009. In dit geval wordt de aansluiting beëindigd; - opteren voor de onthaalstructuur.
Indien de aangeslotene binnen de negentig dagen na het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden overlijdt, en voor zover hij zijn keuze nog niet schriftelijk aan de inrichter heeft meegedeeld en een eventuele overdracht nog niet heeft plaatsgevonden, wordt een prestatie betaald die minstens gelijk is aan de verworven reserves op het ogenblik van het verlaten van Paritair Comité voor de notarisbedienden. 13. Bijzonderheden betreffende de arbeidsovereenkomst 13.1. Deeltijds werk De berekening van de premies leven en van de bijkomende voordelen overlijden gebeurt in functie van het reële loon dat de aangeslotene ontvangt.
Het reële loon dat de aangeslotene ontvangt wordt door de inrichter meegedeeld. Dit loon houdt rekening met het reële tewerkstellingspercentage.
Desgevallend worden de premies beperkt opdat de daaruit voortvloeiende prestaties niet meer zouden bedragen dan toegelaten door de fiscale wetgeving. 13.2. Schorsing van de arbeidsovereenkomst tijdens de aansluiting Indien de schorsing van de arbeidsovereenkomst van de aangeslotene te wijten is aan een invaliditeit zijn de volgende regels van toepassing.
Zolang de invaliditeit gedekt is door een bij de pensioeninstelling onderschreven collectieve verzekering, zoals bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009, die voorziet in de premievrijstelling, wordt de betaling van de premies ten laste van de aangeslotene en van de inrichter verricht door de pensioeninstelling volgens de voorwaarden vastgelegd in voornoemde verzekering.
Indien bovenvermelde dekking niet of niet meer van toepassing is, worden de prestaties leven ten laste van de inrichter en de aangeslotene gereduceerd en eindigt de bijkomende waarborg overlijden.
De premiebetaling wordt hervat en de waarborg leven ten laste van de inrichter en de aangeslotene en de bijkomende waarborg overlijden worden opnieuw van kracht vanaf de maand waarin de aangeslotene terug zijn loon ontvangt. 14. Mogelijkheden geboden aan de aangeslotene 14.1. Onthaalstructuur De inrichter onderschrijft bij de pensioeninstelling een onthaalstructuur waarvan de tarieven door deze laatste bij de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen ingediend werden en die bestemd is om reserves te ontvangen van aanvullende pensioenen : - die de aangeslotene opgebouwd heeft in het kader van een ander pensioenstelsel; - die de aangeslotene erin wenst over te dragen bij het verlaten van Paritair Comité voor de notarisbedienden.
De onthaalstructuur bestaat uit een verzekering bij leven en overlijden in de vorm van een uitgesteld kapitaal met terugbetaling van de reserve. Het verzekerde bedrag wordt bekomen door het overgedragen bedrag te kapitaliseren. De bedragen overlijden en leven worden verhoogd met de toegekende winstdeelname leven.
De aangeslotene behoudt de mogelijkheid om de omvorming te vragen van zijn overgedragen reserve naar een andere verzekeringsverrichting. De onthaalstructuur kan een andere door de pensioeninstelling voorgestelde verzekeringsvorm aannemen. De aangeslotene kan later één van de opties kiezen die hem in geval van het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden worden geboden of de verdaging vragen van de voorziene pensioendatum volgens de voorwaarden vastgelegd door de pensioeninstelling.
Indien de aangeslotene op het moment dat hij het Paritair Comité voor de notarisbedienden verlaat, kiest voor de overdracht van zijn verworven reserves naar de onthaalstructuur, worden de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot het bedrag van de minimum- garantie, onmiddellijk aangezuiverd. Hierdoor vervalt voor de inrichter iedere verplichting die voortvloeit uit het pensioenreglement. 14.2. Afkoop Zolang de aangeslotene in dienst is van een werkgever die onder het toepassingsgebied van collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009 valt of zolang de voorziene pensioendatum niet bereikt is, is de afkoop van de reserves door de aangeslotene niet toegestaan. De aangeslotene heeft pas recht op afkoop, wanneer hij het Paritair Comité voor de notarisbedienden heeft verlaten of wanneer hij nog in dienst is na het bereiken van de voorziene pensioendatum.
Vanaf 1 januari 2010, kan de aangeslotene die het Paritair Comité voor de notarisbedienden heeft verlaten, zijn reserves nog slechts afkopen of de betaling van zijn prestaties bekomen, op het moment van zijn wettelijke pensionering of vanaf het moment dat hij de leeftijd van 60 jaar bereikt heeft. 14.3. Individuele aanvullende premies De aangeslotene heeft persoonlijk de mogelijkheid om individueel aanvullende premies te storten volgens de voorwaarden vastgelegd door de pensioeninstelling. Die premies worden aan een individueel contract toegewezen.
Ze worden door de aangeslotene rechtstreeks (zonder tussenkomst van de werkgever of van de inrichter) gestort op een afzonderlijk contract.
De periodiciteit van die premies is dezelfde als die van de groepsverzekeringspremies. 14.4. Voorschotten De aangeslotene kan een voorschot verkrijgen op zijn prestaties volgens de voorwaarden en binnen de grenzen vastgelegd door de pensioeninstelling.
Indien bij het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden de opgebouwde reserve ontoereikend is om het niet terugbetaalde gedeelte van het voorschot aan te zuiveren betaalt de aangeslotene het verschil aan de pensioeninstelling. 14.5. Waarborg van een hypothecair krediet De aangeslotene kan zijn individuele rekeningen "inrichter" en "aangeslotene" gebruiken als waarborg of tot wedersamenstelling van een hypothecair krediet, volgens de voorwaarden en binnen de grenzen vastgelegd door de pensioeninstelling. 14.6. Voorwerp van het voorschot of van de aanwending als waarborg of tot wedersamenstelling van een hypothecair krediet Het voorschot of de aanwending als waarborg of tot wedersamenstelling van een hypothecair krediet mag slechts worden toegestaan om de aangeslotene in staat te stellen onroerende goederen die gelegen zijn op het grondgebied vastgelegd door de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen, en die op dit grondgebied belastbare inkomsten opbrengen, te verwerven, te bouwen, te verbeteren, te herstellen of te verbouwen. Het voorschot of het krediet moet terugbetaald worden zodra de bedoelde goederen uit het vermogen van de aangeslotene verdwijnen.
Deze bepaling is niet van toepassing op de individuele aanvullende premies. 15. Wijziging of opheffing van het sectorale pensioenstelsel 15.1. Wijziging of opheffing van sectorale pensioenstelsel De inrichter kan het sectorale pensioenstelsel wijzigen mits eerbiediging van de voorschriften voorzien in de wet betreffende de aanvullende pensioenen.
De wijziging kan in geen enkel geval een vermindering van de verworven prestaties of van de verworven reserves tot gevolg hebben. 15.2. Verandering van pensioeninstelling In geval van verandering van pensioeninstelling en van een eventuele overdracht van de reserves informeert de inrichter voorafgaandelijk de aangeslotenen en de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen. Deze kan zich tegen de overdracht verzetten indien daardoor het evenwicht van de pensioeninstelling bedreigd zou worden.
Die overdracht is onderworpen aan de procedures voorzien in de wetgeving en reglementering van toepassing op de aanvullende pensioenen.
Indien de groepsverzekering bij de pensioeninstelling wordt stopgezet evenwel met verderzetting van het sectoraal pensioenstelsel bij een andere pensioeninstelling worden de individuele rekeningen van de aangeslotenen gereduceerd.
Geen enkele vergoeding of verlies van winstdelingen mag ten laste worden gelegd van de aangeslotenen, of van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves worden afgetrokken.
In geval van verandering van pensioeninstelling zonder overdracht van de reserves blijft het financieringsfonds bij de pensioeninstelling.
In geval van verandering van pensioeninstelling met overdracht van de reserves wordt het financieringsfonds mee overgedragen, tenzij de inrichter anders beslist. 15.3. Opheffing van het sectorale pensioenstelsel Als het sectorale pensioenstelsel wordt beëindigd, houdt de inrichter op de premies te betalen.
Op het moment van de opheffing worden de verworven rechten berekend volgens de bepalingen van de rubriek "Verworven rechten en minimumgarantie".
Indien het vermogen van het financieringsfonds toereikend is om de verworven reserves te financieren, desgevallend aangevuld tot het bedrag van de minimum garantie, worden de nodige reserves aangezuiverd. Het eventueel saldo van het financieringsfonds wordt vereffend conform de algemene voorwaarden van de pensioeninstelling.
Indien het vermogen van het financieringsfonds ontoereikend is om de verworven reserves te financieren, desgevallend aangevuld tot het bedrag van de minimum garantie, gebeurt de verdeling van dit vermogen voor iedere aangeslotene in de verhouding van het verschil tussen zijn totale verworven reserve, desgevallend aangevuld tot het bedrag van de minimum garantie en de reserve van zijn individuele rekeningen en de som, voor alle aangeslotenen, van die verschillen.
De inrichter financiert het saldo van de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot het bedrag van de minimumgarantie.
In geval van opheffing van het sectorale pensioenstelsel, zal de inrichter de aangeslotenen onmiddellijk van haar beslissing in kennis stellen.
In geval van opheffing van het sectorale pensioenstelsel worden de individuele rekeningen van de aangeslotenen gereduceerd. 15.4. Verdwijnen van de inrichter Ingeval van verdwijnen van de inrichter en tenzij de verplichtingen door een andere inrichter worden overgenomen, wordt het sectorale pensioenstelsel opgeheven. In dat geval zijn de bepalingen van de rubriek "Opheffing van het sectorale pensioenstelsel" en van de rubriek "Het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden, anders dan door overlijden of pensionering" van toepassing. b. Algemene voorwaarden Groepsverzekering 1.Lexicon Ongeval Een plotse en onvrijwillige gebeurtenis die een vaststelbaar lichamelijk letsel als gevolg heeft en waarvan de oorzaak of één van de oorzaken zich buiten het organisme van de aangeslotene bevindt.
Aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie waarvoor de inrichter een sectoraal pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenreglement voldoet, en de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het pensioenreglement.
Collectieve kapitalisatie Stelsel dat in de groepsverzekering voor een collectiviteit van aangeslotenen een gelijkheid tot stand brengt tussen enerzijds, de som van de samengestelde reserves en de actuele waarden van de toekomstige premies en anderzijds, de som van de actuele waarden van de prestaties.
Individuele kapitalisatie Kapitalisatiestelsel waarbij de premies, de reserves en de prestaties op elk ogenblik onderling verbonden zijn door een relatie die, per verrichting en voor elke aangeslotene, van bepaalde technische grondslagen gebruik maakt.
CBFA De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen. De CBFA is belast met het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
Groepsverzekeringsovereenkomst De groepsverzekeringsovereenkomst vormt de externalisatie van de pensioentoezegging van de inrichter zoals bepaald in het pensioenreglement. Ze regelt de wederzijdse rechten en verplichtingen van de inrichter en van Employee Benefits en vervolledigt, preciseert of wijzigt de algemene voorwaarden.
Voorziene pensioendatum De voorziene pensioendatum wordt door het pensioenreglement vastgelegd. Wat de waarborg leven betreft, bepaalt hij de datum waarop de prestatie betaalbaar is en waarop ze niet langer gefinancierd wordt. Wat de andere waarborgen betreft, bepaalt hij de datum waarop ze ophouden verzekerd te zijn.
Verlaten van het paritair comité Onder verlaten van het paritair comité wordt verstaan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering, voor zover de werknemer geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever die onder het toepassingsgebied van hetzelfde sectorale pensioenstelsel valt als dat van zijn vorige werkgever.
Pensioentoezegging De toezegging van een aanvullend pensioen door de inrichter aan één of meerdere werknemers en/of de begunstigden.
Toezegging van het type "vaste bijdragen" Toezegging van de inrichter die zich verbindt om periodiek een vaste bijdrage die bepaald is in het pensioenreglement te betalen ter financiering van het aanvullend pensioen. Het pensioenreglement bepaalt de regels voor de vaststelling van deze bijdrage evenals de periodiciteit.
Toezegging van het type "vaste prestaties" Toezegging van de inrichter die zich verbindt tot het vestigen van een welbepaalde prestatie te betalen op een bepaald ogenblik. Het pensioen-reglement bepaalt de regels voor de vaststelling van deze prestatie evenals het ogenblik waarop deze verschuldigd is.
Financieringsfonds Het financieringsfonds is een collectieve reserve opgebouwd bij Employee Benefits om de prestaties met betrekking tot een bepaalde groepsverzekering te financieren.
Aanvullend pensioen Het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene vóór of na de pensionering, of de ermee overeenstemmende kapitaalswaarde, die op basis van de in een pensioenreglement bepaalde verplichte stortingen worden toegekend ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen.
Verworven prestaties Prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken overeenkomstig het pensioenreglement, indien hij bij het verlaten van het Paritair Comité voor de notarisbedienden zijn verworven reserves bij Employee Benefits laat.
Afkoop Opzegging van de overeenkomst door de verzekeringsnemer of door de aangeslotene.
Reductie Vermindering van de actuele waarde van de verzekerde prestaties ten gevolge van het stopzetten van de betaling van de premies.
In geval van reductie wordt de waarborg overlijden, waarin het risico gedekt is voor opeenvolgende periodes van een jaar die stilzwijgend worden vernieuwd, stopgezet.
Pensioenstelsel Een collectieve pensioentoezegging.
Pensioenreglement Het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de aangeslotenen en van de begunstigden alsook de aansluitingsvoorwaarden en de regels inzake de uitvoering van het sectoraal pensioenstelsel worden bepaald.
Verworven reserves Reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig het pensioenreglement.
Opgebouwde reserve Wanneer de groepsverzekering met een fonds met gewaarborgde intrestvoet verbonden is, is de opgebouwde reserve gelijk aan de theoretische afkoopwaarde.
Wanneer de groepsverzekering met een beleggingsfonds verbonden is, is de op een gegeven moment opgebouwde reserve gelijk aan het aantal eenheden op dat moment aan de rekening toegewezen, vermenigvuldigd met de inventariswaarde van de eenheden op dat moment.
Afkoopwaarde Theoretische afkoopwaarde verminderd met de afkoopvergoeding.
Theoretische afkoopwaarde Reserves gevormd bij Employee Benefits door de kapitalisatie van de betaalde premies, na aftrek van de bedragen verbruikt om de risico's te dekken.
Reductiewaarde De reductiewaarde op een bepaald ogenblik is de prestatie die in geval van stopzetting van de betaling van de premies op dat ogenblik verzekerd blijft.
Wanneer de reductie gepaard gaat met een wijziging in de verhouding tussen de kapitalen leven en overlijden van meer dan 2,5, gebeurt de berekening met de sterftetafels voor de verrichtingen bij leven.
Employee Benefits behoudt zich het recht voor overeenkomstig de wettelijke bepalingen een reductievergoeding aan te rekenen. 2. Voorwerp Deze algemene voorwaarden beschrijven de algemene bepalingen van de groepsverzekering die de inrichter onderschreven heeft bij AG Insurance, hierna "Employee Benefits" genoemd, om zijn sectorale pensioentoezegging uit te voeren.3. Waarborgen Naargelang de bepalingen van het pensioenreglement kan de groepsverzekering de volgende waarborgen omvatten : - een waarborg leven die in de betaling voorziet van een kapitaal of een rente in geval van leven van de aangeslotene op de voorziene pensioendatum en, desgevallend, een overlevingsrente in geval van overlijden van de aangeslotene na de voorziene pensioendatum; - een waarborg overlijden die in de betaling voorziet van een kapitaal of een rente in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de voorziene pensioendatum. 4. Betaling van de prestaties Prestatie leven Moment van betaling Op de voorziene pensioendatum De prestatie bij leven is betaalbaar op de voorziene pensioendatum die bepaald is in het pensioenreglement. De voorziene pensioendatum wordt uitgesteld wanneer de aangeslotene bij de werkgever behorend tot het toepassingsgebied van het sectoraal pensioenstelsel van de inrichter in dienst blijft na deze datum. In dit geval wordt het moment van betaling van de prestaties in het pensioenreglement bepaald.
Afkoop Voorwaarden De aangeslotene kan de afkoop slechts vragen voor zover het pensioenreglement dit toelaat.
Het recht op afkoop bestaat niet voor de aangeslotene die uitsluitend in aanmerking komt voor de waarborgen bij leven of voor overlevingsrenten.
Beperking van de theoretische afkoopwaarde De theoretische afkoopwaarde is beperkt tot het kapitaal overlijden.
In dit geval wordt aan de waarborg overlijden een einde gesteld, en is het overschot, gekapitaliseerd op basis van de door Employee Benefits neergelegde tarieven, betaalbaar bij leven op de voorziene pensioendatum.
Uitzondering op de beperking van de theoretische afkoopwaarde De beperking van de theoretische afkoopwaarde tot het kapitaal overlijden is niet van toepassing wanneer de afkoop gebeurt in de volgende gevallen : - als Employee …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.