Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet tot wijziging van het decreet van 24 juli 1997 dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de st

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt een eerder decreet uit 1997 over de prioritaire taken van het basis- en secundair onderwijs. Het introduceert een nieuw sturingskader waarbij de relaties tussen de Franse Gemeenschap en de scholen contractueel worden vastgelegd.

Wat het reguleert

  • De definitie van "prioritaire en bijzondere opdrachten" in plaats van "algemene en buitengewone doelstellingen".
  • De introductie van nieuwe functies zoals "zonedirecteur" en "afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst".
  • De vastlegging van "sturingsplannen" en "doelstellingsovereenkomsten" voor scholen.
  • De aanpassing van de terminologie rond doelstellingen naar "prioritaire opdrachten" in verschillende artikelen van het oorspronkelijke decreet.

Wie het aanbelangt

  • Het basisonderwijs en het secundair onderwijs in de Franse Gemeenschap.
  • De Franse Gemeenschap en de schoolinrichtingen die door haar georganiseerd of gesubsidieerd worden.

Kernpunten

  • De "algemene en buitengewone doelstellingen" van het onderwijs worden vervangen door "prioritaire en bijzondere opdrachten".
  • Er wordt een "zonedirecteur" aangesteld die verantwoordelijk is voor de contractuele vastlegging en opvolging van sturingsplannen en doelstellingsovereenkomsten in een bepaalde zone.
  • Een "afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst" ondersteunt de zonedirecteur bij de procedure en opvolging van deze overeenkomsten.
  • De relaties tussen de Franse Gemeenschap en de schoolinrichtingen worden contractueel vastgelegd via sturingsplannen en doelstellingsovereenkomsten.
Wettekst
Wettekst
Obsah (7)§ 1§ 2§ 3§ 4§ 5§ 6§ 1e

13 SEPTEMBER 2018. - Decreet tot wijziging van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse ge

gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, om een nieuw sturingskader te ontwikkelen, waarbij de betrekkingen tussen de Franse Gemeenschap en de schoolinrichtingen contractueel worden vastgelegd Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen

gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren Artikel 1.

artikel 5 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen

gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a)

20° worden de woorden "algemene en buitengewone doelstellingen bepaald" vervangen door de woorden "prioritaire en bijzondere opdrachten bepaald";b) artikel 5 wordt aangevuld met de punten 24° tot 42°, luidend als volgt: "24° zonedirecteur: het lid van de algemene sturingsdienst van de Scholen en de psycho-medisch-sociale centra bedoeld

artikel 3 van het decreet van 13 september 2018 dat, voor een bepaalde zone, belast is met : a) de procedure voor de contractuele vastlegging van de sturingsplannen, de opvolging van de hun graad van verwezenlijking en de evaluatie van de doelstellingsovereenkomsten bedoeld

artikel 67;b) de aanneming en de opvolging van de aanpassingssystemen bedoeld

artikel 68, alsook de coördinatie van de afgevaardigden voor de doelstellingenovereenkomst;25° afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst: het lid van de algemene sturingsdienst van de Scholen en de psycho-medisch-sociale centra bedoeld

artikel 3 van het decreet van 13 september 2018 dat belast is, onder het gezag van de zonedirecteur, met de procedure voor de contractuele vastlegging van de sturingsplannen, de opvolging van de graad van verwezenlijking en de evaluatie van de doelstellingsovereenkomsten, alsook met de procedure voor de contractuele vastlegging van de aanpassingssystemen, de opvolging en de evaluatie van hun graad van verwezenlijking en de evaluatie van de uitvoering van samenwerkingsprotocollen;26° coördinerende afgevaardigde: de coördinerende afgevaardigde bedoeld

artikel 3 van het decreet van 13 september 2018 die de algemene sturingsdienst van de Scholen en de psycho-medisch-sociale centra leidt;27° sturingsplan: het plan bedoeld

artikel 67, § 2;28° doelstellingsovereenkomst: de overeenkomst bedoeld

artikel 67, § 6;29°

richtende macht: de openbare overheid of de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de organisatie van een school georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap;30° federatie van

richtende machten: de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de

richtende machten van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra erkend door de Regering die aan de criteria van artikel 5bis van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving beantwoorden;31° decreet

spectie en pedagogisch adviseur: het decreet van 8 maart 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/03/2007 pub. 05/06/2007 numac 2007029052 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de algemene

spectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene

spectiedienst en van de pedagogische adviseurs sluiten betreffende de algemene

spectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene

spectiedienst en van de pedagogische adviseurs;32° decreet gedifferentieerde omkadering: het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2009 pub. 09/07/2009 numac 2009029351 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van een gedifferentieerde omkadering binnen de schoolinrichtingen van de Franse Gemeenschap om alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te bieden

een kwaliteitsvolle pedagogische omgeving sluiten houdende organisatie van een gedifferentieerde omkadering binnen de schoolinrichtingen van de Franse Gemeenschap om alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te bieden

een kwaliteitsvolle pedagogische omgeving;33° Decreet KEL: het decreet van 12 juli 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen

gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten0 tot regeling van de kwalificatie uitgedrukt

eenheden van leerresultaten (KEL)

het secundair kwalificatieonderwijs en tot wijziging van verschillende bepalingen betreffende het secundair onderwijs;34° decreet van het gespecialiseerd onderwijs: het decreet van 3 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/03/2004 pub. 03/06/2004 numac 2004029137 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs sluiten houdende organisatie van het gespecialiseerd onderwijs;35° aanpassingssysteem: het systeem bedoeld

artikel 68, § 4;36° samenwerkingsprotocol: het protocol bedoeld

artikel 68, § 7;37° plaatselijke organen voor sociaal overleg: de

stanties voor lokaal overleg

gesteld krachtens de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1974 pub. 05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 13 september 1995 betreffende de oprichting, samenstelling en bevoegdheid van de plaatselijke paritaire commissies

het officieel gesubsidieerd onderwijs, het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 27 maart 1996 dat de beslissing van de 24 januari 1996 van de Paritaire Commissie voor het vrij confessioneel basisonderwijs, betreffende de oprichting van een plaatselijk overlegorgaan tussen de

richtende machten en vakbondsafvaardigingen, bindend verklaart en het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 18 juni 1999 waarbij de beslissing van 31 mei 1999 van de Paritaire Commissie voor het niet-confessioneel vrij basisonderwijs betreffende het model-huishoudelijk reglement van de plaatselijke

stantie voor overleg tussen de

richtende machten en de syndicale afvaardigingen verplicht wordt verklaard;38° de dienst of de cel voor ondersteuning en begeleiding: de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding voor de

richtingen die afhangen van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap of,

het gesubsidieerd onderwijs, één van de cellen voor pedagogische raadgeving en steun, zoals bedoeld

artikel 4 van het decreet van 8 maart 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/03/2007 pub. 05/06/2007 numac 2007029052 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de algemene

spectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene

spectiedienst en van de pedagogische adviseurs sluiten betreffende de algemene

spectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene

spectiedienst en van de pedagogische adviseurs;39° zones: de zones zoals bepaald

artikel 1 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 15 maart 1993 tot vaststelling van de verplichtingen tot overleg tussen gelijkaardige

richtingen

het secundair onderwijs met volledig leerplan;40° directeur: de directeur

de zin van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten tot vaststelling van het statuut van de directeurs;41° schoolwerkdagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag met uitzondering van deze die op een feestdag vallen, tijdens de schoolvakantie of elke andere dag schoolverlof; 42° pedagogisch en opvoedingsteam : het bestuurs- en onderwijzend personeel, het paramedisch personeel, het maatschappelijk personeel, het psychologisch personeel, het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het werkliedenpersoneel.". Art. 2.

hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen als volgt: "Hoofdstuk II -De prioritaire opdrachten van het basisonderwijs en het secundair onderwijs". Art. 3.

artikel 6 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het woord "streven" wordt vervangen door het woord "vervullen";2° de woorden "volgende doelstellingen" worden vervangen door de woorden "volgende prioritaire opdrachten". Art. 4.

de artikelen 7, 8, 30 en 54 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°

artikel 7 worden de woorden "om de algemene doelstellingen te kunnen bereiken bedoeld" vervangen door de woorden "om de prioritaire opdrachten te kunnen vervullen bedoeld";2°

de artikelen 8 en 30 worden de woorden "de algemene doelstellingen te bereiken bedoeld" vervangen door de woorden "de prioritaire opdrachten te vervullen bedoeld";3°

artikel 54 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) het woord "bereiken" wordt vervangen door het woord "vervullen";b)

1° worden de woorden "algemene doelstellingen bedoeld" vervangen door de woorden "prioritaire opdrachten bedoeld". Art. 5.

artikel 9 van hetzelfde decreet worden de woorden "algemene doelstellingen van het onderwijs bepaald" vervangen door de woorden "prioritaire opdrachten bepaald". Art. 6.

artikel 10, 2°, van hetzelfde decreet worden de woorden "algemene doelstellingen" vervangen door de woorden "prioritaire opdrachten". Art. 7.

hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen als volgt: "Hoofdstuk III - De bijzondere opdrachten gemeen aan het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs". Art. 8.

artikel 12 van hetzelfde decreet worden de woorden "alle algemene doelstellingen na die bepaald" vervangen door de woorden "alle prioritaire opdrachten na die bepaald". Art. 9.

hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk IV vervangen als volgt: "Hoofdstuk IV - De bijzondere opdrachten van de algemene en technologische humaniora". Art. 10.

de artikelen 24 en 34 van hetzelfde decreet worden de woorden "algemene doelstellingen zoals bepaald" telkens vervangen door de woorden "prioritaire opdrachten zoals bepaald". Art. 11.

hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk V vervangen als volgt: "Hoofdstuk V - De bijzondere opdrachten gemeen aan de beroeps- en technische humaniora". Art. 12.

hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk VII vervangen als volgt: "Hoofdstuk VII - De opvoedkundige, pedagogische en

richtingsprojecten, alsook het sturingsplan en de doelstellingenovereenkomst van de

richting". Art. 13.

artikel 63 van hetzelfde decreet worden de woorden "doelstellingen vooropgesteld

de vorige hoofdstukken" vervangen door de woorden "prioritaire en bijzondere opdrachten vooropgesteld

de vorige hoofdstukken". Art. 14.

hoofdstuk VII van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen als volgt: "Afdeling 2.- Het

richtingsproject, het sturingsplan en de doelstellingenovereenkomst van de

richting". Art. 15.Artikel 67 van hetzelfde decreet, zoals laatst gewijzigd door de decreten van 4 februari 2016 en 19 juli 2017, wordt vervangen als volgt: "Artikel 67.§ 1. Het

richtingsproject definieert het geheel van de pedagogische keuzen en,

voorkomend geval, de bijzondere concrete acties die het opvoedingsteam van de

richting wil verwezenlijken

samenwerking met het geheel van de leden van de participatieraad bedoeld

artikel 69, § 2, voor het verwezenlijken van de opvoedings- en pedagogische projecten van de

richtende macht. Het

richtingsproject wordt opgemaakt, rekening houdend met: 1° de leerlingen die

geschreven zijn

de

richting, hun kenmerken, zowel de culturele als de sociale, hun behoeften en hun hulpmiddelen tijdens het verwervingsproces van bekwaamheden en kennis;2° de aspiraties van de leerlingen en van hun ouders betreffende het plannen van een beroepsleven en het voortzetten van de studies;3° het sociale, culturele en economisch milieu van de school; ° 4° het natuurlijke milieu, de buurt, de stad, het dorp waarin de school zich bevindt. Het

richtingsproject zal,

dien nodig, aangepast worden overeenkomstig artikel 69 om voor de coherentie ervan te zorgen ten opzichte van het sturingsplan. Het

richtingsproject en de latere wijzigingen ervan worden ter goedkeuring voorgelegd aan de

richtende macht volgens de termijnen die door de Regering bepaald worden. § 2. Elke

richting is ertoe gehouden een sturingsplan uit te werken

samenhang met haar

richtingsproject dat na het proces van contractuele vastlegging bedoeld

paragraaf 6 haar doelstellingsovereenkomst zal worden voor een periode van zes jaar. De

richtingen kunnen beslissen om een sturingsplan per vestigingsplaats op te stellen. De sturingsplannen moeten ook uitgewerkt worden volgens de elementen en de nadere regels die de Regering bepaalt, met

achtneming van de volgende fasen: 1° vanaf 1 januari 2019, voor alle vrijwillige

richtingen waarin, op één

richting na, één derde van de leerlingen van elk net en elk onderwijsniveau schoollopen.Wanneer het aantal vrijwillige

richtingen binnen een net of niveau te hoog is, worden de

richtingen van de zones die verhoudingsgewijs het meest vertegenwoordigd zijn en waarin het kleinste aantal leerlingen op 15 januari 2017 schoollopen,

de volgende fasen worden opgenomen. Wanneer een

richtende macht verschillende

richtingen telt, kunnen alle

richtingen van die

richtende macht, als ze dit wensen, worden beschouwd als éénzelfde

richting, voor zover het aantal leerlingen die

al deze

richtingen collectief schoollopen, op 15 januari 2017 niet hoger is dan 250 leerlingen, onverminderd het opstellen van een sturingsplan

elke

richting. Als er niet voldoende vrijwillige

richtingen zijn binnen een net en een niveau, dan worden aan deze de niet vrijwillige

richtingen van de verhoudingsgewijs minst vertegenwoordigde zones waarin het grootste aantal leerlingen schoollopen, toegevoegd. De sturingsplannen worden aan de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst tussen 1 april 2019 en 30 april 2019 bezorgd; 2° vanaf 1 september 2019, voor een nieuwe schijf van alle vrijwillige

richtingen waarin, op één

richting na, één derde van de leerlingen van elk net en elk onderwijsniveau schoollopen.Wanneer het aantal vrijwillige

richtingen binnen een net en niveau te hoog is, worden de

richtingen van de zones die verhoudingsgewijs het meest vertegenwoordigd zijn en waarin het kleinste aantal leerlingen op 15 januari 2018 schoollopen,

het volgende schooljaar opgenomen. Wanneer een

richtende macht verschillende

richtingen telt, kunnen alle

richtingen van die

richtende macht, als ze dit wensen, worden beschouwd als éénzelfde

richting, voor zover het aantal leerlingen die

al deze

richtingen collectief schoollopen, op 15 januari 2018 niet hoger is dan 250 leerlingen, onverminderd het opstellen van een sturingsplan

elke

richting. Als er niet voldoende vrijwillige

richtingen zijn binnen een net en een niveau, dan worden aan deze de niet vrijwillige

richtingen van de verhoudingsgewijs minst vertegenwoordigde zones waarin het grootste aantal leerlingen schoollopen, toegevoegd. De sturingsplannen worden aan de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst tussen 2 november 2019 en 1 februari 2020 bezorgd; 3° vanaf 1 september 2020 voor alle andere schoolinrichtingen. De sturingsplannen worden aan de afgevaardigde belast met de doelstellingenovereenkomst tussen 2 november 2020 en 1 februari 2021 bezorgd. Voor de toepassing van het vorige lid wordt verstaan onder: 1° "onderwijsniveau", enerzijds, het kleuter- en lager onderwijs en, anderzijds, het secundair onderwijs;2° "net", een geheel van

richtingen georganiseerd door de Franse Gemeenschap of waarvan de

richtende machten aangesloten zijn bij eenzelfde federatie van de

richtende machten of een overeenkomst hebben gesloten met eenzelfde federatie van

richtende machten. De federatie van de

richtende machten en de

richtende macht belast met het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap sturen aan de Diensten van de Regering voor 30 juni 2018 de lijst van alle vrijwillige

richtingen die aangesloten zijn en die een overeenkomst gesloten hebben. De

richtingen waarvan de

richtende macht noch aangesloten is, noch een overeenkomst heeft gesloten met een federatie van

richtende machten, stellen hun sturingsplan op volgens de fasen bedoeld

het derde lid, 3°. De Regering stelt de lijst vast van de schoolinrichtingen die hun sturingsplan uitwerken

functie van de fasen bedoeld

het derde lid. § 3. Voor de uitwerking van sturingsplannen en de contractuele vastlegging ervan

doelstellingsovereenkomsten streven de

richtingen de verbeteringsdoelstellingen na waarbij het opvoedingssysteem: 1° de kennis en de bekwaamheden van de leerlingen duidelijk verbeteren kan;2° het gedeelte van jongeren afgestudeerd van het hoger secundair onderwijs verhogen kan;3° de verschillen tussen de resultaten van de meest begunstigde leerlingen en deze van de minst begunstigde leerlingen op het sociaal-economisch vlak verminderen kan;4° het blijven zitten en het afhaken geleidelijk verminderen kan;5° de schoolveranderingen binnen de gemeenschappelijke kern verminderen kan;6° de

clusie van leerlingen met specifieke behoeften

het gewoon onderwijs geleidelijk verhogen kan;7° de

dexcijfers van het welzijn op school kan verhogen en de schoolomgeving kan verbeteren. De

dicatoren en de referentiewaarden die gebonden zijn aan deze doelstellingen worden bij dit decreet gevoegd. De Regering kan,

dien nodig, bijzondere doelstellingen bepalen voor sommige categorieën van

richtingen rekening houdend met het onderwijsniveau, het type van

richting en de bijzonderheden van de zones waaraan deze

richtingen gebonden zijn,

zonderheid om de sociale gemengdheid te versterken. De categorieën van

richtingen bedoeld

het vorige lid kunnen

zonderheid betrekking hebben op: 1° de

richtingen waarvan één of meer vestigingsplaatsen

aanmerking komt(en) voor de gedifferentieerde omkadering

de zin van het decreet gedifferentieerde omkadering;2° de onderwijsinrichtingen onderworpen aan het decreet KEL;3° de onderwijsinrichtingen onderworpen aan het decreet van 11 mei 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/05/2007 pub. 12/10/2007 numac 2007029304 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het taalbadonderwijs sluiten betreffende het taalbadonderwijs;4° de

richtingen die de eerste graad van het secundair onderwijs organiseren;5° de onderwijsinrichtingen onderworpen aan het decreet van het gespecialiseerd onderwijs. De Regering zorgt voor de algemene coherentie van de doelstellingen die door de

richtingen vastgesteld worden wat betreft hun oorspronkelijke toestand, ten opzichte van de verbeteringsdoelstellingen van het opvoedingssysteem. De Regering evalueert elk jaar of de verbeteringsdoelstellingen bedoeld

het eerste lid en,

voorkomend geval, de bijzondere doelstellingen bedoeld

het derde lid bereikt worden en brengt verslag hierover aan het Parlement uit. § 4. Het sturingsplan van elke

richting wordt opgesteld

het kader van deze verbeteringsdoelstellingen en,

voorkomend geval, van deze bijzondere doestellingen en bevat

zonderheid de volgende elementen: 1° de specifieke doelstellingen die de

richting moet bereiken om tot de verbeteringsdoelstellingen en,

voorkomend geval, tot de bijzondere doelstellingen bij te dragen;2° een collectieve diagnose gesteld door de directeur,

samenwerking met het pedagogisch en opvoedingsteam van de

richting en met de sterke en zwakke punten van de

richting wat betreft de verbeteringsdoelstellingen en,

voorkomend geval, de bijzondere doelstellingen, alsook de oorzaken ervan. Deze diagnose wordt gesteld rekening houdend met de

dicatoren die eigen zijn aan de toestand van de

richting en die verstuurd worden door de diensten van de Regering aan de directeur en de

richtende macht van de

richting, onverminderd de andere elementen die de

richting vrij is te ontwikkelen. Het classificeren van de

dicatoren wordt door de Regering bepaald. Onverminderd de voorgestelde elementen van de diagnose, ter gelegenheid van de voorstelling van het sturingsplan aan de plaatselijke organen voor sociaal overleg en aan de Participatieraad bedoeld

artikel 69, om de keuzen van de te bereiken specifieke doelstellingen te motiveren, mag de diagnose die exclusief en vertrouwelijk bedoeld is voor het opvoedingsteam, de directeur, de diensten van de Regering en de betrokken

richtende macht, niet meegedeeld worden aan derden buiten de schoolinrichting, behalve,

voorkomend geval, aan de federatie van de

richtende machten waarbij de

richting aangesloten is en waarmee ze een overeenkomst gesloten heeft of

de gevallen bepaald door de Regering,

zonderheid om academische of wetenschappelijke doeleinden. De bestemmelingen van dit document worden aan een vertrouwelijkheidsplicht onderworpen; 3° een bijlage gedetailleerd met, volgens de nadere regels bepaald door de Regering, de jaarlijkse en meerjarige becijferde referentiewaarden die de

richting wenst te bereiken op basis van haar toestand, voor elke specifieke doelstelling waarvoor een kwantitatieve

dicator bestaat.Deze bijlage die exclusief bedoeld is voor het opvoedingsteam, de directeur, de diensten van de Regering en de betrokken

richtende macht, mag niet meegedeeld worden aan derden buiten de schoolinrichting, behalve,

voorkomend geval, aan de federatie van de

richtende machten waarbij de

richting aangesloten is en waarmee ze een overeenkomst gesloten heeft of

de gevallen bepaald door de Regering,

zonderheid om academische of wetenschappelijke doeleinden. De bestemmelingen van dit document worden aan een vertrouwelijkheidsplicht onderworpen; 4° de nadere regels voor de samenwerking van het geheel van het opvoedingsteam van de

richting waarbij het sturingsplan

zonderheid uitgewerkt en uitgevoerd kan worden;5° het opleidingsplan bedoeld

artikel 12, § 1 van het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029419 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan

het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een

stituut voor opleidingen tijdens de loopbaan type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029418 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de

richtingen voor gewoon basisonderwijs sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de

richtingen voor gewoon basisonderwijs of

artikel 19, § 1, van het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029419 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan

het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een

stituut voor opleidingen tijdens de loopbaan type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029418 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de

richtingen voor gewoon basisonderwijs sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan

het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een

stituut voor opleidingen tijdens de loopbaan;6° de nadere regels voor de uitvoering, van het nieuwe pedagogisch continuüm bestaande uit het kleuteronderwijs en de eerste 9 jaren van het verplicht onderwijs dat beoogt alle leerlingen de

itiële competenties en de eindtermen te verschaffen die nodig zijn voor hun sociale

tegratie en de voortzetting van hun studies voor zover en

het tempo volgens hetwelk de

richting betrokken is, met

begrip van de nadere regels voor de differentiatie van de leerprocessen en de persoonlijke begeleiding;7° de strategieën die de

richting moet ontwikkelen om de specifieke doelstellingen bedoeld

1° te bereiken.Bij het ontwikkelen van deze strategieën identificeert de

richting onder de volgende thema's deze die vereisen dat nieuwe acties als prioriteit worden uitgevoerd: a) de pedagogische acties die worden

gezet om elke leerling naar succes te leiden en hem / haar

staat te stellen de leerprocessen te beheersen en de verwachte doelstellingen te bereiken, met

begrip van de nadere regels voor de evaluatie van de verwerving van kennis en vaardigheden;

  1. b)de systemen voor schoolherinschakeling;
  2. c)de specifieke systemen voor de aanpassing en de omkadering voor nieuwkomers;
  3. d)de redelijke aanpassingen voor leerlingen met erkende specifieke behoeften, alsook de

tegratie van leerlingen

het gewoon onderwijs overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk X van het decreet van het gespecialiseerd onderwijs;e) de oriëntatie van de leerlingen en de bevordering van oriëntatie-

strumenten gedurende het schooltraject van de leerling;

  1. f)de bevordering van burgerschap, gezondheid, mediageletterdheid, milieu en duurzame ontwikkeling;
  2. g)de preventie en behandeling van discriminatie en geweld binnen de schoolinrichting, met

begrip van specifieke systemen met betrekking tot

timidatie, cyberpesten en uitzonderlijke evenementen en partnerschappen met de diensten voor hulpverlening aan de jeugd en schoolbemiddeling;h) de opname van digitale hulpmiddelen

de leerprocessen en het beheren van de

richting, evenals digitale apparatuur;

  1. i)de ontvangst en begeleiding van nieuwe leerkrachten;
  2. j)het partnerschap en de samenwerking met de ouders van de leerlingen van de

richting,

overleg met de Participatieraad;

  1. k)het leren en de toegang tot cultuur en het lezen alsook de samenwerking met de culturele en openbare leesinstellingen van de zone;
  2. l)het leren en de toegang tot sport alsmede de samenwerking met sportinstellingen van de zone;m)

het geval van kwalificerend onderwijsaanbod, partnerschappen met de bedrijven en werkgevers van de betrokken sector;

  1. n)het onderhoud en de verbetering van schoolinfrastructuren;
  2. o)het beleid van de

richting met betrekking tot schoolkosten. De

stelling beschrijft bovendien de bestaande acties die zij

het kader van elk van deze thema's blijft uitvoeren, rekening houdend met de specifieke context van de

richting, het

richtingsproject en de richtlijnen die door de

richtende macht zijn vastgesteld en beschikbare middelen. De categorieën van

richtingen bedoeld

paragraaf 3, derde alinea, bepalen, elk wat haar betreft, aan welke concrete acties en met welke middelen de doelstellingen zullen bereikt worden die bedoeld zijn

: - artikel 2 van het decreet gedifferentieerde omkadering, door

zonderheid de acties van de thema's a),

  1. b)en
  2. g)te ontwikkelen voor

richtingen waarvan een of meer vestigingsplaatsen van de gedifferentieerde omkadering genieten

de zin van het decreet gedifferentieerde omkadering; ze geven ook een gedetailleerd overzicht van de toewijzing van werkingsmiddelen en menselijke middelen die toegekend zijn

het kader van en

overeenstemming met het bovenvermelde decreet; - artikel 3 van het decreet KEL voor de onderwijsinrichtingen die hieraan onderworpen zijn, door

zonderheid acties van de thema's a),

  1. b)en
  2. m)te ontwikkelen; - artikel 4 van het decreet van 11 mei 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/05/2007 pub. 12/10/2007 numac 2007029304 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het taalbadonderwijs sluiten betreffende het taalbadonderwijs, door

zonderheid de strategieën

  1. a)en
  2. h)te ontwikkelen voor de onderwijsinrichtingen die onderworpen zijn aan dit decreet; - artikel 67/1 van dit decreet, door

zonderheid de acties van de thema a) te ontwikkelen voor de

richtingen die de eerste graad van het secundair onderwijs organiseren; - het hoofdstuk X van het decreet van het gespecialiseerd onderwijs, door

zonderheid name de acties van de thema d) te ontwikkelen voor de

richtingen die het gespecialiseerd onderwijs ontwikkelen; 8° Het sturingsplan voorziet

de jaarlijkse evaluatiewijze van de door de

richting uit te voeren doelstellingenovereenkomst, onverminderd paragraaf

  1. §
  2. Het sturingsplan wordt opgesteld door de directeur,

samenwerking met het pedagogisch en opvoedingsteam van de

richting en

overleg,

voorkomend geval, met de teams van het psycho-medisch-sociaal centrum en de vertegenwoordigers van de ouders van de school, rekening houdend met de specifieke context van de

richting, het

richtingsproject, de richtlijnen van de

richtende macht en de beschikbare middelen. De dienst of cel voor ondersteuning en begeleiding biedt ondersteuning aan de

richting voor de ontwikkeling van het sturingsplan. Voor de uitvoering van deze ondersteuning wordt een overeenkomst van begeleiding en,

dien dit het geval is, van opvolging vastgelegd

het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, tussen de directeur en de dienst voor ondersteuning en begeleiding en,

het gesubsidieerd onderwijs, tussen de

richtende macht en de federatie van de

richtende machten waarbij de

richting aangesloten is of waarmee een overeenkomst gesloten is. Met

stemming van de betrokken

richtende macht delen de diensten van de Regering aan de federaties van de

richtende machten of aan de

richtende macht van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap de

dicatoren bedoeld

paragraaf 4, 2° mee die betrekking hebben op de

richtingen die bij hen aangesloten zijn of die een overeenkomst gesloten hebben. De meegedeelde

dicatoren zijn erop gericht om elke federatie van de

richtende machten en de

richtende macht van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs

staat te stellen de

formatie te hebben die nodig is om de

richting te ondersteunen

het kader van de ontwikkeling van het sturingsplan, de begeleiding ervan en,

voorkomend geval, de opvolging ervan. Het is verboden deze

dicatoren aan derden te melden, behalve

gevallen die door de Regering worden bepaald. Het sturingsplan wordt door de directeur voorgesteld, met

achtneming van de termijnen bedoeld

paragraaf 2, derde lid, volgens de vormvereisten die door de Regering zijn vastgesteld, via de toepassing uitgewerkt door het « Entreprise publique des Technologies nouvelles de l'

formation et de la Communication de la Communauté française (ETNIC) » (Overheidsbedrijf voor Nieuwe

formatie- en Communicatietechnologieën van de Franse Gemeenschap), aan de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst, na advies van de plaatselijke organen voor sociaal overleg en de Participatieraad bedoeld

artikel 69,

gezameld

overeenstemming met de geheimhoudingsregels bedoeld

paragraaf 4 en de goedkeuring van de

richtende macht. De Regering bepaalt de regels voor de toegang tot deze toepassing. § 6. Binnen 60 kalenderdagen na het

dienen van het sturingsplan, analyseert de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst, na overleg met de directeur en de

richtende macht, de overeenstemming van het sturingsplan met de verbeteringsdoelstellingen en,

voorkomend geval, bijzondere doelstellingen bedoeld

paragraaf 3 en de overeenstemming met de bepalingen van de paragrafen 2 tot 5 en, de uitvoeringsbesluiten ervan, volgens de procedure en de nadere regels die door de Regering worden bepaald. De analyse van de overeenstemming van het sturingsplan van de

richting met de verbeteringsdoelstellingen en,

voorkomend geval, met de bijzondere doelstellingen bedoeld

paragraaf 3 bestaat

het opsporen ??van een mogelijke duidelijke beoordelingsfout bij de vaststelling van specifieke doelstellingen die het sturingsplan van de

richting bevat, gelet op de verbeteringsdoelstellingen en,

voorkomend geval, op de bijzondere doelstellingen bedoeld

paragraaf 3, of

de strategieën die bepaald worden om ze uit te voeren. Om deze analyse uit te voeren, kan de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst, onder andere, de

richtende macht, de directeur, het pedagogisch en opvoedingsteam van de

richting, de vertegenwoordigers van de ouders van de school, de vertegenwoordigers van de plaatselijke organen voor sociaal overleg ontmoeten en, voor het secundair onderwijs, de vertegenwoordigers van de studenten.

dien, na deze analyse, het sturingsplan goedgekeurd wordt, wordt het teruggestuurd naar de

richting, ondertekend door de zonedirecteur en medeondertekend door de afgevaardigde belast met de doelstellingenovereenkomst binnen de termijn bedoeld

het eerste lid en volgens de nadere regels bepaald door de Regering. Het wordt dan de doelstellingenovereenkomst van de

richting. Het wordt gesloten tussen de

richtende macht en de Regering. Het wordt medeondertekend door de directeur van de

richting

functie van de datum van de ondertekening van de overeenkomst. De opdrachtbrief van de directeur wordt,

dien nodig, gewijzigd

overeenstemming met de artikelen 30 en 31 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten tot vaststelling van het statuut van de directeurs

uitzonderlijke gevallen waarin de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst de termijn bedoeld

het eerste lid niet heeft nageleefd, wordt de analyse van de overeenstemming van het sturingsplan zoals bedoeld

het eerste lid door de zonedirecteur uitgevoerd die over 20 aanvullende kalenderdagen beschikt. Als het sturingsplan niet geacht wordt

overeenstemming te zijn met de verbeteringsdoelstellingen en,

voorkomend geval, met de bijzondere doelstellingen bedoeld

paragraaf 3 of niet vastgesteld werd overeenkomstig de paragrafen 2 tot 5 en

hun uitvoeringsbesluiten, maakt de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst gemotiveerde aanbevelingen aan de directeur en de

richtende macht om het sturingsplan aan te passen. De geformuleerde aanbevelingen passen

het kader van de naleving van de vrijheid van de

richtende macht

zake pedagogische methodes. De directeur,

samenwerking met het pedagogisch en opvoedingsteam van de

richting en

overleg,

voorkomend geval, met de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst en met de teams van het psycho-medisch-sociaal centrum en de vertegenwoordigers van de ouders van de school, past het sturingsplan aan. Hij legt het om advies voor aan de plaatselijke organen voor sociaal overleg en aan de Participatieraad en voor goedkeuring aan de

richtende macht. Het aangepaste sturingsplan wordt teruggestuurd naar de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst binnen een termijn van 40 schoolwerkdagen na kennisgeving van de aanbevelingen van de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst, met het oog op een nieuwe analyse van de overeenstemming ervan met de doelstellingen bedoeld

paragraaf 3 en de overeenstemming ervan met de bepalingen van de paragrafen 2 tot 5 en de uitvoeringsbesluiten ervan. De afgevaardigde belast met de doelstellingenovereenkomst beschikt over 21 kalenderdagen om een nieuwe analyse uit te voeren van de overeenstemming van het sturingsplan met de doelstellingen bedoeld

paragraaf 3 en de overeenstemming ervan met de bepalingen van de paragrafen 2 tot 5 en de uitvoeringsbesluiten ervan. Als het dan wordt goedgekeurd, wordt het teruggestuurd naar de

richting, ondertekend door de zonedirecteur en medeondertekend door de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst. Het wordt daarom de doelstellingenovereenkomst van de

richting. Het wordt gesloten tussen de

richtende macht en de Regering. Het wordt medeondertekend door de directeur van de

richting

functie van de datum van de ondertekening van de overeenkomst. De opdrachtbrief van de directeur wordt,

dien nodig, gewijzigd

overeenstemming met de artikelen 30 en 31 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten tot vaststelling van het statuut van de directeurs. Overeenkomstig de vertrouwelijkheidsregels bedoeld

paragraaf 4 stelt de directeur de doelstellingenovereenkomst voor: a. aan het pedagogisch en opvoedingsteam van de

richting;b. aan de teams van het Psycho-Medisch-Sociaal Centrum als deze teams aan de uitwerking ervan hebben deelgenomen;c. aan de dienst of cel voor ondersteuning en begeleiding, als deze dienst of deze cel aan de uitwerking ervan heeft deelgenomen;d. aan de plaatselijke organen voor sociaal overleg;e. aan de participatieraad bedoeld

artikel 69 De doelstellingenovereenkomst wordt ten laatste vanaf 1 september volgend op de ondertekening ervan uitgevoerd.Als de doelstellingenovereenkomst echter niet voor 1 september afgesloten is, wordt het uiterlijk vanaf 1 januari volgend op de ondertekening van de doelstellingenovereenkomst uitgevoerd. § 7.

geval van blijvend meningsverschil tussen een

richting en de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst met betrekking tot de beoordeling van de laatstgenoemde over de overeenstemming van een sturingsplan met de verbeteringsdoelstellingen en,

voorkomend geval, met de bijzondere doelstellingen bedoeld

paragraaf 3 of over de overeenstemming ervan met de paragrafen 2 tot 5 en met de uitvoeringsbesluiten ervan, kan de

richting, op basis van een met redenen omkleed verzoek, door de zaak verwijzen naar een collegiale

stantie bestaande uit de coördinerende afgevaardigde en de betrokken zonedirecteur binnen de termijn bepaald voor de aanpassing van het sturingsplan.

voorkomend geval, kan deze

stantie de aanbevelingen van de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst aanpassen aan de doelstellingenovereenkomst en de termijn verlengen die de

richting wordt toegestaan om hieraan te voldoen. § 8.

geval van weigering of onvermogen van de

richting om een sturingsplan op te stellen, wordt een proces van nauw toezicht door de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst ontwikkeld.

dit verband kan een externe boekhoudkundige controleprocedure worden uitgevoerd door de algemene

spectiedienst volgens de door de regering vastgestelde nadere regels, op verzoek van de zonedirecteur of de

richtende macht. Op basis van de resultaten van de boekhoudkundige controleprocedure,

dien een dergelijke procedure is uitgevoerd, wordt het sturingsplan door de

richting opgesteld,

voorkomend geval,

overleg met de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst overeenkomstig de vorige paragrafen.

dit geval, nadat de doelstellingenovereenkomst wordt goedgekeurd, keert de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst jaarlijks terug naar de

richting om de implementatie ervan te evalueren. Als de

richting niet aan dit opvolgingsproces voldoet, wordt de

paragraaf 13 bedoelde procedure door de zonedirecteur gestart. § 9. De doelstellingenovereenkomst is onderworpen aan een tussentijdse evaluatie na drie jaar uitvoering en wordt,

dien nodig, gewijzigd overeenkomstig paragraaf 10. Ze is ook aan een eindevaluatie tijdens haar zesde jaar van uitvoering onderworpen. Deze evaluaties worden uitgevoerd door de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst, volgens de nadere regels en de termijnen die door de Regering zijn vastgesteld. De evaluaties hebben betrekking op de uitvoering van de strategieën en de doeltreffendheid ervan met betrekking tot de specifieke doelstellingen die vastgesteld worden,

het licht van de cijfers vermeld

de bijlage bedoeld

paragraaf 4, 3°. Met het oog hierop kan de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst onder andere de

richtende macht, de directeur, het pedagogisch en opvoedingsteam van de

richting, de vertegenwoordigers van de ouders van de school, de vertegenwoordigers van de plaatselijke organen voor sociaal overleg ontmoeten en, voor het secundair onderwijs, de studentenvertegenwoordigers. De evaluaties worden gemotiveerd door de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst en sluiten aan bij de vrijheid van de

richtende macht

zake de pedagogische methodes. § 10. Wanneer uit de overgangsevaluatie bedoeld

paragraaf 9 blijkt dat de uitvoering van de doelstellingenovereenkomst niet aan zijn doelstellingen voldoet, wanneer de bijzondere doelstellingen bedoeld

paragraaf 3 aangepast worden door de Regering of wanneer de beschikbare middelen bedoeld

paragraaf 5, eerste lid, veranderd zijn, stelt de directeur een wijziging van deze overeenkomst voor binnen de 75 schoolwerkdagen na de kennisgeving van de tussentijdse evaluatie. De voorgestelde wijziging wordt uitgewerkt

samenwerking met het pedagogisch en opvoedingsteam van de

richting en

overleg,

voorkomend geval, met de teams van het psycho-medisch-sociaal centrum en met de vertegenwoordigers van de ouders van de school. Ze wordt om advies voorgelegd aan de plaatselijke organen voor sociaal overleg en aan de Participatieraad en om goedkeuring aan de

richtende macht. Voor de wijziging van de doelstellingenovereenkomst en de opvolging ervan, bieden de dienst of de cel voor ondersteuning en begeleiding hun steun aan de

richting. Binnen de 30 kalenderdagen na de

diening van het voorstel tot wijziging van de doelstellingenovereenkomst analyseert de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst deze wijziging met de directeur en de

richtende macht.

dien hij van mening is dat de wijziging

overeenstemming is met de verbeteringsdoelstellingen en,

voorkomend geval, met de bijzondere doelstellingen bedoeld

paragraaf 3, legt hij de gewijzigde doelstellingenovereenkomst voor aan de handtekening van de zonedirecteur. De opdrachtbrief van de directeur wordt,

dien nodig, gewijzigd overeenkomstig de artikelen 30 en 31 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten tot vaststelling van het statuut van de directeurs.

dien het voorstel tot wijziging van de doelstellingenovereenkomst niet geacht wordt

overeenstemming te zijn met de verbeteringsdoelstellingen en,

voorkomend geval, met de bijzondere doelstellingen bedoeld

paragraaf 3, geeft de afgevaardigde belast met de doelstellingenovereenkomst gemotiveerde aanbevelingen aan de directeur en de

richtende macht zodat het sturingsplan wordt aangepast. De geformuleerde aanbevelingen passen

het kader van de naleving van de vrijheid van de

richtende macht

zake de pedagogische methodes. De directeur,

samenwerking met het pedagogisch en opvoedingsteam van de

richting en

overleg,

dien nodig, met de teams van het psycho-medisch-sociaal centrum, past het voorstel tot wijziging van de doelstellingenovereenkomst aan. Hij legt ze om advies voor aan de plaatselijke organen voor sociaal overleg en aan de participatieraad en aan de goedkeuring van de

richtende macht Het gewijzigde voorstel tot wijziging van de doelstellingenovereenkomst wordt binnen de 40 schoolwerkdagen na de kennisgeving van de aanbevelingen van de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst teruggestuurd naar de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst. Deze afgevaardigde heeft dan 21 kalenderdagen om een nieuwe analyse uit te voeren van de overeenstemming ervan met de doelstellingen bedoeld

paragraaf 3.

dien hij van mening is dat de wijziging

overeenstemming is met de verbeteringsdoelstellingen en,

voorkomend geval, met de bijzondere doelstellingen bedoeld

paragraaf 3, legt hij de gewijzigde doelstellingenovereenkomst voor aan de handtekening van de zonedirecteur. De opdrachtbrief van de directeur wordt,

dien nodig, gewijzigd

overeenstemming met de artikelen 30 en 31 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten tot vaststelling van het statuut van de directeurs. § 11.

geval van blijvend meningsverschil tussen een

richting en de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst met betrekking tot de evaluatie van een doelstellingenovereenkomst, kan de

richting, op basis van een met redenen omkleed verzoek, door de zaak verwijzen naar een collegiale

stantie bestaande uit de coördinerende afgevaardigde en de betrokken zonedirecteur binnen de termijn bepaald voor de aanpassing van het sturingsplan.

voorkomend geval, kan deze

stantie de aanbevelingen van de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst aanpassen aan de doelstellingenovereenkomst en de termijn verlengen die de

richting wordt toegestaan om hieraan te voldoen. § 12. Wanneer uit de tussentijdse evaluatie bedoeld

paragraaf 9 naar voren komt dat er sprake is van kennelijke slecht wil om de doelstellingenovereenkomst uit te voeren of van een duidelijk onvermogen om de daarin bedoelde doelstellingen te bereiken, wordt een proces van nauw toezicht opvolgingsproces van de uitvoering van het doelstellingenovereenkomst door de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst

gesteld. De afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst keert jaarlijks

de

richting terug om de uitvoering van de doelstellingenovereenkomst te evalueren.

dit verband kan een externe boekhoudkundige controleprocedure worden uitgevoerd door de algemene

spectiedienst volgens de door de Regering vastgestelde nadere regels, op verzoek van de zonedirecteur of de

richtende macht. Op basis van de resultaten van de boekhoudkundige controleprocedure,

dien een dergelijke controleprocedure is uitgevoerd, kan de zonedirecteur ook een wijziging van de doelstellingenovereenkomst goedkeuren, na overleg tussen de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst, de directeur en de

richtende macht. Daartoe stelt de directeur,

samenwerking met het pedagogisch en opvoedingsteam van de

richting en

overleg,

voorkomend geval, met de teams van het psycho-medisch-sociaal centrum, de wijziging van de doelstellingenovereenkomst voor. Hij legt ze om advies voor aan de plaatselijke organen voor sociaal overleg en aan de Participatieraad en om goedkeuring aan de

richtende macht. De opdrachtbrief van de directeur wordt,

dien nodig, gewijzigd overeenkomstig de artikelen 30 en 31 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten tot vaststelling van het statuut van de directeurs. § 13.

de gevallen waarin een doelstellingenovereenkomst niet gewijzigd kan worden overeenkomstig paragraaf 10 en/of

dien een opvolgingsproces, zoals bedoeld

paragraaf 8 of 12, niet ontwikkeld kan worden of niet nageleefd wordt door de

richting of door de

richtende macht, stuurt de zonedirecteur een aangetekende brief met ontvangstbericht aan de

richtende macht, waarbij hij gelast wordt ofwel met de wijziging van de doelstellingenovereenkomst, ofwel met de naleving van het opvolgingsproces binnen een termijn van 30 schoolkalenderdagen. Een afschrift van deze brief wordt ter

formatie aan de betrokken federatie van

richtende machten gestuurd. Als de

richtende macht niet aan deze eisen voldoet, kan de Regering beslissen om met ten hoogste 5% voor het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, de werkingsdotaties te verminderen, zoals bedoeld

artikel 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving of, voor het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, alsook met ten hoogste 5% de werkingssubsidies van de

richting bedoeld

artikel 32 van het bovenvermelde wet van 29 mei 1959, te verminderen. Alvorens een beslissing tot vermindering van de werkingssubsidies te nemen, stuurt de Regering een schriftelijke

gebrekestelling aan de

richtende macht met het verzoek om zijn opmerkingen alleen schriftelijk bekend te maken. Deze laatste heeft een termijn van dertig schoolwerkdagen vanaf de datum van de kennisgeving per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs van deze

gebrekestelling, om zijn opmerkingen te laten gelden. De vermindering van de dotaties of van de werkingssubsidies loopt vanaf de kennisgeving van de beslissing van de Regering totdat de

richtende macht meewerkt aan de uitwerking of de correcte uitvoering van de doelstellingenovereenkomst. Wanneer de Regering een beslissing tot vermindering van de dotaties of werkingssubsidies neemt en bij gebrek aan bewijs dat de

richting binnen een termijn van zes maanden na de kennisgeving van de beslissing bedoeld

het derde lid, aan het bevel van de Regering heeft voldaan, schaft de Regering,

het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de wedden en de werkingsdotaties af, zoals bedoeld

artikel 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, of, alsook,

het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, de wedde-subsidies en de werkingssubsidies bedoeld

de artikelen 26 tot 28 en 32 van de bovenvermelde wet van 29 mei

  1. §
  2. De Regering kan echter, op basis van de schriftelijke opmerkingen bedoeld

paragraaf 13, derde lid,

plaats van deze vermindering, de

richtende macht verzoeken om een crisismanager aan te stellen. Hiertoe zendt de regering hem een aangetekende brief met ontvangstbevestiging en geeft zij hem opdracht binnen de 30 kalenderdagen een crisismanager aan te stellen.

het gesubsidieerde onderwijs kan de

richtende macht de federatie van de

richtende machten waarbij hij verbonden is, machtigen voor de aanstelling van de crisismanager,

dien haar statuten of de beslissing tot toetreding tot deze zulke machtiging bevatten of

dien de

richtende macht deze machtiging schriftelijk heeft gegeven, met vermelding van de federatie van de

richtende machten waarbij de

richtende macht is aangesloten.

dit geval wordt een afschrift van de brief waarin de

richtende macht aanbevolen wordt een crisismanager aan te stellen, ter

formatie aan deze federatie van

richtende machten gestuurd. De crisismanager wordt aangesteld volgens de regels die specifiek zijn voor de

richtende macht of,

voorkomend geval, voor de federatie van de

richtende machten die daartoe gemachtigd wordt, en op hun kosten.

dien de

richtende macht of,

voorkomend geval, zijn federatie van

richtende machten,

dien zij daartoe gemachtigd is, geen crisismanager aanstelt binnen een termijn van 30 dagen bedoeld

het tweede lid, stuurt de Regering hem een

gebrekestelling waarin hij verzocht wordt de crisismanager aan te stellen binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na de kennisgeving per aangetekend schrijven met ontvangstbewijs van deze

gebrekestelling.

dien, na het verstrijken van deze termijn van vijftien kalenderdagen, de

richtende macht of,

voorkomend geval, de federatie van de

richtende machten

dien ze ertoe gemachtigd is, geen bewijs heeft geleverd van de aanstelling van een crisismanager, schaft de Regering,

het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de wedden en werkingsdotaties bedoeld

artikel 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving of,

het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs, de wedde-subsidies en de werkingssubsidies bedoeld

de artikelen 26 tot 28 en 32 van de bovenvermelde wet van 29 mei 1959, af. § 15. De crisismanager wordt voor één of meer periodes aangewezen waarvan de duur met de zonedirecteur wordt overlegd, met een maximum van 36 maanden. Het plaatselijke orgaan voor sociaal overleg en de Participatieraad worden geïnformeerd van de aanwijzing van de crisismanager voordat deze zijn ambt bekleedt.

het kader van de uitvoering van zijn opdracht, analyseert de crisismanager de toestand van de

richting op basis van het tussentijds evaluatieverslag bedoeld bij paragraaf 8, de evaluatie van de evolutie van het proces van nauw toezicht en van de externe audit bedoeld bij de paragrafen 8 en 12. Hij formuleert de voorstellen, na raadpleging van de directeur, het pedagogische en opvoedingsteam van de

richting, en desgevallend, de teams van het PMS-centrum met als doel het verwezenlijken van de doelstellingen van de doelstellingenovereenkomst of het wijzigen ervan. Hij

formeert de plaatselijke organen voor sociaal overleg en de Participatieraad. Hij legt deze voorstellen voor goedkeuring aan de

richtende macht voor. Op basis van deze voorstellen, maakt de doelstellingenovereenkomst, desgevallend, het voorwerp uit van een voorstel van wijziging door de

richtende macht,

overleg met de crisismanager. Dit voorstel van wijziging wordt dan aan de zonedirecteur toegezonden. Als hij het goedkeurt, maakt het

tegraal deel uit van de doelstellingenovereenkomst van de

richting. Desnoods, wordt de opdrachtbrief van de directeur gewijzigd overeenkomstig de artikelen 30 en 31 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten betreffende het statuut van de directeurs. De crisismanager voert de doelstellingenovereenkomst uit

samenwerking met de directeur, het pedagogische en opvoedingsteam van de

richting, en desgevallend, de teams van het PMS-centrum, en de

richtende macht,

het kader van een proces van nauw toezicht zoals bedoeld bij paragraaf

  1. §
  2. De zonedirecteur en de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst evalueren ten laatste één maand voor het verval van de opdracht van de crisismanager, de verwezenlijking en het resultaat van deze opdracht

overleg met de

richtende macht en, desgevallend, met haar federatie van

richtende machten die daartoe gemachtigd wordt

dien deze de crisismanager heeft aangewezen. Na deze evaluatie, deelt de zonedirecteur aan de Regering, na raadpleging van de

richtende macht en, desgevallend, van haar federatie van

richtende machten als deze deel heeft genomen aan het aanwijzingsproces van de crisismanager, een verslag mee op het einde waarvan hij tot de voldoende of onvoldoende toepassing van de doelstellingenovereenkomst concludeert. Wanneer het verslag tot de onvoldoende toepassing van de doelstellingenovereenkomst concludeert, schaft de Regering,

het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, de wedden en werkingsdotaties bedoeld bij artikel 3 van de wet van 29 mei 1959 houdende wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving of,

het onderwijs gesubsidieerd door Franse Gemeenschap, de weddetoelagen en de werkingssubsidies bedoeld bij de artikelen 26 tot 28 en 32 van de bovenvermelde wet van 29 mei 1959, af. Alvorens de beslissing tot afschaffing van de wedden en dotaties of toelagen te treffen, stuurt de Regering een

gebrekestelling aan de

richtende macht waarbij deze ertoe verzocht wordt haar aan- en opmerkingen enkel schriftelijk bekend te maken. Deze beschikt over een termijn van dertig werkdagen, vanaf de kennisgeving langs de post bij aangetekend schrijven met ontvangstbericht van deze

gebrekestelling, om haar aan- en opmerkingen te laten gelden. § 17. De betrokken directeur behoudt, tijdens de periode van aanwijzing van de crisismanager, zijn tijdelijke benoeming als directeur of zijn aanwijzing als directeur tot de stage toegelaten of zijn vaste benoeming als directeur alsook zijn bezoldiging, onverminderd echter artikel 43 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten betreffende het statuut van de directeurs, de Hoofdstukken IX en IXbis van het besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der

richtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der

ternaten die van deze

richtingen afhangen en van de leden van de

spectiedienst die belast is met het toezicht op deze

richtingen, de Hoofdstukken VIII en IX van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs, de Hoofdstukken IX en X van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs. Onverminderd de mogelijke tucht- of afdankingsprocedures die door de

richtende macht

geval van ernstig en bewezen feit

gesteld kunnen worden, kan de directeur of een lid van het pedagogische of opvoedingsteam van de

richting het voorwerp uitmaken van een procedure tot preventieve schorsing overeenkomstig de bepalingen betreffende zijn ambt, wanneer de aanwijzing van de crisismanager op de volgende elementen berust:

  1. a)de weigering of de onbevoegdheid van de directeur leidt ertoe dat het sturingsplan niet kan worden uitgewerkt;
  2. b)de duidelijke slechte wil van de directeur om de doelstellingenovereenkomst te verwezenlijken en/of het onvermogen om de erin bevatte doelstellingen te verwezenlijken;
  3. c)de onmogelijkheid die aan de directeur geweten kan worden om de doelstellingenovereenkomst te wijzigen of om de uitwerking van een proces van nauw toezicht uit te werken;
  4. d)de duidelijke slechte wil of het duidelijke en herhaalde onvermogen van het lid van het pedagogische en opvoedingsteam

het kader van de uitwerking van het sturingsplan, de toepassing van de overeenkomst voor de doelstellingen, of de uitvoering van een proces van nauw toezicht. Gedurende deze preventieve schorsing, kunnen ontwikkelingsdoelstellingen aan het personeelslid door de

richtende macht opgelegd worden, met de

stemming van de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst van de

richting. Er gebeurt een evaluatie van de verwezenlijking van deze doelstellingen op het einde van de periode bepaald door de

richtende macht. De vaststellingen waarop deze evaluatie steunt, kunnen ernstige en bewezen elementen zijn die ertoe leiden dat de

richtende macht op deze basis een tucht- of afdankingsprocedure kan aanvatten. De geldigheidsduur van deze evaluatie is echter beperkt tot een termijn van twaalf maanden die begint te lopen vanaf de datum van het opstellen ervan. Nochtans, wanneer een tucht- of afdankingsprocedure wordt ondernomen op basis van deze, binnen deze termijn, blijft de evaluatie geldig tot de datum waarop van de definitieve beslissing tot strafoplegging of afdanking aan het personeelslid wordt kennisgegeven. Onverminderd artikel 124 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten betreffende het statuut van de directeurs, vervangt de crisismanager het personeelslid tot de aanwijzing van een nieuwe directeur.". Art. 16.

hetzelfde decreet, wordt artikel 67/1, zoals

gevoegd bij het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen

gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten1, vervangen door hetgeen volgt: "Artikel 67/1.§ 1.

het kader van haar Sturingsproject bepaalt iedere

richting de acties en systemen die

gesteld moeten worden door het opvoedingsteam,

samenwerking met het team van het PMS-centrum, die de leerlingen toelaten de doelstellingen gesteld aan de eerste graad te bereiken.". Art. 17.

hetzelfde decreet, wordt artikel 68 vervangen door hetgeen volgt: "Artikel 68 - § 1. Na advies van of op voorstel van de Sturingscommissie, bepaalt de Regering de notie van resultaten die een beduidende afwijking vertonen onder het gemiddelde van de vergeleken

richtingen. Daartoe, steunt zij op een vergelijkende analyse van gekruiste en terugkerende

dicatoren voor een geheel van

richtingen gelokaliseerd

dezelfde zone, met eenzelfde profiel, en die tot dezelfde klasse behoren, zoals bedoeld bij artikel 4 van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2009 pub. 09/07/2009 numac 2009029351 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van een gedifferentieerde omkadering binnen de schoolinrichtingen van de Franse Gemeenschap om alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te bieden

een kwaliteitsvolle pedagogische omgeving sluiten houdende organisatie van een gedifferentieerde omkadering binnen de schoolinrichtingen van de Franse Gemeenschap om alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te bieden

een kwaliteitsvolle pedagogische omgeving. De gekozen

dicatoren houden

zonderheid verband met het klimaat van de school, de trajecten en de resultaten van de leerlingen en de pedagogische teams. § 2. De Algemene

spectiedienst gaat over tot een audit op basis waarvan hij een diagnose opstelt van de

richtingen waarvan de resultaten beduidend afwijkend zijn

de zin van paragraaf

  1. De Regering bepaalt de nadere regels voor de audit, het verslag en de diagnose. §
  2. De afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst of de bevoegde zonedirecteur bepaalt de aanpassingscriteria van de

richting die rekening houden met de diagnose bedoeld bij paragraaf 2. Hij stelt verder de steun of de middelen, waarvan de lijst door de Regering wordt vastgesteld, die ter beschikking van de

richting zullen kunnen worden gesteld door deze

het kader van de toepassing van het samenwerkingsprotocol bedoeld bij paragraaf 7, om de verwezenlijking van deze aanpassingsdoelstellingen mogelijk te maken. De Regering bepaalt de nadere regels voor de verslaggeving van de diagnose en de aanpassingsdoelstellingen en de manier waarop deze aan de directeur, de

richtende macht, voorgelegd en medegedeeld moeten worden, desgevallend

aanwezigheid van zijn federatie van

richtende machten. § 4. Er wordt een voorstel van "aanpassingsstelsel" aangepast aan de toestand van de

richting en aan de diagnose en dat de verwezenlijking van de aanpassingsdoelstellingen zoals bepaald

paragraaf 3 beoogt, opgemaakt door de directeur,

samenwerking met het pedagogische en opvoedingsteam van de

richting en

overleg, desgevallend, met de teams van het PMS-centrum, volgens de elementen en de nadere regels vastgesteld door de Regering. Om het voorstel van "aanpassingsstelsel" te verwoorden, steunt de dienst of de cel voor ondersteuning en begeleiding de directeur en het opvoedingsteam

het kader van een overeenkomst van begeleiding en nauw toezicht. Het voorstel van "aanpassingsstelsel" bepaalt de prioritaire acties om deze aanpassingsdoelstellingen te bereiken en stelt de methodes vast voor het meten en evalueren van de verwachte resultaten alsook de termijnen voor het bereiken ervan.

het voorstel wordt verder bepaald welke middelen

tern kunnen worden aangevraagd bij de

richtende macht en,

voorkomend geval, van haar federatie van

richtende machten, en de media of middelen die extern moeten worden aangevraagd, namelijk bij de Regering op basis van de

paragraaf 3 bedoelde lijst. § 5. Het voorstel van "aanpassingsstelsel" wordt ter advies voorgelegd aan de lokale overlegorganen, alsook aan de dienst of de cel voor ondersteuning en begeleiding. Het moet dan worden goedgekeurd door de

richtende machten, voordat het wordt voorgesteld aan de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst. § 6. Het voorstel van "aanpassingsstelsel" als bedoeld

lid 4 wordt overeenkomstig de formele voorwaarden van de Regering aan de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst voorgelegd binnen 55 schoolwerkdagen na de mededeling van de diagnose en de aanpassingsdoelstellingen als bedoeld

paragraaf 3, lid

  1. §
  2. Binnen de 20 schoolwerkdagen na

diening van het voorstel van "aanpassingsstelsel ", analyseert de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst, na overleg met de directeur en de

richtende macht, of het voorstel van aanpassingen met de aanpassingsdoelstellingen als bedoeld

lid 3 en de

lid 2 bedoelde diagnose overeenstemt, volgens de door de Regering vastgestelde procedure en nadere regels. De analyse van de geschiktheid van het "aanpassingsstelsel" aan de

lid 3 bedoelde aanpassingsdoelstellingen en de

lid 2 bedoelde diagnose bestaat

het opsporen van het bestaan van een mogelijke kennelijke beoordelingsfout

zake aangepastheid van het "aanpassingsstelsel" met de diagnose en de nagestreefde doelstellingen.

uitzonderlijke gevallen waarin de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst de

lid 1 bedoelde termijn niet heeft nageleefd, moet de analyse van de aangepastheid van het voorstel van "aanpassingsstelsel", als bedoeld

lid 1 wordt verwezenlijkt door de zonedirecteur met een aanvullende periode van 14 kalenderdagen om dit te doen. Als op het einde van deze analyse het aanpassingsstelsel wordt goedgekeurd, wordt het teruggestuurd naar de

richting ondertekend door de zonedirecteur en medeondertekend door de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst. Dit aldus goedgekeurde "aanpassingsstelsel" vormt derhalve het samenwerkingsprotocol dat wordt gesloten tussen de

richtende macht,

voorkomend geval, haar federatie van

richtende machten en de Regering. Het wordt ondertekend door alle partijen en medeondertekend door de directeur van de

richting die op het moment van ondertekening van het samenwerkingsprotocol het ambt voerde.

dien nodig wordt de opdrachtbrief van de directeur gewijzigd

overeenstemming met de artikelen 30 en 31 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten betreffende het statuut van de directeurs.

dien het aanpassingsstelsel niet wordt geacht

overeenstemming te zijn met de aanpassingsdoelstellingen als bedoeld

lid 3 en de

lid 2 bedoelde diagnose, verwoordt de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst met redenen omklede aanbevelingen ter attentie van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, de

richtende macht en,

het gesubsidieerd onderwijs, de

richtende macht en haar federatie van

richtende machten, zodat het "aanpassingsstelsel" wordt aangepast. De geformuleerde aanbevelingen nemen de vrijheid van de

richtende macht

termen van pedagogische methoden

acht. Om het "aanpassingsstelsel" aan te passen, beschikt de directeur dan,

samenwerking met het pedagogische en opvoedingsteam van de school en,

voorkomend geval,

overleg met de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst, met de teams van het PMS-Centrum, over 35 schoolwerkdagen om aan de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst het "aanpassingsstelsel" terug te sturen, na advies en goedkeuring zoals bedoeld

paragraaf 5. De afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst heeft dan 21 schoolwerkdagen om een nieuwe analyse uit te voeren van de aangepastheid van het aanpassingsstelsel aan de aanpassingsdoelstellingen bedoeld

paragraaf 3 en de

paragraaf 2 bedoelde diagnose. Als het dan wordt goedgekeurd, wordt het teruggestuurd naar de

richting ondertekend door de zonedirecteur en medeondertekend door de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst. Het wordt dan het samenwerkingsprotocol tussen de

richtende macht, zo nodig haar federatie van

richtende machten, en de Regering. Het wordt ondertekend door alle partijen en medeondertekend door de directeur van de

richting die op het ogenblik van ondertekening van het samenwerkingsprotocol het ambt bekleedde.

dien nodig wordt de opdrachtbrief van de directeur gewijzigd

overeenstemming met de artikelen 30 en 31 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten betreffende het statuut van de directeurs. Het samenwerkingsprotocol is voor het exclusieve en vertrouwelijke gebruik van het opvoedingsteam, de directeur, de Diensten van de Regering, de betrokken

richtende macht en,

dien van toepassing, de federatie van de

richtende machten waarbij de

richting is aangesloten of waarmee deze een overeenkomst heeft gesloten en kan niet het voorwerp zijn van een mededeling aan derden buiten de schoolinrichting, behalve

door de Regering vastgestelde gevallen,

zonderheid om academische of wetenschappelijke doeleinden. De ontvangers van dit document zijn onderworpen aan een vertrouwelijkheidsplicht. § 8.

geval van aanhoudende onenigheid tussen een

richting en de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst met betrekking tot de beoordeling door laatstgenoemde van de aangepastheid van een "aanpassingsstelsel" aan de aanpassingsdoelstellingen als bedoeld

lid 3 en de

lid 2 bedoelde diagnose, kan de

richting op basis van een met redenen omkleed verzoek de zaak doorverwijzen naar een collegiaal orgaan bestaande uit de coördinerende afgevaardigde en de betrokken zonedirecteur binnen de termijn die is vastgesteld voor de aanpassing van het sturingsplan.

dien nodig kan deze

stantie de aanbevelingen van de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst aanpassen en de termijn die de

richting wordt toegestaan verlengen om hieraan te voldoen. § 9. De directeur en de

richtende macht stellen het samenwerkingsprotocol aan het pedagogische en opvoedingsteam van de

richting, aan de teams van het PMS-centrum

aanwezigheid van de dienst of de cel voor ondersteuning en begeleiding, aan de lokale sociale overlegorganen en aan de Participatieraad als bedoeld

artikel 69. Het samenwerkingsprotocol wordt geïmplementeerd zodra het is ondertekend. Gelijktijdig wordt door de afgevaardigde een proces van nauw toezicht op het implementeren van het samenwerkingsprotocol opgezet voor de doelstellingenovereenkomst. De Regering stelt de nadere regels vast van de evaluatie van de implementatie van het samenwerkingsprotocol door de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst. § 10.

geval van weigering of onvermogen van de

richting om een aanpassingsstelsel

te stellen en de goedkeuring en ondertekening van het samenwerkingsprotocol toe te staan,

overeenstemming met de bepalingen van de leden 4 tot en met 7, of wanneer de evaluatie van de implementatie van het samenwerkingsprotocol een onwil of een manifest onvermogen aantoont om de aanpassingsdoelen van het protocol te bereiken, stuurt de zonedirecteur een aangetekende brief met ontvangstbericht aan de

richtende macht. Deze brief beveelt de directeur en de

richtende macht stevig aan: 1. om een aanpassingsstelsel

te stellen om de goedkeuring en ondertekening van het samenwerkingsprotocol mogelijk te maken;2. het samenwerkingsprotocol

acht te nemen en het proces te volgen voor de implementatie ervan.

dien van toepassing, wordt een afschrift van deze brief verzonden aan de federatie van betrokken

richtende machten. Als het bevel niet binnen de 30 schoolwerkdagen wordt nageleefd, kan de Regering besluiten om met ten hoogste 5% de werkingsdotaties bedoeld

artikel 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving

zake onderwijs te verminderen, voor het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap, of, voor het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerd onderwijs, de werkingssubsidies van de

richting bedoeld

artikel 32 van de hierboven vermelde wet van 29 mei 1959. Alvorens een beslissing tot vermindering van de werkingsdotaties of subsidies te treffen, stuurt de Regering een schriftelijke

gebrekestelling aan de

richtende macht met het verzoek om haar opmerkingen alleen schriftelijk bekend te maken. Deze laatste heeft een periode van 30 schoolwerkdagen vanaf de datum van de postkennisgeving via aangetekend schrijven met ontvangstbericht van deze

gebrekestelling om haar opmerkingen

te dienen. De vermindering van de werkingsdotaties of subsidies loopt van de kennisgeving van de beslissing van de Regering totdat de

richtende macht samenwerkt bij de uitwerking of de goede uitvoering van het samenwerkingsprotocol en het proces van nauw toezicht op zijn implementatie. Wanneer de Regering tot een beslissing overgaat om de werkingsdotaties of subsidies te verminderen en bij gebrek van de

richting om te hebben aangetoond dat zij binnen de zes maanden na de kennisgeving aan het bevel van de Regering heeft voldaan van de

lid 5 bedoelde beslissing, schaft de Regering

het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs de wedden en werkingsdotaties af zoals bedoeld

artikel 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving of,

het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, de weddetoelagen en werkingssubsidies als bedoeld

de artikelen 26 tot en met 28 en 32 van de voormelde wet van 29 mei

  1. §
  2. De Regering kan echter op basis van de

lid 10 bedoelde schriftelijke opmerkingen,

plaats van deze vermindering, de

richtende macht opdracht geven een crisismanager aan te stellen. Hiertoe zendt de Regering haar een aangetekende brief met ontvangstbericht en geeft zij haar opdracht binnen 30 kalenderdagen een crisismanager aan te stellen.

het gesubsidieerd onderwijs kan de

richtende macht, voor de benoeming van de crisismanager, de federatie van de

richtende machten waarmee zij verbonden is machtigen

dien haar statuten of de resolutie van toetreding tot die organisatie een dergelijke machtiging bevatten of

dien de

richtende machten deze machtiging schriftelijk heeft verstrekt, met vermelding van de federatie van

richtende machten waaraan de

richtende machten is gebonden.

dit geval wordt een kopie van de brief waarin de

richtende macht wordt opgedragen een crisismanager aan te stellen, ter

formatie aan deze federatie van

richtende machten gestuurd. De crisismanager wordt aangesteld volgens de regels die specifiek zijn voor de

richtende macht of,

voorkomend geval, voor de federatie van daartoe gemachtigde

richtende machten en op hun kosten.

dien de

richtende macht of,

voorkomend geval, haar federatie van

richtende machten,

dien zij daartoe gemachtigd is, binnen de

lid 2 bedoelde periode van 30 dagen geen crisismanager aanwijst, richt de Regering haar een formele kennisgeving waarin ze haar uitnodigt deze aanwijzing binnen de 15 kalenderdagen na de kennisgeving per aangetekend schrijven met ontvangstbericht van deze

gebrekestelling te laten geschieden.

dien de

richtende macht of,

voorkomend geval, haar federatie van

richtende machten na afloop van deze periode van 15 kalenderdagen, als zij daartoe gemachtigd is, niet het bewijs heeft geleverd van de aanstelling van een crisismanager, schaft de Regering

het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs de wedden en werkingsdotaties af zoals bedoeld

artikel 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving of,

het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, de wedde-toelagen en werkingssubsidies als bedoeld

de artikelen 26 tot en met 28 en 32 van de voormelde wet van 29 mei

  1. §
  2. De crisismanager is aangewezen, voor één of meer periode (s) met een maximum van 36 maanden

overleg met de zonedirecteur. Het lokale sociale overlegorgaan en de Participatieraad worden voorafgaand aan de ambtsbekleding van de benoeming van de crisismanager geïnformeerd.

het kader van de uitvoering van zijn opdracht, analyseert de crisismanager de toestand van de

richting op basis van de diagnose bedoeld

paragraaf 2 en,

voorkomend geval, de evaluatie van de uitvoering van het samenwerkingsprotocol als bedoeld

paragraaf 9. Hij doet voorstellen, na raadpleging van de

richtende macht, de directeur, het pedagogische en opvoedingsteam van de

richting, de federatie van de bedoelde

richtende machten en,

voorkomend geval, de teams van het PMS-centrum om aan de doelstellingen van het samenwerkingsprotocol te voldoen of dit laatste te wijzigen. Hij

formeert de lokale sociale overlegorganen en de Participatieraad. Hij legt deze voorstellen ter goedkeuring aan de

richtende macht voor. Op basis van deze voorstellen is het samenwerkingsprotocol,

dien nodig, onderworpen aan een voorstel tot wijziging door de

richtende macht,

overleg met de crisismanager. Dit wijzigingsvoorstel wordt vervolgens naar de Zonedirecteur verzonden. Als het wordt goedgekeurd, wordt het een

tegraal deel van het samenwerkingsprotocol van de

richting.

dien nodig wordt de opdrachtbrief van de directeur gewijzigd

overeenstemming met de artikelen 30 en 31 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten betreffende het statuut van de directeurs. De crisismanager implementeert het samenwerkingsprotocol

samenwerking met de

richtende macht, de directeur, het pedagogische en opvoedingsteam van de

richting en,

voorkomend geval, de teams van het PMS-centrum,

het kader van een proces van nauw toezicht zoals bedoeld

paragraaf 9, lid

  1. §
  2. De Zonedirecteur en de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst beoordelen, uiterlijk één maand voor het einde van de opdracht van de crisismanager, de uitvoering en het resultaat van deze opdracht

overleg met de

richtende macht en,

voorkomend geval, haar federatie van daartoe gemachtigde

richtende machten,

dien zij de crisismanager heeft aangewezen. Op het einde van deze evaluatie deelt de Zonedirecteur aan de Regering, na overleg met de

stelling van openbaar nut die belast is met het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap of,

het gesubsidieerd onderwijs, na overleg met de

richtende macht en haar federatie van

richtende machten,

dien zij heeft deelgenomen aan het benoemingsproces van de crisismanager, een verslag mee waarin zij concludeert dat het samenwerkingsprotocol op bevredigende of onbevredigende wijze is geïmplementeerd. Wanneer het verslag concludeert dat het samenwerkingsprotocol onvoldoend toegepast werd, schaft de Regering,

het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de wedden en werkingsdotaties af zoals bedoeld

artikel 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving of,

het onderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, de weddetoelagen en werkingssubsidies als bedoeld

de artikelen 26 tot en met 28 en 32 van de voormelde wet van 29 mei 1959. Voorafgaand aan de beslissing om dotaties of subsidies af te schaffen, stuurt de Regering een schriftelijke

gebrekestelling aan de

richtende macht met het verzoek om haar opmerkingen alleen schriftelijk te maken. Deze laatste heeft een periode van 30 kalenderdagen, vanaf de kennisgeving per aangetekend schrijven met ontvangstbericht van deze

gebrekestelling om haar opmerkingen

te dienen. § 14. De betrokken directeur behoudt tijdens de benoemingsperiode van de crisismanager het voordeel van zijn aanstelling als tijdelijk directeur of zijn aanstelling als stagiair of vaste directeur en zijn bezoldiging, onverminderd evenwel artikel 43 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten betreffende het statuut van de directeurs, de Hoofdstukken IX en IXbis van het besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der

richtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der

ternaten die van deze

richtingen afhangen en van de leden van de

spectiedienst die belast is met het toezicht op deze

richtingen, de Hoofdstukken VIII en IX van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van de rechtspositie van de gesubsidieerde personeelsleden van het officieel gesubsidieerd onderwijs, de Hoofdstukken IX en X van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs. Onverminderd de mogelijke tucht- of afdankingsprocedures die door de

richtende macht

geval van ernstig en bewezen feit

gesteld kunnen worden, kan de directeur of een lid van het pedagogische of opvoedingsteam van de

richting het voorwerp uitmaken van een procedure tot preventieve schorsing overeenkomstig de bepalingen betreffende zijn ambt, wanneer de aanwijzing van de crisismanager op de volgende elementen berust:

  1. a)de weigering of de onbevoegdheid van de directeur leidt ertoe dat het sturingsplan niet kan worden uitgewerkt;
  2. b)de duidelijke slechte wil van de directeur om de doelstellingenovereenkomst te verwezenlijken en/of het onvermogen om de erin bevatte doelstellingen te verwezenlijken;
  3. c)de onmogelijkheid die aan de directeur geweten kan worden om de doelstellingenovereenkomst te wijzigen of om de uitwerking van een proces van nauw toezicht uit te werken;
  4. d)de duidelijke slechte wil of het duidelijke en herhaalde onvermogen van het lid van het pedagogische en opvoedingsteam

het kader van de uitwerking van het sturingsplan, de toepassing van de overeenkomst voor de doelstellingen, of de uitvoering van een proces van nauw toezicht. Gedurende deze preventieve schorsing, kunnen ontwikkelingsdoelstellingen aan het personeelslid door de

richtende macht opgelegd worden, met de

stemming van de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst van de

richting. Er gebeurt een evaluatie van de verwezenlijking van deze doelstellingen op het einde van de periode bepaald door de

richtende macht. De vaststellingen waarop deze evaluatie steunt, kunnen ernstige en bewezen elementen zijn die ertoe leiden dat de

richtende macht op deze basis een tucht- of afdankingsprocedure kan aanvatten. De geldigheidsduur van deze evaluatie is echter beperkt tot een termijn van twaalf maanden die begint te lopen vanaf de datum van het opstellen ervan. Nochtans, wanneer een tucht- of afdankingsprocedure wordt ondernomen op basis van deze, binnen deze termijn, blijft de evaluatie geldig tot de datum waarop van de definitieve beslissing tot strafoplegging of afdanking aan het personeelslid wordt kennisgegeven. Onverminderd artikel 124 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/02/2007 pub. 15/05/2007 numac 2007201245 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de directeurs sluiten betreffende het statuut van de directeurs, vervangt de crisismanager het personeelslid tot de aanwijzing van een nieuwe directeur.". § 15. Het samenwerkingsprotocol vervangt de doelstellingenovereenkomst van de

richting tijdens de door het protocol bepaalde periode en voor maximum drie jaar. " Art. 18.

hetzelfde decreet, wordt artikel 69 vervangen door: "Artikel 69.- § 1.

elke

richting wordt een Participatieraad opgericht, belast met: 1° het debatteren over en advies uitbrengen over het

richtingsproject

zonderheid gebaseerd op de voorstellen van de afgevaardigden van de

richtende macht bij de Participatieraad;2° het amenderen en aanvullen ervan overeenkomstig de procedures van paragraaf 11;3° het voorstellen aan de goedkeuring van de

richtende macht;4° het voorstellen van aanpassingen overeenkomstig artikel 67, § 1;5° het uitvoeren van een globale bezinning op de uitgaven die gedurende het jaar worden geëist,

het bijzonder die welke verband houden met culturele activiteiten en sporten die deel uitmaken van het

richtingsproject;6° het bestuderen en voorstellen van een solidariteitsmechanisme tussen de studenten voor de betaling van de uitgaven als bedoeld

5° ;7° het onderzoeken en voorstellen van steun- en begeleidingsacties voor leerlingen die zijn

geschreven op basis van het sociaaleconomische

dexcijfer van hun oorspronkelijke basis- of primaire school;8° het uitbrengen van een advies over het sturingsplan overeenkomstig artikel 67, § 5, lid 3, § 6, lid 5, en de voorgestelde wijziging van de doelstellingenovereenkomst overeenkomstig artikel 67, § 9 de paragrafen 1 en 6 en § 11, lid 4, door

dit verband nuttige voorstellen te doen;9° het debatteren over en een advies uitbrengen over het huishoudelijk reglement van de

richting en,

dien nodig, het amenderen en aanvullen ervan,

overeenstemming met de

paragraaf 11 beschreven procedures.

afwijking van lid 1, kan de

richtende macht: 1° als ze ten minste 4 basisscholen organiseert, groepen van 2, 3 of 4 scholen samenbrengen om een gemeenschappelijke Participatieraad voor deze scholen te vormen, wanneer de Participatieraden voor het eerst worden opgericht;2° als ze ten minste 8 basisscholen organiseert, groepen van 2 scholen samenbrengen om een gemeenschappelijke Participatieraad voor deze scholen te vormen, wanneer de Participatieraden voor het eerst worden opgericht;3° als ze aaneengrenzende

richtingen organiseert, ze dan samen brengen om één gemeenschappelijke Participatieraad te vormen voor deze scholen, wanneer de participatieraden voor het eerst worden opgericht;4° op zijn vroegst na 3 jaar werking van de participatieraden, op gezamenlijk voorstel van elk van hen, 2 scholen hergroeperen tot slechts één Participatieraad die deze scholen gemeen hebben, als ze minstens 4 basisscholen organiseert;5° op zijn vroegst na 3 jaar werking van de participatieraden, op gezamenlijk voorstel van elk van hen, 2, 3 of 4 scholen te hergroeperen tot één gemeenschappelijke Participatieraad die deze scholen gemeen hebben,

dien zij ten minste 8 basisscholen organiseert;6° op zijn vroegst na 3 jaar werking van de participatieraden, op het gezamenlijke voorstel van elk van hen, aaneengrenzende

richtingen groeperen tot één enkele Participatieraad die deze scholen gemeen hebben;7° twee scholen samenbrengen, waarvan er één minder dan 100 studenten heeft, met

stemming van de Regering, om één enkele gemeenschappelijke Participatieraad voor deze scholen te vormen. Wanneer de

lid 2 bedoelde afwijking aangewend wordt, is voor elk van de

paragraaf 2, lid 3, 1° en 2° bedoelde categorieën ten minste één vertegenwoordiger van elke

richting lid van de Participatieraad. Na gunstig advies van de Participatieraad die is opgericht

gevolge paragraaf 3, kan de

richtende macht ofwel de hergroepering opgeven ofwel deze wijzigen. § 2. De Participatieraad omvat van rechtswege leden, verkozen leden en leden die het sociale, culturele en economische milieu van de

richting vertegenwoordigen.

het gesubsidieerd onderwijs zijn de van rechtswege leden, de directeur en afgevaardigden benoemd door het college van burgemeester en schepenen, het provinciaal college, het college van de Franse gemeenschapscommissie of de raad van bestuur van de

richtende macht.

het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs zijn de van rechtswege leden, de directeur en degenen die door de

richtende macht worden benoemd. Verkozen leden zijn

zonderheid: 1° de vertegenwoordigers van leerkrachten, het opvoedende, psychologische, sociale en paramedische personeel;2° de vertegenwoordigers van de ouders of personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of die een leerplichtige minderjarige

rechte en

feite onder hun bewaring hebben;3° studentenvertegenwoordigers, onverminderd paragraaf 7;4° een vertegenwoordiger van het werkliedenpersoneel en het administratief personeel, waar hij verbonden is aan de

richting.

het officiële gesubsidieerde onderwijs worden de leden die het sociale, culturele en economische milieu van de school vertegenwoordigen, aangewezen door het Gemeentecollege, het Provinciaal College of het College van de Franse Gemeenschapscommissie.

het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap en

het gesubsidieerd vrij onderwijs, worden zij gecoöpteerd door de van rechtswege leden en de verkozen leden van de Participatieraad,

overeenstemming met door de Regering vastgestelde procedures. Elk lid van de Participatieraad kan worden vervangen door een aangewezen of verkozen plaatsvervanger volgens dezelfde nadere regels als het werkend lid. Het aantal vertegenwoordigers waarnaar wordt verwezen

lid 3, 1°, 2° en 3°, is voor elke categorie identiek. Dit aantal wordt vastgesteld door de

richtende macht

het gesubsidieerde onderwijs, door de directeur

het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap. Het kan niet minder dan 3 en niet groter zijn dan 6. Noch de afgevaardigden van de

richtende macht, noch de leden die het sociale, culturele en economische milieu van de

richting vertegenwoordigen, mogen het aantal overschrijden dat is toegewezen aan elk van de categorieën bedoeld

lid 3, 1°, 2° en 3°. Wanneer echter gebruik wordt gemaakt van de

§ 1

, tweede lid, bedoelde afwijking, mag de afvaardiging van de

richtende macht een groter aantal bevatten dan dat toegekend aan elk van de categorieën bedoeld

lid 3, 1°, 2° en 3° zodat het aantal afgevaardigden van de

richtende macht die geen directeur zijn, met één eenheid hoger is dan het aantal directeurs. § 3. De vertegenwoordigers van het personeel bedoeld

paragraaf 2, lid 3, 1°, omvatten: 1°

het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap en

het officiële gesubsidieerde onderwijs, afgevaardigden verkozen uit hun midden en bij geheime stemming door alle leden van het betrokken personeel, die vastbenoemd of

vast verband aangeworven of tijdelijk aangewezen of aangeworven voor een volledig schooljaar zijn;2°

het vrij gesubsidieerd onderwijs, drie afgevaardigden, die personeelsleden van de

richting voor een volledig schooljaar zijn, benoemd door de representatieve vakverenigingen

evenredigheid met het resultaat van de sociale verkiezingen

de

richting, dat wil zeggen, ondernemingsraden of, bij gebreke daaraan, het Comité voor de bescherming op het werk, of bij gebreke hieraan,

de plaatselijke overleginstanties en een maximum van drie afgevaardigden verkozen uit hun midden en bij geheime stemming door de alle relevante personeelsleden die vastbenoemd of

vast verband aangeworven of tijdelijk aangewezen of aangeworven voor een volledig schooljaar zijn. De personeelsvertegenwoordigers bedoeld

paragraaf 2, lid 3, 1° en 4°, moeten verplicht minstens een halftijdse opdracht hebben

de

richting. De

lid 1, 2°, bedoelde vertegenwoordigers kunnen niet deel uitmaken van de raad van bestuur of de algemene vergadering van de

richtende macht. De Regering kan een afwijking van deze bepaling toestaan wanneer alle leden van het personeel van rechtswege lid zijn van de

richtende macht. § 4. De vertegenwoordigers van de leerlingen worden

hun midden verkozen, nadat de kandidaten opgeroepen werden, hetzij door het geheel van de leerlingen van de

richting, hetzij door het geheel van de leerlingen van het secundair niveau van de

richting, hetzij door het geheel van de leerlingen van de derde en de vierde graad van de

richting. Het mandaat mag noch nadelen noch voordelen meebrengen voor degene die het uitoefent.

het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap valt de keuze tussen de drie modaliteiten bepaald

lid 1, onder de bevoegdheid van de leden van de Participatieraad bedoeld

§ 2

, lid 2, en lid 3, 1° en 2°.

het gesubsidieerd onderwijs valt ze onder de bevoegdheid van de

richtende macht die haar ook kan afvaardigen. § 5. Worden als representatief erkend enerzijds de Federatie van Ouderverenigingen van het officieel onderwijs en anderzijds de Franstalige Unie van Ouderverenigingen van het katholiek onderwijs.

dien er binnen de

richting een oudervereniging bestaat die lid is hetzij van de Federatie van Ouderverenigingen van het officieel onderwijs, hetzij van de Franstalige Unie van Ouderverenigingen van het katholiek onderwijs, wordt de verkiezingsorganisatie voor de vertegenwoordigers van de ouders geregeld binnen deze federatie of deze unie.

dien er binnen de

richting geen oudervereniging bestaat die lid is van de Federatie of van de Unie bedoeld

lid 1, dan wordt de eerste algemene vergadering van de ouders gehouden op

itiatief van de

richtende macht of van haar afgevaardigde.

het ene zowel als

het andere geval verkiest de algemene vergadering van de ouders haar vertegenwoordigers bij middel van een geheime stemming. De samenroeping en het proces-verbaal van elke algemene vergadering worden aan het geheel van de ouders meegedeeld. Alle ouders aanwezig tijdens de algemene vergadering kunnen deelnemen aan de stemming en zich zonder andere voorwaarden kandidaat stellen. De vertegenwoordigers van de ouders bedoeld

§ 2

, lid 3, kunnen deel uitmaken noch van de raad van bestuur, noch van de algemene vergadering van de

richtende macht, noch lid zijn van het personeel van de

richting. De Regering kan een afwijking toestaan op deze beschikking wanneer alle ouders leden van rechtswege zijn van de

richtende macht. § 6. Het werklieden- en administratief personeel verkiest zijn vertegenwoordiger. § 7.

het basisonderwijs kan de

richtende macht, op voorstel van ten minste twee derde van de leden van de Participatieraad beslissen de Participatieraad open te stellen voor afgevaardigden van de leerlingen, hetzij permanent, hetzij tijdelijk. §

  1. De verkozen leden die de leerkrachten vertegenwoordigen en de leden die het sociaal, cultureel en economisch milieu vertegenwoordigen, oefenen een vier jaar durend vernieuwbaar mandaat uit. De verkozen leden die de ouders en de leerlingen vertegenwoordigen, oefenen een twee jaar durend vernieuwbaar mandaat uit. Elk lid dat niet meer aan de voorwaarden voor verkiesbaarheid voldoet, wordt vervangen overeenkomstig de nadere regels bepaald door het huishoudelijk reglement. Wanneer voor een bepaalde categorie, het aantal kandidaten het aantal te begeven posten niet overschrijdt, dan zijn de kandidaten ambtshalve verkozen. §
  2. De Participatieraad mag leden coöpteren die een adviserende stem hebben. Deze laatsten mogen niet hoger zijn

aantal dan dat toegekend aan elk van de categorieën bedoeld onder § 2, lid 3, 1°, 2° en 3°. § 10. De Participatieraad komt ten minste vier keer per jaar samen. Hij moet samengeroepen worden op aanvraag gericht aan de Voorzitter, van ten minste de helft van zijn leden. De vertegenwoordigers van de diverse categorieën van de Participatieraad zorgen ervoor vergaderingen te organiseren van hun mandanten, teneinde de problemen opgeworpen tijdens de Participatieraad te bespreken. De

richtende macht wijst de voorzitter aan van de Participatieraad.

de

richtingen van het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap zit het hoofd van de

richting de Participatieraad voor. § 11. De Participatieraad streeft ernaar zijn adviezen bij consensus te geven. Bij gebreke daaraan,

het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap en

het officieel gesubsidieerd onderwijs, wordt het advies uitgebracht met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden,

zover de meerderheid aanwezig is enerzijds onder de aanwezige leden bedoeld onder § 2, lid 2, anderzijds onder de aanwezige leden bedoeld onder § 2, lid 3 en lid 4, aangezien de onthoudingen niet geldig zijn bij de telling van de stemmen. Bij gebreke daaraan,

het vrij gesubsidieerd onderwijs, wordt het advies uitgebracht met een tweederde meerderheid van de aanwezige leden, voor zover de meerderheid voorhanden is: 1° onder de aanwezige leden bedoeld

§ 2

, lid 2, 2° onder de aanwezige leden bedoeld

§ 2

, lid 3, 2°, 3° en 4°, en lid 4, 3° onder de aanwezige leden bedoeld

§ 3, lid 1, 2°.

De onthoudingen zijn niet geldig bij de telling van de stemmen.

dien het advies de gelijkheid van opvatting niet meedraagt, kan elke categorie bedoeld

§ 2een minderheidsnota neerleggen.

§ 12.

het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap en

het officieel gesubsidieerd onderwijs wordt het

richtingsproject overgemaakt respectief aan het basisoverlegcomité en aan de plaatselijke paritaire commissie teneinde zijn conformiteit te controleren met het opvoedkundig project van de

richtende macht.

het onderwijs georganiseerd door de Franse Gemeenschap en

het officieel gesubsidieerd onderwijs wordt over de eventuele gevolgen op de arbeidstoestand en de statutaire toestanden van de personeelsleden onderhandeld, respectief

het basisoverlegcomité en

de plaatselijke paritaire commissie. § 13. De Participatieraad bepaalt zijn huishoudelijk reglement en legt het ter goedkeuring voor aan de

richtende macht van school georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.". Art. 19.

artikel 78 van hetzelfde decreet worden de woorden "algemene en specifieke doelstellingen van het decreet" vervangen door de woorden "prioritaire en specifieke opdrachten van het decreet". Art. 20.

hetzelfde decreet wordt een bijlage "

dicatoren en referentiewaarden gekoppeld aan de verbeteringsdoelstellingen uiteengezet

artikel 67, § 3"

gevoegd zoals bij dit decreet gevoegd. HOOFDSTUK II. - Bepalingen houdende wijziging van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der

richtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der

ternaten die van deze

richtingen afhangen en van de leden van de

spectiedienst die belast is met het toezicht op deze

richtingen Art. 21.

het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der

richtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der

ternaten die van deze

richtingen afhangen en van de leden van de

spectiedienst die belast is met het toezicht op deze

richtingen, wordt een artikel 9bis

gevoegd, luidend als volgt: "Artikel 9bis.- Ze moeten deelnemen, binnen de perken die door de reglementering worden gesteld, aan het opmaken van de sturingsplannen en aan de uitvoering van de doelstellingencontracten of de ontwikkeling van aanpassingsstelsels en de implementatie van de samenwerkingsprotocollen bedoeld bij de artikelen 67 en 68 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen

gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren. ". Art. 22.

artikel 157bis van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der

richtingen voor kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en kunstonderwijs van de Staat, alsmede der

ternaten die van deze

richtingen afhangen en van de leden van de

spectiedienst die belast is met het toezicht op deze

richtingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) een punt 4° wordt toegevoegd als volgt

§ 1

: "4°

dien toepassing wordt gedaan van artikel 67, lid 17, of artikel 68, lid 14, van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen

gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren."; b)

§ 3

, eerste lid, worden de woorden: "en door de zonedirecteur en de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst van de bedoelde

richting, met betrekking tot § 1, 4° "

gevoegd na de woorden: "aangewezen door de Regering of de afgevaardigde van genoemde ambtenaar ";c)

§ 4

wordt een lid 2

gevoegd dat luidt als volgt: "Wanneer het lid van het onderwijzend personeel of de directeur blijk geeft van een duidelijke slechte wil of een manifest en herhaald tekort

de ontwikkeling van het sturingsplan of het aanpassingsstelsel, de uitvoering van de doelstellingenovereenkomst of het samenwerkingsprotocol of de implementatie van een proces van nauw toezicht, kan de minister, op basis van het verslag van de afgevaardigde bij de doelstellingenovereenkomst en de zonedirecteur, deze paragraaf toepassen."; d)

§ 5

wordt een laatste alinea toegevoegd die luidt als volgt: "

het kader van een procedure als bedoeld

§ 1

, 4°, kan de preventieve schorsing worden genomen voor een of meer perioden met een maximum van 12 maanden."; e)

§ 6

, lid 1, worden de woorden: "en een procedure als bedoeld

§ 1

, 4° "

gevoegd tussen de woorden: "

het kader van een tuchtprocedure" en "of vóór de eventuele uitoefening van een tuchtprocedure ";f)

§ 6

, derde lid, worden de woorden: "en met betrekking tot § 1, 4°, de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst en de zonedirecteur"

gevoegd tussen de woorden: "de minister" en ", bij aangetekende brief ". Art. 23.

afdeling 157sexies van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) een punt 4° wordt toegevoegd als volgt

§ 1: "

(4)

dien toepassing wordt gedaan van artikel 67, lid 17, of artikel 68, lid 14, van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen

gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren."; b)

§ 3

, eerste lid, worden de woorden: "en door de zonedirecteur en de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst van de bedoelde

richting, met betrekking tot § 1, 4° "

gevoegd na de woorden: "aangewezen door de Regering of de afgevaardigde van genoemde ambtenaar ";c)

§ 4

wordt een nieuw lid 2

gevoegd dat luidt als volgt: "Wanneer het lid van het onderwijzend personeel of de directeur blijk geeft van een duidelijke slechte wil of een manifest en herhaald tekort

de ontwikkeling van het sturingsplan of het aanpassingsstelsel, de uitvoering van de doelstellingenovereenkomst of het samenwerkingsprotocol of de implementatie van een proces van nauw toezicht, kan de minister, op basis van het verslag van de afgevaardigde bij de doelstellingenovereenkomst en de zonedirecteur, deze paragraaf toepassen."; d)

§ 4

, voorheen lid 2, nieuw lid 3, worden de woorden: "en op voorstel van de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst en van de zonedirecteur met betrekking tot § 1, 4°, " toegevoegd na de woorden: " de bepalingen van dit artikel ". Art. 24.

artikel 157nonies van hetzelfde koninklijk besluit worden vijf leden, luidend als volgt,

gevoegd tussen lid 1 en lid 2: "

het kader van een procedure waarnaar wordt verwezen

artikel 157sexies, § 1, 4°, mag de preventieve schorsing worden genomen voor een of meer perioden met een maximum van 12 maanden. Het moet om de drie maanden vanaf de datum van de uitwerking schriftelijk door de minister worden bevestigd. Van deze bevestiging wordt bij een ter post aangetekende brief aan de betrokkene kennisgegeven. Bij gebreke aan bevestiging van de preventieve schorsing binnen de vereiste termijn, kan het betrokken personeelslid zijn taken hervatten na de minister, de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst en de zonedirecteur bij een ter post aangetekende brief te hebben bericht minstens 10 werkdagen vóór de daadwerkelijke hervatting. Na ontvangst van deze kennisgeving kan de minister het behoud van de preventieve schorsing bevestigen volgens de procedure beschreven

lid 4. " HOOFDSTUK III. - Bepalingen houdende wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de

specteurs katholieke, protestantse, israëlitische, orthodoxe en islamitische godsdienst der onderwijsinstellingen van de Franse Gemeenschap Art. 25.

het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot vaststelling van het statuut van de leermeesters, de leraars en de

specteurs katholieke, protestantse, israëlitische, orthodoxe en islamitische godsdienst der onderwijsinstellingen van de Franse Gemeenschap, wordt een artikel 37ter/1 toegevoegd luidend als volgt: "Artikel 37ter/1.

afwijking van artikel 37ter,

het kader van een procedure waarnaar wordt verwezen

artikel 157sexies, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 mag de preventieve schorsing worden genomen voor een of meer perioden met een maximum van 12 maanden. Het moet om de drie maanden vanaf de datum van de uitwerking schriftelijk door de minister worden bevestigd. Van deze bevestiging wordt bij een ter post aangetekende brief aan de betrokkene kennisgegeven. Bij gebreke aan bevestiging van de preventieve schorsing binnen de vereiste termijn, kan het betrokken personeelslid zijn taken hervatten na de minister, de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst en de zonedirecteur bij een ter post aangetekende brief te hebben bericht minstens 10 werkdagen vóór de daadwerkelijke hervatting. Na ontvangst van deze kennisgeving kan de minister het behoud van de preventieve schorsing bevestigen volgens de procedure beschreven

lid 3. HOOFDSTUK IV. - Bepalingen houdende wijziging van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs Art. 26.

het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, wordt een artikel 17bis

gevoegd, luidend als volgt: "Artikel 17bis - De personeelsleden moeten, binnen de perken van de reglementering, de aanvullende regels van de bevoegde paritaire commissie en de doelstellingenovereenkomst, deel nemen aan de voorbereiding van de sturingsplannen en aan de uitvoering van de doelstellingenovereenkomsten of de ontwikkeling van aanpassingsstelsels en de uitvoering van de samenwerkingsprotocollen bedoeld

de artikelen 67 en 68 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen

gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren. ". Art. 27.

artikel 87 van hetzelfde besluit van 1 februari 1993 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) een punt 4° wordt toegevoegd als volgt

§ 1

: "4°

dien toepassing wordt gedaan van artikel 67, lid 17, of artikel 68, lid 14, van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen

gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren."; b)

§ 3

, eerste lid, worden de woorden: "en door de zonedirecteur en de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst van de bedoelde

richting, wat betreft paragraaf 1, 4° " toegevoegd na de woorden "door de

richtende macht ";c)

§ 5

wordt een laatste lid toegevoegd, luidend als volgt: "

het kader van een procedure als bedoeld

§ 1e

r, 4°, kan de preventieve schorsing worden genomen voor een of meer perioden met een maximum van 12 maanden."; d)

§ 6

, lid 1, worden de woorden: "

het kader van een tuchtprocedure, moet de

richtende macht de preventieve schorsing om de drie maanden vanaf de datum met

gang waarvan ze uitwerking heeft, schriftelijk bevestigen » vervangen door de woorden: "

het kader van een tuchtprocedure en een procedure bedoeld bij paragraaf 1, 4°, moet de

richtende macht de preventieve schorsing om de drie maanden vanaf de datum met

gang waarvan ze uitwerking heeft, schriftelijk bevestigen."; e)

§ 6

, lid 3, worden de woorden: "Bij gemis van bevestiging van de preventieve schorsing binnen de vereiste termijnen, kan het betrokken personeelslid zijn ambt weer opnemen na mededeling ervan, bij aangetekend schrijven, aan de

richtende macht ten minste tien werkdagen voordat het zijn ambt weer opneemt » vervangen door de woorden « Bij gemis van bevestiging van de preventieve schorsing binnen de vereiste termijnen, kan het betrokken personeelslid zijn ambt weer opnemen na mededeling ervan, bij aangetekend schrijven, aan de

richtende macht en met betrekking tot § 1, 4°, de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst en de zonedirecteur, ten minste tien werkdagen voordat het zijn ambt weer opneemt." . Art. 28.

artikel 90bis van hetzelfde besluit van 1 februari 1993 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a)

§ 2

wordt een punt 4° toegevoegd als volgt: "4°

dien toepassing wordt gedaan van artikel 67, lid 17, of artikel 68, lid 14, van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen

gericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren."; b)

§ 3

worden de woorden: "en door de zonedirecteur en de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst van de bedoelde

richting, wat betreft paragraaf 2, 4° "

gevoegd na de woorden: "door de

richtende machten ". Art. 29.Een artikel 90septies wordt

gevoegd, luidend als volgt: "Artikel 90septies -

het kader van een procedure als bedoeld

artikel 90bis, § 2, 4°, kan de preventieve schorsing worden genomen voor een of meer perioden met een maximum van 12 maanden. Ze moet door de

richtende machten schriftelijk worden bevestigd om de drie maanden na de datum van

werkingtreding. Van deze bevestiging wordt bij ter post aangetekende brief aan de betrokkene kennisgegeven. Bij ontstentenis van bevestiging van de preventieve schorsing binnen de vereiste termijn, kan het betrokken personeelslid zijn opdrachten opnieuw uitvoeren nadat hij de

richtende machten, de afgevaardigde voor de doelstellingenovereenkomst en de zonedirecteur, per aangetekende brief, ten minste tien dagen heeft geïnformeerd vóór de daadwerkelijke hervatting. Na ontvangst van deze kennisgeving kan de

richtende macht het behoud

preventieve schorsing bevestigen overeenkomstig de procedure beschreven

lid 3 ". HOOFDSTUK V. - Bepalingen houdende wijziging van het decreet van

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.