← België

Ordonnantie houdende het Nieuw Brussels Gemeentelijk Kieswetboek

Kort samengevat

Deze ordonnantie regelt de organisatie van gemeenteraadsverkiezingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, inclusief de verkiezingsdata, stemsystemen, software, financiering en wie mag stemmen.

Wat het regelt

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
20 JULI 2023. - Ordonnantie houdende het Nieuw Brussels Gemeentelijk Kieswetboek Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen, hetgeen volgt : Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet. TITEL I - Leidende principes HOOFDSTUK 1 - Verkiezingsdata en stemsystemen Art. 2.§ 1. De gewone vergadering van de kiezers voor de vernieuwing van de gemeenteraden heeft van rechtswege plaats om de zes jaar, op de tweede zondag van oktober. De kiezers kunnen, krachtens een gemeenteraadsbesluit of een besluit van de Regering, ook in buitengewone vergadering worden bijeengeroepen om te voorzien in de opengevallen plaatsen. Deze vergadering heeft altijd plaats op een zondag, binnen vijftig dagen na de beslissing of het besluit van de Regering. De bepalingen van het voorgaande lid zijn van toepassing op de verkiezingen bedoeld in de artikelen 272 en 273 van de Nieuwe Gemeentewet. Bij nieuwe verkiezingen te organiseren volgens artikel 114, stelt de Regering een nauwkeurig tijdschema op met de verkiezingsoperaties tot en met de dag van de verkiezingen, de installatiedatum van de gemeenteraadsleden en alle andere fasen na de installatie van de gemeenteraadsleden. § 2. Bij de in paragraaf 1 bedoelde verkiezingen wordt een elektronisch stemsysteem gebruikt. Indien de Regering vaststelt dat er niet met een elektronisch stemsysteem kan worden gestemd, is de stemming met papieren stembiljetten van toepassing. De stemming vindt plaats in de gemeente waar de kiezer op de kiezerslijst is ingeschreven. Deelneming aan de stemming is verplicht. Elke kiezer heeft slechts recht op één stem. De kiezers mogen zich niet doen vervangen dan op grond van stemming bij volmacht overeenkomstig artikel 59. Gemeenteraadsleden worden gekozen via rechtstreekse algemene verkiezingen op basis van evenredige vertegenwoordiging. § 3. Ten minste dertig dagen vóór de verkiezing laat de Regering of haar gemachtigde in het Belgisch Staatsblad een bericht verschijnen waarin het volgende is opgenomen: 1° het stemsysteem, elektronisch of op papier;2° de datum van de verkiezing, alsook de opening- en sluitingsuren van de stembureaus;3° de mogelijkheid tot bezwaar bij het gemeentebestuur tot twaalf dagen voor de verkiezing voor elke burger die niet op de kiezerslijst voorkomt maar die meent te voldoen aan de kiesvoorwaarden. HOOFDSTUK 2 - Verkiezingssoftware en college van deskundigen Art. 3.Wanneer de stemming elektronisch verloopt of wanneer op enig niveau van het verkiezingsproces ten minste één softwareprogramma wordt gebruikt, stelt de Regering de te gebruiken verkiezingssoftware ter beschikking van de stem- en hoofdbureaus. De verkiezingssoftware houdt de noodzakelijke programma's en procedures in betreffende: 1° de werking van de informaticasystemen betreffende het verzamelen van de gegevens van kiezers, kandidaten en verkiezingsoperatoren met het oog op de uitvoering van de in dit Wetboek bedoelde elektronische codering;2° het voorbereiden van de elektronische dragers die worden gebruikt voor het uitbrengen van de stemmen;3° de elektronische aanstipping van de kiezers, indien van toepassing;4° de totalisering, de zetelverdeling en de verspreiding van de resultaten. § 2. Wanneer dit Wetboek de toezending van bepaalde gegevens langs elektronische weg of de geautomatiseerde verwerking van gegevens voorschrijft, geschiedt deze toezending volgens de door de Regering vastgestelde procedures, met inachtneming van de beginselen van authenticiteit, vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de verkiezingsgegevens. De Regering stelt vast dat de elektronische stemsystemen en verkiezingssoftware de authenticiteit, de vertrouwelijkheid, de integriteit, de beschikbaarheid van de gegevens en het stemgeheim waarborgen. Ze baseert zich daarvoor op het advies van één van de organen erkend door de Koning krachtens artikel 4, § 3, van de wet van 7 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/02/2014 pub. 14/02/2014 numac 2014000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk type wet prom. 07/02/2014 pub. 14/04/2014 numac 2014000274 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk. - Duitse vertaling sluiten tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk. § 3. De Regering maakt binnen tien de dagen na de verkiezing de broncodes van de in paragraaf 1 bedoelde softwareprogramma's bekend, zonder dat daarbij enig element wordt vermeld dat de veiligheid van de aangeboden software en diensten in gevaar zou kunnen brengen. Art. 4.§ 1. Het Parlement wijst, ten vroegste zes maanden en uiterlijk twee maanden voor de verkiezingen, een college van deskundigen aan dat bestaat uit ten minste vier effectieve en vier plaatsvervangende deskundigen. Dit college wijst een voorzitter en een secretaris aan in hun midden. De deskundigen benoemd door het Parlement met toepassing van artikel 24, § 2, van de wet van 7 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/02/2014 pub. 14/02/2014 numac 2014000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk type wet prom. 07/02/2014 pub. 14/04/2014 numac 2014000274 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk. - Duitse vertaling sluiten tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk worden van rechtswege aangewezen als lid van het college van deskundigen. De plaatsvervangende deskundigen verlenen bijstand aan de effectieve leden bij de uitvoering van de in paragraaf 2 bedoelde opdrachten of vervangen hen in geval van verhindering. § 2. De deskundigen zien, vanaf hun aanstelling tot de in paragraaf 3 bedoelde rapport, toe op het gebruik, de goede werking en de integriteit van de softwaresystemen en de elektronische processen betreffende het verzamelen van de gegevens, het voorbereiden van de elektronische dragers, de totalisering, de berekening en de verspreiding van resultaten alsook op de procedures voor de aanmaak, de verspreiding en het gebruik van de apparatuur, de software en de gegevensdragers. De deskundigen ontvangen van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel de toelatingen, alsook alle gegevens, inlichtingen en informatie die nodig zijn om die opdracht uit te voeren. De leden van de kiesbureaus, de in artikel 4, § 3, tweede lid, van de wet van 7 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/02/2014 pub. 14/02/2014 numac 2014000108 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk type wet prom. 07/02/2014 pub. 14/04/2014 numac 2014000274 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk. - Duitse vertaling sluiten tot organisatie van de elektronische stemming met papieren bewijsstuk bedoelde adviesorganen en de privébedrijven alsook hun leden die door de bevoegde overheden betrokken zijn bij het verloop van het kiesproces, leveren eveneens aan de deskundigen de apparatuur alsook alle gegevens, inlichtingen en informatie die nodig zijn om de in het eerste lid bedoelde controle uit te voeren. Tijdens de dag van de verkiezing kunnen de deskundigen teststemmen uitbrengen in de stembureaus. Deze worden noch gescand, noch meegeteld. Ze kunnen de overeenkomst van de afgedrukte informatie met de voorheen door hen uitgebrachte teststemmen controleren, ze kunnen de overeenstemming controleren tussen het op het scherm getoond resultaat en hetgeen afgedrukt is op het papieren bewijsstuk met behulp van de scanner ter beschikking gesteld van de kiezers of elke andere scanner. Na de dag van de verkiezingen kunnen de deskundigen de overeenstemming tussen de uitgebrachte stemmen in een stembureau en de gegevens op de gegevensdragers van een stembureau controleren, zij kunnen de totalisatie van de verschillende geheugendragers van een stembureau controleren. Ze kunnen tevens de betrouwbaarheid en de geloofwaardigheid van het geheel van de software die de verkiezingsketen vormt, vanaf de kandidatuurstelling tot de bekendmaking van de resultaten, controleren. Het college van deskundigen kan overgaan tot een audit van de uitslagen om de betrouwbaarheid en integriteit van het elektronische stemsysteem te garanderen. § 3. Uiterlijk vijftien dagen na de dag van de verkiezingen bezorgen ze een verslag aan de Regering, aan het Parlement en aan het rechtscollege, zoals bedoeld in artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse instellingen. Dit verslag kan aanbevelingen bevatten in verband met de apparatuur en de software die zijn gebruikt en de procedures die zijn toegepast. § 4. De deskundigen zijn tot geheimhouding verplicht. Elke schending van de geheimhoudingsplicht wordt bestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek. HOOFDSTUK 3 - Aankoop en uitlenen van de elektronische stemapparatuur Art. 5.§ 1. De elektronische stemapparatuur kan aangekocht of gehuurd worden door het Gewest of door de gemeente. De stemapparatuur, aangekocht door het Gewest, wordt kosteloos ter beschikking gesteld van de gemeenten. § 2. Indien het materiaal werd aangekocht door het Gewest of de gemeente, zorgen de gemeenteoverheden voor het onderhoud en de bewaring van de apparatuur. Ze beheren die goederen zoals een voorzichtig en redelijk persoon. Ze laten alle apparatuur die buiten gebruik is, zo spoedig mogelijk herstellen of vervangen. De kosten daarvan zijn ten laste van de gemeente. De gemeente sluit daarvoor een onderhoudscontract. De kosten voor technische bijstand op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen zijn ten laste van het Gewest. § 3. De verkiezingssoftware, de veiligheidselementen en de gegevensdragers worden kosteloos aan de gemeenten verstrekt door het Gewest. De vervanging van chipkaarten, wegens verlies of vernietiging, is ten laste van de gemeente. § 4. De gemeenten mogen de stemapparatuur die eigendom is van het Gewest, kosteloos gebruiken voor verkiezingen georganiseerd door de federale overheid. § 5. De gemeenten mogen de stemapparatuur voor andere doeleinden gebruiken voor het beheer van de gemeente, op voorwaarde dat deze apparatuur ten minste dertig dagen vóór de datum van de verkiezing weer ter beschikking en gebruiksklaar is voor die verkiezing. § 6. In geval van huur, bepaalt de Regering de modaliteiten voor de betaling, alsook de levering, de opslag, het testen, de garantie en de teruggave van het materiaal. § 7. De Regering verzekert de gelijke behandeling tussen de gemeenten wat de lasten betreft die voortvloeien uit de aankoop of de huur van het materiaal. HOOFDSTUK 4 - Uitgaven in verband met de organisatie van verkiezingen op gemeentelijk niveau Art. 6.Bij gewone en buitengewone vernieuwing van de gemeenteraden, zijn alle verkiezingsuitgaven betreffende het stempapier ten laste van het Gewest. Volgende verkiezingsuitgaven zijn ten laste van de gemeenten: 1° het presentiegeld, alsmede de reisvergoeding waarop de leden van de kiesbureaus kunnen aanspraak maken, onder de voorwaarden bepaald door de Regering;2° de reisvergoeding van de kiezers die niet in de gemeente, waar ze zijn ingeschreven als kiezer, verblijven, onder de voorwaarden bepaald door de Regering;enkel de kiezers die in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente zijn ingeschreven kunnen aanspraak maken op de reisvergoeding; 3° de verzekeringspremies om de lichamelijke schades te dekken die voortvloeien uit ongevallen die leden van de kiesbureaus zijn overkomen in de uitoefening van hun ambt;de Regering bepaalt de regels volgens welke deze risico's worden gedekt; 4° het materiaal voor de samenstelling van een bureau zoals tafels, stoelen en stemhokjes. Zijn eveneens ten laste van de gemeenten: scheidingsmuren, lessenaars, enveloppes en potloden die ze voorzien in volgens de door de Regering goedgekeurde modellen. Bij stemming op papier zijn de gemeenten ook verantwoordelijk voor het ter beschikking stellen van de stembussen. Alle andere verkiezingsuitgaven zijn ten laste van de gemeenten. HOOFDSTUK 5 - Controle van de verkiezingsuitgaven Art. 7.Het Controlecollege, opgericht door artikel 3 van de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de controle van de verkiezingsuitgaven en de regeringsmededelingen, oefent de controleopdrachten uit die voorheen vervuld werden door de Controlecommissie ingesteld bij de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen. TITEL II - De kiezerslijst HOOFDSTUK 1 - Hoedanigheid van de kiezer Art. 8.§ 1. Om gemeenteraadskiezer te zijn, moet men: 1° Belg zijn;2° de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt;3° in de bevolkingsregisters van de gemeente ingeschreven zijn;4° zich niet bevinden in één van de gevallen van uitsluiting of schorsing bepaald bij het Kieswetboek van 12 april 1894. § 2. De voorwaarden vermeld in paragraaf 1, 2° en 4°, moeten vervuld zijn op de dag van de verkiezing; die vermeld in paragraaf 1, 1° en 3°, moeten dat zijn op de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten. § 3. De kiezers die tussen de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten en de dag van de verkiezing de Belgische nationaliteit verloren hebben, worden van de kiezerslijst geschrapt. De kiezers die na de datum waarop de kiezerslijst wordt afgesloten, het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van het kiesrecht, ofwel de schorsing van dat recht op de datum van de verkiezing meebrengt, worden eveneens van de kiezerslijst geschrapt. § 4. Aan deze lijst worden tot de dag voor de verkiezing de personen toegevoegd die ten gevolge van een arrest van het Hof van beroep of een beslissing van het college van burgemeester en schepenen weer als gemeenteraadskiezer opgenomen moeten worden. Art. 9.§ 1. Kunnen, overeenkomstig artikel 1bis van de Gemeentekieswet gecoördineerd op 4 augustus 1932, ingevoegd bij wet van 27 januari 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/01/1999 pub. 10/07/1999 numac 1999021253 bron diensten van de eerste minister Wet houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende de bestendiging van het armoedebeleid, ondertekend te Brussel, op 5 mei 1998 type wet prom. 27/01/1999 pub. 30/01/1999 numac 1999000058 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen, van de nieuwe gemeentewet en van de gemeentekieswet, en tot uitvoering van de richtlijn van de Raad van de Europese Unie nr. 94/80/EG van 19 december 1994 sluiten, de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer verwerven, de onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie die, behalve wat betreft de nationaliteit, voldoen aan de andere kiesbevoegdheidsvoorwaarden bedoeld in artikel 8, § 1, en die, overeenkomstig paragraaf 2 van dit artikel, hun wil te kennen hebben gegeven om dit stemrecht in België uit te oefenen. Voor de toepassing van het eerste lid worden de niet-Belgische onderdanen van de Europese Unie die in de bevolkingsregisters staan vermeld, geacht te voldoen aan de in artikel 8, § 1, 3° bedoelde voorwaarde. § 2. Om te kunnen worden ingeschreven op de in artikel 11, § 1, bedoelde kiezerslijst, moeten de in paragraaf 1 van dit artikel bedoelde personen bij de gemeente waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben gevestigd, een schriftelijke aanvraag indienen overeenkomstig het door de minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde model met vermelding van: 1° hun nationaliteit;2° het adres van hun hoofdverblijfplaats. De artikelen 7bis en 13 van het Kieswetboek zijn mede van toepassing. De kennisgevingen bedoeld in artikel 13 van het Kieswetboek worden echter door de betrokken parketten of griffies van de hoven en rechtbanken gedaan op uitdrukkelijk verzoek van de gemeentelijke overheden, wanneer deze laatste hebben vastgesteld dat de persoon die om zijn inschrijving op de kiezerslijst heeft gevraagd, onder de toepassing kan vallen van de maatregelen van uitsluiting of schorsing bedoeld in de artikelen 6 en 7 van het Kieswetboek. Deze kennisgevingen worden binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag van de gemeentelijke overheid doorgestuurd. Indien er geen grond tot kennisgeving bestaat, wordt de gemeentelijke overheid daarvan binnen dezelfde termijn in kennis gesteld. In geval van kennisgeving nadat de kiezerslijst is opgemaakt, wordt de betrokkene van deze lijst geschrapt. Het college van burgemeester en schepenen controleert of de betrokkene de kiesbevoegdheidsvoorwaarden vervult en indien dit het geval is, geeft het college bij ter post aangetekende brief aan de betrokkene kennis van zijn beslissing om hem in te schrijven op de kiezerslijst. De inschrijving wordt in de bevolkingsregisters vermeld volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels. Wanneer de aanvrager één of andere kiesbevoegdheidsvoorwaarde niet vervult, geeft het college van burgemeester en schepenen van de gemeente van zijn verblijfplaats hem bij ter post aangetekende brief kennis van zijn gemotiveerde beslissing om zijn inschrijving op de kiezerslijst te weigeren. De beslissingen van inschrijving of van weigering van inschrijving op de kiezerslijst, worden opgesteld volgens de door de minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde modellen. Onontvankelijk worden verklaard de aanvragen die worden ingediend tijdens de periode die begint op datum van het opmaken van de kiezerslijst en afloopt op de datum van de verkiezing waarvoor ze werd opgemaakt. Buiten de periode bedoeld in het vorige lid kan iedereen die in de hoedanigheid van kiezer erkend is, schriftelijk verklaren dat hij van deze hoedanigheid afziet, bij de gemeente waar hij zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft. De erkenning in de hoedanigheid van kiezer blijft geldig zolang de betrokkene blijft voldoen aan de kiesbevoegdheidsvoorwaarden of zolang hij niet afgezien heeft van zijn hoedanigheid van kiezer, ongeacht de gemeente waar hij zijn verblijfplaats in België heeft gevestigd. § 3. In geval zijn aanvraag tot inschrijving als kiezer geweigerd wordt, kan de niet-Belgische onderdaan van de Europese Unie, binnen de tien dagen na de in paragraaf 2, achtste lid, bedoelde kennisgeving, zijn eventuele bezwaren per aangetekende brief meedelen aan het college van burgemeester en schepenen. Het college doet binnen de acht dagen na ontvangst van het bezwaarschrift uitspraak, en zijn beslissing wordt onmiddellijk per aangetekende brief betekend aan de betrokkene. Als het college van burgemeester en schepenen bij zijn weigering blijft, kan de niet-Belgische onderdaan van de Europese Unie, binnen de acht dagen na de in het vorige lid bedoelde kennisgeving, tegen deze beslissing een beroep aantekenen bij het Hof van Beroep. Het beroep wordt aangetekend door middel van een verzoek aan de procureur-generaal bij het Hof van Beroep. Deze brengt het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente hiervan onmiddellijk op de hoogte. De partijen beschikken, vanaf de indiening van het verzoek, over een termijn van tien dagen om nieuwe conclusies in te dienen. Na het verstrijken van deze termijn stuurt de procureur-generaal het dossier, samen met de nieuwe stukken of conclusies, binnen de twee dagen naar de hoofdgriffier van het Hof van Beroep, die de ontvangst daarvan bevestigt. De artikelen 28 tot 39 van het Kieswetboek zijn van toepassing. § 4. Indien de niet-Belgische onderdaan van de Europese Unie, na in de hoedanigheid van kiezer erkend te zijn, schriftelijk verklaard heeft bij de gemeente van zijn verblijfplaats dat hij van deze hoedanigheid afziet, mag hij pas na de gemeenteraadsverkiezingen waarvoor hij als kiezer ingeschreven was, een nieuwe aanvraag tot erkenning als kiezer indienen. Art. 10.Overeenkomstig artikel 1ter van de Gemeentekieswet gecoördineerd op 4 augustus 1932, ingevoegd bij wet van 19 maart 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/03/2004 pub. 23/04/2004 numac 2004000208 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot toekenning van het actief kiesrecht bij de gemeenteraadsverkiezingen aan vreemdelingen sluiten, kunnen de vreemdelingen op wie artikel 9 niet van toepassing is, eveneens de hoedanigheid van gemeenteraadskiezer verwerven op voorwaarde dat: 1° die vreemdelingen bij de gemeente waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben een schriftelijke aanvraag indienen overeenkomstig het model bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met vermelding van: a) hun nationaliteit;b) het adres van hun hoofdverblijfplaats;c) een verklaring waarin de indiener van de aanvraag zich ertoe verbindt de Grondwet, de wetten van het Belgische volk en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Aan de betrokkene wordt een attest van die verklaring overhandigd. Indien hij later een aanvraag indient om in een andere gemeente op de kiezerslijst te worden ingeschreven, legt hij dat attest voor; 2° die vreemdelingen op het ogenblik van de indiening van de aanvraag vijf jaar ononderbroken hoofdverblijfplaats in België gedekt door een wettelijk verblijf kunnen laten gelden. Artikel 8, § 1, 2°, 3°, 4°, en artikel 9, § 2, tweede en volgende leden, en §§ 3 en 4, zijn van toepassing op de in dit artikel bedoelde vreemdelingen. HOOFDSTUK 2- Opmaak van de kiezerslijst Art. 11.§ 1. Op 1 augustus van het jaar tijdens hetwelk de gewone vernieuwing van de gemeenteraden plaats heeft, maakt het college van burgemeester en schepenen een lijst van de gemeenteraadskiezers op. Voor deze operatie vraagt het college van burgemeester en schepenen aan de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken om haar kosteloos de gegevens van de in het derde lid bedoelde personen te bezorgen. Deze door de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken verstrekte gegevens worden vernietigd de dag na de dag van de validatie of vernietiging van de verkiezingen. Op die lijst worden vermeld: 1° de personen die op de vermelde datum in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven zijn en de andere in de artikelen 8, § 1, 9 en 10 bedoelde kiesbevoegdheidsvoorwaarden vervullen;2° de gemeenteraadskiezers die tussen 1 augustus en de datum van de verkiezingen de leeftijd van achttien jaar bereiken;3° de personen voor wie de schorsing van het kiesrecht een einde neemt vóór de datum van de verkiezingen. Voor elke persoon die voldoet aan de kiesbevoegdheidsvoorwaarden, vermeldt de kiezerslijst de naam, de voornamen, de geboortedatum, het identificatienummer zoals bedoeld in artikel 2, § 3, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en de hoofdverblijfplaats. De kiezerslijst wordt volgens een nummering opgemaakt, desgevallend per gemeentelijke afdeling, hetzij geografisch volgens de straten, hetzij in alfabetische volgorde van de kiezers. Het college van burgemeester en schepenen zorgt ervoor dat personen die in het bevolkingsregister ingeschreven zijn op hetzelfde adres, in hetzelfde stemcentrum worden opgeroepen. § 2. Artikel 13 van het Kieswetboek is van toepassing. § 3. Op de datum waarop de kiezerslijst vastgesteld moet zijn, brengt het college van burgemeester en schepenen de burgers op de hoogte via een publicatie op de gemeentelijke website en door een bericht in de gebruikelijke vorm gesteld, dat eenieder zich tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing tijdens de diensturen tot de gemeente kan wenden om na te gaan of hij op de lijst staat dan wel met een juiste vermelding erop staat. Dit bericht maakt melding van de bij de artikelen 12 en volgende voorgeschreven procedure van bezwaar en beroep. HOOFDSTUK 3 - Bezwaar met betrekking tot de kiezerslijst Art. 12.§ 1. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst moet vastgesteld zijn, kan ieder die ten onrechte ingeschreven, weggelaten of van de kiezerslijst geschrapt is, of voor wie op deze lijst de vermeldingen voorgeschreven bij artikel 11, § 1, derde lid, onjuist zijn, tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. § 2. Vanaf de datum waarop de kiezerslijst moet vastgesteld zijn, kan ieder die de kiesbevoegheidsvoorwaarden vervult, in het kiesarrondissement waarin de gemeente ligt waar hij op de kiezerslijst is ingeschreven, tot de twaalfde dag vóór die van de verkiezing bij het college van burgemeester en schepenen bezwaar indienen tegen de inschrijving, schrapping of weglating van namen van deze lijst, of tegen enige onjuistheid in de vermeldingen voorgeschreven bij artikel 11, § 1, derde lid. § 3. Het in paragrafen 1 en 2 bedoelde bezwaar wordt ingediend bij verzoekschrift en moet, samen met de bewijsstukken waarvan de verzoeker gebruik wenst te maken, tegen ontvangstbewijs neergelegd worden op het gemeentebestuur of onder een ter post aangetekende enveloppe worden gericht aan het college van burgemeester en schepenen. De ambtenaar die het bezwaar ontvangt, is verplicht het op de datum van ontvangst in te schrijven in een bijzonder register, een ontvangstbewijs van het bezwaar en van de overgelegde bewijsstukken af te geven, voor ieder bezwaar een dossier aan te leggen, de overgelegde stukken te nummeren en te paraferen en ze met hun volgnummer in te schrijven op de bij ieder dossier gevoegde inventaris. § 4. Wanneer de verzoeker verklaart niet in staat te zijn te schrijven, kan het bezwaar mondeling worden ingebracht. Het wordt door de gemeentesecretaris of zijn gemachtigde ontvangen. De ambtenaar die het ontvangt, maakt daarvan dadelijk proces-verbaal op, waarin hij vaststelt dat de betrokkene hem verklaart niet in staat te zijn te schrijven. Het proces-verbaal neemt de door betrokkene ingeroepen middelen over. De ambtenaar dagtekent en ondertekent het proces-verbaal en overhandigt een duplicaat aan de verschijnende persoon na het hem te hebben voorgelezen. De ambtenaar handelt vervolgens zoals in paragraaf 3, tweede lid, is voorgeschreven. § 5. Het gemeentebestuur voegt kosteloos aan het dossier een afschrift of uittreksel toe van alle in zijn bezit zijnde officiële stukken die de verzoeker aanvoert om een wijziging van de kiezerslijst te verantwoorden. Het gemeentebestuur voegt ambtshalve bij het dossier alle in zijn bezit zijnde officiële stukken die de door de betrokkene ingeroepen middelen welke opgenomen zijn in het overeenkomstig paragraaf 4, tweede en derde lid, opgestelde proces-verbaal, kracht kunnen bijzetten. § 6. De rol van de bezwaren vermeldt de plaats, de dag en het uur van de vergadering tijdens dewelke de zaak of de zaken zal of zullen worden behandeld. Deze rol wordt ten minste vierentwintig uur vóór de vergadering aangeplakt op het gemeentebestuur en gepubliceerd op de gemeentelijke website, waar iedereen er inzage en afschrift van kan nemen. Het gemeentebestuur geeft onverwijld en met alle middelen kennis aan de verzoeker alsook, in voorkomend geval, aan de betrokken partijen, van de datum waarop het bezwaar onderzocht zal worden. Deze kennisgeving vermeldt uitdrukkelijk en woordelijk dat, zoals bepaald in paragraaf 9, tweede tot vierde lid, het beroep tegen de te nemen beslissing alleen ter zitting kan worden ingediend. § 7. Gedurende de termijn bepaald in paragraaf 6, tweede lid, worden het dossier van de bezwaren en het in paragraaf 8, tweede lid, bedoelde verslag op het gemeentebestuur ter beschikking gehouden van de partijen, hun advocaten of hun gemachtigden. § 8. Het college van burgemeester en schepenen doet over elk bezwaar uitspraak binnen een termijn van zeven dagen te rekenen vanaf het indienen van het verzoekschrift of van het in paragraaf 4 vermeld proces-verbaal, en in elk geval vóór de zevende dag vóór die van de verkiezing. Het doet uitspraak in openbare vergadering op verslag van een lid van het college en na de partijen, hun advocaten of gemachtigden te hebben gehoord, indien zij verschijnen. § 9. Voor iedere zaak wordt, onder vermelding van de naam van de verslaggever en van de aanwezige leden, een afzonderlijke en met redenen omklede beslissing genomen, die in een bijzonder register wordt ingeschreven. De voorzitter van het college verzoekt de partijen, hun advocaten of gemachtigden, als zij dat wensen, in het in het vorige lid vermelde register een verklaring van beroep te ondertekenen. De partijen die niet verschijnen, worden geacht de beslissing van het college te aanvaarden. Wanneer de aanwezige of vertegenwoordigde partijen geen verklaring van beroep ondertekenen, is de beslissing van het college definitief. Van het definitieve karakter van de beslissing wordt melding gemaakt in het bijzonder register vermeld in het eerste lid, en de beslissing tot wijziging van de kiezerslijst wordt onverwijld ten uitvoer gelegd. De beslissing van het college wordt neergelegd op het gemeentebestuur, waar eenieder er kosteloos inzage van kan nemen. Het beroep tegen de beslissing van het college heeft schorsende kracht ten aanzien van elke verandering in de kiezerslijst. § 10. De burgemeester zendt onverwijld aan het Hof van Beroep, met alle middelen, een expeditie van de beslissingen van het college waartegen beroep is ingesteld alsook alle documenten die de gedingen betreffen. § 11. Artikel 27, tweede lid, en de artikelen 28 tot 39 van het Kieswetboek zijn van toepassing. HOOFDSTUK 4 - Afgifte van de kiezerslijst Art. 13.§ 1. Zodra de kiezerslijst is opgesteld, verstrekt het college van burgemeester en schepenen of de door hem aangeduide ambtenaar kosteloos een elektronisch afschrift van de kiezerslijst aan de personen die daartoe een schriftelijk verzoek indienen en die er zich schriftelijk toe verbinden om een lijst van kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen in te dienen. Indien de partij geen kandidatenlijst voordraagt, kan zij geen gebruik meer maken van de kiezerslijst op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde straffen. § 2. Iedere persoon die als kandidaat voorkomt op een akte van voordracht ingediend met het oog op de verkiezing, kan elektronische afschriften van de kiezerslijst krijgen, na schriftelijk verzoek aan het college van burgemeester en schepenen of aan de door het college aangewezen ambtenaar. Het college van burgemeester en schepenen stelt op het ogenblik van de afgifte vast of de belanghebbende als kandidaat bij de verkiezing is voorgedragen. Indien de aanvrager later van de kandidatenlijst wordt geschrapt, mag hij van de kiezerslijst geen gebruik meer maken, op straffe van de in artikel 197bis van het Kieswetboek vastgestelde straffen. § 3. Het college van burgemeester en schepenen mag enkel afschriften van de kiezerslijst afgeven aan personen die ze overeenkomstig paragraaf 1 of paragraaf 2 aangevraagd hebben. De personen die deze afschriften hebben ontvangen, mogen ze op hun beurt niet meedelen aan derden. Personen die over een kiezerslijst beschikken, mogen deze alleen voor verkiezingsdoeleinden gebruiken, en dan nog alleen gedurende de periode tussen de datum waarop de lijst beschikbaar is gesteld en de datum van de verkiezing. Wie geen kandidatenlijst indient en zelf geen kandidaat is, kan de kiezerslijst niet gebruiken, zelfs niet voor verkiezingsdoeleinden. Eenieder die in het bezit is van een afschrift van de kiezerslijst, moet dit afschrift vernietigen uiterlijk op de dag na de verkiezingsdag waarvoor de originele kiezerslijst was opgesteld. De met toepassing van de paragrafen 1 en 2 afgegeven afschriften van de kiezerslijst vermelden geen identificatienummer zoals bedoeld in artikel 2, § 3, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen. § 4. De volgende handelingen vormen inbreuken waarop de strafrechtelijke sancties van artikel 197bis van het Kieswetboek van toepassing zijn: 1° afschriften van de kiezerslijst afgeven aan personen die niet gemachtigd zijn deze in ontvangst te nemen;2° gegevens van de kiezerslijst voor andere dan verkiezingsdoeleinden te gebruiken. HOOFDSTUK 5 - Verzending aan de Regering en controle van de kiezerslijst Art. 14.Uiterlijk op 31 augustus zendt het gemeentebestuur de lijst van de gemeenteraadskiezers aan de Regering. Deze kan beslissen dat deze verzending elektronisch gebeurt volgens een door haar vastgesteld formaat. De Regering kan beslissen de kiezerslijst elektronisch en gecentraliseerd ter beschikking te stellen van de gemeente. In dat geval stelt ze hiervoor een verantwoordelijke aan. Bij ontvangst van de kiezerslijsten worden deze door de Regering gecontroleerd om na te gaan of er geen personen zijn die op meerdere kiezerslijsten vermeld staan. In geval van dubbele inschrijvingen, licht de Regering de betrokken colleges van burgemeester en schepenen in en vraagt hun advies. Daarna bepaalt de Regering welk college de kiezer dient te schrappen en welk college de inschrijving behoudt. Het college van burgemeester en schepenen voert de gevraagde correcties zo spoedig mogelijk uit. Het college geeft onmiddellijk kennis van de schrapping aan de betrokken persoon, die bezwaar kan indienen overeenkomstig artikel 12. Art. 15.In de gevallen van buitengewone verkiezing vermeld in artikel 2, § 1, tweede en derde lid, en artikel 114, maakt het college van burgemeester en schepenen de kiezerslijst op, hetzij op de datum van de beslissing van de gemeenteraad of van het besluit van de Regering tot oproeping van de kiezers, hetzij op de datum waarop de beslissing tot annulering van de verkiezing aan de gemeenteraad wordt betekend. HOOFDSTUK 6 - Toegang tot de kiezerslijst en het gebruik ervan door de kiesbureaus Art. 16.§ 1. Ten minste vijfendertig dagen vóór de verkiezing stelt het college van burgemeester en schepenen van de stad Brussel aan de voorzitters van de Franstalige en Nederlandstalige rechtbanken van eerste aanleg te Brussel en de vrederechters van het kanton, langs elektronische weg en tegen ontvangstbewijs, een voor echt verklaard uittreksel van de per stembureau opgestelde kiezerslijst ter beschikking of verleent het hun toegang tot de elektronische lijst. Voor de andere gemeenten van het Gewest stelt het college van burgemeester en schepenen dit uittreksel ter beschikking van de vrederechter van de hoofdplaats van het kanton. Bij gebruik van een gecentraliseerde elektronische kiezerslijst zoals voorzien in artikel 14, derde lid, verleent het Gewest de toegang tot deze lijst aan deze personen. § 2. Ten minste zevenentwintig dagen vóór de verkiezing stelt de vrederechter op dezelfde wijze aan voorzitter van het hoofdbureau, dat hij overeenkomstig artikel 18, § 2, derde lid, voor elke gemeente van zijn kanton heeft aangewezen, de kiezerslijst ter beschikking. Bij gebruik van een gecentraliseerde elektronische kiezerslijst zoals voorzien in artikel 14, derde lid, verleent het Gewest de toegang tot deze lijst aan deze personen. § 3. Tot op de dag van de verkiezing verzekert het college van burgemeester en schepenen actualisering van de lijsten van elke stemafdeling rekening houdend met de besluiten die tot gevolg hebben dat een kiezer op de kiezerslijst wordt ingeschreven of daarvan wordt geschrapt, dat hem het actief kiesrecht wordt ontnomen of geschorst. TITEL III - De verdeling van de kiezers en de kiesbureaus HOOFDSTUK 1 - Stemafdelingen, stembureaus en hoofdbureaus Art. 17.Het college van burgemeester en schepenen wijst voor elke stemafdeling een afzonderlijk stemlokaal aan, stembureau genaamd. Een stemafdeling vertegenwoordigt alle kiezers die in een specifiek stembureau zijn samengekomen. Verscheidene stemafdelingen kunnen worden bijeengeroepen in lokalen van eenzelfde gebouwengroep, stemcentrum genaamd. Het hoofdbureau voert de voorbereidingen en de sluiting van de verkiezingen uit en deelt de resultaten mee. Elke gemeente omvat een hoofdbureau en stembureaus. Bij stemming op papier zijn er tevens telbureaus. Samen vormen zij de kiesbureaus. In geval van gebruik van: 1° elektronische stemming worden de kiezers door het college van burgemeester en schepenen verdeeld in stemafdelingen van ten minste 150 en ten hoogste 900 kiezers.De Regering kan van deze maximumgrens van 900 kiezers afwijken, zonder dat het aantal kiezers meer dan 2.000 mag bedragen; 2° stemming op papier worden de kiezers door het college van burgemeester en schepenen verdeeld in stemafdelingen van ten hoogste 800 en ten minste 150 kiezers.Elke gemeente heeft dan telbureaus. Uiterlijk de vijfentwintigste dag voor die van de verkiezing wordt de lijst van de stembureaus opgesteld door de gemeente aan de Regering meegedeeld onder de vorm die hij aanwijst. Deze lijst vermeld het aantal kiezers ingeschreven per stembureau en het adres ervan. HOOFDSTUK 2. - Aanwijzing van de leden van de kiesbureaus Art. 18.§ 1. Het hoofdbureau bestaat uit een voorzitter, eventueel een plaatsvervangende voorzitter, vier bijzitters, vier plaatsvervangende bijzitters en een secretaris. De voorzitter duidt vrij de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters aan uit de kiezers van de gemeente. De voorzitter duidt, eveneens vrij, de secretaris aan uit de kiezers. Kandidaten mogen geen deel uitmaken van het hoofdbureau. Het hoofdbureau moet ten minste zevenentwintig dagen voor de stemming worden samengesteld. § 2. Voor wat betreft de stad Brussel, hoofdplaats van het gerechtelijk arrondissement, wordt het hoofdbureau gezamenlijk voorgezeten door de Franstalige en Nederlandstalige voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of, bij zijn ontstentenis, door de magistraat die hem vervangt. In de gemeenten die hoofdplaats zijn van een gerechtelijk kanton, wordt het hoofdbureau voorgezeten door de vrederechter of, bij zijn ontstentenis, door één van zijn plaatsvervangers naar dienstouderdom. In de andere gemeenten wordt de voorzitter van het hoofdbureau vrij door de vrederechter van het kanton uit de volgende gemeenteraadskiezers aangewezen: - de magistraten van de Rechterlijke Orde; - de gerechtelijke stagairs; - de advocaten en de advocaten-stagiairs volgens hun inschrijving op het tableau of de lijst van stagiairs; - de notarissen; - de gerechtsdeurwaarders. In de gevallen vermeld in lid 1 en 2 wijst de voorzitter van het hoofdbureau een plaatsvervanger aan om hem tijdens zijn afwezigheid op de dag van de stemming te vervangen, wanneer hij gehouden is zich naar een andere gemeente te begeven om er te stemmen. Art. 19.De voorzitters van de hoofdbureaus delen per elektronische verzending hun contactgegevens mee aan de Regering. Onder contactgegevens worden verstaan de naam en voornamen, telefoonnummer, e-mail- en postadres van het bureau. Het college van burgemeester en schepenen wijst in elke gemeente minstens 6 maanden voor de dag van de verkiezing een personeelslid van het gemeentebestuur aan dat belast is met de coördinatie van de taken betreffende de verkiezingen waarmee de gemeenten zijn belast. Deze persoon is het contactpunt van de gemeente voor de hoofdbureaus en de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. In de gevallen van buitengewone verkiezing vermeld in de artikelen 2, § 1, tweede en derde lid, en 114 wordt dit personeelslid onverwijld aangesteld. Art. 20.§ 1. Tijdens de tweede maand die voorafgaat aan die tijdens welke de verkiezing plaatsvindt, maakt het college van burgemeester en schepenen twee lijsten op: 1° de eerste bevat de personen die kunnen worden bekleed met een functie van voorzitter van een stem- of telbureau of van bijzitter of plaatsvervangend bijzitter van een telbureau;2° de tweede bevat de kiezers die aangewezen zouden kunnen worden als bijzitter of plaatsvervangend bijzitter van een stembureau.Deze lijst omvat minstens vierentwintig namen per bureau, gekozen uit de kiezers van de afdeling. Deze lijst mag de in 1° bedoelde personen niet bevatten. Deze lijsten worden willekeurig opgesteld, met inachtneming van artikel 21. De gegevens met betrekking tot personen die in aanmerking komen voor benoeming als lid van een kiesbureau, zijn afkomstig uit het bevolkingsregister. Er wordt met name gebruik gemaakt van de informatie die aan de gemeentebesturen wordt meegedeeld krachtens artikel 95, § 4 van het Kieswetboek. § 2. De twee lijsten worden uiterlijk de drieëndertigste dag vóór de verkiezing ter beschikking gesteld van de voorzitter van het hoofdbureau. Art. 21.§ 1. De voorzitter van het hoofdbureau wijst uiterlijk de dertigste dag vóór die van de verkiezing de voorzitters van de stembureaus aan uit de volgende kiezers van de gemeente: - de magistraten van de Rechterlijke Orde; - de hoofdgriffiers, de griffiers-diensthoofden en de griffiers van de hoven, rechtbanken en vredegerechten, alsook de hoofdsecretarissen, de secretarissen-diensthoofden en de parketsecretarissen; - de gerechtelijke stagairs; - de advocaten en de advocaten-stagiairs volgens hun inschrijving op het tableau of de lijst van stagiairs; - de notarissen; - de gerechtsdeurwaarders; - de beoefenaars van de volgende gereglementeerde beroepen: makelaar, architect, accountant, landmeter-expert, apotheker en bedrijfsrevisor; - de bekleders van een ambt die onder de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten ressorteren en de bekleders van een gelijkwaardige graad die ressorteren onder provincies, gemeenten, openbare centra voor maatschappelijk welzijn, onder enige instelling van openbaar nut al dan niet bedoeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut of onder de autonome overheidsbedrijven bedoeld in de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven; - het onderwijzend personeel; - de vrijwilligers; - de kiezers van de gemeente. De voorzitter van het hoofdbureau gebruikt de lijst bedoeld in artikel 20, § 1, 1°. De personen worden willekeurig aangewezen, waarbij ervoor wordt gezorgd dat voldoende maatregelen worden genomen om willekeur te waarborgen. Indien de voorzitter van het hoofdbureau moeite heeft met het samenstellen van de stembureaus op zodanige wijze dat het goede verloop van de stemming zou kunnen worden beïnvloed, mag hij op gemotiveerde wijze overgaan tot de aanwijzingen zonder dat het willekeurige karakter is gegarandeerd. De voorzitter stelt de betrokken personen en de gemeentelijke overheden onverwijld in kennis van deze aanwijzingen. § 2. Op de twintigste dag vóór de verkiezing wijst de voorzitter van het hoofdbureau de voorzitters van de telbureaus, de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus, de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de telbureaus aan. Deze personen worden benoemd uit de kiezers van de gemeente zoals bepaald in paragraaf 1. De bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus worden echter benoemd uit de kiezers van de stemafdeling. De voorzitter van het hoofdbureau maakt voor de aanwijzingen gebruik van de in artikel 20 genoemde lijst. Art. 22.Zodra hij de voorzitters van de stembureaus heeft aangewezen, stelt de voorzitter van het hoofdbureau de betrokkenen in kennis van hun aanwijzing. Indien zij verhinderd zijn, moeten zij de voorzitter van het hoofdbureau daarvan binnen drie dagen na de kennisgeving op de hoogte stellen. Hij voorziet ten spoedigste in de vervanging van degenen die hem binnen drie dagen na ontvangst van het bericht een wettige reden van verhindering hebben doen kennen. De voorzitter van het hoofdbureau stelt elke voorzitter van het stembureau uiterlijk op de dag van de verkiezingen de in artikel 61 bedoelde kiezerslijsten ter beschikking. Art. 23.§ 1. De stembureaus bestaan uit een voorzitter en een secretaris, vier bijzitters en vier plaatsvervangende bijzitters. De Regering kan het aantal bijzitters en plaatsvervangende bijzitters vermeerderen, zonder dat het aantal hoger mag zijn dan zeven. Kandidaten mogen geen deel uitmaken van het stembureau. Om een reserve van voorzitters vast te leggen benoemt de voorzitter van het hoofdbureau zoveel plaatsvervangende voorzitters van het stembureau als hij nodig acht. § 2. Eenvormige, up-to-date, verplichte en bezoldigde opleidingen ten behoeve van de voorzitters, plaatsvervangende voorzitters en secretarissen in de stembureaus worden verstrekt. De Gewestelijke Overheidsdienst Brussel is verantwoordelijk voor de opleiding van het gemeentepersoneel dat door de gemeente wordt aangesteld en deze medewerkers zijn verantwoordelijk voor de opleiding van leden van de kiesbureaus. De Regering bepaalt het bedrag van het presentiegeld en de modaliteiten voor de organisatie van de opleiding en de betaling van het presentiegeld. § 3. In elk stembureau moet minstens één persoon aanwezig zijn die de opleiding vermeld in paragraaf 2 heeft gevolgd. Indien op de dag van de verkiezingen ten gevolge van overmacht geen van de in het stembureau aanwezige personen de opleiding heeft gevolgd, wordt een plaatsvervangende voorzitter die de opleiding wel heeft gevolgd, in het stembureau aangesteld. Art. 24.Binnen achtenveertig uren na de aanwijzing van de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van de stembureaus geeft de voorzitter van het hoofdbureau hun daarvan kennis bij aangetekende brief of elk ander middel dat de datum garandeert en de levering van deze zending, evenals de identificatie van de afzender en de ontvanger waarborgt, en verzoekt hen tevens hun ambt op de gestelde dagen en uren te komen waarnemen; in geval van verhindering geven zij de voorzitter daarvan bericht binnen achtenveertig uren na kennisgeving. Indien het aantal personen die aanvaarden onvoldoende is om het stembureau samen te stellen, wordt het door de voorzitter van het hoofdbureau aangevuld overeenkomstig artikel 21, § 2, tweede lid. Met een geldboete van 250 tot 1.000 euro wordt gestraft de voorzitter, de bijzitter of de plaatsvervangende bijzitter die binnen de bepaalde tijd de reden van zijn verhindering niet opgeeft, of die, na het ambt te hebben aanvaard, zonder wettige reden nalaat het te vervullen. De voorzitter van het hoofdbureau geeft elke stembureauvoorzitter kennis van de aanwijzing van de bijzitters en plaatsvervangende bijzitters van zijn bureau. Art. 25.De voorzitter van het stembureau wijst de secretaris van dit bureau aan uit de kiezers van de gemeente. De secretaris is niet stemgerechtigd. Art. 26.Indien, naast de voorzitter en de secretaris, ten minste vier personen als bijzitter - effectieve of plaatsvervangende - aanwezig zijn, kan het stembureau vanaf 7 uur worden gevormd. Daartoe kiest de voorzitter uit de personen wiens aanwijzing hem door de voorzitter van het hoofdbureau is meegedeeld, ongeacht of zij als effectief of als plaatsvervanger zijn aangewezen. Indien er om 7.45 uur niet voldoende opgeroepen bijzitters aanwezig zijn, kan de voorzitter een beroep doen op de bijzitters, die in een stembureau van hetzelfde stemcentrum zijn opgeroepen en die niet zijn gekozen om dat bureau te vormen, om zijn bureau aan te vullen. De voorzitter geeft de personen die als bijzitter zijn opgeroepen pas vrij als alle stembureaus van het stemcentrum zijn gevormd. Indien het stembureau niet kan worden vervolledigd door bijzitters uit hetzelfde stemcentrum, vervolledigt de voorzitter het stembureau door een beroep te doen op de reeds aanwezige kiezers. Elk bezwaar tegen een dergelijke aanwijzing moet door de getuigen worden ingebracht voor het begin van de verrichtingen. Het stembureau doet onverwijld uitspraak, zonder mogelijkheid van beroep. Zonder afbreuk te doen aan artikel 23, § 3, in geval van verhindering of afwezigheid van de voorzitter van een bureau bij de opening van het bureau of tijdens het verloop van de stemverrichtingen, nemen de leden van het bureau de nodige maatregelen om het bureau aan te vullen. Een plaatsvervangend voorzitter wordt benoemd overeenkomstig artikel 23, § 1, vierde lid. Indien er geen plaatsvervangend voorzitter is, zorgt het bureau voor de nodige aanvulling. De vervanging wordt vermeld in het proces-verbaal. Art. 27.De voorzitters van de stembureaus en de bijzitters van het hoofdbureau leggen de volgende eed af: 1° ofwel "Ik zweer de stemmen getrouw op te nemen en het geheim der stemmen te bewaren."; 2° ofwel "Je jure de recenser fidèlement les suffrages et de garder le secret des votes.". De bijzitters van de stembureaus, de secretarissen, alsmede de getuigen van de kandidaten, leggen de volgende eed af: 1° ofwel "Ik zweer het geheim der stemming te bewaren."; 2° ofwel "Je jure de garder le secret des votes.". De eed wordt vóór het begin van de verrichtingen door de bijzitter, de secretaris en de getuigen afgelegd in handen van de voorzitter, vervolgens door deze ten overstaan van het samengestelde bureau. De voorzitter of de bijzitter, die gedurende de verrichtingen benoemd wordt ter vervanging van een verhinderd lid, legt de eed af voordat hij zijn ambt aanvaardt. Van deze eedafleggingen wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. Zodra het stembureau is samengesteld, controleert de voorzitter in aanwezigheid van de leden van het bureau en vóór de aanvang van de stemming of de stembus leeg is, waarna deze wordt gesloten. HOOFDSTUK 3 - Presentiegeld voor de leden van de kiesbureaus Art. 28.De leden van de kiesbureaus ontvangen presentiegeld. Het bedrag wordt door de gemeenteraad vastgesteld voor de functie die ze uitvoeren in het kiesbureau. Het mag niet hoger zijn dan het bedrag dat bepaald is bij besluit van de Regering. HOOFDSTUK 4 - De oproeping Art. 29.Ten minste vijftien dagen vóór de verkiezing zendt het college van burgemeester en schepenen een oproepingsbrief aan elke kiezer, aan de verblijfplaats die hij op dat ogenblik heeft. Kan een oproepingsbrief aan de kiezer niet worden bezorgd, dan wordt hij op het gemeentebestuur neergelegd, waar de kiezer hem kan afhalen tot het einde van de stemming. De oproepingsbrieven, overeenkomstig het model dat bij besluit van de Regering te bepalen is, vermelden de naam, de voornamen, de hoofdverblijfplaats van de kiezer, het nummer waaronder hij op de kiezerslijst staat, de dag en plaats waarop de kiezer zijn stem moet uitbrengen, het aantal te verdelen zetels en de openings- en sluitingstijden van de stemming. Aan de verzending van de oproepingsbrief mogen geen andere elementen worden toegevoegd. Een bericht van oproeping wordt ten minste twintig dagen voor de stemming in de gemeente bekend gemaakt. Het bericht wordt ook gepubliceerd op de gemeentelijke website en, indien nodig, in het gemeentelijke informatieblad. Het bevat ten minste de volgende informatie: de dag van de verkiezing, het aantal te verdelen zetels, de openings- en sluitingstijden van de stemming, de voorwaarden voor de vergoeding van reiskosten, het feit dat een kiezer een volmacht kan geven om te stemmen onder de voorwaarden van artikel 59, de tekst van artikel 59, alsook de tekst van artikel 33, § 7, vijfde lid. In het bericht wordt de kiezer eraan herinnerd dat indien hij zijn oproepingsbrief niet heeft ontvangen, hij deze tot het einde van de stemming bij het gemeentebestuur kan afhalen. TITEL IV - De kiesverrichtingen HOOFDSTUK 1 - Kandidaatstellingen en stembiljetten Afdeling 1 - Principes Art. 30.Om tot gemeenteraadslid verkozen te kunnen worden en blijven, moet men kiezer zijn en de in artikel 8 of, overeenkomstig artikel 65 van de gemeentekieswet, de in artikel 9 bedoelde kiesbevoegdheidsvoorwaarden behouden. Niet verkiesbaar zijn: 1° zij die door veroordeling ontzet zijn uit het recht om gekozen te worden;2° overeenkomstig artikel 65 van de gemeentekieswet, de onderdanen van de andere lidstaten van de Europese Unie die, ten gevolge van een individuele burgerrechtelijke of een strafrechtelijke beslissing in hun Staat van herkomst ontheven zijn van het recht om gekozen te worden krachtens het recht van die Staat;3° zij die, onverminderd de toepassing van de bepalingen vermeld in 1° en 2°, veroordeeld zijn, zelfs met uitstel, wegens één van de in de artikelen 240, 241, 243 en 245 tot 248 van het Strafwetboek omschreven misdrijven, gepleegd in de uitoefening van een gemeenteambt;deze onverkiesbaarheid eindigt twaalf jaar na de veroordeling; 4° zij die veroordeeld zijn wegens overtredingen bedoeld in de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie ingegeven daden of op grond van de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistisch regime is gepleegd;5° zij die, onverminderd de toepassing van de bepalingen in het 1° en 2°, bestuurder zijn of geweest zijn van een vereniging die, zelfs met uitstel, is veroordeeld voor een van de overtredingen bedoeld in de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten of de wet van 23 maart 1995. De onverkiesbaarheid bedoeld in de 4° en 5° van het tweede lid geldt voor de 6 jaar die op de opgelopen veroordeling volgen. Art. 31.§ 1. Ten minste drieëndertig dagen vóór de verkiezing maakt de voorzitter van het hoofdbureau een bericht bekend met de hierna omschreven modaliteiten van de voordrachten van kandidaten en de aanwijzingen van getuigen, de plaats en de dagen waarop hij de kandidaturen en de aanstelling van de getuigen in ontvangst zal nemen. Dit bericht wordt gepubliceerd op de website van de gemeente. Voordrachten moeten hetzij elektronisch, bij de voorzitter van het hoofdbureau worden ingediend, hetzij hem ter hand gesteld. In geval van een elektronische voordracht, kunnen de kandidaturen worden ingediend tot uiterlijk de achtentwintigste dag vóór de dag van de stemming, zestien uur. Als de voordracht van de kandidaten aan de voorzitter ter hand worden gesteld, verloopt deze procedure op zaterdag, de negentwintigste, of op zondag, de achtentwintigste dag vóór de stemming, tussen dertien en zestien uur. Wanneer de achtentwintigste dag vóór de verkiezing een wettelijke feestdag is, worden alle voor die datum en de in de vorige leden bedoelde data geplande verkiezingsverrichtingen met achtenveertig uur vervroegd. De voorzitter van het hoofdbureau neemt de aanwijzingen van de getuigen in ontvangst op dinsdag, de vijfde dag vóór de dag van de verkiezing, van veertien tot zestien uur. § 2. Indien gebruik wordt gemaakt van de elektronische procedure van kandidaatstelling, stelt de gemeentelijke overheid de nodige apparatuur ter beschikking van de hoofdbureaus om de verwerking van de gegevens betreffende de kandidaatstellingen en de aanwijzing van de getuigen mogelijk te maken. § 3. De Regering bepaalt de elektronische middelen die gebruikt mogen worden om de voordracht van kandidaten en de akten van bewilliging aan de voorzitter van het hoofdbureau te bezorgen. Hetzelfde geldt voor de ontvangstmelding afgegeven door de voorzitter van het hoofdbureau. Afdeling 2 - Bescherming en verbod tot gebruik van letterwoorden Art. 32.§ 1. Elke in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement vertegenwoordigde politieke partij kan een akte indienen tot bescherming van het letterwoord dat zij wil vermelden in de voordracht van kandidaten bedoeld in artikel 33, § 1, en van een gemeenschappelijk volgnummer dat door elke lijst van dezelfde partij in de gemeente zal gebruikt worden. De akte tot aanvraag van de bescherming vermeldt welk letterwoord, bestaande uit ten hoogste tweeëntwintig tekens, boven de kandidatenlijst moet komen op het stembiljet of op het scherm. Overeenkomstig artikel 22bis, § 1, van de gemeentekieswet, kan het letterwoord worden gesteld, hetzij in een enkele nationale taal, hetzij vertaald in een andere nationale taal, hetzij in een nationale taal samen met de vertaling in een andere nationale taal. De akte tot aanvraag van de bescherming van het letterwoord wordt ondertekend door ten minste vijf parlementsleden die tot de politieke partij behoren die dat letterwoord zal gebruiken. Wanneer een politieke partij minder dan vijf parlementsleden telt in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, wordt de akte ondertekend door alle parlementsleden van die partij die in deze vergadering zetelen. Een parlementslid mag slechts één enkele akte voor de gemeenteraadsverkiezingen ondertekenen. De akte tot aanvraag van de bescherming van het letterwoord wordt de veertigste dag vóór de verkiezing, tussen tien en twaalf uur, aan de Regering of haar gemachtigde overhandigd door een parlementslid-ondertekenaar. Zij vermeldt de naam, de voornamen en het adres van de persoon en van diens plaatsvervanger, die door de politieke partij zijn aangewezen om te attesteren dat een kandidatenlijst door haar erkend wordt in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad. § 2. Elke in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement vertegenwoordigde politieke partij kan tot 1 augustus bij de Regering een gemotiveerd verzoek indienen tot verbod van het gebruik van letterwoorden die in het verleden beschermd werden. De Regering maakt de verboden letterwoorden bekend in het Belgisch Staatsblad ten laatste op de drieënveertigste dag vóór de verkiezingen. § 3. Onmiddellijk na het indienen van de akten tot aanvraag van de bescherming van een letterwoord houdt de Regering een loting tot aanwijzing van de gemeenschappelijke volgnummers die zullen worden toegekend aan de lijsten met het beschermde letterwoord. De tabel van de beschermde letterwoorden en de gemeenschappelijke volgnummers die werden toegekend, wordt binnen vier dagen na de loting in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. De Regering stelt de voorzitters van de hoofdbureaus in kennis van de toegekende volgnummers, van de beschermde letterwoorden alsook van de naam, de voornamen en het adres van de door de politieke partijen op het niveau van het administratief arrondissement aangewezen personen en van hun plaatsvervangers die alleen gemachtigd zijn de kandidatenlijsten voor echt te erkennen. § 4. De voordrachten van kandidaten die zich beroepen op een beschermd letterwoord en een gemeenschappelijk volgnummer moeten vergezeld zijn van het attest van de door de politieke partij op het niveau van het administratief arrondissement aangewezen persoon of van zijn plaatsvervanger; indien dergelijk attest niet voorgelegd wordt, weigert de voorzitter van het hoofdbureau ambtshalve het gebruik door deze lijst van het beschermd letterwoord en van het gemeenschappelijk volgnummer. De voordrachten van kandidaten die zich beroepen op een gemeenschappelijk volgnummer waarvan het overeenkomstig beschermde letterwoord geheel of gedeeltelijk verschilt van het letterwoord dat voorkomt op de voordrachtsakte moeten vergezeld zijn van een verklaring van terbeschikkingstelling van het gemeenschappelijke volgnummer. Deze verklaring is afgeleverd door de persoon die hiertoe wordt aangewezen op het niveau van het administratief arrondissement door de politieke partij aan wie het gemeenschappelijk volgnummer is toegekend. De voorzitter van het hoofdbureau weigert eveneens ambtshalve het gebruik van ieder letterwoord met de vermelding "LB" of "burgemeester" door een lijst waarop de uittredende burgemeester van de betreffende gemeente niet voorkomt. Behalve wanneer het gaat over het gebruik van een letterwoord met de vermelding "LB" of "burgemeester", weigert de voorzitter van het …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.