← België

Koninklijk besluit tot vaststelling van het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied

Kort samengevat

Deze wet stelt een nieuw nucleair en radiologisch noodplan vast voor België, ter vervanging van een ouder plan, om de bevolking en het milieu beter te beschermen tegen gevaren van ioniserende stralingen. Het plan is geactualiseerd op basis van ervaringen uit oefeningen en reële gebeurtenissen, en houdt rekening met de internationale context.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
17 OKTOBER 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied VERSLAG AAN DE KONING Sire, Dit ontwerp is voornamelijk gebaseerd op de verworven ervaring tijdens de nationale en internationale oefeningen van de laatste tien jaar, evenals op reële gebeurtenissen in het buitenland (Tsjernobyl, Tokai-Mura, Georgië,...). De organisatie die aangewend werd tijdens reële crisissen, zoals de dioxinecrisis of tijdens bijzondere situaties, zoals Euro 2000 of het Belgische Voorzitterschap van de Europese Unie in 2001 en de lessen die hieruit getrokken werden, hebben als basis gediend voor organisatorische aanpassingen. Tijdens de opstelling van dit ontwerp werd in het bijzonder aandacht besteed aan de internationale context die volledig omvergegooid werd naar aanleiding van de gebeurtenissen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten. De administratieve Copernicushervormingen, alsook de infunctietreding van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) in september 2001 werden eveneens geïntegreerd in de voorgestelde tekst. Deze tekst houdt rekening met de adviezen van het FANC, het Crisis- en Coördinatiecentrum van de Regering (CGCCR), de Civiele Veiligheid, de Association Vinçotte Nucléaire (AVN), het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK-CEN), het Instituut voor Radio-elementen (IRE), de provincies Oost-Vlaanderen en Luik. Het ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe, enerzijds, het bij koninklijk besluit van 27 september 1991 vastgestelde plan te vereenvoudigen en te verduidelijken (structuurwijzigingen) en, anderzijds, dit plan te actualiseren (inhoudelijke wijzigingen), teneinde over een adequaat hulpmiddel te beschikken ten opzichte van de internationale situatie. De thans van kracht zijnde tekst zal opgeheven worden en vervangen worden door dit ontwerp, met als doel een betere leesbaarheid te bereiken. De uitvoeringsbesluiten ervan blijven natuurlijk van kracht, onder voorbehoud van eventuele latere bepalingen. Er zijn vijf belangrijke inhoudelijke wijzigingen. De eerste daarvan die vermeld dient te worden is de oprichting van een socio-economische cel. De oefeningen, reële crisissen of bijzondere situaties hebben immers de noodzaak aangetoond om een cel te organiseren die de gevolgen ervan op economisch en sociaal vlak analyseert, zowel a priori als a posteriori van de beslissing. Vervolgens worden het vroegere notificatieniveau N4 en alarmniveau U4 vervangen door de niveaus NR en UR. De doelstelling bestaat erin het toepassingsveld van dit plan uit te breiden. In de vorige versie, combineerde het notificatieniveau N4 twee aspecten van de radiologische blootstelling : het onmiddellijke karakter (vlugge kinetiek) en de omvang ervan. Het gevolg ervan was dat brutale situaties die slechts beperktere lozingen met zich meebrachten, zoals bijvoorbeeld een brand in een opslagruimte voor radioactief materiaal, niet gedekt waren door dit notificatieniveau. Het nieuwe niveau NR is uitsluitend gebaseerd op het snelle karakter van de lozingen en dekt de situaties die, binnen een termijn van vier uur, zouden kunnen leiden tot de noodzaak om maatregelen ter rechtstreekse bescherming van de bevolking te nemen. In afwachting van de oprichting van de federale en provinciale cellen en comités, zullen de « reflex » beschermingsmaatregelen (waarschuwen, schuilen, luisteren) genomen worden in een vooropgestelde perimeter. De benaming van het niveau werd aangepast om het te onderscheiden van de andere niveaus N1, N2 en N3 die voornamelijk gekenmerkt worden door hun belangrijkheidsgraad. R vormt een verwijzing naar de voormelde « reflex » maatregelen. Het alarmniveau UR weerspiegelt deze nieuwe bepalingen. Het alarmniveau U1 daarentegen, brengt nieuwe gevolgen met zich mee. Naar aanleiding van de nationale en internationale oefeningen, werden immers twee maatregelen nuttig geacht. Enerzijds zal de informatiecel vanaf niveau U1 samenkomen, teneinde het voor de autoriteiten mogelijk te maken zo vlug mogelijk de mediaruimte in te nemen en aldus de verspreiding van ongecontroleerde informatie te vermijden Anderzijds zal de meetcel vanaf dit stadium de eerste uitvoeringsacties op het terrein ondernemen, met als doel een optimale werking te verzekeren, ingeval de situatie zou verergeren. De frequentie van de oefeningen werd gewijzigd naar gelang van drie belangrijke criteria : het type installatie of de specifieke verplichtingen van de installaties, de zorg om het aantal oefeningen te beperken teneinde de nuttige lessen ervan grondig te kunnen onderzoeken, en ten slotte, een minimale frequentie om een voorbereidingstoestand mogelijk te maken die aangepast is aan elke betrokken installatie. Hieraan werd een driejaarlijkse oefening met grote omvang toegevoegd, teneinde het hele raderwerk en alle interfaces van dit plan te testen. De voorgestelde frequentie is verantwoord door enerzijds de noodzaak om over een zekere voorbereidingstijd te beschikken en, anderzijds, de wil om in deze voorbereiding de lessen te integreren die getrokken werden uit de jaarlijkse oefeningen. De modaliteiten betreffende de internationale oefeningen worden eveneens gepreciseerd. De internationale schaal voor de evaluatie van de omvang van een ongeval (INES) heeft op haar beurt een dubbele wijziging ondergaan. Enerzijds werd de beschrijving ervan geherformuleerd en anderzijds werd het principe van de bepaling van het INES-niveau in geval van crisis binnen de evaluatiecel ingevoerd, op voorwaarde dat er bepaalde voorzorgsmaatregelen genomen worden. De betrokken actoren hebben zich immers ten gunste van dit principe uitgesproken, waardoor de evaluatiecel over alle nodige informatie kan beschikken. Dit principe werd echter niet geïntegreerd in haar opdrachten, om twee redenen. Eerst en vooral moesten het algemeen crisisbeheer en de voornaamste opdrachten van de cel gewaarborgd worden en vervolgens werd het verstandig geacht een zekere soepelheid toe te laten bij de aanwending van de INES-schaal in crisissituatie. Bovendien voorziet het gewijzigde noodplan de opstelling van een jaarlijks globaal verslag, samen met een actieplan, waarvan de uiterste productiedatum eveneens voorzien is. Ten slotte, ligt de verantwoordelijkheid om de internationale instellingen (de Europese Gemeenschappen en het Internationaal Atoomagentschap) te informeren, thans bij de evaluatiecel, omwille van de optimalisering en de organisatie, terwijl hen vroeger de inlichtingen meegedeeld werden door de informatiecel. De volgende structuurwijzigingen dienen opgemerkt te worden : de herstructurering van het deel betreffende het toepassingsveld, teneinde een meer systematische inventaris op te stellen van de verschillende situaties die zouden kunnen leiden tot het afkondigen van het noodplan, evenals de samensmelting van de kern- en algemene coördinatiecomités in één enkel federaal coördinatiecomité, met soepel aanpassingsvermogen, aangezien het samengesteld zal zijn door de Emergency Director van de overheid naar gelang van de belangrijkheidsgraad van de situatie. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL 17 OKTOBER 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming, inzonderheid op artikel 2, eerste en tweede lid; Gelet op de wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 19/03/2013 numac 2013000145 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Duitse vertaling. - Erratum type wet prom. 15/04/1994 pub. 25/08/2017 numac 2017031028 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuse coördinatie in het Duits. - Erratum type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 7 augustus 1995 en 30 mei 2002 en door de wetten van 12 december 1997, 3 mei 1999, 10 februari 2000, 31 januari 2003 en 2 april 2003; Gelet op het koninklijk besluit van 27 september 1991 tot vaststelling van het noodplan voor nucleaire risico's voor het Belgische grondgebied; Gelet op het koninklijk besluit van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 10/10/2013 numac 2013000542 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen, inzonderheid op artikel 72; Gelet op de aanmelding bij de Europese Commissie, gegeven op 2 april 2003; Gelet op het antwoord van het Directoraat generaal Energie en Vervoer, gegeven op 23 mei 2003; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 februari 2003; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 13 maart 2003; Gelet op advies n° 35.099/3 van de Raad van State, gegeven op 20 maart 2003, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende dat de huidige internationale context risico's inhoudt waartegen de bevolking en het milieu beschermd dienen te worden; dat het derhalve vereist is dat wij zonder verwijl zouden beschikken over een adequaat noodplan dat conform de evoluties terzake is; Overwegende dat het noodplan zoals het gewijzigd is, aangewend moet kunnen worden zodra de voorwaarden van een nucleaire of radiologische noodsituatie vervuld zijn op nationaal vlak; Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Het nucleair en radiologisch noodplan voor het Belgisch grondgebied, als bijlage bij dit besluit bijgevoegd, wordt vastgesteld. Art. 2.De betrokken autoriteiten, instellingen en exploitanten die door het noodplan aangewezen worden als verantwoordelijken, moeten ontwerpen van specifieke rampenplannen voor hulpverlening opstellen. Zij moeten deze ontwerpen ter kennis brengen van de Minister van Binnenlandse Zaken, binnen het jaar volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad . De besluiten tot vaststelling van de specifieke rampenplannen voor hulpverlening zullen door uittreksel bekendgemaakt worden in het Belgisch Staatsblad . Art. 3.Het koninklijk besluit van 27 september 1991 tot vaststelling van het noodplan voor nucleaire risico's voor het Belgisch grondgebied, wordt opgeheven. Art. 4.Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 17 oktober 2003 ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL Bijlage Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld VOORWOORD Het koninklijk besluit houdende vaststelling van het rampenplan voor nucleaire risico's voor het Belgisch grondgebied, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 21 januari 1992, hield rekening met de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissies inzake nucleaire veiligheid. Sedertdien vonden vanzelfsprekend een aantal wijzigingen plaats waarmee rekening dient gehouden te worden, waaronder de inwerkingstelling op 1 september 2001 van het Federaal Agentschap voor Nucleaire controle. De voorbije tien jaar konden vooral heel wat lessen getrokken worden uit de talrijke oefeningen die in het kader van dit plan georganiseerd werden. Er dienden conclusies uit getrokken te worden om het te kunnen aanpassen zodat we over een nog performanter werkmiddel zouden beschikken om de bevolking en het milieu te beschermen. Deze taak werd hoofdzakelijk toevertrouwd aan een werkgroep samengesteld uit afgevaardigden van de Civiele veiligheid, het Crisis- en coördinatiecentrum van de Regering, het Federaal agentschap voor nucleaire controle, de gouverneurs van de provincies Luik en Oost-Vlaanderen, de Associatie Vinçotte Nucléaire, het nationaal Instituut voor Radio-elementen en het Studiecentrum voor Kernenergie. Hier moet de essentiële rol onderstreept worden van de voorzitster van deze werkgroep die trouwens herhaaldelijk het voorzitterschap heeft waargenomen van de door het plan opgerichte evaluatiecel. Er blijkt dat de kern van het plan en van de grote principes gehandhaafd moeten blijven maar dat de efficiëntie ervan verbeterd moet worden door een aantal aanpassingen. Onder deze aanpassingen, werd het vroegere notificatieniveau N4 door het niveau NR vervangen. In geval van snelle uitstoot en zelfs indien de gevolgen van de blootstelling beperkt blijven, beoogt dit « reflexniveau » de onmiddellijke inwerkingstelling door de Provinciegouverneur van beschermingsmaatregelen in afwachting dat provinciale en federale cellen en comités opgericht worden. De experts hebben eveneens aanbevolen een socio-economische cel op te richten die meer bepaald het federaal coördinatiecomité zal moeten adviseren over de socio-economische gevolgen van de genomen of te nemen beslissingen. Het spreekt tenslotte vanzelf dat de actualisering van dit plan een permanente bekommernis moet zijn : om die reden voorziet dit laatste in de opstelling van een jaarlijks globaal plan dat voortvloeit uit de oefeningen en dat uitmondt op een daaruit voortvloeiend actieplan. Het is nu de taak van elke actor in het nucleair en radiologisch rampenplan voor het Belgisch grondgebied om de gedane inspanningen verder te zetten zodat de veiligheid van de bevolking en van het milieu gegarandeerd kunnen worden. INHOUDSTAFEL 1INLEIDING 1.1 Algemeen 1.2 Doel van het federaal noodplan 1.3 Toepassingsveld 2VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN 2.1 Federale overheden 2.1.1 Binnenlandse Zaken 2.1.2 Volksgezondheid 2.1.3 Tewerkstelling en Arbeid 2.1.4 Landbouw 2.1.5 Buitenlandse Zaken 2.1.6 Financiën 2.1.7 Landsverdediging 2.1.8 Economische Zaken en Energie 2.2 Gewesten 2.3 Provinciegouverneurs 2.4 Gemeentelijke overheden 2.5 Andere instellingen 2.5.1 Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) 2.5.2 Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) 2.5.3 Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) 2.5.4 Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) 2.5.5 Studiecentrum voor Kernenergie (SCK-CEN) 2.5.6 Nationaal Instituut voor Radio-elementen (IRE) 2.5.7 Erkende instellingen 2.5.8 Rode Kruis van België 2.5.9 Andere expertises 2.6 De exploitant van de nucleaire installatie 2.7 Internationale organisaties 2.7.1 Internationaal Atoomagentschap (IAAE) 2.7.2 Europese Unie (EU) 3ALGEMENE ORGANISATIE 3.1 Algemene organisatie van de verantwoordelijkheden 3.1.1 Emergency Director van de overheid 3.1.2 Emergency Director van de exploitant 3.1.3 Verdeling van de verantwoordelijkheden 3.2 Algemene structuur van de organisatie van het noodplan 3.2.1 Structuur en federale organisatie 3.2.2 Provinciale operationele coördinatie van de hulpverlening 3.2.3 Algemene organisatiestructuur van het interne noodplan op de site 3.3 Bijzondere gevallen 3.3.1 Organisatie in geval van noodsituatie in het buitenland 3.3.2 Organisatie in geval van neerstorten van een ruimtetuig met radioactieve producten 3.3.3 Organisatie in geval van ongeval tijdens het vervoer op het Belgische grondgebied 3.3.4 Interventie in geval van noodsituaties met militaire tuigen of installaties 3.3.5 Organisatie in geval van radiologische noodsituatie naar aanleiding van terroristische daden 3.3.6 Andere radiologische noodsituaties 4MELDING EN ALARMERING 4.1 Meldingsplicht van de exploitant 4.1.1 Notificatieniveaus 4.1.2 Notificatiewijzen 4.1.3 TELERAD 4.2 Alarmering en alarmniveaus 4.3 Notificatieschema's 4.3.1 Notificatieschema - notificatieniveau « N0 » (pro memorie) 4.3.2 Notificatieschema - notificatieniveau « N1, N2, N3 en NR » 4.3.3 Actieschema van de verschillende Comités en Cellen 4.4 Overdracht van latere informatie door de exploitant 4.5 Notificatie en informatieoverdracht vanuit het buitenland 4.6 Notificatie en informatieoverdracht naar het buitenland 5NOODPLANNINGS- EN INTERVENTIEZONES 5.1 Noodplanningszones 5.2 Interventiezones 6EVALUATIE VAN DE SITUATIE OP RADIOLOGISCH VLAK 6.1 Inleiding 6.2 Initiële evaluatie - reconstructie 6.3 Radioactiviteitsmetingen 6.4 Evaluatie van de potentialiteit van grotere lozingen - voorspelling 6.5 Adviseren van beschermingsmaatregelen 6.6 Einde van de noodsituatie 7VERWITTIGEN EN INFORMEREN VAN DE BEVOLKING TIJDENS HET ONGEVAL OF DE RADIOLOGISCHE NOODSITUATIE 7.1 Algemene organisatie 7.2 Sirenes 7.3 Radio en TV 7.4 Telefoon 7.5 Wagens met luidsprekers 8BESCHERMINGSMAATREGELEN 8.1 Bescherming van het interventiepersoneel 8.2 Rechtstreekse beschermingsmaatregelen voor de bevolking 8.2.1 Controle van het verkeer naar en vanuit de getroffen zone 8.2.2 Schuilen 8.2.3 Nemen van stabiele jodiumtabletten 8.2.4 Evacuatie 8.2.5 Decontaminatie 8.2.6 Aanbevelingen naar bepaalde bevolkingsgroepen 8.3 Medische acties 8.3.1 Basisfilosofie 8.3.2 Doelstellingen 8.3.3 Richtlijnen van aanwending 8.3.4 Verantwoordelijken voor de uitvoering 8.4 Beperkingen inzake de consumptie van besmet voedsel of water 8.4.1 Doelstellingen 8.4.2 Richtlijnen van toepassing 8.4.3 Verantwoordelijken voor de uitvoering 8.5 Preventieve maatregelen betreffende de voedselketen 8.5.1 Doelstellingen 8.5.2 Basisprincipes van toepassing 8.5.3 Graasverbod 8.5.4 Evacuatie van het vee 8.5.5 Verbod op irrigatie en op verbruik van drinkwater voor de dieren 9HULP UIT HET BUITENLAND 10OPLEIDING EN OEFENINGEN 10.1 Initiële opleiding 10.2 Informatie aan het medische korps en aan de apothekers 10.3 Bijscholing 10.4 Oefeningen 10.5 Evaluatie en getrokken lessen 11VOORAFGAANDE INFORMATIE 1 INLEIDING 1.1 Algemeen Iedere industriële activiteit houdt bepaalde risico's in die onze samenleving impliciet gedoogt als de gevolgen van een doelbewuste levenskeuze. Onze samenleving eist nochtans dat alles in het werk gesteld wordt om deze risico's te beheersen. Zij verlangt dat de overheid waakt over de voorkoming van ongevallen door het opleggen van aangepaste veiligheidsregels en dat, wanneer zich toch een ongeval heeft voorgedaan, maatregelen genomen worden om de schadelijke gevolgen ervan te beperken. Van de overheid wordt tevens verwacht dat zij de bevolking daarover afdoende inlicht. Hoewel er aanzienlijke voorzorgen genomen worden om ongevallen van grote omvang in nucleaire installaties te voorkomen, dient de overheid er toch voor te zorgen klaar te zijn om beschermende maatregelen te kunnen nemen in geval van een nucleair ongeval met radiologische gevolgen, niet enkel voortkomende van de kerninstallaties op het Belgische grondgebied, maar evenzeer voortkomende van installaties in het buitenland gevestigd, evenals ten gevolge van het transport van radioactieve stoffen. Dit noodplan, dat voornamelijk op de nucleaire installaties van klasse I gericht is met een potentialiteit van vrijstelling van radioactiviteit in de omgeving die beschermingsmaatregelen kan vereisen, mag de andere, hoewel in omvang beperktere risico's niet verwaarlozen, met name deze ingevolge het gebruik van radioactief materiaal in hospitalen enz. De interventies van de hulpdiensten kunnen in voorkomend geval aanleiding geven tot een coördinatie van de hulpverlening. Die a-priori beperktere noodsituaties, zoals beschreven in de rubriek 1.3.2, dienen in de provinciale rampenplannen voor hulpverlening opgenomen te worden, aangezien ze in eerste instantie geen federale coördinatie vereisen en de coördinatie zich op het niveau van de betrokken Provinciegouverneurs situeert. In algemene zin dient de bevolking geïnformeerd te worden, niet alleen over het bestaan van de nucleaire en chemische risico's en de risico's verbonden aan andere gevaarlijke producten, maar ook over de voornaamste noodmaatregelen die gevolgd dienen te worden wanneer de volksgezondheid geschaad wordt of kan worden. Die kennis moet het mogelijk maken de risico's die een samenleving in volle technologische ontwikkeling met zich meebrengt, beter te beheren, beter aan de gezamenlijke acties deel te nemen en, in voorkomend geval, het gedrag beter aan te passen om bij noodsituaties gepast te kunnen reageren. 1.2 Doel van het federaal noodplan Dit noodplan heeft tot doel de coördinatie van de maatregelen te verzekeren die ter bescherming van de bevolking en het leefmilieu moeten worden genomen bij een radiologische noodsituatie die het Belgische grondgebied rechtstreeks of onrechtstreeks bedreigt. Dit document is bedoeld als leidraad voor de te nemen beschermingsmaatregelen, wanneer daartoe de noodzaak zich voordoet. Het beschrijft de opdrachten die de verschillende organismen en diensten, ieder binnen hun wettelijke en reglementaire bevoegdheid, in voorkomend geval, dienen uit te voeren. Er dient opgemerkt te worden dat in een normale situatie dit plan geen invloed heeft op de uitvoering van de wettelijke en reglementaire taken van de betrokken departementen, diensten, organismen en instituten - met inbegrip van de provincies en gemeenten. In geval van toepassing echter, dienen zij de nodige maatregelen te nemen om de in dit plan toevertrouwde taken uit te voeren. 1.3 Toepassingsveld De bepalingen van dit noodplan zijn van toepassing wanneer de Belgische bevolking bedreigd wordt of het risico loopt bedreigd te worden door een abnormale radiologische blootstelling (radiologische noodsituatie), langs verschillende blootstellingswegen, te wijten aan : - externe bestraling door luchtbesmetting en/of afgezette radioactieve stoffen (vervuiling van het Belgische grondgebied); - interne bestraling door inademing van besmette lucht en/of door inname van besmet voedsel of drinkwater. 1.3.1 Het is met name van toepassing in de volgende bijzondere situaties : - de ongevallen in de voornaamste Belgische nucleaire installaties : de kerncentrales van Doel en van Tihange, het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK) te Mol, het Instituut voor Radio-elementen (IRE) te Fleurus, Belgoprocess en Belgonucleaire te Dessel; - de ongevallen in de buitenlandse nucleaire installaties, gelegen in de onmiddellijke nabijheid van België, namelijk de kerncentrales van Chooz, Gravelines en Cattenom (Frankrijk), en de kerncentrale van Borssele (Nederland); - de radiologische noodsituaties betreffende ruimtetuigen of militaire tuigen of in militaire installaties; - de radiologische noodsituaties bij vervoer van splijtstoffen, of radioactieve bestanddelen (met inbegrip van het radioactief afval); - de radiologische noodsituaties naar aanleiding van terroristische daden. 1.3.2 Dit plan is in eerste instantie niet van toepassing in de volgende radiologische noodsituaties, aangezien de coördinatie door de provinciale overheden gebeurt : - de radiologische noodsituaties in alle andere dan hierboven vermelde Belgische nucleaire installaties, zoals de reactor Thetis te Gent, het Transuranium laboratorium van de « Université de Liège (Sart-Tilman) », FBFC Int. te Dessel en CBNM te Geel. Dit sluit niet uit dat de provinciale overheden, indien nodig, een beroep kunnen doen op de federale overheden om een federale coördinatie te verzekeren. Dit plan beschrijft de algemene organisatie. Het dient aangevuld te worden met : - bijzondere interventieplannen op de verschillende niveau's, voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken of aan de betrokken Provinciegouverneur; - operationele procedures eigen aan elke cel. 2 VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN 2.1 Federale overheden 2.1.1 Binnenlandse Zaken Onverminderd de voorrechten van de Eerste Minister coördineert de Minister van Binnenlandse Zaken alle maatregelen die nodig zijn bij de toepassing van dit plan. Deze bevoegdheid steunt op de wet van 31 december 1963 betreffende de Civiele Bescherming, op het koninklijk besluit van 23 juni 1971 houdende organisatie van de opdrachten van de Civiele Bescherming en coördinatie van de operaties bij rampspoedige gebeurtenissen, catastrofen en schadegevallen, op het koninklijk besluit van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 10/10/2013 numac 2013000542 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen en op het koninklijk besluit dat dit plan bekrachtigt. De Minister van Binnenlandse Zaken kan alle burgerlijke en militaire middelen opeisen en inzetten teneinde de noodsituatie onder controle te krijgen of in te perken (wet van 31 december 1963 en koninklijk besluit van 3 maart 1934 betreffende het bezigen van personeel en materieel van het leger en niet-militaire werken). In het kader van het huidige noodplan kan de Minister van Binnenlandse Zaken in samenwerking met de exploitanten maatregelen nemen ter bestrijding van de gevolgen van de noodsituatie binnen de installatie. De Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd om de bepalingen van de bilaterale en internationale overeenkomsten van hulpverlening en notificatie in geval van catastrofen en zware ongevallen, afgesloten tussen België en andere landen en organisaties, uit te voeren. De voorafgaande informatieverstrekking, bedoeld in hoofdstuk 11 van dit plan, wordt door de Minister van Binnenlandse Zaken georganiseerd, met inbegrip van de informatie over de preventieve verdeling van jodiumtabletten. De inhoud van de informatie wordt bepaald in overleg met de betrokken Ministers en met het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. 2.1.2 Volksgezondheid De Minister die Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, organiseert en kijkt toe op de goede werking van de diensten voor dringende medische hulpverlening (wet van 7 juli 1964). In het bijzonder inzake radioprotectie, organiseert hij de controle van de inwendige besmetting van de besmette personen, evenals hun medische opvolging. Daartoe organiseert hij zijn diensten volgens hun potentieel materieel, de beschikbaarheid en de opleiding van hun personeel. Bovendien is de Algemene Directie van de federale overheidsdienst Volksgezondheid « Dieren, planten en voeding », die bevoegd is voor alles wat betrekking heeft op de normatieve en reglementaire aspecten, vertegenwoordigd binnen verschillende cellen en comités die in het CGCCR zetelen. 2.1.3 Tewerkstelling en Arbeid De Minister die de arbeidsveiligheid, de arbeidshygiëne en de arbeidsgeneeskunde onder zijn bevoegdheid heeft, houdt toezicht op de veiligheid van de nabijgelegen « klassieke » installaties (al dan niet op de getroffen site) en van haar werknemers, die door het nucleair ongeval in gevaar gebracht kunnen worden. Overeenkomstig het KB van 25/4/1997 en zijn wijzigingen, houdt hij eveneens toezicht op de gezondheid van al de werknemers, die door het nucleair ongeval in gevaar gebracht kunnen worden. 2.1.4 Landbouw De Minister tot wiens bevoegdheid Landbouw behoort, is, rekening houdend met de Euratom verordeningen 2218/89 van de Raad van 18 juli 1989, 944/89 van de Commissie van 12 april 1989 en 770/90 van de Commissie van 29 maart 1990, belast met het voorstellen van maatregelen voor de landbouw, de tuinbouw en de zeevisserij, overeenkomstig de wet van 28 maart 1975 houdende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten. Hij werkt mee aan de aanwending van de praktische bepalingen op het vlak van de landbouw, maatregelen genomen door het federale coordinatiecomite (zie 3.2.1.2.). 2.1.5 Buitenlandse Zaken De Minister van Buitenlandse Zaken verzamelt alle informatie die in het buitenland beschikbaar is over de radiologische noodsituaties die zich buiten de Belgische grenzen hebben voorgedaan en gevolgen kunnen hebben hetzij voor het Belgisch grondgebied, hetzij voor de Belgische onderdanen in het buitenland. In dergelijke situaties, is hij belast met het inwinnen en verstrekken van inlichtingen over de belangen en de toestand in het buitenland. 2.1.6 Financiën In het kader van de toepassing van de Europese reglementeringen inzake de commercialisatie van besmette levensmiddelen en diervoeders (zie Europese Unie (EU)) houdt de Minister van Financiën, via de administratie voor Douane en Accijnzen, toezicht op de in- en uitvoer. 2.1.7 Landsverdediging De Minister van Landsverdediging is algemeen bevoegd inzake nucleaire activiteiten in de militaire installaties. Hij waakt over de voorbereiding en de uitvoering van de te nemen maatregelen binnen de krijgsmacht in geval van een ongeval of bij abnormale stijging van de omgevingsradioactiviteit. De maatregelen om de bevolking en het leefmilieu eventueel te beschermen behoren evenwel tot dit noodplan (zie K.B. van 5 december 1975). Dit wordt geconcretiseerd door een conventie tussen de Ministers van Landsverdediging en van Binnenlandse Zaken. 2.1.8 Economische Zaken en Energie De Minister van Economische Zaken en Energie neemt alle maatregelen die nodig zijn opdat de energievoorziening verzekerd blijft in een radiologische noodsituatie. Hij waakt erover dat de vitale economische activiteiten van de Natie in de mate van het mogelijke behouden blijven (zie K.B. van 27 juli 1950 houdende bepaling van de te bevredigen levensbehoeften voor de uitvoering van de wet van 19 augustus 1948). De Minister van Economische Zaken houdt in het bijzonder toezicht op de activiteiten van de maalderijen via de Algemene Directie « Controle en Bemiddeling », in het kader van dit nationaal noodplan. 2.2 Gewesten Naar gelang van de omstandigheden en de aan de Gewesten toegekende bevoegdheden, worden de Gewesten uitgenodigd in het federale coördinatiecomité. 2.3 Provinciegouverneurs De Provinciegouverneur speelt een belangrijke rol in de algemene noodplanning. In dit plan is zijn coördinerende rol met name bepaald : - voor de alarmniveau's U1, U2 en U3, verzekert hij de coördinatie van de acties op het terrein, overeenkomstig het provinciale rampenplan voor hulpverlening voor : - de bestrijding van het ongeval, indien nodig, in overleg met het federale coördinatiecomité; - de uitvoering van de maatregelen ter bescherming van de bevolking, volgens de door het federale coördinatiecomité genomen beslissingen. De coördinatie gebeurt met de burgemeester van de gemeente waar het ongeval zich voorgedaan heeft en met de burgemeesters van de interventiezone. - bij het alarmniveau UR, neemt hij onmiddellijk maatregelen op eigen verantwoordelijkheid, zoals voorzien in de rubrieken 3.2.2, 4.1.1.5, 4.2 en 4.3.3, in afwachting van de instelling van de federale en provinciale cellen en comités. Voor de onder 1.3.2 vermelde situaties verzekert de Provinciegouverneur de coördinatie op basis van het provinciale rampenplan voor hulpverlening. Dit sluit niet uit dat, indien nodig, de Provinciegouverneur een beroep kan doen op de Emergency Director van de overheden om een federale coördinatie te verzekeren. De wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming en het K.B. van 23 juni 1971 betreffende de opdrachten van de civiele bescherming en de coördinatie van de opdrachten bij rampspoedige gebeurtenissen, catastrofen en schadegevallen liggen aan de basis van de bevoegdheidsstructuur. Bovendien wordt dit plan bij koninklijk besluit vastgesteld, overeenkomstig artikel 72 van het K.B. van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. Het provinciale rampenplan voor hulpverlening bevat eveneens de nodige informatie voor de socio-economische analyse. Deze informatie wordt opgesteld in overleg met de betrokken federale diensten, via de socio-economische cel (zie rubriek 3.2.1.5). 2.4 Gemeentelijke overheden De wetgeving op de civiele bescherming heeft geen afbreuk willen doen aan de gemeentelijke bevoegdheden inzake openbare veiligheid en hygiëne, die steunen op artikel 135 § 2 van de gemeentewet van 26 mei 1989. Niettemin wordt ervan uitgegaan dat een radiologisch risico, zeker dit voortkomend uit een ongeval in een nucleaire installatie, gemeentegrensoverschrijdend is en een rechtstreekse coördinatie veronderstelt op provinciaal en op nationaal niveau, krachtens het bovenvermelde K.B. van 23 juni 1971, en dit in het kader van een provinciaal rampenplan voor hulpverlening en van dit plan. 2.5 Andere instellingen 2.5.1 Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) Het Agentschap verleent technische en wetenschappelijke hulp bij de uitwerking van de noodplannen die de Minister van Binnenlandse Zaken vaststelt. Het organiseert een interventiecel voor de noodgevallen en is ermee belast een wetenschappelijke en technische documentatie op het gebied van de nucleaire veiligheid samen te stellen (artikel 22 en 23 van de wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/04/1994 pub. 19/03/2013 numac 2013000145 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Duitse vertaling. - Erratum type wet prom. 15/04/1994 pub. 25/08/2017 numac 2017031028 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuse coördinatie in het Duits. - Erratum type wet prom. 15/04/1994 pub. 14/10/2011 numac 2011000621 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het FANC). In het kader van dit plan, moet het onder andere : - het voorzitterschap van de evaluatiecel en van de meetcel verzekeren en een technische en wetenschappelijke bijstand verlenen aan deze laatste; - wetenschappelijke adviseurs leveren aan de informatiecel; - de interventieniveau's voor de radiologische noodsituaties en de gebruiksmodaliteiten ervan definiëren; - de bevoegde instantie zijn tegenover het IAAE en de Europese Commissie voor de radiologische noodsituaties die plaatsvinden op het Belgische grondgebied. 2.5.2 Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) (zie wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/02/2000 pub. 18/02/2000 numac 2000022108 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen sluiten houdende oprichting van het FAVV), onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Volksgezondheid, is bevoegd voor : - de controle, het onderzoek en de keuring van de voedselproducten en hun grondstoffen in alle stadia van de voedselketen; - de controle en de keuring van de productie, de verwerking, de bewaring, het vervoer, de handel, de in- en uitvoer, de productie-, verwerking-, verpakking-, verhandeling-, opslag- en verkoopplaatsen van de voedselproducten en hun grondstoffen. 2.5.3 Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid is een wetenschappelijke overheidsinstelling, onder de verantwoordelijkheid van de Minister die bevoegd is voor de Volksgezondheid. In het kader van dit plan, is het WIV belast met technische opdrachten inzake radioactiviteitsmetingen in het milieu. 2.5.4 Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) Het KMI is belast met : - het verzamelen van de informatie aangaande de waarnemingen en de analyse van de bestaande weersituatie op de begane grond en in de standaarddrukvlakken in de vrije atmosfeer; - de meteorologische verwachtingen en de berekening van de te verwachten trajecten van de besmette luchtmassa; - het leveren van de door de internationale instanties opgelegde informatie, binnen de evaluatiecel (zie rubriek 3.2.1.3.). 2.5.5 Studiecentrum voor Kernenergie (SCK-CEN) Het Studiecentrum voor Kernenergie SCK-CEN, instelling van openbaar nut, verricht onderzoek onder andere in verband met de veilige toepassing van kernenergie en de stralingsbescherming. In het kader van dit noodplan voor radiologische risico's voor het Belgische grondgebied, kan het, op verzoek van de regering, expertise en adviesopdrachten, evenals toezicht- en nazichtverrichtingen van technische aard uitvoeren. Tot deze opdrachten behoren onder andere volgende taken, zowel in crisissituaties als daarbuiten : - de ondersteuning en adviesverlening bij het opstellen, toepassen, inoefenen en aanpassen van procedures en instructies voor de evaluatiecel en voor de meetcel; - het uitvoeren van metingen zowel in eigen laboratoria als in-situ; de ondersteuning van meetploegen en hun coördinatie op het terrein. Deze metingen kunnen zowel omgevingsmetingen, analyses van monsters uit de voedselketen als controle op de uitwendige en inwendige besmetting van personen omvatten; - de opleiding van het ingezet personeel; - evaluatiestudies door modelanalyses; - ontsmetting van beperkte groepen personen; - elke andere adviserende of ondersteunende taak waar de overheid in het kader van dit noodplan behoefte aan kan hebben; - logistieke steun in de hiervoor vermelde domeinen. De toevertrouwde taken worden gespecificeerd in een met de Minister van Binnenlandse Zaken, afgesloten conventie met bijhorende addenda. 2.5.6 Nationaal Instituut voor Radio-elementen (IRE) Het Nationaal Instituut voor Radio-elementen is een instelling van openbaar nut die beschikt over een controle-infrastructuur van het leefmilieu. In het kader van dit plan kan de Regering het IRE de opdracht geven om technische opdrachten uit te voeren. Een kaderovereenkomst met bijhorende addenda gesloten met de Minister van Binnenlandse Zaken preciseren de verschillende opdrachten die tot de bevoegdheid van het Instituut behoren : - radioactiviteitsmetingen in de laboratoria van het IRE; - veldmetingen van de omgevingstraling, de luchtbesmetting, oppervlaktebesmettingstraling, besmetting van de voedselketen; - ter beschikking stellen van meetploegen; - bepaling van de inwendige besmetting van personen in de instelling zelf; - fysieke controle op het vlak van stralingsmeting en bescherming; - ondersteuning van de evaluatiecel. 2.5.7 Erkende instellingen In het kader van de bepalingen van artikel 74 van het K.B. van 20 juli 2001, werden de volgende instellingen erkend in klasse I : - Association Vinçotte Nucléaire (AVN); - AIB-VINÇOTTE CONTROLATOM. (AVC) In deze context voeren zij opdrachten uit in verband met controle van installaties, overeenkomstig artikel 23 van het K.B. van 20.07.2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen, onder andere met betrekking tot de veiligheid van de installatie en de interne noodplanning. Hun know-how is essentieel voor het crisisbeheer en als dusdanig versterken de betrokken erkende instellingen de evaluatiecel (verzameling en evaluatie van de informatie betreffende de gecontroleerde instelling, de staat van de installaties, de onmiddellijke en potentiële gevolgen, ...). Deze versterking van de evaluatiecel wordt geregeld door een overeenkomst gesloten met de Minister van Binnenlandse Zaken. 2.5.8 Rode Kruis van België Het Rode Kruis is belast met de organisatie van de sanitaire hulpverlening aan de burgerbevolking bij rampen, en meer bepaald in de oprichting en de vorming van een kader van personen die bekwaam zijn de eerste hulp te verlenen (K.B. van 20 april 1967 betreffende de Rijkstegemoetkoming in de organisatie door het Rode Kruis van België van bepaalde taken van sanitaire hulpverlening aan de burgerbevolking). Op grond van de overeenkomst tussen het Rode Kruis van België en het Departement van Volksgezondheid d.d. 12 oktober 1970, in uitvoering van het bovenvermelde K.B., heeft het Rode Kruis geneeskundige groepen opgericht en staat het in voor de « welfare »-diensten, onder meer bij de evacuatie van personen. De interventies zullen omschreven worden in het betrokken provinciale rampenplan voor hulpverlening. 2.5.9 Andere expertises Naar gelang van de omstandigheden, kan er een beroep gedaan worden op elke expertise die, rekening houdend met de situatie, noodzakelijk geacht wordt. Ter illustratie, deskundigen van universiteiten of van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en Verrijkte Splijtstoffen (NIRAS), in het opzicht van het algemene beheer van radioactief afval, zouden, op grond van hun know-how en hun bijzondere actiemiddelen, opgeroepen kunnen worden om deel te nemen aan diverse activiteiten bij de aanwending van dit noodplan. 2.6 De exploitant van de nucleaire installatie De exploitant die houder is van de exploitatievergunning, is en blijft in alle omstandigheden verantwoordelijk voor het beheer van de installatie en voor de bescherming, inzonderheid op stralingsgebied, van de personen die hij tewerkstelt. De exploitatie gebeurt met inachtneming van de wet en de voorwaarden omschreven in de vergunning en onder controle van de bevoegde autoriteiten; via de Dienst voor de fysische Controle van de installatie is de exploitatie onderworpen aan de permanente controle van een erkende instelling van klasse I. De burgerlijke aansprakelijkheid van de exploitatie is geregeld bij de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de burgerlijke aansprakelijkheid in de sector van de kernenergie. In geval van een incident of van een ongeval, ongeacht of zulks al dan niet tot de inwerkingtreding van het intern noodplan en/of van dit plan leidt, blijft de exploitant verantwoordelijk voor het beheer van de installaties. Aangezien hij door de eigenaar van de installatie met de exploitatie werd belast, is hij wettelijk verplicht namens laatstgenoemde alle bewarende maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om de veiligheid te vrijwaren van de personen en goederen buiten de installatie waarin het ongeval zich heeft voorgedaan. Hij moet het ongeval omschrijven en alles in het werk stellen opdat de installatie zo snel mogelijk in veilige status kan worden gebracht. De exploitant informeert de bevoegde overheden op grond van de bepalingen opgenomen in dit plan, de voorwaarden die zijn vastgesteld in de wet (o.a. artikelen 67 en 76 van het K.B. van 20 juli 2001) en in het vergunningsbesluit. Bij een ongeval dat tot de inwerkingtreding van dit noodplan leidt, worden de inlichtingen gegeven overeenkomstig dit plan. Deze inlichtingen hebben voorrang op eerder genoemde inlichtingen. De exploitant geeft de evaluatiecel (notificatieniveau N1, N2, N3 en NR) en de gouverneur (notificatieniveau NR) de informatie over de staat van zijn installatie waarover zij moeten beschikken om hun opdracht te kunnen uitvoeren. Bedoelde inlichtingen zijn in andere hoofdstukken van dit plan omschreven. Hij voert een eerste schatting uit van de stralingsgevolgen rond de installatie en verleent ook plaatselijk hulp aan de andere interveniërende diensten, voor zover die hulp kan worden verzoend met de uitoefening van zijn eigen taak. De bescherming van het personeel van de exploitant op het ogenblik van een radiologische noodsituatie heeft ook betrekking op de bescherming van de personen die met zijn toestemming op de exploitatiesite aanwezig zijn. Op stralingsvlak heeft deze bescherming betrekking op maatregelen inzake hergroepering, evacuatie, ontsmetting binnen of buiten de site, de overbrenging naar gespecialiseerde ziekenhuizen, alsook op maatregelen van medische aard die voortvloeien uit de toestand of worden opgelegd door de artsen van de installatie. De taken die ten laste vallen van de exploitant, zijn omschreven in het interne noodplan van de installatie. 2.7 Internationale organisaties 2.7.1 Internationaal Atoomagentschap (IAAE) Door de goedkeuring van de wet van 5 juni 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/06/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015179 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag inzake vroegtijdige kennisgeving van een nucleair ongeval, opgemaakt te Wenen op 26 september 1986 type wet prom. 05/06/1998 pub. 11/12/1999 numac 1999015178 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag inzake de verlening van bijstand in het geval van een nucleair ongeval of een calamiteit met radioactieve stoffen, opgemaakt te Wenen op 26 september 1986 sluiten houdende instemming met de Verdragen inzake vroegtijdige kennisgeving van een nucleair ongeval en met het Verdrag inzake de verlening van bijstand in het geval van een nucleair ongeval of een calamiteit met radioactieve stoffen, heeft België deze verdragen toegepast. Deze twee verdragen werden ondertekend op 26 september 1986 en bij het Internationaal Atoomagentschap (IAAE) te Wenen ingediend. Het IAAE wordt geïnformeerd over elk incident dat gevolgen kan hebben voor andere landen, overeenkomstig het notificatieniveau dat door de Minister van Binnenlandse Zaken meegedeeld wordt. 2.7.2 Europese Unie (EU) De Raad van de Europese Unie heeft op 14 december 1987 een beschikking goedgekeurd betreffende communautaire regelingen voor snelle uitwisseling van informatie in geval van een radiologische noodsituatie (« ECURIE », 87/600/EURATOM, Publicatieblad nr. L 371 van 30/12/1987 blz. 0076-0078). De Europese Commissie wordt verwittigd voor iedere noodsituatie met risico's op blootstelling aan ioniserende stralingen voor dewelke de autoriteiten besluiten tot het nemen van maatregelen ter bescherming van de bevolking, onafgezien van het feit of zulks gevolgen heeft voor andere landen. De Raad van de Europese Unie heeft maximaal toelaatbare niveaus vastgesteld voor de radioactieve besmetting in de Verordening (Euratom) nr. 2218/89 van de Raad van 18 juli 1989 tot wijziging van de verordening (Euratom) nr. 3954/87 tot vaststelling van de maximaal toelaatbare niveau's voor de radioactieve besmetting voor de voedingsmiddelen en de diervoeders na een nucleair ongeval of in elke andere radiologische noodsituatie (Publicatieblad nr. L 211 van 22/07/1989 blz. 0001-0003). Er bestaat eveneens een verordening tot vaststelling van de maximaal toelaatbare niveau's voor de radioactieve besmetting voor de minder belangrijke voedingsmiddelen : verordening (Euratom) nr. 944/89 van de Commissie van 12 april 1989 tot vaststelling van de maximaal toelaatbare niveau's voor de radioactieve besmetting voor de minder belangrijke voedingsmiddelen na een nucleair ongeval of in elke andere radiologische noodsituatie (Publicatieblad nr. L 101 van 13/04/1989 blz. 0017-0018) en ook voor diervoeders : verordening (Euratom) nr. 770/90 van de Commissie van 29 maart 1990, tot vaststelling van de maximaal toelaatbare niveau's voor de radioactieve besmetting voor de diervoeders na een nucleair ongeval of in elke andere radiologische noodsituatie (Publicatieblad nr. L 083 van 30/03/1990 blz. 0078-0079). De Raad van de Europese Unie heeft bijzondere voorwaarden bepaald voor de uitvoer van voedingsmiddelen en diervoeders na een nucleair ongeval of in elke andere radiologische noodsituatie : verordening (EEG) 2219/89 van 18 juli 1989 (Publicatieblad nr. L 211 van 22/07/1989 blz. 0004 - 0005). De Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren, voorziet in haar artikelen 49 tot 53 interventiemaatregelen in geval van radiologische noodsituatie. Deze bepalingen werden omgezet in de artikelen 72 en 72bis van het KB van 20.07.2001. De Richtlijn 89/618/Euratom van de Raad van 27 november 1989 betreffende de informatie van de bevolking over de bij stralingsgevaar toepasselijke maatregelen ter bescherming van de gezondheid en over de alsdan te volgen gedragslijn, werd eveneens omgezet in de artikelen 72.1, 72.2 en 72.3 van het koninklijk besluit van 20.07.2001. 3 ALGEMENE ORGANISATIE 3.1 Algemene organisatie van de verantwoordelijkheden Er dient herhaald te worden dat in geval van een radiologische noodsituatie in een nucleaire installatie, de exploitant de enige verantwoordelijke is en blijft voor het beheer van de operaties op de site. De Emergency Director van de overheden kan evenwel op elk ogenblik, in overleg met de Emergency Director van de exploitant, maatregelen nemen om een noodsituatie op de exploitatiesite te controleren, als de openbare orde of de veiligheid van de bevolking dat vereist. Buiten de site zijn het de overheden die belast zijn met de bescherming van de bevolking. 3.1.1 Emergency Director van de overheid De verantwoordelijkheid van Emergency Director van de overheid ligt tijdens de hele crisis bij de Minister van Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde. De Emergency Director van de overheid stelt dit plan in werking (zie niettemin par. 4.2 : de inwerkingstelling van de praktische bepalingen van het plan door het C.G.C.C.R. in afwachting van de beslissing van de Emergency Director), kondigt de alarmniveaus af, zit het federale coördinatiecomité voor en kondigt het einde van de noodtoestand aan. Hij wijst de woordvoerder van de regering aan, in overleg met de communicatie-coördinator. 3.1.2 Emergency Director van de exploitant De leiding van de operaties op de exploitatiesite in geval van een nucleair incident of ongeval dat aanleiding geeft tot de afkondiging van het interne noodplan, is de verantwoordelijkheid van het ondernemingshoofd. De Emergency Director van de exploitant kondigt het interne plan af en bepaalt het notificatieniveau. Voor de rechtsreeks bij dit plan betrokken nucleaire installaties (kerncentrales van Doel en van Tihange, het SCK-CEN, het IRE, Belgoprocess, Belgonucléaire), wordt de functie van Emergency Director uitgeoefend door een daartoe behoorlijk gemachtigd directielid van de exploitatiesite. 3.1.3 Verdeling van de verantwoordelijkheden Hoewel de Emergency Director van de overheid de algemene bevoegdheid heeft om dit plan in werking te stellen (zie niettemin par. 4.2 : de inwerkingstelling van de praktische bepalingen van het plan door het C.G.C.C.R. in afwachting van de beslissing van de Emergency Director) en stap voor stap uit te voeren volgens de richtlijnen van het plan en van het federale coördinatiecomité, blijft de Emergency Director van de exploitant zijn verantwoordelijkheden op de exploitatiesite behouden. Hij is verantwoordelijk voor het interne noodplan, voor de voorbereiding en, indien nodig, de uitvoering ervan en voor het beheer van de installatie, zoals bepaald in § 3.2.3 van dit plan. In het algemeen belang primeert, in voorkomend geval, echter de beslissing van de Emergency Director van de overheid. 3.2 Algemene structuur van de organisatie van het noodplan Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 3.2.1 Structuur en federale organisatie 3.2.1.1 Het Coördinatie- en Crisiscentrum van de Regering (CGCCR) Het Coördinatie- en Crisiscentrum van de Regering verzekert een continue wachtdienst ten gunste van de Regering. Dit betekent dat de medewerkers 24u/24 de gebeurtenissen volgen, die volgens de verkregen inlichtingen, tot een noodsituatie zouden kunnen leiden. De bevoegde overheden worden van de situatie op de hoogte gehouden. Indien nodig stelt het CGCCR een infrastructuur voor crisisbeheer en ervaren personeel ter beschikking van de overheden die een crisis moeten beheren. Deze infrastructuur wordt regelmatig aangepast aan de nieuwe technologieën. Het CGCCR heeft als opdracht : - het aanwenden van de praktische bepalingen van dit plan, op aangeven van de Emergency Director van de overheid, op de hierna bepaalde wijze (zie niettemin par. 4.2 omtrent de inwerkingstelling van de praktische bepalingen van het plan door het C.G.C.C.R. in afwachting van de beslissing van de Emergency Director); - het verwittigen van de in dit plan aangewezen verantwoordelijke diensten en personen van de notificatie, volgens de voorgestelde alarmniveaus; - de opvang van de verschillende comités en cellen in zijn lokalen; - het verspreiden van de door de verschillende cellen voorbereide inlichtingen; - het treffen van de logistieke voorzieningen, de communicatiemiddelen inbegrepen; - als nationaal contactpunt te dienen in het kader van de overeenkomsten met het IAAE en de EG (zie rubriek 2.7) of van elke ad hoc bilaterale overeenkomst. 3.2.1.2 Federaal Coördinatiecomité 3.2.1.2.1 Opdrachten Het federale coördinatiecomité stelt de algemene crisisstrategie op punt, neemt de fundamentele beslissingen en neemt de politieke verantwoordelijkheid ervoor op zich. Daartoe baseert het federale coördinatiecomité zich met name op de adviezen van de evaluatie- en socio-economische cellen. Het zorgt eveneens voor de aanwending van de operationele coördinatie (of de voortzetting ervan), in het kader van het provinciale rampenplan voor hulpverlening. 3.2.1.2.2 Samenstelling Het federale coördinatiecomité is samengesteld uit de verschillende Ministers of Staatssecretarissen of hun gemachtigden die een rechtstreekse verantwoordelijkheid hebben bij een radiologische noodsituatie, met name diegene die bevoegd zijn voor Volksgezondheid en Leefmilieu, Arbeid en Tewerkstelling, Binnenlandse Zaken, Landbouw, Buitenlandse Zaken, Financiën (Douane), Landsverdediging, Economische Zaken en Energie. Indien nodig, kunnen andere federale of gewestelijke Ministers of Staatssecretarissen of hun gemachtigden uitgenodigd worden om deel uit te maken van het federale coördinatiecomité. Het federale coördinatiecomité zal door de Emergency Director opgericht worden op basis van de graad van ernst van de lopende situatie. De Minister van Binnenlandse Zaken wordt bijgestaan door de betrokken Provinciegouverneur(s) of hun gemachtigde(n). 3.2.1.2.3 Voorzitterschap Vanaf de aanvangsfase neemt de Minister van Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde het voorzitterschap waar en vervult dus de functie van Emergency Director van de overheid. Naar gelang van de situatie, kan de Minister van Binnenlandse Zaken of zijn gemachtigde de Minister die bevoegd is voor Volksgezondheid en Leefmilieu machtigen de functie van Emergency Director van de overheid te verzekeren. Hiermee wordt geen afbreuk gedaan aan het voorrecht van de Eerste Minister om de regeringsactie zelf te leiden. 3.2.1.2.4 Werkmethode De werkmethode van het federale coördinatiecomité wordt beschreven in de interne procedures. 3.2.1.2.5 Interface met de andere cellen en comités Het federale coördinatiecomité laat zich op permanente wijze voorlichten door de evaluatiecel en de socio-economische cel; te gepasten tijde, deelt ze de informatiecel mee welke inlichtingen via de media aan de bevolking moeten worden meegedeeld. Een verbindingsambtenaar van de informatiecel zetelt in het federale coördinatiecomité. Het federale coördinatiecomité houdt via het C.G.C.C.R. ook voortdurend contact met het operationele niveau, de Provinciegouverneur(s). 3.2.1.3 Evaluatiecel 3.2.1.3.1 Opdrachten De evaluatiecel beoordeelt de situatie op radiologisch en technisch vlak, teneinde een advies te kunnen geven aan het federale coördinatiecomité over de beschermingsmaatregelen voor bevolking en leefmilieu. Zij bepaalt eveneens de strategie van radioactiviteitsmetingen in het leefmilieu. De evaluatiecel geeft, na beraad over de potentiële en/of reële gevolgen van een incident en van de eventuele beschermingsmaatregelen voor de mens en zijn leefmilieu, advies aan het federale coördinatiecomité over beschermingsmaatregelen voor de bevolking. Zij verstrekt inlichtingen op aanvraag van het federale coördinatiecomité en kan door hem geraadpleegd worden voor allerhande problemen van radiologische aard. In overleg met de meetcel, bereidt zij de inlichtingen voor die in het kader van de verplichtingen inzake alarmering en informatieuitwisseling aan de internationale organisaties (EU en IAAE) bezorgd moeten worden. In de « post-emergency » situatie (zie rubriek 6.6), d.w.z. na het formeel opheffen van de noodsituatie, dient de evaluatiecel na te gaan of : - een verlengde procedure voor omgevingscontrole gerechtvaardigd is; - er modaliteiten dienen opgesteld te worden volgens welke de normale levenswijze van de bevolking in functie van de tijd terug hersteld kan worden (terugkeer van de geëvacueerde bevolking, distributie van voedingsproducten, landgebruik,...). Na het opheffen van de noodsituatie zal de evaluatiecel een verslag van haar activiteiten opmaken (verloop van de noodsituatie, werking van de meetcel, radiologische evaluatie, ...). 3.2.1.3.2 Samenstelling De evaluatiecel is samengesteld uit vertegenwoordigers van overheidsdiensten die verantwoordelijkheden hebben op radiologisch vlak; deze vertegenwoordigers worden bijgestaan door aangewezen diensten of organismen die optreden als deskundigen. De verantwoordelijke overheidsdiensten zijn : - het federaal Agentschap voor nucleaire Controle (FANC); - de FOD Volksgezondheid - Algemene Directie : dieren, planten en voeding; - de FOD Buitenlandse Zaken in geval van een nucleair ongeval in het buitenland; - het departement Landsverdediging; - het koninklijk meteorologisch Instituut (KMI). De deskundigen zijn vertegenwoordigers van : - het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK-CEN); - het nationaal Instituut voor Radio-elementen (IRE); - de erkende Instelling van de …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.