← België

Besluit van de Waalse Regering betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de mil

Kort samengevat

Dit besluit van de Waalse Regering regelt de procedure en diverse uitvoeringsmaatregelen voor het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning. Het doel is om de aanvraag, toekenning en handhaving van milieuvergunningen in het Waalse Gewest te stroomlijnen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
4 JULI 2002. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning; Gelet op het decreet van 16 december 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/12/1999 pub. 12/10/2000 numac 2000021459 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord betreffende het opvangen van de risico's inherent aan zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn sluiten houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord betreffende het opvangen van de risico's inherent aan zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn; Gelet op het besluit van de Regent van 11 februari 1946 houdende goedkeuring van de titels I en II van het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming; Gelet op het besluit van de Regent van 27 september 1947 houdende goedkeuring van de titels III, IV, en V van het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming; Gelet op het koninklijk besluit van 23 september 1958Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/09/1958 pub. 21/02/2001 numac 2001000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen; Gelet op het koninklijk besluit van 26 maart 1971 ter voorkoming van de luchtverontreiniging die door verbrandingsinstallaties wordt veroorzaakt; Gelet op het koninklijk besluit van 3 augustus 1976 houdende algemeen reglement voor het lozen van afvalwater in de gewone oppervlaktewateren, in de openbare riolen en in de kunstmatige afvoerwegen voor regenwater; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 1 april 1987 tot vaststelling van de delegaties die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening inzake de bescherming van het oppervlaktewater tegen vervuiling; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 23 juli 1987 met betrekking tot de gecontroleerde stortplaatsen; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 12 november 1987 tot bepaling van de samenstelling en de werking van de Beroepscommissie i.v.m. beslissingen betreffende het lozen van afvalwater; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 25 oktober 1990 tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning van de laboratoria belast met de officiële analyses inzake bescherming van het oppervlaktewater en van het tot drinkbaar water verwerkbaar water tegen verontreiniging; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 29 november 1990 betreffende de voorwaarden van vrijstelling van de betaling van de belasting op het lozen van industrieel en huishoudelijk afvalwater voor de hospitalen, ziekenhuizen en andere inrichtingen waarin niet besmettelijke zieken worden behandeld; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 14 november 1991 betreffende het winnen van tot drinkwater verwerkbaar oppervlaktewater en de waterwinnings-, preventie- en toezichtsgebieden; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 14 november 1991 betreffende de grondwaterwinningen, de waterwinningsgebieden, de preventiegebieden en de toezichtsgebieden en de kunstmatige bevoorrading van de grondwaterlagen; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 20 november 1991 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door lozingen van bepaalde gevaarlijke stoffen; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 12 maart 1992 houdende aanwijzing van ambtenaren voor de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in artikel 15, § 2, van het decreet van 7 oktober 1985 betreffende de bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de giftige of gevaarlijke afvalstoffen; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de polychloorbifenylen en polychloorterfenylen; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende afgewerkte oliën; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende afval van de titaandioxyde-industrie; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 23 december 1992 tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor het opsporen en vaststellen van overtredingen inzake de milieubescherming; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 16 september 1993 tot uitvoering van een specifiek milieubeleid in het kader van de artikelen 5 en 5bis van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij het decreet van 25 juni 1992; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 16 september 1993 tot uitvoering van een specifiek beleid inzake hernieuwbare energieën in het kader van artikel 32.13 van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering, zoals gewijzigd bij het decreet van 25 juni 1992; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afvalstoffen; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 december 1993 betreffende de bestrijding van door industriële inrichtingen veroorzaakte luchtverontreiniging; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 december 1993 tot bestrijding van de door huisvuilverbrandingsintallaties veroorzaakte luchtverontreiniging; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 december 1993 inzake voorkoming en vermindering van de luchtverontreiniging door asbest; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 23 december 1993 betreffende de machtigingen tot lozing van industrieel of huishoudelijk afvalwater afkomstig van inrichtingen die industrieel afvalwater lozen; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 19 mei 1994 betreffende de bezoldiging van de adviezen die bij de behandeling van de machtigingsaanvragen tot lozing van afvalwater door de zuiveringsinstellingen worden uitgebracht; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 30 juni 1994 betreffende de afval van ziekenhuis- en gezondheidszorgactiviteiten; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 mei 1995 betreffende de financiering van het beheer en de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 30 november 1995 betreffende het beheer van stoffen die d.m.v. bagger- of ruimingswerken uit de bedding en de oevers van waterlopen en watervlakken verwijderd worden; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 16 oktober 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 16/10/1997 pub. 01/11/1997 numac 1997027582 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot aanwijzing van de ambtenaar die bedoeld wordt in artikel 2, 25°, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen sluiten tot aanwijzing van de ambtenaar bedoeld in artikel 2, 25°, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 april 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 09/04/1998 pub. 06/05/1998 numac 1998027286 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de financiering van het beheer en de bescherming van grondwater sluiten betreffende de financiering van het beheer en de bescherming van grondwater; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 15 oktober 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 15/10/1998 pub. 15/12/1998 numac 1998027681 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende reglementering van de opvang van stedelijk afvalwater sluiten houdende reglementering van de opvang van stedelijk afvalwater; Gelet op de beraadslaging van de Regering van 1 februari 2001 over het verzoek om adviesverlening door de Raad van State binnen hoogstens een maand; Gelet op het advies 31.254/4 van de Raad van State, gegeven op 1 oktober 2001, overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van de Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Begripsbepalingen Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van de hoofdstukken I tot III van dit besluit wordt verstaan onder « decreet » : het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « CWATUP » : het Waalse wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium;2° toezichthoudende ambtenaar : ambtenaar of personeelslid aangewezen krachtens het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 23 december 1992 tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor het opsporen en vaststellen van overtredingen inzake de milieubescherming;3° « DPA » : de Afdeling Preventie en Vergunningen van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van het Ministerie van het Waalse Gewest;4° « DPE » : de Afdeling Milieupolitie van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van het Ministerie van het Waalse Gewest. § 3. Voor de toepassing van afdeling 3, hoofdstuk II, van dit besluit wordt verstaan onder : 1° samenwerkingsakkoord : het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren voor zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, goedgekeurd bij het decreet van 16 december 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/12/1999 pub. 12/10/2000 numac 2000021459 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord betreffende het opvangen van de risico's inherent aan zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn sluiten;2° inrichting : de gezamenlijke zone die onder het toezicht van een exploitant staat en waar in één of meer installaties gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de drempels bedoeld in de delen 1 en 2 van bijlage II bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, met inbegrip van de gemeenschappelijke of bijbehorende infrastructuur of aCTIviteiten;3° installatie : technische eenheid binnen een inrichting waar gevaarlijke stoffen geproduceerd, gebruikt, gehanteerd of opgeslagen worden, die voorzien is van de voor haar werking noodzakelijke uitrusting, constructies, leidingen, machines, gereedschappen, eigen spoorwegaftakkingen, laad- en loskades, aanlegsteigers, pieren, depots of soortgelijke structuren, al dan niet drijvend;4° zwaar ongeval : incident zoals een zware emissie, brand of explosie als gevolg van ongecontroleerde ontwikkelingen tijdens de exploitatie van de inrichting, die rechtstreeks of na verloop van tijd binnen of buiten de inrichting een ernstig gevaar vormt voor de gezondheid van de mens en/of voor het milieu en waarbij één of meer gevaarlijke stoffen betrokken zijn;5° gevaarlijke stoffen : de stoffen, mengsels of preparaten bedoeld in bijlage II bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten;6° gevaar : intrinsieke eigenschap van een gevaarlijke stof of van een fysische situatie die de gezondheid van de mens en/of het milieu kan schaden;7° risico : de waarschijnlijkheid dat een specifiek effect zich binnen een bepaalde periode of onder bepaalde omstandigheden voordoet;8° opslag : de aanwezigheid van een hoeveelheid gevaarlijke stoffen voor opslag, veilige bewaring of voorraadbewaring;9° schierongeval : ongecontroleerd incident dat per toeval een zwaar ongeval kan veroorzaken;10° aanwezigheid van gevaarlijke stoffen : de effectieve of geplande aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in de inrichting, alsook van gevaarlijke stoffen die als gevolg van een ongeval kunnen worden voortgebracht in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de drempels bedoeld in de delen 1 en 2 van bijlage II bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten. HOOFDSTUK II. - Procedures Afdeling 1. - Procedure voor de toekenning van de milieuvergunning Onderafdeling 1. - Indiening van de aanvraag Art. 2.De milieuvergunning voor een inrichting die niet voorkomt in het tweede lid, wordt aangevraagd d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage I bij dit besluit gaat. De milieuvergunning voor een installatie of activiteit bedoeld in de rubrieken 01.20 tot 01.40 van bijlage I bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, wordt aangevraagd d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage II bij dit besluit gaat. Als de aanvraag betrekking heeft op een waterwinning, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage III bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op de lozing van afvalwater uit openbare zuiveringsstations, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage IV bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een installatie of een activiteit i.v.m. de verzameling, de verwijdering of de valorisatie van afvalstoffen, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage V bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een centrum voor technische ondergraving, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage VI bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een beperkt gebruik van genetisch gemanipuleerde of pathogene organismen, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage VII bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een kunstmatige bevoorrading van een grondwaterlaag, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage VIII bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op groeven en de aanhorigheden ervan, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage XVI bij dit besluit. Art. 3.§ 1. De aanvraag gaat vergezeld van een milieueffectbeoordeling. § 2. Als de aanvraag betrekking heeft op een inrichting bedoeld in rubriek 63.12.18 van bijlage I bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, zijn de artikelen 59 tot 64 van dit besluit van toepassing. Art. 4.De vergunningaanvraag wordt in drie exemplaren ingediend. Als het project het grondgebied van verschillende gemeenten bestrijkt, wordt het aantal exemplaren bedoeld in het eerste lid verhoogd naar gelang van het aantal gemeenten op het grondgebied waarvan het project betrekking heeft. Art. 5.Het gemeentebestuur bewaart één exemplaar van de vergunningaanvraag en stuurt de overige exemplaren naar de technische ambtenaar. Art. 6.Na ontvangst van het aanvraagdossier wordt één exemplaar van de nota met de identificatie van de gevaren of van de in artikel 61 bedoelde veiligheidsstudie of van elk document tot rechtzetting, wijziging of aanvulling van bedoelde studie door de technische ambtenaar overgemaakt aan de Algemene directie civiele bescherming van het Federale Ministerie van Binnenlandse Zaken, overeenkomstig artikel 26bis van het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Onderafdeling 2. - Openbaar onderzoek Art. 7.Er wordt een openbaar onderzoek georganiseerd in de volgende gemeenten : 1° de gemeente(n) op het grondgebied waarvan het project gelegen is;2° als het gaat om een inrichting van klasse 1, de gemeente(n) waarvan een gedeelte van het grondgebied gelegen is in een straal van 500 meter rondom de perimeter die het gezamenlijke project insluit. Art. 8.De technische ambtenaar stuurt een afschrift van de vergunningaanvraag en van de eventuele aanvullende stukken naar de overige gemeenten op het grondgebied waarvan een openbaar onderzoek wordt georganiseerd de dag waarop hij aan het gemeentebestuur waar de aanvraag is ingediend, een afschrift van de beslissing overmaakt waarbij bevestigd wordt dat de aanvraag volledig en ontvankelijk is, of na afloop van de termijn bedoeld in artikel 20, eerste of derde lid. Art. 9.§ 1. Het openbaar onderzoek wordt binnen vijf dagen na ontvangst van de in artikel 8 bedoelde stukken vierentwintig uur vóór de opening ervan aangekondigd door het gemeentebestuur van elke betrokken gemeente d.m.v. een aangeplakt bericht naar het model in bijlage X bij dit besluit. Het bericht wordt gedrukt in zwarte letters op een gele achtergrond en heeft een minimale oppervlakte van 35 dm2. Het wordt aangeplakt : 1° in het gemeentehuis;2° op de gebruikelijke aanplakplaatsen;3° op vier plaatsen in de onmiddellijke omgeving van de plaats waar het project moet worden uitgevoerd, langs een openbare rijweg of -strook. Het bericht vermeldt de personalia van de aanvrager en de technische ambtenaar zodat iedereen technische uitleg over het project kan verkrijgen. § 2. Op de dag van aanplakking maakt elk betrokken gemeentebestuur een afschrift van het bericht over aan de aangrenzende gemeenten en de technische ambtenaar en worden de volgende personen schriftelijk, individueel en aan huis in kennis gesteld van de opening van het openbaar onderzoek : 1° de eigenaars en bewoners van de terreinen en gebouwen gelegen in een straal van 50 meter rondom het project als het gaat om een inrichting van klasse 1;2° de houders van rechten die de milieuvergunning zou kunnen tenietdoen of wijzigen en die verband houden met erfdienstbaarheden gevestigd door 's mensen toedoen of met de in de aanvraag vermelde overeengekomen verplichtingen betreffende het grondgebruik. § 3. Wat de vergunningaanvragen voor inrichtingen van klasse 1 betreft, wordt het openbaar onderzoek aangekondigd d.m.v. een bericht in de lokale bladzijden van drie Franstalige of Duitstalige dagbladen, al naar gelang het geval. Het bericht verschijnt ook in een eventueel gemeentelijk informatieblad of in een huis aan huis reclameblad dat gratis uitgedeeld wordt aan de bevolking van de betrokken gemeente. Art. 10.Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen voor een inrichting van klasse 1 en vijftien dagen voor een inrichting van klasse 2, onder voorbehoud van artikel 39, tweede lid, tweede zin, van het decreet. De berichten bedoeld in artikel 9, § 1, blijven op zichtbare en leesbare wijze aangeplakt tijdens de hele duur van het onderzoek. Art. 11.Tijdens de duur van het onderzoek, ligt de inhoud van de vergunningaanvraag ter inzage bij het gemeentebestuur op de kantooruren en één dag per week tot twintig uur of op zaterdagochtend, met uitzondering van de gegevens onttrokken aan het openbaar onderzoek bij beslissing van de technische ambtenaar overeenkomstig het tweede lid. De technische ambtenaar beslist of bepaalde gegevens onttrokken moeten worden aan het openbaar onderzoek op grond van de beoordelingscriteria bedoeld in artikel 6 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en in het decreet van 13 juni 1991 betreffende de vrije toegang van de burgers tot informatie over het leefmilieu. Het aanvraagdossier dat het voorwerp is van het openbaar onderzoek, vermeldt het feit dat de technische ambtenaar beslist heeft bepaalde gegevens aan het onderzoek te onttrekken. Art. 12.Tijdens de duur van het onderzoek kunnen bezwaren en opmerkingen schriftelijk of mondeling gericht worden aan het gemeentebestuur, met vermelding van naam en adres. Als de bezwaren of opmerkingen mondeling worden geformuleerd, maakt het gemeentebestuur een door betrokkene te ondertekenen proces-verbaal op. Art. 13.§ 1. Als het college van burgemeester en schepenen, na de waarschuwing bedoeld in artikel 29 van het decreet, het verplichte openbaar onderzoek niet organiseert, kan de technische ambtenaar in zijn plaats optreden en de in de artikelen 9 tot 12 bedoelde formaliteiten zelf vervullen. § 2. De technische ambtenaar vervult de in artikel 9 bedoelde formaliteiten door een beroep te doen op een gerechtsdeurwaarder van zijn keuze om het bericht te laten aanplakken. § 3. De kosten voor de vervulling van die formaliteiten worden gedragen door het in gebreke gebleven college van burgemeester en schepenen. Onderafdeling 3. - Modaliteiten voor het administratief overleg betreffende de milieuvergunningaanvragen Art. 14.Als de geraadpleegde besturen of overheden verzoeken om de organisatie van de overlegvergadering bedoeld in artikel 31 van het decreet, wordt de technische ambtenaar daarvan bij aangetekend schrijven in kennis gesteld binnen : 1° tien dagen als het gaat om een inrichting van klasse 2;2° dertig dagen als het gaat om een inrichting van klasse 1. Als de technische ambtenaar verzoekt om de organisatie van een overlegvergadering, worden de geraadpleegde besturen of overheden op dezelfde wijze geïnformeerd. Art. 15.De technische ambtenaar bepaalt de datum en de plaats van de overlegvergadering. De vergadering vindt plaats binnen vijfentwintig dagen als het gaat om een inrichting van klasse 2 en binnen vijftig dagen als het gaat om een inrichting van klasse 1. De bevoegde overheid en de geraadpleegde besturen en overheden worden door de technische ambtenaar bij aangetekend schrijven uitgenodigd op de vergadering. Art. 16.De termijnen bedoeld in de artikelen 14 en 15 lopen vanaf de datum waarop de technische ambtenaar het aanvraagdossier naar de geraadpleegde overheden en besturen verzendt. Art. 17.De technische ambtenaar maakt de notulen van de overlegvergadering op en voegt ze bij het syntheserapport bedoeld in artikel 32 van het decreet. Onderafdeling 4. - Minimale inhoud van de adviezen vereist voor de behandeling van de milieuvergunningaanvragen Art. 18.De adviezen bedoeld in artikel 30, tweede lid, van het decreet vermelden hoe dan ook : 1° de identificatie van de geraadpleegde instantie;2° de referenties van het project;3° de naam, voornaam en hoedanigheid van de auteur van het advies;4° een beschrijving van de effecten van het project;5° het onderzoek naar de doelmatigheid van het project rekening houdende met de bevoegdheden van de geraadpleegde instantie;6° in geval van gunstig advies, de bijzondere voorwaarden die onder de bevoegdheid van de geraadpleegde instantie ressorteren en waaraan de exploitatie van de inrichting zou moeten voldoen;7° in geval van ongunstig advies, de motieven. Onderafdeling 5. - Inhoud van de milieuvergunning Art. 19.Naast de informatie bedoeld in artikel 45 van het decreet, vermeldt de beslissing waarbij de vergunning wordt verleend de volgende gegevens : 1° de maatregelen voor de openbaarmaking van de beslissing;2° de beroepsmodaliteiten;3° in voorkomend geval, een specifieke termijn voor de tenuitvoerlegging van bepaalde specifieke exploitatievoorwaarden;4° de verplichtingen van de exploitant bedoeld in de artikelen 57 tot 59 van het decreet;5° de verplichting tot informatie van de bevoegde overheid in geval van verandering van exploitant, overeenkomstig artikel 60 van het decreet;6° het vervalprincipe in de gevallen bedoeld in artikel 48 van het decreet. In voorkomend geval vermeldt de beslissing of de uitvoering van de vergunning onderworpen is aan : 1° de vestiging, door de vergunninghouder, van zakelijke rechten op de bij de exploitatie betrokken goederen;2° de voorafgaande goedkeuring van de technische ambtenaar. Als de bevoegde overheid de beslissing naar de technische ambtenaar stuurt overeenkomstig artikel 35 van het decreet, wijst ze op de punten waarvoor de inhoud van de beslissing afwijkt van het syntheserapport opgesteld door de technische ambtenaar in het kader van de procedure voor de behandeling van de vergunningaanvraag. Onderafdeling 6. - Modaliteiten voor de behandeling van beroepen tegen beslissingen i.v.m. milieuvergunningaanvragen Art. 20.Het beroep bedoeld in artikel 40 van het decreet wordt bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu ingediend aan het adres van de Minister van Leefmilieu. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier waarvan het model in bijlage XI bij dit besluit gaat. Art. 21.Het beroep wordt ondertekend en bevat hoe dan ook de volgende gegevens : 1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;2° als de aanvrager een rechtspersoon is, de benaming of handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de maatschappelijke zetel, alsook de naam, de voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die het beroep mag instellen;3° de referenties, het voorwerp en de datum van de beslissing;4° het belang van de aanvrager bij het instellen van het beroep, behalve als het door de technische ambtenaar wordt ingesteld;5° de middelen aangevoerd tegen de betwiste beslissing;6° een afschrift van het stortingsbewijs of van het debetbericht betreffende het dossiersrecht bedoeld in artikel 177 van het decreet, behalve wanneer het beroep wordt ingediend door de technische ambtenaar die het dossier in eerste aanleg heeft behandeld. Art. 22.Na ontvangst van het beroep maakt de technische ambtenaar een afschrift over aan : 1° de overheid bevoegd om de milieuvergunning in eerste aanleg af te leveren;2° de Minister van Leefmilieu;3° het college van burgemeester en schepenen van de gemeenten waar een openbaar onderzoek werd georganiseerd;4° de technische ambtenaar die het dossier in eerste aanleg heeft behandeld en aan de exploitant, behalve wanneer ze de auteur van het beroep zijn. Art. 23.Na ontvangst van het afschrift van het beroep maakt de overheid die bevoegd is om de milieuvergunning in eerste aanleg af te leveren, de volgende stukken over aan de technische ambtenaar : 1° het bewijs waarbij de aanplakking van de beslissing wordt bevestigd als de bevoegde overheid het college van burgemeester en schepenen is;2° het bewijs van de kennisgeving bedoeld in artikel 35 van het decreet en, 3° in voorkomend geval, elk advies dat volgt op het syntheserapport. Zodra het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente op het grondgebied waarvan een openbaar onderzoek werd georganiseerd het afschrift van het beroep overeenkomstig artikel 22, 3°, in ontvangst heeft genomen, geeft het ook de in beroep bevoegde technische ambtenaar kennis van het bewijs waarbij wordt bevestigd dat de beslissing in elke gemeente is aangeplakt. Art. 24.Het beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 38 van het decreet, met uitzondering van § 1, 4°, en van § 4. Art. 25.De in beroep bevoegde technische ambtenaar verzoekt het Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium om advies en raadpleegt de besturen en overheden waarvan hij het advies nuttig acht. Die instanties sturen hem hun advies bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs of maken het over tegen ontvangbewijs binnen : 1° twintig dagen, te rekenen van de aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 2;2° veertig dagen, te rekenen van de aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 1. De minimale inhoud van de adviezen vereist voor de behandeling van het beroep is dezelfde als die bedoeld in artikel 18. Art. 26.Wanneer de Minister van Leefmilieu zijn besluit verstuurt naar de aanvrager bedoeld in artikel 40, § 5, van het decreet, maakt hij tegelijkertijd een afschrift ervan over aan de toezichthoudende ambtenaar. Onderafdeling 7. - Bijhouden van de registers voor milieuvergunningen Art. 27.§ 1. Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is, vermeldt de toekenning van de vergunning in zijn register binnen de tien dagen die volgen op : 1° hetzij de besluitvorming door het college van burgemeester en schepenen;2° hetzij de ontvangst van het besluit door het college van burgemeester en schepenen;3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld in artikel 35 van het decreet, als het syntheserapport is verstuurd overeenkomstig artikel 32 van het decreet en als het een gunstig advies van de technische ambtenaar en, in voorkomend geval, bijzondere voorwaarden bevat. De technische ambtenaar vermeldt de toekenning van de vergunning in zijn register binnen de tien dagen na : 1° hetzij de besluitvorming als hij de bevoegde overheid is;2° hetzij de inontvangstneming van de door het college van burgemeester en schepenen genomen beslissing;3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld in artikel 35 van het decreet, als het syntheserapport verstuurd werd overeenkomstig artikel 32 van het decreet en als het een gunstig advies van de technische ambtenaar en, in voorkomend geval, bijzondere voorwaarden bevat. § 2. Als de vergunning na beroep wordt toegekend, vermelden het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is en de technische ambtenaar de toekenning van de vergunning in hun register binnen tien dagen : 1° na ontvangst van het besluit dat de Regering overeenkomstig artikel 40, § 5, van het decreet heeft verstuurd;2° bij gebrek aan verzending overeenkomstig artikel 40, § 4, van het decreet, met ingang van de verstrijkdatum van de termijn waarover de Regering beschikt om haar besluit naar de aanvrager te sturen. Art. 28.In de registers van de technische ambtenaar en van het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is, worden de volgende gegevens vermeld : 1° de datum van het besluit;2° de referenties van het besluit;3° de naam, voornaam, hoedanigheid en woonplaats van de vergunninghouder;4° het soort inrichting, met het nummer en de bewoording van de bedoelde rubriek(en);5° de lokalisatie van de inrichting en het adres van de exploitatiezetel;6° de datum waarop het besluit van kracht wordt en de geldigheidsduur van de vergunning. Art. 29.Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is en de technische ambtenaar houden het register van de milieuvergunningen bij en vermelden er : 1° de besluiten tot wijziging van de exploitatievoorwaarden, de besluiten tot schorsing of intrekking van de vergunningen;2° de beroepen ingesteld tegen de besluiten bedoeld in artikel 27, § 1, en het al dan niet schorsende karakter ervan;3° de beroepen ingesteld tegen de besluiten bedoeld in 1°;4° de overdrachten van vergunning. Afdeling 2. - Procedure voor de toekenning van de unieke vergunning Onderafdeling 1. - Indiening van de aanvraag Art. 30.De unieke vergunning voor de inrichtingen die niet in het tweede lid voorkomen, wordt aangevraagd d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage I bij dit besluit gaat. De unieke vergunning voor een installatie of activiteit bedoeld in de rubrieken 01.20 tot 01.40 van bijlage I bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, wordt aangevraagd d.m.v. een formulier waarvan het model in bijlage II bij dit besluit gaat. Als de aanvraag betrekking heeft op een waterwinning, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage III bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op de lozing van afvalwater uit openbare zuiveringsstations, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage IV bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een installatie of een activiteit i.v.m. de verzameling, de verwijdering of de valorisatie van afvalstoffen, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage V bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een centrum voor technische ondergraving, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage VI bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een beperkt gebruik van genetisch gemanipuleerde of pathogene organismen, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage VII bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op de kunstmatige bevoorrading van een grondwaterlaag, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage VIII bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op groeven en de aanhorigheden ervan, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld in bijlage XVI bij dit besluit. Art. 31.§ 1. De aanvraag gaat vergezeld van een milieueffectbeoordeling. § 2. Als de aanvraag betrekking heeft op een inrichting bedoeld in rubriek 63.12.18 van bijlage I bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, zijn de artikelen 59 tot 64 van dit besluit van toepassing. Art. 32.De vergunningaanvraag wordt ingediend in vier exemplaren. Als het project het grondgebied van verschillende gemeenten bestrijkt, wordt het aantal exemplaren bedoeld in het eerste lid verhoogd naar gelang van het aantal gemeenten op het grondgebied waarvan het project betrekking heeft. Art. 33.Het gemeentebestuur bewaart één exemplaar van de vergunningaanvraag en stuurt de overige exemplaren naar de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar. Art. 34.Na ontvangst van het aanvraagdossier wordt één exemplaar van de nota met de identificatie van de gevaren of van de in artikel 61 bedoelde veiligheidsstudie of van elk document tot rechtzetting, wijziging of aanvulling van bedoelde studie door de technische ambtenaar overgemaakt aan de Algemene directie civiele bescherming van het Federale Ministerie van Binnenlandse Zaken, overeenkomstig artikel 26bis van het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Onderafdeling 2 - Openbaar onderzoek Art. 35.Er wordt een openbaar onderzoek georganiseerd in de volgende gemeenten : 1° de gemeente(n) op het grondgebied waarvan het project gelegen is;2° als het gaat om een inrichting van klasse 1, de gemeente(n) waarvan een gedeelte van het grondgebied gelegen is in een straal van 500 meter rondom de perimeter die het gezamenlijke project insluit. Art. 36.De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar sturen een afschrift van de vergunningaanvraag en van de eventuele aanvullende stukken naar de overige gemeenten op het grondgebied waarvan een openbaar onderzoek wordt georganiseerd, de dag waarop zij aan het gemeentebestuur waar de aanvraag is ingediend een afschrift van de beslissing overmaken waarbij bevestigd wordt dat de aanvraag volledig en ontvankelijk is, of na afloop van de termijn bedoeld in artikel 20, eerste of derde lid. Art. 37.§ 1. Het openbaar onderzoek wordt binnen vijf dagen na ontvangst van de in artikel 36 bedoelde stukken vierentwintig uur vóór de opening ervan aangekondigd door het gemeentebestuur van elke betrokken gemeente d.m.v. een aangeplakt bericht naar het model in bijlage X bij dit besluit. Het bericht wordt gedrukt in zwarte letters op een gele achtergrond en heeft een minimale oppervlakte van 35 dm2. Het wordt aangeplakt : 1° in het gemeentehuis;2° op de gebruikelijke aanplakplaatsen;3° op vier plaatsen in de onmiddellijke omgeving van de plaats waar het project moet worden uitgevoerd, langs een openbare rijweg of -strook. Het bericht vermeldt de personalia van de aanvrager, de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar zodat iedereen technische uitleg over het project kan verkrijgen. § 2. Op de dag van aanplakking maakt elk betrokken gemeentebestuur een afschrift van het bericht over aan de aangrenzende gemeenten, de technische ambtenaar alsmede de gemachtigde ambtenaar, en worden de volgende personen schriftelijk, individueel en aan huis in kennis gesteld van de opening van het openbaar onderzoek : 1° de eigenaars en bewoners van de terreinen en gebouwen gelegen in een straal van 50 meter rondom het project als het gaat om een inrichting van klasse 1;2° de houders van rechten die de milieuvergunning zou kunnen tenietdoen of wijzigen en die verband houden met erfdienstbaarheden gevestigd door 's mensen toedoen of met de in de aanvraag vermelde overeengekomen verplichtingen betreffende het grondgebruik. § 3. Wat de vergunningaanvragen voor inrichtingen van klasse 1 betreft, wordt het openbaar onderzoek aangekondigd d.m.v. een bericht in de lokale bladzijden van drie Franstalige of Duitstalige dagbladen, al naar gelang het geval. Het bericht verschijnt ook in een eventueel gemeentelijk informatieblad of in een huis aan huis reclameblad dat gratis uitgedeeld wordt aan de bevolking van de betrokken gemeente. Art. 38.Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen voor een inrichting van klasse 1 en vijftien dagen voor een inrichting van klasse 2. De berichten bedoeld in artikel 37, § 1, blijven op zichtbare en leesbare wijze aangeplakt tijdens de hele duur van het onderzoek. Art. 39.Tijdens de duur van het onderzoek ligt de inhoud van de vergunningaanvraag ter inzage bij het gemeentebestuur op de kantooruren en één dag per week tot twintig uur of op zaterdagochtend, met uitzondering van de gegevens onttrokken aan het openbaar onderzoek bij beslissing van de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar overeenkomstig het tweede lid. De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar beslissen of bepaalde gegevens onttrokken moeten worden aan het openbaar onderzoek op grond van de beoordelingscriteria bedoeld in artikel 6 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en in het decreet van 13 juni 1991 betreffende de vrije toegang van de burgers tot informatie over het leefmilieu. Het aanvraagdossier dat het voorwerp is van het openbaar onderzoek, vermeldt het feit dat de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar beslist hebben bepaalde gegevens aan het onderzoek te onttrekken. Art. 40.Tijdens de duur van het onderzoek kunnen bezwaren en opmerkingen schriftelijk of mondeling gericht worden aan het gemeentebestuur, met vermelding van naam en adres. Als de bezwaren of opmerkingen mondeling worden geformuleerd, maakt het gemeentebestuur proces-verbaal op, dat door betrokkene ondertekend wordt. Art. 41.§ 1. Als het college van burgemeester en schepenen, na de in artikel 29 van het decreet bedoelde waarschuwing, het verplichte openbaar onderzoek niet organiseert, kan de technische ambtenaar in zijn plaats optreden en de in de artikelen 37 tot 40 bedoelde formaliteiten zelf vervullen. § 2. De technische ambtenaar vervult de in artikel 37 bedoelde formaliteiten door een beroep te doen op een gerechtsdeurwaarder van zijn keuze om het bericht aan te plakken. § 3. De kosten voor de vervulling van die formaliteiten worden gedragen door het in gebreke gebleven college van burgemeester en schepenen. Onderafdeling 3. - Modaliteiten voor het administratief overleg betreffende de aanvragen om unieke vergunning Art. 42.Als de geraadpleegde besturen of overheden verzoeken om de organisatie van de overlegvergadering bedoeld in artikel 92, § 2, van het decreet, worden de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar daarvan bij aangetekend schrijven in kennis gesteld binnen : 1° tien dagen als het gaat om een inrichting van klasse 2;2° dertig dagen als het gaat om een inrichting van klasse 1. De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar nodigen de bevoegde overheid en de geraadpleegde besturen en overheden bij aangetekend uit op de vergadering. Art. 43.De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar organiseren samen de overlegvergadering binnen vijfentwintig dagen als het gaat om een inrichting van klasse 2 en binnen vijftien dagen als het gaat om een inrichting van klasse 1. Art. 44.De termijnen bedoeld in de artikelen 42 en 43 lopen vanaf de datum waarop het aanvraagdossier naar de geraadpleegde overheden en besturen wordt verzonden. Art. 45.De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar maken de notulen van de overlegvergadering op en voegen ze bij het syntheserapport bedoeld in artikel 92 van het decreet. Onderafdeling 4. - Inhoud van de unieke vergunning Art. 46.Naast de informatie bedoeld in artikel 45 van het decreet, vermeldt de beslissing waarbij de vergunning wordt verleend, de volgende gegevens : 1° de maatregelen voor de openbaarmaking van de beslissing;2° de beroepsmodaliteiten;3° in voorkomend geval, een specifieke termijn voor de tenuitvoerlegging van bepaalde specifieke exploitatievoorwaarden;4° de verplichtingen van de exploitant bedoeld in de artikelen 57 tot 59 van het decreet;5° de verplichting om de bevoegde overheid in te lichten over een verandering van exploitant, overeenkomstig artikel 60 van het decreet;6° het vervalprincipe in de gevallen bedoeld in artikel 48 van het decreet. In voorkomend geval vermeldt de beslissing of de uitvoering van de vergunning onderworpen is aan 1° de vestiging, door de vergunninghouder, van zakelijke rechten op de bij de exploitatie betrokken goederen;2° de voorafgaande goedkeuring van de technische ambtenaar. Als het college van burgemeester en schepenen de beslissing naar de technische ambtenaar stuurt overeenkomstig artikel 35 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning, wijst het op de punten waarvoor de inhoud van de beslissing afwijkt van het syntheserapport opgesteld door de technische ambtenaar in het kader van de procedure voor de behandeling van de vergunningaanvraag. Onderafdeling 5. - Modaliteiten voor de behandeling van de beroepen tegen beslissingen i.v.m. aanvragen om unieke vergunning Art. 47.Het beroep bedoeld in artikel 95 van het decreet wordt bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu ingediend aan het adres de Minister van Leefmilieu. Het wordt opgemaakt d.m.v. het formulier waarvan het model in bijlage XI bij dit besluit gaat. Art. 48.Het beroep wordt ondertekend en bevat hoe dan ook de volgende gegevens : 1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;2° als de aanvrager een rechtspersoon is, de benaming of handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de maatschappelijke zetel alsook de naam, de voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die gemachtigd is om het beroep in te stellen;3° de referenties, het voorwerp en de datum van de beslissing;4° het belang van de aanvrager bij het instellen van het beroep, behalve als het door de technische ambtenaar of de gemachtigde ambtenaar wordt ingesteld;5° de middelen aangevoerd tegen de betwiste beslissing;6° een afschrift van het stortingsbewijs of van het debetbericht betreffende het dossiersrecht bedoeld in artikel 177 van het decreet, behalve wanneer het beroep wordt ingediend door de technische ambtenaar die het dossier in eerste aanleg heeft behandeld. Art. 49.De in beroep bevoegde administratie Leefmilieu maakt gelijktijdig een afschrift van het beroep over aan de administratie Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw en de technische ambtenaar en aan : 1° de overheid bevoegd om de unieke vergunning in eerste aanleg af te leveren;2° de Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu;3° het college van burgemeester en schepenen van de gemeenten waar een openbaar onderzoek werd georganiseerd;4° de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar die het dossier in eerste aanleg hebben behandeld en aan de exploitant, behalve wanneer zij de auteurs van het beroep zijn. Art. 50.Na ontvangst van het afschrift van het beroep maakt de overheid die bevoegd is om de unieke vergunning in eerste aanleg af te leveren de volgende stukken over aan de administraties Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw : 1° het bewijs waarbij de aanplakking van de beslissing wordt bevestigd als de bevoegde overheid het college van burgemeester en schepenen is;2° het bewijs van de kennisgeving bedoeld in artikel 93, § 1, van het decreet en, 3° in voorkomend geval, elk advies dat volgt op het syntheserapport. Na ontvangst van het afschrift van het beroep overeenkomstig artikel 49, 3°, bezorgt het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente op het grondgebied waarvan een openbaar onderzoek werd georganiseerd, ook aan de in beroep bevoegde administraties Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw het bewijs waarbij de aanplakking van de beslissing in elke gemeente wordt bevestigd. Art. 51.Het beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 38 van het decreet, met uitzondering van § 1, 4°, en van § 4. Art. 52.§ 1. De in beroep bevoegde administraties Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw raadplegen de besturen en overheden waarvan zij het advies nuttig achten. Die instanties sturen hen hun advies bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs of maken het over tegen ontvangbewijs binnen : 1° twintig dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 2;2° veertig dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 1. § 2. De minimale inhoud van de adviezen vereist voor de behandeling van het beroep is dezelfde als die bedoeld in artikel 18. Art. 53.Het syntheserapport bedoeld in artikel 95, § 3, van het decreet bedoelde gaat vergezeld van een voorstel van gemotiveerde beslissing van de technische ambtenaar en van de gemachtigde ambtenaar op grond van de ingewonnen adviezen. Art. 54.Wanneer de Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu zijn besluit verstuurt naar de aanvrager bedoeld in artikel 95, § 6, van het decreet, maakt hij tegelijkertijd een afschrift daarvan over aan : 1° de overheid die bevoegd is om de unieke vergunning in eerste aanleg af te leveren;2° de exploitant als hij de aanvrager niet is;3° de toezichthoudende ambtenaar. Art. 55.De beslissing na beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 38 van het decreet, met uitzondering van § 1, 4°. Onderafdeling 7. - Bijhouden van de registers Art. 56.§ 1. Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is, vermeldt de toekenning van de vergunning in zijn register binnen de tien dagen na : 1° hetzij de besluitvorming door het college van burgemeester en schepenen;2° hetzij de inontvangstneming van het besluit door het college van burgemeester en schepenen;3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld in artikel 93 van het decreet, als het syntheserapport is verstuurd overeenkomstig artikel 92 van het decreet en als het een gunstig advies van de technische ambtenaar en, in voorkomend geval, bijzondere voorwaarden bevat. De technische ambtenaar vermeldt de toekenning van de vergunning in zijn register binnen de tien dagen na : 1° hetzij de besluitvorming als de gemachtigde ambtenaar en de technische ambtenaar de bevoegde overheid zijn;2° hetzij de inontvangstneming van de door het college van burgemeester en schepenen genomen beslissing;3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld in artikel 93 van het decreet, als het syntheserapport verstuurd werd overeenkomstig artikel 92 van het decreet. § 2. Als de vergunning wordt toegekend, vermelden het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is en de technische ambtenaar de toekenning van de vergunning in hun register binnen tien dagen : 1° na ontvangst van het besluit dat de Regering overeenkomstig artikel 95, § 6, van het decreet heeft verstuurd;2° bij gebrek aan verzending overeenkomstig artikel 95, § 6, van het decreet, met ingang van de verstrijkdatum van de termijn waarover de Regering beschikt om haar besluit naar de aanvrager te sturen. Art. 57.In de registers van de technische ambtenaar en van het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is, worden de volgende gegevens vermeld : 1° de datum van het besluit;2° de referenties van het besluit;3° de naam, voornaam, hoedanigheid en woonplaats van de vergunninghouder;4° het soort inrichting, met het nummer en de bewoording van de bedoelde rubriek(en);5° de lokalisatie van de inrichting en het adres van de exploitatiezetel;6° de datum waarop het besluit van kracht wordt en de geldigheidsduur van de vergunning. Art. 58.Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is en de technische ambtenaar houden het register van de unieke vergunningen bij en vermelden er : 1° de besluiten tot wijziging van de exploitatievoorwaarden, de besluiten tot schorsing of intrekking van de vergunningen;2° de beroepen ingesteld tegen de besluiten bedoeld in artikel 56, § 1, en het al dan niet schorsende karakter ervan;3° de beroepen ingesteld tegen de besluiten bedoeld in 1°;4° de overdrachten van vergunning. Afdeling 3. - Aanvullende bepalingen betreffende de inrichtingen bedoeld in rubriek 63.12.18 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten Onderafdeling 1. - Algemeen Art. 59.§ 1. Deze afdeling betreft de inrichtingen omschreven als de gezamenlijke zone die onder het toezicht van een exploitant staat en waarvan één of meer installaties gevaarlijke bevat(ten) in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de drempels bedoeld in de delen 1 en 2 van bijlage II bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, met inbegrip van de gemeenschappelijke of bijbehorende infrastructuren of activiteiten. § 2. Deze afdeling is niet van toepassing op : 1° militaire inrichtingen, installaties of opslagplaatsen : 2° gevaren inherent aan ioniserende straling;3° het vervoer van gevaarlijke stoffen en tijdelijke opslag tijdens het vervoer via de weg, het spoor, de binnenwateren, zeewateren of de lucht, met inbegrip van laad- en losactiviteiten en de overbrenging naar of van een andere tak van vervoer in havens, op kaden of in spoorwegemplacementen, buiten de door deze afdeling bedoelde inrichtingen;4° het vervoer van gevaarlijke stoffen via pijpleidingen, met inbegrip van pompstations, buiten de onder deze afdeling vallende inrichtingen; 5° winningindustrieën waarvan de activiteiten gericht zijn op de ontginning en exploitatie van delfstoffen in mijnen en groeven, alsmede d.m.v. boringen; 6° afvalstortplaatsen. Art. 60.§ 1. De « DPA » wordt aangewezen als coördinerende dienst in de zin van artikel 4, 12° en van artikel 5, § 1, 2° van het samenwerkingsakkoord en als beoordelingsdienst in de zin van artikel 4, 13°, en van artikel 5, § 2, 2°, van hetzelfde samenwerkingsakkoord. De « DPE » wordt aangewezen als inspectiedienst in de zin van artikel 4, 14°, en van artikel 5, § 3, 2°, van hetzelfde samenwerkingsakkoord. § 2. De Minister van Leefmilieu wijst de ambtenaren aan die binnen de twee afdelingen bedoeld in de vorige paragraaf meer bepaald belast worden met de coördinatie-, evaluatie- en evaluatieopdrachten bedoeld in de artikelen 4, 12°, 13°, 14°, en 5, § 1, 2°, § 2, 2°, § 3, 2°, van het samenwerkingsakkoord, alsook hun eventuele plaatsvervangers. Die aanwijzingen en alle desbetreffende wijzigingen worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Om de in de artikelen 4, 14°, en 5, § 3, 2°, van het samenwerkingsakkoord bedoelde inspectieopdrachten te vervullen, leggen de overeenkomstig het eerste lid aangewezen ambtenaren de eed af. Onderafdeling 2. - Stukken te voegen bij de aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning Art. 61.§ 1. Onverminderd de gegevens en stukken vereist krachtens andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, gaat de aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning voor een inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden gelijk aan of groter zijn die vermeld in kolom 2 en kleiner dan die vermeld in kolom 3 van bijlage II, delen 1 en 2, bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, vergezeld van een nota met de identificatie van de gevaren waarvan de structuur en de minimale inhoud omschreven worden in bijlage XIII bij dit besluit. § 2. Onverminderd de gegevens en stukken vereist bij andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, gaat de aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning voor een inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden gelijk aan of groter dan die bedoeld in kolom 3 van bijlage II, delen 1 en 2, bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, vergezeld van een veiligheidsstudie die : 1° aantoont dat de gevaren voor zware ongevallen opgespoord zijn en dat de nodige maatregelen worden getroffen om ze te voorkomen en de gevolgen ervan voor mens en leefmilieu te beperken;2° aantoont dat het ontwerp, de bouw, de exploitatie en het onderhoud van elke installatie, opslagplaats, uitrusting en infrastructuur vereist voor de werking van de inrichting waar gevaar voor zware ongevallen schuilt, voldoende veiligheid en betrouwbaarheid bieden;3° voldoende informatie bevat over de vestiging en het bestaan van activiteiten of installaties rondom de inrichting.De structuur en de minimale inhoud van de veiligheidsstudie bedoeld in het vorige lid liggen vast in bijlage XIV bij dit besluit. § 3. De identificatienota en de veiligheidsstudie houden rekening met de nieuwe technische kennis op het vlak van de veiligheid en de evolutie van de risico's. § 4. De aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning die betrekking heeft op de verbouwing of de uitbreiding van een inrichting, gaat vergezeld van een identificatienota of een veiligheidsstudie of, hoe dan ook, van een document ter wijziging of bijwerking van de nota of de studie als : 1° de verbouwing of de uitbreiding ernstige gevolgen kan hebben wat betreft de gevaren voor zware ongevallen of;2° de verbouwing of de uitbreiding de hoeveelheid aanwezige gevaarlijke stoffen aanzienlijk verhoogt of de aard of de fysische vorm duidelijk wijzigt of;3° de verbouwing of de uitbreiding leidt tot een wijziging van de procédés waarbij gebruik wordt gemaakt van gevaarlijke stoffen. De identificatienota en de veiligheidsstudie gaan vergezeld van een bijwerking van de plannen en beschrijvingen betreffende de inrichting. De criteria voor de bepaling van de begrippen « belangrijke implicatie, aanzienlijke verhoging en wijziging » worden omschreven in bijlage XII bij dit besluit. Onderafdeling 3. - Behandeling en afgifte van de milieuvergunning en de unieke vergunning Art. 62.Het advies van de « DPA », vereist krachtens artikel 30 van het decreet, preciseert o.a. of de waarschijnlijkheid, de mogelijkheid of de gevolgen van een zwaar ongeval voor de in deze afdeling bedoelde inrichting kunnen toenemen door de aanwezigheid of de nabijheid van inrichtingen met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Art. 63.§ 1. Onverminderd de stukken vereist krachtens andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, is de identificatienota of de veiligheidsstudie onderworpen aan de modaliteiten van het openbaar onderzoek bedoeld in dit besluit. § 2. In afwijking van elke andere andersluidende reglementaire bepaling, blijft de aanvraag om milieuvergunning of unieke vergunning onderworpen aan een openbaar onderzoek als de aangevraagde uitbreiding of verbouwing tot gevolg heeft dat de inrichting onder het toepassingsgebied valt van deze afdeling of, in de gevallen bedoeld in artikel 61, § 4, van dit besluit. Art. 64.De overheid bevoegd om de milieuvergunning of de unieke vergunning in eerste aanleg of na beroep af te geven motiveert haar beslissing onder meer op grond van de gegevens vermeld in de identificatienota of de veiligheidsstudie, van het advies van elke geraadpleegde overheid en van de bijkomende gegevens die eventueel aan de exploitant werden gevraagd. Onderafdeling 4. - Toezicht en administratieve maatregelen Art. 65.§ 1. Als de door de exploitant genomen maatregelen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen ervan voor de mens en het leefmilieu te beperken duidelijk onvoldoende zijn, wordt de milieuvergunning of de unieke vergunning opgeschort of, in voorkomend geval, ingetrokken door de overheid die bevoegd is om ze in eerste aanleg af te geven, onverminderd elke andere straf of maatregel bedoeld in andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen. In voorkomend geval wordt de in het vorige lid bedoelde opschorting of intrekking slechts gedeeltelijk uitgevoerd of betreft ze slechts een gedeelte van de inrichting of van de installatie bedoeld in deze afdeling. Vooraleer een beslissing te nemen op grond van de vorige leden, geeft de overheid die bevoegd is om de milieuvergunning en de unieke vergunning in eerste aanleg af te geven, de exploitant de mogelijkheid om zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk te formuleren binnen een redelijke termijn, overeenkomstig de artikelen de 96 tot 97. § 2. De exploitant kan bij de Regering een beroep instellen tegen de krachtens § 1 genomen besluiten tot opschorting of intrekking van de vergunning. In afwijking van elke andere andersluidende bepaling, heeft dat beroep geen schorsende kracht. Het beroep wordt ingesteld overeenkomstig Hoofdstuk IV van het decreet. Art. 66.§ 1. Als de door de exploitant genomen maatregelen om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen ervan voor de mens en het leefmilieu te beperken duidelijk onvoldoende zijn, bevelen de overheid (overheden), diensten of ambtenaren bevoegd voor het toezicht op de inrichting bedoeld in deze afdeling de stopzetting van de exploitatie van de inrichting of de installatie bedoeld in deze afdeling of van de opslagruimte of van een gedeelte daarva …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.