Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Besluit van de Waalse Regering betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de mil

Kort samengevat

Dit besluit van de Waalse Regering regelt de procedure en diverse uitvoeringsmaatregelen voor het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning. Het doel is om de aanvraag, toekenning en handhaving van milieuvergunningen in het Waalse Gewest te stroomlijnen.

Wat het regelt

  • De procedure voor het aanvragen van een milieuvergunning.
  • De definitie van belangrijke begrippen zoals "decreet", "toezichthoudende ambtenaar", "inrichting" en "gevaarlijke stoffen".
  • De goedkeuring van samenwerkingsakkoorden betreffende risico's bij zware ongevallen met gevaarlijke stoffen.
  • De aanwijzing van ambtenaren voor het opsporen en vaststellen van overtredingen inzake milieubescherming.

Wie het aanbelangt

  • Exploitanten van inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.
  • Ambtenaren en personeelsleden die toezicht houden op milieubescherming in het Waalse Gewest.

Kernpunten

  • De milieuvergunning wordt aangevraagd via een specifiek formulier (bijlage I).
  • Een "inrichting" is een zone onder toezicht van een exploitant waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de drempels in bijlage II van het besluit van 4 juli 2002.
  • "Gevaarlijke stoffen" zijn stoffen, mengsels of preparaten zoals gedefinieerd in bijlage II van het besluit van 4 juli 2002.
  • "Zwaar ongeval" omvat incidenten zoals emissies, brand of explosies die een ernstig gevaar vormen voor mens en/of milieu.
Wettekst
Wettekst
Obsah (6)§ 1§ 2§ 3§ 4§ 5§ 6

4 JULI 2002. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03

herent aan zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn sluiten houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord betreffende het opvangen van de risico's

herent aan zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn; Gelet op het besluit van de Regent van 11 februari 1946 houdende goedkeuring van de titels I en II van het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming; Gelet op het besluit van de Regent van 27 september 1947 houdende goedkeuring van de titels III, IV, en V van het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming; Gelet op het koninklijk besluit van 23 september 1958Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/09/1958 pub. 21/02/2001 numac 2001000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen; Gelet op het koninklijk besluit van 26 maart 1971 ter voorkoming van de luchtverontreiniging die door verbrandingsinstallaties wordt veroorzaakt; Gelet op het koninklijk besluit van 3 augustus 1976 houdende algemeen reglement voor het lozen van afvalwater

de gewone oppervlaktewateren,

de openbare riolen en

de kunstmatige afvoerwegen voor regenwater; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 1 april 1987 tot vaststelling van de delegaties die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening

zake de bescherming van het oppervlaktewater tegen vervuiling; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 23 juli 1987 met betrekking tot de gecontroleerde stortplaatsen; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 12 november 1987 tot bepaling van de samenstelling en de werking van de Beroepscommissie i.v.m. beslissingen betreffende het lozen van afvalwater; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 25 oktober 1990 tot bepaling van de voorwaarden voor de erkenning van de laboratoria belast met de officiële analyses

zake bescherming van het oppervlaktewater en van het tot drinkbaar water verwerkbaar water tegen verontreiniging; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 29 november 1990 betreffende de voorwaarden van vrijstelling van de betaling van de belasting op het lozen van

dustrieel en huishoudelijk afvalwater voor de hospitalen, ziekenhuizen en andere

richtingen waarin niet besmettelijke zieken worden behandeld; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 14 november 1991 betreffende het winnen van tot drinkwater verwerkbaar oppervlaktewater en de waterwinnings-, preventie- en toezichtsgebieden; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 14 november 1991 betreffende de grondwaterwinningen, de waterwinningsgebieden, de preventiegebieden en de toezichtsgebieden en de kunstmatige bevoorrading van de grondwaterlagen; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 20 november 1991 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door lozingen van bepaalde gevaarlijke stoffen; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 12 maart 1992 houdende aanwijzing van ambtenaren voor de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld

artikel 15, § 2, van het decreet van 7 oktober 1985 betreffende de bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de giftige of gevaarlijke afvalstoffen; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de polychloorbifenylen en polychloorterfenylen; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende afgewerkte oliën; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende afval van de titaandioxyde-

dustrie; Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 23 december 1992 tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor het opsporen en vaststellen van overtredingen

zake de milieubescherming; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 16 september 1993 tot uitvoering van een specifiek milieubeleid

het kader van de artikelen 5 en 5bis van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij het decreet van 25 juni 1992; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 16 september 1993 tot uitvoering van een specifiek beleid

zake hernieuwbare energieën

het kader van artikel 32.13 van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering, zoals gewijzigd bij het decreet van 25 juni 1992; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afvalstoffen; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 december 1993 betreffende de bestrijding van door

dustriële

richtingen veroorzaakte luchtverontreiniging; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 december 1993 tot bestrijding van de door huisvuilverbrandingsintallaties veroorzaakte luchtverontreiniging; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 december 1993

zake voorkoming en vermindering van de luchtverontreiniging door asbest; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 23 december 1993 betreffende de machtigingen tot lozing van

dustrieel of huishoudelijk afvalwater afkomstig van

richtingen die

dustrieel afvalwater lozen; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 19 mei 1994 betreffende de bezoldiging van de adviezen die bij de behandeling van de machtigingsaanvragen tot lozing van afvalwater door de zuiveringsinstellingen worden uitgebracht; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 30 juni 1994 betreffende de afval van ziekenhuis- en gezondheidszorgactiviteiten; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 18 mei 1995 betreffende de financiering van het beheer en de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 30 november 1995 betreffende het beheer van stoffen die d.m.v. bagger- of ruimingswerken uit de bedding en de oevers van waterlopen en watervlakken verwijderd worden; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 16 oktober 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 16/10/1997 pub. 01/11/1997 numac 1997027582 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot aanwijzing van de ambtenaar die bedoeld wordt

artikel 2, 25°, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen sluiten tot aanwijzing van de ambtenaar bedoeld

artikel 2, 25°, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 9 april 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 09/04/1998 pub. 06/05/1998 numac 1998027286 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de financiering van het beheer en de bescherming van grondwater sluiten betreffende de financiering van het beheer en de bescherming van grondwater; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 15 oktober 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 15/10/1998 pub. 15/12/1998 numac 1998027681 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende reglementering van de opvang van stedelijk afvalwater sluiten houdende reglementering van de opvang van stedelijk afvalwater; Gelet op de beraadslaging van de Regering van 1 februari 2001 over het verzoek om adviesverlening door de Raad van State binnen hoogstens een maand; Gelet op het advies 31.254/4 van de Raad van State, gegeven op 1 oktober 2001, overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van de Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK I. - Begripsbepalingen Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van de hoofdstukken I tot III van dit besluit wordt verstaan onder « decreet » : het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. § 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « CWATUP » : het Waalse wetboek van ruimtelijke ordening, stedenbouw en patrimonium;2° toezichthoudende ambtenaar : ambtenaar of personeelslid aangewezen krachtens het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 23 december 1992 tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor het opsporen en vaststellen van overtredingen

zake de milieubescherming;3° « DPA » : de Afdeling Preventie en Vergunningen van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van het Ministerie van het Waalse Gewest;4° « DPE » : de Afdeling Milieupolitie van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van het Ministerie van het Waalse Gewest. § 3. Voor de toepassing van afdeling 3, hoofdstuk II, van dit besluit wordt verstaan onder : 1° samenwerkingsakkoord : het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren voor zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, goedgekeurd bij het decreet van 16 december 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/12/1999 pub. 12/10/2000 numac 2000021459 bron ministerie van het waalse gewest Decreet houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord betreffende het opvangen van de risico's

herent aan zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn sluiten;2°

richting : de gezamenlijke zone die onder het toezicht van een exploitant staat en waar

één of meer

stallaties gevaarlijke stoffen aanwezig zijn

hoeveelheden gelijk aan of groter dan de drempels bedoeld

de delen 1 en 2 van bijlage II bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten, met

begrip van de gemeenschappelijke of bijbehorende

frastructuur of aCTIviteiten;3°

stallatie : technische eenheid binnen een

richting waar gevaarlijke stoffen geproduceerd, gebruikt, gehanteerd of opgeslagen worden, die voorzien is van de voor haar werking noodzakelijke uitrusting, constructies, leidingen, machines, gereedschappen, eigen spoorwegaftakkingen, laad- en loskades, aanlegsteigers, pieren, depots of soortgelijke structuren, al dan niet drijvend;4° zwaar ongeval :

cident zoals een zware emissie, brand of explosie als gevolg van ongecontroleerde ontwikkelingen tijdens de exploitatie van de

richting, die rechtstreeks of na verloop van tijd binnen of buiten de

richting een ernstig gevaar vormt voor de gezondheid van de mens en/of voor het milieu en waarbij één of meer gevaarlijke stoffen betrokken zijn;5° gevaarlijke stoffen : de stoffen, mengsels of preparaten bedoeld

bijlage II bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten;6° gevaar :

trinsieke eigenschap van een gevaarlijke stof of van een fysische situatie die de gezondheid van de mens en/of het milieu kan schaden;7° risico : de waarschijnlijkheid dat een specifiek effect zich binnen een bepaalde periode of onder bepaalde omstandigheden voordoet;8° opslag : de aanwezigheid van een hoeveelheid gevaarlijke stoffen voor opslag, veilige bewaring of voorraadbewaring;9° schierongeval : ongecontroleerd

cident dat per toeval een zwaar ongeval kan veroorzaken;10° aanwezigheid van gevaarlijke stoffen : de effectieve of geplande aanwezigheid van gevaarlijke stoffen

de

richting, alsook van gevaarlijke stoffen die als gevolg van een ongeval kunnen worden voortgebracht

hoeveelheden gelijk aan of groter dan de drempels bedoeld

de delen 1 en 2 van bijlage II bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten. HOOFDSTUK II. - Procedures Afdeling

  1. - Procedure voor de toekenning van de milieuvergunning Onderafdeling
  2. -

diening van de aanvraag Art. 2.De milieuvergunning voor een

richting die niet voorkomt

het tweede lid, wordt aangevraagd d.m.v. een formulier waarvan het model

bijlage I bij dit besluit gaat. De milieuvergunning voor een

stallatie of activiteit bedoeld

de rubrieken 01.20 tot 01.40 van bijlage I bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten, wordt aangevraagd d.m.v. een formulier waarvan het model

bijlage II bij dit besluit gaat. Als de aanvraag betrekking heeft op een waterwinning, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage III bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op de lozing van afvalwater uit openbare zuiveringsstations, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage IV bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een

stallatie of een activiteit i.v.m. de verzameling, de verwijdering of de valorisatie van afvalstoffen, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage V bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een centrum voor technische ondergraving, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage VI bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een beperkt gebruik van genetisch gemanipuleerde of pathogene organismen, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage VII bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een kunstmatige bevoorrading van een grondwaterlaag, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage VIII bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op groeven en de aanhorigheden ervan, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage XVI bij dit besluit. Art. 3.§

  1. De aanvraag gaat vergezeld van een milieueffectbeoordeling. §
  2. Als de aanvraag betrekking heeft op een

richting bedoeld

rubriek 63.12.18 van bijlage I bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten, zijn de artikelen 59 tot 64 van dit besluit van toepassing. Art. 4.De vergunningaanvraag wordt

drie exemplaren

gediend. Als het project het grondgebied van verschillende gemeenten bestrijkt, wordt het aantal exemplaren bedoeld

het eerste lid verhoogd naar gelang van het aantal gemeenten op het grondgebied waarvan het project betrekking heeft. Art. 5.Het gemeentebestuur bewaart één exemplaar van de vergunningaanvraag en stuurt de overige exemplaren naar de technische ambtenaar. Art. 6.Na ontvangst van het aanvraagdossier wordt één exemplaar van de nota met de identificatie van de gevaren of van de

artikel 61 bedoelde veiligheidsstudie of van elk document tot rechtzetting, wijziging of aanvulling van bedoelde studie door de technische ambtenaar overgemaakt aan de Algemene directie civiele bescherming van het Federale Ministerie van Binnenlandse Zaken, overeenkomstig artikel 26bis van het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Onderafdeling 2. - Openbaar onderzoek Art. 7.Er wordt een openbaar onderzoek georganiseerd

de volgende gemeenten : 1° de gemeente(n) op het grondgebied waarvan het project gelegen is;2° als het gaat om een

richting van klasse 1, de gemeente(n) waarvan een gedeelte van het grondgebied gelegen is

een straal van 500 meter rondom de perimeter die het gezamenlijke project

sluit. Art. 8.De technische ambtenaar stuurt een afschrift van de vergunningaanvraag en van de eventuele aanvullende stukken naar de overige gemeenten op het grondgebied waarvan een openbaar onderzoek wordt georganiseerd de dag waarop hij aan het gemeentebestuur waar de aanvraag is

gediend, een afschrift van de beslissing overmaakt waarbij bevestigd wordt dat de aanvraag volledig en ontvankelijk is, of na afloop van de termijn bedoeld

artikel 20, eerste of derde lid. Art. 9.§ 1. Het openbaar onderzoek wordt binnen vijf dagen na ontvangst van de

artikel 8 bedoelde stukken vierentwintig uur vóór de opening ervan aangekondigd door het gemeentebestuur van elke betrokken gemeente d.m.v. een aangeplakt bericht naar het model

bijlage X bij dit besluit. Het bericht wordt gedrukt

zwarte letters op een gele achtergrond en heeft een minimale oppervlakte van 35 dm2. Het wordt aangeplakt : 1°

het gemeentehuis;2° op de gebruikelijke aanplakplaatsen;3° op vier plaatsen

de onmiddellijke omgeving van de plaats waar het project moet worden uitgevoerd, langs een openbare rijweg of -strook. Het bericht vermeldt de personalia van de aanvrager en de technische ambtenaar zodat iedereen technische uitleg over het project kan verkrijgen. § 2. Op de dag van aanplakking maakt elk betrokken gemeentebestuur een afschrift van het bericht over aan de aangrenzende gemeenten en de technische ambtenaar en worden de volgende personen schriftelijk,

dividueel en aan huis

kennis gesteld van de opening van het openbaar onderzoek : 1° de eigenaars en bewoners van de terreinen en gebouwen gelegen

een straal van 50 meter rondom het project als het gaat om een

richting van klasse 1;2° de houders van rechten die de milieuvergunning zou kunnen tenietdoen of wijzigen en die verband houden met erfdienstbaarheden gevestigd door 's mensen toedoen of met de

de aanvraag vermelde overeengekomen verplichtingen betreffende het grondgebruik. § 3. Wat de vergunningaanvragen voor

richtingen van klasse 1 betreft, wordt het openbaar onderzoek aangekondigd d.m.v. een bericht

de lokale bladzijden van drie Franstalige of Duitstalige dagbladen, al naar gelang het geval. Het bericht verschijnt ook

een eventueel gemeentelijk

formatieblad of

een huis aan huis reclameblad dat gratis uitgedeeld wordt aan de bevolking van de betrokken gemeente. Art. 10.Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen voor een

richting van klasse 1 en vijftien dagen voor een

richting van klasse 2, onder voorbehoud van artikel 39, tweede lid, tweede zin, van het decreet. De berichten bedoeld

artikel 9, § 1, blijven op zichtbare en leesbare wijze aangeplakt tijdens de hele duur van het onderzoek. Art. 11.Tijdens de duur van het onderzoek, ligt de

houd van de vergunningaanvraag ter

zage bij het gemeentebestuur op de kantooruren en één dag per week tot twintig uur of op zaterdagochtend, met uitzondering van de gegevens onttrokken aan het openbaar onderzoek bij beslissing van de technische ambtenaar overeenkomstig het tweede lid. De technische ambtenaar beslist of bepaalde gegevens onttrokken moeten worden aan het openbaar onderzoek op grond van de beoordelingscriteria bedoeld

artikel 6 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en

het decreet van 13 juni 1991 betreffende de vrije toegang van de burgers tot

formatie over het leefmilieu. Het aanvraagdossier dat het voorwerp is van het openbaar onderzoek, vermeldt het feit dat de technische ambtenaar beslist heeft bepaalde gegevens aan het onderzoek te onttrekken. Art. 12.Tijdens de duur van het onderzoek kunnen bezwaren en opmerkingen schriftelijk of mondeling gericht worden aan het gemeentebestuur, met vermelding van naam en adres. Als de bezwaren of opmerkingen mondeling worden geformuleerd, maakt het gemeentebestuur een door betrokkene te ondertekenen proces-verbaal op. Art. 13.§ 1. Als het college van burgemeester en schepenen, na de waarschuwing bedoeld

artikel 29 van het decreet, het verplichte openbaar onderzoek niet organiseert, kan de technische ambtenaar

zijn plaats optreden en de

de artikelen 9 tot 12 bedoelde formaliteiten zelf vervullen. § 2. De technische ambtenaar vervult de

artikel 9 bedoelde formaliteiten door een beroep te doen op een gerechtsdeurwaarder van zijn keuze om het bericht te laten aanplakken. § 3. De kosten voor de vervulling van die formaliteiten worden gedragen door het

gebreke gebleven college van burgemeester en schepenen. Onderafdeling 3. - Modaliteiten voor het administratief overleg betreffende de milieuvergunningaanvragen Art. 14.Als de geraadpleegde besturen of overheden verzoeken om de organisatie van de overlegvergadering bedoeld

artikel 31 van het decreet, wordt de technische ambtenaar daarvan bij aangetekend schrijven

kennis gesteld binnen : 1° tien dagen als het gaat om een

richting van klasse 2;2° dertig dagen als het gaat om een

richting van klasse 1. Als de technische ambtenaar verzoekt om de organisatie van een overlegvergadering, worden de geraadpleegde besturen of overheden op dezelfde wijze geïnformeerd. Art. 15.De technische ambtenaar bepaalt de datum en de plaats van de overlegvergadering. De vergadering vindt plaats binnen vijfentwintig dagen als het gaat om een

richting van klasse 2 en binnen vijftig dagen als het gaat om een

richting van klasse 1. De bevoegde overheid en de geraadpleegde besturen en overheden worden door de technische ambtenaar bij aangetekend schrijven uitgenodigd op de vergadering. Art. 16.De termijnen bedoeld

de artikelen 14 en 15 lopen vanaf de datum waarop de technische ambtenaar het aanvraagdossier naar de geraadpleegde overheden en besturen verzendt. Art. 17.De technische ambtenaar maakt de notulen van de overlegvergadering op en voegt ze bij het syntheserapport bedoeld

artikel 32 van het decreet. Onderafdeling 4. - Minimale

houd van de adviezen vereist voor de behandeling van de milieuvergunningaanvragen Art. 18.De adviezen bedoeld

artikel 30, tweede lid, van het decreet vermelden hoe dan ook : 1° de identificatie van de geraadpleegde

stantie;2° de referenties van het project;3° de naam, voornaam en hoedanigheid van de auteur van het advies;4° een beschrijving van de effecten van het project;5° het onderzoek naar de doelmatigheid van het project rekening houdende met de bevoegdheden van de geraadpleegde

stantie;6°

geval van gunstig advies, de bijzondere voorwaarden die onder de bevoegdheid van de geraadpleegde

stantie ressorteren en waaraan de exploitatie van de

richting zou moeten voldoen;7°

geval van ongunstig advies, de motieven. Onderafdeling 5. -

houd van de milieuvergunning Art. 19.Naast de

formatie bedoeld

artikel 45 van het decreet, vermeldt de beslissing waarbij de vergunning wordt verleend de volgende gegevens : 1° de maatregelen voor de openbaarmaking van de beslissing;2° de beroepsmodaliteiten;3°

voorkomend geval, een specifieke termijn voor de tenuitvoerlegging van bepaalde specifieke exploitatievoorwaarden;4° de verplichtingen van de exploitant bedoeld

de artikelen 57 tot 59 van het decreet;5° de verplichting tot

formatie van de bevoegde overheid

geval van verandering van exploitant, overeenkomstig artikel 60 van het decreet;6° het vervalprincipe

de gevallen bedoeld

artikel 48 van het decreet.

voorkomend geval vermeldt de beslissing of de uitvoering van de vergunning onderworpen is aan : 1° de vestiging, door de vergunninghouder, van zakelijke rechten op de bij de exploitatie betrokken goederen;2° de voorafgaande goedkeuring van de technische ambtenaar. Als de bevoegde overheid de beslissing naar de technische ambtenaar stuurt overeenkomstig artikel 35 van het decreet, wijst ze op de punten waarvoor de

houd van de beslissing afwijkt van het syntheserapport opgesteld door de technische ambtenaar

het kader van de procedure voor de behandeling van de vergunningaanvraag. Onderafdeling 6. - Modaliteiten voor de behandeling van beroepen tegen beslissingen i.v.m. milieuvergunningaanvragen Art. 20.Het beroep bedoeld

artikel 40 van het decreet wordt bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu

gediend aan het adres van de Minister van Leefmilieu. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier waarvan het model

bijlage XI bij dit besluit gaat. Art. 21.Het beroep wordt ondertekend en bevat hoe dan ook de volgende gegevens : 1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;2° als de aanvrager een rechtspersoon is, de benaming of handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de maatschappelijke zetel, alsook de naam, de voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die het beroep mag

stellen;3° de referenties, het voorwerp en de datum van de beslissing;4° het belang van de aanvrager bij het

stellen van het beroep, behalve als het door de technische ambtenaar wordt

gesteld;5° de middelen aangevoerd tegen de betwiste beslissing;6° een afschrift van het stortingsbewijs of van het debetbericht betreffende het dossiersrecht bedoeld

artikel 177 van het decreet, behalve wanneer het beroep wordt

gediend door de technische ambtenaar die het dossier

eerste aanleg heeft behandeld. Art. 22.Na ontvangst van het beroep maakt de technische ambtenaar een afschrift over aan : 1° de overheid bevoegd om de milieuvergunning

eerste aanleg af te leveren;2° de Minister van Leefmilieu;3° het college van burgemeester en schepenen van de gemeenten waar een openbaar onderzoek werd georganiseerd;4° de technische ambtenaar die het dossier

eerste aanleg heeft behandeld en aan de exploitant, behalve wanneer ze de auteur van het beroep zijn. Art. 23.Na ontvangst van het afschrift van het beroep maakt de overheid die bevoegd is om de milieuvergunning

eerste aanleg af te leveren, de volgende stukken over aan de technische ambtenaar : 1° het bewijs waarbij de aanplakking van de beslissing wordt bevestigd als de bevoegde overheid het college van burgemeester en schepenen is;2° het bewijs van de kennisgeving bedoeld

artikel 35 van het decreet en, 3°

voorkomend geval, elk advies dat volgt op het syntheserapport. Zodra het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente op het grondgebied waarvan een openbaar onderzoek werd georganiseerd het afschrift van het beroep overeenkomstig artikel 22, 3°,

ontvangst heeft genomen, geeft het ook de

beroep bevoegde technische ambtenaar kennis van het bewijs waarbij wordt bevestigd dat de beslissing

elke gemeente is aangeplakt. Art. 24.Het beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld

artikel 38 van het decreet, met uitzondering van § 1, 4°, en van § 4. Art. 25.De

beroep bevoegde technische ambtenaar verzoekt het Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium om advies en raadpleegt de besturen en overheden waarvan hij het advies nuttig acht. Die

stanties sturen hem hun advies bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs of maken het over tegen ontvangbewijs binnen : 1° twintig dagen, te rekenen van de aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een

richting van klasse 2;2° veertig dagen, te rekenen van de aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een

richting van klasse 1. De minimale

houd van de adviezen vereist voor de behandeling van het beroep is dezelfde als die bedoeld

artikel 18. Art. 26.Wanneer de Minister van Leefmilieu zijn besluit verstuurt naar de aanvrager bedoeld

artikel 40, § 5, van het decreet, maakt hij tegelijkertijd een afschrift ervan over aan de toezichthoudende ambtenaar. Onderafdeling

  1. - Bijhouden van de registers voor milieuvergunningen Art. 27.§
  2. Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is, vermeldt de toekenning van de vergunning

zijn register binnen de tien dagen die volgen op : 1° hetzij de besluitvorming door het college van burgemeester en schepenen;2° hetzij de ontvangst van het besluit door het college van burgemeester en schepenen;3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld

artikel 35 van het decreet, als het syntheserapport is verstuurd overeenkomstig artikel 32 van het decreet en als het een gunstig advies van de technische ambtenaar en,

voorkomend geval, bijzondere voorwaarden bevat. De technische ambtenaar vermeldt de toekenning van de vergunning

zijn register binnen de tien dagen na : 1° hetzij de besluitvorming als hij de bevoegde overheid is;2° hetzij de

ontvangstneming van de door het college van burgemeester en schepenen genomen beslissing;3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld

artikel 35 van het decreet, als het syntheserapport verstuurd werd overeenkomstig artikel 32 van het decreet en als het een gunstig advies van de technische ambtenaar en,

voorkomend geval, bijzondere voorwaarden bevat. § 2. Als de vergunning na beroep wordt toegekend, vermelden het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is en de technische ambtenaar de toekenning van de vergunning

hun register binnen tien dagen : 1° na ontvangst van het besluit dat de Regering overeenkomstig artikel 40, § 5, van het decreet heeft verstuurd;2° bij gebrek aan verzending overeenkomstig artikel 40, § 4, van het decreet, met

gang van de verstrijkdatum van de termijn waarover de Regering beschikt om haar besluit naar de aanvrager te sturen. Art. 28.

de registers van de technische ambtenaar en van het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is, worden de volgende gegevens vermeld : 1° de datum van het besluit;2° de referenties van het besluit;3° de naam, voornaam, hoedanigheid en woonplaats van de vergunninghouder;4° het soort

richting, met het nummer en de bewoording van de bedoelde rubriek(en);5° de lokalisatie van de

richting en het adres van de exploitatiezetel;6° de datum waarop het besluit van kracht wordt en de geldigheidsduur van de vergunning. Art. 29.Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is en de technische ambtenaar houden het register van de milieuvergunningen bij en vermelden er : 1° de besluiten tot wijziging van de exploitatievoorwaarden, de besluiten tot schorsing of

trekking van de vergunningen;2° de beroepen

gesteld tegen de besluiten bedoeld

artikel 27, § 1, en het al dan niet schorsende karakter ervan;3° de beroepen

gesteld tegen de besluiten bedoeld

1°;4° de overdrachten van vergunning. Afdeling

  1. - Procedure voor de toekenning van de unieke vergunning Onderafdeling
  2. -

diening van de aanvraag Art. 30.De unieke vergunning voor de

richtingen die niet

het tweede lid voorkomen, wordt aangevraagd d.m.v. een formulier waarvan het model

bijlage I bij dit besluit gaat. De unieke vergunning voor een

stallatie of activiteit bedoeld

de rubrieken 01.20 tot 01.40 van bijlage I bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten, wordt aangevraagd d.m.v. een formulier waarvan het model

bijlage II bij dit besluit gaat. Als de aanvraag betrekking heeft op een waterwinning, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage III bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op de lozing van afvalwater uit openbare zuiveringsstations, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage IV bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een

stallatie of een activiteit i.v.m. de verzameling, de verwijdering of de valorisatie van afvalstoffen, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage V bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een centrum voor technische ondergraving, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage VI bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op een beperkt gebruik van genetisch gemanipuleerde of pathogene organismen, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage VII bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op de kunstmatige bevoorrading van een grondwaterlaag, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage VIII bij dit besluit. Als de aanvraag betrekking heeft op groeven en de aanhorigheden ervan, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld

het eerste lid van dit artikel, de gegevens bedoeld

bijlage XVI bij dit besluit. Art. 31.§

  1. De aanvraag gaat vergezeld van een milieueffectbeoordeling. §
  2. Als de aanvraag betrekking heeft op een

richting bedoeld

rubriek 63.12.18 van bijlage I bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten, zijn de artikelen 59 tot 64 van dit besluit van toepassing. Art. 32.De vergunningaanvraag wordt

gediend

vier exemplaren. Als het project het grondgebied van verschillende gemeenten bestrijkt, wordt het aantal exemplaren bedoeld

het eerste lid verhoogd naar gelang van het aantal gemeenten op het grondgebied waarvan het project betrekking heeft. Art. 33.Het gemeentebestuur bewaart één exemplaar van de vergunningaanvraag en stuurt de overige exemplaren naar de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar. Art. 34.Na ontvangst van het aanvraagdossier wordt één exemplaar van de nota met de identificatie van de gevaren of van de

artikel 61 bedoelde veiligheidsstudie of van elk document tot rechtzetting, wijziging of aanvulling van bedoelde studie door de technische ambtenaar overgemaakt aan de Algemene directie civiele bescherming van het Federale Ministerie van Binnenlandse Zaken, overeenkomstig artikel 26bis van het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Onderafdeling 2 - Openbaar onderzoek Art. 35.Er wordt een openbaar onderzoek georganiseerd

de volgende gemeenten : 1° de gemeente(n) op het grondgebied waarvan het project gelegen is;2° als het gaat om een

richting van klasse 1, de gemeente(n) waarvan een gedeelte van het grondgebied gelegen is

een straal van 500 meter rondom de perimeter die het gezamenlijke project

sluit. Art. 36.De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar sturen een afschrift van de vergunningaanvraag en van de eventuele aanvullende stukken naar de overige gemeenten op het grondgebied waarvan een openbaar onderzoek wordt georganiseerd, de dag waarop zij aan het gemeentebestuur waar de aanvraag is

gediend een afschrift van de beslissing overmaken waarbij bevestigd wordt dat de aanvraag volledig en ontvankelijk is, of na afloop van de termijn bedoeld

artikel 20, eerste of derde lid. Art. 37.§ 1. Het openbaar onderzoek wordt binnen vijf dagen na ontvangst van de

artikel 36 bedoelde stukken vierentwintig uur vóór de opening ervan aangekondigd door het gemeentebestuur van elke betrokken gemeente d.m.v. een aangeplakt bericht naar het model

bijlage X bij dit besluit. Het bericht wordt gedrukt

zwarte letters op een gele achtergrond en heeft een minimale oppervlakte van 35 dm2. Het wordt aangeplakt : 1°

het gemeentehuis;2° op de gebruikelijke aanplakplaatsen;3° op vier plaatsen

de onmiddellijke omgeving van de plaats waar het project moet worden uitgevoerd, langs een openbare rijweg of -strook. Het bericht vermeldt de personalia van de aanvrager, de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar zodat iedereen technische uitleg over het project kan verkrijgen. § 2. Op de dag van aanplakking maakt elk betrokken gemeentebestuur een afschrift van het bericht over aan de aangrenzende gemeenten, de technische ambtenaar alsmede de gemachtigde ambtenaar, en worden de volgende personen schriftelijk,

dividueel en aan huis

kennis gesteld van de opening van het openbaar onderzoek : 1° de eigenaars en bewoners van de terreinen en gebouwen gelegen

een straal van 50 meter rondom het project als het gaat om een

richting van klasse 1;2° de houders van rechten die de milieuvergunning zou kunnen tenietdoen of wijzigen en die verband houden met erfdienstbaarheden gevestigd door 's mensen toedoen of met de

de aanvraag vermelde overeengekomen verplichtingen betreffende het grondgebruik. § 3. Wat de vergunningaanvragen voor

richtingen van klasse 1 betreft, wordt het openbaar onderzoek aangekondigd d.m.v. een bericht

de lokale bladzijden van drie Franstalige of Duitstalige dagbladen, al naar gelang het geval. Het bericht verschijnt ook

een eventueel gemeentelijk

formatieblad of

een huis aan huis reclameblad dat gratis uitgedeeld wordt aan de bevolking van de betrokken gemeente. Art. 38.Het openbaar onderzoek duurt dertig dagen voor een

richting van klasse 1 en vijftien dagen voor een

richting van klasse 2. De berichten bedoeld

artikel 37, § 1, blijven op zichtbare en leesbare wijze aangeplakt tijdens de hele duur van het onderzoek. Art. 39.Tijdens de duur van het onderzoek ligt de

houd van de vergunningaanvraag ter

zage bij het gemeentebestuur op de kantooruren en één dag per week tot twintig uur of op zaterdagochtend, met uitzondering van de gegevens onttrokken aan het openbaar onderzoek bij beslissing van de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar overeenkomstig het tweede lid. De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar beslissen of bepaalde gegevens onttrokken moeten worden aan het openbaar onderzoek op grond van de beoordelingscriteria bedoeld

artikel 6 van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en

het decreet van 13 juni 1991 betreffende de vrije toegang van de burgers tot

formatie over het leefmilieu. Het aanvraagdossier dat het voorwerp is van het openbaar onderzoek, vermeldt het feit dat de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar beslist hebben bepaalde gegevens aan het onderzoek te onttrekken. Art. 40.Tijdens de duur van het onderzoek kunnen bezwaren en opmerkingen schriftelijk of mondeling gericht worden aan het gemeentebestuur, met vermelding van naam en adres. Als de bezwaren of opmerkingen mondeling worden geformuleerd, maakt het gemeentebestuur proces-verbaal op, dat door betrokkene ondertekend wordt. Art. 41.§ 1. Als het college van burgemeester en schepenen, na de

artikel 29 van het decreet bedoelde waarschuwing, het verplichte openbaar onderzoek niet organiseert, kan de technische ambtenaar

zijn plaats optreden en de

de artikelen 37 tot 40 bedoelde formaliteiten zelf vervullen. § 2. De technische ambtenaar vervult de

artikel 37 bedoelde formaliteiten door een beroep te doen op een gerechtsdeurwaarder van zijn keuze om het bericht aan te plakken. § 3. De kosten voor de vervulling van die formaliteiten worden gedragen door het

gebreke gebleven college van burgemeester en schepenen. Onderafdeling 3. - Modaliteiten voor het administratief overleg betreffende de aanvragen om unieke vergunning Art. 42.Als de geraadpleegde besturen of overheden verzoeken om de organisatie van de overlegvergadering bedoeld

artikel 92, § 2, van het decreet, worden de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar daarvan bij aangetekend schrijven

kennis gesteld binnen : 1° tien dagen als het gaat om een

richting van klasse 2;2° dertig dagen als het gaat om een

richting van klasse 1. De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar nodigen de bevoegde overheid en de geraadpleegde besturen en overheden bij aangetekend uit op de vergadering. Art. 43.De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar organiseren samen de overlegvergadering binnen vijfentwintig dagen als het gaat om een

richting van klasse 2 en binnen vijftien dagen als het gaat om een

richting van klasse 1. Art. 44.De termijnen bedoeld

de artikelen 42 en 43 lopen vanaf de datum waarop het aanvraagdossier naar de geraadpleegde overheden en besturen wordt verzonden. Art. 45.De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar maken de notulen van de overlegvergadering op en voegen ze bij het syntheserapport bedoeld

artikel 92 van het decreet. Onderafdeling 4. -

houd van de unieke vergunning Art. 46.Naast de

formatie bedoeld

artikel 45 van het decreet, vermeldt de beslissing waarbij de vergunning wordt verleend, de volgende gegevens : 1° de maatregelen voor de openbaarmaking van de beslissing;2° de beroepsmodaliteiten;3°

voorkomend geval, een specifieke termijn voor de tenuitvoerlegging van bepaalde specifieke exploitatievoorwaarden;4° de verplichtingen van de exploitant bedoeld

de artikelen 57 tot 59 van het decreet;5° de verplichting om de bevoegde overheid

te lichten over een verandering van exploitant, overeenkomstig artikel 60 van het decreet;6° het vervalprincipe

de gevallen bedoeld

artikel 48 van het decreet.

voorkomend geval vermeldt de beslissing of de uitvoering van de vergunning onderworpen is aan 1° de vestiging, door de vergunninghouder, van zakelijke rechten op de bij de exploitatie betrokken goederen;2° de voorafgaande goedkeuring van de technische ambtenaar. Als het college van burgemeester en schepenen de beslissing naar de technische ambtenaar stuurt overeenkomstig artikel 35 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning, wijst het op de punten waarvoor de

houd van de beslissing afwijkt van het syntheserapport opgesteld door de technische ambtenaar

het kader van de procedure voor de behandeling van de vergunningaanvraag. Onderafdeling 5. - Modaliteiten voor de behandeling van de beroepen tegen beslissingen i.v.m. aanvragen om unieke vergunning Art. 47.Het beroep bedoeld

artikel 95 van het decreet wordt bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu

gediend aan het adres de Minister van Leefmilieu. Het wordt opgemaakt d.m.v. het formulier waarvan het model

bijlage XI bij dit besluit gaat. Art. 48.Het beroep wordt ondertekend en bevat hoe dan ook de volgende gegevens : 1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;2° als de aanvrager een rechtspersoon is, de benaming of handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de maatschappelijke zetel alsook de naam, de voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die gemachtigd is om het beroep

te stellen;3° de referenties, het voorwerp en de datum van de beslissing;4° het belang van de aanvrager bij het

stellen van het beroep, behalve als het door de technische ambtenaar of de gemachtigde ambtenaar wordt

gesteld;5° de middelen aangevoerd tegen de betwiste beslissing;6° een afschrift van het stortingsbewijs of van het debetbericht betreffende het dossiersrecht bedoeld

artikel 177 van het decreet, behalve wanneer het beroep wordt

gediend door de technische ambtenaar die het dossier

eerste aanleg heeft behandeld. Art. 49.De

beroep bevoegde administratie Leefmilieu maakt gelijktijdig een afschrift van het beroep over aan de administratie Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw en de technische ambtenaar en aan : 1° de overheid bevoegd om de unieke vergunning

eerste aanleg af te leveren;2° de Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu;3° het college van burgemeester en schepenen van de gemeenten waar een openbaar onderzoek werd georganiseerd;4° de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar die het dossier

eerste aanleg hebben behandeld en aan de exploitant, behalve wanneer zij de auteurs van het beroep zijn. Art. 50.Na ontvangst van het afschrift van het beroep maakt de overheid die bevoegd is om de unieke vergunning

eerste aanleg af te leveren de volgende stukken over aan de administraties Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw : 1° het bewijs waarbij de aanplakking van de beslissing wordt bevestigd als de bevoegde overheid het college van burgemeester en schepenen is;2° het bewijs van de kennisgeving bedoeld

artikel 93, § 1, van het decreet en, 3°

voorkomend geval, elk advies dat volgt op het syntheserapport. Na ontvangst van het afschrift van het beroep overeenkomstig artikel 49, 3°, bezorgt het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente op het grondgebied waarvan een openbaar onderzoek werd georganiseerd, ook aan de

beroep bevoegde administraties Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw het bewijs waarbij de aanplakking van de beslissing

elke gemeente wordt bevestigd. Art. 51.Het beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld

artikel 38 van het decreet, met uitzondering van § 1, 4°, en van § 4. Art. 52.§ 1. De

beroep bevoegde administraties Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw raadplegen de besturen en overheden waarvan zij het advies nuttig achten. Die

stanties sturen hen hun advies bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs of maken het over tegen ontvangbewijs binnen : 1° twintig dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een

richting van klasse 2;2° veertig dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een

richting van klasse

  1. §
  2. De minimale

houd van de adviezen vereist voor de behandeling van het beroep is dezelfde als die bedoeld

artikel 18. Art. 53.Het syntheserapport bedoeld

artikel 95, § 3, van het decreet bedoelde gaat vergezeld van een voorstel van gemotiveerde beslissing van de technische ambtenaar en van de gemachtigde ambtenaar op grond van de

gewonnen adviezen. Art. 54.Wanneer de Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu zijn besluit verstuurt naar de aanvrager bedoeld

artikel 95, § 6, van het decreet, maakt hij tegelijkertijd een afschrift daarvan over aan : 1° de overheid die bevoegd is om de unieke vergunning

eerste aanleg af te leveren;2° de exploitant als hij de aanvrager niet is;3° de toezichthoudende ambtenaar. Art. 55.De beslissing na beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld

artikel 38 van het decreet, met uitzondering van § 1, 4°. Onderafdeling

  1. - Bijhouden van de registers Art. 56.§
  2. Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is, vermeldt de toekenning van de vergunning

zijn register binnen de tien dagen na : 1° hetzij de besluitvorming door het college van burgemeester en schepenen;2° hetzij de

ontvangstneming van het besluit door het college van burgemeester en schepenen;3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld

artikel 93 van het decreet, als het syntheserapport is verstuurd overeenkomstig artikel 92 van het decreet en als het een gunstig advies van de technische ambtenaar en,

voorkomend geval, bijzondere voorwaarden bevat. De technische ambtenaar vermeldt de toekenning van de vergunning

zijn register binnen de tien dagen na : 1° hetzij de besluitvorming als de gemachtigde ambtenaar en de technische ambtenaar de bevoegde overheid zijn;2° hetzij de

ontvangstneming van de door het college van burgemeester en schepenen genomen beslissing;3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld

artikel 93 van het decreet, als het syntheserapport verstuurd werd overeenkomstig artikel 92 van het decreet. § 2. Als de vergunning wordt toegekend, vermelden het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is en de technische ambtenaar de toekenning van de vergunning

hun register binnen tien dagen : 1° na ontvangst van het besluit dat de Regering overeenkomstig artikel 95, § 6, van het decreet heeft verstuurd;2° bij gebrek aan verzending overeenkomstig artikel 95, § 6, van het decreet, met

gang van de verstrijkdatum van de termijn waarover de Regering beschikt om haar besluit naar de aanvrager te sturen. Art. 57.

de registers van de technische ambtenaar en van het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is, worden de volgende gegevens vermeld : 1° de datum van het besluit;2° de referenties van het besluit;3° de naam, voornaam, hoedanigheid en woonplaats van de vergunninghouder;4° het soort

richting, met het nummer en de bewoording van de bedoelde rubriek(en);5° de lokalisatie van de

richting en het adres van de exploitatiezetel;6° de datum waarop het besluit van kracht wordt en de geldigheidsduur van de vergunning. Art. 58.Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is en de technische ambtenaar houden het register van de unieke vergunningen bij en vermelden er : 1° de besluiten tot wijziging van de exploitatievoorwaarden, de besluiten tot schorsing of

trekking van de vergunningen;2° de beroepen

gesteld tegen de besluiten bedoeld

artikel 56, § 1, en het al dan niet schorsende karakter ervan;3° de beroepen

gesteld tegen de besluiten bedoeld

1°;4° de overdrachten van vergunning. Afdeling 3. - Aanvullende bepalingen betreffende de

richtingen bedoeld

rubriek 63.12.18 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten Onderafdeling

  1. - Algemeen Art. 59.§
  2. Deze afdeling betreft de

richtingen omschreven als de gezamenlijke zone die onder het toezicht van een exploitant staat en waarvan één of meer

stallaties gevaarlijke bevat(ten)

hoeveelheden gelijk aan of groter dan de drempels bedoeld

de delen 1 en 2 van bijlage II bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten, met

begrip van de gemeenschappelijke of bijbehorende

frastructuren of activiteiten. § 2. Deze afdeling is niet van toepassing op : 1° militaire

richtingen,

stallaties of opslagplaatsen : 2° gevaren

herent aan ioniserende straling;3° het vervoer van gevaarlijke stoffen en tijdelijke opslag tijdens het vervoer via de weg, het spoor, de binnenwateren, zeewateren of de lucht, met

begrip van laad- en losactiviteiten en de overbrenging naar of van een andere tak van vervoer

havens, op kaden of

spoorwegemplacementen, buiten de door deze afdeling bedoelde

richtingen;4° het vervoer van gevaarlijke stoffen via pijpleidingen, met

begrip van pompstations, buiten de onder deze afdeling vallende

richtingen; 5° winningindustrieën waarvan de activiteiten gericht zijn op de ontginning en exploitatie van delfstoffen

mijnen en groeven, alsmede d.m.v. boringen; 6° afvalstortplaatsen. Art. 60.§ 1. De « DPA » wordt aangewezen als coördinerende dienst

de zin van artikel 4, 12° en van artikel 5, § 1, 2° van het samenwerkingsakkoord en als beoordelingsdienst

de zin van artikel 4, 13°, en van artikel 5, § 2, 2°, van hetzelfde samenwerkingsakkoord. De « DPE » wordt aangewezen als

spectiedienst

de zin van artikel 4, 14°, en van artikel 5, § 3, 2°, van hetzelfde samenwerkingsakkoord. § 2. De Minister van Leefmilieu wijst de ambtenaren aan die binnen de twee afdelingen bedoeld

de vorige paragraaf meer bepaald belast worden met de coördinatie-, evaluatie- en evaluatieopdrachten bedoeld

de artikelen 4, 12°, 13°, 14°, en 5, § 1, 2°, § 2, 2°, § 3, 2°, van het samenwerkingsakkoord, alsook hun eventuele plaatsvervangers. Die aanwijzingen en alle desbetreffende wijzigingen worden

het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Om de

de artikelen 4, 14°, en 5, § 3, 2°, van het samenwerkingsakkoord bedoelde

spectieopdrachten te vervullen, leggen de overeenkomstig het eerste lid aangewezen ambtenaren de eed af. Onderafdeling

  1. - Stukken te voegen bij de aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning Art. 61.§
  2. Onverminderd de gegevens en stukken vereist krachtens andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, gaat de aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning voor een

richting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn

hoeveelheden gelijk aan of groter zijn die vermeld

kolom 2 en kleiner dan die vermeld

kolom 3 van bijlage II, delen 1 en 2, bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten, vergezeld van een nota met de identificatie van de gevaren waarvan de structuur en de minimale

houd omschreven worden

bijlage XIII bij dit besluit. § 2. Onverminderd de gegevens en stukken vereist bij andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, gaat de aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning voor een

richting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn

hoeveelheden gelijk aan of groter dan die bedoeld

kolom 3 van bijlage II, delen 1 en 2, bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten, vergezeld van een veiligheidsstudie die : 1° aantoont dat de gevaren voor zware ongevallen opgespoord zijn en dat de nodige maatregelen worden getroffen om ze te voorkomen en de gevolgen ervan voor mens en leefmilieu te beperken;2° aantoont dat het ontwerp, de bouw, de exploitatie en het onderhoud van elke

stallatie, opslagplaats, uitrusting en

frastructuur vereist voor de werking van de

richting waar gevaar voor zware ongevallen schuilt, voldoende veiligheid en betrouwbaarheid bieden;3° voldoende

formatie bevat over de vestiging en het bestaan van activiteiten of

stallaties rondom de

richting.De structuur en de minimale

houd van de veiligheidsstudie bedoeld

het vorige lid liggen vast

bijlage XIV bij dit besluit. §

  1. De identificatienota en de veiligheidsstudie houden rekening met de nieuwe technische kennis op het vlak van de veiligheid en de evolutie van de risico's. §
  2. De aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning die betrekking heeft op de verbouwing of de uitbreiding van een

richting, gaat vergezeld van een identificatienota of een veiligheidsstudie of, hoe dan ook, van een document ter wijziging of bijwerking van de nota of de studie als : 1° de verbouwing of de uitbreiding ernstige gevolgen kan hebben wat betreft de gevaren voor zware ongevallen of;2° de verbouwing of de uitbreiding de hoeveelheid aanwezige gevaarlijke stoffen aanzienlijk verhoogt of de aard of de fysische vorm duidelijk wijzigt of;3° de verbouwing of de uitbreiding leidt tot een wijziging van de procédés waarbij gebruik wordt gemaakt van gevaarlijke stoffen. De identificatienota en de veiligheidsstudie gaan vergezeld van een bijwerking van de plannen en beschrijvingen betreffende de

richting. De criteria voor de bepaling van de begrippen « belangrijke implicatie, aanzienlijke verhoging en wijziging » worden omschreven

bijlage XII bij dit besluit. Onderafdeling 3. - Behandeling en afgifte van de milieuvergunning en de unieke vergunning Art. 62.Het advies van de « DPA », vereist krachtens artikel 30 van het decreet, preciseert o.a. of de waarschijnlijkheid, de mogelijkheid of de gevolgen van een zwaar ongeval voor de

deze afdeling bedoelde

richting kunnen toenemen door de aanwezigheid of de nabijheid van

richtingen met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Art. 63.§ 1. Onverminderd de stukken vereist krachtens andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, is de identificatienota of de veiligheidsstudie onderworpen aan de modaliteiten van het openbaar onderzoek bedoeld

dit besluit. § 2.

afwijking van elke andere andersluidende reglementaire bepaling, blijft de aanvraag om milieuvergunning of unieke vergunning onderworpen aan een openbaar onderzoek als de aangevraagde uitbreiding of verbouwing tot gevolg heeft dat de

richting onder het toepassingsgebied valt van deze afdeling of,

de gevallen bedoeld

artikel 61, § 4, van dit besluit. Art. 64.De overheid bevoegd om de milieuvergunning of de unieke vergunning

eerste aanleg of na beroep af te geven motiveert haar beslissing onder meer op grond van de gegevens vermeld

de identificatienota of de veiligheidsstudie, van het advies van elke geraadpleegde overheid en van de bijkomende gegevens die eventueel aan de exploitant werden gevraagd. Onderafdeling

  1. - Toezicht en administratieve maatregelen Art. 65.§
  2. Als de door de exploitant genomen maatregelen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen ervan voor de mens en het leefmilieu te beperken duidelijk onvoldoende zijn, wordt de milieuvergunning of de unieke vergunning opgeschort of,

voorkomend geval,

getrokken door de overheid die bevoegd is om ze

eerste aanleg af te geven, onverminderd elke andere straf of maatregel bedoeld

andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen.

voorkomend geval wordt de

het vorige lid bedoelde opschorting of

trekking slechts gedeeltelijk uitgevoerd of betreft ze slechts een gedeelte van de

richting of van de

stallatie bedoeld

deze afdeling. Vooraleer een beslissing te nemen op grond van de vorige leden, geeft de overheid die bevoegd is om de milieuvergunning en de unieke vergunning

eerste aanleg af te geven, de exploitant de mogelijkheid om zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk te formuleren binnen een redelijke termijn, overeenkomstig de artikelen de 96 tot 97. § 2. De exploitant kan bij de Regering een beroep

stellen tegen de krachtens § 1 genomen besluiten tot opschorting of

trekking van de vergunning.

afwijking van elke andere andersluidende bepaling, heeft dat beroep geen schorsende kracht. Het beroep wordt

gesteld overeenkomstig Hoofdstuk IV van het decreet. Art. 66.§ 1. Als de door de exploitant genomen maatregelen om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen ervan voor de mens en het leefmilieu te beperken duidelijk onvoldoende zijn, bevelen de overheid (overheden), diensten of ambtenaren bevoegd voor het toezicht op de

richting bedoeld

deze afdeling de stopzetting van de exploitatie van de

richting of de

stallatie bedoeld

deze afdeling of van de opslagruimte of van een gedeelte daarvan, ongeacht of al dan niet een milieuvergunning of een unieke vergunning is afgegeven en onverminderd elke andere straf of maatregel opgelegd krachtens andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen. § 2. De exploitant kan bij de Regering een beroep

stellen tegen elke beslissing genomen overeenkomstig § 1.

afwijking van elke andere andersluidende reglementaire bepaling, heeft het beroep geen schorsende kracht. Het wordt

gesteld overeenkomstig de artikelen 98 tot

  1. Afdeling
  2. - Aangiften Onderafdeling I. - Procedure voor de aangifte van

richtingen van klasse 3 Art. 67.De aangifte wordt opgemaakt

vier exemplaren d.m.v het formulier waarvan het model

bijlage IX bij dit besluit gaat. Art. 68.Drie exemplaren van de aangifte worden overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente op het grondgebied waarvan het project gevestigd is of, als het project gevestigd is op het grondgebied van verschillende gemeenten, aan de gemeente waar de exploitatiezetel gevestigd is. De aangever bewaart één exemplaar van de aangifte op de bedrijfszetel of op elke andere plaats overeengekomen met de bevoegde overheid krachtens artikel 59 van het decreet. Art. 69.Als de aangifte ontvankelijk is, wordt één exemplaar ervan met de vermelding « geregistreerd » door de bevoegde overheid of haar afgevaardigde aan de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar overgemaakt binnen de termijn bedoeld

artikel 14, § 4, van het decreet.

voorkomend geval wijst de bevoegde overheid of haar afgevaardigde de technische ambtenaar of de gemachtigde ambtenaar erop dat bijkomende exploitatievoorwaarden opgelegd worden.

dat geval zendt ze hen een exemplaar van de voorwaarden terwijl ze haar beslissing naar de aangever verstuurt overeenkomstig artikel 14, § 5, van het decreet. Art. 70.Als de aangifte niet-ontvankelijk is, maakt de bevoegde overheid of haar afgevaardigde binnen dezelfde termijn een exemplaar ervan over aan de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar, met de vermelding « niet-ontvankelijk ». Ze voegt er een afschrift bij van de aan de aangever gezonden beslissing tot kennisgeving van de niet-ontvankelijkheid van de aangifte. Art. 71.Zodra de technische ambtenaar de aangifte met de vermelding « geregistreerd » of « niet-ontvankelijk »

ontvangst neemt, vermeldt hij ze

het aangifteregister. Onderafdeling 2. - Modaliteiten voor het

artikel 41 van het decreet bedoelde beroep tegen eventuele bijkomende voorwaarden Art. 72.Het beroep bedoeld

artikel 41 van het decreet wordt

gediend bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu aan het adres van de Minister van Leefmilieu. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier waarvan het model

bijlage XI bij dit besluit gaat. Het beroep wordt ondertekend en gaat vergezeld van een beknopt overzicht van de middelen aangevoerd tegen de beslissing waarbij bijkomende voorwaarden worden opgelegd. De aangever voegt er een afschrift van de beslissing bij, één van de aangifte en één van het stortingsbewijs of van het debetbericht betreffende het dossiersrecht bedoeld

artikel 177 van het decreet. Art. 73.De

beroep bevoegde technische ambtenaar raadpleegt de besturen en overheden waarvan hij het advies nuttig acht. Die

stanties sturen hun advies bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs of maken het over tegen ontvangbewijs binnen acht dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking. Als het advies niet binnen de gestelde termijn wordt gezonden of tegen ontvangbewijs uitgebracht, wordt het geacht gunstig te zijn. Art. 74.De

beroep bevoegde technische ambtenaar bezorgt de Minister van Leefmilieu zijn syntheserapport met de

gewonnen adviezen en een voorstel van beslissing binnen éénentwintig dagen, te rekenen van de eerste dag na de datum van ontvangst van het beroep. Art. 75.De Minister van Leefmilieu stuurt zijn beslissing naar de aanvrager binnen dertig dagen, te rekenen van de eerste dag na de datum van ontvangst van het beroep. Tegelijkertijd stuurt de Minister van Leefmilieu een afschrift van de beslissing aan : 1° de overheid die bevoegd is om de aangiften

ontvangst te nemen;2° de toezichthoudende ambtenaar. Onderafdeling 3. - Bijhouden van de aangifteregisters Art. 76.Het aangifteregister bestaat uit twee delen. Het eerste deel is bestemd voor de ontvankelijk geachte aangiften en het tweede deel voor de niet-ontvankelijk geachte aangiften. Het bevat de volgende gegevens : 1° de aangiftedatum;2° het adres van de

richting en/of de kadastrale percelen waarop ze gevestigd is;3° het soort

richting en het nummer en de bewoording van de rubriek waaronder ze vermeld staat;4° de naam en het adres van de aangever;5° de referenties van het aangiftedossier;6°

voorkomend geval, de bijkomende exploitatievoorwaarden opgelegd door de bevoegde overheid. Art. 77.Het gemeentebestuur en de technische ambtenaar houden het aangifteregister bij en vermelden er : 1° de wijzigingen van de bijkomende exploitatievoorwaarden;2° de stopzettingen bedoeld

artikel 58, § 2, 4°, van het decreet;3° elke exploitatieoverdracht bedoeld

artikel 60 van het decreet;4° de schorsingen of elk exploitatieverbod opgelegd door de bevoegde overheid overeenkomstig artikel 72, § 2, van het decreet;5° de gehele of gedeeltelijke stopzettingen van exploitatie bevolen door de burgemeester of de toezichthoudende ambtenaren overeenkomstig artikel 74, § 1, van het decreet;6° de beslissingen na beroep bedoeld

artikel 41 van het decreet. Afdeling 5. - Zekerheid bedoeld

artikel 55 van het decreet Onderafdeling 1. - Geval waarin de zekerheid hoe dan ook vereist wordt Art. 78.De exploitatie van centra voor technische ondergraving en groeven vereist het stellen van een zekerheid. Art. 79.Een deel van de zekerheid voor de exploitatie van een centrum voor technische ondergraving dekt de kosten voor het onderhoud, het toezicht en de controle op de

stallatie gedurende een bepaalde periode. Onderafdeling

  1. - Modaliteiten voor het stellen van de zekerheid Art. 80.§
  2. De zekerheid wordt gesteld d.m.v. een borgtocht

contanten, overeenkomstig de desbetreffende wettelijke en reglementaire bepalingen. De aanvrager levert het bewijs van de borgtocht, gesteld door hem zelf of een derde, d.m.v. een storting op het postrekeningnummer bij de Deposito- en consignatiekas of bij een kredietinstelling erkend door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, een verzekeringsmaatschappij erkend door de Controledienst voor de verzekeringen of elke andere

stelling erkend door de technische ambtenaar. Hij bezorgt de technische ambtenaar het bewijs van de storting bij de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende

stelling. Het stortingsbewijs, ondertekend door de deposant en de depositaris, vermeldt voor wie de borgtocht wordt gesteld, de exacte bestemming ervan, alsook de naam, de voornaam en het volledige adres van de aanvrager en,

voorkomend geval, van de derde die het deposito heeft verricht, met de vermelding « geldschieter » of « gemachtigde », al naar gelang het geval. De borgtocht wordt aangevuld als zij niet langer

tegraal gesteld is, met name als gevolg van

houdingen van ambtswege. § 2. De

§ 1

bedoelde borgtocht kan worden vervangen door een onafhankelijke en onherroepelijke garantie,

vorderbaar op het eerste verzoek van de Regering en afgeleverd door een kredietinstelling erkend door de Deposito- en consignatiekas, een verzekeringsmaatschappij erkend door de Controledienst voor de verzekeringen of elke andere

stelling erkend door de technische ambtenaar. De waarborg en de aanvulling gaan vergezeld van de vermeldingen die vereist worden voor de borgtocht bedoeld

§ 1. § 3.

Het bedrag van de borgtocht of de waarborg wordt bepaald en eventueel door de technische ambtenaar aangepast overeenkomstig artikel 82. Art. 81.De milieuvergunning en de unieke vergunning zijn pas uitvoerbaar vanaf de dag waarop de technische ambtenaar bij ter post aangetekend schrijven aan de aanvrager erkent dat een zekerheid of een gedeelte ervan als ze

tranches opgedeeld is, regelmatig gesteld werd overeenkomstig bovenbedoelde modaliteiten. Art. 82.§ 1. De milieuvergunning en de unieke vergunning voor de exploitatie van groeven of centra voor technische ondergraving vermelden de geraamde kostprijs van de herstelwerken en, wat de centra voor technische ondergraving betreft, de kosten voor het onderhoud, de controle en het toezicht op de

stallaties gedurende een bepaalde periode. Die kosten worden jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de modaliteiten bedoeld

de besluiten van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale voorwaarden voor bedoelde projecten. §

  1. De milieuvergunning en de unieke vergunning vermelden het bedrag van de vóór de aanvang van de werken te stellen zekerheid op grond van de geraamde kostprijs van de herstelwerken en, wat de centra voor technische ondergraving betreft, op grond van de kostprijs van het nabeheer. §
  2. Het bedrag van de zekerheid wordt jaarlijks aangepast, behalve dat van de zekerheid gesteld na aanvang van de werken. Het bedrag van de zekerheid voor de exploitatie van groeven wordt aangepast overeenkomstig artikel 26 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 31 mei 1990 houdende uitvoering van het decreet van 27 oktober 1988 op de groeven. §
  3. Tegen de krachtens dit artikel genomen beslissingen kan een beroep bij de Regering

gesteld worden overeenkomstig de artikelen 85 en volgende. Onderafdeling

  1. - Modaliteiten voor de vrijgave van de zekerheid Art. 83.§
  2. De vaststelling van herstel bedoeld

artikel 55, § 5, van het decreet of de beslissing van de Regering waarbij ze zich over het beroep uitspreekt en het herstel vaststelt, geeft aanleiding tot de vrijgave van de zekerheid ten gunste van de exploitant of van het deel ervan betreffende het herstel van de site of van bepaalde sectoren. § 2. De aanvraag om vrijgave gaat vergezeld van de vaststelling van het herstel, zonder voorbehoud opgemaakt door de technische ambtenaar of, bij gebrek aan vaststelling binnen de termijn bedoeld

artikel 55, § 5, van het decreet, een afschrift van de aanvraag om vaststelling. De aanvraag om vrijgave wordt al naar gelang het geval aan de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende

stelling gericht binnen een termijn van één maand, te rekenen van de datum van de vaststelling van het herstel of, bij gebreke daarvan, van de verstrijkdatum van een termijn van zestig dagen, te rekenen van de datum van de aanvraag tot vaststelling. De aanvraag om vrijgave wordt dezelfde dag bij ter post aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de technische ambtenaar, op straffe van nietigheid. Een afschrift van die kennisgeving wordt overgemaakt aan de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende

stelling, al naar gelang het geval. § 3. De zekerheid of een deel ervan wordt vrijgegeven binnen twee maanden, te rekenen van de datum van de aanvraag om vrijgave. De eventuele

teresten worden aan de exploitant overgemaakt binnen dezelfde termijn. § 4. De aanvraag om vrijgave van de zekerheid betreffende het nabeheer van het centrum voor technische ondergraving gaat vergezeld van de vaststelling door de technische ambtenaar dat het centrum geen gevaar meer

houdt voor het leefmilieu. De aanvraag wordt gericht aan de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende

stelling, al naar gelang het geval. De aanvraag om vrijgave wordt dezelfde dag bij ter post aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de technische ambtenaar, op straffe van nietigheid. Een afschrift van die kennisgeving wordt overgemaakt aan de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende

stelling, al naar gelang het geval. Art. 84.Als de exploitant zijn herstelplicht niet nakomt, wordt het overeenkomstig artikel 61 van het decreet opgemaakte proces-verbaal overgemaakt aan de Regering die bij gemotiveerd besluit om de zekerheid mag verzoeken ten belope van het bedrag bestemd om de herstelwerken van ambtswege te laten uitvoeren. De uitvoeringsaanvraag wordt gericht aan de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende

stelling. Het bedrag dat opgeëist wordt door de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende

stelling, wordt betaald binnen twee maanden na de opeising door de Regering. Onderafdeling 4. - Modaliteiten voor de

diening van het beroep Art. 85.Het beroep bedoeld

artikel 55, § 7, van het decreet wordt bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu

gediend aan het adres van de Minister van Leefmilieu. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier waarvan het model

bijlage XI bij dit besluit gaat. Art. 86.§ 1. Het beroep tegen de beslissingen

zake zekerheid en tegen de beslissing van de technische ambtenaar m.b.t. het niet-herstel van de plaats, bedoeld

artikel 55 van het decreet, wordt bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs gestuurd of tegen ontvangbewijs overgemaakt aan de

beroep bevoegde technische ambtenaar binnen een termijn van twintig dagen, te rekenen van de datum waarop de exploitant de betwiste beslissing

ontvangst heeft genomen. Het beroep wordt ondertekend en bevat hoe dan ook de volgende gegevens : 1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;2° als de aanvrager een rechtspersoon is, de benaming of handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de maatschappelijke zetel, alsook de naam, de voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die gemachtigd is om het beroep

te dienen;3° de referenties, het voorwerp en de datum van de beslissing;4° de middelen aangevoerd tegen de betwiste beslissing. Zodra de

beroep bevoegde technische ambtenaar het beroep

ontvangst neemt, maakt hij er een afschrift van over aan : 1° de Minister van Leefmilieu;2° de technische ambtenaar als hij niet de auteur van het beroep is;3° de overheid bevoegd om de milieuvergunning of de unieke vergunning

eerste aanleg af te geven; 4° het college van burgemeester en schepenen van de gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is als het beroep betrekking heeft op de beslissing van de technische ambtenaar i.v.m. het niet-herstel van de plaats. Het beroep heeft geen schorsende kracht als het betrekking heeft op beslissingen

zake zekerheid. Het beroep heeft schorsende kracht als het betrekking heeft op de beslissing van de technische ambtenaar i.v.m. het niet-herstel van de plaats. Het beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld

artikel 38 van het decreet, met uitzondering van die bedoeld

§ 1, 4°, en § 4.

§ 2. De

beroep bevoegde technische ambtenaar raadpleegt de besturen en overheden waarvan hij het advies nuttig acht. Die

stanties sturen hem hun advies bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs of maken het over tegen ontvangbewijs binnen acht dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking. Als het advies niet wordt verstuurd of tegen ontvangbewijs overgemaakt binnen de gestelde termijnen, wordt het geacht gunstig te zijn. § 3. De

beroep bevoegde technische ambtenaar bezorgt de Minister van Leefmilieu zijn syntheserapport met de

gewonnen adviezen en een voorstel van beslissing binnen éénentwintig dagen, te rekenen van de eerste dag na de datum van ontvangst van het beroep. § 4. De Minister van Leefmilieu stuurt zijn gemotiveerde beslissing naar de aanvrager binnen dertig dagen, te rekenen van de eerste dag na de datum van ontvangst van het beroep. Wanneer de Minister van Leefmilieu zijn beslissing verstuurt, maakt hij tegelijkertijd een afschrift daarvan over aan : 1° het (de) college(s) van burgemeester en schepenen van de gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is, als het beroep betrekking heeft op de beslissing van de technische ambtenaar i.v.m. het niet-herstel van de plaats; 2° de overheid bevoegd om de unieke vergunning

eerste aanleg af te leveren;3° de toezichthoudende ambtenaar. § 5. De beslissing na beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld

artikel 38 van het decreet, met uitzondering van § 1, 4°. Afdeling 6. - Procedure voor de

artikel 52 van het decreet bedoelde verlenging van de geldigheidsduur van een milieuvergunning toegekend voor een tijdelijke

richting Art. 87.De aanvraag om verlenging van de voor een tijdelijke

richting toegekende vergunning wordt

gediend overeenkomstig artikel 16 van het decreet, dertig dagen vóór het verstrijken van de milieuvergunning waarvoor de verlenging wordt aangevraagd. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens : 1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;2° als de aanvrager een rechtspersoon is, de benaming of handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de maatschappelijke zetel, alsook de naam, de voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die gemachtigd is om het beroep

te stellen;3° de referenties, het voorwerp en de datum van de beslissing tot toekenning van de milieuvergunning waarvan de verlenging van de geldigheidsduur wordt aangevraagd;4° de motieven voor de verlengingsaanvraag en de aangevraagde duur van de verlenging. De verlengingsaanvraag vermeldt ook elk gegeven dat niet voorkomt

de

itiële aanvraag. Art. 88.Binnen drie weekdagen na ontvangst van de aanvraag maakt het gemeentebestuur ze voor advies over aan de technische ambtenaar als hij de bevoegde overheid is. Als de technische ambtenaar niet de bevoegde overheid is, maakt hij zijn advies aan de bevoegde overheid over binnen tien dagen na ontvangst van de overeenkomstig het eerste lid

gediende aanvraag.

voorkomend geval voegt hij er een voorstel van eventuele exploitatievoorwaarden bij. Art. 89.De bevoegde overheid geeft de aanvrager overeenkomstig de

artikel 35 van het decreet bedoelde modaliteiten kennis van zijn beslissing binnen dertig dagen na ontvangst van de aanvraag om verlenging. Ze geeft de technische ambtenaar kennis van de beslissing bij gewone post. Afdeling 7. - Maatregelen van administratieve politie Onderafdeling 1. - Monsterneming bedoeld

artikel 61, § 1, eerste lid, vierde lid, 4°, van het decreet Art. 90.Voor elk genomen monster wordt een proces-verbaal opgemaakt aan de hand van een formulier waarvan het model

bijlage XV bij dit besluit gaat. Art. 91.De toezichthoudende ambtenaar mag van de exploitant of de vermeende overtreder alle technische middelen of medewerking verlangen bij het nemen, vervoeren en bewaren van de monsters. Art. 92.De aard en de hoeveelheid van de monsters worden bepaald naar gelang van de uit te voeren handelingen. De monsters worden

minstens twee exemplaren genomen. Ze worden opgevangen

recipiënten, zakken of enveloppen, al naar gelang het geval. Ze worden geëtiketteerd, verpakt en verzegeld door de toezichthoudende ambtenaar die de monsterneming heeft verricht. Daarbij wordt elke vervanging, aftrekking of optelling vermeden. Art. 93.De etikettering van elk monster vermeldt de volgende gegevens : 1° een volgordenummer : 2° de datum, de plaats en het uur van de monsterneming;3° de naam en de handtekening van de toezichthoudende ambtenaar die de monsters heeft genomen. Art. 94.De toezichthoudende ambtenaar die de monsters heeft genomen, verzoekt de exploitant of de vermeende overtreder om het etiket van een kenmerk te voorzien. Art. 95.De toezichthoudende ambtenaar die de monsters heeft genomen, maakt één exemplaar van de monsters over aan de exploitant of aan de vermeende overtreder. De toezichthoudende ambtenaar die de monsters heeft genomen, houdt één exemplaar ter beschikking van de exploitant of de vermeende overtreder die afwezig of onbekend is. Hij bewaart het andere exemplaar. Onderafdeling 2. - Modaliteiten voor de procedure bedoeld

artikel 68 van het decreet Art. 96.§ 1. De bevoegde overheid verwittigt de exploitant bij ter post aangetekend schrijven wanneer ze overweegt de bijzondere exploitatievoorwaarden te wijzigen of aan te vullen, of de vergunning tijdelijk te schorsen of

te trekken overeenkomstig artikel 65 van het decreet, behalve

geval van speciaal gemotiveerde dringende noodzakelijkheid. § 2. Na ontvangst van het aangetekend schrijven beschikt de exploitant over vijftien dagen om zijn opmerkingen schriftelijk

te dienen. Als hij door de bevoegde overheid gehoord wenst te worden, laat hij het haar weten binnen vijf dagen, te rekenen van de datum van ontvangst van het aangetekend schrijven. De bevoegde overheid geeft de exploitant onmiddellijk kennis van de datum van de hoorzitting. Hij wordt zo spoedig mogelijk gehoord, hoe dan ook binnen twintig dagen met

gang van de verzenddatum van het aangetekend schrijven bedoeld de

§ 1. Art.

97.De bevoegde overheid geeft de exploitant kennis van de beslissing bedoeld

artikel 70 van het decreet binnen dertig dagen, te rekenen van de verzenddatum van het aangetekend schrijven bedoeld

artikel 96, § 1. Ze

formeert gelijktijdig de technische ambtenaren die advies hebben uitgebracht overeenkomstig artikel 65 van het decreet en de overheid van elke gemeente waar een openbaar onderzoek werd georganiseerd

het kader van de procedure voor de afgifte van de milieuvergunning.

voorkomend geval

formeert ze de gemachtigde ambtenaar. Onderafdeling 3. - Modaliteiten betreffende het

artikel 71, § 4 en § 5, van het decreet bedoelde beroep tegen veiligheidsmaatregelen Art. 98.Het beroep bedoeld

artikel 71, § 4 en § 5 van het decreet wordt bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu

gediend aan het adres van de Minister van Leefmilieu. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier waarvan het model

bijlage XI bij dit besluit gaat. Het beroep wordt aan de

beroep bevoegde technisch ambtenaar bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst overgemaakt of tegen ontvangbewijs afgegeven binnen een termijn van twintig dagen, te rekenen van de datum waarop de exploitant de beslissing

ontvangst neemt waarbij de veiligheidsmaatregel hem wordt opgelegd of van de datum waarop de exploitant en de belanghebbende personen de

artikel 71, § 5, van het decreet bedoelde beslissing

ontvangst nemen. Art. 99.Het beroep wordt ondertekend en bevat hoe dan ook de volgende gegevens : 1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;2° als de aanvrager een rechtspersoon is, de benaming of handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de maatschappelijke zetel, alsook de naam, de voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die gemachtigd is om het beroep

te dienen;3° de referenties, het voorwerp en de datum van de betwiste beslissing en,

geval van stilzwijgende weigering bedoeld

artikel 71, § 5, van het decreet, een afschrift van het aangetekend schrijven waarin de opheffing of wijziging van de maatregel wordt gevraagd;4° de middelen aangevoerd tegen de betwiste beslissing. Art. 100.Zodra de

beroep bevoegde technische ambtenaar het beroep ontvangen heeft, maakt hij er een afschrift van over aan de overheden die de veiligheidsmaatregelen hebben genomen, aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is en aan de Minister van Leefmilieu. Zodra ze het afschrift van het beroep hebben ontvangen, maken de overheden die de veiligheidsmaatregelen hebben genomen het bewijs van de kennisgeving van de maatregelen over aan de

beroep bevoegde technische ambtenaar. Art. 101.Het beroep wordt ter kennis van het publiek gebracht volgens de modaliteiten bedoeld

artikel 38 van het decreet, met uitzondering van § 1, 4, en van § 4. Art. 102.De

beroep bevoegde technische ambtenaar raadpleegt de besturen en overheden waarvan hij het advies nuttig acht. Die

stanties sturen hem hun advies bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs of maken het over tegen ontvangbewijs binnen acht dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking. Als het advies niet wordt verstuurd of tegen ontvangbewijs overgemaakt binnen de gestelde termijnen, wordt het geacht gunstig te zijn. Art. 103.De

beroep bevoegde technische ambtenaar bezorgt de Minister van Leefmilieu zijn syntheserapport met de

gewonnen adviezen en een voorstel van beslissing binnen éénentwintig dagen, te rekenen van de eerste dag na de datum van ontvangst van het beroep. Art. 104.De Minister van Leefmilieu stuurt zijn gemotiveerde beslissing naar de aanvrager binnen dertig dagen, te rekenen van de eerste dag na de datum van ontvangst van het beroep. Art. 105.Wanneer de Minister van Leefmilieu zijn besluit verstuurt, maakt hij tegelijkertijd een afschrift daarvan over aan : 1° de aanvrager;2° de overheid bevoegd om de milieuvergunning

eerste aanleg af te leveren of om de aangifte

ontvangst te nemen;3° het college van burgemeester en schepenen van de gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is;4° de toezichthoudende ambtenaar;5° de overheden die veiligheidsmaatregelen hebben genomen. Art. 106.De beslissing na beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek overeenkomstig artikel 38 van het decreet, met uitzondering van § 1, 4°. Onderafdeling 4. - Modaliteiten voor de

ning van de administratieve boetes bedoeld

artikel 76 van het decreet Art. 107.De administratieve boete bedoeld

artikel 76 van het decreet wordt betaald binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de kennisgeving van de beslissing waarbij ze wordt opgelegd. Art. 108.De administratieve boete wordt betaald door storting of overschrijving op de rekening van het Ministerie van het Waalse Gewest - Afdeling Thesaurie. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier dat bij de beslissing gaan. Afdeling 8. - Karakteriseringonderzoek bedoeld

artikel 79, § 1, van het decreet Art. 109.Het karakteriseringonderzoek bedoeld

artikel 79, § 1, van het decreet bevat hoe dan ook de volgende stukken en gegevens : 1° een plaatsbeschrijving met :

  1. a)een overzicht van de samenstelling van het dossier;
  2. b)de geografische en administratieve context : woongebied, wegen, vegetatie, bestemming op het gewestplan;
  3. c)de uitvoerige beschrijving van de bestaande afvalstoffen en andere materialen;
  4. d)het volume van de bestaande afvalstoffen en andere materialen, geschat op grond van een topografische opmeting, aangevuld met de dwars- en lengteprofielen;
  5. e)vier recente en precieze foto's van de site genomen vanuit elke windstreek;2° de volgende plannen :
  6. a)een kadastraal plan van de percelen gelegen

een straal van honderd meter rondom de bij de studie betrokken percelen, waarop de stortplaats wordt gelokaliseerd;

  1. b)de naam van de bedoelde percelen en de vermelding van de desbetreffende oppervlakte;
  2. c)een situatieplan van de bedoelde percelen op een topografische kaart van 1/10.000; 3° een lijst van :
  3. a)de drinkwaterwinningen

de zin van het decreet van 30 april 1990 betreffende de bescherming en de exploitatie van het grondwater en het tot drinkwater verwerkbaar water,

een straal van 1000 meter;b) de bestaande waterlopen

een straal van 1000 meter;4° een studie van de effecten van de afvalstoffen en andere materialen op het leefmilieu, met name op de grondwaterlagen, de eventuele winningen en het oppervlaktewater;5° het plan met de gezamenlijke handelingen voor de herintegratie van de site

het leefmilieu, rekening houdende met de herbestemming ervan voor een functioneel gebruik en met het oog op de verwijdering van het gevaar voor verontreiniging vanaf die site;6° de overlegging van de technische procédés voor de uitvoering van het plan bedoeld

5°;7° een omschrijving van de maatregelen tot bescherming van het leefmilieu en de gezondheid van de mens bij de uitvoering van het

5° bedoelde plan en van de naderhand te nemen toezichtmaatregelen;8° een situatieplan met de volgende gegevens :

  1. a)een topografisch plan van de site met vermelding van de hellingen en de oriëntatie van het terrein;
  2. b)een voorstelling van de profielen vóór en na de uitvoering van de werken;
  3. c)de aard, de herkomst en het volume van de gronden en materialen vereist om het geplande profiel uit te voeren;
  4. d)de eindbestemming, zoals groene ruimten, parkeerplaatsen, bossen;e)

geval van aanplantingen : de specificatie van de gebruikte methodes en soorten, de densiteit, het aanplantingprogramma, de beschermingsmaatregelen, het gewaarborgde groeicijfer;9° het kalender voor de tenuitvoerlegging van het plan bedoeld

5°;10° de naam en het adres van de personen die de overtreder zich voorneemt te belasten met de uitvoering van het plan bedoeld

5°;11° de formele verbintenis tot plaatsbeschrijving van de site na de uitvoering van het plan bedoeld

5°;12° de gerechtvaardigde totaalkost van de werken, BTW

begrepen. Afdeling 9. - Verbouwing en uitbreiding van de

richting bedoeld

artikel 10, § 2, van het decreet Art. 110.De exploitant stuurt jaarlijks met

gang van de tenuitvoerlegging van de milieuvergunning of de unieke vergunning een afschrift van de lijst van de verbouwingen of uitbreidingen van de

richting bij gewone post naar de technische ambtenaar en het college van de burgemeester en schepenen van de gemeente op het grondgebied waarvan de

richting gevestigd is. Afdeling

  1. - Aanwijzing van de ambtenaren Onderafdeling
  2. - Procedure voor de toekenning van de milieuvergunning Art. 111.De

artikel 13, tweede lid van het decreet, bedoelde technische ambtenaar die bevoegd is om kennis te nemen van de aanvragen om milieuvergunning voor

richtingen gevestigd op het grondgebied van verschillende gemeenten, is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag wordt

gediend. De technische ambtenaar bedoeld

hoofdstuk III van het decreet is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag wordt

gediend. Onderafdeling 2. - Procedure voor de toekenning van de unieke vergunning Art. 112.De

artikel 81, § 2, tweede lid, van het decreet bedoelde ambtenaar die binnen de administratie Leefmilieu bevoegd is om kennis te nemen van de aanvragen om unieke vergunning voor handelingen of werken of

richtingen gelegen op het grondgebied van verschillende gemeenten, is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag werd

gediend. De technische ambtenaar bedoeld

hoofdstuk XI van het decreet is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag wordt

gediend. Onderafdeling 3. - Aangifte Art. 113.De technische ambtenaar bedoeld

artikel 14 van het decreet is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag wordt

gediend. Onderafdeling 4. - Verbouwing en uitbreiding van de

richting Art. 114.De technische ambtenaar bedoeld

artikel 10 van het decreet is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de exploitatiezetel van de

richting gevestigd is. De ambtenaren en personeelsleden bedoeld

artikel 10, § 2, tweede lid, van het decreet zijn de toezichthoudende ambtenaren. Onderafdeling 5. - Zekerheden Art. 115.De technische ambtenaar bedoeld

artikel 55, §§ 4 tot 6, van het decreet is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag wordt

gediend. Onderafdeling 6. - Verplichtingen van de exploitant Art. 116.De technische ambtenaar bedoeld

de afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk VIII van het decreet is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag wordt

gediend. Onderafdeling

  1. - Maatregelen van administratieve politie Art. 117.§
  2. De ambtenaren en personeelsleden bedoeld

de artikelen 61, 71, § 1, en 74 van het decreet zijn de toezichthoudende ambtenaren. § 2. De technische ambtenaar bedoeld

de artikelen 63, 65, § 2, en 76 van het decreet is de toezichthoudende ambtenaar. § 3. De technische ambtenaar bedoeld

de artikelen 65, § 1, en 72, § 1, tweede lid, van het decreet is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag wordt

gediend. § 4. De technische ambtenaar bedoeld

artikel 66 van het decreet is de coördinatiedienst bedoeld

artikel 60, §

  1. §
  2. De ambtenaar bedoeld

artikel 72, § 2, tweede lid, van het decreet is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aangifte wordt

gediend. § 6. De ambtenaar bedoeld

artikel 72, § 2, eerste lid, van het decreet is : 1° de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aangifte wordt

gediend en 2° de toezichthoudende ambtenaar. § 7. De technische ambtenaar bedoeld

artikel 70 van het decreet is : 1° de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag wordt

gediend en 2° de toezichthoudende ambtenaar. Onderafdeling 8. - Karakteriseringsonderzoek Art. 118.De technische ambtenaar bedoeld

artikel 79, § 1, tweede lid, en § 2, van het decreet is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag wordt

gediend. De technische ambtenaar bedoeld

artikel 79, § 4, tweede lid, en § 5, van het decreet is de toezichthoudende ambtenaar. Onderafdeling 9. - Straffen Art. 119.De technische ambtenaar bedoeld

artikel 80 van het decreet is de toezichthoudende ambtenaar. Onderafdeling

  1. - Beroep Art. 120.§
  2. De technische ambtenaar die bevoegd is om het

artikel 40, § 1, eerste lid, van het decreet bedoelde beroep

te dienen is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag wordt

gediend. De

beroep bevoegde technische ambtenaar bedoeld

artikel 40, § 1, derde lid, van het decreet is de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. § 2. De technische ambtenaar bevoegd om het

artikel 95, § 1, van het decreet bedoelde beroep

te dienen is de directeur van de externe directie van de « DPA » van de gemeente waar de aanvraag wordt

gediend. De administratie Leefmilieu bedoeld

hoofdstuk XI, afdeling 4, van het decreet is het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, vertegenwoordigd door haar directeur-generaal. § 3. De technische ambtenaar bedoeld

artikel 41, derde lid, van het decreet is de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. § 4. De

beroep bevoegde technische ambtenaar bedoeld

artikel 55, § 7, derde lid, van het decreet, is de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. § 5. De technische ambtenaar bedoeld

artikel 71, § 4, van het decreet is de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. HOOFDSTUK III. - Herstel Art. 121.De modaliteiten voor de opstelling, goedkeuring en uitvoering van de herstelplannen bedoeld

het besluit van de Waalse Regering van 24 juni 1993 houdende uitvoering van artikel 7, § 3, van het decreet van 25 juli 1991 betreffende de belasting op de afvalstoffen

het Waalse Gewest, zijn van toepassing, mits vervanging van het woord »belastingplichtige » door het woord « exploitant » wat betreft de herstelplannen bedoeld

de volgende bepalingen : 1° de artikelen 71, § 2, en 74, § 2, van het decreet;2° artikel 68, § 2, van het decreet van 7 oktober 1985 betreffende de bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging;3° artikel 21, § 2, van het decreet van 30 april 1990 betreffende de bescherming en de exploitatie van grondwater en tot drinkwater verwerkbaar water. HOOFDSTUK IV. - Opheffings-, wijzigings- en slotbepalingen Afdeling 1. - Opheffings- en wijzigingsbepalingen Onderafdeling 1. - Gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke

richtingen Art. 122.Titel I, hoofdstuk I, van het besluit van de Regent van 11 februari 1946 houdende goedkeuring van de titels I en II van het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming, wordt opgeheven. Art. 123.Titel IV van het besluit van de Regent van 27 september 1947 houdende goedkeuring van de titels III, IV, en V van het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming, wordt opgeheven. Onderafdeling 2. - Water Art. 124.Het tweede lid van artikel 3 van het koninklijk besluit van 3 augustus 1976 houdende algemeen reglement voor het lozen van afvalwater

de gewone oppervlaktewateren,

de openbare riolen en

de kunstmatige afvoerwegen voor regenwater, wordt opgeheven. Art. 125.Artikel 31 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 126.Het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 1 april 1987 tot vaststelling van de delegaties die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening

zake de bescherming van het oppervlaktewater tegen vervuiling, wordt opgeheven. Art. 127.Het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 12 november 1987 tot vaststelling van de samenstelling en de werking van de Commissie van beroep tegen de beslissingen betreffende het lozen van afvalwater, wordt opgeheven. Art. 128.

artikel 2 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 25 oktober 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van de laboratoria belast met de officiële analyses

zake bescherming van het oppervlaktewater en van het tot drinkwater verwerkbaar water tegen verontreiniging, wordt het zinsdeel « artikel 67, § 1, van het decreet van 7 oktober 1985 en

artikel 19, tweede en derde lid, van het decreet van 30 april 1990 » vervangen door het zinsdeel « artikel 62 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning voor de uitvoering van officiële analyses

zake de bescherming van het oppervlaktewater tegen vervuiling alsook de bescherming en de exploitatie van grondwater en van tot drinkwater verwerkbaar water ». Art. 129.

artikel 9 van hetzelfde besluit wordt het zinsdeel « artikel 61 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning »

gevoegd tussen de woorden « overeenkomstig » en « artikel ». Art. 130.

artikel 7, § 2, van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 25 oktober 1990 tot bepaling van de voorwaarden

zake terugbetaling van de belasting op het lozen van ander afvalwater dan

dustrieel afvalwater, wordt het zinsdeel « van het decreet van 7 oktober 1985 betreffende de bescherming van het oppervlaktewater tegen de verontreiniging, artikel 67, § 1, en van artikel 19 van het decreet van 30 april 1990 op de bescherming en de exploitatie van grondwater en tot drinkwater verwerkbaar water » vervangen door het zinsdeel « van artikel 62 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning ». Art. 131.

artikel 1 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 29 november 1990 betreffende de vrijstellingsvoorwaarden

zake de betaling van de belasting op het lozen van

dustrieel en huishoudelijk afvalwater voor de hospitalen, ziekenhuizen en andere

stellingen waar niet besmettelijke zieken worden behandeld, wordt het zinsdeel « de lozingsvergunning die afgegeven werd overeenkomstig artikel 6, § 3, van het decreet van 7 oktober 1985 betreffende de bescherming van het oppervlaktewater tegen de verontreiniging » vervangen door het zinsdeel « de milieuvergunning die afgegeven werd overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning ». Art. 132.

artikel 2 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 14 november 1991 betreffende het winnen van tot drinkwater verwerkbaar oppervlaktewater en de waterwinnings-, voorkomings- en toezichtsgebieden, worden de §§ 1 en 3 opgeheven. Art. 133.

hetzelfde besluit worden de artikelen 4 en 5 opgeheven. Art. 134.

artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid wordt het zinsdeel « De

artikel 5 bedoelde besluiten met betrekking tot een waterwinningsmachtiging » vervangen door het zinsdeel « De milieuvergunningen voor

richtingen met een waterwinning »;2°

het derde lid, worden de woorden « een vergunning tot » vervangen door de woorden « een milieuvergunning voor

richtingen met een » en worden het woord « vergunning » vervangen door het woord « milieuvergunning ». Art. 135.De artikelen 7 en 8 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 136.De bijlage bij hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 137.

artikel 1, 17°, van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 14 november 1991 betreffende de grondwaterwinningen, de waterwinning-, de voorkoming- en de toezichtgebieden en de kunstmatige aanvulling van de grondwaterlagen, worden de woorden « vergunning tot » vervangen door de woorden « milieuvergunning voor een

richting met een ». Art. 138.

artikel 2 van hetzelfde besluit worden de §§ 1 en 3 opgeheven. Art. 139.

hetzelfde besluit worden de artikelen 4 en 5 opgeheven. Art. 140.

artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid wordt het zinsdeel « De

artikel 5 bedoelde besluiten met betrekking tot een waterwinningsvergunning » vervangen door het zinsdeel « De milieuvergunningen voor

richtingen met een »;2°

het derde lid worden de woorden « een vergunning tot » vervangen door het zinsdeel « een milieuvergunning voor een

richting met een waterwinning » en wordt het woord « vergunning » vervangen door het woord « milieuvergunning ». Art. 141.

hetzelfde besluit worden de artikelen 7 en 8 opgeheven. Art. 142.

artikel 9, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « het vergunningsbesluit » vervangen door de woorden « de milieuvergunning ». Art. 143.

artikel 13, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt het woord « vergunning » vervangen door het woord « milieuvergunning ». Art. 144.Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 145.

artikel 17, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit, worden de woorden « vergunning tot » vervangen door de woorden « milieuvergunning voor een

richting met een waterwinning ». Art. 146.

artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 2° wordt gewijzigd als volgt : « 2° de centra voor technische ondergraving bedoeld

het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen »; 2° punt 10° wordt gewijzigd als volgt : « 10° de permanent en occasioneel gebruikte circuits en terreinen bedoeld

rubriek 92.61.10 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten ». Art. 147.

artikel 20, 3°, van hetzelfde besluit wordt de datum « 5 juli 1985 » vervangen door de datum « 27 juni 1996 ». Art. 148.

artikel 21, 1°, van hetzelfde besluit wordt het zinsdeel « de gecontroleerde stortplaatsen bedoeld

het decreet van 5 juli 1985 betreffende de afvalstoffen » vervangen door het zinsdeel « de centra voor technische ondergraving bedoeld

het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen ». Art. 149.

artikel 22 van hetzelfde besluit wordt punt 3° gewijzigd als volgt : « 3° de permanent en occasioneel gebruikte circuits en terreinen bedoeld

rubriek 92.61.10 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de

gedeelde

stallaties en activiteiten. » Art. 150.

artikel 23, 3°, van hetzelfde besluit wordt de datum « 5 juli 1985 » vervangen door de datum « 27 juni 1996 ». Art. 151.Bijlage I bij hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 152.

artikel 4 van het besluit van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 20 november 1991 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door lozingen van bepaalde gevaarlijke stoffen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, eerste lid, wordt het woord « vergunning » vervangen door « milieuvergunning »;2°

§ 1

, tweede lid, wordt het zinsdeel « wordt de vergunning toegestaan » vervangen door het zinsdeel « wordt de milieuvergunning afgegeven »;3°

§ 2

, eerste lid, worden de woorden « de Minister » vervangen door de woorden « de bevoegde overheid »;4°

§ 2

, tweede lid, wordt het woord « vergunningen » vervangen door het woord « milieuvergunning »;5°

§ 3

worden de woorden « De Minister » vervangen door de woorden « De bevoegde overheid ». Art. 153.

artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid wordt het woord « vergunning » vervangen door het woord « milieuvergunning »;2°

het tweede lid worden de woorden « de Minister » vervangen door de woorden « de bevoegde overheid » en de woorden « een vergunning » door de woorden « een milieuvergunning ». Art. 154.

artikel 7 van hetzelfde besluit worden het woord « vergunningen » vervangen door het woord »milieuvergunningen » en de woorden « door de Minister worden afgegeven » door de woorden « door de bevoegde overheid worden afgegeven ». Art. 155.

artikel 8 van hetzelfde besluit worden de woorden « de vergunning » vervangen door de woorden « de milieuvergunning ». Art. 156.

artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden « de vergunning » vervangen door de woorden « de milieuvergunning ». Art. 157.

artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « bedoelde vergunningen » worden vervangen door de woorden « bedoelde milieuvergunningen »;2° de tweede zin wordt opgeheven. Art. 158.Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 159.

artikel 12 van hetzelfde besluit worden de woorden « de naleving van de

de vergunningen vastgestelde voorwaarden en » geschrapt. Art. 160.De artikelen 14 en 15 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 161.

artikel 16 van hetzelfde besluit worden de woorden « de Minister » vervangen door de woorden « de bevoegde overheid » en de woorden « de vergunning » door de woorden « de milieuvergunning ». Art. 162.Het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 12 maart 1992 houdende aanwijzing van ambtenaren voor de uitoefening van de bevoegdheden voorzien

artikel 15, § 2, van het decreet van 7 oktober 1985 betreffende de bescherming van het oppervlaktewater tegen de verontreiniging, wordt opgeheven. Art. 163.Het besluit van de Waalse Regering van 23 december 1993 betreffende de machtigingen tot lozing van

dustrieel of huishoudelijk afvalwater afkomstig van

richtingen die

dustrieel afvalwater lozen, wordt opgeheven. Art. 164.Het besluit van de Waalse Regering van 19 mei 1994 betreffende de bezoldiging van de adviezen die bij de behandeling van de machtigingsaanvragen tot lozing van afvalwater door de zuiveringsinstellingen worden uitgebracht, wordt opgeheven. Art. 165.

artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 18 mei 1995 betreffende de financiering van het beheer en de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 4° wordt gewijzigd als volgt : « 4° Houder : de houder van een milieuvergunning voor een

richting met een winning van tot drinkwater verwerkbaar water, afgegeven krachtens het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning »;2°

6° wordt het woord « vergunninghouder » vervangen door de woorden « houder van een milieuvergunning ». Art. 166.

artikel 2, § 1, 10° en 11°, en § 2, van hetzelfde besluit, wordt het woord « vergunninghouders » vervangen door de woorden « houders van een milieuvergunning ». Art. 167.

artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt het woord « vergunninghouder » vervangen door de woorden « houder van een milieuvergunning ». Art. 168.

artikel 5, § 1, eerste lid, en § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt het woord « vergunninghouder » vervangen door de woorden « houder van een milieuvergunning ». Art. 169.

artikel 7, 1°, 3° en 4°, van hetzelfde besluit, wordt het woord « vergunninghouder » vervangen door de woorden « houder van een milieuvergunning ». Art. 170.

artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 9 april 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 09/04/1998 pub. 06/05/1998 numac 1998027286 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de financiering van het beheer en de bescherming van grondwater sluiten betreffende de financiering van het beheer en de bescherming van grondwater, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 4° wordt gewijzigd als volgt : « 4° Houder : de houder van een milieuvergunning voor een

richting met een waterwinning, afgegeven overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning, die de bijdrage betaalt overeenkomstig artikel 4, § 2, van het decreet van 30 april 1990 op de bescherming en de exploitatie van grondwater en tot drinkwater verwerkbaar water »;2°

punt 5° wordt het woord « vergunninghouder » vervangen door de woorden « houder van een milieuvergunning ». Art. 171.

artikel 2, § 1 en 2, en

artikel 3 van hetzelfde besluit wordt het woord « vergunninghouder » vervangen door de woorden « houder van een milieuvergunning ». Art. 172.

artikel 7 van het besluit van de Waalse Regering van 15 oktober 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 15/10/1998 pub. 15/12/1998 numac 1998027681 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering houdende reglementering van de opvang van stedelijk afvalwater sluiten houdende reglementering van de opvang van stedelijk afvalwater, wordt het zinsdeel « kan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de woning gelegen is, overeenkomstig artikel 9

plaats van de aansluiting op de riolering,

stemmen met het gebruik » vervangen door het zinsdeel « kan

plaats van de aansluiting op de riolering een milieuvergunning worden aangevraagd voor het gebruik ». Art. 173.

artikel 8, § 1, van hetzelfde besluit wordt het laatste lid opgeheven. Art. 174.

artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, eerste lid, worden de woorden « een aanvraag om milieuvergunning »

gevoegd tussen de woorden »moet » en «

dienen » en wordt het zinsdeel « het

bijlage IV bedoelde aanvraagformulier behoorlijk

gevuld en

tweevoud bij het college van burgemeester en schepenen » geschrapt;2° § 1, tweede lid, wordt opgeheven;3° §§ 2 en 3 worden opgeheven;4°

§ 4

worden de woorden «

de

§§ 2

en 3 bedoelde gevallen » geschrapt », worden de woorden « machtiging tot

stallatie » vervangen door de woorden « de milieuvergunning voor de

stallatie van » en wordt het woord »verleend » vervangen door het woord « toegekend »;5°

§ 5

, tweede lid, worden de woorden « het college van burgemeester en schepenen » vervangen door de woorden « de bevoegde overheid »;6°

§ 6

wordt het zinsdeel « een machtiging wordt verleend krachtens § 2 of § 3 » vervangen door de woorden « een milieuvergunning ». Art. 175.

artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden de woorden « krachtens artikel 9 » geschrapt;2°

het derde en vierde lid wordt het woord « gemeentelijke » vervangen door het woord « bevoegde ». Art. 176.Bijlage IV bij hetzelfde besluit wordt opgeheven. Onderafdeling 3. - Afvalstoffen Art. 177.Artikel 2, § 1, van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 23 juli 1987 betreffende de gecontroleerde stortplaatsen, wordt opgeheven. Art. 178.De afdelingen II, III en V van hoofdstuk II van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 179.De hoofdstukken III en V van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 180.

de titel van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de giftige of gevaarlijke afvalstoffen, worden de woorden « giftige of » geschrapt. Art. 181.

artikel 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid, 1°, wordt de datum « 5 juli 1985 » vervangen door de datum « 27 juni 1996 »;2°

het eerste lid, 2°, worden de woorden «

het decreet » vervangen door de woorden «

artikel 2,2°, van het decreet »;3°

het eerste lid wordt punt 3° opgeheven;4° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 182.

artikel 2 van hetzelfde besluit worden de woorden « gecontroleerde stortplaatsen » vervangen door de woorden « centra voor technische ondergraving ». Art. 183.

de artikelen 3 en 4 van hetzelfde besluit worden de woorden « giftige of » geschrapt. Art. 184.De titel van hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt : « HOOFDSTUK II. - Verzekering van de exploitant van een

stallatie voor de verzameling, voorbehandeling, verwijdering of valorisatie van gevaarlijke afvalstoffen ». Art. 185.De artikelen 5, 6, 7 en 8 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 186.

artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden « De vergunning » vervangen door de woorden « De milieuvergunning ». Art. 187.De artikelen 10 tot 28 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 188.De titel van hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt : « HOOFDSTUK III. - Erkenning van de ophalers en vervoerders van gevaarlijke afvalstoffen ». Art. 189.

artikel 29 van hetzelfde besluit worden de woorden « giftige of » of geschrapt. Art. 190.Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 191.

artikel 31 van hetzelfde besluit worden de woorden « giftige of » geschrapt. Art. 192.

artikel 32, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « giftige of » worden geschrapt;2°

1°, c), wordt het zinsdeel «

het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen,

het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning »

gevoegd tussen de woorden « afvalstoffen bedoeld » en de woorden »of

elke gelijkwaardige wetgeving »;3°

1°, e), worden de woorden « voor giftige afvalstoffen » geschrapt. Art. 193.

artikel 36 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 2

, 1°, f), worden de woorden « giftige of » geschrapt;2°

§ 5wordt het woord « giftig » geschrapt.

Art. 194.De titel van hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt : « HOOFDSTUK IV - Erkenning van de verantwoordelijke voor de handelingen betreffende de verzameling, voorbehandeling, verwijdering of valorisatie van gevaarlijke afvalstoffen ». Art. 195.De artikelen 42 tot 50 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 196.

artikel 51 van hetzelfde besluit worden de woorden « giftige of » en « uitgevoerd door een erkende exploitant » geschrapt. Art. 197.

artikel 52 van hetzelfde besluit worden de woorden « erkenning » en « erkend » geschrapt en wordt het woord « vergunning » vervangen door het woord « milieuvergunning ». Art. 198.

artikel 55, tweede lid, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden « giftige of » geschrapt. Art. 199.

artikel 56, § 2, 2°, van hetzelfde besluit wordt het woord « erkend » geschrapt. Art. 200.

hetzelfde besluit worden de woorden « giftige of » geschrapt : 1°

de titel van hoofdstuk V;2°

de titel van afdeling 1 van hoofdstuk V;3°

artikel 59;4°

de titel van afdeling 2 van hoofdstuk V;5°

artikel 61;6°

artikel 65. Art. 201.

artikel 71, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid wordt de laatste zin vervangen als volgt : « Ze moet o.a. adviezen uitbrengen over de erkenningsaanvragen bedoeld

artikel 36, § 5 »; 2°

het tweede lid worden de woorden « of om vergunningen » geschrapt. Art. 202.De artikelen 72 en 73 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 203.Artikel 76 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 204.

de artikelen 77, 78, 79 en 80 worden de woorden « giftige of » geschrapt. Art. 205.De bijlagen I, II en IV bij hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 206.

artikel 2, 1°, van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de polychloorbifenylen en polychloorterfenylen worden de woorden « erkend en » geschrapt. Art. 207.

artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden « giftige of » geschrapt. Art. 208.De artikelen 4 en 5 van hetzelfde besluit worden geschrapt. Art. 209.

artikel 6 van hetzelfde besluit worden de woorden «

de hoedanigheid van ophaler of vervoerder van giftige afvalstoffen » geschrapt. Art. 210.De artikelen 10 tot 15 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 211.

artikel 2 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de afgewerkte oliën worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

2° worden de woorden «

een niet-erkende

stallatie » geschrapt;2°

4° worden de woorden « giftige of » geschrapt;3°

6° wordt het woord « vergunde » geschrapt. Art. 212.

artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 2

, eerste lid, worden de woorden « hergroepeerd, voorbehandeld en verwijderd » en « de hergroepering, de voorbehandeling en de verwijdering » geschrapt;2°

§ 2

, tweede lid, worden de woorden « giftige of » en de woorden « hergroepeerd, voorbehandeld, verwijderd of nuttig toegepast » geschrapt;3° § 3 wordt opgeheven. Art. 213.

artikel 4 van hetzelfde besluit worden de woorden « aan erkende afvalolieophalers of aan erkende exploitanten » vervangen door de woorden « aan erkende ophalers of aan exploitanten ». Art. 214.De artikelen 5 en 6 van hetzelfde besluit worden opgeheven. Art. 215.

artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, eerste lid, worden de woorden « andere

richtingen dan die erkend overeenkomstig hoofdstuk V » vervangen door het woord «

richtingen » en wordt het tweede lid opgeheven;2°

§ 2

worden de woorden « een

richting met »

gevoegd tussen het woord « van » en het woord « een » en

2° worden de woorden «

erkende bedrijven » geschrapt;3°

§ 3

en

§ 4

worden de woorden « een

richting met »

gevoegd tussen het woord «

» en het woord « een » en worden de woorden « het vergunningsbesluit » vervangen door de woorden « de milieuvergunning »;4°

§ 5wordt het tweede lid opgeheven.

Art. 216.

artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden « giftige of » geschrapt. Art. 217.

artikel 10, § 1, 3°, van hetzelfde besluit wordt het woord « erkende » geschrapt. Art. 218.De artikelen 11, 12 en 13 van he

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.