← België

Omzendbrief betreffende de verkiezingen voor de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk

Kort samengevat

Deze omzendbrief legt uit hoe de verkiezingen voor ondernemingsraden en comités voor preventie en bescherming op het werk moeten worden georganiseerd, met een focus op de definitie van "onderneming" en "werknemer" en de drempels voor het oprichten van deze organen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID 2 JUNI 1999. - Omzendbrief betreffende de verkiezingen voor de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk INHOUD HOOFDSTUK I. - Enkele nuttige begrippen Afdeling 1. - Begrip onderneming Onder onderneming wordt verstaan : 1.1. De raad en het comité op het niveau van de technische bedrijfseenheid : De technische bedrijfseenheid wordt bepaald op grond van economische en sociale criteria; in geval van twijfel primeren deze laatste. Zij worden vastgesteld in het licht van het fundamentele belang dat de werknemers hebben bij een goede werking van de raden en de comités. Het kan dat deze niet overeenstemt met de juridische entiteit. Zulks is het geval wanneer een bedrijfszetel gekenmerkt wordt door een bepaalde economische zelfstandigheid (een zekere onafhankelijkheid ten opzichte van de directie van de zetel) en door een bepaalde sociale zelfstandigheid (voorbeelden van sociale criteria : de verscheidenheid van mensenkringen, verwijdering van de centra, verschil in taal, de zelfstandigheid op het niveau waarop het personeelsbeleid wordt gevoerd, de zelfstandigheid op het niveau waarop de onderhandelingen over de sociale kwesties worden toegepast, enz.). N.B. Indien de overgang krachtens overeenkomst, de splitsing of een andere wijziging van de technische bedrijfseenheden plaatsvindt nadat de bepaling van de technische bedrijfseenheden definitief is geworden en vóór de dag van de verkiezingen, wordt slechts met de overgang, de splitsing of wijzigingen van de technische bedrijfseenheden rekening gehouden vanaf de oprichting van de ondernemingsraad volgens de regels bepaald in artikel 21, §10, 1° tot 4°, van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende organisatie van het bedrijfsleven, of van het comité voor preventie en bescherming op het werk volgens de regels bepaald in de artikelen 70, 71, 72, 73 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. 1.2. De raad en het comité op het niveau van de juridische entiteit : 1. bij overgang krachtens overeenkomst van één of meer ondernemingen of van een gedeelte ervan;2. bij splitsing van een technische bedrijfseenheid in meerdere juridische entiteiten. 1.3. Meerdere juridische entiteiten worden vermoed, tot het tegendeel wordt bewezen, een technische bedrijfseenheid te vormen, indien het bewijs kan worden geleverd : (1) dat ofwel deze juridische entiteiten deel uitmaken van eenzelfde economische groep of beheerd worden door eenzelfde persoon of door personen die onderling een economische band hebben, ofwel dat deze juridische entiteiten éénzelfde activiteit hebben of activiteiten die op elkaar afgestemd zijn;(2) en dat er elementen bestaan die wijzen op een sociale samenhang tussen deze juridische entiteiten, zoals met name een gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen, een gemeenschappelijk personeelsbeheer, een gemeenschappelijk personeelsbeleid, een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten. Wanneer het bewijs wordt geleverd van één van de voorwaarden bedoeld in (1) en het bewijs van bepaalde elementen bedoeld in (2), zullen de betrokken juridische entiteiten niet beschouwd worden als vormend een enkele technische bedrijfseenheid zo de werkgever(s) het bewijs levert(en) dat het personeelsbeheer en -beleid geen sociale criteria aan het licht brengen, kenmerkend voor het bestaan van een technische bedrijfseenheid. Dit vermoeden mag geen afbreuk doen aan de continuïteit, de werking en de bevoegdheidssfeer van de bestaande organen. Voorbeeld : Een winkelketen is samengesteld uit meerdere juridische entiteiten verspreid in het land. De hergroepering van deze verschillende juridische entiteiten in één technische bedrijfseenheid kan geëist worden op volgende wijze. De eisers (bijvoorbeeld een vakbondsorganisatie) leveren het bewijs dat deze verschillende juridische entiteiten eenzelfde activiteit hebben, de detailhandel van eenzelfde assortiment producten aangekocht door een gemeenschappelijke centrale inkooporganisatie. Wanneer het bewijs van deze voorwaarde met een economisch karakter geleverd is, dan moeten de eisers bovendien een begin van bewijs ( enkele bewijselementen) aanbrengen dat er een sociale samenhang bestaat tussen deze verschillende juridische entiteiten. In het concreet geval van de winkelketen kunnen deze bewijselementen met een sociaal karakter gaan over het feit af te hangen van dezelfde paritaire comités, eenzelfde arbeidsreglement te hebben en gemeenschappelijke collectieve arbeidsovereenkomsten, eenzelfde beleid van extra-legale verzekering te genieten, een gemeenschappelijke personeelsvorming, een personeelsdienst die het geheel van het personeel van de verschillende juridische entiteiten beheert. Indien het bewijs van eenzelfde activiteit is geleverd evenals dit van bepaalde elementen die wijzen op het bestaan van een sociale samenhang tussen de verschillende juridische entiteiten, komt het aan de werkgever toe, wanneer hij de oprichting van een orgaan betwist, te bewijzen dat de entiteiten geen sociale criteria vertonen die het bestaan rechtvaardigen van een technische bedrijfseenheid. 1.4. De aldus omschreven onderneming is die met of zonder industriële of commerciële finaliteit. Afdeling 2. - Ondernemingen die verkiezingen moeten houden 2.1. Begrip "werknemer". 2.1.1. Voor de berekening van de drempel, de berekening van het aantal mandaten, de verkiesbaarheidsvoorwaarden en de kiesvoorwaarden in het bijzonder, voor alle regels van de verkiezingsprocedure in het algemeen, worden beschouwd als "werknemer" : Het begrip "werknemer" omvat iedere persoon die verbonden is met de onderneming door een arbeids- of leerovereenkomst. Worden dus als zodanig beschouwd : de werklieden, de bedienden met inbegrip van de kaderleden en het leidinggevend personeel (enkel het leidinggevend personeel met een arbeidsovereenkomst wordt beschouwd als "werknemers". Dit begrip is beperkter dan dit van punt 3.4.), de handelsvertegenwoordigers, de studenten, de huisarbeiders en de industriële leerlingen. Worden gelijkgesteld met werknemers van de onderneming waar ze worden tewerkgesteld : - de stagiair in de zin van het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces; - de werknemer die voor een beroepsopleiding in de onderneming geplaatst is door de gemeenschapsinstellingen belast met de beroepsopleiding; 2.1.2. Worden enkel voor de berekening van de drempel niet als "werknemer" beschouwd : - de werknemer die verbonden is door een vervangingsovereenkomst gesloten overeenkomstig de bepalingen van artikel 11ter van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten; - de werknemer die een werknemer met volledige loopbaanonderbreking vervangt in de zin van artikel 100 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen, namelijk die een werknemer vervangt welke zijn beroepsloopbaan volledig onderbreekt; - de uitzendkracht. Opmerking : de uitzendkrachten worden niet als "werknemer" beschouwd enkel voor de berekening van de drempel in de uitzendkantoren. Ze zullen evenwel in aanmerking worden genomen in de gebruikende ondernemingen voor zover ze geen werknemers vervangen gedurende de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst. 2.2. Minimum tewerk te stellen werknemers. 2.2.1. Er moet een raad worden opgericht : 2.2.1.1. In de ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste 100 werknemers tewerkstellen. 2.2.1.2. In de ondernemingen waar bij de vorige verkiezingen een raad werd opgericht of had moeten worden opgericht, voor zover zij gewoonlijk gemiddeld ten minste 50 werknemers tewerkstellen. Wanneer de onderneming echter gewoonlijk gemiddeld minder dan 100 werknemers tewerkstelt, moet niet worden overgegaan tot de verkiezing van de leden van de raad. Hun mandaat zal worden uitgeoefend door de verkozen personeelsafgevaardigden van het comité. 2.2.2. Er moet een comité worden opgericht : In de ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld ten minste 50 werknemers tewerkstellen. 2.2.3. a) Indien een onderneming als juridische entiteit verscheidene technische bedrijfseenheden omvat en één van deze niet aan de norm voldoet van 50 werknemers voor de comités en 100 werknemers voor de raden, moet : - ofwel deze technische bedrijfseenheid gevoegd worden bij andere technische eenheden van dezelfde juridische entiteit die evenmin de norm van 50 werknemers voor de comités en 100 werknemers voor de raden bereiken; - ofwel deze technische bedrijfseenheid gevoegd worden bij een technische eenheid van dezelfde juridische entiteit die de norm van 50 werknemers voor de comités en 100 werknemers voor de raden bereikt. b) De te volgen procedure om deze samenvoegingen te verwezenlijken, is die voorgeschreven in afdeling 2, punt 2.1., hierboven vermeld. De samenvoegingen geschieden bij voorkeur tussen technische bedrijfseenheden die het dichtst bij elkaar gelegen zijn. 2.2.4. Enkele voorbeelden. 2.2.4.1. Een juridische entiteit telt verscheidene technische bedrijfseenheden en stelt meer dan 100 werknemers tewerk. Geen enkele van de technische eenheden stelt, afzonderlijk genomen, ten minste 100 werknemers tewerk. Er dient een raad te worden opgericht op het niveau van de juridische entiteit. 2.2.4.2. Een juridische entiteit telt vier technische bedrijfseenheden die samen 190 werknemers tewerkstellen. Eén van de technische eenheden stelt ten minste 100 werknemers tewerk. De overige drie technische eenheden stellen samen 90 werknemers tewerk. Er dient een voor alle technische eenheden gemeenschappelijke raad te worden opgericht op het niveau van de juridische entiteit. 2.2.4.3. Een juridische entiteit telt zeven technische bedrijfseenheden. Eén of meer technische eenheden stellen maar 24 werknemers tewerk. Drie technische eenheden stellen ieder ten minste 100 werknemers tewerk. Er moeten drie raden worden opgericht. Eén voor iedere technische eenheid met ten minste 100 werknemers. Van die drie raden zal er ten minste één zijn die tegelijk gemeenschappelijk is voor één of meer van de technische eenheden die maar 24 werknemers tewerkstellen. 2.2.4.4. Een juridische entiteit telt vier technische bedrijfseenheden. Iedere technische eenheid stelt ten minste 100 werknemers tewerk. Er zijn vier raden nodig. Eén voor iedere technische eenheid. 2.2.4.5. Een juridische entiteit telt vier technische bedrijfseenheden. Twee technische eenheden stellen ieder ten minste 100 werknemers tewerk. Twee andere technische eenheden stellen ieder ten minste 55 werknemers tewerk. Er dienen twee of drie raden te worden opgericht. Twee raden, als iedere technische eenheid met 55 werknemers verbonden wordt met een andere die ten minste 100 werknemers tewerkstelt. 2.2.4.6. Verscheidene juridische entiteiten vormen een technische bedrijfseenheid bij toepassing van de regels van vermoeden (zie onder 1.3.). Er dient een raad te worden opgericht, als die technische eenheid ten minste 100 werknemers tewerkstelt. De voorbeelden blijven eveneens gelden voor de comités met dien verstande dat het aantal van 100 werknemers vervangen wordt door het aantal van 50 werknemers. 2.3. Berekening van het aantal werknemers. 2.3.1. De berekening van de personeelsbezetting is een gemiddelde. Om de personeelsbezetting te bepalen wordt rekening gehouden met al de werknemers van de onderneming, voor zover zij arbeid verrichten krachtens een arbeidsovereenkomst (werklieden, bedienden, met inbegrip van de kaderleden en degenen die met een leidende functie belast zijn en die een arbeidsovereenkomst hebben, handelsvertegenwoordigers, schippers, zeelieden en huisarbeiders) of een leerovereenkomst, zelfs wanneer zij bijvoorbeeld door ziekte of ongeval afwezig zijn. Worden met deze personen gelijkgesteld, de stagiairs in de zin van het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces en de werknemers die voor een beroepsopleiding in de onderneming geplaatst zijn door de gemeenschapsinstellingen belast met de beroepsopleiding. 2.3.2. Het gemiddelde van de tewerkgestelde werknemers wordt berekend : - door het aantal kalenderdagen waarop elke werknemer, gedurende een periode van de vier trimesters die het trimester voorafgaan waarin de aanplakking geschiedt van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, te delen door 365; - wanneer het werkelijke uurrooster van een werknemer niet de 3/4den bereikt van het uurrooster dat het zijne zou zijn geweest indien hij voltijds tewerkgesteld was, wordt het aantal kalenderdagen waarop hij in het personeelsregister ingeschreven werd, gedeeld door twee. Onder werkelijk uurrooster dient niet verstaan te worden de in de arbeidsovereenkomst voorziene uurregeling, maar de arbeidsduur die gewoonlijk door de werknemer wordt gepresteerd. In geval van schorsing van de uitvoering van de overeenkomst moet rekening worden gehouden met het arbeidsstelsel dat de schorsing voorafging. Voor de ondernemingen waarop de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten niet van toepassing is, wordt het personeelsregister vervangen door elk ander document dat hiertoe wordt bijgehouden. Voorbeeld : In toepassing van vermelde regel, wanneer een onderneming in 1995 verkiezingen heeft georganiseerd om haar personeelsafgevaardigden bij de raad en bij het comité aan te duiden, en het geheel van de werknemers heeft een uurrooster van 40 u. per week, wordt bij toepassing van voormelde regel, het gemiddelde van het aantal werknemers als volgt berekend : - 30 werknemers worden gedurende 365 dagen in het personeelsregister ingeschreven; 14 onder hen verrichten arbeid gedurende 28 uur per week : 365 x 16 + 365 x 14/2 = 8.395 of 365 x 23 - 10 werknemers werden ingeschreven gedurende 330 dagen; 2 onder hen verrichten arbeid gedurende 28 u. per week : 330 x 9 = 2 970 - 20 werknemers werden gedurende 274 dagen ingeschreven : 274 x 20 = 5 480 - 5 werknemers werden gedurende 150 dagen ingeschreven : 150 x 5 = 750 - 15 werknemers werden gedurende 346 dagen ingeschreven : 346 x 15 = 5 190 - 20 werknemers werden gedurende 230 dagen ingeschreven : 230 x 20 = 4 600 Gemiddelde van het aantal werknemers : 8.395 + 2 970 + 5 480 + 750 + 5 190 + 4 600/365 = 75 Het gemiddelde aantal werknemers bedraagt 75. De onderneming zal bijgevolg het comité en de raad moeten hernieuwen. Er dient opgemerkt dat in dit geval (minder dan 100 werknemers), niet moet worden overgegaan tot de verkiezing van de leden van de raad. Hun mandaat wordt uitgeoefend door de verkozenen van het comité. 2.3.3. In geval van overgang van onderneming krachtens overeenkomst gedurende de referentieperiode zal voor de berekening van de drempel van de tewerkgestelde werknemers (1999 voor de verkiezingen van het jaar 2000), de telling gebeuren op basis van de periode gedurende welke de nieuwe entiteit heeft bestaan om te vermijden dat het effectief van het personeel dat in aanmerking genomen wordt kunstmatig vermindert en om zo toe te laten een juiste beoordeling te maken van het aantal werknemers van de onderneming. Voorbeeld : Een onderneming stelt gemiddeld 400 werknemers tewerk. Ze moet in beginsel een raad en een comité oprichten. Laat ons veronderstellen dat deze onderneming het voorwerp uitmaakt van een overgang op 1 december 1999, dan geeft de berekening uitgevoerd over heel het jaar, zoals voorheen het geval was, als resultaat : 400 x 30 dagen/365 = 33 werknemers. Deze onderneming zou dus noch een raad noch een comité moeten oprichten terwijl ze in feite 400 werknemers tewerkstelt. Indien men enkel rekening houdt met de maanden van bestaan van de nieuwe entiteit, zoals dit het geval is in de nieuwe regeling, stelt men vast dat de onderneming wel 400 werknemers tewerkstelt (400 x 30/30 = 400) en een raad en een comité moet oprichten. 2.4. Berekening van het aantal uitzendkrachten. 2.4.1. Uitzendkrachten. De gebruiker van uitzendkrachten moet een bijlage bijhouden bij het personeelsregister gedurende het vierde trimester van het jaar 1999. In deze bijlage wordt aan elke uitzendkracht een nummer toegewezen volgens een doorlopende nummering en in de chronologische volgorde van zijn terbeschikkingstelling aan de gebruiker. De bijlage vermeldt voor elke uitzendkracht : 1. het nummer van de inschrijving;2. de naam en voornamen;3. de datum van het begin van de terbeschikkingstelling;4. de datum van het einde van de terbeschikkingstelling;5. het uitzendbureau dat hem tewerkstelt;6. zijn wekelijkse arbeidsduur. 2.4.2. Berekening van het gemiddelde aantal uitzendkrachten. Het gemiddelde aantal uitzendkrachten wordt berekend door het totaal van de kalenderdagen gedurende dewelke elke uitzendkracht, die geen vaste werknemer vervangt waarvan de uitvoering van de overeenkomst is geschorst, ingeschreven is in de bijlage bij het personeelsregister gedurende het vierde trimester van het jaar 1999, te delen door 92. Wanneer het werkelijk uurrooster van de uitzendkracht niet de 3/4den bereikt van het uurrooster dat het zijne zou zijn geweest indien hij voltijds tewerkgesteld was, wordt het aantal kalenderdagen waarop hij in de bijlage bij het personeelsregister werd ingeschreven, gedeeld door twee. Voorbeeld : In toepassing van voormelde regel wordt voor een onderneming, waarvan het uurrooster 40 uren per week bedraagt, en die 30 uitzendkrachten gebruikt, waarvan 10 geen vaste werknemers, waarvan de overeenkomst is geschorst, vervangen, wordt het gemiddelde aantal uitzendkrachten als volgt berekend : - 2 uitzendkrachten werden ingeschreven in de bijlage bij het personeelsregister gedurende 14 dagen : 2 x 14 = 28 - 5 uitzendkrachten werden ingeschreven in de bijlage bij het personeelsregister gedurende 31 dagen waarvan 2 tewerkgesteld werden gedurende 28 uren per week : 4 x 31 = 124 - 3 uitzendkrachten werden ingeschreven in de bijlage bij het personeelsregister gedurende 62 dagen : 3 x 62 = 186 Gemiddelde aantal uitzendkrachten : 28 + 124 + 186/92 = 3,7 Afdeling 3. - Categorieën van werknemers 3.1. Jeugdige werknemers Worden beschouwd als jeugdige werknemers, de werknemers die de leeftijd van 25 jaar niet bereikt hebben op de dag van de verkiezingen. 3.2. Arbeiders en bedienden De werknemers worden als bedienden of als arbeiders beschouwd in functie van de aangifte die overgemaakt werd aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. 3.3. Kaderleden. Maken enkel voor de ondernemingsraad deel uit van het kaderpersoneel, de bedienden die met uitsluiting van die welke deel uitmaken van het leidinggevend personeel, in de onderneming een hogere functie uitoefenen, die in het algemeen voorbehouden wordt aan de houder van een diploma van een bepaald niveau of aan diegene die een evenwaardige beroepservaring heeft. De groep werknemers, die als kaderlid wordt aangezien, is zo heterogeen en verscheiden dat een soepele definitie vereist is, die rekening houdt met de uiterst veranderlijke sociale en organisatorische realiteit in de ondernemingen. De meeste definities concentreren zich op het element "leiding, delegatie van gezag door de werkgever", met een zeker initiatiefrecht; daarnaast dienen eveneens als kaderpersoneel aangezien werknemers die zonder echt gezag uit te oefenen, toch hoogstaande taken (staffuncties) vervullen in een dienst voor wetenschappelijk onderzoek of in een studiedienst. Het gaat uiteindelijk om hogere functies, omwille van gezag of louter omwille van de inhoud van de taak. Het gaat hier om functies, die doorgaans voorbehouden zijn aan gediplomeerden van hoger onderwijs of aan personen die een evenwaardige beroepservaring hebben. Het zijn deze elementen die aan de basis liggen van het begrip kaderpersoneel in de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. 3.4. Leidinggevend personeel. Tot het leidinggevend personeel behoren : a) de personen belast met het dagelijks beheer van de onderneming, die gemachtigd zijn om de werkgever te vertegenwoordigen en te verbinden;b) de personeelsleden, onmiddellijk ondergeschikt aan die personen, wanneer zij opdrachten van dagelijks beheer vervullen.De verdeling van de taken van dagelijks beheer mag dus niet tot gevolg hebben dat méér dan twee niveaus van de structuur van het personeel van de onderneming in aanmerking komen. Afdeling 4. - Representatieve organisaties 4.1. Representatieve werknemersorganisaties. Representatief zijn de werknemersorganisaties die voldoen aan volgende voorwaarden : a) zij moeten opgericht zijn op nationaal vlak;b) zij moeten interprofessioneel zijn;c) zij moeten vertegenwoordigd zijn in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven en in de Nationale Arbeidsraad;d) zij moeten ten minste 50 000 leden tellen. Bovendien worden ook als representatief beschouwd de professionele en interprofessionele organisaties die aangesloten zijn bij één van de organisaties die aan de vier hoger gestelde voorwaarden voldoet. In de praktijk betekent dit dat enkel het A.B.V.V., het A.C.V. en de A.C.L.V.B. en de daarbij aangesloten organisaties representatief zijn. 4.2. Representatieve organisaties van kaderleden Als representatieve organisaties van kaderleden worden beschouwd de interprofessionele organisaties van kaderleden, die voor het gehele land zijn opgericht en die ten minste 10 000 leden tellen. Hoe dit aantal moet geteld worden is niet bepaald. Wellicht daarom is eraan toegevoegd dat deze organisaties nog als representatief moeten erkend worden door de Koning volgens de nadere regelen en de procedure zoals bepaald door artikel 2 van het koninklijk besluit van 25 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999012352 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 25/05/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999012351 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling van de datum van de verkiezingen voor de aanwijzing van de afgevaardigden van het personeel bij de ondernemingsraden en bij de comités voor preventie en bescherming op het werk sluiten betreffende de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk. De organisaties van kaderleden die als representatief willen erkend worden moeten hun verzoek bij een ter post aangetekende brief richten tot de Minister van Tewerkstelling en Arbeid. Dit verzoek moet vergezeld zijn van : 1) een afschrift van hun statuten;2) de lijst met hun leiders;3) hun benaming;4) hun adres;5) hun telefoonnummer. Zij moeten er eveneens elk gegeven aan toevoegen dat dienstig is om vast te stellen of zij voldoen aan de door de wet gestelde voorwaarden van representativiteit. De Nationale Arbeidsraad moet in het kader van de erkenningsprocedure advies uitbrengen. Op het advies wordt echter niet gewacht wanneer het binnen twee maanden na het verzoek niet verstrekt is. Sinds de sociale verkiezingen van 1987 werd de N.C.K. (Nationale Confederatie van het Kaderpersoneel) erkend als een representatieve organisatie van kaderleden. Afdeling 5. - Opschorting van de verkiezingen. De verkiezingen kunnen eveneens worden opgeschort in de volgende omstandigheden : 1) wanneer de onderneming besloten heeft al haar activiteiten voorgoed stop te zetten;2) bij gedeeltelijke sluiting, door de stopzetting van één of meer activiteiten, voor zover het aantal tewerkgestelde werknemers kleiner wordt dan het aantal werknemers vereist voor het houden van verkiezingen. Het volstaat evenwel niet dat deze voorwaarden vervuld zijn opdat de werkgever autonoom kan beslissen om de verkiezingen op te schorten. Hiervoor moet hij de voorafgaande toestemming bekomen van de sociaal inspecteur-districtshoofd van de Inspectie van de sociale wetten. Vooraleer deze toestemming te verlenen, vraagt de sociaal inspecteur-districtshoofd de instemming van de raad of het comité. Zo deze organen nog niet zijn opgericht, moet hij de instemming van de werkgever en van de vakbondsafvaardiging bekomen. Wanneer een opschorting van de verkiezingen toegelaten is omwille van de voormelde omstandigheden, mag deze opschorting in geen geval één jaar overschrijden. De raad of het bestaande comité blijft gedurende die periode fungeren. Afdeling 6. - Taalvoorschriften inzake sociale verkiezingen Verkiezingen mogen niet in om het even welke taal georganiseerd worden. Naargelang de regio is een andere reglementering van toepassing. 6.1. Brussel, Duits taalgebied en gemeenten met faciliteiten In Brussel, in het Duitse taalgebied en in de gemeenten met faciliteiten, moet men rekening houden met het koninklijk besluit van 18 juli 1966 houdende coördinatie van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken. 6.1.1. Brussel-Hoofdstad. In de negentien gemeenten van Brussel-Hoofdstad moeten de verkiezingen georganiseerd worden in het Nederlands voor het Nederlandssprekend personeel en in het Frans voor het Franssprekend personeel. Een personeelslid wordt geacht Nederlands- of Franssprekend te zijn naargelang van het taalgebied waar hij woont. Dit vermoeden kan echter weerlegd worden. Voor de inwoners van de negentien gemeenten, moet naar andere aanduidingen gekeken worden : bijvoorbeeld : de taal van de identiteitskaart, of de arbeidsovereenkomst; de taal waarin de sociale documenten worden opgesteld. In beginsel moet men met eentalige documenten werken. Voor de Nederlandstaligen moet men dus eentalig Nederlandse documenten en voor de Franstaligen eentalig Franse documenten gebruiken. Wanneer in een onderneming zowel Nederlandstaligen als Franstaligen werken moeten de aan te plakken documenten in dubbel (in de twee talen) uitgehangen worden. Documenten die zich individueel tot een werknemer richten, bijvoorbeeld de oproepingsbrief, moeten in de taal van die werknemer zijn. 6.1.2. Duits taalgebied. Een onderneming die gevestigd is in het Duits taalgebied moet de verkiezingen organiseren in de taal van dat gebied. 6.1.3. Gemeenten met faciliteiten. De gemeenten met faciliteiten zijn de gemeenten gelegen in een bepaald taalgebied (het Nederlandse, het Franse of het Duitse), waar taalfaciliteiten zijn voorzien voor anderstalige minderheden. Deze gemeenten zijn met name opgesomd in de wet van 2 augustus 1963. Het zijn voornamelijk de zes randgemeenten van de Brusselse agglomeratie en een bepaald aantal taalgrensgemeenten, onder meer de gemeenten in de Voerstreek. In deze gemeenten moeten de verkiezingen georganiseerd worden in de taal van de streek. Vertalingen in een of meer talen zijn echter toegestaan indien de samenstelling van het personeel zulks rechtvaardigt. 6.2. Nederlands taalgebied, met uitzondering van de gemeenten met faciliteiten. In het Nederlands taalgebied, met uitzondering van de gemeenten met faciliteiten, is deze materie onderworpen aan het decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik der talen onder meer in de sociale betrekkingen tussen werkgever en werknemers. Ten gevolge van dit decreet moet in Vlaanderen heel de verkiezingsprocedure in het Nederlands verlopen. Er mogen enkel Nederlandstalige documenten gebruikt worden. Anderstalige documenten zijn nietig, en met nietige documenten kan men uiteraard onmogelijk geldige verkiezingen organiseren. Wel kunnen in bepaalde omstandigheden, bij de Nederlandstalige documenten vertalingen gevoegd worden. Volgens de tekst van het decreet zijn vertalingen verplicht wanneer de samenstelling van het personeel het rechtvaardigt en : 1) op eenparige aanvraag van de werknemersvertegenwoordigers in de raad of indien dit orgaan niet bestaat, 2) op eenparige aanvraag van de vakbondsafvaardiging of, indien dit orgaan ook niet bestaat, 3) op verzoek van een afgevaardigde van een representatieve werknemersorganisatie. Deze regeling moet op schrift gesteld worden. De werkgever moet ze binnen een termijn van een maand bekendmaken aan de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de uitvoering van het decreet. Zonder het volgen van deze procedure zijn vertalingen mogelijk. Ze zijn niet verplicht, maar er wordt aanvaard dat zij toegelaten zijn. Wanneer men gebruik maakt van vertalingen is enkel het Nederlandstalige document het officiële. 6.3. Frans taalgebied, met uitzondering van de gemeenten met faciliteiten. In het Franse taalgebied, met uitzondering van de gemeenten met faciliteiten, is het decreet van 12 juli 1978 over de verdediging van de Franse taal en het decreet van 30 juni 1982 inzake de bescherming van de vrijheid van het gebruik van de Franse taal in de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en hun personeel, van toepassing. Deze decreten stellen dat het uitsluitend gebruik van een andere taal dan het Frans verboden is voor de ondernemingsakten en documenten die door wetten of reglementen zijn voorgeschreven. Het Frans moet gebruikt worden. Daarnaast kunnen de partijen vrij een andere taal kiezen. Alleen de in het Frans opgestelde tekst bezit echter rechtsgeldigheid. HOOFDSTUK II. - De verkiezingsprocedure Afdeling 1. - Datum van de verkiezingen. 1.1. Datum van de verkiezingen. De verkiezingen voor de oprichting of de vernieuwing van de ondernemingsraden, hierna "raden" genoemd, en van de comités voor preventie en bescherming op het werk, hierna "comités" genoemd, moeten plaatshebben in de periode die aanvangt op 8 mei 2000 en die eindigt op 21 mei 2000. 1.2. Dagen X en Y 1.2.1. Betekenis van dag X en dag Y In de verkiezingsprocedure wordt heel dikwijls verwezen naar twee belangrijke dagen : 1) de dag van de verkiezingen, verder in de tekst " dag Y " geheten;2) de dag waarop de verkiezingsdatum, door aanplakking, wordt bekendgemaakt, hierna aangeduid als " dag X ". Bepaalde formaliteiten moeten vervuld worden in de periodes vóór of na deze dagen. Voor de berekening van deze periodes moet steeds geteld worden met kalenderdagen en niet met werkdagen. De dagen X en Y bakenen de verschillende etappes af die gedurende de verkiezingsprocedure moeten doorlopen worden. Dit zijn : 1) vóór dag X : de voorbereiding van de procedure;2) dag X : de aanplakking van de verkiezingsdatum;3) van dag X tot dag Y : de eigenlijke procedure;4) dag Y : de verkiezingen;5) na dag Y : mogelijkheid tot beroep en eerste samenroeping van de raad en/of het comité. 1.3. Belang van de chronologie. De verkiezingsprocedure duurt 150 dagen. In de verkiezingsprocedure moet de chronologie strikt geëerbiedigd worden. Het niet-respecteren van de voorgeschreven periodes en data kan achteraf de vernietiging van de verkiezingen met zich meebrengen. Spil van alles is de dag van de verkiezingen, dag Y. Nadat die datum bepaald is, kunnen er alle andere data uit afgeleid worden. Afdeling 2. - Voor dag X : de voorbereidende procedure 2.1. X - 60 : eerste aankondigingen. 2.1.1. Vaststelling van het aantal technische bedrijfseenheden Uiterlijk op de 60e dag die de aanplakking voorafgaat van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, informeert de werkgever schriftelijk de vakbondsafvaardiging over de aard, de gebieden en de graad van zelfstandigheid en afhankelijkheid van de technische bedrijfseenheid of -eenheden ten opzichte van de juridische entiteit. Wanneer reeds een orgaan werd opgericht, wordt de informatie aan de raad of aan het comité gegeven en heeft enkel betrekking op de wijzigingen die zich in de structuur van de onderneming hebben voorgedaan en op de nieuwe criteria van zelfstandigheid of afhankelijkheid van de technische bedrijfseenheid of -eenheden ten opzichte van de juridische entiteit. 2.1.2. Het aantal personeelsleden per categorie. Uiterlijk de zestigste dag vóór de aanplakking van het bericht dat de verkiezingsdatum aankondigt, deelt de werkgever schriftelijk aan de werknemers en aan de raad of aan het comité of bij ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging, het aantal personeelsleden per categorie mee (de arbeiders, de bedienden met inbegrip van het leidinggevend - en het kaderpersoneel, de jeugdige werknemers ) die in de onderneming in dienst zijn op dag X - 60. 2.1.3. Functies van het leidinggevend personeel en de indicatieve lijst van het leidinggevend personeel. Uiterlijk op de 60e dag die de dag van de aanplakking voorafgaat van het bericht waarin de datum van de verkiezingen wordt aangekondigd informeert de werkgever schriftelijk de raad en het comité of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging, over de functies van het leidinggevend personeel door hun benaming en hun inhoud te verduidelijken, alsmede, bij wijze van aanduiding, de lijst van de personen die deze functies uitoefenen. In deze lijst worden de leidinggevende functies vermeld en de personen die deze uitoefenen en die niet tot de technische bedrijfseenheid behoren. 2.1.4. Functies van kaderleden en de indicatieve lijst van de kaderleden. Uiterlijk op de 60e dag die de dag van de aanplakking voorafgaat van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, informeert de werkgever schriftelijk de raad of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging, over de functies van de kaderleden alsmede, bij wijze van aanduiding, de lijst van de personen die deze functies uitoefenen. Mogen slechts als kaderleden beschouwd worden, de bedienden die zo aangegeven zijn in de aangifte overgemaakt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Deze procedure is niet van toepassing in de ondernemingen die moeten overgaan tot de verkiezing van personeelsafgevaardigden in de raad maar die minder dan 30 bedienden tewerkstellen uiterlijk 60 dagen voor de dag van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt. 2.1.5. Dag van aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt en voor de verkiezingen beoogde datum Uiterlijk op de 60e dag die de dag van de aanplakking voorafgaat van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, informeert de werkgever schriftelijk de raad en het comité of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging, over de dag waarop de datum van de verkiezingen zal worden aangekondigd evenals de voor de verkiezingen beoogde datum. Hij moet dus de datum van dag X in de onderneming meedelen evenals de beoogde datum van dag Y. Een afschrift van deze schriftelijke informatie moet gezonden worden naar de zetel van de representatieve werknemersorganisaties. 2.2. Van X - 60 tot X - 35 : raadplegingen. 2.2.1. Aantal technische bedrijfseenheden. Tussen de 60e en de 35e dag die de dag van de aanplakking voorafgaat van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, raadpleegt de werkgever de raad, het comité, of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging over het aantal technische bedrijfseenheden of juridische entiteiten waarvoor organen moeten worden opgericht evenals over hun beschrijving, over de verdeling van de juridische entiteit in technische bedrijfseenheden met hun beschrijving en hun grenzen of het samenvoegen van meerdere juridische entiteiten in technische bedrijfseenheden met hun beschrijving en hun grenzen. 2.2.2. Functies van het leidinggevend personeel en de indicatieve lijst van het leidinggevend personeel. Tussen de 60e en de 35e dag die de dag van de aanplakking voorafgaat van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, raadpleegt de werkgever de raad, het comité, of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging over de functies van het leidinggevend personeel, alsmede over de lijst die bij wijze van aanduiding door de werkgever werd gegeven. 2.2.3. Functies van kaderleden en de indicatieve lijst van de kaderleden. Tussen de 60e en de 35e dag die de dag van de aanplakking voorafgaat van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, raadpleegt de werkgever de raad, het comité, of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging over de functies van de kaderleden, alsmede over de lijst die bij wijze van aanduiding door de werkgever werd gegeven. Mogen slechts als kaderleden beschouwd worden, de bedienden die zo aangegeven zijn in de aangifte overgemaakt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Deze voorziene procedure is niet van toepassing in de ondernemingen die moeten overgaan tot de verkiezing van personeelsafgevaardigden in de raad maar die minder dan 30 bedienden tewerkstellen uiterlijk 60 dagen voor de dag van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt. 2.3. X - 35 : schriftelijke mededelingen van de beslissingen 2.3.1. Aantal technische bedrijfseenheden Uiterlijk op de 35e dag, die de dag van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, voorafgaat, worden de raad en het comité, of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging, of, bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging, de werknemers door de werkgever schriftelijk in kennis gesteld van zijn beslissingen betreffende de technische bedrijfseenheden of de juridische entiteiten waarvoor afzonderlijke organen moeten worden opgericht met hun beschrijving en hun grenzen. Hij stelt de raad en het comité, of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging, de werknemers en de representatieve werknemersorganisaties eveneens in kennis van zijn beslissing betreffende de indeling van de juridische entiteit in technische bedrijfseenheden met hun beschrijving en hun grenzen of de samenvoeging van meerdere juridische entiteiten in technische bedrijfseenheden met hun beschrijving en hun grenzen. 2.3.2. Functies van het leidinggevend personeel en de indicatieve lijst van het leidinggevend personeel. Uiterlijk op de 35e dag, die de dag van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, voorafgaat, worden de raad en het comité, of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging, of, bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging, de werknemers door de werkgever schriftelijk in kennis gesteld van zijn beslissingen betreffende de functies van het leidinggevend personeel alsmede, bij wijze van aanduiding, de lijst van de personen die deze functies uitoefenen. 2.3.3. Functies van kaderleden en de indicatieve lijst van de kaderleden. Uiterlijk op de 35e dag, die de dag van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, voorafgaat, worden de raad en het comité, of bij ontstentenis ervan de vakbondsafvaardiging, of, bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging, de werknemers door de werkgever schriftelijk in kennis gesteld van zijn beslissingen betreffende de functies van de kaderleden alsmede, bij wijze van aanduiding, de lijst van de personen die deze functies uitoefenen. 2.4. Van X - 35 tot X - 28 : beroepen. Beroep kan ingesteld worden bij de arbeidsrechtbank door de betrokken werknemers, de betrokken representatieve werknemersorganisaties, alsook door de betrokken representatieve kaderledenorganisaties indien een raad moet worden opgericht ten laatste de 28e dag die de dag voorafgaat van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, voor wat betreft : 2.4.1. Aantal technische bedrijfseenheden. a) De beslissing of ontstentenis van beslissing van de werkgever betreffende de technische bedrijfseenheden of de juridische entiteiten waar organen moeten worden opgericht;b) De beslissing of ontstentenis van beslissing betreffende de indeling van de juridische entiteit in technische bedrijfseenheden met hun beschrijving en grenzen of de samenvoeging van meerdere juridische entiteiten in technische bedrijfseenheden met hun beschrijving en grenzen; 2.4.2.Functies van het leidinggevend personeel en de indicatieve lijst van het leidinggevend personeel. De beslissing of ontstentenis van beslissing van de werkgever betreffende de functies van het leidinggevend personeel. 2.4.3. Functies van kaderleden en de indicatieve lijst van de kaderleden. De beslissing of ontstentenis van beslissing betreffende de functies van de kaderleden. 2.5. Van X - 28 tot X - 5 : uitspraak van de arbeidsrechtbank De arbeidsrechtbank waarbij beroep is ingesteld doet uitspraak binnen 23 dagen na de ontvangst van het beroep. 2.6. Voorbereiding van de verrichtingen voor de dag van de aanplakking van het bericht dat de verkiezingsdatum aankondigt. Voor de dag van de aanplakking van het bericht dat de verkiezingsdatum aankondigt (dag X ), moeten volgende inlichtingen bekend zijn. 2.6.1. Het aantal mandaten per orgaan. 2.6.1.1. Datum die in aanmerking moet genomen worden. De datum die in aanmerking moet genomen worden voor de vaststelling van het personeel en de verdeling van de zetels onder de werklieden, bedienden en jeugdige werknemers en eventueel de kaderleden als de onderneming meer dan 100 werknemers tewerkstelt, is die van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt. 2.6.1.2. Berekening van het aantal mandaten per orgaan. De personeelsafvaardiging in de ondernemingsraad en in het comité is samengesteld uit : - 4 gewone leden voor een onderneming met minder dan 101 werknemers; - 6 gewone leden voor een onderneming met 101 tot 500 werknemers; - 8 gewone leden voor een onderneming met 501 tot 1000 werknemers; - 10 gewone leden voor een onderneming met 1001 tot 2000 werknemers; - 12 gewone leden voor een onderneming met 2001 tot 3000 werknemers, - 14 gewone leden voor een onderneming met 3001 tot 4000 werknemers; - 16 gewone leden voor een onderneming met 4001 tot 5000 werknemers; - 18 gewone leden voor een onderneming met 5001 tot 6000 werknemers; - 20 gewone leden voor een onderneming met 6001 tot 8000 werknemers; - 22 gewone leden voor een onderneming met méér dan 8000 werknemers, op de datum van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt. De leden van het leidinggevend personeel moeten bij het aantal werknemers worden gevoegd om het aantal gewone leden van de personeelsafvaardiging vast te stellen. De uitzendkrachten worden niet in aanmerking genomen om het aantal gewone leden van de personeelsafvaardiging vast te stellen. Voor de berekening van de mandaten komen alleen die leden van het leidinggevend personeel in aanmerking die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst. Bij de verkiezing van de leden van de raad en in geval van een afzonderlijke vertegenwoordiging van kaderleden, d.w.z. wanneer de onderneming ten minste 15 kaderleden tewerkstelt, wordt de personeelsafvaardiging van de raad met één eenheid verhoogd indien de onderneming minder dan honderd kaderleden tewerkstelt en met twee eenheden indien de onderneming 100 kaderleden of meer tewerkstelt. De leden van het leidinggevend personeel moeten eveneens gevoegd worden bij het aantal kaderleden om de verhoging van de personeelsafvaardiging te bepalen. De afvaardiging bestaat bovendien uit plaatsvervangende leden waarvan het aantal gelijk is aan dat van de gewone leden. 2.6.1.3. Eventuele verhoging van het aantal mandaten. Het bij de punten 2.6.1.2. bedoelde aantal leden van de personeelsafvaardiging kan evenwel worden verhoogd na een éénparig akkoord gesloten tussen de werkgever en de representatieve werknemersorganisaties met dien verstande dat er niet meer dan 25 mogen zijn of eventueel 27 als er een afzonderlijke vertegenwoordiging van de kaderleden is. Het akkoord moet uiterlijk worden bereikt de dag van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt. Dit akkoord moet de aanvullende mandaten onder de verschillende categorieën van werknemers verdelen. Een afschrift van dit akkoord moet dezelfde dag verzonden worden naar de sociaal inspecteur-districtshoofd van de Inspectie van de sociale wetten van het ambtsgebied en naar de representatieve werknemersorganisaties. 2.6.2. Het aantal mandaten per categorie. 2.6.2.1. Datum die in aanmerking moet genomen worden. Bij de verdeling van de mandaten van de personeelsafgevaardigden moet rekening worden gehouden met het aantal personeelsleden van de verschillende categorieën in dienst in de onderneming op de dag van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt. De werknemers moeten beschouwd worden als werklieden of als bedienden naargelang van de aangifte overgemaakt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Als jeugdige werknemers worden beschouwd, de werknemers die de leeftijd van 25 jaar niet bereikt hebben op de dag van de verkiezingen. Het leidinggevend personeel is begrepen in de categorie van bedienden of in de categorie van kaderleden in geval van een afzonderlijke vertegenwoordiging van kaderleden. 2.6.2.2. Indien de onderneming minder dan 25 jeugdige werknemers telt. 2.6.2.2.1. Geen afzonderlijke vertegenwoordiging van kaderleden. Het aantal mandaten dat aan de personeelsafgevaardigden wordt toegekend, wordt verdeeld in verhouding tot de bezetting van de categorie van "arbeiders" en van de categorie van "bedienden". Het wordt als volgt berekend : Het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal werknemers van elk van deze categorieën met het totaal aantal leden van de personeelsafvaardiging wordt gedeeld door het totaal aantal werknemers die in de onderneming zijn tewerkgesteld. Zo het totaal der aldus bekomen twee quotiënten (zonder rekening te houden met de decimalen) een eenheid minder bedraagt dan het totaal aantal leden van de personeelsafvaardiging, wordt het overblijvende mandaat toegekend aan die van beide categorieën die het kleinste aantal werknemers telt, zo deze nog niet vertegenwoordigd is. In de andere gevallen wordt het overblijvende mandaat toegekend aan de categorie die de hoogste decimaal heeft verkregen of aan die welke het grootste aantal werknemers telt, zo beide quotiënten dezelfde decimaal hebben. 2.6.2.2.2. Afzonderlijke vertegenwoordiging van kaderleden. Het aantal mandaten dat aan de personeelsafvaardiging wordt toegekend, wordt verdeeld in verhouding tot de bezetting van de categorie "arbeiders", "bedienden" en "kaderleden". Het wordt berekend op de volgende wijze : Het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal werknemers van elk van deze categorieën met het totaal aantal leden van de personeelsafvaardiging gedeeld door het totaal aantal werknemers die in de onderneming zijn tewerkgesteld. Zo het totaal der aldus bekomen quotiënten (zonder rekening te houden met de decimalen ) een eenheid minder bedraagt dan het totaal aantal leden van de personeelsafvaardiging wordt het overblijvende mandaat toegekend aan die van de drie categorieën die nog niet vertegenwoordigd is. Zo twee categorieën nog niet vertegenwoordigd zijn, zal aan elke categorie een mandaat worden toegekend of, indien er slechts één mandaat overblijft, wordt hen dit toegekend, vermeerderd met een mandaat dat onttrokken werd aan de categorie die het meest vertegenwoordigd is. In de andere gevallen worden de overblijvende mandaten toegekend achtereenvolgens aan de categorieën die de hoogste decimalen hebben verkregen. Bij gelijkheid van decimalen worden zij achtereenvolgens toegekend aan de categorieën die de hoogste tweede decimalen hebben verkregen. Bij gelijkheid van de eerste twee decimalen worden zij achtereenvolgens toegekend aan de categorieën die het grootste aantal werknemers tellen. 2.6.2.3. Indien de onderneming ten minste 25 jeugdige werknemers telt Indien de onderneming ten minste 25 jeugdige werknemers jonger dan 25 jaar tewerkstelt, worden die jeugdige werknemers vertegenwoordigd : - in de ondernemingen die minder dan 101 werknemers tellen, door één vertegenwoordiger indien de onderneming 25 tot 50 jeugdige werknemers jonger dan 25 jaar tewerkstelt, en door twee vertegenwoordigers indien de onderneming meer dan 50 jeugdige werknemers jonger dan 25 jaar tewerkstelt; - in de ondernemingen die 101 tot 500 werknemers tellen, door één vertegenwoordiger indien de onderneming 25 tot 100 jeugdige werknemers jonger dan 25 jaar tewerkstelt, en door twee vertegenwoordigers indien de onderneming meer dan 100 jeugdige werknemers jonger dan 25 jaar tewerkstelt; - in de ondernemingen die meer dan 500 werknemers tellen, door één vertegenwoordiger indien de onderneming 25 tot 150 jeugdige werknemers jonger dan 25 jaar tewerkstelt, door twee vertegenwoordigers indien de onderneming 151 tot 300 jeugdige werknemers jonger dan 25 jaar tewerkstelt en door drie vertegenwoordigers indien de onderneming meer dan 300 jeugdige werknemers jonger dan 25 jaar tewerkstelt. 2.6.2.3.1. Geen afzonderlijke vertegenwoordiging van kaderleden Het aantal mandaten toegekend aan de personeelsafvaardiging van 25 jaar en ouder, wordt verdeeld in verhouding tot de bezetting van de categorie arbeiders van 25 jaar en ouder en van deze van de bedienden van 25 jaar en ouder. Het wordt als volgt berekend : Het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal werknemers van elk van deze categorieën met het totaal aantal leden van de personeelsafvaardiging, verminderd met de zetel(s) die aan de vertegenwoordigers van voornoemde jeugdige werknemers wordt (worden) toegewezen, gedeeld door het totaal aantal werknemers van 25 jaar en ouder die in de onderneming zijn tewerkgesteld. Indien het totaal van de twee aldus bekomen quotiënten (zonder rekening te houden met de decimalen), een eenheid minder bedraagt dan het totaal aantal leden van de personeelsafvaardiging, verminderd met de zetel(s) die aan de jeugdige werknemers wordt (worden) toegewezen, wordt het overblijvende mandaat toegekend aan die van de twee categorieën die het kleinste aantal werknemers telt, zo deze nog niet vertegenwoordigd is. In de andere gevallen wordt het mandaat toegekend aan de categorie die de hoogste decimaal heeft verkregen of aan die welke het grootste aantal werknemers telt, zo beide quotiënten dezelfde decimaal hebben. 2.6.2.3.2.Afzonderlijke vertegenwoordiging van kaderleden. Het aantal mandaten toegekend aan de personeelsafvaardiging van 25 jaar en ouder, wordt verdeeld in verhouding tot de bezetting van de categorie arbeiders, bedienden en kaderleden van 25 jaar en ouder. Het wordt als volgt berekend : Het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal werknemers van elk van deze categorieën met het totaal aantal leden van de personeelsafvaardiging, verminderd met de zetel(s) die aan de vertegenwoordigers van voornoemde jeugdige werknemers wordt (worden) toegewezen, gedeeld door het totaal aantal werknemers van 25 jaar en ouder die in de onderneming zijn tewerkgesteld. Indien het totaal van de aldus bekomen quotiënten (zonder rekening te houden met de decimalen), een eenheid minder bedraagt dan het totaal aantal leden van de personeelsafvaardiging, verminderd met de zetel(s) die aan de jeugdige werknemers wordt (worden) toegewezen, wordt het overblijvende mandaat toegekend aan die van de drie categorieën die nog niet vertegenwoordigd is. Indien twee categorieën nog niet vertegenwoordigd zijn, zal aan elke categorie een mandaat worden toegekend, of, indien er slechts één mandaat overblijft, wordt hen dit toegekend, vermeerderd met het mandaat dat onttrokken werd aan de categorie die het meest vertegenwoordigd is. In de andere gevallen worden het of de mandaten toegekend achtereenvolgens aan de categorieën die de hoogste decimalen hebben verkregen. Bij gelijkheid van decimalen worden zij achtereenvolgens toegekend aan de categorieën die de hoogste twee decimalen hebben verkregen. Bij gelijkheid van de decimalen worden zij achtereenvolgens toegekend aan de categorieën die de hoogste twee decimalen hebben verkregen. Bij gelijkheid van de eerste twee decimalen worden zij achtereenvolgens toegekend aan de categorieën die het grootste aantal werknemers tellen. Voorbeelden : 1° Een onderneming stelt 620 werknemers tewerk, 535 arbeiders, 55 bedienden, 30 kaderleden;8 mandaten zijn te verdelen waaraan men 1 mandaat moet toevoegen omwille van de afzonderlijke vertegenwoordiging van de kaderleden (de onderneming stelt ten minste 15 kaderleden tewerk). mandaten "arbeiders" : aantal arbeiders x totaal aantal mandaten/totaal aantal werknemers 535 x 9/620 = 7,76 mandaten "bedienden" : aantal bedienden x totaal aantal mandaten/totaal aantal werknemers 55 x 9/620 = 0,79 mandaten "kaderleden" : aantal kaderleden x totaal aantal mandaten /totaal aantal werknemers 30 x 9/620 = 0,43 In dit geval zullen twee categorieën niet vertegenwoordigd zijn, zij zullen dus ieder een mandaat toegekend krijgen. Resultaten : mandaten "arbeiders" : 7; mandaten "bedienden" : 1; mandaten "kaderleden" : 1 2° Een onderneming stelt 400 werknemers tewerk, 300 arbeiders, 50 jeugdige werknemers, 25 bedienden, 25 kaderleden : 6 mandaten zijn te verdelen waaraan men 1 mandaat moet toevoegen omwille van de afzonderlijke vertegenwoordiging van de kaderleden. mandaten "jeugdige werknemers" : 1 mandaten "arbeiders" : 300 x 6(7-1 mandaat toegekend aan J.W.)/350 (400-50 jeugdige werknemers) = 5,14 mandaten "bedienden" en "kaderleden" : 25 x 6(7-1 mandaat J.W.)/350 (400-50 jeugdige werknemers) = 0,42 In dit geval zijn twee categorieën nog niet vertegenwoordigd. Aan elk van hen zal een mandaat toegekend worden. Aangezien er slechts één mandaat overblijft, wordt aan één van de twee categorieën een mandaat toegekend, dat onttrokken werd aan de categorie die het meest vertegenwoordigd is (mandaten "arbeiders" : 5,14 - 1). Resultaten : mandaten "arbeiders" : 4; mandaat "bedienden" : 1; mandaat "jeugdige werknemers" : 1; mandaat "kaderleden" : 1 2.6.3. De datum en de uurregeling van de verkiezingen. De datum en de uurregeling van de verkiezingen worden vastgesteld door de raad of het comité. Indien deze organen nog niet bestaan, moet de werkgever deze beslissingen treffen. De datum moet zo worden vastgesteld dat, in beginsel, elke werknemer kan stemmen gedurende zijn werkuren. Indien binnen de raad of het comité geen akkoord over de datum en de uurregeling kan bereikt worden, worden zij vastgesteld door de sociaal inspecteur-districtshoofd van de Inspectie van de sociale wetten van het rechtsgebied. De verkiezingen vinden plaats uiterlijk 90 dagen na dag X. Voor de dag van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt (dag X), moeten volgende documenten opgesteld worden. 2.6.4. De voorlopige kiezerslijsten. Voorwaarden inzake kiesrecht : Aan de verkiezingen van de personeelsafgevaardigden in de raad of het comité wordt deelgenomen door alle werknemers van de onderneming die verbonden zijn door een arbeids- of een leerovereenkomst, met uitzondering van de werknemers die deel uitmaken van het leidinggevend personeel evenals de werknemers die gelijkgesteld worden met werknemers van de onderneming waar ze worden tewerkgesteld met name de stagiairs in de zin van het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces en de werknemers die voor een beroepsopleiding in de onderneming geplaatst zijn door de gemeenschapsinstellingen (zie hoofdstuk I, afdeling 2, 2.1.1.) die op de datum van de verkiezingen aan de volgende voorwaarden voldoen : a) Belg zijn of onderdaan van een Lid-Staat van de Europese Unie, of vreemdeling die geen onderdaan is van een Lid-Staat van deze Unie of Vaderlandsloze en tewerkgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de wetgeving betreffende de tewerkstelling van vreemde arbeidskrachten;b) sedert ten minste drie maanden tewerkgesteld zijn in de juridische entiteit of in de technische bedrijfseenheid gevormd door meerdere juridische entiteiten.Bij overgang krachtens overeenkomst van een onderneming of bij indeling ervan, wordt rekening gehouden met de anciënniteit, verworven voor de overgang. De oorzaken van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst zijn zonder invloed op de anciënniteitsvoorwaarden. De kiezers worden op afzonderlijke lijsten ingeschreven naargelang zij in functie van de aangifte overgemaakt aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, als arbeider of als bediende moeten worden beschouwd. Indien de onderneming ten minste 15 kaderleden tewerkstelt, worden voor de verkiezingen van de raad, de bedienden en de kaderleden op afzonderlijke kiezerslijsten ingeschreven. Indien de onderneming op de dag van de verkiezingen tenminste 25 jeugdige werknemers jonger dan 25 jaar telt, worden deze jeugdige werknemers eveneens op een afzonderlijke kiezerslijst ingeschreven. De hoedanigheid van kiezer wordt vastgesteld door de inschrijving op de kiezerslijsten. De kiezerslijsten worden in alfabetische volgorde van de namen van de kiezers opgemaakt door de raad of het comité of, wanneer nog geen raad of comité is opgericht, door de werkgever. Zij vermelden de naam, voornamen en geboortedatum van iedere kiezer, de datum van zijn laatste aanwerving of indiensttreding in de onderneming alsook de plaats waar hij in de onderneming werkt. Op de datum van aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt worden de voorlopig opgemaakte kiezerslijsten ingediend en ter beschikking van de werknemers gesteld op een voor hen toegankelijke plaats in de onderneming. 2.6.5. De lijst van de leden van het leidinggevend personeel De dag zelf van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt deelt de raad of het comité of, bij ontstentenis ervan, de werkgever aan de werknemers de lijst mee van de leden van het leidinggevend personeel met de vermelding van de benaming en de inhoud van de functies, of de plaatsen waar deze kan worden geraadpleegd. 2.6.6. De lijst van de kaderleden. Dit punt is niet van toepassing in de ondernemingen die moeten overgaan tot de verkiezing van personeelsafgevaardigden in de raad, maar die minder dan 30 bedienden tellen uiterlijk 60 dagen voor de dag van de aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt. Afdeling 3. - Dag X : aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt 3.1. Aanplakking van het bericht. Door aanplakking van een bericht, 90 dagen voor de dag van de verkiezing in de verschillende secties en afdelingen van de onderneming, stelt de raad of het comité, of bij ontstentenis ervan de werkgever, de werknemers in kennis van : 1° de datum en de uurregeling van de verkiezingen; Ingeval hieromtrent geen akkoord is bereikt in de raad of het comité, stelt de sociaal inspecteur-districtshoofd van de Inspectie van de sociale wetten van het ambtsgebied deze datum en deze uurregeling vast; 2° het adres en de benaming van de technische bedrijfseenheid of -eenheden waarvoor raden of comités moeten worden opgericht;3° het aantal mandaten per raad of comité en per categorie;4° de voorlopige kiezerslijsten of de plaatsen waar zij kunnen worden geraadpleegd.Deze lijsten hernemen de in de onderneming tewerkgestelde werknemers die aan de voorwaarden inzake kiesrecht zullen voldoen op de dag van de verkiezing; 5° de lijst van de leden van het leidinggevend personeel met vermelding van de benaming en de inhoud van de functies, of de plaats waar zij kan worden geraadpleegd;6° de lijst van de kaderleden of de plaa …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.