← België

Decreet betreffende het nieuwe beheerskader inzake cultuur

Kort samengevat

Dit decreet regelt het nieuwe beheerskader voor cultuur in de Franse Gemeenschap, met een focus op de inrichting en werking van diverse adviesorganen die betrokken zijn bij het cultuurbeleid. Het stelt regels vast voor de samenstelling, onverenigbaarheden en functionering van deze organen.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
28 MAART 2019. - Decreet betreffende het nieuwe beheerskader inzake cultuur Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: DEEL I. - DEFINITIES Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: 1° Administratie: de door de Regering aangewezen diensten;2° Raad van Beroep: de bij dit decreet opgerichte Raad van Beroep die belast is met de opdrachten, vermeld in artikel 88;3° Overlegraden: de bij dit decreet opgerichte overlegraden die belast zijn met de opdrachten bedoeld in artikel 34;4° Adviescommissies: de adviescommissies die bij dit decreet worden ingesteld en belast zijn met de opdrachten bedoeld in artikel 59;5° Belangenconflict: een bewezen of schijnbare situatie waarin een natuurlijke persoon door de ambten of verantwoordelijkheden die hij uitoefent, aan meerdere belangen is blootgesteld.Deze meervoudige belangen kunnen tegenstrijdig zijn en corrupte beslissingen of acties met zich meebrengen; 6° Raad: de Hogere Raad voor Cultuur, ingesteld bij dit decreet en belast met de opdrachten bedoeld in artikel 19;7° Deskundige: een natuurlijke persoon die bewijs levert van een bijzondere competentie, kennis of ervaring, in het kader van een professionele of niet-professionele activiteit, op het gebied van het cultuurbeleid;8° Erkende beroepsfederatie: een organisatie die een categorie van operatoren vertegenwoordigt die erkend is krachtens artikel 92;9° Werkdag: andere dagen dan zaterdag, zondag en feestdagen;10° Operator: elke natuurlijke of rechtspersoon wier activiteiten in overeenstemming zijn met het cultuurbeleid en die in dit verband steun vraagt aan de Franse Gemeenschap;11° Bestuurs- of leidinggevend orgaan: het orgaan dat beslissingsbevoegdheid heeft binnen een rechtspersoon;12° Adviesorganen: de adviesorganen waarvan de samenstelling en de werking door dit decreet worden geregeld, namelijk de Raad, de Raad voor de Franse taal, de endogeen gewestelijke talen en het taalbeleid, de overlegorganen, de adviescommissies en de Raad van Beroep;13° Cultuurbeleid: het beleid van de Franse Gemeenschap in de culturele aangelegenheden bedoeld in artikel 4, 1°, 3° tot 5° en 8° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de institutionele hervormingen, met uitzondering van permanente opvoeding;14° Sector: een groepering, om administratieve doeleinden, van verscheidene culturele aangelegenheden of van verscheidene onderafdelingen van deze aangelegenheden;15° Werksessie: periode waarin een groep leden van een adviescommissie, samengesteld op basis van de criteria bepaald in titel 5 van boek 1, een reeks specifieke aanvragen onderzoekt, desgevallend ingediend op een specifieke datum, die betrekking hebben op een sector, discipline of type van bijstand;16° Eenmalige subsidie: een projectsubsidie in de zin van artikel 60, § 1, 2° van het decreet van 20 december 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2011 pub. 17/01/2012 numac 2012029001 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende regeling van de begroting en de boekhouding van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap sluiten houdende regeling van de begroting en de boekhouding van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap;17° structurele subsidie: een algemene subsidie in de zin van artikel 60, § 1, 1° van het decreet van 20 december 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2011 pub. 17/01/2012 numac 2012029001 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende regeling van de begroting en de boekhouding van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap sluiten houdende regeling van de begroting en de boekhouding van de Diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap. DEEL II. - DEELNAME AAN DE ONTWIKKELING EN UITVOERING VAN HET CULTUURBELEID BOEK I. - ADVIESORGANEN TITEL I. - GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR ALLE ADVIESORGANEN HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling Art. 2.De volgende adviesorganen worden ingesteld en betrokken bij de uitwerking en uitvoering van het cultuurbeleid, overeenkomstig de in dit decreet bepaalde procedures: 1° de Raad;2° de Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid;3° de overlegraden;4° de adviescommissies;5° de Raad van Beroep. De algemene regels voor de samenstelling en werking van alle in lid 1 bedoelde adviesorganen zijn vastgesteld in deze titel. HOOFDSTUK II. - Samenstelling Art. 3.Niemand kan tot lid van een adviesorgaan worden benoemd: 1° indien hij het voorwerp is geweest van een strafrechtelijke veroordeling, uitgesproken bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde, op grond van wetten, decreten of verordeningen ter bestrijding van racisme en discriminatie, voor: a) het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld tegen een persoon, groep, gemeenschap of hun leden;b) verspreiding van ideeën die gebaseerd zijn op raciale superioriteit of haat;c) ontkenning, minimalisering, rechtvaardiging of goedkeuring van de genocide van het Duitse nationaalsocialistische regime tijdens de Tweede Wereldoorlog;d) seksueel ongewenst gedrag of seksueel ongewenst gedrag op grond van een ander wettelijk beschermd criterium;e) een bevel tot discriminatie op basis van een wettelijk beschermd criterium.2° indien hij lid is van een organisatie die, duidelijk en herhaaldelijk: a) voor discriminatie of segregatie pleit op basis van een criterium dat beschermd wordt door wetten, decreten of verordeningen ter bestrijding van racisme en discriminatie;b) blijk geeft van zijn vijandigheid ten aanzien van de essentiële beginselen van de democratie, zoals gewaarborgd door de Belgische grondwet en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Art. 4.§ 1. Het lidmaatschap van de Raad, de Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid, een adviescommissie, een adviesraad en de Raad van Beroep is onverenigbaar met elkaar, onverminderd de deelname van: 1° vertegenwoordigers van ideologische en filosofische tendensen in de werkzaamheden van de overlegraden;2° afgevaardigden van de adviescommissies die deelnemen aan de werkzaamheden van de overlegraden;3° afgevaardigden van de overlegraden en de Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid, een adviescommissie aan de werkzaamheden van de Raad. § 2. Het lidmaatschap van een adviesorgaan of van een vertegenwoordiger van een erkende beroepsfederatie met stemrecht is eveneens onderling onverenigbaar met het lidmaatschap als: 1° een Europese commissaris, een lid van een federale, gewestelijke of Gemeenschapsregering, een provinciegouverneur, een arrondissementscommissaris, een provinciale gedeputeerde, een burgemeester, een schepen en een voorzitter of adviseur voor sociale actie;2° lid van het kabinet van een mandaathouder als bedoeld in onderafdeling 1° ;3° een lid van het Europees Parlement, een federale, gewestelijke of communautaire parlementaire vergadering, een provinciale of gemeenteraad;4° een attaché van een mandaathouder als bedoeld in 3° ;5° leden van het statutair of contractueel personeel van de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Hoge raad voor de audiovisuele sector en de instellingen van openbaar nut van het comité van Sector XVII;6° lid van een adviesorgaan dat is opgericht bij het decreet van 10 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/04/2003 pub. 09/05/2003 numac 2003029258 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de werking van de adviesinstanties die werkzaam zijn binnen de culturele sector type decreet prom. 10/04/2003 pub. 19/05/2003 numac 2003029260 bron ministerie van de franse gemeenschap Kaderdecreet betreffende de erkenning en de subsidiëring van de beroepssector van de Podiumkunsten sluiten betreffende de werking van de adviesorganen die werkzaam zijn in de culturele sector, met uitzondering van de leden die aan twee opeenvolgende ambtstermijnen als werkend lid hebben deelgenomen: a) indien de Regering aan het einde van de in de artikelen 22, 30 en 60 bedoelde procedures een schaarste vaststelt;b) om de continuïteit in de adviesorganen overeenkomstig artikel 121 te waarborgen. De in lid 1 bedoelde onverenigbaarheid onder 6° is niet meer geldig na een onderbreking van een met de duur van een ambtstermijn overeenkomende periode. Wat de vertegenwoordigers van ideologische en filosofische strekkingen betreft, zijn de onverenigbaarheden bedoeld in het eerste lid, onder 1° tot 4°, beperkt tot de leden van de Regering van de Franse Gemeenschap, alsook tot de leden van hun kabinetten. § 3. Een lid dat als deskundige in een adviesorgaan is benoemd en van wie de ambtstermijn is verlengd voor zover de regels voor de samenstelling van dat orgaan dit toelaten, kan zich slechts herkiesbaar stellen in dat orgaan na een onderbreking van een termijn die gelijk is aan één ambtstermijn, behalve in geval van een schaarste die door de Regering wordt vastgesteld overeenkomstig de procedures bedoeld in de artikelen 22, 30 en 61. Art. 5.De Regering deelt het Parlement van de Franse Gemeenschap en het Waarnemingscentrum voor het cultuurbeleid de lijst mee van de leden die de adviesorganen samenstellen, met opgave van de redenen voor de gekozen samenstelling. Art. 6.De Regering beëindigt de ambtstermijn van een lid van een adviesorgaan: 1° op verzoek van het lid;2° op verzoek van de Administratie, na raadpleging van het betrokken adviesorgaan, of op verzoek van de meerderheid van de leden van het betrokken adviesorgaan indien dat lid: a) het huishoudelijk reglement niet naleeft;b) het in artikel 8 bedoelde document weigert te ondertekenen. Elk lid dat aan een uitsluitingsprocedure is onderworpen, kan verzoeken om te worden gehoord door het adviesorgaan waarin hij zetelt. HOOFDSTUK III. - Werking Art. 7.§ 1. Onverminderd de aanvullende regels die specifiek zijn voor elk type adviesorgaan, moet de werking van de in artikel 2 bedoelde adviesorganen voldoen aan de volgende algemene regels: 1° het adviesorgaan kan hoorzittingen of raadplegingen houden;derden die aldus worden gehoord, hebben geen stemrecht; 2° elk adviesorgaan stelt vooraf een minimumaantal vergaderingen per jaar vast;3° een afwezige lid kan een ander lid een volmacht geven, onder de volgende voorwaarden: a) de plaatsvervanger van het afwezige lid is niet beschikbaar, met uitzondering van de overlegraden waar geen plaatsvervangers zijn;b) het afwezige lid voegt bij zijn volmacht een gedetailleerd schriftelijk advies dat bindend is voor de volmachthouder;c) een en hetzelfde lid mag slechts één volmachtdrager hebben;d) de volmachtdrager wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van het quorum, tenzij het huishoudelijk reglement anders bepaalt;4° een lid dat de hoedanigheid verliest uit hoofde waarvan het is benoemd, wordt geacht ontslag te hebben genomen;5° in geval van verhindering stelt het lid het secretariaat van het adviesorgaan en, in voorkomend geval, het plaatsvervangend lid waaraan hij is verbonden, uiterlijk 48 uur vóór de vergadering in kennis van zijn afwezigheid;een lid dat in hetzelfde jaar drie vergaderingen mist zonder het secretariaat binnen de genoemde termijn in kennis te hebben gesteld en, in voorkomend geval, het plaatsvervangend lid waaraan hij is verbonden, wordt geacht ontslag te hebben genomen, behoudens overmacht; het huishoudelijk reglement kan de termijn van 48 uur wijzigen; 6° het adviesorgaan stelt van de besprekingen die tijdens elke vergadering worden gehouden, notulen op;deze notulen worden tegelijk met het advies toegezonden; 7° als algemene regel wordt het advies namens het adviesorgaan uitgebracht, zonder vermelding van de namen;leden die het niet eens zijn met het uitgebrachte advies kunnen echter alleen of gezamenlijk een minderheidsnota indienen; 8° de leden zich houden aan de door het adviesorgaan vastgestelde beroepsgedragsregels, die met name tot doel hebben de waardigheid van het ambt te waarborgen en situaties van belangenconflict te voorkomen. De in het eerste lid, 5°, bedoelde termijn wordt verhoogd met vierentwintig uur per niet- werkdag die onmiddellijk voorafgaat aan de dag waarop de vergadering wordt gehouden. § 2. Op basis van de in lid 1 bedoelde regels en de aanvullende regels die specifiek zijn voor elk type orgaan, stelt elk adviesorgaan op voorstel van de Administratie een huishoudelijk reglement op. Deze voorschriften, en eventuele latere wijzigingen, zijn verplicht na goedkeuring door de Regering. De Regering beslist binnen dertig dagen nadat de zaak bij haar aanhangig werd gemaakt. Indien binnen deze termijn geen beslissing wordt meegedeeld, worden het reglement of de wijzigingen ervan geacht te zijn goedgekeurd. Art. 8.De leden van de adviesorganen ondertekenen tijdens de eerste vergadering na de goedkeuring van het huishoudelijk reglement door de Regering een document dat bevestigt dat zij kennis hebben genomen van de bepalingen van het huishoudelijk reglement en van de straf die aan de niet-naleving ervan door dit decreet is verbonden. 2. In geval van benoeming van een nieuw lid wordt het in lid 1 bedoelde document tijdens de eerstvolgende vergadering ter ondertekening aan het betrokken lid voorgelegd. Art. 9.De voorzitters en ondervoorzitters van de adviesorganen voeren de opdrachten uit die hun bij het huishoudelijk reglement zijn opgedragen. Zij nemen deel aan de debatten, organiseren ze en sluiten ze af. Art. 10.Het secretariaat van de adviesorganen wordt verzorgd door de administratie. In overleg met de voorzitter is de secretaris, indien nodig, belast met: 1° de vaststelling en het houden van de agenda van de vergaderingen, de verificatie van de quorumregels en het opstellen van de notulen;2° de naleving van het huishoudelijk reglement;3° de naleving van de toepasselijke wetgeving en de handhaving van de jurisprudentie;4° ervoor te zorgen dat de uitgebrachte adviezen met redenen omkleed zijn;5° ervoor te zorgen dat het werkende lid dat afwezig is bij de vergadering vervangen wordt door het plaatsvervangende lid dat aan hem is verbonden;6° de bewaring en digitalisering van administratieve bestanden. De secretaris heeft een adviserende stem. Art. 11.De adviesorganen beraadslagen slechts geldig indien ten minste de helft van de leden aanwezig is, behoudens als het huishoudelijk reglement strengere quorumvereisten bepaalt. Indien het vereiste quorum niet is bereikt, houdt het secretariaat binnen een maand een nieuwe vergadering overeenkomstig de bepalingen van het huishoudelijk reglement. Bij deze nieuwe vergadering beraadslaagt het adviesorgaan geldig op voorwaarde dat de helft van de leden aanwezig is, tenzij in het huishoudelijk reglement anders is bepaald. Art. 12.De adviezen van de adviesorganen worden bij de gewone meerderheid van stemmen uitgebracht. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter in laatste instantie doorslaggevend. HOOFDSTUK IV. - Kosten Art. 13.§ 1. De leden van de adviesorganen die stemrecht hebben, ontvangen de volgende vergoedingen: 1° een vergoeding van 50 euro per halve dag deelname aan een vergadering of werkbezoek, jaarlijks geïndexeerd volgens de verhouding tussen het gezondheidsindexcijfer voor januari van het lopende jaar en dat voor januari van het jaar waarin dit decreet in werking treedt;2° een vergoeding voor de kosten van vervoer tussen de woonplaats en de plaats van de vergadering, voor vergaderingen in het kader van de opstelling van een verslag of voor elke andere taak van de adviesorganen bij de uitvoering van hun opdrachten, die overeenkomstig de geldende regelgeving voor personeelsleden van rang 12 van het ministerie van de Franse Gemeenschap wordt toegekend, tot een maximumbedrag dat overeenkomt met de kosten van een treinkaartje eerste klas. De vergoeding wordt betaald op basis van de presentielijst die aan het einde van elke vergadering wordt opgesteld. § 2. De Regering bepaalt op uniforme wijze tussen de verschillende culturele sectoren, met betrekking tot de tijd die nodig is voor de voorbereiding van de dossiers en het aantal vergaderingen, het bedrag en het jaarlijkse plafond van de leesvergoeding. Deze vergoeding is afhankelijk van de daadwerkelijke deelname aan de vergadering waarop het punt wordt besproken of van de toezending van een gedetailleerde schriftelijke bijdrage aan het secretariaat van het adviesorgaan. § 3. De Regering bepaalt de voorwaarden voor de storting van de schadevergoeding. § 4. De Regering kan voorzien in de nadere regels voor de vergoeding van derden die door een adviesorgaan worden gehoord of geraadpleegd. HOOFDSTUK V. - Opleiding van de leden Art. 14.Binnen een jaar na hun benoeming kan de Regering een passende opleiding organiseren en aanbieden aan de leden van de adviesorganen. HOOFDSTUK VI. - Bekendmaking van de werkzaamheden Art. 15.§ 1. De Regering maakt de werkroosters en agenda's van de adviesorganen op de website van de Administratie bekend. § 2. De Regering maakt in de loop van het eerste semester van elk jaar op de website van de Administratie de administratieve documenten van het voorgaande jaar bekend, te weten: 1° de adviezen en aanbevelingen van de Raad;2° de adviezen en aanbevelingen van de Overlegraden en de Raad van de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid;3° de adviezen van de adviescommissies, vergezeld van de besluiten die met name op basis van deze adviezen zijn genomen;4° de adviezen van de Raad van Beroep, vergezeld van de beslissingen die met name op basis van deze adviezen zijn genomen;5° een lijst met betrekking tot de in 3° en 4° bedoelde adviezen, met inbegrip van ten minste: a) de naam van de operator;b) het onderwerp van de aanvraag;c) de positieve of negatieve aard van het advies van het adviesorgaan;d) in voorkomend geval, het door de operator gevraagde bedrag, het door de adviescommissie voorgestelde bedrag en het door de Regering toegekende bedrag;e) de identificatie van de operatoren die hebben geweigerd de aankondigingen bekend te maken, met opgave van de redenen daarvoor. De in de punten 3° en 4° bedoelde adviezen kunnen slechts worden bekendgemaakt na kennisgeving van de beslissing aan de betrokken operator, met voorafgaande instemming van de operator indien de kennisgeving negatief is, en na verificatie door de Administratie dat de bekendmaking niet onderworpen is aan de uitzonderingsgronden voorzien in artikel 6 van het decreet van 22 december 1994 betreffende de bekendmaking door de administratie. § 3. De adviezen en aanbevelingen, bedoeld in het tweede lid, onder 1° en 2°, worden gehecht aan de ontwerpen of voorstellen van decreet die bij het Parlement van de Franse Gemeenschap worden ingediend. Art. 16.De Raad coördineert jaarlijks de opstelling van een verslag over zijn activiteiten en die van de andere adviesorganen. Dit jaarlijkse activiteitenverslag bevat ten minste de volgende elementen: 1° de lijst van de adviezen en aanbevelingen van de Raad;2° de lijst van adviezen en aanbevelingen van de Overlegraden en de Raad van de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid;3° de lijst van de door de adviescommissies uitgebrachte adviezen;4° de lijst van de bij de Raad van Beroep ingediende beroepen;5° de lijst van de leden van de adviesorganen, met vermelding van: (a) een verklaring betreffende het aanwezigheidspercentage;b) de vergoedingen die per adviesorgaan en werksessie worden betaald;c) openstaande mandaten;6° een lijst van externe personen, waaronder leden van andere adviesorganen, die zijn uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen;7° een transversale en prospectieve analyse van de verschillende publicaties en sectorale aanbevelingen. Art. 17.Voor de toepassing van artikel 16 doet elk adviesorgaan de Raad binnen drie maanden na afloop van elk kalenderjaar de elementen van het jaarlijkse activiteitenverslag toekomen die op hem betrekking hebben. Art. 18.Na goedkeuring door de Raad wordt het jaarlijkse activiteitenverslag naar de Regering, het Parlement en het Waarnemingscentrum voor cultuurbeleid gestuurd. De Regering draagt zorg voor de publicatie van het verslag op de website van de administratie. Op verzoek van een adviesorgaan organiseert de Administratie samen met dit orgaan een openbaar debat op basis van het gepubliceerde jaarlijkse activiteitenverslag. TITEL II. - RAAD HOOFDSTUK I. - Opdrachten Art. 19.§ 1. De Raad is belast met het opstellen, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, van adviezen en aanbevelingen over: 1° het cultuurbeleid, in een algemeen en transversaal perspectief;2° voorontwerpen of voorstellen voor decreten die in het kader van het cultuurbeleid worden opgesteld;3° voorontwerpen van algemene of transversale opdrachten, opgesteld in het kader van het cultuurbeleid;4° de evaluatie van de bestaande wetgevingskaders die in het kader van de in lid 1 bedoelde beleidsmaatregelen zijn vastgesteld en de toepassing daarvan. De Raad neemt in geen geval een besluit over een individueel ontwerpbesluit. § 2. de aanbevelingen van de Raad zijn gericht op de ontwikkeling van een toekomstgerichte visie en de totstandbrenging van een intersectorale en transversale dialoog over het cultuurbeleid, met name over de volgende onderwerpen: 1° toegang tot cultuur;2° het statuut van de kunstenaars;3° de ontwikkeling van de artistieke schepping en de werkgelegenheid;4° de ontwikkeling van een structuur die representatief is voor de verschillende culturele sectoren;5° de bevordering en verspreiding van de cultuur in de Franse Gemeenschap;6° de versterking van de banden tussen cultuur en onderwijs;7° de versterking van de banden tussen cultuur en permanente opvoeding;8° de bepaling van de standpunten die de Franse Gemeenschap moet innemen in het kader van het cultuurbeleid van andere bestuursniveaus of van andere landen;9° de financiering van cultuur;10° de ontwikkeling van de digitale technologie;11° de ontwikkeling van de verschillende sectoren van de cultuur. Om de vijf jaar stelt de Raad, in samenwerking met het Waarnemingscentrum voor cultuurbeleid, een verslag op over deze aanbevelingen. HOOFDSTUK II. - Samenstelling Afdeling I. - Werkende leden en plaatsvervangers Art. 20.De Raad bestaat uit de volgende werkende leden, die stemgerechtigd zijn: 1° de voorzitter van elke overlegraad, of zijn vertegenwoordiger;2° één extra lid van elke gedelegeerde adviesraad op basis van zijn expertise met betrekking tot de agenda van de Raad;3° de voorzitter van de Raad van de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid, of zijn vertegenwoordiger;4° een extra lid van de Raad voor de Franse taal, de endogeen regionale talen en het taalbeleid gedelegeerd op basis van zijn expertise met betrekking tot de agenda van de Raad;5° vijf deskundigen waarvan het profiel een aanvulling vormt op de vertegenwoordigingen van de overlegraden en die zich onderscheiden door een hoge mate van transversale expertise op het gebied van met name het cultuurbeleid: a) een deskundige uit de onderwijswereld;b) twee deskundigen die als kunstenaar werkzaam zijn;c) een deskundige met een grondige kennis van het cultuurbeleid van de Vlaamse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap of een land dat lid is van de Internationale Organisatie van de Francofonie;d) een deskundige wiens profiel een aanvulling vormt op het onder a) tot en met c) bedoelde profiel;6° een vertegenwoordiger, met een hoge mate van transversale expertise op het gebied van cultuurbeleid, door ideologische en filosofische strekkingen, met een parlementaire groep die erkend is in het Parlement van de Franse Gemeenschap. Voor elk van de in lid 1 bedoelde werkende leden wordt een plaatsvervangend lid onder 5° en 6° benoemd. Het plaatsvervangend lid is van hetzelfde geslacht en heeft hetzelfde deskundigheidsprofiel als het werkend lid waaraan hij/zij is verbonden. Art. 21.De werkende en plaatsvervangende leden, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder 5° en 6°, worden door de Regering benoemd voor een termijn van vijf jaar, eenmaal hernieuwbaar. Art. 22.§ 1. De leden bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder 1° tot en met 4°, worden afgevaardigd door het adviesorgaan waarin zij zetelen. § 2. De werkende en plaatsvervangende leden, in voorkomend geval in operationeel duo van hetzelfde geslacht, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder 5°, worden, na vergelijking van de bekwaamheidsbewijzen en verdiensten van de Administratie met de adviezen van de erkende beroepsfederaties, door de Regering benoemd op basis van een openbare oproep tot het indienen van kandidaturen die op de website van de Administratie wordt gepubliceerd en waarvan zij de organisatie bepaalt. Het in het eerste lid bedoelde advies heeft betrekking op de relevantie en het algemene evenwicht van de deskundigheid en de profielen die uit de ontvangen aanvragen voortvloeien, zonder een bepaalde aanvraag af te wijzen of te ondersteunen. § 3. De werkende en plaatsvervangende leden, zo nodig in operationeel duo van hetzelfde geslacht, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder 6°, worden benoemd door de Regering op voordracht van de fractie van de tendens die zij vertegenwoordigen. Daartoe doet elke betrokken politieke groep de Regering een lijst van twee vrouwelijke en twee mannelijke kandidaten toekomen. De benoeming van de in het eerste lid bedoelde leden vindt plaats binnen drie maanden na de installatie van de leden van het Parlement van de Franse Gemeenschap. Art. 23.Wanneer een werkend lid tijdelijk afwezig is, wordt hij/zij vervangen door zijn/haar plaatsvervanger voor de betrokken vergadering(en). 1. Wanneer een zetel van een werkend lid definitief vacant is, wordt het afwezige lid voor de overblijvende duur van de ambtstermijn vervangen door zijn plaatsvervanger.1. Wanneer een zetel van plaatsvervangend lid definitief vacant is, wordt deze, naar gelang van het geval, vervangen: a) na een aanvullende oproep tot het indienen van kandidaturen;b) op voorstel van de politieke groep van de trend die zij vertegenwoordigt. Afdeling II. - Andere deelnemers Art. 24.§ 1. worden uitgenodigd op vergaderingen en kunnen met raadgevende stem aan de werkzaamheden van de Raad deelnemen: 1° de administrateur-generaal voor cultuur van het ministerie van de Franse Gemeenschap, of zijn vertegenwoordiger;2° een vertegenwoordiger van het Waarnemingscentrum voor Cultuurbeleid;3° de voorzitter van de Hogere Raad voor Permanente opvoeding of zijn vertegenwoordiger;4° op verzoek van de administrateur-generaal van het ministerie van Cultuur van het ministerie van de Franse Gemeenschap, een vertegenwoordiger van de algemene diensten van het ministerie van Cultuur;5° op verzoek van de directeur-generaal van het ministerie van Cultuur van het ministerie van de Franse Gemeenschap, een vertegenwoordiger van de algemene inspectiedienst voor cultuur;6° een vertegenwoordiger van de Raad van Hogere Kunstscholen van de Academie van Onderzoek en Hoger Onderwijs. § 2. De Raad kan, afhankelijk van de agenda, ook de volgende personen uitnodigen: 1) de bevoegde minister of zijn vertegenwoordiger;2. vertegenwoordigers van lokale, provinciale en regionale overheden;3° vertegenwoordigers van verenigingen die als maatschappelijk doel hebben de gebruikers of een categorie gebruikers te beschermen;4° deskundigen, analisten en onderzoekers. HOOFDSTUK III. - Werking Art. 25.§ 1. 1. Wanneer de Raad een verzoek om advies ontvangt, stelt het secretariaat de in artikel 24 bedoelde leden en andere deelnemers daarvan in kennis en deelt het hun zo spoedig mogelijk langs elektronische weg alle gegevens mee waarover het beschikt in het administratieve dossier. Het secretariaat organiseert de bijeenroeping en het houden van de vergadering van de Raad, in voorkomend geval in overleg met het secretariaat van de Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid of de bevoegde overlegraad, met het oog op het inwinnen van het sectorale advies overeenkomstig de artikelen 32, § 3 en 38, § 3, tweede lid. § 2. De Raad brengt binnen 50 dagen na ontvangst van het verzoek om advies uit. In gevallen van met redenen omklede hoogdringendheid wordt de termijn verkort tot 30 dagen. Minstens de helft van deze periode moet buiten de schoolvakanties vallen. Indien de laatste dag van de termijn op een feestdag, zaterdag of zondag valt, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. Na afloop van deze termijn wordt de procedure voortgezet door de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, zonder dat de Raad later geen advies meer kan uitbrengen. § 3. De Raad beslist ten minste eenmaal per jaar over alle sectorale aanbevelingen die hem door de overlegraden op eigen initiatief worden voorgelegd en deelt zijn transversaal advies mee aan de Regering. Art. 26.1. De Raad benoemt uit de in artikel 20, eerste alinea, bedoelde deskundigen een voorzitter en een ondervoorzitter van verschillend geslacht voor een periode van ten hoogste twee jaar. Voor de benoeming van de voorzitter en de ondervoorzitter is het beginsel van de afwisseling tussen vrouwen en mannen vereist. De voorzitter van de Raad of zijn vertegenwoordiger neemt met raadgevende stem deel aan de werkzaamheden van de Hogere Raad voor permanente opvoeding. Een lid kan na een onderbreking van twee jaar worden herbenoemd tot voorzitter of ondervoorzitter van de Raad. Art. 27.De Raad kan in zijn huishoudelijk reglement bijzondere regels inzake quorum en stemming opnemen om, in voorkomend geval, een evenwicht tussen de verschillende vertegenwoordigde sectoren te waarborgen. TITEL III. - RAAD VOOR DE FRANSE TAAL, ENDOGEEN REGIONALE TALEN EN TAALBELEID HOOFDSTUK I. - Opdrachten Art. 28.De Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen taalbeleid formuleert, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, adviezen en aanbevelingen: 1° over alle kwesties die verband houden met het talenbeleid en de Franstalige Gemeenschap in de Franse Gemeenschap of internationaal;2° over de ontwikkeling van de taalkundige situatie in de Franse Gemeenschap en over de plaats van de Franse taal, de endogeen regionale talen en de gebarentaal ten opzichte van andere talen die in de Franse Gemeenschap worden gebruikt;3° over de ontwikkeling van het gebruik van de Franse taal, endogeen regionale talen en gebarentaal en de verrijking daarvan;4° over alle acties ter bevordering, bescherming en bewustmaking van de Franse taal, de endogene regionale talen en de gebarentaal. HOOFDSTUK II. - Samenstelling Art. 29.De Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid is samengesteld uit zeventien gewone leden, die als volgt zijn verdeeld: 1° twaalf deskundigen in de Franse taal, waaronder ten minste een van de Koninklijke Academie voor de Franse taal- en letterkunde, in een van de volgende vakken: a) taalkunde;b) sociologie;c) onderwijs en opleiding;d) alfabetisering en de opvang van migranten;e) onderzoek en ontwikkeling;f) taalengineering;g) de bescherming en bevordering van de werknemer, de consument en de gebruiker van openbare diensten;h) communicatie en media;i) terminologie;j) letteren;2° vier deskundigen op het gebied van endogeen regionale talen, volgens een evenwichtige vertegenwoordiging van de taalveelzijdigheid;3° een expert in gebarentaal. Voor elk van de in het eerste lid bedoelde werkende leden wordt een plaatsvervanger benoemd. Een plaatsvervangend lid is van hetzelfde geslacht en heeft dezelfde expertise als het gewone lid waaraan hij/zij verbonden is. Art. 30.§ 1. De werkende en plaatsvervangende leden, in voorkomend geval in operationeel duo van hetzelfde geslacht, worden voor een ambtstermijn van vijf jaar door de Regering benoemd, na vergelijking van de bekwaamheidsbewijzen en verdiensten van de administratie en de adviezen van erkende beroepsfederaties, die eenmaal kan worden verlengd na een openbare oproep tot het indienen van kandidaturen die op de website van de administratie wordt gepubliceerd en door de Regering nader wordt bepaald. Het in lid 1 bedoelde advies heeft betrekking op de relevantie en het algemene evenwicht van de deskundigheid en het profiel van de ontvangen kandidaturen, zonder een bepaalde kandidatuur af te wijzen of te ondersteunen; de betrokken erkende beroepsfederaties zijn die van de Overlegraad voor Schrijfopdrachten en Boek. § 2. Wanneer een werkend lid tijdelijk afwezig is, wordt hij/zij vervangen door zijn/haar plaatsvervanger voor de betrokken vergadering(en). Wanneer een zetel van een werkend lid definitief vacant is, wordt het afwezige lid voor de overblijvende duur van de ambtstermijn vervangen door zijn plaatsvervanger. Wanneer een zetel van plaatsvervangend lid definitief vacant is, wordt dit na een nieuwe oproep tot het indienen van kandidaturen vervangen. Art. 31.§ 1. Worden uitgenodigd op vergaderingen en kunnen met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Franse taalraad, endogeen regionale talen en taalbeleid: 1° de administrateur-generaal van Wallonië-Brussel International, of zijn vertegenwoordiger;2° de inspecteur-generaal van het secundair onderwijs van de Franse Gemeenschap, belast met de algemene cursussen, of zijn vertegenwoordiger;3° de inspecteur-generaal voor het basisonderwijs van de Franse Gemeenschap of zijn vertegenwoordiger;4° de gemeenschappelijke bemiddelaar van het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap of zijn vertegenwoordiger;5° vertegenwoordigers van de ideologische en filosofische strekkingen bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder 6°. § 2. de Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid kan ook de Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid uitnodigen, afhankelijk van de agenda: 1° de bevoegde minister of zijn vertegenwoordiger;2° vertegenwoordigers van lokale, provinciale en regionale overheden;3° vertegenwoordigers van verenigingen die als maatschappelijk doel hebben de gebruikers of een categorie gebruikers te beschermen;4° deskundigen, analisten en onderzoekers. HOOFDSTUK III. - Werking Art. 32.§ 1. Wanneer een verzoek om advies wordt ingediend bij de Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid, stelt het secretariaat de werkende leden en de andere in artikel 31 bedoelde deelnemers daarvan in kennis en deelt het hun zo spoedig mogelijk langs elektronische weg alle gegevens mee waarover het in het administratieve dossier beschikt. Het secretariaat organiseert de bijeenroeping en het houden van de vergadering. § 2. De Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid brengt binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek om advies uit. In gevallen van met redenen omklede hoogdringendheid wordt de termijn verkort tot 21 dagen. Minstens de helft van deze periode moet buiten de schoolvakanties vallen. Indien de laatste dag van de termijn op een feestdag, zaterdag of zondag valt, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. Na afloop van deze termijn wordt de procedure voortgezet door de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, zonder dat de Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen taalbeleid wordt verhinderd later zijn advies uit te brengen. § 3. De adviezen over de met de Raad gedeelde bevoegdheid worden op de volgende vergadering van de Raad gepresenteerd door een vertegenwoordiger van de Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid, en gevoegd bij het transversale advies van de Raad dat aan de Regering wordt voorgelegd. Aan het einde van de termijn voor verwijzing naar de Raad worden de adviezen van de Raad van de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid in ieder geval aan de Regering meegedeeld. § 4. Wanneer de Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen taalbeleid op eigen initiatief een aanbeveling doet over het sectorale cultuurbeleid, wordt deze tegelijkertijd aan de Raad en de Regering meegedeeld. § 5. Het huishoudelijk reglement van de Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen en taalbeleid kan voorzien in een vast aantal werksessies waarvoor een quorum van drie leden vereist is. Art. 33.De Raad voor de Franse taal, endogeen regionale talen taalbeleid benoemt onder zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter van verschillende geslachten voor een periode van maximaal twee jaar. Voor de benoeming van de voorzitter en de ondervoorzitter is het beginsel van de afwisseling tussen vrouwen en mannen vereist. Een lid kan na een onderbreking van twee jaar worden herbenoemd tot voorzitter of ondervoorzitter. TITEL IV. - OVERLEGRADEN HOOFDSTUK I. - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle overlegraden Afdeling I. - Opdrachten Art. 34.§ 1. De overlegraden zijn belast met het opstellen, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, van adviezen en aanbevelingen: 1° sectoraal cultuurbeleid;2° voorontwerpen of voorstellen van decreten, opgesteld in het kader van het beleid bedoeld in 1° ;3° de voorontwerpen van besluiten die zijn opgesteld in het kader van de in onderafdeling 1° bedoelde beleidslijnen;4° de evaluatie van de bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke kaders die in het raam van de in lid 1 bedoelde beleidsmaatregelen zijn vastgesteld en de toepassing daarvan;5. het schema dat bestemd is voor de behandeling van individuele dossiers door de adviescommissies, in voorkomend geval in het licht van de in de sectorale wetgeving vastgestelde criteria, onverminderd eventuele specifieke voorschriften in die wetgeving betreffende het te gebruiken schema. In geen geval beslissen de overlegraden over een ontwerp van een individuele beschikking. § 2. De aanbevelingen die op eigen initiatief door de overlegraden zijn geformuleerd, hebben betrekking op de evaluatie en ontwikkeling van een toekomstgerichte visie op het sectorale cultuurbeleid in samenwerking met de Raad. Afdeling II. - Samenstelling Onderafdeling I. - Volwaardige leden Art. 35.§ 1. Elke overlegraad is samengesteld uit de volgende werkende leden die stemgerechtigd zijn: 1° de beroepsfederaties die krachtens dit decreet erkend zijn en waarvan de vertegenwoordigingsactiviteit overeenkomstig hoofdstuk 2 onder de bevoegdheid van de overlegraad valt;2° de vertegenwoordigers van de ideologische en levensbeschouwelijke strekkingen bedoeld in artikel 20, lid 1, 6°, van de richtlijn. Wanneer een sector of discipline waarvoor een overlegraad bevoegd is, niet vertegenwoordigd is door een erkende beroepsfederatie als bedoeld in lid 1, onder 1°, kan de desbetreffende overlegcommissie aan de betrokken overlegraad een lid met stemrecht dat tot die sector of discipline behoort, delegeren. § 2. Erkende beroepsfederaties hebben als rechtspersonen sessie in de in hun erkenningsbesluit genoemde adviesraden. § 3. Elke erkende beroepsfederatie die een bepaalde beroepsactiviteit of discipline vertegenwoordigt, heeft een gelijkwaardige stem in de Overlegraad. 2. In afwijking van lid 1 is de totale waarde van de stemmen van erkende beroepsfederaties waarvan de vertegenwoordigingsactiviteit rechtstreeks en hoofdzakelijk onder de bevoegdheid van een Overlegraad valt, hoger dan die van erkende beroepsfederaties waarvan de vertegenwoordigingsactiviteit slechts indirect en subsidiair onder de bevoegdheid van een Overlegraad valt. De erkende beroepsfederaties kunnen in elk geval, in voorkomend geval, elk een minderheidsnota vaststellen overeenkomstig artikel 7, § 1, eerste lid, 7°. Art. 36.§ 1. Elke erkende beroepsfederatie deelt de administratie een lijst mee van twee vrouwen en twee mannen die een permanent mandaat hebben om haar in de adviesraad te vertegenwoordigen en die kunnen aantonen dat zij over aantoonbare vaardigheden beschikken die zijn aangepast aan de sectorale realiteit en de praktijk ter plaatse. De in artikel 4 bedoelde onverenigbaarheden zijn van toepassing. De erkende beroepsfederatie kan deze lijst te allen tijde wijzigen, na kennisgeving door de Administratie. § 2. Alleen de natuurlijke personen die op de in lid 1 bedoelde lijst staan, kunnen namens de erkende beroepsfederatie die zij vertegenwoordigen, sessie hebben in de overlegraad. Elke erkende beroepsfederatie mag per vergadering slechts één vertegenwoordiger afvaardigen. In afwijking van lid 2 kan de Regering een erkende beroepsfederatie die verscheidene beroepsactiviteiten of -disciplines vertegenwoordigt, toestaan om per vergadering verscheidene vertegenwoordigers te delegeren. Onderafdeling II. - Andere deelnemers Art. 37.§ 1. worden uitgenodigd op vergaderingen en kunnen met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de overlegraden: 1° de administrateur-generaal van Cultuur van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, of zijn vertegenwoordiger, die één van de ondervoorzitters van elke overlegraad waarneemt;2° een vertegenwoordiger van het Waarnemingscentrum voor Cultuurbeleid;3. op verzoek van de directeur-generaal van het ministerie van Cultuur van het ministerie van de Franse Gemeenschap, een vertegenwoordiger van de algemene diensten van het ministerie van Cultuur;4° op verzoek van de Administrateur-generaal Cultuur van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, een vertegenwoordiger van de Algemene Dienst Inspectie van Cultuur;5° in voorkomend geval, de leden die worden uitgenodigd overeenkomstig de specifieke kenmerken van de overlegraden;6° de afgevaardigden van de adviescommissies, in overeenstemming met hoofdstuk 2. § 2. De overlegraden kunnen, afhankelijk van de agenda, ook uitnodigen: 1° de bevoegde minister of zijn vertegenwoordiger;2° vertegenwoordigers van lokale, provinciale en regionale overheden;3° vertegenwoordigers van verenigingen die als maatschappelijk doel hebben de gebruikers of een categorie gebruikers te beschermen;4° deskundigen, analisten en onderzoekers. Afdeling III. - Werking Art. 38.§ 1. 1. Wanneer een verzoek om advies aan een adviesraad wordt voorgelegd, stelt het secretariaat de leden en andere deelnemers daarvan in kennis en deelt het hen zo spoedig mogelijk langs elektronische weg alle elementen van het administratieve dossier waarover het beschikt mee. Het secretariaat organiseert de bijeenroeping en het houden van de vergadering. § 2. De overlegraad doet hiervan binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek om advies mededeling. In gevallen van met redenen omklede hoogdringendheid wordt de termijn verkort tot 21 dagen. Minstens de helft van deze periode moet buiten de schoolvakanties vallen. Indien de laatste dag van de termijn op een feestdag, zaterdag of zondag valt, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. Na afloop van deze termijn wordt de procedure voortgezet door de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, zonder dat de Overlegraad wordt belet later haar advies uit te brengen. § 3. De adviezen betreffende een bevoegdheid van de overlegraden worden rechtstreeks aan de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap meegedeeld. Adviezen over een gedeelde bevoegdheid met de Raad worden tijdens de volgende Raadssessie gepresenteerd door een van de vertegenwoordigers van de adviesraad en toegevoegd aan het transversale advies van de Raad dat aan de Regering wordt voorgelegd. Wanneer een adviesraad op eigen initiatief een aanbeveling over sectoraal cultuurbeleid doet, wordt deze tegelijkertijd aan de Raad en aan de Regering meegedeeld. Art. 39.§ 1. Elke overlegraad wijst afwisselend uit de erkende beroepsfederaties die er lid van zijn een voorzitterschap en een of meer ondervoorzitterschappen aan, hetzij tijdens elke vergadering, hetzij voor een periode van maximaal twee jaar. Een van de ondervoorzitterschappen wordt overeenkomstig artikel 37, eerste lid, onder 1° door de Administratie waargenomen. § 2. De wijze van benoeming van de twee vertegenwoordigers van elke overlegraad binnen de Raad wordt bepaald door het huishoudelijk reglement op basis van: 1° op de agenda van de Raad;2° een regel van afwisseling tussen de verschillende erkende beroepsfederaties en de verschillende sectoren of disciplines die onder de bevoegdheid van de overlegraad vallen. § 3. De afgevaardigden van de overlegraden vertegenwoordigen in de Raad alle eventuele belangen van hun overlegraad, die verschillend kunnen zijn. § 4. Het huishoudelijk reglement van elke adviesraad kan voorzien in: 1° speciale regels inzake quorum en stemming om een evenwicht tussen de verschillende vertegenwoordigde beroepsfederaties te waarborgen;2° de oprichting van werkgroepen die specifiek zijn voor een sector, onderwerp of discipline. Art. 40.Elke overlegraad organiseert ten minste één vergadering per jaar met vertegenwoordigers van de bedoelde adviescommissie. Tijdens deze vergaderingen de overlegraad: 1° wordt in kennis gesteld van de adviezen van de adviescommissie;2° stelt de adviescommissie in kennis van zijn werkzaamheden;3° beslist over de uitvoering van het sectorale cultuurbeleid en legt een advies of aanbeveling voor aan de Raad en aan de Regering. HOOFDSTUK II. - Specifieke bepalingen voor elke overlegraad Afdeling I. - Overlegraad voor levende kunsten Onderafdeling I. - Opdrachten Art. 41.De Overlegraad voor levende kunsten formuleert, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, adviezen en aanbevelingen inzake sectoraal beleid op het gebied van de podiumkunsten, waaronder: 1° dramatische kunst, met inbegrip van poppenspel, objecttheater en aanverwante kunsten;2° theater voor een jong publiek;3° actietheater;4° choreografische kunst;5° kermis-, circus- en straatkunst;6° het verhaal;7° projecten in verschillende disciplines van de podiumkunsten, waarvan ten minste één in de punten 1° tot en met 6° wordt genoemd. Onderafdeling II. - Samenstelling Art. 42.Naast vertegenwoordigers van erkende beroepsfederaties en andere deelnemers met raadgevende stem, wordt een vertegenwoordiger van de Commissie voor de levende kunsten uitgenodigd op de vergaderingen en kan hij met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad. Deze vertegenwoordiger wordt door de adviescommissie gekozen op basis van zijn of haar expertise met betrekking tot de agenda van de overlegraad en om te zorgen voor een evenwichtige en afwisselende sectorale vertegenwoordiging. Afdeling II. - Overlegraad voor Muziek Onderafdeling I. - Opdrachten Art. 43.De Overlegraad voor Muziek formuleert, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, adviezen en aanbevelingen over het sectoraal beleid op het gebied van de podiumkunsten, waaronder: 1° klassieke en hedendaagse muziek, waaronder lyrische kunst;2° actuele muziek. Onderafdeling II. - Samenstelling Art. 44.Naast vertegenwoordigers van erkende beroepsfederaties en andere deelnemers met raadgevende stem, worden twee vertegenwoordigers van de Commissie Muziek uitgenodigd op de vergaderingen en kunnen met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad. Deze vertegenwoordigers worden door de adviescommissie gekozen op basis van hun expertise met betrekking tot de agenda van de Overlegraad en om te zorgen voor een afwisselende en evenwichtige sectorale vertegenwoordiging, met inbegrip van de aanwezigheid van een expert in actuele muziek en een expert in klassieke of hedendaagse muziek. Afdeling III. - Overlegraad voor Beeldende Kunsten Onderafdeling I. - Opdrachten Art. 45.De Overlegraad voor Beeldende Kunsten formuleert, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, adviezen en aanbevelingen inzake sectoraal beleid op het gebied van de Beeldende kunsten, met inbegrip van: 1° textielkunst, tekenen, stempels, illustratie, schilderen, fotografie, beeldhouwen of kunstvideo, culinaire kunsten of enige andere artistieke of technische vorm, met inbegrip van vernieuwende, van dezelfde aard;2° digitale en technologische kunst;3° architectuur;4° design en mode. Onderafdeling II. - Samenstelling Art. 46.Naast vertegenwoordigers van erkende beroepsfederaties en andere deelnemers met een raadgevende stem worden twee vertegenwoordigers van de Commissie voor Beeldende Kunsten uitgenodigd op de vergaderingen en kunnen zij met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad. Deze vertegenwoordigers worden door de adviescommissie gekozen op basis van hun expertise met betrekking tot de agenda van de overlegraad en om te zorgen voor een evenwichtige en afwisselende sectorale vertegenwoordiging. Art. 47.Worden uitgenodigd op vergaderingen en kunnen met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad, voor elk advies of elke aanbeveling op het gebied van architectuur: 1° een vertegenwoordiger van de cel Architectuur van de Franse Gemeenschap;2° drie door de Commissie voor de Beeldende Kunsten afgevaardigde deskundigen onder de in artikel 74, eerste lid, 3° bedoelde deskundigen, waaronder één die actief is in het Waalse Gewest, één in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en één van een faculteit architectuur. Afdeling IV. - Overlegraad voor Schrijfopdrachten en Boek Onderafdeling I. - Opdrachten Art. 48.De Overlegraad voor Schrijfopdrachten en Boek formuleert, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, adviezen en aanbevelingen over het sectoraal schrijf- en boekbeleid, met inbegrip van publicaties, boekhandels, letteren, algemene literatuur, jeugdliteratuur, endogene regionale taalliteratuur, stripverhalen en, meer in het algemeen, elke intellectuele productie die in om het even welke vorm of op welke wijze kan worden gepubliceerd. Onderafdeling II. - Samenstelling Art. 49.Naast de vertegenwoordigers van de erkende beroepsfederaties en andere deelnemers met een adviserende stem, wordt een vertegenwoordiger van de Commissie voor Schrijfopdrachten en Boek uitgenodigd op de vergaderingen en kan hij met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Overlegraad. Deze vertegenwoordiger wordt door de adviescommissie gekozen op basis van zijn of haar expertise met betrekking tot de agenda van de overlegraad en om te zorgen voor een evenwichtige en afwisselende sectorale vertegenwoordiging. Art. 50.Worden uitgenodigd op vergaderingen en kunnen met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad voor alle adviezen of aanbevelingen op het gebied van schrijf- en boekbeleid: 1° de inspecteur-generaal van het secundair onderwijs van de Franse Gemeenschap, belast met de algemene cursussen, of zijn vertegenwoordiger;2° de inspecteur-generaal van het basisonderwijs van de Franse Gemeenschap, of zijn vertegenwoordiger;3° de Administrateur-generaal van Wallonië-Brussel International of zijn afgevaardigde;4° de vast secretaris van de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde, of zijn vertegenwoordiger. De Raad kan, afhankelijk van de agenda, ook deskundigen uitnodigen op het gebied van publicatie, boekverkopen, auteurschap of distributie. Afdeling V. - Overlegraad voor de Film Onderafdeling I. - Opdrachten Art. 51.De Overlegraad voor de Film formuleert, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, adviezen en aanbevelingen inzake sectoraal beleid op het gebied van de productie en distributie van films en audiovisuele werken. Onderafdeling II. - Samenstelling Art. 52.§ 1. Het aantal vertegenwoordigers van de beroepsfederaties, bedoeld in artikel 36, § 2, derde lid, moet, voor zover mogelijk, het volgende evenwicht in acht nemen: 1° ten minste een derde van de vertegenwoordigers van erkende beroepsfederaties die actief zijn voor auteurs, scenarioschrijvers, regisseurs, acteurs en theaterspelers;2° ten minste een derde van de vertegenwoordigers van erkende beroepsfederaties die actief zijn voor audiovisuele producenten en filmworkshops;3° ten minste een kwart van de vertegenwoordigers van erkende beroepsfederaties die actief zijn voor distributeurs van audiovisuele werken en bioscoopoperatoren;4° ten minste één vertegenwoordiger van een erkende beroepsfederatie die actief is voor technici. § 2. Naast de vertegenwoordigers van erkende beroepsfederaties en andere deelnemers met een adviserende stem wordt een vertegenwoordiger van de Filmcommissie uitgenodigd op de vergaderingen en kan hij met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad. Deze vertegenwoordiger wordt door de adviescommissie gekozen op basis van zijn of haar expertise met betrekking tot de agenda van de overlegraad en om te zorgen voor een evenwichtige en afwisselende sectorale vertegenwoordiging. Art. 53.Worden uitgenodigd op vergaderingen en kunnen met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad: 1° de administrateur-generaal van de Franse Gemeenschap met Cultuur in zijn of haar hoedanigheid, of zijn of haar vertegenwoordiger;2° een vertegenwoordiger van RTBF;3) een vertegenwoordiger van lokale televisiestations;4° twee deskundigen op het gebied van investeringen in de audiovisuele sector met een regionale economische roeping;5° een expert in de organisatie van filmfestivals;6. vertegenwoordigers van distributeurs van televisiediensten;7° vertegenwoordigers van uitgevers van televisieomroepdiensten. Afdeling VI. - Overlegraad voor Cultuurerfgoed Onderafdeling I. - Opdrachten Art. 54.De Overlegraad voor Cultuurerfgoed formuleert, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, adviezen en aanbevelingen inzake sectoraal beleid met betrekking tot het cultureel erfgoed, waaronder: 1° musea en andere museuminstellingen;2° private archiefcentra;3° etnologie en immaterieel cultureel erfgoed;4° de bescherming van het roerend cultureel erfgoed. Onderafdeling II. - Samenstelling Art. 55.Naast vertegenwoordigers van erkende beroepsfederaties en andere deelnemers met een adviserende stem worden twee vertegenwoordigers van de Commissie voor het cultureel erfgoed uitgenodigd op de vergaderingen en kunnen zij met een adviserende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad. Deze vertegenwoordigers worden door de adviescommissie gekozen op basis van hun expertise met betrekking tot de agenda van de overlegraad en om te zorgen voor een evenwichtige en afwisselende sectorale vertegenwoordiging. Afdeling VII. - Overlegraad voor Culturele en territoriale actie Onderafdeling I. - Opdrachten Art. 56.De Overlegraad voor Culturele en territoriale actie formuleert, op eigen initiatief of op verzoek van de Regering of het Parlement van de Franse Gemeenschap, adviezen en aanbevelingen inzake sectoraal beleid met betrekking tot: 1° culturele centra;2° de openbare leesdienst;3° amateurcreativiteit en artistieke praktijken, met inbegrip van amateurtheater. Onderafdeling II. - Samenstelling Art. 57.Naast vertegenwoordigers van erkende beroepsfederaties en andere deelnemers met een adviserende stem, wordt een vertegenwoordiger van de Commissie voor culturele en territoriale actie uitgenodigd op de vergaderingen en kan hij met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad. Deze vertegenwoordiger wordt door de adviescommissie gekozen op basis van zijn expertise met betrekking tot de agenda van de overlegraad en om te zorgen voor een evenwichtige en afwisselende sectorale en territoriale vertegenwoordiging. Art. 58.Worden uitgenodigd op vergaderingen en kunnen met raadgevende stem deelnemen aan de werkzaamheden van de Raad: 1° de voorzitter van de Hoge Raad voor permanente opvoeding of zijn vertegenwoordiger;2° een vertegenwoordiger van de Unie van Steden en Gemeenten van Wallonië;3° een vertegenwoordiger van de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. TITEL V. - Adviescommissies HOOFDSTUK I. - Gemeenschappelijke bepalingen voor alle adviescommissies Onderafdeling I. - Opdrachten Art. 59.De adviescommissies zijn belast met het opstellen, op verzoek van de Regering, van een met redenen omkleed advies, voorafgaand aan individuele beslissingen op de gebieden die overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel onder hun bevoegdheid vallen. De vereiste motivering moet toereikend zijn en moet bestaan uit een vermelding in de kennisgeving van de juridische en feitelijke overwegingen waarop de beslissing is gebaseerd. Indien een verzoek onder de bevoegdheid van verscheidene adviescommissies valt, bepaalt de Administratie de bevoegde adviescommissie met betrekking tot de belangrijkste discipline die de betrokken operator in zijn verzoek heeft aangegeven, behalve wanneer de sectorale wetgeving voorziet in de verwijzing naar verscheidene adviescommissies. Voor het onderzoek van een aanvraag tot erkenning van een gespecialiseerde culturele actie of een gespecialiseerde culturele actie voor de verspreiding van de podiumkunsten, zoals voorzien in het decreet van 21 november 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/07/1973 pub. 15/06/2011 numac 2011000326 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de culturele centra, nodigt elke bevoegde adviescommissie een lid van de verschillende betrokken adviescommissies uit, dat een raadgevende stem heeft. Afdeling II. - Samenstelling Art. 60.§ 1. Elke adviescommissie bestaat uit een groep van deskundigen die werkende leden zijn. 1. Onverminderd artikel 62, §§ 1 en 2, wordt voor elk werkend lid een plaatsvervangend lid benoemd, voor zover mogelijk in het licht van de ontvangen kandidaturen.Een plaatsvervangend lid is van hetzelfde geslacht en heeft dezelfde deskundigheid als het gewone lid waaraan hij verbonden is. De samenstelling van de adviescommissies heeft tot doel de culturele diversiteit te waarborgen. § 2. De werkende en plaatsvervangende leden, zo nodig in operationeel duo van hetzelfde geslacht, van elke commissie worden door de Regering benoemd na een openbare oproep tot het indienen van kandidaturen die op de website van de Administratie wordt gepubliceerd en waarvan de bijzonderheden door de Regering worden bepaald. Art. 61.§ 1. De werkende en plaatsvervangende leden van elke adviescommissie worden door de Regering benoemd, na een vergelijking van de bekwaamheidsbewijzen en verdiensten van de administratie en de adviezen van erkende beroepsfederaties, voor een ambtstermijn van drie jaar, die tweemaal kan worden verlengd. Het huishoudelijk reglement van elke adviescommissie kan de ambtstermijn beperken tot één verlenging. Het in het eerste lid bedoelde advies heeft betrekking op de relevantie en het algemene evenwicht van de deskundigheid en de profielen die uit de ontvangen aanvragen voortvloeien, zonder een bepaalde aanvraag af te wijzen of te ondersteunen. De erkende beroepsfederaties leggen hun adviezen voor aan de adviescommissie in dezelfde sector als de adviesraad waarin zij sessie hebben. § 2. Aan het einde van elke driejarige ambtstermijn wordt na een op de website van de Administratie gepubliceerde openbare oproep tot het indienen van kandidaturen, na raadpleging van de Raad en de overlegraden, ten minste een derde van de gewone en plaatsvervangende leden, eventueel in operationeel duo van hetzelfde geslacht, van elke adviescommissie vervangen door de Regering: 1° op vrijwillige basis na het ontslag van een lid;2° indien dit niet het geval is, rekening houdend met het feit dat: a) bij voorrang, de anciënniteit van de leden;b) vervolgens de aanwezigheidsgraad. Het in het eerste lid bedoelde advies heeft betrekking op de relevantie en het algemene evenwicht van de deskundigheid en de profielen die uit de ontvangen kandidaturen voortvloeien, zonder een bepaalde kandidatuur af te wijzen of te ondersteunen. De overlegraden leggen hun adviezen voor aan de adviescommissie in dezelfde sector. § 3. Elke commissie …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.