← België

Decreet betreffende de dopingbestrijding en -preventie

Kort samengevat

Dit decreet regelt de strijd tegen en de preventie van doping in de sport, door definities vast te leggen voor termen die gebruikt worden in de antidopingregelgeving. Het beschrijft de procedures en gevolgen van dopingovertredingen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
14 JULI 2021. - Decreet betreffende de dopingbestrijding en -preventie Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: HOOFDSTUK EEN. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit decreet, wordt verstaan onder: 1° geen schuld of nalatigheid : het bewijs van een sporter of andere persoon dat hij niet wist of vermoedde, en zelfs met de grootst mogelijke voorzichtigheid niet redelijkerwijs had kunnen weten of vermoeden, dat hij de verboden stof of verboden methode had gebruikt of toegediend had gekregen of anderszins een antidopingregel heeft overtreden.Behalve in het geval van een beschermde persoon of recreatieve sporter, moet de sporter voor elke overtreding van artikel 6, 1°, ook aantonen hoe de verboden stof in zijn lichaam is terechtgekomen; 2° geen significante schuld of nalatigheid: het bewijs van een sporter of de andere in artikel 65° bedoelde persoon dat er, gezien binnen het geheel van omstandigheden en rekening houdend met de criteria voor geen schuld of nalatigheid, geen significant verband was tussen zijn schuld of nalatigheid en de dopingovertreding.Behalve in het geval van een beschermde persoon of recreatieve sporter, moet de sporter voor elke overtreding van artikel 6, 1°, ook aantonen hoe de verboden stof in zijn lichaam is terechtgekomen; 3° antidopingactiviteiten: antidopingvoorlichting en -educatie, planning van de testverdeling, beheer van de geregistreerde testingpool, beheer van de biologische paspoorten van atleten, het uitvoeren van tests, het organiseren van de analyse van monsters, het verzamelen van informatie en het uitvoeren van onderzoeken, het verwerken van TTN-aanvragen, het beheer van de resultaten, het toezicht op en de handhaving van de naleving van de opgelegde consequenties, en alle andere activiteiten in verband met de dopingbestrijding die door of namens een antidopingorganisatie worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de Code en/of de internationale normen;4° sportactiviteit : alle vormen van fysieke activiteit die, door een al dan niet georganiseerde deelname, als doel heeft de uitdrukking of de verbetering van de fysieke en psychische conditie, de ontwikkeling van sociale relaties of het bekomen van resultaten in competitie op alle niveaus, met inbegrip van activiteiten die zonder enige vorm van competitie worden georganiseerd en beoefend in fitnesscentra;5° ADAMS (Anti-Doping Administration and Management System): administratie- en beheerssysteem tegen doping, dit is een online beheersinstrument, in de vorm van een databank, die gebruikt wordt om gegevens in te voeren, te bewaren, te verdelen en te verspreiden, bestemd om het WADA en zijn partners te helpen bij hun dopingbestrijdingsacties, met naleving van de wetgeving betreffende de bescherming van gegevens;5° toediening : het verstrekken, leveren of faciliteren van, of het houden van toezicht op, of het op een andere wijze deelnemen aan het gebruik of de poging tot gebruik door een andere persoon van een verboden stof of verboden methode, met uitzondering van de handelingen van bonafide medisch personeel met betrekking tot een verboden stof of verboden methode die wordt gebruikt voor legitieme en geoorloofde therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden, en de handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingtests buiten wedstrijdverband, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor legitieme en geoorloofde therapeutische doeleinden of dat ze bedoeld zijn om de sportprestaties te verbeteren; 7° substantiële hulp: overeenkomstig artikel 10.7.1 van de Code, moet de persoon die substantiële hulp verleent: 1) alle informatie waarover hij beschikt met betrekking tot dopingovertredingen of andere procedures als bedoeld in artikel 10.7.1.1 van de Code volledig onthullen in een ondertekende schriftelijke verklaring of in een opgenomen verhoor, en 2) zijn volledige medewerking verlenen aan het onderzoek en de uitspraak in elke zaak die verband houdt met die informatie, inclusief, bijvoorbeeld, het afleggen van een getuigenis op een hoorzitting indien een antidopingorganisatie of tuchtcommissie dat vraagt.Bovendien moet de verstrekte informatie geloofwaardig zijn en betrekking hebben op een belangrijk deel van een ingeleide zaak of procedure, indien er nog geen zaak of procedure is ingeleid, volstaan om een zaak of procedure in te leiden; 8° WADA (Wereldantidopingagentschap): de stichting die opgericht is onder Zwitsers recht op 10 november 1999 als internationale organisatie ter bestrijding van doping;9° intrekking: mogelijk gevolg van de overtreding van de antidopingregels, zoals bedoeld in 20°, a); 10° voorlopige hoorzitting : overeenkomstig artikel 7.4.3 van de Code, betreffende de beginselen die toepasselijk zijn op de voorlopige schorsingen, korte en versnelde hoorzitting, voorafgaande aan de hoorzitting bepaald in artikel 8 van de Code, met kennisgeving aan de sporter, waarbij deze zich schriftelijk of mondeling kan uitdrukken; 11° TTN : toestemming wegens therapeutische noodzaak;een TTN is een toestemming waarbij de sporter met een medische aandoening een verboden stof of verboden methode mag gebruiken in overeenstemming met artikel 4.4 van de Code en de International Standard for Therapeutic Use Exemption, op voorwaarde dat de sporter, op grond van een afweging van waarschijnlijkheden, kan aantonen dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: (a) de verboden stof of verboden methode in kwestie is noodzakelijk voor de behandeling van een gediagnosticeerde medische aandoening, ondersteund door relevant klinisch bewijs;b) het therapeutisch gebruik van de verboden stof of verboden methode mag, op grond van een afweging van waarschijnlijkheden, niet leiden tot een verbetering van de prestatie boven deze die toe te schrijven zou zijn aan de terugkeer tot de normale gezondheidstoestand van de sporter na de behandeling van zijn medische aandoening;(c) de verboden stof of verboden methode is een geïndiceerde behandeling voor de medische aandoening en er bestaat geen redelijk therapeutisch alternatief ;d) de noodzaak van het gebruik van de verboden stof of methode is geen gedeeltelijk of volledig gevolg van het vroegere gebruik, zonder TTN, van een stof of methode die op het ogenblik van zijn gebruik verboden was;12° begeleider: een naar behoren opgeleide functionaris die door de autoriteit die verantwoordelijk is voor de monsterneming gemachtigd is om specifieke taken uit te voeren, waaronder een of meer van de volgende, naar goeddunken van de autoriteit die verantwoordelijk is voor de monsterneming: kennisgeving aan de voor de monsterneming geselecteerde sporter;begeleiding en observatie van de sporter tot hij/zij in het dopingcontrolestation aankomt; begeleiding en observatie van de in het dopingcontrolestation aanwezige sporter; en/of observatie en verificatie van de monsterneming, indien zijn/haar specifieke opleiding volstaat om deze taken uit te voeren. De begeleiders die door de NADO van de Franse Gemeenschap werden opgeleid en aangesteld of door haar werden erkend, kunnen eveneens, op verzoek of met instemming van de NADO van de Franse Gemeenschap, deelnemen aan activiteiten die verband houden met preventie, opvoeding en/of bewustmaking inzake dopingbestrijding; 13° CIDD: Commission interfédérale disciplinaire en matière de dopage (Interfederale disciplinaire commissie op het gebied van doping), een tuchtrechtelijke instantie, met de rechtsvorm van een vereniging zonder winstoogmerk, als bedoeld en waarvan de bevoegdheden, beginselen en werkingsvoorwaarden zijn vastgesteld in artikel 23; 14°. Verzwarende omstandigheden: omstandigheden bij een sporter of andere persoon, dan wel handelingen van een sporter of andere persoon, die de oplegging van een langere schorsingsperiode dan de standaardsanctie kunnen rechtvaardigen. Deze omstandigheden en handelingen omvatten met name volgende gevallen: wanneer de sporter of andere persoon meerdere verboden stoffen of verboden methoden heeft gebruikt of in bezit heeft gehad, een verboden stof of verboden methode meerdere malen heeft gebruikt of in bezit heeft gehad, of meerdere andere overtredingen van de antidopingregels heeft begaan; wanneer een normaal persoon naar alle waarschijnlijkheid voordeel zou halen uit de prestatiebevorderende effecten van de overtreding(en) van de antidopingregel voorbij de periode van schorsing die normaal van toepassing is; wanneer de sporter of andere persoon zich schuldig heeft gemaakt aan bedrieglijk of obstructief gedrag om opsporing of bestraffing van een overtreding van de antidopingregels te voorkomen; of wanneer de sporter of andere persoon tijdens het beheer van de resultaten heeft gefraudeerd. Om twijfel te voorkomen: de hierboven beschreven voorbeelden van omstandigheden en gedragingen zijn niet exclusief, en ook andere soortgelijke omstandigheden of gedragingen kunnen het opleggen van een langere schorsingsperiode rechtvaardigen; 15° Code: de Wereld Anti-Doping Code aangenomen door het WADA op 5 maart 2003 te Kopenhagen, zoals opgenomen in bijlage 1 van de UNESCO-conventie en haar latere wijzigingen;16° Internationaal Olympisch Comité (IOC) : niet-gouvernementele internationale organisatie zonder winstoogmerk van onbepaalde duur, in de vorm van een vereniging met rechtspersoonlijkheid, erkend door de Bondsraad van Zwitserland, overeenkomstig een akkoord dat op 1 november 2000 werd gesloten;17° Internationaal Paralympisch Comité (IPC) : niet-gouvernementele internationale organisatie zonder winstoogmerk, op 22 september 1989 opgericht, waarvan de zetel in Bonn gevestigd is;18° Nationaal Olympisch Comité : organisatie die door het Internationaal Olympisch Comité als zodanig wordt erkend, dit is in België het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité (BOIC);19° wedstrijd: een enige race, een enige match, een enig spel of concours.Bijvoorbeeld, een basketbalmatch of de finale 100 meter atletiek. Bij rittenkoersen en andere wedstrijden waar prijzen elke dag en gaandeweg worden uitgereikt, is het onderscheid tussen een wedstrijd en een evenement het onderscheid dat bepaald is in de regels van de betrokken internationale federatie; 20° gevolgen van de overtredingen van antidopingregels, hierna "gevolgen" genoemd: de overtreding door een sporter of een andere persoon van een antidopingregel kan één of verschillende van de volgende gevolgen hebben : a) intrekking: dit betekent dat de resultaten van de sporter binnen wedstrijdverband of buiten wedstrijdverband ongeldig worden gemaakt, met alle gevolgen ervan, met inbegrip van de intrekking van de medailles, punten en prijzen; b) schorsing: het is de sporter of elke andere persoon verboden, wegens overtreding van antidopingregels, deel te nemen aan elke wedstrijd, aan elke andere activiteit of elke financiering gedurende een bepaalde periode, overeenkomstig artikel 10.14 van de Code; c) voorlopige schorsing: het is de sporter of elke andere persoon verboden deel te nemen aan elke wedstrijd, aan elke andere activiteit, in de zin van artikel 10.14 van de Code, tot de definitieve beslissing die gedurende de in artikel 8 van de Code bedoelde hoorzitting werd genomen; d) financiële gevolgen: het opleggen van een financiële sanctie wegens overtreding van antidopingregels of om de kosten in verband met de schending van antidopingregels terug te vorderen;e) openbaar onthullen of aan het publiek meedelen: dit betekent het onthullen of verstrekken van informatie aan het grote publiek of aan andere personen dan de personen waaraan vooraf kennis moet worden gegeven, overeenkomstig artikel 14 van de Code.Op ploegen, in het kader van ploegsport, kunnen ook gevolgen worden opgelegd overeenkomstig artikel 11 van de Code; 21° financiële gevolgen: mogelijk gevolg van de overtreding van antidopingregels, zoals bepaald in 20°, d);22° dopingtest: onderdeel van het dopingcontroleproces waarbij monsternames worden gepland, monsters worden afgenomen, verwerkt en naar een laboratorium worden getransporteerd;23° gerichte test: test gericht naar een sporter of een groep sporters die specifiek worden geselecteerd voor een test op een bepaald ogenblik, overeenkomstig de criteria die bepaald zijn in de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken; 24° Dopingcontrole: alle stappen en procedures vanaf het plannen van de spreiding van de dopingtests tot de uiteindelijke beslissing in beroep en de tenuitvoerlegging van de gevolgen, met alle tussenliggende stappen en procedures, met inbegrip van, maar niet uitsluitend, het testen, het onderzoek, het traceren, de verblijfsgegevens, de TTN's, het afnemen en verwerken van monsters, de laboratoriumanalyse, het beheer van de resultaten, en de onderzoeken of procedures in verband met inbreuken op artikel 10.14 van de Code; 25° test binnen wedstrijdverband: met het oog op het onderscheiden van de begrippen binnen wedstrijdverband en buiten wedstrijdverband, tenzij het anders bepaald is in de regels van de internationale federatie of van de betrokken antidopingorganisatie, wordt daaronder verstaan, een test waaraan een daartoe aangestelde sporter moet worden onderworpen in het kader van een bepaalde wedstrijd binnen de in 34° vermelde periode;26° test buiten wedstrijdverband: test die niet gedurende een wedstrijd plaatsvindt;27° onaangekondigde controle: een controle die plaatsvindt zonder voorafgaande waarschuwing van de sporter en waarbij de sporter continu wordt vergezeld, vanaf het moment van bekendmaking tot en met monsterneming;28. UNESCO-Conventie: de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, ondertekend door de Algemene Conferentie van de UNESCO te Parijs op 19 oktober 2005, die toepasselijk gemaakt wordt in de Franse Gemeenschap overeenkomstig het decreet van 1 februari 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/02/2008 pub. 10/03/2008 numac 2008029115 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende instemming met de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, opgemaakt te Parijs op 19 oktober 2005 sluiten houdende instemming met de Internationale Conventie tegen het dopinggebruik in de sport, opgemaakt te Parijs op 19 oktober 2005;29° openbaar onthullen: mogelijk gevolg van de overtreding van een antidopingregel, zoals bepaald in 20°, e);30° technisch document: een document dat te zijner tijd door het WADA wordt aangenomen en gepubliceerd en dat verplichte technische voorschriften bevat voor specifieke antidopingaangelegenheden die in een internationale norm zijn vastgelegd;31° evenementenperiode: de tijd tussen de start en het einde van het evenement, zoals vastgelegd door het bestuursorgaan van het evenement;32° monsters of afname: elk biologisch materiaal dat wordt afgenomen voor dopingcontrole;33° opvoeding: het proces waarbij waarden worden bijgebracht en gedragingen worden ontwikkeld die sportiviteit aanmoedigen en beschermen en opzettelijk en onopzettelijk dopinggebruik voorkomen; 34°. binnen wedstrijdverband: de periode die aanvangt om 23.59 uur op de dag vóór een wedstrijd waaraan de sporter volgens de planning zal deelnemen en eindigt bij de afsluiting van die wedstrijd en het proces van monsterafname bij die wedstrijd. Er wordt echter verduidelijkt dat het WADA een alternatieve definitie voor een sport kan goedkeuren indien een internationale federatie op geldige wijze aantoont dat een dergelijke afwijkende definitie noodzakelijk is voor haar sport. Indien het WADA de alternatieve definitie goedkeurt, wordt deze gevolgd door alle grote evenementenorganisaties voor de sport in kwestie; 35°. overeenkomst onder voorbehoud van alle rechten: voor de toepassing van de artikelen 10.7.1.1 en 10.8.2 van de Code, een schriftelijke overeenkomst tussen een antidopingorganisatie en een sporter of een andere persoon die de sporter of de andere persoon machtigt om, in een specifiek verband en met welbepaalde termijnen, informatie aan de antidopingorganisatie te verstrekken, met dien verstande dat, indien een overeenkomst inzake substantiële hulp of een overeenkomst inzake de oplossing van een zaak niet tot stand is gekomen, de door de sporter of de andere persoon in dat specifieke verband verstrekte informatie niet door de antidopingorganisatie tegen de sporter of de andere persoon mag worden gebruikt in een procedure inzake het beheer van de resultaten krachtens de Code, en dat de door de antidopingorganisatie in dat specifieke verband verstrekte informatie door de sporter of de andere persoon niet tegen de antidopingorganisatie mag worden gebruikt in een procedure inzake het beheer van de resultaten krachtens de Code. Een dergelijke overeenkomst belet de antidopingorganisatie, de sporter of een andere persoon niet om van een bron verkregen informatie of bewijsmateriaal te gebruiken, behalve in de specifieke, in de overeenkomst beschreven tijdsgebonden context; 36° vervalsing: opzettelijke gedraging die het dopingcontroleproces wijzigt, maar niet anderszins onder de definitie van verboden methoden valt.Vervalsing omvat, maar is niet beperkt tot, het aanbieden of aannemen van smeergeld voor het verrichten of nalaten van een handeling, het verhinderen van de afname van een monster, het verstoren of verhinderen van de analyse van een monster, de fraude met documenten die aan een antidopingorganisatie, TTN-commissie of hoorcomité zijn overgelegd, het verschaffen van een valse getuigenis van een getuige, het plegen van enige andere frauduleuze handeling jegens de antidopingorganisatie of het hoorcomité om het beheer van de resultaten of het opleggen van de gevolgen te verstoren, en elke andere soortgelijke opzettelijke verstoring of poging tot verstoring van enig aspect van de dopingcontrole; 37° schuld: elk plichtsverzuim of elk gebrek aan zorgvuldigheid die in een bepaalde situatie vereist is.Factoren die bij de beoordeling van de schuldgraad van een sporter of een andere persoon in aanmerking moeten worden genomen, zijn bijvoorbeeld de ervaring van de sporter of de andere persoon, of de sporter of de andere persoon een beschermde persoon is, speciale overwegingen zoals een handicap, het risico dat de sporter had moeten zien en de zorgvuldigheid en voorzichtigheid die de sporter aan de dag heeft gelegd met betrekking tot wat het gepercipieerde risico had moeten zijn. Bij de beoordeling van de schuldgraad van een sporter of andere persoon moeten de in overweging genomen omstandigheden specifiek en relevant zijn voor de verklaring van het feit dat de sporter of andere persoon is afgeweken van het verwachte standaardgedrag. Zo zijn, bij voorbeeld, het feit dat een sporter de kans zou missen veel geld te verdienen gedurende de schorsingsperiode, of het feit dat de sporter nog maar een korte overblijvende loopbaan voor de boeg heeft, of het ogenblik binnen het sportkalender, geen relevante factoren die in overweging te nemen zijn om de schorsingsperiode te verminderen, volgens de artikelen 10.6.1 of 10.6.2 van de Code; 38° fitness: een geheel van sportactiviteiten die alleen of in groepsverband worden beoefend in een fitnessruimte en die met name het lichamelijk welzijn, de lichamelijke inspanning of de spierversterking ten doel hebben, met uitzondering van zorg- of medische revalidatieactiviteiten;39° beheer van de resultaten: het proces met inbegrip van de periode tussen de kennisgeving in de zin van artikel 5 van de Internationale Standaard voor Resultaatmanagement (ISRM) of, in sommige gevallen, bijvoorbeeld in het geval van een atypisch resultaat, voor het biologisch paspoort van de atleet, of in het geval van een aangifteverzuim betreffende het doorgeven van verblijfsgegevens, de stappen voorafgaand aan de kennisgeving die uitdrukkelijk zijn voorzien in artikel 5 van de Internationale Standaard voor Resultaatmanagement, tot en met de kennisgeving van de tenlastelegging en de uiteindelijke oplossing van de zaak, met inbegrip van het einde van de hoorzittingsprocedure in eerste aanleg of in beroep, indien beroep is ingesteld;40° Regering: de Regering van de Franse Gemeenschap;41° doelgroep van de Franse Gemeenschap: groep elitesporters die door de NADO van de Franse Gemeenschap worden aangewezen wegens hun aansluiting bij een sportorganisatie die uitsluitend tot de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap behoort of wegens hun hoofdverblijfplaats op het grondgebied van het Franse taalgebied, in het geval van een aansluiting bij een nationaal gebleven sportfederatie, die onderworpen worden aan gerichte dopingtests, zowel binnen als buiten competitie, en die verplicht zijn hun verblijfsgegevens mee te delen, zoals bepaald in artikel 22; 42° geregistreerde doelgroep: de groep elitesporters van de hoogste prioriteit die door een internationale sportfederatie of door een NADO zijn aangewezen om onderworpen te worden aan gerichte dopingtests, zowel binnen als buiten competitie, en die verplicht zijn hun verblijfsgegevens mee te delen, zoals bepaald in artikel 5.5 van de Code en in de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken. In de Franse Gemeenschap stemt de geregistreerde doelgroep overeen met de elitesporters van categorie A, overeenkomstig artikel 22; 43° buiten wedstrijdverband: niet binnen wedstrijdverband;44° institutionele onafhankelijkheid: in geval van beroep zijn de hoororganen institutioneel volledig onafhankelijk van de antidopingorganisatie die verantwoordelijk is voor het beheer van de resultaten.Zij mogen derhalve op geen enkele wijze worden beheerd door, gekoppeld zijn aan of onderworpen zijn aan de voor het resultatenbeheer verantwoordelijke antidopingorganisatie; 45° operationele onafhankelijkheid: Dit betekent dat (1) geen bestuurslid, personeelslid, commissielid, consultant of ambtenaar van de voor het resultaatbeheer verantwoordelijke antidopingorganisatie of de aan haar gelieerde organisaties (bijvoorbeeld een aangesloten federatie of confederatie) of een bij het onderzoek en het vooronderzoek betrokken persoon mag worden benoemd tot lid en/of griffier (voor zover de griffier betrokken is bij de beraadslagingen en/of het opstellen van besluiten) van de hoorinstantie van de voor het resultaatbeheer verantwoordelijke antidopingorganisatie, en (2) dat de hoorinstanties het hoorzittings- en besluitvormingsproces zonder inmenging van de antidopingorganisatie of een derde partij moeten kunnen uitvoeren.Het doel is erover te waken dat leden van het hoorcomité of personen die anderszins betrokken zijn bij de beslissing van het hoorcomité, niet betrokken zijn bij het onderzoek of enige fase voorafgaand aan het nemen van de beslissing; 46° beslissingslimiet: de waarde van het drempelstofresultaat in een monster waarboven een abnormaal analyseresultaat moet worden gemeld, zoals gedefinieerd in de internationale norm voor laboratoria;47° verboden lijst: de lijst met verboden stoffen en verboden methoden, zoals gevoegd bij de UNESCO-Conventie, en door het WADA bijgewerkt;48° evenement: een reeks individuele wedstrijden die samen worden uitgevoerd onder een verantwoordelijke organisatie (voorbeeld : Olympische Spelen, Wereldkampioenschappen van internationale federaties;enz.); 49° internationaal evenement: een evenement of wedstrijd waarbij het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, een internationale federatie, een organisator van een groot evenement of een andere internationale sportorganisatie het bestuursorgaan is of de technische officials voor het evenement aanstelt;50° nationaal evenement: een sportevenement of -wedstrijd, dat geen internationaal evenement is, waaraan sporters van internationaal niveau of sporters van nationaal niveau deelnemen;51° marker: een verbinding, groep verbindingen of een of meer biologische variabelen die wijzen op het gebruik van een verboden stof of een verboden methode;52° afbraakstof: elke stof die ontstaat uit een biotransformatie;53° verboden methode: elke methode die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;54° gespecificeerde methode: in het kader van de toepassing van sancties tegen personen wordt geen enkele verboden methode als een gespecificeerde methode beschouwd indien zij niet als zodanig in de lijst van verbodsbepalingen is vermeld;55° minderjarige: een natuurlijke persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt heeft;56° minimaal rapportageniveau: de geschatte concentratie van een verboden stof of metaboliet(en) of marker(s) daarvan in een monster, waaronder de door het WADA geaccrediteerde laboratoria het monster niet als een ongewenste analyseresultaten mogen rapporteren; 57° NADO van de Franse Gemeenschap: NADO, door en voor de Franse Gemeenschap aangewezen als NADO, ondertekenaar van de Code, in de zin van en in overeenstemming met artikel 23.1.1 van de Code; 58° organisator: elke natuurlijke of rechtspersoon die, afzonderlijk of samen met andere organisatoren, kosteloos of onder bezwarende titel, een sportactiviteit organiseert;59° antidopingorganisatie: het WADA of een ondertekenaar die regels goedkeurt betreffende de oprichting, uitwerking of toepassing van elk luik van het dopingcontroleproces.Dit begrip omvat, bijvoorbeeld, het Internationaal Olympisch Comité, het Internationaal Paralympisch Comité, andere organisaties die grote evenementen organiseren en die tests uitvoeren bij evenementen waarvoor ze verantwoordelijk zijn, de internationale federaties en de nationale antidopingorganisaties; 60° nationale antidopingorganisatie, afgekort NADO: de voornaamste entiteit of entiteiten waaraan een land de bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft toegewezen om antidopingregels vast te stellen en uit te voeren, monsternames te coördineren en de resultaten ervan te beheren op nationaal niveau;61° organisator van een groot evenement: de continentale associaties van nationale olympische comités en andere internationale organisaties voor verschillende sporten, die optreden als bestuursorgaan voor om het even welk continentaal, regionaal of ander internationaal evenement;62° sportorganisatie: sportfederaties, sportfederaties voor gehandicapten, niet-competitieve sportfederaties, multidisciplinaire sportverenigingen, vrijetijdssportverenigingen voor gehandicapten, schoolsportfederaties en sportverenigingen in het hoger onderwijs, zoals gedefinieerd in artikel 1 van het decreet van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/05/2019 pub. 07/10/2019 numac 2019014854 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de in de Franse Gemeenschap georganiseerde sportbeweging sluiten betreffende de georganiseerde sportbeweging in de Franse Gemeenschap;63° deelnemer: elke sporter of elk personeelslid dat de sporter begeleidt;64° biologisch paspoort: het programma en de methodes om een overzicht te verzamelen van alle relevante gegevens die beschreven zijn in de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken en de Internationale Standaard voor Laboratoria;65° persoon: natuurlijke persoon of organisatie of elke andere entiteit;66° begeleider: elke coach, trainer, manager, agent, teammedewerker, teamverantwoordelijke, official, elk medisch of paramedisch personeelslid, elke ouder of elke andere persoon die een sporter die deelneemt aan of zich voorbereidt op een sportactiviteit, behandelt, assisteert of met hem samenwerkt;67° beschermde persoon: elke sporter of natuurlijke persoon die op het moment van de overtreding van de antidopingregel: (i) de leeftijd van zestien jaar niet heeft bereikt;(ii) de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt en niet behoort tot een geregistreerde doelgroep en nog nooit heeft deelgenomen aan een internationaal evenement zonder categoriebeperking; of (iii) om andere redenen dan leeftijd, niet geheel of gedeeltelijk handelingsbekwaam is bevonden volgens het toepasselijke nationale recht; 68° bezit: het daadwerkelijk of fysiek bezit, dat alleen kan worden vastgesteld als de persoon exclusieve controle heeft, of de intentie heeft om controle uit te oefenen, over de verboden stof of verboden methode of over de ruimte waar een verboden stof of verboden methode zich bevindt.Indien de persoon echter niet de exclusieve controle uitoefent over de verboden stof of het verboden middel of over de ruimten waar de verboden stof of het verboden middel wordt aangetroffen, kan het daadwerkelijk bezit alleen worden vastgesteld als de persoon op de hoogte was van de aanwezigheid van de verboden stof of de verboden methode en de intentie had er controle over uit te oefenen. Bovendien staat een overtreding van de antidopingregel die uitsluitend op bezit is gebaseerd, niet vast als de persoon, voordat hij of zij in kennis is gesteld van een overtreding van de antidopingregel, concrete maatregelen heeft genomen waaruit blijkt dat hij of zij nooit de bedoeling heeft gehad een verboden stof of een verboden middel in bezit te hebben, en afstand heeft gedaan van het bezit ervan door het uitdrukkelijk te melden aan een antidopingorganisatie. Niettegenstaande enige andersluidende bepaling in deze definitie staat de aankoop, elektronisch of op een andere wijze, van een verboden stof of verboden methode gelijk met bezit door de persoon die de aankoop doet; 69° besmet product: een product dat een verboden stof bevat die niet vermeld staat op het etiket of in de informatie die via een redelijke zoekopdracht op het internet te vinden is;70° programma van onafhankelijke waarnemers: een team van waarnemers en/of controleurs onder toezicht van het WADA die het dopingcontroleproces observeren en advies verstrekken voorafgaand aan of tijdens bepaalde evenementen en hun waarnemingen rapporteren aan het programma voor toezicht op de naleving van het WADA;71° objectieve verantwoordelijkheid: regel die bepaalt dat de antidopingorganisatie, krachtens artikel 6, 1° en 2°, de intentie, de schuld, de nalatigheid of het bewuste gebruik door de sporter niet hoeft aan te tonen om de overtreding van de antidopingregels vast te stellen;72° antidopingverantwoordelijke van een gelabelde fitnessclub: antidopingverantwoordelijke aangesteld door de uitbater van een gelabelde fitnessclub, overeenkomstig het decreet van 10 mei 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/05/2013 pub. 14/06/2013 numac 2013029364 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot instelling van een procedure voor de erkenning van de kwaliteitsfitnesszalen sluiten tot vaststelling van een procedure voor de erkenning van kwaliteitsvolle fitnessclubs;73° atypisch analyseresultaat: een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium, dat krachtens de Internationale Standaard voor Laboratoria of de technische aanhangsels verder onderzoek noodzaakt om uit te maken of er sprake is van een afwijkend analyseresultaat;74° afwijkend analyseresultaat: een rapport van een WADA-geaccrediteerd of door het WADA goedgekeurd controlelaboratorium dat, in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Laboratoria, in een monster de aanwezigheid is gevonden van een verboden stof of van de metabolieten of markers ervan of een bewijs van het gebruik van een verboden methode;75° afwijkend paspoortresultaat een rapport dat als een afwijkend paspoortresultaat wordt beschreven in de toepasselijke Internationale Standaarden;76° atypisch paspoortresultaat: een rapport dat als een atypisch paspoortresultaat wordt beschreven in de toepasselijke Internationale Standaarden;77° fitnesszaal: overdekte ruimte, gratis of tegen betaling toegankelijk voor het publiek, waarin fitnessactiviteiten worden aangeboden en georganiseerd, met inbegrip van niet-competitieve activiteiten;78° gelabelde fitnesszaal: gelabelde fitnesszaal, als bedoeld in artikel 1, 12°, van het decreet van 10 mei 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/05/2013 pub. 14/06/2013 numac 2013029364 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot instelling van een procedure voor de erkenning van de kwaliteitsfitnesszalen sluiten tot vaststelling van een procedure voor de erkenning van kwaliteitsvolle fitnesszalen;79° ondertekenaars: entiteiten die de Code hebben aanvaard en zich ertoe hebben verbonden die na te leven, overeenkomstig artikel 23 van de Code;80° evenementenlocaties: de locaties die als dusdanig zijn aangewezen door het bestuursorgaan van het evenement;81° ploegsport: een sport waarbij de vervanging van spelers tijdens een wedstrijd toegestaan is;82° sporter: elke persoon die een sportactiviteit beoefent, ongeacht het niveau waarop hij die sportactiviteit beoefent, als amateur of als elitesporter;83° amateursporter: elke sporter die geen elitesporter van nationaal of internationaal niveau is;84° elitesporter: sporter die een sportactiviteit beoefent op internationaal niveau, zoals bepaald door zijn internationale federatie, of op nationaal niveau, zoals bepaald in 89° ;85° elitesporter van categorie A: elitesporter van nationaal niveau, die een individuele discipline beoefent, gerangschikt volgens de bijlage in de categorie A, 86° elitesporter van categorie B: elitesporter die een ploegsport beoefent in een discipline gerangschikt volgens de bijlage in de categorie B;87° elitesporter van categorie D: elitesporter van nationaal niveau, die een sportdiscipline beoefent die niet als bijlage wordt opgenomen;88° elitesporter van internationaal niveau: elke sporter die een sportactiviteit beoefent op internationaal niveau, zoals gedefinieerd door zijn internationale federatie;89° elitesporter van nationaal niveau: elke sporter van wie de internationale federatie de Code ondertekend heeft en deel uitmaakt van de olympische of paralympische beweging of erkend is door de Global Association of International Sports Federations (GAISF), die geen elitesporter van internationaal niveau is, en die aan een of meer van de volgende criteria voldoet: a) hij neemt regelmatig deel aan internationale wedstrijden van hoog niveau;b) hij beoefent zijn sportdiscipline als voornaamste bezoldigde activiteit, in de hoogste categorie of de hoogste nationale competitie van de betrokken sportdiscipline;c) hij is geselecteerd voor of heeft in de voorbije twaalf maanden deelgenomen aan een of meer van de volgende evenementen in de hoogste competitiecategorie van de desbetreffende discipline: Olympische Spelen, Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen, Europese kampioenschappen;d) hij neemt deel aan een ploegsport in een competitie waarbij de meerderheid van de teams die aan de competitie deelnemen, bestaat uit sporters als vermeld in a), b) of c);90° recreatieve sporter: elke amateurssporter;deze term sluit echter elke sporter uit die in de vijf jaar voorafgaand aan een overtreding van de antidopingregel een topatleet was op internationaal of nationaal niveau, een land vertegenwoordigde op een internationaal evenement zonder categoriebeperking, of was opgenomen in een geregistreerde testpool, een nationale testpool of een andere groep waarvoor door een internationale federatie of een NADO verplichtingen op het vlak van verblijfsgegevens werden gesteld; 91° individuele sport: elke sport die geen ploegsport is;92° Internationale Standaard: standaard, aangenomen door het WADA ter ondersteuning van de Code.De overeenstemming met een internationale standaard, in tegenstelling tot andere standaarden, praktijken of procedures, volstaat om tot de conclusie te komen dat de procedures die in die Internationale Standaard bedoeld zijn, correct worden uitgevoerd. De internationale standaarden omvatten de technische documenten die overeenkomstig hun bepalingen worden bekendgemaakt; 93° misbruikmiddel: in het kader van de toepassing van sancties tegen individuen worden onder misbruikmiddelen ook verboden stoffen verstaan die in de verboden lijst specifiek als misbruikmiddel zijn aangemerkt omdat zij in de samenleving vaak buiten de sportcontext tot misbruik leiden;94° verboden stof: elke stof of stofklasse die als zodanig wordt beschreven in de verboden lijst;95° gespecificeerde stof: in het kader van de toepassing van sancties tegen personen zijn alle verboden stoffen gespecificeerde stoffen, tenzij anders vermeld in de verboden lijst;96° schorsing: mogelijk gevolg van de overtreding van de antidopingregels, zoals bedoeld in 20°, b);97° voorlopige schorsing : mogelijk gevolg van de overtreding van de antidopingregels, zoals bedoeld in 20°, c);98° TAS: Tribunal Arbitral du Sport (Hof van Arbitrage voor Sport), ingesteld binnen de stichting naar Zwitsers recht "Conseil international de l'arbitrage en matière de sport" (internationaal scheidsgerecht voor de arbitrage van sportzaken);99° poging : opzettelijk handelingen stellen die een substantiële stap zijn in de richting van handelingen die uitmonden in het overtreden van een antidopingregel.Er is echter geen sprake van een dopingovertreding alleen op basis van een poging tot het plegen van een overtreding als de persoon afziet van de poging voor die is ontdekt door een derde die niet bij de poging betrokken is; 100° gedelegeerde derde: elke persoon aan wie een antidopingorganisatie enig aspect van de dopingcontrole of antidopingvoorlichtingsprogramma's delegeert, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, derden of andere antidopingorganisaties die voor de antidopingorganisatie monsters nemen, andere dopingcontrolediensten verrichten of antidopingvoorlichtingsprogramma's verzorgen, of personen die als onafhankelijke contractant voor de antidopingorganisatie diensten op het gebied van dopingcontrole verrichten, zoals controleambtenaren of begeleiders.Deze definitie omvat niet de TAS; 101° handel: het aan een derde verkopen, het verstrekken, vervoeren, versturen, leveren of verspreiden, of bezitten voor een van die doeleinden, van een verboden stof of verboden methode, hetzij fysiek, hetzij elektronisch of op een andere wijze, door een sporter, begeleider of andere persoon die onder het gezag van een antidopingorganisatie valt.Deze definitie omvat echter niet handelingen van medisch personeel dat te goeder trouw handelt met een verboden stof die wordt gebruikt voor legitieme of geoorloofde therapeutische doeleinden of om een andere aanvaardbare reden. Ze betreft evenmin handelingen met betrekking tot verboden stoffen die niet verboden zijn tijdens dopingcontroles buiten competitie, tenzij de omstandigheden in hun geheel erop wijzen dat dergelijke verboden stoffen niet bedoeld zijn voor reële en legitieme therapeutische doeleinden of bestemd zijn om de sportprestaties te verbeteren; 102° gebruik: het op om het even welke wijze gebruiken, aanbrengen, innemen, injecteren of consumeren van een verboden stof of verboden methode. HOOFDSTUK II. - Opleiding, informatie en preventie voor dopingvrije sport Art. 2.In overeenstemming met artikel 18 van de Code en de vereisten van de Internationale Standaard voor Opleiding, zal de NADO van de Franse Gemeenschap een samenhangend programma voor dopingopvoeding, -voorlichting en -preventie ontwikkelen, uitvoeren, controleren, evalueren en bevorderen. Het in lid 1 bedoelde programma moet de waarden en beginselen van schone en dopingvrije sport bevorderen en bijbrengen, fair play in stand houden en de gezondheid van sporters, en hun recht om op voet van gelijkheid aan wedstrijden deel te nemen, beschermen. In naleving van de in lid 2 beschreven algemene beginselen en doelstellingen heeft het in lid 1 bedoelde programma als meer specifieke en aanvullende doelstellingen, het bewustmaken, het verstrekken van juiste informatie en de ontwikkeling van de beslissingsbekwaamheid van sporters, met name minderjarigen en amateursporters, teneinde opzettelijke of onopzettelijke overtredingen van de antidopingregels te voorkomen. Het in lid 1 bedoelde programma wordt uitgevoerd door middel van verschillende vormen van ondersteuning, projecten, subprogramma's, acties, instrumenten en/of methodologieën die zijn aangepast aan de leeftijd en het niveau van de sporters, alsmede aan hun opleidingsniveau. Voor de uitwerking, uitvoering, evaluatie, ontwikkeling en/of promotie van het in lid 1 bedoelde programma zal de NADO van de Franse Gemeenschap elke passende samenwerking tot stand brengen, in het bijzonder met het WADA, de andere ondertekenaars, de sportbeweging, de Regering, de universiteiten en/of met de onderwijsinstellingen. Onverminderd artikel 4 stelt de Regering de aanvullende beginselen en modaliteiten voor de uitvoering van dit artikel vast. Art. 3.Overeenkomstig artikel 2, lid 5, worden sportorganisaties, sporters, ondersteunend personeel voor sporters, organisatoren, beheerders en verantwoordelijken van fitnesscentra, beheerders en verantwoordelijken van antidopingprogramma's in erkende fitnesscentra, medische keuringsartsen, begeleiders en, meer in het algemeen, eenieder als bedoeld in artikel 1, lid 65, aangemoedigd deel te nemen aan de uitvoering, ontwikkeling en/of promotie van het in artikel 2, lid 1, bedoelde programma. De in lid 1 bedoelde deelname is gebaseerd op het beginsel van flexibiliteit, en omvat met name de volgende elementen: a) ze kan verschillende vormen aannemen;b) ze kan gebeuren via verschillende media;c) ze is modulair en aanpasbaar aan specifieke behoeften en/of verzoeken;d) ze wordt besproken en overeengekomen met de NADO van de Franse Gemeenschap;e) ze kan worden voorgesteld of uitgevoerd naar aanleiding van een verzoek van de NADO van de Franse Gemeenschap. Onverminderd de voorgaande leden, verspreidt elke sportorganisatie onder de sporters, het ondersteunend personeel en de bij haar aangesloten teams de beginselen en verplichtingen die voortvloeien uit dit decreet, zijn uitvoeringsbesluiten en de Code, teneinde de naleving ervan aan te moedigen en, meer in het algemeen, de waarden en doelstellingen van een schone en dopingvrije sport te bevorderen. De Regering bepaalt eventuele aanvullende beginselen en modaliteiten voor de uitvoering van dit artikel. Art. 4.In het kader van het programma bedoeld in artikel 2, lid 1, met inachtneming van de beginselen, doelstellingen en bepalingen vastgesteld overeenkomstig ditzelfde artikel 2, en zonder dat de onderstaande opsomming limitatief is, zal de NADO van de Franse Gemeenschap: a) haar onderwijsactiviteiten voor verschillende specifieke doelgroepen vaststellen;b) verschillende projecten en programma's en/of educatieve instrumenten voorstellen en uitvoeren die op de verschillende vastgestelde doelgroepen zijn afgestemd;c) logistieke steun verlenen aan de doelgroep van de Franse Gemeenschap om hen te helpen bij het juiste gebruik van de ADAMS-software;d) verplichte vormings- en/of informatiesessies organiseren en geven voor de doelgroep van de Franse Gemeenschap;e) opleidingen en/of voorlichtingssessies voorstellen aan een persoon als bedoeld in artikel 1, 65° ;f) andere dan de onder d) bedoelde verplichte opleidingen en/of voorlichtingssessies kunnen organiseren en verstrekken, onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden; Onverminderd f) en artikel 2, lid 6 kan de Regering de aanvullende beginselen en modaliteiten voor de uitvoering van dit artikel vaststellen. HOOFDSTUK III. - Maatregelen om doping te bestrijden Afdeling I. - Algemene beginselen Art. 5.Het gebruik van doping is verboden. Dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op elke sporter, elk lid van het ondersteunend personeel van de sporter, elke sportorganisatie, elke manager en elke verantwoordelijke van een fitnessclub, elke manager en elke antidopingverantwoordelijke in een gelabelde fitnessclub, elke organisator, elke medisch inspecteur, elke begeleider, elke persoon bedoeld in artikel 1, 65°, de CIDD, alsook de NADO van de Franse Gemeenschap. Onverminderd lid 2 zijn binnen sportorganisaties de leden van hun bestuursorganen, hun bestuurders, directeuren en werknemers, alsmede hun afgevaardigden en werknemers, die bij enige fase of procedure van dopingcontrole betrokken zijn, eveneens onderworpen aan de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten. Onverminderd lid 3 blijven sportorganisaties als enige verantwoordelijk voor hun verplichtingen uit hoofde van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten. Onverminderd lid 2, zijn binnen de NADO van de Franse Gemeenschap, haar directeur/directrice, haar werknemers, alsook derde afgevaardigden en werknemers van deze laatsten, die betrokken zijn bij enige fase of procedure van dopingcontrole, eveneens onderworpen aan de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten. Niettegenstaande paragraaf 5, blijft de NADO van de Franse Gemeenschap als enige verantwoordelijk voor haar verplichtingen overeenkomstig dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten. In overeenstemming met de artikelen 23.1.1, 23.2.1, 23.2.2, 23.3 en 24.1 van de Code en onverminderd de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten, is de NADO van de Franse Gemeenschap, als ondertekenaar van de Code, namens de Franse Gemeenschap verantwoordelijk voor de uitvoering van de Code en het Antidopingprogramma van de Franse Gemeenschap op een wijze die in overeenstemming is met de Code. In overeenstemming met het voorgaande lid en overeenkomstig de artikelen 24.1.1 en 24.1.2 van de Code, in het kader van het toezicht op de naleving van de Code door de ondertekenaars, dat door het WADA op zijn verzoek wordt uitgevoerd, brengt de NADO van de Franse Gemeenschap verslag uit aan haar over haar naleving van de Code. In het kader van de toepassing van de voorgaande alinea zal het NADO van de Franse Gemeenschap in voorkomend geval aan het WADA de gevraagde toelichtingen en inlichtingen verstrekken. Overeenkomstig artikel 24.1.3 van de Code kan het verzuim van het NADO van de Franse Gemeenschap om met het WADA samen te werken bij de toepassing van de punten 8 en 9, worden beschouwd als een inbreuk of onregelmatigheid, die er uiteindelijk toe kan leiden dat het NADO van de Franse Gemeenschap, als ondertekenaar van de Code, als niet conform de Code wordt beschouwd. In voorkomend geval zijn de mogelijke gevolgen van de niet-naleving van de Code, en de beginselen die relevant zijn voor de vaststelling van de gevolgen in een specifiek geval van niet-naleving, die welke zijn voorzien in artikel 24.1.12 van de Code en artikel 10 van de Internationale Standaard voor de naleving van de Code door de ondertekenaars. Dit zijn met name gevolgen als het niet in aanmerking komen voor het indienen van een kandidatuur voor de organisatie van belangrijke internationale evenementen in de Franse Gemeenschap of het niet in aanmerking komen voor het verkrijgen van het recht om belangrijke internationale evenementen in de Franse Gemeenschap te organiseren. Onverminderd de paragrafen 7 tot 11 en overeenkomstig de artikelen 20.5.1 en 22.8 van de Code, is het NADO van de Franse Gemeenschap onafhankelijk en autonoom in al haar operationele beslissingen en activiteiten ten aanzien van alle derden, en in het bijzonder ten aanzien van de sportadministratie, de sportorganisaties en de Regering. De in het vorige lid bedoelde operationele besluiten en activiteiten hebben onder meer betrekking op: a) alle antidopingactiviteiten, als omschreven in artikel 1, 3° ;b) rechtstreekse samenwerking met andere Belgische, Europese of internationale antidopingorganisaties of overheidsinstanties, met het oog op de toepassing van de Code en zijn antidopingprogramma op een wijze die in overeenstemming is met de Code, zoals bepaald in lid 7;c) onverminderd het bepaalde onder a) en in de artikelen 2 tot en met 4, de ontwikkeling en uitvoering van acties, projecten, programma's en/of campagnes voor dopingpreventie, voorlichting, onderwijs, communicatie en/of bewustmaking inzake dopingbestrijding;d) de budgettaire capaciteit om inkomsten te innen, in het bijzonder uit administratieve boetes, en om uitgaven te doen die verband houden met de uitvoering van de opdrachten van het NADO van de Franse Gemeenschap, als ondertekenaar van de Code. Onverminderd en in overeenstemming met de paragrafen 7 tot 13, is het NADO van de Franse Gemeenschap, met het oog op haar daadwerkelijke autonomie en onafhankelijkheid in haar operationele beslissingen en activiteiten, met name gemachtigd om: a) zelf overeenkomsten, protocollen of andere akkoorden te sluiten met andere Belgische, Europese of internationale antidopingorganisaties of overheidsinstanties, die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van zijn taken als ondertekenaar van de Code;(b) een logo en/of een eigen merk te hebben en te gebruiken;c) te beschikken over en gebruik maken van een eigen begrotingsfonds voor dopingpreventie en -bestrijding. Art. 6.Onverminderd artikel 10, moet onder doping worden verstaan: 1° de aanwezigheid van een verboden stof of van een metaboliet of marker daarvan in een monster dat afkomstig is van het lichaam van de sporter; Het komt elke sporter persoonlijk toe zich ervan te vergewissen dat geen verboden stof in zijn lichaam wordt opgenomen. Sporters zijn verantwoordelijk voor elke verboden stof of de metabolieten of markers daarvan waarvan de aanwezigheid in hun monsters wordt ontdekt. Het bewijs van de intentie, de schuld, de nalatigheid of het bewuste gebruik vanwege de sporter hoeft bijgevolg niet te worden geleverd om de overtreding van de antidopingregels op grond van 1° vast te stellen. De schending van een antidopingregel op grond van 1° wordt vastgesteld in elk van de volgende gevallen: de aanwezigheid van een verboden stof of van de metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter, wanneer deze geen analyse vraagt van het B-monster en het B-monster niet wordt geanalyseerd; of wanneer het B-monster wordt geanalyseerd, de bevestiging, door de analyse van het B-monster, van de aanwezigheid van de verboden stof of van de metabolieten of de markers ervan die in het A-monster van de sporter werden ontdekt; of indien het A- of B-monster van de sporter in twee delen wordt gesplitst en de analyse van het confirmatieve deel van het gesplitste monster de aanwezigheid bevestigt van de verboden stof of metabolieten of markers daarvan die in het eerste deel van het gesplitste monster zijn aangetroffen, of indien de sporter afziet van de analyse van het confirmatieve deel van het gesplitste monster. Met uitzondering van de stoffen waarvoor in de verboden lijst of in een technisch document specifiek een beslissingslimiet is opgegeven, vormt de aanwezigheid van om het even welke gerapporteerde hoeveelheid van een verboden stof of metaboliet of marker ervan in een monster van een sporter een overtreding van de dopingregels. Als uitzondering op de algemene regel bedoeld in 1°, kunnen de verboden lijst, de internationale normen en technische documenten specifieke criteria bevatten voor het rapporteren of beoordelen van bepaalde verboden stoffen; 2° het gebruik of de poging tot gebruik door een sporter van een verboden stof of een verboden methode. De sporter moet er persoonlijk voor zorgen dat geen verboden stof in zijn lichaam terecht komt en dat geen verboden methode wordt gebruikt. Het bewijs van de intentie, de schuld, de nalatigheid of het bewuste gebruik vanwege de sporter hoeft bijgevolg niet te worden geleverd om de overtreding van de antidopingregels wegens het gebruik van een verboden stof of een verboden methode vast te stellen. Het succes of het falen van het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of een verboden methode is niet bepalend. Het gebruik of de poging tot gebruik van een verboden stof of een verboden methode volstaat om de overtreding van de antidopingregels vast te stellen; 3° het ontwijken van een monsterneming, of het weigeren of zich niet aanbieden voor een monstername door een sporter. De overtreding van een in 3° bedoelde antidopingregel is het ontwijken van een monsterneming of, zonder geldige reden, na de kennisgeving door een naar behoren gemachtigd persoon, het weigeren van een monsterneming of het zich niet aanbieden voor een monsterneming; 4° aangifteverzuim betreffende het doorgeven van verblijfsgegevens door een sporter. De in lid 4 bedoelde overtreding van de antidopingregel bestaat uit een combinatie van drie gemiste dopingtests en/of aangifteverzuimen betreffende het doorgeven van verblijfsgegevens, als omschreven in de Internationale Standaard voor Resultaatbeheer, binnen een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de vaststelling van het eerste verzuim door een topsporter van categorie A; 5° het plegen van bedrog, of de poging daartoe, bij om het even welk onderdeel van de dopingcontrole door een sporter of een andere persoon;6° het bezit van een verboden stof of verboden methode door een sporter of een personeelslid dat de sporter begeleidt; Overeenkomstig artikel 2.6.1 van de Code, kan de overtreding van de in 6° bedoelde antidopingregel worden gevormd door het bezit door een sporter, binnen wedstrijdverband, van een verboden stof of verboden methode, of het bezit door een sporter, buiten wedstrijdverband, van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode, tenzij de sporter aantoont dat het bezit strookt met een geldige TTN, toegekend bij toepassing van artikel 4.4, of een andere aanvaardbare rechtvaardiging. Overeenkomstig artikel 2.6.2 van de Code, betreft de overtreding van de antidopingregel bedoeld onder 6° ook het bezit door een begeleider, binnen wedstrijdverband, van een verboden stof of verboden methode, of het bezit door een begeleider, buiten wedstrijdverband, van een verboden stof of verboden methode die buiten wedstrijdverband verboden is, in verband met een sporter, een wedstrijd of een training, tenzij de betrokken persoon aantoont dat dit bezit strookt met een TTN toegekend aan de sporter met toepassing van artikel 4.4 of een andere aanvaardbare rechtvaardiging opgeeft; 7° de handel of de poging tot handel in een verboden stof of een verboden methode door een sporter of een andere persoon;8° de toediening of de poging tot toediening door een sporter of een andere persoon, aan een sporter binnen wedstrijdverband van een verboden methode of verboden stof, of de toediening of de poging tot toediening aan een sporter buiten wedstrijdverband van een verboden methode of een verboden stof die verboden is buiten wedstrijdverband;9° de medeplichtigheid, of de poging daartoe, van een sporter of een andere persoon. De overtreding van de antidopingregel bedoeld in 9° bestaat uit het meewerken, aanmoedigen, helpen, aanzetten tot, samenzweren, verbergen of om het even welke andere vorm van opzettelijke medeplichtigheid of poging daartoe in het kader van de overtreding van antidopingregels of poging tot overtreding van antidopingregels of de overtreding van artikel 10.14.1 van de Code door een andere persoon; 10° verboden vereniging door een sporter of een andere persoon. Met de overtreding van de antidopingregel opgenomen onder 10° wordt elke professionele of sportgerelateerde samenwerking bedoeld tussen een sporter of een andere persoon die onder het gezag staat van een antidopingorganisatie en een begeleider die: a) onder het gezag van een antidopingorganisatie staat en een schorsing uitzit;of b) niet onder het gezag van een antidopingorganisatie staat en er geen schorsing is opgelegd in het kader van een resultaatbeheersingsproces overeenkomstig de Code, maar in een strafrechtelijke, tuchtrechtelijke of beroepsprocedure veroordeeld of schuldig bevonden is aan gedrag dat een overtreding van de antidopingregel zou hebben gevormd indien op de betrokken persoon regels van toepassing waren geweest conform de Code. De diskwalificerende status zal van kracht zijn gedurende een periode van zes jaar vanaf de strafrechtelijke, beroepsrechtelijke of tuchtrechtelijke uitspraak of voor de periode van de opgelegde strafrechtelijke, beroepsrechtelijke of tuchtrechtelijke sanctie, als deze laatste langer is dan zes jaar; of c) optreedt als dekmantel of tussenpersoon voor een persoon zoals beschreven in a) of b). Om een overtreding van de antidopingregel onder 10° vast te stellen, moet het NADO van de Franse Gemeenschap aantonen dat de sporter of andere persoon op de hoogte was van de diskwalificerende status van de begeleider van de sporter. In toepassing van het voorgaande lid dient de sporter of de andere persoon aan te tonen dat de samenwerking met de begeleider, vermeld in a) of in b) van 10°, lid 2, niet professioneel of sportgerelateerd is en/of dat deze samenwerking niet redelijkerwijs kon worden vermeden. Indien de NADO van de Franse Gemeenschap weet heeft van een begeleider die aan de criteria beschreven in a), b), of c) beantwoordt, geeft ze die informatie door aan het WADA; 11° daden van een sporter of een andere persoon om het doen van aangifte bij de autoriteiten te ontmoedigen of daden van vergelding tegen dergelijke aangiften. Indien deze gedraging niet anderszins een overtreding van de antidopingregel onder 5° van dit artikel vormt, bestaat de overtreding van de antidopingregel onder 11° uit: a) iedere daad waardoor een ander wordt bedreigd of geïntimideerd om te voorkomen dat hij of zij te goeder trouw informatie over een vermeende overtreding van de antidopingregel of een vermeende niet-naleving van de Code zou melden aan het WADA, een antidopingorganisatie, wetshandhavingsinstanties, regelgevende of professionele tuchtrechtelijke instanties, een hoorcomité of een persoon die voor het WADA of een antidopingorganisatie een onderzoek uitvoert;of b) vergelding tegen een persoon die te goeder trouw bewijsmateriaal of informatie over een vermeende overtreding van de antidopingregel of een vermeende niet-naleving van de Code heeft verstrekt aan het WADA, een antidopingorganisatie, wetshandhavingsinstanties, regelgevende of professionele tuchtrechtelijke instanties, een hoorcomité of een persoon die voor het WADA of een antidopingorganisatie een onderzoek uitvoert. In het kader van de in 11°, leden 1 en 2 bedoelde overtreding van de antidopingregel vallen onder vergelding, bedreiging en intimidatie elke maatregel die tegen een dergelijke persoon wordt genomen, hetzij omdat de maatregel niet te goeder trouw is genomen, hetzij omdat hij een onevenredige reactie vormt. Art. 7.§ 1. De bewijslast komt toe aan het NADO van de Franse Gemeenschap, die de overtredingen van een antidopingregel bedoeld in artikel 6 moet aantonen. De bewijsstandaard waaraan het NADO van de Franse Gemeenschap zich dient te houden is het aantonen van de overtreding van de antidopingregel ten genoegen van de CIDD, die overeenkomstig artikel 23, § 1 en § 3 tot en met 6 beoordeelt of een of meer overtredingen van de antidopingregel zijn begaan, alsmede de ernst van de beschuldiging beoordeelt. De bewijsstandaard moet, in ieder geval, meer dan een afweging van waarschijnlijkheden zijn, maar minder dan een bewijs boven gerede twijfel. Wanneer dit decreet de sporter of elke andere persoon waarvan is aangetoond dat hij antidopingregels heeft overtreden, belast met het omkeren van het vermoeden of met het vaststellen van specifieke feiten en omstandigheden, wordt, behoudens het bepaalde in § 2, lid 2, onder b) en c), de maatstaf van het bewijs bepaald door een afweging van de waarschijnlijkheden. § 2. Feiten met betrekking tot een dopingpraktijk kunnen met alle middelen van recht worden vastgesteld, inclusief bekentenissen. Overeenkomstig artikel 3.2 van de Code, zijn de volgende regels voor de vaststelling van de feiten en inzake vermoeden van toepassing: a) analytische methoden of beslissingslimieten die door het WADA zijn goedgekeurd na overleg met de desbetreffende wetenschappelijke gemeenschap of toetsing door een leescomité, worden verondersteld wetenschappelijk geldig te zijn.Elke sporter of andere persoon die de geldigheid van de voorwaarden van dergelijk vermoeden wil aanvechten of het vermoeden van wetenschappelijke geldigheid wil weerleggen, dient het WADA eerst in kennis te stellen van deze aanvechting en de redenen daarvoor. Het WADA kan ook van een dergelijke betwisting in kennis word …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.