📄 Wettekst
20 JULI 2012. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het Wapenhandel
decreet van 15 juni 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/06/2012
pub.
04/07/2012
numac
2012035751
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie
sluiten
De Vlaamse Regering, Gelet op Verordening (EU) nr. 258/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-protocol inzake vuurwapens), en tot vaststelling van uitvoervergunningen voor vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en maatregelen betreffende de invoer en doorvoer ervan;
Gelet op het Wapenhandel
decreet van 15 juni 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
15/06/2012
pub.
04/07/2012
numac
2012035751
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten, ander voor militair gebruik dienstig materiaal, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen en munitie
sluiten, artikelen 3, 5, 7, 8, 9, 10, 12, 14, 19, 24, 27, 30, 33, 34, 35, 36, 39, 40, 43, 44, 45, 46, 48 en 49;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 12 april 2012;
Gelet op advies 51.544/1 van de Raad van State, gegeven op 3 juli 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Overwegende het aanvullend protocol tegen de ongeoorloofde vervaardiging van en handel in vuurwapens, de onderdelen, componenten en munitie ervan, bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen transnationale georganiseerde misdaad, gedaan te New York op 31 mei 2001;
Overwegende het gemeenschappelijk standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie;
Overwegende het
samenwerkingsakkoord van 17 juli 2007Relevante gevonden documenten
type
samenwerkingsakkoord
prom.
17/07/2007
pub.
20/12/2007
numac
2007203596
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met betrekking tot de invoer, uitvoer en doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en de daaraan verbonden technologie alsook van producten en technologieën voor dubbel gebruik
sluiten tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met betrekking tot de invoer, uitvoer en doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en de daaraan verbonden technologie alsook van producten en technologieën voor dubbel gebruik;
Overwegende de
wet van 5 augustus 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/08/1991
pub.
10/08/2010
numac
2010000448
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de in-, uit- en doorvoer van en de bestrijding van illegale handel in wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en daaraan verbonden technologie;
Overwegende het koninklijk besluit van 8 maart 1993 tot regeling van de in-, uit- en doorvoer van wapens, munitie en speciaal voor militair gebruik of voor ordehandhaving dienstig materieel en de daaraan verbonden technologie;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid;
Na beraadslaging, Besluit : DEEL 1. - Algemeen kader en definities Artikel 1.Dit besluit wordt aangehaald als : Wapenhandelbesluit van 20 juli 2012. Art. 2.Dit besluit voorziet in de verdere omzetting, voor wat betreft de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest, van Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overbrenging van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap, van Richtlijn 91/477/EEG van de Raad van 18 juni 1991 inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens en van Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik. Art. 3.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° bevoegde dienst : de secretaris-generaal van het Departement internationaal Vlaanderen en de personeelsleden onder zijn gezag die hij aanwijst;2° gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen : lijst van goederen waarop Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie van toepassing is, zoals die laatst is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie;3° minister : de Vlaamse minister die gezag uitoefent over de bevoegde dienst, vermeld in punt 1°;4° niet-essentiële onderdelen : de onderdelen, vermeld in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, waarvan de aard en betekenis in relatie tot de defensiegerelateerde producten waarin ze geïntegreerd zullen worden, beperkt zijn. Art. 4.De vergunningen, voorafgaande machtigingen, certificaten van gecertificeerd persoon, voorlopige adviezen en schriftelijke bevestigingen, vermeld in artikelen 9, 10, 15, 16, 22 en 23, 34, 36, § 2, 38 en 39, § 2, van het Wapenhandeldecreet, worden toegekend, geweigerd, geschorst, ingetrokken en beperkt door de minister, na advies van de bevoegde dienst.
Een vergunning, een voorafgaande machtiging, een certificaat van gecertificeerd persoon, een voorlopig advies en een schriftelijke bevestiging worden door de bevoegde dienst met een gewone of aangetekende brief meegedeeld.
De minister kan evenwel bepalen dat de documenten, vermeld in het eerste lid, ook via elektronische weg meegedeeld kunnen worden. Art. 5.§ 1. Om ontvankelijk te zijn, moet een aanvraag van een vergunning, een voorafgaande machtiging, een certificaat van gecertificeerd persoon, een voorlopig advies of een schriftelijke bevestiging en een kennisgeving of registratie met een gewone of aangetekende brief ingediend worden bij de bevoegde dienst.
Een kennisgeving kan ook per fax of elektronisch gebeuren, als dat een ontvangstbewijs van de geadresseerde oplevert.
De minister kan bepalen dat een aanvraag van een vergunning, een voorafgaande machtiging, een certificaat van gecertificeerd persoon, een voorlopig advies of een schriftelijke bevestiging of een registratie ook via elektronische weg ingediend kan worden.
In geval van een elektronische indiening verstrekt de bevoegde dienst, na de ontvangst van een volledige aanvraag of kennisgeving, aan de betrokken persoon een ontvangstmelding per fax of elektronisch, als dat een ontvangstbewijs van de geadresseerde oplevert. § 2. De bevoegde dienst stelt op de website van de Vlaamse overheid formulieren ter beschikking op basis waarvan een vergunning, een voorafgaande machtiging, een certificaat van gecertificeerd persoon, een voorlopig advies en een schriftelijke bevestiging aangevraagd moeten worden en op basis waarvan een kennisgeving of registratie moet gebeuren. Art. 6.Als de bevoegde dienst dat met het oog op toezicht op de naleving van het Wapenhandeldecreet, van dit en andere uitvoeringsbesluiten ervan of van handelingen op basis daarvan gesteld nuttig acht, kan hij een kennisgeving van de volgende handelingen bezorgen aan andere relevante overheidsinstanties, waaronder de vergunningsdiensten van de andere gewesten, de Administratie der Douane en Accijnzen van de FOD Financiën, de Federale Wapendienst van de FOD Justitie, de Veiligheid van de Staat, de Proefbank voor Vuurwapens, de procureur des Konings van het arrondissement waar de betrokken persoon gevestigd is, de federale politie, de lokale politie, de provinciegouverneur van de provincie waar de betrokken persoon gevestigd is, en ter zake bevoegde internationale en buitenlandse autoriteiten : 1° aanvragen, toekenningen en weigeringen van vergunningen, voorafgaande machtigingen en certificaten van gecertificeerd persoon;2° bevestigingen van kennisgevingen en registraties;3° afgegeven voorlopige adviezen en schriftelijke bevestigingen;4° uitgesproken schorsingen, intrekkingen en beperkingen van de documenten, vermeld in punt 1°, en de eventuele verlenging, opheffing of beperking daarvan;5° uitgesproken tijdelijke uitsluitingen en de eventuele verlenging, opheffing of beperking daarvan;6° opgelegde administratieve sancties. DEEL 2. - In-, uit- en doorvoer en overbrenging van defensiegerelateerde producten en ander materiaal dat dienstig is voor militair gebruik, en ordehandhavingsmateriaal TITEL 1. - Vergunningsverplichtingen HOOFDSTUK 1. - Goederenlijsten Art. 7.Met toepassing van artikel 3, § 1, derde lid, van het Wapenhandeldecreet zijn de in-, uit-, doorvoer en overbrenging verboden van de defensiegerelateerde producten, ordehandhavingsmateriaal, civiele vuurwapens, onderdelen, munitie en andere goederen, vermeld in de lijst, opgenomen in bijlage 1 van dit besluit.
Met toepassing van artikel 7, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet is voor de overbrenging naar het Vlaamse Gewest van de defensiegerelateerde producten, vermeld in de lijst, opgenomen in bijlage 2 van dit besluit, een voorafgaande kennisgeving vereist.
Met toepassing van artikel 8, § 3, tweede lid, van het voormelde decreet is voor de invoer van de defensiegerelateerde producten en het ordehandhavingsmateriaal, vermeld in de lijst, opgenomen in bijlage 2 van dit besluit, een vergunning vereist.
Met toepassing van artikel 8, § 1, tweede lid, van het voormelde decreet is voor de uit- en doorvoer van ordehandhavingsmateriaal, vermeld in de lijst, opgenomen in bijlage 3 van dit besluit, een vergunning vereist. Art. 8.De minister is ertoe gemachtigd om in de lijsten, vermeld in artikel 7, de opgenomen verwijzingen naar internationale overeenkomsten en naar de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen zodanig bij te werken dat ze strikt overeenkomen met de betreffende internationale overeenkomsten en met de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen. HOOFDSTUK 2. - Algemene vergunningen Art. 9.§ 1. Met toepassing van artikel 14, § 2, van het Wapenhandeldecreet kunnen onder de in paragraaf 2 en 3 vermelde voorwaarden op basis van de algemene vergunningen opgenomen in bijlage 5 tot en met 9 van dit besluit, de daarin bepaalde defensiegerelateerde producten rechtstreeks en zonder verdere vergunning overgebracht worden naar andere lidstaten van de EU. § 2. Met toepassing van artikel 12, § 1, van het voormeld decreet zijn de volgende voorwaarden en beperkingen aan het gebruik van de algemene vergunningen vermeld in paragraaf 1 verbonden : 1° de algemene vergunningen mogen niet gebruikt worden voor de overbrenging voor toegelaten doeleinden van defensiegerelateerde producten waarvan de overbrenging verboden is op basis van artikel 3, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet;2° de algemene vergunningen mogen niet gebruikt worden voor de definitieve overbrenging van defensiegerelateerde producten als het op het moment van de voorgenomen overbrenging vaststaat dat het eindgebruik van de defensiegerelateerde producten zich zal afspelen buiten de Europese Unie en de eindgebruiker buiten de Europese Unie op dat moment bekend is, tenzij : a) die eindgebruiker formeel deel uitmaakt van de strijdkrachten van een lidstaat van de EU of de NAVO;b) de uitvoer noodzakelijk is voor de uitvoering van het intergouvernementeel samenwerkingsprogramma tussen lidstaten van de EU voor de ontwikkeling, de productie en het gebruik van een of meer defensiegerelateerde producten waarbij de betreffende overbrenging aansluit;c) het land van eindgebruik een lidstaat van de NAVO is, een lidstaat van het Wassenaar Arrangement, vermeld in artikel 16 van dit besluit, of een bevriend land of bondgenoot als vermeld in artikel 26, § 4, eerste lid, van het voormelde decreet;d) de overbrenging niet-essentiële onderdelen betreft die geen niet-essentiële onderdelen van gevoelige goederen zijn, die de bestemmeling volledig zal integreren in zijn eigen product;3° defensiegerelateerde producten die op basis van een algemene vergunning naar een andere lidstaat worden overgebracht, mogen niet aangewend worden in of uitgevoerd worden naar een land buiten de Europese Unie voor integratie in, gebruik met of de ontwikkeling of productie van defensiegerelateerde producten waarvan de overbrenging verboden is op basis van artikel 3, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet;4° defensiegerelateerde producten die op basis van een algemene vergunning tijdelijk naar een andere lidstaat worden overgebracht moeten uiterlijk drie jaar na de tijdelijke overbrenging weer naar het Vlaamse Gewest overgebracht worden. Personen die gebruikmaken van een algemene vergunning in het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, b), houden een schriftelijk bewijs bij dat de uitvoer noodzakelijk is voor de uitvoering van het intergouvernementele samenwerkingsprogramma waarbij de betreffende overbrenging aansluit.
Personen die gebruikmaken van een algemene vergunning in het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, d), houden een schriftelijke verklaring van de bestemmeling bij waarin die verklaart dat de betreffende onderdelen geïntegreerd zullen worden in zijn eigen product.
Personen die gebruikmaken van een algemene vergunning in het geval, vermeld in het eerste lid, 4°, houden een schriftelijk bewijs van wederoverbrenging bij. § 3. Naast de voorwaarden vermeld in paragraaf 2, zijn ook de voorwaarden en beperkingen vermeld in artikelen 10, 14 en 49 van het Wapenhandeldecreet, en in artikel 5, 10, 11, 12, 29, 30, 31, 57, 58 en 60 van dit besluit aan het gebruik van de algemene vergunningen vermeld in paragraaf 1 verbonden. Art. 10.§ 1. Om ontvankelijk te zijn, moet de bevoegde dienst de registratie, vermeld in artikel 14, § 6, van het Wapenhandeldecreet, uiterlijk twintig werkdagen voor de eerste voorgenomen overbrenging op basis van de betreffende algemene vergunning ontvangen.
De registratie bevat minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens van de betrokken persoon;2° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de betrokken persoon;3° het nummer van de algemene vergunning waarvoor de registratie wordt gevraagd;4° de technische gegevens van de defensiegerelateerde producten waarvoor de betrokken persoon de algemene vergunning wil gebruiken : a) een technische beschrijving van de producten;b) een initiële classificatie van de producten volgens de categorieën van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;5° de aanwending van de defensiegerelateerde producten, namelijk een beschrijving van het gebruik waarvoor de producten werden ontworpen of aangepast;6° indien van toepassing, een beschrijving van de mogelijke toepasselijkheid van artikel 9, § 2, eerste lid, 2°, d), van dit besluit;7° de handtekening van de aangewezen personen die persoonlijk verantwoordelijk zijn voor in-, uit-, doorvoer en overbrenging;8° de verbintenis van die personen om : a) aan de betreffende defensiegerelateerde producten een bestemming te geven in overeenstemming met de voorwaarden en beperkingen die verbonden zijn aan het gebruik van de algemene vergunningen;b) indien van toepassing, de verplichtingen na te komen die de douaneregelgeving, de Wapen
wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2006
pub.
09/06/2006
numac
2006009449
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens
sluiten en de uitvoeringsbesluiten ervan, en andere toepasselijke regelgeving aan de betreffende overbrenging verbinden. § 2. Bij de aanvraag wordt alle nuttige informatie gevoegd over de technische eigenschappen en mogelijkheden van de betreffende defensiegerelateerde producten en over de mogelijke aanwending daarvan.
Bij de registratie worden ook de volgende documenten gevoegd : 1° een kopie van de voorafgaande machtiging van de aanvrager, vermeld in artikel 10 van het Wapenhandeldecreet;2° indien van toepassing, de documenten die de mogelijke toepasselijkheid van artikel 9, § 2, eerste lid, 2°, d), van dit besluit aantonen. § 3. Na ontvangst van een volledige registratie verstrekt de bevoegde dienst aan de betrokken persoon een ontvangstmelding. § 4. Binnen tien werkdagen na de datum van de ontvangstmelding, vermeld in paragraaf 3, bezorgt de bevoegde dienst aan de betrokken persoon met een gewone of aangetekende brief een bevestiging van zijn registratie.
De bevestiging van de registratie bevat minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens van de bevoegde dienst;2° een registratienummer dat vermeld moet worden op alle handelsbescheiden die gevoegd zijn bij leveringen op basis van de betreffende algemene vergunning;3° de gegevens van de betrokken persoon;4° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de betrokken persoon;5° de aanduiding van de defensiegerelateerde producten waarvoor de registratie geldt : a) een technische beschrijving van de producten;b) de classificatie van de producten volgens de categorieën van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;c) de toekenning van een productcode per product, op basis waarvan de rapportering, vermeld in artikel 49 van het Wapenhandeldecreet, en in artikel 57, 58 en 60 van dit besluit, moet gebeuren;6° indien van toepassing, de bevestiging dat de defensiegerelateerde producten daadwerkelijk onder de toepassing van artikel 9, § 2, eerste lid, 2°, d), van dit besluit vallen;7° indien van toepassing, een verwijzing naar de voorwaarden en beperkingen die verbonden zijn aan het gebruik van de algemene vergunning, vermeld in artikel 9 en 12 van dit besluit;8° indien van toepassing, een verwijzing naar de beperkingen die met toepassing van artikel 43 van het Wapenhandeldecreet aan het gebruik van de algemene vergunning verbonden worden, als vermeld in artikel 13 van dit besluit. Als verder onderzoek van de mogelijke toepasselijkheid van artikel 9, § 2, eerste lid, 2°, d), van dit besluit, nodig wordt geacht, bezorgt de bevoegde dienst, indien van toepassing, de bevestiging, vermeld in tweede lid, 6°, ten hoogste dertig werkdagen of, na motivatie van de noodzaak, negentig werkdagen na de datum van de ontvangstmelding, vermeld in paragraaf 3. Art. 11.Als een bepaalde overbrenging onder het toepassingsgebied van verschillende algemene vergunningen valt, wordt bij voorrang gebruikgemaakt van de algemene vergunningen voor de gevallen, vermeld in artikel 14, § 2, 3° en 4°, van het Wapenhandeldecreet, en, in ondergeschikte orde, van de algemene vergunning voor het geval, vermeld in artikel 14, § 2, 5°, van het voormelde decreet. Art. 12.§ 1. De algemene vergunning voor het geval, vermeld in artikel 14, § 2, 3°, van het voormelde decreet, mag alleen gebruikt worden voor tijdelijke overbrengingen met het oog op demonstratie, evaluatie of expositie.
Bij de demonstratie, evaluatie of expositie mogen de betreffende defensiegerelateerde producten geen deel uitmaken van een productieproces en niet voor hun beoogde bestemming gebruikt worden, tenzij dat alleen het geval is in een minimale mate die vereist is voor effectieve demonstratie-, evaluatie- of expositiedoeleinden.
Na de demonstratie, evaluatie of expositie moeten de betreffende defensiegerelateerde producten in de oorspronkelijke staat weer naar het Vlaamse Gewest overgebracht worden, zonder dat een component of software is verwijderd, gekopieerd of verspreid, met uitzondering van schade die voortvloeit uit het normale gebruik van de producten met het oog op demonstratie, evaluatie of expositie.
In het eerste, tweede en derde lid wordt verstaan onder : 1° demonstratie : een besloten presentatie van defensiegerelateerde producten in een niet-publieke ruimte aan een specifieke eventuele bestemmeling of verschillende specifieke eventuele bestemmelingen;2° evaluatie : het gebruiken van defensiegerelateerde producten voor hun beoogde bestemming in de minimale mate die vereist is om de technische en operationele eigenschappen en capaciteiten van de betreffende producten te beoordelen met het oog op de eventuele aankoop, huur of lease van de betreffende producten;3° expositie : een publieke presentatie van defensiegerelateerde producten in het kader van een commercieel evenement van een bepaalde duur waar verschillende exposanten hun producten voorstellen aan bezoekende handelaren of aan het grote publiek. § 2. De algemene vergunning voor het geval, vermeld artikel 14, § 2, 4°, van het voormelde decreet, mag alleen gebruikt worden voor tijdelijke overbrengingen met het oog op onderhoud of herstelling en voor de wederoverbrenging na onderhoud of herstelling in het Vlaamse Gewest.
Onderhoud of herstelling kan gepaard gaan met toevallige verbetering van de oorspronkelijke producten, bijvoorbeeld door het gebruik van moderne reserveonderdelen of door de toepassing van een recentere norm om betrouwbaarheids- of veiligheidsredenen, mits dat niet tot gevolg heeft dat de functionele mogelijkheden van de betreffende defensiegerelateerde producten vergroot worden of de producten van nieuwe of extra functies voorzien worden. Art. 13.§ 1. Met toepassing van artikel 12, par. 1 van voormelde decreet verbindt de minister ook de voorwaarden en beperkingen aan het gebruik van de algemene vergunningen die hij noodzakelijk acht in het licht van de criteria, vermeld in artikel 26 en 28 van het voormelde decreet. § 2. Met toepassing van artikel 43 van het Wapenhandeldecreet en artikelen 46 tot en met 49 van dit besluit kunnen de algemene vergunningen, vermeld in artikel 9, § 1, van dit besluit geschorst worden of beperkt worden in gebruik.
TITEL 2. - Procedures en nadere regels HOOFDSTUK 1. - Procedure voor de aanvraag en toekenning en de nadere regels van vergunningen als vermeld in artikel 15, 16, 22 en 23 van het Wapenhandeldecreet Afdeling 1. - Aanvraag- en toekenningsprocedure
Onderafdeling 1. - Aanvraag Art. 14.§ 1. De aanvraag van een vergunning, vermeld in artikel 15, 16, 22 of 23, van het Wapenhandeldecreet, bevat minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens van de aanvrager;2° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de aanvrager;3° het type van de aanvraag : a) in-, uit-, doorvoer of overbrenging;b) tijdelijke of definitieve in-, uit-, doorvoer of overbrenging;c) individuele, globale of gecombineerde vergunning;4° de gegevens van de afzender of afzenders en van de bestemmeling of bestemmelingen;5° de gegevens van de eindgebruiker of eindgebruikers, als die verschillend zijn van de gegevens van de bestemmeling of bestemmelingen;6° het land of de landen van oorsprong van de defensiegerelateerde producten, het ander voor militair gebruik dienstig materiaal, of het ordehandhavingsmateriaal;7° het land of de landen van afzending;8° het land of de landen van bestemming en het land of de landen van eindgebruik, als dat verschillend is of die verschillend zijn van het land of de landen van bestemming;9° de technische gegevens van de defensiegerelateerde producten, het ander voor militair gebruik dienstig materiaal, of het ordehandhavingsmateriaal : a) een technische beschrijving van de goederen;b) indien van toepassing, een initiële classificatie van de defensiegerelateerde producten volgens de categorieën van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;c) het gewicht of het aantal van de goederen;d) de waarde in euro's en de tariefcode van de goederen;10° de aanwending van de defensiegerelateerde producten, het ander voor militair gebruik dienstig materiaal, of het ordehandhavingsmateriaal : a) een beschrijving van het gebruik waarvoor de goederen zijn ontworpen of aangepast;b) een beschrijving van het voorgenomen gebruik van de goederen door de bestemmeling of bestemmelingen en door de eindgebruiker of eindgebruikers, als die verschillend is of zijn van de bestemmeling of bestemmelingen;11° de handtekening van de aangewezen personen die persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de in-, uit-, doorvoer en overbrenging;12° de verbintenis van die personen om : a) aan de betreffende goederen een bestemming te geven in overeenstemming met de aangevraagde vergunning;b) indien van toepassing, de verplichtingen na te komen die de douaneregelgeving, de Wapen
wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2006
pub.
09/06/2006
numac
2006009449
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens
sluiten en de uitvoeringsbesluiten ervan, en andere toepasselijke regelgeving aan de betreffende in-, uit-, doorvoer of overbrenging verbinden. § 2. Bij de aanvraag wordt alle nuttige informatie gevoegd over de technische eigenschappen en mogelijkheden van de goederen en over de mogelijke aanwending daarvan.
Indien toepasselijk wordt bij de aanvraag een kopie gevoegd van het document dat de titel bevat op basis waarvan de aanvrager volgens de Wapen
wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2006
pub.
09/06/2006
numac
2006009449
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens
sluiten en de uitvoeringsbesluiten ervan gerechtigd is om de goederen voorhanden te hebben of te verwerven als vermeld in artikel 31, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet.
Bij de aanvraag van een vergunning voor uit-, doorvoer of overbrenging naar een andere lidstaat van de EU moeten ook de volgende documenten gevoegd worden : 1° een kopie van de voorafgaande machtiging van de aanvrager, vermeld in artikel 10 van het voormelde decreet;2° een document dat de eindgebruiker en het eindgebruik vermeldt, vermeld in artikelen 19, § 2, en 24, § 2, van het voormelde decreet;3° indien van toepassing, een verklaring van de eindgebruiker waarin deze zich er toe verbindt om bij een eventuele wederuitvoer de toestemming van de Vlaamse Regering te vragen, vermeld in artikel 19, § 3, tweede lid, en 24, § 3, tweede lid van het voormelde decreet;4° indien van toepassing, de documenten die aantonen dat de aanvrager van een uitvoervergunning voor defensiegerelateerde producten die vanuit een andere lidstaat van de EU zijn overgebracht en waaraan uitvoerbeperkingen zijn verbonden, heeft voldaan aan de voorwaarden van die uitvoerbeperkingen, vermeld in artikel 25 van het voormelde decreet;5° indien van toepassing, een verklaring als vermeld in artikel 20, § 2, 2°, van dit besluit. Bij de aanvraag van een vergunning voor doorvoer moet, indien van toepassing, ook een document gevoegd worden waaruit blijkt dat de bevoegde autoriteiten van het land van herkomst van de goederen de uitvoer hebben toegestaan, als vermeld in artikel 24, § 4, van het voormelde decreet.
Onderafdeling 2. Nadere regels voor het eisen van bijkomende informatie of garanties en voor het opleggen van toekenningsvoorwaarden Art. 15.Als de bevoegde dienst na de ontvangst van een aanvraag oordeelt dat de mogelijkheid tot het eisen van bijkomende informatie of garanties als vermeld in artikel 5, tweede lid, artikel 19, § 3, en artikel 24, § 3, van het Wapenhandeldecreet, toegepast moet worden, of dat de afgifte van de vergunning op basis van artikel 12, § 1, van het voormelde decreet, afhankelijk wordt gesteld van bepaalde voorwaarden, kan aan de voldoening van die eisen of voorwaarden een termijn verbonden worden die minstens tien werkdagen bedraagt. Art. 16.Bijkomend aan de uitzondering voor de overbrenging en uitvoer naar lidstaten van de EU en de NAVO geldt de mogelijkheid, vermeld in artikel 19, § 3, tweede lid, en artikel 24, § 3, tweede lid, van het Wapenhandeldecreet, niet voor de volgende lidstaten van het Wassenaar Arrangement : Argentinië, Australië, Japan, Mexico, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea, Zuid-Afrika en Zwitserland. Afdeling 2. - Nadere regels
Onderafdeling 1. - Inhoud van de vergunning Art. 17.§ 1. De vergunningen, vermeld in artikel 15, 16, 22 en 23 van het Wapenhandeldecreet, bevatten minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens van de bevoegde dienst;2° de laatste dag van de geldigheid;3° de gegevens van de aanvrager;4° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de aanvrager;5° het type van de aanvraag : a) in-, uit-, doorvoer of overbrenging;b) tijdelijke of definitieve in-, uit-, doorvoer of overbrenging;c) individuele, globale of gecombineerde vergunning;6° de technische gegevens van de defensiegerelateerde producten, het ander voor militair gebruik dienstig materiaal, of het ordehandhavingsmateriaal : a) een technische beschrijving van de goederen;b) het gewicht of het aantal van de goederen;c) de waarde in euro's en de tariefcode van de goederen;7° de voorwaarden en bedingen, vermeld in paragraaf 2. De vergunningen voor invoer of overbrenging naar het Vlaamse Gewest bevatten naast de gegevens, vermeld in het eerste lid, ook de volgende gegevens : 1° de gegevens van de afzender of afzenders;2° het land of de landen van afzending. De vergunningen voor uitvoer of overbrenging naar een andere lidstaat van de EU bevatten naast de gegevens, vermeld in het eerste lid, ook de volgende gegevens : 1° de gegevens van de bestemmeling of bestemmelingen;2° het land of de landen van bestemming;3° indien verschillend, het land of de landen van eindgebruik;4° indien van toepassing, het land of de landen van doorvoer. De vergunningen voor doorvoer bevatten naast de gegevens, vermeld in het eerste lid, ook de volgende gegevens : 1° de gegevens van de bestemmeling;2° het land van afzending;3° het land van bestemming;4° indien verschillend, het land of de landen van eindgebruik. § 2. De vergunningen bevatten, indien van toepassing, de voorwaarden en beperkingen die met toepassing van artikel 12 van het voormelde decreet aan het gebruik ervan zijn verbonden.
De vergunningen bevatten ook een beding dat stelt dat, indien van toepassing, het gebruik van de vergunning alleen rechtmatig is als de aanvrager de verplichtingen nakomt die de douaneregelgeving en de Wapen
wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2006
pub.
09/06/2006
numac
2006009449
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens
sluiten en de uitvoeringsbesluiten ervan aan de betreffende in-, uit-, doorvoer of overbrenging verbinden.
Onderafdeling 2. - Geldigheidsduur, verlenging en afhandeling Art. 18.§ 1. De vergunningen, vermeld in artikelen 15, 16, 22 en 23 van het Wapenhandeldecreet, zijn drie jaar geldig vanaf de datum van de toekenning ervan.
Bij doorvoer mag de geldigheidsduur van de vergunning de geldigheidsduur van de invoervergunning van het land van bestemming niet overschrijden. § 2. Na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning of nadat het geheel van de toegestane hoeveelheid of het toegestane gewicht van goederen is in-, uit-, doorgevoerd of overgebracht, stuurt de aanvrager de originele vergunning terug naar de bevoegde dienst en rapporteert hij over het gebruik ervan als vermeld in artikel 49 van het Wapenhandeldecreet, en in artikelen 57 tot en met 62 van dit besluit. § 3. Als op het moment van het verstrijken van de geldigheidsduur van de vergunning de toegestane hoeveelheid of het toegestane gewicht van de goederen nog niet helemaal is in-, uit-, doorgevoerd of overgebracht, kan op overhandiging van de oorspronkelijke vergunning aan de bevoegde dienst de geldigheidsduur ervan met dezelfde termijn verlengd worden voor het resterende gedeelte.
Een verzoek tot verlenging wordt net als de oorspronkelijke aanvraag getoetst aan de criteria, vermeld in artikel 11 of in artikelen 26 en 28 van het Wapenhandeldecreet, naargelang het geval.
Onderafdeling 3. - Vergunningen voor tijdelijke in-, uitvoer of overbrenging Art. 19.§ 1. Vergunningen voor tijdelijke in-, uitvoer of overbrenging worden toegekend op voorwaarde dat de betreffende goederen binnen de geldigheidstermijn van de vergunning naargelang het geval opnieuw uitgevoerd, ingevoerd of overgebracht worden. § 2. Uiterlijk twee maanden na het verstrijken van die termijn leggen aanvragers aan de bevoegde dienst naargelang het geval een bewijs van wederuitvoer, wederinvoer of wederoverbrenging voor.
Het bewijs wordt geleverd, hetzij door het document, uitgereikt door het douanebestuur van het in- of uitvoerende land, waaruit blijkt dat de in- of uitgevoerde goederen zijn aangegeven, hetzij door een ander document waaruit blijkt dat de goederen binnen de gestelde termijn zijn wederuitgevoerd, wederingevoerd of wederovergebracht.
Onderafdeling 4. - Nadere regels voor het opleggen van gebruiksvoorwaarden en gebruiksbeperkingen Art. 20.§ 1. Als de aanvraag de overbrenging van onderdelen, vermeld in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, betreft, wordt bij de overweging van voorwaarden of beperkingen als vermeld in artikel 12 van het Wapenhandeldecreet, rekening gehouden met de gevoeligheid van de overbrenging.
Een overbrenging wordt als niet-gevoelig beschouwd als de bevoegde dienst oordeelt dat ze niet-essentiële onderdelen betreft en dat de aard van de niet-essentiële onderdelen in relatie tot het eventuele eindgebruik van de producten waarin ze geïntegreerd zullen worden, geen aanleiding tot bezorgdheid zou kunnen geven op basis van de criteria, vermeld in artikel 26 en 28 van het voormelde decreet. § 2. Met uitzondering van de overbrenging van niet-essentiële onderdelen van gevoelige goederen worden in ieder geval geen beperkingen op het eindgebruik van de goederen of op de uitvoer na de overbrenging opgelegd als : 1° de bevoegde dienst op basis van paragraaf 1 oordeelt dat de overbrenging niet gevoelig is;en 2° de aanvrager een verklaring van de bestemmeling voorlegt dat de betreffende onderdelen zullen worden geïntegreerd in zijn eigen product en, behalve voor onderhoud of herstelling, niet als zodanig kunnen worden overgebracht of uitgevoerd. HOOFDSTUK 2. - Nadere regels voor de kennisgeving, vermeld in artikel 7, § 2, van het Wapenhandeldecreet Art. 21.§ 1. Om ontvankelijk te zijn, moet de bevoegde dienst de kennisgeving, vermeld in artikel 7, § 2, van het Wapenhandeldecreet, uiterlijk twintig werkdagen voor de voorgenomen overbrenging ontvangen.
De kennisgeving bevat minstens de gegevens, vermeld in artikel 14, § 1, 1°, 2°, 4°, 6°, 7°, 9°, 10°, 11° en 12°, de informatie, vermeld in artikel 14, § 2, eerste lid, en, indien toepasselijk de informatie vermeld in artikel 14, § 2, tweede lid. § 2. Ongeacht de vorm van de kennisgeving verstrekt de bevoegde dienst na de ontvangst van een volledige kennisgeving aan de betrokken persoon een ontvangstmelding.
Binnen tien werkdagen na de datum van die ontvangstmelding brengt de bevoegde dienst de betrokken persoon er met een gewone of aangetekende brief, per fax of elektronisch, als dat een ontvangstbewijs van de geadresseerde oplevert, van op de hoogte of hij voor de voorgenomen overbrenging al dan niet een vergunning moet aanvragen. § 3. Als een vergunning aangevraagd moet worden, gelden de regels, vermeld in hoofdstuk 1. HOOFDSTUK 3. - Procedure voor het verkrijgen en de nadere regels voor het voorlopige advies en de schriftelijke bevestiging Afdeling 1. - Voorlopig advies
Onderafdeling 1. - Aanvraag- en toekenningsprocedure Art. 22.§ 1. De aanvraag van een voorlopig advies bevat minstens de gegevens, vermeld in artikel 14, § 1, 1°, 2°, 3°, 7°, 8°, 9°, a) en b), 10°, a), en 11°.
Als die gegevens bekend zijn, uiterlijk op het moment van de afgifte van het voorlopige advies, deelt de aanvrager in zijn aanvraag of later ook de gegevens, vermeld in artikel 14, § 1, 4°, 5°, 6°, 9°, c) en d), en 10°, b), mee.
Ingeval bij uit-, doorvoer of overbrenging naar een andere lidstaat van de EU bij de aanvraag en uiterlijk op het moment van de afgifte van het voorlopige advies de specifieke eindgebruiker nog niet bekend zijn is, deelt de aanvrager in ieder geval mee op welke van volgende categorie van eindgebruikers zijn aanvraag van een voorlopig advies betrekking heeft : (1) defensiegerelateerde industrie; (2) andere industrie; (3) handelaar; (4) particulier; (5) internationale organisatie; (6) krijgsmacht; (7) ordehandhavingsinstantie of; (8) andere overheid. § 2. Een aanvraag van een voorlopig advies wordt getoetst aan de criteria, vermeld in artikel 11 of artikelen 26 en 28 van het Wapenhandeldecreet, naargelang het geval.
Onderafdeling 2. - Inhoud van het voorlopige advies Art. 23.Het voorlopige advies bevat minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens van de bevoegde dienst;2° de gegevens van de aanvrager;3° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de aanvrager;4° de gegevens, vermeld in artikel 22, § 1, van dit besluit, als die bekend zijn op het moment van de afgifte van het voorlopige advies;5° een evaluatie van de voorgelegde in-, uit-, doorvoer of overbrenging;6° de mededeling dat het voorlopige advies louter informatief van aard is, het Vlaamse Gewest op geen enkele wijze bindt en niet beschouwd kan worden als een toestemming om de voorgelegde in-, uit-, doorvoer of de overbrenging te voltrekken als vermeld in artikel 9, § 1, tweede lid, van het Wapenhandeldecreet. Onderafdeling 3. - Herevaluatie Art. 24.De aanvrager kan op elk moment om herevaluatie van het voorlopige advies verzoeken als : 1° hij over elementen beschikt die in de aanvraag voor het oorspronkelijke voorlopige advies niet konden worden voorgelegd;2° omstandigheden plaatsvinden die een belangrijk effect kunnen hebben op de toets, zoals bedoeld, naargelang het geval, in artikel 11 of in artikelen 26 en 28 van het Wapenhandeldecreet. In de beide gevallen, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, behoort het tot de verantwoordelijkheid van de aanvrager om om herevaluatie van het voorlopige advies te verzoeken. Afdeling 2. - Schriftelijke bevestiging
Onderafdeling 1. - Aanvraag- en toekenningsprocedure Art. 25.§ 1. De aanvraag van een schriftelijke bevestiging moet minstens de volgende gegevens bevatten : 1° de gegevens van de aanvrager;2° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de aanvrager;3° de bestemmeling en de eindgebruiker van de uit- of doorvoer naar aanleiding waarvan de schriftelijke bevestiging wordt gevraagd;4° de technische gegevens van de goederen waarover de schriftelijke bevestiging wordt gevraagd : a) een technische beschrijving van de goederen;b) de waarde in euro's per stuk en de tariefcode van de goederen;4° de mogelijke aanwending van de goederen : a) een beschrijving van het gebruik waarvoor de goederen zijn ontworpen of aangepast;b) een beschrijving van het mogelijke gebruik van de goederen, alleen of in combinatie met elkaar of met andere goederen, substanties of organismen, om ernstige schade toe te brengen aan personen of goederen en als middel tot geweldpleging in een gewapend conflict of een soortgelijke situatie van geweld;5° de handtekening van de aangewezen personen die persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de in-, uit-, doorvoer en overbrenging. § 2. Bij de aanvraag wordt alle nuttige informatie gevoegd over de technische eigenschappen en mogelijkheden van de goederen en over de mogelijke aanwending daarvan.
Bij de aanvraag moet ook de ondertekende verbintenis gevoegd worden van de aangewezen personen die persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de in-, uit-, doorvoer en overbrenging om naar waarheid te antwoorden op de volgende vragen : 1° zijn de goederen waarover de schriftelijke bevestiging wordt gevraagd, als dusdanig ontworpen of aangepast om het mogelijk te maken dat de goederen, alleen of in combinatie met elkaar of andere goederen, substanties of organismen, ernstige schade kunnen toebrengen aan personen of goederen en dat ze als middel tot geweldpleging ingezet kunnen worden in een gewapend conflict of een soortgelijke situatie van geweld ? 2° is er bij het ontwerp of de aanpassing van de goederen waarover de schriftelijke bevestiging wordt gevraagd, rekening mee gehouden dat de betreffende goederen, alleen of in combinatie met elkaar of andere goederen, substanties of organismen, ernstige schade kunnen toebrengen aan personen of goederen en dat ze als middel tot geweldpleging ingezet kunnen worden in een gewapend conflict of een soortgelijke situatie van geweld?. Onderafdeling 2. - Inhoud van de schriftelijke bevestiging Art. 26.Als de minister van oordeel is dat de goederen waarover de schriftelijke bevestiging wordt gevraagd, daadwerkelijk niet onder de toepassing van artikel 8, § 2, van het Wapenhandeldecreet vallen, bevat de schriftelijke bevestiging minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens van de bevoegde dienst;2° de laatste dag van de geldigheid;3° de gegevens van de aanvrager;4° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de aanvrager;5° de technische gegevens van de goederen waarover de schriftelijke bevestiging wordt gevraagd : a) een technische beschrijving van de goederen;b) de tariefcode van de goederen;6° de bevestiging dat de goederen daadwerkelijk niet onder de toepassing van artikel 8, § 2, van het voormelde decreet vallen;7° de mededeling dat voor de uit- en doorvoer als dusdanig geen uit- of doorvoervergunning vereist is op grond van het voormelde decreet;8° een beding dat stelt dat de schriftelijke bevestiging alleen rechtmatig voorgelegd kan worden : a) voor de uit- en doorvoer van goederen die uitdrukkelijk in de schriftelijke bevestiging zijn opgenomen;b) indien van toepassing, als de aanvrager de verplichtingen nakomt die de douaneregelgeving en de Wapen
wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2006
pub.
09/06/2006
numac
2006009449
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens
sluiten en de uitvoeringsbesluiten ervan aan de betreffende uit-, doorvoer verbinden. Onderafdeling 3. - Geldigheidsduur en verlenging Art. 27.Een schriftelijke bevestiging is één jaar geldig vanaf de datum van de afgifte.
Op het moment van het verstrijken van de geldigheidsduur van de schriftelijke bevestiging kan op voorlegging van de oorspronkelijke schriftelijke bevestiging de geldigheidsduur ervan met dezelfde termijn verlengd worden.
Onderafdeling 4. - Weigering Art. 28.Als de minister van oordeel is dat de goederen waarover de schriftelijke bevestiging wordt gevraagd, toch onder de toepassing van artikel 8, § 2, van het Wapenhandeldecreet vallen, wordt de aanvrager daarvan met een gewone of aangetekende brief op de hoogte gebracht.
In het geval, vermeld in het eerste lid, moet voor de uit- of doorvoer naar aanleiding waarvan een schriftelijke bevestiging werd gevraagd, een vergunning aangevraagd worden en gelden de regels, vermeld in artikel 14 tot en met 20 van dit besluit. HOOFDSTUK 4. - Procedure voor de aanvraag en toekenning van en de nadere regels voor de voorafgaande machtiging en de procedure voor het moraliteitsonderzoek Afdeling 1. - Aanvraag- en toekenningsprocedure
Art. 29.§ 1. De aanvraag van een voorafgaande machtiging moet minstens de volgende gegevens bevatten : 1° de gegevens van de aanvrager;2° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de aanvrager;3° indien de aanvrager een rechtspersoon is, de gegevens van iedere bestuurder, zaakvoerder, commissaris van de rechtspersoon en elke bijzondere gemachtigde van de rechtspersoon die bevoegd is voor in-, uit-, doorvoer en overbrenging;4° een beschrijving van de relevante activiteiten van de aanvrager in defensiegerelateerde producten, ander materiaal dat dienstig is voor militair gebruik, of ordehandhavingsmateriaal;5° de technische gegevens van de defensiegerelateerde producten, het ander voor militair gebruik dienstig materiaal, of het ordehandhavingsmateriaal waarop die activiteiten betrekking hebben : a) een technische beschrijving van de goederen;b) indien van toepassing, een initiële classificatie van de defensiegerelateerde producten volgens de categorieën van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;6° een beschrijving van het gebruik waarvoor de betreffende defensiegerelateerde producten, het ander voor militair gebruik dienstig materiaal, of het ordehandhavingsmateriaal zijn ontworpen of aangepast;7° als dat voorhanden is, een beschrijving van het interne programma tot naleving van de overbrengings- en uitvoercontroleprocedure of het uitvoerbeheerssysteem van de aanvrager;8° de handtekening van de aangewezen personen die persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de in-, uit-, doorvoer en overbrenging. Bij de aanvraag moeten minstens de volgende documenten gevoegd worden : 1° de documenten die de relevante activiteiten van de aanvrager en de technische gegevens van de goederen, vermeld in het eerste lid, aantonen;2° als dat voorhanden is, de documenten die het interne programma tot naleving van de overbrengings- en uitvoercontroleprocedure of het uitvoerbeheerssyteem van de aanvrager, vermeld in het eerste lid, aantonen;3° een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document, dat uiterlijk één maand oud is op het moment van de aanvraag, van de aanvrager en, als de aanvrager een rechtspersoon is, van iedere bestuurder, zaakvoerder, commissaris van de rechtspersoon en elke bijzondere gemachtigde van de rechtspersoon die bevoegd is voor in-, uit-, doorvoer en overbrenging;4° als de aanvrager een rechtspersoon is, een afschrift van de statuten van de rechtspersoon. § 2. Op basis van een evaluatie van de gegevens, documenten en adviezen, vermeld in paragraaf 1 van dit artikel en in artikel 10, § 2, tweede lid, van het Wapenhandeldecreet kan de voorafgaande machtiging beperkt worden tot bepaalde activiteiten van uit- of doorvoer of van overbrenging, en tot bepaalde categorieën van goederen. Afdeling 2. - Inhoud van de voorafgaande machtiging
Art. 30.De voorafgaande machtiging bevat minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens van de bevoegde dienst;2° de gegevens van de aanvrager;3° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de aanvrager;4° de activiteiten van uit- of doorvoer of van overbrenging en de categorieën van goederen waarvoor de voorafgaande machtiging is toegekend. Afdeling 3. - Driejaarlijkse evaluatie
Art. 31.Met het oog op de driejaarlijkse evaluatie van de voorafgaande machtiging, vermeld in artikel 10, § 3, van het Wapenhandeldecreet, bezorgt de houder van een voorafgaande machtiging aan de bevoegde dienst om de drie jaar vanaf het moment van de toekenning van de machtiging een geactualiseerde weergave van de gegevens en documenten, vermeld in artikel 29, § 1, van dit besluit.
Ook kan het advies gevraagd worden van de procureur des Konings van het arrondissement waar de aanvrager is gevestigd, van de Veiligheid van de Staat en van de federale politie. HOOFDSTUK 5. - Procedure voor de aanvraag en toekenning en de nadere regels voor het certificaat van gecertificeerd persoon Afdeling 1. - Aanvraag- en toekenningsprocedure
Art. 32.§ 1. De aanvraag van een certificaat van gecertificeerd persoon bevat minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens van de aanvrager;2° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de aanvrager;3° indien de aanvrager een rechtspersoon is, de gegevens van iedere bestuurder, zaakvoerder, commissaris van de rechtspersoon en elke bijzondere gemachtigde van de rechtspersoon die bevoegd is voor in-, uit-, doorvoer en overbrenging;4° de gegevens van de verschillende productie-eenheden van de aanvrager waarvoor een certificaat wordt aangevraagd;5° een beschrijving van de relevante activiteiten en ervaring van de aanvrager in defensiegerelateerde producten, vermeld in artikel 14, § 3, eerste lid, 1° en 2°, van het Wapenhandeldecreet, en van de doeleinden waarvoor ontvangen defensiegerelateerde producten worden aangewend;6° de technische gegevens van de defensiegerelateerde producten waarop die activiteiten betrekking hebben : a) een technische beschrijving van de defensiegerelateerde producten;b) een initiële classificatie van de defensiegerelateerde producten volgens de categorieën van de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen;7° een beschrijving van het gebruik waarvoor de betreffende defensiegerelateerde producten zijn ontworpen of aangepast; 8° een beschrijving van het interne programma tot naleving van de overbrengings- en uitvoercontroleprocedure of het uitvoerbeheerssyteem van de aanvrager, vermeld in artikel 14, § 3, eerste lid, 5°, van het voormelde decreet.; 9° de gegevens en handtekening van het directielid van de aanvrager dat wordt benoemd als persoonlijk verantwoordelijk voor overbrengingen en uitvoer als vermeld in artikel 14, § 3, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet. Bij de aanvraag worden minstens de volgende documenten gevoegd : 1° de documenten die de relevante activiteiten en ervaring van de aanvrager en de technische gegevens van de goederen, vermeld in het eerste lid, aantonen;2° de documenten die het interne programma tot naleving van de overbrengings- en uitvoercontroleprocedure of het uitvoerbeheerssyteem van de aanvrager, vermeld in het eerste lid, aantonen;3° een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document van de aanvrager, dat uiterlijk één maand oud is op het moment van de aanvraag, en, als de aanvrager een rechtspersoon is, van iedere bestuurder, zaakvoerder, commissaris van de rechtspersoon en elke bijzondere gemachtigde van de rechtspersoon die ter zake bevoegd is;4° als de aanvrager een rechtspersoon is, een afschrift van de statuten van de rechtspersoon;5° de verklaring, vermeld in artikel 14, § 3, eerste lid, 4°, van het voormelde decreet. Ook kan het advies gevraagd worden van de procureur des Konings van het arrondissement waar de aanvrager is gevestigd, van de Veiligheid van de Staat, van de federale politie en van de autoriteiten van de andere lidstaten van de EU die ter zake bevoegd zijn. § 2. In voorkomend geval kan de bevoegde dienst oordelen dat bijkomend een bezoek aan de gebouwen van de aanvrager noodzakelijk is.
In geval van een dergelijk plaatsbezoek zijn de bepalingen van artikel 46, § 2, van het voormelde decreet en artikel 53 van dit besluit van toepassing. Art. 33.Op basis van een evaluatie van de gegevens en documenten, vermeld in artikel 14, § 3, van het Wapenhandeldecreet en artikel 32, § 1, van dit besluit, en van de adviezen en, indien van toepassing, het plaatsbezoek, vermeld in artikel 32, § 2, van dit besluit kan : 1° het certificaat beperkt worden tot bepaalde categorieën van defensiegerelateerde producten;2° een verklaring van de aanvrager geëist worden waarbij die zich ertoe verbindt : a) de ontvangen defensiegerelateerde producten te gebruiken voor zijn eigen productie;b) de ontvangen defensiegerelateerde producten niet als zodanig opnieuw over te brengen of uit te voeren, behalve voor onderhoud of herstelling. Afdeling 2. - Inhoud van het certificaat van gecertificeerd persoon
Art. 34.Het certificaat bevat minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens en de handtekening van de bevoegde dienst;2° de datum van afgifte en de laatste dag van geldigheid;3° de gegevens van de aanvrager;4° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de aanvrager;5° de bevestiging dat de aanvrager voldoet aan de criteria vermeld in artikel 14, § 3 van het Wapenhandeldecreet;6° de adressen van eventuele productie-eenheden van de aanvrager, waarvoor het certificaat ook is toegekend;7° de categorieën van defensiegerelateerde producten die op basis van het certificaat mogen worden afgenomen op basis van algemene vergunningen die gepubliceerd zijn door andere lidstaten van de EU;8° de verplichting voor de aanvrager om de bevoegde dienst op de hoogte te brengen van alle feiten en gebeurtenissen die zich na de toekenning van het certificaat voordoen en die de geldigheid of inhoud van het certificaat kunnen beïnvloeden, namelijk : a) elke relevante verandering van de industriële activiteit in defensiegerelateerde producten of de interne organisatie van de aanvrager;b) elke verandering van het adres waar de gegevens over de ontvangen defensiegerelateerde producten toegankelijk zijn voor de bevoegde dienst. Afdeling 3. - Geldigheidsduur, verlenging en herevaluatie
Art. 35.§ 1. Een certificaat van gecertificeerd persoon is drie jaar geldig vanaf de datum van de afgifte.
Op het moment van het verstrijken van de geldigheidsduur van het certificaat kan op voorlegging van het oorspronkelijke document de geldigheidsduur ervan met dezelfde termijn verlengd worden.
In dergelijk geval wordt de naleving geëvalueerd van de voorwaarden die aan het certificaat verbonden zijn, en van de criteria, vermeld in artikel 14, § 3, eerste lid, van het Wapenhandeldecreet.
Met het oog daarop bezorgt de aanvrager aan de bevoegde dienst een geactualiseerde weergave van de gegevens en documenten, vermeld in artikel 32 van dit besluit. § 2. Bijkomend aan de driejaarlijkse evaluatie, vermeld in paragraaf 1, derde lid, kan de minister op elk moment aan de bevoegde dienst de opdracht geven tot herevaluatie van de naleving van de voorwaarden die aan het certificaat verbonden zijn, en van de criteria, vermeld in artikel 14, § 3, eerste lid, van het voormelde decreet.
Een herevaluatie wordt telkens uitgevoerd in geval van : 1° relevante veranderingen van de industriële activiteit in defensiegerelateerde producten of de interne organisatie van de aanvrager;2° aanwijzingen dat de aanvrager niet langer voldoet aan de relevante voorwaarden en criteria. Als de aanvrager niet meer voldoet aan de relevante voorwaarden en criteria, kan het certificaat met toepassing van artikel 43 van het voormelde decreet en artikel 46 tot en met 49 van dit besluit geschorst, ingetrokken of beperkt worden in gebruik of kunnen maatregelen genomen worden die erop gericht zijn bij te dragen tot de naleving van de relevante voorwaarden en criteria. § 3. In geval van een herevaluatie als vermeld in paragrafen 1 en 2, zijn de bepalingen van artikel 32, § 1, derde lid, en artikel 32, § 2, van dit besluit ook van toepassing. Afdeling 4. - Publicatie lijst van gecertificeerde personen
Art. 36.Een lijst van gecertificeerde personen wordt gepubliceerd op de website van de Vlaamse overheid.
DEEL 3. - In-, uit- en doorvoer en overbrenging van civiele vuurwapens, onderdelen en munitie TITEL 1. - Vergunningsverplichtingen Art. 37.Met toepassing van artikel 30, § 2, van het Wapenhandeldecreet zijn de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van de civiele vuurwapens, onderdelen en munitie, vermeld in de lijst, opgenomen in bijlage 4, van dit besluit, vrijgesteld van vergunning.
TITEL 2. - Procedures en nadere regels HOOFDSTUK 1. - Procedure voor de aanvraag en toekenning van en de nadere regels voor vergunningen als vermeld in artikelen 34, 36, § 2, 38 en 39, § 2 van het Wapenhandeldecreet Afdeling 1. - Aanvraag- en toekenningsprocedure
Onderafdeling 1. - Aanvraag Art. 38.§ 1. De aanvraag van een vergunning als vermeld in artikelen 34, 36, § 2, 38 of 39, § 2, van het Wapenhandeldecreet, bevat minstens de volgende gegevens : 1° de gegevens van de aanvrager;2° indien van toepassing, de gegevens van de vertegenwoordiger van de aanvrager;3° het type van de aanvraag : a) in-, uit-, doorvoer of overbrenging;b) tijdelijke of definitieve in-, uit-, doorvoer of overbrenging;c) individuele of meervoudige vergunning;4° de gegevens van de afzender en van de bestemmeling;5° de gegevens van de eindgebruiker, als die verschillend is van de bestemmeling;6° het land of de landen van oorsprong van de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie;7° het land van afzending;8° het land van bestemming en het land van eindgebruik, als dat verschillend is van het land van bestemming;9° de technische gegevens van de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie : a) een beschrijving van de aard van de goederen;b) een beschrijving van de essentiële kenmerken, vermeld in artikel 31, § 2, tweede lid, van het voormelde decreet;c) indien van toepassing, een vermelding van de op de vuurwapens aangebrachte markering;d) indien van toepassing, de classificatie van de civiele vuurwapens volgens de categorieën van Verordening 258/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot uitvoering van artikel 10 van het Protocol van de Verenigde Naties tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (VN-protocol inzake vuurwapens), en tot vaststelling van uitvoervergunningen voor vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie en maatregelen betreffende de invoer en doorvoer ervan;e) het aantal goederen;f) de waarde in euro's en de tariefcode van de goederen;10° de aanwending van de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie : a) een beschrijving van het voorgenomen gebruik van de goederen door de bestemmeling en door de eindgebruiker, als die verschillend is van de bestemmeling;b) de mededeling of de goederen gebruikt zullen worden voor activiteiten van civiele aard dan wel militaire of paramilitaire aard;11° de handtekening van de aangewezen personen die persoonlijk verantwoordelijk zijn voor de in-, uit-, doorvoer en overbrenging;12° de verbintenis van die personen om : a) aan de betreffende goederen een bestemming te geven in overeenstemming met de aangevraagde vergunning;b) indien van toepassing, de verplichtingen na te komen die de douaneregelgeving, de Wapen
wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2006
pub.
09/06/2006
numac
2006009449
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens
sluiten en de uitvoeringsbesluiten ervan en andere toepasselijke regelgeving aan de betreffende in-, uit-, doorvoer of overbrenging verbinden. De aanvraag van een vergunning voor overbrenging naar een andere lidstaat van de EU of voor uit- of doorvoer moet ook de volgende gegevens bevatten : 1° de wijze waarop de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie zullen worden overgebracht of uit- of doorgevoerd;2° de beoogde datum van overbrenging, uit- of doorvoer en de vermoedelijke datum van aankomst van de civiele vuurwapens, onderdelen of munitie in het land van bestemming. § 2. Bij de aanvraag moeten minstens de volgende documenten gevoegd worden : 1° een kopie van het document dat de titel bevat op basis waarvan de aanvrager volgens de Wapen
wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/06/2006
pub.
09/06/2006
numac
2006009449
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens
sluiten en de uitvoeringsbesluiten ervan gerechtigd is om het vuurwapen, het onderdeel of de munitie voorhanden te hebben of te verwerven als vermeld in artikel 31, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet;2° bij uit-, doorvoer en overbrenging naar een andere lidstaat van de EU, een document waaruit de voorafgaande toestemming van het land van eindgebruik voor de invoer of overbrenging blijkt, of waaruit blijkt dat …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.