Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium om de procedures voor ruimtelijke planning te verbeteren, met een focus op milieu-impactrapportage en publieke participatie. Het introduceert nieuwe regels voor de aanstelling van ambtenaren en adviseurs, en voor de opstelling en goedkeuring van ruimtelijke plannen.

Wat het reguleert

  • De aanstelling en rapportering van gemachtigde ambtenaren die de milieu-effecten van ruimtelijke plannen opvolgen.
  • De samenstelling en werking van de gewestelijke commissie en de gemeentelijke adviesorganen.
  • De procedure voor de opstelling, goedkeuring en publicatie van het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan, inclusief milieueffectenrapportage.
  • De betrokkenheid van gemeenten en het publiek bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen.

Wie het aanbelangt

  • De Waalse Regering en de gemachtigde ambtenaren.
  • Gemeenten en hun raden, evenals de gewestelijke commissie en de "Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable".

Kernpunten

  • Gemachtigde ambtenaren moeten jaarlijks een verslag indienen over de milieu-effecten van ruimtelijke plannen, dat openbaar wordt gemaakt.
  • De gewestelijke commissie kan op eigen initiatief adviezen uitbrengen en de termijn voor adviezen is 30 dagen, waarna ze als gunstig worden beschouwd.
  • Bij de keuze van leden voor afdelingen moet er een evenwichtige geografische spreiding en een evenwicht in de verdediging van sociale, economische, erfgoed- en milieubelangen zijn.
  • Het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan vereist een milieueffectenrapport met 13 specifieke inhoudelijke punten, en een openbare terinzagelegging van 60 dagen.
Wettekst
Wettekst
Obsah (4)§ 1§ 2§ 4§ 3

Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium (1) De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen Artikel 1.Artik

dienen over hun activiteiten, over de opvolging van de significante effecten die de tenuitvoerlegging van het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan en van de gewestplannen heeft op het milieu en over de eventueel te treffen correctiemaatregelen. Bedoelde verslagen worden neergelegd op het bureau van de Waalse Gewestraad en worden

een vorm gepubliceerd die voor het publiek toegankelijk is. » Art. 2.

artikel 7 van hetzelfde wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1.

§ 1

, eerste lid, worden de woorden « en na advies van de gewestelijke commissie » geschrapt;2.

§ 2

, tweede lid, worden de woorden « en na advies van de gewestelijke commissie » geschrapt;3. op het einde van § 3, achtste lid, dient volgende volzin te worden toegevoegd : « Op verzoek van de gemeenteraad kan van de evenredigheidsregel worden afgeweken ten gunste van de oppositie.»; 4.

§ 4, tweede lid, wordt het woord « tien » vervangen door het woord « zes »;5.

§ 6 wordt aangevuld als volgt : « Het voorstel van de gemeenteraad en de beslissing van de Regering eerbiedigen,

de keuze van de leden die de afdelingen samenstellen : 1° een evenwichtige geografische verspreiding;2° een evenwicht

de verdediging van de sociale, economische, erfgoed- en milieubelangen van de gemeente.»; 6. het artikel wordt aangevuld als volgt : « § 7.Naast de adviezen die hij op grond van dit wetboek dient uit te brengen, kan de Commissie op eigen

itiatief adviezen uitbrengen over aangelegenheden die hij relevant acht. » Art. 3.

artikel 11 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt volgende wijziging aangebracht : het woord « verkavelingsplannen » wordt tussen de woorden « van de plannen van aanleg » en de woorden « of stedenbouwkundige reglementen »

gevoegd. Art. 4.

artikel 12 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en bij het decreet van 6 mei 1999, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. onder 6° worden de woorden « van een persoon die bevoegd is voor het beheer van het betrokken grondgebied » vervangen door de woorden « of het behoud van de

dienstneming van één of verschillende adviseurs ter zake van ruimtelijke ordening en milieuzaken.»; 2. er wordt een tweede lid

gevoegd, luidend als volgt : « Op de wijze bepaald door de Regering kan de Regering adviseurs ter zake van ruimtelijke ordening en milieuzaken ter beschikking van de gemeenten stellen.»; 3. er wordt een derde lid

gevoegd, luidend als volgt : « Bij het vaststellen van de wijze waarop subsidies worden toegekend aan de gemeenten bedoeld

het eerste lid, 6°, en van de wijze waarop de adviseurs ter zake van ruimtelijke ordening en milieuzaken bedoeld

het tweede lid ter beschikking worden gesteld, begunstigt de Regering de gemeenten die de voorwaarden verenigen voor de toepassing van artikel 107, § 1, 3°, of die een aanvang maken met het proces dat ertoe leidt dat bedoelde voorwaarden verenigd worden.»; 4. het nummer 1° wordt vervangen door volgende tekst : « 1° voor de uitwerking van de volledige herziening van een gemeentelijk plan van aanleg, een gemeentelijk structuurplan, een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement of een gemeentelijk programma bedoeld

artikel 33;». Art. 5.Artikel 14 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en het decreet van 16 december 1998, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 14.§ 1. Het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan wordt op

itiatief van de Regering vastgesteld. De Regering maakt het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan op en laat een milieueffectenrapport opstellen waarvan hijzelf de omvang en de mate van nauwkeurigheid van de

houd bepaalt welke betrekking heeft op : 1° een samenvatting van de

houd, een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan, evenals diens verband met andere relevante plannen en programma's;2° de relevante aspecten van de milieutoestand, evenals diens vermoedelijke evolutie

dien het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan niet ten uitvoer wordt gebracht;3° de milieukenmerken van de gebieden die op een niet te verwaarlozen wijze getroffen zouden kunnen worden;4° de milieuproblemen verbonden met het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan die betrekking hebben op de gebieden die van bijzonder belang zijn voor het milieu zoals de gebieden die aangewezen zijn overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG;5° de milieuproblemen die betrekking hebben op de gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of

dien het voorontwerp van plan

de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of

frastructuren die door het publiek worden bezocht en zich

de nabijheid van zulke bedrijven bevinden;6° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij

overweging worden genomen

het kader van de opstelling van het plan;7° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieu-effecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij

begrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij

begrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de

teracties tussen bedoelde factoren;8° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;9° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 7° en 8° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;10° het voorstellen van mogelijke alternatieven en de verantwoording ervan;11° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de opgetreden problemen;12° de maatregelen die

acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan;13° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde

formaties. De Regering legt het ontwerp van de

houd van het milieueffectenrapport, evenals het voorontwerp van plan, ter advies voor aan de gewestelijke commissie, de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable », aan de personen en

stanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals,

dien

het voorontwerp van plan gebieden opgenomen zijn waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of

dien hij

de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals gebieden of

frastructuren die door het publiek bezocht worden en die zich

de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de verplichte

houd van het rapport. De adviezen worden binnen een termijn van dertig dagen na het verzoek van de Regering overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. De gewestelijke commissie wordt over de voorafgaande studies

gelicht en kan te allen tijde de voorstellen formuleren die hij nuttig acht. § 2. De Regering neemt het ontwerp-plan voorlopig aan, onderwerpt het, samen met het milieueffectenrapport, aan een terinzagelegging en legt het voor aan de personen en

stanties waarvan hij het advies nuttig acht. De terinzagelegging wordt aangekondigd door aanplakking

elke gemeente, door een bericht

ten minste drie dagbladen die

het hele Waalse Gewest worden verspreid, waarvan één

het Duits, door een bericht dat drie keer wordt uitgezonden door de R.T.B.F. en door het Belgische Radio- en Televisiecentrum voor uitzendingen

de Duitse taal. Het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport worden volgens de door de Regering bepaalde regels gedurende zestig dagen

elke gemeente voor een ieder ter

zage gelegd. De begin- en einddatum van bedoelde termijn worden

de aankondiging vermeld. De bezwaren en opmerkingen worden schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen gericht, vóór het einde van de terinzageleggingstermijn. Zij worden gevoegd bij het proces-verbaal ter afsluiting van de terinzagelegging dat door het college van burgemeester en schepenen wordt opgesteld binnen een termijn van acht dagen na afsluiting. Binnen een termijn van vijfenveertig dagen na afsluiting van de terinzagelegging maakt het college van burgemeester en schepenen de bezwaren, de opmerkingen en het proces-verbaal ter afsluiting van de terinzagelegging aan de Regering over. Onmiddellijk na de aankondiging van de terinzagelegging belegt de Regering

de hoofdplaats van elk arrondissement en op de zetel van de Duitstalige Gemeenschap een vergadering waarop het ontwerp-plan voorgesteld wordt. § 3.

dien de

richting van de ruimte die

het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan wordt voorgesteld, een impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991

zake milieu-effectrapportage

grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan samen met het milieueffectenrapport en de eventuele

formaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° welke de

stanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld

het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die er de

vloed van zouden kunnen ondergaan, aan de milieueffectenrapportage deel kunnen nemen;3° de wijze waarop plan, milieuverklaring en uitgebrachte adviezen als bedoeld

§ 4

, tweede lid, van dit artikel medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld

het eerste lid. § 4. De gemeenteraden alsmede de

§ 2

, eerste lid, bedoelde personen en

stanties maken hun advies aan de Regering over binnen vijfenveertig dagen na de einddatum van de terinzagelegging. De gewestelijke commissie, de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » en het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu,

dien bedoeld bestuur is geraadpleegd

toepassing van § 1, derde lid, maken binnen zestig dagen na het verzoek van de Regering hun advies over het gehele dossier over. § 5. De Regering neemt het plan definitief aan. Daarnaast legt de Regering een milieuverklaring af waarin samenvattend uiteengezet wordt hoe de milieuoverwegingen

het plan zijn opgenomen en hoe het milieueffectenrapport, de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen uitgebracht

toepassing van de §§ 2, 3 en 4 van dit artikel

rekening zijn gebracht, evenals samenvattend melding wordt gemaakt van de redenen voor de keuze van het plan zoals aangenomen, rekening houdend met de andere

acht genomen redelijke oplossingen. Het besluit van de Regering wordt

het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, evenals de milieuverklaring. Binnen tien dagen na bekendmaking

het Belgisch Staatsblad worden afschriften van het plan en van de milieuverklaring overgemaakt aan de gemeenten, aan de gewestelijke commissie en aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » en,

voorkomend geval, aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. » Art. 6.Artikel 17 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 17.§ 1. Het gemeentelijk structuurplan wordt op

itiatief van de gemeenteraad vastgesteld na een analyse van de feitelijke en rechtstoestand,

zonderheid van de beschermingsomtrekken bedoeld bij dit wetboek of andere wetgevingen. De gemeenteraad kiest onder de overeenkomstig artikel 11 erkende personen de privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen die het ontwerp-plan moeten opstellen. De gemeenteraad stelt het voorontwerp van structuurplan op en laat een milieueffectenrapport opstellen waarvan hijzelf de omvang en de mate van nauwkeurigheid van de

houd bepaalt welke betrekking heeft op : 1° een samenvatting van de

houd, een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van gemeentelijk structuurplan, evenals diens verband met andere relevante plannen en programma's;2° de relevante aspecten van de milieutoestand, evenals diens vermoedelijke evolutie

dien het gemeentelijk structuurplan niet ten uitvoer wordt gebracht;3° de milieukenmerken van de gebieden die op een niet te verwaarlozen wijze getroffen zouden kunnen worden;4° de milieuproblemen verbonden met het voorontwerp van gemeentelijk structuurplan die betrekking hebben op de gebieden die van bijzonder belang zijn voor het milieu zoals de gebieden die aangewezen zijn overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG;5° de milieuproblemen die betrekking hebben op de gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of

dien het voorontwerp van het plan

de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of

frastructuren die door het publiek worden bezocht en zich

de nabijheid van zulke bedrijven bevinden;6° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij

overweging worden genomen

het kader van de opstelling van het plan;7° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieueffecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij

begrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij

begrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de

teracties tussen bedoelde factoren;8° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;9° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 7° en 8° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;10° het voorstellen van mogelijke alternatieven en de verantwoording ervan;11° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de voorgekomen problemen;12° de maatregelen die

acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk structuurplan;13° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde

formaties. Het milieueffectenrapport kan meer bepaald gegrond worden op de nuttige

lichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages en,

het bijzonder, ter gelegenheid van de goedkeuring van een gewestplan of van een gemeentelijk plan van aanleg. De gemeenteraad legt het ontwerp van de

houd van het milieueffectenrapport, evenals het voorontwerp van het plan, ter advies voor aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie, de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable », aan de personen en

stanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals,

dien

het voorontwerp van plan gebieden opgenomen zijn waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of

dien hij

de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals gebieden of

frastructuren die door het publiek bezocht worden en die zich

de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de verplichte

houd van het rapport. De adviezen worden binnen een termijn van dertig dagen na het verzoek van de gemeenteraad overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. De gemeentelijke commissie wordt

gelicht over voorafgaande studies en kan voorstellen doen telkens als ze het nodig acht. De gemeenteraad neemt het ontwerp-plan voorlopig aan. § 2. Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport gedurende vijfenveertig dagen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd zowel door aanplakking als door een bericht op de pagina's voor plaatselijk nieuws van drie Frans- of Duitstalige dagbladen, al naar gelang het geval. Het bericht kan ook bekendgemaakt worden

gemeentelijke

formatiebladen of

reclamekranten die gratis aan de bevolking worden uitgedeeld. Het college organiseert

het kader van het openbaar onderzoek één of meer

formatievergaderingen waarvan de plaats, de dag en het tijdstip

de aankondiging worden vermeld. Tegelijkertijd legt het college van burgemeester en schepenen het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport ter advies voor aan de gemachtigde ambtenaar. Het advies wordt overgemaakt binnen dertig dagen na het verzoek van het college van burgemeester en schepenen; bij ontstentenis, wordt het geacht gunstig te zijn. § 3.

dien de

richting van de ruimte die

het ontwerp van gemeentelijk structuurplan wordt voorgesteld, een significante impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991

zake milieu-effectrapportage

grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan samen met het milieueffectenrapport en de eventuele

formaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° welke de

stanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld

het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die er de

vloed van zouden kunnen ondergaan, aan de milieueffectenrapportage deel kunnen nemen;3° de wijze waarop plan, milieuverklaring en uitgebrachte adviezen als bedoeld

§ 1

, vierde lid, van dit artikel medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld

het eerste lid. § 4. Het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport worden vervolgens ter advies voorgelegd aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie en aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable », evenals aan de andere personen en

stanties en aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu

dien zij zijn geraadpleegd

toepassing van § 1, vierde lid. Daarnaast worden de bezwaren en opmerkingen overgemaakt aan de gemeentelijke commissie. Het advies wordt binnen zestig dagen na verzoek van het college van burgemeester en schepenen overgemaakt; bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn. § 5. De gemeenteraad neemt het plan definitief aan, samen met een milieuverkklaring waarin samenvattend uiteengezet wordt hoe de milieuoverwegingen

het plan zijn opgenomen en hoe het milieueffectenrapport, de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen uitgebracht

toepassing van de §§ 2, 3 en 4 van dit artikel

overweging zijn genomen, evenals samenvattend melding wordt gemaakt van de redenen voor de keuze van het plan zoals aangenomen, rekening houdend met de andere

acht genomen redelijke oplossingen. Daarvan wordt samen met het dossier een afschrift aan de Regering gericht. Laatstgenoemde kan de beslissing van de gemeenteraad vernietigen bij gemotiveerd besluit dat binnen een termijn zestig dagen na ontvangst van het volledige dossier toegezonden dient te worden. Het plan, evenals de milieuverklaring of,

voorkomend geval, de beslissing van de gemeenteraad evenals het advies bedoeld

artikel 18, tweede lid, liggen voor een ieder ter

zage op het gemeentehuis. Het publiek wordt hierover

gelicht op de wijze bepaald bij artikel 112 van de nieuwe gemeentewet. Het plan en de milieuverklaring worden aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie, de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » en,

voorkomend geval, aan de personen en

stanties en aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu overgemaakt. » Art. 7.Artikel 18 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt aangevuld met volgende leden : «

dien evenwel blijkt dat de wijzigingen die zijn aangebracht

het kader van de herziening van gering belang zijn rekening houdend met de kenmerken van de ontwerpen of de activiteiten waarvan de herziening het kader vormt en rekening houdend met de effecten en de gebieden die getroffen zouden kunnen worden, kan de gemeenteraad, na advies van de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, van de gewestelijke commissie en van de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » beslissen dat de herziening van het gemeentelijk structuurplan niet aanleiding moet geven tot het opstellen van het milieueffectenrapport bedoeld

artikel 17, § 1. Het advies wordt binnen een termijn van dertig dagen na verzoek van de gemeenteraad overgemaakt. Bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn. De wijzigingen die betrekking hebben op een gebied dat aangewezen is overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG of die de verwezenlijking van een aan een milieueffectenstudie onderworpen ontwerp beogen mogelijk te maken of nog die betrekking hebben op gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of die

de opneming voorzien van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of

frastructuren die door het publiek worden bezocht en zich

de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, zijn geen wijzigingen van gering belang.

dat geval worden de beslissing bedoeld

het eerste lid en diens motivering

de milieuverklaring bedoeld

artikel 17, § 5, opgenomen. » Art. 8.Er wordt een artikel 18bis , luidend als volgt,

hetzelfde wetboek

gevoegd : « Art. 18bis . Het college van burgemeester en schepenen dient periodiek een verslag over de opvolging van de significante effecten die de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk structuurplan heeft op het milieu en over de eventueel te treffen correctiemaatregelen bij de gemeenteraad

. Het publiek wordt hierover

gelicht op de wijze bepaald bij artikel 112 van de gemeentewet. » Art. 9.Artikel 23 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 23.Het gewestplan bevat : 1° de verschillende bestemmingen van het grondgebied;2° het bestaande en het geplande tracé van het net van de voornaamste verbindings- en verkeerswegen voor het vervoer van vloei- en brandstoffen. Het plan kan eveneens volgende gegevens bevatten : 1° de oppervlakten die een bijzondere bescherming vereisen om de redenen die aangevoerd zijn

artikel 40;2° bijkomende voorschriften van stedenbouwkundige of planologische aard;3° andere maatregelen ter

richting van de ruimte. De Regering kan de grafische opstelling van het gewestplan bepalen. » Art. 10.Het opschrift van afdeling 3 van hoofdstuk II, titel III, boek I, van het wetboek wordt vervangen door volgende tekst : « Afdeling 3. - Bestemming en algemene voorschriften van de gebieden, tracés van netten van hoofdinfrastructuren ». Art. 11.

artikel 26 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1.

het tweede lid wordt het woord « economische » vervangen door de woorden « ambachtelijke, dienstverlenende, verdelings-, onderzoeks- en klein

dustriële »;2.

het tweede lid worden de woorden « of recreatieve »

gevoegd tussen de woorden « toeristische » en « accomodatie ». Art. 12.

artikel 27 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1.

het tweede lid wordt het woord « economische » vervangen door de woorden « ambachtelijke, dienstverlenende, verdelings-, onderzoeks- en klein

dustriële »;2.

het tweede lid worden de woorden « of recreatieve »

gevoegd tussen de woorden « toeristische » en « accomodatie ». Art. 13.Artikel 28 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 28.§ 1. Onverminderd hun vestiging

een woongebied of

een woongebied met een landelijk karakter zijn de gebieden voor openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen bestemd voor activiteiten van openbaar of algemeen nut.

deze gebieden mogen enkel gebouwen of

richtingen opgericht worden die

sociale behoeften voorzien via een publiek- of privaatrechtelijk persoon aan wie de overheid het beheer van een openbare dienst heeft toevertrouwd. Gebouwen of

richtingen die het algemeen nut bevorderen, zijn er eveneens toegelaten. § 2. Het gebied voor openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen met de overdruk « C.E.T. » is hoofdzakelijk bestemd voor de vestiging en de exploitatie van een centrum voor technische

graving bedoeld

de wetgeving op de afvalstoffen, en voor

stallaties voor de afvalverzameling die aan bedoelde exploitatie voorafgaat. Daarnaast kan bedoeld gebied bestemd worden voor andere afvalbeheersactiviteiten voor zover bedoelde activiteiten verbonden zijn met de exploitatie van het toegelaten centrum voor technische

graving of de exploitatie ervan niet

het gedrang brengen. Bij het beëindigen van de exploitatie wordt bedoeld gebied een groengebied en wordt de sanering ervan geheel of gedeeltelijk vastgesteld bij de vergunning die is afgegeven voor de exploitatie van bedoelde

stallatie.

de gebieden of delen van gebieden met de overdruk « C.E.T. » die nog niet

bedrijf zijn genomen, kunnen andere handelingen en werken voor een beperkte duur worden toegelaten voor zover de toekomstige exploitatie van het centrum voor technische

graving daarmee niet

het gedrang wordt gebracht. Het gebied voor openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen met de overdruk « C.E.T.D. » wordt uitsluitend bestemd voor het behoud van een aan diens bestemming onttrokken centrum voor technische

graving bedoeld bij de wetgeving op de afvalstoffen, waarin beperkingen opgelegd kunnen worden aan de handelingen en werken met als doel het garanderen van de

standhouding en de bewaking van de bouwwerken en de werken die zijn verwezenlijkt voor de herstelling van vervuilde sites

hun oorspronkelijke staat. Voor de exploitatie en de

standhouding van voormelde gebieden kunnen kantoor- of bewakingsgebouwen toegelaten worden. De gebieden bedoeld

deze paragraaf worden omringd door een afzonderingsoppervlakte of -marge. » Art. 14.Artikel 30 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 30.Bedoelde gebieden zijn bestemd voor ambachten, diensten, distributie, onderzoek of kleine

dustrie. Ze kunnen d.m.v. de nodige voorzieningen of oppervlakten geïsoleerd worden. De gebieden voor bedrijfsruimten met een

dustrieel karakter zijn bestemd voor activiteiten van

dustriële aard of voor stockerings- of distributie-activiteiten, met uitsluiting van de kleinhandel. Zij bevatten een afzonderingsoppervlakte of -marge. De daarbij horende dienstenbedrijven zijn er toegelaten. Bij wijze van uitzondering kunnen worden toegelaten : 1°

de gebieden voor bedrijfsruimten met een

dustrieel karakter, de opslagplaatsen voor

erte afvalstoffen;2°

de gebieden voor bedrijfsruimten met een

dustrieel karakter die zich langs de bevaarbare waterlopen bevinden, de opslagplaatsen voor uitgebaggerde aarde. De exploitant of het bewakingspersoneel mogen

bedrijfsruimten gehuisvest worden wanneer de veiligheid of de goede werking van het bedrijf het vereist. De woning maakt noodzakelijk deel uit van de exploitatie. » Art. 15.Artikel 31 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 31.§

  1. De gebieden met de overdruk « A.E. » zijn uitsluitend bestemd voor agro-economische buurtactiviteiten, alsook voor houtverwerkingsbedrijven. De gebieden met de overdruk « G.D. » zijn uitsluitend bestemd voor groothandelsdistributie. De daarbij horende dienstenbedrijven zijn er toegelaten. Bedoelde gebieden bevatten een afzonderingsoppervlakte of -marge. §
  2. De gebieden met de overdruk « R.M. » zijn uitsluitend bestemd voor bedrijven die schadelijk kunnen zijn voor mens, goeden of milieu. Bedoelde gebieden moeten geïsoleerd worden d.m.v. een afzonderingsoppervlakte of -marge. §
  3. De exploitant of het bewakingspersoneel mogen

specifieke bedrijfsruimten gehuisvest worden wanneer de veiligheid of de goede werking van het bedrijf het vereist. De woning maakt noodzakelijk deel uit van de exploitatie. » Art. 16.Artikel 32 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 32.De ontginningsgebieden zijn bestemd voor de exploitatie van groeven en hun aanhorigheden, evenals voor het opslaan van resten van de ontginningsactiviteit, mits bescherming en zuinig beheer van de bodem en de ondergrond.

de ontginningsgebieden of delen van de ontginningsgebieden die nog niet

bedrijf zijn genomen zijn, kunnen andere handelingen en werken tijdelijk toegelaten worden voor zover de toekomstige exploitatie van de afzettingen daarmee niet

gevaar wordt gebracht. Bij het beëindigen van de exploitatie wordt het gebied een groengebied en de gehele of gedeeltelijke herinrichting ervan is vastgelegd

de ontginningsvergunning. De exploitant of het bewakingspersoneel mogen

specifieke bedrijfsruimten gehuisvest worden wanneer de veiligheid of de goede werking van het bedrijf het vereist. De woning maakt noodzakelijk deel uit van de exploitatie. » Art. 17.Artikel 33 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 33.§ 1. Bedoelde gebieden kunnen elke bestemming krijgen bedoeld

artikel 25, tweede lid. § 2. De

richting van bedoelde gebieden is onderworpen aan 1° de goedkeuring door de Regering van het gemeentelijk programma waarin de volgorde van de prioriteiten voor de

richting van bedoelde gebieden op het grondgebied van de gemeente wordt vastgelegd;2° het bestaan van een gemeentelijk plan van aanleg dat betrekking heeft op het gehele gebied. Bij ontstentenis kan het gebied waarvan de bestemming nog niet vaststaat, niet worden

gericht. § 3.

het programma bedoeld

§ 2

, 1°, zijn

begrepen : 1° de analyse van de feitelijke en de rechtstoestand, daarbij

begrepen de bepaling van de gebieden of delen van gebieden waarvan de bestemming nog niet vaststaat die

gericht worden

de zin van artikel 12bis van het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten;2° een verslag over de voornaamste tendenzen

zake de ontwikkeling van het gemeentelijk grondgebied, over de op te lossen problemen en de dwingende voorwaarden en de mogelijkheden meer bepaald wat de huidige of vooropgestelde toegankelijkheid van bedoelde gebieden betreft en hun huidige of vooropgestelde uitrusting wat betreft de riolering;3° de programmatie voor de

richting van de gebieden waarvan de bestemming nog niet vaststaat, daarbij

begrepen de volgorde van de prioriteiten voor bedoelde

richting, gegrond op de doelstellingen

zake ruimtelijke ordening, waarbij meer bepaald rekening wordt gehouden met de opties van het gewestelijk ruimtelijk structuurplan en het gemeentelijk structuurplan

dien laatstgenoemde bestaat en waarbij bedoelde programmatie kan voorzien

de gelijktijdige

richting van bepaalde gebieden waarvan de bestemming nog niet vaststaat;4° de algemene bestemmingen van de gebieden waarvan de bestemming nog niet vaststaat. § 4. De bepalingen waarbij de opstelling en de herziening van het gemeentelijk structuurplan geregeld worden, zijn van toepassing op de uitwerking en de goedkeuring van het programma bedoeld

de vorige paragraaf, met uitzondering van artikel 17, § 5, tweede lid. De Regering keurt het programma goed of weigert het bij gemotiveerd besluit dat binnen zestig dagen na ontvangst van het dossier toegezonden wordt.

dien het besluit van de Regering niet bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs naar het college van burgemeester en schepenen verstuurd wordt, kan bedoeld college bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs een herinneringsschrijven aan de Regering richten.

dien het college van burgemeester en schepenen bij afloop van een nieuwe termijn van dertig dagen die

gaat op de datum waarop het aangetekend herinneringsschrijven bij de post is afgegeven, het besluit van de Regering niet gekregen heeft, wordt het programma geacht goedgekeurd te zijn. §

  1. Het programma heeft bindende en regelgevende kracht. §
  2. De Regering kan de modaliteiten bepalen voor de toepassing van de

richting van het gebied waarvan de bestemming nog niet vaststaat. » Art. 18.Artikel 34 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 34.De gebieden met een

dustrieel karakter, waarvan de bestemming nog niet vaststaat, zijn bestemd voor de activiteiten bedoeld

artikel 30, tweede lid, of

artikel 31. Bedoeld gebied bevat een afzonderingsoppervlakte of -marge. De exploitant of het bewakingspersoneel mogen er gehuisvest worden wanneer de veiligheid of de goede werking van het bedrijf het vereist. De woning maakt noodzakelijk deel uit van de exploitatie. De

richting van een gebied met een

dustrieel karakter waarvan de bestemming nog niet vaststaat, is onderworpen aan een gemeentelijk plan van aanleg voor het hele gebied. Bij ontstentenis kan het gebied met een

dustrieel karakter waarvan de bestemming nog niet vaststaat, niet worden

gericht. » Art. 19.

hetzelfde wetboek wordt een artikel 39bis

gevoegd, luidend als volgt : « Art. 39bis . Net van de voornaamste verbindings- en verkeerswegen voor het vervoer van vloei- en brandstoffen. De hoofdinfrastructuren waarvan het bestaande en vooropgestelde tracé

het gewestplan is opgenomen, zijn de autosnelwegen, de gewestelijke verbindingswegen, de spoorlijnen, de vliegvelden, de bevaarbare waterwegen, de boven- of ondergrondse hoogspanningslijnen, de leidingen met minstens een gewestelijk belang. De Regering kan de gewestelijke verbindingswegen, de boven- of ondergrondse hoogspanningslijnen en de leidingen met minstens een gewestelijk belang bepalen. » Art. 20.Artikel 40 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 40.Het plan kan

overdruk gebieden bevatten waarvan de oppervlakte door de Regering wordt bepaald, met name : 1° de oppervlakten met een bemerkenswaardig uitzicht;2° de ecologische overgangsgebieden;3° de oppervlakten met een landschappelijke waarde;4° de oppervlakten met een culturele, historische of esthetische waarde;5° de oppervlakten met een natuurgevaar of een belangrijke geotechnische druk zoals overstromingen, afschuiving van een rotswand, aardverschuiving, karstverzakking, mijnverzakking, aardbevingsgevaar of belangrijk risico

de zin van artikel 31;6° de oppervlakte voor reservatie;7° de gebieden voor ontginningsuitbreidingen.» Art. 21.Artikel 41 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met volgend lid : « De bijkomende voorschriften kunnen meer bepaald betrekking hebben op : 1° een nadere bepaling van de bestemmingen van de gebieden;2° de fasering van hun

gebruikname;3° de omkeerbaarheid van de bestemmingen;4° de dichtheid van de bebouwingen of van de woningen;5° de verplichting om een gemeentelijk plan van aanleg op te stellen vóór

richting ervan;6° de verplichting om een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement uit te werken vóór

richting ervan.» Art. 22.Artikel 42 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 42.De Regering beslist over de opstelling van het gewestplan en keurt het voorontwerp ervan goed, dat vastgesteld is op grond van een analyse van de feitelijke en de rechtstoestand meer bepaald van de oppervlakten bedoeld

dit wetboek of andere wetgevingen. De Regering laat een milieueffectenstudie opstellen waarvan hijzelf de omvang en de mate van nauwkeurigheid van de

houd bepaalt welke betrekking heeft op : 1° een samenvatting van de

houd, een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van plan, evenals diens verband met andere relevante plannen of programma's;2° de verantwoording van het voorontwerp van plan tegenover artikel 1, § 1;3° de menselijke en milieukenmerken van het betrokken grondgebied en van diens mogelijkheden, evenals de vermoedelijke ontwikkeling van de milieutoestand

dien het plan niet ten uitvoer wordt gebracht;4° de milieukenmerken van de gebieden die op een niet te verwaarlozen wijze getroffen zouden kunnen worden;5° de milieuproblemen verbonden met het voorontwerp van gewestplan die betrekking hebben op de gebieden die van bijzonder belang zijn voor het milieu zoals de gebieden die aangewezen zijn overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG;6° de milieuproblemen die betrekking hebben op de gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of

dien het voorontwerp van het plan

de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of

frastructuren die door het publiek worden bezocht en zich

de nabijheid van zulke bedrijven bevinden;7° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij

overweging worden genomen

het kader van de opstelling van het plan;8° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieueffecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij

begrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij

begrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de

teracties tussen bedoelde factoren;9° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;10° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 8° en 9° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;11° het voorstellen van mogelijke alternatieven en de verantwoording ervan naar gelang van de punten 1° tot en met 10°;12° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de voorgekomen problemen;13° de maatregelen die

acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gewestplan;14° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde

formaties. De milieueffectenstudie kan meer bepaald gegrond worden op de nuttige

lichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages en,

het bijzonder, ter gelegenheid van de goedkeuring van het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan, van een gemeentelijk structuurplan of van een gemeentelijk plan van aanleg. De Regering legt het ontwerp van de

houd van de milieueffectenstudie, evenals het voorontwerp van het plan, ter advies voor aan de gewestelijke commissie en aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable », aan de personen en

stanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals,

dien

het voorontwerp van plan gebieden vermeld zijn waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of

dien hij

de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals gebieden of

frastructuren die door het publiek bezocht worden en die zich

de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de verplichte

houd van het verslag. De adviezen worden binnen een termijn van dertig dagen na het verzoek van de Regering overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. Onder de personen die erkend zijn krachtens dit wetboek en krachtens de wetgeving betreffende de milieueffectenrapportage wijst de Regering de publiek- of privaatrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon aan die ermee belast wordt bedoelde studie te verwezenlijken. De Regering licht de gewestelijke commissie geregeld

over de ontwikkeling van de voorafgaande studies en deelt de resultaten aan laatstgenoemde mede. De gewestelijke commissie kan te allen tijde de opmerkingen of voorstellen die hij nuttig acht, voorleggen. » Art. 23.

artikel 43 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en bij het decreet van 6 mei 1999, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. Er wordt een § 2bis

gevoegd luidend als volgt : « § 2bis .

dien de

richting van de ruimte die

het ontwerp-plan wordt voorgesteld, een significante impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991

zake milieueffectrapportage

grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan samen met de milieueffectenstudie en de eventuele

formaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° welke de

stanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld

het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die er de

vloed van zouden kunnen ondergaan, aan de milieueffectenrapportage deel kunnen nemen;3° de wijze waarop plan, milieuverklaring en uitgebrachte adviezen als bedoeld

de §§ 3 en 4 van dit artikel medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld onder het eerste lid.»; 2. § 4, eerste lid, wordt vervangen door volgende tekst : « § 4.Binnen de zestig dagen na afsluiting van het openbaar onderzoek legt de Regering het dossier met het ontwerp-plan, samen met de milieueffectenstudie en de bezwaren, opmerkingen, notulen en adviezen ter advies voor aan de gewestelijke commissie, aan de « Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable », aan de personen en

stanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu

dien bedoeld bestuur is geraadpleegd

toepassing van artikel 42, derde lid. »; 3. § 4, tweede lid, wordt vervangen door volgende tekst : « De adviezen worden binnen de zestig dagen na het verzoek van de Regering overgemaakt.De Regering kan bedoelde termijn verlengen met een maximale duur van zestig dagen. Bij gebreke van een advies binnen bedoelde termijn worden ze geacht gunstig te zijn. » Art. 24.Artikel 44 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 44.De Regering stelt het plan definitief vast binnen twaalf maanden na de goedkeuring van het ontwerp-plan.

dien de Regering afwijkt van het advies van de gewestelijke commissie, moet zijn beslissing met redenen omkleed zijn. Daarnaast legt de Regering een milieuverklaring af waarin de wijze samengevat wordt waarop de milieuoverwegingen

het plan zijn opgenomen en waarop het milieueffectenrapport, de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen die zijn uitgebracht

toepassing van de §§ 2, 2bis , 3 en 4 van artikel 43

overweging zijn genomen, evenals de redenen voor de keuze van het plan zoals aangenomen, rekening houdend met de andere redelijke oplossingen die

overweging zijn genomen. Het besluit van de Regering wordt samen met het advies van de gewestelijke commissie en de milieuverklaring

het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Binnen tien dagen na de bekendmaking

het Belgisch Staatsblad , worden afschriften van het plan en van de milieuverklaring aan de betrokken gemeenten overgemaakt, waarna elke gemeente de bevolking door aanplakking meedeelt dat het plan en de milieuverklaring ter

zage liggen

het gemeentehuis. Het plan en de milieuverklaring worden overgemaakt aan de gewestelijke commissie en aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » en,

voorkomend geval, aan de andere personen en

stanties en aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. » Art. 25.Artikel 46 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, het decreet van 16 december 1998 en het decreet van 6 mei 1999, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 46.§ 1. De bepalingen waarbij de vaststelling van het gewestplan wordt geregeld, gelden ook voor de herziening ervan. Daarnaast gelden volgende voorschriften : 1° de op te nemen bebouwingsgebieden moeten aan een bestaand bebouwingsgebied grenzen : van dit voorschrift kan worden afgeweken voor een gebied voor openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen, voor een recreatiegebied met een gevaarlijk, ongezond of hinderlijk karakter, voor een

dustriële bedrijfsruimte, voor een specifieke

dustriële bedrijfsruimte met de overdruk « A.E. » of « R.M. », een ontginningsgebied of een gebied met een

dustrieel karakter waarvan de bestemming nog niet vaststaat; 2°

de nieuwe bebouwingsgebieden is lintbebouwing langs de openbare weg verboden;3° de opneming van nieuwe gemengde of

dustriële bedrijfsruimten moet globaal gecompenseerd worden ofwel door de herbestemming van afgedankte bedrijfsruimten ofwel door de goedkeuring van maatregelen die de bescherming van het milieu

de hand werken ofwel door een samengaan van beide begeleidingswijzen;4° de opneming van een nieuw bebouwingsgebied mag geen afbreuk doen aan de gevolgen van de beschermingsomtrekken bedoeld

dit wetboek of andere wetgevingen. § 2.

dien de Regering, rekening houdend met de kenmerken van de ontwerpen of activiteiten waarvan de herziening het kader vormt en rekening houdend met de effecten en met de gebieden die getroffen zouden kunnen worden, uitmaakt dat het vooropgestelde herziene gewestplan geen niet te verwaarlozen effecten zou kunnen hebben op het milieu, beslist hij na advies van de gewestelijke commissie en van de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » dat de herziening van het plan niet aan een milieueffectenstudie onderworpen moet worden. Het advies van de gewestelijke commissie en van de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » wordt binnen de dertig dagen na verzoek van de Regering overgemaakt. Bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn. Het herziene, vooropgestelde gewestplan

de oppervlakte waarvan er zich een gebied bevindt dat aangewezen is overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG of die de verwezenlijking van een aan een milieueffectenstudie onderworpen ontwerp beoogt mogelijk te maken of nog die betrekking heeft op gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of die

de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of

frastructuren die door het publiek worden bezocht en zich

de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, wordt geacht niet te verwaarlozen effecten te hebben op het milieu.

dat geval dienen de beslissing bedoeld

het eerste lid en diens motivering

de milieuverklaring bedoeld

artikel 44, tweede lid, opgenomen te worden. » Art. 26.Artikel 47 wordt aangevuld met volgend lid : «

dien de omstandigheden dat vereisen, kunnen

de oppervlakte van een gemeentelijk plan van aanleg delen van het grondgebied van twee of meer gemeenten worden opgenomen.

dat geval kan een gemeentelijk plan van aanleg door de Regering worden opgesteld. » Art. 27.Artikel 49 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 49.Voor het gedeelte van het gemeentelijk grondgebied waarop het betrekking heeft, bevat het gemeentelijk plan van aanleg : 1° de stedenbouwkundige en planologische opties;2° de nauwkeurige bestemming van de

artikel 25 bedoelde gebieden, het tracé van de verbindings- en verkeerswegen voor het vervoer van vloei- en brandstoffen, de ruimte die bestemd is voor groen-, landbouw- of bosgebieden, voor de landschappen die nodig zijn

het raam van de ecologische vermazing, voor gebouwen en openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen; 3° voorschriften betreffende de vestiging, de omvang, de materialen en de esthetiek van de gebouwen en omheiningen, de rechtstreekse omgeving daarvan en de binnenpleinen en tuinen en,

voorkomend geval, de grenzen van de percelen die ontworpen dienen te worden met het oog op het optrekken van woningen, evenals voorschriften betreffende de aanleg, de uitrusting en de kenmerken van de openbare ruimten, waarbij o.a. rekening wordt gehouden met personen met beperkte beweeglijkheid, alsmede voorschriften betreffende de bouwvrije stroken en aanplantingen; de grenzen van de percelen kunnen door het college van burgemeester en schepenen gewijzigd worden mits

stemming van de Regering of diens gemachtigde; 4°

dien een ruilverkaveling of een herverkaveling nodig is, de grenzen van de nieuwe percelen, met de vermelding dat ze mits

stemming van de Regering door het college van burgemeester en schepenen gewijzigd kunnen worden.

afwijking van het eerste lid, hoeft het gemeentelijk plan van aanleg

het geval van een gemengde of

dustriële bedrijfsruimte of van een gebied met

dustrieel karakter waarvan de bestemming nog niet vaststaat, niet meer te bevatten dan : 1° de stedenbouwkundige optie en de algemene voorschriften van esthetische aard betreffende de bouwwerken, de rechtstreekse omgeving ervan en de openbare ruimten;2° het bestaande en geplande tracé van de voornaamste verkeerswegen en de aansluitingen op de bestaande hoofdnetten van de verkeers- en verbindingsinfrastructuren voor het vervoer van vloei- en brandstoffen;3° de ruimten die voor groengebieden bestemd zijn. Art. 28.Artikel 50 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 50.§ 1. De gemeenteraad kiest onder de krachtens artikel 11 erkende personen een privaat- of publiekrechtelijk natuurlijke of rechtspersoon die het voorontwerp van het gemeentelijk plan zal opmaken. § 2. De gemeenteraad beslist over de opstelling van een gemeentelijk plan van aanleg en neemt het voorontwerp ervan aan, dat vastgesteld is op grond van een analyse van de feitelijke en de rechtstoestand meer bepaald van de beschermingsomtrekken bedoeld

dit wetboek of andere wetgevingen. De gemeenteraad laat een milieueffectenstudie opstellen waarvan hijzelf de omvang en de mate van nauwkeurigheid van de

houd bepaalt welke betrekking heeft op : 1° een samenvatting van de

houd, een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van plan, evenals diens verband met andere relevante plannen of programma's;2° de verantwoording van het voorontwerp van plan tegenover artikel 1, § 1;3° de menselijke en milieukenmerken van het betrokken grondgebied en van diens mogelijkheden, evenals de vermoedelijke ontwikkeling van de milieutoestand

dien het plan niet ten uitvoer wordt gebracht;4° de milieukenmerken van de gebieden die op een niet te verwaarlozen wijze getroffen zouden kunnen worden;5° de milieuproblemen verbonden met het voorontwerp van gemeentelijk plan van aanleg die betrekking hebben op de gebieden die van bijzonder belang zijn voor het milieu zoals de gebieden die aangewezen zijn overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG;6° de milieuproblemen die betrekking hebben op de gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of

dien het voorontwerp van het plan

de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of

frastructuren die door het publiek worden bezocht en zich

de nabijheid van zulke bedrijven bevinden;7° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij

overweging worden genomen

het kader van de opstelling van het plan;8° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieueffecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij

begrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij

begrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de

teracties tussen bedoelde factoren;9° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;10° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 8° en 9° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;11° het voorstellen van mogelijke alternatieven en de verantwoording ervan al naar gelang van de punten 1° tot en met 10°;12° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de voorgekomen problemen;13° de maatregelen die

acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk plan van aanleg;14° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde

formaties. De gemeenteraad legt het ontwerp van de

houd van de milieueffectenstudie, evenals het voorontwerp van het plan, ter advies voor aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie, aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable », aan de personen en

stanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals,

dien

het voorontwerp van plan gebieden vermeld zijn waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of

dien hij

de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals gebieden of

frastructuren die door het publiek bezocht worden en die zich

de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de verplichte

houd van de studie. De adviezen worden binnen een termijn van dertig dagen na het verzoek van de gemeenteraad overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. Onder de personen die erkend zijn krachtens dit wetboek en de wetgeving betreffende de milieueffectenrapportage wijst de gemeenteraad de publiek- of privaatrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon aan die ermee belast wordt bedoelde studie op te stellen.

dien de gemeenteraad, rekening houdend met de kenmerken van de ontwerpen of activiteiten waarvan de opstelling of de herziening het kader vormen en rekening houdend met de effecten en met de gebieden die getroffen zouden kunnen worden, uitmaakt dat het herziene vooropgestelde gemeentelijk plan van aanleg geen niet te verwaarlozen effecten zou kunnen hebben op het milieu, beslist hij na advies van de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, van de gewestelijke commissie en van de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » dat over het plan geen milieueffectenstudie moet worden opgesteld. Het advies wordt binnen de dertig dagen na verzoek van de gemeenteraad overgemaakt. Bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn. Het vooropgestelde gemeentelijk plan van aanleg

de oppervlakte waarvan er zich een gebied bevindt dat aangewezen is overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG of die de verwezenlijking van een aan een milieueffectenstudie onderworpen ontwerp beoogt mogelijk te maken of nog die betrekking heeft op gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of die

de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of

frastructuren die door het publiek worden bezocht en zich

de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, wordt geacht niet te verwaarlozen effecten te hebben op het milieu. De milieueffectenstudie kan meer bepaald gegrond worden op de nuttige

lichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages en,

het bijzonder, ter gelegenheid van de goedkeuring van een gewestplan of van een gemeentelijk structuurplan. § 3. Het college van burgemeester en schepenen licht de gemeentelijke commissie,

dien deze bestaat, geregeld

over de ontwikkeling van de voorafgaande studies en deelt de resultaten aan laatstgenoemde mede. De gemeentelijke commissie kan te allen tijde de opmerkingen of voorstellen die hij nuttig acht, uitbrengen. » Art. 29.Artikel 51 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en het decreet van 6 mei 1999, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 51.§ 1. Op grond van een analyse van de feitelijke en de rechtstoestand en na advies van de gemachtigde ambtenaar keurt de gemeenteraad het ontwerp van het gemeentelijk plan van aanleg voorlopig goed, samen met,

voorkomend geval, de milieueffectenstudie en belast er het college van burgemeester en schepenen mee bedoeld ontwerp aan een openbaar onderzoek te onderwerpen. Desnoods bepaalt de gemeenteraad dat het ontwerp-plan mag afwijken van het gewestplan en vermeldt hij de punten waarvoor het ontwerp van de voorschriften van het gewestplan afwijkt. § 2. Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd zowel door aanplakking

de gemeente als door een bericht op de pagina's voor plaatselijk nieuws van drie Frans- of Duitstalige dagbladen, al naar gelang het geval. Het bericht kan ook bekendgemaakt worden

gemeentelijke

formatiebladen of

reclamekranten die gratis aan de bevolking worden uitgedeeld. Zodra het openbaar onderzoek is aangekondigd, wordt het ontwerp-plan,

voorkomend geval samen met de milieueffectenstudie, gedurende vijfenveertig dagen ter

zage gelegd

het gemeentehuis. Bij het afsluiten van het openbaar onderzoek belegt het college van burgemeester en schepenen, een overlegvergadering. De Regering kan de modaliteiten en de termijnen met betrekking tot de overlegvergadering bepalen. Bezwaren en opmerkingen moeten vóór de einddatum van het openbaar onderzoek schriftelijk gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen. Ze moeten gevoegd worden bij de notulen van de overlegvergadering en bij de slotnotulen van het openbaar onderzoek die binnen acht dagen na afloop ervan door het college van burgemeester en schepenen worden opgemaakt. § 3.

dien de

richting van de ruimte die

het ontwerp-plan wordt voorgesteld, een significante impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991

zake milieueffectrapportage

grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan samen met de milieueffectenstudie en de eventuele

formaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° welke de

stanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld

het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die er de

vloed van zouden kunnen ondergaan, aan de milieueffectenrapportage deel kunnen nemen;3° de wijze waarop plan, milieuverklaring en uitgebrachte adviezen als bedoeld

§ 4

, tweede lid, van dit artikel medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld onder het eerste lid. § 4. Het dossier bevattende het ontwerp-plan wordt met de milieueffectenstudie, de bezwaren, opmerkingen, notulen en adviezen binnen acht dagen na afloop van het openbaar onderzoek door het college van burgemeester en schepenen ter advies aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, de gewestelijke commissie en aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » voorgelegd, evenals aan de andere personen en

stanties en aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu

dien bedoelde personen,

stanties en bestuur zijn geraadpleegd

toepassing van artikel 50, § 2, tweede lid. De adviezen wordt binnen zestig dagen na het verzoek van het college van burgemeester en schepenen overgemaakt; bij ontstentenis worden ze geacht gunstig te zijn. § 5. Binnen de daarop volgende vijfenveertig dagen neemt de gemeenteraad kennis van het volledige dossier. Hij kan ofwel het gemeentelijk plan definitief aannemen ofwel beslissen het te wijzigen.

het laatste geval wordt, behalve

dien de besloten wijziging van gering belang is, overgegaan tot een nieuw openbaar onderzoek waarvan de regels en de termijn

dit artikel worden bepaald.

dien de gemeenteraad afwijkt van het advies van de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, de gewestelijke commissie, moet zijn beslissing met redenen omkleed zijn. Daarnaast legt de gemeenteraad een milieuverklaring af waarin samenvattend uiteengezet wordt hoe de milieuoverwegingen

het plan zijn opgenomen en hoe de milieueffectenstudie, de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen uitgebracht

toepassing van de §§ 2, 3 en 4 van dit artikel

overweging zijn genomen, evenals samenvattend melding wordt gemaakt van de redenen voor de keuze van het plan zoals aangenomen, rekening houdend met de andere

acht genomen redelijke oplossingen.

dien het gemeentelijk plan van aanleg niet aan een milieueffectenstudie wordt onderworpen, wordt de beslissing bedoeld

artikel 50, § 2, vierde lid, en diens motivering

de milieuverklaring opgenomen. » Art. 30.

artikel 52 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1.

§ 3

, derde lid, worden tussen de woorden « gemeentelijk plan van aanleg » en « ligt » de woorden « evenals de milieuverklaring en,

voorkomend geval, de beslissing van de gemeenteraad alsook de adviezen bedoeld

artikel 50, § 2, derde lid, en

artikel 51, § 4, eerste lid »

gevoegd;2. § 3 wordt aangevuld met volgend lid : « Het plan en de milieuverklaring worden overgemaakt aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie, aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » en,

voorkomend geval, aan de andere personen en

stanties en aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.» Art. 31.

artikel 54 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en het decreet van 6 mei 1999, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1.

het eerste lid wordt de komma na het woord « gemeenteraad » geschrapt en de woorden « en,

voorkomend geval, van de betrokken gemeenteraden »

gevoegd tussen de woorden « van de gemeenteraad » en « besluiten »;2.

het eerste lid, 1°, worden de woorden « die niet overeenstemt met de later van kracht geworden plannen of die strijdig is met werken van algemeen nut » opgeheven;3. het artikel wordt aangevuld met volgende tekst : « 6° de opstelling of de herziening van de gemeentelijke plannen van aanleg met het oog op ruil- of herverkaveling;7° de opstelling of de herziening van een gemeentelijk plan van aanleg waarvan de oppervlakte delen van het grondgebied van twee of meer gemeenten omvat.» Art. 32.Er wordt

hetzelfde wetboek een artikel 57bis luidend als volgt

gevoegd : « Art. 57bis . Periodiek dient het college van burgemeester en schepenen bij de gemeenteraad een verslag

over de opvolging van de significante milieu-impact van de tenuitvoerlegging van de gemeentelijke plannen van aanleg en de eventuele correctiemaatregelen die

gevoerd dienen te worden. Het publiek wordt daarover

gelicht volgens de regels bepaald bij artikel 112 van de gemeentewet. » Art. 32bis.§ 1.

boek I, titel III, hoofdstuk III, van hetzelfde wetboek wordt er een afdeling 7

gevoegd met als opschrift : « Afdeling 7. - Opheffing van het gemeentelijk plan van aanleg ». § 2.

hetzelfde wetboek wordt er onder het opschrift van de bij vorige paragraaf

gevoerde afdeling 7 een artikel 57ter

gevoegd, luidend als volgt : « Art. 57ter . De gemeenteraad kan de gemeentelijke plannen van aanleg die vóór 22 april 1962 zijn goedgekeurd, opheffen. Artikel 52 is van toepassing op de beslissing tot opheffing van het gemeentelijk plan van aanleg. » Art. 33.Artikel 70 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 70.Wanneer het bouwverbod, zoals bedoeld

artikel 84, § 1, 1°, of het verkavelingsverbod dat voortspruit uit een plan met bindende kracht, een einde maakt aan de bestemming die gegeven is aan het goed middels het plan van aanleg dat van kracht is de dag vóór de

werkingtreding van bedoeld plan op voorwaarde dat het goed op bedoelde dag

staat is om bebouwd te worden en aangrenst aan een weg die voldoende uitgerust is rekening houdend met de ligging, moet het Gewest of de gemeente, al naar gelang het geval, een vergoeding betalen. Daarnaast moet degene die de vergoeding aanvraagt door concrete en ondubbelzinninge handelingen aantonen dat hij gepoogd heeft om de bestemming waaraan een einde is gemaakt, te verwezenlijken.

dien de bestemming waaraan een einde is gemaakt meer dan drie jaar vóór 1 december 2000 is vastgesteld, moet bedoelde bewijsvoering geleverd worden door concrete en ondubbelzinnige handelingen die zijn uitgevoerd vóór 1 december 2000.

dien de bestemming waaraan een einde is gemaakt minder dan drie jaar vóór 1 december 2000 is vastgesteld, kan bedoelde bewijsvoering voortspruiten uit concrete en ondubbelzinnige handelingen die zijn uitgevoerd binnen drie jaar vanaf de vaststelling van bedoelde bestemming.

dien de bestemming waaraan een einde is gemaakt, is vastgesteld na 1 december 2000, wordt bedoelde bewijsvoering aanvaard zonder termijnvoorwaarden. Bedoelde bewijsvoering wordt niet vereist van degene die het goed ten bezwarende titel heeft aangekocht na de

werkingtreding van het plan waarmee de bestemming vastgesteld werd waaraan een einde wordt gemaakt en die bij bedoelde aankoop een tegenprestatie heeft geleverd die minstens van gelijke waarde is als de waarde van het goed die berekend is op grond van de bij bedoeld plan vastgestelde bestemming. De geschatte waardevermindering die

aanmerking komt voor de vergoeding, is het verschil tussen enerzijds de waarde van het goed bij de aankoop en anderzijds de waarde van het goed bij het ontstaan van het recht op vergoeding na de

werkingtreding van het plan. Alleen de waardevermindering die uit het plan voortvloeit, kan

aanmerking genomen worden voor de vergoeding. Als waarde van het goed op het ogenblik van de aankoop wordt beschouwd het bedrag dat als grondslag heeft gediend voor de

ning van de op de volle eigendom van het goed betrekking hebbende registratie-, successie- of overgangsrechten bij overlijden of, bij ontstentenis van een dergelijke

ning, de koopwaarde van het goed

volle eigendom de dag waarop het is aangekocht. Als waarde van het goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op vergoeding wordt beschouwd : 1°

geval van verkoop van het goed, het bedrag dat als grondslag heeft gediend voor de heffing van de registratierechten op de volle eigendom van het goed of, bij ontstentenis van een dergelijke heffing, de koopwaarde van het goed

volle eigendom de dag waarop het is verkocht met minstens de overeengekomen waarde;2°

geval van weigering van de stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning of

het geval van een negatief stedenbouwkundig attest, de koopwaarde op bedoeld ogenblik. De waarde van het goed bij de aankoop wordt geactualiseerd door bedoelde waarde te vermenigvuldigen met het

dexcijfer van de consumptieprijzen van de kalendermaand voorafgaand aan de maand waarin de vergoeding is vastgesteld en door het aldus verkregen cijfer te delen door het

dexcijfer van de consumptieprijzen van het jaar waarin het goed is aangekocht door de rechthebbende op de vergoeding en die

voorkomend geval omgerekend is op dezelfde grondslag als het

de eerste plaats bedoelde

dexijfer. De aldus verkregen waarde wordt vermeerderd met de aankoopkosten en de uitgaven die de rechthebbende op de vergoeding gedragen heeft met het oog op de verwezenlijking van de bestemming van het goed de dag vóór de

werkingtreding van het plan waarmee een einde wordt gemaakt aan de bestemming die oorspronkelijk aan het goed is gegeven. Het recht op vergoeding ontstaat ofwel op het ogenblik waarop het goed verkocht wordt, ofwel bij de weigering van een stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning, ofwel bij de afgifte van een negatief stedenbouwkundig attest die daarop betrekking heeft. De waardevermindering wordt zonder vergoeding gedragen tot en met twintig percent van de geactualiseerde aankoopwaarde van het goed, vermeerderd overeenkomstig het zesde lid. De vergoeding wordt verminderd of geweigerd

dien en voor zover de aanvrager, de dag vóór de

werkingtreding van het plan waarmee een einde wordt gemaakt aan de bestemming die oorspronkelijk aan het goed gegeven is, eigenaar is van één of meerdere onroerende goeden

het Gewest of aandelen

handen heeft van een vennootschap die als hoofdzakelijk doel heeft het beheer van onroerende goeden en die één of meer onroerende goeden beheert

het Gewest en bedoelde onroerende goeden gewonnen hebben bij de

werkingtreding van een plan of van werken die op kosten van de overheid zijn uitgevoerd. Op straffe van een definitieve vervallenverklaring van het recht op een vergoeding moet de aanvrager binnen de zes maanden volgend op de

diening van de aanvraag en uiterlijk vóór afsluiting der debatten per aangetekend schrijven een staat neerleggen bij de griffie van de bevoegde rechtbank waarin aangegeven wordt of hij de dag vóór de

werkingtreding van het

het eerste lid bedoelde plan al dan niet eigenaar was van één of meer al dan niet bebouwde goeden

het Gewest dan wel of hij aandelen

handen had van een vennootschap die het beheer van onroerende goeden als hoofdzakelijk doel heeft.

dien dat het geval is, moet hij eveneens nauwkeurig de kadastrale gegevens vermelden met betrekking tot bedoelde gronden, en het aantal aandelen. Gelijk met de neerlegging van bedoelde staat bij de griffie, deelt de aanvrager bedoelde staat eveneens en op dezelfde wijze mee aan het bestuur of aan diens raadsman. De verplichting tot vergoeding kan, zelfs

geval van een overdracht van de eigendom van het goed, worden voldaan door herziening van het plan met als doel bedoeld goed de bestemming terug te geven die het had de dag vóór de

werkingtreding van het plan.

dat geval beslist de Regering bij gemotiveerd besluit tot de

schakeling van de herzieningsprocedure van bedoeld plan van aanleg, of geeft hij daarvoor de toelating en is de herzieningsprocedure van toepassing.

dien het bij het beëindigen van de procedure onmogelijk blijkt om het goed diens vroegere bestemming terug te geven, is de vergoeding verschuldigd.

dien krachtens een plan dat bindende kracht heeft gekregen een bouwverbod tegengesteld kan worden aan degene die een perceel

een verkaveling heeft aangekocht, kan het Gewest of de gemeente zich van zijn verplichting tot vergoeding vrijstellen door bedoeld perceel van betrokkene af te kopen middels terugbetaling van de koopprijs, de lasten en de kosten die hij heeft betaald.

dien de betrokkene enkel het hierboven bedoelde perceel

eigendom heeft, kan hij eisen dat het Gewest of de gemeente het afkoopt, hetgeen hij dient mee te delen

een bij ter post aangetekend schrijven dat binnen twaalf maanden na de bekendmaking van voormeld plan toe te zenden is.

dat geval moet het perceel hem afgekocht en betaald worden binnen twaalf maanden na de mededeling. De Regering regelt de toepassing van deze bepaling.

de onderstaande gevallen is geen enkele vergoeding verschuldigd : 1° bouw- of verkavelingsverbod ten gevolge van de geplande onteigening van het goed, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 68;2° verbod tot oprichting op hetzelfde perceel van meer gebouwen dan is toegelaten

het plan of verbod tot overschrijding van de

het plan vastgelegde bebouwingscoëfficiënt van een verkaveling;3° verbod tot exploitatie van gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke

richtingen buiten de periode waarvoor de exploitatievergunning wordt afgegeven;4° verbod tot bouwen op een grondstuk dat de

het plan van aanleg vastgelegde minimale afmetingen niet haalt;5° verkavelings- of bouwverbod voor een terrein dat niet aangesloten is op een weg met de nodige voorzieningen, rekening houdende met de ligging;6° bouw- of verkavelingsverbod buiten de agglomeratie wegens de dwingende eisen van de verkeersveiligheid;7° bouw- of verkavelingsverbod voor een terrein waarvoor een eerder toegekende stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning vervalt op de dag van

werkingtreding van het plan waarbij het verbod is opgelegd;8° voor gebouwen of vaste

stallaties die door een natuurramp zijn vernietigd, wanneer het verbod tot wederopbouw voortvloeit uit het koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 12, § 3, eerste lid, van de wet van 12 juli 1976 betreffende de herstelling van bepaalde schade aan privé goederen veroorzaakt door natuurrampen;9° bouw- of verkavelingsverbod ten gevolge van de herziening van een gemeentelijk plan van aanleg, zoals bedoeld

artikel 54, 2°, b ;10° bouw- of verkavelingsverbod voor een terrein dat onderhevig is aan een risico of aan een zware fysische druk, zoals bedoeld

artikel 136;11° opheffing van een plan.» Art. 34.

artikel 71 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden de woorden « derde lid » vervangen door de woorden « zevende lid ». Art. 35.

artikel 84 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en het decreet van 6 mei 1999, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. § 1, 5°, wordt vervangen door volgende tekst : « 5° een bestaand gebouw te verbouwen.Onder « verbouwen » verstaat men de aanleg- en

richtingswerken, daarbij

begrepen de

standhoudings- of onderhoudswerken die schade toebrengen aan de draagstructuren van het gebouw of het bouwwerk of die een wijziging van het gebouwde volume of de architectuur als gevolg hebben; »; 2.

§ 1

wordt een 5°bis

gevoegd luidend als volgt : « 5°bis een nieuwe woning

richten

een bestaand gebouw;»; 3.

§ 1

wordt het nummer 8° vervangen door volgende bepaling : « 8° bebossen of ontbossen;er is evenwel geen vergunning nodig voor : a. de bosbouw

bosgebieden;b. de kerstbomenteelt

een gebied dat niet voor bebouwing

aanmerking komt;»; 4.

§ 1

wordt het nummer 9° opgeheven;5.

§ 1

wordt het nummer 12° vervangen door volgende bepaling : « 12° de plantengroei te verwijderen of te wijzigen op heiden,

elk gebied waarvan de Regering de bescherming noodzakelijk acht, met uitzondering van de tenuitvoerlegging van een bijzonder plan voor het beheer van een domaniaal natuurreservaat, dat is opgemaakt door de Regering overeenkomstig artikel 14 van de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1973 pub. 24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud en van het plan voor het beheer van een erkend natuurreservaat bedoeld

artikel 19 van dezelfde wet.»; 6.

§ 2, tweede lid, wordt het woord « eensluidend » opgeheven;7.

§ 2, tweede lid, worden na de woorden « minder belangrijke handelingen en werken waarvoor niet moet worden voldaan aan de onderstaande vereisten » de woorden

gevoegd « of om een reden die hij vermeldt

een motivering ». Art. 36.Artikel 85 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende bepaling : « Art. 85.§ 1.

elke akte onder de levenden, ongeacht of hij onderhands of authentiek is,

elke akte van overdracht, ongeacht of hij een akte van aanwijzing, oprichting of overdracht is van een zakelijk recht of van een persoonlijk genotsrecht van meer dan negen jaar, met

begrip van de akten tot vestiging van een hypotheek of een genotspand, evenwel met uitzondering van de overdrachten die voortspruiten uit een huwelijkscontract of de wijziging van een huwelijkstelsel en van de overdrachten die voortspruiten uit een wettelijk samenlevingscontact of uit de wijziging van een dergelijke overeenkomst met betrekking tot een bebouwd of een onbebouwd goed, moeten worden vermeld : 1° de stedenbouwkundige bestemming van het goed zoals bepaald bij de plannen van aanleg en,

voorkomend geval, het gemeentelijk structuurplan;2° het bestaan, het voorwerp en de datum van de verkavelingsvergunningen, van de bouw- en stedenbouwkundige vergunningen die afgegeven zijn na 1 januari 1977, evenals van de stedenbouwkundige attesten die minder dan twee jaar oud zijn. Tot de vermelding verplicht zijn de houder van het overgedragen recht, diens gemachtigde of de

strumenterend ambtenaar.

dien zij de te vermelden

lichtingen niet kunnen verstrekken, dienen deze te worden opgevraagd bij de betrokken besturen, overeenkomstig de regels die vastgesteld zijn ter uitvoering van artikel 150. Bij gebreke van een antwoord van het betrokken bestuur binnen de voorziene termijn wordt door de houder van het overgedragen recht, diens gemachtigde of de

strumenterend ambtenaar

de akte de datum vermeld waarop het aangetekend schrijven met het verzoek om het verstrekken van

lichtingen is verstuurd of de datum van het ontvangstbewijs van het verzoek om het verstrekken van

lichtingen, evenals aangegeven wordt dat de

lichtingen niet zijn verstrekt en dat de akte verleden wordt ondanks het uitblijven van een antwoord vanwege het bestuur. § 2.

elke akte wordt daarnaast aangegeven : 1° dat er geen enkele mogelijkheid bestaat om op het goed werken en handelingen te verrichten zoals bedoeld

artikel 84, §§ 1 en 2, zonder een stedenbouwkundige vergunning gekregen te hebben;2° dat er regels bestaan met betrekking tot het verval van de stedenbouwkundige vergunningen;3° dat men ondanks het bestaan van een stedenbouwkundig attest niet vrijgesteld wordt van de aanvraag en het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning. § 3. Bij de akten van overdracht die tot stand komen na de door de Regering vastgestelde datum, en

de gevallen bedoeld

artikel 139, legt de houder van het overgedragen recht het stedenbouwkundig eenvormigheidsattest of het stuk voor waarmee de certificeerder de weigering uitdrukt om het stedenbouwkundig eenvormigheidsattest af te geven.

de akte wordt het bestaan van bedoeld attest of stuk vermeld. » Art. 36bis.Artikel 87, § 3, tweede lid, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « De verlenging wordt toegestaan door het college van burgemeester en schepenen.

het

artikel 127 bedoelde geval wordt de verlenging echter door de Regering of de gemachtigde ambtenaar toegestaan. » Art. 36ter.Artikel 88, eerste lid, 1°, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : «

de gevallen bedoeld

de artikelen 28, § 2, tweede lid, 32, tweede en vierde lid, 35, derde lid, 84, § 1, 2° en 13°, en 110bis . » Art. 37.Artikel 89 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en het decreet van 6 mei 1999, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 89.§ 1. Het is verboden een terrein te verkavelen zonder voorafgaande, schriftelijke en uitdrukkelijke toestemming van het college van burgemeester en schepenen, waarbij bedoeld verbod ook geldt voor de daarop betrekking hebbende verkoopbevordering. Onder « verkavelen » wordt verstaan de verdeling van een goed

minstens twee percelen zodra er op één van de percelen die uit de verdeling voortspruiten 1° ofwel noch een gebouw regelmatig opgetrokken wordt die als woning kan worden gebruikt;2° ofwel noch zich een regelmatig geplaatste vaste

stallatie bevindt die als woning kan worden gebruikt. Bedoelde verdeling is de verdeling die wordt verwezenlijkt bij elke akte tot aanwijzing, overdracht of oprichting van een zakelijk recht, met uitsluiting van de hypotheek of het onderpand, of bij elke akte die een persoonlijk genotsrecht verleent voor een duur van minstens negen jaar. Dit geldt evenwel niet voor de onopzettelijke akten, noch voor de akten van verdeling waarmee uit een onverdeeldheid van erfrechten gestapt wordt, op voorwaarde dat er niet meer percelen zijn dan deelhebbende erfgenamen. De verdeling wordt enkel bedoeld

dien er minstens één van de percelen die uit de verdeling voortspruiten bestemd is voor de oprichting van een woning of de plaatsing van een vaste of verplaatsbare

richting die als woning kan worden gebruikt. § 2. De verdelingen van goeden

de oppervlakte van een gemeentelijk plan van aanleg waarin het geheel der bestanddelen bedoeld

artikel 49,

zonderheid het nummer 3° van het eerste lid, opgenomen is, zijn niet onderworpen aan voorafgaande verkavelingsvergunningen, voor zover elk perceel dat uit de verdeling voortspruit, gelegen is langs een weg die voldoende uitgerust is met water- en elektriciteitsleidingen, over een wegverharding beschikt en breed genoeg is. De Regering kan bij regelgevend besluit uitzonderingen vaststellen op de verplichting uit § 1. Het besluit is met redenen omkleed. § 3.

de verkavelingsvergunning kunnen er gedifferentieerde voorschriften opgenomen worden met betrekking tot de percelen die niet bestemd zijn voor het optrekken van een woning of voor de plaatsing van een vaste of verplaatsbare

stallatie die gebruikt kan worden voor bewoning of die ongeschikt zijn voor bedoelde bestemming om technische of juridische reden of nog die reeds opgetrokken of gebruikt zijn voor de plaatsing van een vaste of verplaatsbare

stallatie

de zin van artikel 84, § 1, 1°. Op voorstel van de aanvrager of van ambtswege kan de overheid die de verkavelingsvergunning afgeeft alle of bepaalde percelen die niet bestemd zijn voor het optrekken van een woning of voor de plaatsing van een vaste of verplaatsbare

stallatie die voor bewoning gebruikt kan worden of nog die reeds opgetrokken of gebruikt zijn voor de plaatsing van een vaste of verplaatsbare

stallatie

de zin van artikel 84, § 1, 1° uit de verkavelingsoppervlakte uitsluiten

dien bedoelde overheid van mening is dat het van geen belang is om met betrekking tot bedoelde percelen voorschriften op te leggen. § 4. De Regering bepaalt de voorwaarden waaronder een verkavelingsvergunning of de verdeling van een goed voorafgaand onderworpen kunnen worden aan de goedkeuring van een gemeentelijk plan van aanleg. » Art. 38.

artikel 90 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1.

het tweede lid worden na het woord « auteur » de woorden « of diens gemachtigde »

gevoegd;2. het tweede lid wordt aangevuld met volgende volzin : « Wanneer er een vergunning of een attest wordt voorgelegd, worden diens voorwerp en datum

de akte vermeld.

de akte wordt eveneens melding gemaakt van de stedenbouwkundige bestemming van het goed zoals bepaald

de plannen van aanleg en,

voorkomend geval,

het gemeentelijk structuurplan. Desnoods worden bedoelde

lichtingen opgevraagd bij de besturen op de wijze vastgesteld

artikel 85, § 1, en, bij ontstentenis van een antwoord binnen de voorziene termijn, is de bepaling van hetzelfde artikel eveneens van toepassing. »; 3. het derde lid wordt vervangen door volgende tekst : «

de onderhandse en de authentieke akten waarmee bedoelde verrichtingen worden vastgesteld, wordt dezelfde verklaring opgenomen. Zij geven daarnaast aan : 1° dat er geen enkele mogelijkheid bestaat om op het goed werken en handelingen te verrichten zoals bedoeld

artikel 84, §§ 1 en 2, zonder een stedenbouwkundige vergunning gekregen te hebben;2° dat er regels bestaan met betrekking tot het verval van de stedenbouwkundige vergunningen;3° dat men ondanks het bestaan van een stedenbouwkundig attest niet vrijgesteld wordt van de aanvraag en het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning.» Art. 38bis.

artikel 92 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt het woord « plan » vervangen door « verkavelingsplan ». Art. 39.

artikel 93, eerste lid, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden de woorden « Voorafgaandelijk aan elke vervreemding, huurovereenkomst boven negen jaar of de vestiging van een zakelijk recht, met

begrip van de hypothecaire bestemming » vervangen door de woorden « Voorafgaandelijk aan elke akte tot aanwijzing, overdracht of oprichting van een zakelijk recht, met

begrip van de hypothecaire bestemming en het onderpand, of aan elke akte waarbij een persoonlijk genotsrecht van meer dan negen jaar wordt verleend, ». Art. 40.

artikel 94 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1.

het eerste lid worden de woorden « de koopakte, de huurovereenkomst boven negen jaar, de erfpacht of opstal » geschrapt en vervangen door « de akte »;2.

het eerste lid worden de woorden « alsook van de datum van de vergunning » vervangen door de woorden « waarin eveneens de datum van de vergunning nauwkeurig aangegeven wordt »;3. het tweede lid wordt vervangen door volgende tekst : « De notaris vermeldt eveneens

de akte : 1° dat er geen enkele mogelijkheid bestaat om op het goed werken en handelingen te verrichten zoals bedoeld

artikel 84, §§ 1 en 2, zonder een stedenbouwkundige vergunning gekregen te hebben;2° dat er regels bestaan met betrekking tot het verval van de stedenbouwkundige vergunningen;3° dat men ondanks het bestaan van een stedenbouwkundig attest niet vrijgesteld wordt van de aanvraag en het verkrijgen van de stedenbouwkundige vergunning.»; 4. er wordt een derde lid luidend als volgt

gevoegd : «

voorkomend geval wordt artikel 85, § 3, toegepast.» Art. 41.

artikel 95 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1.

het eerste lid worden de woorden « Het is verboden een perceel dat het voorwerp uitmaakt van een verkavelingsvergunning of van een fase daarvan » en « vrijwillig te koop te bieden, te verkopen,

huur te geven of voor meer dan negen jaar te verhuren,

erfpacht of

opstal af te staan » vervangen door de woorden « Het is verboden de door de verkavelingsvergunning of een fase daarvan toegelaten verdeling te verrichten »;2. er wordt een vierde lid, luidend als volgt,

gevoegd : «

voorkomend geval worden

de verkavelingsvergunning de loten bepaald bedoeld

artikel 89, § 3, eerste lid, die afgestaan kunnen worden zonder dat de houder de opgelegde werken en lasten heeft uitgevoerd of de financiële waarborgen heeft geleverd die nodig zijn voor uitvoering ervan.» Art. 42.

artikel 98 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden de woorden « de verkoop of de verhuur voor meer dan negen jaar, de vestiging van erfpacht of opstal voor minstens een derde van de percelen » vervangen door de woorden « er akten bedoeld

artikel 89, § 1, derde lid, die betrekking hebben op minstens één derde van de percelen ». Art. 43.

artikel 104, tweede lid, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden de woorden « van de verkoop, de verhuur voor meer dan negen jaar, de vestiging van erfpacht of opstal » vervangen door de woorden « van de akte of van de akten bedoeld

artikel 89, § 1, derde lid, ». Art. 44.Artikel 107 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende bepaling : « Art. 107.§ 1. De vergunning wordt afgegeven door het college van burgemeester en schepenen dat een afschrift ervan samen met het dossier naar de gemachtigde ambtenaar stuurt de dag waarop de vergunning naar de aanvrager wordt verzonden,

dien het grondgebied waarop het goed volledig is gelegen, onderworpen is aan :

  1. hetzij een gemeentelijk plan van aanleg dat nog steeds uitwerking heeft;
  2. hetzij een niet vervallen verkavelingsvergunning;
  3. hetzij tegelijkertijd : a.een geldend gewestplan; b. een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement dat van kracht is op het hele gemeentelijke grondgebied en dat alle

artikel 78, § 1, bedoelde punten bevat;c. een aangenomen gemeentelijk structuurplan;d. een gemeentelijke commissie of

dien het voorafgaand advies van de gemachtigde ambtenaar niet vereist is voor de uit te voeren handelingen en werken omdat ze voorkomen op de lijst die krachtens artikel 84, § 2, door de Regering is vastgesteld. De punten 1° en 2° van het eerste lid betreffen enkel de veronderstelling dat het goed waarvoor de vergunningsaanvraag wordt

gediend geheel gelegen is

de oppervlakte van een gemeentelijk plan van aanleg of een verkavelingsplan. Het college van burgemeester en schepenen kan de vergunning weigeren omdat ofwel tot de opstelling ofwel tot de herziening van een gemeentelijk plan van aanleg, ofwel tot de wijziging van het gemeentelijk stedenbouwkundig reglement is beslist. De weigering om de vergunning af te geven die gegrond is op één van de redenen bedoeld

vorig lid vervalt als het nieuwe gemeentelijk plan van aanleg of het gemeentelijk stedenbouwkundig reglement geen regelgevende kracht heeft gekregen binnen de drie jaar volgend op de beslissing tot opstelling of herziening van het plan of reglement. Over het oorspronkelijk verzoek wordt op vraag van de verzoeker opnieuw beslist, welke beslissing

geval van weigering niet meer gegrond mag zijn op bedoelde reden. Op de wijze die hijzelf bepaalt, stelt de Regering bij besluit vast dat de voorwaarden bedoeld

deze paragraaf, eerste lid, 3°, al dan niet meer verenigd zijn.

dat geval heeft of verliest deze paragraaf zijn uitwerking bij bekendmaking van bedoeld besluit

het Belgisch Staatsblad . § 2.

de gevallen die niet bedoeld zijn

§ 1

wordt de vergunning afgegeven door het college van burgemeester en schepenen na voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar. Het college van burgemeester en schepenen kan evenwel de vergunning weigeren zonder bedoeld advies

te winnen. Het gunstige, aan voorwaarden verbonden of ongunstig advies van de gemachtigd ambtenaar is met redenen omkleed.

de vergunning wordt het beschikkend gedeelte van het advies van de gemachtigde ambtenaar opgenomen of wordt aangegeven dat bedoeld advies geacht is gunstig te zijn. De weigering om de vergunning af te geven en het ongunstig advies van de gemachtigd ambtenaar kunnen gegrond zijn op de lopende herziening van het gewestplan of de aan de gang zijnde opstelling van een gemeentelijk plan van aanleg of van een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement. De weigering om een vergunning af te geven die gegrond is op één van de redenen bedoeld

vorig lid vervalt

dien het nieuwe plan of het nieuwe reglement niet

werking getreden zijn binnen de drie jaar volgend op de beslissing tot opstelling of herziening. Over het oorspronkelijk verzoek wordt op vraag van de verzoeker opnieuw beslist, welke beslissing

geval van weigering niet meer gegrond mag zijn op bedoelde reden. § 3.

de gevallen bedoeld

de artikelen 110 tot en met 113 of die onderworpen zijn aan bepaalde bijzondere bekendmakingsmaatregelen spreekt het college van burgemeester en schepenen zich na advies van de gemeentelijke commissie,

dien deze bestaat, uit. § 4. Zodra het gemeentelijk plan van aanleg bedoeld

artikel 54, 5°, voorlopig is aangenomen door de gemeenteraad of,

voorkomend geval, door de Regering, kan laatstgenoemde of de gemachtigd ambtenaar,

dien er een aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige of verkavelingsvergunning bij hen is

gediend, de vergunning afgeven overeenkomstig de bepalingen bedoeld

artikel 127, op voorwaarde dat de aanvraag tot het verkrijgen van de vergunning overeenstemt met de bestemming die is vastgesteld

het voorlopig aangenomen plan. » Art. 45.Artikel 108 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende bepaling : « Art. 108.§ 1. De gemachtigde ambtenaar dient het met redenen omkleed beroep bedoeld

artikel 119, § 2, tweede lid, bij de Regering

als de procedure onregelmatig is geweest of als de vergunning niet overeenstemt : 1° met het gewestplan, als er noch een gemeentelijk plan van aanleg noch een verkavelingsvergunning bestaat;2° met het gemeentelijk plan of met de verkavelingsvergunning;3° met het gemeentelijk stedenbouwkundig reglement of met een gewestelijk stedenbouwkundig reglement;4° met de wet van 12 juli 1956Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/07/1956 pub. 06/07/2011 numac 2011000414 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen sluiten tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen en met de perceelsgewijze plannen die de Regering heeft goedgekeurd krachtens artikel 6 van bedoelde wet;5° met de toegestane afwijking

toepassing van de artikelen 110 tot en met 113. Hij geeft de aard van de onregelmatigheid

de procedure aan, of de bepaling waarmee de vergunning niet overeenstemt. § 2. De gemachtigd ambtenaar kan eveneens een met redenen omkleed beroep

dienen bij de Regering : 1°

dien de beslissing van het college van burgemeester en schepenen afwijkt van het advies dat door de gemeentelijke commissie is uitgebracht

het kader van een verplichte raadpleging van laatstgenoemde;2° bij gebreke van de gemeentelijke commissie,

dien bij het openbaar onderzoek dat

toepassing van dit wetboek is

gesteld ofwel : - vijfentwintig personen

geschreven

het bevolkingsregister van de gemeente waar het ontwerp gelegen is als het een gemeente van minstens tienduizend

woners betreft; - vijftig personen

geschreven

het bevolkingsregister van de gemeente waar het ontwerp gelegen is als het een gemeente van tienduizend tot vijfentwintigduizend

woners betreft; - honderd personen

geschreven

het bevolkingsregister van de gemeente waar het ontwerp gelegen is als het een gemeente van vijfentwintigduizend tot vijftigduizend

woners betreft; - tweehonderd personen

geschreven

het bevolkingsregister van de gemeente waar het ontwerp gelegen is als het een gemeente van vijftigduizend tot honderdduizend

woners betreft; - driehonderd personen

geschreven

het bevolkingsregister van de gemeente waar het ontwerp gelegen is als het een gemeente van meer dan honderdduizend

woners betreft;

dividuele en met redenen omklede opmerkingen hebben uitgebracht

verband met het ontwerp

de loop van bedoeld onderzoek van

dividuele en met redenen omklede opmerkingen hebben voorzien en

dien de beslissing van het college niet aan bedoelde opmerkingen tegemoetkomt; 3°

dien de Regering beslist heeft tot de herziening van het gemeentelijk plan van aanleg of de opstelling van een gemeentelijk plan van aanleg dat als gevolg heeft de herziening of de vernietiging van de hele verkavelingsvergunning of een deel ervan.

de vergunning dient dit artikel te worden opgenomen. » Art. 46.

artikel 109, eerste lid, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en het decreet van 1 april 1999, worden de woorden « maar met het eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar »

gevoegd tussen de woorden « krachtens artikel 108 » en «

dien het gaat om onroerende goederen » en de woorden « artikel 108 » worden vervangen door de woorden « artikel 107, § 2 ». Art. 47.Er wordt een artikel 110bis luidend als volgt

hetzelfde wetboek

gevoegd : « Art. 110bis . Buiten de ontginningsgebieden kan de vestiging bestemd voor de ontginning of de valorisering van sierrotsen uit een groeve die

bedrijf is geweest en die noodzakelijk is voor de renovatie, verbouwing, vergroting of de heropbouw van een pand

overeenstemming met de omgevende bebouwing voor een beperkte duur worden toegestaan, na advies van de commissie bedoeld

artikel 5. » Art. 48.Artikel 111 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en het decreet van 6 mei 1999, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 111.Gebouwen die niet beantwoorden aan de bestemming van een gebied. De gebouwen of

stallaties

de zin van artikel 84, § 1, 1° die bestaan op het tijdstip waarop de vergunningsaanvraag is

gediend en waarvan de huidige of toekomstige bestemming niet overeenstemt met de voorschriften van het gewestplan kunnen onderworpen worden aan verbouwings-, vergrotings- of heropbouwwerken. Wegens economische noden kunnen de gebouwen en

stallaties

de zin van artikel 84, § 1, 1°, die bestaan op het tijdstip waarop de vergunningsaanvraag is

gediend en waarvan de bestemming overeenstemt met de voorschriften van het gewestplan, onderworpen worden aan verbouwings- of vergrotingswerken die een afwijking

houden van de bestemming van een aangrenzend gebied, met uitsluiting van de natuur-, parkgebieden en de oppervlakten met een bemerkenswaardig uitzicht. Het gebouw zoals het is verbouwd, vergroot of heropgebouwd moet geïntegreerd worden

de omgeving, al dan niet bebouwd. » Art. 49.Artikel 112 van hetzelfde wetboek wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 112.Met uitsluiting van de natuur-, parkgebieden en de oppervlakten met een bemerkenswaardig uitzicht kan er een stedenbouwkundige vergunning afgegeven worden

een gebied van het gewestplan dat niet verenigbaar is met het voorwerp van de aanvraag voor zover : 1° het grondstuk gelegen is tussen twee woningen die zijn opgetrokken vóór de

werkingtreding van het gewestplan en hoogstens honderd meter verwijderd zijn van elkaar;2° bedoeld grondstuk en bedoelde woningen gelegen zijn langs de weg en aan dezelfde kant van een openbare weg die voldoende uitgerust is met water- en elektriciteitsleidingen en rioleringen, die voorzien is van een wegverharding en breed genoeg is, rekening houdend met de ligging;3° de gebouwen geïntegreerd zijn

de omgeving, al dan niet bebouwd, en de

richting van het gebied niet

het gedrang komt. Er wordt evenwel geen enkele vergunning afgegeven voor grondstukken die gelegen zijn langs openbare wegen die

minstens vier rijstroken zijn

gedeeld. » Art. 50.

artikel 113 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht :

  1. de woorden « of de stedenbouwkundige optie » worden vervangen door de woorden « en de stedenbouwkundige optie »;
  2. het artikel wordt aangevuld met volgend lid : « Een verkavelingsvergunning kan onder dezelfde voorwaarden afwijken van een gemeentelijk plan van aanleg of van een gewestelijk of gemeentelijk stedenbouwkundig reglement.» Art. 51.Artikel 114, tweede lid, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en het decreet van 6 mei 1999, wordt vervangen door volgende tekst : « De aanvraag tot het verkrijgen van de vergunning die de toepassing van deze onderafdeling

houdt, is niet onderworpen aan een met redenen omkleed voorstel van het college van burgemeester en schepenen : 1°

dien bedoelde aanvraag de toepassing

houdt van de afwijkingen bedoeld

de artikelen 110 tot en met 112 of van een afwijking van een gewestelijk stedenbouwkundig reglement;2°

dien hij overeenkomstig artikel 127 is

gediend door een publiekrechtelijke persoon en handelingen en werken betreft die van algemeen nut zijn, of handelingen en werken die zich over het grondgebied van meerdere gemeenten uitstrekken.» Art. 52.

artikel 116 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. § 1, tweede lid, 2° wordt als volgt aangevuld : «

dien de aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning betrekking heeft op een goed dat gelegen is

een gebied waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico

houden voor de personen, de goeden of het milieu

de zin van de Richtlijn 96/82/EG of

de nabijheid van een dergelijk bedrijf of nog betrekking heeft op een dergelijk bedrijf, wordt het advies van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu

gewonnen; »; 2.

§ 3

worden de woorden « artikel 107 » vervangen door de woorden « artikel 107, § 1 »;3.

§ 4

worden de woorden «

artikel 108 » vervangen door de woorden «

artikel 107, § 2 »;4. het artikel wordt aangevuld met volgende bepaling : « § 6.Voorafgaandelijk aan de beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan de aanvrager mits de

stemming van eerstgenoemde wijzigingsplannen voorleggen, evenals een aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of van de milieueffectenstudie behalve

dien de

het vooruitzicht gestelde wijzigingen door de milieueffectenstudie gefundeerd worden.

voorkomend geval onderwerpt het college van burgemeester en schepenen de wijzigingsplannen, het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of de milieueffectenstudie aan nieuwe bekendmakingsmaatregelen, wint het advies

van de gemeentelijke commissie en de diensten en commissies bedoeld

§ 1. » Art.

53.

artikel 117 wordt volgend lid toegevoegd : «

de gevallen bedoeld

artikel 116, § 6, gaan bovenbedoelde termijnen pas

te rekenen vanaf de neerlegging, tegen ontvangstbewijs door de aanvrager, van de wijzigingsplannen en van het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of de milieueffectenstudie. » Art. 54.Artikel 118 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 118.§ 1. De aanvrager kan bij ter post aangetekend schrijven de gemachtigd ambtenaar ertoe uitnodigen te beslissen over zijn aanvraag na de termijnen en

de gevallen zoals volgt : 1° na veertig dagen te rekenen vanaf het ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of het ontvangstbewijs bedoeld

artikel 115 en

dien hij het schrijven van het college van burgemeester en schepenen niet gekregen heeft waarmee hij erover wordt

gelicht dat het voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar wordt

gewonnen;2° na vierentwintig dagen te rekenen vanaf het ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of het ontvangstbewijs bedoeld

artikel 115 en

dien hij het schrijven van het college van burgemeester en schepenen niet gekregen heeft waarmee hij erover wordt

gelicht dat ofwel het voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar wordt

gewonnen

geval van bijzondere bekendmakingsmaatregelen of

geval van advies vanwege de diensten en commissies bedoeld

artikel 116, § 1, ofwel de beslissing van de gemachtigd ambtenaar over de afwijkingsaanvraag aangevraagd wordt;3° na tien dagen te rekenen vanaf de afloop van de termijnen bedoeld

artikel 117, tweede lid, en

dien hij het bij ter post aangetekend schrijven waarmee het college van burgemeester en schepenen hem zijn beslissing meedeelt, niet gekregen heeft.

de gevallen bedoeld

artikel 116, § 6, lopen bovenbedoelde termijnen pas te rekenen vanaf de neerlegging, tegen ontvangstbewijs door de aanvrager, van de wijzigingsplannen en van het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of de milieueffectenstudie. De aanvrager voegt bij diens schrijven waarvan hij tegelijkertijd een afschrift toezendt aan het college van burgemeester en schepenen, een eensluidend afschrift van het dossier dat hij oorspronkelijk aan het college van burgemeester en schepenen heeft gericht. § 2. Binnen de vijfendertig dagen na ontvangst van het dossier verstuurt de gemachtigd ambtenaar zijn beslissing naar de aanvrager, bij ter post aangetekend schrijven. Het niet-versturen van een beslissing binnen de termijn staat gelijk met de weigering van de vergunning. Voorafgaandelijk aan de beslissing van de gemachtigde ambtenaar kan de aanvrager mits de

stemming van eerstgenoemde wijzigingsplannen voorleggen, evenals een aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of van de milieueffectenstudie behalve

dien de

het vooruitzicht gestelde wijzigingen door de milieueffectenstudie gefundeerd worden.

voorkomend geval onderwerpt de gemachtigd ambtenaar de wijzigingsplannen aan nieuwe bekendmakingsmaatregelen via het college van burgemeester en schepenen en wint diens advies

, evenals het advies van de gemeentelijke commissie en het advies van de diensten en de commissie bedoeld

artikel 116, § 1. De adviezen worden binnen de dertig dagen overgemaakt; bij ontstentenis worden ze geacht gunstig te zijn.

de gevallen bedoeld

het tweede en het derde lid loopt de termijn bedoeld

het eerste lid pas te rekenen vanaf de neerlegging tegen ontvangstbewijs door de aanvrager van de wijzigingsplannen en het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of de milieueffectenstudie. De dag zelf waarop hij zijn beslissing naar de aanvrager verstuurt, richt de gemachtigd ambtenaar daar een afgifte van aan het college van burgemeester en schepenen. » Art. 55.

artikel 119, § 1, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.