← België

Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium om de procedures voor ruimtelijke planning te verbeteren, met een focus op milieu-impactrapportage en publieke participatie. Het introduceert nieuwe regels voor de aanstelling van ambtenaren en adviseurs, en voor de opstelling en goedkeuring van ruimtelijke plannen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
18 JULI 2002. - Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium (1) De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen Artikel 1.Artikel 3 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt aangevuld met volgend lid : « De Regering wijst de gemachtigde ambtenaren aan die jaarlijks een verslag bij de Regering indienen over hun activiteiten, over de opvolging van de significante effecten die de tenuitvoerlegging van het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan en van de gewestplannen heeft op het milieu en over de eventueel te treffen correctiemaatregelen. Bedoelde verslagen worden neergelegd op het bureau van de Waalse Gewestraad en worden in een vorm gepubliceerd die voor het publiek toegankelijk is. » Art. 2.In artikel 7 van hetzelfde wetboek worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. in § 1, eerste lid, worden de woorden « en na advies van de gewestelijke commissie » geschrapt;2. in § 2, tweede lid, worden de woorden « en na advies van de gewestelijke commissie » geschrapt;3. op het einde van § 3, achtste lid, dient volgende volzin te worden toegevoegd : « Op verzoek van de gemeenteraad kan van de evenredigheidsregel worden afgeweken ten gunste van de oppositie.»; 4. in § 4, tweede lid, wordt het woord « tien » vervangen door het woord « zes »;5. § 6 wordt aangevuld als volgt : « Het voorstel van de gemeenteraad en de beslissing van de Regering eerbiedigen, in de keuze van de leden die de afdelingen samenstellen : 1° een evenwichtige geografische verspreiding;2° een evenwicht in de verdediging van de sociale, economische, erfgoed- en milieubelangen van de gemeente.»; 6. het artikel wordt aangevuld als volgt : « § 7.Naast de adviezen die hij op grond van dit wetboek dient uit te brengen, kan de Commissie op eigen initiatief adviezen uitbrengen over aangelegenheden die hij relevant acht. » Art. 3.In artikel 11 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt volgende wijziging aangebracht : het woord « verkavelingsplannen » wordt tussen de woorden « van de plannen van aanleg » en de woorden « of stedenbouwkundige reglementen » ingevoegd. Art. 4.In artikel 12 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en bij het decreet van 6 mei 1999, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. onder 6° worden de woorden « van een persoon die bevoegd is voor het beheer van het betrokken grondgebied » vervangen door de woorden « of het behoud van de indienstneming van één of verschillende adviseurs ter zake van ruimtelijke ordening en milieuzaken.»; 2. er wordt een tweede lid ingevoegd, luidend als volgt : « Op de wijze bepaald door de Regering kan de Regering adviseurs ter zake van ruimtelijke ordening en milieuzaken ter beschikking van de gemeenten stellen.»; 3. er wordt een derde lid ingevoegd, luidend als volgt : « Bij het vaststellen van de wijze waarop subsidies worden toegekend aan de gemeenten bedoeld in het eerste lid, 6°, en van de wijze waarop de adviseurs ter zake van ruimtelijke ordening en milieuzaken bedoeld in het tweede lid ter beschikking worden gesteld, begunstigt de Regering de gemeenten die de voorwaarden verenigen voor de toepassing van artikel 107, § 1, 3°, of die een aanvang maken met het proces dat ertoe leidt dat bedoelde voorwaarden verenigd worden.»; 4. het nummer 1° wordt vervangen door volgende tekst : « 1° voor de uitwerking van de volledige herziening van een gemeentelijk plan van aanleg, een gemeentelijk structuurplan, een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement of een gemeentelijk programma bedoeld in artikel 33;». Art. 5.Artikel 14 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en het decreet van 16 december 1998, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 14.§ 1. Het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan wordt op initiatief van de Regering vastgesteld. De Regering maakt het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan op en laat een milieueffectenrapport opstellen waarvan hijzelf de omvang en de mate van nauwkeurigheid van de inhoud bepaalt welke betrekking heeft op : 1° een samenvatting van de inhoud, een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan, evenals diens verband met andere relevante plannen en programma's;2° de relevante aspecten van de milieutoestand, evenals diens vermoedelijke evolutie indien het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan niet ten uitvoer wordt gebracht;3° de milieukenmerken van de gebieden die op een niet te verwaarlozen wijze getroffen zouden kunnen worden;4° de milieuproblemen verbonden met het voorontwerp van gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan die betrekking hebben op de gebieden die van bijzonder belang zijn voor het milieu zoals de gebieden die aangewezen zijn overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG;5° de milieuproblemen die betrekking hebben op de gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of indien het voorontwerp van plan in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht en zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden;6° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij in overweging worden genomen in het kader van de opstelling van het plan;7° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieu-effecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij inbegrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de interacties tussen bedoelde factoren;8° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;9° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 7° en 8° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;10° het voorstellen van mogelijke alternatieven en de verantwoording ervan;11° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de opgetreden problemen;12° de maatregelen die in acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan;13° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. De Regering legt het ontwerp van de inhoud van het milieueffectenrapport, evenals het voorontwerp van plan, ter advies voor aan de gewestelijke commissie, de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable », aan de personen en instanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals, indien in het voorontwerp van plan gebieden opgenomen zijn waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of indien hij in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals gebieden of infrastructuren die door het publiek bezocht worden en die zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de verplichte inhoud van het rapport. De adviezen worden binnen een termijn van dertig dagen na het verzoek van de Regering overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. De gewestelijke commissie wordt over de voorafgaande studies ingelicht en kan te allen tijde de voorstellen formuleren die hij nuttig acht. § 2. De Regering neemt het ontwerp-plan voorlopig aan, onderwerpt het, samen met het milieueffectenrapport, aan een terinzagelegging en legt het voor aan de personen en instanties waarvan hij het advies nuttig acht. De terinzagelegging wordt aangekondigd door aanplakking in elke gemeente, door een bericht in ten minste drie dagbladen die in het hele Waalse Gewest worden verspreid, waarvan één in het Duits, door een bericht dat drie keer wordt uitgezonden door de R.T.B.F. en door het Belgische Radio- en Televisiecentrum voor uitzendingen in de Duitse taal. Het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport worden volgens de door de Regering bepaalde regels gedurende zestig dagen in elke gemeente voor een ieder ter inzage gelegd. De begin- en einddatum van bedoelde termijn worden in de aankondiging vermeld. De bezwaren en opmerkingen worden schriftelijk aan het college van burgemeester en schepenen gericht, vóór het einde van de terinzageleggingstermijn. Zij worden gevoegd bij het proces-verbaal ter afsluiting van de terinzagelegging dat door het college van burgemeester en schepenen wordt opgesteld binnen een termijn van acht dagen na afsluiting. Binnen een termijn van vijfenveertig dagen na afsluiting van de terinzagelegging maakt het college van burgemeester en schepenen de bezwaren, de opmerkingen en het proces-verbaal ter afsluiting van de terinzagelegging aan de Regering over. Onmiddellijk na de aankondiging van de terinzagelegging belegt de Regering in de hoofdplaats van elk arrondissement en op de zetel van de Duitstalige Gemeenschap een vergadering waarop het ontwerp-plan voorgesteld wordt. § 3. Indien de inrichting van de ruimte die in het ontwerp van gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan wordt voorgesteld, een impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan samen met het milieueffectenrapport en de eventuele informaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° welke de instanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld in het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die er de invloed van zouden kunnen ondergaan, aan de milieueffectenrapportage deel kunnen nemen;3° de wijze waarop plan, milieuverklaring en uitgebrachte adviezen als bedoeld in § 4, tweede lid, van dit artikel medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld in het eerste lid. § 4. De gemeenteraden alsmede de in § 2, eerste lid, bedoelde personen en instanties maken hun advies aan de Regering over binnen vijfenveertig dagen na de einddatum van de terinzagelegging. De gewestelijke commissie, de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » en het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, indien bedoeld bestuur is geraadpleegd in toepassing van § 1, derde lid, maken binnen zestig dagen na het verzoek van de Regering hun advies over het gehele dossier over. § 5. De Regering neemt het plan definitief aan. Daarnaast legt de Regering een milieuverklaring af waarin samenvattend uiteengezet wordt hoe de milieuoverwegingen in het plan zijn opgenomen en hoe het milieueffectenrapport, de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen uitgebracht in toepassing van de §§ 2, 3 en 4 van dit artikel in rekening zijn gebracht, evenals samenvattend melding wordt gemaakt van de redenen voor de keuze van het plan zoals aangenomen, rekening houdend met de andere in acht genomen redelijke oplossingen. Het besluit van de Regering wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, evenals de milieuverklaring. Binnen tien dagen na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad worden afschriften van het plan en van de milieuverklaring overgemaakt aan de gemeenten, aan de gewestelijke commissie en aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » en, in voorkomend geval, aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. » Art. 6.Artikel 17 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 17.§ 1. Het gemeentelijk structuurplan wordt op initiatief van de gemeenteraad vastgesteld na een analyse van de feitelijke en rechtstoestand, inzonderheid van de beschermingsomtrekken bedoeld bij dit wetboek of andere wetgevingen. De gemeenteraad kiest onder de overeenkomstig artikel 11 erkende personen de privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen die het ontwerp-plan moeten opstellen. De gemeenteraad stelt het voorontwerp van structuurplan op en laat een milieueffectenrapport opstellen waarvan hijzelf de omvang en de mate van nauwkeurigheid van de inhoud bepaalt welke betrekking heeft op : 1° een samenvatting van de inhoud, een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van gemeentelijk structuurplan, evenals diens verband met andere relevante plannen en programma's;2° de relevante aspecten van de milieutoestand, evenals diens vermoedelijke evolutie indien het gemeentelijk structuurplan niet ten uitvoer wordt gebracht;3° de milieukenmerken van de gebieden die op een niet te verwaarlozen wijze getroffen zouden kunnen worden;4° de milieuproblemen verbonden met het voorontwerp van gemeentelijk structuurplan die betrekking hebben op de gebieden die van bijzonder belang zijn voor het milieu zoals de gebieden die aangewezen zijn overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG;5° de milieuproblemen die betrekking hebben op de gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of indien het voorontwerp van het plan in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht en zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden;6° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij in overweging worden genomen in het kader van de opstelling van het plan;7° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieueffecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij inbegrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de interacties tussen bedoelde factoren;8° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;9° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 7° en 8° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;10° het voorstellen van mogelijke alternatieven en de verantwoording ervan;11° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de voorgekomen problemen;12° de maatregelen die in acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk structuurplan;13° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. Het milieueffectenrapport kan meer bepaald gegrond worden op de nuttige inlichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages en, in het bijzonder, ter gelegenheid van de goedkeuring van een gewestplan of van een gemeentelijk plan van aanleg. De gemeenteraad legt het ontwerp van de inhoud van het milieueffectenrapport, evenals het voorontwerp van het plan, ter advies voor aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie, de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable », aan de personen en instanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals, indien in het voorontwerp van plan gebieden opgenomen zijn waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of indien hij in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals gebieden of infrastructuren die door het publiek bezocht worden en die zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de verplichte inhoud van het rapport. De adviezen worden binnen een termijn van dertig dagen na het verzoek van de gemeenteraad overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. De gemeentelijke commissie wordt ingelicht over voorafgaande studies en kan voorstellen doen telkens als ze het nodig acht. De gemeenteraad neemt het ontwerp-plan voorlopig aan. § 2. Het college van burgemeester en schepenen onderwerpt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport gedurende vijfenveertig dagen aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd zowel door aanplakking als door een bericht op de pagina's voor plaatselijk nieuws van drie Frans- of Duitstalige dagbladen, al naar gelang het geval. Het bericht kan ook bekendgemaakt worden in gemeentelijke informatiebladen of in reclamekranten die gratis aan de bevolking worden uitgedeeld. Het college organiseert in het kader van het openbaar onderzoek één of meer informatievergaderingen waarvan de plaats, de dag en het tijdstip in de aankondiging worden vermeld. Tegelijkertijd legt het college van burgemeester en schepenen het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport ter advies voor aan de gemachtigde ambtenaar. Het advies wordt overgemaakt binnen dertig dagen na het verzoek van het college van burgemeester en schepenen; bij ontstentenis, wordt het geacht gunstig te zijn. § 3. Indien de inrichting van de ruimte die in het ontwerp van gemeentelijk structuurplan wordt voorgesteld, een significante impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan samen met het milieueffectenrapport en de eventuele informaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° welke de instanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld in het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die er de invloed van zouden kunnen ondergaan, aan de milieueffectenrapportage deel kunnen nemen;3° de wijze waarop plan, milieuverklaring en uitgebrachte adviezen als bedoeld in § 1, vierde lid, van dit artikel medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld in het eerste lid. § 4. Het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport worden vervolgens ter advies voorgelegd aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie en aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable », evenals aan de andere personen en instanties en aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu indien zij zijn geraadpleegd in toepassing van § 1, vierde lid. Daarnaast worden de bezwaren en opmerkingen overgemaakt aan de gemeentelijke commissie. Het advies wordt binnen zestig dagen na verzoek van het college van burgemeester en schepenen overgemaakt; bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn. § 5. De gemeenteraad neemt het plan definitief aan, samen met een milieuverkklaring waarin samenvattend uiteengezet wordt hoe de milieuoverwegingen in het plan zijn opgenomen en hoe het milieueffectenrapport, de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen uitgebracht in toepassing van de §§ 2, 3 en 4 van dit artikel in overweging zijn genomen, evenals samenvattend melding wordt gemaakt van de redenen voor de keuze van het plan zoals aangenomen, rekening houdend met de andere in acht genomen redelijke oplossingen. Daarvan wordt samen met het dossier een afschrift aan de Regering gericht. Laatstgenoemde kan de beslissing van de gemeenteraad vernietigen bij gemotiveerd besluit dat binnen een termijn zestig dagen na ontvangst van het volledige dossier toegezonden dient te worden. Het plan, evenals de milieuverklaring of, in voorkomend geval, de beslissing van de gemeenteraad evenals het advies bedoeld in artikel 18, tweede lid, liggen voor een ieder ter inzage op het gemeentehuis. Het publiek wordt hierover ingelicht op de wijze bepaald bij artikel 112 van de nieuwe gemeentewet. Het plan en de milieuverklaring worden aan de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, aan de gewestelijke commissie, de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » en, in voorkomend geval, aan de personen en instanties en aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu overgemaakt. » Art. 7.Artikel 18 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt aangevuld met volgende leden : « Indien evenwel blijkt dat de wijzigingen die zijn aangebracht in het kader van de herziening van gering belang zijn rekening houdend met de kenmerken van de ontwerpen of de activiteiten waarvan de herziening het kader vormt en rekening houdend met de effecten en de gebieden die getroffen zouden kunnen worden, kan de gemeenteraad, na advies van de gemeentelijke commissie of, bij ontstentenis, van de gewestelijke commissie en van de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » beslissen dat de herziening van het gemeentelijk structuurplan niet aanleiding moet geven tot het opstellen van het milieueffectenrapport bedoeld in artikel 17, § 1. Het advies wordt binnen een termijn van dertig dagen na verzoek van de gemeenteraad overgemaakt. Bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn. De wijzigingen die betrekking hebben op een gebied dat aangewezen is overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG of die de verwezenlijking van een aan een milieueffectenstudie onderworpen ontwerp beogen mogelijk te maken of nog die betrekking hebben op gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of die in de opneming voorzien van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht en zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, zijn geen wijzigingen van gering belang. In dat geval worden de beslissing bedoeld in het eerste lid en diens motivering in de milieuverklaring bedoeld in artikel 17, § 5, opgenomen. » Art. 8.Er wordt een artikel 18bis , luidend als volgt, in hetzelfde wetboek ingevoegd : « Art. 18bis . Het college van burgemeester en schepenen dient periodiek een verslag over de opvolging van de significante effecten die de tenuitvoerlegging van het gemeentelijk structuurplan heeft op het milieu en over de eventueel te treffen correctiemaatregelen bij de gemeenteraad in. Het publiek wordt hierover ingelicht op de wijze bepaald bij artikel 112 van de gemeentewet. » Art. 9.Artikel 23 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 23.Het gewestplan bevat : 1° de verschillende bestemmingen van het grondgebied;2° het bestaande en het geplande tracé van het net van de voornaamste verbindings- en verkeerswegen voor het vervoer van vloei- en brandstoffen. Het plan kan eveneens volgende gegevens bevatten : 1° de oppervlakten die een bijzondere bescherming vereisen om de redenen die aangevoerd zijn in artikel 40;2° bijkomende voorschriften van stedenbouwkundige of planologische aard;3° andere maatregelen ter inrichting van de ruimte. De Regering kan de grafische opstelling van het gewestplan bepalen. » Art. 10.Het opschrift van afdeling 3 van hoofdstuk II, titel III, boek I, van het wetboek wordt vervangen door volgende tekst : « Afdeling 3. - Bestemming en algemene voorschriften van de gebieden, tracés van netten van hoofdinfrastructuren ». Art. 11.In artikel 26 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. in het tweede lid wordt het woord « economische » vervangen door de woorden « ambachtelijke, dienstverlenende, verdelings-, onderzoeks- en klein industriële »;2. in het tweede lid worden de woorden « of recreatieve » ingevoegd tussen de woorden « toeristische » en « accomodatie ». Art. 12.In artikel 27 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. in het tweede lid wordt het woord « economische » vervangen door de woorden « ambachtelijke, dienstverlenende, verdelings-, onderzoeks- en klein industriële »;2. in het tweede lid worden de woorden « of recreatieve » ingevoegd tussen de woorden « toeristische » en « accomodatie ». Art. 13.Artikel 28 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 28.§ 1. Onverminderd hun vestiging in een woongebied of in een woongebied met een landelijk karakter zijn de gebieden voor openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen bestemd voor activiteiten van openbaar of algemeen nut. In deze gebieden mogen enkel gebouwen of inrichtingen opgericht worden die in sociale behoeften voorzien via een publiek- of privaatrechtelijk persoon aan wie de overheid het beheer van een openbare dienst heeft toevertrouwd. Gebouwen of inrichtingen die het algemeen nut bevorderen, zijn er eveneens toegelaten. § 2. Het gebied voor openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen met de overdruk « C.E.T. » is hoofdzakelijk bestemd voor de vestiging en de exploitatie van een centrum voor technische ingraving bedoeld in de wetgeving op de afvalstoffen, en voor installaties voor de afvalverzameling die aan bedoelde exploitatie voorafgaat. Daarnaast kan bedoeld gebied bestemd worden voor andere afvalbeheersactiviteiten voor zover bedoelde activiteiten verbonden zijn met de exploitatie van het toegelaten centrum voor technische ingraving of de exploitatie ervan niet in het gedrang brengen. Bij het beëindigen van de exploitatie wordt bedoeld gebied een groengebied en wordt de sanering ervan geheel of gedeeltelijk vastgesteld bij de vergunning die is afgegeven voor de exploitatie van bedoelde installatie. In de gebieden of delen van gebieden met de overdruk « C.E.T. » die nog niet in bedrijf zijn genomen, kunnen andere handelingen en werken voor een beperkte duur worden toegelaten voor zover de toekomstige exploitatie van het centrum voor technische ingraving daarmee niet in het gedrang wordt gebracht. Het gebied voor openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen met de overdruk « C.E.T.D. » wordt uitsluitend bestemd voor het behoud van een aan diens bestemming onttrokken centrum voor technische ingraving bedoeld bij de wetgeving op de afvalstoffen, waarin beperkingen opgelegd kunnen worden aan de handelingen en werken met als doel het garanderen van de instandhouding en de bewaking van de bouwwerken en de werken die zijn verwezenlijkt voor de herstelling van vervuilde sites in hun oorspronkelijke staat. Voor de exploitatie en de instandhouding van voormelde gebieden kunnen kantoor- of bewakingsgebouwen toegelaten worden. De gebieden bedoeld in deze paragraaf worden omringd door een afzonderingsoppervlakte of -marge. » Art. 14.Artikel 30 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 30.Bedoelde gebieden zijn bestemd voor ambachten, diensten, distributie, onderzoek of kleine industrie. Ze kunnen d.m.v. de nodige voorzieningen of oppervlakten geïsoleerd worden. De gebieden voor bedrijfsruimten met een industrieel karakter zijn bestemd voor activiteiten van industriële aard of voor stockerings- of distributie-activiteiten, met uitsluiting van de kleinhandel. Zij bevatten een afzonderingsoppervlakte of -marge. De daarbij horende dienstenbedrijven zijn er toegelaten. Bij wijze van uitzondering kunnen worden toegelaten : 1° in de gebieden voor bedrijfsruimten met een industrieel karakter, de opslagplaatsen voor inerte afvalstoffen;2° in de gebieden voor bedrijfsruimten met een industrieel karakter die zich langs de bevaarbare waterlopen bevinden, de opslagplaatsen voor uitgebaggerde aarde. De exploitant of het bewakingspersoneel mogen in bedrijfsruimten gehuisvest worden wanneer de veiligheid of de goede werking van het bedrijf het vereist. De woning maakt noodzakelijk deel uit van de exploitatie. » Art. 15.Artikel 31 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 31.§ 1. De gebieden met de overdruk « A.E. » zijn uitsluitend bestemd voor agro-economische buurtactiviteiten, alsook voor houtverwerkingsbedrijven. De gebieden met de overdruk « G.D. » zijn uitsluitend bestemd voor groothandelsdistributie. De daarbij horende dienstenbedrijven zijn er toegelaten. Bedoelde gebieden bevatten een afzonderingsoppervlakte of -marge. § 2. De gebieden met de overdruk « R.M. » zijn uitsluitend bestemd voor bedrijven die schadelijk kunnen zijn voor mens, goeden of milieu. Bedoelde gebieden moeten geïsoleerd worden d.m.v. een afzonderingsoppervlakte of -marge. § 3. De exploitant of het bewakingspersoneel mogen in specifieke bedrijfsruimten gehuisvest worden wanneer de veiligheid of de goede werking van het bedrijf het vereist. De woning maakt noodzakelijk deel uit van de exploitatie. » Art. 16.Artikel 32 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 32.De ontginningsgebieden zijn bestemd voor de exploitatie van groeven en hun aanhorigheden, evenals voor het opslaan van resten van de ontginningsactiviteit, mits bescherming en zuinig beheer van de bodem en de ondergrond. In de ontginningsgebieden of delen van de ontginningsgebieden die nog niet in bedrijf zijn genomen zijn, kunnen andere handelingen en werken tijdelijk toegelaten worden voor zover de toekomstige exploitatie van de afzettingen daarmee niet in gevaar wordt gebracht. Bij het beëindigen van de exploitatie wordt het gebied een groengebied en de gehele of gedeeltelijke herinrichting ervan is vastgelegd in de ontginningsvergunning. De exploitant of het bewakingspersoneel mogen in specifieke bedrijfsruimten gehuisvest worden wanneer de veiligheid of de goede werking van het bedrijf het vereist. De woning maakt noodzakelijk deel uit van de exploitatie. » Art. 17.Artikel 33 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 33.§ 1. Bedoelde gebieden kunnen elke bestemming krijgen bedoeld in artikel 25, tweede lid. § 2. De inrichting van bedoelde gebieden is onderworpen aan 1° de goedkeuring door de Regering van het gemeentelijk programma waarin de volgorde van de prioriteiten voor de inrichting van bedoelde gebieden op het grondgebied van de gemeente wordt vastgelegd;2° het bestaan van een gemeentelijk plan van aanleg dat betrekking heeft op het gehele gebied. Bij ontstentenis kan het gebied waarvan de bestemming nog niet vaststaat, niet worden ingericht. § 3. In het programma bedoeld in § 2, 1°, zijn inbegrepen : 1° de analyse van de feitelijke en de rechtstoestand, daarbij inbegrepen de bepaling van de gebieden of delen van gebieden waarvan de bestemming nog niet vaststaat die ingericht worden in de zin van artikel 12bis van het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten;2° een verslag over de voornaamste tendenzen inzake de ontwikkeling van het gemeentelijk grondgebied, over de op te lossen problemen en de dwingende voorwaarden en de mogelijkheden meer bepaald wat de huidige of vooropgestelde toegankelijkheid van bedoelde gebieden betreft en hun huidige of vooropgestelde uitrusting wat betreft de riolering;3° de programmatie voor de inrichting van de gebieden waarvan de bestemming nog niet vaststaat, daarbij inbegrepen de volgorde van de prioriteiten voor bedoelde inrichting, gegrond op de doelstellingen inzake ruimtelijke ordening, waarbij meer bepaald rekening wordt gehouden met de opties van het gewestelijk ruimtelijk structuurplan en het gemeentelijk structuurplan indien laatstgenoemde bestaat en waarbij bedoelde programmatie kan voorzien in de gelijktijdige inrichting van bepaalde gebieden waarvan de bestemming nog niet vaststaat;4° de algemene bestemmingen van de gebieden waarvan de bestemming nog niet vaststaat. § 4. De bepalingen waarbij de opstelling en de herziening van het gemeentelijk structuurplan geregeld worden, zijn van toepassing op de uitwerking en de goedkeuring van het programma bedoeld in de vorige paragraaf, met uitzondering van artikel 17, § 5, tweede lid. De Regering keurt het programma goed of weigert het bij gemotiveerd besluit dat binnen zestig dagen na ontvangst van het dossier toegezonden wordt. Indien het besluit van de Regering niet bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs naar het college van burgemeester en schepenen verstuurd wordt, kan bedoeld college bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs een herinneringsschrijven aan de Regering richten. Indien het college van burgemeester en schepenen bij afloop van een nieuwe termijn van dertig dagen die ingaat op de datum waarop het aangetekend herinneringsschrijven bij de post is afgegeven, het besluit van de Regering niet gekregen heeft, wordt het programma geacht goedgekeurd te zijn. § 5. Het programma heeft bindende en regelgevende kracht. § 6. De Regering kan de modaliteiten bepalen voor de toepassing van de inrichting van het gebied waarvan de bestemming nog niet vaststaat. » Art. 18.Artikel 34 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 34.De gebieden met een industrieel karakter, waarvan de bestemming nog niet vaststaat, zijn bestemd voor de activiteiten bedoeld in artikel 30, tweede lid, of in artikel 31. Bedoeld gebied bevat een afzonderingsoppervlakte of -marge. De exploitant of het bewakingspersoneel mogen er gehuisvest worden wanneer de veiligheid of de goede werking van het bedrijf het vereist. De woning maakt noodzakelijk deel uit van de exploitatie. De inrichting van een gebied met een industrieel karakter waarvan de bestemming nog niet vaststaat, is onderworpen aan een gemeentelijk plan van aanleg voor het hele gebied. Bij ontstentenis kan het gebied met een industrieel karakter waarvan de bestemming nog niet vaststaat, niet worden ingericht. » Art. 19.In hetzelfde wetboek wordt een artikel 39bis ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 39bis . Net van de voornaamste verbindings- en verkeerswegen voor het vervoer van vloei- en brandstoffen. De hoofdinfrastructuren waarvan het bestaande en vooropgestelde tracé in het gewestplan is opgenomen, zijn de autosnelwegen, de gewestelijke verbindingswegen, de spoorlijnen, de vliegvelden, de bevaarbare waterwegen, de boven- of ondergrondse hoogspanningslijnen, de leidingen met minstens een gewestelijk belang. De Regering kan de gewestelijke verbindingswegen, de boven- of ondergrondse hoogspanningslijnen en de leidingen met minstens een gewestelijk belang bepalen. » Art. 20.Artikel 40 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 40.Het plan kan in overdruk gebieden bevatten waarvan de oppervlakte door de Regering wordt bepaald, met name : 1° de oppervlakten met een bemerkenswaardig uitzicht;2° de ecologische overgangsgebieden;3° de oppervlakten met een landschappelijke waarde;4° de oppervlakten met een culturele, historische of esthetische waarde;5° de oppervlakten met een natuurgevaar of een belangrijke geotechnische druk zoals overstromingen, afschuiving van een rotswand, aardverschuiving, karstverzakking, mijnverzakking, aardbevingsgevaar of belangrijk risico in de zin van artikel 31;6° de oppervlakte voor reservatie;7° de gebieden voor ontginningsuitbreidingen.» Art. 21.Artikel 41 van hetzelfde wetboek wordt aangevuld met volgend lid : « De bijkomende voorschriften kunnen meer bepaald betrekking hebben op : 1° een nadere bepaling van de bestemmingen van de gebieden;2° de fasering van hun ingebruikname;3° de omkeerbaarheid van de bestemmingen;4° de dichtheid van de bebouwingen of van de woningen;5° de verplichting om een gemeentelijk plan van aanleg op te stellen vóór inrichting ervan;6° de verplichting om een gemeentelijk stedenbouwkundig reglement uit te werken vóór inrichting ervan.» Art. 22.Artikel 42 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 42.De Regering beslist over de opstelling van het gewestplan en keurt het voorontwerp ervan goed, dat vastgesteld is op grond van een analyse van de feitelijke en de rechtstoestand meer bepaald van de oppervlakten bedoeld in dit wetboek of andere wetgevingen. De Regering laat een milieueffectenstudie opstellen waarvan hijzelf de omvang en de mate van nauwkeurigheid van de inhoud bepaalt welke betrekking heeft op : 1° een samenvatting van de inhoud, een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van plan, evenals diens verband met andere relevante plannen of programma's;2° de verantwoording van het voorontwerp van plan tegenover artikel 1, § 1;3° de menselijke en milieukenmerken van het betrokken grondgebied en van diens mogelijkheden, evenals de vermoedelijke ontwikkeling van de milieutoestand indien het plan niet ten uitvoer wordt gebracht;4° de milieukenmerken van de gebieden die op een niet te verwaarlozen wijze getroffen zouden kunnen worden;5° de milieuproblemen verbonden met het voorontwerp van gewestplan die betrekking hebben op de gebieden die van bijzonder belang zijn voor het milieu zoals de gebieden die aangewezen zijn overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG;6° de milieuproblemen die betrekking hebben op de gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of indien het voorontwerp van het plan in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht en zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden;7° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij in overweging worden genomen in het kader van de opstelling van het plan;8° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieueffecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middellange en lange termijn, de permanente en tijdelijke, zowel positieve als negatieve effecten, daarbij inbegrepen de biologische diversiteit, de bevolking, de menselijke gezondheid, de fauna, de flora, de bodem, het water, de lucht, de klimaatfactoren, de materiële goeden, het cultureel erfgoed daarbij inbegrepen het architectonisch en archeologisch erfgoed, de landschappen en de interacties tussen bedoelde factoren;9° de impact op de land- en bosbouwbedrijvigheid;10° de maatregelen die ten uitvoer gebracht dienen te worden om de negatieve effecten bedoeld onder 8° en 9° te voorkomen, te verminderen of op te heffen;11° het voorstellen van mogelijke alternatieven en de verantwoording ervan naar gelang van de punten 1° tot en met 10°;12° een omschrijving van de gekozen evaluatiemethode en van de voorgekomen problemen;13° de maatregelen die in acht worden genomen om te zorgen voor de opvolging van de tenuitvoerlegging van het gewestplan;14° een niet-technische samenvatting van bovenbedoelde informaties. De milieueffectenstudie kan meer bepaald gegrond worden op de nuttige inlichtingen die verkregen zijn tijdens andere, eerder verwezenlijkte milieueffectenrapportages en, in het bijzonder, ter gelegenheid van de goedkeuring van het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan, van een gemeentelijk structuurplan of van een gemeentelijk plan van aanleg. De Regering legt het ontwerp van de inhoud van de milieueffectenstudie, evenals het voorontwerp van het plan, ter advies voor aan de gewestelijke commissie en aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable », aan de personen en instanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals, indien in het voorontwerp van plan gebieden vermeld zijn waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of indien hij in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals gebieden of infrastructuren die door het publiek bezocht worden en die zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de verplichte inhoud van het verslag. De adviezen worden binnen een termijn van dertig dagen na het verzoek van de Regering overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn. Onder de personen die erkend zijn krachtens dit wetboek en krachtens de wetgeving betreffende de milieueffectenrapportage wijst de Regering de publiek- of privaatrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon aan die ermee belast wordt bedoelde studie te verwezenlijken. De Regering licht de gewestelijke commissie geregeld in over de ontwikkeling van de voorafgaande studies en deelt de resultaten aan laatstgenoemde mede. De gewestelijke commissie kan te allen tijde de opmerkingen of voorstellen die hij nuttig acht, voorleggen. » Art. 23.In artikel 43 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten en bij het decreet van 6 mei 1999, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. Er wordt een § 2bis ingevoegd luidend als volgt : « § 2bis .Indien de inrichting van de ruimte die in het ontwerp-plan wordt voorgesteld, een significante impact zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan samen met de milieueffectenstudie en de eventuele informaties over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van bedoeld ander Gewest, bedoelde andere lidstaat van de Europese Unie of bedoelde andere staat die verdragsluitende partij is van het Verdrag van Espoo. De Regering bepaalt : 1° welke de instanties zijn die belast worden met het overmaken van de stukken aan de autoriteiten bedoeld in het eerste lid;2° de wijze waarop de bevoegde autoriteiten van het Gewest of de staat die er de invloed van zouden kunnen ondergaan, aan de milieueffectenrapportage deel kunnen nemen;3° de wijze waarop plan, milieuverklaring en uitgebrachte adviezen als bedoeld in de §§ 3 en 4 van dit artikel medegedeeld worden aan de autoriteiten bedoeld onder het eerste lid.»; 2. § 4, eerste lid, wordt vervangen door volgende tekst : « § 4.Binnen de zestig dagen na afsluiting van het openbaar onderzoek legt de Regering het dossier met het ontwerp-plan, samen met de milieueffectenstudie en de bezwaren, opmerkingen, notulen en adviezen ter advies voor aan de gewestelijke commissie, aan de « Conseil wallon de l'environnement pour le développement durable », aan de personen en instanties die hij nuttig acht te raadplegen, evenals aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu indien bedoeld bestuur is geraadpleegd in toepassing van artikel 42, derde lid. »; 3. § 4, tweede lid, wordt vervangen door volgende tekst : « De adviezen worden binnen de zestig dagen na het verzoek van de Regering overgemaakt.De Regering kan bedoelde termijn verlengen met een maximale duur van zestig dagen. Bij gebreke van een advies binnen bedoelde termijn worden ze geacht gunstig te zijn. » Art. 24.Artikel 44 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 44.De Regering stelt het plan definitief vast binnen twaalf maanden na de goedkeuring van het ontwerp-plan. Indien de Regering afwijkt van het advies van de gewestelijke commissie, moet zijn beslissing met redenen omkleed zijn. Daarnaast legt de Regering een milieuverklaring af waarin de wijze samengevat wordt waarop de milieuoverwegingen in het plan zijn opgenomen en waarop het milieueffectenrapport, de adviezen, de bezwaren en de opmerkingen die zijn uitgebracht in toepassing van de §§ 2, 2bis , 3 en 4 van artikel 43 in overweging zijn genomen, evenals de redenen voor de keuze van het plan zoals aangenomen, rekening houdend met de andere redelijke oplossingen die in overweging zijn genomen. Het besluit van de Regering wordt samen met het advies van de gewestelijke commissie en de milieuverklaring in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Binnen tien dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad , worden afschriften van het plan en van de milieuverklaring aan de betrokken gemeenten overgemaakt, waarna elke gemeente de bevolking door aanplakking meedeelt dat het plan en de milieuverklaring ter inzage liggen in het gemeentehuis. Het plan en de milieuverklaring worden overgemaakt aan de gewestelijke commissie en aan de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » en, in voorkomend geval, aan de andere personen en instanties en aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. » Art. 25.Artikel 46 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, het decreet van 16 december 1998 en het decreet van 6 mei 1999, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 46.§ 1. De bepalingen waarbij de vaststelling van het gewestplan wordt geregeld, gelden ook voor de herziening ervan. Daarnaast gelden volgende voorschriften : 1° de op te nemen bebouwingsgebieden moeten aan een bestaand bebouwingsgebied grenzen : van dit voorschrift kan worden afgeweken voor een gebied voor openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen, voor een recreatiegebied met een gevaarlijk, ongezond of hinderlijk karakter, voor een industriële bedrijfsruimte, voor een specifieke industriële bedrijfsruimte met de overdruk « A.E. » of « R.M. », een ontginningsgebied of een gebied met een industrieel karakter waarvan de bestemming nog niet vaststaat; 2° in de nieuwe bebouwingsgebieden is lintbebouwing langs de openbare weg verboden;3° de opneming van nieuwe gemengde of industriële bedrijfsruimten moet globaal gecompenseerd worden ofwel door de herbestemming van afgedankte bedrijfsruimten ofwel door de goedkeuring van maatregelen die de bescherming van het milieu in de hand werken ofwel door een samengaan van beide begeleidingswijzen;4° de opneming van een nieuw bebouwingsgebied mag geen afbreuk doen aan de gevolgen van de beschermingsomtrekken bedoeld in dit wetboek of andere wetgevingen. § 2. Indien de Regering, rekening houdend met de kenmerken van de ontwerpen of activiteiten waarvan de herziening het kader vormt en rekening houdend met de effecten en met de gebieden die getroffen zouden kunnen worden, uitmaakt dat het vooropgestelde herziene gewestplan geen niet te verwaarlozen effecten zou kunnen hebben op het milieu, beslist hij na advies van de gewestelijke commissie en van de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » dat de herziening van het plan niet aan een milieueffectenstudie onderworpen moet worden. Het advies van de gewestelijke commissie en van de « Conseil wallon de l'Environnement pour le Développement durable » wordt binnen de dertig dagen na verzoek van de Regering overgemaakt. Bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn. Het herziene, vooropgestelde gewestplan in de oppervlakte waarvan er zich een gebied bevindt dat aangewezen is overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG of die de verwezenlijking van een aan een milieueffectenstudie onderworpen ontwerp beoogt mogelijk te maken of nog die betrekking heeft op gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of die in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht en zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden, wordt geacht niet te verwaarlozen effecten te hebben op het milieu. In dat geval dienen de beslissing bedoeld in het eerste lid en diens motivering in de milieuverklaring bedoeld in artikel 44, tweede lid, opgenomen te worden. » Art. 26.Artikel 47 wordt aangevuld met volgend lid : « Indien de omstandigheden dat vereisen, kunnen in de oppervlakte van een gemeentelijk plan van aanleg delen van het grondgebied van twee of meer gemeenten worden opgenomen. In dat geval kan een gemeentelijk plan van aanleg door de Regering worden opgesteld. » Art. 27.Artikel 49 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 49.Voor het gedeelte van het gemeentelijk grondgebied waarop het betrekking heeft, bevat het gemeentelijk plan van aanleg : 1° de stedenbouwkundige en planologische opties;2° de nauwkeurige bestemming van de in artikel 25 bedoelde gebieden, het tracé van de verbindings- en verkeerswegen voor het vervoer van vloei- en brandstoffen, de ruimte die bestemd is voor groen-, landbouw- of bosgebieden, voor de landschappen die nodig zijn in het raam van de ecologische vermazing, voor gebouwen en openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen; 3° voorschriften betreffende de vestiging, de omvang, de materialen en de esthetiek van de gebouwen en omheiningen, de rechtstreekse omgeving daarvan en de binnenpleinen en tuinen en, in voorkomend geval, de grenzen van de percelen die ontworpen dienen te worden met het oog op het optrekken van woningen, evenals voorschriften betreffende de aanleg, de uitrusting en de kenmerken van de openbare ruimten, waarbij o.a. rekening wordt gehouden met personen met beperkte beweeglijkheid, alsmede voorschriften betreffende de bouwvrije stroken en aanplantingen; de grenzen van de percelen kunnen door het college van burgemeester en schepenen gewijzigd worden mits instemming van de Regering of diens gemachtigde; 4° indien een ruilverkaveling of een herverkaveling nodig is, de grenzen van de nieuwe percelen, met de vermelding dat ze mits instemming van de Regering door het college van burgemeester en schepenen gewijzigd kunnen worden. In afwijking van het eerste lid, hoeft het gemeentelijk plan van aanleg in het geval van een gemengde of industriële bedrijfsruimte of van een gebied met industrieel karakter waarvan de bestemming nog niet vaststaat, niet meer te bevatten dan : 1° de stedenbouwkundige optie en de algemene voorschriften van esthetische aard betreffende de bouwwerken, de rechtstreekse omgeving ervan en de openbare ruimten;2° het bestaande en geplande tracé van de voornaamste verkeerswegen en de aansluitingen op de bestaande hoofdnetten van de verkeers- en verbindingsinfrastructuren voor het vervoer van vloei- en brandstoffen;3° de ruimten die voor groengebieden bestemd zijn. Art. 28.Artikel 50 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/11/1997 pub. 12/02/1998 numac 1998027056 bron ministerie van het waalse gewest Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedebouw en Patrimonium sluiten, wordt vervangen door volgende tekst : « Art. 50.§ 1. De gemeenteraad kiest onder de krachtens artikel 11 erkende personen een privaat- of publiekrechtelijk natuurlijke of rechtspersoon die het voorontwerp van het gemeentelijk plan zal opmaken. § 2. De gemeenteraad beslist over de opstelling van een gemeentelijk plan van aanleg en neemt het voorontwerp ervan aan, dat vastgesteld is op grond van een analyse van de feitelijke en de rechtstoestand meer bepaald van de beschermingsomtrekken bedoeld in dit wetboek of andere wetgevingen. De gemeenteraad laat een milieueffectenstudie opstellen waarvan hijzelf de omvang en de mate van nauwkeurigheid van de inhoud bepaalt welke betrekking heeft op : 1° een samenvatting van de inhoud, een omschrijving van de doelstellingen van het voorontwerp van plan, evenals diens verband met andere relevante plannen of programma's;2° de verantwoording van het voorontwerp van plan tegenover artikel 1, § 1;3° de menselijke en milieukenmerken van het betrokken grondgebied en van diens mogelijkheden, evenals de vermoedelijke ontwikkeling van de milieutoestand indien het plan niet ten uitvoer wordt gebracht;4° de milieukenmerken van de gebieden die op een niet te verwaarlozen wijze getroffen zouden kunnen worden;5° de milieuproblemen verbonden met het voorontwerp van gemeentelijk plan van aanleg die betrekking hebben op de gebieden die van bijzonder belang zijn voor het milieu zoals de gebieden die aangewezen zijn overeenkomstig de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG;6° de milieuproblemen die betrekking hebben op de gebieden waarin bedrijven zich zouden kunnen vestigen die een belangrijk risico inhouden voor de personen, de goeden of het milieu in de zin van de Richtlijn 96/82/EG of indien het voorontwerp van het plan in de opneming voorziet van gebieden die bestemd zijn als woongebieden, evenals van gebieden of infrastructuren die door het publiek worden bezocht en zich in de nabijheid van zulke bedrijven bevinden;7° de relevante doelstellingen ter zake van de milieubescherming en de wijze waarop zij in overweging worden genomen in het kader van de opstelling van het plan;8° de vermoedelijke niet te verwaarlozen milieueffecten, namelijk de secundaire, cumulatieve, synergische effecten, de effecten op korte, middella …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.