← België

Besluit van het Verenigd College tot wijziging van het besluit van 10 maart 2016 houdende uitvoering van de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende d

Kort samengevat

Dit besluit wijzigt de regels voor het aanvragen en toekennen van toestemmingen voor het gebruik van verboden stoffen of methoden door sporters om therapeutische redenen (TTN), en verduidelijkt de procedures en voorwaarden hiervoor.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
GEMEENSCHAPPELIJKE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE VAN BRUSSEL-HOOFDSTAD 13 JANUARI 2022. - Besluit van het Verenigd College tot wijziging van het besluit van 10 maart 2016 houdende uitvoering van de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan Het Verenigd College, Gelet op de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan, artikelen 8, 10, 11, 12, 12/1, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 23, 23/1, 23/2, 26, 30, 30/1, 31, 32; Gelet op het advies van de afdeling preventieve gezondheidszorg van de Commissie voor Gezondheidszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg, verleend op 19 oktober 2021; Gelet op het advies nr. 223/2021 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 3 december 2021 overeenkomstig artikel 23 van de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/12/2017 pub. 10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit type wet prom. 03/12/2017 pub. 06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) sluiten; Gelet op het advies n° 70.816/1 van de Raad van State, gegeven op 3 januari 2022 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3° van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voordracht van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor het gezondheidsbeleid; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.In artikel 1 van het besluit van het Verenigd College van 10 maart 2016 houdende uitvoering van de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 6° in de Franse versie wordt het woord "désigné" vervangen door het woord "désignée";2° een punt 7°, 8°, 9°, 10° en 11° worden ingevoegd, opgesteld als volgt: "7° "De Internationale Standaard voor de TTN": de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak;8° "De ISRM": de Internationale Standaard voor resultatenbeheer;9° "De ISTI": de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken;10° "De directeur van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie": de directeur van de directie Gezondheid en Bijstand aan Personen van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie; 11° "De DADC": de Disciplinaire antidopingcommissie die is ingesteld in uitvoering van artikel 30/1 van de ordonnantie.". Art. 2.Artikel 3 wordt opgeheven. Art. 3.In artikel 3 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "dient elke sporter die, wegens therapeutische noodzaak, verboden methodes of stoffen wenst te gebruiken, een aanvraag in tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak bij de CTTN" worden vervangen door de woorden "moet elke sporter die een verboden stof of methode moet gebruiken wegens therapeutische noodzaak, een TTN aanvragen en verkrijgen voor hij die methode of stof gebruikt of in het bezit heeft";2° het lid wordt paragraaf 1; 3° een paragraaf 2 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt: "Overeenkomstig het artikel 4.1 van de Internationale Standaard voor de TTN mag de aanvraag in de volgende situaties met terugwerkende kracht worden ingediend: 1° wanneer de verboden stof of methode werd toegediend in een medische noodsituatie of voor de behandeling van een acute medische aandoening;2° wanneer, in uitzonderlijke omstandigheden, naar behoren gemotiveerd door de sporter en aanvaard door de CTTN, er onvoldoende tijd of gelegenheid was voor de sporter om een aanvraag in te dienen of voor de CTTN om een aanvraag te onderzoeken vóór de dopingcontrole;3° wanneer, wegens nationale prioriteiten in bepaalde sporten, de nationale antidopingorganisatie van de sporter niet toeliet of eiste dat de sporter een prospectieve TTN aanvroeg;4° wanneer een antidopingorganisatie kiest om een monster te nemen bij een breedtesporter of een recreatieve sporter en die sporter een verboden stof of methode gebruikt wegens therapeutische noodzaak; 5° wanneer de sporter buiten wedstrijdverband, wegens therapeutische noodzaak, een verboden stof heeft gebruikt die enkel binnen wedstrijdverband verboden is."; 4° een paragraaf 3 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt: "Overeenkomstig het artikel 4.2 van de Internationale Standaard voor de TTN wordt een TTN toegekend indien kan worden aangetoond dat, naar alle waarschijnlijkheid, aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1° de verboden stof of methode in kwestie is noodzakelijk voor de behandeling van een gediagnosticeerde medische aandoening die wordt gestaafd met relevante klinische bewijzen;2° het therapeutische gebruik van de verboden stof of methode leidt naar alle waarschijnlijkheid niet tot een verbetering van de prestatie die verder gaat dan deze die verwacht zou worden na de terugkeer van de sporter naar een toestand van normale gezondheid na behandeling van zijn medische aandoening;3° de verboden stof of methode is een behandeling die aangewezen is voor de behandeling van de medische aandoening en er is geen toegestaan en redelijk therapeutisch alternatief; 4° de noodzaak om de verboden stof of methode te gebruiken is niet geheel of gedeeltelijk het gevolg van het voorafgaande gebruik (zonder TTN) van een stof of methode die op het ogenblik van het gebruik ervan verboden was."; 5° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt: "Overeenkomstig artikel 4.3 van de Internationale Standaard voor de TTN, in uitzonderlijke omstandigheden en niettegenstaande elke andere bepaling van voornoemde standaard, mag een sporter een TTN met terugwerkende kracht aanvragen en verkrijgen als het, gezien de doelstelling van de Code, duidelijk onrechtvaardig zou zijn om hem deze TTN niet toe te kennen. Als de sporter van nationaal niveau is, mag een antidopingorganisatie een TTN met terugwerkende kracht enkel toekennen met het voorafgaande akkoord van het WADA."; 6° een paragraaf 5 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt: "Overeenkomstig artikel 4.4 van de Code moeten sporters van internationaal niveau hun aanvraag indienen bij hun internationale federatie. Sporters die niet van internationaal niveau zijn, moeten hun aanvraag indienen bij de bevoegde nationale antidopingorganisatie.". Art. 4.In artikel 4 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 wordt een punt 1bis ingevoegd, opgesteld als volgt: "ervaring hebben met de zorgverlening aan en behandeling van sporters en een goede kennis hebben van klinische geneeskunde en sportgeneeskunde;"; 2° in paragraaf 2 wordt een punt 4 ingevoegd, opgesteld als volgt: "de vereiste van artikel 20.5.11 van de Code naleven, namelijk niet het voorwerp zijn geweest van een voorlopige schorsing of geschorst zijn op grond van de Code of, als het lid niet onderworpen is aan de Code, in de afgelopen zes jaar niet rechtstreeks en doelbewust gedrag hebben vertoond dat de antidopingregels zou hebben geschonden als de regels overeenkomstig de Code van toepassing zouden zijn geweest op het voornoemde lid."; 3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid opgeheven;4° in paragraaf 2, derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden "in het eerste en tweede lid" vervangen door de woorden "in het eerste lid";5° in paragraaf 3 worden de woorden "maken een einde" vervangen door de woorden "kunnen een einde maken"; 6° in paragraaf 3 worden de woorden "zich schuldig maakt aan fouten of wegens inbreuken op de waardigheid van de functie" vervangen door de woorden "(een) onverschoonbare fout(en) of lichte maar veelvuldige fouten begaat of wegens inbreuken op de waardigheid van de functie.". Art. 5.In artikel 6 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid, 1° worden de woorden "Louizalaan 183 te 1050 Brussel" vervangen door de woorden "Belliardstraat 71/1 te 1040 Brussel"; 2° in het tweede lid wordt 2° aangevuld met de woorden "overeenkomstig het model dat beschikbaar is op de website van het WADA;"; 3° in het tweede lid wordt 6° vervangen door wat volgt: "Wanneer de TTN-aanvraag door een gehandicapte sporter wordt ingediend, telt de betrokken kamer van de CTTN, onder haar drie zetelende leden, ten minste één lid dat een algemene ervaring inzake zorgverlening aan gehandicapte sporters kan laten gelden.Dit lid wordt door de voorzitter of de ondervoorzitter aangesteld onder alle werkende en plaatsvervangende leden van de CTTN. Wanneer het aangestelde lid een plaatsvervangend lid is, vervangt het een van de werkende leden voor de behandeling van deze specifieke aanvraag. Het werkende lid dat niet zetelt, wordt ook aangesteld door de voorzitter of de ondervoorzitter;"; 4° in het tweede lid, 7° wordt het woord "zetelende" ingevoegd tussen het woord "haar" en het woord "leden";5° in het tweede lid, 9° worden de woorden "uit de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak van het WADA" vervangen door de woorden "uit de Internationale Standaard voor de TTN". Art. 6.In artikel 8 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt aangevuld als volgt: "De medische of wetenschappelijke deskundigen zijn gehouden aan een strikte vertrouwelijkheidsplicht.Zij verlenen hun diensten overeenkomstig de instructies die hun door de CTTN zijn gegeven en onder de verantwoordelijkheid van haar leden."; 2° het derde lid wordt opgeheven. Art. 7.In artikel 9 van hetzelfde besluit; worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "uit de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak van het WADA" vervangen door de woorden "uit de Internationale Standaard voor de TTN"; 2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt: "Het formulier wordt naar het secretariaat van de CTTN gestuurd ten laatste twintig werkdagen voor de sporttraining, de sportmanifestatie of de sportwedstrijd waarvoor de toestemming wordt aangevraagd, behalve in dringende of uitzonderlijke gevallen." 3° in paragraaf 3 worden de woorden "Wat de breedtesporters betreft" vervangen door "Onverminderd artikel 3, § 2, 4°, wat de breedtesporters en recreatieve sporters betreft" 4° paragraaf 4 wordt opgeheven. Art. 8.In artikel 11, § 2, eerste lid van hetzelfde besluit wordt, worden de woorden "en eveneens" vervangen door het woord "of". Art. 9.In artikel 12 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid worden de woorden "de ontvangst van zijn aanvraag of van" geschrapt; 2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zin "Wanneer een TTN-aanvraag wordt ingediend binnen een redelijke termijn voor een sportmanifestatie, moet de CTTN alles in het werk stellen om haar beslissing mee te delen voor het begin van de manifestatie." ingevoegd tussen de eerste en de tweede zin; 3° in paragraaf 1, eerste lid in de Franse versie worden de woorden " du sportif " geschrapt; 4° in paragraaf 1 wordt het tweede lid aangevuld met de woorden "en de Internationale Standaard voor de TTN."; 5° in paragraaf 2, wordt het eerste lid opgeheven;6° in paragraaf 2 wordt het derde lid opgeheven; 7° in paragraaf 2 wordt een derde lid ingevoegd, opgesteld als volgt: "De CTTN verduidelijkt ook dat de toegekende TTN slechts geldig is op nationaal niveau en dat, als de sporter een internationaal niveau verwerft of deelneemt aan een internationale sportmanifestatie, deze TTN niet geldig is, behalve als zij erkend wordt door de internationale federatie of de organisatie die verantwoordelijk is voor grote sportmanifestaties overeenkomstig de Internationale Standaard voor de TTN."; 8° in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden "Het secretariaat van de CTTN voert eveneens de volgende informatie in de databank ADAMS in, ter informatie van het WADA en de andere antidopingorganisaties :" vervangen door de woorden "De beslissing preciseert met name:";9° in paragraaf 3, 3° worden de woorden "in feite en in rechte" ingevoegd tussen de woorden "de motivering" en de woorden "van de beslissing";10° in paragraaf 3, 3° worden de woorden "met inbegrip van de feitelijke en juridische redenen" geschrapt;11° tussen de paragrafen 7 en 8 wordt een paragraaf 7/1 ingevoegd, opgesteld als volgt: " § 7/1.Overeenkomstig de artikelen 10, § 3, derde lid en 35/1 van de ordonnantie en de artikelen 4.4.2. en 13.1 van de Code, kan beroep worden aangetekend tegen de op grond van de paragrafen 6 en 7 genomen beslissing bij het Hof van Arbitrage voor Sport."; 12° een paragraaf 10 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt: "De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie deelt via het ADAMS-systeem zo spoedig mogelijk en in elk geval binnen 21 dagen na ontvangst van de beslissing, alle beslissingen van de CTTN tot toekenning of weigering van een TTN mee.". Art. 10.In artikel 14 van hetzelfde besluit; worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de tweede lid worden de woorden "per aangetekende brief en per e-mail" ingevoegd voor de woorden "aan de sporter";2° in het vierde lid van hetzelfde besluit worden de woorden "Het secretariaat van de CTTN" vervangen door de woorden "De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie". Art. 11.In artikel 15 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid wordt een punt 5° ingevoegd, opgesteld als volgt: "5° als de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie denkt dat de kandidaat in contact kan komen met minderjarige sporters, haar een uittreksel uit het strafregister van model 2 bezorgen of een gelijkwaardig document, uitgereikt door de regering van een andere lidstaat van de Europese Unie."; 2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: "De controleartsen volgen een initiële opleiding georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, met een theoretisch deel over de dopingwetgeving van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en over de wetgeving inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de verschillende soorten dopingcontroleactiviteiten in verband met de functie van controlearts en een praktisch deel dat erin bestaat als waarnemer deel te nemen aan minimum vijf dopingcontroles uitgevoerd door een controlearts van een door het WADA erkende nationale antidopingorganisatie en in een voldoende goed ter plaatse uitgevoerde volledige monsternemingsfase in het bijzijn van een controlearts of zijn gelijke.De waarneming van de productie van een urinemonster behoort niet tot deze vereisten. Bovendien volgen de controleartsen een jaarlijkse bijscholing georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of door de NADO van een andere gemeenschap in België." 3° in paragraaf 1, vijfde lid worden de woorden "van sporters met wie ze rechtstreekse of onrechtstreekse banden hebben, of die onder sportverenigingen ressorteren waarmee ze rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn" vervangen door de woorden "als zij daar belang bij hebben.Dit is met name het geval indien: 1° ze de sport in kwestie beoefenen of betrokken zijn bij het bestuur van die sport op het niveau waarop de controle wordt uitgevoerd;2° ze betrokken zijn bij persoonlijke aangelegenheden of bij de aangelegenheden van elke sporter die tijdens deze fase een monster kan afstaan;3° leden van hun gezin actief betrokken zijn bij de dagelijkse activiteiten van de sport in kwestie op het niveau waarop de controle wordt uitgevoerd;4° ze commerciële relaties onderhouden in een sport waarbij sporters worden onderworpen aan controles, er een financieel belang bij hebben of er persoonlijk bij betrokken zijn;5° ze door eigen beslissingen, genomen bij de uitoefening van hun officiële functie, rechtstreeks of onrechtstreeks een persoonlijk en/of beroepsmatig voordeel of een voordeel bij een derde halen of kunnen halen; 6° ze persoonlijke belangen blijken te hebben die afbreuk doen aan hun vermogen om hun verplichtingen integer, onafhankelijk en vastberaden uit te voeren."; 4° in paragraaf 1, zesde lid, worden de woorden "deelentiteiten, waarmee het Verenigd College een samenwerkingsakkoord heeft gesloten" vervangen door de woorden "door het WADA erkende antidopingorganisaties";5° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "De Leden van het Verenigd College kunnen" vervangen door de woorden "De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan";6° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "delen de Leden van het Verenigd College aan de betrokken gefedereerde entiteit" vervangen door de woorden "deelt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aan de betrokken NADO";7° in paragraaf 2, derde lid worden de woorden "de Leden van het Verenigd College" vervangen door de woorden "de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie";8° in paragraaf 3 wordt het vierde lid vervangen als volgt: "De controleartsen worden door de Leden van het Verenigd College aangesteld voor een termijn van twee jaar.Deze termijn is vernieuwbaar voor een duur van twee jaar, indien de controleartsen voldoen aan een theoretische en/of praktische evaluatie. De controleartsen moeten ook opnieuw een volledig opleidingsprogramma volgen als ze niet hebben deelgenomen aan een monsternemingsactiviteit in het jaar voor de vernieuwing van de accreditatie."; 9° in paragraaf 3 wordt het vijfde lid aangevuld met de woorden "Ze bezorgen deze badge terug aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op de dag waarop hun aanstelling eindigt."; 10° in paragraaf 3, zesde lid worden de woorden "Deze laatste worden vrijgesteld van de in § 1, tweede lid, bedoelde, opleiding" vervangen door de woorden "In dit geval moet(en) de aangestelde pers(o)on(en) voldoen aan alle voorwaarden bepaald in paragraaf 1 van dit artikel."; 11° in paragraaf 4, 3° worden de woorden "behoudens in geval van overmacht" geschrapt;12° in paragraaf 4, 4° worden de woorden "ernstig in overtreding is" vervangen door de woorden "wordt door de in hoofdstuk 5bis bedoelde DADC erkend ernstig in overtreding te zijn". Art. 12.In artikel 17 van hetzelfde besluit, wordt een paragraaf 5 ingevoegd, opgesteld als volgt: " § 5. Overeenkomstig artikel 18, § 4 van de ordonnantie, worden de monsters die door een andere antidopingorganisatie genomen zijn in naam en voor rekening van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, geanalyseerd door een door het WADA geaccrediteerd of goedgekeurd laboratorium waarmee deze andere antidopingorganisatie gewoonlijk werkt.". Art. 13.In artikel 18 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt aangevuld als volgt: "Zij kunnen ook, op verzoek van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, deelnemen aan door haar georganiseerde preventie-, opvoedings- en/of bewustmakingsactiviteiten."; 2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: "De chaperons volgen een initiële opleiding georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, met een theoretisch deel over de dopingwetgeving van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en over de wetgeving inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de studie van alle vereisten in verband met de monsternemingsfase en een praktisch deel over de begeleiding van de gecontroleerde sporters, alsook, maar niet beperkt tot, over situaties in verband met sporters die weigeren hun verplichtingen na te komen, minderjarige sporters en/of sporters met een handicap.Bovendien volgen de chaperons een jaarlijkse bijscholing georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of door de NADO van een andere gemeenschap in België."; 3° in paragraaf 2 wordt het vijfde lid vervangen als volgt: "De chaperons eerbiedigen de vertrouwelijkheid van alle dopingcontroles waaraan zij deelnemen.Ze voeren geen dopingcontrole van sporters met wie ze rechtstreekse of onrechtstreekse banden hebben, of die onder sportverenigingen ressorteren waarmee ze rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn. Ze weigeren een controlearts te assisteren voor elke controle waarbij hun onafhankelijkheid en objectiviteit onvoldoende zouden kunnen worden geacht. Ze mogen niet tussenbeide komen bij dopingcontroles indien ze daarbij een belang hebben en met name indien: 1° ze de sport in kwestie beoefenen of betrokken zijn bij het bestuur van die sport op het niveau waarop de controle wordt uitgevoerd;2° ze betrokken zijn bij persoonlijke aangelegenheden of bij de aangelegenheden van elke sporter die tijdens deze fase een monster kan afstaan;3° leden van hun gezin actief betrokken zijn bij de dagelijkse activiteiten van de sport in kwestie op het niveau waarop de controle wordt uitgevoerd;4° ze commerciële relaties onderhouden in een sport waarbij sporters worden onderworpen aan controles, er een financieel belang bij hebben of er persoonlijk bij betrokken zijn;5° ze door eigen beslissingen, genomen bij de uitoefening van hun officiële functie, rechtstreeks of onrechtstreeks een persoonlijk en/of beroepsmatig voordeel of een voordeel bij een derde halen of kunnen halen; 6° ze privébelangen blijken te hebben die afbreuk doen aan hun vermogen om hun verplichtingen integer, onafhankelijk en vastberaden uit te voeren."; 4° in paragraaf 2 wordt het zesde lid aangevuld als volgt: "Zij bezorgen deze badge terug aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie op de dag waarop hun aanstelling eindigt."; 5° in paragraaf 3, eerste lid worden de woorden "De Leden van het Verenigd College kunnen" vervangen door de woorden "De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kan";6° in paragraaf 3, tweede lid worden de woorden "delen de Leden van het Verenigd College aan de betrokken gefedereerde entiteit" vervangen door de woorden "deelt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aan de betrokken NADO";7° in paragraaf 3, derde lid worden de woorden "het Verenigd College" vervangen door de woorden "de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie";8° in paragraaf 4 wordt het vierde lid vervangen als volgt: "De hoedanigheid van chaperon wordt toegekend voor een periode van twee jaar.Deze periode kan met twee jaar worden verlengd indien de chaperons voldoen aan een theoretische en/of praktische evaluatie. De chaperons moeten ook opnieuw een volledig opleidingsprogramma volgen als ze niet hebben deelgenomen aan een monsternemingsactiviteit in het jaar voor de vernieuwing van de accreditatie "; 9° in paragraaf 5, eerste zin in de Franse versie worden de woorden "L'ONAD de la Commission communautaire commune retire" vervangen door de woorden "Les Membres du Collège réuni retirent";10° in paragraaf 5, 3° worden de woorden "behalve in geval van overmacht" geschrapt;11° in paragraaf 5, 4° worden de woorden "ernstig in overtreding is" vervangen door de woorden "wordt door de in artikel 52/1 bedoelde DADC erkend ernstig in overtreding te zijn";12° in paragraaf 6, eerste lid, worden de woorden "informeert de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, per aangetekende brief, de chaperon over haar voornemen hem de hoedanigheid van chaperon te ontnemen, en over de redenen van haar beslissing" vervangen door de woorden "informeren de Leden van het Verenigd College, per aangetekende brief, de chaperon over hun voornemen hem de hoedanigheid van chaperon te ontnemen, en over de redenen van hun beslissing";13° in paragraaf 6, derde lid worden de woorden "De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie geeft aan de chaperon kennis van haar" vervangen door de woorden "De Leden van het Verenigd College geven aan de chaperon kennis van hun". Art. 14.In artikel 20 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid worden de woorden "efficiënt en evenredig te zijn" vervangen door de woorden "in verhouding te staan tot het dopingrisico, doeltreffend te zijn om dergelijke praktijken op te sporen en een ontradend effect erop te hebben"; 2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid aangevuld met een zin opgesteld als volgt: "Het houdt rekening met de vereisten in het technisch document voor sportspecifieke analyses."; 3° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt: "Dat spreidingsplan moet waarborgen dat dopingcontroles worden uitgevoerd, zonder dat deze lijst volledig is: 1° bij sporters van alle niveaus, met inbegrip van de minderjarigen, hoewel een belangrijk deel van de controles wordt voorbehouden aan de elitesporters van nationaal niveau en de sporters van heel hoog niveau, met inbegrip van de sporters die zelfstandig trainen, maar die meedingen naar grote sportmanifestaties en geselecteerd kunnen worden voor deze manifestaties;2° bij sporters die een publieke financiering krijgen;3° bij sporters van heel hoog niveau die in het buitenland wonen, trainen of deelnemen aan wedstrijden;4° bij sporters van heel hoog niveau die een buitenlandse nationaliteit hebben maar in België aanwezig zijn (omdat ze in België wonen, trainen, deelnemen aan wedstrijden of om andere redenen);5° bij sporters van internationaal niveau, met de medewerking van de internationale federaties;6° bij sporters die het voorwerp zijn van een schorsing of een voorlopige schorsing;7° bij sporters die prioritair waren voor controles vóór hun terugtrekking uit de sportwereld en die hun terugtrekking willen beëindigen om actief sport te beoefenen;8° bij een groot aantal verschillende sportdisciplines, waarbij rekening wordt gehouden met de evaluatie van de dopingrisico's bedoeld in § 2;9° binnen en buiten wedstrijdverband, waarbij rekening wordt gehouden met de evaluatie van de dopingrisico's bedoeld in § 2;10° in de ploegsporten en de individuele sporten;11° via bloed- en urinetesten en, in voorkomend geval, het biologisch paspoort van de sporter, zoals bedoeld in artikel 23/2 van de ordonnantie; 12° op het gehele grondgebied en bij de volledige doelgroep van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie."; 4° in paragraaf 1, vierde lid wordt het woord "schriftelijke" ingevoegd tussen het woord "een" en het woord "strategie"; 5° in paragraaf 1, vijfde lid wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden "en van de in artikel 23/2, § 2 van de ordonnantie bedoelde instantie voor het beheer van het biologisch paspoort van de elitesporter;"; 6° in paragraaf 1 wordt het vijfde lid aangevuld met een punt 5° opgesteld als volgt: "alle andere informatie die ter beschikking wordt gesteld van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en die de langetermijnbewaring of aanvullende analyse van monsters aan haar vrije beoordeling rechtvaardigt."; 7° in paragraaf 1 wordt het zesde lid vervangen als volgt: a) een of meerdere vroegere overtredingen van de antidopingregels, antecedenten op het gebied van tests, met inbegrip van alle atypische biologische parameters (bloedparameters, steroïdenprofielen, volgens met name de aanbevelingen van een instantie voor het beheer van de elitesporter);b) herhaaldelijke niet-nakoming van de verplichtingen inzake de verblijfsgegevens, zoals bedoeld in artikel 26 van de ordonnantie;c) laattijdige mededelingen van verblijfsgegevens;d) een verhuizing naar of een training op een plaats die afgelegen of moeilijk toegankelijk is voor een controle;e) de terugtrekking of de afwezigheid op een of meerdere geplande wedstrijden;f) de samenwerking met een derde die voor dopingfeiten werd veroordeeld;g) een blessure;h) de leeftijd en/of de fase van de loopbaan, met name de overgang van een leeftijdscategorie naar een andere of de mogelijkheid een contract af te sluiten;i) financiële incentives ter verbetering van de prestaties, zoals premies of mogelijkheden tot sponsoring;j) betrouwbare informatie, komende van derden, gecontroleerd en nagetrokken door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in het kader van haar onderzoeksbevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 23/1 van de ordonnantie;k) de historiek van de sportprestaties, de routineprestaties en/of prestaties van hoog niveau die niet gepaard gaan met een overeenkomstige testhistoriek."; 8° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "richtlijnen bepaald in het technisch document bedoeld in artikel 5.4.1. van de Code en met inachtneming van" vervangen door de woorden "vereisten en"; 9° in paragraaf 2, tweede lid wordt punt b) vervangen als volgt: "de verboden stoffen en/of methoden waarvan een sporter vindt dat ze de prestaties in de betrokken sporten of disciplines het meest kunnen verbeteren;"; 10° in paragraaf 2, tweede lid wordt punt c) vervangen als volgt: "de beschikbare beloningen en andere mogelijke stimuli tot dopinggebruik op de verschillende niveaus van deze sporten en/of sportdisciplines, afhankelijk van de landen die deelnemen aan deze sporten en/of sportdisciplines;"; 11° in paragraaf 2, tweede lid wordt punt e) aangevuld met de woorden "of door het WADA gepubliceerde statistische rapporten van controles en overtredingen van de antidopingregels;"; 12° paragraaf 2 wordt aangevuld met twee nieuwe leden, opgesteld als volgt: "Naast de evaluatie van de dopingrisico's die de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie uitvoert, houdt ze rekening met elke evaluatie van de dopingrisico's die is uitgevoerd door een andere antidopingorganisatie die ook de bevoegdheid heeft om dezelfde sporters te controleren.De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is echter niet gebonden aan de evaluatie van de dopingrisico's in een sport of een discipline die is uitgevoerd door een internationale federatie."; De evaluatie van de dopingrisico's wordt zo nodig bijgewerkt naargelang de nieuwe omstandigheden en de uitvoering van het in § 1 bedoelde spreidingsplan van de controles."; 13° een paragraaf 2bis wordt ingevoegd tussen paragraaf 2 en 3 opgesteld als volgt: " § 2bis.De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie documenteert de opstelling van de evaluatie van de dopingrisico's en het spreidingsplan. Deze documentatie moet op verzoek van deze laatste aan het WADA worden bezorgd."; 14° in paragraaf 3 worden de woorden "overeenkomstig artikel 24 en volgende" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 21 en volgende"; 15° in paragraaf 4, eerste lid worden de woorden "artikel 5.4.3 van de Code" vervangen door "artikel 5.4.2 van de Code"; 16° in paragraaf 4, derde lid worden de woorden "artikel 26, § 9, vierde lid" vervangen door de woorden "artikel 26, § 10, derde lid";17° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid opgesteld als volgt: "Indien de verantwoordelijke organisatie weigert of niet binnen zeven dagen na ontvangst van het verzoek antwoordt, kan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie een schriftelijk verzoek sturen naar het WADA, met een afschrift aan de verantwoordelijke organisatie, waarin alle ondersteunende redenen, een duidelijke beschrijving van de situatie en alle relevante briefwisseling tussen de verantwoordelijke organisatie en de NADO worden vermeld.Het WADA moet dit verzoek uiterlijk 21 dagen voor de aanvang van de sportmanifestatie ontvangen.". Art. 15.Artikel 21 van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met het volgende lid: "De verantwoordelijke voor de verwerking van de in punt 5 bedoelde persoonsgegevens is de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Deze gegevens mogen enkel gebruikt worden voor de organisatie en uitvoering van dopingcontroles overeenkomstig artikel 12/1 van de ordonnantie. Deze gegevens mogen niet langer dan één jaar bewaard worden. ". Art. 16.In artikel 22 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, derde lid worden de woorden "de directeur van" ingevoegd tussen het woord "door" en de woorden "de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie";2° in paragraaf 2, derde lid worden de woorden "en wordt in twee exemplaren opgemaakt, waarvan het ene bestemd is voor de controlearts en het andere voor de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie" geschrapt;3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5 opgesteld als volgt: "Overeenkomstig artikel 11, 2° van de ordonnantie en op basis van haar spreidingsplan, kan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie aan nationale of internationale antidopingorganisaties de taak delegeren urine- en bloedmonsters te nemen van sporters uit haar doelgroep die zich op hun grondgebied bevinden en die voor analyse naar hun gebruikelijke laboratorium te sturen. Onverminderd het voorgaande mag geen aanvraag worden ingediend bij een antidopingorganisatie die het WADA niet in overeenstemming acht met de Code.". Art. 17.In artikel 23 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het eerste lid aangevuld als volgt: "Hij kan vergezeld worden door een waarnemer die door het WADA is aangesteld in het kader van het programma van onafhankelijke waarnemers, een auditor van het WADA, een auditor die is aangewezen door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, of een persoon die betrokken is bij de opleiding van controleartsen en chaperons.Deze mensen nemen niet rechtstreeks de productie van een urinemonster waar."; 2° in paragraaf 1, tweede lid en paragraaf 3, derde lid worden in de Franse versie de woorden "le médecin de contrôle" vervangen door de woorden "le medecin contrôleur"; 3° in paragraaf 1 wordt het tweede lid aangevuld als volgt: "Voor controles binnen wedstrijdverband vindt de kennisgeving plaats aan het einde van de wedstrijd waaraan de sporter deelneemt."; 4° in paragraaf 3 wordt het vierde lid aangevuld als volgt: "Hij preciseert daarnaast onder welke overheid de monsterneming wordt uitgevoerd."; 5° in paragraaf 3 wordt een nieuw lid ingevoegd tussen het vierde en het vijfde lid, opgesteld als volgt: "De controlearts onderzoekt de noodzaak een derde op de hoogte te brengen vóór de sporter: 1° wanneer de handicap van de sporter dit vereist;2° wanneer de sporter een minderjarige is;3° wanneer een tolk vereist en beschikbaar is voor de kennisgeving; 4° wanneer deze voorafgaande kennisgeving noodzakelijk is om de controlearts of de eventuele chaperon de te controleren sporter(s) te helpen identificeren en die sporter(s) ervan kennis te geven dat hij een monster moet(en) afstaan."; 6° in paragraaf 3, zevende lid wordt 5° vervangen als volgt: "de plicht om zich onmiddellijk aan te melden voor de monsterneming, tenzij de sporter vertraging ondervindt om een geldige reden vermeld in paragraaf 3, achtste lid, 6° van dit artikel."; 7° in paragraaf 3, zevende lid, 4° dat het achtste lid, 4° wordt, worden de woorden "bijlage 2.4.4" vervangen door de woorden "bijlage A.4.4"; 8° in paragraaf 3, zevende lid dat het achtste lid wordt, wordt de opsomming aangevuld als volgt: "7° het feit dat indien de sporter ervoor kiest te eten of te drinken voor hij een monster afstaat, hij dit op eigen risico doet;8° niet buitensporig drinken omdat dit de productie van een geschikt monster kan vertragen; 9° het feit dat elk urinemonster dat de sporter aan de controlearts of de eventuele chaperon bezorgt, het eerste urinemonster moet zijn dat van de sporter komt na zijn kennisgeving."; 9° in paragraaf 3, laatste lid worden de woorden "op de plaats en het uur aangegeven tijdens de kennisgeving, overeenkomstig het 4de en het 6de lid" geschrapt;10° in paragraaf 5 worden het eerste en derde lid opgeheven;11° in paragraaf 7 wordt het derde lid aangevuld als volgt: "en blijft hij onder permanente begeleiding van de controlearts of chaperon.Indien het niet mogelijk is de sporter tijdens deze periode doorlopend in het oog te houden, wijst de controlearts het verzoek af."; 12° in paragraaf 8 worden het derde en vierde lid vervangen door een enkel lid, opgesteld als volgt: "Het beheer van de resultaten verloopt zoals beschreven in artikel 40.". Art. 18.In artikel 24 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid en in paragraaf 2, derde lid wordt het woord "proces-verbaal" telkens vervangen door het woord "formulier"; 2° in paragraaf 2, derde lid wordt punt d) vervangen door de woorden "de geboortedatum, het persoonlijke adres, het e-mailadres en het telefoonnummer van de sporter en de gebruikte controlemiddelen voor de identiteit van de sporter;"; 3° in paragraaf 2, derde lid wordt punt g) aangevuld met de woorden "en de verwijzing naar de fabrikant van de uitrusting;"; 4° in paragraaf 2, derde lid, punt h) worden de woorden "met inbegrip van het volume en de soortelijke dichtheid" ingevoegd tussen het woord "bloedmonsters" en het woord "met"; 5° in paragraaf 2, derde lid wordt een punt hbis) ingevoegd opgesteld als volgt: "het eventuele nummer van het gedeeltelijke monster en het volume van het ontoereikende monster;"; 6° in paragraaf 2, derde lid wordt punt j) vervangen als volgt: "alle vaststellingen die de controlearts tijdens de controleprocedure heeft kunnen doen, elk eventueel gebeurd incident en elke eventuele bekommernis of opmerking van de sporter;"; 7° in paragraaf 2, derde lid worden de punten k) en l) ingevoegd als volgt: "k) de toestemming van de sporter voor het gebruik van het monster voor het onderzoek; l) de naam van de controleoverheid, van de overheid voor de monsterneming, van de overheid voor het beheer van de resultaten en van de dopingcontrolecoördinator, in voorkomend geval."; 8° paragraaf 3 wordt aangevuld met een zesde lid opgesteld als volgt: "Ondanks het voorgaande hebben zowel de minderjarige sporter als de controlearts of de eventuele chaperon die een minderjarige sporter moet controleren, het recht zich te laten vergezellen door een vertegenwoordiger om de controlearts of de eventuele chaperon die als getuige optreedt, te waarnemen wanneer de minderjarige sporter een urinemonster produceert, echter zonder dat de vertegenwoordiger de urinelozing rechtstreeks waarneemt, tenzij de minderjarige sporter erom verzoekt.In dat geval moeten de na(a)m(en) en de voorna(a)m(en) van de aanwezige persoon in het proces-verbaal van controle worden vermeld."; 9° in paragraaf 4 worden de woorden "overeenkomstig artikel 24, § 6" vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 23, § 6";10° in paragraaf 4 wordt het zesde lid opgeheven. Art. 19.In artikel 25 van hetzelfde besluit; worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de punten 1° tot 8° vervangen als volgt: "Overeenkomstig de ISRM en zijn bijlagen C en F verloopt de controleprocedure voor de urinemonsterneming, behoudens toepassing van § 2 en § 3, op de volgende manier en in de volgende orde: 1° de controlearts en/of de chaperon en de sporter begeven zich naar een plaats die de privacy garandeert voor de monsterneming.De sporter kiest een opvangbeker voor urinemonsterneming uit een partij, opent die, vergewist zich ervan dat hij leeg en proper is. Hij wast zijn handen met water of draagt geschikte handschoenen. Hij vult de opvangbeker onder het visuele toezicht, ofwel een duidelijk en onbelemmerd zicht op de productie van het monster, van de controlearts of van de chaperon, die van hetzelfde geslacht moet zijn als de sporter die het monster produceert en, in voorkomend geval, afhankelijk van de gendercategorie waartoe de sporter behoort. De controlearts of de chaperon letten er meer bepaald op dat zij zonder belemmering het monster zien wanneer het uit het lichaam van de sporter komt en blijven het monster observeren nadat het geproduceerd is totdat het volledig veilig verzegeld is overeenkomstig deze procedure. Om een duidelijk en onbelemmerd zicht op de productie van het monster te garanderen, vragen de controlearts of de chaperon aan de sporter om de kleding die hun zicht kan belemmeren aan te passen of uit te trekken. Een sporter met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap mag zich laten bijstaan door zijn vertegenwoordiger of door het personeel van de monsterneming, met toestemming van de sporter en met instemming van de controlearts; 2° de controlearts of de chaperon letten erop dat de door de sporter geproduceerde urine op het moment van de monsterneming wordt opgevangen in de opvangbeker tot de maximumcapaciteit ervan bereikt is, waarna de sporter wordt verzocht om zijn blaas volledig te ledigen in het toilet.De controlearts of de chaperon controleren, onder het toezicht van de sporter, of een volume urine geproduceerd is dat geschikt is voor de analyse. Indien het volume urine voldoende is, kiest de sporter een analysekit uit een partij van verzegelde kits, die bestaat uit twee flesjes met hetzelfde codenummer, gevolgd door de letter "A" voor het eerste flesje, en de letter "B", voor het tweede flesje. Het tweede flesje is het reservemonster voor de eventuele tegenexpertise. Indien de sporter of de controlearts vaststellen dat de nummers verschillend zijn, vraagt de controlearts aan de sporter om een andere kit te kiezen en neemt hij dit feit op in het proces-verbaal van controle; 3° De sporter opent de kit en kijkt na of de flesjes leeg en proper zijn;hij giet het minimumvolume urine noodzakelijk voor de analyse, ten minste 30 ml, in het flesje B, dan het overblijvend volume, ten minste 60 ml, in het flesje A. Het minimale volume dat noodzakelijk is voor de analyse wordt beschouwd als een absoluut minimum. Indien er meer urine wordt geproduceerd dan het minimale volume dat noodzakelijk is voor de analyse, letten de controlearts of de chaperon erop dat de sporter het flesje A vult tot het maximum dat aanbevolen is door de fabrikant van de uitrusting. Indien er urine overblijft, verzoeken de controlearts of de chaperon de sporter om het flesje B te vullen tot het maximum dat aanbevolen is door de fabrikant van de uitrusting; 4° de controlearts of de chaperon vragen de sporter om een kleine hoeveelheid urine in de opvangbeker te laten en leggen uit dat dit moet toelaten de overblijvende urine te controleren overeenkomstig punt 6° ;5° de sporter verzegelt vervolgens de flesjes A en B volgens de richtlijnen van de controlearts, die nagaat, voor de ogen van de sporter, of de monsters correct zijn verzegeld. De sporter behoudt de controle over de kit en elk afgenomen monster of gedeeltelijk monster tot het verzegeld is, behalve als er hulp nodig is door zijn handicap. In uitzonderlijke gevallen mag de sporter zich tijdens de monsternemingsfase laten bijstaan door zijn vertegenwoordiger, door de controlearts of door de chaperon met toestemming van de sporter en met instemming van de controlearts; 6° de controlearts meet de soortelijke dichtheid van de urine die in de opvangbeker overblijft door middel van colorimetrische banden, met inachtneming van de gestelde termijn voor het lezen;7° indien uit het lezen blijkt dat het monster niet de soortelijke dichtheid heeft die voor de analyse noodzakelijk is, kan de controlearts (een) nieuwe urinemonsterneming(en) eisen, met inachtneming van de in 1° tot 5° bedoelde procedure en tot de vereiste soortelijke dichtheid bereikt is die voor de analyse noodzakelijk is of tot de controlearts de uitzonderlijke omstandigheden vaststelt die het onmogelijk maken om de monsternemingsfase voort te zetten.In dit laatste hypothetische geval worden de uitzonderlijke omstandigheden opgenomen in het proces-verbaal van controle; 8° indien twee monsters afgenomen worden van dezelfde sporter tijdens dezelfde monsternemingsfase, worden de twee monsters geanalyseerd door het laboratorium.Indien het aantal monsters dat tijdens dezelfde monsternemingsfase afgenomen is hoger of gelijk is aan drie, analyseert het laboratorium het eerste monster en vervolgens het monster met de hoogste soortelijke dichtheid zoals die genoteerd is op het dopingcontroleformulier. Het laboratorium kan, in samenspraak met de controleoverheid, bepalen of de andere monsters ook geanalyseerd moeten worden."; 2° in paragraaf 1 wordt punt 13° aangevuld als volgt: "De urine mag pas worden weggegooid wanneer de twee flesjes A en B verzegeld zijn en de overblijvende urine gecontroleerd is, overeenkomstig punt 6° ;"; 3° in paragraaf 3 worden de punten 1° tot 10° vervangen als volgt: "1° de controlearts deelt de sporter mee dat een ander monster moet worden genomen om te voldoen aan het volume urine dat nodig is voor de analyse en vraagt hem een uitrusting te kiezen voor de gedeeltelijke monsterneming, overeenkomstig § 4. De weigering om op verzoek een nieuw monster af te staan, wanneer niet voldaan is aan de minimumvereisten voor het volume van de monsterneming, wordt door de controlearts genoteerd en behandeld als een mogelijke niet-naleving; 2° de sporter opent de uitrusting en giet het onvoldoende urinemonster in de opvangbeker onder het visuele toezicht van de controlearts en, in voorkomend geval, in aanwezigheid van de chaperon en verzegelt die met een gedeeltelijk monsterverzegelingssysteem, overeenkomstig de instructies van de controlearts.Die controleert, voor de ogen van de sporter, of de beker correct is verzegeld; 3° de controlearts vermeldt het nummer van het gedeeltelijke monster en het volume van het ontoereikende monster in het proces-verbaal van controle en vraagt de sporter de juistheid ervan te bevestigen.De controlearts behoudt de controle over het verzegelde gedeeltelijke monster; 4° de sporter blijft onder doorlopend toezicht tot hij klaar is om een nieuw monster af te staan;5° wanneer de sporter in staat is een bijkomend monster af te staan, wordt de procedure voor de monsterneming, beschreven in § 1 en § 4, herhaald tot een toereikend volume urine is afgestaan, door het oorspronkelijke monster met de bijkomende monsters te mengen;6° telkens een monster wordt afgestaan, controleren de controlearts en de sporter de integriteit van het zegel van de beker(s) die het monster of het (de) vorige gedeeltelijke monster(s) bevat(ten).De controlearts noteert elke onregelmatigheid in de integriteit van het (of de) zegel(s); 7° de controlearts vraagt de sporter vervolgens de zegel(s) te verbreken en de monsters te mengen, waarbij hij erop toeziet dat de bijkomende monsters aan het oorspronkelijke gedeeltelijke monster worden toegevoegd in de volgorde waarin ze werden genomen, tot ten minste is voldaan aan de vereiste voldoende hoeveelheid urine voor de analyse;8° de controlearts controleert de overblijvende urine om na te gaan of deze voldoet aan de noodzakelijke vereisten voor soortelijk dichtheid voor de analyse;9° de urine wordt pas weggegooid nadat de flesjes A en B tot hun maximale capaciteit zijn gevuld overeenkomstig het voorgaande en nadat de overblijvende urine werd gecontroleerd overeenkomstig § 1, 6° en 7° ; 10° de controlearts verwijdert, voor de ogen van de sporter, de overblijvende urine die niet voor de laboratoriumanalyse bestemd is."; 4° in paragraaf 3 worden de punten 11° tot 15° opgeheven;5° een paragraaf 4 wordt ingevoegd, opgesteld als volgt: " § 4.Tijdens de fasen waarbij de sporter een uitrusting voor de rechtstreekse afname van een urinemonster moet kiezen, vraagt de controlearts de sporter na te gaan of alle zegels op de gekozen uitrusting intact zijn en of er niet met de uitrusting is geknoeid. Indien de gekozen uitrusting voor hem niet voldoet, kan de sporter een andere uitrusting kiezen. Indien geen enkel beschikbare uitrusting voor hem voldoet, zal de controlearts dit vermelden in het proces-verbaal van controle. Indien de controlearts het niet eens is met de sporter over de geschiktheid van de beschikbare uitrusting, vraagt hij de sporter om over te gaan tot de monsternemingsfase. Indien hij het met de sporter eens is dat de beschikbare uitrusting niet voldoet, beëindigt hij de monsternemingsfase en vermeldt hij dit in het proces-verbaal van controle.". Art. 20.In artikel 26 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "Overeenkomstig de ISTI verloopt" ingevoegd voor de woorden "de controleprocedure" en wordt het woord "verloopt" geschrapt;2° de bepaling onder punt 1° wordt aangevuld als volgt: "De controlearts vraagt de sporter te controleren of de zegels op de gekozen uitrusting intact zijn en of er niet met de uitrusting is geknoeid.Indien de gekozen uitrusting voor hem niet voldoet, kan de sporter een andere kiezen. Indien geen enkel beschikbare uitrusting voor de sporter voldoet, zal de controlearts dit noteren. Indien de controlearts het niet eens is met de sporter over de ongeschiktheid van de beschikbare uitrusting, vraagt hij de sporter om over te gaan tot de monsternemingsfase. Indien hij het met de sporter eens is dat de beschikbare uitrusting niet voldoet, beëindigt hij de monsternemingsfase en vermeldt hij dit in het proces-verbaal van controle;"; 3° de bepaling onder punt 2° wordt vervangen als volgt: "de sporter controleert of het codenummer van het monster overeenstemt en door de controlearts nauwkeurig is genoteerd op het dopingcontroleformulier.Indien de sporter of de controlearts vaststelt dat de nummers verschillend zijn, vraagt de controlearts de sporter een andere partij te kiezen en vermeldt dit feit in het proces-verbaal van controle;"; 4° punt 4° wordt aangevuld als volgt: "In voorkomend geval wordt de knelband onmiddellijk weggenomen na de venapunctie;"; 5° in de bepaling onder punt 6° worden de woorden "analysenormen van het door het WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratorium" vervangen door de woorden "normen die relevant zijn voor de analyse, zoals bepaald in de richtlijnen van het WADA voor de monsterneming;"; 6° een paragraaf 10bis wordt ingevoegd, opgesteld als volgt: "indien het monster verdere verwerking ter plaatse vereist, zoals centrifugering of afscheiding van serum, neemt de controlearts, nadat het bloed niet meer in het buisje stroomt, het buisje uit de houder en maakt hij het bloed in het buisje handmatig homogeen door het buisje ten minste driemaal voorzichtig om te draaien.De sporter blijft op de plaats van de monsterneming om zijn monster in het oog te houden tot het definitief is verzegeld in een partij met een sluiting die niet kan worden geopend zonder dat dit zichtbare sporen nalaat;"; 7° in de bepaling onder punt 11° worden de woorden "met een sluiting die niet kan worden geopend zonder dat dit zichtbare sporen nalaat" ingevoegd tussen de woorden "de bloedafnameset" en de woorden "volgens de richtlijnen van de controlearts". Art. 21.In artikel 27 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid worden de woorden "artikelen 23/1 en 23/2" vervangen door de woorden "artikel 23/2";2° in paragraaf 1 wordt het eerste lid aangevuld met de woorden "en in de ISTI";3° in paragraaf 1 worden twee leden ingevoegd tussen het derde en het vierde lid, opgesteld als volgt: "Indien het monster binnen twee uur na de training of de wedstrijd is genomen, worden de aard, de duur en de intensiteit van de tijdens de training of wedstrijd geleverde inspanning door de controlearts geregistreerd en gemeld aan de instantie voor het beheer van het paspoort van de sporter en vervolgens aan de deskundigen. Hoewel voor het biologisch paspoort van de sporter één enkel bloedmonster volstaat, wordt aanbevolen een B-monster te nemen om later het volledige bloed te kunnen onderzoeken op verboden stoffen of methoden."; 4° paragraaf 1 wordt aangevuld als volgt: "De controlearts verzamelt en vermeldt de volgende informatie op een aanvullend rapportageformulier van het biologisch paspoort van de sporter: 1° is de sporter minstens tien minuten met de voeten op de grond blijven zitten voorafgaandelijk aan de bloedafname;2° werd het monster onmiddellijk genomen na ten minste drie opeenvolgende dagen van een intense uithoudingswedstrijd;3° heeft de sporter in de twee uur voorafgaandelijk aan de bloedafname een trainings- of wedstrijdsessie gehad; 4° of de sporter tijdens de vorige twee weken heeft getraind, deelgenomen aan een wedstrijd of verbleven op een plaats op een hoogte van meer dan 1.500 meter en zo ja, of in geval van twijfel, moet de naam van die plaats, de duur van het verblijf en de geschatte hoogte ook worden meegedeeld, indien die informatie gekend is; 5° of de sporter in de twee laatste weken gebruik heeft gemaakt van een hoogtesimulator, met name een hypoxische tent of een hypoxisch masker, en zo ja, zoveel mogelijk bijzonderheden over het soort toestel dat werd gebruikt en de context van het gebruik (frequentie, duur, intensiteit enz.); 6° of de sporter in de laatste drie maanden bloed heeft ontvangen, of hij in de laatste drie maanden bloedverlies heeft geleden door een ongeval, een medische aandoening of bloeddonatie, en zo ja, de geschatte hoeveelheid; 7° of de sporter in de twee uur voorafgaandelijk aan de bloedafname werd blootgesteld aan extreme omgevingsomstandigheden, met inbegrip van sessies in kunstmatige warmte, zoals een sauna, en zo ja, de bijzonderheden van die blootstelling."; 5° in paragraaf 2, 2° worden de woorden "23/2, § 1, derde lid van de ordonnantie" vervangen door de woorden "23/2, § 1, derde lid van de ordonnantie";6° in paragraaf 2 wordt punt 3° opgeheven;7° in paragraaf 2, punt 4°, b) dat punt 3°, b) wordt, worden de woorden "overeenkomstig de bijlage" vervangen door de woorden "overeenkomstig bijlage 2 van de ordonnantie";8° in paragraaf 2, punt 5° dat punt 4° wordt, worden de woorden "overeenkomstig 4°, d)" vervangen door de woorden "overeenkomstig 3°, d)". Art. 22.In hetzelfde besluit wordt een artikel 27/1 ingevoegd, opgesteld als volgt: " § 1. Urine- en bloedmonsters worden afgenomen met uitrusting die ten minste: 1° een uniek nummeringssysteem bevat dat is geïntegreerd in elk A- en B-flesje, beker, buisje of ander materiaal dat wordt gebruikt om het monster te verzegelen en ook een barcode of soortgelijke gegevenscode bevat overeenkomstig de voorschriften van ADAMS voor de betrokken uitrusting voor monsterneming;2° een sluiting heeft die niet kan worden geopend zonder dat dit zichtbare sporen nalaat;3° de identiteit van de sporter zodanig beschermt dat die niet op het materiaal zelf verschijnt;4° ervoor zorgt dat al het materiaal schoon is en in verzegelde verpakkingen zit voordat de sporter het gebruikt;5° vervaardigd is uit een stof en een afdichtingssysteem die bestand zijn tegen de verwerkingsomstandigheden waaraan de uitrusting kan worden blootgesteld en de omgeving waarin het wordt gebruikt, met name vervoer, laboratoriumanalyse en invriezing voor langdurige opslag tot de verjaringstermijn;6° vervaardigd is uit een materiaal en een afdichtingssysteem die geschikt zijn om: - de integriteit (chemische en fysische eigenschappen) van de te analyseren monsters te bewaren; - bestand te zijn tegen temperaturen lager dan -80° C voor urine en bloed. De proeven om de integriteit onder vriesomstandigheden te bepalen moeten worden uitgevoerd op de matrix die in de flesjes, bekers of buisjes voor de monsters zal worden bewaard, namelijk bloed of urine; - bestand te zijn tegen drie vries- en dooicycli; 7° doorzichtige A- en B-flesjes, bekers en buisjes omvat zodat het monster zichtbaar is;8° een afdichtingssysteem heeft waarmee de sporter en de controlearts kunnen controleren of het monster correct is verzegeld in de A- en B-flesjes of de bekers;9° beveiligingsidentificatiegegevens bevat waarmee de authenticiteit van de uitrusting kan worden gecontroleerd;10° voldoet aan de normen van de Internationale Luchtvaartorganisatie (IATA) voor het vervoer van vrijgestelde menselijke monsters, waaronder urine- en bloedmonsters, om elke vorm van lekkage tijdens het luchtvervoer te voorkomen;11° vervaardigd is volgens het internationaal erkende proces met het ISO 9001-certificaat, met inbegrip van beheersystemen voor kwaliteitscontrole;12° na de eerste opening door een laboratorium opnieuw kan worden verzegeld met een nieuwe sluiting die niet kan worden geopend zonder dat dit zichtbare sporen nalaat dat een uniek nummeringssysteem omvat om de integriteit van het monster en de veiligheidsketen te bewaren overeenkomstig de eisen van de Internationale Standaard voor laboratoria, met het oog op langdurige bewaring en bijkomende analyse van het monster;13° getest is door een officiële controle-instelling die onafhankelijk is van de fabrikant en over het ISO 17025-certificaat beschikt, om er zeker van te zijn dat de uitrusting ten minste voldoet aan de criteria van punt 2°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° en 11° hierboven;14° alle veranderingen in de stof of het afdichtingssysteem van de uitrusting moeten opnieuw worden getest om na te gaan of de uitrusting nog steeds voldoet aan de eisen van deze paragraaf. § 2. Naast de in paragraaf 1 bepaalde criteria moet de uitrusting voor de afneming van urinemonsters: 1° een volume van ten minste 85 ml urine kunnen bevatten in elk A- en B-flesje of in elke beker;2° een visuele markering hebben op de A- en B-flesjes of bekers, met vermelding van: - het minimumvolume urine dat in elk A- en B-flesje of elke beker moet; - het maximale volume dat in acht moet worden genomen om uitzetting door vriezen mogelijk te maken, zodat de integriteit van het flesje, de beker of het afdichtingssysteem niet in het gedrang komt; - het volume urine dat geschikt is voor analyse van het monster; 3° voor een gedeeltelijk monster een sluiting bevatten die niet kan worden geopend zonder dat dit zichtbare sporen nalaat, met een uniek nummeringssysteem, om een ontoereikend monstervolume tijdelijk te verzegelen. § 3. Naast de in paragraaf 1 bepaalde criteria moet de uitrusting voor de afname van bloedmonsters: 1° het mogelijk maken bloed af te nemen, te bewaren en te vervoeren in afzonderlijke A- en B-buisjes en -bekers;2° A- en B-buisjes bevatten met een minimuminhoud van 3 ml bloed en EDTA als antistollingsmiddel om verboden stoffen of methoden te analyseren in volbloed of plasma en/of om een profiel op te stellen op basis van de bloedparameters;3° A- en B-buisjes bevatten met een minimuminhoud van 5 ml bloed en een inerte polymeergel voor de scheiding van het serum en een stollingsactiverende factor om verboden stoffen of methoden te analyseren in het serum;4° een voorziening voor bewaring en vervoer en een temperatuuropnemer bevatten die voldoen aan de eisen gesteld in bijlage I bij de ISTI om de bloedstalen te vervoeren. De uitrusting voor de afname van bloedmonsters bestaat uit: 1° een of meer buisjes voor afname;2° A- en B-flesjes om de monsterbuisjes veilig te vervoeren;3° unieke etiketten voor de monsterbuisjes met een monstercodenummer; 4° andere soorten uitrusting die nodig kunnen zijn overeenkomstig de richtlijnen van het WADA voor monsterneming.". Art. 23.In hetzelfde besluit wordt een artikel 27/2 ingevoegd, opgesteld als volgt: § 1. Overeenkomstig bijlage A van de ISTI bepalen de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de controlearts bij de planning of organisatie van de monsterneming of voor de testen op sporters met een handicap de standaardprocedures voor kennisgeving of monsterneming, met inbegrip van de uitrusting voor monsterneming en het dopingcontrolepunt, moeten worden gewijzigd. Deze wijzigingen moeten noodzakelijk zijn en mogen de identiteit, veiligheid of integriteit van het monster niet aantasten. De controlearts kan met de betrokken sporters overleggen welke aanpassingen eventueel noodzakelijk zijn. De wijzigingen worden met bewijsstukken gestaafd. Sporters die systemen gebruiken om urine op te vangen of af te voeren, moeten de urine verwijderen uit deze systemen voordat zij een urinemonster afleveren. Indien mogelijk moet het bestaande afname- of afvo …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.