← België

Programmawet

Kort samengevat

Deze wet regelt de begrotingsdoelstellingen voor de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, en introduceert een aanwezigheidsregistratie in de vleessector om sociale fraude te bestrijden.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
10 AUGUSTUS 2015. - Programmawet (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. TITEL 2. - Sociale Zaken HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 Afdeling 1. - Begrotingsdoelstelling Art. 2.In artikel 40, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998007294 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht sluiten8, wordt het vierde lid vervangen als volgt : « Voor het jaar 2015 wordt de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling vastgesteld op 23.851.797 duizend euro. Vanaf 2016 stemt het bedrag van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling overeen met het bedrag van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling van het vorige jaar, vermeerderd met een reële groeinorm van 1,5 pct. en vermeerderd met het bedrag dat overeenstemt met de meerkosten in het begrotingjaar van de indexering van de lonen, verzekeringstegemoetkomingen, tarieven en prijzen bepaald bij of krachtens deze gecoördineerde wet. Voor het jaar 2016 wordt daarenboven het bedrag van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling van het vorige jaar eerst verminderd met de impact van de financiering van de investeringen in de infrastructuur en de medisch-technische diensten van de ziekenhuizen zoals omschreven in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 1°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. Voor het jaar 2016 wordt het bedrag van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling bijkomend verhoogd met 14.456 duizend euro. Deze bijkomende verhoging maakt integraal deel uit van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling voor het jaar 2016. ». Afdeling 2. - Administratiekosten van de verzekeringsinstellingen Art. 3.In artikel 195, § 1, 2°, derde lid van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998007294 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht sluiten3, worden de eerste en de tweede zin vervangen als volgt : « Het bedrag van de administratiekosten van de vijf landsbonden wordt vastgesteld op 766.483.000 EUR voor 2003, 802.661.000 EUR voor 2004, 832.359.000 EUR voor 2005, 863.156.000 EUR voor 2006, 895.524.000 EUR voor 2007, 929.160.000 EUR voor 2008, 972.546.000 EUR voor 2009, 1.012.057.000 EUR voor 2010, 1.034.651.000 EUR voor 2011, 1.029.840.000 EUR voor 2012, 1.027.545.000 EUR voor 2013, 1.052.317.000 EUR voor 2014 en 1.070.012.000 EUR voor 2015. Voor de Kas voor geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen wordt dit bedrag vastgesteld op 13.195.000 EUR voor 2003, 13.818.000 EUR voor 2004, 14.329.000 EUR voor 2005, 14.859.000 EUR voor 2006, 15.416.000 EUR voor 2007, 15.995.000 EUR voor 2008, 16.690.000 EUR voor 2009, 17.368.000 EUR voor 2010, 17.770.000 EUR voor 2011, 17.687.000 EUR voor 2012, 17.648.000 EUR voor 2013, 18.073.000 EUR voor 2014 en 18.377.000 EUR voor 2015. ». HOOFDSTUK 2. - Strijd tegen de sociale fraude Afdeling 1. - Aanwezigheidsregistratie in de vleessector Onderafdeling 1. - Aanwezigheidsregistratie Art. 4.Er wordt een aanwezigheidsregistratie ingevoerd voor de werknemers die tewerkgesteld zijn op de arbeidsplaatsen waar activiteiten verricht worden die vallen onder de bevoegdheid van het paritair comité voor de voedingsnijverheid of het paritair comité voor de handel in voedingswaren die onderworpen zijn aan de verplichte melding van de overeenkomsten bedoeld in artikel 30ter, § 7, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten7 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Art. 5.Voor de bepaling van deze afdeling wordt verstaan onder : 1° tewerkgestelden : - de werknemers en daarmee gelijkgestelden bedoeld in voornoemde wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten7; - de zelfstandigen en hun helpers bedoeld in het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen; - de gedetacheerde werknemers en zelfstandigen bedoeld in de artikelen 139 en volgende van de programmawet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten5; 2° werkgevers : de personen die de personen bedoeld in 1°, eerste en derde streepje, tewerkstellen;3° activiteiten : de activiteiten bedoeld in artikel 4;4° arbeidsplaatsen : de plaats of de plaatsen (een slachthuis, een uitsnijderij of een bedrijf voor vleesbereidingen of bereidingen van vleesproducten en die te dien einde een erkenning van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen hebben verkregen) waar de activiteiten bedoeld in artikel 4 uitgevoerd worden;5° opdrachtgever : eenieder die de opdracht geeft om tegen een prijs werken uit te voeren of te laten uitvoeren.Wordt met de opdrachtgever gelijkgesteld, de natuurlijke persoon of rechtspersoon die voor het beheer van de arbeidsplaatsen instaat, als deze persoon niet dezelfde als de opdrachtgever is; 6° aannemer : - eenieder die zich ertoe verbindt om tegen een prijs voor een opdrachtgever activiteiten bedoeld in artikel 4 uit te voeren of te laten uitvoeren; - iedere onderaannemer ten overstaan van de na hem komende onderaannemers; 7° onderaannemer : eenieder die zich ertoe verbindt, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks, in welke fase ook, tegen een prijs de aan de aannemer toevertrouwde activiteit of een onderdeel ervan uit te voeren of te laten uitvoeren of daartoe tewerkgestelden ter beschikking te stellen. Art. 6.§ 1. Voor elke arbeidsplaats wordt de aanwezigheid van elke tewerkgestelde, zoals bepaald in artikel 5, 1°, geregistreerd : 1° door middel van een elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem, hierna het registratiesysteem genoemd, of;2° door een andere automatische registratiewijze te gebruiken of ter beschikking te stellen van hun onderaannemers, voor zover zij gelijkwaardige waarborgen biedt als het registratiesysteem bedoeld in de bepaling onder 1° en het bewijs geleverd wordt dat de personen die zich aanmelden op de arbeidsplaatsen daadwerkelijk worden geregistreerd. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de gelijkwaardige waarborgen waaraan de in het eerste lid, 2°, bedoelde registratie ten minste moet beantwoorden. Het registratiesysteem, bedoeld in het eerste lid, 1°, omvat : 1° een gegevensbank : de gegevensbank beheerd door de overheid die bepaalde gegevens verzamelt met het oog op de controle en het gebruik van deze gegevens;2° een registratieapparaat : het apparaat waarin de gegevens kunnen geregistreerd worden en dat toelaat om deze gegevens te verzenden naar de gegevensbank of een systeem dat toelaat om de voormelde gegevens te registreren en te verzenden naar de gegevensbank;3° een registratiemiddel : het middel dat elke natuurlijke persoon moet gebruiken om zijn identiteit te bewijzen bij de registratie. § 2. Het registratiesysteem bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, en de registratiewijze, bedoeld in § 1, eerste lid, 2°, geeft de volgende gegevens weer : 1° de identificatiegegevens van de natuurlijke persoon;2° het adres van de arbeidsplaatsen;3° de hoedanigheid waarin een tewerkgestelde prestaties op de arbeidsplaatsen verricht;4° de identificatiegegevens van de werkgever, wanneer de natuurlijke persoon een werknemer is;5° wanneer de natuurlijke persoon een zelfstandige is, de identificatiegegevens van de natuurlijke persoon of rechtspersoon in wiens opdracht een werk wordt uitgevoerd;6° het tijdstip van de registratie. De gegevens bedoeld in dit artikel zijn sociale gegevens van persoonlijke aard zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten6 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. De gegevens worden doorgestuurd naar een gegevensbank die bijgehouden wordt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. De Rijksdienst is de verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens zoals bedoeld in artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. Het registratiesysteem waarborgt dat de gegevens niet meer onmerkbaar gewijzigd kunnen worden na het doorsturen ervan en dat hun integriteit gehandhaafd wordt. § 3. Na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de nadere regels waaraan het registratiesysteem moet beantwoorden en bepaalt Hij inzonderheid : 1° de eigenschappen van het systeem;2° de nadere regels betreffende het bijhouden van het systeem;3° de inlichtingen betreffende de gegevens die moeten worden opgenomen in het systeem;4° de nadere regels voor het doorsturen van de gegevens, inzonderheid het precieze tijdstip van doorsturen;5° de verschillende registratiemiddelen en hun technische specificaties die toegelaten zijn om zich te registreren;6° de gegevens welke niet moeten geregistreerd worden indien ze reeds op elektronische wijze elders beschikbaar zijn voor de overheid en gebruikt kunnen worden in het kader van deze wet. Art. 7.§ 1. De opdrachtgever of de daarmee gelijkgestelde persoon stelt het registratiesysteem ter beschikking van de aannemers op wie hij een beroep doet, tenzij er onderling werd overeengekomen dat de aannemer een andere gelijkwaardige registratiewijze bedoeld in artikel 6, § 1, eerste lid, 2°, toepast. Elke aannemer op wie de opdrachtgever of de daarmee gelijkgestelde persoon een beroep doet, is ertoe gehouden het door de opdrachtgever of de daarmee gelijkgestelde persoon ter beschikking gestelde registratiesysteem te gebruiken en het ter beschikking te stellen van de onderaannemers op wie hij een beroep doet of de registratiewijze bedoeld in artikel 6, § 1, eerste lid, 2°, toe te passen. Elke onderaannemer op wie een aannemer bedoeld in het tweede lid een beroep doet, is ertoe gehouden het hem door de aannemer ter beschikking gestelde registratiesysteem te gebruiken en het ter beschikking te stellen van de onderaannemers op wie hij een beroep doet, of de registratiewijze bedoeld in artikel 6, § 1, eerste lid, 2°, toe te passen. Elke onderaannemer op wie een onderaannemer bedoeld in het derde lid of op wie elke volgende onderaannemer een beroep doet, is ertoe gehouden het hem door de onderaannemer met wie hij een overeenkomst heeft gesloten ter beschikking gestelde registratieapparaat te gebruiken en het ter beschikking te stellen van de onderaannemers op wie hij een beroep doet, of de registratiewijze bedoeld in artikel 6, § 1, eerste lid, 2°, toe te passen. § 2. Indien de registratie via een registratieapparaat op de arbeidsplaats gebeurt, zijn de in paragraaf 1 bedoelde personen verantwoordelijk voor de levering, de plaatsing en de goede werking van het registratieapparaat op de arbeidsplaats. Indien de registratie gebeurt op een andere plaats, treffen zij de nodige maatregelen opdat deze registratie dezelfde waarborgen biedt als de registratie die op de arbeidsplaats gebeurt. De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de maatregelen bedoeld in deze paragraaf nader bepalen. Art. 8.Elke aannemer en elke onderaannemer ziet erop toe dat de in artikel 6, § 2, eerste lid, bedoelde gegevens die betrekking hebben op zijn onderneming, daadwerkelijk en correct worden geregistreerd en doorgestuurd naar de gegevensbank. Elke aannemer of onderaannemer die een beroep doet op een onderaannemer, treft maatregelen opdat zijn medecontractant alle gegevens daadwerkelijk en correct registreert en doorstuurt naar de gegevensbank. Elke aannemer en elke onderaannemer ziet erop toe dat elke tewerkgestelde die in zijn opdracht de arbeidsplaats zal betreden, wordt geregistreerd, vooraleer die te betreden. De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de maatregelen bedoeld in het tweede lid nader bepalen. Art. 9.§ 1. Elke persoon bedoeld in artikel 5, 1°, die zich op een arbeidsplaats aanbiedt, is ertoe gehouden onmiddellijk en dagelijks zijn aanwezigheid op de arbeidsplaats te registreren. § 2. De werkgever is verantwoordelijk voor de aflevering van het registratiemiddel aan zijn werknemers, dat compatibel is met het op de arbeidsplaats gebruikte registratieapparaat. De opdrachtgever of de daarmee gelijkgestelde persoon, de aannemer of de onderaannemer die een beroep doet op een zelfstandige is verantwoordelijk voor de aflevering van het registratiemiddel aan deze zelfstandige, dat compatibel is met het op de arbeidsplaats gebruikte registratieapparaat. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wat er onder deze compatibiliteit wordt verstaan. § 3. Indien de registratie gebeurt op een andere plaats dan de arbeidsplaats, is paragraaf 1 niet van toepassing. In dat geval treffen de in § 2, eerste en tweede lid, bedoelde personen de nodige maatregelen opdat deze registratie daadwerkelijk gebeurt en dezelfde waarborgen biedt als de registratie die gebeurt op de arbeidsplaats. De houder van het bestand controleert of de registratie dezelfde waarborgen biedt als de registratie die gebeurt op de arbeidsplaats. Art. 10.Onverminderd de toepassing van artikel 14 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten6 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid kunnen de sociale inspecteurs en de instellingen van sociale zekerheid, mits een voorafgaande machtiging verkregen wordt van de afdeling sociale zekerheid van het sectoraal comité van de sociale zekerheid en van de gezondheid bedoeld in artikel 37 van dezelfde wet, de gegevens die opgenomen zijn in het registratiesysteem raadplegen, onderling uitwisselen en gebruiken in het kader van de uitoefening van de hun krachtens de wet toegewezen opdrachten. De sociale inspecteurs kunnen, op eigen initiatief of op verzoek, de in het eerste lid bedoelde gegevens meedelen aan buitenlandse inspectiediensten. De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de nadere regels waaronder de gegevens in de gegevensbank kunnen geraadpleegd worden door : 1° elke tewerkgestelde, bedoeld in artikel 5, 1°, voor zijn eigen prestaties;2° de opdrachtgever, bedoeld in artikel 5, 4°, voor wat betreft de personen die tewerkgesteld worden om de door hem aan hen toevertrouwde activiteiten uit te voeren;3° de aannemer voor zijn eigen werknemers en de onderaannemers die optreden op de arbeidsplaats waar hij zelf tewerkgesteld is om de in artikel 4 beoogde activiteiten uit te oefenen;4° elke onderaannemer voor zijn eigen werknemers en zijn onderaannemers die optreden op de arbeidsplaats waar hij zelf tewerkgesteld is om de in artikel 4 bedoelde activiteiten uit te oefenen. Art. 11.De verplichtingen in verband met de aanwezigheidsregistratie die met toepassing van artikel 19 van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/07/1987 pub. 13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers gelden, zijn ten laste van de gebruiker. Onderafdeling 2. - Toezicht Art. 12.De inbreuken op de bepalingen van deze afdeling en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek. De sociaal inspecteurs beschikken over de in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze afdeling en de uitvoeringsbesluiten ervan. Onderafdeling 3. - Wijzigingen van het Sociaal Strafwetboek Art. 13.In boek 2, hoofdstuk 1, van het Sociaal Strafwetboek wordt een afdeling 5 ingevoegd, luidende "Afdeling 5. Registratieplicht op de arbeidsplaatsen". Art. 14.In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 13, wordt een artikel 137/1 ingevoegd, luidende : « Art. 137/1.Registratie op de arbeidsplaatsen Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft : 1° de opdrachtgever of de gelijkgestelde, zijn aangestelde of lasthebber die een inbreuk heeft gepleegd op artikel 6, artikel 7, § 1, eerste lid, en § 2, en artikel 9, § 2, tweede lid, en § 3, van de programmawet van 10 augustus 2015 en de uitvoeringsbesluiten;2° de aannemers en de onderaannemers, hun aangestelden of lasthebbers die een inbreuk hebben gepleegd op artikel 6, artikel 7, § 1, tweede tot vierde lid, en § 2, artikel 8 en artikel 9, § 2, tweede lid, en § 3, van de programmawet van 10 augustus 2015 en de uitvoeringsbesluiten;3° de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die een inbreuk heeft gepleegd op artikel 9, § 2, eerste lid, en § 3, van de programmawet van 10 augustus 2015 en de uitvoeringsbesluiten. Voor de inbreuken bedoeld in het eerste lid wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal bij de inbreuk betrokken personen. ». Art. 15.In dezelfde afdeling 5 wordt een artikel 137/2 ingevoegd luidende : « Art. 137/2.Registratieplicht van de tewerkgestelden op de arbeidsplaatsen Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft de tewerkgestelde bedoeld in artikel 5, 1°, van de programmawet van 10 augustus 2015 die zich, in strijd met artikel 9, § 1, van de programmawet van 10 augustus 2015, aanbiedt op een arbeidsplaats en zijn aanwezigheid niet onmiddellijk en dagelijks registreert op de arbeidsplaats. ». Onderafdeling 4. - Slotbepaling Art. 16.Deze afdeling heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2015. Afdeling 2. - Bestrijding domiciliefraude Art. 17.Artikel 23 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, vervangen bij de wet van 6 december 2000 en gewijzigd bij de wet van 6 juni 2010, wordt opgeheven. Afdeling 3. - Uitbreiding van de subsidiaire hoofdelijke aansprakelijkheid voor de RSZ en de fiscus van de hoofdaannemer tot de opdrachtgever Onderafdeling 1. - Wijziging van artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten7 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders Art. 18.In artikel 30bis van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten7 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vervangen bij de wet van 27 april 2007 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3, vijfde lid, worden de woorden "of de opdrachtgever" ingevoegd tussen de woorden "De aannemer" en de woorden "zonder personeel";2° in § 3, zesde lid, worden de woorden "of de opdrachtgever" ingevoegd tussen de woorden "De aannemer" en de woorden "die bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid";3° in § 3/1, eerste lid, worden de woorden "de opdrachtgever," ingevoegd tussen de woorden "niet volledig werd verricht, zullen" en de woorden "de aannemer";4° in § 3/1, derde lid, worden de woorden "en in de laatste plaats ten opzichte van de opdrachtgever" ingevoegd tussen de woorden "tussenkomende aannemers" en de woorden ", wanneer de in het vorige lid". Onderafdeling 2. - Wijziging van artikel 402 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Art. 19.In artikel 402, § 8, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998007294 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "de opdrachtgever die de opdracht geeft om tegen een prijs in artikel 400, 1°, a, bedoelde werken uit te voeren of te laten uitvoeren," ingevoegd tussen de woorden "niet of niet volledig werd verricht, zullen" en de woorden "de aannemer bedoeld in";2° in het derde lid worden de woorden "en in de laatste plaats ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde opdrachtgever" ingevoegd tussen de woorden "tussenkomende aannemers" en de woorden ", wanneer de in het vorige lid". Afdeling 4. - Verdubbeling van de administratieve geldboetes voor fictieve aansluitingen als zelfstandigen Art. 20.In artikel 17bis, § 1bis, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ingevoegd bij de wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten5 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998007294 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht sluiten1, worden de woorden "aan het bedrag van de voorlopige bijdrage" vervangen door de woorden "aan tweemaal het bedrag van de voorlopige kwartaalbijdrage". Afdeling 5. - Schorsing van de uitkeringen voor gedetineerden - Wijziging van de wet betreffende verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Art. 21.Artikel 105 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 november 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten9, wordt vervangen als volgt : « Art.105. De Koning bepaalt onder welke voorwaarden de toekenning van de uitkeringen wordt geschorst gedurende een periode van hechtenis of gevangenzetting. Hij bepaalt eveneens volgens welke nadere regels de voor de toepassing van deze maatregel noodzakelijke gegevens aan de verzekeringsinstelling worden meegedeeld. De Koning bepaalt eveneens onder welke voorwaarden en in welke mate de uitkeringen worden toegekend als de gerechtigde die geen persoon ten laste heeft in de zin van artikel 93, zevende lid, in een periode van vrijheidsberoving, andere dan de hechtenis of de gevangenzetting, verkeert. ». Art. 22.Artikel 21 heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2015. HOOFDSTUK 3. - Financiering Afdeling 1. - Alternatieve financiering Wijziging van de programmawet van 2 januari 2001 Art. 23.In artikel 66 van de programmawet van 2 januari 2001, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998007294 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2 wordt de bepaling 4 opgeheven; 2° in paragraaf 3bis, vierde lid, worden de woorden "en met 200.000 duizend euro ten titel van jaarlijks voorschot op de alternatieve financiering van de kostprijs van de dienstencheques" en de zin "Vanaf 2009 wordt het jaarlijks voorschot op de alternatieve financiering van de kostprijs van de dienstencheques gebracht op 400.000 duizend euro." opgeheven; 3° in paragraaf 3octies, 1°, worden de woorden "verminderd met 5.088.202 duizend euro" vervangen door de woorden "verminderd met 4.074.824 duizend euro"; 4° in paragraaf 3octies worden in de bepaling onder 2° de woorden "verminderd met 224.737 duizend euro" vervangen door de woorden "verminderd met 179.978 duizend euro"; 5° paragraaf 15 wordt opgeheven. Afdeling 2. - Financiering van de gezondheidszorg Art. 24.In artikel 24, § 1bis, twaalfde lid, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten8 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, ingevoegd bij wet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998007294 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht sluiten8, worden de woorden "verminderd met 1.415.228 duizend euro." vervangen door de woorden "verminderd met 1.446.551 duizend euro." Art. 25.In artikel 6, § 1bis, vijftiende lid, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, ingevoegd bij de wet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998007294 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht sluiten8, worden de woorden "verminderd met 141.837 duizend euro." vervangen door de woorden "verminderd met 145.010 duizend euro." Afdeling 3. - Inwerkingtreding Art. 26.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015. HOOFDSTUK 4. - Verlenging van de innovatiepremies Art. 27.In artikel 31, eerste en tweede lid, van de wet van 3 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/2005 pub. 19/07/2005 numac 2005012166 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Wet houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg sluiten houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, gewijzigd bij de wet van 17 augustus 2013, worden de woorden "1 januari 2015" telkens vervangen door de woorden "1 januari 2017". Art. 28.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015. HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten en van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoordineerd op 3 juni 1970 Afdeling 1. - Wijziging van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 Art. 29.In artikel 43, tweede lid, van de arbeidsongevallen wet van 10 april 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten, ingevoegd bij de wet van 23 april 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten2, wordt het woord "bedrag" vervangen door het woord "percentage". Art. 30.Deze afdeling treedt in werking de dag waarop artikel 9 van de wet van 23 april 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten2 tot verbetering van de werkgelegenheid in werking treedt. Afdeling 2. - Wijziging van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970 Art. 31.In artikel 46, tweede lid, van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, ingevoegd bij de wet van 23 april 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten2, wordt het woord "bedrag" vervangen door het woord "percentage". Art. 32.Deze afdeling treedt in werking de dag waarop artikel 10 van de wet van 23 april 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten2 tot verbetering van de werkgelegenheid in werking treedt. HOOFDSTUK 6. - Werkbonus Art. 33.In artikel 2 van de wet van 20 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1971 pub. 11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten9 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het getal "1807,81" wordt telkens vervangen door het getal "1828,72";2° de woorden "gemiddeld minimum maandinkomen zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr.43 van 2 mei 1988 houdende wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 21 van 15 mei 1975 en nr. 23 van 25 juli 1975 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen" worden telkens vervangen door de woorden "gemiddeld minimum maandinkomen zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 houdende wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 21 van 15 mei 1975 en nr. 23 van 25 juli 1975 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen, vermenigvuldigd met 103 procent". Art. 34.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 augustus 2015. TITEL 3. - Werk ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen Art. 35.In het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994, laatstelijk gewijzigd door de wet van 23 april 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten2, wordt het opschrift van Titel I vervangen als volgt : « TITEL I. - Matiging van lonen, wedden en sociale uitkeringen » Art. 36.In hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 1bis ingevoegd, luidende : « Art. 1bis.Deze titel is eveneens van toepassing op de sociaal verzekerden. Onder sociaal verzekerden wordt verstaan : de natuurlijke personen die recht hebben op sociale prestaties, er aanspraak op maken of er aanspraak op kunnen maken, hun wettelijke vertegenwoordigers en hun gemachtigden. ». Art. 37.Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. TITEL 4. - Financiën HOOFDSTUK 1. - Aanslagstelsel dat van toepassing is op de juridische constructies als bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Art. 38.In artikel 2, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatst gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998007294 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 13° wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt : « b) enigerlei vennootschap, vereniging, inrichting, instelling of entiteit, die rechtspersoonlijkheid bezit, en die, krachtens de bepalingen van de wetgeving van de Staat of het rechtsgebied waar hij gevestigd is, aldaar ofwel niet aan een inkomstenbelasting is onderworpen ofwel onderworpen is aan een inkomstenbelasting die minder dan 15 pct.bedraagt van het belastbaar inkomen van deze juridische constructie dat wordt vastgesteld overeenkomstig de regels die van toepassing zijn voor het vestigen van de Belgische belasting op daarmee overeenstemmende inkomsten. Behoudens in de gevallen bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, zijn de in het eerste lid bedoelde rechtsvormen die gevestigd zijn in een Staat of rechtsgebied dat behoort tot de Europese Economische Ruimte, geen juridische constructies. De Koning bepaalt, met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde rechtsvormen, die niet gevestigd zijn in een Staat of rechtsgebied dat behoort tot de Europese Economische Ruimte, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op niet beperkende wijze, de voor welbepaalde Staten of rechtsgebieden beoogde rechtsvormen die vermoed worden te voldoen aan de omschrijving in het eerste lid. De Koning zal bij de Kamer van volksvertegenwoordigers, onmiddellijk indien ze in zitting is, zo niet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een ontwerp van wet indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het tweede lid genomen besluiten. Deze besluiten houden op uitwerking te hebben indien ze niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. De bekrachtiging heeft uitwerking vanaf die datum. Bij gebreke van deze bekrachtiging binnen de voormelde termijn wordt het besluit geacht nooit uitwerking te hebben gehad; »; 2° een bepaling onder 13°/1 wordt ingevoegd, luidende : « 13°/1 in afwijking van 13° worden niet geacht een juridische constructie te zijn : a) een openbare of institutionele instelling voor collectieve belegging of een instelling voor belegging in schuldvorderingen bedoeld in artikel 3, 2°, 3° of 7°, van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten1 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen;b) een openbare of institutionele alternatieve instelling voor collectieve belegging bedoeld in artikel 3, 4° of 6°, van de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998007294 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht sluiten6 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;c) een entiteit die geen instelling is als bedoeld in a) of b), en die zich uitsluitend toelegt op verrichtingen van : - het beheer en het beleggen van fondsen, ingezameld om wettelijke en aanvullende pensioenen toe te kennen, of; - het beheer van werknemersparticipaties in de financiering van hun onderneming of van de groep waartoe die behoort; d) een vennootschap, waarvan de effecten zijn genoteerd aan een effectenbeurs van een lidstaat van de Europese Unie onder de voorwaarden van de Richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd, of van een derde Staat waarvan de wetgeving analoge toelatingsvoorwaarden voorziet;e) een entiteit die gevestigd is in een Staat bedoeld in artikel 5/1, § 1, tweede lid, en waarvoor de oprichter of de derde begunstigde aantoont dat : - deze entiteit in het kader van de uitoefening van een beroepswerkzaamheid een daadwerkelijke economische activiteit uitoefent op de plaats waar deze entiteit gevestigd is en in voorkomend geval op de plaats waar zij een vaste inrichting heeft, en dat; - het geheel van de lokalen, personeel en uitrusting die de entiteit tot haar beschikking heeft op de plaats waar deze entiteit gevestigd is in verhouding staat tot de voormelde economische activiteit die deze entiteit aldaar uitoefent; »; 3° de bepaling onder 14°, wordt vervangen als volgt : « 14° Onder oprichter van een juridische constructie wordt verstaan : - hetzij, de natuurlijke persoon die de constructie heeft opgericht buiten de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid, of de rechtspersoon die overeenkomstig artikel 220 aan de rechtspersonenbelasting is onderworpen en die de constructie heeft opgericht; - hetzij, wanneer de constructie is opgericht door een derde, de natuurlijke persoon die handelt buiten de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheid, of de rechtspersoon die overeenkomstig artikel 220 aan de rechtspersonenbelasting is onderworpen en die er goederen en rechten heeft in ondergebracht; - hetzij, de natuurlijke personen die direct of indirect erfgenaam zijn van de in de vorige streepjes bedoelde personen, of de natuurlijke personen die, vanaf het overlijden, direct of indirect zullen erven van deze personen tenzij die erfgenamen aantonen dat zijzelf of hun erfgerechtigden op geen enkel ogenblik en op geen enkele manier enig voordeel, toegekend door de in de bepaling onder 13°, a), bedoelde juridische constructie zullen verkrijgen; - hetzij, de natuurlijke personen of de rechtspersonen die overeenkomstig artikel 220 aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen, en die houder zijn van de juridische rechten van de aandelen of van de economische rechten van de goederen en kapitalen in het bezit van een in de bepaling onder 13°, b), bedoelde juridische constructie; »; 4° een bepaling onder 14°/1 wordt ingevoegd, luidende : « 14°/1 onder derde begunstigde van een juridische constructie wordt verstaan, een natuurlijke persoon of een in artikel 220 bedoelde rechtspersoon, en die, op enig ogenblik en op om het even welke wijze, enig voordeel verkrijgt dat is toegekend door de in de bepaling onder 13° bedoelde juridische constructie;». Art. 39.In titel II, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 5/1 ingevoegd, luidende : « Art. 5/1.§ 1. Behoudens wanneer wordt aangetoond dat de inkomsten die werden verkregen door de juridische constructie werden betaald of toegekend aan een derde begunstigde die een inwoner is van of gevestigd is in een in het tweede lid bedoelde Staat, zijn die inkomsten belastbaar in hoofde van de oprichter van die juridische constructie die een rijksinwoner is, alsof die rijksinwoner ze rechtstreeks heeft verkregen. Het bewijs dat de inkomsten die werden verkregen door de juridische constructie werden betaald of toegekend aan een derde begunstigde kan enkel worden geleverd indien deze derde begunstigde een inwoner is van of gevestigd is in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, in een Staat waarmee België een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, in een Staat waarmee België een akkoord heeft gesloten inzake de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingaangelegenheden, of in een Staat die samen met België deelneemt aan een ander bilateraal of multilateraal gesloten juridisch instrument, op voorwaarde dat deze overeenkomst, dit akkoord of dit juridisch instrument de uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot belastingaangelegenheden tussen de akkoord sluitende Staten mogelijk maakt. Wanneer de juridische constructie is opgericht door meerdere oprichters, is elke oprichter belastbaar in verhouding tot zijn inbreng in de juridische constructie of, wanneer die niet kan worden vastgesteld, elk voor een gelijk deel. In het geval van splitsing van de eigendom op de juridische rechten aangehouden door de in artikel 2, § 1, 14°, vierde streepje, bedoelde oprichters, is elke oprichter belastbaar in verhouding tot het gedeelte van de economische rechten die worden aangehouden in de juridische constructie bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, b, of, wanneer die niet kan worden vastgesteld, elk voor een gelijk deel. Wat de in artikel 2, § 1, 14°, derde streepje, bedoelde oprichters, betreft, is elke oprichter belastbaar in verhouding tot zijn deel in de juridische constructie of, wanneer die niet kan worden vastgesteld, in verhouding tot zijn rechten in het nalatenschap van de oprichter waarvoor hij in de plaats is getreden. De vermoedens inzake de verdeling van de inkomsten die overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf worden toegepast, kunnen, met alle in artikel 340 bedoelde bewijsmiddelen, door elke oprichter worden weerlegd voor zover wordt aangetoond aan welke andere persoon en in welke verhouding de door de juridische constructie verkregen inkomsten, moeten worden toegekend. Indien deze bewijzen niet op een voldoende wijze kunnen worden overgelegd, blijven de inkomsten van deze juridische constructie belastbaar in hoofde van de oprichters en in voorkomend geval van de derde begunstigden. In afwijking van het eerste lid is de oprichter, voor de toepassing van artikel 18, 2°ter, b), belastbaar op de door de juridische constructie betaalde of toegekende inkomsten. § 2. Wanneer wordt aangetoond dat de inkomsten die werden verkregen door de juridische constructie, werden betaald of toegekend aan een in artikel 2, § 1, 14°/1, bedoelde derde begunstigde die een rijksinwoner is, zijn de inkomsten verkregen door die juridische constructie belastbaar in hoofde van deze rijksinwoner alsof deze rijksinwoner ze rechtstreeks verkregen heeft. § 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing voor het aanslagjaar waarin de oprichter of de derde begunstigde aantoont dat de in artikel 2, § 1, 13°, b), bedoelde juridische constructie onderworpen is aan een inkomstenbelasting die ten minste 15 pct. bedraagt van het belastbaar inkomen van deze juridische constructie dat wordt vastgesteld overeenkomstig de regels die van toepassing zijn voor het vestigen van de Belgische belasting op daarmee overeenstemmende inkomsten. ». Art. 40.Artikel 18, eerste lid, 2°ter, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten, wordt vervangen als volgt : « 2°ter a) uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in de artikelen 186, 187 en 209 in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een binnenlandse of buitenlandse vennootschap of van verkrijging van eigen aandelen door een dergelijke vennootschap; b) in afwijking van de bepaling onder a), uitkeringen toegekend of betaalbaar gesteld door een in artikel 2, § 1, 13°, b), bedoelde juridische constructie, ten gevolge van haar ontbinding of van de totale of gedeeltelijke overdracht van haar activa waarvoor in ruil geen gelijkwaardig tegenprestatie werd verkregen, voor het gedeelte dat het bedrag van de ingebrachte activa die reeds in België hun belastingregime hebben ondergaan, overschrijdt;». Art. 41.Artikel 21 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 30/12/1998 numac 1998007294 bron ministerie van landsverdediging Wet tot vaststelling van het legercontingent voor het jaar 1999 type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht sluiten8, wordt aangevuld met een bepaling onder 12°, luidende : « 12° andere dan in artikel 18, 2°ter, b), bedoelde inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld door een in artikel 2, § 1, 13°, b), bedoelde juridische constructie en werden verkregen door een oprichter of een derde begunstigde, in het geval en in de mate dat de oprichter of de derde begunstigde aantoont dat deze inkomsten zijn samengesteld uit door de juridische constructie verkregen inkomsten die reeds in hoofde van deze oprichter of derde begunstigde in België hun belastingregime hebben ondergaan. ». Art. 42.In titel IV, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 220/1 ingevoegd, luidende : « Art. 220/1.§ 1. Behoudens wanneer wordt aangetoond dat de inkomsten die werden verkregen door de juridische constructie werden betaald of toegekend aan een derde begunstigde die een inwoner is van of gevestigd is in een in artikel 5/1, § 1, tweede lid, bedoelde Staat, zijn die inkomsten belastbaar in hoofde van de oprichter van de juridische constructie die een in artikel 220 bedoelde rechtspersoon is, alsof deze rechtspersoon ze rechtstreeks verkregen heeft. De in artikel 5/1, § 1, derde, vierde, zesde en zevende lid, bedoelde bepalingen zijn van toepassing op de in het eerste lid bedoelde rechtspersonen. § 2. Wanneer wordt aangetoond dat de inkomsten die werden verkregen door deze juridische constructie werden betaald of toegekend aan een derde begunstigde, die een in artikel 220 bedoelde rechtspersoon is, zijn deze inkomsten, belastbaar in hoofde van deze rechtspersoon, alsof deze rechtspersoon ze rechtstreeks verkregen heeft. § 3. De bepalingen van artikel 5/1, § 3, zijn van toepassing op de §§ 1 en 2. ». Art. 43.Artikel 221 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten sluiten, wordt aangevuld met een lid, luidende : « Artikel 21, 12°, is van toepassing op de overeenkomstig artikel 220/1 belaste rechtspersonen. ». Art. 44.In artikel 307, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het vierde lid worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de Franstalige tekst worden de woorden "sur la personne desquelles" vervangen door de woorden "sur lesquels" en wordt het woord "visée" vervangen door het woord "visé";2° de woorden "van wie hij het wettelijk genot van de inkomsten heeft" worden vervangen door de woorden "waarover hij het ouderlijk gezag uitoefent"; 3° de woorden "bij zijn weten op enigerlei wijze of ogenblik begunstigde of potentieel begunstigde is van een juridische constructie." worden vervangen door de woorden "een derde begunstigde is zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 14°/1."; b) de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : « De jaarlijkse aangifte in de rechtspersonenbelasting vermeldt het bestaan van een juridische constructie waarvan de belastingplichtige een oprichter of een derde begunstigde is.». Art. 45.In artikel 315, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij koninklijk besluit van 20 december 1996 en gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de bepaling opgenomen onder 1° worden de woorden "betreffende de in artikel 307, § 1, tweede lid en derde lid, vermelde rekeningen en levensverzekeringsovereenkomsten;" vervangen door de woorden "betreffende de in artikel 307, § 1, tweede tot vierde lid vermelde rekeningen, levensverzekeringsovereenkomsten en juridische constructies;"; b) het lid wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende : « 3° omvat, voor rechtspersonen, de boeken en bescheiden betreffende de in artikel 307, § 1, negende lid, vermelde juridische constructies. ». Art. 46.In titel VII, hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 344/1 wordt ingevoegd, luidende : « Art. 344/1.Een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen van een in artikel 2, § 1, 13°, b, bedoelde juridische constructie kan niet worden tegengeworpen aan de administratie in het kader van de toepassing van de artikelen 5/1 en 220/1 in hoofde van de in artikel 2, § 1, 14°, bedoelde oprichters van de juridische constructie of, in voorkomend geval, van de in artikel 2, § 1, 14°/1, bedoelde derde begunstigden van de juridische constructie. Elke wijziging aan de oprichtingsakte van een in artikel 2, § 1, 13°, b), bedoelde juridische constructie, met het oog op de omzetting in een juridische constructie bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, a), teneinde aan de belastingheffing omschreven in artikel 18, 2°ter, b), te ontsnappen, kan evenmin worden tegengeworpen aan de administratie. ». Art. 47.Dit hoofdstuk is van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2015 werden verkregen, toegekend of betaalbaar gesteld door een juridische constructie en, wat de toepassing van de roerende of bedrijfsvoorheffing betreft, op de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf de eerste dag van de maand na die waarin deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekend gemaakt. Iedere wijziging aan de oprichtingsakte van een juridische constructie als bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, a), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met het oog op de omzetting in een juridische constructie bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, b), van hetzelfde Wetboek of van een juridische constructie bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, b), van dat Wetboek met het oog op de omzetting in een juridische constructie bedoeld in artikel 2, § 1, 13°, a), van het genoemde Wetboek die gebeurt vanaf 9 oktober 2014, kan niet worden tegengeworpen aan de administratie. Voor de toepassing van het tweede lid, moet rekening worden gehouden : - tot 31 december 2014, met artikel 2, § 1, 13°, b), van het genoemde Wetboek, zoals dat bestond voor te zijn gewijzigd door artikel 38, 1°, van deze wet; - vanaf 1 januari 2015, met artikel 2, § 1, 13°, b), van hetzelfde Wetboek, zoals het is vervangen door artikel 38, 1°, van deze wet. HOOFDSTUK 2. - Maatregelen voor startende ondernemingen Afdeling 1. - Tax shelter voor startende ondernemingen Art. 48.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt de onderafdeling IIsepties die een artikel 14526 bevat, ingevoegd bij de wet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/04/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003015077 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Italiaanse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot oprichting van een gezamenlijke organisatie voor samenwerking op defensiematerieelgebied , en met de Bijlagen I, II, III en IV, gedaan te Farnborough op 9 september 1998 (1)(2) type wet prom. 08/04/2003 pub. 12/05/2003 numac …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.