← België

Programmadecreet houdende verschillende maatregelen betreffende de begroting inzake natuurrampen, verkeersveiligheid, openbare werken, energie, huisve

Kort samengevat

Dit programmadecreet regelt verschillende budgettaire maatregelen in Wallonië, met een focus op de oprichting van fondsen voor natuurrampen en verkeersveiligheid, en aanpassingen aan bestaande wetgeving. Het doel is om de financiële tegemoetkoming bij rampen te waarborgen en de verkeersveiligheid te verbeteren.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
12 DECEMBER 2014. - Programmadecreet houdende verschillende maatregelen betreffende de begroting inzake natuurrampen, verkeersveiligheid, openbare werken, energie, huisvesting, leefmilieu, ruimtelijke ordening, dierenwelzijn, landbouw en fiscaliteit (1) De Waalse Regering, Op de voordracht van de Minister-President, de Minister van Openbare Werken, de Minister van Huisvesting en Energie, de Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Dierenwelzijn, de Minister van Begroting en de Minister van Landbouw; Na beraadslaging, Besluit : De Minister van Begroting moet het Waals Parlement een ontwerp van programmadecreet overleggen waarvan de inhoud de volgende is : HOOFDSTUK I. - Maatregelen inzake natuurrampen Artikel 1.Er wordt een instelling van openbaar nut ingesteld, met name het « Fonds wallon des calamités naturelles » (Waals natuurrampenfonds), dat twee afdelingen telt, met name het « Fonds wallon des calamités publiques » (Waals fonds voor openbare rampen) en het « Fonds wallon des calamités agricoles » (Waals landbouwrampenfonds). Deze instelling wordt ingedeeld in categorie A van de instellingen bedoeld in artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. Art. 2.Het « Fonds wallon des calamités publiques » is onderworpen aan de bepalingen van het decreet van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut. Art. 3.De opdracht van het « Fonds wallon des calamités naturelles » bestaat erin om via zijn twee afdelingen de financiële tegemoetkoming van het Waalse Gewest te dekken als gevolg van de door natuurrampen veroorzaakte schade, krachtens de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen. Het « Fonds wallon des calamités publiques » dekt de uitgaven i.v.m. de financiële tegemoetkoming van het Waalse Gewest als gevolg van door openbare rampen veroorzaakte schade. Het « Fonds wallon des calamités agricoles » dekt de uitgaven i .v.m. de financiële tegemoetkoming van het Waalse Gewest als gevolg van door landbouwrampen veroorzaakte schade. Art. 4.Het « Fonds wallon des calamités publiques » en het « Fonds wallon des calamités agricoles » worden gespijsd met aparte dotaties die op de begroting van het Waalse Gewest worden uitgetrokken. De Regering is bevoegd om de begroting van het « Fonds wallon des calamités naturelles » in de loop van het boekjaar aan te passen. Ze geeft het Parlement kennis daarvan. Art. 5.Het « Fonds wallon des calamités naturelles » wordt beheerd door het personeel en binnen de diensten van de Waalse Overheidsdienst. Art. 6.In de titels I en III van de wet van 12 juli 1976 betreffende het herstel van zekere schade veroorzaakt aan private goederen door natuurrampen, voor het laatst gewijzigd bij de wet van 11 juli 2013 worden de woorden « Nationale Kas voor Rampenschade », « Nationale Kas voor Rampenschade, ingesteld bij artikel 35 » en « Nationale Kas voor Rampenschade bedoeld in artikel 35 », wat betreft de financiële tegemoetkoming als gevolg van schade veroorzaakt door natuurrampen die zich na 1 juli 2014 hebben voorgedaan en die vanaf 1 januari 2015 door het Waalse Gewest gedragen wordt, met uitzondering van artikel 33, telkens vervangen door de woorden « Fonds wallon des calamités naturelles ». Art. 7.Artikel 1, A, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut wordt aangevuld als volgt : « - Fonds wallon des calamités naturelles (Waals natuurrampenfonds). » Art. 8.Artikel 1, § 2, tweede lid, van het decreet van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 houdende invoering van een financiële centralisatie van de thesaurieën van de Waalse instellingen van openbaar nut wordt aangevuld als volgt : « - Het Fonds wallon des calamités naturelles (Waals natuurrampenfonds). » HOOFDSTUK II. - Maatregelen inzake verkeersveiligheid Art. 9.Er wordt een « Fonds des infractions routières régionales » ingesteld, hierna het Fonds, dat een begrotingsfonds vormt in de zin van artikel 4, tweede lid, van het decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering. Met uitzondering van ontvangsten tot een maximumbedrag van 43.950.000 euro die rechtstreeks op de Algemene begroting van het Waalse Gewest gestort worden, worden de ontvangsten boven dat bedrag die voortkomen uit de onmiddellijke inningen, de minnelijke schikkingen en de strafrechtelijke boeten die verband houden met de inbreuken op de reglementering inzake verkeersveiligheid en die overeenkomstig artikel 2bis van de bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten volgens de plaats van de overtreding aan de gewesten worden toegekend, voor het Fonds bestemd. Op het krediet betreffende het Fonds bedoeld in het eerste lid worden enkel de volgende uitgaven geboekt : 1° de uitgaven ter financiering van de beveiliging van het gewestelijk verkeersnet via investeringen inzake civiele bouwkunde, elektromechanica, aankoop van materieel;2° de uitgaven ter financiering van de bewustmakings- en voorlichtingsacties inzake de verkeersveiligheid;3° de uitgaven ter financiering van de beveiliging van knelpunten op het gezamenlijke Waalse verkeersnet. HOOFDSTUK III. - Maatregelen inzake openbare werken Art. 10.De overeenkomst van 15 juli 2014 met betrekking tot de doorbetalingsverbintenis, afgesloten tussen het Waals Gewest, het Vlaams Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Single Service Provider en de financier, wordt hierbij bekrachtigd voor wat betreft het aandeel van het Waals Gewest in alle verplichtingen die ingevolge de DBFMO-overeenkomst van 25 juli 2014 door de interregionale entiteit Viapass of zijn rechtsopvolger of rechtsverkrijger aan de Single Service Provider of de financier verschuldigd zijn, voor zover deze niet vervuld kunnen worden door de interregionale entiteit Viapass of zijn rechtsopvolger of rechtsverkrijger. HOOFDSTUK IV. - Maatregelen inzake energie en huisvesting Afdeling 1. - Wijzigingen in het decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/04/2001 pub. 01/05/2001 numac 2001027238 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt Art. 11.In artikel 51ter, § 2, eerste lid, van het decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/04/2001 pub. 01/05/2001 numac 2001027238 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, ingevoegd bij het decreet van 17 juli 2008 en voor het laatst gewijzigd bij het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten9, wordt de zin « Het bedrag van het jaarlijks globale budget van de CWaPE bedraagt 5.600.000 euro » vervangen door de zin « Het jaarlijks globale budget van de "CWaPE" bedraagt 5.410.000 euro in 2015, 5.300.000 euro in 2016 en 5.230.000 euro vanaf 2017 ». Afdeling 2 - Wijzigingen in de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen Art. 12.Artikel 145/31 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/12/2006 pub. 28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten en voor het laatst gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/05/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003239 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 08/05/2014 pub. 04/06/2014 numac 2014011326 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake energie type wet prom. 08/05/2014 pub. 15/10/2014 numac 2014015140 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Staten van Amerika inzake de bevordering van de samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van ernstige criminaliteit, gedaan te Brussel op 20 september 2011 (2) type wet prom. 08/05/2014 pub. 02/06/2014 numac 2014022245 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen, andere aanvullingen van de voordelen toegekend voor de verschillende takken van de sociale zekerheid en de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank sluiten, wordt opgeheven. Art. 13.In artikel 145/37 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/05/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003239 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 08/05/2014 pub. 04/06/2014 numac 2014011326 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake energie type wet prom. 08/05/2014 pub. 15/10/2014 numac 2014015140 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Staten van Amerika inzake de bevordering van de samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van ernstige criminaliteit, gedaan te Brussel op 20 september 2011 (2) type wet prom. 08/05/2014 pub. 02/06/2014 numac 2014022245 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen, andere aanvullingen van de voordelen toegekend voor de verschillende takken van de sociale zekerheid en de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank sluiten, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt : « De vermindering wordt berekend : 1° voor de hypothecaire leningen waarvan de authentieke akte voor 1 januari 2015 wordt getekend, tegen het voor de belastingplichtige hoogste belastingtarief als vermeld in artikel 130, met een minimum van 30 percent.Ingeval de uitgaven die voor de vermindering in aanmerking komen, betrekking hebben op meer dan één belastingtarief, wordt voor elk deel van de bijdragen en betalingen het overeenstemmend tarief in aanmerking genomen; 2° voor de hypothecaire leningen waarvan de authentieke akte vanaf 1 januari 2015 wordt getekend of voor de overnamen van uitstaande bedragen verricht vanaf 1 januari 2015 in het kader van een opening van een voor die datum betaand krediet, tegen het belastingtarief van 40 percent.». Art. 14.Artikel 178/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/05/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003239 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 08/05/2014 pub. 04/06/2014 numac 2014011326 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake energie type wet prom. 08/05/2014 pub. 15/10/2014 numac 2014015140 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Staten van Amerika inzake de bevordering van de samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van ernstige criminaliteit, gedaan te Brussel op 20 september 2011 (2) type wet prom. 08/05/2014 pub. 02/06/2014 numac 2014022245 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen, andere aanvullingen van de voordelen toegekend voor de verschillende takken van de sociale zekerheid en de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank sluiten, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt : « § 3. De belastingsverminderingen bedoeld in de artikelen 145/21, 145/25, 145/30, 145/31, 145/36 tot 145/47 die niet geheel of gedeeltelijk op de gewestelijke personenbelasting aangerekend kunnen worden, worden op de federale personenbelasting aangerekend. ». Art. 15.Artikel 178/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/05/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003239 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom. 08/05/2014 pub. 04/06/2014 numac 2014011326 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake energie type wet prom. 08/05/2014 pub. 15/10/2014 numac 2014015140 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Staten van Amerika inzake de bevordering van de samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van ernstige criminaliteit, gedaan te Brussel op 20 september 2011 (2) type wet prom. 08/05/2014 pub. 02/06/2014 numac 2014022245 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen, andere aanvullingen van de voordelen toegekend voor de verschillende takken van de sociale zekerheid en de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank sluiten, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt : « § 3. De belastingsverminderingen bedoeld in de artikelen 145/21, 145/25, 145/30, 145/31, 145/36 tot 145/47 die niet geheel of gedeeltelijk op de gewestelijke personenbelasting aangerekend kunnen worden, worden op de federale personenbelasting aangerekend. ». Art. 16.In artikel 253 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij het programmadecreet van 23 februari 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) onder punt 3° bis, eerste lid, worden de woorden « uiterlijk 31 december 2014 » ingevoegd tussen de woorden « vanaf 1 januari 2005, » en « volgens het volgende verschil »;b) punt 3° ter wordt aangevuld met de woorden « en uiterlijk 31 december 2014;»; c) er wordt een punt 3° quater ingevoegd, luidend als volgt : « 3° quater.§ 1. Nieuwe investeringen in materieel en gereedschap bedoeld in artikel 471, § 3, verworven of nieuw aangelegd op het grondgebied van het Waalse Gewest, vanaf 1 januari 2015. § 2. De vrijstelling wordt toegekend gedurende maximum negen achtereenvolgende belastbare periodes, met ingang op 1 januari van het jaar dat volgt op de verwerving of de aanleg van de investering, ten belope van 100 percent voor elk van de eerste vijf belastbare periodes en, voor elk van de vier volgende belastbare periodes, respectievelijk 80, 60, 40 en 20 percent. »; d) onder punt 4° worden de woorden « en 3° ter » vervangen door de woorden « 3° ter en 3° quater ». Art. 17.De artikelen 12, 13 en artikel 15 zijn toepasselijk vanaf het aanslagjaar 2016. Artikel 14 is toepasselijk vanaf het aanslagjaar 2016. Artikel 16 ervan treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2015, uitgezonderd artikel 16, c, lid 2, waarbij een 3° quater, § 2, ingevoegd wordt in artikel 253 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 92, waarvan de inwerkingtreding door de Regering zal worden bepaald. HOOFDSTUK V. - Maatregelen inzake leefmilieu Afdeling 1. - Wijzigingen aangebracht in Boek I van het Milieuwetboek Art. 18.Artikel D.138, eerste lid, van Boek I van het Milieuwetboek, ingevoegd bij het decreet van 5 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 en voor het laatst gewijzigd bij het decreet van 10 juli 2013, wordt aangevuld met volgend streepje : « - de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren. ». Art. 19.In artikel D.140, § 2, eerste lid, van hetzelfde Boek worden de woorden « of dierenbescherming en -welzijn » ingevoegd tussen de woorden « inzake leefmilieu » en « in het kader van haar maatschappelijk doel ». Art. 20.In artikel D.159, § 2, van hetzelfde Boek wordt een punt 8° ingevoegd, luidend als volgt : « 8° overtredingen van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren. ». Art. 21.In artikel D.170 van hetzelfde Boek, voor het laatst gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 worden de woorden « " dat uit twee afdelingen bestaat, met name : de afdeling " incivilités environnementales " en de afdeling " protection des eaux " bedoeld in artikel D.324 van het Waterboek. » vervangen « dat uit drie afdelingen bestaat, met name : de afdeling " incivilités environnementales ", de afdeling " protection des eaux " en de afdeling "protection des sols" »; 2° paragraaf 3 wordt aangevuld met volgend lid : « Afwijkingshalve worden de administratieve boetes die opgelegd worden en de transacties die gesloten worden in geval van overtreding van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren gestort op het Begrotingsfonds van de dierenbescherming en -welzijn.»; 3° er wordt een paragraaf 4 ingevoegd, luidend als volgt : « § 4.De ontvangsten van het « Fonds pour la Protection de l'Environnement, afdeling « Protection des sols », worden bestemd voor de financiering van de uitgaven betreffende het beleid inzake bodembescherming en- beheer. ». Afdeling 2 - Wijzigingen aangebracht in Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterboek inhoudt Art. 22.Deze afdeling beoogt de financiering van het waterbeleid via de optimalisering van de mechanismen tot terugwinning van de kosten van watergebruik, met inbegrip van de kosten inzake leefmilieu en waterhulpbronnen, overeenkomstig richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid. Art. 23.In artikel D.2 van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterboek inhoudt, voor het laatst gewijzigd bij het decreet van 13 oktober 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) er wordt een punt 16° bis ingevoegd, luidend als volgt : « 16° bis « dienstovereenkomst inzake industriële sanering » : de door de Waalse Regering goedgekeurde dienstovereenkomst waarbij de in artikel D.22 vastgelegde doelstellingen nagestreefd moeten worden en die gesloten wordt tussen een bedrijf dat industriële afvalwateren in een openbaar zuiveringsstation loost, de erkende saneringsinstelling bedoeld in de artikelen D.343 tot D.345en de "S.P.G.E". »; b) er wordt een punt 20° bis ingevoegd, luidend als volgt : « 20° bis « industriële saneringskosten » : hierna « C.A.I. », de kostprijs van de dienst verleend door de « S.P.G.E. » ten gunste van het bedrijf dat industriële afvalwateren in een openbaar zuiveringsstation loost, en berekend overeenkomstig artikel D. 260, op basis van de exploitatiekosten, de investeringskosten en de beheerskosten. »; c) er wordt een punt 36° bis ingevoegd, luidend als volgt : « 36° bis « bemalingswater » : water afgevoerd via een geschikt technisch middel om een groeve of mijn in droge toestand te kunnen exploiteren;»; d) er wordt een punt 36° ter ingevoegd, luidend als volgt : « 36° ter « geothermale wateren » : grondwateren waarvan de temperatuur 50° C overschrijdt wegens een verblijf in de diepte en die geëxploiteerd kunnen worden met het oog op de productie en de distributie van warmte of elektriciteit via een openbaar netwerk;»; e) er wordt een punt 36° quater ingevoegd, luidend als volgt : « 36° quater « grijswater of gootwater » : huishoudafvalwater afkomstig van sanitaire installaties, wasmachines en keukens en waarin geen fecale materies, urine of toiletpapier voorkomen;»; f) er wordt een punt 36° quinquies ingevoegd, luidend als volgt : « 36° quinquies "zwartwater" : huishoudafvalwater afkomstig van wc's en waarin uitsluitend fecale materies, urine, toiletpapier of spoelwater voorkomen;»; g) punt 40° wordt opgeheven;h) onder punt 42° worden de woorden "en landbouwafvalwater" opgeheven; i) punt 71° wordt vervangen als volgt: « 71° « belastingplichtige » : elke persoon, met inbegrip van de intercommunales, met uitzondering van de opdrachten i.v.m. het statuut van erkende saneringsinstelling die aan heffing of bijdrage onderworpen waterhoeveelheden opneemt, elke persoon onderworpen aan de belasting op de lozing van afvalwater alsook elke persoon onderworpen aan de belasting op de milieulasten veroorzaakt door landbouwbedrijven. ». Art. 24.Artikel D.2bis van Boek II, gewijzigd bij het decreet van 17 januari 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, wordt opgeheven. Art. 25.Artikel D.2ter van Boek II van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/1989 pub. 06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2, wordt vervangen als volgt : « Art. D.2ter. § 1er. De termijnen bedoeld in de artikelen D.252 tot D290 worden berekend overeenkomstig de artikelen 52, eerste lid, 53, 53bis et 54 van het Gerechtelijk wetboek. § 2. Als de artikelen D.252 tot D290, alsook het regelgevend gedeelte van Boek II en de desbetreffende overige uitvoeringsbesluiten, melding maken van de bevoegdheden van ambtenaren van de diensten van het Waalse Gewest en van de Waalse openbare instellingen aangewezen door de Waalse Regering om de dienst van de bij die bepalingen vastgelegde belastingen en taksen waar te nemen, kunnen die ambtenaren zowel van de statutaire personeelsleden als van het contractuele personeel van de dienst of van betrokken instelling deel uitmaken. ». Art. 26.Artikel D.159 van Boek II van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 7 november 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6, wordt vervangen als volgt : « Art. D.159. De milieuvergunning of de aangifte overeenkomstig de voorschriften bepaald bij het de decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/03/1999 pub. 08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning kan vereist worden voor : 1° elke lozing van afvalwater in gewoon oppervlaktewater, openbare rioleringen, afvalwatercollectoren of kunstmatige afvoerwateren;2° elke tijdelijke of permanente storting van vervuilende stoffen op een plek waar ze door een natuurverschijnsel in oppervlaktewater of openbare rioleringen kunnen terechtkomen;3° lozingen in gewoon oppervlaktewater bij het varen van boten;4° de bouw van rottingsputten en gelijksoortige zuiveringssystemen;5° waterwinplaatsen die niet gelegen zijn in een gebied waar water drinkbaar gemaakt kan worden.». Art. 27.Artikel D.177, tweede lid, van Boek II van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 31 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4, wordt aangevuld met de volgende punten 3° en 4° : « 3° de laboratoria erkennen die belast worden met de grondanalyses om er de potentieel uitspoelbare stikstof, afgekort APL, te kwantificeren, of die belast worden met het uivoeren van een stikstofprofiel van de grond; 4° de modaliteiten vastleggen volgens welke de landbouwer aantoont dat de infrastructuren voor de opslag van teelteffluenten in zijn landbouwbedrijf voldoen aan de voorschriften waarin de in 2° bedoelde beschermingsprogramma's voorzien, alsook de procedure en de modaliteiten tot afgifte van de conformiteitsattesten betreffende de opslag van teelteffluenten en de autoriteit die daarvoor instaat.». Art. 28.In deel III, Tittel I, Hoofdstuk I, wordt het opschrift van afdeling 2 van Boek II van hetzelfde Wetboek vervangen als volgt : « Afdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de openbare distributie van voor menselijk verbruik bestemd water ». Art. 29.In deel III, Titel II, Hoofdstuk I, wordt het opschrift van afdeling 1 van Boek II van hetzelfde Wetboek vervangen als volgt : « Afdeling 1. - Tarifering en facturering van voor menselijk verbruik bestemd water ». Art. 30.In deel III, Titel II, Hoofdstuk I, afdeling 1, van Boek II van hetzelfde Wetboek wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen als volgt : « Onderafdeling 1. - Tarifering van voor menselijk verbruik bestemd water ». Art. 31.Artikel D.229 van Boek II van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 7 november 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6, wordt vervangen als volgt : « Art. D.229. In het kader van de tarifering bedoeld in artikel D.228 wordt de C.V.A. niet toegepast in de volgende gevallen : : 1° als de gebruiker in aanmerking komt voor een vrijstelling, overeenkomstig artikel D.270; 2° op het gedeelte van het totaal opgevangen volume dat als industrieel afvalwater wordt geloosd, als de gebruiker onderworpen is aan de belasting op het lozen van industrieel afvalwater of als hij bijdraagt in de industriële saneringskosten (CAI) waarin artikel D.260 voorziet; 3° op de watervolumes verbruikt door de landbouwbedrijven die onderworpen zijn aan de belasting op de milieulasten, met uitzondering van het volume dat gelijk is aan het vermoedelijke waterverbruik van het gezin, hetzij 90 m3.». Art. 32.In artikel D.239 van Boek II van hetzelfde Wetboek wordt het getal "0,0125" vervangen door het getal "0,025". Art. 33.In deel III, Titel II, Hoofdstuk I, worden de afdelingen 3 tot 5 van Boek II van hetzelfde Wetboek, die de artikelen D.252 tot D.317 inhouden, opgeheven. Art. 34.In deel III, Titel II, wordt Hoofdstuk II van Boek II van hetzelfde Wetboek, dat de artikelen D.318 tot D.330 inhoudt, opgeheven. Art. 35.In deel III, Titel II van Boek II van hetzelfde Wetboek wordt volgend hoofdstuk II ingevoegd : « Hoofdstuk II - Mechanismen tot terugwinning van andere kosten dan de tarifering ». Art. 36.Hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 35, wordt aangevuld met een afdeling 1, luidend als volgt : « Afdeling 1. - Algemene bepalingen ». Art. 37.Afdeling 1, ingevoegd bij artikel 36, wordt aangevuld met een artikel D.252, luidend als volgt : « Art. D.252. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan administratie : de dienst(en) aangewezen door de Regering. ». Art. 38.Hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 35, wordt aangevuld met een afdeling 2, luidend als volgt : « Afdeling 2. - Belasting en bijdrage op de waterwinningen. ». Art. 39.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 38, wordt aangevuld met een onderafdeling 1, luidend als volgt : « Onderafdeling 1. - Winplaatsen voor tot drinkwater verwerkbaar water ». Art. 40.Onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 39, wordt aangevuld met een artikel D.254, luidend als volgt : « Art. D.254. De producenten van tot drinkwater verwerkbaar water, van wie de waterwinplaatsen in het Waalse Gewest gelegen zijn, dragen naar rato van de geproduceerde volumes van tot drinkwater verwerkbaar water bij tot de financiering van de maatregelen tot bescherming van het tot drinkwater verwerkbaar water. De geproduceerde watervolumes bestemd voor distributie in het Waalse Gewest op basis waarvan de verdelers de sanering van afvalwater verhoudingsgewijs dragen, worden berekend op grond van de watervolumes die aan de verbruikers verdeeld en gefactureerd worden. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder " producenten van tot drinkwater verwerkbaar water " : De houders van winplaatsen van tot drinkwater verwerkbaar water in het Waalse Gewest of elke andere persoon die het water, grosso modo, afkoopt van een andere waterproducent die op de verkochte volumes niet heeft bijgedragen tot de openbare sanering van de afvalwateren. ». Art. 41.In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel D.255 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. D.255. § 1. De winplaatsen van tot drinkwater verwerkbaar water zijn onderworpen : 1° enerzijds aan, hetzij : a) de betaling van een waterwinbelasting waarvan het bedrag is vastgelegd op 0,0756 euro per kubieke meter water geproduceerd in de loop van het winningsjaar; b) het sluiten van een dienstovereenkomst tot bescherming van het tot drinkwater verwerkbaar water met de "S.P.G.E."; 2° anderzijds aan, hetzij : a) het sluiten van een saneringsdienstovereenkomst met de "S.P.G.E." na afloop waarvan de waterproducent de diensten van de "S.P.G.E." huurt om, volgens een bepaalde planning, de openbare sanering te verrichten van een watervolume dat met het geproduceerde watervolume overeenstemt en dat bestemd is om via de openbare distributie te worden verdeeld in het Waalse Gewest; b) de uitvoering van de zuiveringsopdracht door hemzelf, naar rato van het watervolume dat hij produceert. De verplichting van de houder van de winplaats van tot drinkwater verwerkbaar water wordt opgeheven wanneer een industriële saneringsdienstovereenkomst wordt gesloten en industriële saneringskosten aan de "S.P.G.E." worden gestort voor het gedeelte van het volume dat in de vorm van industrieel afvalwater wordt geloosd. § 2. De winplaatsen van tot drinkwater verwerkbaar water worden bovendien onderworpen aan een jaarlijkse waterwinbelasting waarvan het bedrag is vastgelegd op 0,0756 euro per kubieke meter water geproduceerd in de loop van het winningsjaar. § 3. De winbelasting of -bijdrage bedoeld in de paragrafen 1 ent 2 geldt niet voor de volgende grondwaterwinplaatsen : 1° het oppompen door de saneringsinstellingen in het kader van hun opdracht inzake afvoer van overstromingswater, met uitzondering van het watervolume dat ze verkopen of verdelen;2° het proefoppompen tijdens een periode die niet langer dan twee maanden duurt.». Art. 42.Afdeling 2, ingevoegd bij artikel 38, wordt aangevuld met een onderafdeling 2, luidend als volgt : « Onderafdeling 2. - Winplaatsen van grondwater dat niet tot drinkwater verwerkbaar is ». Art. 43.Onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 42, wordt aangevuld met een artikel D.256, luidend als volgt : « Art. D.256. § 1. De winplaatsen voor bemalingswater worden jaarlijks onderworpen aan een winningsbelasting van 0,0756 euro per kubieke meter bemalingswater betreffende de grondwatervolumes. § 2. De overige winplaatsen van niet tot drinkwater verwerkbaar water, met uitzondering van de winningen onder 3.000 kubieke meter, worden onderworpen aan een jaarlijkse winningsbelasting waarvan het bedrag vastgelegd is als volgt: 1° op de schijf van 0 tot 20 000 kubieke meter water : 0,03 euro per kubieke meter opgenomen water; 2° op de schijf van 20.001 tot 100.000 kubieke meter water : 0,06 euro per kubieke meter opgenomen water; 3° op de schijf boven 100.000 kubieke meter water : 0,09 euro per kubieke meter opgenomen water. § 3. De volgende grondwaterwinplaatsen zijn niet onderworpen aan een winningsbelasting bedoeld in paragraaf 2 : 1° het oppompen door de saneringsinstellingen in het kader van hun opdracht inzake afvoer van overstromingswater, met uitzondering van het watervolume dat ze verkopen of verdelen;2° proefpompingen tijdens een periode van hoogstens twee maanden.». 3° tijdelijke oppompingen verricht ter gelegenheid van openbare of privé werken inzake civiele bouwkunde;4° oppompingen ter bescherming van goederen, met uitzondering van de oppompingen verricht voor industriële of winstgevende doeleinden;5° oppompingen van geothermaal water voor de collectieve verwarming van openbare woningen of gebouwen.». Art. 44.Afdeling 2, ingevoegd bij artikel 38, wordt aangevuld met een onderafdeling 3, luidend als volgt : « Onderafdeling 3. - Waterwinnningen van niet tot drinkwater verwerkbaar oppervlaktewater ». Art. 45.Onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 44, wordt aangevuld met een artikel D.257, luidend als volgt : « Art. D.257. § 1. De waterwinnningen van niet tot drinkwater verwerkbaar oppervlaktewater, met uitzondering van de winningen onder 10.000 kubieke meter, worden onderworpen aan een jaarlijkse winningsbelasting waarvan het bedrag vastgelegd is als volgt : 1° op de schijf van 0 tot 999 999 kubieke meter water : 0,063 euro per kubieke meter opgenomen water;2° op de schijf van 1 000 000 tot 9 999 999 kubieke meter water : 0,037 euro per kubieke meter opgenomen water;3° op de schijf van 10 000 000 tot 99 999 999 kubieke meter water : 0,020 euro per kubieke meter opgenomen water;4° op de schijf boven 99 999 999 kubieke meter water : 0,004 euro per kubieke meter opgenomen water. Er wordt een verminderingscoëfficiënt van de in het eerste lid bedoelde winningsbijdrage toegepast op de opgenomen volumes die in de oppervlaktewateren teruggeloosd worden. Die coëfficiënt is gelijk aan [1-((Teruggeloosd volume/opgenomen totaal volume)/2)]. § 2. De volgende grondwaterwinplaatsen zijn niet onderworpen aan de winningsbelasting bedoeld in paragraaf 1 : 1° het oppompen door de saneringsinstellingen in het kader van hun opdracht inzake afvoer van overstromingswater, met uitzondering van het watervolume dat ze verkopen of verdelen;2° tijdelijke oppompingen verricht ter gelegenheid van openbare of privé werken inzake civiele bouwkunde;3° oppompingen ter bescherming van goederen;4° oppompingen voor de collectieve verwarming van openbare woningen of gebouwen, met uitzondering van de oppompingen verricht voor industriële of winstgevende doeleinden;5° de winningen die uitsluitend bestemd zijn voor de productie van groene elektriciteit in de zin van het decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/04/2001 pub. 01/05/2001 numac 2001027238 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt.». Art. 46.Hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 35, wordt aangevuld met een afdeling 3, luidend als volgt : « Afdeling 3. - Belasting op de lozing van industrieel en huishoudelijk afvalwater ». Art. 47.Afdeling 3, ingevoegd bij artikel 46, wordt aangevuld met een onderafdeling 1, luidend als volgt : « Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen ». Art. 48.Onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 47, wordt aangevuld met een artikel D.258, luidend als volgt : « Art. D.258. Er wordt een jaarlijkse belasting op lozingen van afvalwater vastgelegd ». Art. 49.In dezelfde onderafdeling 1 wordt een artikel D.259 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. D.259. De belasting is van toepassing op : 1° elke natuurlijke of rechtspersoon, publiek- of privaatrechtelijk, incluis de intercommunales, behalve in het kader van de uitoefening van de opdrachten i.v.m. het statuut van erkende saneringsinstelling, hierna "bedrijven" genoemd, die industrieel afvalwater lozen in de openbare rioleringen, afvalwatercollectoren, zuiveringsstations van de saneringsinstellingen of in de oppervlakte- of grondwateren; 2° elke natuurlijke of rechtspersoon, publiek- of privaatrechtelijk, incluis de intercommunales, behalve in het kader van de uitoefening van de opdrachten i.v.m. het statuut van erkende saneringsinstelling die huishoudelijk afvalwater lozen in de collectoren bedoeld onder 1° en die wegens een niet openbare bevoorrading niet bijdraagt in de saneringskosten vervat in de reële kostprijs van het water, behalve als ze een vrijstelling genieten, overeenkomstig artikel D.270; 3° elke natuurlijke of rechtspersoon, publiek- of privaatrechtelijk, incluis de intercommunales, behalve in het kader van de uitoefening van de opdrachten i.v.m. het statuut van erkende saneringsinstelling die huishoudelijk afvalwater lozen in de collectoren bedoeld onder 1° en die de in artikel D.229, 2°, bedoelde vrijstelling van de C.V.A. genieten. ». Art. 50.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 46, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidend als volgt : "Onderafdeling 2. - Bijzondere bepalingen betreffende de lozingen van industrieel afwalwater". Art. 51.In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 50, wordt een artikel D.260 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.260. § 1. De jaarlijkse belasting op het lozen van industrieel afvalwater is evenredig met de hoeveelheid verontreinigende stoffen ervan berekend overeenkomstig de in de artikelen D.262 en D.265 bepaalde formules. De in aanmerking te nemen hoeveelheid verontreinigende stoffen is die van het industriële afvalwater geloosd gedurende het jaar dat aan het belastingjaar voorafgaat. § 2. De onderneming die industrieel afwalwater in een openbaar zuiveringsstation loost, sluit een dienstencontract voor industriële sanering. Ze moet de kosten van de in dit contract bedoelde industriële sanering voor het geloosde afvalwatergedeelte betalen. De onderneming die een dienstencontract voor industriële sanering heeft gesloten, wordt vrijgesteld van de in § 1 bedoelde jaarlijkse belasting op het lozen van industrieel afvalwater vanaf de datum van ondertekening van dit contract. § 3. De Regering keurt het model van het dienstencontract voor industriële sanering goed. Het contract bevat minstens de volgende gegevens: 1) de bepaling van de diensten inzake de opvang en de zuivering van het industrieel water verleend door de "S.P.G.E." en de erkende zuiveringsinstellingen; 2) de geraamde hoeveelheid en de aard van het water geloosd door de industrie in het net of het station waarvoor een akkoord tussen partijen is gesloten; 3) de modaliteiten voor de berekening van de kosten van de industriële sanering bedoeld in artikel D.2, 20° bis; 4) de controles die de "S.P.G.E." of de erkende zuiveringsinstelling mogen verrichten om de overeenstemming van het geloosde water met de contractuele bepalingen te controleren en de modaliteiten voor de uitoefening van die controles; 5) de sancties voorzien indien de partijen hun verplichtingen niet naleven;6) de oorzaken die een einde kunnen maken aan het contract en de gevolgen van het eventuele einde van het contract;7) de uitzonderingen of eventuele afwijkingen van het principe volgens welk het contract voor een onbepaalde duur wordt gesloten. Rekening houdende met sociale, leefmilieu- en economische impacten van de afwenteling van de kosten van de diensten, is de kostprijs van de industriële sanering gelijk aan de reële kostprijs of aan de tegenwaarde van de belasting op het lozen van industrieel afvalwater indien de reële kostprijs hoger is dan die belasting. Om het bestaan en het bedrag van het dienstencontract voor industriële sanering te bepalen, mag de "S.P.G.E." of de door de "S.P.G.E." gemachtigde erkende zuiveringsinstelling alle bewijsmiddelen aanwenden die door het gemene recht worden toegelaten. Wanneer de onderneming die industrieel afvalwater loost, de waarden van de in aanmerking te nemen parameters niet meedeelt aan de "S.P.G.E.", mag laatstgenoemde monsternemingen en analysen verrichten of laten verrichten om die waarden te bepalen, waarbij de daaruit voortvloeiende kosten ten laste zijn van de onderneming. Bij gebrek aan analysen wordt de last die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de reële kostprijs van de industriële sanering geraamd op basis van de beschikbare relevante inlichtingen. De "S.P.G.E." kan op verzoek van de Waalse Regering de dienstencontracten per categorie industrieën zonder vergoeding en mits een opzegging van 12 maanden opzeggen. § 4. De "S.P.G.E." of de exploitant van de openbare saneringsinfrastructuur mogen de sanering onderbreken of beperken telkens als herstel-, renovatie-, wijzigings-, verplaatsings-, onderhouds- of exploitatiewerken het rechtvaardigen. In dit geval zal de exploitant zich inspannen om het aantal onderbrekingen en de duur ervan tot een minimum te beperken. De betrokken ondernemingen die industrieel afvalwater lozen, worden uiterlijk vijf werkdagen vóór het begin van de werken op de hoogte gebracht van de werken. In spoedgevallen of in geval van onderbrekingen van minder dan één uur, worden de betrokken ondernemingen die industrieel afvalwater lozen, op de hoogte gebracht van de werken binnen een redelijke termijn voor het begin ervan. Bewarende maatregelen of maatregelen bestemd om de schade te beperken kunnen uitgevoerd worden vóór hun kennisgeving aan de betrokken ondernemingen die industrieel afvalwater lozen. Tijdens de onderbrekingen of de stopzettingen van de dienst wegens het algemeen belang in geval van overmacht of ingebrekestelling van de onderneming die industrieel afvalwater loost, zijn de S.P.G.E. of de exploitant niet verplicht een schadeloosstelling of een compensatie te betalen. § 5. Met het oog op de bevordering van het goede beheer van het industrieel afvalwater kan de Waalse Regering de overdracht aan de S.P.G.E. van een onroerend goed gelegen in een bedrijfsruimte of een deel van een dergelijk onroerend goed, in volle eigendom of in de ondergrond, toelaten na instemming van de S.P.G.E. en zonder terugbetaling van de steun of van de subdiside toegekend krachtens het decreet van 11 maart 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid. De saneringsinstallatie wordt door de overdrager met de normen in overeenstemming gebracht". Art. 52.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.261 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.261. Het basisbedrag van de belasting per eenheid verontreinigende stoffen van het geloosde industriële afvalwater, hierna eenheidsbelasting genoemd, wordt vanaf 1 januari 2015 vastgesteld op 13 euro.". Art. 53.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.262 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.262. De hoeveelheid verontreinigende stoffen van het geloosde industriële afvalwater wordt berekend aan de hand van de volgende formule: "N = N1 + N2 + N3 + N4 + N5" Waarbij: 1° "N" = het totale aantal eenheden verontreinigende stoffen; 2° "N1 = (Q/180)*[a + (0.35*MS/500) + (0.45*D.C.O./525)]*(0.4 + 0.6 d)" Waarbij: a) "N1" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan de aanwezigheid van zwevende en oxydeerbare stoffen;b) "Q" = het dagelijkse gemiddelde volume industrieel afvalwater, exclusief koelwater, uitgedrukt in liter, geloosd door de onderneming tijdens de drukste maand van het jaar.Het gemiddelde volume is het resultaat van de deling van het maandelijkse volume door het aantal lozingsdagen tijdens de drukste maand; c) "MS" = het gehalte aan zwevende stoffen, uitgedrukt in mg/l, van het ruwe water waarop Q betrekking heeft;d) "COD" = het chemische zuurstofverbruik, uitgedrukt in mg/l, van het water waarop Q betrekking heeft na bezinking van twee uren;e) "a" = een coëfficiënt met als waarde 0,2, behalve als het water rechtstreeks in het oppervlaktewater wordt geloosd;dan is de waarde gelijk aan 0; f) "d" = de verbeterende factor resulterende uit een breuk met als noemer 225 en als teller het aantal dagen gedurende dewelke het afvalwater wordt geloosd;die factor wordt in aanmerking genomen voor de seizoensgebonden of periodieke activiteiten waarvoor kan worden bewezen dat gedurende minder dan 225 kalenderdagen per jaar afvalwater wordt geloosd; in de andere gevallen is de factor gelijk aan 1. 3° "N2 = [Q1 (Xi + 0,2 Yi + 10 Zi)]/500" Waarbij: a) "N2" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan de aanwezigheid van zware metalen;b) "Q1" = het jaarlijkse volume industrieel afvalwater, exclusief koelwater, uitgedrukt in m3, dat tijdens het jaar is geloosd;c) "Xi" = de som van de gemiddelde arsenicum-, chroom-, koper-, nikkel-, lood-, zilverconcentraties, gemeten in het water waarop Q1 betrekking heeft en uitgedrukt in mg/l;d) "Yi" = de gemiddelde zinkconcentratie, gemeten in het water waarop Q1 betrekking heeft en uitgedrukt in mg/l;e) "Zi" = de som van de gemiddelde cadmium-, kwik-, nikkel- en loodconcentraties, gemeten in het water waarop Q1 betrekking heeft en uitgedrukt in mg/l; 4° "N3 = (Q1 (N + P))/10.000" Waarbij: a) "N3" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan de aanwezigheid van voedingsstoffen;b) "Q1" = het jaarlijkse volume industrieel afvalwater, exclusief koelwater, uitgedrukt in m3, dat tijdens het jaar is geloosd;c) "N" = de gemiddelde concentratie van totale stikstof, gemeten in het afvalwater waarop Q1 betrekking heeft en uitgedrukt in mgN/l;d) "P"= de gemiddelde concentratie van totaal fosfor, gemeten in het afvalwater waarop Q1 betrekking heeft en uitgedrukt in mg P/l; 5° "N4" = 0,2.Q2 dt/10.000" : Waarbij : a) "N4" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan het temperatuurverschil tussen het geloosde afvalwater en het ontvangende oppervlaktewater;b) "Q2" = het door het bedrijf jaarlijks geloosde volume koelwater, uitgedrukt in m3;c) "dt" = het gemiddelde temperatuurverschil, uitgedrukt in C°, tussen het opgevangen en het geloosde water waarop Q2 betrekking heeft;d) "N4" enkel in aanmerking wordt genomen indien Q2 dt of groter dan of gelijk is aan 1 000 000. 6° "N5 = e.(Q1.TU)/1000" : Waarbij: a) "N5" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan het toxiciteitsniveau;b) "e" = een verminderingscoëfficient dat een evolutief karakter wil geven aan de introductie van de ecotoxiciteit.Vanaf 1 januari 2015 is het coëfficient "e" gelijk aan 0. Vanaf 1 januari 2016 is het coëfficient gelijk aan 0,25. Vanaf 1 januari 2017 is het coëfficient gelijk aan 0,50. Vanaf 1 januari 2018 is het coëfficient gelijk aan 1. b) "Q1" = het jaarlijkse geloosde volume industrieel afvalwater, exclusief koelwater, uitgedrukt in m3;d) « TU » zijn de toxiciteitseenheden voor 1 kubieke meter, uitgedrukt in equitox, en zijn gelijk aan 100 Ec50- 24 h' e) EC50-24uur = de concentratie met een immobibilisatie-effect op de helft van de bevolking van "daphnia Magna" (microschaaldieren van zoetwater) na 24uur blootstelling aan het afvalwater, waarbij haar waarde uitgedrukt wordt in percentage afvalwater dat aan de proef wordt onderworpen. Wanneer de EC50-24uur-waarde bedoeld in het tweede lid, 6°, e) hoger is dan 100 %, wordt het afvalwater als niet-giftig beschouwd (TU = 0). De Regering bepaalt de activiteitssectoren onderworpen aan de toepassing van "N5", bedoeld in het tweede lid, 6°, a), naar gelang van de karakterisering van de lozingen en bepaalt er de analysemodaliteiten van.". Art. 54.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.263 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.263. § 1. De waarden van de in artikel D.262 bedoelde parameters zijn de in de milieuvergunning van de belastingplichtige vermelde maximale waarden, voor zover zij erin vermeld staan en de belastingplichtige de bewoordingen van de milieuvergunning of de werkelijke gemiddelde waarden in acht neemt, die op kosten van de belastingplichtige door een door de Regering erkend laboratorium bepaald zijn overeenkomstig artikel D.147, Boek I, van het Milieuwetboek, door het referentielaboratorium van het Waalse Gewest volgens de voorschriften en onder het toezicht van het Bestuur. Als de belastingplichtige de in aanmerking te nemen parameterwaarden verzuimt mede te delen aan het Bestuur, gaat bedoeld Bestuur tot monsternemingen en analyses over of laat ze daartoe overgaan om die waarden te bepalen, waarbij de daaruit voortvloeiende kosten ten laste komen van de belastingplichtige. De Regering stelt de technische modaliteiten vast voor de bepaling van de waarden van de in artikel D.262 bedoelde parameters. § 2. Van de in het geloosde afvalwater gemeten waarden van de parameters MS, COD, Xi, Yi, Zi, N en P kan de belastingplichtige overeenstemmende waarden aftrekken die, overeenkomstig de hem bepaalde voorschriften en onder toezicht van het Bestuur, op zijn kosten worden gemeten door een door de Regering erkend laboratorium. De aftrek gebeurt afzonderlijk en mag niet tot gevolg hebben dat de waarden van bepaalde parameters negatief worden.". Art. 55.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.264 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.264. Als het Bestuur de waarden van de parameters van de in artikel D.262 bepaalde formule niet kent en die parameters niet redelijkerwijs kan vaststellen op basis van de beoordelingselementen waarover het beschikt, of als technische of economische moeilijkheden de betrouwbare vaststelling van de reële gemiddelde waarden van die parameters in de weg staan, berekent het de hoeveelheid verontreinigende stoffen aan de hand van de in artikel D.265 bepaalde vereenvoudigde formule.". Art. 56.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.265 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.265. De vereenvoudigde formule van de hoeveelheid verontreinigende stoffen is de volgende : "N = N1 + N2" Waarbij: 1° "N" = het totale aantal eenheden verontreinigende stoffen;2° "N1 = A C1/B": Waarbij: a) "N1" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan de aanwezigheid van zwevende en oxydeerbare stoffen;b) "A" = de jaarlijkse bedrijvigheid uitgedrukt overeenkomstig de gebruikte basis;c) "B" = de basis vermeld in kolom 3 van de tabel in bijlage 1;c) "C1" = de omzettingscoëfficiënt vermeld in kolom 4 van de tabel in bijlage I.3° « N2 = (Q1.- Q2) C2 + Q2 C3 » : Waarbij: a) "N2" = het aantal eenheden verontreinigende stoffen verbonden aan de aanwezigheid van zware metalen, voedingsstoffen en koelwater;b) "Q1" = het jaarlijkse volume van het geloosde industriële afvalwater, uitgedrukt in m3;b) "Q2" = het jaarlijkse volume van het geloosde koelwater, uitgedrukt in m3;d) "C2" = het 1/100ste behalve wanneer een andere omzettingscoëfficiënt wordt vermeld in kolom 5 van de tabel in bijlage 1.e) "C3" = het 1/10 000ste; f) Het product Q2 C3 wordt enkel in aanmerking genomen als Q2 groter dan of gelijk is aan 200 000 m3.". Art. 57.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel D.266 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.266. § 1. De jaarlijkse belasting is het product van de vermenigvuldiging van de in artikel D.261 bedoelde eenheidsbelasting met het aantal N eenheden verontreinigende stoffen bepaald in artikel D.262 of in artikel D.265. § 2. Als verscheidene ondernemingen hun afvalwater gezamenlijk lozen of behandelen, wordt de belasting in gelijke aandelen onder hen verdeeld. De in het eerste lid bedoelde ondernemingen moeten de bepalingen van de artikelen D.276 tot D.280 naleven. De ondernemingen die hun hoeveelheid verontreinigende stoffen nauwkeurig kunnen bepalen, mogen echter afzonderlijk worden belast. Het saldo van de belasting wordt dan door het Bestuur in gelijke aandelen verdeeld onder de overblijvende ondernemingen. Art. 58.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 46, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, luidend als volgt : "Onderafdeling 3 - Bijzondere bepalingen betreffende de lozingen van huishoudelijk afvalwater". Art. 59.Onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 58, wordt aangevuld met een artikel D.267, luidend als volgt : "Art. D.267. De jaarlijkse belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater is evenredig met het volume geloosd water, uitgedrukt in m®. De eenheidsbelasting per kubieke meter geloosd afvalwater, bedoeld in artikel D.259, 2°, wordt vastgelegd op 1,935 euro vanaf 1 januari 2015.". Art. 60.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel D.268 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.268. § 1. Het watervolume onderworpen aan de in artikel D.267 bedoelde belasting wordt overeenkomstig de in die bepaling vermelde regels bepaald door middel van de meetinrichtingen voor het door de belastingplichtige opgevangen water, of bij gebrek eraan, op basis van zijn geraamd waterverbruik of van ieder ander bewijsstuk waarover het Bestuur beschikt om zijn waterverbruik vast te stellen. Het geraamde waterverbruik van de belastingplichtige is gelijk aan het product van de vermenigvuldiging van het in bijlage II bedoelde aantal eenheden met het overeenstemmende geraamde waterverbruik. Het in aanmerking te nemen aantal eenheden is het maximumaantal eenheden dat in de loop van het lozingsjaar op dezelfde dag wordt geregistreerd. § 2. In afwijking van § 1 wordt het volume voor de landbouwbedrijven forfaitair vastgesteld op 90 m®. § 3. Voor personen die industrieel en huishoudelijk afvalwater lozen, is de in artikel D.267 bedoelde belasting van toepassing op het gedeelte van het totaal opgevangen volume dat als huishoudelijk afvalwater wordt geloosd.". Art. 61.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel D.269 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.269. De jaarlijkse belasting is het product van de vermenigvuldiging van de in artikel D.269 bedoelde eenheidsbelasting met het in m® uitgedrukte watervolume bepaald in artikel D.268.". Art. 62.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel D.270 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.270. De publiek- of privaatrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen die huishoudelijk afvalwater dat ze voortbrengen of voor behandeling opvangen, zuiveren, genieten de vrijstelling of de terugbetaling van de belasting of de C.V.A. onder de door de Regering bepaalde voorwaarden. De watervolumes opgevangen door de begunstigden van een vrijstelling of een terugbetaling van de belasting of de C.V.A. worden niet meegerekend in de watervolumes bedoeld in artikel D. 254, tweede lid.". Art. 63.In hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 35, wordt een afdeling 4 ingevoegd, luidend als volgt : "Afdeling 4. - Belasting op de milieulasten veroorzaakt door de landbouwbedrijven". Art. 64.Afdeling 4, ingevoegd bij artikel 63, wordt aangevuld met een artikel D.271, luidend als volgt : "Art. D.271. Om de terugbetaling van de milieukosten gebonden aan de waterbron te verzekeren, wordt een jaarlijkse belasting op de milieulast veroorzaakt door de landbouwbedrijven vastgesteld.". Art. 65.In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel D.272 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.272. De globale milieulast die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de jaarlijkse belasting is de som van de milieulast "veestapel" en de milieulast "gronden" veroorzaakt door het bedrijf tijdens het jaar vóór het belastingjaar.". Art. 66.In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel D.273 ingevoegd, luidend als volgt : "Art. D.273. § 1. Het aantaal eenheden milieulast wordt aan de hand van de volgende formule berekend: "N = N1 + N2". Waarbij: "N" = het totale aantal eenheden milieulast. § 2. N1 = de milieulast "veestapel". De last wordt bepaald door de producten voortvloeiend uit de vermenigvuldiging van het aantal dieren van elke categorie met de in tabel van bijlage III vermelde stikstofcoëfficient ervan op te tellen. De stitkstofcoëfficient is gelijk aan de waarde van de jaarlijkse productie van stikstof per soort dieren. N1 = aantal dieren per categorie x stiktofcoëfficient van de overeenstemmende categorie. § 3. N2 = de milieulast "gronden". De last wordt bepaald door de milieulast "stikstof" (A), de milieulast "pesticiden" (B) en de milieulast "erosie" (C) op te tellen. "N2 = A+B+C" Waarbij: "A" = de milieulast "stikstof" bepaald door de producten voortvloeiend uit de vermenigvuldiging van de oppervlakten van elke teeltcategorie, uitgedrukt in ha, met de in bijlage III vermelde stikstofcoëfficient ervan op te tellen. De stikstofcoëfficient is gelijk aan het gemiddelde stikstofoverschot in de bodem per soort teelt. N1 = oppervlakten per categorie x stiktofcoëfficient van de overeenstemmende categorie. "B" is de milieulast "pesticiden" bepaald door de producten voortvloeiend uit de vermenigvuldiging van de oppervlakten van elke teeltcategorie, …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.