📄 Wettekst
10 APRIL 2015. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, tot omvorming van het sectoraal pensioenstelsel in een sociaal sectoraal pensioenstelsel (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/01/1958
pub.
31/03/2011
numac
2011000170
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de fondsen voor bestaanszekerheid, inzonderheid op artikel 2;
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de betonindustrie;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, tot omvorming van het sectoraal pensioenstelsel in een sociaal sectoraal pensioenstelsel. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 april 2015.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, K. PEETERS _______ Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/01/1958
pub.
31/03/2011
numac
2011000170
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 7 februari 1958.
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.
Bijlage Paritair Subcomité voor de betonindustrie Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2014 Omvorming van het sectoraal pensioenstelsel in een sociaal sectoraal pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 24 november 2014 onder het nummer 124299/CO/106.02) Artikel 1.Toepassingsgebied Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de arbeid(st)ers van de ondernemingen die onder het Paritair Subcomité voor de betonindustrie ressorteren. Art. 2.Algemeen verbindend verklaring De partijen vragen de algemeen verbindend verklaring aan.
PENSIOENLUIK Art. 3.Begrippen en definities Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder : 3.1. WAP De
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. 3.2. Paritair subcomité Het Paritair Subcomité voor de betonindustrie of ook PSC 106.02. 3.3. Huidige werkgever De werkgever van de aangeslotene op 1 oktober 2006 alsook de vorige werkgever van de aangeslotene voor zover de huidige werkgever voorkomt uit of betrokken was bij een operatie als herstructurering, fusie, splitsing,... Art. 4.Voorwerp en doelstelling Het doel van dit sectoraal aanvullend pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke verplichtingen inzake pensioenen en ter verhoging ervan : - aan de aangeslotene zelf, een kapitaal indien hij in leven is op de eindleeftijd die bepaald is in het pensioenreglement; - aan de begunstigde zoals bepaald in het pensioenreglement, een kapitaal in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd die bepaald is in het pensioenreglement.
Het als bijlage opgenomen pensioenreglement maakt integraal deel uit van deze collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 5.Opting out is niet voorzien Van de mogelijkheid voorzien in artikel 9 van de WAP waardoor werkgevers de mogelijkheid zouden hebben om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren via een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming ("opting out"), wordt geen gebruik gemaakt door het paritair subcomité. Art. 6.De inrichter De inrichter van het sectoraal pensioenstelsel wijzigt met ingang van 31 december 2013 naar : "Pensio+ Beton" fbz, Vorstlaan 68, 1170 Watermaal-Bosvoorde.
Deze inrichter neemt vanaf genoemde datum alle rechten en verplichtingen in verband met het sectoraal pensioenstelsel over van het "Sociaal Fonds van de betonindustrie" fbz, Vorstlaan 68, 1170 Watermaal-Bosvoorde. Art. 7.De pensioeninstelling - groepsverzekering Bij toepassing van artikel 8 van de WAP werd als pensioeninstelling gekozen : Federale Verzekering, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, toegelaten onder codenummer 0346, met als zetel Stoofstraat 12, 1000 Brussel.
Het aanvullend sectoraal pensioenstelsel wordt uitgevoerd via een groepsverzekering die door de inrichter wordt onderschreven.
De bijdragen worden toegewezen aan een groepsverzekering die in een gekantonneerd fonds binnen tak 21 beheerd wordt.
De aanspraken op het aanvullend pensioen worden bepaald overeenkomstig het pensioenreglement dat als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst is opgenomen. Art. 8.Pensioenbijdrage De pensioenbijdrage is een ondeelbare bijdrage die op 31 december wordt toegekend voor zover de aangeslotene in het verstreken kalenderjaar ten minste één gepresteerde arbeidsdag telt.
Voor de pensioenbijdrage 2006 en de inhaalbijdrage 2005 wordt de vereiste van één gepresteerde arbeidsdag niet gesteld.
Bij het bepalen van de omvang van de bijdrage wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotene.
De pensioenbijdrage houdt rekening met de an-ciënniteit zoals hierna bepaald. 1) Pensioenbijdrage voor de periode tot en met 2012 Zie tabel als bijlage.2) Pensioenbijdrage vanaf 2013
Année 2013 (EUR)
A partir de 2014 (EUR)
Jaar 2013 (EUR)
Vanaf 2014 (EUR)
- de 1 an à 5 ans d'ancienneté inclus
365 x a
390 x a
- van 1 jaar tot en met 5 jaar anciënniteit
365 x a
390 x a
- à partir de 6 ans à 10 ans d'ancienneté inclus
383 x a
408 x a
- vanaf 6 jaar tot en met 10 jaar anciënniteit
383 x a
408 x a
- à partir de 11 ans à 15 ans d'ancienneté inclus
401 x a
426 x a
- vanaf 11 jaar tot en met 15 jaar anciënniteit
401 x a
426 x a
- à partir de 16 ans à 20 ans d'ancienneté inclus
445 x a
470 x a
- vanaf 16 jaar tot en met 20 jaar anciënniteit
445 x a
470 x a
- plus de 20 ans d'ancienneté
485 x a
510 x a
- boven 20 jaar anciënniteit
485 x a
510 x a
Het verhoudingsgetal a wordt als volgt samengesteld : a = (A-B-C)/A Met : A : het globaal aantal dagen arbeidstijd in de sector gedekt door loon met RSZ-bijdragen met uitzondering van de wettelijke en bijkomende vakantiedagen (prestatiecode 001 DmfA-aangifte) over een periode van 2 jaar; B : het globaal aantal dagen ziekte over diezelfde periode (prestatiecode 050 DmfA-aangifte);
C : het globaal aantal dagen moederschapsbescherming en borstvoedingspauzes over diezelfde periode (prestatiecode 051 DmfA-aangifte).
Het paritair subcomité stelt het verhoudingsgetal a om de twee jaar vast, op basis van de beschikbare statistische gegevens binnen de sector. Het eerste verhoudingsgetal wordt vastgesteld op : a = 0,92 en wordt toegepast op de pensioenbijdragen 2013 en 2014.
De vastlegging van het verhoudingsgetal voor de kalenderjaren die daarna volgen gebeurt via collectieve arbeidsovereenkomst. 3) De anciënniteit wordt vastgesteld als volgt 3.a) anciënniteit : gewoon regime De anciënniteit die bepalend is voor de omvang van de pensioenbijdrage wordt telkens op 1 januari van het lopend kalenderjaar fictief vastgesteld in functie van de loopbaan die de aangeslotene in de sector in de hoedanigheid van arbeid(st)er telt vanaf 1 januari 2006.
De volgende regels zijn van toepassing : - Het jaar van indiensttreding als arbeid(st)er in de sector (het jaar van het verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector) wordt steeds in aanmerking genomen als 1 anciënniteitsjaar. - Op 1 januari volgend op het jaar van indiensttreding als arbeid(st)er in de sector (het jaar van het verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector) is de in aanmerking te nemen anciënniteit 2 jaar. De daaropvolgende 1ste januari is de anciënniteit 3 jaar, enz. - Uittredingsanciënniteit : - bij uittreding in de loop van een kalenderjaar wordt de anciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari van dat jaar van toepassing was min 1 jaar; - bij uittreding op 31 december van een kalenderjaar wordt de anciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari van dat jaar van toepassing was.
Wanneer een uitgetreden arbeid(st)er opnieuw intreedt (een werknemer opnieuw de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector verwerft) wordt voor het kalenderjaar van herintreding (het kalenderjaar van het opnieuw verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er) als anciënniteit de uittredingsanciënniteit + 1 jaar in aanmerking genomen. 3. b) anciënniteit : speciale schikking bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel voor diegenen die op 1 oktober 2006 reeds een loopbaan als arbeid(st)er bij de huidige werkgever hebben ("startanciënniteit") Voor de arbeid(st)er die op 1 oktober 2006 - de datum van inwerkingtreding van het pensioenstelsel cf.collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006 (nr. 80979/CO/106.02,
koninklijk besluit van 15 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
06/11/2013
numac
2013012193
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, tot invoering van een aanvullend sectoraal pensioenstelsel
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
22/08/2013
numac
2013203436
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2012, gesloten in het Paritair Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of door de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de sociale werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 327.01
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203174
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het nationaal akkoord 2011-2012
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
15/04/2014
numac
2013012228
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het beheer van gebouwen, de vastgoedmakelaars en de dienstboden, betreffende het sociaal sectoraal pensioenplan
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
06/11/2013
numac
2013012213
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 betreffende de invoering van een sociaal sectoraal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in het tuinbouwbedrijf
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203419
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 december 2012, gesloten in het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart, tot aanvulling van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2002 inzake vaststelling van de werkgeversbijdragen voor administratiekosten
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203555
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 februari 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen voor arbeiders in de ondernemingen die minimaal 25 en maximaal 29 werklieden tewerkstellen
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
08/08/2013
numac
2013022419
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 189 van de programmawet van 27 december 2006 voor het jaar 2013
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203552
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de diensten en organismen voor technische controles en gelijkvormingheidstoetsing, betreffende het nationaal akkoord 2011-2012
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203442
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 februari 2012, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot wijziging en vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009 tot vaststelling van het bedrag, de toekenningsvoorwaarden en de uitkeringsmodaliteiten van aanvullende sociale voordelen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen"
sluiten, Belgisch Staatsblad van 6 november 2013) - aangesloten wordt, wordt voor de berekening van de anciënniteit een "startanciënniteit" in aanmerking genomen.
Onder "startanciënniteit" wordt verstaan : dat de ononderbroken loopbaan die de arbeid(st)er bij zijn huidige werkgever als arbeid(st)er heeft, in aanmerking genomen wordt om de omvang van de pensioenbijdrage vast te stellen.
De volgende regels zijn van toepassing : - het jaar van de (laatste) indiensttreding bij de huidige werkgever wordt in aanmerking genomen als 1 anciënniteitsjaar; - op elke 1ste januari die volgt op het jaar van de (laatste) indiensttreding bij de huidige werkgever wordt één jaar anciënniteit bijgerekend en dit tot 1 januari 2006; - bij uittreding tussen 2 oktober 2006 en 30 december 2006 wordt de startanciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari 2006 van toepassing was min 1 jaar; - bij uittreding op 31 december 2006 wordt de startanciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari 2006 van toepassing was; - vanaf 1 januari 2007 wordt de startanciënniteit aangevuld met anciënniteit in de sector zoals hierboven beschreven.
Wanneer de arbeid(st)er die uittreedt tussen 2 oktober 2006 en 30 december 2006 of de arbeid(st)er die uittreedt op 31 december 2006 achteraf opnieuw intreedt wordt voor het kalenderjaar van herintreding als anciënniteit de vastgeklikte startanciënniteit + 1 jaar in aanmerking genomen. 4) Inhaalbijdrage voor de arbeid(st)er die in 2005 in dienst was bij de huidige werkgever Verwezen wordt naar de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006 (nr.80979/CO/106.02,
koninklijk besluit van 15 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
06/11/2013
numac
2013012193
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, tot invoering van een aanvullend sectoraal pensioenstelsel
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
22/08/2013
numac
2013203436
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2012, gesloten in het Paritair Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of door de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de sociale werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 327.01
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203174
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het nationaal akkoord 2011-2012
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
15/04/2014
numac
2013012228
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het beheer van gebouwen, de vastgoedmakelaars en de dienstboden, betreffende het sociaal sectoraal pensioenplan
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
06/11/2013
numac
2013012213
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 betreffende de invoering van een sociaal sectoraal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in het tuinbouwbedrijf
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203419
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 december 2012, gesloten in het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart, tot aanvulling van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2002 inzake vaststelling van de werkgeversbijdragen voor administratiekosten
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203555
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 februari 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen voor arbeiders in de ondernemingen die minimaal 25 en maximaal 29 werklieden tewerkstellen
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
08/08/2013
numac
2013022419
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 189 van de programmawet van 27 december 2006 voor het jaar 2013
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203552
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de diensten en organismen voor technische controles en gelijkvormingheidstoetsing, betreffende het nationaal akkoord 2011-2012
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203442
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 februari 2012, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot wijziging en vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009 tot vaststelling van het bedrag, de toekenningsvoorwaarden en de uitkeringsmodaliteiten van aanvullende sociale voordelen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen"
sluiten, Belgisch Staatsblad van 6 november 2013), in voege tot 31 december 2013. 5) Blijfpremie Verwezen wordt naar de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 juni 2011 (nr.105355/CO/106.02,
koninklijk besluit van 20 december 2012Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
20/12/2012
pub.
17/01/2013
numac
2012206463
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de stoffering en de houtbewerking, betreffende het supplement bij tijdelijke werkloosheid vanaf 1 januari 2012
sluiten, Belgisch Staatsblad van 18 januari 2013). 6) Overgangsregeling Verwezen wordt naar de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2007 (nr.86340/CO/106.02).
SOLIDARITEITSLUIK Art. 9.Solidariteit Naast het pensioenluik wordt voorzien in een solidariteitsluik.
Dit solidariteitsluik heeft tot doel de prestaties van het pensioenluik aan te vullen in een aantal gevallen.
De aanspraken op een solidariteitsprestatie worden bepaald overeenkomstig het reglement van solidariteitstoezegging, dat als bijlage 2 aan onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst is gehecht. Art. 10.Solidariteitsinstelling De inrichter duidt het "Sociaal Fonds van de betonindustrie" (SFBI), fbz, Vorstlaan 68, 1170 Watermaal-Bosvoorde aan als solidariteitsinstelling. Art. 11.Te innen bijdragen De bijdragen voor de financiering van beide luiken van het sociaal sectoraal pensioenstelsel worden vastgelegd in (aparte) collectieve arbeidsovereenkomsten die algemeen verbindend verklaard worden.
Deze bijdragen worden geïnd en ingevorderd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Overeenkomstig artikel 7 van de
wet van 7 januari 1958Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/01/1958
pub.
31/03/2011
numac
2011000170
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten op de fondsen voor bestaanszekerheid, is de wijze van berekening, inning, invordering en van eventuele opslagen en verwijlintresten dezelfde als deze die voor de sociale zekerheidsbijdragen gelden.
De inrichter verdeelt de bijdragen en stort deze door naar het financieringsfonds pensioen dat beheerd wordt door de pensioeninstelling en het solidariteitsfonds dat beheerd wordt door de solidariteitsinstelling.
De werkgever is verantwoordelijk voor de gevolgen die voortvloeien uit alle onnauwkeurige, onvolledige, onjuiste of laattijdige inlichtingen die aangegeven worden aan de RSZ en die aan de pensioen- en de solidariteitsinstelling worden overgemaakt (via de KSZ). Art. 12.Inwerkingtreding en opzeggingsmodaliteiten van de collectieve arbeidsovereenkomst Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 31 december 2013 en wordt gesloten voor onbepaalde duur. Op dat ogenblik treden de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006 (nr. 80979/CO/106.02,
koninklijk besluit van 15 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
06/11/2013
numac
2013012193
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, tot invoering van een aanvullend sectoraal pensioenstelsel
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
22/08/2013
numac
2013203436
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2012, gesloten in het Paritair Subcomité voor de beschutte werkplaatsen gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of door de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de sociale werkplaatsen erkend en/of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 327.01
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203174
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 mei 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het nationaal akkoord 2011-2012
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
15/04/2014
numac
2013012228
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 oktober 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het beheer van gebouwen, de vastgoedmakelaars en de dienstboden, betreffende het sociaal sectoraal pensioenplan
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
06/11/2013
numac
2013012213
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 1 december 2011, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 februari 2008 betreffende de invoering van een sociaal sectoraal pensioenplan voor de arbeiders tewerkgesteld in het tuinbouwbedrijf
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203419
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 december 2012, gesloten in het Paritair Comité voor de binnenscheepvaart, tot aanvulling van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 november 2002 inzake vaststelling van de werkgeversbijdragen voor administratiekosten
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203555
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 20 februari 2013, gesloten in het Paritair Comité voor de scheikundige nijverheid, betreffende het statuut van de syndicale afvaardigingen voor arbeiders in de ondernemingen die minimaal 25 en maximaal 29 werklieden tewerkstellen
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
08/08/2013
numac
2013022419
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 189 van de programmawet van 27 december 2006 voor het jaar 2013
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203552
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 2011, gesloten in het Paritair Comité voor de diensten en organismen voor technische controles en gelijkvormingheidstoetsing, betreffende het nationaal akkoord 2011-2012
type
koninklijk besluit
prom.
15/07/2013
pub.
28/11/2013
numac
2013203442
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 februari 2012, gesloten in het Paritair Comité voor het tuinbouwbedrijf, tot wijziging en vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2009 tot vaststelling van het bedrag, de toekenningsvoorwaarden en de uitkeringsmodaliteiten van aanvullende sociale voordelen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de inplanting en het onderhoud van parken en tuinen"
sluiten, Belgisch Staatsblad van 6 november 2013), de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 mei 2009 (nr. 92721/CO/106.02) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 september 2008 (nr. 89327/CO/106.02) buiten werking.
De collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juli 2013 (nr. 116298/CO/106.02, hangende publicatie) wordt vanaf haar inwerkingtreding integraal vervangen door voorliggende collectieve arbeidsovereenkomst.
De beslissing tot opheffing van het voorliggende sociaal sectoraal pensioenstelsel is enkel geldig wanneer zij 80 pct. van de stemmen van het in het paritair subcomité gewone of plaatsvervangende leden die de werkgevers vertegenwoordigen en 80 pct. van de stemmen van de gewone of plaatsvervangende leden die de arbeiders vertegenwoordigen behaald heeft.
Zij kan door elk van de partijen opgezegd worden mits een opzeggingstermijn van zes maanden wordt betekend, per aangetekende brief gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de betonindustrie.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 april 2015.
De Minister van Werk, K. PEETERS
Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, tot omvorming van het sectoraal pensioenstelsel in een sociaal sectoraal pensioenstelsel Tabel met de pensioenbijdragen (EUR) tot en met 2012
Anciënniteit Ancienneté
2005 (2006 = 1,0325)
2006
2007, 2008 en/et 2009
2010
2011 en/et 2012
van 1 tot 5 jaar/de 1 à 5 ans
54,70
52,98
100,00
225,00
350,00
van 6 tot 10 jaar/de 6 à 10 ans
72,92
70,63
118,00
243,00
368,00
van 11 tot 15 jaar/de 11 à 15 ans
91,15
88,29
136,00
261,00
386,00
van 16 tot 20 jaar/de 16 à 20 ans
118,51
114,78
180,00
305,00
430,00
> 20 jaar/> 20 ans
136,74
132,44
220,00
345,00
470,00
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 april 2015.
De Minister van Werk, K. PEETERS
Bijlage 2 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 oktober 2014, gesloten in het Paritair Subcomité voor de betonindustrie, tot omvorming van het sectoraal pensioenstelsel in een sociaal sectoraal pensioenstelsel Pensioenreglement van toepassing vanaf 31 december 2013 Bijzondere bepalingen 1. Voorwerp en doel van het pensioenstelsel In uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006 voerde het "Sociaal Fonds van de betonindustrie" (inrichter) een pensioenstelsel in met het oog op het financieren van het sectoraal pensioen ten gunste van de arbeid(st)ers. Met ingang van 31 december 2013 wordt (werd) dit pensioenstelsel omgevormd naar een sociaal sectoraal pensioenstelsel en werd de inrichter gewijzigd (Pensio+ Beton, fbz).
De bijdragen voor de financiering van het sociaal sectoraal pensioenplan worden uitsluitend vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten die bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaard worden.
Het doel van dit pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke pensioenverplichtingen en ter verhoging ervan : a) aan de aangeslotene zelf, een kapitaal indien hij in leven is op de eindleeftijd;b) aan de begunstigde(n) die door dit reglement worden aangeduid, een kapitaal in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd.2. Documenten Het pensioenreglement is het geheel van contractuele bepalingen die de voorwaarden die uitvoering geven aan het pensioenstelsel vaststellen, alsook de rechten en verplichtingen van de werknemers inzake aansluiting, de rechten en de verplichtingen van de aangeslotene, de inrichter en de pensioeninstelling. De bijzondere bepalingen beschrijven de regels die op uniforme wijze gelden voor alle aangeslotenen die dit pensioenstelsel genieten.
De algemene bepalingen beschrijven de werkingsprincipes en -modaliteiten die van toepassing zijn op dit pensioenstelsel en op alle gelijkaardige pensioenstelsels die bij de pensioeninstelling worden uitgevoerd via groepsverzekeringen van het type F-Benefit.02.
In uitvoering van het pensioenreglement wordt op het hoofd van elke aangeslotene een overeenkomst (aangeduid met werkgeversbijdrageovereenkomst of individuele pensioenrekening) gesloten die aangeeft waarvoor de aangeslotene verzekerd is en welke de financiering is.
De bijzondere bepalingen en de algemene bepalingen moeten samen gelezen worden en vormen één geheel.
De bijzondere bepalingen hebben evenwel voorrang op de algemene bepalingen.
De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor alle niet uitdrukkelijk door de bijzondere bepalingen voorziene situaties te regelen in overeenstemming met de algemene bepalingen. 3. Werking in de tijd Het pensioenstelsel trad in werking op 1 oktober 2006.Vanaf 31 december 2013 wordt (werd) het omgevormd naar een sociaal sectoraal pensioenstelsel. 4. Definities 4.1. Pensioenstelsel Collectieve pensioentoezegging waarbij een rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene vóór of na de pensioenleeftijd of de ermee overeenstemmende kapitaalswaarde, die op basis van de in het pensioenreglement bepaalde verplichte bijdragen, worden toegekend ter aanvulling van een krachtens een wettelijke sociale zekerheidsregeling vastgesteld pensioen.
Pensioentoezegging De toezegging door een inrichter van een aanvullend pensioen aan de aangeslotene en/of hun begunstigde(n), ingeschreven in de collectieve arbeidsovereenkomsten van het Paritiar Subcomité voor de betonindustrie.
Sociaal sectoraal pensioenstelsel Het geheel van de pensioentoezegging en de solidariteitstoezegging.
Solidariteitstoezegging De toezegging van solidariteitsprestaties door de inrichter aan de aangeslotene en/of hun begunstigde(n) in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomsten van het Paritair Subcomité voor de betonindustrie tot invoering van een sociaal sectoraal pensioenstelsel alsook tot wijziging of coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. 4.2. Inrichter van het sociaal sectoraal pensioenstelsel Pensio+ Beton, Vorstlaan 68, 1170 Watermaal-Bosvoorde. 4.3. Pensioeninstelling Federale Verzekering, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, Stoofstraat 12, 1000 Brussel. 4.4. Werkgever De onderneming die ressorteert onder het Paritair Subcomité voor de betonindustrie en die valt onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006 of onder een collectieve arbeidsovereenkomst die het toepassingsgebied preciseert of vervangt. 4.5. Arbeid(st)er De natuurlijke persoon die een arbeidsovereenkomst voor arbeiders heeft afgesloten met een werkgever. Volledigheidshalve wordt gesteld dat leerlingen allerhande, personen die een beroepsopleiding volgen of studenten, niet onder de definitie vallen. Evenmin vallen onder de definitie de arbeid(st)ers met een toegelaten activiteit na pensionering. 4.6. Sector Sector van de betonindustrie (PSC 106.02). 4.7. Aangeslotene - "Actieve aangeslotene" : de arbeid(st)er in dienst van de werkgever waarvoor de inrichter een pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van dit pensioenstelsel voldoet. - "Passieve aangeslotene" (slaper) : de gewezen arbeid(st)er die niet meer aan de aansluitingsvoorwaarden voldoet en die uitgestelde rechten geniet alsook de gewezen arbeid(st)er die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet omdat hij bij zijn uitreding verkozen heeft zijn verworven reserves, zonder wijziging van de pensioentoezegging, bij de pensioeninstelling te laten. - "Gewezen aangeslotene" : hetzij de aangeslotene die de eindleeftijd bereikt, hetzij de arbeid(st)er die na uittreding zijn verworven reserves overdraagt.
Waar nodig wordt het onderscheid actieve/passieve/gewezen aangeslotene gemaakt in het pensioenreglement. 4.8. Begunstigde Persoon in wiens voordeel de prestaties bedongen zijn. 4.9. Eindleeftijd De normale eindleeftijd is vastgesteld op de eerste dag van de maand volgend op het bereiken van de leeftijd van 65 jaar (normale wettelijke pensioenleeftijd). Voor de aangeslotene(n) met eindleeftijd 65 jaar zal, voor zover geen dwingende wettelijke bepalingen tussenkomen, als eindleeftijd 65 jaar behouden blijven (zie ook het punt 12.3. in verband met de uitbetaling vóór de eindleeftijd en 12.2. in verband met verdaging van de eindleeftijd). 4.10. Pensioenbijdrage, ook premiebudget of bijdrage De bijdrage die wordt toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst. 4.11. Werkgeversbijdrageovereenkomst (individuele pensioenrekening) De individuele rekening op naam van de aangeslotene die gespijsd wordt door de pensioenbijdragen en de toegekende winstdeelname. 4.12. Jaarlijkse aanpassingsdatum De jaarlijkse aanpassingsdatum is 31 december van elk kalenderjaar. 5. Aansluiting De arbeid(st)er wordt vanaf de indiensttreding bij de werkgever aangesloten. De werknemer die na de indiensttreding bij de werkgever overstapt naar de categorie van de arbeid(st)ers, wordt aangesloten vanaf het ogenblik waarop hij tot de categorie van de arbeiders behoort.
De administratieve aansluiting gebeurt op de eerste dag van de maand samenvallend met of volgend op de datum waarop de arbeid(st)er aan de gestelde voorwaarden voldoet.
De aansluiting gebeurt evenwel ten vroegste op 1 oktober 2006.
Aansluiting is verplicht. 6. Beëindiging van de aansluiting De aansluiting neemt een einde op : - de eerste dag van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene die niet meer aan de definitie van arbeid(st)er beantwoordt; - de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene niet meer in dienst is van een werkgever; - de eindleeftijd; - de datum van het overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd. 7. Pensioentoezegging van het type vaste bijdragen - pensioenbijdrage (ook premiebudget) - elementen voor de berekening van de pensioenbijdrage 7.1. De pensioentoezegging is van het type vaste bijdragen zonder rendementsgarantie van de inrichter.
De pensioentoezegging voorziet in de volgende pensioenbijdragen : Gewone pensioenbijdrage (ook pensioenbijdrage) De actieve aangeslotene heeft, voor zover hij aan de toekenningsvoorwaarden beantwoordt, recht op de gewone pensioenbijdrage. De gewone pensioenbijdragen worden uitsluitend vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomsten van het Paritair Subcomité voor de betonindustrie. De gewone pensioenbijdragen die vanaf 31 december 2013 worden toegekend, worden aangevuld (verhoogd) vanuit het solidariteitsluik conform hetgeen bepaald is in de betreffende collectieve arbeidsovereenkomsten.
De pensioenbijdrage is voor de aangeslotene verworven op 31 december van elk kalenderjaar en dit op basis van de anciënniteit zoals vastgesteld in 7.2. en de andere elementen zoals vastgesteld in 7.4. en 7.5.
De aangeslotene die in de loop van een kalenderjaar en vóór 31 december uittreedt, (vervroegd) pensioneert, overlijdt of de eindleeftijd bereikt heeft geen recht op een pensioenbijdrage voor dat kalenderjaar.
Inhaalbijdrage Zie punt 7.6.
Blijfpremie Maandelijkse pensioenbijdrage die op het einde van een kalendermaand wordt toegekend conform de betreffende collectieve arbeidsovereenkomsten van het Paritair Subcomité voor de betonindustrie.
Overgangsregeling - pensioenbijdrage "overgangsregeling" In het kader van de collectieve arbeidsovereenkomst van 14 december 2007 heeft de aangeslotene die (vervroegd) pensioneert of brugpensioneert (SWT) of de eindleeftijd bereikt, conform de bepalingen die opgenomen zijn in deze collectieve arbeidsovereenkomst, recht op een pensioenbijdrage "overgangsregeling". Op deze pensioenbijdrage is het punt 9.3. niet van toepassing. 7.2. De anciënniteit die bepalend is voor de omvang van de gewone pensioenbijdrage wordt telkens op 1 januari van het lopend kalenderjaar fictief vastgesteld in functie van de loopbaan die de aangeslotene in de sector in de hoedanigheid van arbeid(st)er telt vanaf 1 januari 2006.
De volgende regels zijn van toepassing : - Het jaar van indiensttreding als arbeid(st)er in de sector (het jaar van het verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector) wordt steeds in aanmerking genomen als 1 anciënniteitsjaar. - Op 1 januari volgend op het jaar van indiensttreding als arbeid(st)er in de sector (het jaar van het verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector) is de in aanmerking te nemen anciënniteit 2 jaar. De daaropvolgende 1ste januari is de anciënniteit 3 jaar, enz. - Uittredingsanciënniteit : - bij uittreding in de loop van een kalenderjaar wordt de anciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari van dat jaar van toepassing was min 1 jaar; - bij uittreding op 31 december van een kalenderjaar wordt de anciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari van dat jaar van toepassing was.
Wanneer een uitgetreden arbeid(st)er opnieuw intreedt (een werknemer opnieuw de hoedanigheid van arbeid(st)er in de sector verwerft), wordt voor het kalenderjaar van herintreding (het kalenderjaar van het opnieuw verwerven van de hoedanigheid van arbeid(st)er) als anciënniteit de uittredingsanciënniteit (in voorkomend geval de startanciënniteit : zie hierna) + 1 jaar in aanmerking genomen.
Speciale schikking bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel voor diegenen die op 1 oktober 2006 reeds een loopbaan als arbeid(st)er bij de huidige werkgever hebben ("startanciënniteit") Voor de arbeid(st)er die op 1 oktober 2006 - de datum van inwerkingtreding van het pensioenstelsel - aangesloten wordt, wordt voor de berekening van de anciënniteit een "startanciënniteit" in aanmerking genomen. Onder "startanciënniteit" wordt verstaan : dat de ononderbroken loopbaan die de arbeid(st)er bij zijn huidige werkgever als arbeid(st)er heeft, in aanmerking genomen wordt om de omvang van de pensioenbijdrage vast te stellen. Onder "huidige werkgever" wordt verstaan : de werkgever van de aangeslotene op 1 oktober 2006 alsook de vorige werkgever van de aangeslotene voor zover de huidige werkgever voortkomt uit of betrokken was bij een operatie als herstructurering, fusie, splitsing,...
De volgende regels zijn van toepassing : - het jaar van de (laatste) indiensttreding bij de huidige werkgever wordt in aanmerking genomen als 1 anciënniteitsjaar; - op elke 1ste januari die volgt op het jaar van de (laatste) indiensttreding bij de huidige werkgever wordt 1 jaar anciënniteit bijgerekend en dit tot en met 1 januari 2006; - bij uittreding tussen 2 oktober 2006 en 30 december 2006 wordt de startanciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari 2006 van toepassing was min 1 jaar; - bij uittreding op 31 december 2006 wordt de startanciënniteit vastgeklikt op de anciënniteit die op 1 januari 2006 van toepassing was; - vanaf 1 januari 2007 wordt de startanciënniteit aangevuld met anciënniteit in de sector zoals hierboven beschreven. 7.3. De pensioenbijdrage, die een ondeelbare jaarbijdrage is, stemt, rekening houdend met de anciënniteit zoals hiervoor bepaald, overeen met hetgeen vastgesteld is de collectieve arbeidsovereenkomsten van het Paritair Subcomité voor de betonindustrie. 7.4. De pensioenbijdrage wordt op 31 december toegekend voor zover de aangeslotene in het verstreken kalenderjaar ten minste één gepresteerde arbeidsdag telt.
Voor de pensioenbijdrage 2006 en de inhaalbijdrage 2005 (zie punt 7.6.) wordt de vereiste van één gepresteerde arbeidsdag niet gesteld. 7.5. Voor wat de omvang van de pensioenbijdrage betreft, wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotenen. 7.6. Inhaalbijdrage 2005 voor de aangeslotene die in 2005 in dienst was als arbeid(st)er bij de huidige werkgever.
Bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel wordt aan de arbeid(st)er die aangesloten wordt op 1 oktober 2006 en die gedurende het kalenderjaar 2005 als arbeid(st)er in dienst was bij zijn huidige werkgever, een inhaalbijdrage toegekend. Deze inhaalbijdrage is bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst van 9 oktober 2006. Voor wat het gegeven anciënniteit betreft, wordt rekening gehouden met de "startanciënniteit" die gedefinieerd is in 7.2. min 1 jaar. Voor de definitie van huidige werkgever wordt verwezen naar artikel 7.2.
De inhaalbijdrage is voor de aangeslotene verworven op 31 december 2006. De aangeslotene die in de loop van het kalenderjaar 2006 en vóór 31 december 2006 uittreedt, (vervroegd) pensioneert, overlijdt of de eindleeftijd bereikt heeft geen recht op de inhaalbijdrage. 7.7. Op de pensioenbijdrage/inhaalbijdrage/blijfpremie/overgangsregeling is, omwille van het specifieke statuut van sociaal sectoraal pensioenstelsel, geen verzekeringstaks verschuldigd. (Veiligheidshalve wordt hier nog gesteld dat in het verleden, omwille van het specifieke statuut van het fonds voor bestaanszekerheid (FBZ) van de inrichter, er evenmin verzekeringstaks verschuldigd was.) De pensioenbijdrage/inhaalbijdrage/blijfpremie/overgangsregeling omvatten de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage die op het ogenblik van de inwerkingtreding van het pensioenstelsel 8,86 pct. bedraagt, niet. 8. Betaling van de pensioenbijdragen - toewijzing van de pensioenbijdragen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten 8.1. De inrichter staat in voor de betaling van de inhaalbijdragen/pensioenbijdragen/ blijfpremies/overgangsregeling.
Het geïnde bijdragepercentage/de geïnde bijdragen (via RSZ of bij de werkgevers) geldend voor de pensioentoezegging, wordt/worden overgemaakt aan de pensioeninstelling.
De inning via RSZ wordt toegewezen aan het financieringsfonds totdat alle gegevens voor de toewijzing aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten voor handen zijn.
Voor wat betreft de overgangsregeling, spijst de inrichter het financieringsfonds jaarlijks door de storting van 40.000 EUR met valutadatum 31 december op de bankrekening van de pensioeninstelling.
Indien de storting ontoereikend is, zal zij door de inrichter worden aangepast. 8.2. De toewijzing van de pensioenbijdragen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten gebeurt (met retroactief effect) op 31 december.
De blijfpremies worden eveneens op de jaarlijkse aanpassingsdatum (31 december X), met retroactief effect op het einde van elke kalendermaand van X, toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten.
De toewijzing van de overgangsregeling gebeurt op de eindleeftijd (zonder toepassing van de pensioneringsvereiste) respectievelijk op de jaarlijkse aanpassingsdatum met retroactief effect op het ogenblik van (vervroegde) pensionering of brugpensionering (SWT).
Wanneer de aangeslotene overlijdt, vervroegde vereffening vraagt of de eindleeftijd bereikt en er nog openstaande rechten zijn, gebeurt er een (retroactieve) aanzuivering op dat ogenblik. 9. Verworven reserves - verworven prestaties - rechten van de aangeslotene op de werkgeversbijdrageovereenkomst 9.1. De verworven reserves zijn de reserves op een bepaald ogenblik waarop de aangeslotene recht heeft overeenkomstig het pensioenstelsel.
De verworven reserves zijn, anders gezegd, gelijk aan het bedrag dat zich op de werkgeversbijdrageovereenkomst bevindt. Dit bedrag bestaat uit de pensioenreserve en de winstdeelname leven. 9.2. De verworven prestaties zijn gelijk aan de verworven reserves. 9.3. De werkgeversbijdrageovereenkomst (pensioenreserve en winstdeelname leven) is (zijn) pas na één jaar aansluiting bij het pensioenstelsel verworven voor de aangeslotene. Indien de aangeslotene uittreedt vóór het einde van het eerste jaar van zijn aansluiting, worden de bedragen van de werkgeversbijdrageovereenkomst in het financieringsfonds gestort. 10. Uittreding 10.1. Bij uittreding is de inrichter ertoe gehouden binnen een termijn van één jaar de pensioeninstelling van de uittreding in kennis te stellen. Binnen dezelfde periode kan de aangeslotene evenwel zelf de pensioeninstelling van zijn uittreding in kennis stellen.
De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen de 30 dagen na de hiervoor vermelde kennisgeving - voor zover de wetgeving ter zake dit zo voorziet (*) - de volgende gegevens mee aan de inrichter : - het bedrag van de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie; - het bedrag van de verworven prestaties; - de verschillende keuzemogelijkheden (zie : algemene bepalingen) en het feit dat de uitkering bij overlijden (pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname) behouden blijft. (*) A contrario voorziet de wetgeving ter zake in een uitstel van de betreffende communicatie rond de keuzemogelijkheden in de situatie waarin de aansluiting bij het pensioenstelsel eindigt terwijl de arbeidsovereenkomst met de werkgever doorloopt. De betreffende keuzemogelijkheden worden uitgesteld tot de effectieve beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
De inrichter stelt de aangeslotene onmiddellijk in kennis van de door de pensioeninstelling meegedeelde gegevens.
De aangeslotene moet zijn keuze binnen de 30 dagen na de kennisgeving door de inrichter schriftelijk meedelen aan de pensioeninstelling.
Na ontvangst van de keuze van de aangeslotene, voert de pensioeninstelling de keuze uit binnen de 30 dagen. 10.2. De praktische benadering van uittreding zal de volgende zijn : de arbeid(st)ers waarvoor wel een DmfA-aangifte werd gedaan maar met enkel gelijkgestelde dagen (bijvoorbeeld omwille van langdurige ziekte), worden niet geacht te zijn uitgetreden.
Vermits de pensioeninstelling door de inrichter rechtstreeks gemachtigd is de nodige gegevens inzake in- en uitdiensttreding bij de werkgever via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid te ontvangen, zal er een rechtstreekse communicatie tussen de pensioeninstelling en de aangeslotene plaatsvinden en zal de hiervoor vermelde procedure door de volgende vervangen worden : In geval van uittreding is de pensioeninstelling ertoe gehouden - voor zover de wetgeving ter zake dit zo voorziet (*) - binnen een termijn van één jaar te rekenen vanaf de uittreding, de volgende gegevens aan de aangeslotene mee te delen (**) : - het bedrag van de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie; - het bedrag van de verworven prestaties; - de verschillende keuzemogelijkheden (zie : algemene bepalingen) en het feit dat de uitkering bij overlijden (pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname) behouden blijft. (*) A contrario voorziet de wetgeving ter zake in een uitstel van de betreffende communicatie rond de keuzemogelijkheden in de situatie waarin de aansluiting bij het pensioenstelsel eindigt terwijl de arbeidsovereenkomst met de werkgever doorloopt. De betreffende keuzemogelijkheden worden uitgesteld tot de effectieve beëindiging van de arbeidsovereenkomst. (**) De termijn van één jaar wordt vervangen door 30 dagen wanneer de aangeslotene de pensioeninstelling binnen de periode van één jaar zelf op de hoogte brengt van zijn uittreding. Bedoelde 30 dagen lopen in dat geval vanaf de mededeling van de aangeslotene.
Binnen de 30 dagen na de mededeling van de gegevens door de pensioeninstelling moet de aangeslotene zijn keuze schriftelijk aan de pensioeninstelling overmaken.
Na ontvangst van de keuze van de aangeslotene voert de pensioeninstelling de keuze uit binnen dertig dagen. 10.3. Bij uittreding wordt het eventuele tekort aan de pensioenbijdragen/blijfpremies/overgangsregeling onmiddellijk door de inrichter aangezuiverd.
Bij overdracht van de verworven reserves na uittreding wordt de werkgeversbijdrageovereenkomst eveneens onmiddellijk aangezuiverd met het eventuele tekort ten opzichte van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie. Dit laatste houdt in dat de hiervoor gedefinieerde verworven reserves, zo nodig, door de inrichter worden aangevuld tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie. Deze eventuele aanvulling zal door de pensioeninstelling uit het financieringsfonds geput worden of, indien niet genoeg middelen in het financieringsfonds aanwezig zijn, bij de inrichter worden opgevraagd. 11. Uitbetaling - af te leveren documenten bij uitbetaling leven/overlijden 11.1. De pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname op de werkgeversbijdrageovereenkomst wordt bij leven, op de eindleeftijd uitgekeerd. In voorkomend geval is de inrichter gehouden dit bedrag aan te vullen tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie.
De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal aan de aangeslotene, na ontvangst van de door hem ondertekende vereffeningskwitantie.
De pensioeninstelling heeft het recht een bewijs van leven van de aangeslotene te vragen. 11.2. Bij overlijden vóór de eindleeftijd Het bedrag van de pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname, die op het ogenblik van het overlijden van de aangeslotene op de werkgeversbijdrageovereenkomst voorkomt, wordt bij vooroverlijden van de aangeslotene aan de begunstigde uitgekeerd.
De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal aan de begunstigde, na ontvangst van de door hem ondertekende vereffeningskwitantie. De pensioeninstelling heeft eveneens het recht een bewijs van leven van de begunstigde te vragen.
De begunstigde bij overlijden wordt bepaald volgens de volgende rangorde : - de echtgenoot van de aangeslotene of de wettelijk samenwonende partner behalve in de volgende gevallen : - de echtgenoten zijn gerechtelijk van tafel en bed gescheiden; - een schriftelijk verzoek werd bij de rechtbank ingediend om gerechtelijk echtscheiding of scheiding van tafel en bed te verkrijgen; - bij ontstentenis, de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene of bij plaatsvervulling, hun afstammelingen; - bij ontstentenis, de ascendenten in de eerste graad van de aangeslotene; - bij ontstentenis, de nalatenschap; - bij ontstentenis, het financieringsfonds.
Indien door deze rangorde meer dan één begunstigde aangeduid worden, zal er een evenredige verdeling gebeuren tussen de verschillende begunstigden.
De aangeslotene kan van deze rangorde niet afwijken en kan geen begunstigde bij naam aanduiden. 12. Diverse bepalingen 12.1. Er zijn geen medische formaliteiten van toepassing. 12.2. Verdaging van de eindleeftijd is mogelijk.
Verdaging houdt in dat de aangeslotene na de normale eindleeftijd, met respect van de aansluitingsvoorwaarden, nog tewerkgesteld blijft en de pensioenbijdrage verschuldigd blijft, in welk geval de eindleeftijd telkens met één jaar wordt verlengd. Uitkering op de normale (eerste) eindleeftijd blijft evenwel voorzien zolang geen wettelijke bepalingen zich hiertegen verzetten. 12.3. Vervroegde vereffening - conform de wettelijke bepalingen ter zake - is toegestaan. Er wordt verwezen naar artikel 16 van de algemene bepalingen.
Vervroegde vereffening is het opnemen van de pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname op de werkgeversbijdrageovereenkomst, door de aangeslotene vóór de eindleeftijd. In voorkomend geval is de inrichter gehouden dit bedrag aan te vullen tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementesgarantie.
Vervroegd vereffenen is ten vroegste mogelijk vanaf het ogenblik waarop de aangeslotene de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt en de aangeslotene niet langer de hoedanigheid van aangeslotene heeft (zo zal onder meer de bruggepensioneerde (SWT) vanaf de leeftijd van 60 jaar, de vervroegde vereffening kunnen vragen) of vanaf het ogenblik van pensionering vóór de eindleeftijd.
Vervroegde vereffening moet door de aangeslotene worden aangevraagd bij de pensioeninstelling.
De af te leveren documenten zijn deze die vermeld zijn in artikel 11.1. 12.4. Met betrekking tot de jaarlijkse en tussentijdse aanpassingen is enkel het eerste lid van artikel 6 van de algemene bepalingen van toepassing. 12.5. In afwijking op de algemene bepalingen (artikel 18), kan de actieve aangeslotene op geen enkel ogenblik vrijwillige persoonlijke stortingen doen om aanspraken die gelijkwaardig zijn aan die van zijn werkgeversbijdrageovereenkomst te verwerven wanneer de bijdragebetaling vermindert of te behouden bij uittreding (passieve aangeslotene). 12.6. In afwijking op de algemene bepalingen (artikel 17) heeft de aangeslotene geen enkel recht in het kader van vastgoedverrichtingen. 12.7. In het kader van deze pensioentoezegging wordt enkel in een onthaalstructuur voorzien voor de reserves uit hoofde van een vorige tewerkstelling die de aangeslotene overdraagt naar de pensioeninstelling, situatie die beoogd is in artikel 19, a), eerste gedachtestreepje van de algemene bepalingen.
In afwijking op artikel 19, b) van de algemene bepalingen worden de overgedragen reserves volgens de "universal life" techniek (kapitalisatie) aangewend. Dit betekent dat de overgedragen reserves vanaf de valutadatum van de pensioeninstelling oprenten aan de gegarandeerde rentevoet die op dat ogenblik bij de pensioeninstelling in voege is voor de portefeuille van het producttype F-Benefit.
In overeenstemming met de wettelijke bepalingen wordt geen instapkost van de overgedragen reserves afgehouden.
Het artikel 19, d) is niet van toepassing. 12.8. De inrichter staat in voor het verstrekken van de tekst van het pensioenreglement aan de aangeslotenen. De aangeslotenen kunnen dit reglement op eenvoudig verzoek bekomen. 12.9. Alles wat in de algemene bepalingen voorkomt rond persoonlijke bijdrage/persoonlijke bijdrageovereenkomst, is niet van toepassing. 12.10. De pensioeninstelling kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor enig nadelig fiscaal gevolg met betrekking tot de aftrekbaarheid van de financiering van het pensioenstelsel op het niveau van de werkgever. 12.11. Bij artikel 14 van de algemene bepalingen wordt gesteld dat voor de berekening van de gewaarborgde bedragen in toepassing van de wettelijke bepalingen, de instapkost gebruikt wordt aangezien deze kost lager is dan het wettelijk gedefinieerde maximum aan kosten. 12.12. Het artikel 11 van de algemene bepalingen is niet van toepassing. Tussen de partijen werd een regeling, die opgenomen is in de beheersovereenkomst, getroffen.
Algemene bepalingen (F-Benefit 2.0) Waarborgen leven/overlijden (hoofdverzekering) Begrippenlijst Groepsverzekering (hoofdverzekering) Overeenkomst of geheel van levensverzekeringsovereenkomsten gesloten bij een pensioeninstelling door een inrichter : - ten voordele van het geheel of een deel van zijn personeel en/of zijn leiders (ondernemingspensioenstelsels); - ten voordele van de werknemers die een sectoraal pensioenstelsel genieten (sectorale pensioenstelsels).
Pensioenstelsel Collectieve pensioentoezegging.
Inrichter (verzekeringsnemer) - de werkgever die een toezegging doet (ondernemingspensioenstelsels); - de rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst door de representatieve organisaties van een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreff …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.