📄 Wettekst
10 MAART 2016. - Besluit van het verenigd college houdende uitvoering van de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan
Het Verenigd College, Gelet op de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20;
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen, artikel 69, tweede lid;
Gelet op de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan, in het bijzonder de artikelen 8, 9, 10, 12, 17, 18, 20, 21, 23/2, 25, 26, 30, 34 et 37;
Gelet op het besluit van het Verenigd College van 24 april 2014 tot uitvoering van de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan;
Gelet op het advies van de afdeling preventieve gezondheidszorg van de Commissie voor Gezondheidszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg, verleend op 15 december 2015, en bekrachtigd door het Bureau van de Commissie voor Gezondheidszorg van de Adviesraad voor Gezondheids- en Welzijnszorg op 17 februari 2016, Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën verleend op 10 november 2015;
Gelet op het akkoord van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor de Begroting van 24 februari 2016;
Gelet op het advies nr. 03/2016 van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer gegeven op 3 februari 2016 overeenkomstig artikel 29 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;
Gelet op het advies 58.837/3 van de Raad van State, gegeven op 23 februari 2016 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van de Leden van het Verenigd College, bevoegd voor het Gezondheidsbeleid;
Na beraadslaging, Besluit : HOOFSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Naast de definities bepaald in artikel 2 van de ordonnantie wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder : 1° "De ordonnantie" : de ordonnantie van 21 juni 2012 betreffende de promotie van de gezondheid bij de sportbeoefening, het dopingverbod en de preventie ervan;2° "De Leden van het Verenigd College" : de Leden van het Verenigd College bevoegd voor het Gezondheidsbeleid;3° "De controlearts" : de controlearts aangesteld in uitvoering van artikel 16, tweede lid, van de ordonnantie;4° "De CTTN" : De Commissie voor de toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak ingesteld in uitvoering van artikel 10, § 3, van de ordonnantie;5° "Het laboratorium" : het controlelaboratorium geaccrediteerd of anders goedgekeurd in uitvoering van artikel 18, § 3, van de ordonnantie;6° "De chaperon" : de persoon aangesteld door de Leden van het Verenigd College die de controlearts bij één of meer dopingcontroles begeleidt. Art. 2.De Leden van het Verenigd College stellen de verboden lijst en de bijwerking ervan vast. Art. 3.De informatie verkregen en verwerkt krachtens de ordonnantie en dit besluit kan enkel aan de volgende bestemmelingen worden meegedeeld en voor zover het strikt noodzakelijk is voor de vervulling van elke specifieke doelstelling die hieronder beschreven wordt : 1° Wat betreft de informatie en de gegevens verkregen en verwerkt voor het plannen en de uitvoering van de antidopingcontroles, alsook voor het implementeren van het biologisch paspoort van de sporter : de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de door het Verenigd College aangestelde controleartsen, de door het WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratoria, de gecontroleerde sporter, de verantwoordelijken voor het antidopingbeleid binnen de nationale en, in voorkomend geval, internationale sportvereniging waaronder hij ressorteert, de verantwoordelijken voor het antidopingbeleid binnen de andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's, alsook het WADA;2° Wat betreft de informatie en de gegevens verkregen en verwerkt in het kader van de onderzoeksbevoegdheid van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, zoals bedoeld in artikel 23/1 van de Ordonnantie, alsook voor het implementeren van het biologisch paspoort van de sporter : de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de sporters die het voorwerp van het onderzoek uitmaken alsook de begeleider(s) van de sporters, de verantwoordelijken voor het antidopingbeleid binnen de nationale en, in voorkomend geval, internationale sportvereniging waaronder hij ressorteert, de verantwoordelijken voor het antidopingbeleid binnen de andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's, alsook het WADA;3° Wat betreft de informatie en de gegevens verkregen en verwerkt bij de aanvragen tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak : de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de leden en de secretaris van de CTTN, de eventueel geraadpleegde medische of wetenschappelijke deskundigen, de gecontroleerde sporter en zijn behandelende arts, de verantwoordelijken voor het antidopingbeleid binnen de nationale en, in voorkomend geval, internationale sportvereniging waaronder hij ressorteert, de verantwoordelijken voor het antidopingbeleid binnen de andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's, alsook het WADA; Elke sporter die een aanvraag tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak indient, dient schriftelijk te bevestigen dat hij zijn toestemming verleent om alle informatie en gegevens verkregen en verwerkt in het kader van zijn aanvraag mee te delen aan de leden van alle CTTN's die krachtens de Code bevoegd zijn om het dossier te onderzoeken, en, in voorkomend geval, aan andere onafhankelijke medische of wetenschappelijke deskundigen, en aan alle medewerkers die betrokken zijn bij de behandeling en de herziening van de TTN's of bij de beroepsprocedures hiertegen, en aan het WADA. De aanvrager dient eveneens schriftelijk te bevestigen dat hij de leden van de CTTN toestemming verleent om hun beslissing mee te delen aan alle betrokken antidopingorganisaties en nationale federaties, overeenkomstig de Code.
Indien de hulp van externe onafhankelijke deskundigen is vereist, worden alle gegevens van de aanvraag aan hen doorgestuurd zonder vermelding van de identiteit van de betrokken sporter. 4° Wat betreft de verblijfsgegevens van de elitesporters van nationaal niveau : de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de gecontroleerde elitesporter en, in voorkomend geval, zijn behoorlijk gemandateerde ploegverantwoordelijke, de controlearts gemandateerd voor de controle van de betrokken elitesporter, de verantwoordelijken voor het antidopingbeleid binnen de nationale en internationale sportverenigingen waaronder de elitesporter ressorteert, de verantwoordelijken voor het antidopingbeleid binnen de andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's, alsook het WADA;5° Wat betreft de informatie en de gegevens verkregen en verwerkt in het kader van het resultatenbeheer, alsook de tuchtbeslissingen genomen door de sportverenigingen in toepassing van artikel 30 van de ordonnantie : de ambtenaren van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de verantwoordelijken voor het antidopingbeleid binnen de nationale en internationale sportverenigingen waaronder de sporter ressorteert, de verantwoordelijken voor het antidopingbeleid binnen de andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische NADO's, alsook het WADA. De bewaartermijn van de gegevens verkregen en verwerkt krachtens de ordonnantie en dit besluit wordt volgens het soort gegevens in de bijlage vastgesteld. HOOFDSTUK 2. - Toestemmingen voor gebruik wegens therapeutische noodzaak Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 4.Overeenkomstig artikel 10, § 4, van de ordonnantie dient elke sporter die, wegens therapeutische noodzaak, verboden methodes of stoffen wenst te gebruiken, een aanvraag in tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak bij de CTTN. Afdeling 2. - Commissie voor de toestemming voor gebruik wegens
therapeutische noodzaak Art. 5.§ 1. Overeenkomstig artikel 10, § 3, van de ordonnantie, wordt de Commissie voor gebruik wegens therapeutische noodzaak, afgekort CTTN, opgericht.
De CTTN is samengesteld uit twee kamers, de ene Franstalig en de andere Nederlandstalig.
Elke kamer van de CTTN telt drie werkende leden en twee plaatsvervangende leden, aangesteld door de Leden van het Verenigd College. § 2 De leden van de CTTN voldoen ten minste aan de volgende voorwaarden : 1° houder zijn van een diploma van doctor of master in de geneeskunde;2° sinds ten minste zes jaar voorafgaand aan de indiening van een kandidatuur, niet het voorwerp zijn of geweest zijn van een tuchtschorsing of -schrapping uit de Orde van Geneesheren of van elke gelijkwaardige buitenlandse professionele organisatie;3° tenzij de intrekking door hen zelf werd aangevraagd, niet het voorwerp zijn geweest van een beslissing tot intrekking van de aanstelling binnen vijf jaar voorafgaand aan de nieuwe aanvraag tot aanstelling; De leden van de CTTN beschikken over ervaring in de zorgverlening en de medische behandeling van sporters alsook over een praktijk inzake klinische- en sportgeneeskunde.
De artsen aangesteld door de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap in de hoedanigheid van leden van de Commissies voor de toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak worden geacht te voldoen aan het geheel van de voorwaarden die in het 1ste en het 2de lid worden beschreven.
Ten minste één Nederlandstalig en één Franstalig plaatsvervangend lid hebben een specifieke ervaring inzake zorgverlening aan gehandicapte sporters. § 3. De leden van de CTTN worden bij ministerieel besluit voor een termijn van vier jaar aangesteld. Hun mandaat kan door de Leden van het Verenigd College worden vernieuwd, telkens voor een duur van vier jaar.
De Leden van het Verenigd College maken een einde aan het mandaat van een lid van de CTTN als deze aan de in § 2 bepaalde voorwaarden niet meer voldoet, of indien deze zich schuldig maakt aan fouten of wegens inbreuken op de waardigheid van de functie. § 4. Het secretariaat van de CTTN wordt waargenomen door een ambtenaar van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie die een gezondheidswerker is. Art. 6.Binnen drie maanden na haar installatie bepaalt de CTTN haar huishoudelijk reglement en legt het aan de Leden van het Verenigd College ter goedkeuring voor.
Het huishoudelijk reglement van de CTTN omvat de volgende essentiële regels : 1° De zetel van de CTTN is gevestigd op de zetel van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, Louizalaan 183 te 1050 Brussel, adres waartoe elke briefwisseling toegezonden dient te worden;2° De leden van de CTTN voeren hun opdracht in de meest strenge vertrouwelijkheid en in alle onafhankelijkheid uit.Ze nemen de principes van objectiviteit en gelijkheid bij de behandeling van de dossiers die ze onderzoeken in acht. Ze weigeren, in voorkomend geval, elk dossier te behandelen, waarvoor het betrokken lid zou kunnen worden beschouwd als een persoon die geen voldoende waarborgen van onafhankelijkheid en onpartijdigheid voorlegt. 3° Het oudste lid van de Franstalige kamer en het oudste lid van de Nederlandstalige kamer worden aangesteld, afhankelijk van hun respectievelijke leeftijd, in de hoedanigheid van Voorzitter en Ondervoorzitter van de CTTN;4° Het secretariaat wordt met administratieve taken belast die voortvloeien uit de opdrachten van de CTTN, met name de ontvangst van de TTN-aanvragen, hun overzending aan de leden van de CTTN, het opstellen van de beslissingen van de CTTN en de briefwisseling met sporters, de sportverenigingen en het WADA;5° De TTN-aanvragen worden voorgelegd, afhankelijk van de taal waarin ze worden opgesteld, aan de leden van de Franstalige kamer of de Nederlandstalige kamer van de CTTN.In geval van belangenconflict bij een werkend lid of bij elke verhindering, wordt dit lid door het plaatsvervangend lid met dezelfde taal vervangen; 6° Wanneer de TTN-aanvraag door een gehandicapte sporter wordt ingediend, telt de betrokken kamer van de CTTN, onder haar zetelende leden, ten minste één lid, dat een algemene ervaring inzake zorgverlening aan gehandicapte sporters kan laten gelden;7° De leden van de CTTN beslissen via elektronische weg, bij de meerderheid van de stemmen van haar leden;8° Op eigen initiatief of op aanvraag van een lid, kan de Voorzitter of de Ondervoorzitter het advies aanvragen van medische of wetenschappelijke deskundigen dat hij passend acht.9° De beslissingen genomen door de CTTN worden gedateerd en getekend door de secretaris van de CTTN en, afhankelijk van hun taal, door de Voorzitter of de Ondervoorzitter. Het huishoudelijk reglement stemt overeen met de regels afgekondigd door bijlage II bij de UNESCO-Conventie, alsook met deze die voortvloeien uit de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak van het WADA. Art. 7.De CTTN maakt aan het Verenigd College een jaarlijks anoniem activiteitenverslag over dat het medisch geheim in acht neemt. Art. 8.De Leden van het Verenigd College bepalen de bezoldigingsmodaliteiten van de leden van de CTTN en de geraadpleegde medische of wetenschappelijke deskundigen.
Overeenkomstig artikel 10, § 4, zesde lid, tweede zin, van de ordonnantie, mogen alle inlichtingen die de medische of wetenschappelijke deskundigen krijgen geen gegevens bevatten die de sporter waarop ze betrekking hebben rechtstreeks identificeren.
Overeenkomstig artikel 10, § 4, zesde lid, tweede zin, van de ordonnantie worden de medische en wetenschappelijke deskundigen tot strikte vertrouwelijkheid gehouden en worden hun diensten gepresteerd overeenkomstig de onderrichtingen van de CTTN en onder de verantwoordelijkheid van haar leden. Afdeling 3. - Procedure van aanvraag tot toestemming voor gebruik
wegens therapeutische noodzaak Art. 9.§ 1. De aanvraag tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak wordt door de sporter bij het secretariaat van de CTTN ingediend, per aangetekende brief, per beveiligde elektronische post of het systeem ADAMS door middel van het aanvraagformulier waarvan het model door de Leden van het Verenigd College wordt bepaald, overeenkomstig bijlage II bij de UNESCO-Conventie en het modelformulier TTN afkomstig uit de Internationale Standaard houdende toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak van het WADA. Ter informatie van de sporter legt het door de Leden van het Verenigd College vastgestelde model uit hoe zijn persoonlijke en medische gegevens zullen worden behandeld en verduidelijkt het dat hij over een recht van toegang en verbetering van deze gegevens beschikt.
Het bevat een duidelijke en gedetailleerde medische geschiedenis met de resultaten van alle onderzoeken, laboratoriumanalyses of beeldvormingsstudies, in verband met de aanvraag.
Bovendien moeten de dosering, de frequentie, de toedieningswijze en -duur van de normaal verboden stof of methode worden gespecificeerd.
Bij het formulier dient een attest van de behandelende arts van de sporter te worden gevoegd, waarbij wordt bevestigd dat de verboden stof of methode vereist is om de sporter te verzorgen en waarin alle redenen worden beschreven waarom geen enkel toegestaan therapeutisch middel gebruikt kan worden. § 2. Wat de elitesporters van nationaal niveau betreft, kan de toestemming enkel betrekking hebben op de toekomst. Het formulier wordt naar de CTTN gestuurd ten laatste dertig dagen voor de sporttraining, de sportmanifestatie of de sportwedstrijd waarvoor de toestemming wordt aangevraagd. § 3. Wat de breedtesporters betreft, mag de TTN-aanvraag ten laatste 15 dagen vanaf de kennisgeving van een afwijkend controleresultaat aan de sporter, zoals bedoeld in artikel 20 van de ordonnantie, worden ingediend. § 4. In afwijking van paragraaf 2, eerste zin, kan een toestemming met terugwerkende kracht worden toegekend in één van de volgende gevallen : 1° wanneer de verboden stof of methode werd toegediend in geval van dringende medische noodzaak of als behandeling van een acute pathologische toestand;2° in geval van uitzonderlijke omstandigheden, behoorlijk verantwoord door de sporter en aangenomen door de CTTN, wanneer er niet genoeg tijd of mogelijkheden waren om de sporter toe te laten een aanvraag in te dienen of, voor de CTTN, om de aanvraag te onderzoeken vóór de dopingcontrole.3° uit billijkheidsoverwegingen, onder voorbehoud van een schriftelijk akkoord van het WADA en de CTTN. Voor de breedtesporters kan de aanvraag voor een TTN nog altijd worden geformaliseerd als de breedtesporter verschijnt of is vertegenwoordigd in het kader van de tuchtrechtelijke procedure bedoeld in artikel 30 van de ordonnantie. Art. 10.De aanvraag moet het bestaan van elke andere door de sporter vooraf ingediende aanvraag tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak vermelden alsook de stof(fen) waarop die aanvraag betrekking heeft. Ze vermeldt tevens de instelling waarbij deze aanvraag werd ingediend en de beslissing van deze instelling.
De CTTN verklaart onontvankelijk elke aanvraag tot toestemming voor gebruik wegens therapeutische noodzaak die op identieke redenen steunt als een vorige aanvraag voorgelegd aan een andere overheid of sportvereniging, erkend door het WADA als antidopingorganisatie, tenzij deze aanvraag wordt verantwoord door een nieuw element, dat de sporter onbekend was bij de indiening van zijn eerste aanvraag. Afdeling 4. - Procedure voor de uitreiking en intrekking van de
toestemming Art. 11.§ 1. Het secretariaat van de CTTN gaat na of de aanvraag volledig is binnen 3 werkdagen na de ontvangst ervan. § 2. In geval van een onvolledige aanvraag, vraagt het secretariaat van de CTTN per aangetekende brief en eveneens per elektronische post om aanvulling van de ontbrekende informatie aan de aanvrager, binnen de in § 1 bedoelde termijn.
De sporter, met de eventuele hulp van zijn behandelende arts, beschikt over 5 werkdagen om alle gevraagde informatie per aangetekende brief, per beveiligde elektronische post of via ADAMS te zenden.
Bij gebreke aan een antwoord van de sporter binnen deze termijn, wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard door het secretariaat van de CTTN. Het geeft er aan de sporter kennis van, per aangetekende brief en eveneens per elektronische post. Een afschrift ervan wordt per post gestuurd aan de behandelende arts van de sporter die de TTN-aanvraag heeft ingevuld. § 3. Het secretariaat deelt aan de Franstalige kamer de in het Frans opgestelde aanvragen mee en deelt aan de Nederlandstalige kamer de in het Nederlands opgestelde aanvragen mee. Art. 12.§ 1. De CTTN zendt per aangetekende brief en eveneens per elektronische post haar beslissing aan de betrokken sporter binnen 15 werkdagen vanaf de ontvangst van zijn aanvraag of van de vaststelling van de volledigheid ervan. Een afschrift ervan wordt per post gestuurd aan de behandelende arts van de sporter die de TTN-aanvraag heeft ingevuld.
De beslissing wordt door de CTTN genomen met inachtneming van bijlage II van de UNESCO-Conventie. § 2. Wanneer de CTTN beslist de TTN aan de sporter toe te kennen, wordt deze gevoegd bij het in § 1 bedoelde schrijven dat naar de sporter wordt gestuurd.
De Leden van het Verenigd College bepalen het model van TTN overeenkomstig bijlage II van de UNESCO-Conventie en de Internationale Standaard voor de TTN. De TTN verduidelijkt in ieder geval : 1° De identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° De titel van de stof en/of de methode die de CTTN therapeutisch gerechtvaardigd heeft geacht, volgens de criteria bepaald in artikel 2, 59°, van de ordonnantie.3° de dosering, de frequentie en de toedieningswijze van de in 2° bedoelde stof en/of de methode, alsook de geldigheidsduur van de TTN en elke eventuele voorwaarde opgelegd in verband met de TTN. De in het vorige lid bedoelde informatie wordt door het secretariaat van de CTTN in de databank ADAMS ingevoerd, ter informatie van het WADA en de andere antidopingorganisaties. § 3. Wanneer de CTTN beslist de TTN aan de sporter te weigeren, wordt de beslissing met feitelijke en juridische redenen omkleed, op basis van de criteria bepaald in artikel 2, 59°, van de ordonnantie.
Het secretariaat van de CTTN voert eveneens de volgende informatie in de databank ADAMS in, ter informatie van het WADA en de andere antidopingorganisaties : 1° de identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° de naam van de stof en/of de methode die door de CTTN niet therapeutisch gerechtvaardigd werd geacht, ten aanzien van de criteria bepaald in artikel 2, 59°, van de ordonnantie.3° de motivering van de beslissing van weigering met inbegrip van de feitelijke en juridische redenen. § 4. Overeenkomstig artikel 4.4.9 van de Code, staat de overschrijding van de termijn, bedoeld in § 1, eerste lid, gelijk aan een weigeringsbeslissing, genomen door de CTTN, overeenkomstig § 3. § 5. De sporter beschikt over een recht op beroep tegen de beslissingen van weigering bedoeld in § 3, eerste lid, of § 4, die moeten worden ingediend per aangetekende brief bij het secretariaat van de CTTN binnen ten laatste 15 dagen, ofwel vanaf de ontvangstdatum van de aangetekende brief bedoeld in § 1, eerste lid, ofwel vanaf de dag die volgt op de vervaldag van de termijn bedoeld in § 1, eerste lid.
Naast de inachtneming van de in het vorige lid bedoelde termijn, is de ontvankelijkheid van het beroep eveneens ondergeschikt aan de naleving van de volgende voorwaarden : 1° de vermelding van de bestreden beslissing;2° de beschrijving van het voorwerp en van de redenen van het beroep, beargumenteerd in feite en in rechte;3° de vermelding en de beschrijving van het bestaan van een nieuw element ten opzichte van het ogenblik waarop de oorspronkelijke aanvraag als volledig werd beschouwd;4° De samenvoeging, bij het beroep, van elk eventueel medisch attest, dat niet bij het oorspronkelijk dossier was gevoegd, en dat, ten aanzien van de criteria bepaald in artikel 2, 59°, van de ordonnantie, de beslissing genomen in eerste aanleg door de CTTN zou kunnen rechtvaardigen. § 6. De CTTN, die zich over het beroep uitspreekt, zetelt met een samenstelling die volledig verschilt van deze in eerste aanleg.
De beslissing van de CTTN, genomen in beroep, wordt gemotiveerd in rechte en in feite, op basis van de criteria, bepaald in artikel 2, 59°, van de ordonnantie.
De in het vorige lid bedoelde beslissing wordt aan de sporter per aangetekende brief en per elektronische post betekend, binnen 15 dagen volgend op de datum waarop het beroep werd ingediend, in toepassing van § 5. § 7. Overeenkomstig artikel 4.4.9. van de Code, staat de overschrijding van de termijn, bedoeld in § 6, derde lid, gelijk aan een weigeringsbeslissing, genomen door de CTTN, die zich over het beroep heeft uitgesproken. § 8. Onverminderd § 5, overeenkomstig artikel 4.4.6. van de Code, kan het WADA op elk ogenblik elke beslissing inzake de TTN, ofwel op uitdrukkelijk verzoek van de betrokken sporter of zijn sportfederatie, ofwel op eigen initiatief, onderzoeken.
Als de beslissing inzake de TTN, die door het WADA wordt onderzocht, voldoet aan de criteria vermeld in de Internationale Standaard voor de TTN, zal het WADA niet meer op deze beslissing terugkomen.
Als de beslissing inzake de TTN, die door het WADA wordt onderzocht, niet voldoet aan de criteria vermeld in de Internationale Standaard voor de TTN, zal het WADA deze beslissing omkeren.
Overeenkomstig artikel 4.4.8. van de Code, kan elke beslissing van het WADA in verband met het omkeren van een beslissing inzake de TTN, genomen in toepassing van het vorige lid, het voorwerp van een beroep door de betrokken sporter, de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of de betrokken internationale federatie, uitsluitend bij het Hof van Arbitrage voor Sport uitmaken. § 9. Onverminderd de §§ 5 en 8, overeenkomstig artikel 4.4.7 van de Code, kan elke beslissing genomen inzake de TTN, door een internationale federatie of door een NADO die aanvaard heeft een TTN-aanvraag in naam van een internationale federatie te onderzoeken, en die niet door het WADA wordt onderzocht, of die door het WADA werd onderzocht maar niet omgekeerd, in toepassing van § 8, tweede lid, het voorwerp van een beroep door de betrokken sporter en/of door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschaps-commissie, uitsluitend bij het Hof van Arbitrage voor Sport, uitmaken. Art. 13.De CTTN kan, in het kader van het onderzoek van een TTN-aanvraag of van een beroep dat tegen een beslissing van weigering werd ingediend, in toepassing van deze afdeling, vragen dat alle aanvullende en relevante onderzoeken of bijkomende analyses of beeldvormingsstudies zouden worden gedaan.
Deze aanvullende onderzoeken, analyses of studies worden op kosten van de sporter uitgevoerd. Ze schorsen de termijnen bepaald in artikel 12, § 1, eerste lid en § 6, derde lid, tijdens de duur van de uitvoering ervan. Art. 14.Een TTN kan door de CTTN worden geannuleerd indien de sporter, binnen de termijnen die hem meegedeeld werden, zich niet schikt naar elke eventuele voorwaarde opgelegd door deze in verband met de TTN. Elke beslissing tot annulering van een TTN wordt aan de sporter door het secretariaat van de CTTN meegedeeld.
De in het vorige lid bedoelde beslissing vermeldt in ieder geval : 1° de identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° de naam van de stof en/of de methode waarvoor de CTTN een TTN heeft toegekend, ten aanzien van de criteria bepaald in artikel 2, 59°, van de ordonnantie. De in het vorige lid bedoelde informatie wordt door het secretariaat van de CTTN in de databank ADAMS ingevoerd, ter informatie van het WADA en de andere antidopingorganisaties.
De annulering van een TTN wordt effectief vanaf de dag na de kennisgeving van de beslissing tot annulering van de CTTN, zoals bedoeld in het tweede lid.
Hoofdstuk 3. - Dopingcontrole en onderzoeken Afdeling 1 - Controleartsen
Art. 15.§ 1. De controleartsen, aangesteld in toepassing van artikel 16 van de ordonnantie, moeten minstens aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° houder zijn van een diploma van doctor of master in de geneeskunde;2° sinds ten minste zes jaar voorafgaand aan de indiening van zijn kandidatuur, niet geschorst of geschorst zijn geweest of geen tuchtschrapping hebben opgelopen van de Orde van de geneesheren of van elke gelijkwaardige buitenlandse professionele organisatie;3° een schriftelijke verklaring aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie hebben bezorgd waarin hij al zijn persoonlijke of professionele banden met sporters, sportverenigingen, organisatoren van sportmanifestaties of sportwedstrijden en exploitanten van sportinfrastructuren vermeldt;4° behalve indien de intrekking door henzelf werd aangevraagd, niet het voorwerp zijn geweest van een beslissing tot intrekking van de aanstelling, zoals bedoeld in § 4, binnen vijf jaar voorafgaand aan de nieuwe aanvraag tot aanstelling. De controleartsen volgen een initiële opleiding georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, met een theoretisch deel over de dopingwetgeving van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en over de wetgeving inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en een praktisch deel dat erin bestaat als waarnemer deel te nemen aan minimum vijf dopingcontroles uitgevoerd door een controlearts van een door het WADA erkende nationale antidopingorganisatie.
Een gelijkwaardige opleiding die in een andere gemeenschap binnen België of binnen een andere EU-lidstaat of een gelijkgestelde staat is gevolgd of afgelegd kan ook in aanmerking worden genomen. De opleiding georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is dan beperkt tot de specifieke reglementering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
De controleartsen erkend of aangesteld door de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap worden geacht te voldoen aan het geheel van de in het eerste en tweede lid bepaalde voorwaarden.
De controleartsen eerbiedigen de vertrouwelijkheid van alle dopingcontroles waarmee ze worden belast. Ze voeren geen dopingcontrole uit van sporters met wie ze rechtstreekse of onrechtstreekse banden hebben, of die onder sportverenigingen ressorteren waarmee ze rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn.
De controleartsen aangesteld door de Leden van het Verenigd College kunnen dopingcontroles uitvoeren, op vraag en voor rekening van andere deelentiteiten, waarmee het Verenigd College een samenwerkingsakkoord heeft gesloten. § 2. De Leden van het Verenigd College kunnen de controleartsen die werden aangesteld of erkend door andere gefedereerde entiteiten waarmee het Verenigd College een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten, met de uitvoering van dopingcontroles belasten.
In dit geval delen de Leden van het Verenigd College aan de betrokken gefedereerde entiteit het programma en de regels van de dopingcontroles mee, waarvan de uitvoering wordt verzocht.
De controleartsen aangesteld of erkend door de betrokken gefedereerde entiteiten voeren de door de Leden van het Verenigd College verzochte controles uit, overeenkomstig de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten, voor rekening en ten laste van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. § 3. Onverminderd de toepassing van § 2 kunnen de Leden van het Verenigd College eveneens controleartsen bij ministerieel besluit aanstellen, als gevolg van de publicatie van een oproep tot kandidatuurstelling ingericht door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
De oproep wordt gepubliceerd in ten minste één titel van de geschreven pers specifiek bestemd voor gezondheidswerkers.
De kandidaten die aan de selectievoorwaarden voldoen, worden gerangschikt volgens de kwaliteit van hun kandidatuur en hun beschikbaarheid.
De controleartsen worden door de Leden van het College aangesteld voor een periode van vier jaar. Deze termijn is vernieuwbaar voor een duur van 4 jaar.
De aangestelde controleartsen krijgen een identificatiebadge die ook de geldigheidsduur van hun aanstelling vermeldt.
Om de continuïteit van de dopingbestrijdende activiteiten, ook tijdens het weekend en op de feestdagen te waarborgen, kunnen de Leden van het Verenigd College, ondanks het vorige lid, één of meer leden van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, die houder zijn van een diploma van doctor of master in de geneeskunde, als controlearts aanstellen. Deze laatste worden vrijgesteld van de in § 1, tweede lid, bedoelde, opleiding. § 4. De Leden van het Verenigd College trekken de hoedanigheid van controlearts in wanneer de controlearts : 1° niet meer aan de aanstellingsvoorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid, voldoet;2° niet beschikbaar is geweest, tijdens een periode van 6 maanden, om meer dan de helft van de gevraagde dopingcontroles uit te voeren waarvan hij door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie naar behoren in kennis is gesteld;3° niet deelneemt aan de opleiding georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, behoudens in geval van overmacht.4° ernstig in overtreding is met de bepalingen van de ordonnantie of van dit besluit;5° het zelf aanvraagt. § 5. In de gevallen bedoeld in § 4, punten 1° tot 4°, informeren de Leden van het Verenigd College, per aangetekende brief, de controlearts over hun voornemen hem de hoedanigheid van controlearts te ontnemen, en over de redenen van hun beslissing.
De controlearts beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de ontvangst van de in het eerste lid bedoelde aangetekende brief, om zijn opmerkingen te laten gelden en, in voorkomend geval, om te vragen door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie te worden gehoord.
De Leden van het Verenigd College nemen hun beslissing na het verstrijken van deze termijn of, indien de controlearts zijn opmerkingen heeft overgemaakt of heeft gevraagd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie gehoord te worden, vanaf de ontvangst van het advies van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
De Leden van het Verenigd College geven kennis van hun beslissing aan de betrokkene per aangetekende brief. Art. 16.De Leden van het Verenigd College bepalen de bezoldigingsmodaliteiten van de controleartsen. Afdeling 2. - Controlelaboratoria
Art. 17.§ 1. De Leden van het Verenigd College duiden per ministerieel besluit de laboratoria aan die gerechtigd zijn om monsters te analyseren.
Om de erkenning als laboratorium gemachtigd om de analyse van monsters uit te voeren, te bekomen, dient het laboratorium : 1° overeenkomstig artikel 18, § 3, van de ordonnantie, geaccrediteerd te zijn of goedgekeurd te worden door het WADA;2° noch rechtstreeks noch onrechtstreeks betrokken te zijn bij de handel van geneesmiddelen, noch personeel in dienst te hebben die de onafhankelijkheid van het laboratorium in het gedrang kan brengen;3° behalve indien de intrekking door het laboratorium zelf werd aangevraagd, niet het voorwerp te zijn geweest van een beslissing tot intrekking van de erkenning binnen vijf jaar voorafgaand aan de nieuwe aanvraag tot erkenning. Bij de analyse van de monsters dient het laboratorium : 1° de analyses van de monsters binnen de opgelegde termijnen uit te voeren;2° aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kennis te geven van de opsporing van enige stof of methode die, hoewel ze niet op de verboden lijst staan, de resultaten of de prestaties van een sporter op kunstmatige wijze kan verbeteren;3° aan derden de resultaten van de analyses niet bekend te maken, met uitzondering van de gecontroleerde sporter, de betrokken internationale sportvereniging, de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en het WADA;4° elk belangenconflict te vermijden;5° de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie toe te laten om periodiek het laboratorium te controleren om de inachtneming van de vereisten van de erkenning na te gaan;6° alle schriftelijke documenten in verband met de analyse op te stellen en voor alle contacten met de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de sporter en alle andere personen in te staan, in de taal gebruikt in het controlerapport. § 2. De erkenning wordt door de Leden van het Verenigd College toegekend voor een onbepaalde duur. § 3. De erkenning wordt door de Leden van het Verenigd College ingetrokken, op aanvraag van het laboratorium of wanneer het laboratorium niet meer aan de in § 1, eerste lid, bedoelde erkenningsvoorwaarden voldoet, of wanneer het laboratorium ernstig de bepalingen van de ordonnantie of van dit besluit schendt.
In dit laatste geval informeren de Leden van het Verenigd College, per aangetekende brief, het laboratorium over hun voornemen om de erkenning in te trekken en over de redenen van hun beslissing.
Het laboratorium beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de ontvangst van de in het tweede lid bedoelde aangetekende brief om zijn opmerkingen te laten gelden en om te vragen dat zijn wettelijke vertegenwoordigers door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zouden worden gehoord.
De Leden van het Verenigd College nemen hun beslissing na het verstrijken van deze termijn of, indien het laboratorium opmerkingen heeft overgemaakt of heeft gevraagd om door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie te worden gehoord, vanaf de ontvangst van het advies van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
De Leden van het Verenigd College geven per aangetekende brief kennis van hun beslissing aan het laboratorium. § 4. Wanneer bijzondere analyses uitgevoerd moeten worden en als geen laboratorium erkend door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ze kan uitvoeren, erkennen de Leden van het Verenigd College, tijdelijk, voor de duur van de bijzondere analyse, een ander door het WADA geaccrediteerd of goedgekeurd laboratorium, dat aan de voorwaarden bedoeld in § 1 voldoet.
In dat geval zijn de §§ 2 en 3 van dit artikel niet van toepassing. Afdeling 3. - De chaperons
Art. 18.§ 1. De Leden van het Verenigd College stellen chaperons aan, die belast zijn met het assisteren van de controleartsen en het toezicht op de sporters die een dopingcontrole moeten ondergaan, tussen de kennisgeving van de controle en de werkelijke afname van monsters, met inachtneming van de vereisten van de Internationale Standaard voor de dopingtests en de onderzoeken. § 2. Om als chaperon aangesteld te worden, moet de betrokkene : 1° meerderjarig en juridisch bekwaam zijn;2° aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie een schriftelijke verklaring op erewoord bezorgen waarin hij zich ertoe verbindt de vertrouwelijkheid van alle controleprocedures waaraan hij deelneemt in acht te nemen;3° niet het voorwerp zijn geweest van een intrekking van de aanstelling in de hoedanigheid van chaperon binnen vijf jaar voorafgaand aan de nieuwe aanvraag tot aanstelling, tenzij de intrekking door de chaperon zelf werd aangevraagd;4° over een ruime urendisponibiliteit beschikken, met inbegrip van de avonden en tijdens de feestdagen, de zaterdagen en de zondagen;5° een schriftelijke verklaring aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bezorgen waarin hij al zijn persoonlijke en beroepsbanden met sporters, sportverenigingen, organisatoren van sportmanifestaties of -wedstrijden en exploitanten van sportinfrastructuren vermeldt. De chaperons volgen een initiële opleiding georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, met een theoretisch deel over de dopingwetgeving van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en over de wetgeving inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer, alsmede een praktisch deel over de begeleiding van de gecontroleerde sporters.
Een gelijkwaardige opleiding die in een andere gemeenschap binnen België of binnen een andere EU-lidstaat of een gelijkgestelde staat is gevolgd of afgelegd kan ook in aanmerking worden genomen. De opleiding georganiseerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is dan beperkt tot de specifieke reglementering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
De chaperons erkend of aangesteld door de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap worden geacht aan het geheel van de in het eerste en tweede lid bepaalde voorwaarden te voldoen.
De chaperons eerbiedigen de vertrouwelijkheid van alle dopingcontroles waaraan ze deelnemen. Ze voeren geen dopingcontrole van sporters met wie ze rechtstreekse of onrechtstreekse banden hebben, of die onder sportverenigingen ressorteren waarmee ze rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn. Ze weigeren een controlearts te assisteren voor elke controle waarbij hun onafhankelijkheid en objectiviteit onvoldoende zouden kunnen worden geacht.
De aangestelde chaperons krijgen een identificatiebadge die ook de geldigheidsduur van hun aanstelling vermeldt.
Om de continuïteit van de dopingbestrijdende activiteiten, ook tijdens het weekend en op de feestdagen te waarborgen, kunnen de Leden van het Verenigd College, ondanks het voorgaande lid, één of meer leden van het personeel van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie als chaperons aanstellen, die aan de in § 2 bedoelde voorwaarden beantwoorden.
Het lid of de leden aangesteld in toepassing van het vorige lid, worden vrijgesteld van de opleiding bedoeld in § 2, tweede lid. § 3. De Leden van het Verenigd College kunnen de chaperons die werden aangesteld of erkend door andere gefedereerde entiteiten waarmee het Verenigd College een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten, met het begeleiden van de controleartsen in het kader van de uitvoering van dopingcontroles belasten.
In dit geval delen de Leden van het Verenigd College aan de betrokken gefedereerde entiteit het programma en de regels van de dopingcontroles mee, waarvan de uitvoering wordt verzocht.
De chaperons aangesteld of erkend door de betrokken gefedereerde entiteiten komen in de door het Verenigd College gevraagde controles tussen voor rekening en ten laste van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, overeenkomstig de ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten. § 4. Onverminderd de toepassing van § 2 kunnen de Leden van het Verenigd College chaperons bij ministerieel besluit aanstellen, via een oproep tot kandidaatstelling die in minstens twee nationale titels van de geschreven pers, waarvan één in het Frans en één in het Nederlands, wordt gepubliceerd.
De kandidaten die aan de selectievoorwaarden voldoen, worden gerangschikt volgens de kwaliteit van hun kandidatuur en hun beschikbaarheid.
De kandidaten worden voor de te begeven ambten van chaperon aangesteld, in functie van hun rangschikking.
De hoedanigheid van chaperon wordt door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor een onbepaalde duur teogekend. § 5. De Leden van het Verenigd College trekken de hoedanigheid van chaperon in wanneer deze: 1° niet meer aan de aanstellingsvoorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid, voldoet;2° niet beschikbaar is geweest, tijdens een periode van 6 maanden, om meer dan de helft van de gevraagde dopingcontroles uit te voeren waarvan hij door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie naar behoren in kennis is gesteld.3° niet deelneemt aan de opleiding ingericht door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, behalve in geval van overmacht;4° ernstig in overtreding is met de bepalingen van de ordonnantie of van dit besluit;5° het zelf aanvraagt. § 6. In de gevallen bedoeld in § 5, 1° tot 4°, informeert de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, per aangetekende brief, de chaperon over haar voornemen hem de hoedanigheid van chaperon te ontnemen, en over de redenen van haar beslissing.
De chaperon beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de ontvangst van de in het eerste lid bedoelde aangetekende brief, om zijn opmerkingen te laten gelden en om te vragen door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie te worden gehoord.
De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie geeft aan de chaperon kennis van haar beslissing per aangetekende brief. Art. 19.De Leden van het Verenigd College bepalen, in voorkomend geval, de bezoldigingsmodaliteiten van de chaperons. Afdeling 4. - Dopingcontroles
Art. 20.§ 1 De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie maakt op jaarlijkse basis een spreidingsplan op van de in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad uit te voeren dopingcontroles, en dit overeenkomstig artikel 5.4 van de Code en de artikelen 4.1 tot 4.9 van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken.
Dat spreidingsplan bestaat in het plannen van gerichte en steekproefsgewijze dopingcontroles. Het heeft tot doel efficiënt en evenredig te zijn en, in fine, het opstellen van een samenhangende prioriteitenlijst voor de sportdisciplines, de categorieën van sporters, de te nemen soorten monsters en de uit te voeren monsteranalyses mogelijk te maken.
Dat spreidingsplan moet waarborgen dat er dopingcontroles worden uitgevoerd, zonder dat de lijst volledig is : 1° bij sporters van alle niveaus, met inbegrip van de minderjarigen, hoewel een belangrijk deel van de controles wordt voorbehouden aan de elitesporters van nationaal niveau en de sporters van heel hoog niveau.2° bij een groot aantal verschillende sportdisciplines, waarbij wordt rekening gehouden met de evaluatie van de dopingrisico's bedoeld in § 2.3° binnen en buiten wedstrijdverband, waarbij wordt rekening gehouden met de evaluaties van de dopingrisico's bedoeld in § 2;4° in de ploegsporten en de individuele sporten;5° via bloed- en urinetesten en, in voorkomend geval, het biologisch paspoort van de sporter, zoals bedoeld in artikel 23/2 van de ordonnantie;6° op het gehele grondgebied van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Het in het eerste lid bedoelde spreidingsplan omvat eveneens een strategie voor de bewaring van de monsters om op een latere datum bijkomende monsteranalyses mogelijk te maken, overeenkomstig artikelen 6.2 en 6.5. van de Code en 4.7.3 van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, en overeenkomstig de vereisten van de Internationale Standaard voor laboratoria en deze van de Internationale Standaard inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Deze strategie houdt eveneens rekening met de volgende elementen : 1° de aanbevelingen van het door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie erkende laboratorium;2° de mogelijke behoefte aan retroactieve analyses in verband met het programma van het biologisch paspoort van de atleet;3° nieuwe opsporingsmethodes die in een nabije toekomst kunnen worden ingevoerd en die de sporter, de sport en/of de discipline zou kunnen betreffen;4° het feit dat de monsters komen van sporters die volledig of gedeeltelijk aan de in het 6de lid vermelde criteria voldoen. Niettegenstaande de inachtneming van het 3de lid, 1°, kunnen overeenkomstig artikel 4.5.3. van de standaard voor dopingtests en onderzoeken, de volgende factoren door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie eveneens in aanmerking worden genomen voor de bepaling van een prioriteitsvolgorde tussen de te controleren sporters alsook, in voorkomend geval, voor de planning en uitvoering van gerichte controles op bepaalde sporters : a) één of meer vroegere overtredingen op de antidopingregels;b) de historiek van de sportprestaties, in het bijzonder een plotselinge en belangrijke verbetering van de sportprestaties;c) herhaaldelijke niet-nakoming van de verplichtingen inzake de verblijfsgegevens zoals bedoeld in artikel 26 van de ordonnantie;d) laattijdige mededeling van de verblijfsgegevens;e) een verhuizing of een training op een voor een controle op een plaats die afgelegen of moeilijk toegankelijk is;f) de intrekking of de afwezigheid op een wedstrijd geregistreerd in het systeem ADAMS;g) de samenwerking met een derde die voor dopingfeiten werd veroordeeld;h) een blessure;i) de leeftijd en/of de fase van de loopbaan, met name de overgang van een leeftijdscategorie naar een andere of de mogelijkheid een contract af te sluiten;j) financiële incentives ter verbetering van de prestaties, zoals premies of mogelijkheden tot sponsoring;k) betrouwbare informatie, komende van derden, gecontroleerd en nagetrokken door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie in het kader van haar onderzoeksbevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 23/2 van de ordonnantie. § 2. Voorafgaand aan de in § 1, eerste lid, bedoelde spreidingsplan, wordt een gedocumenteerde evaluatie van de dopingrisico's uitgevoerd, rekening houdend met de richtlijnen bepaald in het technisch document bedoeld in artikel 5.4.1. van de Code en met inachtneming van de criteria bepaald in artikel 4.2.1 van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken.
De evaluatie van de dopingrisico's bedoeld in het vorige lid, berust aldus onder meer op een evaluatie van de stoffen en methodes die het meest in de sport en/of de betrokken sportdiscipline kunnen worden gebruikt, waarbij men onder andere rekening houdt met : a) de fysieke vereisten en de andere vereisten, met name fysiologische, van de betrokken sporten en/of sportdisciplines;b) de mogelijke prestatieverbetering die de doping in deze sporten en/of sportdisciplines kan veroorzaken;c) de beschikbare beloningen en andere mogelijke stimuli tot dopinggebruik op de verschillende niveaus van deze sporten en/of sportdisciplines;d) de gedetailleerde dopinggeschiedenis in deze sporten en/of sportdisciplines;e) het beschikbare onderzoek over de tendensen inzake doping, onder meer via intercollegiaal getoetste artikels;f) de verkregen informatie en inlichtingen, met name in het kader van de onderzoeksbevoegdheid van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, zoals bedoeld in artikel 23/2 van de ordonnantie;g) de resultaten die vorige spreidingsplannen hebben opgeleverd;h) de momenten in zijn sportloopbaan tijdens dewelke een sporter het meest vatbaar zou zijn voor het nemen van doping;i) de momenten van het sportjaar waarop een sporter het meest vatbaar zou zijn voor dopinggebruik, wegens de structuur van het seizoen voor de sport en/of sportdiscipline in kwestie, de indeling van de wedstrijden en de trainingsperiodes. § 3. Het opgestelde spreidingsplan, bedoeld in § 1, wordt daarna uitgevoerd overeenkomstig artikel 24 en volgende. Het kan op elk ogenblik, tijdens het jaar, worden gewijzigd, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante analytische of niet-analytische informatie die door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is verkregen en nagegaan, onder meer op basis van de dopingcontroles uitgevoerd door andere antidopingorganisaties en de inlichtingen verwerkt in het kader van de onderzoeksbevoegdheid zoals bedoeld in artikel 23/2 van de ordonnantie. § 4. Om een efficiënte planning mogelijk te maken en een overbodige herhaling van de controles te vermijden, maken de controles, overeenkomstig artikel 5.4.3 van de Code, het voorwerp uit van een trimestriële coördinatie met de andere antidopingorganisaties die een band, ofwel sportief, ofwel nationaal, met de sporter hebben, door middel van een registratie in ADAMS, uitgevoerd door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
In het kader van de in het vorige lid bedoelde coördinatie zal, om het vertrouwelijke, onvoorspelbare en onaangekondigde karakter van de controles te vrijwaren, de enige gepubliceerde informatie in ADAMS betrekking hebben op de identiteit van de sporters die tijdens een bepaald kwartaal moeten gecontroleerd worden, met uitsluiting van de data, de uren, en de specifieke locatie van de controles.
Voor de toepassing van artikel 26, § 9, vierde lid, van de ordonnantie, richt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie haar verzoek naar de antidopingorganisatie die het evenement onder haar hoede neemt, in principe 35 dagen vóór het begin van de sportmanifestatie in kwestie.
De in het vorige lid bedoelde termijn kan tot 5 dagen worden teruggebracht in geval van dringende noodzaak, omkleed met bijzondere redenen en berustend op ten minste één van de in § 1, vijfde lid, bedoelde factoren. Art. 21.De mededeling die aan de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie door de organisatoren wordt uitgevoerd, overeenkomstig artikel 25 van de ordonnantie, gebeurt per brief of per elektronische post en bevat de volgende gegevens : 1° de naam van de georganiseerde sportmanifestatie of -wedstrijd;2° de plaats, de datum en het begin- en einduren van die sportmanifestatie of -wedstrijd;3° de sportdiscipline(s) die bij die manifestatie of de wedstrijd wordt(en) beoefend;4° het internationale, nationale of lokale niveau van de manifestatie of wedstrijd alsmede de leeftijdscategorieën van de deelnemers en hun effectief of vermoedelijke aantal;5° de naam, het postadres of het elektronische adres en het telefoonnummer van de afgevaardigde van de organisator van de manifestatie of de wedstrijd en, in voorkomend geval, van de afgevaardigde van de deelnemende sportverenigingen;6° het aantal elitesporters van nationaal en internationaal niveau die, voor zover dit bij de organisator bekend is, aan de sportmanifestatie of -wedstrijd deelnemen. Art. 22.§ 1. De dopingcontroles en het spreidingsplan, zoals bedoeld in artikel 20, § 3, worden uitgevoerd op de volgende manier en met inachtneming van de volgende beginselen : 1° op basis van het spreidingsplan bedoeld in artikel 20, § 1, van de informatie meegedeeld door de organisatoren, overeenkomstig artikel 21, of van alle relevante analytische of niet-analytische informatie nagegaan door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, deze identificeert de NADO het hele jaar lang, de sporters die ze wenst te controleren, alsook de trainingen, manifestaties en sportwedstrijden tijdens dewelke ze dopingcontroles wenst te laten uitvoeren; 2° overeenkomstig artikelen 5.2 en 5.2.5 van de Code en artikel 4.5.5 van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken, kan elke sporter, met inbegrip van een minderjarige, die onder de bevoegdheid van de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie valt, ertoe verplicht worden een monster af te nemen en dit op elk ogenblik en elke plaats, ook als de sporter het voorwerp van een schorsing uitmaakt en dit onafhankelijk van de eventuele opname van deze controle in het controlespreidingsplan, zoals bedoeld in artikel 20, § 1, eerste lid. § 2. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie wijst door middel van een opdrachtenblad, waarvan het model door de Leden van het Verenigd College wordt vastgesteld, de controlearts aan, die belast is met de uitvoering van de geprogrammeerde dopingcontroles.
Het opdrachtenblad omvat ten minste de volgende inlichtingen : 1° de plaats, de datum, het beginuur en de vermoedelijke duur van de manifestatie, de wedstrijd of de training waarvoor de controle(s) worden gepland of, in geval van een controle buiten wedstrijdverband, de plaats, de datum en het uur, waarop de geprogrammeerde controle moet worden uitgevoerd;2° de sportdiscipline en, in voorkomend geval, de naam van de manifestatie, de wedstrijd of de training tijdens dewelke één of meer controles worden gepland;3° de vermelding dat de controle binnen of buiten competitie plaatsvindt;4° de naam en het adres van de sportvereniging waarbij de te controleren sporter is aangesloten of van de organisator die verantwoordelijk is voor de manifestatie, de wedstrijd of de training, of de exploitant van de sportinfrastructuur, alsmede de voor- en achternamen en de telefoonnummers van hun afgevaardigden;5° het soort uit te voeren controles, met inbegrip van het gewenste aantal, de aard en het ogenblik van de controles;6° de wijze waarop de sporters worden gekozen of in het kader van gerichte testen, de identiteit van de sporters die zich bij de dopingcontrole moeten aanmelden;7° de voor- en achternaam van de controlearts;8° de adresgegevens en de naam van het door de WADA erkende of geaccrediteerde laboratorium, belast met de analyses. Het opdrachtenblad wordt door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie ondertekend en wordt in twee exemplaren opgemaakt, waarvan het ene bestemd is voor de controlearts en het andere voor de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. § 3. Het opdrachtenblad wordt gestuurd naar de controlearts, ten vroegste, naargelang het geval : a) 72u voor de geplande dopingcontrole(s), wat betreft de controles binnen wedstrijdverband;b) drie maanden voor de geplande controle(s), wat betreft de controles buiten wedstrijdverband. In voorkomend geval brengt de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de chaperon(s) belast met het assisteren van de controlearts op de hoogte ten vroegste 72 uur voor de geplande controle(s). § 4. De NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of, in voorkomend geval, de controlearts kan verzoeken, als dit aangewezen is, dat een officier van gerechtelijke politie bij de dopingcontrole aanwezig is. Art. 23.§ 1. De controlearts aangewezen door de NADO van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie door middel van het opdrachtenblad, organiseert en leidt de dopingcontrole.
De controlearts moet, voor zover mogelijk, het normale verloop van de manifestatie, wedstrijd of de training naleven. Voor een monsterneming buiten wedstrijdverband kan de controlearts beslissen, als de sporter weigert om de monsterneming te laten uitvoeren in zijn woning, om, op een redelijke afstand, een andere geschikte plaats voor de controle aan te wijzen waarnaar de betrokken sporter zich moet begeven, onder permanente begeleiding en rechtstreeks toezicht van de controlearts of de chaperon die hem bijstaat. § 2. Als de controle gedurende een manifestatie, een wedstrijd of een training wordt uitgevoerd, wijst de afgevaardigde van de sportvereniging of van de organisator van de manifestatie, de wedstrijd of de training, of de afgevaardigde van de exploitant van de sportinfrastructuur een persoon aan belast met het bijstaan van de controlearts en het ter beschikking stellen van een geschikt lokaal dat zich in de rechtstreekse nabijheid bevindt van de plaats waar de manifestatie, de wedstrijd of de training plaatsvindt en dat voldoende waarborgen inzake vertrouwelijkheid, hygiëne en veiligheid biedt. § 3. De controlearts, met de eventuele hulp van de chaperons die hem vergezellen, in voorkomend geval, identificeert, door middel van een officieel document, en wijst, overeenkomstig het opdrachtenblad, de sporter(s) aan die zich bij de dopingcontrole moet(en) aanmelden. In geval van verdenking van dopingpraktijken, kan de controlearts, op eigen initiatief, één of meer bijkomende sporters voor een monsterneming aanwijzen.
Voorafgaandelijk aan de in het vorige lid bedoelde identificatie, identificeert (identificeren) de controlearts en, in voorkomend geval, de chaperon(s) die hem vergezelt (vergezellen) zichzelf door middel van de badge(s), bedoeld in artikelen 15, § 3, vijfde lid en 18, § 2, vijfde lid.
De controlearts of de chaperon kan niet optreden voor een controleopdracht waarbij de controleopdracht zou kunnen worden beïnvloed door een persoonlijke betrokkenheid of door banden met de sporter, de sportvereniging of sportactiviteit in kwestie.
Na de in de vorige leden bedoelde identificaties, brengt de controlearts, met de eventuele hulp van de chaperons, die hem vergezellen, elke te controleren sporter persoonlijk op de hoogte van het soort uit te voeren controle en het verloop ervan, en dit op basis van een dopingcontroleformulier, waarvan het model door de Leden van het Verenigd College vastgesteld is, overeenkomstig de vereisten van de Internationale Standaard voor dopingtests en onderzoeken.
Ter informatie van de sporter legt het door de Leden van het Verenigd College vastgestelde model uit hoe zijn persoonlijke gegevens, alsook zijn medische gegevens, zullen worden behandeld en verduidelijkt het dat hij over een recht van toegang en verbetering van deze gegevens beschikt.
Het oproepingsformulier vermeldt ten minste de volgende gegevens : 1° de voor- en achternaam van de te controleren sporter;2° de datum en het uur waarop het werd afgegeven;3° de aard van de monsterneming die moet worden uitgevoerd, met de eventuele vermelding van het feit dat deze kadert in de toepassing van het biologisch paspoort van de atleet, en de eventuele voorwaarden die voor de monsterneming moeten worden in acht genomen.4° de plaats waar de monsterneming zal plaatsvinden;5° het uur waarop de sporter zich ten laatste voor de controle moet aanmelden; Tijdens de in het derde lid bedoelde kennisgeving informeert de controlearts eveneens verbaal, en in voorkomend geval met de bijstand van de chaperon die hem vergezelt, de gecontroleerde sporter over de volgende elementen : 1° de eventuele gevolgen die de sporter kan ondergaan als hij zich niet binnen de gestelde termijn voor de controle aanmeldt of als hij weigert het formulier te ondertekenen of als hij zich niet conformeert aan de monsterne …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.