← België

Besluit van de Waalse Regering betreffende het technisch reglement voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest alsook

Kort samengevat

Dit besluit stelt de technische regels vast voor het beheer van en de toegang tot de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest. Het regelt hoe elektriciteit wordt geleverd en afgenomen via deze netten.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
16 OKTOBER 2003. - Besluit van de Waalse Regering betreffende het technisch reglement voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest alsook de toegang daartoe De Waalse Regering, Gelet op het decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/04/2001 pub. 01/05/2001 numac 2001027238 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, inzonderheid op de artikelen 12, 3°, 13, 15, 16, §§ 1 en 2, en 29, § 2; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 22 juli 2003; Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 24 juli 2003; Gelet op de beraadslaging van de Regering over het verzoek om adviesverlening door de Raad van State binnen hoogstens een maand; Gelet op de kennisgeving aan de Europese Gemeenschap op 14 augustus 203, nr. 2003/030/B-N20E; Gelet op het advies 35.81/2/V van de Raad van State gegeven op 25 augustus 2003, overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van de Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie; Na beraadslaging, Besluit : TITEL I. - Algemeen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Toepassingsgebied en begripsbepalingen Artikel 1.Dit technisch reglement bevat de voorschriften en de regels betreffende het beheer van en de toegang tot het distributienet, hoog- en laagspanning. Het bestaat uit een planningscode (titel II), een aansluitingscode (titel III), een toegangscode (titel IV), een meetcode (titel V) en een samenwerkingscode (titel VI), zoals hierna bepaald. Art. 2.De begripsbepalingen bedoeld in artikel 2 van het decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/04/2001 pub. 01/05/2001 numac 2001027238 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, zijn van toepassing op dit reglement. Bovendien, voor de toepassing van dit reglement, wordt verstaan onder : 1° toegang : het recht om op één of meerdere toegangspunten energie te injecteren of af te nemen;2° laagspanning : spanningsniveau dat hoogstens gelijk is aan 1 kilovolt (kV);3° belasting : een op het distributienet aangesloten installatie van een distributienetgebruiker die actief of reactief elektrisch vermogen verbruikt;4° residentiële afnemer : afnemer van wie het grootste deel van het elektriciteitsverbruik bestemd is voor huishoudelijk gebruik;5° reddingscode : operationele code met het oog op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het elektrisch systeem in spoedomstandigheden, zoals bedoeld in het technisch transmissiereglement;6° heropbouwcode : operationele code voor de heropbouw van het elektrische systeem na een gehele of gedeeltelijke instorting zoals omschreven in het technische transmissiereglement;7° warmtekrachtkoppeling : gecombineerde productie van elektriciteit en warmte;8° meting : opname via een meetinrichting en per tijdsperiode van de hoeveelheid actieve of reactieve energie die in het net geïnjecteerd of van het net afgenomen wordt;9° toegangscontract : een contract tussen de distributienetbeheerder en een persoon, « toegangsgerechtigde » genaamd, gesloten overeenkomstig Titel 4 van dit technisch reglement, houdende meer bepaald de bijzondere voorwaarden in verband met de toegang tot het distributienet;10° contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden : het contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden : een contract dat gesloten wordt tussen de transmissienetbeheerder en een evenwichtsverantwoordelijke voor één of meerdere injectiepunten dat in het bijzonder de voorwaarden bevat in verband met de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden;11° aansluitingscontract : 12° contract toegangsverantwoordelijke : het contract gesloten tussen de transmissienetbeheerder en een evenwichtsverantwoordelijke dat in het bijzonder de voorwaarden in verband met het evenwicht bevat;13° belastingscurve : gemeten of berekend reeks gegevens betreffende de afname of de injectie van energie op een toegangspunt per elementaire periode;14° decreet : het decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/04/2001 pub. 01/05/2001 numac 2001027238 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt;15° toegangsgerechtigde : de partij die een toegangscontract gesloten heeft met de distributienetbeheerder;16° meetgegeven : een gegeven dat door meting of telling aan de hand van een meetinrichting verkregen is;17° EAN-GSRN : European Article Number/Global Service Related Number (uniek numeriek veld van 18 posities voor de eenduidige identificatie van een toegangspunt);18° EDIEL : Electronic Data Interchange for the Electric Industry (maakt deel uit van de internationale UN/EDIFACT-standaard voor elektronisch dataverkeer tussen beheerders en gebruikers van elektriciteitsnetten);19° actieve energie : de integraal van het actieve vermogen gedurende een bepaalde tijdsperiode;20° reactieve energie : de integraal van het reactieve vermogen gedurende een bepaalde tijdsperiode;21° meetinrichting : een elektrische uitrusting voor het verrichten van de tellingen en de metingen op een bepaald meetpunt;daarin zijn onder meer inbegrepen de tellers, de meetapparaten, de meettransformatoren, de telecommunicatie-uitrustingen en de overeenstemmende beschermingen; 22° significante fout : een fout op een meerwaarde groter dan de totale nauwkeurigheid van de meetinrichting die deze meetwaarde bepaalt en die het industrieel proces of de facturatie verbonden met deze meetwaarde nadelig kan beïnvloeden;23° BFE : de Belgische Federatie der voortbrengers en verdelers van Elektriciteit;24° frequentie : het aantal cycli per seconde van de fundamentele component in de spanning, uitgedrukt in Hertz (Hz);25° distributienetbeheerder : elke distributienetbeheerder aangewezen overeenkomstig artikel 10 van het decreet;26° lokaal transmissienetbeheerder : de persoon aangewezen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van het decreet;27° transmissienetbeheerder : de persoon aangewezen overeenkomstig artikel 10 van de wet;28° hoogspanning : spanningsniveau hoger dan 1 kilovolt;29° injectie : het leveren van vermogen aan het distributienet;30° installatie van de distributienetgebruiker : elke uitrusting van de distributienetgebruiker die door middel van een aansluiting op het distributienet is aangesloten en die niet tot die aansluiting behoort;31° installatie die functioneel deel uitmaakt van het distributienet : een installatie waarop een distributienetgebruiker het eigendoms- of genotsrecht bezit, maar die dezelfde functie heeft als een installatie van het distributienet;dit begrip wordt nader omschreven in het aansluitingscontract of een overeenkomst die deel daarvan uitmaakt; 32° railstel : het driefasig geheel van drie metalen rails of geleiders die voor elk der drie fasen afzonderlijk een gemeenschappelijk spanningspunt vormen en waarop de verschillende installaties (instrumenten, lijnen, kabels) aangesloten zijn teneinde onderling verbonden te worden;33° D-dag : een kalenderdag;34° D-1-dag : de kalenderdag vóór de D-dag;35° werkdag : elke dag van de week, de zaterdag, de zondag en de wettelijke feestdagen uitgezonderd;36° wet : de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/1999 pub. 11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;37° meting : de opname aan de hand van een meetinrichting van een fysieke grootheid op een bepaald tijdstip;38° comptabele meting : meting of telling die gebruikt wordt voor de verrekening van geleverde diensten;39° actieve verliezen : het verbruik van actief vermogen door het distributienet, veroorzaakt door het gebruik daarvan;40° afschakelplan : het plan dat het voorwerp uitmaakt van een federaal ministerieel besluit en waarin de onderbrekingen, de verminderingen en de prioriteiten aangegeven worden die de transmissienetbeheerder dient op te leggen wanneer het net in gevaar is;41° toegangspunt : een afname- of injectiepunt;42° injectiepunt : de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar het vermogen kan worden geïnjecteerd in het net;43° koppelpunt : het tussen netbeheerders onderling overeengekomen fysische punt waar de koppeling tussen de respectievelijke netten is gerealiseerd;44° meetpunt : de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de meetinrichting met de betrokken installatie verbonden is;45° afnamepunt : de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt van het distributienet waar een belasting wordt afgesloten om vermogen vanuit het net af te nemen;46° aansluitingspunt : de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de aansluiting is verbonden met het distributienet en waar inschakeling en uitschakeling mogelijk zijn;47° afname : het afnemen van vermogen vanuit het distributienet;48° toegangsprogramma : het redelijke vooruitzicht van injecties en afnamen van actief kwartiervermogen voor een bepaald toegangspunt en dag;49° actief vermogen : het gedeelte van het elektrisch vermogen dat kan worden omgezet naar andere vormen van vermogen zoals mechanisch of thermisch. Voor een driefasig systeem is diens waarde gelijk aan 3.U.I.cos phi waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning (tussen fasen) en van de stroom zijn en waarbij phi het faseverschil tussen de fundamentele componenten van die spanning en van die stroom vertegenwoordigen; het actieve vermogen wordt in Watt en veelvouden ervan uitgedrukt. In het geval waarin de eenvoudige spanning (tussen fase en neutraal) gebruikt wordt, wordt de formule 3.U.I.cos phi. Voor een eenfasig systeem is diens waarde gelijk aan U.I.cos phi waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning en van de stroom zijn en waarbij phi het faseverschil (tijdsverschil) tussen de fundamentele componenten van die spanning en van die stroom vertegenwoordigen; 50° schijnbaar vermogen : voor een driefasig systeem, de hoeveelheid gelijk aan 3.U.I., waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning en van de stroom zijn. In het geval waarin de eenvoudige spanning gebruikt wordt, wordt de formule 3.U.I.; het schijnbaar vermogen wordt in VA en veelvouden ervan uitgedrukt. Voor een eenfasig systeem is diens waarde gelijk aan U.I. waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning en van de stroom zijn; 51° aansluitingsvermogen : het maximaal vermogen, bepaald in het aansluitingscontract en uitgedrukt in voltampère (VA) of veelvouden ervan, waarover de distributienetgebruiker kan beschikken door zijn aansluiting;52° kwartiervermogen : het gemiddeld afgenomen of geïnjecteerd vermogen over een periode van een kwartier, uitgedrukt in Watts (W) in geval van actief vermogen, in vars (Var) in geval van reactief vermogen, en in voltampère (VA) in geval van schijnbaar vermogen, of in veelvouden ervan; 53° reactiefvermogen : voor een driefasig systeem, de hoeveelheid gelijk aan 3.U.I.sin phi, waarbij U en I de effectieve waarden zijn van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning en van de stroom en waarbij phi het faseverschil tussen de fundamentele componenten van die spanning en die stroom vertegenwoordigen; het reactief vermogen wordt uitgedrukt in Var of in één van de veelvouden van. In het geval waarin eenvoudige spanning gebruikt wordt, wordt de formule 3.U.I.sin phi. Voor een eenfasig systeem is diens waarde gelijk aan U.I. sin phi waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning en van de stroom zijn en waarbij phi het faseverschil tussen de fundamentele componenten van die spanning en die stroom vertegenwoordigen; 54° onderschreven vermogen : het maximale actieve injectie- of afnamekwartiervermogen, bepaald in een toegangscontract en met betrekking tot een toegangspunt en een gegeven periode;55° kwaliteit van de elektriciteit : het geheel van de karakteristieken van elektriciteit die een invloed kunnen hebben op het distributienet, de aansluitingen en de installaties van een distributienetgebruiker, en met inbegrip van meer bepaald de continuïteit van de spanning en de elektrische kenmerken van die spanning, namelijk frequentie, amplitude, golfvorm en symmetrie;56° aansluiting : het geheel van aansluitingen dat nodig is om de installaties van de distributienetgebruiker met het distributienet te verbinden, inclusief in het algemeen de meetinrichtingen; 57° toegangsregister : het door de distributienetbeheerder bijgehouden register, waar, o.a., de evenwichtsverantwoordelijke en de leverancier per toegangspunt staan vermeld; 58° register van toegangsverantwoordelijken : register bijgehouden door de transmissienetbeheerder overeenkomstig het technisch transmissiereglement;59° technisch transmissiereglement : het koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002011518 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe;60° technisch reglement lokale transmissie : het technisch reglement voor het beheer van het lokaal transmissienet in het Waalse Gewest en de toegang daartoe, zoals bedoeld in artikel 13 van het decreet;61° transmissienet : het geheel van de installaties bestemd voor de transmissie van elektriciteit met een spanning hoger dan 70 kilovolt, gevestigd op het Belgische grondgebied en zoals bepaald bij artikel 2, 7°, van de wet;62° evenwichtsverantwoordelijke : een natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het evenwicht, op kwartierbasis, van een geheel van injecties of afnamen binnen de Belgische regelzone, en die hiertoe geregistreerd is in het register van de toegangsverantwoordelijken;63° AREI : het algemeen reglement op de elektrische installaties, goedgekeurd bij het koninklijk besluit van 10 maart 1981waarbij het Algemeen Reglement op de elektrische installaties voor de huishoudelijke installaties en sommige lijnen van transport en verdeling van elektrische energie bindend wordt verklaard;64° ARAB : het algemeen reglement op de arbeidsbescherming, goedgekeurd bij de besluiten van Regent van 11 februari 1946 en 27 september 1947;65° hulpdiensten : voor de distributienetten, het geheel van volgende diensten : - het regelen van de spanning en van het reactief vermogen; - de compensatie van verliezen op het net; 66° elektrisch systeem : het geheel van de uitrustingen dat alle gekoppelde netten, alle aansluitingsinstallaties en alle installaties van de netgebruikers aangesloten op deze netten omvat;67° productie-eenheid : een fysieke eenheid die minstens één elektrische generator omvat;68° gedecentraliseerde productie-eenheid : productie-eenheid waarvan de inschakeling niet op gecentraliseerde wijze gecoördineerd is;69° distributienetgebruiker : een eindafnemer of producent met installaties aangesloten op het distributienet. Art. 3.De in dagen uitgedrukte termijnen, vermeld in dit reglement, lopen van middernacht tot middernacht. Zij vangen aan op de werkdag volgend op de dag van de ontvangst van de formele kennisgeving. Bij gebreke van een formele kennisgeving vangen de termijnen aan op de werkdag volgend op de dag van de kennisname van de gebeurtenis die daartoe aanleiding geeft. Afdeling 1.2. - Taken en verplichtingen van de distributienetbeheerder Art. 4.§ 1. In het gebied waarvoor hij aangewezen is, voert de netbeheerder de taken en verplichtingen uit die hem worden opgedragen krachtens het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten teneinde te zorgen voor de distributie van elektriciteit tussen de verschillende gebruikers van het distributienet en het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen. § 2. De distributienetbeheerder bepaalt vooraf de gepaste middelen die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van zijn opdrachten en stelt al hetgeen redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden ligt in het werk om die te krijgen. Die noodzakelijke gepaste middelen worden voor het eerst bepaald bij het opmaken van het in artikel 15 van het decreet bedoelde aanpassingsplan. Ze zullen opnieuw worden onderzocht en eventueel geactualiseerd bij de opeenvolgende herzieningen van het aanpassingsplan. Bij de uitvoering van zijn opdrachten, gebruikt de distributienetbeheerder alle gepaste middelen die de netgebruikers kunnen verwachten en rekening houdend met de bijzondere situatie, die redelijkerwijs kunnen verkregen worden. § 3. De distributienetbeheerder zorgt ervoor dat de op elk aansluitingspunt geleverde spanning voldoet aan de voorschriften van de norm NBN EN 50160 "Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten". § 4. Bij niet-geplande onderbreking van het distributienet of van de aansluiting, moet de distributienetbeheerder ter plaatse zijn binnen twee uur volgend op de oproep van de distributienetgebruiker, met de gepaste middelen om de werken te starten met het oog op de verwijdering van het gebrek. Behoudens spoedgeval, technische onmogelijkheid of buitengewone omstandigheden (stormen, hevig onweer, belangrijke sneeuwvallen,...), indien hij vaststelt dat het herstel meer dan vier uur zal vereisen, zal de distributienetbeheerder de nodige maatregelen nemen om de voeding van het net te herstellen door elk middel van voorlopige productie die hij nodig acht, bij voorkeur op het niveau van de transformatiecabine hoogspanning-laagspanning. Hetzelfde geldt voor elke geplande onderbreking van het distributienet met een gecumuleerde duur van meer dan vier uur in één week; in dit laatste geval zal de distributienetbeheerder de modaliteiten voor de recuperatie van de grootheid van de geleverde energie. Art. 5.De distributienetbeheerder zendt jaarlijks vóór 31 maart een verslag, zoals bedoeld in artikel 24 van het decreet van de Waalse Regering van 21 maart 2002 betreffende de netbeheerders, aan de "CWAPE" (Waalse Energiecommissie), waarin hij de kwaliteit van zijn dienstverlening in het voorgaande kalenderjaar beschrijft. § 2. Dit verslag bevat een overzicht van : 1° de frequentie en de gemiddelde duur van de onderbrekingen van de toegang tot zijn distributienet, evenals de totale jaarlijkse onderbrekingsduur, gedurende het genoemde kalenderjaar en opgedeeld per spanningsniveau.Dit kan gebeuren op basis van de methodiek beschreven in het technisch voorschrift FPE C10/14 « Kwaliteitsindicatoren; Beschikbaarheid van de toegang tot het distributienet » of van alle andere gelijkwaardige voorschriften; 2° de inachtneming van de kwaliteitscriteria betreffende de golfvorm van de spanning zoals beschreven in hoofdstukken 2 en 3 van de norm NBN EN 50160;3° de kwaliteit van de geleverde diensten en, in voorkomend geval, het niet-nakomen van de verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement en de redenen daarom. § 3. De "CWAPE" kan een rapporteringsmodel opmaken. HOOFDSTUK II. - Informatie-uitwisseling en confidentialiteit Afdeling 2.1. - Informatie-uitwisseling Art. 6.§ 1. Elke kennisgeving of mededeling gedaan ter uitvoering van dit besluit dient schriftelijk te gebeuren overeenkomstig de vormen en voorwaarden bedoeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, met een duidelijke identificatie van de afzender en de geadresseerde. Behoudens andersluidende bepaling, kan de distributienetbeheerder, nadat de "CWAPE" hierover vooraf wordt geïnformeerd, de vorm van de documenten bepalen waarin die gegevens moeten worden uitgewisseld. § 2. In geval van hoogdringendheid mogen gegevens mondeling worden uitgewisseld. In elk geval dienen dergelijke gegevens zo spoedig mogelijk overeenkomstig § 1 van dit artikel te worden bevestigd. Art. 7.§ 1. In afwijking van artikel 6 zullen de commerciële gegevens die tussen de verschillende betrokken partijen worden uitgewisseld, worden geleverd via elektronische post (die toelaat het bewijs van de verzending te leveren), volgens een protocol conform aan de EDIEL-communicatiestandaard en gedetailleerd beschreven in een Message Implementation Guide (MIG). Deze MIG wordt gemeenschappelijk gedefinieerd door de distributienetbeheerders, die de "CWAPE" daarover informeren. Bij gebrek aan overeenstemming, mag de "CWAPE" een MIG opleggen. § 2. Het in § 1 bedoelde protocol is niet verplicht van toepassing voor de informatie-uitwisselingen tussen : - de distributienetbeheerder en een eindafnemer, indien die laatste een ander protocol kiest, overeengekomen met de distributienetbeheerder in zijn toegangscontract, of in een aanhangsel daarvan; - de beheerder van het lokaal transmissienet en een distributienetbeheerder indien een ander protocol uitdrukkelijk is overeengekomen in een gemeenschappelijk akkoord en de "CWAPE" daarover is geïnformeerd. § 3. Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen mag de distributienetbeheerder, nadat hij de "CWAPE" daarover heeft geïnformeerd, technische en administratieve maatregelen uitwerken met betrekking tot de uit te wisselen gegevens, teneinde de confidentialiteit zoals bepaald in afdeling 2.2 van dit hoofdstuk te waarborgen. Art. 8.§ 1. Tabel 1 in bijlage II bevat de lijst van gegevens die de distributienetbeheerder kan opvragen bij de distributienetgebruikers die over een aansluiting op hoogspanning beschikken. Deze lijst is niet beperkend. De distributienetbeheerder kan op elk moment aanvullende gegevens vragen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het distributienet. § 2. De distributienetgebruiker brengt de distributienetbeheerder onverwijld op de hoogte van elke wijziging van zijn installaties in zoverre zij een aanpassing van de eerder meegedeelde gegevens vereist. Art. 9.Bij afwezigheid van uitdrukkelijke bepalingen daaromtrent in dit Reglement zetten de distributienetbeheerders, de distributienetgebruikers, de leveranciers en de evenwichtsverantwoordelijken zich in om zo spoedig mogelijk de noodzakelijke informatie overeenkomstig dit Reglement mee te delen. Art. 10.Wanneer een partij, overeenkomstig dit reglement of de contracten gesloten krachtens dit reglement, een andere partij eigen informatie moet bezorgen, neemt zij de noodzakelijke maatregelen om de geadresseerde ervan te verzekeren dat de inhoud van die gegevens behoorlijk is geverifieerd. Afdeling 2.2. - Confidentialiteit Art. 11.Diegene die informatie meedeelt, bepaalt wat commercieel gevoelige en/of vertrouwelijke informatie is. De mededeling aan derde personen van commercieel gevoelige en/of vertrouwelijke informatie door de bestemmeling van deze informatie is niet toegelaten, behalve wanneer aan minstens één van de volgende voorwaarden voldaan is : 1. De mededeling is vereist in het kader van een gerechtsprocedure of opgelegd door de overheid.2. De wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt leggen de bekendmaking of mededeling van de desbetreffende gegevens op.3. Er is een voorafgaand schriftelijk akkoord van diegene van wie de vertrouwelijke en/of commercieel gevoelige informatie uitgaat.4. Het beheer van het distributienet of het overleg met andere netbeheerders vereist de mededeling door de distributienetbeheerder.5. De informatie is gewoon toegankelijk of publiek beschikbaar. Wanneer de mededeling aan derden gebeurt op grond van de voorwaarden bedoeld in bovenvermelde punten 2, 3 en 4, dient de bestemmeling van de informatie er zich toe te verbinden aan deze informatie dezelfde graad van vertrouwelijkheid te geven als deze gegeven bij de aanvankelijke mededeling. Afdeling 2.3. - Openbaarheid van informatie Art. 12.De distributienetbeheerder stelt de volgende informatie ter beschikking van het publiek en in elk geval op een server toegankelijk via Internet : 1. de algemene voorwaarden van de contracten af te sluiten krachtens dit reglement;2. de procedures die van toepassing zijn en waarnaar in dit reglement wordt verwezen;3. de formulieren vereist voor de gegevensuitwisseling overeenkomstig dit reglement;4. de tarieven voor toegang tot het distributienet. HOOFDSTUK III. - Contracten, procedures en formulieren Art. 13.De algemene voorwaarden van de contracten af te sluiten in het kader van dit reglement, alsook alle wijzigingen hieraan aangebracht, worden zonder verwijl aan de "CWAPE" meegedeeld en in elk geval, twee maanden voor hun inwerkingtreding. Art. 14.De in dit reglement vermelde procedures en formulieren, alsook alle wijzigingen hieraan aangebracht, volgen de in artikel 13 bedoelde procedure. HOOFDSTUK IV. - Toegang tot de installaties Afdeling 4.1. - Algemene voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen Art. 15.De toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de veiligheid van personen en goederen, zoals het ARAB en het AREI, alsook de norm NBN EN 50110-1 « Exploitatie van elektrische installaties » en de norm NBN EN 50110-2 « Exploitatie van elektrische installaties (nationale bijlagen) », zijn van toepassing op iedere persoon die op het distributienet tussenkomt, met inbegrip van de distributienetbeheerder, de distributienetgebruikers, de leveranciers, de evenwichtsverantwoordelijken, de andere netbeheerders en hun respectievelijk personeel, evenals derden die in opdracht van voormelde partijen tussenkomen op het distributienet. Afdeling 4.2. - Toegang tot de installaties van de distributienetbeheerder Art. 16.§ 1. De toegang tot elk roerend of onroerend goed waarvan de distributienetbeheerder het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, gebeurt te allen tijde overeenkomstig de toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de distributienetbeheerder en met zijn voorafgaandelijk uitdrukkelijk akkoord. § 2. De distributienetbeheerder heeft het recht op toegang tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de distributienetgebruiker. De distributienetgebruiker zorgt voor een permanente toegang voor de distributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek. § 3. Indien de toegang tot een roerend of onroerend goed van de distributienetgebruiker onderworpen is aan specifieke toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de distributienetgebruiker, dient hij deze vooraf schriftelijk mee te delen aan de distributienetbeheerder. Zoniet volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 4.3. - Toegang tot de installaties van de distributienetgebruiker en bijzondere modaliteiten betreffende de installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet of die een niet verwaarloosbare invloed hebben op het functioneren daarvan Art. 17.§ 1. Wanneer de distributienetbeheerder acht dat sommige installaties van de distributienetgebruiker functioneel deel uitmaken van het distributienet of een niet verwaarloosbare invloed hebben op het functioneren daarvan, op de aansluiting(en) of op de installatie(s) van een andere distributienetgebruiker, deelt hij het mee en verantwoordt hij het aan de distributienetgebruiker en aan de "CWAPE". Met het voorafgaande gunstige advies van de "CWAPE", wordt over een geschreven overeenkomst onderhandeld die gesloten wordt tussen de distributienetbeheerder en de distributienetgebruiker; zij bevat de lijst van betrokken installaties alsook de verantwoordelijkheden inzake gedrag, beheer en onderhoud van die installaties. Die overeenkomst waarborgt de inachtneming van alle vorige verbintenissen aan de distributienetgebruiker, met inbegrip van de capaciteit van de bestaande aansluiting, behalve andersluidend geschreven akkoord van de distributienetgebruiker en met een gepaste vergoeding van die laatste. Die overeenkomst bepaalt ook de financiële modaliteiten voor de tenlasteneming door de distributienetbeheerder van alle kosten voortvloeiend uit die wijziging van het statuut van de aansluitingsvoorzieningen, met inbegrip van de vergoeding van de eigenaar van de installaties. Die overeenkomst vormt een aanhangsel van het aansluitingscontract. Wat betreft de nieuwe aansluitingen, wordt die overeenkomst, in voorkomend geval, gevoegd bij het aansluitingscontract. § 2. De distributienetbeheerder heeft het recht op toegang tot de aansluiting en de installaties bedoeld in § 1 teneinde er inspecties, testen en/of proeven uit te voeren. Bovendien, indien die installaties functioneel deel uitmaken van het distributienet, moet de distributienetbeheerder er toegang toe hebben om de tussenkomsten vermeld in de overeenkomst bedoeld in § 1 uit te voeren. De distributienetgebruiker zorgt hiertoe voor een permanente toegang voor de distributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek. § 3. Voorafgaand aan elke uitvoering van de inspecties, testen en/of proeven bedoeld in § 2, dient de distributienetgebruiker de distributienetbeheerder schriftelijk op de hoogte te stellen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Zoniet volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 4.4. - Werken op het distributienet of op de installaties van de distributienetgebruiker Art. 18.§ 1. De distributienetbeheerder heeft het recht om de distributienetgebruiker in gebreke te stellen wanneer de veiligheid of de betrouwbaarheid van het distributienet een aanpassing vereisen van de installaties waarvan de distributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft. De geschreven ingebrekestelling beschrijft de noodzakelijke werken, de motivatie ervan en hun termijn van uitvoering. In geval van niet-uitvoering van deze werken door de distributienetgebruiker binnen de termijn vastgelegd in de ingebrekestelling, heeft de distributienetbeheerder het recht, na een laatste ingebrekestelling met kopie aan de "CWAPE", de voorziening te onderbreken aan het einde van de termijn vastgelegd in die laatste ingebrekestelling. De in dit artikel bedoelde werken zijn op kosten van de distributienetgebruiker, behalve als hij bewijst dat ze het gevolg zijn van gebreken van de gebruiker. In voorkomend geval zijn de bepalingen van §§ 2 en 3 van artikel 17 van toepassing. § 2. § 1 van dit artikel geldt eveneens wanneer de efficiëntie van het distributienet een aanpassing vereist van de installaties waarvan de distributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, mits voorafgaand overleg met de distributienetgebruiker inzake de noodzakelijke werken en hun termijn van uitvoering. Art. 19.De werken, met inbegrip van de inspecties, testen en/of proeven, moeten worden uitgevoerd conform de bepalingen van dit reglement en de contracten afgesloten krachtens dit reglement. HOOFDSTUK V. - Noodsituatie en overmacht Afdeling 5.1. - Definitie van noodsituatie Art. 20.In dit reglement wordt noodsituatie beschouwd als zijnde : 1. de situatie die volgt op overmacht en waarin maatregelen dienen te worden genomen die uitzonderlijk en tijdelijk zijn om aan de gevolgen van de overmacht het hoofd te kunnen bieden teneinde de veilige en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen vrijwaren of herstellen;2. een situatie die volgt op een gebeurtenis die, alhoewel zij volgens de huidige stand van rechtspraak en rechtsleer niet als overmacht kan worden aangeduid, naar het inzicht van de distributienetbeheerder of de distributienetgebruiker, een dringend en gericht optreden van de distributienetbeheerder vereist teneinde de veilige en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen vrijwaren of herstellen, of verdere schade te voorkomen.De distributienetbeheerder verantwoordt dat optreden achterop bij de gebruikers en de "CWAPE". Afdeling 5.2. - Overmacht Art. 21.In dit reglement worden de volgende situaties in ieder geval als overmacht beschouwd voor de distributienetbeheerder, voor zover ze onvoorzienbaar en onweerstaanbaar zijn : 1° natuurrampen, met inbegrip van aardbevingen, overstromingen, stormen, cyclonen of andere uitzonderlijke klimatologische omstandigheden;2° een nucleaire of chemische explosie en de gevolgen ervan;3° niet-geprogrammeerde onbeschikbaarheden van de installaties, met inbegrip van een computervirus en een computercrash, om redenen andere dan ouderdom of het gebrek aan onderhoud van de installaties of de kwalificatie van de operatoren;4° de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid om via het distributienet elektriciteit uit te wisselen omwille van een plots gebrek aan elektriciteit-injectie uit het (lokaal) transmissienet en niet compenseerbaar met andere middelen;5° brand, explosie, sabotage, terroristische daden, daden van vandalisme, schade veroorzaakt door criminele daden, en bedreigingen van dezelfde aard;6° de oorlog, al dan niet verklaard, het dreigend oorlogsgevaar, de invasie, het gewapend conflict, het embargo, de revolutie, de opstand;7° een maatregel van hogerhand, waaronder onder meer de situaties waarin de overheid de noodsituatie inroept en uitzonderlijke en tijdige maatregelen oplegt teneinde de veilige en betrouwbare werking van het geheel van de netten te vrijwaren of herstellen. Afdeling 5.3. - Ingrijpen van de distributienetbeheerder Art. 22.§ 1. De distributienetbeheerder is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid en de betrouwbaarheid van het distributienet wanneer de noodsituatie wordt ingeroepen door de distributienetbeheerder of een andere netbeheerder, een distributienetgebruiker, een leverancier of enige andere betrokken persoon. § 2. De distributienetbeheerder neemt alle preventieve handelingen teneinde de schadelijke gevolgen van de aangekondigde of redelijkerwijs voorzienbare uitzonderlijke gebeurtenissen te beperken. De handelingen die de distributienetbeheerder stelt in het kader van dit artikel verbinden alle betrokken personen. § 3. In het geval een noodsituatie gelijktijdig betrekking heeft op het transmissienet en/of lokaal transmissienet alsook op een of meerdere distributienetten, dienen de maatregelen genomen te worden overeenkomstig het Technisch Reglement Transmissie en/of Lokale Transmissie. Afdeling 5.4. - Opschorting van de verplichtingen Art. 23.§ 1. In geval van noodsituatie wordt de uitvoering van de taken en verplichtingen geheel of gedeeltelijk opgeschort, maar enkel voor de duur van de gebeurtenis die de noodsituatie als gevolg heeft. § 2. De verplichtingen van geldelijke aard, ontstaan voor de noodsituatie, dienen uitgevoerd te worden. Art. 24.§ 1. De partij die zich op de noodsituatie beroept, doet alle redelijke inspanningen om : 1. de gevolgen van de niet-uitvoering van haar verplichtingen te beperken;2. haar opgeschorte verplichtingen zo snel mogelijk opnieuw te vervullen. § 2. De partij die haar verplichtingen opschort, brengt zo snel mogelijk alle betrokken partijen op de hoogte van de redenen waarom zij haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk opschort en welke de voorzienbare termijn van de noodsituatie zal zijn. HOOFDSTUK VI. - Ingraving van elektrische lijnen Art. 25.§ 1. Wanneer, omwille van de verbetering, de vernieuwing of de uitbreiding van het distributienet, nieuwe verbindingen moeten worden aangelegd of bestaande verbindingen sterk moeten worden gewijzigd of worden vernieuwd, zal de aanleg van de nieuwe verbindingen gebeuren d.m.v. ondergrondse kabels en zullen de te vernieuwen of sterk te wijzigen lijnen worden ingegraven. § 2. Die ingravingsprojecten worden meegedeeld aan de "CWAPE", hetzij ter gelegenheid van het opmaken van het aanpassingsplan voor het distributienet hetzij bij elke specifieke wijzigingsaanvraag betreffende het distributienet. § 3. Indien de distributienetbeheerder acht dat hij die prioriteit niet in acht zal kunnen nemen bij de ingraving, stuurt hij voor elk geval bij aangetekende brief een verantwoording aan de "CWAPE" voor elke uitvoering en mag hij de werken niet uitvoeren voor de ontvangst van het advies van de "CWAPE" bedoeld in hiernavolgende § 5. Die verantwoording betreft minstens volgende aspecten : 1° de technische aspecten zoals, onder meer, de wijzigingen van de energie-overdrachten in het net, de wijziging van het kortsluitvermogen en zijn impact op de aangrenzende uitrustingen, de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid van de verbinding, de gemiddelde herstellingstijd, de respectievelijke stromen en de variatie van de vermogensfactor, de overspanningsrisico's en de netverliezen, de gevoeligheid voor zwerfstromen en de eventuele risico's verbonden met de nabijheid van andere externe uitrustingen; 2° de economische aspecten zoals, onder meer, de vergelijkende installatie-, controle-, onderhouds- en versterkingskosten m.b.t. lijnen en kabels alsook de kosten van de netverliezen, de eventuele impacten op de netstructuur of op de aangrenzende elektrische voorzieningen, de aflossingsmogelijkheden en -duren voor die kosten, rekening houdend met, o.a., de geschatte levensduren; 3° de wettelijke en reglementaire aspecten zoals, onder meer, het gebruik van de ondergrond van het wegennet en de opening daarvan bij de aanleg of eventuele tussenkomsten, de voorzienbare wijzigingen van dat wegennet alsook van zijn bestemming;4° de milieu- en patrimoniale aspecten, zoals het impact op het landschap, de beschermde goederen, de archeologische ondergrond, en op de grondstructuur, de nabijheid van woningen en het belang van de opgewekte elektromagnetische velden, de invloed op de fauna en de flora;5° de alternatieve verwezenlijkingen voorgesteld door de distributienetbeheerder die beter afgestemd zijn op de nagestreefde doelstelling binnen het kader van de voorrang aan de ingraving van lijnen. § 4. De "CWAPE" kan bijkomende inlichtingen vragen binnen 15 dagen vanaf de ontvangst van de bewijsdossiers. § 5. Binnen een termijn van 2 maanden na de ontvangst van het volledige dossier, brengt de "CWAPE" een advies uit dat zij stuurt aan de distributienetbeheerder en aan de minister. Die termijn kan verkort worden bij uitzonderlijk spoedgeval. HOOFDSTUK VII - Minimale technische vereisten voor de inrichting van netinfrastructuren Art. 26.§ 1. De infrastructuren van het distributienet stemmen overeen met de vigerende wetten, reglementen en normen en in het bijzonder met het AREI. § 2. Ze zijn ontworpen om de elektrische energie zonder gevaar over te brengen naar de verschillende afnamepunten en om te zorgen voor de verdeling van de energie die naar de injectiepunten overgebracht wordt. Het distributienet wordt door de distributienetbeheerder aangepast aan de normaal voorzienbare stromen. Hij zorgt ervoor dat in alle omstandigheden, de veiligheidsafstanden tussen zijn installaties en personen of goederen van derden in acht worden genomen. § 3. De beschermingen van de uitrustingen van het distributienet zijn ontworpen en geregeld om de gebreken en/of overlasten efficiënt te verwijderen. Selectieve beschermingen van het tweede niveau zijn voorzien om het niet-functioneren van de normale beschermingen te verhelpen. HOOFDSTUK VII. - Directe lijnen Art. 27.Alle directe lijnen zijn onderworpen aan de toepasselijke voorschriften van dit decreet en in het bijzonder aan het AREI. Art. 28.Opdat de "CWAPE" haar advies over de vergunning van de aanleg van een nieuwe directe lijn zou kunnen geven aan de Minister, dient de distributienetgebruiker, die aanvrager is, een uitvoerig bewijsdossier in bij de "CWAPE", in twee exemplaren en bij aangetekende brief of een brief overhandigd tegen ontvangbewijs, met inbegrip van de met redenen omklede weigering van de netbeheerder. Art. 29.De "CWAPE" gaat na of ze beschikt over alle documenten noodzakelijk voor het onderzoek van de aanvraag. Indien zij acht dat de aanvraag dient aangevuld te worden, stelt zij de aanvrager bij aangetekende brief in kennis daarvan binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van de aanvraag. Zij bepaalt de gewenste aanvullende informatie en legt een termijn vast die niet hoger mag zijn dan drie weken, voorgeschreven op straffe van verval van de aanvraag, waarbinnen de aanvrager zijn aanvraag moet aanvullen. Art. 30.De "CWAPE" gaat na, met behulp van elk document waarover zij beschikt, of de aanvraag verantwoord is en of er geen ander technisch en economisch geldig alternatief bestaat. Wanneer de "CWAPE" acht dat de aanvraag niet verantwoord is, stelt zij de aanvrager bij aangetekende brief in kennis daarvan binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van de aanvraag of, in voorkomend geval, vanaf de ontvangst van de aanvullende informatie verkregen overeenkomstig artikel 29. Zij verklaart de redenen waarom ze acht dat de aanvraag niet verantwoord is en legt een termijn van hoogstens één maand vast, voorgeschreven op straffe van verval van de aanvraag, waarbinnen de aanvrager zijn opmerkingen, verantwoordingen of elke aanvullende informatie kan bezorgen. De "CWAPE" is gehouden de aanvrager te horen die erom verzoekt. Art. 31.Binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van de aanvraag en, in voorkomend geval, van de aanvullende informatie, opmerkingen en verantwoordingen bedoeld in de artikelen 29 en 30, maakt de "CWAPE" de tekst van de aanvraag, de bijlagen daarbij alsook haar met redenen omklede advies over aan de Minister. TITEL II. - Planningscode HOOFDSTUK I. - Gegevens met het oog op het opmaken van het aanpassingsplan Art. 32.In het kader van de operationele regels voor het technisch beheer van de elektriciteitsstromen, leggen de distributienetbeheerder en de "CWAPE" de praktische overlegmodaliteiten vast met het oog op het opmaken van een aanpassingsplan m.b.t. zijn net op grond van de in deze titel bedoelde informatie. Art. 33.§ 1. Het opmaken van een aanpassingsplan m.b.t. het distributienet om het beheer van de elektriciteitsstromen die in dit laatste aanwezig zijn, te verbeteren en om de problemen te verhelpen die een gevaar zijn voor de veiligheid en de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening, bevat de volgende fasen : - een uitvoerige raming van de behoeften aan distributiecapaciteit; - de analyse van de middelen noodzakelijke om op die behoeften in te spelen; - de vergelijking van de noodzakelijke middelen met de bestaande middelen; - de opsomming van de werken en investeringen noodzakelijke om het distributienet aan te passen teneinde de ontmoete problemen te verhelpen; - het opmaken van een uitvoeringsplanning. § 2. Tot dat einde, worden de volgende handelingen verricht : 1° elke distributienetbeheerder deelt uiterlijk 1 maart de informatie bedoeld in het eerste lid mee aan de "CWAPE" (of bewijst dat het plan dat het vorige jaar door de Waalse Regering goedgekeurd werd, geen enkele aanpassing vereist);2° de distributienetbeheerder spreekt met de "CWAPE" een datum in maart af voor het voorleggen van zijn plan;3° de "CWAPE" gaat dan over tot het onderzoek van het plan en kan vereisen dat de distributienetbeheerder de informatie en verantwoordingen meedeelt die zij nodig acht.Ze brengt hem op de hoogte van haar advies uiterlijk 2 mei; 4° het distributienetbeheerder past eventueel zijn plan aan en maakt uiterlijk 1 juni de definitieve versie van zijn plan over aan de "CWAPE" in twee exemplaren;5° de "CWAPE" maakt onverwijld één exemplaar met zijn eventuele opmerkingen over aan de Minister;6° na goedkeuring door de Waalse Minister, wordt het plan toegepast vanaf 1 januari van het volgende jaar. HOOFDSTUK II. - Planningsgegevens Afdeling 2.1. - Algemeen Art. 34.De planningsgegevens omvatten o.a. de gegevens opgenomen in bijlage I bij dit reglement, aangeduid met de afkorting « P » of met « Alle » in de kolom « Doel ». Art. 35.De distributienetgebruiker of, in voorkomend geval, de leverancier, overeenkomstig artikel 38, is gehouden de planningsgegevens overeenkomstig deze Titel aan de distributienetbeheerder over te maken volgens zijn best mogelijke inschatting. Afdeling 2.2. - Kennisgeving Art. 36.De distributienetgebruiker met een aansluitingsvermogen groter dan 2 MVA stelt elk jaar vóór 31 december de distributienetbeheerder in kennis van zijn beste raming van de volgende planningsgegevens die betrekking hebben op de drie volgende jaren : 1° de vooruitzichten inzake het maximaal af te nemen vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met aanduiding van de verwachte trendbreuken;2° de beschrijving van de jaarlijkse belastingscurve van het af te nemen actief vermogen. Een trend van die gegevens voor de twee volgende jaren, d.w.z. over vijf jaar, wordt ook ter informatie overgemaakt aan de distributienetbeheerder. Art. 37.De distributienetgebruiker waarvan de installaties productie-eenheden omvatten of zullen omvatten met een totaal netto ontwikkelbaar vermogen per injectiepunt van minstens 2 MW, stelt elk jaar vóór 31 december, de distributienetbeheerder in kennis van de volgende planningsgegevens die betrekking hebben op de drie komende jaren : 1. het maximaal netto ontwikkelbaar vermogen, de beschrijving van de verwachte belastingscurve, de technische gegevens, de operationele grenzen en het regelgedrag van de diverse ingeschakelde of in te schakelen productie-eenheden;2. de productie-eenheden die uit dienst zullen genomen worden en de voorziene datum van de uitschakeling. Een raming van die gegeven betreffende de twee volgende jaren, d.w.z. over vijf jaar, wordt ter informatie overgemaakt aan de distributienetbeheerder. Art. 38.Voor de distributienetgebruikers die niet bedoeld zijn in de artikelen 36 en 37 is het de leverancier die voor het geheel van dergelijke distributienetgebruikers waarvoor hij toegangscontracten heeft ondertekend, elk jaar vóór 31 december de distributienetbeheerder in kennis stelt van de volgende planningsgegevens die betrekking hebben op de twee komende jaren : 1° de vooruitzichten inzake het maximaal af te nemen of te injecteren vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met aanduiding van de verwachte trendbreuken voor elk netgedeelte, zoals bepaald door de distributienetbeheerder;2° de beschrijving van de jaarlijkse belastingscurve van het af te nemen actief vermogen. Art. 39.De kennisgeving van de planningsgegevens bedoeld in de artikelen 36, 37 en 38 gebeurt volgens de tabel bedoeld in bijlage I bij dit reglement. Art. 40.De distributienetgebruiker of de leverancier kan, in voorkomend geval, de distributienetbeheerder in kennis stellen van alle andere nuttige informatie die niet opgenomen is in bijlage I bij dit reglement. Art. 41.De plicht tot kennisgeving van de planningsgegevens bedoeld in de artikelen 36 en 37 geldt eveneens voor de toekomstige distributienetgebruikers bij het indienen van hun aanvraag tot aansluiting. Art. 42.§ 1. In geval de distributienetbeheerder van oordeel is dat de kennisgeving van de planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig of onredelijk is, verifieert de distributienetgebruiker, op aanvraag van de distributienetbeheerder, de betrokken gegevens en maakt de aldus gevalideerde informatie over alsook bijkomende gegevens die deze laatste nuttig acht. § 2. De distributienetbeheerder kan, indien hij dit nodig acht om zijn opdracht tot een goed einde te brengen en mits motivering, bijkomende gegevens, niet voorzien in dit reglement, opvragen bij de distributienetgebruiker of de leverancier. § 3. Na raadpleging van de distributienetgebruiker of de leverancier bepaalt de distributienetbeheerder de redelijke termijn waarbinnen de gegevens bedoeld in § 1 en § 2 overgemaakt moeten worden door de distributienetgebruiker of de leverancier aan de distributienetbeheerder. Art. 43.De netbeheerders komen onderling de vorm en de inhoud overeen van de gegevens die zij wederzijds moeten uitwisselen voor het opstellen van het investeringsplan, evenals de te respecteren termijnen. Art. 44.De distributienetbeheerder zorgt voor de volledige en geloofwaardige aard van de gegevens meegedeeld door de distributienetgebruikers vóór het opmaken van een aanpassingsplan. TITEL III. - Aansluitingsplan HOOFDSTUK I. - Technische voorschriften voor aansluiting Afdeling 1.1. - Algemeen Art. 45.§ 1. Deze titel is van toepassing op : 1° de aansluitingsinstallaties;2° de installaties van de distributienetgebruiker die een niet verwaarloosbare invloed hebben op het functioneren van het distributienet, de aansluiting(en) of de installaties van een andere distributienetgebruiker; 3° de installaties aangesloten d.m.v. een directe lijn en de installaties die deel uitmaken van een directe lijn; 4° alle interconnecties met andere netten. § 2. De installaties van de meetinrichting behoren tot de aansluiting. Ze maken het voorwerp uit van Titel V wat betreft de technische specificaties, het gebruik, het onderhoud en de behandeling van de meetgegevens. Art. 46.De distributienetbeheerder is als enige gemachtigd het distributienet en het gedeelte van de aansluiting waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, te wijzigen, te versterken, te onderhouden en uit te baten. Art. 47.§ 1. De installaties waarvan de distributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, worden door de distributienetgebruiker, of door een derde in opdracht van de distributienetgebruiker, beheerd en onderhouden. § 2. In afwijking van § 1 en indien de in artikel 17 bedoelde overeenkomst daarin voorziet, mogen tussenkomsten en handelingen op installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet, enkel door de distributienetbeheerder of een door hem gemandateerde uitgevoerd worden, zelfs als de distributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft van deze installaties. Indien de tussenkomsten en/of schakelingen gebeuren op vraag van de distributienetgebruiker of hun oorzaak vinden in de installaties van de distributienetgebruiker, zijn de kosten van deze tussenkomsten en handelingen ten laste van de distributienetgebruiker. De grenzen tussen de installatiegedeelten worden opgenomen in het aansluitingscontract of in een bijgevoegde overeenkomst. Art. 48.Een aansluiting wordt pas in dienst genomen nadat de leverancier(s) en de evenwichtsverantwoordelijke(n) van de distributienetgebruiker voor deze aansluiting zijn geregistreerd in het aansluitingenregister van de distributienetbeheerder. Art. 49.Tenzij anders wettelijk of reglementair geregeld, zijn de kosten voor een inschakeling en een uitschakeling op vraag van de distributienetgebruiker te zijner laste. Art. 50.§ 1. In geval van overdracht, in gebruik of in eigendom, van roerende of onroerende goederen waarvoor de aansluiting dienstig is, neemt de overnemer de rechten en verplichtingen van de vorige gebruiker over of sluit onverwijld een nieuw aansluitingscontract af met de distributienetbeheerder zonder dat, tussentijds en om die enige reden, de aansluiting wordt uitgeschakeld. § 2. Een uitschakeling mag door de distributienetbeheerder pas worden uitgevoerd na een met redenen omklede aanmaning en met een redelijke regularisatietermijn. Afdeling 1.2. - Wijze van aansluiten in functie van het aansluitings- of onderschreven vermogen Art. 51.§ 1. Onverminderd §§ 5 en 6, worden de aansluitingen van eindafnemers uitgevoerd vanaf het distributienet. § 2. Als het aansluitingsvermogen niet hoger is dan 56 kVA, zal de aansluiting vanaf het laagspanningsnet worden uitgevoerd, behalve als de distributienetbeheerder beslist, om technische problemen verbonden met, onder meer, eventuele spanningsvallen te vermijden, dat die wordt uitgevoerd vanaf het hoogspanningsnet. § 3. Voor aansluitingsvermogens tussen 56 en 250 kVA kan de distributienetbeheerder een aansluiting vanaf het laagspanningsnet, een aansluiting via een laagspanningsverbinding rechtstreeks aangesloten op een hoogspanning/laagspanning-transformatiepost of een aansluiting vanuit het hoogspanningsnet voorstellen. § 4. Vanaf 250 kVA, zal de aansluiting vanaf het hoogspanningsnet worden uitgevoerd. Daarbij zal in eerste instantie de mogelijkheid tot aansluiting vanuit het hoogspanningsnet van de distributienetbeheerder worden onderzocht, indien het aansluitingsvermogen kleiner is dan 5 MVA. § 5. Tussen 5 en 25 MVA zal de distributienetbeheerder eerst de aansluiting onderzoeken via een rechtstreekse verbinding van de installaties van de distributienetgebruiker met de secundaire rails van een transformatiepost die het distributienet op hoogspanning voedt. Wanneer de distributienetbeheerder bij een eerste onderzoek vaststelt dat het beter is de aansluiting uit te voeren vanaf het transmissienet of vanaf het lokaal transmissienet, pleegt hij overleg met de transmissienetbeheerder of met de beheerder van het lokaal transmissienet al naar gelang het geval, maakt hij hem het volledige dossier over en betaalt hem de eventueel geïnde rechten terug. § 6. Voor aansluitingsvermogens boven 25 MVA wordt in eerste instantie de aansluiting op een spanningsniveau = 30 kV onderzocht. De aanvrager neemt rechtstreeks contact op met de betrokken netbeheerder. § 7. In alle gevallen dient de aanvrager één enkele aanvraag bij de distributienetbeheerder, aangewezen overeenkomstig de vorige paragrafen, die de noodzakelijke contacten moet opnemen met de andere netbeheerders om de kwaliteit van de aansluiting en de noodzakelijke aanpassingen te waarborgen. Art. 52.§ 1. Bij het onderzoek van de aansluitingsaanvraag en bij het voorstel tot aansluiting, zal de betrokken netbeheerder altijd zorgen voor het technisch en economisch belang van de aanvrager, onverminderd het belang van de andere distributienetgebruikers en zonder dat de aanvrager daardoor het recht heeft een gunstigere wijze van aansluiting dan die bedoeld in artikel 51 te vereisen. § 2. Overeenkomstig § 1, indien de distributienetbeheerder bij een eerste onderzoek vaststelt dat het verstandiger zou zijn de aansluiting uit te voeren op een ander distributienet via een directe lijn of op het (lokaal) transmissienet, maakt hij het geheel van het dossier onverwijld over aan de betrokken netbeheerder na overleg met deze, brengt de afnemer op de hoogte daarvan en betaalt de eventueel geïnde rechten terug. Afdeling 1.3. - Voorschriften van toepassing op elke aansluiting Art. 53.Elke aansluiting, evenals elke installatie van een distributienetgebruiker aangesloten op het distributienet, moet voldoen aan de normen en de reglementering van toepassing op elektrische installaties. Art. 54.Het toelaatbaar niveau van storingen teweeggebracht op het distributienet door de installaties van de aansluiting en de eigen installaties van de distributienetgebruiker, wordt bepaald door de gangbare nationale en internationale normen en onder meer door de technische verslagen CEI 61000-3-6 en CEI 61000-3-7. Art. 55.De distributienetgebruiker zorgt ervoor dat zijn installaties bij de distributienetbeheerder of bij derden geen risico's, schade of hinder veroorzaken boven de normen die gewoonlijk worden aangenomen. Art. 56.Elektrische installaties gevoed via onderscheiden aansluitingen mogen niet onderling verbonden worden tenzij mits voorafgaand schriftelijk akkoord van de beheerder(s) van het(de) betrokken distributienet(ten) of een uitdrukkelijke overeenkomst in het aansluitingscontract met bepaling van de modaliteiten. Art. 57.§ 1. De aansluitingen moeten voldoen aan de technische voorschriften van de distributienetbeheerders opgemaakt door de BFE C2/112 "Technische voorschriften voor aansluiting op het HS-distributienet" en C10/12 "Technische regels voor aansluitingen in laagspanning". Bij bestrijding tussen één van genoemde voorschriften en een wetgevende of reglementaire bepaling, met inbegrip van die van dit reglement, hebben de wetgevende of reglementaire bepalingen de overhand. § 2. De distributienetbeheerder kan desgevallend en met mededeling aan de "CWAPE", overeenkomstig artikel 13, in specifieke voorschriften voorzien voor de aansluiting afhankelijk van de bijzondere karakteristieken van het lokale distributienet. HOOFDSTUK II. - Specifieke voorschriften voor aansluitingen op hoogspanning Afdeling 2.1. - Omgeving van de installaties Art. 58.Voor het groeperen van de meetinrichting en andere apparatuur die deel uitmaakt van de aansluiting, stelt de distributienetgebruiker een ruimte ter beschikking aan de distributienetbeheerder die voldoet aan de door deze laatste gestelde eisen. De modaliteiten van die terbeschikkingstelling worden in gemeenschappelijk overleg bepaald. Afdeling 2.2. - Conformiteit van de installaties Art. 59.Het concept van de aansluiting en de installaties van de distributienetgebruiker moet conform zijn met de voorschriften van het AREI inzake conformiteitscontroles en periodieke controles van de installaties. Dit omvat de inplanting, de bereikbaarheid van de installaties en de bedienbaarheid en de identificatie van de bedieningsapparatuur. De aansluiting van de uitrustingen en hun werking moet in overeenstemming zijn met de exploitatiewijze van het distributienet waarop ze aangesloten worden, dit zowel met betrekking tot hun technische kenmerken als met betrekking tot de veiligheidsaspecten verbonden aan de exploitatie. Art. 60.De kosten verbonden met de conformiteitscontroles en de periodieke controles van de installaties voorzien in het AREI blijven ten laste van de betrokken distributienetbeheerder. Art. 61.§ 1. De instellingen van de beveiligingen van de distributienetgebruiker die in geval van incident zijn installaties afschakelen van de aansluiting, worden in gemeenschappelijk overleg met de distributienetbeheerder bepaald. De selectiviteit van de beveiliging van de distributienetten mag door de keuze van de waarde van de beveiligingsparameters in geen geval in het gedrang gebracht worden. § 2. De distributienetbeheerder heeft het recht om, op basis van een gewijzigde netsituatie, de noodzakelijke aanpassingen op te leggen voor de beveiligingen in de installaties van de distributienetgebruiker, dit teneinde de selectiviteit van de beveiligingen in de netten te blijven waarborgen. Alle kosten verbonden aan eventueel uit te voeren aanpassingen aan de installaties van de distributienetgebruiker zijn ten laste van de betrokken distributienetgebruiker. Art. 62.§ 1. De distributienetbeheerder heeft het recht om de technische middelen aan te wenden nodig voor de compensatie van reactieve energie, of, meer in het algemeen, voor de compensatie van ieder verstorend fenomeen, wanneer de belasting van een distributienetgebruiker aangesloten aan het distributienet : 1° aanleiding geeft tot een bijkomende afname van reactieve energie, in verhouding tot de warden bedoeld in artikel 151;2° de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het distributienet in zodanige mate verstoort dat de in artikel 5 bedoelde norm NBN EN 50160 niet meer in acht kan worden genomen door de distributienetbeheerder. § 2. De distributienetbeheerder motiveert zijn beslissing en deelt deze mede aan de betrokken distributienetgebruiker. § 3. De installatie en de aanwending van de technische middelen bedoeld in § 1 zijn ten laste van de betrokken distributienetgebruiker indien deze laatste daar verantwoordelijk voor is. HOOFDSTUK III. - Specifieke voorschriften voor aansluitingen op laagspanning Afdeling 3.1. - Omgeving van de installaties Art. 63.§ 1. In gebouwen waar het gevraagde aansluitingsvermogen 56 kVA overschrijdt, stelt de distributienetgebruiker voor het groeperen van de meetinrichting en andere apparatuur die deel uitmaakt van de aansluiting en, in v …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.