📄 Wettekst
13 MAART 2003. - Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
TITEL II. - Aanvullende pensioenen HOOFDSTUK I. - Doel, toepassingsgebied en definities Art. 2.Deze titel beoogt de betrekkingen te regelen inzake aanvullende pensioenen, met inbegrip van de eventuele solidariteitsprestaties, tussen de werkgever, de inrichter, de werknemer, de aangeslotene en zijn rechthebbenden, de pensioeninstelling en de rechtspersoon belast met de uitvoering van de solidariteitstoezegging, de procedure vast te leggen die bij de invoering, de wijziging of de opheffing van een aanvullend pensioen in een bedrijfstak of in een onderneming moet worden gevolgd, de pensioenrechten en -reserves te beschermen die voor de aangeslotenen en hun rechthebbenden worden opgebouwd en de doorzichtigheid voor de werknemers te vergroten. Art. 3.§ 1. Voor de toepassing van deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder : 1° aanvullend pensioen : het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene vóór of na pensionering, of de ermee overeenstemmende kapitaalswaarde, die op basis van de in een pensioenreglement of een pensioenovereenkomst bepaalde verplichte stortingen worden toegekend ter aanvulling van een krachtens een wettelijke socialezekerheidsregeling vastgesteld pensioen;2° pensioentoezegging : de toezegging van een aanvullend pensioen door een inrichter aan één of meerdere werknemers en/of hun rechthebbenden;3° pensioenstelsel : een collectieve pensioentoezegging;4° individuele pensioentoezegging : een occasionele, niet-stelselmatige pensioentoezegging aan één werknemer en/of zijn rechthebbenden;5° inrichter : a) de rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst door de representatieve organisaties van een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, dat een pensioenstelsel invoert;b) een werkgever die een pensioentoezegging doet; 6°onderneming : de technische bedrijfseenheid zoals omschreven in artikel 14 van de
wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/09/1948
pub.
06/07/2010
numac
2010000388
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende organisatie van het bedrijfsleven; 7° werknemer : de persoon die in uitvoering van een arbeidsovereenkomst is tewerkgesteld;8° aangeslotene : de werknemer die behoort tot de categorie van het personeel waarvoor de inrichter een pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenreglement voldoet, of aan wie de inrichter een individuele pensioentoezegging heeft gedaan en de gewezen werknemer die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;9° pensioenreglement : het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de werkgever, de aangeslotenen en van hun rechthebbenden, de aansluitingsvoorwaarden en de regels inzake de uitvoering van het pensioenstelsel worden bepaald;10° pensioenovereenkomst : de overeenkomst waarin de rechten en de verplichtingen van de werkgever, van de aangeslotene en zijn rechthebbenden en de regels inzake de uitvoering van de individuele pensioentoezegging worden bepaald;11° uittreding : a) wanneer de inrichter een rechtspersoon bedoeld in 5°, a) is : de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering, voorzover de werknemer geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever die onder het toepassingsgebied van hetzelfde pensioenstelsel valt als dat van zijn vorige werkgever;b) wanneer de inrichter een werkgever is : de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, anders dan door overlijden of pensionering;12° verworven prestaties : de prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst, indien hij bij zijn uittreding zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling laat;13° verworven reserves : de reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;14° toezegging van het type « vaste bijdragen » : de verbintenis tot het betalen van vooraf vastgestelde bijdragen;15° toezegging van het type « vaste prestaties » : de verbintenis tot het uitkeren van een bepaalde prestatie in rente of in kapitaal;16° pensioeninstelling : een instelling bedoeld in artikel 2, § 1 of § 3, van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1, die wordt belast met de uitvoering van de pensioentoezegging;17° solidariteitstoezegging : de toezegging van solidariteitsprestaties door een inrichter aan de werknemers en/of hun rechthebbenden;18° solidariteitsreglement : het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de werkgever, van de aangeslotenen en/of hun rechthebbenden, de aansluitingsvoorwaarden en de regels inzake de uitvoering van de solidariteitstoezegging worden bepaald;19°
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1 : de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;20° Controledienst voor de Verzekeringen : de openbare instelling opgericht bij artikel 29 van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1. § 2. Voor de toepassing van deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten op de pensioentoezeggingen van publiekrechtelijke rechtspersonen worden volgende woorden als volgt gelezen : 1° « onderneming » als « publiekrechtelijke rechtspersoon »;2° « paritair comité of subcomité » als « bevoegd onderhandelingscomité »;3° « ondernemingsraad » als « basis- of tussenoverlegcomité »;4° « collectieve arbeidsovereenkomst » als « protocol gesloten in het bevoegde onderhandelingscomité »;5° « Nationale Arbeidsraad » als « Comité A ». Art. 4.Deze titel is van toepassing op de werkgevers, de inrichters, de werknemers, de aangeslotenen en hun rechthebbenden, de pensioeninstellingen betrokken bij een pensioentoezegging en de rechtspersonen betrokken bij de uitvoering van een solidariteitstoezegging alsook op de commissarissen en de actuarissen, die bij voormelde instellingen en rechtspersonen zijn aangeduid. HOOFDSTUK II. Invoering, wijziging en opheffing van een pensioentoezegging Afdeling I. - Algemene bepalingen
Art. 5.§ 1. De beslissing tot invoering, wijziging of opheffing van een pensioentoezegging behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de inrichter. § 2. Elke pensioentoezegging wordt beheerst door een pensioenreglement of een pensioenovereenkomst.
De tekst van het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst wordt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene verstrekt. Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepaalt of de inrichter, de werkgever of de pensioeninstelling daarmee wordt belast. § 3. De uitvoering van een pensioentoezegging wordt toevertrouwd aan een pensioeninstelling.
Het eerste lid is niet van toepassing op de pensioentoezeggingen van de publiekrechtelijke rechtspersonen die niet onderworpen zijn aan de
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
28/01/2011
numac
2011000030
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten met betrekking tot de boekhouding van ondernemingen en van de door de Koning aangeduide publiekrechtelijke rechtspersonen, die onderworpen zijn aan de bovengenoemde
wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
28/01/2011
numac
2011000030
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling
type
wet
prom.
17/07/1975
pub.
30/06/2010
numac
2010000387
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten en voor zover ze zelf niet de last van de toegekende voordelen dragen. Art. 6.§ 1. Een individuele pensioentoezegging mag enkel worden toegestaan op voorwaarde dat in de onderneming voor alle werknemers een aanvullend pensioenstelsel bestaat.
Een inrichter mag geen individuele pensioentoezegging doen tijdens de laatste 36 maanden vóór de pensionering, de brugpensionering of het sluiten van elke volgens artikel 268, § 1, tweede lid, van de
programmawet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten3 houdende sociale bepalingen, daarmee gelijkgestelde overeenkomst.
De Controledienst voor de Verzekeringen legt een inrichter, die het verbod bedoeld in het tweede lid niet naleeft een administratieve geldboete op, die gelijk is aan 35 % van het kapitaal of het vestigingskapitaal van de rente. Die geldboete wordt ten voordele van de Schatkist geïnd.
De inrichter deelt jaarlijks aan de Controledienst voor de Verzekeringen het aantal individuele pensioentoezeggingen per categorie van werknemers mee en het bewijs dat in de onderneming voor alle werknemers een aanvullend pensioenstelsel bestaat. § 2. Indien een individuele pensioentoezegging, bij de invoering of op een later tijdstip, in een persoonlijke bijdrage van de werknemer in de financiering van de pensioentoezegging voorziet, wordt, ongeacht of de pensioentoezegging is vastgelegd in verschillende pensioenovereenkomsten of de uitvoering ervan aan verschillende pensioeninstellingen is toevertrouwd, de beslissing in afwijking van artikel 5, § 1, met instemming van de betrokken werknemer genomen. Art. 7.Indien een pensioenstelsel dat door een werkgever op het niveau van de onderneming wordt ingevoerd, bij de invoering of later in een persoonlijke bijdrage van de werknemer in de financiering van de pensioentoezegging voorziet en die toezegging voor alle werknemers in de onderneming geldt, wordt, ongeacht of de pensioentoezegging is vastgelegd in verschillende pensioenreglementen of de uitvoering ervan aan verschillende pensioeninstellingen is toevertrouwd, de beslissing in afwijking van artikel 5, § 1, genomen : 1° bij collectieve arbeidsovereenkomst wanneer in de onderneming een ondernemingsraad, een comité voor preventie en bescherming op het werk of een vakbondsafvaardiging bestaat;2° door middel van een wijziging van het arbeidsreglement in de andere gevallen. Art. 8.De sectorale collectieve arbeidsovereenkomst waarbij een sectoraal pensioenstelsel wordt ingevoerd, stelt het pensioenreglement vast en bevat onder meer regels inzake het beheer van het pensioenstelsel en de keuze van de pensioeninstelling.
Het pensioenstelsel treedt in werking op de datum vastgesteld in de collectieve arbeidsovereenkomst en uiterlijk één jaar na de datum van sluiting ervan. Art. 9.De sectorale collectieve arbeidsovereenkomst kan aan een werkgever de mogelijkheid bieden om de uitvoering van het pensioenstelsel voor alle of een deel van zijn werknemers geheel of gedeeltelijk zelf te organiseren in een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming, dat, tenzij anders bepaald in deze titel, de regels moet volgen die gelden voor ondernemingspensioenstelsels. Bij de invoering van dit stelsel kan rekening worden gehouden met een pensioenstelsel dat reeds bestaat op het niveau van de onderneming.
Bij een pensioenstelsel van het type « vaste bijdragen » mogen de stortingen niet lager zijn dan de stortingen bepaald bij het sectoraal pensioenstelsel. Bij een pensioenstelsel van het type « vaste prestaties » mogen de verworven reserves op geen enkel ogenblik lager zijn dan de verworven reserves die voortvloeien uit het sectoraal pensioenstelsel.
Wanneer een werkgever gebruik maakt van die mogelijkheid, legt hij, onverminderd de toepassing van de procedures bedoeld in de artikelen 7 en 11, die beslissing, het ontwerp van pensioenreglement en de keuze van de pensioeninstelling voorafgaandelijk voor advies voor aan de ondernemingsraad of, bij ontstentenis, aan het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis, aan de vakbondsafvaardiging. Bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging worden de werknemers voorafgaandelijk op de hoogte gebracht door middel van aanplakking.
De werkgever deelt het pensioenreglement mee aan de rechtspersoon bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a) , vóór het pensioenstelsel van toepassing wordt. Afdeling II. - Bijzondere bepalingen inzake de sociale
pensioenstelsels Onderafdeling I. De rechtspersoon bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a) , als inrichter Art. 10.§ 1. Genieten van het bijzonder statuut, vastgesteld in artikel 1762, 4°bis , van het Wetboek van met zegel gelijkgestelde taksen en in artikel 10 van de
wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten0 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, de sectorale pensioenstelsels die aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° de pensioentoezegging geldt voor alle werknemers die onder de in de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde pensioentoezegging vallen;2° een solidariteitstoezegging, zoals bedoeld in hoofdstuk IX, is aan de pensioentoezegging verbonden;3° de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst, waarbij een sectoraal pensioenstelsel wordt ingevoerd, is van onbepaalde duur en door de Koning algemeen verbindend verklaard.Voorafgaandelijk aan de opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst moet het paritair orgaan, waarin deze overeenkomst werd gesloten, de beslissing nemen om het pensioenstelsel op te heffen. De beslissing tot opheffing van een sectoraal pensioenstelsel is enkel geldig wanneer zij 80 % van de stemmen van de, in het paritair orgaan benoemde, gewone of plaatsvervangende leden die de werkgevers vertegenwoordigen en 80 % van de stemmen van de, in het paritair orgaan benoemde, gewone of plaatsvervangende leden die de werknemers vertegenwoordigen, heeft behaald; 4° de totale winst moet onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves worden verdeeld en de kosten moeten worden beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning. § 2. De sectorale collectieve arbeidsovereenkomst waarbij het pensioenstelsel wordt ingevoerd, vermeldt uitdrukkelijk dat zij werd gesloten met toepassing van dit artikel en in uitvoering van de beslissing van de representatieve organisaties in het paritair comité of subcomité en als enig onderwerp de invoering van een sectoraal pensioenstelsel heeft.
De sectorale collectieve arbeidsovereenkomst mag niet bepalen dat een werkgever de uitvoering van de op sectoraal niveau ingevoerde solidariteitstoezegging zelf mag organiseren.
Onderafdeling II. - De werkgever als inrichter Art. 11.§ 1. Wanneer een werkgever behoort tot een paritair comité of subcomité op het niveau waarvan geen sectoraal pensioenstelsel zoals bedoeld in artikel 10 werd ingevoerd, kan deze werkgever, op het niveau van de onderneming, een pensioenstelsel invoeren, dat het bijzonder statuut geniet, vastgesteld in artikel 1762, 4°bis van het Wetboek van met zegel gelijkgestelde taksen en in artikel 10 van de
wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten0 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, indien dat stelsel aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° de pensioentoezegging geldt voor alle werknemers van eenzelfde werkgever met dien verstande dat rekening mag worden gehouden met bestaande pensioenstelsels;2° de pensioentoezegging wordt ingevoerd bij collectieve arbeidsovereenkomst, die het pensioenreglement vaststelt en onder meer regels bevat inzake het beheer van de pensioentoezegging en de keuze van de pensioeninstelling, of, in ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging, volgens de bijzondere procedure bepaald in artikel 12.De beslissing tot opheffing van de pensioentoezegging wordt volgens dezelfde procedures genomen. Indien deze beslissing door middel van een collectieve arbeidsovereenkomst wordt genomen, is zij maar geldig indien zij genomen is met 80 % van de stemmen van de vertegenwoordigers van de werknemers in de onderneming en, in voorkomend geval, met 80 % van de stemmen van vertegenwoordigers van de werkgever. 3° een solidariteitstoezegging als bedoeld in hoofdstuk IX is aan de pensioentoezegging verbonden;4° de totale winst moet onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves worden verdeeld en de kosten moeten worden beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning. § 2. Wanneer een werkgever overeenkomstig artikel 9 de uitvoering van een sectoraal pensioenstelsel als bedoeld in artikel 10 zelf organiseert, met uitzondering van de solidariteitstoezegging bedoeld in § 1, 2°, van dat artikel, kan dat pensioenstelsel genieten van het bijzonder statuut bedoeld in § 1 indien het voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 1, 2° en 4°.
Wanneer een werkgever een pensioenstelsel inricht, dat voordelen toekent, die de voordelen van een sectoraal pensioenstelsel, als bedoeld in artikel 10, aanvullen, dan kan dat stelsel voor die aanvullende voordelen genieten van het bijzonder statuut bedoeld in § 1 indien het voor die voordelen voldoet aan de voorwaarden bedoeld in § 1. Daarenboven moet het niveau van de voordelen, die van het sectoraal stelsel inbegrepen, tenminste hetzelfde zijn voor alle werknemers van de werkgever. Art. 12.§ 1. Bij de invoering van een pensioentoezegging bedoeld in artikel 11 in een onderneming zonder vakbondsafvaardiging, wordt de procedure bedoeld in dit artikel gevolgd. § 2. Het ontwerp van pensioenreglement en de keuze van de pensioeninstelling worden naar keuze van de werkgever, ofwel schriftelijk ofwel via aanplakking ter kennis van de betrokken werknemers gebracht. Elke werknemer kan op eenvoudig verzoek een afschrift verkrijgen van de tekst van het ontwerp van reglement. § 3. Binnen vijftien dagen, te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving, houdt de werkgever een bijzonder register ter beschikking van de werknemers waarin zij hun opmerkingen kunnen optekenen. Bij het verstrijken van die termijn zendt de werkgever het register ter inzage aan de door de Koning aangewezen ambtenaar. § 4. Bij het verstrijken van de termijn worden deze opmerkingen onmiddellijk via aanplakking ter kennis van de betrokken werknemers gebracht. De door de Koning aangewezen ambtenaar poogt de uiteenlopende standpunten te verzoenen.
Bij overeenstemming treedt de pensioentoezegging in werking de achtste dag na die van de verzoening, tenzij het pensioenreglement een andere datum bepaalt. Die datum valt uiterlijk één jaar na de verzoening.
Indien de door de Koning aangewezen ambtenaar daarin niet slaagt, verstuurt hij onmiddellijk een afschrift van het proces-verbaal van niet-verzoening aan de voorzitter van het bevoegde paritair comité.
Het proces-verbaal vermeldt verplicht de door de werkgever aangevoerde redenen voor de invoering van de pensioentoezegging enerzijds, en de opmerkingen van de werknemers zoals opgetekend in het bijzonder register anderzijds.
Tijdens een eerstvolgende vergadering doet het paritair comité een laatste verzoeningspoging. Indien het paritair comité daarin niet slaagt, wordt de pensioentoezegging niet ingevoerd. § 5. Als voor een bedrijfstak geen paritair comité bestaat, maakt de door de Koning aangewezen ambtenaar de zaak aanhangig bij de Nationale Arbeidsraad. Die wijst, om de uiteenlopende standpunten te verzoenen, het paritair comité aan waaronder de ondernemingen ressorteren die een soortgelijke activiteit hebben. § 6. Binnen acht dagen wordt het resultaat van de verzoening zoals vastgesteld door het paritair comité door de secretaris van het betrokken paritair comité ter kennis van de werkgever gebracht.
Bij niet-overeenstemming worden de werknemers door aanplakking of schriftelijk ingelicht volgens de in § 2 ingestelde procedure.
Bij overeenstemming treedt de pensioentoezegging de achtste dag na die van de verzoening in werking, tenzij het pensioenreglement in een andere datum voorziet. Die datum valt uiterlijk één jaar na de verzoening. § 7. Wanneer geen enkele opmerking werd meegedeeld, treedt de pensioentoezegging in werking op de vijftiende dag na die van de kennisgeving, tenzij het pensioenreglement in een andere datum voorziet. Die datum valt uiterlijk één jaar na de kennisgeving. HOOFDSTUK III. - Toetredingsvoorwaarden Art. 13.De aansluiting bij een pensioenstelsel gebeurt onmiddellijk voor de werknemers die ten minste de leeftijd van 25 jaar bereikt hebben.
Een geneeskundig onderzoek mag enkel worden opgelegd wanneer de aangeslotene de vrijheid krijgt om de omvang van de overlijdensdekking zelf te kiezen of indien het kapitaal bij overlijden ten minste 50 % hoger is dan het kapitaal bij leven of indien er tien werknemers of minder zijn aangesloten bij het pensioenstelsel. De aansluiting mag niet afhankelijk worden gesteld van het resultaat van dat geneeskundig onderzoek. Art. 14.§ 1. Elke inrichter die een pensioenstelsel invoert mag tussen de werknemers geen ongeoorloofd onderscheid maken. § 2. Elk onderscheid dat niet berust op een objectief criterium en niet redelijk verantwoord is, wordt als ongeoorloofd beschouwd.
Hierbij wordt rekening gehouden met de beoogde doelstelling, het objectief karakter en de gevolgen van het gemaakte onderscheid. Het gemaakte onderscheid mag niet onevenredig zijn ten opzichte van het beoogde geoorloofde doel. § 3. Is onder meer een ongeoorloofd onderscheid : 1° het toekennen van overlevingspensioenen aan mannelijke of vrouwelijke begunstigden alleen;2° het afhankelijk maken van de toekenning van de pensioentoezegging van een bijkomende beslissing van de inrichter, de werkgever of de pensioeninstelling;3° onverminderd de toepassing van artikel 13, een differentiatie van de pensioentoezegging in functie van de leeftijd. In afwijking van punt 3° is voor de pensioentoezeggingen van het type, vaste bijdragen, een differentiatie in functie van de leeftijd toegelaten op voorwaarde dat het percentage om de bijdrage te bepalen dat wordt toegepast op het loon op een bepaalde leeftijd niet lager ligt dan het percentage op een latere leeftijd, geactualiseerd tegen een jaarlijkse rentevoet van 4 %, op de periode die zich tussen de twee leeftijden uitstrekt. Indien de differentiatie in trappen gebeurt, wordt die vergelijking gemaakt tussen de leeftijden die overeenstemmen met het begin van elke trap. § 4. Wat de dienstjaren gepresteerd na 17 mei 1990 betreft mag de pensioentoezegging geen discriminatie bevatten tussen mannen en vrouwen. Alleen verschillen inzake aanvullend pensioen gegrond op de respectieve levensverwachtingen van mannen en vrouwen zijn toegelaten.
De pensioentoezeggingen van het type « vaste bijdragen » mogen geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij de bepaling van het niveau van de bijdragen. § 5. Op het vlak van de aansluiting bij een pensioenstelsel is elk onderscheid tussen deeltijdse en voltijdse werknemers ongeoorloofd.
Voor de werknemers die niet voltijds zijn tewerkgesteld, gelden dezelfde pensioenrechten als voor voltijdse werknemers, maar rekening houdend met de vermindering van arbeidsduur. Art. 15.De werknemers die op het ogenblik waarop het pensioenstelsel wordt ingevoerd reeds in dienst zijn, kunnen, tenzij het pensioenstelsel bij collectieve arbeidsovereenkomst werd ingevoerd, niet worden verplicht om tot het stelsel toe te treden. Behoudens wanneer het pensioenreglement in de mogelijkheid voorziet om de toetreding uit te stellen, ontslaat de weigering van de werknemer de inrichter, en, ingeval de inrichter een rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a) , is, ook zijn werkgever, van iedere in het kader van het pensioenstelsel bestaande verplichting ten aanzien van de betrokken werknemer. Art. 16.§ 1. Iedere wijziging van de pensioentoezegging die tot een vermeerdering van de verplichtingen van de aangeslotene leidt, ontslaat hem indien hij daarom verzoekt, van deelname aan de wijziging van de toezegging, tenzij ze bij collectieve arbeidsovereenkomst werd ingevoerd.
Het is niet geoorloofd de pensioentoezegging van de werknemers, die op basis van het eerste lid beslissen niet toe te treden tot de wijziging van de pensioentoezegging, niet verder te zetten.
De inrichter, en, ingeval de inrichter een rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a) , is, ook zijn werkgever, worden ten aanzien van de betrokken aangeslotene evenwel ontslagen van iedere bijkomende verplichting die voortvloeit uit de wijziging van de pensioentoezegging. § 2. De wijziging van de pensioentoezegging mag in geen geval een vermindering van de verworven prestaties of van de verworven reserves voor verlopen dienstjaren tot gevolg hebben. De Koning stelt de berekeningswijze vast. HOOFDSTUK IV. Verworven reserves, verworven prestaties en waarborgen Art. 17.De aangeslotene kan na één jaar aansluiting bij een pensioentoezegging aanspraak maken op verworven reserves en prestaties overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.
Indien de werknemer op het ogenblik van de aansluiting reeds aangesloten was bij een andere pensioentoezegging van dezelfde inrichter, wordt voor de toepassing van het eerste lid de periode van aansluiting bij die toezegging in aanmerking genomen. Art. 18.Wanneer de pensioentoezegging met betrekking tot de rust- en/of overlevingspensioenen bij overlijden na de pensionering van het type « vaste bijdragen » is, zijn de minimale verworven reserves gelijk aan de reserves die krachtens de uitvoeringsbesluiten van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1 moeten worden opgebouwd. Art. 19.§ 1. Wanneer de pensioentoezegging met betrekking tot de rust- en/of overlevingspensioenen bij overlijden na de pensionering van het type « vaste prestaties » is, zijn de minimale verworven reserves gelijk aan de som van de actuele waarden van de prestaties met betrekking tot het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden na de pensionering, zoals gedefinieerd in §§ 2 en 3.
De actuele waarde van de prestaties met betrekking tot het overlevingspensioen bij overlijden na de pensionering wordt echter maar in aanmerking genomen indien er op het ogenblik van de vaststelling van de minimale verworven reserves een rechthebbende bestaat overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. § 2. De prestaties met betrekking tot het rustpensioen die op ieder ogenblik als basis dienen voor de berekening van de minimale verworven reserves, zijn gelijk aan het grootste van de volgende twee bedragen : - de prestatie met betrekking tot het rustpensioen, die in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de minimumreserve zoals die vastgesteld is in de uitvoeringsbesluiten van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1; - het rustpensioen dat vastgesteld is overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst, rekening houdend met de gegevens op dat moment. § 3. De prestaties met betrekking tot het overlevingspensioen bij overlijden na de pensionering die op ieder ogenblik als basis dienen voor de berekening van de minimale verworven reserves, zijn gelijk aan het grootste van de volgende twee bedragen : - de prestatie met betrekking tot het overlevingspensioen bij overlijden na de pensionering, die in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de minimumreserve zoals die vastgesteld is in de uitvoeringsbesluiten van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1; - het overlevingspensioen bij overlijden na de pensionering, dat vastgesteld is overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst, rekening houdend met de gegevens op dat moment. § 4. De actualisatieregels, die vermeld zijn in het pensioenreglement of in de pensioenovereenkomst en die gebruikt worden voor de berekening van de actuele waarden bedoeld in § 1, mogen geen resultaat opleveren dat kleiner is dan het resultaat dat men zou behalen met de actualisatieregels die in uitvoering van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1 zijn opgelegd voor de berekening van de minimumreserve op het ogenblik van de uittreding.
Indien de pensioentoezegging betrekking heeft op de betaling van een rente, maar voorziet in de mogelijkheid om deze rente op het ogenblik van de pensionering geheel of gedeeltelijk te vereffenen in de vorm van een kapitaal, mag de omzettingscoëfficiënt niet verschillen van de coëfficiënt die verkregen wordt met de actualisatieregels die in het reglement of in de overeenkomst zijn vastgesteld voor de berekening van de actuele waarden bedoeld in § 1. § 5. Wanneer, in het kader van § 1, de toezegging met betrekking tot de rust- en/of overlevingspensioenen bij overlijden na de pensionering voorziet in de betaling van vaste prestaties die met een vast bedrag overeenstemmen, waarbij geen rekening gehouden wordt met de gepresteerde dienstjaren of met het loon van de aangeslotene, zijn de prestaties die op ieder ogenblik als basis dienen voor de berekening van de minimale verworven reserves, gelijk aan dat bedrag. Art. 20.Wanneer de pensioentoezegging bedoeld in artikel 19 gefinancierd wordt bij verschillende pensioeninstellingen, zijn de bepalingen van dat artikel van toepassing op de volledige toezegging. Art. 21.Wanneer de pensioentoezegging met betrekking tot de rust- en/of overlevingspensioenen bij overlijden na de pensionering betrekking heeft op een bedrag dat verkregen wordt op basis van de bedragen die aan de aangeslotenen zijn toegekend op vervaldagen die vastgesteld zijn in het pensioenreglement of in de pensioenovereenkomst, zijn de minimale verworven reserves, in afwijking van artikel 19, gelijk aan het resultaat van de kapitalisatie van de reeds toegekende bedragen, berekend overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. Art. 22.Wanneer de pensioentoezegging met betrekking tot de rust- en/of overlevingspensioenen bij overlijden na de pensionering bestaat uit een toezegging van het type « vaste prestaties » en een toezegging van het type « vaste bijdragen », zonder dat die bijdraagt in de financiering van de toezegging van het type « vaste prestaties », worden de bepalingen van de artikelen 18 en 19 afzonderlijk toegepast op de twee toezeggingen. Art. 23.Het is verboden een pensioentoezegging op een dergelijke wijze te omschrijven dat voor een aangeslotene de bepalingen van artikel 17 zonder gevolg blijven. Art. 24.§ 1. Wanneer de pensioentoezegging in de betaling voorziet van een persoonlijke bijdrage door de aangeslotene, heeft deze bij zijn uittreding, pensionering of bij opheffing van de pensioentoezegging, niettegenstaande artikel 17, eerste lid, recht op het gedeelte van die bijdrage, dat niet verbruikt werd voor de dekking van het overlijdens- en invaliditeitsrisico vóór de pensionering, gekapitaliseerd tegen de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur, die vastgesteld is in de uitvoeringsbesluiten van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1. § 2. Wanneer de pensioentoezegging van het type vaste bijdragen is of een toezegging is zoals bedoeld in artikel 21, heeft de aangeslotene bij zijn uittreding, pensionering of bij opheffing van de pensioentoezegging, zonder afbreuk te doen aan artikel 17, eerste lid, recht op het gedeelte van de bijdrage, dat niet door hem werd gedragen en dat niet verbruikt werd voor de dekking van het overlijdens- en invaliditeitsrisico vóór de pensionering en voor de dekking van de kosten beperkt tot 5 % van de stortingen, of het gedeelte van de toegekende bijdragen, gekapitaliseerd tegen de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur die vastgesteld is in de uitvoeringsbesluiten van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1, verminderd met 0,5 %.
In afwijking van het eerste lid wordt, bij uittreding, pensionering of bij opheffing van het pensioenstelsel binnen vijf jaar na de aansluiting, de kapitalisatie tegen de maximale referentierentevoet vervangen door een indexering van die bijdrage overeenkomstig de bepalingen van de
wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/1971
pub.
20/02/2009
numac
2009000070
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen. Die afwijking is niet van toepassing indien het resultaat van de berekening hoger is dan het resultaat dat voortvloeit uit de berekening bedoeld in het eerste lid.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op het gedeelte van de bijdragen, dat niet door de aangeslotene werd gedragen, en dat bijdraagt tot de financiering van een pensioentoezegging van het type vaste prestaties met betrekking tot een rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden na de pensionering. De toezegging van het type vaste prestaties moet een aanvullend effect hebben bij de toezegging van het type vaste bijdragen. § 3. Voor de berekening van de minima bedoeld in §§ 1 en 2 wordt, in geval van wijziging van de vermelde rentevoet, op de bijdragen, die voor die wijziging werden gestort, de oude rentevoet toegepast tot op het ogenblik van die wijziging en vanaf de wijziging, de nieuwe rentevoet. Art. 25.Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepaalt de regels voor de vaststelling van de pensioenrechten bij de opheffing van de pensioentoezegging. Zij stellen de berekeningswijze van de pensioenrechten van elke aangeslotene vast in functie van de op het ogenblik van de opheffing aanwezige reserves. De verdeling van de reserves waarborgt aan iedere individuele aangeslotene de door hem opgebouwde verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd met toepassing van artikel 24. Art. 26.§ 1. De pensioeninstelling deelt ten minste éénmaal per jaar aan de aangeslotenen, behalve aan de rentegenieters, een pensioenfiche mee waarop ten minste volgende gegevens worden vermeld : 1° het bedrag van de verworven reserves, in voorkomend geval met vermelding van het bedrag dat overeenstemt met de waarborgen bedoeld in artikel 24;2° behalve voor de pensioentoezeggingen van het type vaste bijdragen zonder tariefgarantie, het bedrag van de verworven prestaties en de datum waarop deze opeisbaar zijn;3° de variabele elementen waarmee bij de berekening van de bedragen onder 1° en 2° wordt rekening gehouden;4° het bedrag van de verworven reserves van het vorige jaar. Bij deze gelegenheid deelt de pensioeninstelling de aangeslotene mee dat de tekst van het reglement op eenvoudig verzoek kan worden verkregen bij de persoon die daartoe overeenkomstig het reglement is aangeduid. § 2. De pensioeninstelling deelt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene een historisch overzicht van de gegevens bedoeld in § 1, 1° en 2°, mee. Dit overzicht kan worden beperkt tot de periode van aansluiting bij de pensioeninstelling en tot de periode na 1 januari 1996. § 3. De pensioeninstelling deelt ten minste om de vijf jaar het bedrag van de te verwachten rente bij pensionering, zonder aftrek van de belastingen, mee aan alle aangeslotenen vanaf de leeftijd van 45 jaar.
Daarbij wordt uitgegaan van de volgende hypotheses : 1° voor de actieve werknemers : a) de stortingen blijven doorlopen;b) voor de toezeggingen van het type vaste prestaties wordt rekening gehouden met de beloofde prestaties;c) voor de toezeggingen van het type vaste bijdragen worden de verworven reserves en de nog te storten bijdragen gekapitaliseerd aan de rentevoet bedoeld in artikel 24, § 2, eerste lid;2° voor de gewezen werknemers : a) voor de toezeggingen van het type vaste prestaties, indien de aangeslotene gekozen heeft voor de mogelijkheid bedoeld in artikel 32, § 2, 3°, a), wordt er rekening gehouden met de gereduceerde prestaties;b) voor de toezeggingen van het type vaste bijdragen en de toezeggingen in een onthaalstructuur worden de verworven reserves gekapitaliseerd aan de rentevoet bedoeld in artikel 24, § 2, eerste lid. Art. 27.§ 1. Behalve in de gevallen bedoeld in § 2 en voor de overdracht van reserves bedoeld in artikel 32, kan de aangeslotene het recht op afkoop van zijn reserves enkel uitoefenen of de uitbetaling van zijn prestaties verkrijgen op het ogenblik van zijn pensionering of vanaf het ogenblik waarop hij de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt. § 2. Voorschotten op prestaties, inpandgevingen van pensioenrechten voor het waarborgen van een lening en de toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hypothecair krediet mogen enkel worden toegestaan om de aangeslotene in staat te stellen op het grondgebied van de Europese Unie onroerende goederen die belastbare inkomsten opbrengen te verwerven, te bouwen, te verbeteren, te herstellen of te verbouwen. Die voorschotten en leningen moeten worden terugbetaald zodra die goederen uit het vermogen van de aangeslotene verdwijnen.
Indien het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst in voorschotten op prestaties of inpandgevingen van pensioenrechten of in de mogelijkheid tot toewijzing van de afkoopwaarde aan de wedersamenstelling van een hyptohecair krediet voorziet, dienen de beperkingen vermeld in het eerste lid uitdrukkelijk in het pensioenreglement of in de pensioenovereenkomst te worden vermeld. Art. 28.§ 1. Wanneer de prestatie uitgekeerd wordt als een kapitaal, heeft de aangeslotene, of, in geval van overlijden zijn rechthebbenden, het recht om de omvorming in een rente te vragen.
De Koning stelt de berekeningswijze terzake vast.
De inrichter brengt de aangeslotene van dit recht op de hoogte twee maanden vóór de pensionering of binnen de twee weken nadat hij van de vervroegde pensionering op de hoogte is gebracht. In geval van overlijden van de aangeslotene brengt de inrichter de rechthebbenden van dit recht op de hoogte binnen de twee weken nadat hij van het overlijden op de hoogte is gebracht. De collectieve arbeidsovereenkomst of het pensioenreglement kan een andere persoon met deze kennisgeving belasten. § 2. Wanneer het jaarlijks bedrag van de rente bij de aanvang ervan minder dan of gelijk aan 500 euro bedraagt, wordt het kapitaal uitbetaald. Het bedrag van 500 euro wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van de
wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/1971
pub.
20/02/2009
numac
2009000070
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen. HOOFDSTUK V. - Uittreding Art. 29.Op het ogenblik van de uittreding mag geen enkele vergoeding of verlies van winstdelingen ten laste worden gelegd van de aangeslotene, of van de verworven reserves worden afgetrokken. Art. 30.De inrichter is ertoe gehouden bij de uittreding de tekorten van de verworven reserves aan te zuiveren alsook de tekorten ten opzichte van de garanties, bedoeld in artikel 24. Art. 31.§ 1. Na de uittreding van een werknemer stelt de inrichter uiterlijk binnen dertig dagen de pensioeninstelling hiervan schriftelijk in kennis.
De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen dertig dagen na de kennisgeving aan de inrichter de volgende gegevens mee : 1° het bedrag van de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd met toepassing van artikel 24;2° het bedrag van de verworven prestaties;3° de verschillende keuzemogelijkheden bedoeld in artikel 32, § 1, met vermelding dat de overlijdensdekking al dan niet behouden blijft. De inrichter stelt de aangeslotene hiervan onmiddellijk in kennis.
Deze kennisgeving gebeurt schriftelijk of langs elektronische weg. § 2. Indien de inrichter van de pensioentoezegging een rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a) , is, dan dient de procedure bij uittreding te worden geregeld in de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst waarbij de pensioentoezegging wordt ingevoerd.
In afwijking van § 1, eerste lid, mag de periode van kennisgeving tot ten hoogste één jaar worden verlengd. Binnen diezelfde periode kan de aangeslotene evenwel zelf de pensioeninstelling van zijn uittreding in kennis stellen. Na deze kennisgeving door de aangeslotene zijn de bepalingen van § 1, tweede lid en derde lid van toepassing.
Binnen diezelfde periode van kennisgeving kan de aangeslotene de pensioeninstelling meedelen dat hij bij dezelfde pensioentoezegging aangesloten blijft. In dat geval is de procedure bedoeld in artikel 32 niet van toepassing. Art. 32.§ 1. Bij uittreding heeft de aangeslotene de keuze tussen de volgende mogelijkheden : 1° de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd met toepassing van artikel 24, overdragen naar de pensioeninstelling van : a) ofwel de nieuwe werkgever met wie hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, indien hij wordt aangesloten bij de pensioentoezegging van die werkgever;b) ofwel de nieuwe rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a), waaronder de werkgever ressorteert met wie hij een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, indien hij wordt aangesloten bij de pensioentoezegging van die rechtspersoon;2° de verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd met toepassing van artikel 24, overdragen naar een pensioeninstelling die de totale winst onder de aangeslotenen in verhouding tot hun reserves verdeelt en de kosten beperkt volgens de regels vastgesteld door de Koning;3° de verworven reserves desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd met toepassing van artikel 24, bij de pensioeninstelling laten en naargelang zijn keuze : a) zonder wijziging van de pensioentoezegging;b) in de onthaalstructuur, bedoeld in § 2 indien het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst erin voorziet. Wanneer de aangeslotene voor de mogelijkheid bedoeld onder 1° kiest, moeten de nieuwe inrichter en de pensioeninstelling van de nieuwe inrichter de overgedragen reserves aanvaarden, en dat zonder kosten aan te rekenen voor de overdracht.
De overdrachten bedoeld in 1°, 2° en 3°, b) worden beperkt tot het gedeelte van de reserves waarop geen voorschot of inpandgeving werd gedaan of dat niet werd toegewezen in het kader van de wedersamenstelling van een hypothecair krediet. § 2. Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst kan bepalen dat de reserves van de aangeslotenen die hebben gekozen voor de mogelijkheid bedoeld in § 1, 3°, b) , en de overgedragen reserves van de pas aangeworven werknemers die hebben gekozen voor de mogelijkheid bedoeld in § 1, 1°, worden ondergebracht in een onthaalstructuur.
De onthaalstructuur neemt de vorm aan van een verzekeringsovereenkomst, onderschreven door de inrichter of van een bijzonder reglement binnen een voorzorgsinstelling, bedoeld in artikel 2, § 3, 6°, van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1.
De eventuele in de onthaalstructuur voorziene keuzemogelijkheden voor de aangeslotene dienen duidelijk in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst te zijn bepaald. § 3. De aangeslotene dient binnen 30 dagen na de in artikel 31, § 1, derde lid, bedoelde mededeling aan de inrichter of, indien zo bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst, aan de pensioeninstelling die hij verlaat, mee te delen welke van de mogelijkheden, bedoeld in § 1, hij kiest.
Wanneer de aangeslotene de in het eerste lid bedoelde termijn heeft laten verstrijken, wordt hij verondersteld te hebben gekozen voor de mogelijkheid bedoeld in § 1, 3°, a) .
Na het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn van dertig dagen kan de aangeslotene te allen tijde vragen om zijn reserves over te dragen naar een pensioeninstelling bedoeld in § 1, 1°, 2° of 3°, b) . § 4. De Koning stelt de modaliteiten van de overdrachten vast. Art. 33.Na uittreding uit een pensioenstelsel, waarbij de werknemer ten minste 42 maanden was aangesloten, kan hij van zijn nieuwe werkgever eisen dat deze bedragen van zijn loon inhoudt en die doorstort aan de pensioeninstelling die hij daartoe heeft aangeduid, voorzover bij die werkgever geen pensioentoezegging bestaat.
Deze stortingen mogen niet meer bedragen dan 1.500 EUR per jaar. Dit bedrag wordt geïndexeerd volgens de bepalingen van artikel 178 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Dat bedrag wordt verminderd pro rata van de dagen van aansluiting bij een pensioenstelsel tijdens hetzelfde jaar.
De krachtens het eerste lid gedane stortingen mogen niet afgetrokken worden van het loon van de aangeslotene voor de toepassing van Deel Vijf, Titel 1, Hoofdstuk V van het Gerechtelijk Wetboek. HOOFDSTUK VI. - Verandering van pensioeninstelling en overdrachten Art. 34.§ 1. De procedures bedoeld in de artikelen 6, § 2, 7, 8 en 11, § 1, 2°, zijn van toepassing wanneer de inrichter beslist om voor de financiering van de pensioentoezegging een andere pensioeninstelling te kiezen en/of de reserves over te dragen.
Wanneer de procedures worden toegepast vervangen zij het individueel akkoord van de aangeslotenen. § 2. Geen enkele vergoeding of verlies van winstdelingen mag ten laste worden gelegd van de aangeslotenen, of van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves worden afgetrokken. Art. 35.De inrichter of de in de collectieve arbeidsovereenkomst of het pensioenreglement aangeduide persoon licht de aangeslotenen in over iedere verandering van pensioeninstelling en over de eventuele overdracht van de reserves die daaruit voortvloeit. Art. 36.De inrichter of de in de collectieve arbeidsovereenkomst of het pensioenreglement aangeduide persoon licht de Controledienst voor de Verzekeringen voorafgaandelijk in over de verandering van pensioeninstelling en over de eventuele overdracht van de reserves. Art. 37.§ 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 34 tot 36 mag de overgang van een onderneming, een vestiging of een gedeelte van een onderneming of vestiging naar een andere onderneming of vestiging als gevolg van een conventionele overdracht of een fusie in geen geval leiden tot een vermindering van de op het ogenblik van de overdracht verworven reserves van de aangeslotenen. § 2. De verandering van paritair comité of subcomité mag geen vermindering van de pensioentoezegging inhouden tenzij een andersluidende beslissing wordt genomen overeenkomstig de procedures bepaald bij artikel 7. Art. 38.Bij een sectoraal pensioenstelsel kunnen 10 % van de werkgevers of werknemers vragen dat de Raad voor Aanvullende Pensioenen de uitvoering van het stelsel onderzoekt. In geval het rendement ondermaats is, kan de Raad voor Aanvullende Pensioenen aanbevelen van pensioeninstelling te veranderen of het beheer geheel of gedeeltelijk uit te besteden aan andere beheerders. HOOFDSTUK VII. - Inspraak van de werknemers Afdeling I. - Verplichte raadpleging en kennisgeving
Art. 39.§ 1. Wanneer de inrichter van een pensioenstelsel een werkgever is, geeft de ondernemingsraad of, bij ontstentenis ervan, het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis ervan, de vakbondsafvaardiging voorafgaand advies over de volgende aangelegenheden, onverminderd de bepalingen van hoofdstuk II : 1° de wijze van financiering van het pensioenstelsel en de structurele verschuivingen in die financiering;2° de vaststelling van de reserves en de jaarlijkse opstelling van de pensioenfiche, bedoeld in artikel 26;3° de toepassing, de interpretatie en de wijziging van het pensioenreglement;4° de keuze van een pensioeninstelling en de overgang naar een andere pensioeninstelling, met inbegrip van de eventuele overdracht van reserves. § 2. Indien het pensioenstelsel tot een deel van de werknemers van de onderneming wordt beperkt, wordt de in § 1 bedoelde bevoegdheid uitgeoefend door de leden van de raad, het comité of de vakbondsafvaardiging die de werknemers vertegenwoordigen waarvoor het pensioenstelsel geldt, op voorwaarde dat ten minste 10 % van die werknemers hierom verzoekt. § 3. Bij ontstentenis van een overeenkomstig § 1 bevoegde ondernemingsraad, comité voor preventie en bescherming op het werk of vakbondsafvaardiging, moet de werkgever periodiek en individueel aan de werknemers waarvoor het pensioenstelsel geldt, informatie verstrekken over de in § 1 bedoelde aangelegenheden. Deze mededeling gaat steeds een eventuele beslissing ten gronde vooraf. § 4. De beslissingen van de inrichter met betrekking tot de in § 1 bedoelde aangelegenheden kunnen binnen het jaar worden nietig verklaard indien de in dit artikel vermelde procedures niet werden gevolgd. Art. 40.Bij een individuele pensioentoezegging verstrekt de werkgever periodiek aan de betrokken werknemer informatie over de in artikel 39, § 1, bedoelde aangelegenheden. Deze mededeling gaat steeds een eventuele beslissing ten gronde vooraf. Afdeling II. - Paritair beheer - Toezichtscomité
Art. 41.§ 1. Wanneer de uitvoering van een pensioenstelsel wordt toevertrouwd aan een voorzorgsinstelling bedoeld in artikel 2, § 3, 6°, van de
wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
02/02/1999
numac
1999009006
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem
sluiten1, wordt in de volgende gevallen de raad van bestuur van die voorzorgsinstelling voor de helft samengesteld uit leden die het personeel vertegenwoordigen : 1° wanneer het pensioenstelsel door een rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a) , wordt ingevoerd overeenkomstig artikel 8, tenzij de collectieve arbeidsovereenkomst er anders over beschikt;2° wanneer het pensioenstelsel door een werkgever wordt ingevoerd overeenkomstig artikel 9 of 11 of wanneer de pensioentoezegging een financiële bijdrage van de aangeslotene inhoudt en er in de onderneming een ondernemingsraad of, bij ontstentenis ervan, een comité voor preventie en bescherming op het werk aanwezig is, tenzij deze organen er anders over beschikken, of bij ontstentenis van voormelde organen er in de onderneming een vakbondsafvaardiging aanwezig is tenzij er in gemeen overleg tussen de werkgever en die afvaardiging anders wordt over beschikt. De vertegenwoordigers van het personeel worden in het geval bedoeld in het eerste lid, 1°, aangeduid door de werknemersafvaardiging in de rechtspersoon, bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, a) , onder de rechtverkrijgenden van het pensioenstelsel en in de gevallen bedoeld in het eerste lid, 2°, door de werknemersafvaardiging in de ondernemingsraad of, bij ontstentenis ervan, in het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis ervan, door de vakbondsafvaardiging, onder de rechtverkrijgenden van het pensioenstelsel.
De bepalingen van het eerste en tweede lid zijn eveneens van toepassing op de voorzorgsinstellingen die door …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.