← België

Ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie

Kort samengevat

Deze ordonnantie stelt de Codex van de openbare financiën van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie vast en regelt de financiële aangelegenheden van de bicommunautaire entiteit, inclusief de autonome bestuursinstellingen (ABI's).

Wat het regelt

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
16 MEI 2024. - Ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (1) De Verenigde Vergadering heeft aangenomen en Wij, Verenigd College, bekrachtigen hetgeen volgt : Deel 1. - Inleidende bepalingen Boek 1. - Algemeenheden Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 135 van de Grondwet. Art. 2.Voor de toepassing van deze ordonnantie en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder: 1° bicommunautaire entiteit: het geheel gevormd door de Diensten van het Verenigd College en de autonome bestuursinstellingen; 2° autonome bestuursinstelling (hierna ABI genaamd): elke andere rechtspersoon dan de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie die in de door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (hierna INR genaamd) opgestelde lijst van de institutionele eenheden van de overheidssector is ingedeeld in de subsector "deelstaatoverheid" (S.1312) in de zin van het Europees systeem van rekeningen, en die door het INR wordt beschouwd als onder de exclusieve politieke controle van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie vallend; De ABI's zijn onderverdeeld in: a) de autonome bestuursinstellingen van eerste categorie, hierna ABI's 1 genaamd, opgericht bijeen wetgevende tekst, met rechtspersoonlijkheid en rechtstreeks onderworpen aan het gezag van het Verenigd College;b) de autonome bestuursinstellingen van tweede categorie, hierna ABI's 2 genaamd, met rechtspersoonlijkheid, niet bedoeld in punt a);3° Europees systeem van rekeningen (hierna ESR genaamd): bijlage A bij de verordening (EU) nr.549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie; 4° Diensten van het Verenigd College: de eigen diensten waarover het Verenigd College beschikt in de zin van artikelen 87 en volgende van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en van artikel 79 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen.Voor de toepassing van deze ordonnantie worden de kabinetten van de Leden van het Verenigd College gelijkgesteld met de Diensten van het Verenigd College tenzij uitdrukkelijk anders vermeld; 5° ordonnateur: de persoon die het initiatief neemt tot een verrichting ter uitvoering van de begroting en die hiertoe belast is met het nemen van de beslissingen tot realisering van ontvangsten en uitvoering van uitgaven overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer en met het waarborgen van de wettigheid en regelmatigheid ervan;6° wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten: de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof;7° stabiliteitsprogramma: het stabiliteitsprogramma, bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr.1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid; 8° nationaal hervormingsprogramma: het nationale hervormingsprogramma, bedoeld in artikel 2bis, 2, d), van Verordening (EG) nr.1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1055/2005 van de Raad van 27 juni 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid en bij Verordening (EU) nr. 1175/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid; 9° economische classificatie: de economische classificatie vastgesteld in toepassing van artikel 5 van het samenwerkingsakkoord van 1 oktober 1991 tussen de Staat, de Gemeenschappen, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Gewesten tot oprichting van een algemene gegevensbank;10° bestuursorgaan: het orgaan van de ABI 2 belast met de bepaling van de strategische koers ervan.Bij vele ABI's 2 wordt dit orgaan doorgaans de Raad van Bestuur genoemd; 11° subsidie: elke vorm van financiële ondersteuning die door een boekhoudkundige entiteit wordt verstrekt en bestemd is ter ondersteuning van een door de begunstigde van de subsidie gerealiseerde actie die het algemeen belang dient, ongeacht de benaming die aan die ondersteuning wordt gegeven, en ongeacht de benaming of de aard van de akte waarmee deze ondersteuning wordt toegekend;12° boekhoudkundige entiteit: de Diensten van het Verenigd College of elke ABI;13° recurrente verbintenis: de verbintenis waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren uitstrekken en waarvan de aanrekening op de begroting van het jaar van haar ontstaan een kost betekent die met dat jaar geen economische band heeft;14° directieorgaan: het orgaan dat belast is met het operationele beheer van een ABI en waarin, indien van toepassing, de leidende ambtenaren van deze ABI zetelen;15° toezichtsorgaan (TO): het orgaan dat belast is met de controle en omkadering van de rekenplichtigen die de bankrekeningen van de boekhoudkundige eenheden beheren;16° ABI TO: de ABI die een dienstenovereenkomst heeft ondertekend met het standaard toezichtsorgaan vermeld in artikel 117, § 1, lid 2;17° globale staat: het totale bedrag van de saldi van een geheel van bankrekeningen geopend bij de kassier krachtens het kassierscontract;18° kassierscontract: het dienstencontract afgesloten tussen de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en een bankinstelling die de opdrachten en prestaties op zich neemt die verwacht worden van de kassier;19° beschikbare gelden: de liquiditeiten die overeenkomstig het wettelijke en reglementaire kader en volgens de bepalingen van het kassierscontract ter beschikking staan van de rekenplichtigen van de bicommunautaire entiteit;20° eigen ontvangsten: de ontvangsten die niet voortkomen uit de overdrachten van bedragen afkomstig van de Diensten van het Verenigd College of een ABI;21° interne audit: de onafhankelijke en objectieve, waarborgende en adviserende activiteit waarbij de opdracht erin bestaat voor toegevoegde waarde te zorgen en de werking van de organisatie te verbeteren;22° gift: elke vorm van overdracht van middelen door een boekhoudkundige entiteit of te haren gunste, los van enige specifieke waardering van prestaties, en los van enige door de begunstigde te organiseren actie van algemeen nut;23° prijs: elke vorm van financiële steun die eenzijdig door een boekhoudkundige entiteit wordt toegekend ten gunste van derden als waardering voor hun activiteiten.De prijs kan bestaan uit het toekennen van geldmiddelen of uit het verlenen van een voordeel in natura waarvan de financiële last gedragen wordt door de boekhoudkundige entiteit; 24° AVG: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);25° regeringsverklaring: verklaring van de Voorzitter van het Verenigd College voor de Verenigde Vergadering waarin het nieuwe Verenigd College, aan het begin van de nieuwe legislatuur, het beleid, opgenomen in het regeerakkoord, voor deze legislatuur uiteenzet en die het Verenigd College aan de vertrouwensstemming van de Verenigde Vergadering voorlegt;26° bevoegde boekhouder: de boekhouder van de Diensten van het Verenigd College voor de Diensten van het Verenigd College, de boekhouder van een ABI voor deze ABI, en de bicommunautaire boekhouder voor de bicommunautaire entiteit en voor de aangelegenheden opgenomen in de artikelen van de ordonnantie waar de bicommunautaire boekhouder specifiek wordt vermeld;27° groepsauditeur: de auditor die verantwoordelijk is voor de controleopdracht op groepsniveau en voor de uitvoering daarvan, alsmede voor de certificeringsverklaring van de algemene rekening van de groep, die de financiële gegevens van de ABI's 2 omvatten die door een andere auditor zijn gecontroleerd;28° certificering: het met redenen omklede en gedetailleerde oordeel over de regelmatigheid, de waarachtigheid en de betrouwbaarheid van de algemene rekening. Boek 2. - Het toepassingsgebied Art. 3.Deze ordonnantie is van toepassing op de bicommunautaire entiteit. Art. 4.§ 1. In afwijking van artikel 3, zijn enkel de ABI's 2 waarvan het totale bedrag van hun ontvangsten of het totale bedrag van hun uitgaven meer bedraagt dan 7 miljoen euro, onderworpen aan de bepalingen van deze ordonnantie. De drempel van 7 miljoen wordt jaarlijks geïndexeerd in functie van de evolutie van de consumptieprijsindex van het vorige jaar. De geïndexeerde drempel wordt jaarlijks vermeld in het beschikkend gedeelte van de uitgavenbegroting. Het Verenigd College herbeoordeelt de in het derde lid bedoelde drempel om de drie jaar. Het Verenigd College kan die beoordeling echter ook vóór het verstrijken van de termijn van drie jaar uitvoeren als er wijzigingen zijn die een grote impact kunnen hebben op de begroting van de bicommunautaire entiteit of op het ogenblik dat een ABI 2 deel begint uit te maken van de bicommunautaire entiteit. § 2. Voor de ABI's 2 waarvan het totale bedrag van hun ontvangsten of het totale bedrag van hun uitgaven de drempel, vermeld in paragraaf 1, overschrijdt, maar die: 1° vóór de inwerkingtreding van deze ordonnantie nog niet in de begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie waren opgenomen of;2° bij een eerdere beoordeling, zijnde de eerste beoordeling op het moment van de inwerkingtreding van de ordonnantie of een latere beoordeling als bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, de drempel niet overschreden, gelden, in afwijking van paragraaf 1, enkel de onderstaande verplichtingen, volgens de door het Verenigd College te bepalen modaliteiten.De ABI 2 heeft één jaar de tijd om hieraan te voldoen. De in het eerste lid vermelde verplichtingen zijn: 1° de tijdige overmaking van de jaarlijkse initiële en aangepaste begrotingen op basis van de aggregaten in het kader van de opmaak van de begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;2° de tijdige overmaking van de meerjarige begrotingsplanning op zes jaar op basis van de aggregaten in het kader van de opmaak van de begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;3° minimaal de trimestriële overmaking van de begrotingsuitvoering op basis van de aggregaten uit de begroting;4° de overmaking van alle informatie inzake boekhouding, waaronder de algemene rekening, en thesaurie. § 3. De ABI's 2 waarvan het totale bedrag van hun ontvangsten en hun uitgaven 7 miljoen euro of minder bedragen, zijn niet onderworpen aan de bepalingen van deze ordonnantie, maar dienen hun jaarrekeningen binnen de gestelde termijnen aan het Verenigd College over te maken. Per begrotingsjaar worden de ten gunste van deze ABI's 2 te vereffenen, bij de begrotingsopmaak, of vereffende, bij de begrotingsuitvoering, subsidies meegenomen als ESR-uitgaven voor de berekening van het ESR-vorderingensaldo van dat begrotingsjaar. § 4. ABI's die op de datum van de inwerkingtreding van deze ordonnantie geen deel uitmaken van de begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, die een beroep tegen het INR hebben ingediend betreffende hun indeling bij de subsector S13.12 "deelstaatoverheid" en waarvoor het INR nog niet definitief heeft geoordeeld, worden nog niet als ABI 2 beschouwd. § 5. In afwijking van paragraaf 2, lid 1, paragraaf 3, lid 1, en paragraaf 4, zijn alle ABI's die begunstigden zijn van een subsidie onderworpen aan de bepalingen van Deel 9 betreffende de toekenning en de controle op de aanwending van subsidies. § 6. In afwijking van paragraaf 1, kan het Verenigd College beslissen om een ABI 2 ongeacht de beoordeling van de drempel, te onderwerpen aan de bepalingen van deze ordonnantie die zij vastlegt. Art. 5.§ 1. De principes uiteengezet in Deel 12 van de ordonnantie zijn van toepassing zonder afbreuk te doen aan enige bijzondere regelgeving die reeds van toepassing is op de goederen van de ABI's. Deel 12 van de ordonnantie blijft van toepassing op de ABI's, zelfs indien deze instellingen, na de datum van de inwerkingtreding van de ordonnantie, door het INR niet langer geheel of gedeeltelijk worden ingedeeld in de subsector "deelstaatoverheid" (S.1312) in de zin van het Europees systeem van rekeningen. § 2. In afwijking van artikel 3, zijn deel 13 en deel 14 van de ordonnantie alleen van toepassing op de Diensten van het Verenigd College. Deel 2. - De begroting Boek 1. - De begrotingsbeginselen Art. 6.De opstelling en de uitvoering van de begroting nemen de volgende beginselen in acht: 1° het eenheidsbeginsel;2° het begrotingswaarachtigheidsbeginsel;3° het jaarperiodiciteitsbeginsel;4° het rekeneenheidsbeginsel;5° het universaliteitsbeginsel;6° het specialiteitsbeginsel;7° het beginsel van goed financieel beheer;8° het transparantiebeginsel. Boek 2. - Het begrotingskader TITEL 1. - De begroting in een meerjarig perspectief HOOFDSTUK 1. - De Regeringsverklaring en de begrotingsnota Art. 7.Bij de Regeringsverklaring wordt een begrotingsnota gevoegd. De begrotingsnota wordt omgezet in een meerjarige begrotingsraming. Het Verenigd College is gemachtigd de modaliteiten te bepalen voor de opmaak en mededeling van de begrotingsnota en de meerjarige begrotingsraming. HOOFDSTUK 2. - De meerjarige begrotingsplanningen de begrotingsdoelstellingen Art. 8.Overeenkomstig artikel 16/12 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten wordt de jaarlijkse begroting aangevuld met een meerjarige begrotingsplanning. De meerjarige begrotingsplanning wordt samen met de beleidsnota's en nadien met de beleidsbrieven opgesteld. De meerjarige begrotingsplanning houdt rekening met de besliste afspraken in het kader van het stabiliteitsprogramma en het nationaal hervormingsprogramma. De meerjarige begrotingsplanning vertaalt de gedefinieerde beleidsopties in een meerjarig budgettair perspectief en geeft een raming van de begrotingsevolutie voor een periode van 6 jaren. Het Verenigd College actualiseert de meerjarige begrotingsplanning in het geval van begrotingsaanpassingen. Art. 9.Wanneer het bereiken van de budgettaire jaar- en/of meerjarendoelstelling in gevaar dreigt te komen, stelt het Verenigd College de maatregelen, zoals bedoeld in het volgende lid, voor die het bereiken van de budgettaire doelstelling moeten verzekeren. In afwachting van de stemming door de Verenigde Vergadering van de uit lid 1 voortvloeiende aanpassing van de begroting, kan het Verenigd College tijdelijke bewarende maatregelen nemen, en met name het bepalen van grenzen inzake de uitvoering van de uitgavenbegroting in termen van boekhoudkundige vastleggingen. Deze maatregelen worden aan de Verenigde Vergadering en aan het Rekenhof meegedeeld. TITEL 2. - De interne monitoring Art. 10.Het Verenigd College is gemachtigd om een begrotingsmonitoringscomité voor de bicommunautaire entiteit op te richten. Art. 11.Het Verenigd College beslist over de samenstelling, de opdrachten en de modaliteiten betreffende het begrotingsmonitoringscomité. Boek 3. - De ontvangsten- en uitgavenbegroting TITEL 1. - De begrotingskredieten Art. 12.De ontvangsten- en uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's voorzien in en verlenen machtiging voor alle verrichtingen die aanleiding geven tot een financiële afwikkeling en die voor eigen rekening worden uitgevoerd met derden. De ontvangsten- en uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's kunnen eveneens specifieke ESR-verrichtingen bevatten die niet noodzakelijk tot een financiële afwikkeling leiden. De begrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's bevatten: 1° qua ontvangsten: de raming van de rechten die tijdens het begrotingsjaar te hunnen bate zullen worden vastgesteld;2° qua uitgaven: a) de vastleggingskredieten ten belope waarvan bedragen kunnen worden vastgelegd uit hoofde van juridische verbintenissen die tijdens het begrotingsjaar te hunnen laste ontstaan of worden gesloten en, voor de recurrente juridische verbintenissen waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren voordoen, ten belope van de bedragen die tijdens het begrotingsjaar opeisbaar zullen worden;b) de vereffeningskredieten ten belope waarvan tijdens het begrotingsjaar bedragen kunnen worden vereffend uit hoofde van te hunnen laste vastgestelde rechten ter aanzuivering van voorafgaandelijk of gelijktijdig vastgelegde juridische verbintenissen. Art. 13.Overeenkomstig artikel 4, lid 3 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten en in afwijking van artikel 12, lid 3, 2°, b), kan de begroting bepalen dat, voor de uitgaven die ze aanwijst, de kredieten ten belope waarvan bedragen vereffend kunnen worden, niet-limitatief zijn. Art. 14.De vastleggingskredieten die op 31 december van het lopende begrotingsjaar nog beschikbaar zijn, worden uiterlijk op die datum geannuleerd. De vereffeningskredieten die nog op de begroting van het afgelopen begrotingsjaar beschikbaar zijn, worden uiterlijk op 31 januari van het volgende begrotingsjaar geannuleerd. In afwijking op het vorige lid, worden de vereffeningskredieten met betrekking tot verplichte organieke uitgaven niet afhankelijk van het bestaan van beschikbare begrotingskredieten, van ABI's 2, die nog op de begroting van het afgelopen begrotingsjaar beschikbaar zijn, uiterlijk op 31 maart van het volgende begrotingsjaar geannuleerd. TITEL 2. - De begrotingsstructuur Art. 15.De begroting is samengesteld uit opdrachten. Iedere opdracht stemt overeen met een bevoegdheidsdomein of met een coherente groepering van bevoegdheidsdomeinen. Iedere opdracht wordt opgedeeld in diverse programma's die samen bijdragen tot het realiseren van een welbepaald overheidsbeleid. Ieder programma komt overeen met: c) hetzij een langetermijndoelstelling van het Verenigd College;d) hetzij een transversale organisatiedoelstelling;e) hetzij de financieringen die bestemd zijn voor de ABI's waarvan de opdrachten verbonden zijn met het betrokken bevoegdheidsdomein. De programma's zijn opgedeeld in bijhorende uitgaven- of ontvangstenposten op basis van de door het Verenigd College bepaalde aggregaten die gelinkt zijn aan de economische classificatie. Art. 16.Het Verenigd College bepaalt de gedetailleerde structuur van de ontvangsten- en uitgavenbegroting van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's. TITEL 3. - De rapportering betreffende de begroting HOOFDSTUK 1. - De ontwerpen van begrotingsordonnanties Afdeling 1. - Samenstelling Art. 17.§ 1. Het ontwerp van begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie omvat: 1° het beschikkend gedeelte dat de ontwerpen van ontvangstenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College vergezelt;2° het beschikkend gedeelte dat de ontwerpen van uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van uitgaven- en ontvangstenbegroting van de ABI's vergezelt;3° de begrotingstabel van het ontwerp van ontvangstenbegroting van de Diensten van het Verenigd College;4° de begrotingstabel van het ontwerp van uitgavenbegroting van de Diensten van het Verenigd College;5° de begrotingstabel van het ontwerp van ontvangsten- en uitgavenbegroting van iedere ABI 1 en ABI 2;6° de begrotingstabel van de ontvangsten- en uitgaven verbonden aan de opdrachten die door de bicommunautaire entiteit gedelegeerd worden aan andere instanties;7° de algemene toelichting, bedoeld in artikel 33;8° de beleidsnota's en beleidsbrieven, als bedoeld in artikel 34. § 2. De ontvangstenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is samengesteld uit de documenten vermeld in de punten 1° en 3° van paragraaf 1. De uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie is samengesteld uit de documenten vermeld in de punten 2°, 4°, 5° en 6° van paragraaf 1. De begeleidende documenten bij de begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zijn vermeld in punten 7° en 8° van paragraaf 1. Afdeling 2. - Opmaak en goedkeuring Art. 18.Het Verenigd College beslist over de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de opmaak van de begroting. Het Verenigd College kan het advies inwinnen van de Inspectie van Financiën en de commissarissen van het Verenigd College over de begrotingsvoorstellen van respectievelijk de Diensten van het Verenigd College, de ABI's 1 en de ABI's 2. Art. 19.De ontwerpen van uitgaven- en ontvangstenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van iedere ABI 1 worden opgemaakt en goedgekeurd door het Verenigd College. Hetzelfde geldt voor de ermee verbonden van het Verenigd College uitgaande amendementen. Art. 20.De ontwerpen van uitgaven- en ontvangstenbegrotingen van iedere ABI 2 worden, binnen de grenzen van de meerjarige begrotingsplanning vermeld in artikel 8, opgemaakt en goedgekeurd door haar bestuursorgaan. De Leden van het Verenigd College, functioneel bevoegd voor de instelling, maken de begrotingen aan het Verenigd College over. Het Verenigd College neemt akte van de ontwerpen van begrotingen van de ABI's 2. Art. 21.De ontwerpen van uitgaven- en ontvangstenbegrotingen van iedere instelling die een gedelegeerde opdracht uitvoert voor de bicommunautaire entiteit worden, binnen de grenzen van de meerjarige begrotingsplanning vermeld in artikel 8, opgemaakt en goedgekeurd door haar bestuursorgaan enkel voor wat de gedelegeerde opdracht betreft. De Leden van het Verenigd College, functioneel bevoegd voor de instelling, maken de begrotingen aan het Verenigd College over. Het Verenigd College neemt akte van de ontwerpen van begrotingen van iedere instelling die een gedelegeerde opdracht uitvoert voor de bicommunautaire entiteit. Art. 22.Het Verenigd College keurt de ontwerpen van initiële begrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 goed en neemt akte van de ontwerpen van initiële begrotingen van de ABI's 2 en van iedere instelling die een gedelegeerde opdracht uitvoert voor de bicommunautaire entiteit, vóór 15 oktober van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat dat verband houdt met deze ontwerpen. De ontwerpen van initiële begrotingen worden uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat aan het begrotingsjaar voorafgaat dat verband houdt met deze ontwerpen bij de Verenigde Vergadering ingediend. Afdeling 3. - Stemming en akteneming van de begrotingdoor de Algemene Vergadering Art. 23.§ 1. De initiële begrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 worden per programma opgesteld en uiterlijk op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het begrotingsjaar waarop deze ontwerpen betrekking hebben, gestemd. De aangepaste begrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 voor het lopende jaar worden per programma opgesteld en in de loop van het begrotingsjaar gestemd. § 2. De initiële en aangepaste begrotingen van de ABI's 2 en de initiële en aangepaste begrotingen van de instellingen die een gedelegeerde opdracht uitvoeren zoals bedoeld in artikel 17, 6°, worden ter kennis gebracht van de Verenigde Vergadering. Afdeling 4. - Communicatie aan het Verenigd College en sanctie Art. 24.Indien een ABI 2 haar ontwerpbegroting niet heeft overgemaakt, volgens de termijn bepaald door het Verenigd College, worden de betalingen van de subsidies van de Diensten van het Verenigd College aan die ABI 2 opgeschort. HOOFDSTUK 2. - De ontvangstenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie Art. 25.Het beschikkend gedeelte van de ontvangstenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bevat de raming van de vastgestelde rechten van de Diensten van het Verenigd College en verleent machtiging, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die het bepaalt, tot het aangaan van leningen. HOOFDSTUK 3. - De uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie Art. 26.Het beschikkend gedeelte van de uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie verleent met name, per programma, machtiging voor de uitgaven van de uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1. Art. 27.Het beschikkend gedeelte van de uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie bepaalt, indien nodig, de aan de uitgaven verbonden voorwaarden. Art. 28.Onverminderd de delegaties aan de ordonnateurs, is het Verenigd College gemachtigd om, ten laste van de uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en de ABI's 1, subsidies toe te kennen die geen rechtsgrond hebben in een materiële ordonnantie. De ABI's 2 die hiertoe uitdrukkelijk gemachtigd zijn in hun oprichtingsordonnantie, kunnen, ten laste van hun uitgavenbegroting, en uitsluitend binnen de grenzen van hun opdrachten, subsidies toekennen die geen rechtsgrond hebben in een materiële ordonnantie. Het Verenigd College moet de machtiging tot het toekennen van dit type subsidies jaarlijks in de uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie inschrijven via een bepaling in het beschikkend gedeelte van deze begroting. HOOFDSTUK 4. - De voorlopige kredieten Art. 29.Indien blijkt dat de initiële uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en bijgevolg de initiële uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College en van de ABI's 1 voor een gegeven begrotingsjaar niet vóór het begin van dat begrotingsjaar kunnen worden gestemd, dan opent een ordonnantie voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten die bedoeld zijn om de continuïteit van de openbare dienst te garanderen. De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden vervangen door de vastleggings- en vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting van het gegeven begrotingsjaar zodra deze gestemd is. In voorkomend geval wordt een ordonnantieontwerp waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend, bij de Verenigde Vergadering ingediend. Art. 30.De ordonnantie waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend, stelt de termijn vast waarop deze kredieten betrekking hebben. De termijn waarvoor voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten per ordonnantie worden toegekend, mag niet meer dan vier maanden bedragen. Het Verenigd College kan meerdere keren na elkaar een ordonnantie houdende voorlopige kredieten ter goedkeuring indienen bij de Verenigde Vergadering indien nodig. Art. 31.De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden berekend op grond van de overeenkomstige vastleggings- en vereffeningskredieten in de laatst gestemde uitgavenbegroting. De voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten mogen niet worden aangewend voor uitgaven voor nieuwe initiatieven waartoe de Verenigde Vergadering voordien geen machtiging heeft verleend. Behoudens specifieke bepalingen opgenomen in de ordonnantie waarbij voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten worden geopend, mogen de uitgaven niet hoger liggen dan de bedragen van de vastleggings- en vereffeningskredieten, per programma, van de laatst gestemde begroting, en dit in verhouding tot de termijn waarop deze voorlopige vastleggings- en vereffeningskredieten betrekking hebben. Art. 32.De goedkeuring door de Verenigde Vergadering van de initiële uitgavenbegroting doet de ordonnantie vervallen waarbij voorlopige kredieten werden geopend. TITEL 4. - De algemene toelichting Art. 33.De algemene toelichting bij de initiële begroting bevat minstens: 1° de analyse en de synthese van de initiële ontvangstenbegroting en initiële uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, evenals van het begrotingsbeleid met inbegrip van de vooropgestelde begrotingsdoelstellingen;2° een toelichting over de Europese verplichtingen;3° de meerjarige begrotingsplanning als bepaald in artikel 8;4° een financieel verslag, dat met name een verslag over de toestand van de schuld van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de thesaurie van de Diensten van het Verenigd College bevat;5° een verslag over de uitvoering van de begroting van het laatste afgelopen jaar;6° een toelichting over het investeringsbeleid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;7° de verwachte en uitgevoerde uitgaven- en ontvangstentoetsingen, met de verantwoording van de bereikte resultaten;8° de elementen opgenomen in de artikelen 16/9, 16/11, punten 1°, 2° en 3°, en 16/14 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten;9° de gendernota overeenkomstig de bepalingen in de ordonnantie van 16 mei 2014 houdende de integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Art. 34.§ 1. Het eerste ontwerp van initiële begroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, neergelegd na de eedaflegging van het Verenigd College, bevat de beleidsnota's die in hun structuur de opdrachten en programma's hernemen van de begroting en die de daarmee verbonden strategische en operationele doelstellingen van het Verenigd College, waaronder deze die door andere ordonnanties worden opgelegd, definiëren voor de duur van de regeerperiode. In samenhang met de initiële begroting zet het Verenigd College haar beleid en de daaraan gekoppelde budgettaire impact meer in detail uiteen in de beleidsbrieven die in hun structuur de opdrachten en programma's hernemen van de begroting. § 2. De beleidsnota's en beleidsbrieven bevatten eveneens: 1° de verantwoordingen van de ontvangstenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College, de ABI's 1 en de ABI's 2 die per opdracht, per programma en per ontvangstenpost de initiatieven van het Verenigd College en de in aanmerking genomen hypotheses preciseren waarop de raming van de kredieten is gebaseerd;2° de verantwoordingen van de uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College, de ABI's 1 en de ABI's 2 die per opdracht, per programma en per uitgavenpost de initiatieven van het Verenigd College en de in aanmerking genomen hypotheses preciseren waarop de raming van de kredieten is gebaseerd. Boek 4. - De aanpassingen van de begroting TITEL 1. - De aanpassingen met parlementaire procedure HOOFDSTUK 1. - De begrotingsberaadslagingen Art. 35.In dringende gevallen, veroorzaakt door uitzonderlijke of onvoorzienbare omstandigheden, kan het Verenigd College, bij gemotiveerde begrotingsberaadslaging, machtiging verlenen tot het vastleggen, vereffenen en betalen van uitgaven boven de limiet van de vaststellings- en/of vereffeningskredieten ingeschreven in de goedgekeurde uitgavenbegrotingen van de Diensten van het Verenigd College of, bij ontstentenis van begrotingskredieten, ten belope van de door deze begrotingsberaadslaging vastgestelde begrotingskredietbedragen. Het Verenigd College kan tijdens het begrotingsjaar meerdere achtereenvolgende begrotingsberaadslagingen nemen. Art. 36.De begrotingsberaadslagingen worden aan de Verenigde Vergadering en het Rekenhof meegedeeld. Het Rekenhof maakt in voorkomend geval zijn bemerkingen over aan de Verenigde Vergadering. Art. 37.Wanneer zij globaal betrekking heeft op een bedrag van minstens 10 miljoen euro in vastleggings- en/of vereffeningskredieten, moet de begrotingsberaadslaging steeds gevolgd worden door een begrotingsaanpassing ad hoc waarbinnen de begrotingsberaadslaging wordt opgenomen. In geval van opeenvolgende begrotingsberaadslagingen wordt de drempel van 10 miljoen euro aan vastleggings- en/of vereffeningskredieten beoordeeld door bij iedere nieuwe beraadslaging de bedragen aan vastleggings- en/of vereffeningskredieten op te tellen waarvoor in de ter goedkeuring voorgelegde beraadslaging en in de vorige beraadslagingen toestemming is verleend. Iedere uitvoering van de begrotingsberaadslaging wordt opgeschort tot het in lid 1 bedoelde ontwerp van begrotingsordonnantie ad hoc is ingediend. HOOFDSTUK 2. - De begrotingsaanpassingen Art. 38.Minstens eenmaal per jaar gaat het Verenigd College over tot een onderzoek van de begroting op basis van de begrotingsdoelstellingen. Als gevolg van dit onderzoek legt het Verenigd College aan de Verenigde Vergadering een aanpassing van de ontvangsten en/of van de uitgavenbegroting van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie voor. De ontwerpen van ordonnantie houdende aanpassing van de begroting worden vergezeld van een bijhorende toelichting. De ontwerpen van ordonnantie houdende aanpassing van de begroting worden op dezelfde wijze door het Verenigd College goedgekeurd als de ontwerpen van ordonnantie houdende de initiële begroting. De ontwerpen van ordonnantie houdende aanpassing van de begroting worden ingediend bij de Verenigde Vergadering. Onverminderd bovenstaande, kan het Verenigd College op ieder moment een technische begrotingsaanpassing in de Verenigde Vergadering indienen. TITEL 2. - De aanpassingen zonder parlementaire procedure HOOFDSTUK 1. - De kredietherverdeling Afdeling 1. - De kredietherverdelingen voor de Diensten van het Verenigd College en voor de ABI's 1 Art. 39.§ 1. Het Verenigd College is gemachtigd om de vastleggingskredieten van de uitgavenbegroting voor de Diensten van het Verenigd College te herverdelen. Deze herverdeling kan gebeuren: 1° hetzij binnen eenzelfde programma van eenzelfde opdracht;2° hetzij vanuit een in de begroting ingeschreven provisie voor de doeleinden als omschreven in de jaarlijks goed te keuren begrotingsordonnantie. § 2. Het Verenigd College is gemachtigd om de vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting voor de Diensten van het Verenigd College te herverdelen. Deze herverdeling kan gebeuren: 1° hetzij binnen eenzelfde opdracht, met uitzondering van de uitgavenposten betreffende de personeels- en werkingskosten;2° hetzij vanuit een in de begroting ingeschreven provisie voor de doeleinden als omschreven in de jaarlijks goed te keuren begrotingsordonnantie. § 3. Het Verenigd College is gemachtigd om de vastleggings- en vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting voor de ABI's 1 te herverdelen. § 4. Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de herverdelingen mogen plaatsvinden. Een kredietherverdeling moet budgettair neutraal zijn. Art. 40.Het voorstel tot herverdeling van kredieten is onderworpen aan het voorafgaandelijke advies van de Inspectie van Financiën en aan het voorafgaandelijke akkoord van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting, onverminderd de door het Verenigd College bepaalde uitzonderingen. Art. 41.Elke beslissing tot herverdeling wordt ter beschikking gesteld van de Verenigde Vergadering en het Rekenhof. Afdeling 2. - De kredietherverdelingen voor de ABI's 2 Art. 42.Het bestuursorgaan van een ABI 2 is gemachtigd om de vastleggings- en vereffeningskredieten van haar uitgavenbegroting te herverdelen. Daarbij kunnen ook herverdelingen van vereffeningskredieten plaatsvinden vanuit het in de begroting ingeschreven overgedragen begrotingsresultaat, onder voorbehoud van de goedkeuring door het Verenigd College. Een kredietherverdeling moet budgettair neutraal zijn. Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de herverdelingen mogen plaatsvinden. Art. 43.Het voorstel tot herverdeling van kredieten is onderworpen aan het voorafgaandelijke akkoord van de commissarissen van het Verenigd College, onverminderd de door het Verenigd College bepaalde uitzonderingen. HOOFDSTUK 2. - De kredietoverschrijdingen voor de ABI's Afdeling 1. - De kredietoverschrijdingen voor de ABI's 1 Art. 44.Het Verenigd College is gemachtigd om een overschrijding door te voeren van de limitatieve vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting van een ABI 1, op voorwaarde dat deze overschrijding van de vereffeningskredieten gecompenseerd wordt door een verhoging van ontvangsten in de ontvangstenbegroting van deze ABI1, gerealiseerd in termen van vastgestelde rechten van het lopende begrotingsjaar. Een kredietoverschrijding moet budgettair neutraal zijn. Het voorstel tot kredietoverschrijding is onderworpen aan het voorafgaandelijke advies van de Inspectie van Financiën en het voorafgaandelijke akkoord van de Leden van het Verenigd College bevoegd voor Begroting. Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de overschrijdingen mogen plaatsvinden. Art. 45.Elke beslissing tot kredietoverschrijding wordt ter beschikking gesteld van de Verenigde Vergadering en het Rekenhof. Afdeling 2. - De kredietoverschrijdingen voor de ABI's 2 Art. 46.Het bestuursorgaan is gemachtigd om een overschrijding door te voeren van de limitatieve vereffeningskredieten van de uitgavenbegroting van de ABI 2, op voorwaarde dat deze overschrijding van de vereffeningskredieten gecompenseerd wordt door een verhoging van ontvangsten in de ontvangstenbegroting van deze ABI 2, gerealiseerd in termen van vastgestelde rechten van het lopende begrotingsjaar. Een kredietoverschrijding moet budgettair neutraal zijn. Het voorstel tot kredietoverschrijding is onderworpen aan het voorafgaandelijke akkoord van de commissarissen van het Verenigd College. Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de kredietoverschrijdingen mogen plaatsvinden. Boek 5. - Het Rekenhof Art. 47.Het Rekenhof deelt, in voorkomend geval, aan de Verenigde Vergadering zijn opmerkingen mee aangaande de volgende documenten: 1° de initiële begrotingen;2° de aangepaste begrotingen;3° de voorlopige kredieten;4° de begrotingsberaadslagingen. Boek 6. - De bekendmaking van de begroting Art. 48.De goedgekeurde begrotingen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Deel 3. - De boekhouding Boek 1. - Algemeen Art. 49.Elke boekhoudkundige entiteit voert een algemene boekhouding op basis van een genormaliseerd boekhoudplan, opgesteld overeenkomstig artikel 5 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten en in toepassing van het koninklijk besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 03/03/2011 numac 2011003062 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit houdende vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - 2e erratum sluiten tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of overeenkomstig het rekeningstelsel vastgelegd door het koninklijk besluit van 21 oktober 2018 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot III.95 van het Wetboek van Economisch recht. De algemene rekening van de boekhoudkundige entiteit, met inbegrip van de toelichting bij de jaarrekening, moet in overeenstemming zijn met de structuur van het boekhoudplan opgenomen in de bijlagen 2 en 3 van het koninklijk besluit van 10 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/11/2009 pub. 03/03/2011 numac 2011003062 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Koninklijk besluit houdende vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. - 2e erratum sluiten tot vaststelling van het boekhoudplan van toepassing op de federale Staat en op de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Art. 50.Overeenkomstig artikel 6 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten, wordt de algemene boekhouding gevoerd volgens de gebruikelijke regels van het dubbel boekhouden. Ze betreft de totaliteit van de bezittingen en rechten van elke boekhoudkundige entiteit, haar schulden, verplichtingen en verbintenissen van welke aard ook. Elke boekhoudverrichting wordt zonder uitstel, getrouw en volledig en naar tijdsorde geboekt, gestaafd met een verantwoordingsstuk. Het boekjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december daaropvolgend. Art. 51.De algemene boekhouding bevat analytische componenten. Het Verenigd College bepaalt de gemeenschappelijke en verplichte basisstructuur van deze componenten. Art. 52.Overeenkomstig artikel 7 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten, stelt elke boekhoudkundige entiteit een jaarlijkse inventaris op van de activa en passiva van zijn vermogen, in dezelfde vorm als het rekeningenstelstel. Art. 53.Overeenkomstig artikel 8 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten, wordt de begrotingsboekhouding in relatie met de algemene boekhouding gevoerd. Ze moet een permanente opvolging mogelijk maken van de begrotingsuitvoering van elke boekhoudkundige entiteit. Art. 54.Elke verrichting wordt gehecht aan het boekjaar waarin ze heeft plaats gehad. Om tot een boekjaar te behoren, moeten de rechten bovendien vastgesteld zijn in dat boekjaar. De vastgestelde rechten van het boekjaar die evenwel niet vóór 1 februari van het volgend jaar zijn geboekt, maken deel uit van een volgend jaar. In afwijking op het vorige lid, kunnen de verplichte organieke uitgaven, niet afhankelijk van het bestaan van beschikbare begrotingskredieten, van ABI's 2 die het voorwerp uitmaken van een organieke wet- en regelgeving, worden geboekt tot en met 31 maart van het volgende jaar. Art. 55.In toepassing van artikel 12, paragraaf 3, wordt een recht inzake ontvangsten vastgesteld of inzake vereffeningen als vastgesteld beschouwd als volgende voorwaarden worden vervuld: 1° zijn bedrag is op nauwkeurige wijze vastgesteld;2° de identiteit van de schuldenaar of van de schuldeiser is bepaalbaar;3° de verplichting om te betalen bestaat;4° een verantwoordingsstuk is in het bezit van de betrokken boekhoudkundige entiteit. Art. 56.De verrichtingen worden methodisch geboekt in de algemene boekhouding en, voor zover ze ook begrotingsverrichtingen zijn, tegelijkertijd in de begrotingsboekhouding. Art. 57.De verantwoordingsstukken worden methodisch geklasseerd gedurende een periode van tien jaar en ze worden bewaard op een manier die ze toegankelijk maakt. In afwijking van het voorgaande lid wordt de bewaringstermijn beperkt tot drie jaar voor de documenten die niet tegenstelbaar zijn aan derden. Het Verenigd College is gemachtigd om de voorwaarden te bepalen waaraan de verantwoordingsstukken moeten beantwoorden, alsook de voorwaarden met betrekking tot hun bewaring en de beschikbaarstelling ervan ten behoeve van de toezichtsorganen. Art. 58.De boeken en journalen worden bijgehouden en bewaard op een wijze die hun materiële continuïteit, hun regelmatigheid en de onomkeerbaarheid van de boekingen verzekert. Het Verenigd College is gemachtigd om er de modaliteiten van te bepalen. Art. 59.Worden alleen aangerekend op de begrotingsboekhouding van een bepaald jaar: 1° als ontvangsten: de tijdens het begrotingsjaar ten voordele van de boekhoudkundige entiteit vastgestelde rechten;2° als uitgaven: a) ten laste van de vastleggingskredieten, de bedragen die worden vastgelegd uit hoofde van verbintenissen ontstaan of gesloten tijdens het begrotingsjaar en, voor de recurrente verbintenissen, waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren voordoen, de bedragen die tijdens het begrotingsjaar opeisbaar zullen worden;b) ten laste van de vereffeningskredieten, de bedragen die worden vereffend tijdens het begrotingsjaar uit hoofde van de vastgestelde rechten verworven ten laste van de boekhoudkundige entiteit ter aanzuivering van voorafgaandelijk of gelijktijdig vastgelegde verbintenissen. Art. 60.De uitstaande vastleggingen worden minstens één keer per jaar in de algemene boekhouding geboekt en dit op datum van de inventaris. Boek 2. - De actoren van de boekhouding TITEL 1. - De bicommunautaire boekhouder HOOFDSTUK 1. - Aanstelling Art. 61.Het Verenigd College stelt voor de bicommunautaire entiteit een bicommunautaire boekhouder aan onder de personeelsleden van de Diensten van het Verenigd College. HOOFDSTUK 2. - Opdrachten Art. 62.De bicommunautaire boekhouder is belast met: 1° het voeren van de geconsolideerde boekhouding van de bicommunautaire entiteit overeenkomstig dit Deel;2° het vaststellen en valideren van het boekhoudkundig referentiekader van de bicommunautaire entiteit, evenals, in voorkomend geval, het valideren van de systemen die door de ordonnateurs van de boekhoudkundige entiteiten zijn vastgesteld en die bestemd zijn voor het verstrekken of verantwoorden van boekhoudkundige informatie;3° het opstellen en voorleggen van de algemene rekening van de bicommunautaire entiteit overeenkomstig Boek 4 van dit Deel;4° het organiseren van de samenwerking met de boekhouders bedoeld in Titel 2 van dit Boek en van de opvolging van de hen meegedeelde instructies;5° het verifiëren van de volledigheid van de te consolideren rekeningen. Art. 63.Het Verenigd College is gemachtigd de modaliteiten van samenwerking vast te stellen tussen de bicommunautaire boekhouder, de boekhouder van de Diensten van het Verenigd College en de boekhouders van de ABI's. TITEL 2. - De boekhouder van de Diensten van het Verenigd Collegeen de boekhouders van de ABI's HOOFDSTUK 1. - Aanstelling Art. 64.§ 1. Het Verenigd College stelt een boekhouder van de Diensten van het Verenigd College aan onder de personeelsleden van de Diensten van het Verenigd College. § 2. Binnen elke ABI 1 stelt het Verenigd College een boekhouder aan. Binnen elke ABI 2 stelt het bestuursorgaan van de ABI 2 een boekhouder aan. HOOFDSTUK 2. - Opdrachten Art. 65.Onverminderd artikel 62 zijn de boekhouder van de Diensten van het Verenigd College en de boekhouders van de ABI's belast met: 1° het voeren van de boekhouding van hun boekhoudkundige entiteit, overeenkomstig dit Deel;2° het bepalen van het boekhoudkundig referentiekader van hun boekhoudkundige entiteit met het oog van de validering ervan door de bicommunautaire boekhouder;3° het opmaken en voorleggen van de algemene rekening van hun boekhoudkundige entiteit, overeenkomstig Boek 4 van dit Deel;4° het samenwerken met de bicommunautaire boekhouder. Boek 3. - De boekhoudkundige verrichtingen TITEL 1. - De ontvangstenverrichtingen HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden Art. 66.Elke ontvangst maakt achtereenvolgens het voorwerp uit van een vaststelling van een recht, een ordonnancering en een invordering. In afwijking van het vorige lid kan een ontvangst het voorwerp uitmaken van een contant recht, dat wil zeggen een recht dat wordt vastgesteld nadat het is geïnd. HOOFDSTUK 2. - De vaststelling van een recht Art. 67.De vaststelling van een recht is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur het vastgesteld recht tot stand brengt, overeenkomstig artikel 55 van deze ordonnantie. Ieder vastgesteld recht, met inbegrip van de invordering van ten onrechte betaalde bedragen, dient het voorwerp uit te maken van een invorderingsbevel opgemaakt door de bevoegde ordonnateur. De bevoegde ordonnateur belast de bevoegde boekhouder met de boeking van het vastgesteld recht. Indien er aanwijzingen zijn dat het bedrag niet invorderbaar is, wordt dit als een dubieuze vordering geboekt. Behoudens een specifieke bepaling, zijn door de schuldenaar verwijlinteresten verschuldigd, aan de wettelijke interestvoet, in geval van niet-betaling op de vervaldag. HOOFDSTUK 3. - De ordonnancering van de ontvangsten Art. 68.De ordonnancering van de ontvangsten is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur aan de bevoegde rekenplichtige van de ontvangsten, via de bevoegde boekhouder, de instructie geeft om een schuldvordering in te vorderen die hij heeft vastgesteld. De bevoegde rekenplichtige van de ontvangsten staat in voor een tijdige inning en zorgt voor het behoud van de rechten ervan. HOOFDSTUK 4. - De invordering Art. 69.§ 1. De rekenplichtigen van de ontvangsten volgen de ingevoerde procedures voor de invordering van de aan de bicommunautaire entiteit verschuldigde schuldvorderingen. § 2. Om de schuldenaars van de schuldvorderingen van de bicommunautaire entiteit, de medeschuldenaars en de personen die hoofdelijk aansprakelijk zijn, te kunnen identificeren en contacteren, hebben de rekenplichtigen van de ontvangsten toegang tot: 1° wat de natuurlijke personen betreft: het rijksregister van de natuurlijke personen, geregeld bij de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;2° wat de ondernemingen betreft (natuurlijke en rechtspersonen): de Kruispuntbank van Ondernemingen, opgericht bij de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/01/2003 pub. 05/02/2003 numac 2003011027 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen sluiten tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, en het UBO-register, opgericht bij de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. In een eerste fase worden, om de rechtstreekse schuldenaar van de schuldvordering te identificeren en te contacteren, alleen de volgende gegevens geraadpleegd: 1° de naam;2° de voornaam;3° de hoofdverblijfplaats;4° het rijksregisternummer of ondernemingsnummer;5° de plaats en datum van overlijden of de datum van de faillietverklaring. In een tweede fase, enkel indien de rechtstreekse schuldenaar niet kon worden gevonden en om de mogelijke medeschuldenaars en elke persoon die hoofdelijk aansprakelijk is te bepalen, worden de volgende gegevens geraadpleegd: 1° de burgerlijke staat;2° de samenstelling van het huishouden;3° de naam van de eventuele vennoten of bestuurders;4° de voornaam van de eventuele vennoten of bestuurders;5° de hoofdverblijfplaats van de eventuele vennoten of bestuurders, indien van toepassing;6° het rijksregisternummer of ondernemingsnummer van de eventuele vennoten of bestuurders. Indien de uitgevoerde opzoekingen niet toelaten de rechtstreekse schuldenaar of zijn echtgenoot of echtgenote te vinden, wordt de identiteit van de rechthebbende(n) geraadpleegd. Art. 70.§ 1. De rekenplichtigen van de ontvangsten raadplegen, in het kader van de hun door het Verenigd College toevertrouwde opdrachten, de persoonsgegevens en gebruiken deze uitsluitend in het kader van de invordering van de schuldvorderingen die zij moeten beheren. In het geval dat de rekenplichtigen van de ontvangsten de schuldvordering onmogelijk zelf kunnen invorderen, kunnen deze gegevens worden meegedeeld aan dienstverleners die belast zijn met de invordering van deze schuldvorderingen, namelijk deurwaarders, advocaten en invorderingsinstellingen. Laatstgenoemden gebruiken deze gegevens uitsluitend voor het uitvoeren van de invorderingsopdracht waarmee zij werden belast. De maximale bewaringstermijn is deze die in artikel 56 wordt bepaald. § 2. De verwerkingsverantwoordelijke van de persoonsgegevens in het kader van de invordering van de ontvangsten en, bijgevolg, de verantwoordelijke van de opzoekingen bedoeld in artikel 69 is: 1° op het niveau van de Diensten van het Verenigd College, de Diensten van het Verenigd College voor de invordering van de ontvangsten die haar aanbelangen;2° op het niveau van elke ABI, de betrokken ABI voor de invordering van haar ontvangsten. HOOFDSTUK 5. - De uitdoving van een vastgesteld recht Art. 71.De vastgestelde rechten ten gunste van elke boekhoudkundige entiteit doven uit door de betaling, annulering of verjaring ervan. Het Verenigd College kan een vastgesteld recht geheel of gedeeltelijk annuleren of akte nemen van de verjaring ervan in de volgende gevallen: 1° op grond van een verantwoordingsstuk dat de annulering of de verjaring rechtvaardigt;2° in het geval de invorderingsprocedure voor een schuldvordering onrendabel is.Het Verenigd College bepaalt de gevallen waarin de invorderingsprocedure als onrendabel wordt beschouwd. Art. 72.Het Verenigd College is gemachtigd om de modaliteiten te bepalen voor de boeking van de vastgestelde rechten als dubieuze schuldvorderingen, voor het in onbepaald uitstel brengen of het oninvorderbaar verklaren van de vastgestelde rechten en de modaliteiten van delegatie. HOOFDSTUK 6. - De betalingsfaciliteiten Art. 73.§ 1. Voor de Diensten van het Verenigd College en de ABI's 1, met het oog op de invordering van de schuldvorderingen, kan het Verenigd College, onverminderd de door haar toegestane delegaties dienaangaande, onder de voorwaarden die zij in elk specifiek geval bepaalt, uitstel van betaling toestaan voor de hoofdsom, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de interestenschuld verlenen en ermee instemmen dat de gedeeltelijke betalingen eerst op het kapitaal worden verrekend. Als de toestand van de schuldenaar die te goeder trouw is dat wettigt, gaat het Verenigd College met hem een dading aan. § 2. Voor de ABI's 2, gaat het om het bestuursorgaan. HOOFDSTUK 7. - De opeising van niet-ingevorderde schuldvorderingen Art. 74.De invordering van de schuldvorderingen die niet binnen de wettelijke termijnen zijn voldaan, mag overeenkomstig de regels bepaald door het Verenigd College worden vervolgd De dwangschriften die de opeising van de schuldvorderingen die niet binnen de wettelijke termijnen werden betaald, mogelijk maken, worden door de bevoegde ordonnateur uitgevaardigd, ondertekend en uitvoerbaar verklaard. Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten van: 1° de vervolging;2° de vervolgingskosten. Het Verenigd College kan bepalen welke personen belast zijn met vervolging en welke regels ze moeten naleven. TITEL 2. - De uitgavenverrichtingen HOOFDSTUK 1. - Algemeenheden Art. 75.Iedere uitgave maakt het voorwerp uit van een vastlegging, een vereffening, en in voorkomend geval, van een ordonnancering en een betaling. HOOFDSTUK 2. - De vastlegging Art. 76.§ 1. De vastlegging bestaat uit de aanrekening, ten laste van het vastleggingskrediet, van de bedragen die nodig zijn voor latere of gelijktijdige vereffeningen, met het oog op een juridische verbintenis. De juridische verbintenis is de handeling waarbij de bevoegde ordonnateur een juridische verplichting creëert of vaststelt die tot een kost leidt. § 2. Het Verenigd College is gemachtigd om in het besluit dat de aangelegenheden van de vastlegging, de vereffening en de controle van de vastleggingen en vereffeningen regelt, de modaliteiten betreffende de organisatie en de te volgen stappen inzake vastleggingen te bepalen. Art. 77.§ 1. Een vastlegging wordt geannuleerd als er geen verplichting meer uit kan ontstaan en uiterlijk na zes jaar, tenzij de onderliggende juridische verbintenis nog in uitvoering is. Het Verenigd College bepaalt de modaliteiten om de vastleggingen te annuleren. § 2. De op het einde van het begrotingsjaar uitstaande vastleggingen worden naar het volgende begrotingsjaar overgedragen. Art. 78.Vooraleer over te gaan tot een boeking van een vastlegging vergewist de bevoegde ordonnateur zich van: 1° de juistheid van de budgettaire aanrekening;2° de beschikbaarheid van de kredieten;3° de conformiteit van de uitgave met de wettelijke en regelgevende bepalingen;4° de naleving van het beginsel van goed financieel beheer. HOOFDSTUK 3. - De vereffening Art. 79.De vereffening van een uitgave is de handeling waardoor de bevoegde ordonnateur het door de derde gevorderde vastgestelde recht valideert, overeenkomstig artikel 55 van deze ordonnantie. Na, indien vereist, het vereffeningsvisum bedoeld in artikel 142 te hebben bekomen, belast de bevoegde ordonnateur de bevoegde boekhouder met de boeking van de vereffening. Het Ver …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.