← België

Gemeentedecreet

Kort samengevat

Dit decreet regelt de organisatie van gemeenten in het Duitse taalgebied, inclusief de samenstelling en werking van het gemeentebestuur en de rechten en plichten van raadsleden.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
23 APRIL 2018. - Gemeentedecreet Het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: TITEL 1 - ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.Toepassingsgebied Dit decreet regelt de organisatie van de gemeenten van het Duitse taalgebied. Art. 2.Definities Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: 1° Wetboek: het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie zoals van toepassing op het Duitse taalgebied;2° raad: de gemeenteraad of stadsraad;3° college: het gemeentecollege of stadscollege;4° directeurs: de directeur-generaal en de financieel directeur;5° fractie: de in artikel 40 vermelde, op dezelfde lijst gedurende de verkiezingen gekozen raadsleden die een fractie vormen waarvan de benaming die van voornoemde lijst is;6° fractie die de beginselen van de democratie niet in acht neemt: fractie die in het bijzonder bedoeld wordt in het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, in de in België rechtsgeldige aanvullende protocollen bij dat verdrag, in de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en in de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd of de fractie(s) waarvan een lid de voormelde beginselen en wetgevingen niet naleeft en de fractie(s) waarvan een lid bestuurder van een vereniging was op het ogenblik van de feiten op grond waarvan ze veroordeeld werd wegens een strafbaar feit bepaald in de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten of in de wet van 23 maart 1995;7° onderwijspersoneel: het personeel vermeld in artikel 24 van de Grondwet;8° OCMW: openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. Art. 3.Termijnen Alle, in dit decreet vermelde termijnen zijn uitgedrukt in kalenderdagen, behoudens andersluidende bepalingen. De vervaldag wordt meegerekend in de termijn. Als die dag op een zaterdag, zondag of feestdag valt, wordt hij verschoven naar de volgende werkdag. Als feestdagen in de zin van dit decreet gelden: 1 januari, carnavalsmaandag, paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 1, 2, 11 en 15 november, 25 en 26 december, alsook de bij decreet of bij besluit van de Regering vastgestelde dagen. Art. 4.Gelijkheid van de geslachten De verwijzingen naar personen in dit decreet gelden voor alle geslachten. Art. 5.Gemeentenamen De Regering bepaalt de schrijfwijze van de namen van de gemeenten en de gehuchten. Art. 6.Bevoegdheden Tot de bevoegdheden van de gemeenten behoren inzonderheid, onverminderd de taken die bij wet of decreet aan hen worden toevertrouwd: 1° het beheer van de goederen en inkomsten van de gemeente;2° de vaststelling en de verrichting van de uitgaven van de gemeente die met geld van de gemeente moeten worden betaald;3° de leiding en uitvoering van de openbare werken die ten laste van de gemeente vallen;4° het beheer van de inrichtingen die aan de gemeente toebehoren, die op haar kosten worden onderhouden of die in het bijzonder voor gebruik door haar inwoners bestemd zijn. Art. 7.Classificatie Bij elke algehele vernieuwing van de raden brengt de Regering de in de artikelen 10, 43, 52 en 91 bepaalde classificatie van de gemeenten in overeenstemming met het bevolkingscijfer. Het aantal inwoners dat in overweging wordt genomen, is het aantal personen ingeschreven in het Rijksregister der natuurlijke personen die op 1 januari van het jaar van de algehele vernieuwing zijn hoofdverblijfplaats heeft in de betrokken gemeente. Uiterlijk op 1 mei van het jaar waarin de algehele vernieuwing van de raden plaatsvindt, maakt de Regering de bevolkingscijfers van de gemeenten bekend in het Belgisch Staatsblad. Art. 8.Gemeentebestuur Er is in iedere gemeente een gemeentebestuur, samengesteld uit de raadsleden, de burgemeester en de schepenen. De raadsleden en collegeleden die aftreden bij een algehele vernieuwing en de ontslagnemende leden blijven in functie tot de installatie van hun opvolgers heeft plaatsgehad. Onverminderd artikel 41, § 4, regelen de aftredende raad en het aftredende college de lopende zaken tot de installatie van hun opvolgers heeft plaatsgehad. TITEL 2 - Organisatie van de gemeente HOOFDSTUK 1 - Gemeenteraad of stadsraad Afdeling 1 - Wijze van aanwijzing en statuut van de raadsleden Art. 9.Verkiezing De raden worden om de zes jaar volledig vernieuwd. De raadsleden worden rechtstreeks gekozen door de kiezers van de gemeente. De raad wordt geïnstalleerd op de eerste maandag van de maand december na de verkiezingen. Als dat een feestdag is, wordt de raad geïnstalleerd op de eerstvolgende werkdag. Art. 10.Aantal leden De raad, met inbegrip van burgemeester en schepenen, bestaat uit: - 11 leden in gemeenten met 0 tot 2.999 inwoners; - 13 leden in gemeenten met 3.000 tot 3.999 inwoners; - 15 leden in gemeenten met 4.000 tot 4.999 inwoners; - 17 leden in gemeenten met 5.000 tot 6.999 inwoners; - 19 leden in gemeenten met 7.000 tot 8.999 inwoners; - 21 leden in gemeenten met 9.000 tot 11.999 inwoners; - 23 leden in gemeenten met 12.000 tot 14.999 inwoners; - 25 leden in gemeenten met 15.000 tot 19.999 inwoners; - 27 leden in gemeenten met 20.000 tot 24.999 inwoners; - 29 leden in gemeenten met 25.000 tot 29.999 inwoners; - 31 leden in gemeenten met 30.000 tot 34.999 inwoners; - 33 leden in gemeenten met 35.000 tot 39.999 inwoners; - 35 leden in gemeenten met meer dan 40.000 inwoners. De raad blijft uit het aantal leden bepaald in het eerste lid bestaan, zelfs wanneer een lid van het college niet uit zijn midden wordt gekozen. Art. 11.Afstand Elke gekozen kandidaat kan na de geldigverklaring van zijn verkiezing en vóór zijn installatie schriftelijk afstand doen van zijn mandaat. Die afstand wordt rechtsgeldig wanneer de raad ervan kennis heeft genomen. Art. 12.Onverenigbaarheden Een tot raadslid gekozen kandidaat die personeelslid van de gemeente is, die een met dat mandaat onverenigbaar ambt uitoefent, die deel heeft aan een onderneming of een beroep of ambacht uitoefent waarvoor hij van de gemeente een wedde of toelagen ontvangt, mag niet tot de eedaflegging worden toegelaten zolang de reden voor de onverenigbaarheid bestaat. Wanneer een gekozen kandidaat binnen een maand nadat het college hem daartoe aangemaand heeft het met het mandaat onverenigbaar ambt niet heeft neergelegd of geen afstand heeft gedaan van de door de gemeente betaalde wedde of toelage, wordt ervan uitgegaan dat hij het mandaat niet aanneemt. Art. 13.Verlies van het mandaat Een raadslid mag zijn ambt niet verder uitoefenen, wanneer het niet meer voldoet aan één van de verkiesbaarheidsvereisten. Het college stelt de raad en de betrokkene daarvan in kennis. Laatstgenoemde kan zijn verweermiddelen binnen een termijn van 14 dagen schriftelijk meedelen aan het college. Indien het college bij zijn standpunt blijft, neemt de raad het verlies van de verkiesbaarheidsvereiste(n) ter kennis en stelt de ontzetting uit het ambt van rechtswege vast. Hij leidt de procedure voor de vervanging van het betrokken lid in. De directeur-generaal bezorgt dat besluit aan de betrokkene. Tegen dat besluit kan binnen acht dagen na kennisgeving ervan beroep worden ingesteld overeenkomstig artikel 16 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Indien de betrokkene zijn ambt blijft uitoefenen hoewel hij, zelfs bij ontstentenis van enige kennisgeving, kennis heeft van de oorzaak van de ontzetting uit het ambt, is hij strafbaar met de straffen bepaald in artikel 262 van het Strafwetboek. Art. 14.Ontslag Het raadslid deelt zijn ontslag uit het ambt schriftelijk mee aan de raad. Deze neemt op zijn eerstvolgende vergadering kennis van het ontslag. Het ontslag wordt werkzaam de datum waarop de raad er kennis van genomen heeft. De directeur-generaal bezorgt dat besluit van de raad aan betrokkene. Tegen dat besluit kan binnen acht dagen na kennisgeving ervan beroep worden ingesteld op basis van artikel 16 van de gecoördineerde wetten van de Raad van State. Art. 15.Verloven § 1 - Het raadslid kan verlof nemen naar aanleiding van de geboorte of adoptie van een kind. Dat verlof duurt hoogstens twintig weken en eindigt uiterlijk twintig weken na de geboorte of adoptie van het kind. Bij een afwezigheid wegens ziekte van minstens zes maanden kan het raadslid verlof nemen tijdens de hele duur die door het medisch attest gedekt is. Dat verlof moet schriftelijk worden meegedeeld aan het college, met vermelding van de begin- en einddatum en, in voorkomend geval, vergezeld van het medisch attest. § 2 - Indien gebruik wordt gemaakt van de verloven bedoeld in paragraaf 1 gaat de raad over tot de vervanging van het raadslid voor de duur van het verlof indien de meerderheid van de leden van de fractie waartoe hij behoort, erom verzoekt. Het lid wordt vervangen door iemand van zijn lijst die als eerste gerangschikt is overeenkomstig artikel L4145-14 van het Wetboek, nadat de raad diens mandaat onderzocht heeft. Art. 16.Vergoedingen § 1 - De raadsleden krijgen geen wedde. Overeenkomstig de nadere regels vervat in het reglement van orde krijgen ze presentiegeld indien zij de vergaderingen van de raad en van de commissies bijwonen. Indien de voorzitter van de vergadering geen lid is van het college, ontvangt hij een dubbel presentiegeld per raadsvergadering die hij voorzit. Hij ontvangt geen andere voordelen of vergoedingen. De raad bepaalt het bedrag van het presentiegeld. Het presentiegeld bedraagt tussen 37,18 euro en 125 euro. Dat minimumbedrag en dat maximumbedrag zijn gekoppeld aan de spilindex 138.01. § 2 - De som van het presentiegeld van het raadslid en van de bezoldigingen en voordelen in natura die hij wegens zijn oorspronkelijke mandaat, zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies en ambten van politieke aard zoals omschreven in artikel L5111-1 van het Wetboek krijgt, is gelijk aan of lager dan anderhalve keer de parlementaire vergoeding van de leden van het federale parlement. Indien dat maximumbedrag overschreden wordt, wordt het bedrag van het presentiegeld en/of de bezoldigingen en voordelen in natura die het raadslid wegens zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies en ambten van politieke aard heeft gekregen, dienovereenkomstig verminderd. § 3 - De raad kan het presentiegeld van een raadslid dat andere wedden, pensioenen, vergoedingen of toelagen uit wetten of regelgevingen geniet, op de door de Regering bepaalde wijze verhogen met een bedrag dat het door betrokkene geleden inkomensverlies compenseert, voor zover de mandataris er zelf om verzoekt. Het bedrag van het presentiegeld, vermeerderd met het bedrag ter compensatie van het inkomensverlies, mag nooit hoger zijn dan de wedde van een schepen van een gemeente met 50.000 inwoners. Art. 17.Raadslid met een beperking Een raadslid dat wegens een beperking zijn mandaat niet alleen kan uitoefenen, mag zich laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. Die vertrouwenspersoon is een kiezer van de gemeente die voldoet aan de verkiesbaarheidsvereisten voor het mandaat van raadslid en maakt geen deel uit van het personeel van de gemeente of van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de betrokken gemeente. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de Regering de criteria tot bepaling van de hoedanigheid van 'raadslid met een beperking' vast. Bij het verstrekken van die bijstand beschikt de vertrouwenspersoon over dezelfde middelen en is onderworpen aan dezelfde verplichtingen als het raadslid. De raad kan in zijn reglement van orde bepalen dat die vertrouwenspersoon overeenkomstig artikel 16 presentiegeld krijgt. Afdeling 2 - Vergaderingen, beraadslagingen en besluiten van de gemeenteraden of stadsraden Art. 18.Huishoudelijk reglement § 1 - De raad keurt een reglement van orde goed. Dat regelt op zijn minst: - de vaststelling van een voorrangstabel van de raadsleden; - de organisatie van de gemeenschappelijke vergaderingen met de raad voor maatschappelijk welzijn; - de in artikel 16 bepaalde vergoedingen van de raadsleden; - de toepassing van de in artikel 19 bepaalde rechten van de raadsleden; - de in artikel 21 bepaalde bijeenroeping van de raad, alsook de nadere regels voor de inzage in de stukken van de raadsvergadering; - de interpellaties bepaald in artikel 33; - de samenstelling en de werkwijze van de commissies bepaald in artikel 37; - de samenstelling en de taken van de in artikel 38 vermelde adviesraden; - de voorwaarden voor een aanvraag tot afwijking van artikel 38, § 2, eerste lid; - de dag/dagen van de vergaderingen van het college overeenkomstig artikel 57. Het reglement van orde kan aanvullende maatregelen bevatten, in het bijzonder: - de vergoeding van de vertrouwenspersoon voor het raadslid met een beperking, bepaald in artikel 17, derde lid; - aanvullende mogelijkheden om de raadsvergaderingen bekend te maken overeenkomstig artikel 22; - aanvullende goedkeuringsprocedures in de raad, overeenkomstig artikel 31; - de in artikel 77 bepaalde toegang tot het informatieblad van de gemeente. § 2 - Het reglement van orde bevat beroeps- en ethiekregels. Die waarborgen in het bijzonder: - de weigering van een mandaat dat niet volledig uitgeoefend kan worden; - de regelmatige deelname aan de vergaderingen van de raad, van het college en van de commissies; - de verhoudingen tussen de gekozenen en het bestuur; - de bereidheid om naar de burgers te luisteren; - de informatieverstrekking aan de burgers. Art. 19.Rechten van de raadsleden Geen akte en geen stuk betreffende het bestuur van de gemeente mag aan het onderzoek van de raadsleden worden onttrokken. De raadsleden kunnen een kopie van die akten en stukken ontvangen. Ze hebben toegang tot de gemeentelijke instellingen en gemeentediensten. De eventueel voor de kopie gevraagde vergoeding mag niet hoger zijn dan de kostprijs. De notulen van de vergaderingen van het college worden ter beschikking gesteld van de raadsleden via een beschermd internetplatform. De raadsleden kunnen het college mondelinge vragen stellen over actuele aangelegenheden en kunnen het college schriftelijke vragen stellen over besluiten van het college of van de raad, respectievelijk over adviezen van het college of de raad, voor zover die betrekking hebben op een aangelegenheid die het grondgebied van de gemeente betreft. Het reglement van orde bepaalt de nadere regels voor de toepassing van dit artikel. Art. 20.Vergaderritme De raad vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren, het vereisen en minstens tien keer per jaar. De raad kan gemeenschappelijke vergaderingen met de raad voor maatschappelijk welzijn houden. Art. 21.Bijeenroeping § 1 - Het college roept de raad bijeen op eigen initiatief of op verzoek van één derde van de zitting hebbende raadsleden. Als de raad in de loop van een kalenderjaar minder dan tien keer bijeengekomen is, moet het college, in afwijking van het eerste lid, de raad op verzoek van één vierde van de zitting hebbende raadsleden in het daaropvolgende jaar bijeenroepen. § 2 - Behalve in spoedeisende gevallen geschiedt de oproeping schriftelijk en aan huis, tenminste zeven dagen vóór de dag van de vergadering; in de oproeping wordt de agenda vermeld. Voor de toepassing van artikel 25, derde lid, wordt die termijn echter ingekort tot twee dagen. De agendapunten worden duidelijk vermeld. Daarbij wordt een samenvattende toelichting of een ontwerp van besluit gevoegd. Als het raadslid daarom schriftelijk verzoekt, kunnen de oproeping en de desbetreffende stukken per e-mail verzonden worden. Het college stelt een persoonlijk e-mailadres ter beschikking van elk raadslid dat daarom verzoekt. § 3 - De raadsleden kunnen alle stukken die betrekking hebben op de agendapunten ter plaatse inzien. De directeurs en de door hen aangewezen personeelsleden staan ter beschikking van de raadsleden voor technische uitleg en dit op minstens twee tijdstippen vóór de vergadering. Van die tijdstippen ligt één binnen de gewone kantooruren en één buiten de gewone kantooruren. § 4 - Het reglement van orde bepaalt de nadere regels voor de toepassing van de paragrafen 2 en 3. Art. 22.Bekendmaking van de vergadering Plaats, dag, uur en agenda van de openbare vergadering worden ter kennis gebracht via bekendmaking op het gemeentehuis en via bekendmaking op de website van de gemeente; voor die bekendmaking gelden dezelfde termijnen als voor de bijeenroeping van de raad. In het reglement van orde kunnen andere bekendmakingsvormen bepaald worden. De pers wordt uitgenodigd op de vergaderingen; de agenda wordt bij de uitnodiging gevoegd. Art. 23.Voorzitterschap De raad wordt voorgezeten door de burgemeester of door zijn vervanger. Vóór de goedkeuring van het meerderheidspact vermeld in artikel 41 wordt de raad voorgezeten door het raadslid dat op het einde van de vorige zittingsperiode de functie van burgemeester heeft uitgeoefend of, bij ontstentenis, een functie heeft uitgeoefend van schepen met de hoogste rang of, bij ontstentenis, een functie van raadslid met de meeste anciënniteit in de gemeenteraad of stadsraad. Bij ontstentenis wordt de raad voorgezeten door de kandidaat die bij de laatste verkiezingen de meeste voorkeurstemmen heeft verkregen op de lijst met het hoogste stemcijfer. Art. 24.Verloop van de vergadering § 1 - De voorzitter opent en sluit de vergadering. Hij is belast met de ordehandhaving in de vergadering. Hij kan, na een voorafgaande waarschuwing, terstond iedere persoon uit de zaal doen verwijderen die openlijk tekens van goed- of afkeuring geeft of op enigerlei wijze tumult veroorzaakt. Bovendien kan hij proces-verbaal opmaken tegen de overtreder en hem verwijzen naar de politierechtbank, die hem kan veroordelen tot een geldboete van 1 tot 25 euro of tot een gevangenisstraf van één tot drie dagen, onverminderd andere vervolgingen. § 2 - De notulen van de vorige vergadering worden minstens zeven dagen vóór de dag van de vergadering en in de spoedeisende gevallen bedoeld in artikel 21, § 2, samen met de agenda ter beschikking gesteld van de raadsleden. Elk raadslid heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen. Indien die opmerkingen worden aangenomen, legt de directeur-generaal nog tijdens de vergadering of ten laatste op de volgende vergadering een nieuwe tekst voor die in overeenstemming is met de beslissing van de raad. Indien er geen opmerkingen worden gemaakt vóór het einde van de vergadering, worden de notulen als goedgekeurd beschouwd en worden zij ondertekend door de burgemeester en de directeur-generaal. De raad kan beslissen dat de notulen geheel of gedeeltelijk tijdens de vergadering opgemaakt en door de aanwezige leden ondertekend worden. Art. 25.Aanwezigheidsquorum De raad kan alleen beraadslagen en besluiten wanneer de meerderheid van de zitting hebbende leden aanwezig is. De raad kan evenwel, indien hij tweemaal bijeengeroepen is zonder dat het vereiste aantal leden is opgekomen, na een derde en laatste oproeping, ongeacht het aantal aanwezige leden, op geldige wijze beraadslagen en besluiten over de onderwerpen die voor de derde maal op de agenda voorkomen. De tweede en de derde oproeping geschieden overeenkomstig artikel 21 en vermelden of de oproeping voor de tweede of de derde maal geschiedt. In de derde oproeping worden het eerste en het tweede lid van dit artikel bovendien woordelijk overgenomen. Art. 26.Belangenconflicten § 1 - Het is de leden van de raad en van het college verboden: 1° aanwezig te zijn bij een beraadslaging over zaken waarbij ze persoonlijk of als gelastigde een rechtstreeks belang hebben of waarbij hun bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben;2° aanwezig te zijn bij het onderzoek van de rekeningen der aan de gemeente ondergeschikte openbare besturen waarvan ze lid zijn. Inzake voordrachten van kandidaten, benoemingen in betrekkingen en tuchtrechtelijke vervolgingen geldt het verbod vermeld in het eerste lid, 1°, enkel ten aanzien van bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad. Elk lid van de raad of van het college dat onder één van die verboden valt, verlaat spontaan de beraadslaging. § 2 - Het is elk lid van de raad of van het college, alsook de directeurs verboden: 1° rechtstreeks of onrechtstreeks deel te nemen aan enige dienstverlening, levering of aanbesteding voor de gemeente;2° als advocaat, notaris of zaakwaarnemer op te treden in rechtsgedingen ingesteld tegen de gemeente;3° als raadsman van een personeelslid op te treden in tuchtaangelegenheden;4° als afgevaardigde van een vakverbond op te treden in een onderhandelings- of overlegcomité van de gemeente. Leden van de raad of van het college mogen in het belang van de gemeente pleiten, in geschillen advies geven of in geschillen optreden, maar alleen als ze dat kosteloos doen. Art. 27.Openbaarheid van de vergaderingen De vergaderingen van de raad zijn openbaar, behalve wanneer het om personen gaat. Zodra een dergelijk punt te berde wordt gebracht, beveelt de voorzitter de behandeling in besloten vergadering. Voor de toepassing van dit artikel worden volgende kwesties in ieder geval niet als personenkwesties beschouwd: 1° de aanwijzing van de vertegenwoordigers van de gemeente in openbare ambten of mandaten;2° onroerende goederen;3° aanvragen inzake ruimtelijke ordening, stedenbouw en milieu. Behoudens artikel 28 kan de raad, die uitspraak doet bij een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden, in het belang van de openbare orde en op grond van ernstige bezwaren, besluiten om een besloten vergadering te houden. De besloten vergadering wordt na de openbare vergadering gehouden, behalve in tuchtrechtelijke aangelegenheden. Indien tijdens de openbare vergadering blijkt dat een punt verder behandeld moet worden in een besloten vergadering, kan de openbare vergadering om die enkele reden onderbroken worden. Art. 28.Beraadslaging over de begroting en de rekeningen § 1 - Uiterlijk zeven dagen voor de vergadering waarop de raad beraadslaagt over de begroting, een begrotingswijziging of de rekeningen, bezorgt het college aan elk raadslid een exemplaar van het desbetreffende ontwerp. Het ontwerp wordt meegedeeld zoals het voor beraadslaging en besluit wordt voorgelegd aan de raad, samen met de bijlagen die vereist voor zijn definitieve vaststelling, met uitzondering van, voor wat betreft de rekeningen, de verantwoordingsstukken. Bij het ontwerp van de begroting en van de rekeningen wordt een verslag met een algemeen overzicht gevoegd. Het begrotingsverslag bevat in het bijzonder een overzicht van het algemeen en het financieel beleid van de gemeente, alsook de toestand van het bestuur en van de zaken van de gemeente. Het verslag dat verband houdt met de rekeningen bevat een overzicht van het beheer van de gemeentefinanciën tijdens het begrotingsjaar waarop die rekeningen betrekking hebben. De vergadering van de raad is openbaar. Voordat de raad beraadslaagt, licht het college de inhoud van het verslag toe. § 2 - Het college bezorgt de representatieve vakbondsorganisaties de volgende documenten binnen vijf dagen nadat ze zijn aangenomen: 1° de begroting en begrotingswijzigingen;2° de rekeningen. Bij de begroting en de rekeningen wordt informatie gevoegd over de structuur, de evolutie en de vooruitzichten inzake tewerkstelling, alsook over het personeel dat gedurende het hele referentiejaar of een deel van het referentiejaar wordt tewerkgesteld. Die informatie kan elektronisch worden meegedeeld. Als de representatieve vakorganisaties binnen vijf dagen na overzending van de documenten bedoeld in het eerste lid hierom verzoeken, nodigt het college ze zo snel mogelijk uit op een specifieke informatiesessie waarop die documenten worden voorgesteld en uitgelegd. Art. 29.Aanvullende agendapunten De raad mag alleen beraadslagen over punten die niet op de agenda staan, als twee derde van de aanwezige leden die punten als dringend beschouwt. Voorstellen die niet op de agenda staan, worden minstens vijf dagen voor de vergadering aan het college gericht. Daarbij wordt een samenvattende toelichting en een ontwerp van besluit gevoegd. De leden van het college kunnen geen gebruik maken van die mogelijkheid. Het college deelt de aanvullende agendapunten onmiddellijk mee aan de raadsleden. Art. 30.Besluitquorum § 1 - De besluiten worden bij volstrekte meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen wordt het voorstel als verworpen beschouwd. § 2 - De raad stemt over de gehele begroting en over alle rekeningen. Elk raadslid kan echter eisen dat over één of meer begrotingsartikelen of begrotingsposten of over één of meer groepen van begrotingsartikelen die door het raadslid worden bepaald, afzonderlijk gestemd wordt. In dat geval geschiedt de stemming over het geheel enkel na de stemming over het artikel of de artikelen, de groepen van artikelen of posten die op die wijze zijn bepaald, en de stemming heeft betrekking op de artikelen of posten waarvoor geen enkel lid de afzonderlijke stemming heeft gevraagd, en op de artikelen die reeds bij afzonderlijke stemming zijn aangenomen. Art. 31.Stemregels De raadsleden stemmen mondeling. Het reglement van orde kan in een stemprocedure voorzien die gelijkwaardig is met de mondelinge stemming. Als dusdanig worden beschouwd: de mechanisch uitgebrachte naamstem en de stemming bij handopsteking. Er wordt echter altijd mondeling gestemd als een derde van de aanwezige leden daarom verzoekt. In afwijking van het eerste lid wordt over voordrachten van kandidaten, benoemingen in betrekkingen, indisponibiliteitsstellingen, preventieve schorsingen in het belang van de dienst en tuchtstraffen bij geheime stemming gestemd. Art. 32.Stemming over personen Wordt bij benoemingen of voordrachten van kandidaten de vereiste meerderheid van stemmen niet bereikt bij de eerste stembeurt, dan wordt er opnieuw gestemd op de kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald. Te dien einde maakt de voorzitter een lijst op met tweemaal zoveel namen als er benoemingen of voordrachten moeten geschieden. De stemmen kunnen alleen uitgebracht worden op de kandidaten die op deze lijst voorkomen. De benoeming of de voordracht geschiedt bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen heeft de oudste kandidaat de voorkeur. Art. 33.Interpellaties § 1 - De inwoners van de gemeente kunnen het college tijdens de openbare vergadering van de raad rechtstreeks interpelleren. In de zin van dit artikel is inwoner elke natuurlijke persoon die de volle leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en die sinds minstens zes maanden ingeschreven is op het bevolkingsregister van de gemeente alsmede elke rechtspersoon waarvan de maatschappelijke zetel of de bedrijfszetel op het grondgebied van de gemeente is gelegen en die vertegenwoordigd is door een natuurlijke persoon die de volle leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. § 2 - De volledige tekst van de voorgestelde interpellatie wordt schriftelijk bij het college ingediend. Om ontvankelijk te zijn, moet een interpellatie aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° ingediend worden door één enkele persoon;2° geformuleerd zijn als een vraag die niet meer dan tien minuten spreektijd vereist;3° betrekking hebben op een feit dat onder de beslissingsbevoegdheid of adviesbevoegdheid van het gemeentebestuur valt, voor zover het betrekking heeft op het grondgebied van de gemeente;4° van algemeen belang zijn. Een interpellatie mag niet: 1° strijdig zijn met de fundamentele vrijheden en rechten;2° van persoonlijke aard zijn;3° bedoeld zijn om statistische gegevens of informatiemateriaal te verkrijgen;4° alleen bedoeld zijn om juridisch advies te krijgen. Het college beslist over de ontvankelijkheid van de interpellatie. De beslissing tot niet-ontvankelijkheid wordt op de eerstvolgende vergadering van de raad met redenen omkleed. § 3 - Nadat de voorzitter hem hierom verzocht heeft, stelt de interpellant zijn vraag in de openbare vergadering van de raad; daarbij houdt hij zich aan de regels m.b.t. het nemen van het woord binnen de vergadering en beperkt hij zijn spreektijd tot hoogstens tien minuten. Het college antwoordt op de interpellaties. De interpellant heeft twee minuten de tijd om op het antwoord te reageren; daarna wordt de behandeling van dat agendapunt definitief gesloten. De interpellaties worden opgenomen in de notulen van de vergadering van de raad en worden bekendgemaakt op de website van de gemeente. § 4 - De raad kan een interpellatiecommissie overeenkomstig artikel 37 oprichten. § 5 - Het reglement van orde bepaalt de nadere regels voor de toepassing van dit artikel. Art. 34.Inzagerecht De inwoners van de gemeente en de door de Regering daartoe gemachtigde personen moeten de besluiten van de raad ter plaatse kunnen inzien; die inzage mag hen niet geweigerd worden. De raad kan evenwel beslissen dat besluiten die in besloten vergaderingen zijn genomen, gedurende een bepaalde tijd geheimgehouden worden. Afdeling 3 - Bevoegdheden van de gemeenteraad of stadsraad Art. 35.Algemene bevoegdheid De raad regelt alles wat van gemeentelijk belang is. Hij beraadslaagt over elk ander onderwerp dat de hogere overheid hem voorlegt. De raad wijst de leden van alle commissies aan, alsook de vertegenwoordigers van de raad in de rechtspersonen waarin de gemeente vertegenwoordigd is. De raad kan die mandaten altijd intrekken. Art. 36.Inwendig bestuur De raad maakt de gemeentelijke reglementen van inwendig bestuur. Afschriften van die reglementen worden onmiddellijk toegezonden aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan de griffie van de politierechtbank, waar ze in een daartoe bestemd register worden ingeschreven. Art. 37.Commissies De raad kan in eigen kring commissies oprichten die belast zijn met de voorbereiding van zijn vergaderingen. De mandaten van commissielid worden voor elke commissie evenredig verdeeld onder de fracties waaruit de raad bestaat. Het reglement van orde bepaalt de nadere regels voor de samenstelling en de werkwijze van de commissies. De commissies kunnen steeds deskundigen en belanghebbenden horen. Art. 38.Adviesraden § 1 - De raad kan adviesraden oprichten die tot taak hebben advies te verlenen over aangelegenheden van gemeentelijk belang. Hij regelt de samenstelling van die adviesraden en bepaalt in welke gevallen die adviesraden verplicht geraadpleegd moeten worden. § 2 - Maximum twee derde van de leden van een adviesraad is van hetzelfde geslacht. Als die voorwaarde niet vervuld is, kan de betrokken adviesraad geen geldige adviezen uitbrengen. De raad kan, na een met redenen omkleed verzoek van de adviesraad, afwijkingen van het eerste lid toestaan. Indien op grond van het vorige lid geen enkele afwijking wordt toegestaan, beschikt de adviesraad over een termijn van drie maanden om te voldoen aan de voorwaarde gesteld in het eerste lid. Indien de adviesraad bij verstrijken van die termijn niet aan die voorwaarde voldoet, kan hij te rekenen vanaf die datum geen enkel geldig advies meer uitbrengen. § 3 - De raad stelt de adviesraden de middelen ter beschikking die voor de vervulling van hun opdracht nodig zijn. In het jaar waarin de raad vernieuwd wordt, legt het college de raad een verslag over de toepassing van dit artikel voor. Art. 39.Delegatie van de bevoegdheid om toelagen toe te kennen § 1 - De raad kan de bevoegdheid om de volgende toelagen toe te kennen, overdragen aan het college: 1° toelagen die nominatief in de begroting zijn opgenomen;2° verstrekkingen in natura;3° toelagen die gemotiveerd zijn wegens dringende noodzakelijkheid of wegens dwingende en onvoorziene redenen. Het besluit van het college dat op basis van het eerste lid, 3°, is aangenomen, wordt ter kennis gebracht van de raad op de volgende vergadering van de raad. § 2 - Het college brengt jaarlijks verslag uit aan de raad over: 1° de toelagen die tijdens het boekjaar krachtens dit artikel werden toegekend;2° de toelagen waarvan het gebruik tijdens het boekjaar krachtens artikel 182 werd gecontroleerd. § 3 - De raad kan die bevoegdheid hoogstens delegeren voor de duur van zijn zittingsperiode. HOOFDSTUK 2 - De burgemeester en het college Afdeling 1 - Fracties en meerderheidspact Art. 40.Fracties Het raadslid of de raadsleden gekozen op dezelfde lijst gedurende de verkiezingen vormen een fractie waarvan de benaming die van voornoemde lijst is. Het raadslid dat tijdens de zittingsperiode zijn fractie verlaat of uit zijn fractie uitgesloten wordt, verliest van rechtswege alle afgeleide mandaten zoals bepaald in artikel L5111-1 van het Wetboek. De door het betrokken raadslid ondertekende akte van ontslag of, naargelang van het geval, de door de meerderheid van de fractieleden ondertekende akte van uitsluiting wordt aan het college overgezonden en wordt ter kennis gebracht van de raad op zijn eerstvolgende vergadering. Het ontslag of, naargelang van het geval, de uitsluiting treedt op die datum in werking. Een uittreksel van de notulen wordt overgezonden aan de instellingen waarin het lid wegens zijn hoedanigheid van raadslid tot dusver zitting had. Voor de toepassing van dit artikel en voor de toepassing van artikel 51 blijft het raadslid als lid van de verlaten fractie beschouwd worden. Art. 41.Meerderheidspact § 1 - Uiterlijk op de tweede maandag van de maand na de verkiezingen wordt elk ontwerp van een meerderheidspact aan de directeur-generaal bezorgd. Deze pactontwerpen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het publiek bij wijze van aanplakking aan het gemeentehuis. Het pactontwerp omvat: 1° de vermelding van de fracties die erbij betrokken zijn;2° de identiteit van de voorgedragen burgemeester;3° de identiteit van de voorgedragen schepenen. In het pactontwerp worden personen van beide geslachten voorgedragen. Het pactontwerp wordt ondertekend door alle daarin aangewezen personen en door de meerderheid van de leden van elke fractie onder wie minstens één persoon wordt voorgedragen om deel uit te maken van het college. Wanneer een fractie uit slechts twee leden bestaat, wordt het pactontwerp door minstens één van beide ondertekend. De handtekening van een raadslid op een pactontwerp dat niet door de meerderheid van zijn fractie is ondertekend, is nietig. § 2 - De raad neemt het meerderheidspact aan binnen drie maanden na de datum waarop de verkiezingen geldig zijn verklaard. Over het meerderheidspact wordt in openbare vergadering gestemd. § 3 - De burgemeester is het raadslid van Belgische nationaliteit uit één van de fracties die deelachtig zijn aan het meerderheidspact en wiens identiteit vermeld is in het meerderheidspact. § 4 - Indien geen meerderheidspact goedgekeurd is binnen de termijn vermeld in paragraaf 2, kan de Regering een commissaris aanwijzen die de lopende zaken afhandelt in de plaats van het college, dat deze opdracht krachtens artikel 8 vervulde. Het agendapunt 'goedkeuring van het meerderheidspact' komt op de agenda van elke vergadering van de raad tot die goedkeuring een feit is. § 5 - Als alle leden van het college tijdens de zittingsperiode ontslagnemend zijn, wordt het meerderheidspact als verbroken beschouwd. Binnen dertig dagen na aanvaarding van het ontslag van alle leden van het college, moet bij de directeur-generaal een nieuw meerderheidspact worden ingediend. Indien na dertig dagen geen nieuw meerderheidspact is ingediend, stelt de Regering een bemiddelaar aan en bepaalt ze zijn opdracht. Indien ook die opdracht niet tot de goedkeuring van een meerderheidspact leidt, laat de Regering nieuwe verkiezingen plaatsvinden. In dat geval belast de Regering de directeur-generaal ermee het register van de gemeenteraadskiezers op te maken op de dag van de kennisgeving van die regeringsbeslissing aan de raad en de kiezers op te roepen voor nieuwe verkiezingen die binnen vijftig dagen na die kennisgeving worden gehouden. De precieze kalender van de kiesverrichtingen wordt door de Regering bepaald. De nieuwe raadsleden voleindigen het mandaat van de raadsleden die ze vervangen. Art. 42.Aanhangsel bij het meerderheidspact Tijdens de zittingsperiode kan een aanhangsel bij het meerderheidspact aangenomen worden om te voorzien in de definitieve vervanging van een lid van het college. Het aanhangsel wordt met meerderheid van de stemmen van de aanwezige raadsleden aangenomen. Het nieuwe lid van het college voltooit het mandaat van het lid dat het vervangt. Afdeling 2 - Het college Art. 43.Aantal schepenen Er zijn: - twee schepenen in gemeenten met minder dan 1.000 inwoners; - drie schepenen in gemeenten met 1.000 tot 4.999 inwoners; - vier schepenen in gemeenten met 5.000 tot 9.999 inwoners; - vijf schepenen in gemeenten met 10.000 tot 19.999 inwoners; - zes schepenen in gemeenten met 20.000 tot 29.999 inwoners; - zeven schepenen in gemeenten met meer dan 30.000 inwoners. De raad kan beslissen om het aantal schepenen met één eenheid te verminderen. Art. 44.Samenstelling Het college bestaat uit de burgemeester en de schepenen. Het bestaat uit personen van beide geslachten. Art. 45.Verkiezing van de schepenen § 1 - De schepenen worden gekozen uit de raadsleden. Indien alle leden van de fracties die aan het meerderheidspact gebonden zijn van hetzelfde geslacht zijn, wordt één schepen buiten de raad aangewezen. De zo aangewezen schepen is in elk geval stemgerechtigd in het college. Hij neemt met raadgevende stem deel aan de vergaderingen van de raad. Als een schepen geen lid van de raad is, moet hij de verkiesbaarheidsvoorwaarden vermeld in artikel L4125-1 van het Wetboek vervullen en blijven vervullen. In het meerderheidspact wordt vermeld bij welke fractie de buiten de raad aangewezen schepen wordt ingedeeld. § 2 - De raadsleden van wie de identiteit in het aangenomen meerderheidspact vermeld wordt, worden van rechtswege tot schepen gekozen. De rang van de schepenen wordt bepaald door hun plaats op de lijst die in het meerderheidspact is opgenomen. Art. 46.Verhindering § 1 - Als verhinderd tijdens de uitoefening van het ambt van burgemeester of schepen wordt de burgemeester of schepen beschouwd die het ambt van minister, staatssecretaris of regeringslid uitoefent of die met toepassing van artikel 47 verlof neemt. Als de burgemeester afwezig of verhinderd is, wordt zijn ambt waargenomen door de schepen met Belgische nationaliteit die de burgemeester daartoe heeft aangewezen. Als de burgemeester geen vervanger heeft aangewezen, wordt hij vervangen door de eerst gekozen schepen met de Belgische nationaliteit. § 2 - Een schepen die een als verhinderd beschouwde burgemeester vervangt, wordt overeenkomstig paragraaf 3 op verzoek van het college vervangen tijdens de periode waarin hij de burgemeester vervangt. § 3 - De afwezige of verhinderde schepen kan voor de periode van zijn afwezigheid of verhindering, op voordracht van het college, vervangen worden door een raadslid dat door de raad wordt aangewezen onder de raadsleden van de fractie waartoe hij behoort. Bij ontstentenis kan hij vervangen worden door een raadslid van een andere fractie die aan het meerderheidspact gebonden is. Onder de voorwaarden bepaald bij artikel 45, § 1, tweede lid, kan de afwezige of verhinderde schepen vervangen worden door een buiten de raad gekozen schepen van dezelfde fractie, als alle leden van het college en alle raadsleden die behoren tot de fracties die door het meerderheidspact gebonden zijn, van hetzelfde geslacht zijn. Art. 47.Verloven De burgemeester of de schepen kan verlof nemen naar aanleiding van de geboorte of de adoptie van een kind. Hij deelt zijn verlof schriftelijk mee aan het college, met vermelding van de aanvangs- en einddatum. Het verlof duurt ten hoogstens twintig weken. Het eindigt uiterlijk twintig weken na de geboorte of adoptie van het kind. De verlofaanvraag als schepen of burgemeester wordt schriftelijk en met vermelding van de aanvangs- en einddatum ingediend, indien de betrokkene tijdens die periode raadslid wil blijven. Art. 48.Ontslag Het ontslag uit het ambt van burgemeester of schepen wordt schriftelijk meegedeeld aan de raad. De raad neemt kennis van het ontslag op de eerste vergadering na die kennisgeving. Het ontslag wordt werkzaam de datum waarop de raad er kennis van neemt. De burgemeester of schepen die op het tijdstip van zijn verkiezing raadslid is, verliest die hoedanigheid wanneer hij geen deel meer uitmaakt van de raad. Art. 49.Tuchtmaatregelen De Regering kan de burgemeester of schepen wegens kennelijk wangedrag of grove nalatigheid schorsen of afzetten; betrokkene wordt vooraf gehoord. De schorsing mag niet meer dan drie maanden bedragen. De afgezette burgemeester of schepen kan tijdens dezelfde zittingsperiode niet herkozen worden. Art. 50.OCMW-voorzitter De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn neemt met raadgevende stem deel aan de vergaderingen van het college als het gaat om de uitoefening van het toezicht op de beslissingen van de raad voor maatschappelijk welzijn. Als hij geen lid van de raad is, neemt hij met raadgevende stem deel aan de vergaderingen van de raad. Afdeling 3 - Verantwoordelijkheid van het college Art. 51.Motie van wantrouwen § 1 - Het college en elk collegelid is verantwoordelijk voor de raad. De raad kan een collectieve motie van wantrouwen aannemen tegen het hele college of kan een individuele motie van wantrouwen aannemen tegen één of meer leden van het college. Die motie van wantrouwen is alleen ontvankelijk: 1° indien daarin een opvolger voor het college of voor één of meer van zijn leden wordt voorgedragen;2° bij een collectieve motie van wantrouwen: indien ze ingediend wordt door minstens de helft van de raadsleden van elke fractie die een alternatieve meerderheid vormt;3° bij een individuele motie van wantrouwen: indien ze ingediend wordt door minstens de helft van de raadsleden van elke fractie die meewerken aan het meerderheidspact. Na overhandiging van de motie van wantrouwen aan de directeur-generaal worden het debat en de stemming over de motie van wantrouwen op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de raad geplaatst, op voorwaarde dat er minstens zeven dagen na die overhandiging verstreken zijn. De directeur-generaal bezorgt alle leden van het college en van de raad onmiddellijk een kopie van de motie van wantrouwen en brengt de indiening van de motie van wantrouwen ter kennis van het publiek door bekendmaking aan het gemeentehuis. Bij een individuele motie van wantrouwen kunnen de betrokken leden van het college hun opmerkingen persoonlijk ten overstaan van de raad doen gelden en in ieder geval voordat gestemd wordt. De motie van wantrouwen wordt in openbare vergadering aangenomen. De aanneming van de motie van wantrouwen leidt tot het ontslag van het college of zijn betrokken lid/leden, alsook tot de verkiezing van het nieuwe college of zijn nieuwe lid/leden. § 2 - Er mag geen collectieve motie van wantrouwen worden ingediend voor het verstrijken van een termijn van anderhalf jaar na de installatie van het college of na 30 juni van het jaar vóór de verkiezingen. Indien de raad een collectieve motie van wantrouwen heeft aangenomen, mag geen nieuwe collectieve motie van wantrouwen worden ingediend voor het verstrijken van een termijn van één jaar. In de loop van eenzelfde zittingsperiode mogen hoogstens twee collectieve moties van wantrouwen aangenomen worden. Afdeling 4 - Wedde en onderscheidingsteken van de burgemeesters en schepenen Art. 52.Wedden § 1 - De burgemeester ontvangt de volgende wedde: 1° gemeenten met 300 inwoners en minder: 13.785,16 euro; 2° gemeenten met 301 tot 500 inwoners: 15.242,03 euro; 3° gemeenten met 501 tot 750 inwoners: 16.697,77 euro; 4° gemeenten met 751 tot 1.000 inwoners: 18.639,00 euro; 5° gemeenten met 1.001 tot 1.250 inwoners: 20.580,68 euro; 6° gemeenten met 1.251 tot 1.500 inwoners: 21.186,92 euro; 7° gemeenten met 1.501 tot 2.000 inwoners: 21.793,61 euro; 8° gemeenten met 2.001 tot 2.500 inwoners: 22.582,33 euro; 9° gemeenten met 2.501 tot 3.000 inwoners: 23.492,59 euro; 10° gemeenten met 3.001 tot 4.000 inwoners: 24.523,74 euro; 11° gemeenten met 4.001 tot 5.000 inwoners: 25.433,75 euro; 12° gemeenten met 5.001 tot 6.000 inwoners: 28.100,01 euro; 13° gemeenten met 6.001 tot 8.000 inwoners: 29.912,10 euro; 14° gemeenten met 8.001 tot 10.000 inwoners: 31.983,61 euro; 15° gemeenten met 10.001 tot 15.000 inwoners: 36.663,56 euro; 16° gemeenten met 15.001 tot 20.000 inwoners: 39.276,32 euro; 17° gemeenten met 20.001 tot 25.000 inwoners: 46.817,39 euro; 18° gemeenten met 25.001 tot 35.000 inwoners: 49.891,02 euro; 19° gemeenten met 35.001 tot 50.000 inwoners: 52.810,93 euro; 20° gemeenten met 50.001 tot 80.000 inwoners: 61.937,53 euro; 21° gemeenten met 80.001 tot 150.000 inwoners: 74.668,50 euro; 22° gemeenten met meer dan 150.000 inwoners: 80.492,09 euro. Die wedden zijn gekoppeld aan de spilindex 138.01. De wedden van de schepenen bedragen 60 % van de wedde van de burgemeester van dezelfde gemeente. De Regering bepaalt de nadere regels voor de betaling van die wedden. Indien de vaststelling van de wedden de vermindering of de afschaffing van andere wedden, vergoedingen of toelagen uit wet of regelgeving teweegbrengen, kan de Regering op de door haar bepaalde wijze de wedde van de burgemeester of schepen verminderen indien laatstgenoemden daarom verzocht hebben. De raad kan de wedde van de burgemeester of schepen die andere wedden, pensioenen, vergoedingen of toelagen uit wet of regelgeving geniet, op de door de Regering bepaalde wijze verhogen met een bedrag dat het door betrokkene geleden inkomensverlies compenseert, voor zover de mandataris er zelf om verzoekt. De burgemeesters- of schepenenwedde verhoogd met het bedrag ter compensatie van het inkomensverlies mag de wedde van een burgemeester of schepen van een gemeente van 50.000 inwoners nooit te boven gaan. § 2 - De Regering bepaalt het vakantiegeld en de eindejaarspremie van de burgemeesters en de schepenen. § 3 - Buiten die wedden mogen de burgemeesters en schepenen geen emolumenten van de gemeente krijgen. Art. 53.Vervanging Wanneer een schepen de burgemeester gedurende één maand of langer vervangt, wordt hem de aan het burgemeestersambt verbonden wedde toegekend. De schepen die het ambt van burgemeester waarneemt mag niet tegelijk de wedde van burgemeester en die van schepen ontvangen. Hetzelfde geldt wanneer een lid van de raad gedurende één maand of langer het ambt van schepen waarneemt. In dat geval ontvangt hij de wedde die aan het ambt van schepen verbonden is voor de periode waarin hij dat ambt waarneemt. De verhinderde burgemeester of schepen krijgt geen wedde voor de periode waarin hij verhinderd is, tenzij hij vervangen wordt wegens ziekte. Art. 54.Maximumwedde De som van de wedde van de burgemeester of schepen en van de bezoldigingen en voordelen in natura die hij wegens zijn oorspronkelijke mandaten, zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies en ambten van politieke aard zoals omschreven in artikel L5111-1 van het Wetboek krijgt, is gelijk aan of lager dan anderhalve keer de parlementaire vergoeding verkregen door de leden van het federale parlement. Indien het maximumbedrag vastgesteld in het eerste lid overschreden wordt, wordt het bedrag van de wedde van de burgemeester of schepen en/of van de bezoldigingen en voordelen in natura verkregen door de burgemeester of schepen wegens zijn afgeleide mandaten en zijn openbare mandaten, functies en ambten van politieke aard dienovereenkomstig verminderd. Art. 55.Onderscheidingsteken van de burgemeesters en schepenen De Regering bepaalt het onderscheidingsteken van de burgemeesters en de schepenen. Afdeling 5 - Vergaderingen, beraadslagingen en besluiten van het college Art. 56.Voorzitterschap De burgemeester zit het college van rechtswege voor. Art. 57.Vergaderingen en aanwezigheidsquorum Het college vergadert op de dagen en uren die door het reglement van orde zijn bepaald, en zo dikwijls als de spoedige afhandeling van de zaken het vereist. Het kan alleen beraadslagen en besluiten wanneer meer dan de helft van zijn leden aanwezig is. De vergaderingen van het college zijn niet openbaar. Alleen de beslissingen worden opgenomen in de notulen en in het register van de beraadslagingen. Art. 58.Buitengewone vergadering De oproeping voor de buitengewone vergaderingen geschiedt minstens twee dagen op voorhand schriftelijk op het woonadres of via e-mail. In spoedeisende gevallen stelt de burgemeester de dag en het uur van de vergadering vast. Art. 59.Stemregels De besluiten worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen verdaagt het college de zaak tot een volgende vergadering, tenzij het college een lid van de raad oproept in de volgorde van inschrijving op de ranglijst. Indien de meerderheid van het college de zaak evenwel vóór de behandeling spoedeisend heeft verklaard, is de stem van de voorzitter beslissend. Hetzelfde geldt wanneer op drie vergaderingen de stemmen staken over éénzelfde zaak, zonder dat in het college een meerderheid van stemmen is verkregen om een raadslid op te roepen. De artikelen 26, 31 en 32 zijn van toepassing op de vergaderingen van het college. Afdeling 6 - Bevoegdheden van het college Art. 60.Bevoegdheden Het college is belast met: 1° de uitvoering van de voorschriften van de hogere besturen, voor zover die opdracht uitdrukkelijk aan het college is opgedragen;2° de bekendmaking en uitvoering van de raadsbesluiten;3° het beheer van de gemeentelijke instellingen;4° het beheer van de inkomsten, de afgifte van bevelschriften tot betaling van de uitgaven van de gemeente en het toezicht op de boekhouding;5° de leiding van de gemeentewerken;6° in rechte optreden voor de gemeente;7° het beheer van de eigendommen van de gemeente, alsmede de vrijwaring van haar rechten;8° het toezicht op de door de gemeente bezoldigde personeelsleden;9° het onderhoud van de wegen en waterlopen;10° de bewaring van het archief en de titels. Het college maakt van de in het eerste lid, 10°, vermelde documenten, alsook van de charters en andere oude bescheiden van de gemeente, inventarissen in tweevoud op en belet dat enig stuk verkocht of uit de bewaarplaats weggenomen wordt. Art. 61.Machtigingen De burgemeester en de ambtenaar van de burgerlijke stand kunnen, ieder wat hem betreft, personeelsleden machtigen tot: 1° het afgeven van uittreksels uit of afschriften van andere akten dan die van de burgerlijke stand;2° het legaliseren van handtekeningen;3° het voor eensluidend verklaren van afschriften van stukken. Die machtiging geldt voor de stukken bestemd om in België of in het buitenland te dienen, met uitzondering van de stukken die gelegaliseerd moeten worden door de federale minister van Buitenlandse Zaken of door de ambtenaar die hij daartoe machtigt. Boven de handtekening, naam en functie van het personeelslid aan wie de machtiging werd verleend, moet van die machtiging melding worden gemaakt. Art. 62.Beleidsprogramma Binnen drie maanden na goedkeuring van het meerderheidspact legt het college de raad een algemeen beleidsprogramma voor dat de duur van diens mandaat dekt en dat minstens de voornaamste beleidsprojecten bevat. Na goedkeuring door de raad wordt dat algemeen beleidsprogramma bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van artikel 74 en op de door de raad bepaalde wijze. Afdeling 7 - Bevoegdheden van de burgemeester Art. 63.Algemene bevoegdheid De burgemeester is belast met de uitvoering van de voorschriften van de hogere besturen die niet uitdrukkelijk aan het college of aan de raad zijn opgedragen. Art. 64.Opvorderingsrecht Op met redenen omkleed verzoek van de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn beschikt de burgemeester vanaf de ingebrekestelling van de eigenaar over een recht tot opvordering van elk pand dat sinds meer dan zes maanden verlaten is om het ter beschikking te stellen van daklozen. Dat opvorderingsrecht kan enkel uitgeoefend worden binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag waarop de burgemeester de eigenaar op de hoogte heeft gebracht, en op voorwaarde dat de eigenaar een billijke vergoeding krijgt. De Regering bepaalt de perken, voorwaarden en nadere regels voor de uitoefening van dat opvorderingsrecht; de Regering bepaalt ook de procedure, de duur van de bezetting, de manier waarop de eigenaar op de hoogte wordt gebracht en de mogelijkheden tot verweer tegen de opvordering, evenals de berekeningswijze van de vergoeding. HOOFDSTUK 3 - Onverenigbaarheden Art. 65.Onverenigbaarheden: raad en college De volgende personen mogen geen deel uitmaken van de raad, noch van het college: 1° leden van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;2° provinciegouverneurs;3° leden van het provinciecollege;4° directeurs-generaal van de provincie;5° arrondissementscommissarissen;6° personeelsleden van de gemeente en personen die een wedde of toelage ontvangen van de gemeente;7° ambtenaren van het bosbeheer, wanneer hun bevoegdheid zich uitstrekt tot beboste eigendommen die aan het bosbeheer onderworpen zijn en die toebehoren aan de gemeente waarin zij hun ambt uitoefenen;8° leden van de hoven, rechtbanken, parketten en de griffiers van de rechterlijke orde;9° staatsraden;10° secretarissen en ontvangers van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn waarvoor de gemeente bevoegd is;11° bloed- of aanverwanten - tot en met de tweede graad - van de directeurs en de gewestelijke ontvanger van de gemeente en de personen die met hen gehuwd zijn of wettelijk samenwonen. De bepalingen van het eerste lid gelden ook voor de niet-Belgische onderdanen van de Europese Unie die in België verblijven en in een andere lidstaat van de Europese Unie ambten uitoefenen die gelijkwaardig zijn aan de ambten die in die bepalingen zijn bedoeld. Art. 66.Onverenigbaarheden: college Onverminderd de onverenigbaarheden vermeld in artikel 65 kunnen de volgende personen geen lid zijn van het college: 1° bedienaren van de erediensten en vertegenwoordigers van de vrijzinnige organisaties;2° personeelsleden van de fiscale besturen, in de gemeenten die tot hun werk- of ambtsgebied horen, behoudens door de Regering toegestane afwijkingen;3° ambtenaren-generaal onderworpen aan de mandaatregeling binnen de diensten van de federale Regering, de Regering van een gewest of een gemeenschap en de instellingen van openbaar nut die ervan afhangen;4° titularissen van een ambt binnen een instelling van openbaar nut dat erin bestaat de algemene leiding van die instelling te waarborgen. De bepalingen van het eerste lid gelden ook voor de niet-Belgische onderdanen van de Europese Unie die in België verblijven en in een andere lidstaat van de Europese Unie ambten uitoefenen die gelijkwaardig zijn aan de ambten die in die bepalingen zijn bedoeld. Art. 67.Verwanten in de raad § 1 - De leden van de raad mogen geen bloed- of aanverwanten zijn tot en met de tweede graad, noch door de echt verbonden zijn of wettelijk samenwonen. Personen wier echtgenoten of wettelijk samenwonenden elkaars bloedverwanten zijn in de eerste of de tweede graad, kunnen niet tegelijk deel uitmaken van de raad. § 2 - Worden bloed- of aanverwanten in één van die graden, echtgenoten of wettelijk samenwonenden gekozen bij eenzelfde verkiezing, dan wordt de voorkeur bepaald door de grootte van de quotiënten op grond waarvan de door die kandidaten verkregen zetels aan hun lijst zijn toegekend. Worden twee bloed- of aanverwanten in een verboden graad of twee echtgenoten of twee wettelijk samenwonenden gekozen, de een tot raadslid, de ander tot opvolger, dan geldt het verbod om zitting te nemen alleen voor de opvolger, tenzij de plaats waarvoor hij in aanmerking komt, opengevallen is vóór de verkiezing van zijn bloedverwant, aanverwant of echtgenoot. Tussen opvolgers die voor opengevallen mandaten in aanmerking komen, wordt de voorrang allereerst bepaald naar tijdsorde van het openvallen van de mandaten. De verkozene die onder de in de eerste tot derde lid bedoelde omstandigheden niet geïnstalleerd is, behoudt het recht om later de eed te mogen afleggen. Hij wordt vervangen door de opvolger die als eerste in aanmerking komt op de lijst waarop hij verkozen werd. Wanneer de onverenigbaarheid ophoudt, wordt laatstgenoemde als eerste opvolger gerangschikt. § 3 - Aanverwantschap die later tot stand komt onder de leden van de raad, heeft geen verval van hun mandaat als gevolg. De aanverwantschap wordt geacht op te houden bij overlijden of echtscheiding van de persoon door wie zij tot stand is gekomen. Art. 68.Onverenigbare ambten § 1 - Raadsleden die een met hun mandaat onverenigbaar ambt of een wedde of toelage van de gemeente aanvaarden, houden op deel uit te maken van de raad, indien ze binnen vijftien dagen na de aan hen gerichte aanmaning van het college niet afzien van het onverenigbaar ambt of van de door de gemeente verleende wedde of toelage. § 2 - Het raadslid dat in één van de situaties van onverenigbaarheid bedoeld in de artikelen 65 en 67 verkeert, mag zijn ambt niet meer uitoefenen. Het college stelt de raad en de betrokkene daarvan in kennis. Laatstgenoemde kan zijn verweermiddelen binnen een termijn van vijftien dagen meedelen aan het college. De raad neemt akte van de feiten die van dien aard zijn dat ze de onverenigbaarheid als gevolg hebben, en stelt de ontzetting uit het ambt van rechtswege vast. Hij leidt de procedure voor de vervanging van het betrokken lid in. Tegen dat besluit kan beroep worden ingesteld overeenkomstig artikel 16 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Dat beroep moet worden ingesteld binnen acht dagen na kennisgeving van het besluit. Indien de betrokkene zijn ambt blijft uitoefenen hoewel hij, zelfs bij ontstentenis van enige kennisgeving, kennis heeft van de oorzaak van de ontzetting uit het ambt, is hij strafbaar met de straffen bepaald in artikel 262 van het Strafwetboek. § 3 - Onverminderd artikel L1531-2, § 6, van het Wetboek mag een lid van het college van een aangesloten gemeente geen zitting hebben als vast lid binnen een bestuursorgaan van een intercommunale. § 4 - De directeur-generaal houdt volgens de aanwijzingen van de Regering een lijst bij van de in artikel 16, § 2, vermelde ambten en mandaten die de raadsleden waarnemen. Die lijst bevat op zijn minst: 1° de naam van de instelling waarin het raadslid een mandaat bekleedt;2° de functie van het raadslid in elke instelling;3° de datum waarop de aanwijzing is ingegaan;4° de aard en/of het bedrag van de toegekende vergoedingen en voordelen. De raadsleden delen de gegevens die noodzakelijk zijn om de lijst op te stellen en alle desbetreffende wijzigingen mee aan de directeur-generaal. Die voortdurend bijgewerkte lijst wordt op zijn minst bekendgemaakt op de website van de gemeente. Elk raadslid dat, zelfs op uitdrukkelijk verzoek van de directeur-generaal, nalaat om de aangevraagde gegevens mee te delen of valse gegevens meedeelt, wordt overeenkomstig de wetgeving op de gemeentelijke administratieve sancties gestraft met een administratieve geldboete van 250 euro. In geval van herhaling tijdens dezelfde zittingsperiode wordt die straf verdubbeld. Art. 69.Aantal toegestane mandaten Een raadslid of een lid van het college mag niet meer dan drie bezoldigde mandaten in intercommunales hebben. Het aantal mandaten wordt berekend door optelling van de bezoldigde mandaten die de verkozene binnen de intercommunales bekleedt, in voorkomend geval vermeerderd met de bezoldigde mandaten di …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.