← België

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende nadere regels voor de milieueffectrapportage over projecten en voor de omgevingsveiligheidsrapportage

Kort samengevat

Dit besluit regelt de procedures voor milieueffectrapportage (MER) en omgevingsveiligheidsrapportage (OVR) voor projecten, met als doel de milieubescherming en het efficiënt gebruik van hulpbronnen te verbeteren. Het stroomlijnt deze procedures en integreert ze gedeeltelijk in de vergunningsprocedure.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
17 FEBRUARI 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende nadere regels voor de milieueffectrapportage over projecten en voor de omgevingsveiligheidsrapportage De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, VERSLAG AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING 1. INLEIDING 1.1. Krachtlijnen van het besluit Vooreerst geeft het voorliggende voorontwerp van besluit invulling aan de milieueffectrapportage- en omgevingsveiligheidsrapportageprocedure voorafgaand aan de vergunningsprocedure, t.t.z. de zogenaamde aanmeldingsprocedure met inbegrip van de voorlopige goed- of afkeuring van het project-MER of OVR. Er worden ook nog bepaalde aspecten van de project-MER in de vergunningsprocedure geregeld, met name de advisering van de adviesinstanties van het ontwerp van project-MER in het kader van de vergunningsprocedure. Verder geeft voorliggend voorontwerp van besluit uitvoering aan het decreet van 14 december 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/12/2016 pub. 20/07/2017 numac 2017030555 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2017 sluiten decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het decreet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/2006 pub. 22/01/2007 numac 2006037062 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming type decreet prom. 27/10/2006 pub. 19/12/2006 numac 2006204028 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de beroepsprocedure in het onderwijs voor sociale promotie sluiten betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende de omgevingsvergunning en het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende complexe projecten, wat betreft de milieueffectrapportage van bepaalde openbare en particuliere projecten. Het voorontwerp van besluit voorziet hiermee in een verdere omzetting van Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (hierna respectievelijk Richtlijn 2014/52/EU en Richtlijn 2011/92/EU genoemd). Tenslotte worden ook nog diverse wijzigingen doorgevoerd aan het VLAREL. 1.2. Het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende de omgevingsvergunning Op 23 april 2014 werd het decreet betreffende de omgevingsvergunning goedgekeurd in het Vlaams Parlement en vervolgens op 25 april 2014 bekrachtigd en afgekondigd door de Vlaamse Regering. De belangrijkste krachtlijnen van het decreet wat betreft de milieueffectrapportage over projecten en wat betreft de omgevingsveiligheidsrapportage zijn: Er wordt voor projecten een kortere, eenvoudigere en minder formele MER-procedure gecreëerd waarbij de MER-procedure voor een deel geïntegreerd wordt in de vergunningsprocedure. Wat betreft de OVR-procedure wordt een gelijkaardige integratiespoorprocedure ingevoerd. De belangrijkste verschillen van de integratiespoorprocedure ten opzichte van de bestaande procedures beschreven in het DABM zijn: Wat betreft de MER-procedure: - de procedure wordt aangevat met een aanmelding; - het verplicht uitbrengen van een beslissing over de reikwijdte en detailleringsniveau van het MER door de administratie, en het hiervoor raadplegen van de adviesinstanties, gebeurt alleen op verzoek van de initiatiefnemer; - 1 openbaar onderzoek zowel over de vergunningsaanvraag als over het MER; - geen goedkeuring van het MER voorafgaand aan de vergunningsaanvraag; - een niet goedgekeurd rapport gaat in openbaar onderzoek. Wat betreft de OVR-procedure: - geen goedkeuring van het OVR voorafgaand aan de vergunningsaanvraag; - een niet goedgekeurd rapport gaat in openbaar onderzoek. De door het omgevingsvergunningsdecreet ontwikkelde integratiespoorprocedure moedigt een flexibele aanpak op maat van het project aan. Deze flexibiliteit is er zowel in de verhouding van de initiatiefnemer met de bevoegde administraties als met het betrokken publiek, stakeholders etc. 1.3. Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten Richtlijn 2011/92/EU werd gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU van 16 april 2014. Deze richtlijn dient tegen uiterlijk 16 mei 2017 te worden geïmplementeerd in de Vlaamse regelgeving. Deze wijziging werd gedaan om de kwaliteit van de milieueffectbeoordelingsprocedure te verbeteren, de procedure in overeenstemming te brengen met de beginselen van slimme regelgeving en de samenhang en synergieën met de overige wetgeving en beleidsinitiatieven van de Unie, alsmede met de door de lidstaten voor hun bevoegdheidsdomeinen ontwikkelde strategieën en beleidsmaatregelen, te versterken. Richtlijn 2011/92/EU werd bovendien gewijzigd om te waarborgen dat het milieu beter zou worden beschermd, hulpbronnen efficiënter zouden worden gebruikt en duurzame groei in de Unie zou worden bevorderd. Daartoe moesten de voorziene procedures worden vereenvoudigd en geharmoniseerd. Het ontwerpdecreet tot wijziging van vier decreten (DABM, Bodemdecreet, Omgevingsvergunningsdecreet en Decreet Complexe Projecten) voor wat de milieueffectrapportage van bepaalde openbare en particuliere projecten betreft, werd reeds twee maal principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering. De adviezen van de adviesraden (SERV, de Minaraad, en SARO) enerzijds dateren van respectievelijk 2 mei 2016, 19 mei en 25 mei 2016. Het advies van de Raad van State anderzijds dateert van 29 september 2016. 1.4. Opbouw van het uitvoeringsbesluit Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen Hoofdstuk 2. - Nadere regels voor de milieueffectrapportage over projecten en voor de omgevingsveiligheidsrapportage voorafgaand aan en tijdens de omgevingsvergunningsprocedure Afdeling 1. - De aanmeldingsprocedure Onderafdeling 1. - De aanmelding van het voorgenomen project-MER Onderafdeling 2. - De aanmelding van het voorgenomen OVR Afdeling 2. - De voorlopige goed- of afkeuring Afdeling 3. - De vergunningsprocedure Hoofdstuk 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/12/2007 pub. 22/04/2008 numac 2008200841 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming sluiten houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming Hoofdstuk 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 19/11/2010 pub. 01/02/2011 numac 2011035078 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu sluiten tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu Hoofdstuk 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2014 pub. 21/01/2015 numac 2015035045 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2014 pub. 12/01/2015 numac 2015035020 bron autorite flamande Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, en van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende complexe projecten Hoofdstuk 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten1 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende de omgevingsvergunning Hoofdstuk 7. - Slotbepalingen 2. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING Hoofdstuk 1.- Algemene bepalingen Artikel 1 Dit artikel stelt dat dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten. Zie voor meer uitleg bovenvermeld punt 1.3. Artikel 2 Dit artikel bevat een paar definities. Er worden meer bepaald twee termen gedefinieerd, namelijk deze van administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage en van het decreet van 5 april 1995 (hierna: DABM). Hoofdstuk 2. - Nadere regels voor de milieueffectrapportage over projecten en voor de omgevingsveiligheidsrapportage voorafgaand aan en tijdens de omgevingsvergunningsprocedure Artikel 3 Daar waar de MER-procedure vóór de wijziging van het DABM door middel van het omgevingsvergunningsdecreet werd aangevat met een kennisgevingsprocedure wordt deze nu aangevat met een aanmeldingsprocedure. Artikel 3 stelt dus dat de initiatiefnemer zijn voornemen om een project-MER op te stellen, voorafgaand aan de indiening van de vergunningsaanvraag of de vergunningsaanvragen meldt aan de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage, t.t.z. de diensten Mer en VR, en in voorkomend geval voorafgaand aan het verzoek tot voorlopige goedkeuring. Artikel 4 § 1. Artikel 4, § 1 voert artikel 4.3.4, § 4 en § 6 van het DABM uit. Artikel 4 heeft betrekking op de scopingsprocedure, namelijk de inhoudsafbakening van het op te stellen milieueffectrapport. De scopingsprocedure is momenteel een verplicht te doorlopen procedure voor ieder project. De wijzigingen aangebracht aan het DABM door middel van het omgevingsvergunningsdecreet stappen af van de verplichte inhoudsafbakening van het MER voor ieder project en voorzien enkel in een advies inzake inhoudsafbakening vanwege de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage wanneer de initiatiefnemer deze hierom verzoekt. Als de aanmelding een verzoek om advies over de te verstrekken informatie, vermeld in artikel 4.3.4, § 1, lid 2, 7° en § 4 van het DABM bevat, bezorgt de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage het verzoek om advies zo spoedig mogelijk aan de in bijlage vermelde bevoegde administraties, overheidsinstellingen en openbare besturen. Deze instanties bezorgen hun advies aan de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage binnen de 30 dagen na ontvangst van het verzoek om advies door de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage. Als een advies niet tijdig wordt verleend, wordt de procedure voortgezet. De administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage neemt een beslissing over de aanmelding en bezorgt haar beslissing binnen een termijn van 60 dagen na de datum van ontvangst van het volledige aanmeldingsdossier aan de initiatiefnemer en aan de geraadpleegde administraties, overheidsinstellingen en openbare besturen. Deze termijn kan op uitdrukkelijk gemotiveerd verzoek van de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage en in onderling overleg met de initiatiefnemer verlengd worden. De afstap van een verplichte scopingsprocedure naar een vrijwillige scopingsprocedure voor projecten is in overeenstemming met Richtlijn 2011/92/EU. Artikel 5, lid 2 van Richtlijn 2011/92/EU vereist immers van de lidstaten om de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat, indien de opdrachtgever daarom verzoekt voordat hij een aanvraag om een vergunning indient, de bevoegde instantie advies uitbrengt over de door de opdrachtgever te verstrekken informatie (ttz. het MER). De bevoegde instantie raadpleegt in dit geval de instanties die op grond van hun specifieke verantwoordelijkheden op milieugebied met het project te maken kunnen krijgen, voordat zij haar advies uitbrengt. Het uitgangspunt in de nieuwe milieueffectrapportageprocedure is een flexibele procedure op maat van het project. Het gevolg hiervan is dat de inhoud van de aanmelding in omvang kan verschillen van project tot project. De initiatiefnemer moet er echter mee rekening houden dat de administratie enkel een correct scopingsadvies kan verlenen indien de informatie in de aanmelding zo volledig mogelijk is. Hij heeft er dan ook alle belang bij om in zijn aanmelding een correcte en complete beschrijving te verschaffen van het project, van de te onderzoeken vermoedelijke aanzienlijke effecten voor mens en milieu en van de alternatieven voor het project of voor onderdelen ervan met inbegrip van de methodologie. Enkel in dit geval zal de administratie een volledig en correct advies kunnen uitbrengen over de inhoud van het project-MER en de inhoudelijke aanpak van de milieueffectrapportage, met inbegrip van de methodologie. § 2. Artikel 4, § 2 voert artikel 4.3.4, § 2 en § 6 van het DABM uit. Deze paragraaf heeft betrekking op de eventueel (gewest)grensoverschrijdende procedure. Artikel 4.3.4, § 2 van het DABM en paragraaf 2 van artikel 4 zijn voorzien om in overeenstemming te zijn met Richtlijn 2011/92/EU (cf. artikel 7, lid 1 en 2 van Richtlijn 2011/92/EU). Als uit de aanmelding blijkt dat het project aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie of in verdragspartijen bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, ondertekend in Espoo op 25 februari 1991, of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van die lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, dan bezorgt de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage zo spoedig mogelijk samen met de informatie, vermeld in artikel 4.3.4, § 2 van het decreet, de vraag aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten in kwestie of ze hun commentaar aan de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage kunnen meedelen en dit binnen de 30 dagen. Als er niet tijdig een antwoord wordt verleend, dan wordt de procedure voortgezet. De administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage neemt een beslissing en bezorgt haar beslissing binnen een termijn van 60 dagen na de datum van ontvangst van het volledige aanmeldingsdossier aan de initiatiefnemer en aan de geraadpleegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten. Deze termijn kan op uitdrukkelijk gemotiveerd verzoek van de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage en in onderling overleg met de initiatiefnemer verlengd worden. § 3. In alle andere gevallen dan vermeld in de eerste en tweede paragraaf, t.t.z. in de gevallen dat er geen scopingsadvies werd gevraagd door de initiatiefnemer en dat er geen (gewest)grensoverschrijdende aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn, neemt de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage een beslissing over de aanmelding en bezorgt haar beslissing binnen een termijn van 20 dagen na de datum van ontvangst van het volledige aanmeldingsdossier aan de initiatiefnemer. Deze termijn kan -net zoals de termijn van de bovenvermelde beslissingen- op uitdrukkelijk gemotiveerd verzoek van de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage en in onderling overleg met de initiatiefnemer verlengd worden. Artikel 5 Artikel 5 vermeldt de inhoud van de beslissing van de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage over de aanmelding. De inhoud van deze beslissing werd geïnspireerd op de inhoud van de beslissing op het huidig kennisgevingsdossier, vermeld in het huidig artikel 4.3.5, § 1 DABM, met dit verschil dat er nu sprake is over een advies en niet meer over een beslissing. Artikel 6 Artikel 6 regelt de bekendmaking naar het publiek toe van het aanmeldingsdossier en van de beslissing van de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage hierover. Beiden worden bekendgemaakt op de website van de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage en dit na tussenkomst van de beslissing in kwestie. Artikel 7 - 10 De artikelen 7 tot en met 10 hebben betrekking op de omgevingsveiligheidsrapportageprocedure (OVR-procedure). De procedure voorzien in de artikelen 7 tot en met 10 is in grote mate analoog aan de procedure voorzien in de artikelen 3 tot en met 6 voor wat betreft de milieueffectrapportage over projecten. Bedoeling is om de harmonisatie tussen de beide rapportageprocedures die vandaag reeds bestaat, zo nodig nog te vergroten. Als het project zowel project-MER- als OVR-plichtig is, dan is het overigens aangewezen dat de initiatiefnemer iedere aanmelding in kwestie bij voorkeur gelijktijdig bezorgt aan de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage in kwestie. Ingeval het een vergunningsaanvraag betreft waarbij zowel een project-MER als een OVR-rapport dient te worden toegevoegd, dient er immers zoveel mogelijk naar gestreefd te worden het procesverloop van beide procedures op elkaar af te stemmen. Een eerste stap hierin is om de aanmeldingsprocedure gelijktijdig op te starten. Zodoende kan er zo nodig een maximale afstemming en/of integratie verkregen worden van het project-MER en het OVR. Artikel 7 Zie voor meer informatie de toelichting onder artikel 3 die naar analogie van toepassing is. Artikel 8 § 1. Artikel 8, § 1 voert artikel 4.5.2, § 4 en § 6 van het DABM uit. Deze bepaling is geïnspireerd op artikel 4, § 1, met dit verschil dat er in de OVR-procedure geen verplichting is tot de raadpleging van andere bevoegde instanties behalve in het geval van (gewest)grensoverschrijdende gevolgen. Het uitgangspunt in de integratiespoorprocedure is een flexibele procedure op maat van het project. Het gevolg hiervan is dat de inhoud van de aanmelding in omvang kan verschillen van project tot project. De initiatiefnemer moet er echter mee rekening houden dat de administratie enkel een correct scopingsadvies kan verlenen indien de informatie in de aanmelding zo volledig mogelijk is. Hij heeft er dan ook alle belang bij om in zijn aanmelding een correcte en complete beschrijving te verschaffen van het project, van de inhoudelijke aanpak van het OVR, van de reden van de rapportageplicht van de inrichting en van de eventuele (gewest)grensoverschrijdende effecten. Enkel in dit geval zal de administratie een correct advies kunnen uitbrengen over de inhoud van het OVR en de inhoudelijke aanpak van de rapportage, met inbegrip van de methodologie. § 2. Artikel 8, § 2 voert artikel 4.5.2, § 2 en § 6 van het DABM uit. Deze bepaling is geïnspireerd op artikel 4, § 2, met dit verschil dat het artikel niet verwijst naar de verplichtingen in het kader van het Verdrag van Espoo maar wel naar het Verdrag van Helsinki en dit wanneer er sprake is van een project dat ten gevolge van een zwaar ongeval betekenisvolle effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie of in verdragspartijen bij het Verdag van Helsinki of in andere gewesten. § 3. Zie voor meer informatie de toelichting onder artikel 4, § 3 die naar analogie van toepassing is. Artikel 9 Artikel 9 vermeldt de inhoud van de beslissing van de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage over de aanmelding. De inhoud van deze beslissing werd geïnspireerd op de inhoud van de beslissing op het huidig aanmeldingsdossier, vermeld in het huidig artikel 4.5.3, § 1 DABM, met dit verschil dat er nu sprake is over een advies en niet meer over een beslissing. Artikel 10 Zie voor meer informatie de toelichting onder artikel 6 die naar analogie van toepassing is. Artikel 11 Het eerste en tweede lid van artikel 11 voeren respectievelijk artikel 4.3.7, § 7 en 4.5.2, § 7 van het DABM uit en hebben respectievelijk betrekking op de voorlopige goed- of afkeuring van het project-MER en het OVR. De mogelijkheid werd door middel van de artikelen 4.3.7, § 7 en 4.5.2, § 7 van het DABM voorzien voor initiatiefnemers om voorafgaand aan het indienen van de vergunningsaanvraag het voltooide project-MER respectievelijk OVR te bezorgen aan de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage, t.t.z. de dienst MER respectievelijk dienst VR, met het oog op het bekomen van een voorlopige goedkeuring. De initiatiefnemer kan er dus voor opteren om voorafgaand aan het indienen van de vergunningsaanvraag de kwaliteit van het project-MER respectievelijk OVR bij de dienst MER respectievelijk VR af te toetsen. Het spreekt voor zich dat de diensten MER en VR hun voorlopige beoordeling over het project-MER respectievelijk OVR in het voortraject pas zullen wijzigen indien er in het kader van de vergunningsprocedure nieuwe relevante elementen zijn tussengekomen, die op het ogenblik van het voormelde beslissing nog niet bekend waren (bv. relevante opmerkingen in het kader van het openbaar onderzoek, nieuwe studies, etc). Artikel 11 preciseert dat de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage het project-MER respectievelijk OVR binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst ervan, voorlopig goed- of afkeurt waarna ze de beslissing vervolgens binnen een termijn van veertig dagen na de ontvangst ervan aan de initiatiefnemer bezorgt. Deze termijn kan op uitdrukkelijk gemotiveerd verzoek van de administratie bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage en in onderling overleg met de initiatiefnemer verlengd worden. Artikel 12 Artikel 12 heeft betrekking op de vergunningsprocedure en regelt meer bepaald de advisering van de adviesinstanties door de dienst MER over het ontwerp van project-MER in het kader van de vergunningsprocedure. Artikel 12 preciseert het tijdstip van deze adviesverlening en preciseert eveneens welke adviesinstanties door de dienst MER dienen geraadpleegd te worden. Zo dienen de relevante bevoegde instanties vermeld in de bijlage bij dit besluit te worden geraadpleegd. Hoofdstuk 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 14/12/2007 pub. 22/04/2008 numac 2008200841 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming sluiten houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO) Artikel 13 In artikel 78/1 van het VLAREBO wordt o.m. de zinsnede "milieueffectrapportage," vervangen door de zinsnede "milieueffectrapportage en de adviesverlenende instanties, vermeld in artikel 83, 1° en 2°, en artikel 84,". Dit wordt gedaan met het oog op de volledige implementatie van artikel 5, lid 2 van Richtlijn 2011/92/EU, zoals gewijzigd door Richtlijn 2014/52/EU, dat stelt dat de bevoegde instantie voorafgaand aan haar scopingsadvies de in artikel 6, lid 1, bedoelde instanties raadpleegt. Het artikel 6, lid 1, op haar beurt spreekt over de "instanties die op grond van hun specifieke verantwoordelijkheden op milieugebied of op grond van hun lokale of regionale bevoegdheden met het project te maken kunnen krijgen". Artikel 14 Aan artikel 86, tweede lid, van het VLAREBO, wordt toegevoegd dat als het bodemsaneringsproject werken omvat waarvoor een project-MER vereist is het bodemsaneringsproject gedurende diezelfde periode van dertig dagen ook digitaal geraadpleegd kan worden op de website van de OVAM. Dit is een omzetting van artikel 6, lid 2 en lid 5 van Richtlijn 2011/92/EU, zoals gewijzigd door Richtlijn 2014/52/EU. Hoofdstuk 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 19/11/2010 pub. 01/02/2011 numac 2011035078 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu sluiten tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (VLAREL) In de Richtlijn 2014/52/EU worden een aantal andere accenten gelegd m.b.t. de disciplines en milieuthema's die in het MER moeten worden uitgewerkt. Bij de evaluatie van de huidige voorziene disciplines en deeldomeinen binnen het systeem van de erkenning als MER-deskundige blijkt dat vooral de uitbreiding van `Fauna en flora' naar `Biodiversiteit' in de richtlijn een rechtstreekse impact heeft op het huidige erkenningensysteem. De discipline fauna en flora dient namelijk vervangen te worden door de discipline biodiversiteit. Daarnaast bleek uit de praktijk dat een aantal optimalisaties met betrekking tot de discipline `Mens', deeldomeinen toxicologie en psychosomatische aspecten en de discipline `Licht, Warmte en Elektromagnetische golven' mogelijk waren. Deze wijzigingen zullen zes maanden na de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van huidig ontwerpbesluit in werking treden. Op deze wijze is er voor de erkende MER-deskundigen voldoende tijd om de eigen werking aan te passen aan deze wijzigingen. Deze geplande wijzigingen lagen voor in een publieke consultatie op de website van de dienst MER van 26 augustus tot en met 9 september 2016. Artikel 15 Artikel 15 wijzigt de erkenning van verschillende disciplines voor MER-deskundigen in artikel 6 van het VLAREL. Het gaat om de volgende wijzigingen: 1° De deeldomeinen `toxicologie, psychosomatische aspecten' waaruit de discipline `mens' onder meer bestaat worden samengevoegd naar het deeldomein `gezondheid'.In het nieuwe richtlijnensysteem van de dienst MER voor de discipline `Mens-gezondheid' wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen toxicologische en psychosomatische aspecten maar wordt de discipline `Mens-gezondheid' als volgt omschreven: `Het deel van de milieueffectrapportage, dat zich bezighoudt met het verzamelen, verwerken en interpreteren van informatie over wijzigingen in de leefomgeving teneinde de gevolgen, op korte en lange termijn, voor de volksgezondheid in te schatten.' De Europese project-m.e.r.-richtlijn (2014/52/EU) spreekt over invloed op de menselijke gezondheid. De begrippen `toxicologie' en `psychosomatische aspecten' komen hierin ook niet afzonderlijk voor. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) definieert gezondheid als: "Health is a state of complete physical, mental and social well-being and not merely the absence of disease or infirmity". Deze brede definitie impliceert dat bij milieueffecten-inschattingen, naast de directe impact van stressoren, ook rekening moet worden gehouden met de bestaande situatie, de effecten op langere termijn, de sociale context, met indirecte psychosomatische effecten en de publieke perceptie. In grote lijnen omvat `gezondheid' in MER's volgende aspecten: toxicologie, psychosomatiek en hinder. Bijgevolg omvat de term `gezondheid' zowel de toxicologische-, hinder- als psychosomatische aspecten en is het aangewezen om deze samen te voegen in één deeldomein. Uit de praktijk blijkt overigens dat in een MER deze deeldomeinen zelden of nooit afzonderlijk aangevraagd worden als sleuteldiscipline. 2° De naam van de discipline fauna en flora wordt veranderd naar discipline biodiversiteit.Richtlijn 2011/92/EU, zoals gewijzigd door Richtlijn 2014/52/EU, spreekt over biodiversiteit. Fauna en flora wordt enkel vermeld als voorbeeld bij biodiversiteit. Biodiversiteit moet dus ruimer beschouwd worden. Deze wijziging is een letterlijke overname van de EU-richtlijn. 3° De discipline licht, warmte en elektromagnetische golven wordt geschrapt: In het nieuwe richtlijnensysteem Mens-gezondheid worden ook de stressoren licht, warmte en elektromagnetische golven meegenomen.De effectbeoordeling hiervan wordt geïntegreerd in de discipline mens-gezondheid en moet uitgewerkt worden door de MER-deskundige in de discipline Mens, deeldomein gezondheid in het MER. De effecten naar fauna en flora/biodiversiteit worden meegenomen in de specifieke discipline en het bijhorende richtlijnenboek. Bijgevolg is een afzonderlijke erkenning voor de discipline licht, warmte en elektromagnetische golven niet noodzakelijk en heeft het geen meerwaarde. Vanuit Richtlijn 2011/92/EU, zoals gewijzigd door Richtlijn 2014/52/EU, zijn milieueffecten van het project ten gevolge van licht, warmte en golven te onderzoeken aspecten maar zoals hierboven aangegeven wordt dit thema verwerkt in andere disciplines. Uit de enige MER's waarbij deze discipline in de praktijk relevant is, namelijk MER's voor hoogspanningsleidingen, blijkt dat bijvoorbeeld technische gegevens en berekening van contouren gebeurt door de initiatiefnemer zelf. De deskundigen moeten het aantal bewoners binnen de berekende contouren bepalen en de cumulatie met andere hoogspanningsleidingen. De beoordeling gebeurt onder de discipline mens en kan bijgevolg beter standaard geïntegreerd worden hierin zoals ook in het nieuwe richtlijnensysteem is opgenomen. Artikel 16 In artikel 28, § 2, eerste lid, 2°, van het VLAREL wordt aangeduid bij welke overheidsorganen de afdeling Milieuvergunningen advies moet inwinnen voor aanvragen tot erkenning als MER-deskundige naargelang de aangevraagde discipline(s). De vermelde disciplines en deeldomeinen worden afgestemd op de wijzigingen aan artikel 6 van het VLAREL inzake de categorieën van erkenningen die met artikel 15 van dit besluit worden doorgevoerd. Artikel 17 Artikel 17 bepaalt dat paragraaf 2 van artikel 103 van het VLAREL wordt opgeheven. De in paragraaf 2 van artikel 103 vervatte overgangsbepaling i.v.m. de discipline licht, warmte en elektromagnetische golven is immers niet meer relevant. Artikel 18 Dit artikel voegt een artikel 103/4 en 103/5 toe in het VLAREL. Het nieuwe artikel 103/4 van het VLAREL vooreerst stelt dat een MER-deskundige die op de datum van de 23 februari 2017 erkend is in de discipline fauna en flora, met toepassing van dit besluit erkend is als een MER-deskundige in de discipline biodiversiteit. Biodiversiteit maakte immers reeds deel uit van de onderwerpen die aan bod moeten komen om in aanmerking te komen voor een erkenning als MER-deskundige in de discipline fauna en flora. Bijgevolg kan gesteld worden dat een erkende MER-deskundige in de discipline fauna en flora geen verdere opleiding of ervaring moet voorleggen om erkend te worden als MER-deskundige in de discipline biodiversiteit aangezien zij de vereiste kennis reeds bezitten. Het nieuwe artikel 103/5 van het VLAREL vervolgens bestaat uit drie paragrafen die het volgende bepalen: " § 1. De bestaande erkenningen voor MER-deskundigen op grond van artikel 6, 1°, d), 6), van dit besluit houden op uitwerking te hebben vanaf zes maanden na de datum van bekendmaking van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 betreffende nadere regels voor de milieueffectrapportage over projecten en voor de omgevingsveiligheidsrapportage in het Belgisch Staatsblad." Gezien er in de praktijk bij de uitwerking van een MER zelden tot nooit een erkende MER-deskundige in de discipline licht, warmte en elektromagnetische golven gevraagd wordt en dit aspect uitgewerkt wordt door MER-deskundigen van andere disciplines en de MER-coördinator, wordt er niet langer voorzien in een erkenning als MER-deskundige in deze discipline. Om dezelfde reden worden ook tegelijkertijd de bestaande erkenningen in deze discipline opgeheven. Het aantal MER-deskundigen erkend in deze discipline is gezien de geringe vraag naar deze deskundigen ook zeer beperkt. Rekening houdend met deze geringe vraag en het feit dat deze MER-deskundigen ook erkend zijn in één of meerdere andere disciplines of niet meer actief zijn in de milieueffectrapportage, is de impact van het opheffen van de erkenning op deze personen ook zeer beperkt. " § 2. Een MER-deskundige die uiterlijk zes maanden na de datum van bekendmaking van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 betreffende nadere regels voor de milieueffectrapportage over projecten en voor de omgevingsveiligheidsrapportage in het Belgisch Staatsblad erkend is in zowel de discipline mens, deeldomein toxicologie, als de discipline mens, deeldomein psychosomatische aspecten, is met toepassing van dit besluit erkend als een MER-deskundige in de discipline mens, deeldomein gezondheid. Een MER-deskundige die uiterlijk zes maanden na de datum van bekendmaking van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 betreffende nadere regels voor de milieueffectrapportage over projecten en voor de omgevingsveiligheidsrapportage in het Belgisch Staatsblad erkend is in ofwel de discipline mens, deeldomein toxicologie, ofwel de discipline mens, deeldomein psychosomatische aspecten, kan in afwijking van artikel 12, § 1, 2° en 3°, op basis van een aanvraag die ingediend is vóór die datum, erkend worden als MER-deskundige in de discipline mens, deeldomein gezondheid, op voorwaarde dat hij met gunstig gevolg een opleiding genoten heeft van minstens dertig uur over respectievelijk psychosomatische aspecten en toxicologie of minstens vijf jaar praktische ervaring heeft met het meewerken aan het opstellen van milieueffectstudies over respectievelijk psychosomatische aspecten en toxicologie. De bestaande erkenning als MER-deskundige in de discipline mens voor respectievelijk het deeldomein toxicologie en het deeldomein psychosomatische aspecten houdt op uitwerking te hebben vanaf zes maanden na de datum van bekendmaking van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 betreffende nadere regels voor de milieueffectrapportage over projecten en voor de omgevingsveiligheidsrapportage in het Belgisch Staatsblad." De MER-deskundigen in de discipline mens die reeds erkend zijn in de deeldomeinen toxicologie en psychosomatische aspecten worden zes maanden na de datum van bekendmaking van huidig ontwerpbesluit in het Belgisch Staatsblad automatisch erkend in de discipline mens, deeldomein gezondheid gezien het deeldomein gezondheid een samenvoeging is van de twee deeldomeinen en zij bijgevolg reeds de nodige praktische ervaring en kennis hebben om voor het deeldomein gezondheid erkend te kunnen worden. De MER-deskundigen die slechts erkend zijn in één van beide deeldomeinen kunnen erkend worden als MER-deskundige in de discipline mens, gezondheid mits zij met betrekking tot het andere deeldomein een zekere opleiding hebben genoten met gunstig gevolg of een zekere praktische ervaring hebben opgedaan tijdens hun carrière. De bijkomende opleiding/ervaring is nodig om tegemoet te komen aan de kennis en ervaring die nodig is voor het deeldomein waarvoor zij niet erkend zijn. Artikel 19 Dit artikel wijzigt bijlage 9, punt 2°, van het VLAREL op de volgende wijze: 1° in de inleidende zin wordt de zinsnede "de discipline licht, warmte en elektromagnetische golven en" opgeheven. Deze uitzondering inzake de discipline licht, warmte en elektromagnetische golven is niet meer relevant door het verdwijnen van de erkenning als MER-deskundige in deze discipline. 2° in punt a) wordt punt 1) volledig vervangen. Door het samenvoegen van de deeldomeinen toxicologie en psychosomatische aspecten werden de opleidingen voor beide deeldomeinen samengevoegd en gebundeld. Hierbij werd ook rekening gehouden met het vernieuwde richtlijnenboek voor de discipline `Mens-gezondheid', en met het verdwijnen van de aparte discipline licht, warmte en elektromagnetische golven waardoor nieuwe onderwerpen inzake deze discipline worden toegevoegd. Reeds erkende MER-deskundigen worden verwacht om hun kennis hieromtrent te verruimen als onderdeel van de verplichte jaarlijkse bijscholing (art. 38, 3° van het VLAREL). Dit kan bijvoorbeeld door een opleiding te volgen die zal georganiseerd worden door de dienst MER. 3° in punt a) wordt punt 2) opgeheven. Punt 2) is niet meer relevant door het samenvoegen van de deeldomeinen toxicologie en psychosomatische aspecten. 4° in punt b) worden de woorden "fauna en flora" telkens vervangen door het woord "biodiversiteit" De vermelding van de discipline wordt afgestemd op de wijzigingen aan artikel 6 van het VLAREL inzake de categorieën van erkenningen, die met dit besluit worden doorgevoerd.Er wordt een opleiding voorzien voor huidige en toekomstige MER-deskundigen biodiversiteit door de dienst MER. 5° punt f) wordt opgeheven. Punt f) is niet meer relevant door het verdwijnen van de discipline licht, warmte en elektromagnetische golven. Hoofdstuk 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2014Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2014 pub. 21/01/2015 numac 2015035045 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2014 pub. 12/01/2015 numac 2015035020 bron autorite flamande Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in het artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, en van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende complexe projecten (Besluit Complexe Projecten) Artikel 20 en 21 In artikel 12 en artikel 19 van het Besluit Complexe Projecten, die respectievelijk betrekking hebben op het voorontwerp van voorkeursbesluit en het voorontwerp van projectbesluit, worden die wijzigingen aangebracht met het oog op de verduidelijking dat inderdaad tevens het ontwerp van MER voor advies wordt voorgelegd aan de adviesinstanties samen met het voorontwerp van voorkeursbesluit respectievelijk projectbesluit. Artikel 22 Aan artikel 22, § 1, van het Besluit Complexe Projecten wordt toegevoegd dat het ontwerp van voorkeursbesluit of projectbesluit samen met het ontwerp van MER en met uitzondering van de door een architect opgemaakte auteursrechtelijk beschermde plannen en de documenten die aan de openbaarheid worden onttrokken, ook digitaal geraadpleegd kan worden op de website van de bevoegde overheid of in voorkomend geval de website die specifiek voor het project in kwestie is ontwikkeld. Dit is een omzetting van artikel 6, lid 2 en lid 5 van Richtlijn 2011/92/EU, zoals gewijzigd door Richtlijn 2014/52/EU. Hoofdstuk 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten1 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende de omgevingsvergunning (Omgevingsvergunningsbesluit) Artikel 23 Aan artikel 15 van het Omgevingsvergunningsbesluit wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die stelt dat zowel het bevoegde bestuur als de afdeling, bevoegd voor veiligheids- en milieueffectrapportage, als dat nodig is de vergunningsaanvrager om aanvullende informatie verzoeken, overeenkomstig bijlage IIbis van het DABM, die rechtstreeks ter zake doet om te komen tot de gemotiveerde conclusie over de aanzienlijke milieueffecten van het project. Deze bepaling betreft een omzetting van artikel 5, lid 3, c) van Richtlijn 2011/92/EU, zoals ingevoegd door Richtlijn 2014/52/EU. Artikel 24 Aan artikel 24 van het Omgevingsvergunningsbesluit wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die bepaalt dat als de vergunningsaanvraag een nog niet goedgekeurd project-MER of OVR omvat, ze, met uitzondering van de door een architect opgemaakte auteursrechtelijk beschermde plannen en de documenten die aan de openbaarheid worden onttrokken, digitaal geraadpleegd kan worden via het omgevingsloket. Dit is een omzetting van artikel 6, lid 2 en 5 van Richtlijn 2011/92/EU, zoals gewijzigd door Richtlijn 2014/52/EU. Artikel 25 Artikel 25 vervangt punt 5° in artikel 48, § 1, van het Omgevingsvergunningsbesluit en voegt een punt 5° /1 toe in hetzelfde artikel. Het artikel 48, § 1 van het Omgevingsvergunningsbesluit bevat de inhoud van de beslissing over de omgevingsvergunningsaanvraag. De toevoegingen door middel van punt 5° /1 betreffen in essentie een omzetting van enerzijds artikel 1, lid 2, g) en anderzijds artikel 8bis, lid 1 en lid 4, van Richtlijn 2011/92/EU, zoals ingevoegd door Richtlijn 2014/52/EU, die betrekking hebben op respectievelijk de definitie van gemotiveerde conclusie, de inhoudsvereisten van het besluit om een vergunning te verlenen en op de monitoring van de aanzienlijke nadelige milieueffecten. Artikel 26 en 27 Artikel 26 en 27 brengen identieke wijzigingen aan aan respectievelijk het artikel 66 en 81 van het Omgevingsvergunningsbesluit die respectievelijk betrekking hebben op de gewone en de vereenvoudigde vergunningsprocedure. Deze laatste artikelen hebben betrekking op het onderzoek over de project-m.e.r.-screening naar aanleiding van de ontvankelijkheid en de volledigheid van de vergunningsaanvraag door het bevoegde bestuur. De nieuw ingevoegde leden bepalen dat als besloten wordt dat een project-MER moet worden opgesteld het resultaat van het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek in voorkomend geval de belangrijkste redenen bevat waarom een project-MER moet worden opgesteld, waarbij verwezen wordt naar de relevante criteria van bijlage II van het DABM. Als besloten wordt dat er geen project-MER hoeft te worden opgesteld, bevat het de belangrijkste redenen waarom geen project-MER hoeft te worden opgesteld, waarbij verwezen wordt naar de relevante criteria van de lijst van bijlage II het DABM, en, als de aanvrager deze heeft voorgesteld, de kenmerken van het project of de geplande maatregelen om te vermijden of te voorkomen wat anders wellicht aanzienlijke nadelige milieueffecten zouden zijn geweest. Deze motiveringsverplichting betreft een omzetting van de motiveringsverplichting van de screeningsbeslissing van de in bijlage II van Richtlijn 2011/92/EU genoemde projecten, ingevoegd in het nieuwe lid 5 van artikel 4 van Richtlijn 2011/92/EU. Artikel 28 Artikel 28 brengt eenzelfde wijzigingen aan als deze doorgevoerd door de artikelen 26 en 27 van huidig ontwerp van besluit maar nu aan het artikel 787 van het Omgevingsvergunningsbesluit. Dit laatste artikel heeft betrekking op het onderzoek van de mededeling met de vraag tot omzetting van een milieuvergunning van bepaalde naar onbepaalde duur, naar het vereiste van een milieueffectrapport. Aan deze mededeling wordt desgevallend een project-m.e.r.-screeningsnota gevoegd. Voor meer informatie over de motiveringsverplichting toegevoegd bij huidig artikel wordt verwezen naar de toelichting bij de artikelen 26 en 27 van huidig ontwerp van besluit. Artikel 29 Artikel 29 voert een louter wetgevingstechnische aanpassing door aan het artikel 788, eerste lid, van het Omgevingsvergunningsbesluit. Hoofdstuk 7. - Slotbepalingen Artikel 30 Het decreet van 23 december 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 23/12/2016 pub. 06/02/2017 numac 2017020118 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, wat betreft de milieueffectrapportage van bepaalde openbare en particuliere projecten sluiten tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het decreet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/2006 pub. 22/01/2007 numac 2006037062 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming type decreet prom. 27/10/2006 pub. 19/12/2006 numac 2006204028 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de beroepsprocedure in het onderwijs voor sociale promotie sluiten betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende de omgevingsvergunning en het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende complexe projecten, wat betreft de milieueffectrapportage van bepaalde openbare en particuliere projecten, treedt op dezelfde dag in werking als het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten1 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende de omgevingsvergunning, zijnde op datum van 23 februari 2017. Het is aangewezen om het decreet in kwestie op hetzelfde ogenblik te laten in werking treden als het Omgevingsvergunningsdecreet en -besluit, zijnde op datum van 23 februari 2017. Het wordt namelijk wenselijk geacht om de inwerkingtreding van beide decreten met elkaar te laten samensporen. Beide decreten voeren immers significante wijzigingen aan de project-m.e.r.-procedure. Het wordt niet wenselijk geacht om de initiatiefnemers, het betrokken publiek, de adviesinstanties en andere betrokken doelgroepen te confronteren met 2 verschillende overgangstermijnen en data van inwerkingtreding met enkel 3 maanden verschil. Artikel 31 Dit artikel regelt de datum van inwerkingtreding van huidig ontwerpbesluit. Gelet op de samenhang zal huidig ontwerp van besluit, met uitzondering van de artikelen 15, punt 1° en 3°, 16, punt 1°, 2° en 4°, 17 en 19, punt 1°, 2°, 3° en 5°, op hetzelfde ogenblik in werking treden als het Omgevingsvergunningsbesluit, hetwelk in werking zal treden op datum van 23 februari 2017. Zie tevens de toelichting onder artikel 30. De artikelen 15, punt 1° en 3°, 16, punt 1°, 2° en 4°, 17 en 19, punt 1°, 2°, 3° en 5° van dit besluit treden in werking zes maanden na de datum van bekendmaking van dit besluit in het Belgisch staatsblad. De artikelen in kwestie hebben betrekking op wijzigingen aan het VLAREL. De overgangstermijn in kwestie van zes maanden is van toepassing op het opheffen van de bestaande erkenningen in de discipline Licht, Warmte en Elektromagnetische golven en het omzetten van de bestaande erkenningen in de discipline Mens, deeldomeinen toxicologie en psychosomatische aspecten naar deeldomein gezondheid. Voor deze is de overgangstermijn zeker belangrijk gezien de deskundige die slechts voor één deeldomein erkend is de kans moet hebben om de nodige opleidingen te kunnen volgen. De overgangstermijn van zes maanden is daarentegen niet van toepassing op de erkenningen voor wat betreft discipline Fauna en flora/Biodiversiteit. De discipline Fauna en flora wordt met onmiddellijke ingang omgezet naar biodiversiteit. Op deze manier wordt tijdig uitvoering gegeven aan de omzetting van de project-m.e.r.-richtlijn 2014/52/EU, waarin eveneens gesproken wordt over biodiversiteit en niet louter meer over fauna en flora. Artikel 32 Dit artikel behoeft geen verdere toelichting. J. SCHAUVLIEGE, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. ADVIES 60.785/1 VAN 10 FEBRUARI 2017 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN BESLUIT VAN DE VLAAMSE REGERING `BETREFFENDE NADERE REGELS VOOR DE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE OVER PROJECTEN EN VOOR DE OMGEVINGSVEILIGHEIDSRAPPORTAGE ' Op 4 januari 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw verzocht binnen een termijn van dertig dagen, verlengd tot 10 februari 2017, een advies te verstrekken over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering `betreffende nadere regels voor de milieueffectrapportage over projecten en voor de omgevingsveiligheidsrapportage '. Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 2 februari 2017. De kamer was samengesteld uit Marnix Van Damme, kamervoorzitter, Wilfried Van Vaerenbergh en Wouter Pas, staatsraden, Marc Rigaux en Michel Tison, assessoren, en Wim Geurts, griffier. Het verslag is uitgebracht door Dries Van Eeckhoutte, auditeur. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 10 februari 2017. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 2.1. Het om advies voorgelegde ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering geeft vooreerst invulling aan de procedure inzake milieueffectrapport (hierna: MER) en omgevingsveiligheidsrapport (hierna: OVR) die voorafgaat aan de vergunningsprocedure, inzonderheid wat betreft de zogenaamde aanmeldingsprocedure (artikelen 3 tot 10 van het ontwerp), met inbegrip van de voorlopige goed- of afkeuring van het project-MER of het OVR (artikel 11 van het ontwerp). Ook worden bepaalde aspecten van het project-MER in de vergunningsprocedure geregeld, met name de advisering door de adviesinstanties van het ontwerp van project-MER (artikel 12 van het ontwerp). Daarnaast wordt uitvoering gegeven aan het decreet `tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het decreet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/10/2006 pub. 22/01/2007 numac 2006037062 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bodemsanering en de bodembescherming type decreet prom. 27/10/2006 pub. 19/12/2006 numac 2006204028 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de beroepsprocedure in het onderwijs voor sociale promotie sluiten betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, het decreet van 25 april 20 …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.