📄 Wettekst
8 DECEMBER 2021. - Ministerieel besluit tot herziening van het gewestplan Luik (blad 34/6), tot aanneming van het ontwerp-plan met het oog op de opneming van een ontginningsgebied dat na afloop van de ontginning een landbouwgebied wordt, en van een omtrek van ecologische doorgangsgebieden op het grondgebied van de gemeente Bitsingen (Eben-Emael) in het gehucht "Carrière du Romont" teneinde de voortzetting van de ontginningsactiviteit mogelijk te maken, tot opstelling van een milieueffectrapport van het ontwerp-plan te laten en tot vaststelling van de ontwerp-inhoud ervan
De Minister, Gelet op het
besluit van de Waalse Regering van 13 september 2019Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
13/09/2019
pub.
23/09/2019
numac
2019204305
bron
waalse overheidsdienst
Besluit van de Waalse Regering tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten
sluiten tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 2 oktober 2020;
Gelet op het
besluit van de Waalse Regering van 26 september 2019Relevante gevonden documenten
type
besluit van de waalse regering
prom.
26/09/2019
pub.
07/10/2019
numac
2019204496
bron
waalse overheidsdienst
Besluit van de Waalse Regering tot regeling van de werking van de Regering
sluiten tot regeling van de werking van de Regering, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 7 oktober 2021;
Gelet op de gewestelijke beleidsverklaring 2019-2024, goedgekeurd door het Waals Parlement op diens zitting van 13 september 2019;
Gelet op het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, artikel D.II.54;
Gelet op het ruimtelijk ontwikkelingsplan aangenomen door de Waalse Regering op 27 mei 1999;
Gelet op het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 26 november 1987 (Belgisch Staatsblad van 19 april 1989) tot aanneming van het gewestplan Luik en de latere herzieningen ervan ;
Uiteenzetting van de aanvraag Overwegende dat de N.V. "Cimenteries CBR"" een aanvraag tot herziening van het gewestplan Luik bij de Waalse Regering heeft ingediend met het oog op de opneming van een ontginningsgebied dat na afloop van de ontginning een landbouwgebied wordt, op het grondgebied van de gemeente Bitsingen (Eben-Emael) als uitbreiding van een gebied van aanhorigheden van een ontginning in het gehucht "Carrière du Romont" ; dat het noodzakelijk is voor de toekenning van de globale vergunning waarvan aanvraag gezamenlijk wordt ingediend, om de voortzetting van de bestaande ontginningsactiviteit mogelijk te maken;
Overwegende dat de aanvraag op 3 november 2020 is ingediend bij de Minister van Ruimtelijke Ordening, overeenkomstig artikel D.II.54 (Gezamenlijke procedure plan-vergunningen) en dat zij vergezeld gaat van: 1. een basisdossier met: de verantwoording van de overwogen herziening van het gewestplan ten opzichte van artikel D.I.1 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; - de betrokken omtrek; - de bestaande feitelijke en wettelijke situatie; - een verslag ter verantwoording van de onderzochte en niet in aanmerking genomen alternatieve projecten, rekening houdend met name met de behoeften waarop de overwogen herziening van het plan moet inspelen, de beschikbaarheden inzake grond in de bebouwingsgebieden en de bereikbaarheid van de gekozen locaties; - één voorontwerpvoorstel op schaal 1/10 000e; 2. elementen betreffende de procedure inzake de informatie van het publiek;3. het advies van de Gemeentelijke adviescommissie voor ruimtelijke ordening en mobiliteit;4. de beraadslaging van de gemeenteraad van Bitsingen; Ligging en doel van de aanvraag tot de herziening van het gewestplan Overwegende dat de steengroeve van Romont gelegen is in het noorden van de provincie Luik, op het grondgebied van de gemeente Bassenge (Eben-Emael), meer bepaald op een plateau ten westen van de vallei van de Jeker;
Overwegende dat de omtrek van de gevraagde herziening van het gewestplan, die zich uitstrekt over een plateau ten noorden van het gebied van aanhorigheden van ontginningen dat thans door de N.V. "Cimenteries CBR" wordt geëxploiteerd, bestaat uit grond die hoofdzakelijk voor landbouwdoeleinden wordt gebruikt en begrensd wordt : - in het noorden en het westen, door landbouwgronden gelegen in het Vlaams Gewest; - in het zuiden, door de noordelijke grens van het in het huidige gewestplan aangegeven gebied van aanhorigheden van ontginningen; - in het oosten, door bossen, landbouwgronden en de dorpen Eben en Emael; - Overwegende dat deze omtrek ten noordwesten van de "Montagne Saint-Pierre" ligt, op de linkeroever van het Albertkanaal en de Maas; - Overwegende dat de dorpen en gehuchten die het dichtst bij de gevraagde omtrek liggen, de volgende zijn : - in het zuidoosten, het dorp Emael (Waals Gewest), waarvan het centrum op ongeveer 0,4 kilometer afstand ligt; - in het zuidwesten, het dorp Zussen (Vlaams Gewest), waarvan het centrum op ongeveer 1 kilometer afstand ligt; - in het noordoosten, het dorp Kanne (Vlaams Gewest), waarvan het centrum op ongeveer 1,1 kilometer afstand ligt; - in het zuidoosten, het dorp Eben (Waals Gewest), waarvan het centrum op ongeveer 1,3 kilometer afstand ligt;
Overwegende dat het Vlaamse Gewest grenst aan de noordelijke en westelijke grenzen van de omtrek van de aangevraagde herziening van het gewestplan en dat de grens met Nederland iets meer dan een kilometer ten noorden en ten oosten van diezelfde omtrek is gelegen;
Overwegende dat het zuidwestelijke en zuidelijke deel van het in het vigerende gewestplan opgenomen gebied van aanhorigheden van ontginningen respectievelijk wordt doorsneden en begrensd door de regionale weg RN671; dat de oostelijke begrenzing van het in het vigerende gewestplan opgenomen gebied van aanhorigheden van ontginningen op een afstand van ongeveer 200 tot 350 meter wordt begrensd door de regionale weg RN619, die de Vallei van de Jeker langs een ongeveer noord-zuidas volgt;
Overwegende dat de N.V. "Cimenteries CBR", een dochteronderneming van de groep HeidelbergCement, cement voor de bouwsector, openbare werken en infrastructuur produceert en op de markt brengt; dat zij in België vier productielocaties heeft, waarvan één in Lixhe (de andere bevinden zich in Gent (2) en Antoing);
Aangezien de productielocatie van Lixhe een geïntegreerde eenheid is die bestaat uit twee steengroeven (de steengroeven van Loën en Romont), de klinkerfabriek en de cementfabriek;
Overwegende dat de N.V "Cimenteries CBR" in de steengroeve van Romont krijt en tufsteen exploiteert om de fabriek van Lixhe (productieproces met behulp van een droge oven) te voorzien van kalksteengrondstoffen, tot 2,1 miljoen ton per jaar, terwijl slechts 150.000 ton krijt per jaar uit de steengroeve van Loën afkomstig is;
Overwegende dat de aanvraag ertoe strekt de uitbreiding van de steengroeve van Romont en de voortzetting van de bestaande activiteit gedurende nog eens 17 jaar mogelijk te maken bij een ongewijzigd exploitatietempo van 1,2 miljoen kubieke meter carbonaatgesteente per jaar, hetgeen overeenkomt met 2,1 miljoen ton per jaar;
Overwegende dat de aanvraag betrekking heeft op de opneming van een ontginningsgebied na afloop van de ontginning een landbouwgebied wordt (107,55 ha) in de plaats van een landbouwgebied (107,18 ha) en een natuurgebied (0,37 ha);
Voorafgaandelijke informatievergadering Overwegende dat de voorafgaandelijke informatievergadering op 10 september 2020 in de zaal "La Passerelle", chemin du Tram n° 2 te 4690 Bitsingen werd georganiseerd, na aangekondigd te zijn volgens de opgelegde vormen en informatiekanalen, overeenkomstig de bepalingen van artikel D.VIII.5 van het Wetboek;
Overwegende dat er tijdens de voorafgaande informatievergadering vragen, opmerkingen of mondelinge opmerkingen zijn ingediend, die betrekking hebben op de volgende punten: - de agronomische waarde van de grond die na de ontginning opnieuw in landbouw wordt gebruikt; - de herverdeling van de heringerichte landbouwgronden na de ontginning; - de uitvoer van slib uit de deklaag naar steenfabrieken in Vlaanderen; - de afschaffing van twee gemeentelijke wegen (de "ruelle aux Loups"/"chemin d'Emael" en de "rue Joseph Mélotte"), die binnen de omtrek van de aanvraag liggen en toegang geven tot de landbouwpercelen; - de eventuele exploitatie van de locatie die bekend staat als "Trou Loulou" en het belang daarvan vanuit milieu- en erfgoedoogpunt; - de toekomst van de "Trou Loulou" wat betreft toegang, bescherming en eigendom; - de diepte van de steengroeve; - de visie op lange termijn van de HeidelbergCement-groep met betrekking tot de Lixhe-fabriek; - de rol die de fabriek in Lixhe zal spelen na de sluiting van de fabriek in Maastricht, die eveneens gespecialiseerd is in de cementproductie; - het Belgische karakter van de N.V. "Cimenteries CBR"; - de voorgestelde alternatieven voor het project; - de procedure voor onteigening in het algemeen belang van de gronden betrokken bij de aanvraag tot herziening van het gewestplan; - de voorwaarden verbonden aan het protocol van akkoord van 13 april 1977 tussen de Belgische Staat en de N.V. "Cimenteries CBR"; - de mogelijkheid om de specifieke procedures van het Vlaamse Gewest in te leiden om de nodige vergunningen te verkrijgen voor de voortzetting van de ontginning van de steengroeve buiten de gewestgrens wanneer de in het Waalse Gewest gelegen afzettingsvoorraden zijn geëxploiteerd; - de gevolgen van de activiteit van de steengroeve voor de omwonenden, met name in termen van geluidsoverlast, stofemissies en vrachtvervoer; - de gevolgen van het project voor de wijngaarden van de maatschappij "Vin de Liège"; - de mogelijkheid voor de omwonenden van het Vlaamse Gewest om hun eventuele opmerkingen, suggesties en voorstellen in het Nederlands te schrijven;
Overwegende dat het college van Bitsingen de notulen van de vergadering heeft opgesteld;
Overwegende dat binnen vijftien dagen na de vergadering 244 brieven (met in totaal 1467 reacties), waaronder persoonlijke brieven, verzoekschriften, diverse standaardbrieven, enz., aan het gemeentecollege zijn toegezonden, waarin opmerkingen en suggesties met betrekking tot het ontwerp van herziening van het gewestplan worden gedaan, bijzondere punten worden belicht en alternatieven worden voorgesteld die de aanvrager redelijkerwijs in overweging zou kunnen nemen, zodat daarmee rekening kan worden gehouden bij de opstelling van het milieueffectrapport;
Overwegende dat in de meeste brieven wordt verzocht om een afwijzend antwoord op de aanvraag tot herziening van het huidige gewestplan; dat bovendien wordt gehoopt dat op zijn minst bepaalde aspecten van de aanvraag vooraf beter worden geanalyseerd;
Overwegende dat de opmerkingen en suggesties van het publiek voornamelijk betrekking hebben op de volgende punten: ? opmerkingen over overlast in verband met : - het verlies van landbouwgrond voor plaatselijke landbouwers en veetelers; - de aanwezigheid, binnen de omtrek van de aangevraagde herziening van het gewestplan, van een perceel van 3 hectare waarop wijnstokken van de coöperatie "Vin de Liège" worden geteeld; - de landbouwkwaliteit van de na ontginning heringerichte gronden; - de procedure voor de teruggave van de heringerichte landbouwgronden, die niet voldoende rekening houdt met de plaatselijke landbouwers; - de uitvoer en verkoop door "CBR" van slib en klei uit de deklaag aan baksteenfabrieken in Vlaanderen, waardoor de invoer van exogene grond voor de herinrichting van landbouwpercelen noodzakelijk werd; - niet-naleving door "CBR" van de clausules van fase 2 van het memorandum van overeenstemming van 1977; - de nabijheid van de steengroeve ten opzichte van naburige woningen; - de door de uitgraving veroorzaakte trillingen, die negatieve gevolgen hebben voor de onstabiele ondergrond van het gebied rond Zussen; - de financiële devaluatie van het onroerend goed in de omgeving van de steengroeve; - het gebrek aan veiligheid aan de rand van de steengroeve; - afvalstortingen in de omgeving van de site; - het stof en de stank die door de ontginningsactiviteit en de cementfabriek van Lixhe worden uitgestoten; - door de ontginningsactiviteit veroorzaakt lawaai (vrachtwagens, machines, graafmachines, enz.); ; - het risico van verontreiniging van het grondwater en het oppervlaktewater; - de aantasting van het landschap door de huidige steengroeve en de toekomstige uitbreiding ervan; - het verlies van natuurgebieden (bosjes, kalksteenweiden, enz.) en biodiversiteit ten gevolge van de uitbreiding van de steengroeve; - het verdwijnen van ecologische corridors die voor de biodiversiteit gunstige gebieden met elkaar verbinden; - het risico dat de ontginningsactiviteit inhoudt voor de "Trou Loulou" en de vleermuizen die daar leven; - de zwakte of afwezigheid van bufferzones aan de rand van de bestaande steengroeve; - het verlies van het landelijke karakter van het gebied en de rust van de omliggende dorpen; - het risico van een daling van het toerisme in de Maasvallei, met name in Zuid-Limburg in Nederland; - de vermindering van de aantrekkelijkheid van de regio voor wandelaars en fietsers; - de verwachte toename van het landbouwverkeer in de dorpen rond de steengroeve als gevolg van de verwijdering van landbouwwegen binnen de omtrek van de aangevraagde herziening van het gewestplan; - de onmogelijkheid om infrastructuur voor de productie van hernieuwbare energie, zoals windturbines, te installeren ten gevolge van het project tot herziening van het gewestplan; ? verzoeken om informatie betreffende: - de aanwezigheid van bepaalde soorten op het projectterrein en in de omgeving (das, enz.) ; ; - de gevolgen van de ontginningsactiviteit voor Natura 2000-gebieden en natuurreservaten in de nabijheid van de steengroeve (met inbegrip van die in het Vlaamse Gewest en Nederland) en voor diverse beschermde habitats en soorten; - de mogelijke interferentie tussen bestaande soortenbeschermingsprogramma's in Vlaanderen en de ontginningsactiviteit zoals gepland in het uitbreidingsproject; - het belang om de "Trou Loulou" op te nemen in de omtrek van de herziening van het gewestplan, ook al zal deze niet worden geëxploiteerd; - de gevolgen van de ontginningsactiviteit in verband met het project tot herziening van het gewestplan voor de ondergrondse holten van de "Trou Loulou" en in het bijzonder voor de daarin aanwezige vleermuispopulaties; - de instandhouding van de historische, culturele, natuurlijke en landschappelijke waarde van de "Trou Loulou" en de aangrenzende natuurreservaten (voornamelijk het reservaat van Brouhîre d'Emael); - de toekomst van de "Trou Loulou" wat betreft toegang, bescherming en beheer; - de maatregelen die zijn gepland om de gevolgen voor het natuurlijke milieu te compenseren en te verzachten; - de aanleg en het beheer van huidige en toekomstige niet-agrarische gronden (bufferzones, enz.); ; - de referentiesituatie waarmee rekening zal worden gehouden in het milieueffectrapport; - de gevolgen van toekomstige uitgravingen voor het grondwaterpeil en de plaatselijke hydrologie (niveau, debiet en kwaliteit van het grondwater, vochtigheid van natuurlijke en agrarische milieus); - emissies (stikstof, fijne deeltjes, CO2, uitlaatgassen, enz.) in verband met de ontginningsactiviteit en de effecten daarvan op het milieu (natuurgebieden, klimaat, menselijke gezondheid, enz.); - - de maatregelen die zullen worden genomen om verontreiniging door deeltjes (stof), zowel binnen als buiten de steengroeve, te voorkomen; - de maatregelen die zullen worden genomen om het door de steengroeve veroorzaakte lawaai te bestrijden; - de gevolgen van het project voor nabijgelegen beschermde landschapsgebieden, waaronder de Gallo-Romeinse grafheuvel tussen Kanne en Emael; - de gevolgen van de herinrichting voor het landschap; - het effect van door de ontginningsactiviteit veroorzaakte trillingen op de stabiliteit van nabijgelegen gebouwen; - de gevolgen van het project voor de mobiliteit, met name door het verdwijnen van landbouwwegen, alsmede de gevolgen van het verkeer dat wordt gegenereerd door de activiteiten van de steengroeve en de cementfabriek in Lixhe voor de wegen in de omgeving van de locatie; - de inachtneming van de Vlaamse, Nederlandse en Europese regelgeving bij de analyse van de milieueffecten van het project - de grensoverschrijdende effecten van het project; - de voorgenomen maatregelen ter compensatie van de financiële waardevermindering van de onroerende goederen die zich in de nabijheid van de steengroeve bevinden en van de schade die aan woningen wordt toegebracht (scheuren, enz.); ; - de procedure voor onteigening ten algemenen nutte en de relevantie daarvan voor het project; de rol van de "SPI" in deze procedure; - de voorziene compensatie voor het verlies van landbouwgronden door de landbouwers; - de geringe hoeveelheid landbouwgronden die tot dusver zijn heringericht; - de garanties voor de uitvoering van de herinrichtingmaatregelen en het beheer van de aan de biodiversiteit gewijde gebieden na afloop van de ontginning; - de naleving door "CBR" van het memorandum van overeenstemming van 1977 en van de clausules in de in 2004 en 2008 verleende vergunningen; - de methoden voor het toezicht op de naleving door "CBR" van de voorwaarden voor de exploitatie van steengroeven en de mogelijke sancties in geval van niet-naleving; - de wenselijkheid van de uitbreiding van de steengroeve van Romont op een ogenblik dat de ENCI-steengroeve in Nederland gesloten is om het milieu te beschermen; - de toekomst van de steengroeve van Romont na de ontginning (risico van begraving van afval, enz.); ; - de langetermijnvisie van "CBR" met betrekking tot de ontginningsactiviteit in de steengroeve van Romont (mogelijkheid om de ontginningsactiviteit in het Vlaams Gewest na 2043 voort te zetten); - de gevolgen van de sluiting van ENCI Maastricht en de strategie van de HeidelbergCement-groep voor de ontwikkeling van CBR Lixhe en de evolutie van de steengroeve van Romont; - de economische rentabiliteit van de steengroeveactiviteiten van Romont; - de werkgelegenheidsprognoses voor het complex "steengroeve Romont-Lixhe-installatie"; - de relatie tussen "CBR" en de gemeente Bitsingen (door het CBR betaalde belastingen, enz.); - de onafhankelijkheid van het adviesbureau dat de milieueffectbeoordeling zal uitvoeren; ? suggesties: - het comité van bewoners van Eben-Emael het adviesbureau te laten kiezen dat de milieueffectbeoordeling zal uitvoeren; - de milieueffecten van het project (met inbegrip van de gevolgen voor de volksgezondheid) beoordelen in termen van geluidshinder, verontreiniging door de uitstoot van deeltjes en stof, trillingen, veranderingen in de plaatselijke hydrologie (opdroging van de bodem en van de ondergrondse tunnels van Trou Loulou en Avergat, ... - via de vergunningverlenende instantie een onafhankelijk bewakingsprogramma uit te voeren om te beoordelen of toekomstige steengroeve-exploitatie aan de emissievoorschriften (NOX, enz.) voldoet; ; - de cumulatieve effecten analyseren van de ontginningsactiviteit in de steengroeve van Romont, de cementproductie in de fabriek van Lixhe en de bouw van de biomassacentrale van Lixhe-Wezet; - gezien het feit dat de aangevraagde ontginningsactiviteit langs Nederlands grondgebied is gepland, de milieueffecten van het project op Nederlands grondgebied analyseren en het publiek en de Nederlandse autoriteiten bij de milieueffectbeoordelingsprocedure betrekken; - aan de voor de uitvoering van het project vereiste vergunningen voorwaarden te verbinden om grensoverschrijdende milieueffecten te voorkomen of te verminderen, met name in geval van wind en droogte; - de significante effecten analyseren die de uitbreiding van de steengroeve zal hebben op nabijgelegen Natura 2000-gebieden, waaronder die in Nederland; - de mogelijke effecten op vleermuizen analyseren en alle nodige maatregelen plannen om deze effecten te beperken; - een beschermingsomtrekken instellen om de "Trou Loulou" en het natuurreservaat van Brouhîre d'Emael beschermen en de ecologische verbindingen tussen deze twee gebieden in stand houden; de hoogstammige boomgaard zou de grens van deze beschermingszone vormen; - deze beschermingsomtrek bestemmen als natuurgebied en niet als ontginningsgebied; - de cumulatieve effecten van de huidige en toekomstige ontginningsactiviteit op de ondergrondse holten van "Trou Loulou" en "Avergat" en de daarin aanwezige vleermuispopulaties analyseren; - de omtrek van de aanvraag tot herziening van het gewestplan aanpassen door de Trou Loulou-site en het gebied onmiddellijk ten noorden daarvan uitsluiten; - slechts aan één kant (in het westen) van de Trou Loulou-site graven om het behoud van het ondergrondse tunnelsysteem te garanderen en zo de bufferzone naar de dorpen Eben en Emael te vergroten; - de minimumafstand onderzoeken die moet worden aangehouden tussen de steengroeve en de ondergrondse holten van de Trou Loulou om negatieve effecten op de stabiliteit van de Trou Loulou en de daar levende vleermuispopulaties te voorkomen; - een regelmatige controle uitvoeren van de stabiliteit van de Trou Loulou tijdens de ontginning; - regelmatige inventarisatie van de vleermuispopulaties op de Trou Loulou-site gedurende de winningsperiode; - aangeven hoe de Trou Loulou-site zal worden beschermd; - de historische geografie onderzoeken van de ondergrondse mergelgroeve van de "Trou Loulou" en de bovengrondse gebieden om de vroegere landschapskenmerken van het gebied te documenteren; hetzelfde doen voor tunnels en holten die verband houden met voormalige mergelgroeven die bij de ontginning zouden worden aangetroffen; - samenwerken met plaatselijke natuurbeschermings- en erfgoedorganisaties om de "Trou Loulou" te behouden; - de "Trou Loulou" teruggeven aan de gemeente Bitsingen na de afgraving om een goed beheer en een goede ontwikkeling te waarborgen; - het effect analyseren van de toekomstige ontginningsactiviteit op de ondergrondse mergelgroeve van Avergat, die op 130 m van het toekomstige afgravingsgebied ligt; - de bufferzone tijdig inrichten zodat zij op het ogenblik van de uitgraving volgroeid is en haar functie als geluids- en stoffilter kan vervullen; bijgevolg de percelen die door de toekomstige bufferzone worden getroffen, in een vroeg stadium onteigenen; - de semi-natuurlijke elementen met een hoge landschappelijke en ecologische waarde (hagen, oude eiken, enz.) behouden, die aanwezig zijn binnen de omtrek van de aangevraagde herziening van het gewestplan; - de biodiversiteit bij de herontwikkeling versterken door de aanplant van open hagen, bosjes, gegroepeerde of geïsoleerde bomen, enz. tussen de heringerichte gewassen; - ervoor zorgen dat het reliëf van de site tijdens de herinrichting wordt geanimeerd om het uitzicht op het nieuwe landschap te verrijken; - een alternatieve herinrichting van het oostelijke deel van de in fase 3 geplande afgraving bestuderen, met hellingen die de veiligheid (bescherming tegen erosie van de muur) en de natuurwaarde (kalkgrasvelden) garanderen; - alternatieve manieren bestuderen om de gronden na de ontginning opnieuw in te richten, waarbij landbouw, recreatie en natuurlijk gebruik worden gecombineerd (ontwikkeling van biodiversiteit, watermassa's, groenzones, enz;) ; - een aanzienlijk deel van de na de ontginning opnieuw in te richten grond bestemmen voor het behoud en herstel van karakteristieke culturele en natuurlijke landschapselementen (weiden, boomgaarden, extensieve begrazing, enz.); ; - in overleg met de bevolking de levensvatbaarheid van de plaatselijke landbouwactiviteit en de toegankelijkheid van landbouwgronden bestuderen; - een onafhankelijke analyse laten maken van de reeds heringerichte landbouwgrond en deze vergelijken met de voor fase 3 geplande grond; - onderzoeken van alternatieve routes voor het landbouwverkeer en fietsers, gezien de verwijdering van landbouwpaden binnen de aangevraagde omtrek; - de ruilverkavelingsweg ten oosten van "Trou Loulou" behouden en laten samenvallen met de grens van het toekomstige bedrijf; - nieuwe verbindingen tot stand brengen tussen de toekomstige landbouwvlakte en de omliggende dorpen; - een alternatief bestuderen voor de omtrek van de herziening van het aangevraagde gewestplan, waardoor het perceel waarop de wijnstokken van de coöperatie "Vin de Liège" worden geteeld, in zijn huidige staat kan worden gehandhaafd; - het gebied van de aangevraagde omtrek verkleinen, gezien de nabijheid van de dichtstbijzijnde woningen bij de steengroeve; - de gevolgen van het project voor het plaatselijke toerisme analyseren en tot een minimum beperken; - alternatieve liggingen bestuderen voor de omtrek van de herziening van het vigerende gewestplan; - Overwegende dat het gemeentecollege van de gemeente Riemst (Vlaams Gewest), buurgemeente van de site, zijn opmerkingen, vaststellingen en suggesties heeft overgemaakt aan het gemeentecollege van Bitsingen; dat deze hoofdzakelijk betrekking hebben op de volgende punten: - de visie van CBR en mogelijke uitbreidingsprojecten op het Vlaamse grondgebied; - de uitsluiting van de "Trou Loulou" en het gebied ten noorden daarvan uit de omtrek van de herziening van het gewestplan; - de uitvoering van een aanvullende studie om de bescherming van de "Trou Loulou", de vleermuizen die er overwinteren en het historisch erfgoed dat ermee verbonden is, te garanderen; - de noodzaak om slechts aan één zijde (westzijde) van de "Trou Loulou" af te graven; - de aanleg van bufferzones, die tijdig moeten worden voltooid, opdat zij doeltreffend zouden zijn; - de overlast in verband met lawaai, fijne deeltjes, trillingen en uitdroging van de bodem; - het verwijderen van verschillende landbouwwegen; - de gevolgen van de sluiting van ENCI Maastricht en de strategie van de HeidelbergCement-groep voor de ontwikkeling van CBR Lixhe en de evolutie van de steengroeve van Romont; - de alternatieven voor de herinrichting van de site; - Overwegende dat de gemeentecolleges van Maastricht en Eijsden-Margraten (Nederland) hun bemerkingen, opmerkingen en suggesties respectievelijk op 21 september 2020 en 23 september 2020 aan het gemeentecollege van Bitsingen hebben doen toekomen; dat deze hoofdzakelijk betrekking hebben op de volgende punten: - de noodzaak van een analyse van de cumulatieve effecten (in termen van NOX-opslagen, emissies van fijne deeltjes, luchtkwaliteit, bodemuitdroging, grondwaterpeil, enz.) veroorzaakt door de uitbreiding van de ontginningsactiviteit in de steengroeve van Romont, de daarmee samenhangende cementproductie in de fabriek van Lixhe en de bouw van de biomassacentrale van Lixhe-Wezet; - de gevolgen van emissies van stikstof en fijne deeltjes voor Natura 2000-gebieden en de menselijke gezondheid - de gevolgen van het project op het gebied van rook en stank, met name in geval van ongunstige weersomstandigheden; - de noodzaak om voorwaarden te verbinden aan de vergunningen die vereist zijn voor de uitvoering van het project, teneinde grensoverschrijdende gevolgen voor het milieu te voorkomen of te beperken, en de uitvoering van passende maatregelen in geval van wind en droogte;; - de uitvoering van een bewakingsprogramma om te beoordelen of toekomstige steengroeve-exploitatie aan de emissievoorschriften voldoet;
Advies van de Gemeentelijke adviescommissie voor ruimtelijke ordening en mobiliteit van Bitsingen Overwegende dat de gemeentelijke commissie op 16 oktober 2020 een voorwaardelijk gunstig advies heeft uitgebracht; dat dit advies op 23 oktober 2020 aan de aanvrager is toegezonden, hetgeen binnen de in artikel D.II.48, § 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling gestelde termijn is ;
Overwegende dat de voorwaarden die de gemeentelijke commissie in haar advies heeft gesteld voornamelijk betrekking hebben op : - de nodige garanties voor het behoud van de "Trou Loulou" en de grondige analyse van de gevolgen van het project tot herziening van het gewestplan voor dit gebied (stabiliteit, stof, biodiversiteit, enz.); ; - het opzetten van een samenwerking tussen het studiebureau en biologen die gespecialiseerd zijn in de fauna die in de "Trou Loulou" leeft; - het rekening houden bij de milieueffectbeoordeling met de biodiversiteit van het niet geëxploiteerde gebied (landbouwvlakten) en het geëxploiteerde gebied (steengroeve); in de analyse moet ook het effect van het einde van de ontginningsactiviteit op de in de steengroeve levende soorten worden geëvalueerd; - het behoud van een perceel wijnstokken van de coöperatie "Vin de Liège" dat binnen de onteigeningsperimeter ligt; - het behoud en de teruggave van akkerland; - de totstandbrenging van een beter partnerschap met de plaatselijke landbouwers; - de verbetering van de kwaliteit van de heringerichte bodems; - De wijziging van het systeem voor herverdeling van land ten gunste van plaatselijke landbouwers; - het fixeren van stof door water te geven; - het rekening houden bij de milieueffectbeoordeling met alle geluidsbronnen en het bestaande verkeer; - het verbod op het gebruik van dynamiet; - de analyse van de gevolgen van het project tot herziening van het gewestplan voor de werkgelegenheid en de opstelling van een werkgelegenheidsstrategie voor 2043;
Beraadslaging van de gemeenteraad Overwegende dat de gemeenteraad van Bitsingen op 22 oktober 2020 een voorwaardelijk gunstig advies over het verzoek heeft uitgebracht; dat zijn beraadslaging op 23 oktober 2020, d.w.z. binnen de in artikel D.II.48, lid 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling gestelde termijn, aan de verzoeker is toegezonden;
Overwegende dat de gemeenteraad de door de plaatselijke commissie uitgevaardigde voorwaarden onderschrijft; dat de door de gemeenteraad uitgevaardigde aanvullende voorwaarden betrekking hebben op : - de uitvoering van een onderzoek van de onteigende landbouwgronden door de landbouwer en de eigenaar ; - de bestudering van de mogelijkheid om de heringerichte gronden opnieuw toe te wijzen aan de onteigende landbouwers; - de opstelling van een verslag over de kwaliteit van de herinrichting van het terrein, dat moet worden voorgelegd aan het begeleidingscomité;
Adviezen van de beleidsgroepen, de afgevaardigde ambtenaar en de personen of instanties die de Waalse Regering nuttig heeft geacht te raadplegen Overwegende dat het volledige dossier op 7 december 2020 voor advies werd voorgelegd aan de Beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening", de Beleidsgroep "Leefmilieu", de afgevaardigde ambtenaar, de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur, de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Rijkdommen en Leefmilieu en het "Agence wallonne du Patrimoine" (Waals Agentschap voor het patrimonium), alsook op 17 mei 2021 aan de "Commission Wallonne d'Etude et de Protection des Sites Souterrains";
Overwegende dat de adviezen respectievelijk uiterlijk op 5 februari 2021 en 16 juli 2021 moesten worden uitgebracht; dat zij, bij gebreke daarvan, geacht worden gunstig te zijn;
Overwegende dat de Beleidsgroep "Leefmilieu" op 25 januari 2021 advies heeft uitgebracht; dat bedoelde beleidsrgroep positief staat tegenover de voortzetting van de procedure op voorwaarde dat de alternatieve gebruiksmogelijkheden voor het gebied "Trou Loulou" en voor de definitieve herinrichtingen worden onderzocht; dat hij een reeks aanbevelingen doet met betrekking tot de elementen die in de milieueffectbeoordeling moeten worden geanalyseerd; verwegende dat het "Agence Wallonne du Patrimoine" op 26 januari 2021 advies heeft uitgebracht; dat daarin wordt gepreciseerd dat het project zich bevindt in een uit archeologisch oogpunt kwetsbaar gebied; dat daarin wordt aangegeven dat er oppervlakte- en diepte-archeologisch onderzoek moet worden verricht; dat daarin aanbevelingen worden gedaan met het oog op de instandhouding van het netwerk van ondergrondse galerijen in verband met de "Trou Loulou";
Overwegende dat de Beleidsgroep "Ruimtelijke ordening" op 29 januari 2021 advies heeft uitgebracht; dat bedoelde Beleidsgroep positief staat tegenover de voortzetting van de procedure, aangezien "het ontwerp van herziening beantwoordt aan een aangetoonde behoefte, gelet op de limiet van de huidige stortplaats" en dat "het de voortzetting mogelijk maakt van een activiteit die, door de ligging van de installatie in de nabijheid van de steengroeve, deelneemt aan de circulaire economie binnen de regio"; dat hij de aandacht vestigt op verschillende elementen die in het kader van de milieueffectbeoordeling grondig zullen moeten worden geanalyseerd, met name de gevolgen van het project voor de site Trou Loulou, de analyse van alternatieve gebruiksmogelijkheden en grenzen, en de kwaliteit van de grond die weer in landbouw wordt omgezet;
Overwegende dat de afgevaardigde ambtenaar zijn advies op 4 februari 2021 heeft toegezonden; dat zijn advies gunstig is; dat de afgevaardigde ambtenaar niettemin aangeeft dat het dienstig zou zijn om enerzijds het geplande tracé van regionale verbindingsweg en zijn reserveringsomtrek ten zuiden van het gebied van aanhorigheden van ontginningen in het gewestplan te schrappen en anderzijds een tracé van regionale verbindingsweg op te nemen dat overeenkomt met de feitelijke situatie van de RN671 ; dat het derhalve nodig zou zijn de zuidelijke en zuidwestelijke grenzen van het gebied van aanhorigheden van ontginningen in het gewestplan enigszins aan te passen in het licht van deze situatie;
Overwegende dat de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu op 5 februari 2021 advies heeft uitgebracht; dat dit advies gunstig is op voorwaarde dat de ondergrondse holte van de Trou Loulou behouden blijft en dat de omtrek die de Trou Loulou en een niet-geëxploiteerd massief van 30 tot 60 meter breed eromheen omvat, opnieuw als natuurgebied wordt bestemd; dat hij het noodzakelijk acht de toekomstige indeling van de Trou Loulou als beschermd gebied in overweging te nemen en een biologische verbinding in stand te houden tussen de Trou Loulou en de natuurgebieden ten noordoosten van de omtrek van de aanvraag; dat hij een reeks aanbevelingen doet, met name op het gebied van fauna en flora, landbouwactiviteiten, waterbeheer, landwinning en geluidsemissies, waarvan sommige meer relevant zijn voor de vergunningsaanvraag;
Overwegende dat de Waalse Overheidsdienst Mobiliteit en Infrastructuur zijn advies op 22 februari 2021, d.w.z. na het verstrijken van de voorgeschreven termijn, heeft toegezonden; dat het advies derhalve gunstig wordt geacht;
Overwegende dat de "Commission Wallonne d'Etude et de Protection des Sites Souterrains" op 25 juni 2021 advies heeft uitgebracht; dat haar advies voornamelijk betrekking heeft op het belang en de voorwaarden van het samengaan van de ondergrondse galerijen van de Trou Loulou met de exploitatie van de steengroeve; dat zijn advies voornamelijk betrekking heeft op het belang en de voorwaarden van het samengaan van de ondergrondse galerijen van de Trou Loulou met de exploitatie van de steengroeve; dat zij voorstelt het gebied van de Trou Loulou uit te sluiten van de omtrek van de herziening van het gewestplan om elke afgraving aldaar te voorkomen en dit gebied op te nemen als "Cavité Souterraine d'Intérêt Scientifique" (ondergrondse holte van wetenschappelijk belang); dat het voorstelt de bodem van de groeve op te hogen en ten minste 5 meter onontgonnen rots boven het niveau van de waterhoudende grondlaag te houden; dat het nuttig zou zijn een bocagecorridor in het noorden te handhaven om de verplaatsing van chiroptera te vergemakkelijken en de verbinding met andere biologisch belangrijke sites in stand te houden; dat de chiropterologische inventaris van de Trou Loulou moet worden voltooid door de holte te monitoren teneinde de microklimatologische omstandigheden en de stabiliteit van de galerijen te volgen (scheuren, instortingen en risico's op instorting) ;
Verantwoording van de overwogen herziening van het gewestplan ten opzichte van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en noodzaak om het gewestplan te herzien Inleiding Overwegende dat de opneming in het gewestplan van een ontginningsgebied ten noorden van de steengroeve van Romont, dat na afloop van de ontginning een landbouwgebied zal worden, om economische, sociale en milieuredenen gerechtvaardigd is; dat het hoofddoel ervan erin bestaat de verdere ontginning mogelijk te maken van een kalk- en tufsteenafzetting die wordt gebruikt voor de bevoorrading van de cementfabriek van Lixhe; dat het geproduceerde cement bestemd is voor de bouwsector en de sector openbare werken en infrastructuur;
Beschrijving van de afzetting in de steengroeve van Romont Overwegende dat de steengroeve van Romont gelegen is aan de zuidelijke rand van de Brabantse anticlinaal, in de buurt van het synclinorium van Namen, ten noordoosten van het bekken van Luik; dat de geologie van de site goed bekend is, enerzijds door de verkenningen en de geologische studies die zijn uitgevoerd in het kader van de verschillende uitbreidingen van de steengroeve, en anderzijds door de feedback van vroegere en huidige uitbating;
Overwegende dat de uitbating gericht is op de afzettingen van secundaire ouderdom van het Boven-Krijt (Campanien en Maastrichtien), en meer in het bijzonder de tufsteenlagen van de Formatie van Maastricht en de grove krijtlagen met talrijke vuursteenbanken van de Formatie van Gulpen; dat deze zich enerzijds onderscheiden door hun watergehalte (gemiddeld ongeveer 9% voor de tufsteen van de Formatie van Maastricht en 19% voor het krijt van de Formatie van Gulpen), dat een bepalende parameter is voor hun geschiktheid om in een droogoven te worden gebakken, en anderzijds door hun gemiddeld gehalte aan vuursteen (gemiddeld ongeveer 3% voor de tuf van de Formatie van Maastricht en 17% voor het krijt van de Formatie van Gulpen); dat zij liggen boven de krijtlaag en onder de zanden van het tertiair (Heersiaans tot Tongriaans) en de slib- en grindlagen van de oude Maasterrassen, van quartaire ouderdom;
Overwegende dat de litho-stratigrafische opeenvolging die in het werkvlak van de steengroeve van Romont is waargenomen, er als volgt uitziet (van boven naar beneden): - kwartaire slib met een dikte van ongeveer 5 meter; - tongaans tertiair zand tot 20 meter dik (opvulling van karstische oplossingszakken); - Maastrichtse tufstenen tot een dikte van ongeveer 20 meter; - Gulpen krijt tot een maximale dikte van 20 meter boven de grondwaterspiegel;
Beschrijving van de uitbating van de afzetting in de steengroeve van Romont Overwegende dat de cementfabriek van Lixhe moet worden voorzien van een mengsel van kalk en tufsteen van constante gemiddelde kwaliteit, ten einde cement van voldoende en constante kwaliteit te kunnen produceren; dat daartoe de ontginning van deze materialen gelijktijdig op verschillende niveaus van de afzetting wordt uitgevoerd;
Overwegende dat volgens het basisbestand de tufsteen over een hoogte van ongeveer twintig meter wordt geëxploiteerd, terwijl de grove krijtsteen gemiddeld over ongeveer tien meter wordt geëxploiteerd, tot het niveau van de waterspiegel; dat het nuttig vermogen van de afzetting dus in de orde van grootte van dertig meter ligt; dat de steengroeve in drie niveaus wordt geëxploiteerd (Maastrichtse tufsteen, overgang, Gulpense krijtsteen);
Overwegende dat nadat ongeveer 50 centimeter akkerland en los gesteente (tussen 2 en 25 meter slib, grind en zand) is blootgelegd, de tufsteen en het krijt gewonnen worden met behulp van hydraulische schoppen (zonder gebruik van explosieven), vervolgens met "dumpers" naar de breek- en zeefinstallatie in het zuidelijke deel van de steengroeve vervoerd, waar zij worden gebroken en van hun vuurstenen ontdaan, alvorens via een transportband van ongeveer 2,2 km, die over het grootste deel van zijn lengte ondergronds loopt, naar de cementfabriek van Lixhe te worden vervoerd;
Overwegende dat het huidige exploitatietempo volgens het basisdossier ongeveer 1,2 miljoen kubieke meter carbonaatgesteente per jaar bedraagt, hetgeen overeenkomt met 2,1 miljoen ton per jaar; dat dit niet zal worden gewijzigd na de geplande herziening van het gewestplan;
Overwegende dat 88 à 90 % van de in de steengroeve van Romont gewonnen materialen wordt gebruikt voor de bevoorrading van de cementfabriek van Lixhe;
Overwegende dat het afvalgesteente wordt opgeslagen in het gedeelte dat is vrijgemaakt door het voorschrijden van het ontginningsfront; dat de steengroeve niet tot haar volledige diepte is opgevuld; dat volgens de verzoeker slechts 5 tot 10 meter afvalgesteente op de bodem van de steengroeve wordt teruggeplaatst om ruimte te bieden voor de herinrichting van landbouwgronden;
Overwegende dat het op te slaan afvalgesteente hoofdzakelijk bestaat uit deklaag (Tongrisch zand, slib en grind van de oude Maasterrassen); dat uit het aanvraagdossier blijkt dat een deel van het gewonnen slib (30.000 à 50.000 ton/jaar) niettemin wordt gebruikt voor de vervaardiging van klinkers;
Overwegende dat een deel van het afvalgesteente wordt teruggewonnen; dat deze terugwinning volgens het basisdossier ongeveer 100.000 ton/jaar aan deklei bestemd voor de productie van bakstenen en dakpannen, ongeveer 60.000 ton/jaar aan zand en 120 bedraagt. Dat de dekleien, volgens de verzoeker, worden verkocht aan de steenfabriek van Riemst, die op ongeveer tien kilometer van de steengroeve Romont is gelegen; dat de vuurstenen ook gebruikt worden voor de aanleg van binnenwegen;
Beschrijving van de afzetting binnen de voorgestelde herzieningsomtrek en de toekomstige exploitatie ervan Overwegende dat een beschrijvende studie van de afzetting van het resterende te exploiteren gebied, waarvoor naar behoren toestemming is verleend bij de ontginningsvergunning van 25 juni 2004, en van het aangevraagde uitbreidingsgebied is verricht door middel van geofysische prospectie (met behulp van elektrische tomografie) en een boorcampagne;
Overwegende dat uit deze studie blijkt dat de afzetting in het aangevraagde uitbreidingsgebied minder carbonaatgesteente bevat (ongeveer 54%) dan de afzetting in het gebied dat binnen de thans toegestane grenzen nog zal worden ontgonnen (ongeveer 62%); dat deze kleinere hoeveelheid carbonaatgesteente in het aangevraagde uitbreidingsgebied te wijten is aan de aanzienlijke aanwezigheid van Tongaans zand en de aanwezigheid van twee zwakke zones (karstverschijnselen en/of breuken);
Overwegende dat de helling van de geologische lagen (in de orde van 1 à 2 %) enigszins naar het noorden is gericht, d.w.z. in de richting van het gevraagde uitbreidingsgebied; dat als gevolg daarvan de exploiteerbare krijt- en tufsteenlagen zinken naarmate de mijnfronten naar het noorden opschuiven; aangezien de bodem van de groeve wordt bepaald door het bovenste niveau van de grondwaterspiegel (tussen 64 en 67 meter), neemt de exploiteerbare dikte van deze lagen naar het noorden toe af;
Overwegende dat de steengroeve van Romont volgens het basisdossier over ongeveer 5 jaar reserves beschikt binnen de thans toegestane exploitatiegrenzen (d.w.z. ongeveer tot 2026); dat de geplande uitbreiding het mogelijk zal maken 17 jaar extra reserves aan te leggen;
Overwegende dat de uitbatingsfase van het gebied waarop het onderhavige verzoek om herziening van het gewestplan betrekking heeft, in het basisdossier als volgt is omschreven: - een eerste fase van ongeveer 5 jaar, met een oppervlakte van ongeveer 22,72 hectare, die ongeveer 3 miljoen kubieke meter deklaag en 6,7 miljoen kubieke meter afzetting vertegenwoordigt, wat overeenkomt met een rendement van ongeveer 69%; het op te vullen volume wordt geraamd op 3,7 miljoen kubieke meter; - een tweede fase van ongeveer 5 jaar, die een gebied van ongeveer 49 hectare bestrijkt (met inbegrip van een deel van het gebied van de Trou Loulou dat niet zal worden ontgonnen, maar als bufferzone wordt voorgesteld) en ongeveer 4,1 miljoen kubieke meter deklaag en 6,4 miljoen kubieke meter ertslaag vertegenwoordigt, wat overeenkomt met een rendement van ongeveer 61%; het volume dat zal worden opgevuld, wordt geraamd op 4,8 miljoen kubieke meter; - een derde en laatste fase van ongeveer 7 jaar, die een gebied van ongeveer 35,74 hectare bestrijkt (met inbegrip van een deel van het Trou Loulou-gebied dat niet zal worden ontgonnen, maar dat als bufferzone wordt voorgesteld) en ongeveer 6,8 miljoen kubieke meter deklaag en 8,8 miljoen kubieke meter ertslaag vertegenwoordigt, hetgeen overeenkomt met een rendement van ongeveer 56%; het volume dat zal worden opgevuld wordt geraamd op 7,5 miljoen kubieke meter;
Herinrichting van de steengroeve van Romont Overwegende dat S.A. "Cimenteries CBR" op grond van de verleende vergunningen verplicht is zorg te dragen voor de agrarische herinrichting van de geëxploiteerde percelen naarmate het mijnbouwfront vordert; dat de kosten en lasten die voortvloeien uit de herinrichting van de percelen volledig ten laste komen van S.A. "Cimenteries CBR"; dat volgens het basisdossier uiteindelijk bijna 230 hectare opnieuw voor de landbouw zal worden bestemd, d.w.z. bijna 72% van de oppervlakte. A. "Cimenteries CBR"; dat volgens het basisdossier uiteindelijk bijna 230 hectare opnieuw kan worden bestemd voor landbouw, d.w.z. bijna 72% van de totale onteigende oppervlakte (met inbegrip van de uitbreidingsfase die het voorwerp uitmaakt van het verzoek);
Overwegende dat de opvulling van de steengroeve als basis dient voor de heringerichte oppervlakten die opnieuw als landbouwgebieden worden bestemd; dat deze opvulling bestaat uit een minstens 1 meter dikke afzetting van grind en vuursteen op de bodem van de groeve, vervolgens bedekt met opvulgrond, met een dikte tussen 5 en 10 meter, afkomstig van de Romont-heuvel (350. 000 m3/jaar), van de deklaag van de mijnfronten (850.000 m3/jaar) en exogene aarde (100.000 m3/jaar; overeenkomstig de ontginningsvergunning van 25 juni 2004), gevolgd door een sliblaag of een laag exogene aarde van 1 à 2 meter dik;
Overwegende dat in het basisdossier is bepaald dat de gebieden die heringericht moeten worden, na te zijn opgevuld, worden bedekt met minimaal 30 centimeter akkerland afkomstig van het afgraven van de mijnfronten en exogene grond;
Overwegende dat na de topografische nivellering van de heraan te leggen gronden agronomische herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd om de agronomische waarde van de bodem te optimaliseren in partnerschap met de vzw "Centre indépendant de Promotion fourragère (CIPF) de Louvain"; dat de aldus uitgevoerde sanering ook gunstig is voor de ontwikkeling van de biodiversiteit (aanleg van kalkgraslanden, vergroening van bufferzones, aanplant van heggen, enz;) Cementindustrie in België Overwegende dat de cementindustrie een vitale rol speelt in de bouwsector, of het nu gaat om de bouw van woningen, infrastructuur, wegen of kunstwerken; dat de cementindustrie derhalve bijdraagt tot de groei van de Belgische economie;
Overwegende dat volgens het jaarverslag van Febelcem (Federatie van de Belgische cementindustrie) van 2020 het gemiddelde cementverbruik in 2019 in België 576 kilogram per inwoner bedroeg, waarmee België bovenaan de ranglijst van Europese landen staat; dat het totale cementverbruik in België in 2019 de waarde van 6.610.123 ton bereikte, waarvan 72% Belgisch cement was;
Overwegende dat de overstromingen die het Waalse Gewest van 14 tot 16 juli 2021 hebben getroffen, veel schade hebben toegebracht aan onroerende en roerende goederen; dat de behoefte aan cement op het grondgebied van het Waalse Gewest, en meer bepaald in de provincie Luik, bijgevolg zal toenemen met het oog op de wederopbouw van de getroffen woningen en infrastructuren;
Overwegende dat de cementproductie in België relatief stabiel is op ongeveer 6 miljoen ton per jaar; dat volgens het jaarverslag 2020 van Febelcem de totale Belgische cementleveringen die door haar leden in 2019 werden verscheept, 6.772.530 ton bedroegen;
Overwegende dat de cementmarkt in België hoofdzakelijk in handen is van drie ondernemingen, namelijk CBR (HeidelbergCement-groep), Holcim Belgium (Holcim-Lafarge-groep) en CCB (Cementir-groep); dat de cementfabrieken van Holcim Belgium en CCB respectievelijk in Obourg en Gaurain-Ramecroix zijn gevestigd;
N.V. « Cimenteries CBR » : omschrijving Overwegende dat de N.V. "Cimenteries CBR", die de steengroeve van Romont exploiteert, een dochteronderneming is van de HeidelbergCement-groep, 's werelds grootste producent van aggregaten en eveneens actief in de sectoren cement en stortklaar beton; dat de HeidelbergCement-groep in België aanwezig is via de vennootschappen CBR (cementproductie), Inter-Beton (betonproductie) en Sagrex (productie van aggregaten); dat de N.V. "Cimenteries CBR" in België vier productie-eenheden heeft, namelijk twee in het Waalse Gewest (Lixhe en Antoing) en twee in het Vlaamse Gewest (Gent I en II);
Overwegende dat de N.V. "Cimenteries CBR" in België een theoretische jaarlijkse cementproductiecapaciteit heeft van 3,8 miljoen ton; dat gemiddeld 84 % van de cementproductie van de N.V. "Cimenteries CBR" bestemd is voor de Belgische markt; dat het saldo hoofdzakelijk naar Frankrijk en Nederland wordt uitgevoerd;
Overwegende dat er drie geïntegreerde cementproductie-eenheden in België (d.w.z. met inbegrip van de toegang tot steengroeves, de klinkerproductie-installatie en de cementmaalinstallatie) te Lixhe (CBR), Obourg (Holcim) en Gaurain-Ramecroix (CCB) zijn; dat de site van CBR Lixhe de enige geïntegreerde cementproductie-eenheid van de HeidelbergCement-groep in België;
Overwegende dat de installaties van de N.V. "Cimenteries CBR" te Lixhe de cementfabriek van Lixhe (gelegen op het grondgebied van de gemeente Wezet) omvatten, alsmede de steengroeven van Romont en Loën (deze laatste bevindt zich 3 kilometer ten zuiden van de steengroeve van Romont en minder dan 2 kilometer ten zuidwesten van de cementfabriek van Lixhe, op het grondgebied van de gemeenten Bassenge en Wezet); dat deze drie sites de geïntegreerde cementproductie-eenheid van CBR te Lixhe vormen;
Overwegende dat de Lixhe-fabriek uit drie geïntegreerde industriële eenheden bestaat, namelijk de klinkerfabriek (draaioven die de productie van klinker door decarbonering van CaCO3 mogelijk maakt), de cementfabriek (omzetting van klinker in cement door vermaling) en de cementverpakkings- en -verzendingseenheid;
Overwegende dat de fabriek in Lixhe aanvankelijk drie ovens voor natte processen voor de productie van klinkers had; dat de laatste oven voor natte processen in 2001 werd gesloten ten gunste van één enkele oven voor droge processen, die minder energie verbruikt;
Overwegende dat de steengroeven van Romont en Loën de cementfabriek van Lixhe van kalkgrondstoffen voorzien; dat de kalk uit de steengroeve van Loën echter 22% water bevat en derhalve slechts in kleine percentages in het productieproces van droge klinker kan worden gebruikt; dat de oven van de cementfabriek van Lixhe bijgevolg, wegens de kenmerken van de gewonnen materialen, hoofdzakelijk wordt bevoorraad door de steengroeve van Romont (2,1 miljoen ton/jaar tegenover 150 ton/jaar); dat de kalk uit de steengroeve van Loën echter 22% water bevat en derhalve slechts in kleine percentages in het productieproces van droge klinker kan worden gebruikt. dat, wegens de kenmerken van de gewonnen materialen, de oven van de cementfabriek van Lixhe hoofdzakelijk wordt bevoorraad door de steengroeve van Romont (tot 2,1 miljoen ton/jaar tegen 150.000 ton/jaar voor de steengroeve van Loën);
Overwegende dat, volgens het basisdossier, de N.V. "Cimenteries CBR" bij ontstentenis van een herziening van het vigerende gewestplan een nieuwe aanvoer van grondstoffen of halffabricaten voor de Lixhe-fabriek zal moeten vinden, of de Lixhe-fabriek moeten sluiten na de exploitatie van de resterende afzettingsreserves; dat uit de studie van de sociaal-economische gevolgen van de gevraagde herziening van het gewestplan blijkt dat het eerste alternatief uit economisch, logistiek en milieuoogpunt niet levensvatbaar is; dat de stopzetting van de ontginningsactiviteit in de steengroeve van Romont derhalve synoniem zou zijn met de stopzetting van alle activiteiten van CBR Lixhe (groeves en fabriek) ;
Overwegende dat de cementfabriek van Lixhe de enige is in het oosten van België; dat zij gelegen is in de nabijheid van een belangrijk spoorweg- en autowegennet en van het Albertkanaal; dat deze situatie haar een bevoorrechte positie verschaft ten opzichte van de nationale en internationale markten;
N.V. "Cimenteries CBR": antwoord op economische behoeften Overwegende dat de jaarlijkse productiecapaciteit van de fabriek van Lixhe 1,4 miljoen ton klinker en 1,5 miljoen ton cement van alle soorten bedraagt; dat deze hoeveelheid cement ongeveer 25% van de in België geproduceerde hoeveelheid cement vertegenwoordigt; dat het productietempo niet zal worden gewijzigd ingevolge de gevraagde herziening van het gewestplan;
Overwegende dat het grootste deel van de in Lixhe geproduceerde klinker (ongeveer 1 miljoen ton/jaar) ter plaatse tot cement wordt verwerkt en dat de rest (ongeveer 400.000 ton/jaar) naar de fabriek van Ijmuiden (in Nederland; ongeveer 90% van het saldo) en de fabriek Gent I (ongeveer 10% van het saldo) wordt gezonden om daar tot cement te worden verwerkt; dat de klinker alleen per schip wordt vervoerd binnen een verzorgingsgebied van 250 kilometer;
Overwegende dat het in de fabriek van Lixhe geproduceerde cement in bulk (ongeveer 1,3 miljoen ton/jaar) en in zakken (ongeveer 0,2 miljoen ton/jaar) wordt verkocht; dat ongeveer 80% van het cement in België wordt verkocht en de rest hoofdzakelijk naar Nederland, Duitsland en Frankrijk wordt uitgevoerd; dat het cement per vrachtwagen (ongeveer 83% van het geproduceerde cement) en per schip (ongeveer 17% van het geproduceerde cement) binnen een straal van gemiddeld ongeveer 100 km wordt vervoerd, waardoor kan worden voldaan aan de behoeften van de in deze omtrek gevestigde ondernemingen;
Overwegende dat cement gekenmerkt wordt door een lage waarde/gewichtsverhouding; dat het derhalve van belang is een zo kort mogelijke waardeketen te handhaven; dat het handhaven van een zekere afstand tussen steengroeven, cementfabrieken en eindgebruikers een belangrijke uitdaging voor de Belgische cementindustrie is, zodat zij haar productiekosten in de hand kan houden en de markt op concurrerende wijze kan bevoorraden;
Overwegende dat CBR Lixhe zeer dicht bij haar verschillende winnings-, cementproductie- en leveringsplaatsen ligt; dat CBR Lixhe aldus bijdraagt tot een concurrerende levering van Belgisch cement aan de bouwsector; dat de sluiting van de geïntegreerde eenheid te Lixhe het concurrentievermogen van de Belgische cementsector in dit deel van het land zou verminderen;
Overwegende dat in geval van sluiting van CBR Lixhe de vraag naar cement vergelijkbaar zal blijven met de huidige vraag; dat dit de invoer van cement uit de buurlanden zal bevorderen, hetgeen zal leiden tot een stijging van de inkoopkosten als gevolg van de grotere leveringsafstanden;
Overwegende dat, volgens de studie van de sociaaleconomische gevolgen van de gevraagde herziening van het gewestplan, CBR Lixhe in 2019 een omzet van 135 miljoen euro heeft behaald; dat dit bedrag 26,7% vertegenwoordigt van de omzet die de hele cementsector in 2019 op de Belgische markt heeft behaald;
Overwegende dat de investeringen van CBR Lixhe volgens dezelfde studie in 2019 3,2 miljoen euro bedroegen, exclusief de opening van een afzetting; dat dit bedrag 9,5% vertegenwoordigt van de investeringen die de hele Belgische cementsector in 2019 heeft gedaan;
Overwegende dat volgens de studie van de sociaaleconomische gevolgen van de gevraagde herziening van het gewestplan, de voortzetting van de ontginningsactiviteiten van de steengroeve van Romont het mogelijk zal maken de totale activiteit van de site in stand te houden, wat een toegevoegde waarde - d.w.z. de in de economie geproduceerde rijkdom - vertegenwoordigt van 62,5 miljoen euro (volgens de situatie in 2019); dat de voortzetting van de activiteiten het indirect mogelijk zal maken een extra toegevoegde waarde van 23,3 miljoen euro te creëren dankzij de voortzetting van de activiteit van de leveranciers van CBR Lixhe;
N.V. "Cimenteries CBR": antwoord op maatschappelijke behoeften Overwegende dat uit het basisdossier blijkt dat de cementfabriek van Lixhe, die verbonden is met de steengroeven van Romont en Loën, 180 directe arbeidsplaatsen genereert, die hoofdzakelijk worden bezet door personen die in de gemeente Bitsingen en in de aangrenzende gemeenten wonen, en ongeveer 410 indirecte voltijdsequivalenten; dat de voortzetting van de activiteiten op het terrein van de steengroeve van Romont het mogelijk moet maken deze werkgelegenheid in stand te houden;
Overwegende dat de stopzetting van de ontginning in de steengroeve van Romont uiteindelijk gevolgen zou hebben voor de kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) die de bijproducten van de steengroeve van Romont op de markt brengen;
N.V. "Cimenteries CBR": antwoord op energie- en leefmilieubehoeften Overwegende dat de productie van klinker en cement een activiteit is met een aanzienlijke invloed op het milieu; dat zij volgens de studie van de sociaal-economische gevolgen van de gevraagde herziening van het gewestplan iets minder dan 10% van de totale Waalse CO2-emissies vertegenwoordigt, voornamelijk ten gevolge van het klinkerisatieproces (ongeveer 74% van de emissies van de fabriek van Lixhe) en het verbrandingsproces dat nodig is voor het klinkerisatieproces (ongeveer 25% van de emissies van de fabriek van Lixhe);
Overwegende dat volgens de sociaal-economische effectbeoordeling het droge klinkerproces, zoals dat op de site van Lixhe wordt toegepast, het mogelijk maakt de CO2-uitstoot met 20% te verminderen ten opzichte van het natte proces;
Overwegende dat de oven van Lixhe volgens dezelfde studie een van de meest efficiënte in Europa is in termen van CO2-uitstoot per ton geproduceerde klinker; dat de cementfabriek van Lixhe derhalve bijzonder efficiënt is in vergelijking met buitenlandse cementfabrieken (cementfabriek van Lixhe: 0,47 ton CO2/ton geproduceerde cement; Europees gemiddelde: 0,65 ton CO2/ton geproduceerde cement);
Overwegende dat uit de studie in kwestie blijkt dat de Lixhe-fabriek een hoge energie-efficiëntie-index heeft; dat deze index in 2019 de waarde van 8,12% bereikte, terwijl de doelstelling die Febelcem voor de Waalse cementbedrijven in 2020 had vastgesteld, 2,94% was;
Overwegende dat de nabijheid tussen de steengroeven van Romont en Loën enerzijds en de fabriek van Lixhe anderzijds het mogelijk maakt de afstanden tussen de winnings- en de verwerkingslocaties van de kalkgrondstoffen tot een minimum te beperken; dat deze situatie derhalve optimaal is wat de energiekosten en de CO2-uitstoot betreft, in vergelijking met wat het vervoer van de grondstoffen zou genereren indien deze locaties verder weg zouden liggen;
Overwegende dat in geval van sluiting van de Lixhe-fabriek het cement dat uit buurlanden zou worden ingevoerd een veel grotere koolstofvoetafdruk zal hebben dan het cement dat in de Lixhe-fabriek wordt geproduceerd; dat deze grotere koolstofvoetafdruk enerzijds het gevolg zou zijn van de lagere milieu- en energie-efficiëntie van het cementproductieproces in de buurlanden en anderzijds van de toename van de emissies ten gevolge van de grotere leveringsafstanden ;
Conclusie Overwegende dat over de exploitatie van de Eben-Emael-afzetting reeds vele jaren wereldwijd wordt nagedacht en dat het belang ervan met name wordt erkend in het akkoordprotocol van 13 april 1977 tussen de Belgische Staat en de N.V. "Cimenteries CBR" betreffende de exploitatie en de ontwikkeling van de krijtlagen van Eben-Emael, Kanne en Lanaye; dat dit akkoordprotocol, ook al moet het slechts worden beschouwd als een oriënterend document waarin een gedragslijn wordt uitgestippeld, het belang van de afzetting en de noodzaak om de cont …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.