← België

Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, l

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit wijzigt de wetgeving betreffende overheidsopdrachten om de Europese richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG om te zetten, in afwachting van de volledige inwerkingtreding van nieuwe wetten. Het doel is de regels voor het plaatsen van opdrachten te coördineren en te harmoniseren.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
23 NOVEMBER 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en van sommige koninklijke besluiten tot uitvoering van deze wet VERSLAG AAN DE KONING Sire, Na de goedkeuring van de Europese richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG van 31 maart 2004 werd het wenselijk geacht de volledige wetgeving overheidsopdrachten te vervangen teneinde de coherente structuur en logische samenhang van de wetsbepalingen te behouden, zonder afbreuk te doen aan het onderscheid tussen de twee toepasselijke stelsels. Deze hervorming heeft geleid tot de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 en van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021342 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten type wet prom. 16/06/2006 pub. 18/02/2008 numac 2008000093 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. - Duitse vertaling sluiten betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Deze wetten werden gewijzigd door de wetten van 12 januari 2007 en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 februari 2007. Met uitzondering van een beperkt aantal artikelen zijn deze wetten niet in werking getreden, omdat de uitvoeringsmaatregelen ervan nog worden uitgewerkt. In afwachting van de goedkeuring van de uitvoeringsmaatregelen van deze nieuwe wetgeving, dienen enkele aanpassingen en aanvullingen te worden aangebracht in de huidige reglementering met het oog op de omzetting van de dwingende bepalingen van de richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG. Daartoe wijzigt dit ontwerp de wet van 24 december 1993 met toepassing van de artikelen 43, § 1, eerste lid, en 65, eerste lid, van die wet, die de Koning de mogelijkheid geven de nodige maatregelen te nemen voor de omzetting van de verplichte bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag en de internationale akten die krachtens dit Verdrag werden genomen. Bovendien wijzigt het ontwerp een aantal bepalingen van de koninklijke besluiten van 8 januari 1996, 10 januari 1996 en 18 juni 1996. Hoofdstuk I bevat de algemene bepalingen. Artikel 1.Dit artikel herinnert eraan dat dit ontwerp kadert in de omzetting van, enerzijds, richtlijn 2004/17/EG van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedure voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en, anderzijds, richtlijn 2004/18/EG van 31 maart 2004 betreffende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten. Volgens deze richtlijnen behandelen de aanbestedende overheden en aanbestedende diensten de aannemers, leveranciers en dienstverleners op gelijke, niet- discriminerende en transparante wijze. Het gaat om beginselen van het Verdrag die ook toepasselijk zijn op opdrachten beneden de Europese drempels. Hoofdstuk II is gewijd aan de wijzigingen aangebracht in de wet van 24 december 1993. Art. 2.Dit artikel verduidelijkt artikel 4, § 2, 9°, van de wet. Daartoe legt het, voor de privaatrechtelijke universitaire instellingen, een verband met § 2, 8°, van hetzelfde artikel. Artikel 4, § 2, 8°, legt immers de criteria vast om te bepalen of een persoon de hoedanigheid heeft van aanbestedende overheid. Wanneer deze instellingen voldoen aan de in punt 8° bepaalde voorwaarden, worden ze beschouwd als aanbestedende overheden als bedoeld in deze bepaling, overeenkomstig de vaste interpretatie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. In dit verband kan worden verwezen naar de commentaar bij artikel 2 van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 in de memorie van toelichting (Kamer, Doc. 51 2237/001). Rekening houdend met de beperkte machtiging verleend aan de Koning in artikel 43, § 1, eerste lid, van de wet, heeft de nieuwe bepaling enkel betrekking op de overheidsopdrachten die tot het toepassingsgebied van richtlijn 2004/18/EG behoren. Het gaat om de opdrachten die de bedragen voor de Europese bekendmaking bereiken. Wat de opdrachten betreft die deze bedragen niet bereiken, blijft voor de privaatrechtelijke universitaire instellingen de oorspronkelijke bepaling van de wet van 24 december 1993 van toepassing. Deze wet is in dat geval enkel van toepassing op de gesubsidieerde opdrachten van deze instellingen. Art. 3.Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 25bis in titel III van boek I van de wet dat gewijd is aan de concessies voor openbare werken. Indien het geraamde bedrag van de concessie de Europese drempel bereikt, kan de aanbestedende overheid de concessiehouder aanvullende werken gunnen overeenkomstig de voorschriften van artikel 25bis. Art. 4 en 5. Artikel 4 wijzigt het opschrift van hoofdstuk III van titel IV van boek I van de wet teneinde het ook toepasselijk te maken op de opdrachten voor aanneming van werken als bedoeld in artikel 5 van het ontwerp. Art. 6.Dit artikel wijzigt artikel 41ter, § 1, van de wet, betreffende de uitzondering voor de opdrachten gegund aan verbonden of gemeenschappelijke ondernemingen. Deze uitsluiting, die tot op heden beperkt is tot de opdrachten voor aanneming van diensten, is voortaan eveneens van toepassing op de opdrachten voor aanneming van werken en leveringen. Volgens de overweging 32 van richtlijn 2004/17/EG "moeten sommige opdrachten voor diensten, leveringen en werken, toegekend aan een verbonden onderneming waarvan de voornaamste activiteit erin bestaat deze diensten, leveringen of werken te verrichten voor de groep waarvan zij deel uitmaakt en niet op de markt te verhandelen, worden uitgesloten. Ook bepaalde opdrachten voor diensten, leveringen en werken die een aanbestedende overheid plaatst bij een gemeenschappelijke onderneming, bestaande uit verscheidene aanbestedende overheden, voor de uitoefening van de onder deze richtlijn vallende activiteiten, en waar zij zelf deel van uitmaakt, dienen van het toepassingsgebeid van deze richtlijn te worden uitgesloten. Er dient evenwel te worden voorkomen dat deze uitsluiting leidt tot verstoringen van de mededinging ten gunste van de ondernemingen of gemeenschappelijke onderneming die verbonden zijn met de aanbestedende diensten; er dient te worden voorzien in adequate regels, met name wat betreft de grenzen tot welke de ondernemingen een deel van hun omzet op de markt mogen halen en waarboven zij de mogelijkheid tot overheidsopdrachten zonder oproep tot mededinging verliezen, de samenstelling van de gemeenschappelijke ondernemingen en de stabiliteit van de betrekkingen tussen deze gemeenschappelijke ondernemingen en de aanbestedende overheden waaruit zij bestaan. » Art. 7.Dit artikel voert in artikel 48 van de wet een nieuwe definitie in voor de bijzondere of uitsluitende rechten. In de richtlijn 93/38/EEG werden deze rechten omschreven als die welke voortvloeien uit een door een bevoegde overheid verleende machtiging op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van werkzaamheden in de betrokken sectoren aan een of meer entiteiten voorbehouden blijft. Het bestaan van deze rechten werd bovendien vermoed in twee gevallen : indien de entiteit gebruik kon maken van een onteigeningsprocedure, een erfdienstbaarheid kon vestigen, dan wel delen van het net kon aanbrengen op, onder of boven de openbare weg en indien de entiteit zorgde voor de toevoer van drinkwater, elektriciteit, gas of warmte naar een net dat geëxploiteerd werd door een entiteit die bijzondere of uitsluitende rechten genoot. Het begrip "bijzondere of uitsluitende rechten" zoals vermeld in richtlijn 2004/17/EG verschilt van het in de richtlijn 93/38/EEG omschreven begrip. Bijgevolg wordt dit begrip gewijzigd in dit ontwerp. De nieuwe definitie behoudt het principe dat deze rechten worden toegekend door een bevoegde overheid van de lidstaten op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van de beoogde werkzaamheden aan een of meer entiteiten voorbehouden blijft. Ze schrapt evenwel de hierboven vermelde vermoedens en voegt als voorwaarde toe dat de mogelijkheden van andere entiteiten om dezelfde werkzaamheden uit te oefenen, wezenlijk nadelig dienen beïnvloed te zijn. De overweging 25 van richtlijn 2004/17/EG bevat hieromtrent de volgende toelichting: « Het begrip bijzondere of uitsluitende rechten moet passend gedefinieerd worden. De definitie heeft tot gevolg dat het feit dat een dienst met het oog op de aanleg van netwerken of haven- of luchthavenfaciliteiten gebruik mag maken van een procedure voor de onteigening of het gebruik van eigendom, of faciliteiten mag installeren op, over of onder openbare eigendom, als zodanig geen bijzonder of uitsluitend recht vormt in de zin van deze richtlijn. Ook het feit dat een dienst drinkwater, elektriciteit, gas of warmte levert aan een netwerk dat zelf geëxploiteerd wordt door een dienst waaraan door een bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat bijzondere of uitsluitende rechten zijn verleend, vormt als zodanig geen bijzonder of uitsluitend recht in de zin van deze richtlijn. Ook rechten die in enige vorm, ook via concessieovereenkomsten, door een lidstaat aan een beperkt aantal ondernemingen zijn toegekend op basis van objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria aan eenieder die daaraan voldoet de mogelijkheid bieden van deze rechten gebruik te maken, kunnen niet worden aangemerkt als bijzondere of uitsluitende rechten. » De gevolgen van deze nieuwe definitie kunnen dan ook als volgt worden samengevat : de privaatrechtelijke entiteiten die enkel tot het toepassingsgebied van de richtlijn behoorden op basis van één van beide bovengenoemde vermoedens, zullen niet meer automatisch tot het toepassingsgebied van de nieuwe richtlijn behoren. Wat de overige entiteiten betreft, moet geval per geval worden nagegaan of de toegekende rechten de mogelijkheden van andere entiteiten om de beoogde werkzaamheden uit te oefenen wezenlijk nadelig beïnvloeden. Indien deze rechten werden toegekend op basis van objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria die eenieder die daaraan voldoet de mogelijkheid bieden om er gebruik van te maken, vormen ze geen bijzondere of uitsluitende rechten als bedoeld in richtlijn 2004/17/EG en in dit artikel. Art. 8.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 6. Art. 9.Dit artikel beoogt de invoeging in de wet van een artikel 63bis op basis waarvan, overeenkomstig artikel 9 van richtlijn 2004/17/EG, het stelsel kan worden bepaald dat van toepassing is op overheidsopdracht of een opdracht, wanneer het voorwerp ervan betrekking heeft op meerdere werkzaamheden. In principe moet deze opdracht worden gegund overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op de werkzaamheden waarvoor die hoofdzakelijk bestemd is. Indien de door een gemeente gegunde opdracht bijvoorbeeld zowel betrekking heeft op de vervanging van een deel van een drinkwaternet dat zij beheert als op de vervanging van het wegdek, is het klassieke stelsel van toepassing voor zover de werken aan de weg het belangrijkste deel van de uitgaven vormen. Indien de werken aan het drinkwaternet het meest kosten, valt deze opdracht onder het stelsel van de speciale sectoren. In sommige gevallen is het echter onmogelijk objectief vast te stellen voor welke werkzaamheden de opdracht hoofdzakelijk bedoeld is. In dit geval zijn de volgende regels van toepassing : 1° indien één van de werkzaamheden tot het klassieke stelsel van titel II van boek I en de andere tot de speciale sectoren van titel IV van hetzelfde boek of van boek II behoort, zijn de regels van het klassieke stelsel van toepassing, dus de striktere regels van titel II van boek I;2° indien één van de werkzaamheden tot de speciale sectoren behoort en de wet niet van toepassing is op de andere werkzaamheid, gelden de regels van de speciale sectoren, dus die van titel IV van boek I of boek II, naargelang het geval. Art. 10.Dit artikel zorgt ervoor dat de uitzondering als bedoeld in voetnoot 2 van bijlage 2 van de wet, niet van toepassing is op de opdrachten die het vastgelegde bedrag voor de Europese bekendmaking bereiken. Volgens deze voetnoot zijn de spraaktelefonie-, telex-, radiotelefonie-, semafoon- en satellietdiensten uitgesloten van het toepassingsgebied van de telecommunicatiediensten van categorie A 5. Deze uitzondering is niet meer vermeld in de richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG, aangezien deze diensten voortaan in mededinging kunnen worden gesteld. Hoofdstuk III is gewijd aan de wijzigingen aangebracht in het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de inschrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Tenzij anders vermeld, gelden de bedoelde wijzigingen enkel voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt. Art. 11.Dit artikel beoogt de invoeging van een nieuwe paragraaf in artikel 17 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de inschrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Deze paragraaf vermeldt de vier nieuwe hypotheses als bedoeld in de richtlijn 2004/18/EG waarin een verplichte uitsluiting van de aannemer, leverancier of dienstverlener geldt. Deze hypotheses hebben betrekking op elke veroordeling bij een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft. Deze veroordeling moet zijn uitgesproken wegens : 1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/02/2002 pub. 15/05/2002 numac 2002015030 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met de volgende Internationale Akten : 1° Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Brussel op 26 juli 1995. 2° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, gedaan te Dublin op 27 september 1996. 3° Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en gezamenlijke Verklaring, gedaan te Brussel op 19 juni 1997. 4° Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, en Verklaring, gedaan te Brussel op 29 november 1996. 5° Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de Lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, gedaan te Brussel op 26 mei 1997 sluiten;4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/01/1993 pub. 29/07/2013 numac 2013000488 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 11/01/1993 pub. 27/06/2012 numac 2012000391 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. De overweging 43 van de richtlijn 2004/18/EG bepaalt dat men moet voorkomen dat overheidsopdrachten worden gegund aan ondernemers die hebben deelgenomen aan een criminele organisatie of die zich schuldig hebben gemaakt aan omkoping of fraude ten nadele van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, of aan het witwassen van geld. De aanbestedende overheden verzoeken in voorkomend geval de kandidaten/inschrijvers om passende documenten en kunnen, in geval van twijfel over de persoonlijke situatie van de kandidaten/inschrijvers, de bevoegde overheden van de betrokken lidstaat om medewerking verzoeken. Deze ondernemers moeten worden uitgesloten zodra de aanbestedende overheid kennis heeft van een overeenkomstig het nationaal recht uitgesproken en in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing met betrekking tot dergelijke strafbare feiten. De verplichte uitsluiting is van toepassing behalve indien sprake is van dwingende redenen van algemeen belang. Het is immers mogelijk dat de aanbestedende overheid in bepaalde situaties, zoals bij een monopolie, toch een overeenkomst moet afsluiten met een in gebreke gebleven onderneming teneinde nog grotere schade te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een tekort aan wisselstukken die voor de veiligheid van de bestaande installaties moeten zorgen. Art. 12.Dit artikel beoogt de invoeging van een nieuw lid in artikel 19 van hetzelfde besluit. Deze bepaling stemt overeen met artikel 71, eerste lid, van het koninklijk besluit dat het in een aantal gevallen mogelijk maakt om de technische of beroepsbekwaamheid van de kandidaten of inschrijvers te beoordelen op grond van hun know-how, efficiëntie, ervaring en betrouwbaarheid. Ze heeft voortaan niet enkel betrekking op de opdrachten voor diensten, maar ook op de opdrachten voor aanneming van werken. Bijgevolg verruimt ze het toepassingsgebied van de referenties die voor deze opdrachten kunnen worden gevraagd betreffende de technische of beroepsbekwaamheid. Art. 13.Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 20bis in hetzelfde besluit. Deze bepaling zorgt voor de uitbreiding tot de opdrachten voor aanneming van werken van een voorschrift betreffende de overeenstemming met bepaalde kwaliteitsnormen dat gelijkaardig is aan dat van artikel 73 van het koninklijk besluit, en dat tot op heden enkel van toepassing is op de opdrachten voor aanneming van diensten. Art. 14.Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 20ter in hetzelfde besluit. Wanneer de aard van de werken rechtvaardigt dat bij de uitvoering van de opdracht milieubeheersmaatregelen of -systemen worden toegepast, kan de toepassing van dergelijke maatregelen of systemen worden verlangd. Milieubeheerssystemen kunnen, onafhankelijk van hun registratie overeenkomstig de communautaire instrumenten zoals de verordening (EG) nr. 761/2001 (EMAS) het bewijs leveren van de technische bekwaamheid van de aannemer om de opdracht uit te voeren. Informatie over EMAS is onder meer te vinden op de website van de Europese Commissie (http://ec.europa.eu). Bovendien moet een beschrijving van de door de aannemer toegepaste maatregelen om hetzelfde niveau inzake milieubescherming te waarborgen, als alternatief bewijsmiddel voor geregistreerde milieubeheersystemen, worden aanvaard. Art. 15.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 11 van het ontwerp. Art. 16.Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 45 in hetzelfde besluit. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 12 van het ontwerp. Wat de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen betreft, is artikel 45 evenwel enkel van toepassing op de opdrachten waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn. Art. 17.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 13 van het ontwerp. Art. 18.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 11 van het ontwerp. Art. 19.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 13 van het ontwerp. Art. 20.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 14 van het ontwerp. Art. 21.In artikel 75, § 2, van hetzelfde besluit, betreffende de prijsvraag voor ontwerpen, worden enkele verduidelijkingen aangebracht. Het gewijzigde punt 3° neemt de anonimiteitsregel over, maar dan enkel voor de prijsvragen die het bedrag voor de Europese bekendmaking bereiken. In dit geval moeten de ontwerpen anoniem aan de jury worden voorgesteld. De anonimiteit moet worden gerespecteerd tot de beslissing of het advies van de jury, naargelang het geval, bekend is. Het nieuwe punt 6°, dat geldt ongeacht het bedrag van de prijsvraag voor ontwerpen, verbiedt de jury op enigerlei wijze kennis te nemen van de inhoud van de offertes vóór het verstrijken van de indieningstermijn van de offertes. Volgens het tweede en derde lid evalueert de jury de ontwerpen aan de hand van de beoordelingscriteria en stelt ze een proces-verbaal op van de gemaakte keuze. Uit het vierde en vijfde lid blijkt dat indien toelichting vereist is, de deelnemers kunnen worden verzocht de in dat proces-verbaal vermelde opmerkingen en vragen te beantwoorden. Dit gebeurt met inachtneming van de anonimiteit indien de wedstrijd de drempel voor de Europese bekendmaking bereikt. Ook deze dialoog wordt opgenomen in een volledig proces-verbaal. Het nieuwe punt 7, dat zoals punt 6 geldt ongeacht het bedrag van de prijsvraag voor ontwerpen, heeft betrekking op de integriteit en het vertrouwelijk karakter van de door de deelnemers ingezonden informatie. Deze verduidelijking is aangebracht ingevolge het advies van de Raad van State. Art. 22.Dit artikel preciseert dat de bestaande definities van technische specificaties, norm, Europese norm, Europese technische goedkeuring, gemeenschappelijke technische specificatie en fundamentele voorschriften in artikel 82 van hetzelfde besluit enkel behouden blijven voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereikt. Art. 23.Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 82bis in hetzelfde besluit met het oog de introductie daarin, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt, van nieuwe definities voor de technische specificaties, de norm, de Europese technische goedkeuring, de gemeenschappelijke technische specificaties en het technisch referentiekader. Deze begrippen zijn terug te vinden in bijlage VI van richtlijn 2004/18/EG. Art. 24.Dit artikel preciseert dat de bestaande bepalingen inzake het gebruik van normen op het vlak van de technische specificaties in artikel 83 van hetzelfde besluit enkel behouden blijven voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereikt. Art. 25.Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 83bis in hetzelfde besluit teneinde hierin de functionele benadering met betrekking tot de technische specificaties te introduceren. Paragraaf 1 herinnert eraan dat de onderhavige bepaling geldt voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt. Paragraaf 2 bevat de bepaling volgens dewelke de aanbestedende overheid de technische specificaties opneemt in de opdrachtdocumenten. Artikel 23, 1, alsook overweging 29 van richtlijn 2004/18/EG gaan nader in op een bekommernis die zeer ruim geformuleerd is op Europees niveau. Ze betreft het in overweging nemen van toegankelijkheidscriteria in de technische specificaties, teneinde rekening te houden met de behoeften van alle gebruikers, met inbegrip van personen met een handicap. De §§ 4 tot 6 behandelen de technische specificaties, het aantonen van de overeenstemming met de voorschriften van de technische specificaties, naargelang ze werden aangegeven door verwijzing naar normen of functionele eisen, en het voorschrijven van milieukenmerken. De overweging 29 van de richtlijn luidt als volgt : « De door de aanbestedende diensten opgestelde technische specificaties moeten de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging mogelijk maken; daartoe moet het mogelijk zijn inschrijvingen in te dienen waarin de diversiteit van de technische oplossingen tot uiting komt. Te dien einde moeten enerzijds de technische specificaties kunnen worden opgesteld in termen van prestaties en functionele eisen en moeten anderzijds, bij verwijzing naar de Europese - of bij ontstentenis daarvan naar de nationale - norm, op andere gelijkwaardige oplossingen gebaseerde inschrijvingen door de aanbestedende dienst in overweging worden genomen. Om de gelijkwaardigheid aan te tonen, moeten de inschrijvers elk bewijsmiddel kunnen gebruiken. Overheidsdiensten moeten iedere beslissing dat er geen sprake is van gelijkwaardigheid, kunnen motiveren. Aanbestedende diensten die in de technische specificatie van een bepaalde opdracht milieueisen wensen op te nemen, kunnen de milieukenmerken, zoals een bepaalde productiemethode, en/of het milieueffect van specifieke productgroepen of -diensten voorschrijven. Zij kunnen, zonder dat daartoe een verplichting bestaat, de passende specificaties gebruiken die zijn omschreven in milieukeuren, zoals de Europese milieukeur, (pluri)nationale milieukeuren of een andere milieukeur indien de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld en aangenomen op grond van wetenschappelijke gegevens via een proces waaraan de betrokkenen, zoals regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandel en milieuorganisaties, kunnen deelnemen en indien de keur toegankelijk en beschikbaar is voor alle betrokken partijen. » In dit verband kan ook worden verwezen naar de omzendbrief P&O/DD/1 van 27 januari 2005 betreffende de implementatie van het duurzame ontwikkelingsbeleid bij de overheidsopdrachten van leveringen gelanceerd door aanbestedende overheden van de federale overheid die behoren tot de klassieke sectoren (Belgisch Staatsblad van 4 februari 2005), alsook naar de omzendbrief P&O/DD/2 van 18 november 2005 betreffende het aankoopbeleid van de federale overheid ter bevordering van het gebruik van duurzaam geëxploiteerd hout (Belgisch Staatsblad van 9 februari 2005). Art. 26.Dit artikel wijzigt het tweede lid van § 5 van artikel 110 van hetzelfde besluit. Deze bepaling herinnert aan de toepassing van artikel 110, § 3, van het koninklijk besluit betreffende het onderzoek van abnormaal lage prijzen. Indien een dusdanige prijs is verantwoord op grond van een overheidssteun, dient de aanbestedende overheid de inschrijver te bevragen omtrent de rechtmatigheid van de steun. Deze verduidelijking is aangebracht ingevolge het advies van de Raad van State. Tot op heden dient de Europese Commissie in kennis te worden gesteld van elke afwijzing van een abnormaal lage offerte wanneer de opdracht onderworpen is aan de Europese bekendmaking. Voortaan heeft deze verplichting enkel nog betrekking op diezelfde opdrachten indien het abnormaal lage karakter van de offerte voortvloeit uit het feit dat de inschrijver overheidssteun heeft genoten die onrechtmatig is toegekend. Art. 27.Dit artikel brengt een precisering aan voor de toepassing van artikel 17, § 2, 1°, d, van de wet. Deze laatste bepaling betreft de hypothese waarbij enkel onregelmatige offertes of onaanvaardbare prijzen werden ingediend naar aanleiding van een aanbesteding of offerteaanvraag. In dit geval kan een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking gerechtvaardigd zijn, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd en de aanbestedende overheid alle inschrijvers raadpleegt die aan de eisen inzake kwalitatieve selectie beantwoorden en een formeel regelmatige offerte (bv. de offerte is ondertekend, ze bevat een voorstel betreffende een verplichte variante, ze voldoet aan de vormvereisten en is tijdig ingediend, ) hebben ingediend bij de eerste procedure (zie het arrest van de Raad van State van 15 maart 2006, zaak nr. 156.427). Volgens de aangebrachte precisering mogen enkel die inschrijvers worden geraadpleegd. Art. 28.Dit artikel brengt een precisering aan in artikel 122bis van hetzelfde besluit. De verplichting om de gunningscriteria te wegen is ook van toepassing in geval van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking wanneer het bedrag voor de Europese bekendmaking wordt bereikt en meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners worden geraadpleegd. Art. 29.Dit artikel vervolledigt artikel 133, § 2, van hetzelfde besluit dat de termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes bepaalt wanneer de concessiehouder geen aanbestedende overheid is. Deze termijnen moeten dienovereenkomstig worden verlengd in de in § 2 opgesomde gevallen. De bedoelde verlenging moet de inschrijvers toelaten kennis te nemen van alle nodige informatie voor het opstellen van hun offerte. Hoofdstuk IV is gewijd aan de wijzigingen aangebracht in het koninklijk besluit van 10 januari 1996. De bedoelde wijzigingen gelden enkel voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt. Art. 30 tot 33. Er wordt verwezen naar de respectieve commentaren bij de artikelen 11, 13 en 14 van het ontwerp. Art. 34.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 13 van het ontwerp. Art. 35.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 11 van het ontwerp. Art. 36 en 37. Er wordt verwezen naar de respectieve commentaren bij de artikelen 13 en 14 van het ontwerp. Art. 38.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 21 van het ontwerp. Art. 39 tot 44. Er wordt verwezen naar de respectieve commentaren bij de artikelen 22 tot 26 en 28 van het ontwerp. Hoofdstuk V is gewijd aan de wijzigingen aangebracht in het koninklijk besluit van 18 juni 1996. Art. 45 en 46. Er wordt verwezen naar de respectieve commentaren bij de artikelen 13 en 14 van het ontwerp. Art. 47.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 26 van het ontwerp. Art. 48.Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 21 van het ontwerp. Art. 49.Dit artikel wijzigt het opschrift van hoofdstuk IIIbis van hetzelfde besluit om te bepalen dat het ook betrekking heeft op de vertrouwelijkheid van de informatie. Art. 50.Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 19 sexies in hetzelfde besluit. Het heeft betrekking op de bescherming van de integriteit van de gegevens en van de vertrouwelijkheid van de aanvragen tot deelneming en van de offertes. Het gaat om een algemene regel die geldt ongeacht de gebruikte communicatiemiddelen. Art. 51 en 52. Er wordt verwezen naar de respectieve commentaren bij de artikelen 23 en 24 van het ontwerp. Art. 53.Dit artikel vervangt artikel 22, § 3, van hetzelfde besluit door een nieuwe bepaling. Volgens deze bepaling mag een variante niet worden afgewezen enkel omwille van het feit dat, indien de aanbestedende overheid ze zou aanvaarden, een opdracht voor aanneming van diensten een opdracht voor aanneming van leveringen zou worden of omgekeerd. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn voor een opdracht betreffende de ontwikkeling van software via een opdracht voor aanneming van diensten, terwijl een concurrent als variante een softwarepakket zou indienen dat voldoet aan de eisen van de aanbestedende overheid. Art. 54.Dit artikel wijzigt de §§ 3 en 4 van artikel 33 van hetzelfde besluit. Deze bepalingen gaan nader in op de informatie verstrekt aan de kandidaten en inschrijvers en op de motivering van de beslissing genomen door de aanbestedende entiteit. Ze zijn voortaan van toepassing in alle speciale sectoren. Niettegenstaande hun meer beknopte formulering, verzekeren deze paragrafen de omzetting van artikel 49, 1 en 2, eerste lid, van de richtlijn 2004/17/EG. Ze beslaan immers de verschillende procedurefases waarin de aanbestedende entiteit beslissingen neemt. Hoofdstuk VI bevat de slotbepalingen. Art. 55.Dit artikel regelt de inwerkingtreding van dit ontwerp. Art. 56.Dit artikel bevat de bepaling die de Eerste Minister belast met de uitvoering van dit ontwerp. De aanbeveling van de Raad van State om samen met dit ontwerp een concordantietabel bekend te maken, is gezien de beperkte omvang van de wijzigingen niet gevolgd. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Eerste Minister, G. VERHOFSTADT Advies 43.784/1 van 8 november 2007 van de afdeling wetgeving van de Raad van State De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 5 november 2007 door de Eerste Minister verzocht hem, binnen een termijn van vijf werkdagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en van sommige koninklijke besluiten tot uitvoering van deze wet", heeft het volgende advies gegeven: Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is. Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan. In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door de omstandigheid dat "la Commission européenne a introduit les 14 et 15 juin 2007 un recours auprès de la Cour de Justice des Communautés européennes en vue de faire condamner le Royaume de Belgique pour la non-transposition dans le délai respectivement de la directive 2004/17/CE (affaire C-287/07) et de la directive 2004/18/CE (affaire C-292/07). Le présent projet vise précisément à éviter une condamnation certaine et les sanctions y liées". Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, heeft de afdeling wetgeving zich moeten beperken tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan. STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe diverse wijzigingen aan te brengen in, eensdeels, de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en, anderdeels, bepaalde van de ter uitvoering van die wet tot stand gekomen koninklijke besluiten. Aan de ontworpen wijzigingen ligt de bedoeling ten grondslag om, in afwachting dat de wetten van 15 (1) en 16 juni 2006 (2) in werking treden, door middel van een aanpassing van de heden nog van toepassing zijnde regelgeving, de dwingende bepalingen van richtlijnen 2004/17/EG (3) en 2004/18/EG (4) in het interne recht om te zetten (5) en op die wijze tegemoet te komen aan de bezwaren die de Europese Commissie in dat verband heeft geformuleerd.De ontworpen regeling is zodoende tijdelijk van aard, in die zin dat de definitieve omzetting van de voornoemde richtlijnen zal gebeuren door en ter uitvoering van de wetten van 15 en 16 juni 2006, van zodra die wetten in werking zullen zijn getreden en in de noodzakelijke uitvoeringsbesluiten ervan zal zijn voorzien. 2. De ontworpen regeling vindt vooreerst rechtsgrond in artikel 65 van de reeds genoemde wet van 24 december 1993, dat luidt : « De Koning kan de maatregelen nemen, met inbegrip van de opheffing, aanvulling, wijziging of vervanging van wetsbepalingen, die nodig zijn om de omzetting te verzekeren van de verplichte bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en de internationale maatregelen die genomen werden krachtens dit verdrag en die, enerzijds, de opdrachten voor aanneming van werken en leveringen betreffen bedoeld in dit boek, en anderzijds, de opdrachten voor aanneming van diensten die zullen onderworpen worden aan de voornoemde verplichte bepalingen. De maatregelen zullen het voorwerp uitmaken van een verslag dat zal voorgelegd worden aan de wetgevende Kamers in de loop van de zitting indien zij vergaderen, zo niet bij de aanvang van hun eerstvolgende zitting. » Aangezien de ontworpen wijzigingen onder de artikelen 2, 3, 5 en 6 van het ontwerp betrekking hebben op de opdrachten voor aanneming van werken en leveringen bedoeld in boek I van de wet van 24 december 1993, moet ook artikel 43, § 1, van die wet worden geacht rechtsgrond te bieden voor het ontwerp. Artikel 43, § 1, luidt : « De Koning kan, voor de overheidsopdrachten en de concessies van openbare werken onderworpen aan dit boek, elke maatregel, met inbegrip van de opheffing, aanvulling, wijziging of vervanging van wetsbepalingen, nemen die nodig is om de omzetting te verzekeren van de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en de internationale maatregelen die krachtens dit verdrag genomen werden. Deze maatregelen zullen het voorwerp uitmaken van een verslag dat zal voorgelegd worden aan de wetgevende Kamers in de loop van de zitting indien zij vergaderen, zo niet bij de aanvang van hun eerstvolgende zitting. » Aan het einde van het eerste lid van de aanhef van het ontwerp moet derhalve de rechtsgrond voor het ontwerp worden gepreciseerd door te schrijven: "..., inzonderheid op de artikelen 43, § 1, eerste lid, en 65, eerste lid;". ALGEMENE OPMERKINGEN 1. Rekening houdend met de omvang en de complexiteit van de hem om advies voorgelegde ontwerptekst en met het korte tijdsbestek dat hem voor het uitbrengen van zijn advies is gelaten, heeft de Raad van State, afdeling wetgeving, zich toegespitst op de vraag of met de ontworpen regeling richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG naar behoren zijn omgezet in de interne rechtsorde.Deze vraag houdt trouwens direct verband met de reden waarom de ontworpen regeling is uitgewerkt geworden. De betrokken vraag valt niet makkelijk en met zekerheid te beantwoorden. Er is immers niet enkel de ingewikkeldheid van de voornoemde Europeesrechtelijke teksten, maar ook het gegeven dat de omzetting van de betrokken richtlijnen in het interne recht over diverse normatieve teksten, van uiteenlopende juridische waarde, wordt gespreid. Daar komt nog bij dat de omzetting van de richtlijnen in de ontworpen regeling wordt geënt op het bestaande wettelijke en reglementaire kader dat evenwel zal worden vervangen door de regelgeving die is vervat in de wetten van 15 en 16 juni 2006 en in de nog tot stand te brengen uitvoeringsbesluiten daarvan, eenmaal die regelgeving in werking zal zijn getreden. Deze complexiteit ten spijt, meent de Raad van State, afdeling wetgeving, niettemin te moeten opmerken wat volgt. 2. Er dient op te worden toegezien dat alle onderdelen van richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG die binnen het regelgevende kader van de wet van 24 december 1993 en de uitvoeringsbesluiten ervan kunnen worden geïmplementeerd, ook effectief naar behoren in de interne rechtsorde worden omgezet.Bij sommige artikelen van het ontwerp is dat niet het geval of valt minstens te betwijfelen of de omzetting van de desbetreffende richtlijnbepalingen wel volkomen is. In dat verband kan onder meer worden gewezen op wat volgt : - met betrekking tot de ontworpen bepalingen onder artikel 21 van het ontwerp rijst de vraag op welke wijze erin wordt tegemoet gekomen aan het vereiste dat wordt vermeld in artikel 71, lid 2, van richtlijn 2004/18/EG volgens hetwelk de mededelingen, uitwisselingen en opslag van gegevens op zodanige wijze geschieden dat de integriteit en het vertrouwelijke karakter van alle door de deelnemers aan de prijsvraag ingezonden informatie worden gehandhaafd. Een bepaling zoals die welke voorkomt in artikel 50 van het ontwerp en waarin wordt tegemoet gekomen aan het vereiste dat is ingeschreven in artikel 64, lid 2, van richtlijn 2004/17/EG, ontbreekt; - gelet op de specificiteit van het geval beoogd in het ontworpen artikel 110, § 5, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de inschrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten (6) (artikel 26 van het ontwerp), lijkt ook het bepaalde in artikel 55, lid 3, van richtlijn 2004/18/EG te moeten worden omgezet. Naar luid van die bepaling is het zo dat, wanneer een aanbestedende dienst constateert dat een inschrijving abnormaal laag is doordat de inschrijver overheidssteun heeft gekregen, de inschrijving uitsluitend op die grond kan worden afgewezen wanneer de inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende dienst bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun rechtmatig is toegekend; - de ontworpen bepaling onder artikel 29 van het ontwerp is - alleszins op redactioneel vlak - niet geheel in overeenstemming met hetgeen artikel 38, lid 7, van richtlijn 2004/18/EG voorschrijft, namelijk dat "de termijnen voor de ontvangst van de inschrijvingen zodanig worden verlengd dat alle betrokken ondernemers van alle nodige informatie voor de opstelling van de inschrijvingen kennis kunnen nemen". In de ontworpen bepaling wordt enkel vermeld dat in het betrokken geval de termijnen "dienovereenkomstig" worden verlengd, hetgeen minder expliciet en minder duidelijk is dan in de aangehaalde richtlijnbepaling het geval is; - bij de ontworpen bepalingen onder artikel 38 van het ontwerp rijst de vraag op welke wijze wordt tegemoet gekomen aan het bepaalde in artikel 64, lid 2, van richtlijn 2004/17/EG; - bij de ontworpen bepaling onder artikel 43 van het ontwerp kan een gelijkaardige opmerking worden gemaakt als hetgeen ten aanzien van artikel 26 van het ontwerp is opgemerkt, zij het nu met verwijzing naar het bepaalde in artikel 57, lid 3, van richtlijn 2004/17/EG; - het summiere karakter van de ontworpen bepalingen onder artikel 54 van het ontwerp beantwoordt op het eerste gezicht niet aan de meer uitgewerkte regeling die op dat vlak is vervat in artikel 49, leden 1 en 2, van richtlijn 2004/17/EG. 3. Mochten de stellers van het ontwerp van oordeel zijn dat de onder 2 gesignaleerde onvolkomenheden worden opgevangen door andere wets- of reglementaire bepalingen, dan wordt zulks ter wille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid best in het verslag aan de Koning geëxpliciteerd.Om dezelfde redenen verdient het aanbeveling dat de concordantietabel die aan de Raad van State, afdeling wetgeving, werd bezorgd en waaruit blijkt welke bepalingen van het ontwerp beogen welke bepalingen van richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG in het interne recht om te zetten, mee zou worden bekendgemaakt. De kamer was samengesteld uit de heren M. Van Damme, kamervoorzitter, J. Baert, staatsrad, W. Van Vaerenbergh, staatsraden, Mevr. G. Verberckmoes, griffier. Het verslag werd uitgebracht door de H. P. Depuydt, eerste auditeur-afdelingshoofd. De griffier, G. Verberckmoes De voorzitter, M. Van Damme _______ Nota's (1) Wet van 15 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021341 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten type wet prom. 15/06/2006 pub. 05/02/2008 numac 2008000051 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. - Duitse vertaling sluiten [inzake] overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.(2) Wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/06/2006 pub. 15/02/2007 numac 2006021342 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten type wet prom. 16/06/2006 pub. 18/02/2008 numac 2008000093 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. - Duitse vertaling sluiten betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.(3) Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten.(4) Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten.(5) De omzetting van de beide voornoemde richtlijnen diende tegen uiterlijk 31 januari 2006 te zijn gerealiseerd.(6) Koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de inschrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken. 23 NOVEMBER 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en van sommige koninklijke besluiten tot uitvoering van deze wet ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, inzonderheid op de artikelen 43, § 1, eerste lid, en 65, eerste lid; Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1996Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 08/01/1996 pub. 29/10/2013 numac 2013000671 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot regeling van de inschrijving van de commerciële kentekenplaten voor motorvoertuigen en aanhangwagens. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, inzonderheid op artikel 17, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/03/1999 pub. 09/04/1999 numac 1999021130 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 25/03/1999 pub. 28/04/1999 numac 1999021136 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie sluiten, artikel 19, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/01/2006 pub. 27/01/2006 numac 2006021008 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot indiening van nieuwe modellen van aankondiging en tot wijziging van drie koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten type koninklijk besluit prom. 12/01/2006 pub. 06/04/2006 numac 2005012802 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de arbeidsvoorwaarden sluiten, artikel 43, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/03/1999 pub. 09/04/1999 numac 1999021130 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 25/03/1999 pub. 28/04/1999 numac 1999021136 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie sluiten, de artikelen 43, 45 en 69, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/01/2006 pub. 27/01/2006 numac 2006021008 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot indiening van nieuwe modellen van aankondiging en tot wijziging van drie koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten type koninklijk besluit prom. 12/01/2006 pub. 06/04/2006 numac 2005012802 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de arbeidsvoorwaarden sluiten, de artikelen 73, 82 en 83, artikel 110, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en 18 februari 2004, artikel 122bis, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/01/2006 pub. 27/01/2006 numac 2006021008 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot indiening van nieuwe modellen van aankondiging en tot wijziging van drie koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten type koninklijk besluit prom. 12/01/2006 pub. 06/04/2006 numac 2005012802 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de arbeidsvoorwaarden sluiten en artikel 133, ingevoegd door het koninklijk besluit van 22 april 2002; Gelet op het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, inzonderheid op de artikelen 17, 39 en 60, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/03/1999 pub. 09/04/1999 numac 1999021130 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken type koninklijk besluit prom. 25/03/1999 pub. 28/04/1999 numac 1999021136 bron diensten van de eerste minister Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en telecommunicatie sluiten, de artikelen 61, 67 en 68, artikel 98, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en 18 februari 2004, en artikel 110bis, ingevoegd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 12/01/2006 pub. 27/01/2006 numac 2006021008 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Koninklijk besluit tot indiening van nieuwe modellen van aankondiging en tot wijziging van drie koninklijke besluiten tot uitvoering van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten type koninklijk besluit prom. 12/01/2006 pub. 06/04/2006 numac 2005012802 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2001, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, betreffende de arbeidsvoorwaarden sluiten; Gelet op het koninklijk besluit van 18 juni 1996 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, inzonderheid op de artikelen 1, 14, 16, 20 tot 22 en artikel 33, gewijzigd door het koninklijk besluit van 17 maart 1999; Gelet op het advies van de Commissie voor de overheidsopdrachten, gegeven op 22 oktober 2007; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 22 oktober 2007; Gelet op het advies nr. 43.784/1 van de Raad van State, gegeven op 8 november, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Het spoedeisende karakter wordt verantwoord op grond van het feit dat de Europese Commissie op 14 en 15 juni 2007 een geding aanhangig heeft gemaakt voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, teneinde het Koninkrijk België te laten veroordelen voor het niet tijdig omzetten van richtlijn 2004/17/EG (zaak C-287/07) respectievelijk richtlijn 2004/18/EG (zaak C-292/07). Het onderhavige ontwerp strekt er precies toe een gewisse veroordeling en de daaraan gekoppelde sancties te vermijden. Op de voordracht van Onze Eerste Minister en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit besluit voorziet in de omzetting van sommige bepalingen van de richtlijn 2004/17/EG van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedure voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en van richtlijn 2004/18/EG van 31 maart 2004 betreffende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten Art. 2.In artikel 4, § 2, van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 januari 1999, wordt het punt 9° aangevuld als volgt : « Indien deze instellingen voldoen aan de voorwaarden van punt 8°, zijn deze bepalingen op hen van toepassing voor de opdrachten die de bedragen voor de Europese bekendmaking bereiken. » Art. 3.In dezelfde wet wordt een artikel 25bis ingevoegd, luidende : "Art. 25bis - Wanneer het geraamde bedrag van de concessie het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt, mag de aanbestedende overheid aan de concessiehouder aanvullende werken gunnen die noch in het aanvankelijk overwogen ontwerp van de concessie, noch in het oorspronkelijke contract waren opgenomen en die als gevolg van onvoorziene omstandigheden voor de uitvoering van het bouwwerk zoals dat daarin is beschreven, noodzakelijk zijn geworden, mits zij worden gegund aan de aannemer die dit bouwwerk uitvoert : - wanneer deze aanvullende werken uit technisch of economisch oogpunt niet los van de oorspronkelijke opdracht kunnen worden uitgevoerd zonder ernstig bezwaar voor de aanbestedende overheid, of - wanneer deze werken, hoewel zij van de uitvoering van de oorspronkelijke opdracht kunnen worden gescheiden, strikt noodzakelijk zijn voor de vervolmaking ervan. Het gecumuleerde bedrag van de voor de aanvullende werken gegunde opdrachten mag echter niet hoger zijn dan vijftig percent van het bedrag van het initiële bouwwerk waarvoor de concessie is verleend. » Art. 4.In het opschrift van hoofdstuk III van titel IV van boek I van dezelfde wet, ingevoegd door het koninklijk besluit van 10 januari 1996, worden de woorden "van werken," ingevoegd tussen de woorden "voor aanneming" en "van leveringen". Art. 5.In artikel 41bis van dezelfde wet, ingevoegd door het koninklijk besluit van 10 januari 1996, wordt vóór het eerste streepje, het volgend streepje toegevoegd : « - overheidsopdracht voor aanneming van werken : de overeenkomst onder bezwarende titel, voor een geraamd bedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde dat gelijk is aan of groter is dan de bedragen vastgesteld door de Koning voor de overheidsopdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking, gesloten tussen een aannemer en een aanbestedende overheid en die betrekking heeft op hetzij het uitvoeren, hetzij zowel het ontwerpen als het uitvoeren van werken in het kader van één van de in bijlage 1 van deze wet vermelde werkzaamheden of van een bouwwerk, dan wel het laten uitvoeren, met elke middelen dan ook, van een bouwwerk dat aan de door de aanbestedende overheid vastgestelde behoeften voldoet. Een bouwwerk is het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen;". Art. 6.Artikel 41ter, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd door het koninklijk besluit van 10 januari 1996, wordt vervangen als volgt : « Art 41ter - § 1. Dit hoofdstuk is niet van t …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.