← België

Koninklijk besluit betreffende het gebruik van gecomprimeerd aardgas voor het aandrijven van auto's

Kort samengevat

Dit Koninklijk besluit regelt het gebruik van gecomprimeerd aardgas (CNG) als brandstof voor auto's, met als doel de veiligheid van CNG-installaties te waarborgen en de regelgeving te moderniseren. Het vervangt een ouder besluit uit 1997.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
7 MAART 2013. - Koninklijk besluit betreffende het gebruik van gecomprimeerd aardgas (CNG) voor het aandrijven van auto's VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit dat ik de eer heb ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen, beoogt de vervanging van het koninklijk besluit van 9 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/07/1997 pub. 03/09/1997 numac 1997014173 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het gebruik van samengedrukt aardgas voor het aandrijven van auto's sluiten betreffende het gebruik van samengedrukt aardgas (ngv) voor het aandrijven van auto's. I. Algemeen 1. Het gecomprimeerd aardgas (voortaan afgekort als « cng ») is een brandstof die hoofdzakelijk is samengesteld uit gecomprimeerd methaangas dat mits aanpassing bruikbaar is voor de aandrijving van voertuigen. Deze brandstof heeft als voordeel dat ze milieuvriendelijk is en minder duur dan de traditionele brandstoffen zoals benzine en diesel. Bovendien verschilt het gebruik van de voertuigen aangedreven met CNG niet van het gebruik van andere voertuigen. Deze voertuigen zijn dus perfect aangepast voor het dagelijks gebruik. 2. De veiligheid van de cng-installaties werd verbeterd door de goedkeuring van het koninklijk besluit van 9 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/07/1997 pub. 03/09/1997 numac 1997014173 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het gebruik van samengedrukt aardgas voor het aandrijven van auto's sluiten betreffende het gebruik van samengedrukt aardgas (ngv) voor het aandrijven van auto's. Toch dient te worden vastgesteld dat bepaalde bepalingen overbodig zijn geworden in het licht van Reglement nr. 110 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE),, houdende eenvormige voorschriften betreffende de goedkeuring van : - I. specifieke onderdelen van motorvoertuigen die gecomprimeerd aardgas (cng) als brandstof gebruiken; - II. voertuigen met betrekking tot de installatie van specifieke onderdelen van een goedgekeurd type voor het gebruik van gecomprimeerd aardgas (cng) als brandstof. Verordening (EU) nr. 407/2011 van de Commissie van 27 april 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opname van bepaalde reglementen van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties met betrekking tot de typegoedkeuring van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden heeft bijlage IV van de voornoemde Verordening 661/2009 gewijzigd met het oog op de invoeging van de ECE/VN-Verordeningen die een dwingend karakter aannemen, met name Reglement nr. 110, met als gevolg dat de goedkeuring conform het VN/ECE-Reglement nr. 110 (aanvulling 6 bij de originele versie) moet worden beschouwd als een EG-goedkeuring (artikel 4 van Verordening nr. 611/2099). Het toepassingsveld van Verordening (EU) nr. 661/2009 - en uitgaande van Regelement nr. 110 zoals bedoeld in bijlage IV van Verordening 661/2009 - beperkt zich echter tot de nieuwe voertuigen en de nieuwe systemen, onderdelen en technische eenheden die voor deze voertuigen bestemd zijn. Bepaalde voertuigen kunnen echter nog na hun ingebruikneming worden omgebouwd voor het gebruik van dit verbrandingstype. Dit ontwerp beoogt dan ook om een hoog veiligheidsniveau van deze voertuigen te waarborgen door de naleving van de normen van Reglement nr. 110 voor deze voertuigen op te leggen. 3. De verbetering van de veiligheid van cng-installaties wordt eveneens versterkt door het behoud van de verplichting om de montage, het onderhoud, de herstelling en de verwijdering van een cng-installatie door een erkend installateur te laten uitvoeren.Om te worden erkend, moet de installateur voldoen aan een aantal voorwaarden, zoals de voorwaarde die bepaalt dat hij moet beschikken over aangepaste installaties en personeel dat houder is van een certificaat van erkend cng-monteur. II. Bespreking van het ontwerp 4. Het ontwerpbesluit is opgedeeld in vier titels : - de begripsomschrijvingen; - de cng-installatie; - de erkenning; - de slot-, overgangs- en opheffingsbepalingen. TITEL I. - Definitie 5. Artikel 1 definieert bepaalde centrale begrippen van de tekst, zoals « monteur » en « installateur ». Dit artikel herneemt bepaalde relevante begripsomschrijvingen van het ECE-Reglement nr. 110 zoals die van het « op de cilinder gemonteerde appendages » en die van het « cng-installatie ». TITEL II. - De cng-installatie Deze titel is onderverdeeld in zes hoofdstukken. 6. Hoofdstuk I bepaalt de criteria waaraan de cng-installaties en hun inrichtingen moeten voldoen. Deze moeten worden goedgekeurd overeenkomstig de voorschriften van het ECE-Reglement nr. 110 van Genève (« Reglement 110 » in het corpus van dit ontwerpbesluit). Terwijl Verordening (EU) nr. 407/2001, in het bijzonder door de invoeging van Reglement 110 in bijlage IV van Verordening (EG) 661/2009, dit reglement vanaf 1 november 2012 toepasbaar maakt op de EG-typegoedkeuring van nieuwe voertuigen en systemen, onderdelen en technische eenheden die erop van toepassing zijn, legt dit ontwerp in artikel 2 de toepassing van Reglement 110 op vanaf de datum van inwerkingtreding en dit voor alle cng-installaties, met inbegrip van die welke worden geïnstalleerd na de inverkeerstelling van de genoemde voertuigen. Om rekening te houden met de technologische ontwikkelingen met name op brandstofvlak bevestigt artikel 3 dat de voertuigen monofuel- of multifuelvoertuigen mogen zijn (algemene termen zonder verwijzing naar een specifieke brandstof) op voorwaarde uiteraard dat de bepalingen van het ontwerpbesluit en zijn bijlagen worden nageleefd. 7. Hoofdstuk II (artikelen 4 tot 8) beschrijft de goedkeuringsprocedure voor een type van speciale cng-inrichting of een type van een speciale mutifunctionele inrichting, of voor een type van auto, wat betreft de installatie van cng-inrichting, of voor een speciaal cng-adaptatiesysteem.8. Hoofdstuk III (artikelen 9 tot 16) bepaalt de verplichtingen inzake de montage en de verwijdering, maar ook wat betreft het onderhoud en de herstelling van een cng-installatie. 8.1. De montage van een cng-installatie (artikel 9) moet zoals vanouds aan erkende installateurs worden toevertrouwd die beschikken over personeel dat houder is van een geldig certificaat van erkend cng-monteur. Dit betreft echter enkel de montage van een cng-installatie op een reeds goedgekeurd voertuig. De oorspronkelijke montage van de cng-installatie door de autoconstructeur (meestal aan de lopende band in de fabriek) valt hier niet onder. De verplichting om via een erkend installateur te passeren, geldt evenmin voor voertuigen die uit een andere lidstaat of een Lidstaat van de EFTA die lid is bij de EER-overeenkomst, of Turkije zijn ingevoerd en waarvoor er conform Reglement 110 een typegoedkeuring werd verkregen, of waarvan de montage van de installatie voldoet aan een norm die door deze andere lidstaat werd goedgekeurd in het raam van een systeem dat gelijkwaardige garanties kan bieden op het vlak van doeltreffendheid en dat beantwoordt aan de technische voorschriften die een gelijkwaardig veiligheidsniveau waarborgen. Voor wat betreft de verwijdering, het onderhoud en de herstelling van een cng-installatie (oorspronkelijke en niet-oorspronkelijke) geldt dat dit slechts door een erkend installateur (artikelen 10 en 11) mag worden uitgevoerd, behalve wat betreft het onderhoud van Klasse 2 (lagedrukdelen die weinig gevaar inhouden). 8.2. De verplichtingen inzake montage en herstelling zijn naargelang van de betrokken cng-installatie, uitvoeriger beschreven in het Reglement 110 of in bijlage C. Wat de bijlage C betreft, laten we opmerken dat punt 1 stelt dat de cng-installatie de goede werking van de motor niet mag schaden. Concreet betekent dit dat het de verantwoordelijkheid van de installateur is om een cng-installatie te monteren van een type dat perfect is aangepast aan de kenmerken van de voertuigmotor; de cng-installatie mag in geen geval de prestaties van de motor verminderen of voortijdige slijtage van de motor veroorzaken. In toepassing van artikel 13, paragraaf 5, 4°, van het besluit dat naleving van de emissienormen oplegt, veronderstelt de « goede werking van de motor » ook dat het absoluut noodzakelijk is dat de installateur erop toeziet geen installatie te monteren die zou leiden tot een hoger emissieniveau van de motor na ombouwing. In voorkomend geval heeft de installateur de verantwoordelijkheid om de plaatsing van een onaangepaste installatie te weigeren. 8.3. Artikel 12 beschrijft het getuigschrift dat bij het voertuig blijft en dat bewijst dat het voertuig voor cng werd omgevormd. Het model van dit getuigschrift is vastgelegd in bijlage D; het verschilt naargelang het om de montage van een cng-installatie (deel 1), of een wijziging van of ingreep aan deze installatie (deel 2), of nog, om de volledige verwijdering van deze installatie (deel 3) gaat. Er moet geen enkel montagegetuigschrift (deel 1) worden afgegeven voor nieuwe voertuigen zoals bedoeld in artikel 2, paragraaf 2, van het ontwerpbesluit, dat wil zeggen voor voertuigen die conform de bepalingen van deel II van Reglement 110, voor wat betreft de (oorspronkelijke) cng-installatie, zijn goedgekeurd, aangezien er in dit stadium nog geen enkele erkende installateur aan te pas kwam. De voertuigen ingevoerd uit een andere lidstaat behorend tot de Europese Economische Ruimte of uit Turkije, en waarvoor een lidstaat (die niet België is) een typegoedkeuring conform Reglement 110 heeft toegekend, moeten niet langer beschikken over een montagegetuigschrift (deel 1). 9. Hoofdstuk IV (artikels 13 tot 16) legt de verplichtingen vast inzake technische keuring. 9.1. Artikel 13 maakt in de eerste paragraaf nog steeds het onderscheid tussen voertuigen die door de constructeur met een cng-installatie werden uitgerust en die conform Reglement 110 over EG-goedkeuring beschikken, en alle andere voertuigen waarvan de installatie nog volledig moet worden gecontroleerd binnen 30 dagen volgend op de montage van de installatie. De paragrafen 2 en 3 van artikel 13 somt de gevallen op die een nieuwe volledige keuring van de installatie vereisen (ingreep aan de installatie, beschadiging van de installatie, periodieke technische keuring, etc.). De erkende installateur heeft een informatieplicht inzake deze verplichting om bij de technische keuring langs te gaan (paragraaf 4). 9.2. Indien de technische keuring resultaten oplevert die beantwoorden aan de voorschriften dan wordt het getuigschrift van montage of van ingreep gevalideerd (artikel 14, eerste paragraaf). Naast de validatie van het getuigschrift van montage of van ingreep reikt de technische keuring, zoals aan elk voertuig, een keuringsbewijs uit. Dit document blijft geldig tot de volgende periodieke keuringsdatum (zelfde frequentie als voor de andere voertuigen) of tot volgende visuele keuring, indien deze eerder plaatsvindt. Als echter blijkt dat de installatie niet conform is, zal de technische keuring uiteraard een rood keuringsbewijs afgeven. 9.3. Wanneer het cng-voertuig aan de toepasbare voorschriften beantwoordt, wordt voortaan samen met het keuringsbewijs, een zelfklevend en onvernietigbaar vignet afgegeven. Dit vignet dient aan de binnenkant van de voorruit te worden aangebracht en staaft zodoende de naleving van de cng-normen (artikel 15 en bijlage F). 9.4. Het artikel 16 betreft in het bijzonder de voertuigen waarvan de cng-installatie werd verwijderd. 10. Hoofdstuk V (artikel 17) legt de verplichting op om een etiket aan te brengen op de achterzijde van ieder cng-voertuig.Bijlage G bepaalt het model van dit etiket. Het model (voorzien in bijlage G) werd echter aangepast teneinde overeen te stemmen met het cng-merkteken dat door Reglement 110 wordt opgelegd voor voertuigen van het openbaar vervoer. Dit etiket moet ervoor zorgen dat deze voertuigen nog beter kunnen worden geïdentificeerd, met name in het raam van de brandbestrijding in gesloten parkeergebouwen. Dit etiket moet worden verwijderd op het moment dat de volledige installatie wordt verwijderd (artikel 10). 11. Hoofdstuk VI (artikel 18) betreft de beproeving van de installatie en de periodiciteit ervan. Conform Reglement 110 moet er iedere 48 maanden een visuele controle van de brandstoftanks plaatsvinden, aangezien de levensduur van de tanks door de fabrikant wordt bepaald (en maximaal 20 jaar mag bedragen) (artikel 18, paragraaf 1). Er is dus geen wederbeproeving van de brandstoftanks meer, tenzij de fabrikant dit voorziet (artikel 18, paragraaf 2) of tenzij het gaat om een oude installatie die niet beantwoordt aan Reglement 110 (artikel 18, paragraaf 4). Artikel 19 betreft de vervanging en uitgebruikneming van de buigzame vulleidingen van de Klassen 0 en 1 (dit wil zeggen de vulleidingen onder hoge en middelhoge druk). TITEL III. - De erkenning Deze titel is onderverdeeld in zes hoofdstukken : - de erkenning van de cng-installateurs; - de bepalingen die toepasbaar zijn op het personeel van de erkende installateurs; - de examencentra; - de keuringsinstellingen; - de beroepsprocedure; 12. Hoofdstuk I (artikelen 20 tot 22) behoudt het principe van erkenning van de cng-installateurs. De installateurs zijn natuurlijke of rechtspersonen onder wiens verantwoordelijkheid de cng-installaties worden verricht. 12.1. Bijlage B bepaalt de voorwaarden voor de erkenning (punt a), 1) evenals de intrekking (artikel 21 en punt a) Laten we ook de aandacht vestigen op de onderstaande bepalingen : - de verplichting om een installatie enkel uit te voeren in een werkplaats die voldoet aan de normen en die is uitgerust met het geschikte materiaal (punt a), 1, 6° en 7° ); - de verplichting om een beroep te doen op personeel dat houder is van een geldig certificaat van erkend cng-monteur (punt a), 1, 2° ). Deze voorwaarde belet niet dat een leerjongen helpt bij de montage, maar maakt de ononderbroken aanwezigheid van een erkend monteur wel verplicht; - met de term « vergunningen » zoals bedoeld in punt a), 1, 4°, doelt men met name op de vergunningen zoals de milieuvergunning, de inschrijving bij de Kruispuntbank voor Ondernemingen, etc.; - de verplichting opgenomen in punt a), 1, 5°, om de andere van kracht zijnde reglementeringen en met name het AREI na te leven; - de verplichting om een uithangbord aan te brengen (punt a) 1, 8° en bijlage I en dit vanuit de zorg voor de bescherming van de consument die zo de zekerheid heeft dat het om een erkend installateur gaat. Punt a), 4, van bijlage B betreft meer in het bijzonder de verplichtingen van de cng-installateur. Hier kan men de nadruk leggen op de verplichting van de installateurs om de aan de erkende keuringsinstellingen, alsook aan de ambtenaren van de overheid toegang tot hun lokalen te verlenen. Het punt a), 5 van bijlage B bepaalt de samenstelling van het installatiedossier voor elk voertuig; de installateur moet een dossier ten minste gedurende 10 jaar bewaren. De meest relevante gegevens uit het dossier staan ook op het montagegetuigschrift : zo kan de persoon die een tweedehands cng-voertuig verwerft, of de eigenaar van een voertuig die een reeds gebruikte installatie op een voertuig wil laten installeren teruggrijpen naar de informatiebronnen die hem eventueel bij een keuring kunnen worden gevraagd. Deze bepaling laat de automobilist ook toe te veranderen van installateur indien hij dit wenst. Het punt a), 6 van bijlage B bepaalt de omstandigheden voor de intrekking van de erkenning van een installateur en het reikt laatsgenoemde een beroepsmogelijkheid aan (artikel 31). Aangezien het gaat om de verkeersveiligheid en de bescherming van personen is het beroep niet opschortend. De installateur wordt gehoord indien hij hierom verzoekt. Artikel 34 van het ontwerp bepaalt dat de erkende cng-installateurs vóór de inwerkingtreding van dit besluit over een periode van 24 maanden beschikken om een nieuwe erkenning te verwerven; indien ze bij het verstrijken van deze periode niet volgens de nieuwe voorschriften zijn erkend, mogen ze niet langer aan cng-installaties werken. 12.2. Paragraaf 2 van artikel 20 bepaalt het bedrag van de retributies die verschuldigd zijn voor het onderzoek van een erkenningsaanvraag of de afgifte van documenten die ermee verband houden. Het is voorzien dat deze bedragen jaarlijks worden aangepast aan de evolutie van de gewone index. 12.3. In de zorg om de bescherming van de consument is het voorzien om de toekenning en de intrekking van een erkenning in het Belgisch Staatsblad bekend te maken (artikel 22). 13. Hoofdstuk II (artikel 23) betreft de personeelsleden die werken aan cng-installaties;deze personeelsleden moeten houder zijn van een geldig certificaat van erkend cng-monteur (artikel 23, paragrafen 1 en 2, dat hun minimale technische kennis zoals bepaald in punt b) van bijlage B staaft. Om dit certificaat te behalen moet de kandidaat-monteur een examen afleggen (dat bestaat uit een theoretische proef en een praktische proef). Alvorens dit examen af te leggen kan de kandidaat-monteur indien hij dit wenst, een opleiding volgen, maar hij is hier niet toe verplicht. De modaliteiten van dit examen (inhoud, voorwaarden om te slagen, kostprijs, etc.) zullen worden vastgelegd bij ministerieel besluit. Men dient erover te waken dat de installateurs op de hoogte zijn van de technische ontwikkelingen in de sector, aangezien ze werkzaam zijn in een domein dat mogelijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen. Dit is de reden waarom de geldigheidsduur van het certificaat van erkend cng-monteur beperkt is tot 5 jaar. Deze geldigheidsduur kan echter met periodes van telkens 5 jaar worden verlengd indien de monteur kan aantonen dat hij een nascholing heeft gevolgd met een minimumlesduur van 7 uren. Met andere woorden wanneer de geldigheid van het certificaat van erkend monteur is vervallen en de erkende cng-monteur geen nascholing heeft gevolgd, dan mag hij niet meer aan cng-installaties werken. Het volstaat echter om opnieuw een nascholing te volgen opdat de geldigheid van het certificaat opnieuw zou worden verlengd voor een periode van vijf jaar. Het nascholingsprogramma, de erkenningsvoorwaarden voor dit programma alsook de modaliteiten en regels voor de organisatie van de nascholing zullen worden vastgelegd bij ministerieel besluit. Het is vanzelfsprekend dat het de verantwoordelijkheid van de installateur is om na te gaan dat zijn personeel wel degelijk en ononderbroken beschikt over een geldig certificaat. De erkenning kan worden ingetrokken indien men vaststelt dat zijn personeel geen houder is van een geldig certificaat van erkend cng-monteur. Om het personeel van de erkende installateurs de mogelijkheid te bieden om dit certificaat van erkend cng-monteur te behalen, werd er in artikel 37 bepaald dat artikel 23 paragraaf 1 pas in werking zal treden op de eerste dag van de 25e maand die volgt op de datum van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. Gedurende deze periode van 24 maanden moet het personeel dus geen houder zijn van een certificaat van erkend cng-monteur. 15. Hoofdstuk III (artikelen 24 en 25) behandelt de erkenningsvoorwaarden van de examencentra voor cng-monteurs.16. Hoofdstuk IV (artikelen 26 tot 30) bepaalt de erkenningsvoorwaarden voor de keuringsinstellingen die de naleving van de reglementaire erkenningsvoorwaarden controleren. Inderdaad, de erkenning van een cng-installateur berust op een verslag van de eerste evaluatie, opgesteld door een erkende keuringsinstelling; vervolgens dient iedere werkplaats op zijn minst jaarlijks door een erkende keuringsinstelling te worden gecontroleerd. De cng-installateur mag de erkende keuringsinstelling vrij kiezen. Dit hoofdstuk beschrijft ook de opdrachten van deze keuringsinstellingen en de inhoud van hun verslag (daarbij uitgaand van de gegevens die de cng-installateurs verplicht moeten leveren). Artikel 29 formuleert twee belangrijke voorwaarden voor de erkenning van een installateur : - de installateur moet de identiteit van de verschillende natuurlijke personen die hij als erkende monteurs in dienst heeft, meedelen; - de beschrijving van de werkplaats teneinde de conformiteit ervan te kunnen beoordelen. De werkplaats moet inderdaad gedekt zijn door de diverse vereiste vergunningen en dit zowel op federaal, gewestelijk en gemeentelijk niveau. - tot slot, de verplichting om verschillende documenten te tonen. Artikel 30 betreft de intrekking van de erkenning van deze keuringsinstellingen. 17. Hoofdstuk V (artikel 31) beschrijft de beroepsprocedure in geval van een weigering of een intrekking van een erkenning. TITEL IV. - Slot-, overgangs- en opheffingsbepalingen 16. Titel IV (artikelen 32 tot 38) bepaalt de slot-, overgangs- en opheffingsmaatregelen en voorziet de inwerkingtreding van dit besluit dertig dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Bovenop de reeds aangehaalde overgangsbepalingen, kunnen we nog bijzondere aandacht vestigen op artikel 33 dat bepaalt die iedere installatie die in een voertuig wordt gemonteerd vóór de datum waarop het ontwerpbesluit in werking treedt, moet voldoen aan de voorschriften van bijlage H. Het gaat om een aangepaste versie van de bepalingen van het voornoemde koninklijk besluit van 9 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/07/1997 pub. 03/09/1997 numac 1997014173 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het gebruik van samengedrukt aardgas voor het aandrijven van auto's sluiten en dus niet om een maatregel met terugwerkende kracht. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Mobiliteit, M. WATHELET ADVIES 51.200/4 VAN 26 APRIL 2012 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 3 april 2012 door de Staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « betreffende het gebruik van gecomprimeerd aardgas (cng) voor de aandrijving van auto's », heeft het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het vervangen is bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voormelde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Voorafgaande vormvereisten 1. Overeenkomstig artikel 6, § 4, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen' moeten de drie gewestregeringen betrokken worden bij het uitwerken van het ontwerp. Hoewel in de aanhef van het ontwerp naar dat voorafgaand vormvereiste verwezen wordt, bevat het dossier dat bij de adviesaanvraag gevoegd is geen enkel stuk betreffende de vervulling van dat voorafgaand vormvereiste. 2. Hetzelfde geldt voor het advies van de inspecteur van Financiën en de akkoordbevinding van de minister van Begroting, die in casu voorhanden dienen te zijn, aangezien het gaat om een ontwerpbesluit met budgettaire weerslag.3. Uit artikel 19/1, § 1, van de wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten 'betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling' vloeit voort dat elk voorontwerp van wet, elk ontwerp van koninklijk besluit en elk voorstel van beslissing dat ter goedkeuring aan de Ministerraad moet worden voorgelegd, in principe aanleiding moet geven tot een voorafgaand onderzoek met betrekking tot de noodzaak om een effectbeoordeling uit te voeren;de enige gevallen waarin zo een voorafgaand onderzoek niet hoeft plaats te vinden, zijn die welke moeten worden bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, welk besluit bij de huidige stand van de teksten die in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt zijn, nog niet uitgevaardigd is. Men dient er eveneens op toe te zien dat dit voorafgaand vormvereiste naar behoren vervuld wordt. Bovendien behoort de aanhef van het ontwerp eveneens te worden aangevuld met een lid waarin naar de vervulling van dat vormvereiste verwezen wordt en waarin moet worden aangegeven hetzij dat op basis van dat voorafgaand onderzoek kan worden besloten dat een effectbeoordeling niet vereist is, hetzij, in het andere geval, dat de effectbeoordeling uitgevoerd is. Bijzondere opmerkingen Aanhef Aangezien het om een verplicht voorafgaand vormvereiste gaat (1), dient de vermelding dat het ontwerp aan de Europese Commissie is meegedeeld krachtens Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij' voorafgegaan te worden door de woorden « Gelet op » in plaats van door de woorden « Overwegende dat »(2). Dispositief Artikel 13 In artikel 13, § 1, van het ontwerp wordt bepaald dat iedere auto die met een cng-installatie is uitgerust, binnen dertig dagen volgend op de montage moet worden aangeboden bij een autokeuringsstation opdat daar een volledige keuring van de installatie uitgevoerd wordt (3). Bij artikel 13, § 2, van het ontwerp wordt dezelfde verplichting opgelegd na een wijziging of een herstelling van de cng-installatie, zoals gedefinieerd in respectievelijk het eerste en het tweede streepje van die paragraaf. In die paragraaf wordt evenwel niet aangegeven binnen welke termijn de auto moet worden aangeboden. Bijgevolg zou artikel 13, § 2, op dit punt moeten worden aangevuld, ofwel zouden de paragrafen 1 en 2 van artikel 13 samengevoegd moeten worden om te voorkomen dat dezelfde bepalingen gedeeltelijk herhaald dienen te worden. Artikel 14 In artikel 14, § 2, tweede lid, van het ontwerp dienen de woorden « titularis van het voertuig » vervangen te worden door de woorden « titularis van de inschrijving van het voertuig »(4) zoals bedoeld in artikel 1, 17°, van het koninklijk besluit van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 08/08/2001 numac 2001014153 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende de inschrijving van voertuigen sluiten betreffende de inschrijving van voertuigen'. Artikel 23 Artikel 23, § 2, zesde lid, van het ontwerp luidt als volgt : « De theoretische en praktische proeven vereisen de voorafgaande betaling van de retributies waarvan het bedrag door de minister wordt bepaald. » De vaststelling van het bedrag van die retributies kan niet worden gekwalificeerd als een bijkomstige maatregel of als een detailkwestie waarvan het ontwerpen aldus aan de minister kan worden overgelaten. Bijgevolg dient het bedrag van die retributies rechtstreeks in het voorliggend ontwerp van koninklijk besluit te worden bepaald(5). Artikel 33 Uit artikel 33, § 2, tweede en derde lid, van het ontwerp volgt dat elke cng-installatie die vóór de inwerkingtreding van het ontworpen besluit in een auto gemonteerd is, binnen zes maanden onderworpen dient te worden aan een visuele keuring door een erkend installateur en vervolgens, binnen een termijn van dertig dagen, aan een volledige keuring in een autokeuringsstation. Als zulks inderdaad de bedoeling van de steller van het ontwerp is, dient in artikel 33, § 2, derde lid, de verwijzing naar het attest van het model vermeld in bijlage D te worden vervangen door een verwijzing naar het attest van het model vermeld in bijlage E (6). De modellen van attesten vervat in bijlage D hebben immers betrekking op de montage, de ingreep of wijziging of de verwijdering van een cng-installatie. Als het daarentegen de bedoeling van de steller van het ontwerp is de volledige keuring in een autokeuringsstation alleen verplicht te stellen voor cng-installaties waarvan de visuele keuring door een erkend installateur geleid heeft tot het uitvoeren van wijzigings- of herstellingswerkzaamheden, is de verwijzing naar het model van attest vervat in bijlage D correct. In dat geval dient de redactie van artikel 33, § 2, derde lid, van het ontwerp evenwel te worden herzien teneinde daarin alleen nog te verwijzen naar de gevallen van « een gunstig oordeel ». Bijlage B (lees : 2) Punt a), 6, van bijlage B bij het ontwerp overlapt met artikel 21 van het ontwerp en dient bijgevolg te vervallen. Bijlage E (lees : 5) In de Franse tekst van bijlage E is de zin die onderaan in het model van document staat, weinig bevattelijk. De tekst dient te worden herschreven naar het voorbeeld van de Nederlandse tekst. Slotopmerkingen 1. Wanneer de structuur van een tekst twee groeperingsniveaus van artikelen omvat, wordt die tekst ingedeeld in hoofdstukken en afdelingen (7). Het ontwerp behoort in die zin te worden herzien. 2. De hoofdstukken en afdelingen van het ontwerp, alsmede de bijlagen dienen te worden genummerd in Arabische cijfers (8). De kamer was samengesteld uit de Heren P. Liénardy, kamervoorzitter, J. Jaumotte, S. Bodart, staatsraden, Mevr. C. Gigot, griffier. Het verslag werd uitgebracht door de Heer Y. Chauffoureaux, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de Heer S. Bodart. De griffier C. Gigot De voorzitter P. Liénardy _______ Nota's (1) Het ontworpen besluit blijkt immers niet beperkt te blijven tot een « integrale omzetting van een internationale of Europese norm » in de zin van artikel 8, lid 1, van Richtlijn 98/34/EG. (2) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab « Wetgevingstechniek », formule F 3-4-2. (3) Met uitzondering van de voertuigen uitgerust met een cng-installatie goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van deel II van Reglement nr.110 (VN/ECE), dat wil zeggen voertuigen die standaard uitgerust zijn met een cng-installatie. (4) Deze uitdrukking wordt gebezigd in artikel 2, 4°, van de wet van 19 mei 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/05/2010 pub. 28/06/2010 numac 2010014128 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen sluiten houdende oprichting van de Kruispuntbank van de voertuigen'.(5) Er wordt verwezen naar opmerking nr.1 die gemaakt is tijdens het onderzoek van het ontwerp van advies 51.201/4 dat vandaag is uitgebracht over het ontwerp van ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 23 van het koninklijk besluit betreffende het gebruik van gecomprimeerd aardgas (cng) voor de aandrijving van auto's'. (6) Er zou eveneens overwogen kunnen worden om voor dit geval te voorzien in een specifiek model van attest. (7) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab « Wetgevingstechniek », aanbeveling 62. (8) Ibid., aanbeveling 64. 7 MAART 2013. - Koninklijk besluit betreffende het gebruik van gecomprimeerd aardgas (CNG) voor de aandrijving van auto's ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden, artikel 4 en bijlage IV; Gelet op de wet van 21 juni 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/06/1985 pub. 15/02/2012 numac 2012000076 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, artikel 1, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990, 5 april 1995, 4 augustus 1996 en 27 november 1996 en bij koninklijk besluit van 20 juli 2000; Gelet op het koninklijk besluit van 9 juli 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/07/1997 pub. 03/09/1997 numac 1997014173 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het gebruik van samengedrukt aardgas voor het aandrijven van auto's sluiten betreffende het gebruik van gecomprimeerd aardgas (N.G.V.) voor het aandrijven van auto's; Gelet op het advies van de raadgevende Commissie administratie - nijverheid, gegeven op 15 december 2011; Gelet op de omstandigheid dat de gewestregeringen bij het ontwerpen van dit besluit betrokken zijn; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 27 april 2012; Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting, gegeven op 16 mei 2012; Gelet op het advies 51.200/4 van de Raad van State, gegeven op 26 april 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de mededeling aan de Europese Commissie, met toepassing van artikel 8 van Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juni 1998, betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften; Overwegende dat er is voldaan aan de bepalingen van artikel 15, punt 7, van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006, betreffende diensten op de interne markt; Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris voor Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL I. - DEFINITIES Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « Reglement 67 » (R67.01) : het Reglement nr. 67 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE), met inbegrip van de amendementen van de serie 01, houdende eenvormige voorschriften betreffende de goedkeuring van : I. specifieke inrichtingen van motorvoertuigen voor het gebruik van vloeibaar petroleumgassen (lpg) als brandstof; II. voertuigen wat betreft de installatie van specifieke inrichtingen voor het gebruik van vloeibaar petroleumgas (lpg) als brandstof. 2° « Reglement 110 » (R110) : het Reglement nr.110 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE), houdende eenvormige voorschriften betreffende de goedkeuring van : - I. specifieke onderdelen van motorvoertuigen die gecomprimeerd aardgas (cng) als brandstof gebruiken; - II. voertuigen met betrekking tot de installatie van specifieke onderdelen van een goedgekeurd type voor het gebruik van gecomprimeerd aardgas (cng) als brandstof. 3° « Reglement 115 » (R115) : het Reglement nr.115 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE), houdende eenvormige voorschriften betreffende de goedkeuring van : - I. speciale systemen om auto's aan lpg (vloeibare petroleumgassen) aan te passen, waardoor ze deze brandstof voor hun aandrijving kunnen gebruiken; - II. speciale systemen om auto's aan cng (gecomprimeerd aardgas) aan te passen, waardoor ze deze brandstof voor hun aandrijving kunnen gebruiken. 4° « auto » : elk motorvoertuig, zoals bedoeld in artikel 2, paragraaf 1, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.5° « cng (gecomprimeerd aardgas) » of « GNC (Gaz Naturel Comprimé) » of « CNG (Compressed Natural Gas) » : een gasmengsel voornamelijk samengesteld uit methaan, bestemd voor de aandrijving van auto's.6° « cng-installatie » : het geheel van de aan boord van een voertuig gemonteerde uitrusting (met inbegrip van de speciale cng-adaptatiesystemen), waardoor een voertuig cng voor zijn aandrijving kan gebruiken.7° « cng-systeem » : een samenstel van onderdelen en verbindingselementen die in een voertuig zijn gemonteerd waarvan de motor met cng wordt aangedreven. Een cng-systeem omvat minstens de onderstaande speciale inrichtingen : a) de brandstoftank(s) (of cilinder(s);b) de druk- of brandstofniveau-indicator;c) de overdrukinrichting (temperatuurgestuurd);d) de automatische klep (van de cilinder);e) de handbediende klep;f) de drukregelaar;g) de gasdoorstroomregelaar;h) de doorstroombegrenzer;i) de gastoevoerinrichting;j) de vuleenheid of het aansluitpunt;k) de flexibele brandstofleiding;l) de starre brandstofleiding;m) de elektronische regeleenheid;n) de fittings;o) de gasdichte behuizing voor de inrichtingen die in de koffer- en passagiersruimte zijn gemonteerd.Indien de gasdichte behuizing bestemd is om bij een eventuele brand te worden vernield, mag de overdrukinrichting door de gasdichte behuizing worden omsloten. Het cng-systeem kan ook de volgende speciale inrichtingen omvatten : a) de terugslagklep;b) de overdrukklep (ontlastklep);c) de cng-filter;d) de druk- en/of temperatuursensor;e) het brandstofkeuzesysteem en de elektrische installatie;f) de overdrukinrichting (manometrisch gestuurd). De begrippen die in dit besluit niet zijn verklaard, en die worden gebruikt om inrichtingen aan te duiden, moeten worden begrepen in overeenstemming met de definities die eraan worden gegeven in het Reglement 110. 8° « cng-adaptatiesysteem » : ieder aanpassings-systeem dat auto's geschikt maakt om cng voor hun aandrijving te gebruiken.9° « brandstoftank of cilinder » : de houder, bestemd om aan boord van een voertuig de voorraad cng, bestemd voor de aandrijving van dit voertuig, te bevatten.10° « accessoires bevestigd aan de brandstoftank » : de onderstaande accessoires ( niet uitsluitend) die aan de brandstoftank zijn bevestigd en die ofwel autonoom ofwel geïntegreerd zijn : a) de handbediende klep;b) de druksensor/-indicator;c) de overdrukklep (ontlastklep);d) de overdrukinrichting (temperatuurgestuurd);e) de automatische cilinderklep;f) de doorstroombegrenzer;g) de gasdichte behuizing.11° « cng-installateur » : de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid cng-installaties worden ingebouwd.12° « cng-monteur » : de natuurlijke persoon die gekwalificeerd is voor de uitvoering van de montage, de verwijdering, het onderhoud en de herstelling van een cng-installatie.13° « de minister » : de minister bevoegd voor Wegverkeer. TITEL II. - DE CNG-INSTALLATIE HOOFDSTUK I. - Goedkeuringscriteria voor de speciale inrichtingen, de speciale multifunctionele inrichtingen en de voertuigen die met deze inrichtingen zijn uitgerust Art. 2.§ 1. De speciale inrichtingen en de multifunctionele speciale inrichtingen aangebracht in auto's voor de aandrijving van de motor met cng, moeten zijn goedgekeurd volgens de bepalingen van deel I van Reglement nr. 110. § 2. Een autotype voorzien van speciale tot een goedgekeurd type behorende inrichtingen voor de aandrijving van de motor met cng moet, voor wat betreft de installatie van deze inrichtingen, zijn goedgekeurd in overeenstemming met de bepalingen van deel II van Reglement 110. § 3. Auto's waarvoor geen enkele typegoedkeuring betreffende de installatie van de cng-inrichtingen werd afgeleverd, mogen enkel worden uitgerust met : a) ofwel een cng-installatie waarvan de onderdelen zijn gedekt door een typegoedkeuring afgegeven in overeenstemming met de bepalingen van deel I van het Reglement 110.De montage van de genoemde installatie mag enkel door een erkend cng-installateur volgens de bepalingen van bijlage C worden uitgevoerd. b) of met een speciaal cng-adaptatiesysteem voor auto's dat gedekt wordt door een typegoedkeuring afgegeven conform de voorschriften van Reglement 115.Een cng-adaptatiesysteem omvat op zijn minst de volgende elementen : 1° de elementen bepaald in Reglement 110 die als noodzakelijk zijn aangemerkt;2° een montagehandleiding 3° een gebruikshandleiding. De montage van dit speciale cng-adaptatiesysteem moet worden uitgevoerd door een erkend cng-installateur volgens de instructies in de montagehandleiding. Het speciale cng-adaptatie-systeem dat op de auto is gemonteerd, moet echter steeds voldoen aan de montagevoorschriften van bijlage C. § 4. Een cng-installatie moet in zijn geheel overeenstemmen met de volgens Reglement 110 goedgekeurde cng-installatie. Accessoires moeten compatibel zijn met de homologatie van de brandstoftank. Art. 3.Op voorwaarde dat de bepalingen van dit besluit en de regeling voor wat betreft de uitstoot van verontreinigende gassen worden nageleefd, mag de auto die met een cng-installatie is uitgerust : a) een « monofuelvoertuig » zijn, dat wil zeggen een voertuig dat ontworpen is om hoofdzakelijk op één type brandstof rijden;b) of een « multifuelvoertuig » zijn, hierbij kan het gaan om : 1° ofwel een « bifuelvoertuig » : dit is een voertuig met twee afzonderlijke brandstofopslagsystemen dat op twee verschillende brandstoffen kan rijden, maar volgens het ontwerp slechts op één brandstof tegelijkertijd;2° ofwel een « flexfuelvoertuig » : dit is een voertuig met een brandstofopslagsysteem dat op verschillende mengsels van twee of meer brandstoffen kan rijden; HOOFDSTUK II. - Goedkeuringsprocedure Art. 4.§ 1. a) De aanvraag om goedkeuring van een type van speciale cng-inrichting of van een speciale multifunctionele inrichting wordt door de eigenaar van het fabrieksmerk of de zaak of door diens gemachtigde bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer - Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid ingediend. Voor een bepaald type van speciale cng-inrichting of van een speciale multifunctionele inrichting mag er slechts één enkele aanvraag worden ingediend en zij kan niet worden ingediend indien zij al in een andere Lidstaat van de Europese Unie of een Lidstaat van de EFTA die lid is bij de EER-overeenkomst, of Turkije werd ingediend. Voor ieder goed te keuren type moet er een afzonderlijke aanvraag worden ingediend. De aanvraag gaat vergezeld van de inlichtingen en documenten bedoeld in punt 3.2. van Reglement 110. b) De aanvraag om goedkeuring van een autotype dat door de constructeur met speciale inrichtingen voor de aandrijving van de motor met cng werd uitgerust, wordt voor wat betreft de installatie van deze inrichting door de autoconstructeur of diens gemachtigde bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer - Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid ingediend. Voor een bepaald autotype dat door de constructeur met speciale inrichtingen voor de aandrijving van de motor met cng werd uitgerust, mag er slechts één enkele aanvraag worden ingediend en zij kan niet worden ingediend indien zij al in een andere Lidstaat van de Europese Unie werd ingediend of een Lidstaat van de EFTA die lid is bij de EER-overeenkomst, of Turkije werd ingediend. Voor ieder goed te keuren type moet er een afzonderlijke aanvraag worden ingediend. De aanvraag gaat vergezeld van de inlichtingen en documenten bedoeld in punt 15.2. van Reglement 110. c) De vraag om goedkeuring van een speciaal cng-adaptatiesysteem wordt door de fabrikant of diens gemachtigde bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer - Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid ingediend.De aanvraag gaat vergezeld van de inlichtingen en documenten bedoeld in punt 3 van Reglement nr. 115. Voor een bepaald type van een speciaal cng-adaptatiesysteem mag er slechts één enkele aanvraag worden ingediend en zij kan niet worden ingediend indien zij al in een andere Lidstaat van de Europese Unie werd ingediend of een Lidstaat van de EFTA die lid is bij de EER-overeenkomst, of Turkije werd ingediend. Voor ieder goed te keuren type moet er een afzonderlijke aanvraag worden ingediend. d) De kosten verbonden aan de goedkeuring zijn ten laste van de aanvrager. § 2. De proeven, tests en controles van een type van speciale cng-inrichting, of van een type van speciale multifunctionele cng-inrichting of van een autotype voorzien van speciale cng-inrichtingen voor wat betreft de installatie van deze inrichtingen, worden uitgevoerd door de instellingen die daartoe door de minister of zijn gemachtigde zijn erkend, en in zoverre deze instellingen door BELAC op basis van de norm NBN-EN ISO/IEC 17025 werden geaccrediteerd. 1° de norm NBN-EN ISO/IEC 17025 als het gaat om een instelling die beproevingen en testen in haar eigen installaties uitvoert;2° de norm NBN-EN ISO/IEC 17020 als het gaat om een instelling van het type A die toezicht houdt op de beproevingen en testen uitgevoerd in de installaties van de constructeur of die van een derde. De accreditaties afgeleverd volgens de systemen waarmee BELAC een wederzijdse erkenning heeft afgesloten, worden als gelijkwaardig beschouwd. De proeven, tests en controles voorgeschreven in het eerste lid vinden niet plaats indien het bewuste inrichtingstype, voertuigtype of type adaptatiesysteem reeds de goedkeuringsprocedure voorgeschreven door Reglement 110 of Reglement 115 heeft ondergaan in een ander land dan België dat deze Reglementen heeft onderschreven. § 3. a) De goedkeuring van een type van speciale inrichting of van een type van een speciale multifunctionele cng-inrichting wordt afgeleverd door de minister of zijn gemachtigde, indien de voorschriften van de punt 6 van Reglement 110 werden nageleefd. b) De goedkeuring van een type van auto wat betreft de installatie van de speciale cng-inrichtingen wordt toegekend door de minister of zijn gemachtigde, op voorwaarde dat de voorschriften van de punt 17 van Reglement 110 zijn nageleefd. c) De goedkeuring van een speciaal cng-adaptatiesysteem wordt toegekend door de minister of diens gemachtigde op voorwaarde dat de voorschriften van punt 6.2. van Reglement 115 zijn nageleefd. § 4. Een goedkeuringsmerk conform het model beschreven in bijlage A moet goed zichtbaar en onuitwisbaar worden aangebracht op : a) iedere inrichting conform een speciaal cng-inrichtingstype, goedgekeurd met toepassing van Reglement 110;b) ieder voertuig conform een goedgekeurd type voor wat betreft de installatie van speciale cng-inrichtingen met toepassing van Reglement 110;c) ieder speciaal cng-adaptatiesysteem dat conform een type is dat werd goedgekeurd met toepassing van Reglement 115. De goedkeuringsmerken bedoeld in het eerste lid worden aangebracht op een corrosiebestendig plaatje dat op duurzame wijze op de inrichting wordt vastgehecht, of op een onvernietigbaar zelfklevend vignet. Het goedkeuringsmerk aangebracht op voertuigen conform een goedgekeurd type voor wat betreft de installatie van de speciale cng-inrichtingen, wordt bovendien hernomen op het gegevensplaatje van het voertuig of in de onmiddellijke nabijheid ervan. Alle speciale adaptatiesystemen gemonteerd op voertuigen moeten bovendien zijn voorzien van een plaatje waarop het goedkeuringsmerk en de technische eigenschappen zijn vermeld, en dat beantwoordt aan het model beschreven in punt 4.2. van bijlage A. Art. 5.Iedere wijziging aangebracht : - aan een speciale cng-inrichting; - of aan een voertuig voor wat betreft een of meerdere speciale cng-inrichtingen waarmee het is uitgerust; -of aan een cng-adaptatiesysteem; wordt ter kennis gebracht van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer - Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, indien de originele goedkeuring in België werd afgeleverd. Dit directoraat-generaal zal oordelen of het om een belangrijke wijziging gaat. Indien dit het geval is, moet er een nieuwe aanvraag om goedkeuring of om uitbreiding van de typegoedkeuring worden ingediend. Art. 6.De controle op de gelijkvormigheid van de productie van een speciale cng-inrichting of van een voertuig uitgerust met speciale cng- inrichtingen, goedgekeurd op grond van Reglement 110, vindt plaats onder de voorwaarden respectievelijk voorgeschreven in punt 9 of punt 18 van dit Reglement. De controle op de gelijkvormigheid van de productie van een speciaal cng-adaptatiesysteem goedgekeurd krachtens Reglement 115 vindt plaats volgens de voorwaarden voorgeschreven in punt 9 van dit Reglement. Art. 7.In de gevallen respectievelijk voorgeschreven in punt 10 en punt 19 van Reglement 110 kan de goedkeuring van een speciale cng-inrichting of van een voertuig uitgerust met speciale cng-inrichtingen worden ingetrokken door de minister of zijn gemachtigde. In de gevallen voorzien in punt 10 van Reglement 115 kan de goedkeuring van een speciaal cng-adaptatiesysteem door de minister of door diens gemachtigde worden ingetrokken. Art. 8.De speciale lpg-inrichtingen die zijn goedgekeurd volgens de voorschriften van Reglement 67 en die compatibel zijn met het gebruik van cng voor de aandrijving van auto's, mogen in een speciaal cng-adaptatiesysteem worden geïntegreerd. Op ieder met toepassing van het Reglement 67 goedgekeurd type lpg-inrichting, dat in aanmerking komt om in een speciaal cng-adaptatiesysteem te worden gebruikt, wordt een goedkeuringsmerk aangebracht conform het model beschreven in bijlage A. HOOFDSTUK III. - Montage, verwijdering, onderhoud en herstelling Art. 9.Onverminderd de bepalingen van artikel 2, paragraaf 4, moet de montage van een cng-installatie of van een speciaal adaptatiesysteem aan boord van een auto waarvoor geen typegoedkeuring betreffende de installatie van de cng-uitrusting werd afgeleverd, worden uitgevoerd door een erkend cng-installateur volgens de bepalingen in bijlage C, en dit conform de aanwijzingen in de montagehandleiding, als het gaat om een cng-adaptatiesysteem. In afwijking van het eerste lid wordt elke montage van een cng-installatie die op een uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of Turkije ingevoerd voertuig wordt uitgevoerd, geacht eveneens te voldoen aan de bepalingen van dit besluit wanneer een typegoedkeuring die voldoet aan Reglement 110 werd verkregen of wanneer deze montage gebeurd is volgens een norm goedgekeurd in deze Staat in het raam van een systeem dat evenwaardige garanties biedt op het vlak van doeltreffendheid en waarbij de voorschriften een evenwaardig veiligheidsniveau waarborgen. Art. 10.De volledige verwijdering van een cng-installatie moet door een erkend cng-installateur worden uitgevoerd. Deze installateur moet tevens het etiket bedoeld in artikel 17 verwijderen. Art. 11.Elk onderhoud of elke herstelling of elke wijziging van een cng-installatie moet door een erkend cng-installateur worden uitgevoerd. Deze verplichting is niet van toepassing voor het onderhoud van Klasse 2 onderdelen zoals bepaald in Reglement 110 wanneer de werkplaats waarin het onderhoud van deze Klasse 2 onderdelen wordt uitgevoerd, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in bijlage B, punt a), 1, 6° a) tot d). Voor cng-installaties zoals bedoeld in artikel 2, paragraaf 2, gebeurt het onderhoud of de herstelling conform de bepalingen van Reglement 110 en conform de instructies van de autoconstructeur. Voor cng-installaties zoals bedoeld in artikel 2, paragraaf 3, gebeurt de installatie, het onderhoud of de herstelling conform de bepalingen van bijlage C en dit in overeenstemming met de aanwijzingen in de montagehandleiding indien het om een cng-adaptatiesysteem gaat. Art. 12.De installateur die de cng-installatie heeft gemonteerd, gewijzigd of verwijderd, bezorgt aan de eigenaar van de auto een getuigschrift over de montage, over de ingreep of wijziging aan het voertuig, of over de verwijdering conform het model voorzien in deel 1, 2 of 3 van bijlage D. Dit getuigschrift is voorzien van een nummer samengesteld uit twee onderscheiden delen : xx de vier cijfers van het lopende kalenderjaar xx een nummer toegekend volgens de chronologische volgorde van de ingrepen. Dit getuigschrift blijft altijd bij het voertuig in welke handen het ook overgaat. Het moet bij elke aanbieding van het voertuig bij een autokeuringsstation worden getoond. HOOFDSTUK IV. - Technische keuring Art. 13.§ 1. Met uitzondering van voertuigen die zijn uitgerust met een cng-installatie goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van deel II Reglement 110, moet iedere auto die na de inwerkingtreding van dit besluit met een cng-installatie werd uitgerust, binnen dertig dagen volgend op de montage bij een autokeuringsstation worden aangeboden voor een volledige keuring van de cng-installatie. Tijdens deze periode van dertig dagen moet de bestuurder van het voertuig op elk verzoek van de personen, bevoegd om wegcontroles uit te voeren, de factuur en het montagegetuigschrift afgegeven door de installateur voorleggen. § 2. Iedere auto moet ook voor een volledige keuring van de cng-installatie binnen dertig dagen bij een autokeuringsstation worden aangeboden in de volgende gevallen : - na een ingreep op de cng-installatie die als een wijziging van de cng-installatie kan worden beschouwd, zoals de montage van een nieuwe brandstoftank, de vervanging of tijdelijke demontage van één of meerdere leidingen of appendages; - wanneer de cng-installatie werd beschadigd. Wanneer de cng-installatie werd beschadigd, mag de auto op de openbare weg uitsluitend worden gebruikt om zich naar de werkplaats van een erkende installateur te begeven en, na herstelling, om zich voor een volledige cng-keuring naar een autokeuringsstation te begeven. § 3. Ieder voertuig dat met een cng-installatie is uitgerust, moet aan een volledige keuring van de cng-installatie worden onderworpen, telkens wanneer het voertuig wordt onderworpen aan de technische keuring voorzien in artikel 23 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. § 4. De erkende installateur is ertoe gehouden de houder van de auto op de hoogte te brengen van de verplichting om deze auto binnen dertig dagen na de ingreep op het voertuig in een autokeuringsstation aan te bieden. § 5. Tijdens de volledige cng-keuringen wordt onderzocht : 1° of de proeven, controles en goedkeuringen van de onderdelen van de cng-installatie vastgelegd in dit besluit of door de minister, door de volgens artikel 4, paragraaf 2 erkende instellingen werden uitgevoerd;2° of de cng-installatie gasdicht is;3° of de cng-installatie aan de voorschriften bepaald in onderhavig besluit voldoet.De te controleren punten worden bepaald door de minister of zijn gemachtigde; 4° of de uitlaatgassen voldoen aan de emissienormen opgelegd in het koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen, en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, evenals aan de normen opgelegd in de ter zake toepasbare Europese richtlijnen, die in de bijlage van het koninklijk besluit van 26 februari 1981 houdende uitvoering van de Richtlijnen van de Europese Gemeenschappen betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen, hun bestanddelen alsook hun veiligheidsonderdelen of in de toepasbare Europese verordeningen zijn bepaald. Art. 14.§ 1. Indien de installatie in overeenstemming is met de voorschriften van dit besluit, wordt het getuigschrift inzake de montage of ingreep, afgegeven door de erkende installateur die de cng-inrichting heeft gemonteerd, gewijzigd of hersteld, door het autokeuringsstation gevalideerd, en er wordt een keuringsbewijs afgeleverd, zoals voorzien in artikel 23novies, paragraaf 3, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type koninklijk besluit prom. 15/03/19 …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.