📄 Wettekst
27 MEI 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de voorwaarden en de regels inzake de toekenning van subsidies voor activiteiten ter bevordering van de uitvoer
VERSLAG AAN DE VLAAMSE REGERING Dames en heren, 1. ALGEMENE SITUERING Sinds de regionalisering van de Buitenlandse Handel in 1991 is Vlaanderen bevoegd voor het verlenen van financiële steun aan Vlaamse ondernemingen en bedrijfsgroeperingen, met dien verstande dat Export Vlaanderen enkel initiatieven met een exportbevorderend karakter kan ondersteunen. Conform het
decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/05/2004
pub.
04/06/2004
numac
2004035840
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen »
type
decreet
prom.
07/05/2004
pub.
07/06/2004
numac
2004035865
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding »
type
decreet
prom.
07/05/2004
pub.
09/06/2004
numac
2004035898
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen »
sluiten tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap 'Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen' (in het Engels 'Flanders Investment and Trade', afgekort FIT), en meer bepaald op basis van artikel 5, § 1, 5°, en artikel 6, § 2, 2°, van dit decreet, behoort het tot de opdracht van FIT om financiële stimuli, waarborgen en subsidies toe te kennen ter bevordering van het internationaal ondernemen.
De creatie van FIT verruimt de opdracht tot het internationaal ondernemen ingevolge het samenbrengen van Export Vlaanderen en de Dienst Investeren in Vlaanderen. Artikel 4 van bovenvermeld decreet bepaalt de missie van FIT : « De missie van het Agentschap bestaat erin om, als element in de sociaal-economische ontwikkeling in Vlaanderen, middels zijn binnen- en buitenlands netwerk het internationaal ondernemen op een duurzame wijze te bevorderen door het aanbieden van kwalitatief hoogstaande en specifieke diensten aan alle ondernemingen in Vlaanderen teneinde deze bij alle facetten van het internationaal ondernemen te begeleiden, te ondersteunen en te stimuleren.
Het Agentschap heeft verder als missie het aantrekken van buitenlandse investeringen in Vlaanderen om een betekenisvolle bijdrage te leveren tot de internationale ontwikkeling van de Vlaamse economie. » De momenteel bij Export Vlaanderen van toepassing zijnde regelgeving tot vaststelling van de voorwaarden en de regels inzake de toekenning van subsidies voor exportbevorderende activiteiten werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 30 april 2001 en steunt op de volgende principes : 1. Het doel van financiële tegemoetkomingen is de Vlaamse ondernemingen aan te sporen nieuwe, vooral verre markten aan te boren, wat de economie en werkgelegenheid van Vlaanderen moet ten goede komen.2. Export Vlaanderen steunt ondernemingen en bedrijfsgroeperingen die deelnemen aan door haar georganiseerde acties en helpt hen tevens bij hun individuele initiatieven die ze ondernemen op markten waar geen collectieve acties worden voorzien.3. Verkorting en vereenvoudiging van de procedures : de bedrijven moeten snel geholpen worden.4. Toepassing van uniforme criteria : alle steunpercentages werden op 50 % gebracht.5. De steun gaat hoofdzakelijk naar ondernemingen die initiatieven ondernemen buiten de Europese Economische Ruimte (EER).De lid-Staten van de Europese Unie, Noorwegen, Liechtenstein en IJsland vormen samen de EER. De reden hiervoor ligt in de Europese wetgeving, die bepaalt dat het mededingingsrecht van de EU uitgebreid wordt tot de EER. 6. De in het besluit opgenomen financiële tegemoetkomingen voor exportbevorderende activiteiten vallen onder de Europese de minimis-regeling'. Door de permanente inspanningen van Export Vlaanderen rond de bekendmaking van de mogelijkheden voor het bekomen van financiële steun, samen met de verhoogde exportdynamiek van de Vlaamse K.M.O.'s, kende de reglementering van 2001 een bijzonder groot succes. In 2001 werden 1491 dossiers goedgekeurd, 1638 dossiers in 2002 en 2204 dossiers in 2003.
De voorgestelde aanpassingen doen geen afbreuk aan bovenvermelde basisprincipes, doch kaderen in de nieuwe strategie en in de verruimde opdracht van FIT 2. ONDERNEMINGSCONFERENTIE : UITGANGSPUNTEN VAN HET VERRUIMDE SUBSIDIEBELEID A.De budgettaire enveloppe waarover Export Vlaanderen beschikt om exportgerichte initiatieven te subsidiëren, is de laatste jaren quasi ongewijzigd gebleven en bedroeg voor 2004 3,7 miljoen euro als vastleggingen. Teneinde de taken inzake de bevordering van het internationaal ondernemen te kunnen vervullen en verder uit te bouwen, is bij de opmaak van het nieuwe voorstel tot besluit uitgegaan van een verhoogde dotatie, zoals aangekondigd tijdens de ondernemingsconferentie.
De ondernemingsconferentie van 5 december 2003 besliste immers om de financiële steun substantieel te verhogen : « Naast een performant agentschap Internationaal Ondernemen, is het eveneens belangrijk dat onze Vlaamse ondernemingen kunnen beschikken over een aangepast flankerend instrumentarium dat hen stimuleert in hun internationaal ondernemen.
Daartoe worden de financiële stimuli, zijnde tussenkomsten voor exportgerichte initiatieven van ondernemingen zoals prospectiereizen, beursdeelnames, oprichting van prospectiekantoren,... verhoogd.
Verder worden de middelen voor het ondersteunen van de financiering van de export van Vlaamse uitrustingsgoederen opgetrokken.
Tenslotte wenst de Vlaamse Regering een derde instrument te reactiveren, als ondersteuning van het verkennen van nieuwe markten, met name het voorzien in rentesubsidies voor de uitvoer van uitrustingsgoederen door Vlaamse K.M.O.'s. De rentesubsidie past het verschil bij tussen enerzijds de consensusrentevoet zoals bepaald door de OESO en de marktrentevoet anderzijds. » Deze nota betreft de eerste maatregel van de ondernemingsconferentie.
De beslissing inzake de uitrustingsgoederen wordt afzonderlijk behandeld en wordt niet geïntegreerd in voorliggend ontwerp van besluit.
De beslissing tot verhoging van de middelen is de gelegenheid bij uitstek om het bestaande stelsel aan te passen aan de nieuwe evolutie van het internationaal ondernemen en aan de creatie van FIT. Gelet op de talrijke wijzigingen aan het oorspronkelijke besluit van 20 april 2001 is er gekozen voor een totaal nieuw ontwerp van besluit.
De Vlaamse Regering verleende op 30 april 2004 een eerste principiële goedkeuring aan het ontwerp van besluit tot vaststelling van de voorwaarden en de regels inzake de toekenning van subsidies voor activiteiten ter bevordering van het internationaal ondernemen.
In haar advies van 27 mei 2004 oordeelt de Raad van State dat de rechtsgrond niet in het
decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/05/2004
pub.
04/06/2004
numac
2004035840
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen »
type
decreet
prom.
07/05/2004
pub.
07/06/2004
numac
2004035865
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding »
type
decreet
prom.
07/05/2004
pub.
09/06/2004
numac
2004035898
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen »
sluiten tot oprichting van het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen (FIT) kan worden gevonden. Het decreet van 23 januari 1991 tot oprichting van Export Vlaanderen verleent deze rechtsgrond wel, meer bepaald in de artikelen 22bis en 23, § 2. De Raad van State vestigt er evenwel de aandacht op dat het decreet van 23 januari 1991 wordt opgeheven bij artikel 20 van het
decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/05/2004
pub.
04/06/2004
numac
2004035840
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen »
type
decreet
prom.
07/05/2004
pub.
07/06/2004
numac
2004035865
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding »
type
decreet
prom.
07/05/2004
pub.
09/06/2004
numac
2004035898
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen »
sluiten tot oprichting van FIT. Dit laatste decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering te bepalen datum.
Zolang de Vlaamse Regering die bevoegdheid niet uitoefent, blijft het decreet van 23 januari 1991 tot oprichting van Export Vlaanderen van kracht.
Om te vermijden dat het voorgelegde subsidiebesluit geen rechtsgrond heeft, dient de Vlaamse Regering bij het inwerkingstellen van het decreet tot oprichting van FIT uitdrukkelijk te bepalen dat de artikelen 22bis en 23, § 2, van het decreet van 23 januari 1991 van kracht blijven. De Raad van State gaat ervan uit dat dit een oplossing is, ten voorlopige titel, in afwachting dat een deugdelijke, meer op de ontworpen regeling afgestemde rechtsgrond wordt gecreëerd in het decreet tot oprichting van FIT. Het ter goedkeuring voorliggend ontwerp is aangepast aan de opmerking van de Raad van State. Het subsidiebesluit vindt zijn rechtsgrond in het decreet van 23 januari 1991 tot oprichting van Export Vlaanderen.
Dit oprichtingsdecreet maakt echter melding van de bevordering van de uitvoer. Het ontwerpbesluit tot vaststelling van de voorwaarden en de regels inzake de toekenning van subsidies zal derhalve ook melding maken van de bevordering van de uitvoer', ook al is dit niet de terminologie die wordt gebruikt in het decreet tot oprichting van FIT. B. De nieuwe reglementering bouwt verder op de principes van het
besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2001Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
20/04/2001
pub.
07/06/2001
numac
2001035522
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse regering tot vaststelling van de voorwaarden en de regels inzake de toekenning van subsidies voor exportbevorderende activiteiten
sluiten, en besteedt extra aandacht aan enerzijds innovatie en anderzijds administratieve verbeteringen. Volgende zijn de krachtlijnen van de nieuwe reglementering : 1. het verlenen van financiële tegemoetkomingen kan voortaan ook gebeuren voor meer complexere vormen van internationaal ondernemen, zoals het sluiten van licentieovereenkomsten, de uitwisseling van technologie, investeringen met kruisparticipaties, enz.; 2. de creatie van nieuwe instrumenten voor kleinere creatieve en innovatieve bedrijven die zich dikwijls in niches van high-tech, cultuur-commerciële of niet-georganiseerde sectoren bevinden;3. de toekenning van uitzonderlijke tegemoetkomingen door de Minister, op voorstel van de gedelegeerd bestuurder, voor eenmalige initiatieven met een beduidende toegevoegde waarde in Vlaanderen, die een uitzonderlijk karakter hebben en van uitzonderlijk belang zijn voor de bevordering van de uitvoer;4. de opdeling van grote verre markten, zoals de VSA, China en India in regio's zodat volgehouden inspanningen op nieuwe en grote, veelal verre markten beter kunnen worden ondersteund;5. de toekenning van subsidies voor inspanningen met het oog op het aantrekken van investeringen of met het oog op investeringen in het buitenland;6. administratieve vereenvoudiging door verkorting en vereenvoudiging van de procedures.Alle aanvragen kunnen voortaan via het internet worden ingediend. Aanvraagtermijnen worden teruggebracht tot maximum 15 kalenderdagen; 7. administratieve vereenvoudiging en transparantie door maximale toepassing van uniforme en beter omschreven criteria, uitgaande van het begrip toegevoegde waarde voor de Vlaamse economie;8. verhoging van de effectiviteit van tegemoetkomingen en bestrijding van misbruiken door controle op resultaatsrapportering, door de invoering van modelverslagen, door de invoering van het principe dat subsidies slechts worden toegekend indien de aanvrager alle verbintenissen tegenover Export Vlaanderen is nagekomen;9. verhoging van de efficiëntie van tegemoetkomingen door het wegnemen van te beperkende plafonds, het verhogen van de toegekende bedragen en het toelaten van combinaties van initiatieven;10. het wegvallen van de voorwaarde 'nieuwe markt' bij de subsidiëring van een reis in het kader van een beursdeelname buiten de EER. Nieuwe initiatieven opgenomen in het ontwerpbesluit : A. Voor individuele bedrijven 1. prospectiereizen met het oog op het aantrekken van investeringen in de eigen onderneming in Vlaanderen en reizen voor investeringen in het buitenland die geen delokalisatie tot gevolg hebben;2. interne technische opleiding van personeel van een buitenlandse klant ter uitvoering van een afgesloten contract;3. prospectiereizen naar hoofdzetels en regionale zetels van multilaterale instellingen voor projecten die buiten de EER plaatsvinden, evenals de aankoop van lastenboeken voor deze projecten;4. aanmaak van productdocumentatie (inclusief website en cd-rom) en technische vertalingen ter ondersteuning van exportinspanningen;5. registratie-, homologatie- en certificatiekosten ter ondersteuning van exportinspanningen;6. uitnodiging naar Vlaanderen van aankopers en decision makers uit niet-EER landen;7. huur van een ruimte voor de organisatie van publieke presentaties, modeshows, workshops en seminaries in het buitenland;8. kosten van de onderneming die een intrek neemt in een dienstencentrum van Export Vlaanderen;9. deelname aan nichebeurzen die niet voorkomen in de M&A Messe Planer of MOCI- gids; 10. het optrekken van subsidieplafonds voor deelname aan beurzen binnen en buiten de EER tot respectievelijk 6.000 en 10.000 euro.
Opmerking : In vergelijking met het besluit van 20 april 2001 valt er voor ondernemingen slechts één initiatief weg, namelijk de steun voor het volgen van een door de instelling erkend opleidingsprogramma inzake exportaangelegenheden. De Vlaamse overheid heeft immers de opleidingscheques in het leven geroepen om vorming in de Vlaamse bedrijven te stimuleren. De opzet van de opleidingscheques is ruimer dan het systeem onder het subsidiebesluit van 20 april 2001, zodat de relevantie van dit initiatief grotendeels wegvalt. Cumulatie van beide is trouwens niet mogelijk.
B. Voor bedrijfsgroeperingen 1. prospectiereizen met het oog op investeringen in Vlaanderen of in het buitenland die bijdragen tot de ontwikkeling van de vertegenwoordigde sectoren;2. organisatie van publieke presentaties, modeshows, workshops en seminaries in het buitenland;3. uitnodiging naar Vlaanderen van decision makers voor sectorgebonden investeringsprojecten;4. prospectiereizen naar hoofdzetels en regionale zetels van multilaterale instellingen voor projecten die buiten de EER plaatsvinden;5. deelname aan niche beurzen die niet voorkomen in de M&A Messe Planer of MOCI- gids.3. ARTIKELGEWIJZE BESPREKING VAN HET VOORSTEL TOT BESLUIT HOOFDSTUK I.- Algemene bepalingen Artikel 1.Er is gekozen voor een algemene definitie van onderneming', die ook in andere Vlaamse decreten en besluiten wordt gebruikt. Als definitie van kleine en middelgrote onderneming' is geopteerd om de Europese richtlijn inzake werknemersaantal, omzet- en balanstotaal dienaangaande strikt toe te passen. In de loop van 2003 heeft de Europese Commissie beslist om de drempels voor omzet en balanstotaal op te trekken ingevolge de inflatie en de toename van de productiviteit.
De nieuwe Europese drempels worden opgenomen in het ontwerp van besluit. Nieuw is dat, naar de geest van de reglementering en om misbruiken te voorkomen, wordt ingeschreven dat ondernemingen wiens activiteiten uitgesplitst zijn in verschillende juridische entiteiten door de administratie zullen beschouwd worden als één onderneming (bijv. exportentiteiten van productiebedrijven), tenzij er een substantiële tewerkstelling is in alle betrokken entiteiten. Onder substantiële tewerkstelling wordt verstaan : meer dan 10 werknemers per entiteit.
Voorts worden in artikel 1 alle bij dit ontwerpbesluit betrokken partijen gedefinieerd, evenals een aantal termen die meermaals in het ontwerpbesluit voorkomen en toch enige verduidelijking behoeven.
Onder 'bedrijfsgroepering' wordt verstaan : een representatieve vereniging van ondernemingen die geen winstoogmerk heeft en die ten behoeve van de ondernemingen die zij vertegenwoordigt initiatieven organiseert ter bevordering van de Vlaamse uitvoer. De representativiteit en de exportondersteunende functie worden aangetoond aan de hand van een meerjarenplan waarin de exportbevorderende activiteiten gedetailleerd worden toegelicht. Om hun erkenning te behouden moeten de bedrijfsgroeperingen minstens één subsidieerbaar initiatief, als bepaald in artikel 43, per jaar organiseren.
Onder 'administratie' wordt verstaan : de dienst binnen Export Vlaanderen die door de gedelegeerd bestuurder wordt aangewezen om de aanvragen te behandelen of te ontvangen. Deze dienst neemt de aanvraag in ontvangst, vervolledigt het dossier, vraagt de nodige adviezen op en doet een voorstel van beslissing aan de gedelegeerd bestuurder.
Onder 'buitenlands netwerk' moet worden verstaan : de huidige Vlaamse economische vertegenwoordigers en handelssecretarissen van Export Vlaanderen, alsmede de business development managers van de Dienst Investeren in Vlaanderen.
Onder 'binnenlands netwerk' moet worden verstaan : de personeelsleden van Export Vlaanderen in de verschillende Vlaamse provincies.
Onder 'dienstencentrum' wordt verstaan : een door Export Vlaanderen tegen kostprijs aan de Vlaamse ondernemingen ter beschikking gesteld uitgerust kantoor in het buitenland.
Onder 'steun' wordt verstaan : gelden die conform het besluit worden toegekend ter ondersteuning van de activiteiten van ondernemingen en bedrijfsgroeperingen ter bevordering van de uitvoer.
Onder 'delokalisatie' wordt verstaan : de overheveling naar een gastland van de ganse productie of van een schakel uit de productie- of dienstenketen met overeenstemmende stopzetting of vermindering van activiteit en/of tewerkstelling in Vlaanderen. Deze definitie werd overgenomen van de studie Delokalisatie van de bedrijven' van het Planbureau. Artikel 2.Dit artikel werd niet gewijzigd. Er wordt wel verduidelijkt hoe de relevante periode in het kader van de Europese de minimis-regeling moet worden geïnterpreteerd. HOOFDSTUK II. - Subsidies voor kleine en middelgrote ondernemingen voor initiatieven ter bevordering van de uitvoer Afdeling I. - Initiatieven die in aanmerking komen voor een subsidie
Artikel 3.In paragraaf 1 van dit artikel worden de initiatieven opgesomd waarvoor kleine en middelgrote ondernemingen subsidies kunnen ontvangen. De lijst van initiatieven wordt uitgebreid met de volgende initiatieven : - reizen voor investeringen in het buitenland die geen delokalisatie tot gevolg hebben en reizen om een investering in de eigen onderneming aan te trekken; - interne technische opleiding ter uitvoering van een afgesloten contract; - prospectiereizen naar hoofdzetels en regionale zetels van multilaterale instellingen voor projecten die buiten de EER plaatsvinden; - aanmaak van productdocumentatie en technische vertalingen ter ondersteuning van exportinspanningen; - registratie-, homologatie- en certificatiekosten ter ondersteuning van exportinspanningen; - uitnodiging naar Vlaanderen van aankopers en decision makers uit niet-EER landen; - huur van een ruimte voor de organisatie van publieke presentaties, modeshows, workshops en seminaries in het buitenland; - kosten van de onderneming die een intrek neemt in een dienstencentrum van Export Vlaanderen.
De subsidies waarvan sprake in dit artikel kunnen slechts worden toegekend en uitbetaald binnen de perken van de daartoe in de begroting van de Vlaamse Gemeenschap verleende kredieten.
In paragraaf 2 wordt de mogelijkheid geboden aan ondernemingen om gesteund te worden voor eenmalige en uitzonderlijke initiatieven. Deze uitzonderingsclausule kan slechts toegepast worden ingeval het project voor de Vlaamse economie belangrijk is. Deze steun kan enkel toegekend worden door de bevoegde minister op voorstel van de gedelegeerd bestuurder.
Artikel 4, 1° en 2°. De voorwaarden die stellen dat de initiatieven moeten gericht zijn op landen buiten de EER en op voor de onderneming nieuwe markten vinden hun oorsprong in de Europese wetgeving inzake subsidiëring van ondernemingen, en meer bepaald in het mededingingsbeleid van de EU, dat uitgebreid wordt tot de EER. De in dit besluit opgenomen financiële tegemoetkomingen voor initiatieven ter bevordering van de uitvoer vallen onder de Europese de minimis-regeling'.
Wijzigingen aan de exportsubsidieregeling moeten worden aangemeld bij de Europese Commissie. De nieuwe regelgeving moet in overeenstemming zijn met Verordening 69/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de de minimis-steun. (1) Er moet worden verzekerd dat het totale steunbedrag dat wordt verstrekt aan een kleine of middelgrote onderneming het plafond van 100.000 euro over een periode van drie jaar niet zal overschrijden, en als dusdanig het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig zal beïnvloeden. (2) Tevens moet worden verzekerd dat de ondersteuning niet rechtstreeks verband houdt met de uitgevoerde hoeveelheden, de opzet en het functioneren van een distributienet of met lopende uitgaven in verband met exportactiviteiten. De initiatieven waarvoor steun wordt verstrekt hebben tot doel drempelverlagend te werken, zodat kleine en middelgrote ondernemingen nieuwe markten zouden ontwikkelen (bijv. door middel van marktonderzoek, deelname aan handelsbeurzen, enz.).
Op de regel dat het moet gaan over initiatieven buiten de EER worden volgende uitzonderingen voorzien : - deelname aan beurzen met een internationale uitstraling; - prospectiereizen naar hoofdzetels en regionale zetels van multilaterale instellingen voor projecten die buiten de EER plaatsvinden; - aanmaak van productdocumentatie en technische vertalingen ter ondersteuning van exportinspanningen; - registratie-, homologatie- en certificatiekosten ter ondersteuning van exportinspanningen; - de huur van een ruimte voor de organisatie van publieke presentaties, modeshows, workshops en seminaries in het buitenland.
Dit zal geen problemen met zich meebrengen omdat een aantal ervan reeds vroeger door de Commissie werden aanvaard. De voorgestelde aanpassingen zijn de facto uitbreidingen van voordien reeds toegestane subsidieerbare initiatieven.
In toepassing van de Europese regelgeving die stelt dat enkel steun kan worden verleend voor initiatieven die bedrijven ondernemen voor de ontwikkeling van nieuwe exportmarkten wordt een nieuwe markt gedefinieerd als een land waar de onderneming geen of een beperkte afzet realiseert.
In het besluit werd geen procentuele bovengrens ingeschreven voor het begrip « beperkte afzet », vermits dit nadelig is voor de startende bedrijven. In de praktijk zal de administratie het begrip "beperkte afzet" als volgt interpreteren : een beperkte afzet naar een bepaald land betekent dat de export naar dat land minder dan 5 % van het totale exportcijfer van de onderneming moet bedragen. De administratie kan echter overwegen om een uitzondering op dit percentage toe te staan indien uit het dossier duidelijk blijkt dat de betrokken markt voor de aanvrager nog kan beschouwd worden als een nieuwe markt (bijv. omwille van een proefbestelling of een eenmalige verkoop die meer dan 5 % van het totaal exportcijfer bedraagt). De subsidies hebben tot doel de ondernemingen te helpen bij het zoeken naar afzetmogelijkheden op nieuwe markten, maar hebben niet als doel het onderhoud van bestaande contacten te steunen.
Voor drie initiatieven werd een uitzondering ingeschreven met betrekking tot het criterium « nieuwe markt », namelijk voor : - deelname aan buitenlandse beurzen met een internationale uitstraling; - prospectiereizen naar hoofdzetels en regionale zetels van multilaterale instellingen voor projecten die buiten de EER plaatsvinden; - de huur van een ruimte voor de organisatie van publieke presentaties, modeshows, workshops en seminaries in het buitenland.
Artikel 4, 2° geeft de mogelijkheid aan de gedelegeerd bestuurder van Export Vlaanderen om uitgestrekte landen op te delen in regio's.
Deze mogelijkheid tot indeling in regio's in plaats van in landen is noodzakelijk omdat grote landen verschillende deelmarkten kunnen omvatten die anders moeten worden benaderd. Het verschil van benadering tussen de Westkust en Oostkust van de VSA, de grote regio's in China en India, verklaren deze mogelijkheid tot indeling in regio's.
Indien de bevoegde minister gebruikt maakt van de mogelijkheid om uitgestrekte landen op te delen in regio's zullen er door de administratie per aanvrager meerdere reizen per land kunnen gesubsidieerd worden. In voorkomend geval zal de administratie voor het bepalen van het criterium nieuwe markt' uitgaan van dezelfde definitie als hierboven beschreven. Een nieuwe markt blijft gedefinieerd als een land waar de onderneming geen of een beperkte afzet realiseert.
Artikel 4, 3°. De goederen en/of diensten waarvoor prospectie wordt gedaan, moeten bij de productie, verwerking of prestatie een duidelijke toegevoegde waarde krijgen in het Vlaamse Gewest.
Er wordt steun verleend aan bedrijven gevestigd in Vlaanderen die : - initiatieven nemen ter bevordering van de uitvoer van goederen en diensten; - buitenlandse investeringen aantrekken ter ontwikkeling van het Vlaamse bedrijf; - investeren in het buitenland met als doel het Vlaamse bedrijf te ontwikkelen.
Enkel initiatieven die een voldoende meerwaarde hebben voor Vlaanderen worden gesteund, zoals het creëren van bijkomende tewerkstelling (of minstens het behouden van tewerkstelling), technische innovatie, onderzoek en ontwikkeling, het genereren van export, enz.
De aanvragers bewijzen dat hun exportinspanningen of buitenlandse investeringsplannen voldoende Vlaamse toegevoegde waarde leveren aan de hand van indicatoren, zoals bedrijfsstructuur (aantal ontwerpers, arbeiders), kostenstructuur, binnenkomende en uitgaande facturen (bijv. verhouding van de buitenlandse productiekosten t.o.v. de verkoopprijs), omzet (verhouding verkoop binnenland/buitenland), nieuwe investeringen in innovatie of onderzoek, enz.
De gedelegeerd bestuurder beslist bij twijfel over het ingediende bewijsmateriaal en over de toereikende Vlaamse toegevoegde waarde.
Prospectie wordt gedefinieerd als het zoeken naar afzetopportuniteiten voor de goederen en/of diensten van de aanvrager, bijv. door het leggen van contacten met nieuwe potentiële klanten, verdelers, agenten. Onder prospectie wordt niet verstaan (niet limitatieve opsomming) : - het onderhouden van bestaande klanten. Een bestaande klant is een klant waar het aanvragende bedrijf tijdens het lopende en het voorafgaande boekjaar facturatie mee gehad heeft; - het bezoeken van agenten of verdelers waarmee al een overeenkomst werd bereikt; - het ontwikkelen van een algemeen marktonderzoek in het buitenland; - het presteren van diensten ter plaatse.
Investeringen mogen geen delokalisatie van het Vlaamse bedrijf tot gevolg hebben. Het is ook niet de intentie van de Vlaamse overheid om actief deel te nemen aan een mogelijke verplaatsing van controle over de Vlaamse bedrijven naar het buitenland. Investeringen die in aanmerking worden genomen zijn (niet-limitatieve opsomming) : - het opzetten van een dochteronderneming in het buitenland; - de participatie in een joint venture in het binnen- of buitenland; - het opzetten van samenwerkingsverbanden of partnerships met buitenlandse bedrijven; - acquisities van buitenlandse bedrijven; - kapitaalinbreng of inbreng van roerende en onroerende goederen door een buitenlandse partner/financierder.
Investeringen die niet in aanmerking komen zijn (niet-limitatieve opsomming) : - fusies; - overname van aandelen door een buitenlandse partner/financierder.
Artikel 4, 4°. Het algemene principe dat men voor eenzelfde kost geen tweemaal kan worden gesteund, wordt ingeschreven.
Artikel 4, 5°. De voorwaarde « voldoen aan alle verbintenissen tegenover Export Vlaanderen » wordt ingeschreven om ondernemingen ertoe aan te zetten correct hun verbintenissen tegenover Export Vlaanderen na te leven (bijv. betaling van inschrijvingsgeld voor deelname aan acties van Export Vlaanderen). Bij niet-naleving kan de instelling de steun weigeren.
Artikel 5, § 1. Voor alle initiatieven wordt een uniform steunpercentage van 50 % vastgesteld. Dit komt de transparantie ten goede. De minimale subsidie bedraagt 250 euro. BTW is niet subsidieerbaar.
Artikel 5, § 2. De bevoegde minister heeft de mogelijkheid om de steunpercentages te verlagen of te differentiëren in functie van het gevoerde exportbeleid of de beschikbare dotatie. De bevoegde minister dient dit evenwel te doen vóór 30 november van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de maatregel van toepassing is. Artikel 6.In het kader van de administratieve vereenvoudiging wordt de aanvraagtermijn uniform op 15 kalenderdagen vóór de aanvang van het initiatief (aanvang van een beurs, afreisdatum, enz.) gebracht. Voor sommige initiatieven wordt een hoogdringendheidsclausule voorzien opdat ondernemingen kunnen inspelen op belangrijke opportuniteiten. De steun kan in geen geval retroactief worden toegekend. Aanvragen die worden ingediend tijdens of na afloop van het initiatief kunnen niet worden gesubsidieerd. Afdeling II. - Individuele prospectiereizen, deelname aan
groepszakenreizen, reizen in het kader van groepsstanden, reizen om een investering in de eigen onderneming aan te trekken en reizen voor investeringen in het buitenland die geen delokalisatie tot gevolg hebben Artikel 7.Een goede manier om een nieuwe markt te benaderen, is ter plaatse gaan en persoonlijke contacten hebben met potentiële kopers/verdelers. Ondernemingen, vooral K.M.O.'s, zijn zich hiervan bewust maar worden soms afgeschrikt door de hoge kosten. Subsidies voor reizen hebben een groot drempelverlagend effect en zetten de ondernemingen ertoe aan om vlugger de stap naar de doelmarkt te zetten.
Er kunnen maximaal drie reizen naar hetzelfde land (of regio in toepassing van artikel 4, 2°) worden gesteund binnen een periode van vijf jaar volgend op de datum van de eerste toekenning. De periode van vijf jaar is van verschuivende aard. Voor de bepaling van de drie reizen tellen zowel de individuele prospectiereizen, de deelname aan groepszakenreizen, de reizen in het kader van groepsstanden, de reizen om een investering in de eigen onderneming aan te trekken, de reizen voor investeringen die geen delokalisatie tot gevolg hebben, als de reizen in het kader van een gesubsidieerde beursdeelname.
Financiële stimuli voor reizen kunnen alleen worden aangewend ter ondersteuning van de zakenreizen van bestuurders, personeelsleden of exportmanagers met een duurzaam exclusiviteitscontract van de aanvragende onderneming. Onder duurzaam exclusiviteitscontract wordt verstaan : een contract met een looptijd van minstens één jaar, waarbij de betrokken vertegenwoordiger exclusief bevoegd is voor één onderneming voor de verkoop van een bepaald product in een welbepaald land of landen. In de vorige reglementering kon de onderneming vrij bepalen wie in haar naam de reis uitvoerde. Dit leidde tot oneigenlijk gebruik van de tegemoetkomingen. Artikel 8.De tussenkomst voor reizen is beperkt tot de reis- en verblijfkosten. De reis- en verblijfkosten zijn vaste vergoedingen die worden vastgesteld door de gedelegeerd bestuurder van Export Vlaanderen. De reiskosten behelzen ook de kosten voor binnenlandse verplaatsingen. De verblijfkosten dekken onder meer hotelkosten, maaltijden, recepties en communicatiekosten. De verblijfkosten worden toegekend per overnachting. Het toekennen van vaste bedragen voor reis- en verblijfkosten vereenvoudigt het administratief beheer en zorgt voor een kortere procedure. Bovendien weet de onderneming vooraf hoeveel de subsidie kan bedragen. De administratie beoordeelt het dossier en de duur van de prospectie in functie van het voorgelegde afsprakenprogramma.
Bij een gecombineerde reis naar verschillende landen worden de reiskosten gelijkgesteld aan 60 % van de som van de reiskosten die in aanmerking zouden worden genomen indien de aanvrager deze landen elk apart prospecteerde. Van deze som wordt 50 % gesubsidieerd, overeenkomstig de bepalingen van artikel 5. Artikel 9.Dit artikel omschrijft de documenten die bij de aanvraag moeten worden voorgelegd. De grondige beschrijving, de motivatie, het afsprakenprogramma en de kostenraming, maken integraal deel uit van het dossier. Bij gebrek aan een chronologisch afsprakenprogramma 15 dagen vóór de afreisdatum moet minstens een gedetailleerde lijst van contacten (inclusief volledige adresgegevens) worden voorgelegd.
Nu reeds worden ongeveer 75 % van de aanvragen via de website ingediend. Er wordt naar gestreefd om dit percentage te verhogen. De invoering van de elektronische handtekening dient dit te ondersteunen.
Artikel 10, § 1. Deze paragraaf heeft betrekking op de documenten die de aanvrager moet voorleggen na afloop van de reis. Met bewijsstukken wordt onder meer bedoeld : een kopie van de factuur voor de reis of een kopie van het vliegtuigticket (voor de reiskosten), een kopie van de hotelrekening of gelijkaardige bewijsstukken (voor de verblijfkosten). Voor het reisverslag wordt een model voorgeschreven dat wordt opgesteld door de gedelegeerd bestuurder. Het modelverslag moet uniformiteit en meetbaarheid van de resultaten vergemakkelijken, en maakt het ook mogelijk dat de doelstellingen van de reis na afloop worden getoetst aan de resultaten. Het modelverslag wordt ingevoerd omdat de reisverslagen die in het kader van het vorige besluit werden ingediend van sterk uiteenlopende kwaliteit waren.
Artikel 10, § 2. Voor de reizen bedoeld in deze afdeling zijn ondernemingen verplicht om ter plaatse een bezoek te brengen aan het kantoor van Export Vlaanderen. Indien er in het betrokken land geen kantoor van Export Vlaanderen aanwezig is, of indien uit het reisschema blijkt dat een bezoek praktisch niet haalbaar is, volstaat een andere vorm van contact. Er is in het besluit voorzien dat de gedelegeerd bestuurder de uitbetaling kan weigeren indien deze verplichting niet wordt nageleefd. Afdeling III. - Deelname aan buitenlandse beurzen met internationale
uitstraling Artikel 11.Vlaanderen stimuleert Vlaamse ondernemingen tot deelname aan jaar- en vakbeurzen in het buitenland door onder meer een financiële tussenkomst te verlenen in de huurkosten van de standoppervlakte. Door de subsidie te berekenen op de huurprijs van de standoppervlakte wordt geen onderscheid gemaakt tussen dure en minder dure beurzen, tussen grote en minder grote stands en worden alle firma's op dezelfde wijze behandeld.
Artikel 11, § 1. Deze paragraaf werd niet gewijzigd : er kunnen maximaal twee buitenlandse beursdeelnames per kalenderjaar gesteund worden.
Artikel 11, § 2. Voor dezelfde beurs kan maximaal drie keer een subsidie per aanvrager worden toegekend binnen een periode van 8 jaar volgend op de datum van de eerste toekenning. De relevante periode van 8 jaar is van verschuivende aard. Dit is een versoepeling tegenover de vorige reglementering, waarin men terugging tot 1 januari 1991.
Artikel 11, § 3. Omwille van het criterium 'internationale uitstraling' wordt enkel steun verleend voor de deelname aan buitenlandse beurzen die zijn opgenomen in de repertoria M&A Messe Planner of Le Moci; in deze repertoria zijn meer dan 10 000 beurzen opgenomen. Nieuw is dat ook beurzen die zijn opgenomen op de website van M&A Messe Planner of Le Moci kunnen worden aanvaard, wat opnieuw een versoepeling is tegenover de bestaande regelgeving.
Ondernemingen die deelnemen aan beurzen of subsectoren van beurzen waarop Export Vlaanderen een groepsstand organiseert, komen niet voor bijkomende subsidiëring in aanmerking. Men kan geen tweemaal voor dezelfde kosten worden gesubsidieerd. Aan bedrijven die steun vragen op het ogenblik dat de groepsstand van Export Vlaanderen volzet is, kan een beperkte subsidie worden toegestaan. Deze bedrijven mogen in geen geval financieel bevoordeeld worden ten opzichte van de ondernemingen die wel op de groepsstand tentoonstellen.
De gedelegeerd bestuurder kan beslissen om een subsidie toe te kennen bij grote beurzen die onderverdeeld zijn in sectorhallen en waar Export Vlaanderen een algemene stand heeft of een stand voor een specifiek product (bijv. Sial in Parijs : zowel charcuterie, kaas, diepvries, algemene voeding, confiserie), op voorwaarde dat dit geen aanleiding geeft tot dubbele subsidiëring.
Artikel 11, § 4. De mogelijkheid wordt voorzien dat de gedelegeerd bestuurder kan beslissen om deelname aan buitenlandse beurzen met een internationale uitstraling die niet zijn opgenomen in de repertoria of op de website van M&A Messe Planner of Le Moci toch te subsidiëren. In voorkomend geval moet de aanvrager het belang van de beurs voor de onderneming beschrijven, motiveren en aantonen. In de praktijk zal het vooral gaan om nichebeurzen.
Artikel 11, § 5. Vermits het de bedoeling is om de visibiliteit van de Vlaamse bedrijven te verhogen op buitenlandse beurzen (en niet die van hun lokale partner) wordt als voorwaarde gesteld dat de Vlaamse firma in eigen naam moet deelnemen. In geval van twijfel zal een kopie uit de beurscatalogus worden gevraagd, waarin de Vlaamse onderneming met naam, stad en land moet zijn opgenomen. Bij gebrek hieraan kan een ander gelijkwaardig bewijs worden opgevraagd. Dit werd reeds toegepast in het vorige besluit, maar wordt nu verduidelijkt omdat er toepassingsproblemen waren. Artikel 12.Export Vlaanderen komt tussen in de kosten van de naakte standoppervlakte, verhoogd met een forfaitair bedrag van 25 %. Een basisstand heeft weinig of geen uitstraling. Een forfaitaire verhoging met 25 % laat de exposanten die dit wensen toe een eigen stand te bouwen en daarvoor een financiële steun gelijk aan de kostprijs van een basisstand te verwerven. De verhoging met 25 % komt overeen met de gemiddelde meerkost tussen de naakte standoppervlakte en een 'shell scheme'. Een shell scheme is een eenvoudige modulaire basisstand, waarin zijn begrepen : panelen, vloerbekleding (tapijt), één tafel, drie stoelen, een naambord op de stand, één verlichtingsspot per vierkante meter en een stopcontact. Als uit de ingediende factuur blijkt dat de onderneming geopteerd heeft voor een shell scheme is de verhoging met 25 % niet van toepassing. De voorgestelde steun ligt hoger dan in het vorige reglement. De steun bedraagt maximaal 3000 euro (50 % van 6.000 euro) voor beurzen binnen de EER en maximaal 5.000 euro (50 % van 10.000 euro) voor beurzen buiten de EER. Het verschil in steun voor beurzen binnen en buiten de EER werd voorzien om kleine en middelgrote ondernemingen ertoe aan te zetten hun exportaandeel op verre markten te verhogen.
Voor beurzen buiten de EER wordt tevens een bijdrage in de reis- en verblijfkosten toegekend, op basis van de forfaitaire vergoedingen vastgelegd door de gedelegeerd bestuurder. Het reisgedeelte in het kader van een beurs kan alleen worden goedgekeurd ter ondersteuning van de zakenreizen van bestuurders, personeelsleden of exportmanagers met een duurzaam exclusiviteitscontract van de aanvragende onderneming.
Voor het onderdeel reis in het kader van een gesubsidieerde beursdeelname buiten de EER is de voorwaarde nieuwe markt' niet langer van toepassing. Deze voorwaarde werd in het vorige besluit wél gekoppeld aan het reisgedeelte, maar deze keuze was niet logisch omwille van het internationaal karakter van de gesubsidieerde beurzen.
Artikel 13, § 1. Deze paragraaf beschrijft welke documenten bij de aanvraag moeten worden gevoegd. Wanneer op het ogenblik van de aanvraag de factuur voor de standoppervlakte en het betalingsbewijs (debetbericht van de bank voor de betaling van de factuur voor de standkosten) nog niet beschikbaar zijn, kunnen deze documenten nagestuurd worden tot uiterlijk drie maanden na de beurs.
Nu reeds worden ongeveer 75 % van de aanvragen via de website ingediend. Er wordt naar gestreefd om dit percentage te verhogen. De invoering van de elektronische handtekening moet dit ondersteunen.
Artikel 13, § 2. De uitbetalingsprocedure wijzigt niet tegenover het vorige besluit. Evenals in artikel 10 zal voor het reisverslag een model worden voorgeschreven. Dit model wordt opgesteld door de gedelegeerd bestuurder. Afdeling IV. - Aankoop van een lastenboek
De aankoop van een lastenboek voor internationale aanbestedingen in landen buiten de EER is een initiatief dat reeds een vijftal jaar subsidieerbaar is. Nieuw is dat het initiatief nu uitgebreid wordt met de aankoop van een lastenboek voor multilaterale instellingen en multilateraal gefinancierde projecten. Artikel 14.Nieuw is dat Export Vlaanderen naast de kostprijs van het lastenboek, eveneens een tussenkomst verleent in de kosten voor registratie en verzending. Het bedrag van de minimale steun wordt nu op 250 euro gebracht (50 % van 500 euro) om ondernemingen effectief toe te laten gebruik te maken van deze subsidie. De maximale steun voor dit initiatief bedraagt 6.000 euro (50 % van 12.000 euro). Artikel 15.Dit artikel werd niet gewijzigd. Inzake de raming van de kostprijs wordt van de ondernemingen wel verwacht dat er een uitsplitsing wordt gemaakt van de kosten in functie van artikel 14. Afdeling V. - Oprichting van een prospectiekantoor
De oprichting van een prospectiekantoor is een initiatief dat reeds jaren subsidieerbaar is.
Nieuw is dat de initiatieven oprichting van een eigen prospectiekantoor' en oprichting van een gemeenschappelijk prospectiekantoor' worden samengebundeld tot één initiatief. Elke K.M.O. die een prospectiekantoor opricht, kan in aanmerking komen voor steun, ongeacht of zij onafhankelijk dan wel in samenwerking met andere Vlaamse K.M.O.'s dit kantoor opricht. Uiteraard is er enkel steun mogelijk voor de kosten die de firma draagt. Artikel 16.De subsidie betreft de kosten van het prospectiekantoor tijdens het eerste werkingsjaar. Nieuw is dat een aantal aanvaardbare kosten duidelijker worden omschreven. De reiskosten en hotelovernachtingen in het kader van prospectiereizen ter plaatse van de kantoorverantwoordelijke in het betrokken land worden vergoed op voorwaarde dat deze persoon er permanent verblijft. Het is echter niet de bedoeling om de kosten van een vaste verblijfplaats te subsidiëren.
Inzake reiskosten komen onder meer binnenlandse vluchten, gebruik van een eigen wagen en huur van een wagen in aanmerking. De aankoop van onroerende goederen komt niet voor subsidiëring in aanmerking.
De maximale steun voor dit initiatief bedraagt 49.500 euro (50 % van 99.000 euro). Er kan per land slechts één prospectiekantoor worden gesubsidieerd binnen een periode van 10 jaar te rekenen vanaf de eerste toekenning. Indien de gedelegeerd bestuurder gebruikt maakt van de mogelijkheid om uitgestrekte landen op te delen in regio's zullen er door de administratie per aanvrager meerdere prospectiekantoren per land kunnen worden gesubsidieerd. Een nieuwe markt blijft echter gedefinieerd als een land waar de onderneming geen of een beperkte afzet realiseert.
Artikel 17, § 1. Ondernemingen die een subsidie ontvangen voor de oprichting van een prospectiekantoor komen, voor een periode van drie jaar na de datum van de toekenning van de steun ervan, niet meer in aanmerking voor afzonderlijke prospectie-initiatieven in hetzelfde land. De reden hiervoor is dat de steun van Export Vlaanderen voor de oprichting van een prospectiekantoor zeer aanzienlijk is.
Artikel 17, § 2. De administratie laat zich bij de beoordeling over een ingediend dossier leiden door volgende principes : 1. Het kantoor vormt juridisch een onderdeel van de Vlaamse onderneming.Steun voor de oprichting van een prospectiekantoor betekent dat er effectief een kantoor moet opgericht worden dat voldoet aan alle lokale wettelijke vereisten. De administratie zal daarom steeds de oprichtingsakte opvragen. Een uitzondering op het principe van de oprichtingsakte kan enkel overwogen worden indien de aanvragende onderneming kan aantonen dat de opgerichte onderneming voldoet aan alle lokale vereisten. In de VSA. kan een onderneming bijv. opgericht worden zonder te beschikken over een oprichtingsakte.
In dergelijke gevallen kan de firma aan de hand van andere elementen het officieel karakter van het kantoor bewijzen, zoals bepaalde vormen van registratie (handelsregister, vennootschapsregister, belastingen). 2. De structuur die het prospectiekantoor moet aannemen wordt, gezien de verschillen van land tot land (soms zelfs van staat tot staat), niet opgenomen in het besluit.Vermits de aanvrager moet aantonen dat hij controle uitoefent over het kantoor moet er wel een band van ondergeschiktheid bestaan waarbij het kantoor juridisch - wegens de eenheid van rechtspersoonlijkheid - of economisch - door controle over de aandelen - een onderdeel vormt van de Vlaamse firma. 3. Contractuele relaties met buitenlandse agenten, distributeurs, consultants, expediteurs, enz.die als onderaannemer opdrachten voor de Vlaamse onderneming vervullen, vallen buiten het toepassingsgebied van dit initiatief. Artikel 18.Dit artikel specificeert de documenten die bij de aanvraag moeten worden gevoegd en wijzigt inhoudelijk niet. Er wordt wel een verduidelijking ingeschreven, namelijk dat de aanvrager officiële documenten moet voorleggen waaruit blijkt dat het de bedoeling is om met een eigen prospectie-entiteit structureel de markt te bewerken.
Voor wat wordt bedoeld met officiële documenten, wordt verwezen naar artikel 17, § 2. Artikel 19.De gedelegeerd bestuurder van Export Vlaanderen organiseert de controle op de werking van de prospectiekantoren. Voor de uitbetaling stelt Export Vlaanderen een auditbureau aan dat de effectieve kosten zal controleren. Deze controle zal gebeuren op de zetel van de Vlaamse moedermaatschappij. De kosten die gepaard gaan met deze controle zijn ten laste van de begunstigde onderneming.
Export Vlaanderen zal echter de ereloonnota van het fiduciair kantoor betalen en het overeenkomstig bedrag in mindering brengen van de uit te betalen subsidie.
De begunstigde onderneming moet eveneens een activiteitenverslag indienen. Nieuw is dat voor het activiteitenverslag een model wordt voorgeschreven dat wordt opgesteld door de gedelegeerd bestuurder van Export Vlaanderen. Afdeling VI. - Interne technische opleiding ter uitvoering van een
afgesloten contract (nieuw initiatief) In deze afdeling wordt steun voorzien voor de uitnodiging naar Vlaanderen van technici (die geen administratieve functie vervullen) uit niet-EER landen ter uitvoering van een afgesloten contract. Om de correcte uitvoering van het contract te garanderen, is een interne technische opleiding noodzakelijk.
Export Vlaanderen zal enkel steun toekennen voor dit initiatief nadat het contract werd afgesloten of indien blijkt dat de steun van doorslaggevende aard kan zijn voor het afsluiten van het contract.
Bovendien moet het gaan om contracten met een significante waarde. Als richtlijn wordt gehanteerd dat het contractbedrag minstens 200.000 euro moet bedragen. De gedelegeerd bestuurder kan hiervan afwijken indien de aanvrager kan aantonen dat de uitnodiging van de technici zeer belangrijk is voor de Vlaamse onderneming.
Het is de verantwoordelijkheid van de onderneming om te zorgen voor de nodige documenten opdat de betrokken technici op een legale manier tijdelijk in Vlaanderen kunnen verblijven. Artikel 20.Er wordt een tussenkomst verleend in de reis- en verblijfkosten, op basis van de lijst met forfaitaire vergoedingen die wordt vastgesteld door de gedelegeerd bestuurder. De tussenkomst is beperkt tot maximaal 5 personen per afgesloten contract.
De tussenkomst in de verblijfkosten van de technici is beperkt tot maximaal één maand. De verblijfkosten kunnen enkel worden uitbetaald wanneer een factuur wordt voorgelegd aan de administratie (hotel, huur appartement). Logementskosten bij een personeelslid/bestuurder van de onderneming of bewijsstukken van maaltijden worden niet aanvaard als bewijsstuk. Artikel 21.De documenten die bij de aanvraag moeten worden gevoegd, zijn dezelfde als voor de andere initiatieven, met dien verstande dat voor dit initiatief ofwel een kopie van het afgesloten contract ofwel een kopie van het ontwerpcontract, waaruit blijkt dat voor de uitvoering van het contract interne technische opleiding noodzakelijk is, moet worden voorgelegd aan Export Vlaanderen. De onderneming dient eveneens de naam en hoedanigheid van de buitenlandse technici te vermelden. Artikel 22.Voor de uitbetaling van de verblijfkosten zal Export Vlaanderen zich steunen op een duidelijke factuur van de overnachtingskosten zoals een hotelfactuur of de huur van een tijdelijke verblijfplaats. In dit laatste geval zal een kopie van de huurovereenkomst moeten worden voorgelegd. Andere vormen van logement (logies bij privé-personen) worden niet betoelaagd. Samen met de bewijsstukken moet de aanvrager ook een verslag over het verloop van de opleiding en de bereikte resultaten indienen. Dit verslag zal door de administratie onder modelvorm ter beschikking worden gesteld. Het modelverslag wordt opgesteld door de gedelegeerd bestuurder. Afdeling VII. - Prospectiereizen naar hoofdzetels en regionale zetels
van multilaterale instellingen voor projecten die buiten de EER plaatsvinden (nieuw initiatief) De internationale contractenmarkt neemt een steeds belangrijkere plaats in het internationale handelsgebeuren. Export Vlaanderen wil hierop inspelen en heeft een afzonderlijke eenheid opgericht die zich specifiek bezighoudt met het informeren en sensibiliseren van Vlaamse ondernemingen over projecten en aanbestedingen gefinancierd door internationale instellingen (de Verenigde Naties, de Wereldbank, multilaterale ontwikkelingsbanken, de Europese Unie, de Europese Investeringsbank, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, enz.). Gezien het hier over belangrijke contracten gaat waar ook K.M.O.'s actief aan kunnen deelnemen, wordt er steun voorzien voor prospectiereizen naar hoofdzetels en regionale zetels van multilaterale instellingen. Gezien de Europese regelgeving kan enkel steun worden verleend voor het opsporen en opvolgen van projecten in niet-EER landen. Artikel 23.Naar analogie met prospectiereizen (zie Afdeling II) kunnen er per aanvrager maximaal drie reizen per multilaterale instelling worden aanvaard binnen een periode van vijf jaar. Ook voor dit initiatief is subsidiëring enkel mogelijk indien de reis wordt ondernomen door een personeelslid, bestuurder of exportmanager met een exclusiviteitscontract van de onderneming die de aanvraag indient. Artikel 24.Export Vlaanderen verleent een tussenkomst in de reis- en verblijfkosten van maximaal één afgevaardigde. De tussenkomst is gebaseerd op de lijst met forfaitaire vergoedingen die wordt vastgesteld door de gedelegeerd bestuurder. Indien de reis betrekking heeft op multilaterale instellingen die zich in verschillende landen bevinden, worden de reiskosten berekend a rato van 60 % (ook naar analogie met de gewone prospectiereizen in Afdeling II). Artikel 25.De documenten die bij de aanvraag moeten worden gevoegd, zijn analoog met deze voor de gewone prospectiereizen in Afdeling II. Artikel 26.De uitbetalingsvoorwaarden zijn analoog met deze voor de gewone prospectiereizen in Afdeling II. Afdeling VIII. - Aanmaak van productdocumentatie en technische
vertalingen ter ondersteuning van exportinspanningen (nieuw initiatief) Uit ervaring blijkt dat heel wat ondernemingen grote inspanningen moeten doen om hun producten in het buitenland in de gangbare taal voor te stellen. Om aan deze vraag tegemoet te komen wordt in het besluit voorgesteld om de steun voor productdocumentatie en technische vertalingen als afzonderlijk initiatief te subsidiëren.
Steun is mogelijk voor de aanmaak van gedrukte brochures, cd-roms, websites, enz.
Een subsidie wordt enkel toegekend voor de aanmaak van productdocumentatie en technische vertalingen. Algemene bedrijfspresentaties horen daar niet bij.
In geval dat bedrijfs- en productdocumentatie worden samengebundeld in één document zal de administratie de steun pro rata berekenen. Enkel nieuwe documenten kunnen worden gesubsidieerd. Voor aanpassingen aan bestaande documentatie is geen subsidie voorzien. Artikel 27.Voor de berekening van de subsidie zullen enkel externe facturen in aanmerking worden genomen. Eigen loonkosten zijn niet subsidieerbaar.
Productdocumentatie en technische vertalingen in het Nederlands komen niet in aanmerking.
De aanvaarde kosten bedragen maximaal 7.500 euro per jaar, wat overeenkomt met een maximale subsidie van 3.750 euro op jaarbasis. Artikel 28.De documenten die de onderneming bij de aanvraag moet voegen, zijn dezelfde als voor andere initiatieven. Daarenboven stuurt de onderneming de weerhouden offerte mee. Afhankelijk van de inhoud van het document kan de administratie een verbintenis tot opname van Export Vlaanderen als sponsor eisen. Artikel 29.Dit artikel beschrijft de documenten die in de uitbetalingsfase moeten worden voorgelegd. Het betreft een kopie van het gesubsidieerde document en een kopie van de factuur en het overeenkomstig betalingsbewijs. Uit de documenten moet blijken dat de aanvrager in voorkomend geval zijn verbintenis tot vermelding van Export Vlaanderen als sponsor is nagekomen. Afdeling IX. - Registratie-, homologatie- en certificatiekosten ter
ondersteuning van exportinspanningen (nieuw initiatief) K.M.O.'s worden bij export vaak geremd door hoge kosten die betrekking hebben op registratie, homologatie en certificatie van producten. In de meeste gevallen gaat het over consumptiegoederen (voeding en dranken, farmaceutische producten,...). De registratie, homologatie of certificatie is verplicht vooraleer de producten worden toegelaten op de betrokken markt. Zowel facturen vanuit het land van bestemming als facturen van gespecialiseerde instanties of bedrijven in Vlaanderen komen in aanmerking voor subsidie.
Kosten die de Vlaamse onderneming moet maken om de producten aan te passen aan de noden van de betrokken markt vallen niet onder het toepassingsgebied van dit initiatief. Artikel 30.In dit artikel wordt benadrukt dat het moet gaan over kosten die de onderneming verplicht moet maken voor toelating van haar producten op de betrokken markt.
Voor dit initiatief kunnen er maximaal drie subsidies per jaar worden toegekend. Per land kan er maximaal één subsidie per jaar worden toegekend. Het bedrag van de subsidie bedraagt maximaal 3750 euro (50 % van 7.500 euro) per dossier.
Een aanvraag tot steun voor registratie-, homologatie- of certificatiekosten kan, mits de indiening van een aparte aanvraag, gecombineerd worden met een steunverzoek voor bepaalde andere initiatieven (bijv. prospectiereizen). Artikel 31.De documenten die de onderneming bij de aanvraag moet voegen, zijn dezelfde als voor de andere subsidieerbare initiatieven. Artikel 32.Het verslag over de resultaten en de weerslag ervan op de verdere marktbenadering alsmede een kopie van de factuur en van het overeenkomstig betalingsbewijs moet worden voorgelegd. Omwille van de specificiteit wordt voor dit initiatief geen modelverslag opgelegd. Afdeling X. - Uitnodiging naar Vlaanderen van aankopers en decision
makers uit niet-EER landen (nieuw initiatief) Een goed alternatief om potentiële klanten/agenten/verdelers/investeerders te overtuigen is om ze uit te nodigen naar Vlaanderen. Het persoonlijk contact geeft de Vlaamse onderneming de gelegenheid om zich in de meest optimale omstandigheden aan de bezoekers voor te stellen. Omwille van de Europese regelgeving worden enkel kosten voor aankopers en decision makers uit niet-EER landen aanvaard. Als bijkomende voorwaarde wordt gesteld dat enkel de uitnodiging van aankopers en decision makers uit het bedrijfsleven kan worden gesubsidieerd.
Vlaamse bedrijven kunnen eveneens groeien door internationale joint ventures, fusies en overnames, samenwerkingsverbanden en partnerships.
Het nieuwe initiatief laat toe dat ze hiervoor decision makers kunnen uitnodigen om het Vlaamse bedrijf beter te presenteren, als er geen gevaar bestaat voor delokalisatie van het Vlaamse bedrijf. Artikel 33.Export Vlaanderen voorziet in een tussenkomst in de reis- en de verblijfkosten, op basis van de forfaitaire vergoedingen die worden vastgesteld door de gedelegeerd bestuurder. De tussenkomst in de verblijfkosten is beperkt tot vijf overnachtingen. Op jaarbasis kunnen er per aanvrager maximaal twee aankopers of decision makers worden uitgenodigd. Artikel 34.De documenten die de onderneming bij de aanvraag moet voegen, zijn dezelfde als bij de andere subsidieerbare initiatieven.
De beschrijving zal voor deze activiteit moeten worden uitgebreid met de naam en de hoedanigheid van de genodigden en het belang van de uitnodiging voor de aanvrager. Bij twijfel beslist de gedelegeerd bestuurder. Artikel 35.Dit artikel beschrijft welke documenten in de uitbetalingsfase moeten worden voorgelegd, met name de bewijsstukken van de gemaakte reis- en verblijfkosten en een verslag over het verloop van de uitnodiging en de bereikte resultaten. De verblijfkosten kunnen enkel worden uitbetaald mits voorlegging van een (hotel)factuur voor de overnachting. Omwille van de specificiteit wordt voor dit initiatief geen modelverslag opgelegd. Afdeling XI. - Huur van een ruimte voor de organisatie van publieke
presentaties, modeshows, workshops en seminaries in het buitenland (nieuw initiatief) Om hun producten en/of diensten aan een groter publiek voor te stellen organiseren ondernemingen geregeld presentaties, workshops en seminaries. In het vorige reglement werd dit initiatief enkel aanvaard voor bedrijfsgroeperingen en havengemeenschappen. Nieuw is dat het initiatief nu ruimer wordt opgevat en wordt uitgebreid naar ondernemingen. Dit initiatief wordt ook gesubsidieerd binnen de EER. Artikel 36.De tussenkomst van Export Vlaanderen bestaat uit een huurbijdrage van de ruimte voor publieke presentaties. Deze ruimte kan zijn in een hotel (uitgezonderd hotelkamers) of in een daartoe speciaal uitgeruste accommodatie. Er wordt enkel steun voorzien voor de huur van een ruimte tijdens een beperkte periode. Kosten voor permanente showrooms en tentoonstellingen vallen buiten het toepassingsgebied. De subsidie bedraagt maximaal 3.000 euro per deelnemer (50 % van 6.000 euro) voor de huur van een ruimte binnen de EER, en maximaal 5.000 euro per deelnemer (50 % van 10.000 euro) voor de huur van een ruimte buiten de EER, wat overeenkomt met de subsidie voor individuele beursdeelnames. Het verschil in steun voor dit initiatief binnen en buiten de EER werd voorzien om kleine en middelgrote ondernemingen ertoe aan te zetten hun exportaandeel op verre markten te verhogen. Enkel deelnem …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.