Programmawet
Kort samengevat
Deze wet regelt diverse sociale aangelegenheden, voornamelijk gericht op de financiering van sociale zekerheid en gezondheidszorg, en wijzigt bepalingen betreffende administratieve geldboeten voor zelfstandigen.
Wat het regelt
- De financiering van de sociale zekerheid en de gezondheidszorg.
- De vermindering van alternatieve financiering voor 2016.
- De terugvordering van onverschuldigde bedragen in de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging.
- Administratieve geldboeten en hun invordering en verjaring in het sociaal statuut der zelfstandigen.
Wie het aanbelangt
- Werknemers en zelfstandigen die onder de sociale zekerheid vallen.
- Financiële instellingen waar rekeningen van sociaal verzekerden zijn geopend.
Kernpunten
- De alternatieve financiering voor 2016 wordt verminderd met 4.850.131 duizend euro en 214.222 duizend euro.
- De financiering van de gezondheidszorg wordt vastgesteld op 19.821.516 duizend euro.
- De Geneeskundige Raad voor invaliditeit kan het einde van de arbeidsongeschiktheid vaststellen vanaf de eerste dag van de zevende maand van primaire ongeschiktheid.
- De invordering van administratieve geldboeten voor zelfstandigen verjaart na vijf jaar, en de geldboete kan niet meer worden opgelegd vijf jaar na de feiten.
Wettekst
wet(1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet
artikel 74 van de Grondwet. TITEL
- - Sociale bepalingen HOOFDSTUK
- - Sociale Zaken Afdeling
- - Financiering Onderafdeling
- - Vermindering van de alternatieve financiering 2016 Art. 2.
artikel 66 van de programmawet van 2 januari 2001, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
paragraaf 3nonies, 1°, worden de woorden "verminderd met 5 048 666 duizend euro" vervangen door de woorden "verminderd met 4 850 131 duizend euro".2°
paragraaf 3nonies, 2°, worden de woorden "verminderd met 222 991 duizend euro" vervangen door de woorden "verminderd met 214 222 duizend euro". Onderafdeling 2. - Financiering van de gezondheidszorg Art. 3.
artikel 24, § 1bis, dertiende lid, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten3 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7, worden de woorden "vastgesteld op 19 925 021 duizend euro." vervangen door de woorden "vastgesteld op 19 821 516 duizend euro.". Art. 4.Artikel 24, § 1quinquies, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten3 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers,
gevoegd bij de wet van 26 maart 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende : "Het vorige lid is niet van toepassing voor de begrotingsoefening 2016.". Art. 5.
artikel 6, § 1bis, achttiende lid, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot
voering van een globaal financieel beheer
het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten9 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7, worden de woorden "vastgesteld op 1 970 290 duizend euro." vervangen door de woorden "vastgesteld op 1 960 055 duizend euro.". Art. 6.Artikel 6, § 1quinquies, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot
voering van een globaal financieel beheer
het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten9 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels,
gevoegd bij de wet van 26 maart 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende : "De verhogingen bedoeld
de voorgaande leden zijn niet van toepassing voor de begrotingsoefening 2016.". Onderafdeling 3. -
werkingtreding Art. 7.Deze afdeling heeft uitwerking met
gang van 1 januari
- Afdeling
- - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Onderafdeling
- - Gerichte herbeoordeling Art. 8.
artikel 82 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten4 houdende diverse bepalingen
zake sociale zekerheid, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, 1°, worden de woorden "bij artikel 94" vervangen door de woorden "
de artikelen 90, tweede lid, en 94";2°
het tweede lid worden de woorden "de staat van
validiteit" vervangen door de woorden "de staat van arbeidsongeschiktheid
uitvoering van het eerste lid, 1° ". Art. 9.
artikel 90 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten1 houdende dringende diverse bepalingen
zake sociale wetgeving, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid
gevoegd, luidende : "De Geneeskundige Raad voor
validiteit kan echter, vanaf de eerste dag van de zevende maand van het tijdvak van primaire ongeschiktheid, het einde van de arbeidsongeschiktheid vaststellen.
dat geval geeft hij van zijn beslissing kennis onder de voorwaarden en binnen de termijnen door de Koning vastgesteld.". Art. 10.De artikelen 8 en 9 treden
werking op 1 juli
- Onderafdeling
- - Terugvordering van kennelijk onbetwiste en niet-verschuldigde bedragen Art. 11.Artikel 164 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet houdende diverse bepalingen
zake gezondheid van 10 april 2014, wordt aangevuld met het volgende lid : "De Koning bepaalt de modaliteiten van de terugvordering van de prestaties, waarvan het onverschuldigd karakter het gevolg is van het overlijden van de sociaal verzekerde, bij de financiële
stelling waar de rekening geopend is op dewelke de prestaties worden betaald.". HOOFDSTUK 2. - Zelfstandigen Afdeling 1. - Administratieve geldboeten
de regeling voor zelfstandigen Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen Art. 12.
artikel 15, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2, worden de woorden "de door deze laatste verschuldigde bijdragen" vervangen door de woorden "de door deze laatste verschuldigde bijdragen en administratieve geldboeten, bedoeld
artikel 17bis". Art. 13.
artikel 16 van hetzelfde koninklijk besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 december 1984, worden de woorden "en van de administratieve geldboeten, bedoeld
artikel 17bis"
gevoegd tussen de woorden "bijdragen" en ", zo nodig". 2°
§ 2
, vervangen door de wet van 22 november 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid
gevoegd, luidende : "De
vordering van de administratieve geldboete, bedoeld
artikel 17bis, verjaart na vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop er geen beroep meer kan worden aangetekend tegen de beslissing van de bevoegde administratie tot het opleggen van een administratieve geldboete."; 2°
het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : "2° met een aangetekende brief waarbij het organisme, dat belast is met de
vordering, de door de betrokkene verschuldigde bijdragen of administratieve geldboeten vordert;"; 3°
het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "of van de administratieve geldboeten"
gevoegd tussen de woorden "van de bijdragen" en de woorden "die verschuldigd zijn". 3°
§ 3
, laatst gewijzigd bij de wet van 22 november 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De vorderingen tot terugbetaling van ten onrechte betaalde bijdragen of administratieve geldboeten, bedoeld
artikel 17bis, verjaren na vijf jaar te rekenen vanaf de 1ste januari van het jaar dat volgt op datgene waarin de onverschuldigde bijdragen of administratieve geldboeten werden betaald."; 2° het derde lid wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende : "3° met een aangetekende brief door de betrokkene gericht aan het organisme dat de administratieve geldboete heeft geïnd en waarbij hij de terugbetaling van de ten onrechte betaalde administratieve geldboete vordert.". Art. 14.
artikel 17bis van hetzelfde koninklijk besluit,
gevoegd bij de wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2012 en 10 augustus 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1bis wordt vervangen als volgt : " § 1bis.Loopt een administratieve geldboete op gelijk aan tweemaal het bedrag van de voorlopige kwartaalbijdrage bedoeld
artikel 13bis, § 2, 1°, a), elke persoon die een attest van aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen vraagt om een verblijfstitel van langer dan 3 maanden te bekomen en voor wie wordt vastgesteld door een bevoegd ambtenaar van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen of door een persoon bedoeld
artikel 23bis, dat hij zich bij dat fonds heeft aangesloten zonder een beroepsactiviteit aan te vatten. Zijn hoofdelijk gehouden tot de betaling van die administratieve geldboete : 1° de natuurlijke persoon die valselijk verklaard heeft door de pleger van de
breuk geholpen te worden,
de zin van artikel 6; 2° de rechtspersoon die valselijk verklaard heeft dat de pleger van de
breuk
zijn schoot een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent als werkend vennoot of als mandataris."; 2°
het vijfde lid van paragraaf 2 worden de woorden "één jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar";3°
het zesde lid van paragraaf 2 worden de woorden "één jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar". Art. 15.
artikel 17ter van hetzelfde koninklijk besluit,
gevoegd bij de wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2012 en 16 december 2015, wordt tussen het zesde en het zevende lid een lid
gevoegd, luidende : "Vanaf de datum waarop het fonds een administratieve geldboete vordert, wordt elke daaropvolgende betaling,
afwijking van de artikelen 1253 en 1256 van het Burgerlijk Wetboek, prioritair door het betrokken fonds aangewend voor de betaling van die administratieve geldboete.". Art. 16.
hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 17quinquies
gevoegd, luidende : "Art. 17quinquies.De administratieve geldboete, bedoeld
artikel 17bis, kan niet meer opgelegd worden vijf jaar na de feiten. De daden van onderzoek of van vervolging, met
begrip van de kennisgeving van de mogelijkheid tot het opleggen van de administratieve geldboete, waarbij betrokkene uitgenodigd werd zijn verweermiddelen
te dienen, verricht binnen de
het eerste lid gestelde termijn, stuiten evenwel de loop ervan. Met die daden vangt een nieuwe termijn van gelijke duur aan, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.". Onderafdeling 2. - Wijziging van de wet van 16 december 1851 betreffende de voorrechten en hypotheken, die titel XVIII van Boek III van het Burgerlijk Wetboek vormt Art. 17.
artikel 19, 4° ter, derde lid, van de wet van 16 december 1851 betreffende de voorrechten en hypotheken, die titel XVIII van Boek III van het Burgerlijk Wetboek vormt, vervangen bij de wet van 3 juli 2005, worden de woorden "De bijdragen en bijdrageopslagen" vervangen door de woorden "De administratieve geldboeten, de bijdragen en bijdrageopslagen". Art. 18.Deze afdeling is van toepassing op de beslissingen tot het opleggen van een administratieve geldboete die betekend worden vanaf 1 juli 2016, met uitzondering van artikel 16, 1°, dat van toepassing is op de aansluitingsverklaringen die worden ondertekend vanaf 1 juli 2016. De niet
het eerste lid bedoelde gevallen worden geregeld overeenkomstig de bepalingen die van toepassing waren vóór de
werkingtreding van deze afdeling. Art. 19.Deze afdeling treedt
werking op 1 juli
- Afdeling
- - Moment van aansluiting voor een zelfstandige beroepsactiviteit Art. 20.
artikel 10, § 1, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij de Programma wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2, worden de woorden "uiterlijk op de dag van de aanvang" vervangen door de woorden "vóór de aanvang". Art. 21.Deze afdeling treedt
werking op 1 juli
- Afdeling
- - Deeleconomie Art. 22.
het koninklijk besluit nr. 38 wordt een artikel 5ter
gevoegd, luidende : "Art. 5ter.De personen die
België een activiteit uitoefenen die de
komsten zoals bedoeld
artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 genereren, zijn niet onderworpen aan dit besluit voor de activiteit verbonden met die
komsten, voor zover die
komsten het bedrag zoals bedoeld
artikel 37bis, § 2, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, niet overschrijden. Een aandeel van 25 % van de belasting zoals bedoeld
artikel 171, 3° bis, a) van het Wetboek van de
komstenbelastingen wordt aangewend voor het globaal financieel beheer
het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten9 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. De Koning bepaalt de modaliteiten van overdracht van dit aandeel voor het globaal financieel beheer.". Art. 23.Deze afdeling treedt
werking op 1 juli
- HOOFDSTUK
- - Strijd tegen de sociale fraude Reorganisatie van de Sociale
lichtingen- en Opsporingsdienst Art. 24.Artikel 6, § 3, 2° van het Sociaal Strafwetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten8, wordt vervangen als volgt : "2° experten belast met de ondersteuning van de directeur bij het opstellen en opvolgen van het beleidsplan en het operationeel plan bedoeld
artikel 2;". Art. 25.Artikel 8 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten8, wordt vervangen als volgt : "Art. 8.De functie van leidinggevende, genoemd de directeur van het Bureau, de voorwaarden voor zijn benoeming en zijn statuut De directeur van het Bureau moet een managementfunctie bekleden. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de benoemingsvoorwaarden en het geldelijk en administratief statuut van de directeur.". Art. 26.
artikel 9, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten8, worden de woorden "stuurt het Bureau aan" vervangen door de woorden "oefent het dagelijks beheer van het Bureau uit". Art. 27.Artikel 9/1 van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten8, wordt opgeheven. Art. 28.Artikel 24 treedt
werking op 1 juli 2016. De artikelen 25 tot 27 treden
werking op 1 januari
- TITEL
- - Financiën HOOFDSTUK
- - Opheffing van de btw-vrijstelling voor online kans- en geldspelen andere dan loterijen Art. 29.Artikel 1 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten1, wordt aangevuld met een paragraaf 14, luidende : " §
- Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder : 1° "kans- en geldspelen" : a) de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies
geld of natura, waarbij de spelers noch bij het begin, noch
de loop of bij het einde van het spel kunnen tussenkomen en de winnaars uitsluitend door het lot of enig andere kansbepaling worden aangewezen;b) de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies
geld of natura, uitgeloofd aan de deelnemers van een prijskamp, van welke aard ook, tenzij de prijskamp de totstandbrenging van een contract tussen de winnaars en de organisator ervan tot gevolg heeft; 2° "loterijen" : elke gelegenheid om door middel van te kopen deelbewijzen van deelneming mee te dingen naar prijzen of premies
geld of
natura waarbij de winnaars door het lot of een andere kansbepaling waarop zij geen
vloed kunnen uitoefenen worden aangewezen.". Art. 30.
artikel 18, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden
de bepaling onder 16°,
gevoegd bij de wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/04/2003 pub. 13/05/2003 numac 2003003256 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 22/04/2003 pub. 09/05/2003 numac 2003003276 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten met het oog op de
richting van een nieuwe categorie van
stellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom. 22/04/2003 pub. 27/05/2003 numac 2003003328 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten type wet prom. 22/04/2003 pub. 13/05/2003 numac 2003003254 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 63bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde type wet prom. 22/04/2003 pub. 08/05/2003 numac 2003003277 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet houdende toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie aan bepaalde ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen sluiten en gewijzigd bij de wet van 26 november 2009, de woorden "kans- of gokspelen" vervangen door de woorden "kans- en geldspelen". Art. 31.
artikel 44, § 3, van hetzelfde Wetboek wordt de bepaling onder 13°, vervangen bij de wet van 28 december 1992, vervangen als volgt : "13°
- a)de loterijen;
- b)de andere kans- en geldspelen, met uitzondering van degene die langs elektronische weg worden verricht zoals bedoeld
artikel 18, § 1, tweede lid, 16° ;". Art. 32.
artikel 51bis van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013, wordt een paragraaf 1bis
gevoegd, luidende : " § 1bis. De medecontractant van de niet
België gevestigde schuldenaar van de belasting krachtens artikel 51, § 1, 1°, is met deze tegenover de Staat hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting verschuldigd op de voor de medecontractant langs elektronische weg verrichte kans- en geldspelen bedoeld
artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, wanneer de schuldenaar niet beschikt over een btw-identificatienummer
België, desgevallend
toepassing van één van de bijzondere regelingen bedoeld
artikel 58ter en artikel 58quater, noch beschikt over een btw-identificatienummer toegekend door een andere lidstaat
toepassing van één van de bijzondere regelingen bedoeld
de artikelen 358bis tot en met 369duodecies van richtlijn 2006/112/EG.". Art. 33.Het koninklijk besluit nr. 45 van 14 april 1993 met betrekking tot de vrijstelling op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de kans- en geldspelen, wordt opgeheven. Art. 34.Dit hoofdstuk treedt
werking op 1 juli
- HOOFDSTUK
- - Deeleconomie Afdeling
- -
komstenbelastingen Art. 35.
artikel 37bis van het Wetboek van de
komstenbelasting 1992,
gevoegd bij de wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2004 pub. 01/02/2005 numac 2005003036 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de huidige tekst wordt paragraaf 1;2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2.De
artikel 90, eerste lid, 1° bis, vermelde
komsten worden, behoudens tegenbewijs, als beroeps-
komsten aangemerkt wanneer het bruto bedrag van die
komsten
het belastbare tijdperk of
het vorige belastbare tijdperk meer bedraagt dan 3 255 euro.". Art. 36.
artikel 90 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid, 1°, worden de woorden "
8° en 10°, " vervangen door de woorden "
1° bis, 8° en 10° ";2°
het eerste lid wordt een bepaling
gevoegd onder 1° bis, luidende : "1° bis winst of baten, die, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit diensten, andere dan diensten die
komsten genereren die overeenkomstig de artikelen 7 of 17 of het 5° van dit lid aan de belasting worden onderworpen, die door de belastingplichtige zelf worden verleend aan derden, wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan : a) de diensten worden uitsluitend verleend aan natuurlijke personen die niet handelen
het kader van hun beroepswerkzaamheid;b) de diensten worden uitsluitend verleend
het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een erkend elektronisch platform of een elektronisch platform dat door een overheid wordt georganiseerd; c) de vergoedingen met betrekking tot de diensten worden enkel door het
b) vermelde platform of door tussenkomst van dat platform aan de dienstverrichter betaald of toegekend.". 3° tussen het eerste en het tweede lid, dat het vierde lid wordt, worden twee leden
gevoegd, luidende : "De Koning erkent de
het eerste lid, 1° bis bedoelde platformen onder de voorwaarden die Hij bepaalt.Elk platform stelt bij het einde van elk jaar voor elke dienstverrichter een document op dat het bezorgt aan de betrokken dienstverrichter en aan de bevoegde administratie en waarin minstens de identiteit van de dienstverrichter, de omschrijving van de geleverde diensten, het bedrag van de vergoedingen en het bedrag en de aard van de
gehouden sommen worden vermeld. De Koning bepaalt de
houd van het document, de termijn waarbinnen het moet worden bezorgd, evenals de manier waarop het bij de bevoegde administratie wordt
gediend. Wanneer de
het eerste lid, 1° bis, bedoelde dienstverrichter één globale vergoeding vraagt zowel voor diensten die
komsten genereren die overeenkomstig de artikelen 7 of 17 of het eerste lid, 5°, aan de belasting worden onderworpen, als voor diensten die
komsten genereren die overeenkomstig het eerste lid, 1° bis, aan de belasting worden onderworpen, en
de overeenkomst geen afzonderlijke prijs voor de laatst vermelde diensten is bepaald, wordt 20 pct. van de globale vergoeding geacht betrekking te hebben op die laatst vermelde diensten.". Art. 37.
hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 97/1
gevoegd, luidende : "Art. 97/1.De
artikel 90, eerste lid, 1° bis, vermelde
komsten worden naar het netto bedrag ervan
aanmerking genomen, dit is het bruto bedrag verminderd met 50 pct. forfaitaire kosten. Het bruto bedrag omvat het bedrag dat door of door tussenkomst van het platform daadwerkelijk is betaald of toegekend, verhoogd met alle sommen die door het platform of door tussenkomst van het platform zijn
gehouden.". Art. 38.
artikel 171 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de bepaling onder 1°, d, worden de woorden "2° quater, 3° bis en 4°, f," vervangen door de woorden "2° quater, 3° bis, b, en 4°, f,";2° de bepaling onder 3° bis wordt vervangen als volgt : "3° bis tegen een aanslagvoet van 20 pct; - de
artikel 90, eerste lid, 1° bis, vermelde diverse
komsten; - kapitalen en afkoopwaarden als vermeld
4°, f,
zover het kapitalen betreft die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven worden uitgekeerd : - aan de werknemer of de bedrijfsleider op de leeftijd van 60 jaar; - aan de werknemer naar aanleiding van de pensionering als bedoeld
artikel 27, § 3, van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake Sociale Zekerheid, vóór het bereiken van de leeftijd van 61 jaar;"; 3°
de bepaling onder 4°, f, vierde streepje, worden de woorden "
3° bis, tweede streepje" vervangen door de woorden "
3° bis, b, tweede streepje". Art. 39.De artikelen 35 tot 38 zijn van toepassing op de
komsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2016. Voor het
komstenjaar 2016 wordt
artikel 37bis, § 2, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 het bedrag van 3 255 euro vervangen door het bedrag van 1 627,50 euro. Afdeling 2. - Belasting over de toegevoegde waarde Art. 40.Artikel 50 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 26 december 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2015, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : " § 4.
afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 1°, kent de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde geen btw-identificatienummer toe aan de belastingplichtige natuurlijke personen op wie de
artikel 56bis bedoelde regeling van toepassing is en die uitsluitend diensten verrichten, wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° de plaats van de diensten is
België;2° de diensten worden verricht voor andere doeleinden dan die van de economische activiteit van de belastingplichtige;3° de diensten worden uitsluitend verricht voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik of dat van andere personen;4° de diensten worden uitsluitend verricht
het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een door de Koning erkend elektronisch platform krachtens artikel 90, eerste lid, 1° bis, tweede lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 of een platform dat door een overheid wordt georganiseerd;5° de vergoedingen met betrekking tot de diensten worden enkel door het
de bepaling onder 4° bedoelde platform of door tussenkomst van dat platform aan de dienstverrichter betaald of toegekend; 6° de omzet die bestaat uit de vergoedingen bedoeld
de bepaling onder 5°, met
begrip van alle sommen die door dat platform of door tussenkomst van dat platform zijn
gehouden, bedraagt per kalenderjaar niet meer dan 3 255 euro, geïndexeerd overeenkomstig artikel 178, § 1 en § 3, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992.". Art. 41.Artikel 53quinquies van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 28 december 1992, vervangen bij de wet van 26 november 2009 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten4, wordt aangevuld met een lid, luidende : "De belastingplichtige op wie de
artikel 56bis bedoelde regeling van toepassing is en die geen enkele van de
het eerste lid bedoelde handelingen verricht, is niet gehouden de voornoemde administratie hiervan
kennis te stellen.". Art. 42.Artikel 56bis, § 2, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 6 december 2015, wordt aangevuld met een derde lid, luidende : "De uitsluiting bedoeld
het tweede lid, 1°, is niet van toepassing voor de diensten verricht door belastingplichtige natuurlijke personen onder de voorwaarden bedoeld
artikel 50, § 4.". Art. 43.Deze afdeling treedt
werking op 1 juli
- HOOFDSTUK
- - Vestiging en
vordering van de belastingen Afdeling 1. -
komstenbelastingen Art. 44.
artikel 307, § 1, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de
leidende zin van het vijfde lid worden de woorden "aan personen gevestigd
een Staat" vervangen door de woorden "aan personen of vaste
richtingen gevestigd of gelegen
een Staat, of aan bankrekeningen die worden beheerd door of aangehouden bij één van deze personen of vaste
richtingen
een Staat, of aan bankrekeningen die worden beheerd door of aangehouden bij kredietinstellingen gevestigd of met een vaste
richting
een Staat"; 2°
het vijfde lid wordt de bepaling onder
- a)vervangen als volgt : "
- a)ofwel op het ogenblik waarop de betaling heeft plaatsgevonden, door het Mondiaal Forum
zake transparantie en uitwisseling van
lichtingen
belastingaangelegenheden, werd aangemerkt als een Staat die niet effectief of substantieel de standaard op het gebied van de uitwisseling van
lichtingen op verzoek toepast;"; 3° het zesde lid wordt vervangen als volgt : "Voor de toepassing van het vijfde lid wordt onder Staat verstaan, een door de meerderheid van de leden van de Verenigde Naties erkende onafhankelijke Staat of een deel van deze Staat dat op autonome wijze bevoegd is om de grondslag of het tarief van de vennootschapsbelasting, geheel of gedeeltelijk, te bepalen en wordt onder een Staat zonder of met een lage belasting verstaan een Staat die geen deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte en : - die geen vennootschapsbelasting heft, op
komsten van binnenlandse oorsprong of van buitenlandse oorsprong of; - waarvan het nominale tarief van de vennootschapsbelasting lager is dan 10 pct. of; - waarvan het tarief van de vennootschapsbelasting dat met de werkelijke belastingdruk op
komsten van buitenlandse oorsprong overeenstemt lager is dan 15 pct.". Art. 45.
artikel 315bis van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992,
gevoegd bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd door de wet van 22 december 2008 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden "een computersysteem" vervangen door "een
formaticasysteem of elk ander elektronisch apparaat";2°
het vierde lid wordt het woord "computersystemen" vervangen door de woorden "
formaticasystemen of elk ander elektronisch apparaat"; 3° er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende : "De
dit artikel vermelde verplichtingen gelden eveneens wanneer de gegevens waar de administratie om verzoekt, zich digitaal
België of
het buitenland bevinden.". Art. 46.
artikel 323bis van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 6 juli 1994, wordt het woord "computersystemen" vervangen door de woorden "
formaticasystemen of elk ander elektronisch apparaat". Art. 47.
titel VII, hoofdstuk III, afdeling IV van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 333/2
gevoegd, luidende : "Art. 333/2.Onverminderd de toepassing van artikel 333, kan de administratie binnen de aanslagtermijn van artikel 358, § 3, de
dit hoofdstuk bedoelde onderzoekingen verrichten voor de
artikel 358, § 1, 2°, vermelde jaren.". Art. 48.
artikel 358 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2006 pub. 28/07/2006 numac 2006202314 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
paragraaf 1, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : "2° ofwel het bekomen van
lichtingen uit het buitenland, waarvoor een rechtsgrond bestaat die het uitwisselen van
lichtingen regelt
verband met een belasting waarop die rechtsgrond van toepassing is, ofwel het
artikel 333/2 bedoelde onderzoek ten gevolge van het bekomen van dergelijke
lichtingen uitwijst dat belastbare
komsten
België niet werden aangegeven : a)
de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de
lichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht; b)
geval van bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden,
de loop van één der zeven jaren vóór het jaar waarin de
lichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht;"; 2°
paragraaf 3 worden de woorden " de resultaten van de controle of het onderzoek bedoeld
§ 1
, 2°." vervangen door de woorden "de
lichtingen bedoeld
§ 1, 2°.
". Art. 49.Artikel 445 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 maart 2016 waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2.
afwijking van § 1, eerste lid, legt de door de bevoegde adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar een geldboete op van 6 250 EUR wanneer niet voldaan is aan de
artikel 307, § 1, vierde, negende en tiende lid, bedoelde verplichting. De voormelde geldboete wordt opgelegd per jaar en per niet gemelde juridische constructie.". Art. 50.Artikel 49 treedt
werking op de dag van de bekendmaking van deze wet
het Belgisch Staatsblad. Afdeling
- - Belasting over de toegevoegde waarde Onderafdeling
- - Cloud Computing Art. 51.Artikel 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde vervangen bij de wet van 17 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten6 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten4, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : " §
- De
dit artikel vermelde verplichtingen gelden eveneens wanneer de gegevens waar de administratie om verzoekt, zich digitaal
België of
het buitenland bevinden.". Onderafdeling 2. - Uitbreiding rechtsgronden bij het verkrijgen van buitenlandse
lichtingen voor de toepassing van de verjaringstermijn Art. 52.
artikel 81bis, § 1, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten en vervangen bij de wet van 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)
het tweede lid wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt : "1° een
lichting, een onderzoek of een controle aantoont dat belastbare handelingen niet werden aangegeven
België, dat er handelingen ten onrechte werden vrijgesteld of dat er onrechtmachtige belastingaftrekken werden toegepast en de
lichting werd meegedeeld of verzocht of het onderzoek of de controle werd uitgevoerd of verzocht door, hetzij een andere lidstaat van de Europese Unie, overeenkomstig de regels daartoe bepaald
dit Wetboek of
de regelgeving van deze Unie, hetzij een bevoegde overheid van enig ander land waarmee België een overeenkomst heeft gesloten tot het vermijden van dubbele belasting of waarvoor een rechtsgrond bestaat die het uitwisselen van
lichtingen regelt,
verband met de belasting waarop die overeenkomst of die rechtsgrond van toepassing is;"; b) paragraaf 1 wordt aangevuld met een derde lid, luidende : "Voor de toepassing van het tweede lid mag de ontvangst van de
lichting afkomstig van het buitenland, de rechtsvordering, de kennisname van de bewijskrachtige elementen of van de aanwijzingen van belastingontduiking, respectievelijk bedoeld onder 1° tot 4° van dat lid zowel voor als na het verstrijken van de verjaringstermijn bedoeld
het eerste lid plaatsvinden.". Afdeling 3. - Verrekenprijzen Art. 53.
titel VII, hoofdstuk III, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, wordt na afdeling I een nieuwe afdeling I/1
gevoegd, die de artikelen 321/1 - 321/6 omvat, met als opschrift : "Afdeling I/1 : Aanvullende rapporteringsverplichtingen
zake verrekenprijzen". Art. 54.
afdeling I/1 van hoofdstuk III van titel VII van hetzelfde wetboek,
gevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/1
gevoegd, luidende : "Art. 321/1.Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder : 1° de uitdrukking "groep" : een verzameling ondernemingen die door eigenaarschap of controle op zulkdanige manier verbonden zijn dat ze ofwel op grond van de geldende boekhoudkundige regels een geconsolideerde jaarrekening moet opmaken voor de financiële verslaggeving, ofwel dit zou moeten doen
dien aandelenbelangen
een van de ondernemingen zouden verhandeld worden op een gereglementeerde markt; 2° de uitdrukking "onderneming" : elke vorm van bedrijfsuitoefening door elke persoon zoals die is bedoeld
artikel 338, paragraaf 2, 13°, b., c. en d.; 3° de uitdrukking "multinationale groep" : elke groep die twee of meer ondernemingen omvat die van een verschillend rechtsgebied
woner zijn, of die een onderneming omvat die
woner is van het ene rechtsgebied en
een ander rechtsgebied aan belasting onderworpen is ter zake van de werkzaamheden die met behulp van een vaste
richting worden uitgeoefend;4° de uitdrukking "groepsentiteit" : a) elke afzonderlijke entiteit van een multinationale groep die opgenomen is
de geconsolideerde jaarrekening van de multinationale groep voor de financiële verslaggeving, of die
die jaarrekening zou opgenomen worden
dien aandelenbelangen
dergelijke entiteit van een multinationale groep op een gereglementeerde markt zouden verhandeld worden;b) elke dergelijke entiteit die enkel op grond van omvang of materieel belang niet opgenomen is
de geconsolideerde jaarrekening van de multinationale groep;en c) elke vaste
richting van elke afzonderlijke entiteit van de multinationale groep die onder punt
- a)of
- b)hierboven valt, op voorwaarde dat de entiteit voor die vaste
richting een afzonderlijke jaarrekening opmaakt met het oog op de financiële verslaggeving, op het naleven van de reglementering, op het aangeven van de belastingen of op
terne beheerscontrole;5° de uitdrukking "gereglementeerde markt" : een markt
de zin van artikel 2, laatst gewijzigd door de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten4, 3°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;6° de uitdrukking "Belgische groepsentiteit" : elke groepsentiteit die fiscaal
woner is van België;7° de uitdrukking "rapporterende entiteit" : de groepsentiteit die,
het rechtsgebied waarvan zij fiscaal
woner is, namens de multinationale groep een landenrapport moet
dienen.De rapporterende entiteit kan de uiteindelijke moederentiteit zijn, de surrogaatmoederentiteit, of elke andere entiteit die is omschreven
paragraaf 2 van artikel 321/2; 8° de uitdrukking "uiteindelijke moederentiteit" : een groepsentiteit van een multinationale groep die aan de volgende voorwaarden voldoet : a) ze bezit middellijk of onmiddellijk een belang
een of meer andere groepsentiteiten van die multinationale groep dat voldoende groot is om verplicht te zijn een geconsolideerde jaarrekening op te maken op grond van de boekhoudkundige regels die over het algemeen van toepassing zijn
het rechtsgebied waar die entiteit fiscaal
woner is, of om verplicht te zijn dit te doen
dien haar aandelenbelangen
het rechtsgebied waar ze haar fiscale woonplaats heeft, zouden verhandeld worden op een gereglementeerde markt, en b) geen andere groepsentiteit van die multinationale groep bezit middellijk of onmiddellijk een belang
de eerstgenoemde groepsentiteit zoals omschreven
alinea a) hierboven;9° de uitdrukking "surrogaatmoederentiteit" : een groepsentiteit van de multinationale groep die door die multinationale groep werd aangewezen als enige plaatsvervanger voor de uiteindelijke moederentiteit om namens die multinationale groep het landenrapport
te dienen, wanneer een of meer van de
artikel 321/2, § 2, eerste lid opgenoemde voorwaarden van toepassing zijn;10° de uitdrukking "rapporteringsperiode", gebruikt
verband met een multinationale groep : de periode waarvoor de uiteindelijke moederentiteit van de multinationale groep haar geconsolideerde jaarrekening opmaakt;11° de uitdrukking "
ternationaal akkoord" : de Multilaterale overeenkomst
zake wederzijdse administratieve bijstand
fiscale aangelegenheden van 25 januari 1988, elk bilateraal of multilateraal belastingverdrag of elk akkoord
zake de uitwisseling van belastinggegevens waarbij België partij is en die voorziet
de uitwisseling van
lichtingen, daaronder begrepen de automatische uitwisseling van die gegevens;12° de uitdrukking "kwalificerend akkoord tussen bevoegde autoriteiten" : een akkoord : a) dat gesloten is tussen gemachtigde vertegenwoordigers van België en rechtsgebieden buiten de Europese Unie die partij zijn bij een
ternationaal akkoord, en b) dat de automatische uitwisseling vereist van landenrapporten tussen de rechtsgebieden die partij zijn;13° de uitdrukking "geconsolideerde jaarrekening" : de jaarrekening van een multinationale groep waarin de activa, passiva, de opbrengsten, de kosten en,
voorkomend geval, de kasstromen van de uiteindelijke moederentiteit en van de groepsentiteiten weergegeven zijn als die van een enkele economische entiteit;14° de uitdrukking "systematische nalatigheid", gebruikt
verband met een rechtsgebied : het feit dat een rechtsgebied een
werking zijnd kwalificerend akkoord tussen bevoegde autoriteiten heeft met België, maar dat dit rechtsgebied om andere redenen dan die welke
overeenstemming zijn met de bepalingen van dat akkoord, die automatische uitwisseling opgeschort heeft, dan wel anderszins stelselmatig nagelaten heeft om aan België automatisch de landenrapporten te bezorgen die het
zijn bezit heeft en die multinationale groepen betreffen die groepsentiteiten hebben
België;15° de uitdrukking "landenrapport" : een rapport dat de volgende elementen bevat : a) verzamelde
formatie over het bedrag van de opbrengsten en van de winst of verlies vóór
komstenbelasting, over de betaalde
komstenbelasting,
de enkelvoudige jaarrekening opgenomen nog verschuldigde
komstenbelasting, het gestorte kapitaal, de gereserveerde winst, het aantal personeelsleden, uitgedrukt
voltijdse equivalenten, en alle activa met uitzondering van liquiditeiten, geldbeleggingen met een vervaldatum korter dan drie maanden dewelke niet onderhevig zijn aan significante waardeschommelingen, immateriële vaste activa en aandelen geboekt binnen de financiële vaste activa, en dit voor elk rechtsgebied waarin de multinationale groep actief is;b) een identificatie van elke groepsentiteit van de multinationale groep met vermelding van het rechtsgebied waarvan die groepsentiteit
woner is, en
dien verschillend, het rechtsgebied op grond van wiens wetgeving die groepsentiteit werd opgericht, en de aard van de voornaamste bedrijfsactiviteit of -activiteiten van die groepsentiteit; 16° de uitdrukking "bedrijfseenheid" : elk onderdeel, divisie, departement van de Belgische groepsentiteit gegroepeerd rond een bepaalde activiteit, productgroep of technologie.". Art. 55.
dezelfde afdeling I/1,
gevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/2
gevoegd, luidende : "Art. 321/2.§ 1. Elke Belgische groepsentiteit die de uiteindelijke moederentiteit van een multinationale groep is, moet binnen 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode bij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de
komstenbelastingen een landenrapport
dienen dat betrekking heeft op die rapporteringsperiode. § 2. Een Belgische groepsentiteit die niet de uiteindelijke moederentiteit van een multinationale groep is, moet binnen 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode bij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de
komstenbelastingen een landenrapport
dienen, dat betrekking heeft op de laatst afgesloten rapporteringsperiode van de multinationale groep waarvan ze een groepsentiteit is,
dien een van de volgende voorwaarden vervuld is : - de uiteindelijke moederentiteit van de multinationale groep is
het rechtsgebied waarvan zij fiscaal
woner is niet verplicht om een landenrapport
te dienen; of - uiterlijk 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode heeft het rechtsgebied waarvan de uiteindelijke moederentiteit fiscaal
woner is geen
werking zijnd kwalificerend akkoord tussen bevoegde autoriteiten waarbij België partij is; of - de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de
komstenbelastingen heeft aan de Belgische groepsentiteit laten weten dat er sprake geweest is van systematische nalatigheid vanwege het rechtsgebied waarvan de uiteindelijke moederentiteit fiscaal
woner is. De Belgische groepsentiteit zal aan haar ultieme moederentiteit verzoeken om haar al de nodige
formatie te verschaffen teneinde te voldoen aan haar verplichtingen om een landenrapport
te dienen.
dien een Belgische groepsentiteit desondanks niet alle vereiste
formatie verkregen of verworven heeft om voor de multinationale groep te rapporteren, zal de Belgische groepsentiteit een landenrapport
dienen met alle verkregen of verworven
formatie waarover zij beschikt, en zal zij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de
komstenbelastingen ervan
kennis stellen dat de uiteindelijke moederentiteit geweigerd heeft om de vereiste
formatie beschikbaar te stellen. De Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de
komstenbelastingen zal alle lidstaten van de Europese Unie, alsook de Europese Commissie, op de hoogte brengen van die weigering. Wanneer meerdere groepsentiteiten van dezelfde multinationale groep fiscaal
woner zijn van de Europese Unie, en een of meer van de
het eerste lid uiteengezette voorwaarden vervuld zijn, mag de multinationale groep een van die groepsentiteiten aanwijzen om : - uiterlijk 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode het landenrapport
te dienen dat betrekking heeft op de laatst afgesloten rapporteringsperiode, en - de belastingadministratie waar het landenrapport wordt
gediend kennis te geven van het feit dat die
diening gebeurt teneinde gevolg te geven aan de
dieningsvereisten die gelden voor al de groepsentiteiten van die multinationale groep die fiscaal
woner zijn van de Europese Unie. Wanneer een groepsentiteit niet alle
formatie kan verkrijgen of verwerven die vereist is voor het
dienen van een landenrapport, zal die groepsentiteit niet
aanmerking komen om te worden aangewezen als rapporterende entiteit voor de multinationale groep zoals omschreven
het voorafgaande lid. Deze regel doet geen afbreuk aan de verplichting van de groepsentiteit om de lidstaat waarvan zij
woner is
kennis te stellen van het feit dat de uiteindelijke moedermaatschappij geweigerd heeft om de vereiste
formatie beschikbaar te stellen. § 3. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2, is een Belgische groepsentiteit niet verplicht om bij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de
komstenbelastingen een landenrapport
te dienen dat betrekking heeft op enige rapporteringsperiode
dien de multinationale groep waarvan ze een groepsentiteit is uiterlijk 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode een landenrapport ter beschikking stelt, dat betrekking heeft op die rapporteringsperiode, via een surrogaatmoederentiteit die dat landenrapport
dient bij de belastingautoriteit van het rechtsgebied waarvan zij
woner is. Hierbij moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn : 1. het rechtsgebied waarvan de surrogaatmoederentiteit fiscaal
woner is, verplicht het
dienen van een landenrapport;2. uiterlijk 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode waarvoor het landenrapport moet
gediend worden, heeft het rechtsgebied waarvan de surrogaatmoederentiteit fiscaal
woner is een
werking zijnd kwalificerend akkoord tussen bevoegde autoriteiten waarbij België partij is;3. het rechtsgebied waarvan de surrogaatmoederentiteit fiscaal
woner is, heeft de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de
komstenbelastingen geen kennis gegeven van een systematische nalatigheid;4. het rechtsgebied waarvan de surrogaatmoederentiteit fiscaal
woner is, werd uiterlijk op de laatste dag van de rapporteringsperiode van die multinationale groep door de groepsentiteit die fiscaal
woner is van dat rechtsgebied op de hoogte gebracht van het feit dat die groepsentiteit de surrogaatmoederentiteit is;en 5. er werd aan de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de
komstenbelastingen een kennisgeving bezorgd
overeenstemming met artikel 321/3, §
- §
- De verplichtingen
voorgaande paragrafen gelden voor multinationale groepen die, voor de rapporteringsperiode die onmiddellijk voorafgaat aan de laatste afgesloten rapporteringsperiode, een totaal van 750 miljoen euro of meer geconsolideerde bruto-groepsopbrengsten behalen zoals dat tot uiting komt
de geconsolideerde jaarrekening van die groep voor die voorafgaande rapporteringsperiode. § 5. Het landenrapport wordt
gediend door middel van een formulier waarvan het model en de wijze van
diening door de Koning wordt vastgesteld.". Art. 56.
dezelfde afdeling I/1,
gevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/3
gevoegd, luidende : "Art. 321/3.§ 1. Elke Belgische groepsentiteit van een multinationale groep, die overeenkomstig artikel 321/2, § 4 een landenrapport moet
dienen, zal de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de
komstenbelastingen laten weten of zij de uiteindelijke moederentiteit dan wel de surrogaatmoederentiteit of de groepsentiteit overeenkomstig artikel 321/2, § 2 is, en dit uiterlijk op de laatste dag van de rapporteringsperiode van die multinationale groep. § 2. Wanneer een Belgische groepsentiteit van een multinationale groep, die overeenkomstig artikel 321/2, § 4 een landenrapport moet
dienen, noch de uiteindelijke moederentiteit noch de surrogaatmoederentiteit is noch de groepsentiteit overeenkomstig artikel 321/2, § 2 is, zal ze uiterlijk op de laatste dag van de rapporteringsperiode van de multinationale groep de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de
komstenbelastingen op de hoogte brengen van de identiteit en de woonplaats van de rapporterende entiteit.". Art. 57.
dezelfde afdeling I/1,
gevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/4
gevoegd, luidende : "Art. 321/4.§ 1. Een Belgische groepsentiteit moet binnen 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode van de multinationale groep bij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de
komstenbelastingen een groepsdossier
dienen dat betrekking heeft op die laatst afgesloten rapporteringsperiode. § 2.
het groepsdossier wordt een overzicht gegeven van de multinationale groep,
clusief de aard van de bedrijfsactiviteiten, de immateriële vaste activa, de
tra-groep financiële verrichtingen en de geconsolideerde financiële en fiscale positie van de multinationale groep, haar algehele verrekenprijspolitiek en haar wereldwijde allocatie van haar
komsten en economische activiteiten om belastingadministraties te ondersteunen bij de beoordeling van de aanwezigheid van een verrekenprijsrisico. § 3. De verplichting
§ 1
geldt voor elke Belgische groepsentiteit van een multinationale groep die, voor het boekjaar dat onmiddellijk voorafgaat aan het laatste afgesloten boekjaar, één van onderstaande criteria overschrijdt, zoals blijkt uit haar enkelvoudige jaarrekening : - een totaal van 50 miljoen euro aan bedrijfs- en financiële opbrengsten met uitsluiting van de niet-recurrente opbrengsten; - een balanstotaal van 1 miljard euro; - het jaargemiddelde van het personeelsbestand van 100 voltijdse equivalenten. § 4. Het groepsdossier wordt
gediend door middel van een formulier waarvan het model en de
dieningsmodaliteiten door de Koning wordt vastgesteld.". Art. 58.
dezelfde afdeling I/1,
gevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/5
gevoegd, luidende : "Art. 321/5.§ 1. Een Belgische groepsentiteit, dient bij haar aangifte een lokaal dossier
met betrekking tot het boekjaar waarop die aangifte betrekking heeft. § 2. Het lokaal dossier bestaat uit een formulier waarin
formatie opgenomen is met betrekking tot de lokale entiteit en een gedetailleerd
lichtingenformulier aangaande de verrekenprijsanalyse van de verrichtingen tussen de lokale entiteit en de buitenlandse entiteiten van de multinationale groep,
het bijzonder de relevante financiële
formatie van deze verrichtingen, de vergelijkbaarheidsstudie en de selectie en de toepassing van de meest aangewezen verrekenprijsmethode. § 3. De verplichting
§ 1
geldt voor elke Belgische groepsentiteit van een multinationale groep die, voor het boekjaar dat onmiddellijk voorafgaat aan het laatste afgesloten boekjaar, één van onderstaande criteria overschrijdt, zoals blijkt uit haar enkelvoudige jaarrekening : - een totaal van 50 miljoen euro aan bedrijfs- en financiële opbrengsten met uitsluiting van de niet-recurrente opbrengsten; - een balanstotaal van 1 miljard euro; - het jaargemiddelde van het personeelsbestand van 100 voltijdse equivalenten. Het
lichtingenformulier bij het lokaal dossier dient slechts
gevuld te worden wanneer voor ten minste één van de bedrijfseenheden binnen de Belgische groepsentiteit de drempelwaarde van een totaal van 1 000 000 euro aan grensoverschrijdende transacties met groepsentiteiten werd overschreden
het laatste afgesloten boekjaar.
dat geval moet het
lichtingenformulier
gevuld worden voor elke bedrijfseenheid die deze drempelwaarde overschrijdt. § 4. Het lokale dossier moet
gediend worden
een formulier waarvan het model door de Koning werd vastgesteld.". Art. 59.
dezelfde afdeling I/1,
gevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/6
gevoegd, luidende : "Art. 321/6.Het landenrapport zal gebruikt worden voor het beoordelen van grote verrekenprijsrisico's en van andere risico's die verband houden met de uitholling van de belastbare grondslag en met winstverschuiving, daaronder begrepen het risico dat leden van de multinationale groep waarvoor regels
verband met verrekenprijzen van toepassing zijn, die regels niet naleven en, waar aangewezen, ook voor het maken van een economische en statistische analyse. Aanpassingen van de verrekenprijzen, mogen niet louter gebaseerd zijn op het landenrapport. Niettegenstaande het voorafgaande, is het niet verboden om het landenrapport als basis te gebruiken om
het kader van een controle verder onderzoek te verrichten naar de verrekenprijsafspraken van de multinationale groep of naar andere belastingaangelegenheden, van een groepsentiteit met als gevolg dat passende correcties mogen gemaakt worden aan het belastbaar
komen van een groepsentiteit.". Art. 60.
dezelfde afdeling I/1,
gevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/7
gevoegd, luidende : "Art. 321/7.Voor de toepassing van deze afdeling en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsbesluiten kan de rapportage van de daarin bedoelde formulieren, naast de gebruikelijke landstalen, ook
het Engels gebeuren. Voor elk ander gebruik van de formulieren dan de rapportage voorzien onder deze afdeling of een daaruit volgende controle, moet,
dien vereist, een vertaling
een van de Belgische landstalen, al dan niet door een beëdigd vertaler, door de belastingplichtige
gediend worden.". Art. 61.
artikel 358 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2006 pub. 28/07/2006 numac 2006202314 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een 5° luidende : "5° er na een procedure van onderling overleg
toepassing van een
ternationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een procedure
toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting
geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436/EEG) van 23 juli 1990, nog belastingen verschuldigd zijn."; 2°
paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)
de
leidende zin worden de woorden "3° en 4° " vervangen door de woorden "3°, 4° en 5° "; b) er wordt een bepaling onder 4°
gevoegd luidende : "4° waarop de procedure bedoeld
§ 1, 5°, is beëindigd.".
Art. 62.Artikel 376, § 3, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten1, wordt aangevuld met een bepaling onder 3° luidende : "3° van de teveel betaalde belasting die werd vastgesteld na een procedure van onderling overleg
toepassing van een
ternationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een procedure
toepassing van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting
geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (90/436/EEG) van 23 juli 1990.". Art. 63.Artikel 445 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij deze wet, wordt aangevuld met een paragraaf 3 luidende : " § 3.
afwijking van § 1, eerste lid, kan de door de bevoegde adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar voor een overtreding van de bepalingen van de artikelen 321/1 tot 321/6, evenals van de ter uitvoering ervan genomen besluiten, een boete opleggen van 1 250 EUR tot 25 000 EUR vanaf de tweede overtreding. De Koning legt de schaal van de administratieve geldboetes vast en regelt hun toepassingsmodaliteiten.". Art. 64.Deze afdeling heeft uitwerking : 1° voor de artikelen 61, 62 en 63 vanaf aanslagjaar 2017;2° voor de overige artikelen voor rapporteringsperiodes van multinationale groepen of boekjaren die beginnen vanaf 1 januari 2016. Afdeling 4. -
vordering Onderafdeling 1. - Schorsing van de
vordering Art. 65.
artikel 300 van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt : " § 2. De termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening
cassatie schorsen de tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing met betrekking tot maatregelen welke er, zelfs gedeeltelijk, toe strekken de
vordering van de belasting te verwezenlijken of te waarborgen, daarin begrepen alle opcentiemen, verhogingen en boetes, alsmede van de desbetreffende
teresten en kosten.". Onderafdeling 2. - Vereenvoudigd derdenbeslag Art. 66.Artikel 85bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde,
gevoegd bij de wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989 en 20 juli 2006, wordt vervangen als volgt : "Art. 85bis.§ 1. Na de
artikel 85 bedoelde kennisgeving of betekening kan de bevoegde ontvanger, bij aangetekende brief, uitvoerend beslag onder derden leggen op de sommen en zaken die de bewaarnemer of schuldenaar aan de belastingschuldige verschuldigd is of moet teruggeven. Dit beslag heeft uitwerking vanaf de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde. § 2. Vanaf de datum van de
werkingtreding van het akkoord dat hiervoor tussen de derde-beslagene en de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt gesloten, kan de bevoegde ontvanger het
paragraaf 1 bedoelde beslag onder derden leggen door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken gebruikt worden. Dit akkoord blijft van toepassing zolang de derde-beslagene het niet uitdrukkelijk bij aangetekende brief heeft opgezegd. De opzegging gaat
vanaf de eerste dag van de derde maand volgend op de ontvangst van de kennisgeving ervan door de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën.
de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid bedoeld
het eerste lid, heeft het beslag onder derden uitwerking vanaf de datum van ontvangstmelding van het beslag door de derde-beslagene. Wanneer eenzelfde beslag onder derden achtereenvolgens wordt gelegd volgens de procedures bepaald respectievelijk
het eerste lid en paragraaf 1, eerste lid, zal het beslag gelegd overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, slechts primeren
dien de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde zoals bepaald
paragraaf 1, tweede lid, de datum van ontvangstmelding van het beslag door de derde-beslagene zoals bepaald
het derde lid voorafgaat. De
formatie opgenomen
de
de paragrafen 1 en 2 bedoelde kennisgeving van het beslag, is dezelfde, ongeacht of ze wordt meegedeeld door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt of door een aangetekende brief. De oorsprong en de
tegriteit van de
houd van de kennisgeving van het beslag worden,
geval van verzending door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, verzekerd door middel van aangepaste beveiligingstechnieken. Opdat de kennisgeving van het beslag op geldige wijze als beslag onder derden zou gelden, moet een digitaal certificaat worden gebruikt. Ongeacht de toegepaste techniek, wordt er gegarandeerd dat enkel de gerechtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het digitaal certificaat wordt gecreëerd. De gevolgde procedures moeten bovendien toelaten dat de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de verzending correct kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending correct kan worden vastgesteld. Met als enig doel de
deze paragraaf vermelde bepalingen uit te voeren, wordt de beslagen belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid wanneer het een natuurlijke persoon betreft, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het een rechtspersoon betreft. § 3. Het beslag onder derden wordt eveneens bij aangetekende brief aan de belastingschuldige aangezegd.
dien de belastingschuldige geen gekende woonplaats meer heeft, geschiedt de aanzegging van het beslag bij aangetekende brief aan de procureur des Konings te Brussel. De belastingschuldige kan tegen het beslag onder derden bij aangetekende brief verzet aantekenen bij de bevoegde ontvanger binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte van de aanzegging van het beslag bij de aanbieder van de universele postdienst. De belastingschuldige moet binnen dezelfde termijn bij aangetekende brief de derde-beslagene
lichten. Wanneer het beslag slaat op
komsten bedoeld
de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie. § 4. Het
de paragrafen 1 en 2 bedoelde beslag onder derden geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de bevoegde ontvanger, van een bericht van beslag zoals bedoeld
artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek. § 5. Onder voorbehoud van het bepaalde
de paragrafen 1, 2 en 3, zijn op dit beslag onder derden de bepalingen toepasselijk van de artikelen 1539, 1540, 1542, eerste lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek, met dien verstande dat : 1° de derde-beslagene zijn verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag eveneens door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken gebruikt worden aan de betrokken ontvanger kan doen
dien het beslag onder derden volgens de procedure voorzien
paragraaf 2, eerste lid, werd gelegd.
dit geval is de datum van de verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag de datum van ontvangstmelding die door de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt verzonden; 2° de derde-beslagene er overeenkomstig artikel 1543 van het Gerechtelijk Wetboek toe gehouden is op overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag, afgifte te doen van het bedrag van het
paragraaf 3, eerste lid, bedoeld beslag.Wanneer het beslag onder derden wordt gelegd volgens de
paragraaf 2, eerste lid, voorziene procedure, wordt de overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag geacht te zijn vervuld door de mededeling aan de derde-beslagene van de datum van de afgifte van de aanzegging van het beslag bij de aanbieder van de universele postdienst.
dat geval gebeurt de mededeling eveneens door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken gebruikt worden; 3° de afgifte van het bedrag van het beslag geschiedt
handen van de bevoegde ontvanger. Met als enig doel de
deze paragraaf vermelde bepalingen uit te voeren, wordt de beslagen belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid wanneer het een natuurlijke persoon betreft, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het een rechtspersoon betreft. § 6. De kosten voor de aangetekende brieven bedoeld
de paragrafen 1, 3 en 5 zijn ten laste van de belastingschuldige. §
- De belastingschuldige wordt op de hoogte gebracht van de bestemming van de betalingen en van het saldo na de betalingen. §
- Het uitvoerend beslag onder derden geschiedt door middel van een deurwaardersexploot op de wijze bepaald
de artikelen 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk Wetboek, wanneer blijkt : 1° dat de belastingschuldige zich verzet tegen het
de paragrafen 1 en 2 bedoelde beslag;2° dat de derde-beslagene zijn schuld tegenover de belastingschuldige betwist;3° dat de sommen en zaken het voorwerp zijn van een verzet of beslag onder derden vóór het
de paragrafen 1 en 2 bedoelde beslag gedaan door andere schuldeisers;4° dat de zaken te gelde moeten worden gemaakt.
deze gevallen blijft het door de ontvanger overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 gelegde beslag zijn bewarend effect behouden wanneer een uitvoerend beslag onder derden bij deurwaardersexploot wordt gelegd als bepaald bij artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, binnen een maand na : 1° ofwel de afgifte bij de aanbieder van de universele postdienst van het verzet van de belastingschuldige als bepaald bij paragraaf 3, tweede lid, of van de verklaring als bepaald bij artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek;2° ofwel de ontvangstmelding van deze verklaring
dien zij werd verzonden door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken gebruikt worden als bepaald bij paragraaf 5, eerste lid, 1°.". Afdeling
- - Bankinlichtingen Onderafdeling
- - Belasting over de toegevoegde waarde Art. 67.Artikel 62bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde,
gevoegd bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten4, wordt aangevuld met drie leden, luidende : "De ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde met de graad van adviseur-generaal hebben de machtiging
gevallen van fraude en op specifieke en gemotiveerde aanvraag de
artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 bedoelde beschikbare gegevens over een schuldenaar op te vragen bij het centraal aanspreekpunt van de Nationale Bank van België. De
het vorige lid vermelde machtiging wordt slechts verleend als alle andere wettelijke middelen voor het bekomen van de gewenste
lichtingen of
formatie uitgeput zijn en na de bevraging van de schuldenaar. Bij die bevraging wordt aan de schuldenaar meegedeeld dat bij gebreke aan antwoord het
het tweede lid bedoelde contactpunt zal worden geraadpleegd. De raadpleging van het
het tweede lid bedoeld centraal aanspreekpunt gebeurt volgens de nadere regels
toepassing van artikel 322, § 3, derde lid, 3°, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992.". Art. 68.
artikel 63bis van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 29 maart 2012, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid
gevoegd, luidende : "De ontvangers bevoegd voor de
vordering van de belasting over de toegevoegde waarde kunnen, teneinde de verschuldigde belasting
te vorderen, de
artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 bedoelde beschikbare gegevens met betrekking tot een belastingschuldige opvragen bij het centraal aanspreekpunt van de Nationale Bank van België zonder de beperkingen van artikel 322, §§ 2 tot 4, van hetzelfde Wetboek. De machtiging hiertoe wordt verleend door een ambtenaar met minimum de graad van adviseur-generaal.". Onderafdeling 2. - Douane Art. 69.Artikel 203 van de Algemene wet van 18 juli 1977Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten0
zake douane en accijnzen wordt aangevuld met een § 4 luidende : " § 4. Door middel van een met redenen omklede machtiging, uitgaande van de Administrateur-generaal kunnen de ambtenaren van de Algemene administratie van de douane en accijnzen
het kader van de onderzoeken gegevens opvragen uit het Centraal Aanspreekpunt zoals bedoeld
artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 rekening houdend met de beperkingen van artikel 322, §§ 2 tot 4, van hetzelfde Wetboek.". Art. 70.
dezelfde Algemene wet wordt een artikel 319bis
gevoegd, luidende : "Art. 319bis.§ 1. De ontvangers bevoegd voor de douane en accijnzen kunnen teneinde de verschuldigde belasting
te vorderen de
artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 bedoelde beschikbare gegevens opvragen bij het centraal aanspreekpunt van de Nationale Bank van België zonder de beperkingen van artikel 322, §§ 2 tot 4, van hetzelfde Wetboek. De machtiging hiertoe wordt verleend door een ambtenaar met minimum de graad van adviseur-generaal. § 2. Dezelfde regeling wordt voorzien voor de regionale en centrale diensten bevoegd voor de
vordering van douane- en accijnsschulden. Deze machtiging wordt verleend door een ambtenaar met minimum de graad van adviseur-generaal bevoegd voor de Administratie Geschillen.". Onderafdeling 3. - Registratie- en successierechten Art. 71.Artikel 222 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, opgeheven bij de wet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten, wordt hersteld als volgt : "Art. 222.
geval van niet-betaling van een schuld voortvloeiende uit de toepassing van dit Wetboek, kan de ambtenaar die belast is met de
ning van die schuld, bij het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank bedoeld
artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 de gegevens opvragen die ten aanzien van die schuldenaar beschikbaar zijn zonder de beperkingen van artikel 322, §§ 2 tot 4, van hetzelfde Wetboek. De machtiging hiertoe wordt verleend door een ambtenaar met minimum de graad van adviseur-generaal.". Art. 72.Artikel 100 van het Wetboek der successierechten, vervangen bij de besluitwet van 4 mei 1940 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten4, wordt aangevuld met twee leden, luidende : "De ambtenaren van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie kunnen zich eveneens,
het kader van het bankonderzoek, richten tot het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank zoals bepaald
artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992. Deze toegang is voorzien mits machtiging van een ambtenaar met minimum de graad van adviseur-generaal. Enkel
het kader van de aangiften van nalatenschap kunnen de ambtenaren van Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie het Centraal Aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België om
formatie vragen na voorafgaande machtiging door een ambtenaar met minstens de graad van adviseur-generaal.". Art. 73.
hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1421/1ingevoegd, luidende : "Artikel 1421/1.
geval van niet-betaling van een schuld voortvloeiende uit de toepassing van dit Wetboek, kan de ambtenaar die belast is met de
ning van die schuld, bij het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank bedoeld
artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, de gegevens opvragen die ten aanzien van die schuldenaar beschikbaar zijn zonder de beperkingen van artikel 322, §§ 2 tot 4, van hetzelfde Wetboek. De machtiging hiertoe wordt verleend door een ambtenaar met minstens de graad van adviseur-generaal.". Onderafdeling 4 - Raadpleging van het Centraal Aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank door ontvangers bevoegd voor de
vordering van de penale boeten Art. 74.De ontvangers bevoegd voor de
vordering van de penale boeten, verbeurdverklaring van geldsommen, gerechtskosten en bijdragen kunnen de
artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 bedoelde beschikbare gegevens opvragen bij het centraal aanspreekpunt van de Nationale Bank zonder de beperkingen van artikel 322, §§ 2 en 4, van hetzelfde Wetboek. De machtiging hiertoe wordt verleend door een ambtenaar met minstens de graad van adviseur-generaal. HOOFDSTUK 4. - Niet-fiscale
vordering Afdeling 1 - Wijziging van de domaniale wet van 22 december 1949 Art. 75.Artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949, gewijzigd bij wet van 5 juli 1963, wordt vervangen als volgt : "Art. 3.§ 1. Onverminderd het treffen van bewarende maatregelen overeenkomstig het gemeen recht, wordt iedere som, verschuldigd aan de Staat of aan Staatsorganismen, waarvan de
vordering wordt verzekerd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen,
gevorderd op basis van een uitvoerbaar verklaard bijzonder kohier, een administratieve uitvoerbare titel of een
kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van deze som. Voor de toepassing van de hiernavolgende bepalingen verstaat men onder "niet-fiscale schuldvordering" elke som van niet-fiscale aard verschuldigd aan de Staat of aan Staatsorganismen,
hoofdsom,
teresten en bijbehoren, waarvan de
vordering wordt verzekerd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen. § 2. Tenzij de niet-fiscale schuldvordering het voorwerp uitmaakt van een administratieve uitvoerbare titel of van een
kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling ervan, wordt de niet-fiscale schuldvordering,
geval van niet-betaling,
een bijzonder kohier opgenomen. De niet-fiscale schuldvordering kan het voorwerp uitmaken van verbeterende bijzondere kohieren
het geval van latere wijzigingen, om welke reden dan ook, van de bedragen opgenomen
het bijzonder kohier overeenkomstig het eerste lid. De bijzondere kohieren worden opgemaakt en uitvoerbaar verklaard door de bevoegde adviseur-generaal van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen of door een door hem aangewezen ambtenaar.". Art. 76.Artikel 4 van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 6 juli 1989, wordt vervangen als volgt : "Art. 4.§ 1. Een aanmaning tot betaling, die een uittreksel bevat uit het bijzonder kohier of uit de administratieve uitvoerbare titel met vermelding van de datum van uitvoerbaarverklaring van dit bijzonder kohier of van deze administratieve uitvoerbare titel, of die een afschrift van de uitgifte van de rechterlijke beslissing bevat, wordt bij aangetekende brief aan de schuldenaar verzonden. De afgifte van het stuk bij de aanbieder van de universele postdienst geldt als kennisgeving vanaf de derde daaropvolgende werkdag.
dien de schuldenaar geen gekende woonplaats
België of
het buitenland heeft, wordt deze aanmaning tot betaling aangetekend verstuurd naar de procureur des Konings te Brussel. § 2. De niet-fiscale schuldvordering kan niet worden
gevorderd door uitvoeringsmaatregelen dan na het verstrijken van een termijn van acht dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van de aanmaning tot betaling bedoeld
paragraaf 1, behalve
dien de rechten van de Schatkist
het gedrang komen,
welk geval zij kan worden
gevorderd door middel van uitvoeringsmaatregelen te rekenen vanaf de voormelde kennisgeving. § 3. Deze kennisgeving van de aanmaning tot betaling : - stuit de verjaringstermijn voor de
vordering van de niet-fiscale schuldvordering; - geldt als
gebrekestelling en doet de moratoire
teresten lopen, behalve wanneer een specifieke wettelijke of reglementaire bepaling of de
kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van de niet-fiscale schuldvordering ze eerder deed lopen. De moratoire
teresten zijn verschuldigd tegen het tarief vastgelegd
burgerlijke zaken en volgens de regels
dezelfde aangelegenheid, tenzij een specifieke wettelijke of reglementaire bepaling anders bepaalt.". Art. 77.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 5, luidende : "Art. 5.§ 1. Onder voorbehoud van de bepalingen van deze wet, gebeurt de tenuitvoerlegging van het uitvoerbaar verklaard bijzonder kohier, de administratieve uitvoerbare titel of de
kracht van gewijsde getreden rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van de niet-fiscale schuldvordering
overeenstemming met de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, Deel V, Titel III, over de gedwongen tenuitvoerlegging. De overhandiging door de ontvanger aan de gerechtsdeurwaarder van een uittreksel uit het bijzondere kohier of uit de administratieve uitvoerbare titel met vermelding van de datum van uitvoerbaarverklaring van dat bijzonder kohier of van deze administratieve uitvoerbare titel, of van de uitgifte van de rechterlijke beslissing overeenkomstig artikel 1393 van het Gerechtelijk Wetboek, geldt als volmacht voor alle tenuitvoerleggingen. Wanneer de ontvanger een bevel tot betaling laat betekenen, moet dit bovenaan een uittreksel uit het bijzonder kohier of van de administratieve uitvoerbare titel bevatten met vermelding van de datum van uitvoerbaarverklaring van dit bijzonder kohier of van deze administratieve uitvoerbare titel. § 2. De tenuitvoerlegging van het uitvoerbaar verklaard bijzonder kohier of de administratieve uitvoerbare titel kan slechts worden gestuit door een rechtsvordering voor de rechtbank van eerste aanleg, tenzij een specifieke wettelijke of reglementaire bepaling anders bepaalt. § 3. Het bijzonder kohier en de administratieve uitvoerbare titel zijn uitvoerbaar tegen de personen die er niet zijn
opgenomen
de mate dat zij gehouden zijn tot betaling van de niet-fiscale schuldvordering krachtens het gemeen recht of krachtens specifieke wettelijke of reglementaire bepalingen. Voor de toepassing van de hiernavolgende bepalingen, worden deze personen aangeduid als medeschuldenaars. De niet-fiscale schuldvordering kan evenwel slechts lastens de medeschuldenaars worden
gevorderd door uitvoeringsmaatregelen : 1° wanneer hen bij aangetekende brief een aanmaning tot betaling werd verstuurd, die een uittreksel bevat uit het bijzonder kohier of uit de administratieve uitvoerbare titel met vermelding van de datum van uitvoerbaarverklaring van dat bijzonder kohier of van deze algemene lijst.De afgifte van het stuk aan de aanbieder van de universele postdienst geldt als kennisgeving vanaf de derde daaropvolgende werkdag.
dien de medeschuldenaar geen gekende woonplaats heeft
België of
het buitenland heeft, wordt deze aanmaning tot betaling aangetekend verstuurd naar de procureur des Konings te Brussel. 2° na het verstrijken van een termijn van acht dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van de aanmaning tot betaling bedoeld onder 1°, behalve
dien de rechten van de Schatkist
het gedrang komen.". Art. 78.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 6, luidende : "Art. 6.§
- De ontvanger kan, bij aangetekende brief, uitvoerend beslag onder derden leggen op de aan de schuldenaar of aan de medeschuldenaar verschuldigde of toebehorende sommen en zaken, tot beloop van het bedrag van de niet-fiscale schuldvordering, geheel of gedeeltelijk, dat door de schuldenaar verschuldigd is of tot betaling van hetgeen waartoe de medeschuldenaar gehouden is. Dit beslag heeft uitwerking vanaf de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde. §
- Vanaf de datum van
werkingtreding van het akkoord dat hiervoor tussen de derde-beslagene en de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt gesloten, kan de ontvanger het
paragraaf 1 bedoelde beslag onder derden leggen door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken gebruikt worden. Dit akkoord blijft van toepassing zolang de derde-beslagene het niet uitdrukkelijk bij aangetekende brief heeft opgezegd. De opzegging gaat
vanaf de eerste dag van de derde maand volgend op de ontvangst van de kennisgeving ervan door de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën.
de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid bedoeld
het eerste lid, heeft het beslag onder derden uitwerking vanaf de datum van ontvangstmelding van het beslag door de derde-beslagene. Wanneer eenzelfde beslag onder derden achtereenvolgens wordt gelegd volgens de procedures voorzien respectievelijk
het eerste lid en paragraaf 1, eerste lid, zal het beslag gelegd overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, slechts primeren
dien de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde zoals bepaald
paragraaf 1, tweede lid, de datum van ontvangstmelding van het beslag door de derde-beslagene zoals bepaald
het derde lid, voorafgaat. De
formatie opgenomen
de kennisgeving van het beslag bedoeld
deze paragraaf en
paragraaf 1 is dezelfde, ongeacht of ze wordt meegedeeld door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt of door een aangetekende brief.
geval van verzending door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, worden de oorsprong en de
tegriteit van de
houd van de kennisgeving van het beslag verzekerd door middel van aangepaste beveiligingstechnieken. Opdat de kennisgeving van het beslag op geldige wijze als beslag onder derden zou gelden, wordt een digitaal certificaat gebruikt. Ongeacht de toegepaste techniek, wordt er gegarandeerd dat enkel de gerechtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het digitaal certificaat wordt gecreëerd. De gevolgde procedures laten toe dat de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de verzending kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending kan worden vastgesteld. Met als enig doel de
deze paragraaf vermelde bepalingen uit te voeren, wordt de beslagen schuldenaar of de beslagen medeschuldenaar geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het een natuurlijke persoon betreft, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het een rechtspersoon betreft. § 3. Het beslag onder derden wordt eveneens bij aangetekende brief aan de schuldenaar of medeschuldenaar aangezegd.
dien de schuldenaar of medeschuldenaar geen gekende woonplaats heeft, geschiedt de aanzegging van het beslag bij aangetekende brief aan de procureur des Konings te Brussel. De schuldenaar of medeschuldenaar kan tegen het beslag onder derden bij aangetekende brief verzet aantekenen bij de ontvanger binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte bij de aanbieder van de universele postdienst van de aanzegging van het beslag. De schuldenaar of medeschuldenaar licht binnen dezelfde termijn bij aangetekende brief de derde-beslagene
. Wanneer het beslag slaat op
komsten bedoeld
de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de minister van Justitie. § 4. Het
de paragrafen 1 en 2 bedoelde beslag onder derden geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de ontvanger, van een bericht van beslag zoals bedoeld
artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek. § 5. Onder voorbehoud van het bepaalde
de paragrafen 1, 2 en 3, zijn op dit beslag onder derden de bepalingen toepasselijk van de artikelen 1539, 1540, 1542, eerste en tweede lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek, met dien verstande dat : 1° de derde-beslagene zijn verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag eveneens door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken gebruikt worden aan de ontvanger kan doen wanneer het beslag onder derden volgens de procedure voorzien
paragraaf 2, eerste lid, werd gelegd;
dit geval is de datum van de verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag de datum van ontvangstmelding die door de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt meegedeeld; 2° de derde-beslagene er overeenkomstig artikel 1543 van het Gerechtelijk Wetboek toe gehouden is op overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag, afgifte te doen van het
paragraaf 3, eerste lid, bedoelde beslag.Wanneer het beslag onder derden wordt gelegd volgens de
paragraaf 2, eerste lid, voorziene procedure, wordt de overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag geacht te zijn vervuld door de mededeling aan de derde-beslagene van de datum van afgifte bij de aanbieder van de universele postdienst van de aanzegging van het beslag;
dat geval gebeurt de mededeling eveneens door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt; 3° de afgifte van het bedrag van het beslag geschiedt
handen van de ontvanger. Met als enig doel de
deze paragraaf vermelde bepalingen uit te voeren, wordt de beslagen schuldenaar of de beslagen medeschuldenaar geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het een natuurlijke persoon betreft, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het een rechtspersoon betreft. § 6. De kosten voor de aangetekende brieven beoogd
de paragrafen 1, 3 en 5 zijn ten laste van de schuldenaar of medeschuldenaar. §
- De schuldenaar of medeschuldenaar wordt op de hoogte gebracht van de bestemming van de betalingen en van het saldo na de betalingen. §
- Het uitvoerend beslag onder derden geschiedt door middel van een deurwaardersexploot op de wijze bepaald
de artikelen 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk Wetboek, wanneer blijkt : 1° dat de schuldenaar of medeschuldenaar zich verzet tegen het
de paragrafen 1 en 2 bedoelde beslag;2° dat de derde-beslagene zijn schuld tegenover de schuldenaar of medeschuldenaar betwist;3° dat de sommen en zaken het voorwerp zijn van een verzet of beslag onder derden vóór het
de paragrafen 1 en 2 bedoelde beslag gedaan door andere schuldeisers;4° dat de zaken te gelde moeten worden gemaakt.
deze gevallen blijft het door de ontvanger overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 gelegd beslag zijn bewarend effect behouden wanneer een uitvoerend beslag onder derden bij deurwaardersexploot wordt gelegd als bepaald bij artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, binnen een maand na : 1° ofwel de afgifte bij de aanbieder van de universele postdienst van het verzet van de schuldenaar of medeschuldenaar als bepaald
paragraaf 3, tweede lid, of van de verklaring als bepaald
artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek;2° ofwel de ontvangstmelding van deze verklaring
dien zij werd verzonden door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken gebruikt worden als bepaald bij paragraaf 5, eerste lid, 1°.". Art. 79.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 7, luidende : "Art. 7.De termijnen van verzet, hoger beroep en cassatie, alsmede het verzet, het hoger beroep en de voorziening
cassatie schorsen de tenuitvoerlegging van de rechterlijke beslissing, met betrekking tot de maatregelen welke er, zelfs gedeeltelijk, toe strekken de
vordering van de niet-fiscale schuldvordering te verwezenlijken of te waarborgen.". Art. 80.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 8, luidende : "Art. 8.§ 1. De verjaringstermijn voor de
vordering van de niet-fiscale schuldvordering wordt gestuit : 1° op de wijze bepaald
de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, met uitsluiting van artikel 2244, § 2;2° door afstand te doen van de op verjaring verlopen termijn;3° door de verzending, bij aangetekende brief, van een aanmaning tot betaling die een uittreksel bevat uit het bijzonder kohier of uit de administratieve uitvoerbare titel, met vermelding van de datum van de uitvoerbaarverklaring van dat bijzonder kohier of van deze administratieve uitvoerbare titel, of een afschrift van de uitgifte van de rechterlijke beslissing bevat.De afgifte van het stuk bij de aanbieder van de universele postdienst geldt als kennisgeving te rekenen vanaf de derde daaropvolgende werkdag.
dien de schuldenaar of de medeschuldenaar geen gekende woonplaats heeft
België of
het buitenland, wordt deze aanmaning tot betaling aangetekend verstuurd naar de procureur des Konings te Brussel. De kosten voor de aangetekende verzending zijn ten laste van de schuldenaar of medeschuldenaar. § 2. Elk rechtsgeding met betrekking tot de
vordering van de niet-fiscale schuldvordering dat wordt
gesteld door de Belgische Staat, door de schuldenaar of door elke medeschuldenaar, schorst de verjaring. De schorsing vangt aan met de
leidende vordering en eindigt wanneer de rechterlijke beslissing
kracht van gewijsde is getreden.". Art. 81.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 9, luidende : "Art. 9.§ 1. De niet-fiscale schuldvordering
hoofdsom,
teresten en bijbehoren wordt gewaarborgd door een wettelijke hypotheek op alle
België gelegen en voor hypotheek vatbare goederen van de schuldenaar en de medeschuldenaar. De wettelijke hypotheek neemt rang vanaf de dag van de
schrijving die is gebeurd op verzoek van de ontvanger. § 2. De
schrijving van de wettelijke hypotheek kan gevorderd worden na de kennisgeving van de aanmaning tot betaling bedoeld
artikel 4, § 1, of
artikel 5, § 3, derde lid, 1°.
afwijking van de vorige alinea mag, wanneer de rechten van de Schatkist
het gedrang komen, de
schrijving gevorderd worden vanaf de datum van uitvoerbaarverklaring van het bijzonder kohier of de administratieve uitvoerbare titel, of vanaf het moment waarop de rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van de niet-fiscale schuldvordering
kracht van gewijsde is getreden. Artikel 19, tweede lid, van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek wat betreft de niet-fiscale schuldvordering die is opgenomen
een bijzonder kohier of
een administratieve uitvoerbare titel die vóór het vonnis van faillietverklaring uitvoerbaar werd verklaard, of die het voorwerp uitmaakt van een rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling hiervan die vóór het vonnis van faillietverklaring
kracht van gewijsde is getreden. § 3. De
schrijving van de wettelijke hypotheek heeft plaats, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep, op voorlegging van een uittreksel uit het bijzonder kohier of uit de administratieve uitvoerbare titel met vermelding van de datum van de uitvoerbaarverklaring van dat bijzonder kohier of van deze administratieve uitvoerbare titel, of van een afschrift van de uitgifte van de rechterlijke beslissing houdende veroordeling tot betaling van de niet-fiscale schuldvordering gewaarborgd door de wettelijke hypotheek van de Schatkist. § 4. Onverminderd de toepassing van artikel 87 van de hypotheekwet van 16 december 1851, kan de
schrijving van de wettelijke hypotheek worden gevorderd voor een door de ontvanger
het borderel te bepalen bedrag, dat al de
teresten en bijbehoren die voor de vereffening van de niet-fiscale schuldvordering
hoofdsom zouden kunnen verschuldigd zijn, vertegenwoordigt. § 5. De kosten van de hypothecaire formaliteiten
verband met de wettelijke hypotheek zijn ten laste van de schuldenaar of de medeschuldenaar. § 6. De ontvanger verleent handlichting
de administratieve vorm zonder dat hij, tegenover de hypotheekbewaarder, gehouden is verantwoording van de betaling van de verschuldigde sommen te verstrekken.". Art. 82.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 10, luidende : "Art. 10.§ 1. De bestuursdiensten van de Staat, met
begrip van de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, de besturen van de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten en de gemeenten evenals de openbare
stellingen en
richtingen, zijn gehouden, wanneer zij daartoe worden aangezocht door een ambtenaar belast met de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, hem alle
hun bezit zijnde
lichtingen te verstrekken, hem, zonder verplaatsing, van alle
hun bezit zijnde akten, stukken, registers en om het even welke bescheiden
zage te verlenen, en hem alle
lichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen, welke de bedoelde ambtenaar nodig acht om de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen te verzekeren. Onder "openbare
stellingen of
richtingen" verstaat men de
stellingen, maatschappijen, verenigingen,
richtingen en diensten welke de Staat, een Gemeenschap of een Gewest mede beheert, waaraan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest een waarborg verstrekt, op de werkzaamheden waarvan de Staat, een Gemeenschap of een Gewest toezicht uitoefent of waarvan het bestuurspersoneel wordt aangewezen door de federale regering of een Gemeenschaps- of Gewestregering, op haar voordracht of met haar goedkeuring. Van de akten, stukken, registers, bescheiden of
lichtingen
verband met gerechtelijke procedures mag evenwel geen
zage of afschrift worden verleend zonder uitdrukkelijke toelating van het openbaar ministerie. § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de Algemene Directie Statistiek en Economische
formatie van de Federale Overheidsdienst Economie, noch op de Gemeenschappen en Gewesten voor de bevoegdheden die voorheen waren toegekend aan het Economisch en Sociaal
stituut voor de middenstand en die werden overgedragen aan de Gemeenschappen en Gewesten wat de
dividueel verkregen
lichtingen betreft.". Art. 83.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 11, luidende : "Art. 11.Alle administraties die ressorteren onder de Federale Overheidsdienst Financiën zijn gehouden aan de ambtenaren belast met de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen alle
hun bezit zijnde toereikende, ter zake dienende en niet overmatige
lichtingen ter beschikking te stellen, die bijdragen tot de vervulling van de opdracht van die ambtenaren om de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen te verzekeren.". Art. 84.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 12, luidende : "Art. 12.Onverminderd het recht van de ambtenaren belast met de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen om mondeling
lichtingen te vragen, is iedere persoon verplicht deze ambtenaren op hun verzoek, binnen de termijn vermeld op de schriftelijke vraag, welke termijn wegens wettige redenen kan worden verlengd, schriftelijk alle toereikende, ter zake dienende en niet overmatige
lichtingen te verstekken die van hem worden gevorderd, teneinde zijn vermogenssituatie of die van derden te bepalen met het oog op het
vorderen van de niet-fiscale schuldvorderingen lastens hem of lastens derden. De ontvanger bevoegd voor de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen kan de
artikel 322, § 3, eerste lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 bedoelde beschikbare gegevens opvragen bij het Centraal Aanspreekpunt van de Nationale Bank van België zonder de beperkingen van artikel 322, §§ 2 tot 4, van hetzelfde Wetboek. De machtiging hiertoe wordt verleend door een ambtenaar met minstens de graad van adviseur-generaal.". Art. 85.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 13, luidende : "Art. 13.De gegevens en documenten die
het kader van de toepassing van deze wet worden ontvangen, opgesteld of verzonden, en die door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën die belast is met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen worden geregistreerd, bewaard of weergegeven volgens een fotografische, optische, elektronische of volgens elke andere
formatica- of telegeleidingstechniek, alsook de weergave ervan op een leesbare drager, hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.". Art. 86.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 14, luidende : "Art. 14.Hij die,
welke hoedanigheid ook, optreedt bij de toepassing van deze wet of die toegang heeft tot de ambtsvertrekken van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën die belast is met de
ning en
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, is, buiten de uitoefening van zijn functie, verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding over alles waarvan hij kennis heeft gekregen bij de uitvoering van zijn opdracht. De ambtenaren van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën die belast is met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen oefenen hun ambt uit wanneer zij aan andere administratieve diensten van de Staat, daaronder begrepen de parketten en de griffies van de hoven en van alle rechtsmachten, en van de Gemeenschappen en de Gewesten, evenals aan de
artikel 10, § 1, tweede lid, bedoelde openbare
stellingen of
richtingen,
lichtingen verstrekken welke voor die administratieve diensten, administraties, openbare
stellingen of
richtingen nodig zijn om de uitvoering van de hun opgedragen wettelijke of reglementaire bepalingen te verzekeren. De ambtenaren van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën die belast is met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen oefenen eveneens hun ambt uit wanneer zij met betrekking tot de niet-fiscale schuldvordering van een schuldenaar een vraag om raadpleging, uitleg of mededeling van een medeschuldenaar
willigen. Personen die deel uitmaken van de diensten waaraan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën die belast is met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen
lichtingen heeft verstrekt
gevolge het tweede lid, zijn tot dezelfde geheimhouding verplicht en mogen de bekomen
lichtingen niet gebruiken buiten het kader van de wettelijke of reglementaire bepalingen voor de uitvoering waarvan zij zijn verstrekt.". Art. 87.Dezelfde wet wordt aangevuld met een artikel 15, luidende : "Art. 15.Met het oog op de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën die belast is met de
ning en de
vordering van deze schulden, kan de bevoegde adviseur-generaal van deze administratie of de door hem gedelegeerde ambtenaar, onder de door hem
elk specifiek geval te bepalen voorwaarden, gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de
terestschuld verlenen en ermee
stemmen dat de gedeeltelijke betalingen eerst op het kapitaal worden toegerekend.
het geval waarin de toestand van de schuldenaar te goeder trouw dat wettigt, gaat hij met hem dadingen aan
dien de schuldeiser daarin toestemt.". Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 21 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/02/2003 pub. 28/03/2003 numac 2003003146 bron federale overheidsdienst financien Wet tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën sluiten tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën Art. 88.Artikel 13 van de wet van 21 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/02/2003 pub. 28/03/2003 numac 2003003146 bron federale overheidsdienst financien Wet tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën sluiten tot oprichting van een Dienst voor alimentatievorderingen bij de FOD Financiën, gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten5, wordt vervangen als volgt : "Art. 13.Ten vroegste één maand na de kennisgeving bedoeld
artikel 10, gaat de Dienst voor alimentatievorderingen over tot de
vordering van de verschuldigde bedragen door middel van een dwangbevel. Het dwangbevel wordt uitgevaardigd door de Dienst voor alimentatievorderingen; het wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de adviseur-generaal bevoegd voor de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën waaronder de Dienst voor alimentatievorderingen ressorteert, of door een door hem aangewezen ambtenaar. Het wordt ter kennis gebracht bij aangetekende brief. De afgifte van het stuk bij de aanbieder van de universele postdienst geldt als kennisgeving vanaf de derde daaropvolgende werkdag. Het dwangbevel mag eveneens worden betekend bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.". Art. 89.
artikel 14, § 1, van dezelfde wet, worden de woorden "de kennisgeving of"
gevoegd tussen het woord "Na" en de woorden "de betekening van het
artikel 13 bedoelde dwangbevel". Art. 90.
artikel 18, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten5, worden de woorden "artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949" vervangen door de woorden "artikel 13, tweede tot vierde lid". Art. 91.
artikel 19 van dezelfde wet, worden de woorden "de kennisgeving of"
gevoegd tussen de woorden "te rekenen vanaf" en de woorden "de betekening van het dwangbevel". Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten5 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën
het kader van zijn opdrachten Art. 92.
artikel 6, § 3, van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten5 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën
het kader van zijn opdrachten, worden de woorden ", van artikel 14 van de domaniale wet van 22 december 1949"
gevoegd tussen de woorden "diverse rechten en taksen" en de woorden "en van artikel 320". Afdeling 4. - Wijzigingen aan het Gerechtelijk Wetboek en aan diverse bepalingen Art. 93.
artikel 669 van het Gerechtelijk Wetboek worden de woorden "ontvanger der registratie" vervangen door de woorden "bevoegde ontvanger van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen". Art. 94.
artikel 684, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "het kantoor van de ontvanger der registratie" vervangen door de woorden "de bevoegde ontvanger van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen". Art. 95.
artikel 693, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "het bestuur van registratie en domeinen" vervangen door de woorden "de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen". Art. 96.Artikel 694 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Art. 694.
dien de tegenpartij van diegene die rechtsbijstand geniet,
de kosten wordt veroordeeld, doet de griffier binnen een maand aan de bevoegde ontvanger van de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen een uittreksel uit het vonnis toekomen.
geval van dading zijn de partijen ertoe gehouden bij een aangetekende brief aan de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen mee te delen dat het geschil beëindigd is. Deze mededeling moet geschieden binnen zestig dagen nadat de overeenkomst getroffen is. Bij gebreke daarvan wordt aan elke partij een administratieve geldboete van ten minste vijftig euro opgelegd, welke kan worden gebracht op het dubbele van de gerechtskosten, door de administratie voorgeschoten.". Art. 97.
artikel 695 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen verhaalt de eraan verschuldigde gelden overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949."; 2° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 98.
artikel 697 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "het bestuur der registratie de betaling heeft gedaan, wanneer het voorschotten van dit bestuur betreft" vervangen door de woorden "de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen de betaling heeft gedaan, wanneer het voorschotten van deze administratie betreft". Art. 99.Het opschrift van de wet van 18 december 1986 houdende bevoegdverklaring van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen tot het uitvoeren van bepaalde vermogensrechtelijke verrichtingen voor rekening van de gemeenschaps- en gewestinstellingen, wordt vervangen als volgt : "Wet houdende bevoegdverklaring van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen tot
vordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor rekening van de Gemeenschappen, de Gewesten en de
stellingen van openbaar nut die ervan afhangen". Art. 100.Artikel 1 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 1.De administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen kan, op aanvraag,
naam en voor rekening van de Gemeenschappen, de Gewesten en de
stellingen van openbaar nut die ervan afhangen, de
vordering van hun niet-fiscale schuldvorderingen vervolgen.". Art. 101.Artikel 2 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 2.De niet-fiscale schuldvorderingen bedoeld
artikel 1 worden
gevorderd overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949. Bij het uitoefenen van de bevoegdheden die haar krachtens deze wet worden opgedragen voegt de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen zich naar de onderrichtingen van de overheid die op haar diensten een beroep doet.". Art. 102.Artikel 15 van de wet van 9 januari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten1 houdende toekenning van een toelage voor het aanschaffen van huisbrandolie, van propaangas
bulk, van lamppetroleum en van aardgas bestemd voor de verwarming van een privéwoning, wordt vervangen als volgt : "Art. 15.De
vordering van de bedragen die bij toepassing van deze wet aan de Staat verschuldigd zijn, wordt vervolgd door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.". Art. 103.
artikel 13, tweede lid, van de wet van 8 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/12/2006 pub. 13/12/2006 numac 2006011552 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot vaststelling van een heffing ter bestrijding van het niet benutten van een site voor de productie van elektriciteit door een producent type wet prom. 08/12/2006 pub. 13/12/2006 numac 2006011553 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot
richting van een beroep tegen de administratieve boete opgelegd
het raam van de toepassing van de wet van 8 december 2006 tot vaststelling van een heffing ter bestrijding van het niet benutten van een site voor de productie van elektriciteit door een producent sluiten tot vaststelling van een heffing ter bestrijding van het niet benutten van een site voor de productie van elektriciteit door een producent, worden de woorden "bij dwangbevel, overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit" vervangen door de woorden "door de administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949". Art. 104.Artikel 14 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 105.
artikel 40, § 2, van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten2 met betrekking tot medische hulpmiddelen, wordt het eerste lid vervangen als volgt : "
dien geen betaling volgt binnen de
paragraaf 1 bedoelde termijn, verstuurt de ambtenaar de definitieve beslissing met het te betalen bedrag naar de bevoegde ontvanger van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de
ning en de
vordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, en worden de verschuldigde gelden
gevorderd overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.". Art. 106.Artikel 41 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten1, wordt opgeheven. Afdeling 5. - Diverse en overgangsbepalingen Art. 107.Telkens wanneer een wettelijke of reglementaire bepaling stelt dat een aan de Staat of aan een Staatsorganisme niet-fiscale schuldvordering wordt
gevorderd hetzij overeenkomstig artikel 3 van de domaniale wet van 22 december 1949, hetzij door de voormalige administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, door een van zijn rechtsvoorgangers of rechtsopvolgers of door een van zijn ambtenaren, moet dit gelezen worden met weglating van de termen "bij dwangbevel", "door middel van aanmaning-dwangbevel" of "door middel van een dwangbevel" of van soortgelijke termen die verwijzen naar het dwangbevel. Telkens wanneer een wettelijke of reglementaire bepaling stelt dat een niet-fiscale schuldvordering wordt
gevorderd door de voormalige administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, door een van zijn rechtsvoorgangers of rechtsopvolgers of door een van zijn ambtenaren "op dezelfde wijze als voor het
vorderen van de registratierechten", "overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit" of "overeenkomstig artikel 94 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991", moet dit gelezen worden als "overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949". Art. 108.Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het dwangbevel dat werd betekend voor de datum van zijn
werkingtreding. Afdeling 6 -
werkingtreding Art. 109.Dit hoofdstuk treedt
werking op de datum bepaald door de Koning en uiterlijk op 1 januari
- HOOFDSTUK
- - Accijnzen Afdeling
- - Wijzigingen van de wet van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting type wet prom. 03/04/1997 pub. 05/03/1998 numac 1997015211 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst betreffende de afgifte van meertalige uittreksels uit akten van de burgerlijke stand, en Bijlagen, gedaan te Wenen op 8 september 1976, en het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst
zake
ternationale uitwisseling van gegevens op het gebied van de burgerlijke stand, ondertekend te Istanbul op 4 september 1958, en Bijlage, gedaan te Patras op 6 september 1989 type wet prom. 03/04/1997 pub. 06/06/1997 numac 1997000208 bron ministerie van binnenlandse zaken en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de nieuwe gemeentewet, de wet van 2 december 1957 op de rijkswacht en de wet van 27 december 1973 betreffende het statuut van het personeel van het operationeel korps van de rijkswacht type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten type wet prom. 03/04/1997 pub. 07/02/2014 numac 2014000085 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 168 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de bescherming tegen werkloosheid, aangenomen te Genève op 21 juni 1988 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar vijfenzeventigste zitting. - Duitse vertaling type wet prom. 03/04/1997 pub. 27/01/1998 numac 1997015112 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met volgende
ternationale Akten : sluiten betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak Art. 110.
artikel 3 van de wet van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron