📄 Wettekst
1 JULI 2016. - Programmawet(1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
TITEL 2. - Sociale bepalingen HOOFDSTUK 1. - Sociale Zaken Afdeling 1. - Financiering
Onderafdeling 1. - Vermindering van de alternatieve financiering 2016 Art. 2.In artikel 66 van de programmawet van 2 januari 2001, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 3nonies, 1°, worden de woorden "verminderd met 5 048 666 duizend euro" vervangen door de woorden "verminderd met 4 850 131 duizend euro".2° in paragraaf 3nonies, 2°, worden de woorden "verminderd met 222 991 duizend euro" vervangen door de woorden "verminderd met 214 222 duizend euro". Onderafdeling 2. - Financiering van de gezondheidszorg Art. 3.In artikel 24, § 1bis, dertiende lid, van de
wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten3 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten7, worden de woorden "vastgesteld op 19 925 021 duizend euro." vervangen door de woorden "vastgesteld op 19 821 516 duizend euro.". Art. 4.Artikel 24, § 1quinquies, van de
wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten3 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende : "Het vorige lid is niet van toepassing voor de begrotingsoefening 2016.". Art. 5.In artikel 6, § 1bis, achttiende lid, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de
wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten9 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten7, worden de woorden "vastgesteld op 1 970 290 duizend euro." vervangen door de woorden "vastgesteld op 1 960 055 duizend euro.". Art. 6.Artikel 6, § 1quinquies, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de
wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten9 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende : "De verhogingen bedoeld in de voorgaande leden zijn niet van toepassing voor de begrotingsoefening 2016.".
Onderafdeling 3. - Inwerkingtreding Art. 7.Deze afdeling heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016. Afdeling 2. - Wijzigingen van de wet betreffende de verplichte
verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 Onderafdeling 1. - Gerichte herbeoordeling Art. 8.In artikel 82 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten4 houdende diverse bepalingen inzake sociale zekerheid, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "bij artikel 94" vervangen door de woorden "in de artikelen 90, tweede lid, en 94";2° in het tweede lid worden de woorden "de staat van invaliditeit" vervangen door de woorden "de staat van arbeidsongeschiktheid in uitvoering van het eerste lid, 1° ". Art. 9.In artikel 90 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten1 houdende dringende diverse bepalingen inzake sociale wetgeving, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : "De Geneeskundige Raad voor invaliditeit kan echter, vanaf de eerste dag van de zevende maand van het tijdvak van primaire ongeschiktheid, het einde van de arbeidsongeschiktheid vaststellen. In dat geval geeft hij van zijn beslissing kennis onder de voorwaarden en binnen de termijnen door de Koning vastgesteld.". Art. 10.De artikelen 8 en 9 treden in werking op 1 juli 2016.
Onderafdeling 2. - Terugvordering van kennelijk onbetwiste en niet-verschuldigde bedragen Art. 11.Artikel 164 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet houdende diverse bepalingen inzake gezondheid van 10 april 2014, wordt aangevuld met het volgende lid : "De Koning bepaalt de modaliteiten van de terugvordering van de prestaties, waarvan het onverschuldigd karakter het gevolg is van het overlijden van de sociaal verzekerde, bij de financiële instelling waar de rekening geopend is op dewelke de prestaties worden betaald.". HOOFDSTUK 2. - Zelfstandigen Afdeling 1. - Administratieve geldboeten in de regeling voor
zelfstandigen Onderafdeling 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen Art. 12.In artikel 15, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten2, worden de woorden "de door deze laatste verschuldigde bijdragen" vervangen door de woorden "de door deze laatste verschuldigde bijdragen en administratieve geldboeten, bedoeld in artikel 17bis". Art. 13.In artikel 16 van hetzelfde koninklijk besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 december 1984, worden de woorden "en van de administratieve geldboeten, bedoeld in artikel 17bis" ingevoegd tussen de woorden "bijdragen" en ", zo nodig". 2° in § 2, vervangen door de
wet van 22 november 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende : "De invordering van de administratieve geldboete, bedoeld in artikel 17bis, verjaart na vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop er geen beroep meer kan worden aangetekend tegen de beslissing van de bevoegde administratie tot het opleggen van een administratieve geldboete."; 2° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : "2° met een aangetekende brief waarbij het organisme, dat belast is met de invordering, de door de betrokkene verschuldigde bijdragen of administratieve geldboeten vordert;"; 3° in het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden "of van de administratieve geldboeten" ingevoegd tussen de woorden "van de bijdragen" en de woorden "die verschuldigd zijn". 3° in § 3, laatst gewijzigd bij de
wet van 22 november 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De vorderingen tot terugbetaling van ten onrechte betaalde bijdragen of administratieve geldboeten, bedoeld in artikel 17bis, verjaren na vijf jaar te rekenen vanaf de 1ste januari van het jaar dat volgt op datgene waarin de onverschuldigde bijdragen of administratieve geldboeten werden betaald."; 2° het derde lid wordt aangevuld met de bepaling onder 3°, luidende : "3° met een aangetekende brief door de betrokkene gericht aan het organisme dat de administratieve geldboete heeft geïnd en waarbij hij de terugbetaling van de ten onrechte betaalde administratieve geldboete vordert.". Art. 14.In artikel 17bis van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij de
wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2012 en 10 augustus 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1bis wordt vervangen als volgt : " § 1bis.Loopt een administratieve geldboete op gelijk aan tweemaal het bedrag van de voorlopige kwartaalbijdrage bedoeld in artikel 13bis, § 2, 1°, a), elke persoon die een attest van aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen vraagt om een verblijfstitel van langer dan 3 maanden te bekomen en voor wie wordt vastgesteld door een bevoegd ambtenaar van het Rijksinstituut voor sociale verzekeringen der zelfstandigen of door een persoon bedoeld in artikel 23bis, dat hij zich bij dat fonds heeft aangesloten zonder een beroepsactiviteit aan te vatten.
Zijn hoofdelijk gehouden tot de betaling van die administratieve geldboete : 1° de natuurlijke persoon die valselijk verklaard heeft door de pleger van de inbreuk geholpen te worden, in de zin van artikel 6; 2° de rechtspersoon die valselijk verklaard heeft dat de pleger van de inbreuk in zijn schoot een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent als werkend vennoot of als mandataris."; 2° in het vijfde lid van paragraaf 2 worden de woorden "één jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar";3° in het zesde lid van paragraaf 2 worden de woorden "één jaar" vervangen door de woorden "vijf jaar". Art. 15.In artikel 17ter van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij de
wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2012 en 16 december 2015, wordt tussen het zesde en het zevende lid een lid ingevoegd, luidende : "Vanaf de datum waarop het fonds een administratieve geldboete vordert, wordt elke daaropvolgende betaling, in afwijking van de artikelen 1253 en 1256 van het Burgerlijk Wetboek, prioritair door het betrokken fonds aangewend voor de betaling van die administratieve geldboete.". Art. 16.In hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 17quinquies ingevoegd, luidende : "Art. 17quinquies.De administratieve geldboete, bedoeld in artikel 17bis, kan niet meer opgelegd worden vijf jaar na de feiten.
De daden van onderzoek of van vervolging, met inbegrip van de kennisgeving van de mogelijkheid tot het opleggen van de administratieve geldboete, waarbij betrokkene uitgenodigd werd zijn verweermiddelen in te dienen, verricht binnen de in het eerste lid gestelde termijn, stuiten evenwel de loop ervan. Met die daden vangt een nieuwe termijn van gelijke duur aan, zelfs ten aanzien van personen die daarbij niet betrokken waren.".
Onderafdeling 2. - Wijziging van de wet van 16 december 1851 betreffende de voorrechten en hypotheken, die titel XVIII van Boek III van het Burgerlijk Wetboek vormt Art. 17.In artikel 19, 4° ter, derde lid, van de wet van 16 december 1851 betreffende de voorrechten en hypotheken, die titel XVIII van Boek III van het Burgerlijk Wetboek vormt, vervangen bij de wet van 3 juli 2005, worden de woorden "De bijdragen en bijdrageopslagen" vervangen door de woorden "De administratieve geldboeten, de bijdragen en bijdrageopslagen". Art. 18.Deze afdeling is van toepassing op de beslissingen tot het opleggen van een administratieve geldboete die betekend worden vanaf 1 juli 2016, met uitzondering van artikel 16, 1°, dat van toepassing is op de aansluitingsverklaringen die worden ondertekend vanaf 1 juli 2016.
De niet in het eerste lid bedoelde gevallen worden geregeld overeenkomstig de bepalingen die van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van deze afdeling. Art. 19.Deze afdeling treedt in werking op 1 juli 2016. Afdeling 2. - Moment van aansluiting voor een zelfstandige
beroepsactiviteit Art. 20.In artikel 10, § 1, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij de Programma
wet van 23 december 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten2, worden de woorden "uiterlijk op de dag van de aanvang" vervangen door de woorden "vóór de aanvang". Art. 21.Deze afdeling treedt in werking op 1 juli 2016. Afdeling 3. - Deeleconomie
Art. 22.In het koninklijk besluit nr. 38 wordt een artikel 5ter ingevoegd, luidende : "Art. 5ter.De personen die in België een activiteit uitoefenen die de inkomsten zoals bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 genereren, zijn niet onderworpen aan dit besluit voor de activiteit verbonden met die inkomsten, voor zover die inkomsten het bedrag zoals bedoeld in artikel 37bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, niet overschrijden.
Een aandeel van 25 % van de belasting zoals bedoeld in artikel 171, 3° bis, a) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen wordt aangewend voor het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de
wet van 26 juli 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten9 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
De Koning bepaalt de modaliteiten van overdracht van dit aandeel voor het globaal financieel beheer.". Art. 23.Deze afdeling treedt in werking op 1 juli 2016. HOOFDSTUK 3. - Strijd tegen de sociale fraude Reorganisatie van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst Art. 24.Artikel 6, § 3, 2° van het Sociaal Strafwetboek, vervangen bij de
wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten8, wordt vervangen als volgt : "2° experten belast met de ondersteuning van de directeur bij het opstellen en opvolgen van het beleidsplan en het operationeel plan bedoeld in artikel 2;". Art. 25.Artikel 8 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij
wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten8, wordt vervangen als volgt : "Art. 8.De functie van leidinggevende, genoemd de directeur van het Bureau, de voorwaarden voor zijn benoeming en zijn statuut De directeur van het Bureau moet een managementfunctie bekleden.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de benoemingsvoorwaarden en het geldelijk en administratief statuut van de directeur.". Art. 26.In artikel 9, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten8, worden de woorden "stuurt het Bureau aan" vervangen door de woorden "oefent het dagelijks beheer van het Bureau uit". Art. 27.Artikel 9/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten8, wordt opgeheven. Art. 28.Artikel 24 treedt in werking op 1 juli 2016. De artikelen 25 tot 27 treden in werking op 1 januari 2017.
TITEL 3. - Financiën HOOFDSTUK 1. - Opheffing van de btw-vrijstelling voor online kans- en geldspelen andere dan loterijen Art. 29.Artikel 1 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten1, wordt aangevuld met een paragraaf 14, luidende : " § 14. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder : 1° "kans- en geldspelen" : a) de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, waarbij de spelers noch bij het begin, noch in de loop of bij het einde van het spel kunnen tussenkomen en de winnaars uitsluitend door het lot of enig andere kansbepaling worden aangewezen;b) de spelen, onder welke benaming ook, die gelegenheid geven tot mededinging naar prijzen of premies in geld of natura, uitgeloofd aan de deelnemers van een prijskamp, van welke aard ook, tenzij de prijskamp de totstandbrenging van een contract tussen de winnaars en de organisator ervan tot gevolg heeft; 2° "loterijen" : elke gelegenheid om door middel van te kopen deelbewijzen van deelneming mee te dingen naar prijzen of premies in geld of in natura waarbij de winnaars door het lot of een andere kansbepaling waarop zij geen invloed kunnen uitoefenen worden aangewezen.". Art. 30.In artikel 18, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden in de bepaling onder 16°, ingevoegd bij de
wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
13/05/2003
numac
2003003256
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
09/05/2003
numac
2003003276
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten met het oog op de inrichting van een nieuwe categorie van instellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
27/05/2003
numac
2003003328
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
13/05/2003
numac
2003003254
bron
federale overheidsdienst financien
Wet tot wijziging van artikel 63bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
08/05/2003
numac
2003003277
bron
federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie
Wet houdende toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie aan bepaalde ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen
sluiten en gewijzigd bij de wet van 26 november 2009, de woorden "kans- of gokspelen" vervangen door de woorden "kans- en geldspelen". Art. 31.In artikel 44, § 3, van hetzelfde Wetboek wordt de bepaling onder 13°, vervangen bij de wet van 28 december 1992, vervangen als volgt : "13° a) de loterijen; b) de andere kans- en geldspelen, met uitzondering van degene die langs elektronische weg worden verricht zoals bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 16° ;". Art. 32.In artikel 51bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 juni 2013, wordt een paragraaf 1bis ingevoegd, luidende : " § 1bis. De medecontractant van de niet in België gevestigde schuldenaar van de belasting krachtens artikel 51, § 1, 1°, is met deze tegenover de Staat hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting verschuldigd op de voor de medecontractant langs elektronische weg verrichte kans- en geldspelen bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, wanneer de schuldenaar niet beschikt over een btw-identificatienummer in België, desgevallend in toepassing van één van de bijzondere regelingen bedoeld in artikel 58ter en artikel 58quater, noch beschikt over een btw-identificatienummer toegekend door een andere lidstaat in toepassing van één van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 358bis tot en met 369duodecies van richtlijn 2006/112/EG.". Art. 33.Het koninklijk besluit nr. 45 van 14 april 1993 met betrekking tot de vrijstelling op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de kans- en geldspelen, wordt opgeheven. Art. 34.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 juli 2016. HOOFDSTUK 2. - Deeleconomie Afdeling 1. - Inkomstenbelastingen
Art. 35.In artikel 37bis van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, ingevoegd bij de
wet van 15 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/12/2004
pub.
01/02/2005
numac
2005003036
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de huidige tekst wordt paragraaf 1;2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2.De in artikel 90, eerste lid, 1° bis, vermelde inkomsten worden, behoudens tegenbewijs, als beroeps-inkomsten aangemerkt wanneer het bruto bedrag van die inkomsten in het belastbare tijdperk of in het vorige belastbare tijdperk meer bedraagt dan 3 255 euro.". Art. 36.In artikel 90 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "in 8° en 10°, " vervangen door de woorden "in 1° bis, 8° en 10° ";2° in het eerste lid wordt een bepaling ingevoegd onder 1° bis, luidende : "1° bis winst of baten, die, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, voortkomen uit diensten, andere dan diensten die inkomsten genereren die overeenkomstig de artikelen 7 of 17 of het 5° van dit lid aan de belasting worden onderworpen, die door de belastingplichtige zelf worden verleend aan derden, wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan : a) de diensten worden uitsluitend verleend aan natuurlijke personen die niet handelen in het kader van hun beroepswerkzaamheid;b) de diensten worden uitsluitend verleend in het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een erkend elektronisch platform of een elektronisch platform dat door een overheid wordt georganiseerd; c) de vergoedingen met betrekking tot de diensten worden enkel door het in b) vermelde platform of door tussenkomst van dat platform aan de dienstverrichter betaald of toegekend.". 3° tussen het eerste en het tweede lid, dat het vierde lid wordt, worden twee leden ingevoegd, luidende : "De Koning erkent de in het eerste lid, 1° bis bedoelde platformen onder de voorwaarden die Hij bepaalt.Elk platform stelt bij het einde van elk jaar voor elke dienstverrichter een document op dat het bezorgt aan de betrokken dienstverrichter en aan de bevoegde administratie en waarin minstens de identiteit van de dienstverrichter, de omschrijving van de geleverde diensten, het bedrag van de vergoedingen en het bedrag en de aard van de ingehouden sommen worden vermeld. De Koning bepaalt de inhoud van het document, de termijn waarbinnen het moet worden bezorgd, evenals de manier waarop het bij de bevoegde administratie wordt ingediend.
Wanneer de in het eerste lid, 1° bis, bedoelde dienstverrichter één globale vergoeding vraagt zowel voor diensten die inkomsten genereren die overeenkomstig de artikelen 7 of 17 of het eerste lid, 5°, aan de belasting worden onderworpen, als voor diensten die inkomsten genereren die overeenkomstig het eerste lid, 1° bis, aan de belasting worden onderworpen, en in de overeenkomst geen afzonderlijke prijs voor de laatst vermelde diensten is bepaald, wordt 20 pct. van de globale vergoeding geacht betrekking te hebben op die laatst vermelde diensten.". Art. 37.In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 97/1 ingevoegd, luidende : "Art. 97/1.De in artikel 90, eerste lid, 1° bis, vermelde inkomsten worden naar het netto bedrag ervan in aanmerking genomen, dit is het bruto bedrag verminderd met 50 pct. forfaitaire kosten.
Het bruto bedrag omvat het bedrag dat door of door tussenkomst van het platform daadwerkelijk is betaald of toegekend, verhoogd met alle sommen die door het platform of door tussenkomst van het platform zijn ingehouden.". Art. 38.In artikel 171 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 1°, d, worden de woorden "2° quater, 3° bis en 4°, f," vervangen door de woorden "2° quater, 3° bis, b, en 4°, f,";2° de bepaling onder 3° bis wordt vervangen als volgt : "3° bis tegen een aanslagvoet van 20 pct; - de in artikel 90, eerste lid, 1° bis, vermelde diverse inkomsten; - kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in 4°, f, in zover het kapitalen betreft die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven worden uitgekeerd : - aan de werknemer of de bedrijfsleider op de leeftijd van 60 jaar; - aan de werknemer naar aanleiding van de pensionering als bedoeld in artikel 27, § 3, van de
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
16/11/2010
numac
2010000643
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake Sociale Zekerheid, vóór het bereiken van de leeftijd van 61 jaar;"; 3° in de bepaling onder 4°, f, vierde streepje, worden de woorden "in 3° bis, tweede streepje" vervangen door de woorden "in 3° bis, b, tweede streepje". Art. 39.De artikelen 35 tot 38 zijn van toepassing op de inkomsten die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2016.
Voor het inkomstenjaar 2016 wordt in artikel 37bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 het bedrag van 3 255 euro vervangen door het bedrag van 1 627,50 euro. Afdeling 2. - Belasting over de toegevoegde waarde
Art. 40.Artikel 50 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 26 december 2014 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 december 2015, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : " § 4. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 1°, kent de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde geen btw-identificatienummer toe aan de belastingplichtige natuurlijke personen op wie de in artikel 56bis bedoelde regeling van toepassing is en die uitsluitend diensten verrichten, wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° de plaats van de diensten is in België;2° de diensten worden verricht voor andere doeleinden dan die van de economische activiteit van de belastingplichtige;3° de diensten worden uitsluitend verricht voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik of dat van andere personen;4° de diensten worden uitsluitend verricht in het kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een door de Koning erkend elektronisch platform krachtens artikel 90, eerste lid, 1° bis, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 of een platform dat door een overheid wordt georganiseerd;5° de vergoedingen met betrekking tot de diensten worden enkel door het in de bepaling onder 4° bedoelde platform of door tussenkomst van dat platform aan de dienstverrichter betaald of toegekend; 6° de omzet die bestaat uit de vergoedingen bedoeld in de bepaling onder 5°, met inbegrip van alle sommen die door dat platform of door tussenkomst van dat platform zijn ingehouden, bedraagt per kalenderjaar niet meer dan 3 255 euro, geïndexeerd overeenkomstig artikel 178, § 1 en § 3, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.". Art. 41.Artikel 53quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 1992, vervangen bij de wet van 26 november 2009 en gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten4, wordt aangevuld met een lid, luidende : "De belastingplichtige op wie de in artikel 56bis bedoelde regeling van toepassing is en die geen enkele van de in het eerste lid bedoelde handelingen verricht, is niet gehouden de voornoemde administratie hiervan in kennis te stellen.". Art. 42.Artikel 56bis, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten6 en gewijzigd bij de wet van 6 december 2015, wordt aangevuld met een derde lid, luidende : "De uitsluiting bedoeld in het tweede lid, 1°, is niet van toepassing voor de diensten verricht door belastingplichtige natuurlijke personen onder de voorwaarden bedoeld in artikel 50, § 4.". Art. 43.Deze afdeling treedt in werking op 1 juli 2016. HOOFDSTUK 3. - Vestiging en invordering van de belastingen Afdeling 1. - Inkomstenbelastingen
Art. 44.In artikel 307, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten7 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin van het vijfde lid worden de woorden "aan personen gevestigd in een Staat" vervangen door de woorden "aan personen of vaste inrichtingen gevestigd of gelegen in een Staat, of aan bankrekeningen die worden beheerd door of aangehouden bij één van deze personen of vaste inrichtingen in een Staat, of aan bankrekeningen die worden beheerd door of aangehouden bij kredietinstellingen gevestigd of met een vaste inrichting in een Staat"; 2° in het vijfde lid wordt de bepaling onder a) vervangen als volgt : "a) ofwel op het ogenblik waarop de betaling heeft plaatsgevonden, door het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen in belastingaangelegenheden, werd aangemerkt als een Staat die niet effectief of substantieel de standaard op het gebied van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek toepast;"; 3° het zesde lid wordt vervangen als volgt : "Voor de toepassing van het vijfde lid wordt onder Staat verstaan, een door de meerderheid van de leden van de Verenigde Naties erkende onafhankelijke Staat of een deel van deze Staat dat op autonome wijze bevoegd is om de grondslag of het tarief van de vennootschapsbelasting, geheel of gedeeltelijk, te bepalen en wordt onder een Staat zonder of met een lage belasting verstaan een Staat die geen deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte en : - die geen vennootschapsbelasting heft, op inkomsten van binnenlandse oorsprong of van buitenlandse oorsprong of; - waarvan het nominale tarief van de vennootschapsbelasting lager is dan 10 pct. of; - waarvan het tarief van de vennootschapsbelasting dat met de werkelijke belastingdruk op inkomsten van buitenlandse oorsprong overeenstemt lager is dan 15 pct.". Art. 45.In artikel 315bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd door de wet van 22 december 2008 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "een computersysteem" vervangen door "een informaticasysteem of elk ander elektronisch apparaat";2° in het vierde lid wordt het woord "computersystemen" vervangen door de woorden "informaticasystemen of elk ander elektronisch apparaat"; 3° er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende : "De in dit artikel vermelde verplichtingen gelden eveneens wanneer de gegevens waar de administratie om verzoekt, zich digitaal in België of in het buitenland bevinden.". Art. 46.In artikel 323bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juli 1994, wordt het woord "computersystemen" vervangen door de woorden "informaticasystemen of elk ander elektronisch apparaat". Art. 47.In titel VII, hoofdstuk III, afdeling IV van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 333/2 ingevoegd, luidende : "Art. 333/2.Onverminderd de toepassing van artikel 333, kan de administratie binnen de aanslagtermijn van artikel 358, § 3, de in dit hoofdstuk bedoelde onderzoekingen verrichten voor de in artikel 358, § 1, 2°, vermelde jaren.". Art. 48.In artikel 358 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2006
pub.
28/07/2006
numac
2006202314
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : "2° ofwel het bekomen van inlichtingen uit het buitenland, waarvoor een rechtsgrond bestaat die het uitwisselen van inlichtingen regelt in verband met een belasting waarop die rechtsgrond van toepassing is, ofwel het in artikel 333/2 bedoelde onderzoek ten gevolge van het bekomen van dergelijke inlichtingen uitwijst dat belastbare inkomsten in België niet werden aangegeven : a) in de loop van één der vijf jaren vóór het jaar waarin de inlichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht; b) ingeval van bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, in de loop van één der zeven jaren vóór het jaar waarin de inlichtingen ter kennis van de Belgische administratie werden gebracht;"; 2° in paragraaf 3 worden de woorden " de resultaten van de controle of het onderzoek bedoeld in § 1, 2°." vervangen door de woorden "de inlichtingen bedoeld in § 1, 2°. ". Art. 49.Artikel 445 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 10 maart 2016 waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2. In afwijking van § 1, eerste lid, legt de door de bevoegde adviseur-generaal gemachtigde ambtenaar een geldboete op van 6 250 EUR wanneer niet voldaan is aan de in artikel 307, § 1, vierde, negende en tiende lid, bedoelde verplichting.
De voormelde geldboete wordt opgelegd per jaar en per niet gemelde juridische constructie.". Art. 50.Artikel 49 treedt in werking op de dag van de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad. Afdeling 2. - Belasting over de toegevoegde waarde
Onderafdeling 1. - Cloud Computing Art. 51.Artikel 61 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde vervangen bij de
wet van 17 december 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten6 en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten4, wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende : " § 3. De in dit artikel vermelde verplichtingen gelden eveneens wanneer de gegevens waar de administratie om verzoekt, zich digitaal in België of in het buitenland bevinden.".
Onderafdeling 2. - Uitbreiding rechtsgronden bij het verkrijgen van buitenlandse inlichtingen voor de toepassing van de verjaringstermijn Art. 52.In artikel 81bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten en vervangen bij de wet van 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het tweede lid wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt : "1° een inlichting, een onderzoek of een controle aantoont dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België, dat er handelingen ten onrechte werden vrijgesteld of dat er onrechtmachtige belastingaftrekken werden toegepast en de inlichting werd meegedeeld of verzocht of het onderzoek of de controle werd uitgevoerd of verzocht door, hetzij een andere lidstaat van de Europese Unie, overeenkomstig de regels daartoe bepaald in dit Wetboek of in de regelgeving van deze Unie, hetzij een bevoegde overheid van enig ander land waarmee België een overeenkomst heeft gesloten tot het vermijden van dubbele belasting of waarvoor een rechtsgrond bestaat die het uitwisselen van inlichtingen regelt, in verband met de belasting waarop die overeenkomst of die rechtsgrond van toepassing is;"; b) paragraaf 1 wordt aangevuld met een derde lid, luidende : "Voor de toepassing van het tweede lid mag de ontvangst van de inlichting afkomstig van het buitenland, de rechtsvordering, de kennisname van de bewijskrachtige elementen of van de aanwijzingen van belastingontduiking, respectievelijk bedoeld onder 1° tot 4° van dat lid zowel voor als na het verstrijken van de verjaringstermijn bedoeld in het eerste lid plaatsvinden.". Afdeling 3. - Verrekenprijzen
Art. 53.In titel VII, hoofdstuk III, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt na afdeling I een nieuwe afdeling I/1 ingevoegd, die de artikelen 321/1 - 321/6 omvat, met als opschrift : "Afdeling I/1 : Aanvullende rapporteringsverplichtingen inzake verrekenprijzen". Art. 54.In afdeling I/1 van hoofdstuk III van titel VII van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/1 ingevoegd, luidende : "Art. 321/1.Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder : 1° de uitdrukking "groep" : een verzameling ondernemingen die door eigenaarschap of controle op zulkdanige manier verbonden zijn dat ze ofwel op grond van de geldende boekhoudkundige regels een geconsolideerde jaarrekening moet opmaken voor de financiële verslaggeving, ofwel dit zou moeten doen indien aandelenbelangen in een van de ondernemingen zouden verhandeld worden op een gereglementeerde markt; 2° de uitdrukking "onderneming" : elke vorm van bedrijfsuitoefening door elke persoon zoals die is bedoeld in artikel 338, paragraaf 2, 13°, b., c. en d.; 3° de uitdrukking "multinationale groep" : elke groep die twee of meer ondernemingen omvat die van een verschillend rechtsgebied inwoner zijn, of die een onderneming omvat die inwoner is van het ene rechtsgebied en in een ander rechtsgebied aan belasting onderworpen is ter zake van de werkzaamheden die met behulp van een vaste inrichting worden uitgeoefend;4° de uitdrukking "groepsentiteit" : a) elke afzonderlijke entiteit van een multinationale groep die opgenomen is in de geconsolideerde jaarrekening van de multinationale groep voor de financiële verslaggeving, of die in die jaarrekening zou opgenomen worden indien aandelenbelangen in dergelijke entiteit van een multinationale groep op een gereglementeerde markt zouden verhandeld worden;b) elke dergelijke entiteit die enkel op grond van omvang of materieel belang niet opgenomen is in de geconsolideerde jaarrekening van de multinationale groep;en c) elke vaste inrichting van elke afzonderlijke entiteit van de multinationale groep die onder punt a) of b) hierboven valt, op voorwaarde dat de entiteit voor die vaste inrichting een afzonderlijke jaarrekening opmaakt met het oog op de financiële verslaggeving, op het naleven van de reglementering, op het aangeven van de belastingen of op interne beheerscontrole;5° de uitdrukking "gereglementeerde markt" : een markt in de zin van artikel 2, laatst gewijzigd door de
wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten4, 3°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;6° de uitdrukking "Belgische groepsentiteit" : elke groepsentiteit die fiscaal inwoner is van België;7° de uitdrukking "rapporterende entiteit" : de groepsentiteit die, in het rechtsgebied waarvan zij fiscaal inwoner is, namens de multinationale groep een landenrapport moet indienen.De rapporterende entiteit kan de uiteindelijke moederentiteit zijn, de surrogaatmoederentiteit, of elke andere entiteit die is omschreven in paragraaf 2 van artikel 321/2; 8° de uitdrukking "uiteindelijke moederentiteit" : een groepsentiteit van een multinationale groep die aan de volgende voorwaarden voldoet : a) ze bezit middellijk of onmiddellijk een belang in een of meer andere groepsentiteiten van die multinationale groep dat voldoende groot is om verplicht te zijn een geconsolideerde jaarrekening op te maken op grond van de boekhoudkundige regels die over het algemeen van toepassing zijn in het rechtsgebied waar die entiteit fiscaal inwoner is, of om verplicht te zijn dit te doen indien haar aandelenbelangen in het rechtsgebied waar ze haar fiscale woonplaats heeft, zouden verhandeld worden op een gereglementeerde markt, en b) geen andere groepsentiteit van die multinationale groep bezit middellijk of onmiddellijk een belang in de eerstgenoemde groepsentiteit zoals omschreven in alinea a) hierboven;9° de uitdrukking "surrogaatmoederentiteit" : een groepsentiteit van de multinationale groep die door die multinationale groep werd aangewezen als enige plaatsvervanger voor de uiteindelijke moederentiteit om namens die multinationale groep het landenrapport in te dienen, wanneer een of meer van de in artikel 321/2, § 2, eerste lid opgenoemde voorwaarden van toepassing zijn;10° de uitdrukking "rapporteringsperiode", gebruikt in verband met een multinationale groep : de periode waarvoor de uiteindelijke moederentiteit van de multinationale groep haar geconsolideerde jaarrekening opmaakt;11° de uitdrukking "internationaal akkoord" : de Multilaterale overeenkomst inzake wederzijdse administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden van 25 januari 1988, elk bilateraal of multilateraal belastingverdrag of elk akkoord inzake de uitwisseling van belastinggegevens waarbij België partij is en die voorziet in de uitwisseling van inlichtingen, daaronder begrepen de automatische uitwisseling van die gegevens;12° de uitdrukking "kwalificerend akkoord tussen bevoegde autoriteiten" : een akkoord : a) dat gesloten is tussen gemachtigde vertegenwoordigers van België en rechtsgebieden buiten de Europese Unie die partij zijn bij een internationaal akkoord, en b) dat de automatische uitwisseling vereist van landenrapporten tussen de rechtsgebieden die partij zijn;13° de uitdrukking "geconsolideerde jaarrekening" : de jaarrekening van een multinationale groep waarin de activa, passiva, de opbrengsten, de kosten en, in voorkomend geval, de kasstromen van de uiteindelijke moederentiteit en van de groepsentiteiten weergegeven zijn als die van een enkele economische entiteit;14° de uitdrukking "systematische nalatigheid", gebruikt in verband met een rechtsgebied : het feit dat een rechtsgebied een in werking zijnd kwalificerend akkoord tussen bevoegde autoriteiten heeft met België, maar dat dit rechtsgebied om andere redenen dan die welke in overeenstemming zijn met de bepalingen van dat akkoord, die automatische uitwisseling opgeschort heeft, dan wel anderszins stelselmatig nagelaten heeft om aan België automatisch de landenrapporten te bezorgen die het in zijn bezit heeft en die multinationale groepen betreffen die groepsentiteiten hebben in België;15° de uitdrukking "landenrapport" : een rapport dat de volgende elementen bevat : a) verzamelde informatie over het bedrag van de opbrengsten en van de winst of verlies vóór inkomstenbelasting, over de betaalde inkomstenbelasting, in de enkelvoudige jaarrekening opgenomen nog verschuldigde inkomstenbelasting, het gestorte kapitaal, de gereserveerde winst, het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, en alle activa met uitzondering van liquiditeiten, geldbeleggingen met een vervaldatum korter dan drie maanden dewelke niet onderhevig zijn aan significante waardeschommelingen, immateriële vaste activa en aandelen geboekt binnen de financiële vaste activa, en dit voor elk rechtsgebied waarin de multinationale groep actief is;b) een identificatie van elke groepsentiteit van de multinationale groep met vermelding van het rechtsgebied waarvan die groepsentiteit inwoner is, en indien verschillend, het rechtsgebied op grond van wiens wetgeving die groepsentiteit werd opgericht, en de aard van de voornaamste bedrijfsactiviteit of -activiteiten van die groepsentiteit; 16° de uitdrukking "bedrijfseenheid" : elk onderdeel, divisie, departement van de Belgische groepsentiteit gegroepeerd rond een bepaalde activiteit, productgroep of technologie.". Art. 55.In dezelfde afdeling I/1, ingevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/2 ingevoegd, luidende : "Art. 321/2.§ 1. Elke Belgische groepsentiteit die de uiteindelijke moederentiteit van een multinationale groep is, moet binnen 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode bij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen een landenrapport indienen dat betrekking heeft op die rapporteringsperiode. § 2. Een Belgische groepsentiteit die niet de uiteindelijke moederentiteit van een multinationale groep is, moet binnen 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode bij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen een landenrapport indienen, dat betrekking heeft op de laatst afgesloten rapporteringsperiode van de multinationale groep waarvan ze een groepsentiteit is, indien een van de volgende voorwaarden vervuld is : - de uiteindelijke moederentiteit van de multinationale groep is in het rechtsgebied waarvan zij fiscaal inwoner is niet verplicht om een landenrapport in te dienen; of - uiterlijk 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode heeft het rechtsgebied waarvan de uiteindelijke moederentiteit fiscaal inwoner is geen in werking zijnd kwalificerend akkoord tussen bevoegde autoriteiten waarbij België partij is; of - de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen heeft aan de Belgische groepsentiteit laten weten dat er sprake geweest is van systematische nalatigheid vanwege het rechtsgebied waarvan de uiteindelijke moederentiteit fiscaal inwoner is.
De Belgische groepsentiteit zal aan haar ultieme moederentiteit verzoeken om haar al de nodige informatie te verschaffen teneinde te voldoen aan haar verplichtingen om een landenrapport in te dienen.
Indien een Belgische groepsentiteit desondanks niet alle vereiste informatie verkregen of verworven heeft om voor de multinationale groep te rapporteren, zal de Belgische groepsentiteit een landenrapport indienen met alle verkregen of verworven informatie waarover zij beschikt, en zal zij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen ervan in kennis stellen dat de uiteindelijke moederentiteit geweigerd heeft om de vereiste informatie beschikbaar te stellen. De Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen zal alle lidstaten van de Europese Unie, alsook de Europese Commissie, op de hoogte brengen van die weigering.
Wanneer meerdere groepsentiteiten van dezelfde multinationale groep fiscaal inwoner zijn van de Europese Unie, en een of meer van de in het eerste lid uiteengezette voorwaarden vervuld zijn, mag de multinationale groep een van die groepsentiteiten aanwijzen om : - uiterlijk 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode het landenrapport in te dienen dat betrekking heeft op de laatst afgesloten rapporteringsperiode, en - de belastingadministratie waar het landenrapport wordt ingediend kennis te geven van het feit dat die indiening gebeurt teneinde gevolg te geven aan de indieningsvereisten die gelden voor al de groepsentiteiten van die multinationale groep die fiscaal inwoner zijn van de Europese Unie.
Wanneer een groepsentiteit niet alle informatie kan verkrijgen of verwerven die vereist is voor het indienen van een landenrapport, zal die groepsentiteit niet in aanmerking komen om te worden aangewezen als rapporterende entiteit voor de multinationale groep zoals omschreven in het voorafgaande lid. Deze regel doet geen afbreuk aan de verplichting van de groepsentiteit om de lidstaat waarvan zij inwoner is in kennis te stellen van het feit dat de uiteindelijke moedermaatschappij geweigerd heeft om de vereiste informatie beschikbaar te stellen. § 3. Niettegenstaande de bepalingen van paragraaf 2, is een Belgische groepsentiteit niet verplicht om bij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen een landenrapport in te dienen dat betrekking heeft op enige rapporteringsperiode indien de multinationale groep waarvan ze een groepsentiteit is uiterlijk 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode een landenrapport ter beschikking stelt, dat betrekking heeft op die rapporteringsperiode, via een surrogaatmoederentiteit die dat landenrapport indient bij de belastingautoriteit van het rechtsgebied waarvan zij inwoner is.
Hierbij moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn : 1. het rechtsgebied waarvan de surrogaatmoederentiteit fiscaal inwoner is, verplicht het indienen van een landenrapport;2. uiterlijk 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode waarvoor het landenrapport moet ingediend worden, heeft het rechtsgebied waarvan de surrogaatmoederentiteit fiscaal inwoner is een in werking zijnd kwalificerend akkoord tussen bevoegde autoriteiten waarbij België partij is;3. het rechtsgebied waarvan de surrogaatmoederentiteit fiscaal inwoner is, heeft de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen geen kennis gegeven van een systematische nalatigheid;4. het rechtsgebied waarvan de surrogaatmoederentiteit fiscaal inwoner is, werd uiterlijk op de laatste dag van de rapporteringsperiode van die multinationale groep door de groepsentiteit die fiscaal inwoner is van dat rechtsgebied op de hoogte gebracht van het feit dat die groepsentiteit de surrogaatmoederentiteit is;en 5. er werd aan de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen een kennisgeving bezorgd in overeenstemming met artikel 321/3, § 2. § 4. De verplichtingen in voorgaande paragrafen gelden voor multinationale groepen die, voor de rapporteringsperiode die onmiddellijk voorafgaat aan de laatste afgesloten rapporteringsperiode, een totaal van 750 miljoen euro of meer geconsolideerde bruto-groepsopbrengsten behalen zoals dat tot uiting komt in de geconsolideerde jaarrekening van die groep voor die voorafgaande rapporteringsperiode. § 5. Het landenrapport wordt ingediend door middel van een formulier waarvan het model en de wijze van indiening door de Koning wordt vastgesteld.". Art. 56.In dezelfde afdeling I/1, ingevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/3 ingevoegd, luidende : "Art. 321/3.§ 1. Elke Belgische groepsentiteit van een multinationale groep, die overeenkomstig artikel 321/2, § 4 een landenrapport moet indienen, zal de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen laten weten of zij de uiteindelijke moederentiteit dan wel de surrogaatmoederentiteit of de groepsentiteit overeenkomstig artikel 321/2, § 2 is, en dit uiterlijk op de laatste dag van de rapporteringsperiode van die multinationale groep. § 2. Wanneer een Belgische groepsentiteit van een multinationale groep, die overeenkomstig artikel 321/2, § 4 een landenrapport moet indienen, noch de uiteindelijke moederentiteit noch de surrogaatmoederentiteit is noch de groepsentiteit overeenkomstig artikel 321/2, § 2 is, zal ze uiterlijk op de laatste dag van de rapporteringsperiode van de multinationale groep de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen op de hoogte brengen van de identiteit en de woonplaats van de rapporterende entiteit.". Art. 57.In dezelfde afdeling I/1, ingevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/4 ingevoegd, luidende : "Art. 321/4.§ 1. Een Belgische groepsentiteit moet binnen 12 maanden na de laatste dag van de rapporteringsperiode van de multinationale groep bij de Belgische administratie bevoegd voor de vestiging van de inkomstenbelastingen een groepsdossier indienen dat betrekking heeft op die laatst afgesloten rapporteringsperiode. § 2. In het groepsdossier wordt een overzicht gegeven van de multinationale groep, inclusief de aard van de bedrijfsactiviteiten, de immateriële vaste activa, de intra-groep financiële verrichtingen en de geconsolideerde financiële en fiscale positie van de multinationale groep, haar algehele verrekenprijspolitiek en haar wereldwijde allocatie van haar inkomsten en economische activiteiten om belastingadministraties te ondersteunen bij de beoordeling van de aanwezigheid van een verrekenprijsrisico. § 3. De verplichting in § 1 geldt voor elke Belgische groepsentiteit van een multinationale groep die, voor het boekjaar dat onmiddellijk voorafgaat aan het laatste afgesloten boekjaar, één van onderstaande criteria overschrijdt, zoals blijkt uit haar enkelvoudige jaarrekening : - een totaal van 50 miljoen euro aan bedrijfs- en financiële opbrengsten met uitsluiting van de niet-recurrente opbrengsten; - een balanstotaal van 1 miljard euro; - het jaargemiddelde van het personeelsbestand van 100 voltijdse equivalenten. § 4. Het groepsdossier wordt ingediend door middel van een formulier waarvan het model en de indieningsmodaliteiten door de Koning wordt vastgesteld.". Art. 58.In dezelfde afdeling I/1, ingevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/5 ingevoegd, luidende : "Art. 321/5.§ 1. Een Belgische groepsentiteit, dient bij haar aangifte een lokaal dossier in met betrekking tot het boekjaar waarop die aangifte betrekking heeft. § 2. Het lokaal dossier bestaat uit een formulier waarin informatie opgenomen is met betrekking tot de lokale entiteit en een gedetailleerd inlichtingenformulier aangaande de verrekenprijsanalyse van de verrichtingen tussen de lokale entiteit en de buitenlandse entiteiten van de multinationale groep, in het bijzonder de relevante financiële informatie van deze verrichtingen, de vergelijkbaarheidsstudie en de selectie en de toepassing van de meest aangewezen verrekenprijsmethode. § 3. De verplichting in § 1 geldt voor elke Belgische groepsentiteit van een multinationale groep die, voor het boekjaar dat onmiddellijk voorafgaat aan het laatste afgesloten boekjaar, één van onderstaande criteria overschrijdt, zoals blijkt uit haar enkelvoudige jaarrekening : - een totaal van 50 miljoen euro aan bedrijfs- en financiële opbrengsten met uitsluiting van de niet-recurrente opbrengsten; - een balanstotaal van 1 miljard euro; - het jaargemiddelde van het personeelsbestand van 100 voltijdse equivalenten.
Het inlichtingenformulier bij het lokaal dossier dient slechts ingevuld te worden wanneer voor ten minste één van de bedrijfseenheden binnen de Belgische groepsentiteit de drempelwaarde van een totaal van 1 000 000 euro aan grensoverschrijdende transacties met groepsentiteiten werd overschreden in het laatste afgesloten boekjaar.
In dat geval moet het inlichtingenformulier ingevuld worden voor elke bedrijfseenheid die deze drempelwaarde overschrijdt. § 4. Het lokale dossier moet ingediend worden in een formulier waarvan het model door de Koning werd vastgesteld.". Art. 59.In dezelfde afdeling I/1, ingevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/6 ingevoegd, luidende : "Art. 321/6.Het landenrapport zal gebruikt worden voor het beoordelen van grote verrekenprijsrisico's en van andere risico's die verband houden met de uitholling van de belastbare grondslag en met winstverschuiving, daaronder begrepen het risico dat leden van de multinationale groep waarvoor regels in verband met verrekenprijzen van toepassing zijn, die regels niet naleven en, waar aangewezen, ook voor het maken van een economische en statistische analyse.
Aanpassingen van de verrekenprijzen, mogen niet louter gebaseerd zijn op het landenrapport. Niettegenstaande het voorafgaande, is het niet verboden om het landenrapport als basis te gebruiken om in het kader van een controle verder onderzoek te verrichten naar de verrekenprijsafspraken van de multinationale groep of naar andere belastingaangelegenheden, van een groepsentiteit met als gevolg dat passende correcties mogen gemaakt worden aan het belastbaar inkomen van een groepsentiteit.". Art. 60.In dezelfde afdeling I/1, ingevoegd bij artikel 53, wordt een artikel 321/7 ingevoegd, luidende : "Art. 321/7.Voor de toepassing van deze afdeling en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsbesluiten kan de rapportage van de daarin bedoelde formulieren, naast de gebruikelijke landstalen, ook in het Engels gebeuren.
Voor elk ander gebruik van de formulieren dan de rapportage voorzien onder deze afdeling of een daaruit volgende controle, moet, indien vereist, een vertaling in een van de Belgische landstalen, al dan niet door een beëdigd vertaler, door de belastingplichtige ingediend worden.". Art. 61.In artikel 358 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2006
pub.
28/07/2006
numac
2006202314
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met een 5° luidende : "5° er na een procedure van onderling overleg in toepassing van een internationale overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting of na een procedure in toepassing van het …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.