← België

Koninklijk besluit betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit regelt het gezondheidstoezicht op werknemers om hun gezondheid te beschermen en te bevorderen door risico's te voorkomen en beroepsziekten vroegtijdig op te sporen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
28 MEI 2003. - Koninklijk besluit betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, inzonderheid op artikel 4, § 1, gewijzigd bij de wet van 7 april 1999 en 11 juni 2002; Gelet op het advies van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk, gegeven op 12 april 2002; Gelet op advies 34.251/1 van de Raad van State, gegeven op 8 april 2003; Op de voordracht van Onze Minister van Werkgelegenheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Afdeling 1. - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op de werkgevers en de werknemers evenals op de daarmee gelijkgestelde personen, bedoeld in artikel 2 van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Art. 2.Voor de toepassing van de bepalingen van dit besluit wordt verstaan onder : 1° veiligheidsfunctie : elke werkpost waar gebruik wordt gemaakt van arbeidsmiddelen, waar motorvoertuigen, kranen, rolbruggen, hijstoestellen van welke aard ook, of machines die gevaarlijke installaties of toestellen in werking zetten, bestuurd worden of nog waar dienstwapens worden gedragen, voor zover het gebruik van die arbeidsmiddelen, het besturen van die werktuigen en installaties of het dragen van die wapens de veiligheid en gezondheid van andere werknemers van de onderneming of van ondernemingen van buitenaf, in gevaar kan brengen;2° functie met verhoogde waakzaamheid : elke werkpost die bestaat uit het permanent toezicht op de werking van een installatie en waar een gebrek aan waakzaamheid tijdens de uitvoering van het toezicht, de veiligheid en gezondheid van andere werknemers van de onderneming of van ondernemingen van buitenaf in gevaar kan brengen;3° activiteit met welbepaald risico : elke activiteit of werkpost waarvoor uit de resultaten van de risicoanalyse het bestaan blijkt van : a) een identificeerbaar risico voor de gezondheid van de werknemer, te wijten aan de blootstelling aan een fysisch agens, een biologisch of chemisch agens;b) een verband tussen de blootstelling aan een belasting van ergonomische aard of die verbonden is aan de zwaarte van het werk of aan monotoon en tempogebonden werk en een identificeerbaar risico op een fysieke of mentale werkbelasting voor de werknemer;c) een verband tussen de activiteit en een identificeerbaar risico voor psycho-sociale belasting van de werknemer;4° activiteit verbonden aan voedingswaren : elke activiteit die een behandeling of een onmiddellijk contact inhoudt met voedingswaren of -stoffen die zijn bestemd voor comsumptie ter plaatse of voor verkoop en die kunnen worden besmet of bezoedeld;5° risicoanalyse : de risicoanalyse bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012228 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk sluiten betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;6° risico : de waarschijnlijkheid dat de mogelijke schade van een werkpost of activiteit zich voordoet, in de gebruiks- of blootstellingsomstandigheden, bij de bezetting van die werkpost of bij de uitoefening van die activiteit;7° werkpost : de plek waar men werkt, het toestel of het geheel van uitrustingen waarmee men werkt, evenals de onmiddellijke werkomgeving;8° Comité : het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk, bij ontstentenis van een Comité, de vakbondsafvaardiging en bij ontstentenis van een vakbondsafvaardiging de werknemers zelf overeenkomstig de bepalingen van artikel 53 van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;9° het koninklijk besluit betreffende het beleid inzake het welzijn : het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012228 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk sluiten betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;10° de wet : de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Afdeling 2. - Doelstellingen Art. 3.Het gezondheidstoezicht op de werknemers heeft tot doel de gezondheid van de werknemers te bevorderen en te behouden door risico's te voorkomen. Dit gebeurt door het stellen van preventieve handelingen, waardoor de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in staat is om : a) de tewerkstellingskansen te bevorderen voor iedereen, inzonderheid door aan de werkgever aangepaste werkmethodes voor te stellen, het voorstellen van aanpassingen van de werkpost en het zoeken naar aangepast werk, ook voor werknemers met een beperkte arbeidsgeschiktheid;b) zo vroeg mogelijk beroepsziekten en arbeidsgebonden aandoeningen op te sporen;c) de werknemers te informeren en te adviseren over de aandoeningen en gebreken waardoor zij eventueel zijn getroffen;d) mee te werken aan het opsporen en het onderzoek van de risicofactoren voor beroepsziekten en arbeidsgebonden aandoeningen;e) te vermijden dat werknemers worden tewerkgesteld aan taken waarvan zij, wegens hun gezondheidstoestand normaal de risico's niet kunnen dragen;f) te vermijden dat personen tot het werk worden toegelaten die getroffen zijn door ernstige besmettelijke aandoeningen of die een gevaar voor de veiligheid betekenen van de andere werknemers;g) de beslissing inzake de arbeidsgeschiktheid van een werknemer op het ogenblik van het medisch onderzoek te staven, door rekening te houden met : 1° de veiligheidsfunctie of functie met verhoogde waakzaamheid die hij daadwerkelijk uitoefent of zal uitoefenen, en die de gezondheid en veiligheid van andere werknemers in gevaar kan brengen;2° de activiteit met welbepaald risico die zijn gezondheid aantast of kan aantasten;3° de activiteit verbonden met voedingswaren. Afdeling 3. - Verplichtingen van de werkgever in verband met de toepassing en de uitvoering van het gezondheidstoezicht Art. 4.§ 1. De werkgever neemt de nodige maatregelen opdat de werknemers die een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid, een activiteit met welbepaald risico, of een activiteit verbonden met voedingswaren uitoefenen, verplicht onder gezondheidstoezicht staan, en opdat de uitvoering van dit gezondheidstoezicht verloopt overeenkomstig de voorschriften van dit besluit. § 2. Het gezondheidstoezicht van werknemers is niet verplicht wanneer uit resultaten van de risicoanalyse die uitgevoerd is in samenwerking met de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en die aan het voorafgaand advies van het Comité werd voorgelegd, blijkt dat dit niet nodig is. § 3. Over de betwistingen die kunnen voortvloeien uit de toepassing van de bepalingen bedoeld in § 1 en § 2 zal beslist worden door de geneesheer-arbeidsinspecteur van de medische arbeidsinspectie. Art. 5.§ 1. De werkgever neemt de nodige maatregelen opdat elke werknemer die dit wenst op gezette tijden van een gezondheidstoezicht kan genieten betreffende de risico's voor zijn veiligheid en gezondheid op het werk. Dit gezondheidstoezicht wordt uitgeoefend voor een door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer bepaalde periode, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit. § 2. De werkgever neemt de nodige maatregelen om de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer onmiddellijk te verwittigen opdat elke werknemer die klaagt over ongemakken die kunnen worden toegeschreven aan zijn arbeidsomstandigheden, onverwijld wordt onderzocht. Art. 6.§ 1. Op basis van de resultaten van de permanente risicoanalyse maakt de werkgever in functie van het totaal aantal tewerkgestelde werknemers volgende lijsten op en houdt deze bij : 1° een lijst met de veiligheidsfuncties, functies met verhoogde waakzaamheid en activiteiten met welbepaald risico en activiteiten verbonden aan voedingswaren;2° een naamlijst met de werknemers die verplicht aan het gezondheidstoezicht onderworpen zijn, met naast de naam van elke werknemer de aard van de effectief uitgeoefende veiligheidsfunctie, functie met verhoogde waakzaamheid of activiteit met welbepaald risico of activiteit verbonden aan voedingswaren;3° een naamlijst met de werknemers die onderworpen zijn aan de verplichte inentingen of tuberculinetests;4° een nominatieve lijst van de werknemers bedoeld in artikel 5, § 1. Bovendien duidt hij voor elke activiteit met een welbepaald risico bedoeld in het eerste lid, 1° de aard van de fysische, chemische of biologische agentia, of het soort fysieke of mentale werkbelasting, of het soort psycho-sociale belasting veroorzaakt door het werk aan. § 2. De in § 1, 2° en 3° bedoelde naamlijsten vermelden bovendien voor elke werknemer : 1) naam en voornaam;2) geslacht;3) geboortedatum;4) datum van de laatste verplichte gezondheidsbeoordeling. Deze lijsten worden naamlijsten van het gezondheidstoezicht genoemd en worden bij het jaarlijks actieplan gevoegd. Art. 7.§ 1. De werkgever bezorgt de betrokken preventieadviseur-arbeidsgeneesheer jaarlijks de in artikel 6, § 1, 1° bedoelde lijst. Laatstgenoemde onderzoekt deze lijsten en bezorgt de werkgever een advies, onder de vorm van een schriftelijk verslag, opgemaakt op grond van de resultaten van de permanente risicoanalyse en alle gegevens die hij nuttig acht. De werkgever voegt deze lijsten jaarlijks toe aan het jaarlijks actieplan en raadpleegt het Comité overeenkomstig de termijn vastgesteld in artikel 12 van het koninklijk besluit betreffende het beleid inzake het welzijn. § 2. De werkgever mag geen enkele werknemer schrappen die op de nominatieve lijst van het gezondheidstoezicht bedoeld in artikel 6, § 1, 2°, is ingeschreven, noch enige wijziging aan deze lijst aanbrengen, behalve als hij het akkoord bekomen heeft van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en het Comité. Ingeval van onenigheid vraagt de werkgever de tussenkomst van de geneesheer-inspecteur van de Medische Arbeidsinspectie die beslist om deze lijst al dan niet te wijzigen. Art. 8.§ 1. Na eensluidend advies van het Comité, bezorgt de werkgever de betrokken preventieadviseur-arbeidsgeneesheer minstens één maal per jaar een afschrift van de eventueel aangepaste lijsten, bedoeld in artikel 6, § 1. § 2. Deze lijsten moeten de betrokken preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in staat stellen de werknemers via de werkgever op te roepen om zich op de voorziene datum aan te bieden voor de periodieke gezondheidsbeoordeling of de nieuwe inentingen of tuberculinetests waaraan ze zich moeten onderwerpen en na te gaan of alle werknemers die aan het gezondheidstoezicht onderworpen zijn dit daadwerkelijk tijdig hebben ondergaan. Waar nodig herinnert hij de werkgever hieraan. Art. 9.De in artikel 6, § 1 bedoelde lijsten kunnen te allen tijde ter plaatse bij de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk geraadpleegd worden door het Comité. De met het toezicht belaste ambtenaren kunnen eisen dat hun de nodige afschriften of uittreksels voor de uitvoering van hun opdracht worden overhandigd. De werkgever bewaart deze lijsten evenals de lijsten die werden opgesteld vóór de inwerkingtreding van dit besluit, gedurende ten minste vijf jaar vanaf de datum waarop deze lijsten werden opgesteld en zij mogen zowel op papier als op elektronische gegevensdrager worden bewaard. Art. 10.De werkgever brengt de werknemers die aan het gezondheidstoezicht onderworpen worden vooraf op de hoogte van het doel en de aard van de preventieve medische onderzoeken, inentingen en tuberculinetests die zij moeten ondergaan, alsook van de procedure die zij moeten volgen om deze te ondergaan. Art. 11.De werkgever overhandigt iedere kandidaat of werknemer die onderworpen is aan een preventief medisch onderzoek dat geen periodieke gezondheidsbeoordeling is een formulier « verzoek om gezondheidstoezicht over de werknemers ». Dit formulier is bestemd voor de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. Het beantwoordt aan het model dat gaat als bijlage I bij dit besluit. Het wordt naar behoren door de werkgever aangevuld met de vereiste inlichtingen en wordt in het gezondheidsdossier bewaard. De werkgever die aangesloten is bij een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk, neemt contact op met de afdeling belast met medisch toezicht, om de datum vast te leggen waarop de werknemer het preventief medisch onderzoek zal moeten ondergaan. Hij deelt deze datum mee aan de werknemer. Art. 12.§ 1. De werknemers worden tijdens de werkuren onderworpen aan de medische onderzoeken, de inentingen en de tuberculinetests evenals aan de geneeskundige verstrekkingen bedoeld in artikel 15, § 1, tweede lid. De hieraan bestede tijd wordt als arbeidstijd bezoldigd en de verplaatsingsonkosten zijn ten laste van de werkgever. § 2. De preventieve handelingen die door de preventieadviseurs-arbeidsgeneesheren krachtens de bepalingen van dit besluit worden verricht, en de geneeskundige verstrekkingen, bedoeld in artikel 15, § 1, tweede lid, mogen voor de werknemers geen enkele uitgave meebrengen. § 3. Onder voorbehoud van de bepalingen betreffende de voorafgaande gezondheidsbeoordeling, is elk verzoek om gezondheidstoezicht of elke oproeping van een werknemer om te verschijnen voor een afdeling of een departement belast met het medisch toezicht, hetzij buiten zijn gewone werkuren, hetzij tijdens de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, hetzij in de loop van de periode van vrijstelling van arbeid absoluut nietig en heeft zij de absolute nietigheid van de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer tot gevolg. § 4. De Minister van Werkgelegenheid kan voor bepaalde categorieën van werkgevers afwijken van de verbodsbepaling betreffende de werkuren vermeld in § 3 op grond van de aard van het uitgevoerde werk of indien objectieve en technische redenen de toepassing van de voormelde bepaling onmogelijk maken, na hiertoe voorafgaand het advies van het bevoegde paritair comité te hebben ingewonnen. Art. 13.De werknemers die zich onttrekken aan de preventieve medische onderzoeken waaraan zij zich krachtens de bepalingen van dit besluit moeten onderwerpen, alsook de werknemers die aan de verplichte inentingen of tuberculinetests zijn onderworpen maar niet beschikken over een geldig bewijs of over een geldige kaart, opgesteld overeenkomstig bijlage V bij het koninklijk besluit van 4 augustus 1996 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan biologische agentia op het werk en ondertekend door een arts, mogen door de werkgevers niet aan het werk worden gesteld of gehouden. Art. 14.Tijdens de procedure van werving en selectie en tijdens de duur van de tewerkstelling mogen de werkgevers geen andere tests of medische onderzoeken laten uitvoeren dan deze die de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer krachtens dit besluit mag uitvoeren, inzonderheid met een ander doel dan het staven van de beslissing dat de kandidaat of werknemer die onderworpen is aan de verplichte beoordeling van de gezondheid geschikt is in functie van de kenmerken van de betrokken werkpost of activiteit met welbepaald risico. Afdeling 4. - De preventieve handelingen en de specifieke verplichtingen van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer Art. 15.§ 1. De preventieve handelingen die moeten uitgevoerd worden omvatten de preventieve medische onderzoeken, het samenstellen van een geneeskundig dossier en de inentingen en tuberculinetests. In afwijking van het eerste lid mogen de afdelingen of departementen belast met het medisch toezicht van de interne of externe diensten eveneens geneeskundige verstrekkingen uitvoeren met toepassing van andere wetten en besluiten dan de wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, doch enkel voor de werknemers van de werkgevers die bij hen aangesloten zijn. De bepalingen van afdeling 6 zijn van toepassing op deze verstrekkingen. § 2. De preventieve handelingen mogen slechts worden toegepast om de doelstellingen, bedoeld in artikel 3 te bereiken. Art. 16.De preventieve medische onderzoeken omvatten : 1. de voorafgaande gezondheidsbeoordeling;2. de periodieke gezondheidsbeoordeling;3. het onderzoek bij werkhervatting; In voorkomend geval, omvatten zij eveneens : 1. de spontane raadpleging;2. het voortgezet gezondheidstoezicht;3. de gezondheidsbeoordeling van een definitief arbeidsongeschikte werknemer met het oog op zijn reïntegratie;4. de uitbreiding van het gezondheidstoezicht. Art. 17.Om zijn beslissing aangaande de huidige gezondheidstoestand van iedere te onderzoeken kandidaat of werknemer te staven, brengt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer de resultaten van zijn preventief medisch onderzoek in verband met de resultaten van de geactualiseerde risicoanalyse van de veiligheidsfunctie, functie met verhoogde waakzaamheid of activiteit met welbepaald risico, of de activiteit verbonden aan voedingswaren, die de kandidaat of werknemer uitoefent of daadwerkelijk zal uitoefenen. Art. 18.§ 1. De preventieve medische onderzoeken, de inentingen en tuberculinetests worden persoonlijk uitgevoerd door dezelfde preventieadviseur-arbeidsgeneesheer als deze die meewerkt aan de uitvoering van de opdrachten in verband met de risicoanalyse. Deze preventieadviseur-arbeidsgeneesheer kan zich laten bijstaan door verpleegkundig personeel of door personeel met een passende opleiding. § 2. Indien de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer een beroep doet op bevoegde medewerkers voor het uitvoeren van de gerichte onderzoeken of tests, het biologisch toezicht en de radiografische onderzoeken bedoeld in artikel 28, zorgt hij ervoor dat de geneesheren, medische instellingen of medische laboratoria, die hem desgevallend door de werkgever of de bestuursraad van de externe dienst en met zijn goedkeuring werden aangewezen, hem tijdig hun onderzoeksresultaten bezorgen. Art. 19.§ 1. Wanneer een preventieadviseur-arbeidsgeneesheer van een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk zijn functie onderbreekt om reden van verlof, ziekte, ongeval of om enige andere oorzaak, en wanneer daardoor het departement belast met het medisch toezicht van de interne dienst zijn verplichtingen onmogelijk kan nakomen, zodanig dat de in dit besluit opgelegde preventieve handelingen niet meer kunnen worden uitgevoerd binnen de voorziene termijnen, dient de werkgever een tijdelijke vervanger voor die geneesheer aan te stellen. § 2. Voor zover de omstandigheden het vereisen, bezit de vervangende arts minstens dezelfde bijzondere kwalificaties als deze van de arts die hij vervangt. Evenwel dient hij steeds te beantwoorden aan de voorschriften van artikel 25, derde lid van het koninklijk besluit van 27 maart 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012228 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012230 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 27/03/1998 pub. 31/03/1998 numac 1998012229 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Interne Dienst voor preventie en bescherming op het Werk sluiten betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk. § 3. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer doet het nodige om aan de werkgever de artsen aan te wijzen die hem kunnen vervangen. Hij houdt hierbij rekening met de bovenvermelde voorwaarden. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer stelt de volledige gegevens van deze artsen ter beschikking van de werkgever. Art. 20.§ 1. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer brengt uit eigen beweging de betrokken kandidaat of werknemer op de hoogte van de afwijkingen, opgespoord tijdens de preventieve medische onderzoeken die op hem betrekking hebben. Ter gelegenheid van die onderzoeken geeft de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer aan de kandidaat of de werknemer de nodige raadgevingen verantwoord door zijn gezondheidstoestand. § 2. Hij verzoekt de werknemer, bij wie hij een aantasting van zijn gezondheid vaststelt, zijn behandelend arts te raadplegen. Mits de werknemer hiermee instemt, verschaft hij de behandelende arts alle nuttige informatie. Wanneer het hem lijkt dat die aantasting beroepsgebonden is, wendt hij één van de maatregelen bedoeld in artikel 34 aan en vult hij een aangifte van beroepsziekte in overeenkomstig artikel 94. § 3. Zonodig deelt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer aan de werknemer mee welke sociale diensten of instellingen hem de gewenste hulp of bijstand kunnen verlenen. Art. 21.De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer neemt deel aan de vergaderingen van het Comité van de betrokken onderneming overeenkomstig de bepalingen van artikel 25 van het koninklijk besluit van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 10/07/1999 numac 1999012359 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de opdrachten en de werking van de Comités voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 03/06/1999 numac 1999012069 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de bescherming van de jongeren op het werk type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 10/07/1999 numac 1999012360 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk sluiten betreffende de opdrachten en de werking van de Comités voor preventie en bescherming op het werk. Art. 22.De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer heeft bij de uitvoering van zijn functie de vrije toegang tot de ondernemingen en de instellingen. Hij dient toegang te krijgen tot alle arbeidsplaatsen. Art. 23.De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer gaat in geen geval na of de afwezigheid van de werknemers om gezondheidsreden gegrond is. Om beter de doeltreffendheid van het preventieprogramma te kunnen inschatten, beroepsziekten op te sporen, risico's te identificeren en de mindervalide of gehandicapte werknemer, met het oog op herinschakeling in het arbeidsproces, werk te geven dat overeenstemt met zijn toestand, mag hij nochtans telkens hij het nuttig acht, bij de behandelende arts informeren naar de omstandigheden die de oorzaak kunnen zijn van die afwezigheid en naar de evolutie van zijn gezondheidstoestand. Art. 24.Onder voorbehoud van de bepalingen van afdeling 8 betreffende de aangifte van beroepsziekten, zijn, wat betreft de inhoud van het gezondheidsdossier, de preventieadviseurs-arbeidsgeneesheren en de personen die hen bijstaan strikt gebonden door het beroepsgeheim. Art. 25.Elke klacht over beroepsfouten die de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer worden verweten wordt meegedeeld aan de betrokken geneesheer-directeur van de medische Arbeidsinspectie, die wanneer na onderzoek waaruit blijkt dat de klacht gegrond is, de Orde der Geneesheren ervan in kennis stelt. Afdeling 5. - De verschillende vormen van gezondheidsbeoordeling Onderafdeling 1. - Voorafgaande gezondheidsbeoordeling Art. 26.De werkgever onderwerpt de volgende werknemers aan een voorafgaande gezondheidsbeoordeling : 1° de werknemers die in dienst genomen worden om te worden tewerkgesteld in een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid, een activiteit met welbepaald risico of een activiteit verbonden aan voedingswaren;2° de werknemers die in dienst zijn en aan wie een andere functie wordt toegewezen in de onderneming of inrichting, waardoor zij worden tewerkgesteld in een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid of een activiteit met welbepaald risico, of een activiteit verbonden aan voedingswaren, waarin zij voorheen niet waren tewerkgesteld of waardoor zij voor het eerst in dergelijke functie of aan dergelijke activiteit worden tewerkgesteld. Art. 27.Bij de voorafgaande gezondheidsbeoordeling neemt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer zijn beslissing betreffende de geschiktheid van de werknemer, en deelt hij ze mee aan de werknemer en de werkgever, op één van de volgende ogenblikken : 1° in het geval bedoeld in artikel 26, 1°, vooraleer de werknemer effectief tewerkgesteld wordt in de desbetreffende functie of aan de desbetreffende activiteit;2° in het geval bedoeld in artikel 26, 2°, vooraleer de wijziging van de functie of activiteit wordt doorgevoerd en voor zover deze wijziging effectief gebeurt, onder voorbehoud van de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer. In afwijking van het eerste lid, 1° mag de voorafgaande gezondheidsbeoordeling en de betekening van de beslissing ook gebeuren : 1° hetzij tijdens de periode van het proefbeding, voor zover deze niet de periode van één maand overschrijdt, en tijdens dewelke niet eenzijdig een einde kan worden gemaakt aan de arbeidsovereenkomst, tenzij wegens dringende reden, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten;2° hetzij vooraleer de arbeidsovereenkomst gesloten wordt, voor zover deze gezondheidsbeoordeling de laatste stap is in de procedure van werving en selectie en de arbeidsovereenkomst, onder voorbehoud van de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, effectief tot stand komt. Art. 28.§ 1. De voorafgaande gezondheidsbeoordeling bevat minstens volgende handelingen : 1° het uitvoeren en het optekenen van de beroepsanamnese en de medische voorgeschiedenis van de werknemer;2° een klinisch onderzoek van de algemene gezondheidstoestand en relevante biometrische onderzoeken;3° de opsporing van afwijkingen en contra-indicaties om de werkpost in te nemen of de activiteit daadwerkelijk uit te oefenen. § 2. Deze beoordeling wordt aangevuld met de volgende bijkomende handelingen indien specifieke reglementaire bepalingen, genomen in uitvoering van de wet, zulks vaststellen : 1° een gericht onderzoek of gerichte functionele tests toegespitst op het of de betrokken fysiologische systemen die moeten onderzocht worden omwille van de aard van de blootstelling of de vereisten van de uit te voeren activiteiten.De gekozen onderzoekstechnieken beantwoorden aan de beroepsnormen die hun veiligheid waarborgen; 2° een biologisch toezicht waarbij betrouwbare en specifiek gevalideerde indicatoren gebruikt worden die specifiek zijn voor het chemisch agens en zijn metabolieten of voor het biologisch agens;3° een test naar vroegtijdige en omkeerbare effecten ten gevolge van de blootstelling, bedoeld om het risico op te sporen;4° een radiografisch onderzoek van de borstorganen indien dit vooraf gerechtvaardigd werd volgens de principes, bepaald in artikel 51 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen type koninklijk besluit prom. 20/07/2001 pub. 10/10/2013 numac 2013000542 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. Art. 29.De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer mag de in artikel 26 bedoelde kandidaten en werknemers vrijstellen van alle of een deel van de handelingen die deel uitmaken van de voorafgaande gezondheidsbeoordeling indien zij deze onlangs hebben ondergaan, mits : 1° hij in kennis wordt gesteld van het resultaat van deze handelingen;2° de tijdspanne die verstreken is sinds de uitvoering van die handelingen niet groter is dan het tijdsverloop tussen de periodieke gezondheidsbeoordelingen die worden voorzien voor de werknemers die een gelijkaardige werkpost bezetten of een gelijkaardige activiteit met welbepaald risico uitoefenen en onderworpen zijn aan het gezondheidstoezicht. Onderafdeling 2. - Periodieke gezondheidsbeoordeling Art. 30.De werkgever is gehouden de werknemers, die een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid, een activiteit met welbepaald risico op een activiteit verbonden aan voedingswaren uitoefenen, aan een periodieke gezondheidsbeoordeling te onderwerpen. Art. 31.De periodieke gezondheidsbeoordeling omvat de handelingen, voorgeschreven in artikel 28, § 1 en § 2. Art. 32.Op initiatief van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer kan het soort bijkomende handelingen bedoeld in artikel 28, § 2, vervangen worden door andere type handelingen waarvan het resultaat dezelfde waarborgen inzake validiteit en betrouwbaarheid biedt. In dat geval kiest de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer voor handelingen die de lichamelijke integriteit van de werknemer het meest respecteren en zijn veiligheid waarborgen. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer licht het Comité vervolgens in over het type uitgevoerde handelingen. Art. 33.§ 1. Deze periodieke gezondheidsbeoordeling wordt eenmaal per jaar uitgevoerd, tenzij wanneer andere bijzondere besluiten, genomen in uitvoering van de wet, een andere periodiciteit voorzien. § 2. Indien de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer dit noodzakelijk acht, kan hij een kortere tussentijd vastleggen wegens de aard van de werkpost of activiteit of de gezondheidstoestand van de werknemer, of omdat de werknemer behoort tot een bijzonder gevoelige risicogroep, of wegens incidenten of ongevallen die zich hebben voorgedaan en die de duur en intensiteit van de blootstelling kunnen wijzigen. De uitgevoerde handelingen tussen twee periodieke beoordelingen in, zijn de bijkomende handelingen bedoeld bij artikel 28, § 2. Wanneer deze de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer tot de mening brengen dat het niet aangewezen is een werknemer op zijn werkpost te houden of zijn activiteit verder te laten uitoefenen, worden deze handelingen aangevuld met een algemeen klinisch onderzoek, vooraleer de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer een beslissing ten aanzien van deze werknemer neemt. § 3. Wanneer de resultaten van de gezondheidsbeoordeling van de werknemers wijzen op een onzekerheid betreffende het effectief bestaan van het risico kan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer voorstellen de tussentijd van de periodieke gezondheidsbeoordeling met één jaar te verlengen. Een gepast systeem voor toezicht op de blootstelling van de werknemers wordt binnen de tussentijd ingesteld en jaarlijks geëvalueerd. Dit systeem bevat de bijkomende handelingen bedoeld in artikel 28, § 2, 2° en 3°. § 4. De voorgestelde ingekorte of verlengde tussentijd en de resultaten van het gepaste systeem voor toezicht, bedoeld in § 3, worden voor voorafgaandelijk advies voorgelegd aan het Comité en meegedeeld aan de geneesheer-arbeidsinspecteur van de medische Arbeidsinspectie. § 5. Zo hij het nodig acht, kan de geneesheer-arbeidsinspecteur van de Medische Arbeidsinspectie, de door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer voorgestelde tussentijd wijzigen of voor sommige werknemers een nieuwe tussentijd voor de periodieke gezondheidsbeoordeling vaststellen. § 6. De werknemer die getroffen is door een beroepsgebonden aandoening waarvan de diagnose aan de hand van de in artikel 28 bepaalde handelingen niet voldoende kan worden gesteld, wordt onderworpen aan elk bijkomend onderzoek dat door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer of de geneesheer-arbeidsinspecteur van de Medische Arbeidsinspectie als noodzakelijk wordt aangezien. Art. 34.§ 1. Op grond van de resultaten van de periodieke gezondheidsbeoordeling, en wanneer de gezondheidstoestand van de werknemer dit vereist, stelt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer aan de werkgever alle gepaste individuele en collectieve preventie- of beschermingsmaatregelen voor. § 2. Die maatregelen kunnen er in bestaan : 1° de duur, intensiteit of frequentie van de blootstelling aan dergelijke agentia of belasting te verminderen;2° een herinrichting of aanpassing van de werkpost of activiteit en/of de werkmethodes en/of de arbeidsomstandigheden voor te stellen;3° vorming of informatie te verstrekken over de algemene preventie- en beschermingsmaatregelen die moeten toegepast worden;4° de gezondheid te beoordelen van alle werknemers die een analoge blootstelling hebben ondergaan of die werden tewerkgesteld aan gelijkaardige activiteiten;5° de risico-analyse opnieuw uit te voeren met betrekking tot de specifieke risico's van de werkpost of activiteit, inzonderheid bij toepassing van een nieuwe techniek, het gebruik van een nieuw produkt of de verhoging van het werkritme;6° de betrokken werknemer niet meer bloot te stellen aan een agens of belasting bedoeld in artikel 2, 3° of de werknemer tijdelijk over te plaatsen van zijn werkpost of de uitgeoefende activiteit. De maatregelen betreffende elke individuele werknemer worden genomen overeenkomstig de bepalingen van afdeling 6 die de beslissingen van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer regelen. De collectieve maatregelen die genomen zijn worden ter kennis gebracht van het Comité. Onderafdeling 3. - Onderzoek bij werkhervatting Art. 35.Na minstens vier weken afwezigheid wegens om het even welke ziekte, aandoening of ongeval of wegens bevalling, worden de werkne(e)m(st)ers tewerkgesteld aan een veiligheidsfunctie, functie met verhoogde waakzaamheid, een activiteit met welbepaald risico, of een activiteit verbonden aan voedingswaren, verplicht aan een onderzoek bij werkhervatting onderworpen. Wanneer de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer het nodig oordeelt wegens de aard van de ziekte, de aandoening of het ongeval, kan dit onderzoek plaats vinden na een afwezigheid van kortere duur. Dit onderzoek gebeurt ten vroegste op de dag waarop het werk of de dienst wordt hernomen en ten laatste op de achtste werkdag daarna. Art. 36.Het onderzoek bij werkhervatting moet de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer in staat stellen na te gaan of de werknemer nog steeds geschikt is voor de werkpost die hij voordien bezette of de activiteit die hij voordien uitoefende, en in geval van ongeschiktheid, de in artikel 34 bedoelde gepaste preventie- of beschermingsmaatregelen te nemen. Onderafdeling 4. - Spontane raadpleging Art. 37.Elke werknemer, al dan niet onderworpen aan het gezondheidstoezicht, heeft het recht zonder verwijl de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer te raadplegen voor gezondheidsklachten die hij wijt aan het feit dat onvoldoende preventiemaatregelen werden genomen, zoals bedoeld in artikel 9 van het koninklijk besluit betreffende het beleid inzake het welzijn. Deze gezondheidsbeoordeling wordt, in voorkomend geval, bekrachtigd door een beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer waaraan alle voorwaarden betreffende de uitvoering van het gezondheidstoezicht verbonden zijn. Onderafdeling 5. - Voortgezet gezondheidstoezicht Art. 38.§ 1. De werkgever neemt de nodige maatregelen opdat de werknemers die blootgesteld werden aan biologische, fysische of chemische agentia, in de gevallen bedoeld bij de bijzondere besluiten genomen in uitvoering van de wet, na het einde van de blootstelling kunnen blijven genieten van een toezicht op hun gezondheidstoestand. § 2. Dit toezicht bevat alle gerichte functionele onderzoeken en tests die nodig zijn gelet op de gezondheidstoestand van de werknemer en de omstandigheden waaronder hij werd blootgesteld. § 3. Indien de betrokken werknemer deel uitmaakt van het personeel van de onderneming waar hij werd blootgesteld, vallen de kosten van het voortgezet gezondheidstoezicht ten laste van de werkgever. § 4. Indien de betrokken werknemer niet langer deel uitmaakt van het personeel van de onderneming waar hij werd blootgesteld, kan het voortgezet gezondheidtoezicht verzekerd worden door het Fonds voor beroepsziekten onder de voorwaarden en volgens de nadere regels zoals bepaald bij de wetten betreffende de schadeloosstelling voor en de voorkoming van beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970. De werkgever meldt het Fonds zonder verwijl welke werknemers recht hebben op een voortgezet gezondheidstoezicht. § 5. Zo hij het nodig acht, kan de geneesheer-arbeidsinspecteur van de Medische Arbeidsinspectie het voortgezet gezondheidstoezicht opleggen. Onderafdeling 6. - De gezondheidsbeoordeling van een definitief arbeidsongeschikte werknemer met het oog op zijn reïntegratie Art. 39.Wanneer de door de werknemer aangeduide behandelende geneesheer, de werknemer definitief ongeschikt verklaart om het overeen gekomen werk uit te voeren wegens ziekte of ongeval, geniet deze werknemer het recht van een procedure voor reïntegratie, ongeacht of hij al dan niet onderworpen is aan het medisch gezondheidstoezicht. Met dit doel dient de werknemer zijn vraag om integratie bij de werkgever in door middel van een aangetekende brief, met toevoeging van het attest van zijn behandelend geneesheer. Art. 40.De werkgever overhandigt, van zodra hij de vraag van de werknemer heeft ontvangen, aan deze werknemer een formulier : « verzoek om gezondheidstoezicht over de werknemers » bedoeld in artikel 11. Dit formulier is bestemd voor de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer die de werknemer onderzoekt en zijn advies geeft of zijn beslissing neemt volgens dezelfde voorwaarden en regels als deze bedoeld in afdeling 6. Art. 41.De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer vermeldt in rubriek C van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling bedoeld bij artikel 48 : - ofwel dat de werknemer voldoende geschikt is om het overeengekomen werk verder te zetten; - ofwel dat de werknemer het overeengekomen werk kan uitoefenen, mits enkele aanpassingen die hij vaststelt; - ofwel dat de werknemer voldoende geschikt is om een andere functie uit te oefenen, in voorkomend geval mits uitvoering van de nodige aanpassingen en in de voorwaarden die hij vastlegt; - ofwel dat de werknemer definitief ongeschikt is. Wanneer de werkgever oordeelt dat het noch objectief, noch technisch mogelijk is een aangepast of een ander werk te geven, of dat dit niet kan worden geëist om gegronde redenen, licht hij de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer hiervan in. Onderafdeling 7. - Uitbreiding van het gezondheidstoezicht Art. 42.Op initiatief van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, de werkgever of de vertegenwoordigers van de werknemers, op advies van het Comité, en op basis van de resultaten van de risicoanalyse, kan het gezondheidstoezicht uitgebreid worden tot alle werknemers die werken in de onmiddellijke omgeving van de werkpost van een werknemer die onderworpen is aan het verplicht gezondheidstoezicht. De preventieve handelingen voor deze werknemers zijn gelijkaardig aan deze die worden gesteld bij de onderworpen werknemer. Art. 43.De kenmerken en de gevolgen van de uitbreiding van het gezondheidstoezicht bedoeld bij artikel 42 worden vastgelegd door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en worden meegedeeld aan de geneesheer-arbeidsinspecteur van de Medische Arbeidsinspectie. Deze laatste kan eveneens eender welke nieuwe gezondheidsbeoordeling opleggen die hij nodig acht. Onderafdeling 8. - Bijzondere bepalingen voor bepaalde categorieën werknemers Art. 44.Deze afdeling is van toepassing op : 1° de minder-valide werknemers die de werkgever moet in dienst nemen overeenkomstig artikel 21, § 1, van de wet van 16 april 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/04/1963 pub. 23/11/2009 numac 2009000724 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de sociale reclassering van de mindervaliden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de sociale reclassering van de minder-validen;2° de jongeren op het werk zoals bedoeld in artikel 12, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 10/07/1999 numac 1999012359 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de opdrachten en de werking van de Comités voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 03/06/1999 numac 1999012069 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de bescherming van de jongeren op het werk type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 10/07/1999 numac 1999012360 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk sluiten betreffende de bescherming van de jongeren op het werk, vervangen door het koninklijk besluit van 3 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2;3° de werkneemsters tijdens de zwangerschap of de lactatie zoals bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 2 mei 1995 betreffende de moederschapsbescherming;4° de stagiairs, de leerlingen en de studenten zoals bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid, 1°, d) en e), van de wet;5° de uitzendkrachten zoals bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 februari 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/02/1997 pub. 18/12/1997 numac 1997012074 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot vaststelling van maatregelen betreffende de veiligheid en de gezondheid op het werk van uitzendkrachten sluiten tot vaststelling van maatregelen betreffende de veiligheid en de gezondheid op het werk van uitzendkrachten;6° de PWA'ers zoals bedoeld in artikel 4, § 2, van de wet. Art. 45.De werkgever treft de nodige maatregelen opdat de in artikel 44 bedoelde werknemers onderworpen worden aan een gepast gezondheidstoezicht. De voorwaarden tot uitoefening van dit gezondheidstoezicht zijn vastgelegd in specifieke koninklijke besluiten die betrekking hebben op de bijzondere categorieën werknemers bedoeld in artikel 44. Art. 46.Voornoemd gepast gezondheidstoezicht wordt ingesteld om rekening te houden met de specifieke eigenschappen van de werknemers of de aard van de arbeidsrelatie bedoeld in artikel 44, die tot gevolg hebben dat zij beschouwd worden als werknemers met bijzonder risico wegens hun grotere kwetsbaarheid of gevoeligheid, gebrek aan ervaring, verschillende ontwikkeling, en voor wie bijzondere maatregelen inzake bescherming en toezicht op de gezondheid moeten worden getroffen. Art. 47.De werkgever mag de werknemers die behoren tot één van de categorieën bedoeld in artikel 44 noch weigeren in dienst te nemen, noch ontslaan louter en alleen om het feit dat zij behoren tot één van die categorieën. Afdeling 6 De beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer betreffende de beoordeling van de gezondheid Onderafdeling 1. - Formulier voor de gezondheidsbeoordeling Art. 48.Het formulier voor de gezondheidsbeoordeling, waarvan het model opgenomen is als bijlage II, eerste deel, is het document waarmee de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer zijn beslissing na elk preventief medisch onderzoek meedeelt. De tekst van de artikelen 64 tot 69, die in het tweede deel van bijlage II is opgenomen, moet worden vermeld op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling. Zodra hij beschikt over alle beoordelingselementen, en meer bepaald de resultaten van de handelingen bedoeld in artikel 28, en nadat de maatregelen bedoeld in de artikelen 55 tot 58 werden getroffen, vult de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer dit document in drie exemplaren in. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer zendt een exemplaar van dit document in een gesloten enveloppe naar de werkgever en een ander naar de werknemer, of bezorgt hen dit persoonlijk. Hij voegt het derde exemplaar in het gezondheidsdossier van de werknemer, overeenkomstig artikel 81. Het formulier voor de gezondheidsbeoordeling mag geen enkele aanwijzing over de diagnose bevatten, noch enige andere formulering die de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in het gedrang zou kunnen brengen. Elke beperking inzake de arbeidsgeschiktheid vermeld op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling gaat vergezeld met preventieve maatregelen zoals bedoeld in artikel 34. Art. 49.Indien het gaat om een voorafgaande gezondheidsbeoordeling van een kandidaat of een werknemer, vermeldt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling dat de kandidaat of de werknemer ofwel voldoende arbeidsgeschikt is, ofwel definitief of voor een periode die hij bepaalt ongeschikt is. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer motiveert elke verklaring tot arbeidsongeschiktheid die resulteert uit een voorafgaande gezondheidsbeoordeling. Om de gezondheidstoestand van de kandidaat of van de werknemer beter aan te passen aan en af te stemmen op een andere mogelijkheid van tewerkstelling, kan, op hun verzoek, de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer de gegevens die deze beslissing tot arbeidsongeschiktheid staven naar de door de werknemer of door de kandidaat aangeduide behandelende arts zenden. Art. 50.Indien het gaat om een voorafgaande gezondheidsbeoordeling, een periodieke gezondheidsbeoordeling of een onderzoek bij werkhervatting van een werknemer die een controle- of veiligheidsfunctie bekleedt ofwel belast is met een activiteit met een welbepaald risico verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling, vermeldt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling dat de werknemer ofwel in voldoende mate arbeidsgeschikt is, ofwel definitief of voor een periode die hij bepaalt ongeschikt is en dat het verboden is hem op de bewuste werkpost of activiteit aan het werk te stellen of te houden. In dat geval geeft hij de raad hem tewerk te stellen op een werkpost of activiteit waarvan hij de tewerkstellingsvoorwaarden bepaalt in rubriek F ofwel vermeldt hij dat de werknemer met ziekteverlof moet worden gestuurd. Art. 51.Indien het om het even welk ander preventief medisch onderzoek betreft, vermeldt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling dat de werknemer : - ofwel in voldoende mate arbeidsgeschikt is; - ofwel dat het aangeraden is dat de werknemer definitief of voor een periode die hij bepaalt zou worden overgeplaatst naar een andere werkpost of activiteit waarvan hij de tewerkstellingsvoorwaarden bepaalt in rubriek F; - ofwel dat de werknemer met ziekteverlof moet worden gestuurd; - ofwel dat de werknemer definitief arbeidsongeschikt is. Art. 52.Indien het gaat om een onderzoek van een werkneemster tijdens de zwangerschap of de lactatie, vermeldt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling dat de werkneemster : - ofwel voldoende geschikt is om haar activiteit zonder meer voort te zetten, of om haar activiteit voort te zetten onder de door hem bepaalde voorwaarden, of om de voorgestelde, nieuwe activiteit te verrichten voor een door hem bepaalde duur; - ofwel ongeschikt is om haar activiteit voort te zetten voor een door hem bepaalde duur of om de voorgestelde nieuwe activiteit te verrichten voor een door hem bepaalde duur en aldus verwijderd dient te worden; - ofwel met ziekteverlof moet worden gestuurd wegens een aandoening die geen verband houdt met de zwangerschap of de lactatie. Art. 53.Indien het gaat om het medisch onderzoek van een jongere op het werk zoals bedoeld in artikel 12, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 10/07/1999 numac 1999012359 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de opdrachten en de werking van de Comités voor preventie en bescherming op het werk type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 03/06/1999 numac 1999012069 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de bescherming van de jongeren op het werk type koninklijk besluit prom. 03/05/1999 pub. 10/07/1999 numac 1999012360 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk sluiten betreffende de bescherming van de jongeren op het werk, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten2, dat plaatsvindt vóór de allereerste tewerkstelling, vermeldt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling dat de jongere op het werk ofwel voldoende geschikt is, ofwel dat de jongere op het werk geschikt is voor een betrekking waarvan hij de tewerkstellingsvoorwaarden bepaalt. Art. 54.De werkgever rangschikt de formulieren voor de gezondheidsbeoordeling per werknemer. Zolang deze in de onderneming tewerkgesteld is, houdt de werkgever minstens de formulieren van de drie laatste jaren bij alsook alle formulieren waarop aanbevelingen vermeld staan. Hij houdt ze op elk ogenblik ter beschikking van de geneesheren-arbeidsinspecteurs en van de sociale controleurs van de medische Arbeidsinspectie. Onderafdeling 2. - Vóór elke beslissing te nemen maatregelen Art. 55.Vooraleer een tijdelijke of definitieve werkverandering van een werknemer voor te stellen of een beslissing tot arbeidsongeschiktheid te nemen, voert de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer gepaste bijkomende onderzoeken uit, die ten laste vallen van de werkgever, inzonderheid wanneer de werknemer een aandoening heeft waarvan vermoed wordt dat ze beroepsgebonden is en waarvan de diagnose niet afdoende kon worden gesteld met de middelen bepaald voor de periodieke gezondheidsbeoordeling. Daarnaast doet de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer navraag naar de sociale toestand van de werknemer, maakt hij een nieuwe risicoanalyse en onderzoekt hij ter plaatse welke maatregelen en aanpassingen het mogelijk zouden maken om de werknemer zijn werkpost of activiteit te laten behouden, rekening houdend met zijn mogelijkheden. De werknemer kan zich daarbij laten bijstaan door een werknemersafgevaardigde van het Comité of bij ontstentenis door een syndicale vertegenwoordiger van zijn keuze. Art. 56.Wanneer de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer oordeelt dat de werknemer zijn werkpost kan behouden of zijn activiteiten kan voortzetten, vermeldt hij op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling, in rubriek F, welke maatregelen moeten worden genomen om zo snel mogelijk de risicofactoren tot een minimum te beperken door, overeenkomstig de risicoanalyse, de beschermings- en preventiemaatregelen toe te passen. Art. 57.De werkgever, de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, en in voorkomend geval andere preventieadviseurs de werknemer en de afgevaardigden van het personeel in het Comité, of bij ontstentenis van het Comité, de door de werknemer gekozen vertegenwoordigers van de vakbond, plegen voorafgaandelijk overleg over de mogelijkheden voor ander werk en de maatregelen voor aanpassing van de werkposten. Art. 58.De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer brengt de werknemer op de hoogte van zijn recht om een beroep te doen op de overleg- en beroepsprocedures bedoeld in dit besluit. Onderafdeling 3. - Overlegprocedure Art. 59.Behalve in het geval van de voorafgaande gezondheidsbeoordeling bedoeld in artikel 27, kan de werknemer onder de hierna vermelde voorwaarden een beroep doen op de hieronder beschreven overlegprocedure, indien de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer oordeelt dat een definitieve of tijdelijke werkverandering noodzakelijk is, omdat een aanpassing van de veiligheidsfunctie of controlefunctie of van de activiteit met welbepaald risico technisch of objectief niet mogelijk is of om gegronde redenen redelijkerwijze niet kan worden geëist. Art. 60.§ 1. Alvorens het formulier voor de gezondheidsbeoordeling in te vullen, brengt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer de werknemer schriftelijk op de hoogte van zijn voorstel tot definitieve werkverandering door de werknemer ofwel een document af te leveren dat hij tekent voor ontvangst, ofwel door hem een aangetekende brief met ontvangstmelding te sturen. § 2. De werknemer beschikt over een termijn van vijf werkdagen die volgen op de ontvangstmelding om al dan niet zijn akkoord te geven. § 3. Indien de werknemer niet akkoord gaat, wijst hij aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer een behandelend arts naar eigen keuze aan. De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer deelt die arts zijn met redenen omklede beslissing mede. De twee artsen trachten tot een gemeenschappelijke beslissing te komen. Elk van hen mag om bijkomende onderzoeken of raadplegingen verzoeken die hij onontbeerlijk acht. Enkel de door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer gevraagde bijkomende onderzoeken of raadplegingen zijn ten laste van de werkgever. Art. 61.Wanneer het overleg de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer schorst, wacht deze tot die procedure beëindigd is om het formulier voor de gezondheidsbeoordeling in te vullen. Art. 62.§ 1. Indien het gaat over een medisch onderzoek van een werknemer die belast is met een veiligheids- of controlefunctie, of met een activiteit met een risico op blootstelling aan ioniserende straling of van een werkneemster tijdens de zwangerschap of de lactatie, die is tewerkgesteld op een werkpost waarvan de beoordeling wijst op een activiteit met een specifiek risico, of nog wanneer de werknemer getroffen is door een ernstige besmettelijke ziekte, dan schorst het overleg de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer niet. § 2. In die gevallen vult de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer een eerste formulier voor de gezondheidsbeoordeling in op het ogenblik dat hij de werknemer op de hoogte brengt van zijn beslissing om een definitieve werkverandering voor te stellen. In rubriek G tekent hij aan dat de werknemer, indien hij niet akkoord gaat, kan gebruik maken van de in artikel 60 bedoelde overlegprocedure. In rubriek F vermeldt hij dat hij aanbeveelt de werknemer te werk te stellen op een werkpost of aan een activiteit waarvan hij de tewerkstellingsvoorwaarden bepaalt. § 3. Na afloop van de overlegprocedure vult hij een nieuw formulier voor de gezondheidsbeoordeling in. Art. 63.Wanneer de twee artsen er niet in slagen een gemeenschappelijke beslissing te nemen, of wanneer de overlegprocedure niet is kunnen eindigen binnen een termijn van 14 werkdagen, handhaaft de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer zijn eigen beslissing op het formulier voor de gezondheidsbeoordeling. Hij vermeldt in rubriek G dat de arts van de werknemer een andere mening toegedaan is of dat de procedure niet is kunnen eindigen binnen de gestelde termijn, en in rubriek F dat de definitieve werkverandering noodzakelijk is en dat hij aanbeveelt om de werknemer te werk te stellen op een werkpost of aan een activiteit waarvan hij de tewerkstellingsvoorwaarden bepaalt. Onderafdeling 4. - Beroepsprocedure Art. 64.Behalve in het geval van de voorafgaande gezondheidsbeoordeling bedoeld in artikel 27, kan door de werknemer, die al dan niet gebruik heeft gemaakt van de overlegprocedure bedoeld in artikel 60, beroep ingesteld worden tegen de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer waarbij de geschiktheid in verband met het uitgevoerde werk wordt beperkt of waarbij hij ongeschikt wordt bevonden om het uitgevoerde werk verder te zetten. Hij gebruikt hiertoe het formulier waarvan het model is opgenomen in bijlage II, derde deel. Art. 65.Dit beroep is geldig ingesteld op voorwaarde dat het bij aangetekende brief wordt toegezonden aan de bevoegde geneesheer-arbeidsinspecteur van de Medische Arbeidsinspectie binnen de zeven werkdagen na de verzendingsdatum of overhandiging van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling aan de werknemer. Art. 66.De geneesheer-arbeidsinspecteur van de Medische Arbeidsinspectie roept de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en de behandelende arts van de werknemer schriftelijk samen voor de beroepsprocedure waarvan hij de datum en de plaats bepaalt en hij vraagt hen de relevante documenten mee te brengen in verband met de gezondheidstoestand van de werknemer. Hij roept ook de werknemer op om, in voorkomend geval, te worden gehoord en onderzocht. Art. 67.De behandeling van het beroep heeft uiterlijk plaats binnen eenentwintig werkdagen na de ontvangstdatum van het beroep van de werknemer. In het geval van een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de werknemer wegens …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.