← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de reglementering betreffende het sociaal huurstelsel en de overdracht van onroerende goederen

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse Regering wijzigt de regels voor sociale huurwoningen en de overdracht van onroerende goederen, met name de berekening van inkomens en de definitie van huurders en mantelzorgers. Het doel is om de voorwaarden voor sociale huisvesting te verduidelijken en aan te passen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
6 FEBRUARI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de reglementering betreffende het sociaal huurstelsel en de overdracht van onroerende goederen De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 29/08/1997 numac 1997036028 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 6bis van het decreet van 7 november 1990 houdende vaststelling van het wapen, de vlag, het volkslied en de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap sluiten houdende de Vlaamse Wooncode, artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), 42, derde lid, 91, 92, § 1, 93, § 1, tweede en vierde lid, 94, 95, 98, § 1, 99, § 1, en 102bis, § 3; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten1 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2; Gelet op het ministerieel besluit van 9 december 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/12/1999 pub. 28/04/2000 numac 2000035391 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot vaststelling van de type-huurovereenkomst voor de woningen die aan het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen toebehoren sluiten tot vaststelling van de type-huurovereenkomst voor de woningen die aan het Vlaams Woningfonds van de grote gezinnen toebehoren; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 5 november 2008; Gelet op het advies 45.479/3 van de Raad van State, gegeven op 9 december 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten1 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° actueel besteedbaar inkomen : het gemiddelde van het effectief beschikbare inkomen over de periode van zes maanden die aan de referentiedatum voorafgaat, van de kandidaat-huurder, met uitsluiting van de ongehuwde kinderen die vanaf hun meerderjarigheid zonder onderbreking deel uitmaken van het gezin en die minder dan 25 jaar oud zijn op het ogenblik van de referentiedatum.Het inkomen van inwonende ascendenten van de referentiehuurder wordt slechts voor de helft aangerekend. Het wordt niet aangerekend voor de familieleden van de eerste en de tweede graad van de referentiehuurder die erkend zijn als ernstig gehandicapt of die ten minste 65 jaar oud zijn. Het effectief beschikbare inkomen is het verschil tussen enerzijds alle belastbare en niet-belastbare inkomens en anderzijds de vrijgestelde inkomens, de effectief betaalde alimentatievergoeding en de effectief betaalde schuldaflossingen. De minister bepaalt de vrijgestelde inkomens en de effectief betaalde schuldaflossingen en stelt de nadere regels vast voor de berekening van het effectief beschikbare inkomen. De effectief betaalde schuldaflossingen komen alleen in aanmerking voor zover de kandidaat-huurder toegelaten is tot een collectieve schuldenregeling overeenkomstig de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van in beslag genomen onroerende goederen, of in budgetbegeleiding of budgetbeheer is bij een O.C.M.W. of bij een andere door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling »; 2° er wordt een punt 8°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 8°bis : referentiehuurder : a) de persoon die zich bij de inschrijving opgeeft als toekomstige referentiehuurder van de sociale huurwoning;b) de partner van de persoon, vermeld in punt a) ;c) als tijdens de duur van de huurovereenkomst de personen als vermeld in punt a) en b) overlijden of uit de huurovereenkomst worden geschrapt, een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b), of c), van de Vlaamse Wooncode, die daartoe aangewezen is door de overblijvende huurders;»; 3° punt 10° wordt vervangen door wat volgt : « 10° huurder : een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, van de Vlaamse Wooncode;»; 4° punt 15° wordt vervangen door wat volgt : « 15° inkomen : de som van de aan de personenbelasting onderworpen inkomsten en van de niet-belastbare vervangingsinkomsten van de referentiepersoon, met uitsluiting van de ongehuwde kinderen die vanaf hun meerderjarigheid zonder onderbreking deel uitmaken van het gezin en die minder dan 25 jaar oud zijn op het ogenblik van de referentiedatum.Het inkomen van inwonende ascendenten van de referentiehuurder wordt slechts voor de helft aangerekend. Het wordt niet aangerekend voor de familieleden van de eerste en de tweede graad van de referentiehuurder die erkend zijn als ernstig gehandicapt of die ten minste 65 jaar oud zijn. Ongeacht de periode waarop het inkomen betrekking heeft, wordt dat inkomen steeds geïndexeerd volgens de gezondheidsindex van de maand juni van het jaar dat aan de toepassing ervan voorafgaat en met als basis de maand juni van het jaar waarop het inkomen betrekking heeft. In afwijking daarvan wordt het inkomen niet geïndexeerd als het betrekking heeft op een periode na de maand juni van het jaar dat aan de toepassing ervan voorafgaat. Als het inkomen, in voorkomend geval na indexatie, kleiner is dan het leefloon, rekening houdend met de gezinssamenstelling van de referentiepersoon, zoals het van toepassing is in de maand juni van het jaar dat aan de vaststelling van het inkomen voorafgaat, wordt het inkomen gelijkgesteld met dat leefloon; »; 5° er wordt een punt 19°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 19°bis mantelzorger : de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met een verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven;». Art. 2.In hetzelfde besluit wordt een artikel 1bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 1bis.De huurder die minstens twaalf maanden een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), van de Vlaamse Wooncode is, en die samenwoont met een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode, wordt beschouwd als een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode, op voorwaarde dat hij minimaal twaalf maanden op voorhand heeft gemeld aan de verhuurder dat hij de partner is van die persoon en dat hij, mits zijn partner en de verhuurder ermee akkoord gaan, de huurovereenkomst in een bijvoegsel dat bij de huurovereenkomst wordt gevoegd, ondertekent in zijn hoedanigheid van huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode. » Art. 3.In artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « Als een ongehuwde persoon of een persoon die niet wettelijk samenwoont en die zich wil inschrijven, samenwoont met gezinsleden die de sociale huurwoning duidelijk niet mee zullen betrekken, worden die gezinsleden niet mee in aanmerking genomen voor de aftoetsing van de inschrijvingsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid.»; 2° in het vierde lid, dat nu het vijfde lid is geworden, worden de woorden « derde lid » vervangen door de woorden « vierde lid ». Art. 4.In artikel 4bis van hetzelfde besluit, ingevoegd door het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°in het eerste lid worden tussen de woorden « de verhuurders » en de woorden « de bevoegdheid » de woorden « of hun gemachtigde » ingevoegd; 2° in het tweede lid worden tussen de woorden « De verhuurder » en het woord « doet » de woorden « of zijn gemachtigde » ingevoegd;3° in het derde lid worden de woorden « aangestelde van een verhuurder » vervangen door de woorden » verhuurder of zijn gemachtigde »;4° in het vierde lid worden tussen de woorden « de verhuurder » en de woorden « die persoon » de woorden « of zijn gemachtigde » ingevoegd. Art. 5.In artikel 4ter van hetzelfde besluit, ingevoegd door het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten3, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 4ter.Het Huis van het Nederlands en de minister leggen, na overleg met de verhuurders een afsprakenkader vast voor de nadere regeling van de verlening van de bevoegdheid, vermeld in artikel 4bis, eerste lid. Dat afsprakenkader bepaalt minstens : 1° de opleiding die de verhuurder of zijn gemachtigde moet volgen;2° de instrumenten die de verhuurder of zijn gemachtigde moet gebruiken;3° de gestandaardiseerde formulieren, die de verhuurder of zijn gemachtigde moet gebruiken. De opleiding, de instrumenten en de formulieren, vermeld in het tweede lid, zijn identiek voor alle Huizen van het Nederlands en alle verhuurders. » Art. 6.Aan artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de punten 6° tot 9° toegevoegd, die luiden als volgt : « 6° een attest van uitstel van aanmelding, vermeld in artikel 13, § 6, tweede lid, van het inburgeringsbesluit; 7° een attest van heraanmelding, vermeld in artikel 2, § 3, van het ministerieel besluit van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 22/12/2008 pub. 16/01/2009 numac 2009027004 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 20 december 2007 betreffende de modaliteiten en de procedure voor de toekenning van premies ter bevordering van rationeel energiegebruik type ministerieel besluit prom. 22/12/2008 pub. 17/02/2009 numac 2009200580 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit houdende overdracht van kredieten tussen programma's 04 en 01 van organisatieafdeling 09 en 10 van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2008 sluiten tot vaststelling van de modellen van attest, van inburgeringscontract en van bijlage bij het inburgeringscontract in het kader van het inburgeringsbeleid;8° een attest van uitstel van ondertekening van het inburgeringscontract, vermeld in artikel 13, § 6, tweede lid, van het inburgeringsbesluit;9° een attest van tijdelijke opschorting van het inburgeringscontract, vermeld in artikel 13, § 6, eerste lid, van het inburgeringsbesluit.» Art. 7.In artikel 6, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « die het attest, vermeld in artikel 5, eerste lid, 4° of 5° » vervangen door de woorden « die een van de attesten, vermeld in artikel 5, eerste lid, 4° tot 9° ». Art. 8.In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De inschrijvingsregisters worden minstens in elk oneven jaar geactualiseerd. Daarbij wordt nagegaan of minstens de kandidaat-huurders die het tweede kalenderjaar ervoor al waren ingeschreven, nog voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarde, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 2°, of in voorkomend geval, vermeld in artikel 29, § 2, behalve als die controle al in het kalenderjaar ervoor werd uitgevoerd. » Art. 9.In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt : « Met behoud van de toepassing van het eerste lid, mag de voorkeur van de kandidaat-huurder met betrekking tot het type en de ligging van de woningen waarvoor hij zich wil inschrijven, niet leiden tot een te beperkte keuze.De verhuurder weigert die voorkeur als hij van oordeel is dat die voorkeur kennelijk een te beperkt aandeel van het patrimonium betreft of als die voorkeur ertoe leidt dat een toewijzing onmogelijk wordt. »; 2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt : « In afwijking van het tweede lid, kan de mantelzorger en de persoon die vanwege één of meer aanverwante mantelzorgers zorg en bijstand ontvangt, een meer gerichte keuze maken met betrekking tot de ligging van de woningen waarvoor hij zich wil inschrijven.» Art. 10.In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. De verhuurder gaat over tot schrapping van een kandidatuur uit het inschrijvingsregister in de volgende gevallen : 1° als de kandidaat-huurder een woning die hem door de verhuurder aangeboden wordt, heeft aanvaard;2° als bij de actualisering blijkt dat de kandidaat-huurder niet meer voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarde, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 2°, of, in voorkomend geval, vermeld in artikel 29, § 2;3° als, op het ogenblik dat een woning aan de kandidaat-huurder door de verhuurder wordt aangeboden, blijkt dat hij niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 14, 15 en 16;4° als de kandidaat-huurder werd ingeschreven door de verhuurder ingevolge onjuiste of onvolledige verklaringen of gegevens, die door hem te kwader trouw werden afgelegd of gegeven;5° als de kandidaat-huurder de verhuurder daar schriftelijk om verzoekt;6° bij de tweede weigering of bij het tweemaal niet-reageren door de kandidaat-huurder als hem een woning door de verhuurder wordt aangeboden die aan zijn keuze qua ligging, type en maximale huurprijs beantwoordt, op voorwaarde dat tussen de eerste weigering of het uitblijven van een reactie en het volgende aanbod van een andere woning een periode verlopen is van ten minste drie maanden.De verhuurder moet bij het volgende aanbod van een andere woning de kandidaat-huurder uitdrukkelijk op de hoogte brengen dat bij een weigering of het niet-reageren op het aanbod zijn kandidatuur geschrapt zal worden. De kandidaat-huurder krijgt telkens een termijn van minimaal vijftien kalenderdagen, vanaf de postdatum van de brief waarmee het aanbod werd gedaan, om te reageren; 7° als de kandidaat-huurder niet of niet tijdig reageert op de brief en de herinneringsbrief van de verhuurder bij actualisering van het register, vermeld in artikel 8, op voorwaarde dat hij minimaal een maand, te rekenen vanaf de postdatum van de brief, krijgt om te reageren en na de herinneringsbrief minimaal vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de postdatum van de herinneringsbrief. De verhuurder kan wegens zwaarwichtige redenen afzien van de toepassing van de schrappingsgrond, vermeld in het eerste lid, 6°. De toezichthouder oefent het toezicht uit op die afwijking. Tijdens de periode van drie maanden tussen twee aanbiedingen als vermeld in het eerste lid, 6°, worden er geen woningen aangeboden aan de kandidaat-huurder. In afwijking daarvan kan de kandidaat-huurder uitdrukkelijk verzoeken om bepaalde woningen toch aangeboden te krijgen. Als hij het aanbod van een van die woningen vervolgens weigert, wordt hij geschrapt. Na de eerste weigering of na het eerste niet-reageren wordt de kandidaat-huurder door de verhuurder op dat recht gewezen. Als de kandidaat-huurder daarvoor gegronde redenen kan aanvoeren die geen afbreuk doen aan zijn woonbehoeftigheid, kan hij de verhuurder verzoeken om hem een bepaalde tijd geen woning aan te bieden, zonder dat dat verzoek in aanmerking wordt genomen als weigering van een aanbod. Als blijkt dat de verhuurder ingaat op verzoeken die onvoldoende gemotiveerd zijn, kan de toezichthouder beslissen dat gedurende maximaal een jaar elk verzoek aan hem wordt voorgelegd. De verhuurder kan beslissen om over te gaan tot schrapping van een kandidatuur uit het inschrijvingsregister als een brief onbestelbaar terugkeert bij actualisering van het register of bij het aanbod van een woning op voorwaarde dat hij de brief bij actualisering van het register of bij het aanbod van een woning verzendt naar het laatst bekende adres dat in het Rijksregister wordt vermeld, tenzij de kandidaat-huurder uitdrukkelijk heeft gevraagd om de briefwisseling naar een ander adres te verzenden. Als de verhuurder beslist om de mogelijkheid tot schrapping, vermeld in het vijfde lid, toe te passen, wordt die schrappingsgrond vermeld in het inschrijvingsbewijs, vermeld in artikel 11, en in het interne huurreglement. De verhuurder bezorgt een afschrift van het interne huurreglement aan de toezichthouder binnen een termijn van vier maanden na de inwerkingtreding van dit besluit. De latere wijzigingen moeten onmiddellijk worden meegedeeld aan de toezichthouder. De kandidaat-huurder wordt door de verhuurder schriftelijk op de hoogte gebracht van de schrapping, behalve als die schrapping wordt uitgevoerd met toepassing van het vijfde lid. » Art. 11.Aan artikel 15, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit wordt een punt e), toegevoegd, dat luidt als volgt : « e) een verklaring van het Huis van het Nederlands waaruit blijkt dat er voor de kandidaat-huurder geen passend aanbod is van een cursus Nederlands tweede taal van niveau A.1 Breakthrough van het Europese referentiekader voor vreemde talen; ». Art. 12.Aan artikel 16 van hetzelfde besluit worden de punten f), g), h) en i) toegevoegd, die luiden als volgt : « f) het attest, vermeld in artikel 5, eerste lid, 6°;g) het attest, vermeld in artikel 5, eerste lid, 7°, voor zover de datum van afgifte van het attest niet ouder dan drie maanden is;h) het attest, vermeld in artikel 5, eerste lid, 8°;i) het attest, vermeld in artikel 5, eerste lid, 9°.» Art. 13.In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° de kandidaat-huurder voor zover een van de personen, vermeld in artikel 1, 17°, b), minstens 55 jaar oud is of een bepaalde handicap heeft, uitsluitend als de beschikbare woning door de daarop gerichte investeringen specifiek is aangepast aan de huisvesting van ouderen of aan de huisvesting van personen met die handicap;» 2° in het derde lid worden de woorden « dit artikel » vervangen door de woorden « het eerste lid, 5° of 6°, ». Art. 14.In artikel 20, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « die nog geen huurder is van een verhuurder of » geschrapt. Art. 15.In artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden « , of na een negatieve evaluatie als vermeld in artikel 32, § 1 » geschrapt; 2° in het tweede lid wordt de zin « De toewijzing kan niet worden geweigerd als de kandidaat-huurder tot een collectieve schuldenregeling overeenkomstig de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van in beslag genomen onroerende goederen, is toegelaten of in budgetbegeleiding of budgetbeheer bij een O.C.M.W. of een andere door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling is. » vervangen door de zinnen : « In afwijking hiervan kan de verhuurder, als de kandidaat-huurder in budgetbegeleiding of budgetbeheer is bij een O.C.M.W. of een andere door de Vlaamse Gemeenschap erkende instelling voor schuldbemiddeling, de toewijzing slechts weigeren, als op het ogenblik van de toewijzing minder dan 75% van de schulden bij die verhuurder zijn afgelost. Als de kandidaat-huurder toegelaten is tot een collectieve schuldenregeling overeenkomstig de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van in beslag genomen onroerende goederen, en er is een minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling opgesteld, kan de verhuurder de toewijzing niet weigeren. » 3° het derde lid wordt vervangen door wat volgt : « In uitzonderlijke gevallen kan de verhuurder de toewijzing van een woning weigeren aan een kandidaat-huurder voor zover wordt aangetoond dat de toewijzing aan de kandidaat-huurder een ernstige bedreiging vormt voor de fysische of psychische integriteit van de bewoners.In de motivatie wordt uitdrukkelijk vermeld waarom een proefperiode niet volstaat voor de kandidaat-huurder. Als blijkt dat de verhuurder toewijzingen weigert die onvoldoende gemotiveerd zijn, kan de toezichthouder beslissen dat gedurende maximaal een jaar elke beslissing tot weigering aan hem wordt voorgelegd. » Art. 16.In artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, eerste lid, worden de woorden « en in voorkomend geval de specifieke toewijzingsregels, vermeld in artikel 26 » toegevoegd;2° in § 1, derde lid, worden tussen de woorden « beslissen dat » en de woorden « elke beslissing » de woorden « gedurende maximaal een jaar » ingevoegd; 3° in § 2, eerste lid, worden tussen de woorden « een verhuurder, » en de woorden « in overleg met het O.C.M.W. » de woorden « die het toewijzingssysteem, vermeld in artikel 18, toepast » ingevoegd; 4° aan § 2, tweede lid, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5° in het kader van de woonbehoeftigheid van specifieke doelgroepen als vermeld in artikel 28, de daklozen zijn afgebakend als doelgroep waarvoor een voorrang wordt gegeven.» Art. 17.In artikel 26, § 1 van hetzelfde besluit worden de woorden « in afdeling IV » vervangen door de woorden « , vermeld in artikel 18 tot en met 21 ». Art. 18.Artikel 27 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 27.Als de gemeente rekening wil houden met de lokale binding van de kandidaat-huurder, kan voorrang gegeven worden aan de kandidaat-huurder : 1° die een aantal jaren, te bepalen in het toewijzingsreglement, in de gemeente woont of gewoond heeft;2° die een aantal jaren, te bepalen in het toewijzingsreglement, in een deelgemeente, district, wijk of buurt van de gemeente waarin de toe te wijzen woning gelegen is, woont of gewoond heeft;3° die niet in de gemeente woont maar werkt in de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is;4° die niet in de gemeente woont maar wiens schoolgaande kinderen naar een school gaan in de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is;5° die in de hoedanigheid van mantelzorger activiteiten van zorg en bijstand verricht, als vermeld in artikel 4 van het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2008 pub. 29/08/2008 numac 2008202941 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de zorg- en bijstandsverlening type decreet prom. 18/07/2008 pub. 08/10/2008 numac 2008029453 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende sommige aanpassingen van het decreet van 27 februari 2003 betreffende de radio-omroep sluiten betreffende de zorg- en bijstandsverlening ten aanzien van een of meer aanverwante personen met een verminderd zelfzorgvermogen, wonend in de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is;6° die zorg en bijstand ontvangt als vermeld in 5° vanwege één of meer aanverwante mantelzorgers, wonend in de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is. De voorrang, vermeld in het eerste lid, geldt na de toepassing van de verplichte voorrangsregels, vermeld in artikel 19 en 21, en na, in voorkomend geval, de voorrangsregel voor doelgroepen, vermeld in artikel 28, en de afwijkende toewijzingsregels ter bevordering van de leefbaarheid, vermeld in artikel 29. De gemeente beslist of ze een of meer bindingsfactoren, vermeld in het eerste lid, zal toepassen. De gemeente kan kiezen om aan de verschillende bindingsfactoren een zelfde gewicht te geven of een rangorde in te stellen. De gemeente beslist of de voorrang geldt voor alle sociale huurwoningen in de gemeente of een deel ervan. De bindingsfactoren, vermeld in het eerste lid, 5° en 6°, worden aangetoond op basis van een van de volgende documenten : 1° een attest, afgeleverd door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgkas, dat aantoont dat de persoon met een verminderd zelfzorgvermogen erkend is als zorgbehoevende in het kader van de Vlaamse zorgverzekering; 2° een verklaring ingevuld door een sociale dienst van een O.C.M.W. of een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds. De minister bepaalt het modelformulier voor de verklaring, vermeld in het vierde lid, 2°. De bindingsfactoren en de wijze waarop ze worden toegepast, worden opgenomen in het toewijzingsreglement. Voor de verhuurder waarop het toewijzingsreglement van toepassing is, vervallen al naargelang het geval de optionele voorrangsregel, vermeld in artikel 20, § 1, eerste lid, 1°, of de optionele gewogen prioriteit 'het aantal jaren dat de kandidaat-huurder in de gemeente of het werkingsgebied verblijft', vermeld in artikel 21, § 3, eerste lid. » Art. 19.In artikel 28, § 2, van hetzelfde besluit wordt de zin : « Als de gemeente de voorrang, vermeld in § 1, wil toepassen, moet het toewijzingsreglement een doelgroepenplan bevatten. » vervangen door de zin : « Als de gemeente de voorrang, vermeld in § 1, wil toepassen, wordt dat verantwoord op basis van een voorgelegd doelgroepenplan. » Art. 20.In hoofdstuk V, afdeling V, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van onderafdeling V vervangen door wat volgt : « Onderafdeling V. Bewaken, versterken en herstellen van de leefbaarheid ». Art. 21.In artikel 29 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt het woord « ernstig » telkens geschrapt;2° in § 1, tweede lid, wordt de zin « In dat geval moet het toewijzingsreglement een leefbaarheidsplan bevatten.» vervangen door de zin « Als de gemeente de afwijkende toewijzingsregels, vermeld in het eerste lid, wil toepassen, wordt dat verantwoord op basis van een voorgelegd leefbaarheidsplan. »; 3° § 1, vierde lid, wordt vervangen door wat volgt : « De afwijkende toewijzingsregels worden in het toewijzingsreglement opgenomen, evenals de wijze waarop ze zullen worden toegepast.De afwijkende toewijzingsregels kunnen alleen op de wijken of gebouwen waarvoor een leefbaarheidsplan is opgemaakt, worden toegepast. Er moeten compenserende maatregelen worden genomen voor de mensen die door de toepassing van de afwijkende toewijzingsregels geen woning wordt toegewezen op het ogenblik dat zij daar volgens de standaardvoorrangs- en toewijzingsregels, vermeld in afdeling IV, voor in aanmerking zouden komen. De compenserende maatregelen worden opgenomen in het toewijzingsreglement. »; 4° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Als het gemiddelde inkomen van de huurders van de wijken of gebouwen waarvoor uitdrukkelijk een leefbaarheidsplan is opgemaakt, lager is dan de inkomensgrens, vermeld in artikel 3, § 2, eerste lid, 1°, kan de toepassing van de volgende verhoogde inkomensgrenzen bij de inschrijving deel uitmaken van het leefbaarheidsplan onder de voorwaarden, vermeld in deze paragraaf : 1° 26.850 euro voor een alleenstaande zonder personen ten laste; 2° 28.350 euro voor een alleenstaande gehandicapte als vermeld in artikel 1, 22°, b) ; 3° 35.800 euro, verhoogd met 1500 euro per persoon ten laste voor anderen. Als een persoon beantwoordt aan de definitie van persoon ten laste, vermeld in artikel 1, 22°, a), en aan de definitie van persoon ten laste, vermeld in artikel 1, 22°, b), telt die persoon voor twee personen ten laste. Een verhuurder kan de verhoogde inkomensgrenzen zowel preventief als curatief toepassen voor de wijken of gebouwen waarvoor uitdrukkelijk een leefbaarheidsplan is opgemaakt. Als minimaal 6% van de woningen in de gemeente wordt verhuurd volgens dit besluit, kunnen de verhoogde inkomensgrenzen zowel preventief als curatief worden toegepast op alle sociale huurwoningen van de gemeente. De toepassing van die verhoogde inkomensgrenzen mag er in die gemeente niet toe leiden dat : 1° meer dan 20% van de huurders van de verhuurder een hoger inkomen heeft dan de toepasselijke inkomensgrenzen, vermeld in artikel 3, § 2;2° de verhuurder per gebouw of wijk op jaarbasis meer dan 20% toewijzingen doet aan kandidaat-huurders van wie het inkomen hoger is dan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 3, § 2;3° de verhuurder op jaarbasis meer dan 10% toewijzingen doet aan kandidaat-huurders van wie het inkomen hoger is dan de inkomensgrenzen, vermeld in artikel 3, § 2.» Art. 22.In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk Vbis, bestaande uit artikel 29bis, ingevoegd, dat luidt als volgt : « Hoofdstuk Vbis. Begeleiding van de kandidaat-huurder en huurder Art. 29bis.De verhuurder zorgt voor het uitvoeren van de basisbegeleidingstaken. Die taken hebben betrekking op : 1° het laagdrempelig en klantvriendelijk onthalen en informeren van de personen die zich willen inschrijven, de kandidaat-huurders en de huurders, over alle aangelegenheden met betrekking tot het huren van en wonen in een sociale woning;2° het begeleiden en ondersteunen van huurders bij het nakomen van hun huurdersverplichtingen;3° het organiseren van huurdersvergaderingen en het ondersteunen van bewonersinitiatieven met het oog op informatieverspreiding, overleg met en betrokkenheid van de huurders. Naast de taken, vermeld in het eerste lid, besteedt het sociaal verhuurkantoor bijzondere aandacht aan de individuele begeleiding en ondersteuning van de huurders, met het oog op het verbeteren van hun woon- en leefomstandigheden en het bevorderen van hun zelfredzaamheid. De minister bepaalt de nadere invulling van deze basisbegeleidingstaken. Als de huurder begeleiding nodig heeft die de basisbegeleiding overstijgt, verwijst de verhuurder de huurder door naar het O.C.M.W. » Art. 23.Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 30.Voor de hierna vermelde beslissingen van de verhuurder kan de kandidaat-huurder die zich benadeeld acht door die beslissing, met een aangetekende en gemotiveerde brief een beoordeling vragen van de toezichthouder : 1° de beslissing om een woning toe te wijzen aan een andere kandidaat-huurder;2° de beslissing om geen afwijking toe te staan, als vermeld in artikel 3, § 1, vierde lid, of een versnelde toewijzing als vermeld in artikel 24;3° de beslissing om de kandidaat-huurder te schrappen uit het register;4° de beslissing om de toewijzing van een woning aan de kandidaat-huurder te weigeren;5° de beslissing om een persoon die zich wil inschrijven, niet in te schrijven of een persoon die wil toetreden tot de huurovereenkomst, niet te laten toetreden;6° de beslissing om de voorkeur van de kandidaat-huurder, vermeld in artikel 10, tweede lid, te weigeren. Betrokkene moet de beoordeling van de toezichthouder vragen binnen dertig dagen na de melding van de beslissing, behalve in het geval vermeld in het eerste lid, 1°. In dat geval moet hij de beoordeling binnen een jaar na de datum van de betwiste toewijzing vragen. De toezichthouder beoordeelt de gegrondheid en bezorgt zijn beoordeling aan de verhuurder en aan de betrokkene binnen dertig dagen vanaf de datum van afgifte op de post van de aangetekende brief van betrokkene. De verhuurder betekent zijn nieuwe gemotiveerde beslissing aan de betrokkene binnen dertig dagen na ontvangst van de beoordeling van de toezichthouder, en bezorgt op diezelfde datum een afschrift aan de toezichthouder. Als de verhuurder vaststelt dat in het geval, vermeld in het eerste lid, 1°, de toewijzing aan de betrokkene had moeten gebeuren of dat in het geval, vermeld in het eerste lid, 4°, dat de betrokkene ten onrechte werd geweigerd, of als er binnen dertig dagen na ontvangst van de beoordeling van de toezichthouder geen beslissing wordt betekend, krijgt de kandidaat-huurder de voorrang, vermeld in artikel 19, eerste lid, 1°bis en artikel 21, § 2, eerste lid, 1°bis. Als er binnen dertig dagen na ontvangst van de beoordeling van de toezichthouder geen beslissing wordt betekend, wordt : 1° in het geval, vermeld in het eerste lid, 2°, de afwijking vermeld in artikel 3, § 1, vierde lid, of de versnelde toewijzing, vermeld in artikel 24, toegestaan;2° in het geval, vermeld in het eerste lid, 3°, de schrapping ongedaan gemaakt;3° in het geval, vermeld in het eerste lid, 5°, de persoon ingeschreven of toegelaten tot toetreding tot de huurovereenkomst;4° in het geval, vermeld in het eerste lid, 6°, de voorkeur van de kandidaat-huurder aangenomen. De beslissingen, vermeld in het eerste lid, 2°, 3°, 4°, 5° en 6°, vermelden de verhaalsmogelijkheid, de vorm waarin het verhaal moet gebeuren en de termijn waarin het verhaal moet worden uitgeoefend. Bij gebreke aan een formele beslissing als vermeld in het eerste lid, 2° of 5°, binnen een termijn van twee maanden na het verzoek tot afwijking, versnelde toewijzing, inschrijving of toetreding, kan de kandidaat-huurder met een aangetekende en gemotiveerde brief rechtstreeks een beoordeling vragen van de toezichthouder.De bepalingen van het derde en vijfde lid zijn daarop van toepassing. » Art. 24.Aan artikel 31 van hetzelfde besluit worden twee nieuwe leden toegevoegd, die luiden als volgt : « Voor de tijdelijke opvang van alleenstaanden of gezinnen die in een noodsituatie verkeren, kan een gemeente, een intergemeentelijk samenwerkingsverband, een O.C.M.W. of een vereniging van O.C.M.W.'s een huurovereenkomst van kortere duurtijd sluiten. De bijlagen, vermeld in artikel 2, § 1, van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, en in het koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten, genomen ter uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek, worden niet bij de huurovereenkomsten gevoegd die gesloten zijn op basis van dit besluit. « Art. 25.Artikel 32 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 32.§ 1. In de typehuurovereenkomst wordt een proefperiode van twee jaar opgenomen. De proefperiode heeft als doel tijdens de duur ervan de huurder te evalueren, nauwgezet te volgen en eventueel bij te sturen. § 2. De verhuurder gaat drie maanden voor het einde van de proefperiode na of de huurder zijn verplichting, vermeld in artikel 92, § 3, eerste lid, 6° en 7°, van de Vlaamse Wooncode, is nagekomen. De verplichting is nagekomen als een van de volgende voorwaarden vervuld is : 1° de huurder heeft bij de inschrijving, bij de toelating of bij de toetreding tot de lopende huurovereenkomst de documenten, vermeld in artikel 4, eerste lid, of de verklaring, vermeld in artikel 4, tweede lid, 1° of 2°, voorgelegd, of de verhuurder heeft die verklaringen op die momenten via de Kruispuntbank Inburgering verkregen;2° op het moment van de evaluatie kan de huurder een van de volgende stukken voorleggen, of kan de verhuurder die stukken via de Kruispuntbank Inburgering verkrijgen : a) de documenten, vermeld in artikel 4, eerste lid;b) de verklaring, vermeld in artikel 4, tweede lid, 1° of 2°;c) de verklaring, vermeld in artikel 15, § 1, eerste lid, 3°, c), met behoud van de toepassing van artikel 15, § 1, tweede lid, en § 2;d) het inburgeringscontract, voor zover de huurder geen inbreuk heeft gepleegd op artikel 5, § 3, 2°, van het Inburgeringsdecreet. § 3. Als het Huis van het Nederlands tijdens de proefperiode vaststelt dat een huurder de aangeboden en gestarte cursus Nederlands tweede taal niet heeft aangevat of minder dan 80% aanwezig was tijdens de cursus Nederlands tweede taal, met behoud van de toepassing van artikel 15, § 1, tweede lid, meldt het Huis van het Nederlands dat binnen dertig dagen na die vaststelling schriftelijk aan de verhuurder. De verhuurder brengt de huurder er schriftelijk van op de hoogte dat het een ernstige tekortkoming is tegenover zijn verplichtingen en dat het op het einde van de proefperiode aanleiding kan geven tot het opleggen van een administratieve geldboete. § 4. De verhuurder gaat drie maanden voor het einde van de proefperiode na of de huurder de verplichting, vermeld in artikel 92, § 3, eerste lid, 8°, van de Vlaamse Wooncode, is nagekomen. De verplichting is nagekomen als een van de volgende voorwaarden vervuld is : 1° de huurder heeft bij de inschrijving, bij de toelating of bij de toetreding tot de lopende huurovereenkomst het attest, vermeld in artikel 5, eerste lid, 1° of 2° of 3°, voorgelegd of de verhuurder heeft die attesten op die momenten via de Kruispuntbank Inburgering verkregen;2° op het moment van de evaluatie kan de huurder een van de volgende stukken voorleggen of kan de verhuurder die stukken via de Kruispuntbank Inburgering verkrijgen : a) een attest van inburgering;b) het inburgeringscontract, voor zover dat een attest van het onthaalbureau bewijst dat de huurder geen inbreuk heeft gepleegd op artikel 5, § 3, 2°, van het Inburgeringsdecreet;c) een attest van tijdelijke opschorting van het inburgeringscontract, vermeld in artikel 13, § 6, eerste lid, van het inburgeringsbesluit. § 5. Als het onthaalbureau tijdens de proefperiode vaststelt dat een verplichte inburgeraar niet regelmatig heeft deelgenomen aan het vormingsprogramma, vermeld in artikel 13, § 2, van het Inburgeringsbesluit, of als het onthaalbureau vaststelt dat een verplichte inburgeraar zijn vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd als vermeld in artikel 13, § 3, van het Inburgeringsbesluit, meldt het onthaalbureau dat binnen dertig dagen na die vaststelling schriftelijk aan de verhuurder. De verhuurder brengt de huurder er schriftelijk van op de hoogte dat het een ernstige tekortkoming is tegenover zijn verplichtingen en dat het op het einde van de proefperiode aanleiding kan geven tot het opleggen van een administratieve geldboete. » Art. 26.In artikel 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, 1° en 2°, worden de woorden « de minderjarige kinderen » vervangen door de woorden « zijn minderjarige kinderen »;2° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.De opzeggingstermijn vangt aan op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de verhuurder met een aangetekende brief de opzegging aan de huurder heeft gegeven. Die opzegging geldt voor alle huurders. »; 3° § 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5.De huurder kan op elk moment de huurovereenkomst opzeggen met een aangetekende brief. De opzegging geldt alleen voor hem. Voor de laatste huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), van de Vlaamse Wooncode, die de huurovereenkomst opzegt, geldt een opzeggingstermijn van drie maanden, voor de andere huurders die de huurovereenkomst opzeggen, geldt geen opzeggingstermijn. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de opzegging werd gegeven. Als een huurder die niet gehuwd is met een andere huurder, de woning niet meer als hoofdverblijfplaats betrekt en als hij nalaat de huurovereenkomst op te zeggen, wordt de huurovereenkomst ten aanzien van hem van rechtswege ontbonden en wordt hij uit de huurovereenkomst geschrapt. Als een huurder die gehuwd is met een andere huurder en de sociale huurwoning niet meer als hoofdverblijfplaats betrekt, nalaat de huurovereenkomst op te zeggen, wordt de huurovereenkomst ten aanzien van hem van rechtswege ontbonden en wordt hij uit de huurovereenkomst geschrapt op voorwaarde dat de overblijvende huurder aantoont dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is. De ontbinding gaat in op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin die feiten met de nodige stavingsstukken door de overblijvende huurder ter kennis van de verhuurder worden gebracht. Als het adres bekend is, brengt de verhuurder de huurder die de woning niet meer als hoofdverblijfplaats betrekt, onmiddellijk op de hoogte van het neerleggen van de stavingsstukken door de overblijvende huurder en van de mogelijkheid om de feiten te weerleggen binnen de termijn die hij vastlegt, maar in ieder geval voor dat de ontbinding plaatsvindt. » Art. 27.Aan artikel 39 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Als de verhuurder niet akkoord gaat met de geschatte waarde, doet de VMSW op verzoek van de verhuurder een nieuwe schatting. De VMSW zal samen met de betrokken notaris en de verhuurder de schattingsprijs bepalen. » Art. 28.In artikel 41, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden « tot de » en de woorden « marktwaarde van » het woord « geschatte » ingevoegd. Art. 29.In artikel 48, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan punt 1° worden de woorden « tenzij dit aanleiding geeft tot een huurprijsverhoging « toegevoegd;2° aan punt 3°, worden de woorden « die niet onder de toepassing van het geval, vermeld in punt 1°, valt « toegevoegd. Art. 30.In artikel 50 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt : « Het vooropgestelde aantal bewoners en de opname daarvan in het intern huurreglement worden vastgesteld op de wijze die de minister bepaalt.De verhuurder kan een soepelere invulling geven aan het vooropgestelde aantal bewoners, mits hij een motivering geeft op basis van een dreiging van te grote bewonersdichtheid of van een tekort aan aanbod van bepaalde woningtypes. »; 2° het zevende lid wordt vervangen door wat volgt : « Die vergoeding kan alleen worden aangerekend als de huurder weigert om zich kandidaat te stellen voor een aangepaste woning in dezelfde omgeving, voor zover dat er niet toe leidt dat de aangepaste huurprijs, vermeld in artikel 46, van die woning meer dan 3% meer bedraagt dan de aangepaste huurprijs van de onderbezette woning of als de huurder tweemaal een dergelijke woning weigert.» Art. 31.In artikel 70 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, 1° worden de woorden « 1 januari 2008 en definitief vastgesteld wordt op 1 januari 2009 » vervangen door de woorden « 1 januari 2008 en op 1 januari 2009 en definitief vastgesteld wordt op 1 januari 2010 »;2° in § 1, wordt er een punt 2°bis ingevoegd, dat luidt als volgt : « 2°bis de voorlopige basishuurprijs op 1 januari 2009, is gelijk aan de marktwaarde die wordt vastgesteld op basis van artikel 41, met dien verstande dat de verhuurder die waarde voor de toepassing in 2010 nog kan aanpassen in overleg met de VMSW en na evaluatie van deze vaststelling door de VMSW;»; 3° in § 1, 3° worden de woorden « , geactualiseerd naar 2009 met toepassing van artikel 40, » geschrapt;4° in § 1, 3° worden telkens de woorden « de in 2009 definitief vastgestelde basishuurprijs » vervangen door de woorden « de in 2009 voorlopig vastgestelde basishuurprijs »;5° in § 1, 6° worden de woorden « , in 2008 niet wordt toegepast » vervangen door de woorden « pas wordt toegepast nadat de minister het vooropgestelde aantal bewoners en de wijze van opname daarvan in het interne huurreglement heeft vastgesteld »;6° in § 3, derde lid, en in § 4, vierde lid worden telkens de punten 2° en 3° vervangen door : « 2° 1/59ste » van het inkomen in het jaar 2009;3° 1/57ste van het inkomen in 2010 ». Art. 32.Artikel 73 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 73.§ 1. Voor de kandidaat-huurders die zijn ingeschreven met toepassing van de verhoogde inkomensgrenzen, vermeld in artikel 2, § 3, van het besluit van 20 oktober 2000 tot reglementering van het sociale huurstelsel voor sociale huurwoningen die worden verhuurd of onderverhuurd door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een sociale huisvestingsmaatschappij met toepassing van titel VII van de Vlaamse Wooncode, gelden in afwijking van artikel 14 de verhoogde inkomensgrenzen van hoger vermeld besluit. Aan de kandidaat-huurder die voor 1 januari 2008 was ingeschreven en die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarde, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 6°, en die voor 1 juni 2007 een asielaanvraag heeft ingediend, wordt geen woning aangeboden tot op het moment dat er een uitspraak is over de gegrondheid van zijn asielaanvraag. In voorkomend geval wordt de schrapping die voor de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van (datum) tot wijziging van de reglementering betreffende het sociaal huurstelsel en de overdracht van onroerende goederen, heeft plaats gevonden op basis van het niet-voldoen aan die toelatingsvoorwaarde door de kandidaat-huurder die voor 1 juni 2007 een asielaanvraag heeft ingediend en die ingeschreven was voor 1 januari 2008, ongedaan gemaakt, tenzij er intussen een negatieve uitspraak is over de gegrondheid van zijn asielaanvraag. § 2. Voor de huurders die voor 1 januari 2008 een sociale huurwoning huurden, gelden de volgende regelingen : 1° de personen die bij de aanvang van de huurovereenkomst de woning betrokken en ononderbroken betrokken hebben, en die bij de aanvang van de huurovereenkomst meerderjarig waren, worden beschouwd als de huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode, op voorwaarde dat zij zich in die woning domiciliëren of er gedomicilieerd zijn;2° de persoon die na de aanvang van de huurovereenkomst en voor 1 januari 2008 is gehuwd of wettelijk is gaan samenwonen met de huurder, vermeld in punt 1°, wordt beschouwd als de huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, b), van de Vlaamse Wooncode;3° de partner die na de aanvang van de huurovereenkomst en voor 1 januari 2008 feitelijk is gaan samenwonen met de huurder, vermeld in punt 1°, wordt beschouwd als de huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode, op voorwaarde dat hij de huurovereenkomst heeft ondertekend, of met instemming van de huurder, vermeld in 1°, en de verhuurder, de huurovereenkomst ondertekent en dat hij zich in die woning domicilieert of er gedomicilieerd is;4° alle andere personen, met uitzondering van de minderjarige kinderen, die de sociale huurwoning voor 1 januari 2008 bewoonden, worden beschouwd als de huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), van de Vlaamse Wooncode, op voorwaarde dat zij zich in die woning domiciliëren of gedomicilieerd zijn. Een kind dat bij de aanvang van de huurovereenkomst minderjarig was en voor 1 januari 2008 meerderjarig is geworden, wordt eveneens beschouwd als een huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), van de Vlaamse Wooncode. De verhuurder kan zijn instemming tot ondertekening, vermeld in het eerste lid, 3°, alleen weigeren op grond van artikel 22 of als niet voldaan is aan de normen inzake woningbezetting, vermeld in het technisch verslag gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 06/10/1998 pub. 30/10/1998 numac 1998036228 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen sluiten betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen. Van de huurders die op de datum van de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 tot wijziging van de reglementering betreffende het sociaal huurstelsel en de overdracht van onroerende goederen een sociale huurwoning huren, worden als referentiehuurder beschouwd : 1° de huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode;2° de partner van de persoon, vermeld in 1°;3° als tijdens de duur van de huurovereenkomst de personen, vermeld in 1°, en 2°, overlijden of uit de huurovereenkomst worden geschrapt, een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b), of c), van de Vlaamse Wooncode, die daartoe aangewezen is door de overblijvende huurders. Als er verscheidene huurders als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode, zijn, wijzen zij een huurder van deze categorie van huurders aan als referentiehuurder. Voor de huurders die op 1 januari 2008 een sociale huurwoning huren, geldt voor de toepassing van artikel 19, eerste lid, 2° en 3° ook de inschrijvingsvoorwaarde, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 6° niet. Artikel 1bis is niet van toepassing op de partner die maximaal zes maanden voor de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 tot wijziging van de reglementering betreffende het sociaal huurstelsel en de overdracht van onroerende goederen feitelijk is gaan samenwonen met de huurder, vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode. Die persoon moet uiterlijk zes maanden na het begin van het feitelijk samenwonen de huurovereenkomst mee ondertekenen, op voorwaarde dat zijn partner en de verhuurder daarmee instemmen. Vanaf het ogenblik van de ondertekening wordt die persoon beschouwd als een huurder als vermeld in artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode. » Art. 33.Bijlage I van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen in uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, wordt vervangen door bijla …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.