Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de reglementering betreffende het sociaal huurstelsel en de overdracht van onroerende goederen

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse Regering wijzigt de regels voor sociale huurwoningen en de overdracht van onroerende goederen, met name de berekening van inkomens en de definitie van huurders en mantelzorgers. Het doel is om de voorwaarden voor sociale huisvesting te verduidelijken en aan te passen.

Wat het reguleert

  • De berekening van het "actueel besteedbaar inkomen" voor kandidaat-huurders.
  • De definitie van "referentiehuurder" en "huurder" binnen het sociale huurstelsel.
  • De berekening en indexering van het "inkomen" voor sociale huur.
  • De definitie van "mantelzorger" in de context van sociale huisvesting.

Wie het aanbelangt

  • Kandidaat-huurders en huurders van sociale woningen in Vlaanderen.
  • De Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en sociale huisvestingsmaatschappijen.

Kernpunten

  • Het "actueel besteedbaar inkomen" is het gemiddelde van het effectief beschikbare inkomen over de zes maanden voorafgaand aan de referentiedatum, waarbij inkomens van ongehuwde kinderen jonger dan 25 jaar en inwonende ascendenten (deels) worden uitgesloten.
  • Inkomens van ernstig gehandicapte of minstens 65 jaar oude familieleden van de eerste en tweede graad van de referentiehuurder worden niet aangerekend.
  • Het inkomen wordt geïndexeerd volgens de gezondheidsindex van juni van het voorgaande jaar, tenzij het inkomen betrekking heeft op een periode na juni van het voorgaande jaar.
  • Een huurder die minstens twaalf maanden samenwoont met een andere huurder en dit tijdig meldt aan de verhuurder, kan onder bepaalde voorwaarden als huurder worden beschouwd.
Wettekst
Wettekst
Obsah (4)§ 1§ 2§ 3§ 4

6 FEBRUARI 2009. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de reglementering betreffende het sociaal huurstelsel en de overdracht van onroerende goederen De Vlaamse Regering, Gelet op het de

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten1 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2; Gelet op het ministerieel besluit van 9 december 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/12/1999 pub. 28/04/2000 numac 2000035391 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot vaststelling van de type-huurovereenkomst voor de woningen die aan het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen toebehoren sluiten tot vaststelling van de type-huurovereenkomst voor de woningen die aan het Vlaams Woningfonds van de grote gezinnen toebehoren; Gelet op het advies van de

spectie van Financiën, gegeven op 5 november 2008; Gelet op het advies 45.479/3 van de Raad van State, gegeven op 9 december 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en

burgering; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.

artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten1 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt : « 1° actueel besteedbaar

komen : het gemiddelde van het effectief beschikbare

komen over de periode van zes maanden die aan de referentiedatum voorafgaat, van de kandidaat-huurder, met uitsluiting van de ongehuwde kinderen die vanaf hun meerderjarigheid zonder onderbreking deel uitmaken van het gezin en die minder dan 25 jaar oud zijn op het ogenblik van de referentiedatum.Het

komen van

wonende ascendenten van de referentiehuurder wordt slechts voor de helft aangerekend. Het wordt niet aangerekend voor de familieleden van de eerste en de tweede graad van de referentiehuurder die erkend zijn als ernstig gehandicapt of die ten minste 65 jaar oud zijn. Het effectief beschikbare

komen is het verschil tussen enerzijds alle belastbare en niet-belastbare

komens en anderzijds de vrijgestelde

komens, de effectief betaalde alimentatievergoeding en de effectief betaalde schuldaflossingen. De minister bepaalt de vrijgestelde

komens en de effectief betaalde schuldaflossingen en stelt de nadere regels vast voor de berekening van het effectief beschikbare

komen. De effectief betaalde schuldaflossingen komen alleen

aanmerking voor zover de kandidaat-huurder toegelaten is tot een collectieve schuldenregeling overeenkomstig de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de

beslag genomen onroerende goederen sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van

beslag genomen onroerende goederen, of

budgetbegeleiding of budgetbeheer is bij een O.C.M.W. of bij een andere door de Vlaamse Gemeenschap erkende

stelling voor schuldbemiddeling »; 2° er wordt een punt 8°bis

gevoegd, dat luidt als volgt : « 8°bis : referentiehuurder : a) de persoon die zich bij de

schrijving opgeeft als toekomstige referentiehuurder van de sociale huurwoning;b) de partner van de persoon, vermeld

punt

  1. a);
  2. c)als tijdens de duur van de huurovereenkomst de personen als vermeld

punt

  1. a)en
  2. b)overlijden of uit de huurovereenkomst worden geschrapt, een huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b), of c), van de Vlaamse Wooncode, die daartoe aangewezen is door de overblijvende huurders;»; 3° punt 10° wordt vervangen door wat volgt : « 10° huurder : een huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, van de Vlaamse Wooncode;»; 4° punt 15° wordt vervangen door wat volgt : « 15°

komen : de som van de aan de personenbelasting onderworpen

komsten en van de niet-belastbare vervangingsinkomsten van de referentiepersoon, met uitsluiting van de ongehuwde kinderen die vanaf hun meerderjarigheid zonder onderbreking deel uitmaken van het gezin en die minder dan 25 jaar oud zijn op het ogenblik van de referentiedatum.Het

komen van

wonende ascendenten van de referentiehuurder wordt slechts voor de helft aangerekend. Het wordt niet aangerekend voor de familieleden van de eerste en de tweede graad van de referentiehuurder die erkend zijn als ernstig gehandicapt of die ten minste 65 jaar oud zijn. Ongeacht de periode waarop het

komen betrekking heeft, wordt dat

komen steeds geïndexeerd volgens de gezondheidsindex van de maand juni van het jaar dat aan de toepassing ervan voorafgaat en met als basis de maand juni van het jaar waarop het

komen betrekking heeft.

afwijking daarvan wordt het

komen niet geïndexeerd als het betrekking heeft op een periode na de maand juni van het jaar dat aan de toepassing ervan voorafgaat. Als het

komen,

voorkomend geval na

dexatie, kleiner is dan het leefloon, rekening houdend met de gezinssamenstelling van de referentiepersoon, zoals het van toepassing is

de maand juni van het jaar dat aan de vaststelling van het

komen voorafgaat, wordt het

komen gelijkgesteld met dat leefloon; »; 5° er wordt een punt 19°bis

gevoegd, dat luidt als volgt : « 19°bis mantelzorger : de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met een verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt

het dagelijkse leven;». Art. 2.

hetzelfde besluit wordt een artikel 1bis

gevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 1bis.De huurder die minstens twaalf maanden een huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), van de Vlaamse Wooncode is, en die samenwoont met een huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode, wordt beschouwd als een huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode, op voorwaarde dat hij minimaal twaalf maanden op voorhand heeft gemeld aan de verhuurder dat hij de partner is van die persoon en dat hij, mits zijn partner en de verhuurder ermee akkoord gaan, de huurovereenkomst

een bijvoegsel dat bij de huurovereenkomst wordt gevoegd, ondertekent

zijn hoedanigheid van huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode. » Art. 3.

artikel 3, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid

gevoegd, dat luidt als volgt : « Als een ongehuwde persoon of een persoon die niet wettelijk samenwoont en die zich wil

schrijven, samenwoont met gezinsleden die de sociale huurwoning duidelijk niet mee zullen betrekken, worden die gezinsleden niet mee

aanmerking genomen voor de aftoetsing van de

schrijvingsvoorwaarden, vermeld

het eerste lid.»; 2°

het vierde lid, dat nu het vijfde lid is geworden, worden de woorden « derde lid » vervangen door de woorden « vierde lid ». Art. 4.

artikel 4bis van hetzelfde besluit,

gevoegd door het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid worden tussen de woorden « de verhuurders » en de woorden « de bevoegdheid » de woorden « of hun gemachtigde »

gevoegd; 2°

het tweede lid worden tussen de woorden « De verhuurder » en het woord « doet » de woorden « of zijn gemachtigde »

gevoegd;3°

het derde lid worden de woorden « aangestelde van een verhuurder » vervangen door de woorden » verhuurder of zijn gemachtigde »;4°

het vierde lid worden tussen de woorden « de verhuurder » en de woorden « die persoon » de woorden « of zijn gemachtigde »

gevoegd. Art. 5.

artikel 4ter van hetzelfde besluit,

gevoegd door het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten3, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 4ter.Het Huis van het Nederlands en de minister leggen, na overleg met de verhuurders een afsprakenkader vast voor de nadere regeling van de verlening van de bevoegdheid, vermeld

artikel 4bis, eerste lid. Dat afsprakenkader bepaalt minstens : 1° de opleiding die de verhuurder of zijn gemachtigde moet volgen;2° de

strumenten die de verhuurder of zijn gemachtigde moet gebruiken;3° de gestandaardiseerde formulieren, die de verhuurder of zijn gemachtigde moet gebruiken. De opleiding, de

strumenten en de formulieren, vermeld

het tweede lid, zijn identiek voor alle Huizen van het Nederlands en alle verhuurders. » Art. 6.Aan artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de punten 6° tot 9° toegevoegd, die luiden als volgt : « 6° een attest van uitstel van aanmelding, vermeld

artikel 13, § 6, tweede lid, van het

burgeringsbesluit; 7° een attest van heraanmelding, vermeld

artikel 2, § 3, van het ministerieel besluit van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 22/12/2008 pub. 16/01/2009 numac 2009027004 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 20 december 2007 betreffende de modaliteiten en de procedure voor de toekenning van premies ter bevordering van rationeel energiegebruik type ministerieel besluit prom. 22/12/2008 pub. 17/02/2009 numac 2009200580 bron waalse overheidsdienst Ministerieel besluit houdende overdracht van kredieten tussen programma's 04 en 01 van organisatieafdeling 09 en 10 van de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2008 sluiten tot vaststelling van de modellen van attest, van

burgeringscontract en van bijlage bij het

burgeringscontract

het kader van het

burgeringsbeleid;8° een attest van uitstel van ondertekening van het

burgeringscontract, vermeld

artikel 13, § 6, tweede lid, van het

burgeringsbesluit;9° een attest van tijdelijke opschorting van het

burgeringscontract, vermeld

artikel 13, § 6, eerste lid, van het

burgeringsbesluit.» Art. 7.

artikel 6, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « die het attest, vermeld

artikel 5, eerste lid, 4° of 5° » vervangen door de woorden « die een van de attesten, vermeld

artikel 5, eerste lid, 4° tot 9° ». Art. 8.

artikel 8 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De

schrijvingsregisters worden minstens

elk oneven jaar geactualiseerd. Daarbij wordt nagegaan of minstens de kandidaat-huurders die het tweede kalenderjaar ervoor al waren

geschreven, nog voldoen aan de

schrijvingsvoorwaarde, vermeld

artikel 3, § 1, eerste lid, 2°, of

voorkomend geval, vermeld

artikel 29, § 2, behalve als die controle al

het kalenderjaar ervoor werd uitgevoerd. » Art. 9.

artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt : « Met behoud van de toepassing van het eerste lid, mag de voorkeur van de kandidaat-huurder met betrekking tot het type en de ligging van de woningen waarvoor hij zich wil

schrijven, niet leiden tot een te beperkte keuze.De verhuurder weigert die voorkeur als hij van oordeel is dat die voorkeur kennelijk een te beperkt aandeel van het patrimonium betreft of als die voorkeur ertoe leidt dat een toewijzing onmogelijk wordt. »; 2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid

gevoegd, dat luidt als volgt : «

afwijking van het tweede lid, kan de mantelzorger en de persoon die vanwege één of meer aanverwante mantelzorgers zorg en bijstand ontvangt, een meer gerichte keuze maken met betrekking tot de ligging van de woningen waarvoor hij zich wil

schrijven.» Art. 10.

artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. De verhuurder gaat over tot schrapping van een kandidatuur uit het

schrijvingsregister

de volgende gevallen : 1° als de kandidaat-huurder een woning die hem door de verhuurder aangeboden wordt, heeft aanvaard;2° als bij de actualisering blijkt dat de kandidaat-huurder niet meer voldoet aan de

schrijvingsvoorwaarde, vermeld

artikel 3, § 1, eerste lid, 2°, of,

voorkomend geval, vermeld

artikel 29, § 2;3° als, op het ogenblik dat een woning aan de kandidaat-huurder door de verhuurder wordt aangeboden, blijkt dat hij niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld

artikel 14, 15 en 16;4° als de kandidaat-huurder werd

geschreven door de verhuurder

gevolge onjuiste of onvolledige verklaringen of gegevens, die door hem te kwader trouw werden afgelegd of gegeven;5° als de kandidaat-huurder de verhuurder daar schriftelijk om verzoekt;6° bij de tweede weigering of bij het tweemaal niet-reageren door de kandidaat-huurder als hem een woning door de verhuurder wordt aangeboden die aan zijn keuze qua ligging, type en maximale huurprijs beantwoordt, op voorwaarde dat tussen de eerste weigering of het uitblijven van een reactie en het volgende aanbod van een andere woning een periode verlopen is van ten minste drie maanden.De verhuurder moet bij het volgende aanbod van een andere woning de kandidaat-huurder uitdrukkelijk op de hoogte brengen dat bij een weigering of het niet-reageren op het aanbod zijn kandidatuur geschrapt zal worden. De kandidaat-huurder krijgt telkens een termijn van minimaal vijftien kalenderdagen, vanaf de postdatum van de brief waarmee het aanbod werd gedaan, om te reageren; 7° als de kandidaat-huurder niet of niet tijdig reageert op de brief en de herinneringsbrief van de verhuurder bij actualisering van het register, vermeld

artikel 8, op voorwaarde dat hij minimaal een maand, te rekenen vanaf de postdatum van de brief, krijgt om te reageren en na de herinneringsbrief minimaal vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de postdatum van de herinneringsbrief. De verhuurder kan wegens zwaarwichtige redenen afzien van de toepassing van de schrappingsgrond, vermeld

het eerste lid, 6°. De toezichthouder oefent het toezicht uit op die afwijking. Tijdens de periode van drie maanden tussen twee aanbiedingen als vermeld

het eerste lid, 6°, worden er geen woningen aangeboden aan de kandidaat-huurder.

afwijking daarvan kan de kandidaat-huurder uitdrukkelijk verzoeken om bepaalde woningen toch aangeboden te krijgen. Als hij het aanbod van een van die woningen vervolgens weigert, wordt hij geschrapt. Na de eerste weigering of na het eerste niet-reageren wordt de kandidaat-huurder door de verhuurder op dat recht gewezen. Als de kandidaat-huurder daarvoor gegronde redenen kan aanvoeren die geen afbreuk doen aan zijn woonbehoeftigheid, kan hij de verhuurder verzoeken om hem een bepaalde tijd geen woning aan te bieden, zonder dat dat verzoek

aanmerking wordt genomen als weigering van een aanbod. Als blijkt dat de verhuurder

gaat op verzoeken die onvoldoende gemotiveerd zijn, kan de toezichthouder beslissen dat gedurende maximaal een jaar elk verzoek aan hem wordt voorgelegd. De verhuurder kan beslissen om over te gaan tot schrapping van een kandidatuur uit het

schrijvingsregister als een brief onbestelbaar terugkeert bij actualisering van het register of bij het aanbod van een woning op voorwaarde dat hij de brief bij actualisering van het register of bij het aanbod van een woning verzendt naar het laatst bekende adres dat

het Rijksregister wordt vermeld, tenzij de kandidaat-huurder uitdrukkelijk heeft gevraagd om de briefwisseling naar een ander adres te verzenden. Als de verhuurder beslist om de mogelijkheid tot schrapping, vermeld

het vijfde lid, toe te passen, wordt die schrappingsgrond vermeld

het

schrijvingsbewijs, vermeld

artikel 11, en

het

terne huurreglement. De verhuurder bezorgt een afschrift van het

terne huurreglement aan de toezichthouder binnen een termijn van vier maanden na de

werkingtreding van dit besluit. De latere wijzigingen moeten onmiddellijk worden meegedeeld aan de toezichthouder. De kandidaat-huurder wordt door de verhuurder schriftelijk op de hoogte gebracht van de schrapping, behalve als die schrapping wordt uitgevoerd met toepassing van het vijfde lid. » Art. 11.Aan artikel 15, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit wordt een punt e), toegevoegd, dat luidt als volgt : «

  1. e)een verklaring van het Huis van het Nederlands waaruit blijkt dat er voor de kandidaat-huurder geen passend aanbod is van een cursus Nederlands tweede taal van niveau A.1 Breakthrough van het Europese referentiekader voor vreemde talen; ». Art. 12.Aan artikel 16 van hetzelfde besluit worden de punten f), g),
  2. h)en
  3. i)toegevoegd, die luiden als volgt : «
  4. f)het attest, vermeld

artikel 5, eerste lid, 6°;g) het attest, vermeld

artikel 5, eerste lid, 7°, voor zover de datum van afgifte van het attest niet ouder dan drie maanden is;h) het attest, vermeld

artikel 5, eerste lid, 8°;i) het attest, vermeld

artikel 5, eerste lid, 9°.» Art. 13.

artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt : « 1° de kandidaat-huurder voor zover een van de personen, vermeld

artikel 1, 17°, b), minstens 55 jaar oud is of een bepaalde handicap heeft, uitsluitend als de beschikbare woning door de daarop gerichte

vesteringen specifiek is aangepast aan de huisvesting van ouderen of aan de huisvesting van personen met die handicap;» 2°

het derde lid worden de woorden « dit artikel » vervangen door de woorden « het eerste lid, 5° of 6°, ». Art. 14.

artikel 20, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « die nog geen huurder is van een verhuurder of » geschrapt. Art. 15.

artikel 22 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

het eerste lid, 1°, worden de woorden « , of na een negatieve evaluatie als vermeld

artikel 32, § 1 » geschrapt; 2°

het tweede lid wordt de zin « De toewijzing kan niet worden geweigerd als de kandidaat-huurder tot een collectieve schuldenregeling overeenkomstig de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de

beslag genomen onroerende goederen sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van

beslag genomen onroerende goederen, is toegelaten of

budgetbegeleiding of budgetbeheer bij een O.C.M.W. of een andere door de Vlaamse Gemeenschap erkende

stelling voor schuldbemiddeling is. » vervangen door de zinnen : «

afwijking hiervan kan de verhuurder, als de kandidaat-huurder

budgetbegeleiding of budgetbeheer is bij een O.C.M.W. of een andere door de Vlaamse Gemeenschap erkende

stelling voor schuldbemiddeling, de toewijzing slechts weigeren, als op het ogenblik van de toewijzing minder dan 75% van de schulden bij die verhuurder zijn afgelost. Als de kandidaat-huurder toegelaten is tot een collectieve schuldenregeling overeenkomstig de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de

beslag genomen onroerende goederen sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van

beslag genomen onroerende goederen, en er is een minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling opgesteld, kan de verhuurder de toewijzing niet weigeren. » 3° het derde lid wordt vervangen door wat volgt : «

uitzonderlijke gevallen kan de verhuurder de toewijzing van een woning weigeren aan een kandidaat-huurder voor zover wordt aangetoond dat de toewijzing aan de kandidaat-huurder een ernstige bedreiging vormt voor de fysische of psychische

tegriteit van de bewoners.

de motivatie wordt uitdrukkelijk vermeld waarom een proefperiode niet volstaat voor de kandidaat-huurder. Als blijkt dat de verhuurder toewijzingen weigert die onvoldoende gemotiveerd zijn, kan de toezichthouder beslissen dat gedurende maximaal een jaar elke beslissing tot weigering aan hem wordt voorgelegd. » Art. 16.

artikel 24 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1, eerste lid, worden de woorden « en

voorkomend geval de specifieke toewijzingsregels, vermeld

artikel 26 » toegevoegd;2°

§ 1

, derde lid, worden tussen de woorden « beslissen dat » en de woorden « elke beslissing » de woorden « gedurende maximaal een jaar »

gevoegd; 3°

§ 2

, eerste lid, worden tussen de woorden « een verhuurder, » en de woorden «

overleg met het O.C.M.W. » de woorden « die het toewijzingssysteem, vermeld

artikel 18, toepast »

gevoegd; 4° aan § 2, tweede lid, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 5°

het kader van de woonbehoeftigheid van specifieke doelgroepen als vermeld

artikel 28, de daklozen zijn afgebakend als doelgroep waarvoor een voorrang wordt gegeven.» Art. 17.

artikel 26, § 1 van hetzelfde besluit worden de woorden «

afdeling IV » vervangen door de woorden « , vermeld

artikel 18 tot en met 21 ». Art. 18.Artikel 27 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 27.Als de gemeente rekening wil houden met de lokale binding van de kandidaat-huurder, kan voorrang gegeven worden aan de kandidaat-huurder : 1° die een aantal jaren, te bepalen

het toewijzingsreglement,

de gemeente woont of gewoond heeft;2° die een aantal jaren, te bepalen

het toewijzingsreglement,

een deelgemeente, district, wijk of buurt van de gemeente waarin de toe te wijzen woning gelegen is, woont of gewoond heeft;3° die niet

de gemeente woont maar werkt

de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is;4° die niet

de gemeente woont maar wiens schoolgaande kinderen naar een school gaan

de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is;5° die

de hoedanigheid van mantelzorger activiteiten van zorg en bijstand verricht, als vermeld

artikel 4 van het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2008 pub. 29/08/2008 numac 2008202941 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de zorg- en bijstandsverlening type decreet prom. 18/07/2008 pub. 08/10/2008 numac 2008029453 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende sommige aanpassingen van het decreet van 27 februari 2003 betreffende de radio-omroep sluiten betreffende de zorg- en bijstandsverlening ten aanzien van een of meer aanverwante personen met een verminderd zelfzorgvermogen, wonend

de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is;6° die zorg en bijstand ontvangt als vermeld

5° vanwege één of meer aanverwante mantelzorgers, wonend

de gemeente waar de toe te wijzen woning gelegen is. De voorrang, vermeld

het eerste lid, geldt na de toepassing van de verplichte voorrangsregels, vermeld

artikel 19 en 21, en na,

voorkomend geval, de voorrangsregel voor doelgroepen, vermeld

artikel 28, en de afwijkende toewijzingsregels ter bevordering van de leefbaarheid, vermeld

artikel 29. De gemeente beslist of ze een of meer bindingsfactoren, vermeld

het eerste lid, zal toepassen. De gemeente kan kiezen om aan de verschillende bindingsfactoren een zelfde gewicht te geven of een rangorde

te stellen. De gemeente beslist of de voorrang geldt voor alle sociale huurwoningen

de gemeente of een deel ervan. De bindingsfactoren, vermeld

het eerste lid, 5° en 6°, worden aangetoond op basis van een van de volgende documenten : 1° een attest, afgeleverd door een door de Vlaamse Gemeenschap erkende zorgkas, dat aantoont dat de persoon met een verminderd zelfzorgvermogen erkend is als zorgbehoevende

het kader van de Vlaamse zorgverzekering; 2° een verklaring

gevuld door een sociale dienst van een O.C.M.W. of een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds. De minister bepaalt het modelformulier voor de verklaring, vermeld

het vierde lid, 2°. De bindingsfactoren en de wijze waarop ze worden toegepast, worden opgenomen

het toewijzingsreglement. Voor de verhuurder waarop het toewijzingsreglement van toepassing is, vervallen al naargelang het geval de optionele voorrangsregel, vermeld

artikel 20, § 1, eerste lid, 1°, of de optionele gewogen prioriteit 'het aantal jaren dat de kandidaat-huurder

de gemeente of het werkingsgebied verblijft', vermeld

artikel 21, § 3, eerste lid. » Art. 19.

artikel 28, § 2, van hetzelfde besluit wordt de zin : « Als de gemeente de voorrang, vermeld

§ 1, wil toepassen, moet het toewijzingsreglement een doelgroepenplan bevatten.

» vervangen door de zin : « Als de gemeente de voorrang, vermeld

§ 1

, wil toepassen, wordt dat verantwoord op basis van een voorgelegd doelgroepenplan. » Art. 20.

hoofdstuk V, afdeling V, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van onderafdeling V vervangen door wat volgt : « Onderafdeling V. Bewaken, versterken en herstellen van de leefbaarheid ». Art. 21.

artikel 29 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

wordt het woord « ernstig » telkens geschrapt;2°

§ 1

, tweede lid, wordt de zin «

dat geval moet het toewijzingsreglement een leefbaarheidsplan bevatten.» vervangen door de zin « Als de gemeente de afwijkende toewijzingsregels, vermeld

het eerste lid, wil toepassen, wordt dat verantwoord op basis van een voorgelegd leefbaarheidsplan. »; 3° § 1, vierde lid, wordt vervangen door wat volgt : « De afwijkende toewijzingsregels worden

het toewijzingsreglement opgenomen, evenals de wijze waarop ze zullen worden toegepast.De afwijkende toewijzingsregels kunnen alleen op de wijken of gebouwen waarvoor een leefbaarheidsplan is opgemaakt, worden toegepast. Er moeten compenserende maatregelen worden genomen voor de mensen die door de toepassing van de afwijkende toewijzingsregels geen woning wordt toegewezen op het ogenblik dat zij daar volgens de standaardvoorrangs- en toewijzingsregels, vermeld

afdeling IV, voor

aanmerking zouden komen. De compenserende maatregelen worden opgenomen

het toewijzingsreglement. »; 4° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Als het gemiddelde

komen van de huurders van de wijken of gebouwen waarvoor uitdrukkelijk een leefbaarheidsplan is opgemaakt, lager is dan de

komensgrens, vermeld

artikel 3, § 2, eerste lid, 1°, kan de toepassing van de volgende verhoogde

komensgrenzen bij de

schrijving deel uitmaken van het leefbaarheidsplan onder de voorwaarden, vermeld

deze paragraaf : 1° 26.850 euro voor een alleenstaande zonder personen ten laste; 2° 28.350 euro voor een alleenstaande gehandicapte als vermeld

artikel 1, 22°, b) ; 3° 35.800 euro, verhoogd met 1500 euro per persoon ten laste voor anderen. Als een persoon beantwoordt aan de definitie van persoon ten laste, vermeld

artikel 1, 22°, a), en aan de definitie van persoon ten laste, vermeld

artikel 1, 22°, b), telt die persoon voor twee personen ten laste. Een verhuurder kan de verhoogde

komensgrenzen zowel preventief als curatief toepassen voor de wijken of gebouwen waarvoor uitdrukkelijk een leefbaarheidsplan is opgemaakt. Als minimaal 6% van de woningen

de gemeente wordt verhuurd volgens dit besluit, kunnen de verhoogde

komensgrenzen zowel preventief als curatief worden toegepast op alle sociale huurwoningen van de gemeente. De toepassing van die verhoogde

komensgrenzen mag er

die gemeente niet toe leiden dat : 1° meer dan 20% van de huurders van de verhuurder een hoger

komen heeft dan de toepasselijke

komensgrenzen, vermeld

artikel 3, § 2;2° de verhuurder per gebouw of wijk op jaarbasis meer dan 20% toewijzingen doet aan kandidaat-huurders van wie het

komen hoger is dan de

komensgrenzen, vermeld

artikel 3, § 2;3° de verhuurder op jaarbasis meer dan 10% toewijzingen doet aan kandidaat-huurders van wie het

komen hoger is dan de

komensgrenzen, vermeld

artikel 3, § 2.» Art. 22.

hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk Vbis, bestaande uit artikel 29bis,

gevoegd, dat luidt als volgt : « Hoofdstuk Vbis. Begeleiding van de kandidaat-huurder en huurder Art. 29bis.De verhuurder zorgt voor het uitvoeren van de basisbegeleidingstaken. Die taken hebben betrekking op : 1° het laagdrempelig en klantvriendelijk onthalen en

formeren van de personen die zich willen

schrijven, de kandidaat-huurders en de huurders, over alle aangelegenheden met betrekking tot het huren van en wonen

een sociale woning;2° het begeleiden en ondersteunen van huurders bij het nakomen van hun huurdersverplichtingen;3° het organiseren van huurdersvergaderingen en het ondersteunen van bewonersinitiatieven met het oog op

formatieverspreiding, overleg met en betrokkenheid van de huurders. Naast de taken, vermeld

het eerste lid, besteedt het sociaal verhuurkantoor bijzondere aandacht aan de

dividuele begeleiding en ondersteuning van de huurders, met het oog op het verbeteren van hun woon- en leefomstandigheden en het bevorderen van hun zelfredzaamheid. De minister bepaalt de nadere

vulling van deze basisbegeleidingstaken. Als de huurder begeleiding nodig heeft die de basisbegeleiding overstijgt, verwijst de verhuurder de huurder door naar het O.C.M.W. » Art. 23.Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 30.Voor de hierna vermelde beslissingen van de verhuurder kan de kandidaat-huurder die zich benadeeld acht door die beslissing, met een aangetekende en gemotiveerde brief een beoordeling vragen van de toezichthouder : 1° de beslissing om een woning toe te wijzen aan een andere kandidaat-huurder;2° de beslissing om geen afwijking toe te staan, als vermeld

artikel 3, § 1, vierde lid, of een versnelde toewijzing als vermeld

artikel 24;3° de beslissing om de kandidaat-huurder te schrappen uit het register;4° de beslissing om de toewijzing van een woning aan de kandidaat-huurder te weigeren;5° de beslissing om een persoon die zich wil

schrijven, niet

te schrijven of een persoon die wil toetreden tot de huurovereenkomst, niet te laten toetreden;6° de beslissing om de voorkeur van de kandidaat-huurder, vermeld

artikel 10, tweede lid, te weigeren. Betrokkene moet de beoordeling van de toezichthouder vragen binnen dertig dagen na de melding van de beslissing, behalve

het geval vermeld

het eerste lid, 1°.

dat geval moet hij de beoordeling binnen een jaar na de datum van de betwiste toewijzing vragen. De toezichthouder beoordeelt de gegrondheid en bezorgt zijn beoordeling aan de verhuurder en aan de betrokkene binnen dertig dagen vanaf de datum van afgifte op de post van de aangetekende brief van betrokkene. De verhuurder betekent zijn nieuwe gemotiveerde beslissing aan de betrokkene binnen dertig dagen na ontvangst van de beoordeling van de toezichthouder, en bezorgt op diezelfde datum een afschrift aan de toezichthouder. Als de verhuurder vaststelt dat

het geval, vermeld

het eerste lid, 1°, de toewijzing aan de betrokkene had moeten gebeuren of dat

het geval, vermeld

het eerste lid, 4°, dat de betrokkene ten onrechte werd geweigerd, of als er binnen dertig dagen na ontvangst van de beoordeling van de toezichthouder geen beslissing wordt betekend, krijgt de kandidaat-huurder de voorrang, vermeld

artikel 19, eerste lid, 1°bis en artikel 21, § 2, eerste lid, 1°bis. Als er binnen dertig dagen na ontvangst van de beoordeling van de toezichthouder geen beslissing wordt betekend, wordt : 1°

het geval, vermeld

het eerste lid, 2°, de afwijking vermeld

artikel 3, § 1, vierde lid, of de versnelde toewijzing, vermeld

artikel 24, toegestaan;2°

het geval, vermeld

het eerste lid, 3°, de schrapping ongedaan gemaakt;3°

het geval, vermeld

het eerste lid, 5°, de persoon

geschreven of toegelaten tot toetreding tot de huurovereenkomst;4°

het geval, vermeld

het eerste lid, 6°, de voorkeur van de kandidaat-huurder aangenomen. De beslissingen, vermeld

het eerste lid, 2°, 3°, 4°, 5° en 6°, vermelden de verhaalsmogelijkheid, de vorm waarin het verhaal moet gebeuren en de termijn waarin het verhaal moet worden uitgeoefend. Bij gebreke aan een formele beslissing als vermeld

het eerste lid, 2° of 5°, binnen een termijn van twee maanden na het verzoek tot afwijking, versnelde toewijzing,

schrijving of toetreding, kan de kandidaat-huurder met een aangetekende en gemotiveerde brief rechtstreeks een beoordeling vragen van de toezichthouder.De bepalingen van het derde en vijfde lid zijn daarop van toepassing. » Art. 24.Aan artikel 31 van hetzelfde besluit worden twee nieuwe leden toegevoegd, die luiden als volgt : « Voor de tijdelijke opvang van alleenstaanden of gezinnen die

een noodsituatie verkeren, kan een gemeente, een

tergemeentelijk samenwerkingsverband, een O.C.M.W. of een vereniging van O.C.M.W.'s een huurovereenkomst van kortere duurtijd sluiten. De bijlagen, vermeld

artikel 2, § 1, van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, en

het koninklijk besluit van 4 mei 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten, genomen ter uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek, worden niet bij de huurovereenkomsten gevoegd die gesloten zijn op basis van dit besluit. « Art. 25.Artikel 32 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 32.§ 1.

de typehuurovereenkomst wordt een proefperiode van twee jaar opgenomen. De proefperiode heeft als doel tijdens de duur ervan de huurder te evalueren, nauwgezet te volgen en eventueel bij te sturen. § 2. De verhuurder gaat drie maanden voor het einde van de proefperiode na of de huurder zijn verplichting, vermeld

artikel 92, § 3, eerste lid, 6° en 7°, van de Vlaamse Wooncode, is nagekomen. De verplichting is nagekomen als een van de volgende voorwaarden vervuld is : 1° de huurder heeft bij de

schrijving, bij de toelating of bij de toetreding tot de lopende huurovereenkomst de documenten, vermeld

artikel 4, eerste lid, of de verklaring, vermeld

artikel 4, tweede lid, 1° of 2°, voorgelegd, of de verhuurder heeft die verklaringen op die momenten via de Kruispuntbank

burgering verkregen;2° op het moment van de evaluatie kan de huurder een van de volgende stukken voorleggen, of kan de verhuurder die stukken via de Kruispuntbank

burgering verkrijgen : a) de documenten, vermeld

artikel 4, eerste lid;b) de verklaring, vermeld

artikel 4, tweede lid, 1° of 2°;c) de verklaring, vermeld

artikel 15, § 1, eerste lid, 3°, c), met behoud van de toepassing van artikel 15, § 1, tweede lid, en § 2;d) het

burgeringscontract, voor zover de huurder geen

breuk heeft gepleegd op artikel 5, § 3, 2°, van het

burgeringsdecreet. §

  1. Als het Huis van het Nederlands tijdens de proefperiode vaststelt dat een huurder de aangeboden en gestarte cursus Nederlands tweede taal niet heeft aangevat of minder dan 80% aanwezig was tijdens de cursus Nederlands tweede taal, met behoud van de toepassing van artikel 15, § 1, tweede lid, meldt het Huis van het Nederlands dat binnen dertig dagen na die vaststelling schriftelijk aan de verhuurder. De verhuurder brengt de huurder er schriftelijk van op de hoogte dat het een ernstige tekortkoming is tegenover zijn verplichtingen en dat het op het einde van de proefperiode aanleiding kan geven tot het opleggen van een administratieve geldboete. §
  2. De verhuurder gaat drie maanden voor het einde van de proefperiode na of de huurder de verplichting, vermeld

artikel 92, § 3, eerste lid, 8°, van de Vlaamse Wooncode, is nagekomen. De verplichting is nagekomen als een van de volgende voorwaarden vervuld is : 1° de huurder heeft bij de

schrijving, bij de toelating of bij de toetreding tot de lopende huurovereenkomst het attest, vermeld

artikel 5, eerste lid, 1° of 2° of 3°, voorgelegd of de verhuurder heeft die attesten op die momenten via de Kruispuntbank

burgering verkregen;2° op het moment van de evaluatie kan de huurder een van de volgende stukken voorleggen of kan de verhuurder die stukken via de Kruispuntbank

burgering verkrijgen : a) een attest van

burgering;b) het

burgeringscontract, voor zover dat een attest van het onthaalbureau bewijst dat de huurder geen

breuk heeft gepleegd op artikel 5, § 3, 2°, van het

burgeringsdecreet;c) een attest van tijdelijke opschorting van het

burgeringscontract, vermeld

artikel 13, § 6, eerste lid, van het

burgeringsbesluit. § 5. Als het onthaalbureau tijdens de proefperiode vaststelt dat een verplichte

burgeraar niet regelmatig heeft deelgenomen aan het vormingsprogramma, vermeld

artikel 13, § 2, van het

burgeringsbesluit, of als het onthaalbureau vaststelt dat een verplichte

burgeraar zijn vormingsprogramma onrechtmatig vroegtijdig heeft beëindigd als vermeld

artikel 13, § 3, van het

burgeringsbesluit, meldt het onthaalbureau dat binnen dertig dagen na die vaststelling schriftelijk aan de verhuurder. De verhuurder brengt de huurder er schriftelijk van op de hoogte dat het een ernstige tekortkoming is tegenover zijn verplichtingen en dat het op het einde van de proefperiode aanleiding kan geven tot het opleggen van een administratieve geldboete. » Art. 26.

artikel 33 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, eerste lid, 1° en 2°, worden de woorden « de minderjarige kinderen » vervangen door de woorden « zijn minderjarige kinderen »;2° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.De opzeggingstermijn vangt aan op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de verhuurder met een aangetekende brief de opzegging aan de huurder heeft gegeven. Die opzegging geldt voor alle huurders. »; 3° § 5 wordt vervangen door wat volgt : « § 5.De huurder kan op elk moment de huurovereenkomst opzeggen met een aangetekende brief. De opzegging geldt alleen voor hem. Voor de laatste huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), van de Vlaamse Wooncode, die de huurovereenkomst opzegt, geldt een opzeggingstermijn van drie maanden, voor de andere huurders die de huurovereenkomst opzeggen, geldt geen opzeggingstermijn. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de opzegging werd gegeven. Als een huurder die niet gehuwd is met een andere huurder, de woning niet meer als hoofdverblijfplaats betrekt en als hij nalaat de huurovereenkomst op te zeggen, wordt de huurovereenkomst ten aanzien van hem van rechtswege ontbonden en wordt hij uit de huurovereenkomst geschrapt. Als een huurder die gehuwd is met een andere huurder en de sociale huurwoning niet meer als hoofdverblijfplaats betrekt, nalaat de huurovereenkomst op te zeggen, wordt de huurovereenkomst ten aanzien van hem van rechtswege ontbonden en wordt hij uit de huurovereenkomst geschrapt op voorwaarde dat de overblijvende huurder aantoont dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is. De ontbinding gaat

op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin die feiten met de nodige stavingsstukken door de overblijvende huurder ter kennis van de verhuurder worden gebracht. Als het adres bekend is, brengt de verhuurder de huurder die de woning niet meer als hoofdverblijfplaats betrekt, onmiddellijk op de hoogte van het neerleggen van de stavingsstukken door de overblijvende huurder en van de mogelijkheid om de feiten te weerleggen binnen de termijn die hij vastlegt, maar

ieder geval voor dat de ontbinding plaatsvindt. » Art. 27.Aan artikel 39 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Als de verhuurder niet akkoord gaat met de geschatte waarde, doet de VMSW op verzoek van de verhuurder een nieuwe schatting. De VMSW zal samen met de betrokken notaris en de verhuurder de schattingsprijs bepalen. » Art. 28.

artikel 41, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden « tot de » en de woorden « marktwaarde van » het woord « geschatte »

gevoegd. Art. 29.

artikel 48, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan punt 1° worden de woorden « tenzij dit aanleiding geeft tot een huurprijsverhoging « toegevoegd;2° aan punt 3°, worden de woorden « die niet onder de toepassing van het geval, vermeld

punt 1°, valt « toegevoegd. Art. 30.

artikel 50 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt : « Het vooropgestelde aantal bewoners en de opname daarvan

het

tern huurreglement worden vastgesteld op de wijze die de minister bepaalt.De verhuurder kan een soepelere

vulling geven aan het vooropgestelde aantal bewoners, mits hij een motivering geeft op basis van een dreiging van te grote bewonersdichtheid of van een tekort aan aanbod van bepaalde woningtypes. »; 2° het zevende lid wordt vervangen door wat volgt : « Die vergoeding kan alleen worden aangerekend als de huurder weigert om zich kandidaat te stellen voor een aangepaste woning

dezelfde omgeving, voor zover dat er niet toe leidt dat de aangepaste huurprijs, vermeld

artikel 46, van die woning meer dan 3% meer bedraagt dan de aangepaste huurprijs van de onderbezette woning of als de huurder tweemaal een dergelijke woning weigert.» Art. 31.

artikel 70 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°

§ 1

, 1° worden de woorden « 1 januari 2008 en definitief vastgesteld wordt op 1 januari 2009 » vervangen door de woorden « 1 januari 2008 en op 1 januari 2009 en definitief vastgesteld wordt op 1 januari 2010 »;2°

§ 1

, wordt er een punt 2°bis

gevoegd, dat luidt als volgt : « 2°bis de voorlopige basishuurprijs op 1 januari 2009, is gelijk aan de marktwaarde die wordt vastgesteld op basis van artikel 41, met dien verstande dat de verhuurder die waarde voor de toepassing

2010 nog kan aanpassen

overleg met de VMSW en na evaluatie van deze vaststelling door de VMSW;»; 3°

§ 1

, 3° worden de woorden « , geactualiseerd naar 2009 met toepassing van artikel 40, » geschrapt;4°

§ 1

, 3° worden telkens de woorden « de

2009 definitief vastgestelde basishuurprijs » vervangen door de woorden « de

2009 voorlopig vastgestelde basishuurprijs »;5°

§ 1

, 6° worden de woorden « ,

2008 niet wordt toegepast » vervangen door de woorden « pas wordt toegepast nadat de minister het vooropgestelde aantal bewoners en de wijze van opname daarvan

het

terne huurreglement heeft vastgesteld »;6°

§ 3

, derde lid, en

§ 4

, vierde lid worden telkens de punten 2° en 3° vervangen door : « 2° 1/59ste » van het

komen

het jaar 2009;3° 1/57ste van het

komen

2010 ». Art. 32.Artikel 73 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 73.§ 1. Voor de kandidaat-huurders die zijn

geschreven met toepassing van de verhoogde

komensgrenzen, vermeld

artikel 2, § 3, van het besluit van 20 oktober 2000 tot reglementering van het sociale huurstelsel voor sociale huurwoningen die worden verhuurd of onderverhuurd door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of een sociale huisvestingsmaatschappij met toepassing van titel VII van de Vlaamse Wooncode, gelden

afwijking van artikel 14 de verhoogde

komensgrenzen van hoger vermeld besluit. Aan de kandidaat-huurder die voor 1 januari 2008 was

geschreven en die niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarde, vermeld

artikel 3, § 1, eerste lid, 6°, en die voor 1 juni 2007 een asielaanvraag heeft

gediend, wordt geen woning aangeboden tot op het moment dat er een uitspraak is over de gegrondheid van zijn asielaanvraag.

voorkomend geval wordt de schrapping die voor de

werkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van (datum) tot wijziging van de reglementering betreffende het sociaal huurstelsel en de overdracht van onroerende goederen, heeft plaats gevonden op basis van het niet-voldoen aan die toelatingsvoorwaarde door de kandidaat-huurder die voor 1 juni 2007 een asielaanvraag heeft

gediend en die

geschreven was voor 1 januari 2008, ongedaan gemaakt, tenzij er

tussen een negatieve uitspraak is over de gegrondheid van zijn asielaanvraag. § 2. Voor de huurders die voor 1 januari 2008 een sociale huurwoning huurden, gelden de volgende regelingen : 1° de personen die bij de aanvang van de huurovereenkomst de woning betrokken en ononderbroken betrokken hebben, en die bij de aanvang van de huurovereenkomst meerderjarig waren, worden beschouwd als de huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode, op voorwaarde dat zij zich

die woning domiciliëren of er gedomicilieerd zijn;2° de persoon die na de aanvang van de huurovereenkomst en voor 1 januari 2008 is gehuwd of wettelijk is gaan samenwonen met de huurder, vermeld

punt 1°, wordt beschouwd als de huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, b), van de Vlaamse Wooncode;3° de partner die na de aanvang van de huurovereenkomst en voor 1 januari 2008 feitelijk is gaan samenwonen met de huurder, vermeld

punt 1°, wordt beschouwd als de huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode, op voorwaarde dat hij de huurovereenkomst heeft ondertekend, of met

stemming van de huurder, vermeld

1°, en de verhuurder, de huurovereenkomst ondertekent en dat hij zich

die woning domicilieert of er gedomicilieerd is;4° alle andere personen, met uitzondering van de minderjarige kinderen, die de sociale huurwoning voor 1 januari 2008 bewoonden, worden beschouwd als de huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), van de Vlaamse Wooncode, op voorwaarde dat zij zich

die woning domiciliëren of gedomicilieerd zijn. Een kind dat bij de aanvang van de huurovereenkomst minderjarig was en voor 1 januari 2008 meerderjarig is geworden, wordt eveneens beschouwd als een huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), van de Vlaamse Wooncode. De verhuurder kan zijn

stemming tot ondertekening, vermeld

het eerste lid, 3°, alleen weigeren op grond van artikel 22 of als niet voldaan is aan de normen

zake woningbezetting, vermeld

het technisch verslag gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 06/10/1998 pub. 30/10/1998 numac 1998036228 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen sluiten betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen. Van de huurders die op de datum van de

werkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 tot wijziging van de reglementering betreffende het sociaal huurstelsel en de overdracht van onroerende goederen een sociale huurwoning huren, worden als referentiehuurder beschouwd : 1° de huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode;2° de partner van de persoon, vermeld

1°;3° als tijdens de duur van de huurovereenkomst de personen, vermeld

1°, en 2°, overlijden of uit de huurovereenkomst worden geschrapt, een huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b), of c), van de Vlaamse Wooncode, die daartoe aangewezen is door de overblijvende huurders. Als er verscheidene huurders als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode, zijn, wijzen zij een huurder van deze categorie van huurders aan als referentiehuurder. Voor de huurders die op 1 januari 2008 een sociale huurwoning huren, geldt voor de toepassing van artikel 19, eerste lid, 2° en 3° ook de

schrijvingsvoorwaarde, vermeld

artikel 3, § 1, eerste lid, 6° niet. Artikel 1bis is niet van toepassing op de partner die maximaal zes maanden voor de

werkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 tot wijziging van de reglementering betreffende het sociaal huurstelsel en de overdracht van onroerende goederen feitelijk is gaan samenwonen met de huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode. Die persoon moet uiterlijk zes maanden na het begin van het feitelijk samenwonen de huurovereenkomst mee ondertekenen, op voorwaarde dat zijn partner en de verhuurder daarmee

stemmen. Vanaf het ogenblik van de ondertekening wordt die persoon beschouwd als een huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode. » Art. 33.Bijlage I van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, wordt vervangen door bijlage I, die bij dit besluit is gevoegd. Art. 34.Bijlage II van hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage II, die bij dit besluit is gevoegd. Art. 35.

het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten0 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode wordt artikel 2/1

gevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 2/1.Elke overdracht op basis van bijlage I, bijlage II en artikel 1 tot en met 4 van bijlage IV, gevoegd bij dit besluit, gebeurt na toepassing van de voorrangsregels, vermeld

artikel 7, § 1, tweede lid, 1°, 2° en 3°, van bijlage I, en vermeld

artikel 7, § 1, tweede lid, 1° en 2° van bijlage II, gevoegd bij dit besluit, bij voorrang aan de woonbehoeftige particuliere persoon die een woning of kavel wil aankopen en die beschikt over een voldoende band met de gemeente waar het onroerend goed gelegen is. Als verschillende woonbehoeftige particuliere personen een woning of kavel samen willen aankopen, moet minstens één van hen voldoen aan de voorwaarde vermeld

het eerste lid om van de voorrang te genieten. Een woonbehoeftige particuliere persoon die een woning of kavel wil aankopen, beschikt over een voldoende band met de gemeente als hij voldoet aan één of meer van de volgende voorwaarden : 1° gedurende ten minste zes jaar onafgebroken woonachtig zijn geweest

de gemeente of

een aangrenzende gemeente;2° op de datum van de overdracht werkzaamheden verrichten

de gemeente, voor zover deze werkzaamheden gemiddeld ten minste een halve werkweek

beslag nemen;3° op grond van een zwaarwichtige en langdurige omstandigheid een maatschappelijke, familiale, sociale of economische band met de gemeente hebben opgebouwd.» Art. 36.Aan artikel 11 van hetzelfde besluit wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt : « 4°. Artikel 2/1.» Art. 37.Artikel 2 van bijlage I van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt : « Art. 2.De VMSW en elke sociale huisvestingsmaatschappij die sociale koopwoningen opricht, houden een of meer

schrijvingsregisters bij. Ze bepalen zelf voor welk territoriaal niveau die

schrijvingsregisters worden geopend. Het minimale niveau is dat van een projectzone. Het maximale niveau valt samen met de totaliteit van het werkgebied.

ieder geval moet het geheel van de diverse

schrijvingsregisters het volledige werkgebied van de sociale huisvestingsmaatschappij bestrijken, zelfs al zijn er geen concrete bouwplannen of grondvoorraden voorhanden op een aantal locaties binnen het werkgebied. De kandidaat-kopers worden hierover grondig geïnformeerd. De toezichthouder waakt over een voldoende ruime

formatieverstrekking. De verkopers hebben de mogelijkheid hun registers niet alleen territoriaal te bepalen, maar kunnen die registers ook aanvullend nader bepalen naargelang van de aard van het te verkopen onroerend goed. Als een nieuw

schrijvingsregister wordt geopend dat een gebied bestrijkt dat ervoor door een ander

schrijvingsregister of andere

schrijvingsregisters geheel of gedeeltelijk werd omvat, kan de kandidaat-koper die

geschreven was

dat andere

schrijvingsregister of die andere

schrijvingsregisters, voorrang krijgen om zich

te schrijven

het nieuwe

schrijvingsregister. Aan die kandidaat-koper wordt er schriftelijk gevraagd of hij van die voorrang wil genieten. De kandidaat-koper die van die voorrang wil genieten, meldt dat schriftelijk aan de verkoper. Bij de

schrijving

het nieuwe register behoudt de kandidaat-koper de

schrijvingsdatum die hij had

het andere register of de oudste

schrijvingsdatum

het geval hij

meer dan een register was

geschreven.

het geval dat er verschillende kandidaat-kopers dezelfde

schrijvingsdatum hebben, wordt om de chronologische volgorde van die kandidaat-kopers te bepalen

het nieuwe register, de chronologische volgorde van de reactie op de vraag of men van de voorrang wil genieten,

aanmerking genomen. Die voorrangsregeling is eenmalig per nieuw geopend register en beperkt

de tijd. De verkoper bepaalt de termijn, die maximaal een maand kan zijn, waarin de kandidaat-kopers moeten reageren. Met behoud van de toepassing van het tweede lid worden de aanvragen tot het kopen van een sociale koopwoning per register chronologisch

geschreven. Bij de

schrijving krijgt elke kandidaat-koper

chronologische volgorde een

schrijvingsnummer per register toegekend. De sociale huisvestingsmaatschappij houdt de registers ter beschikking van het departement en van de toezichthouder. Een afschrift of een elektronische kopie van de registers kan steeds door de minister, de toezichthouder en het departement worden gevraagd.

de registers worden de volgende gegevens opgenomen : 1° het

schrijvingsnummer voor het desbetreffende register;2° de datum van

schrijving;3° de voornamen en de achternaam van de kandidaat-koper;4° de geboorteplaats en -datum;5° het volledige adres en eventueel het telefoonnummer;6° een vermelding of er een prioriteit is of niet;7° een eventuele voorkeur van ligging van de woning;8° een eventuele voorkeur qua type woning (appartement of eengezinswoning) en aantal slaapkamers : 9° het rijksregisternummer.» Art. 38.

artikel 5, § 2, van bijlage I van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De

schrijvingsregisters worden minstens

elk oneven jaar geactualiseerd. Daarbij wordt nagegaan of minstens de kandidaat-kopers die het tweede kalenderjaar ervoor al waren

geschreven, nog voldoen aan de

komensvoorwaarde, vermeld

artikel 3, § 1, van het besluit, behalve als die controle al

het kalenderjaar ervoor werd uitgevoerd. Als de kandidaat-koper niet voldoet aan de

komensvoorwaarde, wordt zijn kandidatuur uit het register geschrapt. » Art. 39.

artikel 2 van bijlage II van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid

gevoegd dat luidt als volgt : « Als een nieuw

schrijvingsregister wordt geopend dat een gebied bestrijkt dat ervoor door een ander

schrijvingsregister of andere

schrijvingsregisters geheel of gedeeltelijk werd omvat, kan de kandidaat-koper die

geschreven was

dat andere

schrijvingsregister of die andere

schrijvingsregisters, voorrang krijgen om zich

te schrijven

het nieuwe

schrijvingsregister. Aan die kandidaat-koper wordt er schriftelijk gevraagd of hij van die voorrang wil genieten. De kandidaat-koper die van die voorrang wil genieten, meldt dat schriftelijk aan de verkoper. Bij de

schrijving

het nieuwe register behoudt de kandidaat-koper de

schrijvingsdatum die hij had

het andere register of de oudste

schrijvingsdatum

het geval hij

meer dan een register was

geschreven.

het geval dat er verschillende kandidaat-kopers dezelfde

schrijvingsdatum hebben, wordt om de chronologische volgorde van die kandidaat-kopers te bepalen

het nieuwe register, de chronologische volgorde van de reactie op de vraag of men van de voorrang wil genieten,

aanmerking genomen. Die voorrangsregeling is eenmalig per nieuw geopend register en beperkt

de tijd. De verkoper bepaalt de termijn, die maximaal een maand kan zijn, waarin de kandidaat-kopers moeten reageren. »; 2°

het vijfde lid, dat nu het zesde lid is geworden, wordt

punt 7° het woord « gemeente » vervangen door « ligging van de kavel ». Art. 40.

artikel 5, § 2, van bijlage II van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 21/05/2007 numac 2007009485 bron federale overheidsdienst justitie Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek type koninklijk besluit prom. 04/05/2007 pub. 16/08/2007 numac 2007000731 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit genomen

uitvoering van artikel 11bis van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. - Duitse vertaling sluiten2, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De

schrijvingsregisters worden minstens

elk oneven jaar geactualiseerd. Daarbij wordt nagegaan of minstens de kandidaat-kopers die het tweede kalenderjaar ervoor al waren

geschreven, nog voldoen aan de

komensvoorwaarde, vermeld

artikel 3, § 1, van het besluit, behalve als die controle al

het kalenderjaar ervoor werd uitgevoerd. Als de kandidaat-koper niet voldoet aan de

komensvoorwaarde, wordt zijn kandidatuur uit het register geschrapt. » Art. 41.Aan de eerste zin van artikel 2 van bijlage IV van hetzelfde besluit worden de volgende woorden toegevoegd « die voldoet aan de woonbehoeftigheidsvoorwaarden, vermeld

artikel 3, § 4, van het besluit ». Art. 42.

artikel 3 van bijlage IV van hetzelfde besluit worden de woorden « uitsluitend' en « loutere » geschrapt. Art. 43.Het ministerieel besluit van 9 december 1999Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/12/1999 pub. 28/04/2000 numac 2000035391 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Ministerieel besluit tot vaststelling van de type-huurovereenkomst voor de woningen die aan het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen toebehoren sluiten tot vaststelling van de type-huurovereenkomst voor de woningen die aan het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen toebehoren, wordt opgeheven. Art. 44.Artikel 36 van het decreet van 21 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/11/2008 pub. 27/01/2009 numac 2009035037 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2008 sluiten houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2008 treedt

werking de dag waarop dit besluit

werking treedt. Art. 45.Dit besluit treedt

werking de tiende dag na de bekendmaking ervan

het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 31, dat uitwerking heeft met

gang van 1 januari

  1. Art. 46.De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 6 februari
  2. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en

burgering, M. KEULEN Bijlage I Typehuurovereenkomst voor de verhuring van sociale huurwoningen door de sociale huisvestingsmaatschappijen, de VMSW, het OCMW, de gemeente of het Vlaams Woningfonds met toepassing van titel VII van de Vlaamse Wooncode De ondergetekenden

(1): a) De sociale huisvestingsmaatschappij CV/NV .. . . . met maatschappelijke zetel

. . . . .,

geschreven

het rechtspersonenregister

. . . . ., onder het ondernemingsnummer . . . . ., erkend door de VHM onder het nummer . . . . ., en hier vertegenwoordigd door de heer /mevrouw . . . . . b) het OCMW (adres, gemeente) of de vereniging, vermeld

artikel 118 van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, vertegenwoordigd door .. . . . ; c) de gemeente (naam) of het

tergemeentelijk samenwerkingsverband (naam), vertegenwoordigd door .. . . . ; d) het Vlaams Woningfonds van de Grote Gezinnen vertegenwoordigd door .. . . . ; hierna de verhuurder te noemen, enerzijds, en de heer/mevrouw . . . . . en/of /de heer/ mevrouw . . . . ., met als adres . . . . . ; hierna de oorspronkelijke huurder te noemen, anderzijds, zijn overeengekomen wat volgt : HOEDANIGHEID VAN HUURDER

(2)Artikel 1.De volgende personen worden beschouwd als huurders van de woning, vermeld

artikel 2 : 1° de oorspronkelijke huurder (alle meerderjarige personen die de woning bij aanvang van de huurovereenkomst betrekken).Dat zijn de huurders, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode; 2° de persoon die huwt of wettelijk gaat samenwonen na de aanvang van de huurovereenkomst met de oorspronkelijke huurder.Die persoon en de oorspronkelijke huurder brengen de verhuurder binnen een maand per aangetekende brief op de hoogte van hun burgerlijke staat. Die persoon treedt toe tot de huurovereenkomst op het moment van de kennisgeving van de burgerlijke staat. Het is de huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, b), van de Vlaamse Wooncode; 3° alle andere meerderjarige personen die na de aanvang van de huurovereenkomst gaan samenwonen met de oorspronkelijke huurder.Die personen zijn verplicht de huurovereenkomst mee te ondertekenen

een bijvoegsel dat bij deze huurovereenkomst wordt gevoegd. Dat geldt ook voor de minderjarige kinderen die al bij hen

wonen op het ogenblik dat ze meerderjarig worden. De huurovereenkomst kan alleen ondertekend worden als de oorspronkelijke huurder en de verhuurder ermee akkoord gaan. De verhuurder kan de toetreding weigeren als de persoon niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden,

de gevallen, vermeld

artikel 22 van het Sociaal Huurbesluit of als niet voldaan is aan de normen

zake woningbezetting, vermeld

het technisch verslag gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 06/10/1998 pub. 30/10/1998 numac 1998036228 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen sluiten betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen.. Het zijn de huurders, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), van de Vlaamse Wooncode. De persoon die minstens twaalf maanden een huurder als vermeld

punt 3° is, en die samenwoont met een huurder als vermeld

punt 1°, wordt beschouwd als een huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode, op voorwaarde dat hij minimaal twaalf maanden op voorhand heeft gemeld aan de verhuurder dat hij de partner is van die persoon en dat hij, mits zijn partner en de verhuurder ermee akkoord gaan, de huurovereenkomst

een bijvoegsel dat bij deze huurovereenkomst wordt gevoegd, ondertekent

zijn hoedanigheid van huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode. Art. 2.De woning mag alleen duurzaam betrokken worden door de huurder, vermeld

artikel 1, en door de

wonende minderjarige kinderen. De bewonerssamenstelling van de woning ziet er bij de aanvang van deze overeenkomst als volgt uit : . . . . . (voornaam + achternaam + geboortedatum) . . . . . . . . . . De huurder mag

geen geval de woning, of een deel ervan, onderverhuren of de huur overdragen. VOORWERP VAN DE HUUR Art. 3.De verhuurder geeft

huur aan de oorspronkelijke huurder, die aanvaardt, een woning die ligt

. . . . ., voldoende bekend door de oorspronkelijke huurder. De oorspronkelijke huurder verklaart de woning betrokken te hebben

de staat, beschreven

de tegensprekelijke plaatsbeschrijving opgemaakt voor de

genottreding of uiterlijk binnen een maand na de aanvang van de huurovereenkomst. De plaatsbeschrijving wordt bij de huurovereenkomst gevoegd. De verhuurder stelt de plaatsbeschrijving op, waarbij de oorspronkelijke huurder opmerkingen kan laten opnemen. De plaatsbeschrijving wordt tegensprekelijk door ondertekening door de beide partijen. Als er geen akkoord is, kan de vrederechter een deskundige aanwijzen die een plaatsbeschrijving opmaakt. Elke partij draagt de helft van de kosten van de plaatsbeschrijving. DUUR EN PROEFPERIODE

(3)Art. 4.Deze overeenkomst gaat

op dd/mm/jjjj. Aan deze huurovereenkomst is een proefperiode van twee jaar gekoppeld. Voor de personen, vermeld

artikel 1, 1° en 3°, gaat de proefperiode van twee jaar

op de datum van de ondertekening van deze huurovereenkomst. Voor de persoon die de hoedanigheid van huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode, aanneemt, loopt de proefperiode door. Voor de persoon, vermeld

artikel 1, 2°, gaat de proefperiode van twee jaar

op de datum van de kennisgeving van de burgerlijke staat. Voor de minderjarige kinderen die deze huurovereenkomst ondertekenen als ze meerderjarig worden, geldt de proefperiode niet. De proefperiode heeft als doel de huurder te evalueren, nauwgezet te volgen en eventueel bij te sturen.

(5)(

geval van huurovereenkomst van onbepaalde duur) Op het einde van de proefperiode wordt de huurovereenkomst voortgezet als een huurovereenkomst van onbepaalde duur. (

geval van huurovereenkomst van bepaalde duur) Op het einde van de proefperiode wordt de overeenkomst voortgezet als een overeenkomst van bepaalde duur. Deze overeenkomst is gesloten voor een duur van . . . . ., die

gaat op . . . . . HUURPRIJS Art. 5.

(4)Met toepassing van het Sociaal Huurbesluit wordt de basishuurprijs bepaald op ................. euro. De basishuurprijs kan met toepassing van het voormelde huurstelsel gewijzigd worden. De te betalen huurprijs, die aangepast is aan het

komen van de huurder en aan zijn gezinssamenstelling, rekening houdend met eventuele kortingen of toelagen, bedraagt voor de eerste maand ............................ euro. De verhuurder zal de huurder met een gewone brief op de hoogte brengen van elke wijziging van de basishuurprijs of van de te betalen huurprijs alsook van de datum waarop die van kracht wordt. Art. 6.De huurder betaalt de huurprijs samen met de kosten en lasten voor de tiende dag van elke maand op rekeningnummer . . . . . van de verhuurder. Alleen die betalingswijze bevrijdt de huurder van zijn verplichtingen. De stortings- of overschrijvingkosten zijn ten laste van de huurder. Als de huurder de huurprijs, de kosten en lasten en de waarborg niet betaalt binnen een maand en bij gebrek aan een bij afzonderlijke akte betekende loonafstand, kan de verhuurder op de achterstallige huurprijs, huurlasten of waarborg, een verhoging met 10% toepassen. De achterstallige huurprijs, huurlasten of waarborg kunnen

dat geval ook worden vermeerderd met de wettelijke

tresten. VERPLICHTINGEN VAN DE VERHUURDER Art. 7.De verhuurder stelt de woning die moet voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten vermeld

artikel 5 van de Vlaamse Wooncode, ter beschikking van de huurder. De verhuurder zorgt ervoor dat de woning tijdens de volledige duur van de huurovereenkomst blijft voldoen aan de bovenvermelde vereisten. De verhuurder voert onverwijld de herstellingswerkzaamheden uit die overeenkomstig artikel 1720 van het Burgerlijk Wetboek en de plaatselijke gebruiken te laste van hem vallen. Art. 8.Als een sociaal woonproject renovatiewerkzaamheden omvat,

formeert de verhuurder de bewoners op gepaste wijze over de aard van de werken, de timing, de te verwachten hinder, de

vloed op de huurprijs en de eventuele noodzaak van tijdelijke verhuizing. Eventueel belegt hij een

formatievergadering met de mogelijkheid tot

spraak. VERPLICHTINGEN VAN DE HUURDER Art. 9.De huurder bestemt de woning tot zijn hoofdverblijfplaats en laat zich

schrijven

de bevolkingsregisters van de gemeente waar de woning ligt. Hij is ertoe gehouden om de woning,

voorkomend geval samen met zijn minderjarige kinderen, effectief te betrekken. Iedere wijziging van de samenstelling van de bewoners die de woning op duurzame wijze bewonen, moet binnen een maand aan de verhuurder schriftelijk worden meegedeeld. Art. 10.De huurders zijn hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de huurprijs, de huurlasten en de eventuele vergoeding voor de schade die vastgesteld wordt bij de beëindiging van de huurovereenkomst, die de waarborg overtreft. Art. 11.De sommen die de huurder heeft betaald zonder die verschuldigd te zijn op grond van de wet of deze overeenkomst, zullen hem op zijn verzoek terugbetaald worden. De huurder mag alleen verzoeken om de terugbetaling van sommen die vervallen en betaald zijn tijdens de vijf jaar voor het verzoek. De rechtsvordering tot teruggave verjaart binnen een termijn van een jaar, te rekenen vanaf het verzoek tot terugbetaling. Het verzoek wordt

gediend met een gewone brief. Art. 12.De huurder is verplicht de elementen die nodig zijn voor de berekening van de te betalen huurprijs onmiddellijk mee te delen als de verhuurder daarom verzoekt. Als de huurder dat nalaat, wordt hem de basishuurprijs aangerekend vanaf de eerste dag van de tweede maand die volgt op het verzoek van de verhuurder. Die basishuurprijs wordt aangepast aan het

komen en de gezinssamenstelling op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de nodige documenten werden bezorgd.

(5)Art. 13.De huurder is verplicht de woning te onderhouden als een goede huisvader. Hij zal de woning op zodanige wijze bewonen dat geen overmatige hinder wordt veroorzaakt voor de buren en de naaste omgeving en dat de leefbaarheid niet

het gedrang komt. Art. 14.Als hij niet vrijgesteld is of niet kan aantonen dat hij voldoet aan het niveau van het Nederlands dat overeenkomt met richtwaarde A.1. van het Gemeenschappelijk Europese referentiekader voor talen, is de huurder verplicht de bereidheid te tonen om Nederlands op dat niveau aan te leren.

(6)Art. 15.Voor zover het decreet van 28 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/02/2003 pub. 08/05/2003 numac 2003035383 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het Vlaamse

burgeringsbeleid type decreet prom. 28/02/2003 pub. 21/03/2003 numac 2003035304 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 80, § 3, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 type decreet prom. 28/02/2003 pub. 13/03/2003 numac 2003035286 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 2000 houdende de oprichting van een Vlaams

stituut voor Wetenschappelijk en Technologisch Aspectenonderzoek sluiten betreffende het Vlaams

burgeringsbeleid van toepassing is op de huurder, voor zover hij het nog niet heeft gevolgd en er niet van vrijgesteld is, is de huurder verplicht het

burgeringstraject te volgen.

(7)Art. 16.De huurder voert onverwijld de onderhouds- en herstellingswerkzaamheden uit die overeenkomstig artikel 1754 e.v. van het Burgerlijk Wetboek en de plaatselijke gebruiken te laste van hem vallen. De verhuurder kan, mits de huurder daarmee akkoord gaat, de door de huurder aangegeven onderhouds- en herstellingswerkzaamheden die ten laste van hem vallen, uitvoeren tegen betaling van een bepaald bedrag per maand. Dat bedrag is gebaseerd op de reële kostprijs van die onderhouds- en herstellingswerken van een representatieve periode en wordt bij elke huurprijsaanpassing aangepast aan het cijfer van de gezondheidsindex. Grotere aanpassingen van dat bedrag moeten ter goedkeuring aan de huurder worden voorgelegd. De verhuurder en de huurder kunnen bij elke huurprijsaanpassing beslissen om de aangegeven onderhouds- of herstellingswerkzaamheden niet meer te laten uitvoeren door de verhuurder. Als de huurder niet tijdig de onderhouds- en herstellingswerkzaamheden, uitgezonderd die welke, vermeld

het tweede lid, uitvoert, heeft de verhuurder, na

gebrekestelling met een aangetekende brief, het recht om die werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren door een derde voor rekening van de huurder. De huurder moet aan de verhuurder binnen een maand na de facturatie de door hem uitgegeven sommen terugbetalen. Eventueel kan met de verhuurder een afbetalingsplan worden opgesteld. De huurder is ertoe gehouden om elke schade waarvan de herstelling ten laste van de verhuurder valt, onmiddellijk aan die laatste te melden. Als de huurder die verplichting niet naleeft, wordt hij aansprakelijk gesteld voor elke uitbreiding van de schade en moet hij de verhuurder daarvoor schadeloos stellen. Op het einde van de huurovereenkomst is de huurder ertoe gehouden, de woning achter te laten

de staat, zoals beschreven

de tegensprekelijke plaatsbeschrijving die werd opgemaakt bij de aanvang van de overeenkomst, met uitzondering van de schade die ontstaan is door overmacht, slijtage en ouderdom. Art. 17.§ 1. Als

de woning gedurende de huurtijd noodzakelijke of dringende herstellingen nodig zijn, die niet tot na de beëindiging van de huurovereenkomst kunnen worden uitgesteld, moet de huurder die zonder vergoeding laten uitvoeren, welke ongemakken hij daarvan ook ondervindt en al moet hij gedurende de herstellingen het genot van een gedeelte van de woning derven. Als die werken langer dan veertig dagen duren, wordt de huurprijs verminderd naar evenredigheid van de tijd en van het gedeelte van het verhuurde goed waarvan hij het genot heeft moeten derven. § 2. De huurder moet

stemmen met een tijdelijke herhuisvesting als de verhuurder dat wegens renovatie- of aanpassingswerkzaamheden aan het gehuurde goed noodzakelijk acht.

dat geval mag de te betalen huurprijs gedurende de duur van de werkzaamheden niet hoger liggen dan de te betalen huurprijs die samenhangt met het gehuurde goed. De huurder heeft het recht na de beëindiging van de renovatie- of aanpassingswerkzaamheden terug te keren naar het gehuurde goed als hij dat rationeel kan bezetten. Art. 18.De huurder mag alleen veranderingen aanbrengen aan de woning en haar aanhorigheden als de verhuurder daarvoor voorafgaandelijk schriftelijke toestemming heeft verleend. De toestemming kan gegeven worden onder voorbehoud van de herstelling

oorspronkelijke staat van de woning op het einde van de huurovereenkomst. Een weigering moet worden gemotiveerd door de verhuurder. Op het einde van de huurovereenkomst kan de verhuurder die veranderingen overnemen zonder vergoeding. Als de huurder zonder toestemming veranderingen aanbrengt aan het gehuurde goed, heeft de verhuurder het recht te eisen dat de woning en haar aanhorigheden onmiddellijk

de oorspronkelijke staat worden hersteld. Art. 19.Zonder voorafgaande en schriftelijke toestemming van de verhuurder mag de huurder niets plaatsen of bevestigen op het dak, aan de buitenmuren, noch op enige andere plaats van de woning of van het appartementsgebouw. De verhuurder behoudt zich het recht voor de woning en haar aanhorigheden te bezoeken om er de goede uitvoering van de verplichtingen van de huurder, evenals de staat van het goed na te gaan. De verhuurder bepaalt samen met de huurder de bezoekdag en het bezoekuur binnen acht dagen na het verzoek. Art. 20.Het is de huurder alleen toegestaan dieren te houden als de bepalingen nageleefd worden van het reglement van

wendige orde, dat uitsluitend ter zake rekening zal houden met de aard van de woning, de ligging ervan en overdreven burenhinder. Art. 21.De huurder geeft zijn toestemming aan de verhuurder om het OCMW erbij te betrekken als er zich problemen voordoen bij het nakomen van de huurdersverplichtingen. WAARBORG

(8)Art. 22.De waarborg strekt tot garantie van alle verplichtingen die voor de huurder uit de huurovereenkomst voortvloeien. Art. 23.
(9)A. Waarborg bij aanvang van de huurovereenkomst, geplaatst op een financiële rekening De waarborg die gelijk is aan maximaal tweemaal de basishuurprijs, vermeld

artikel 5, bedraagt ... euro en wordt bij een financiële

stelling op naam van de huurder op een geïndividualiseerde rekening geplaatst. B. Waarborg is een bankwaarborg De huurder verbindt zich ertoe om de waarborg volledig samen te stellen met constante maandelijkse afbetalingen gedurende de duur van de huurovereenkomst, met een maximumduur van drie jaar. De waarborg bedraagt ............... euro. De waarborg mag maximaal driemaal de basishuurprijs, vermeld

artikel 5, bedragen. De huurder bezorgt aan de verhuurder een attest waarin de bank bevestigt dat de huurder een waarborg heeft gesteld. C. Waarborg is een bankwaarborg ten gevolge van een standaardcontract tussen het OCMW en een financiële

stelling Bij wijze van waarborg wordt via het OCMW een bankgarantie gesteld, voor elke schuldvordering die voortvloeit uit de gehele of gedeeltelijke niet-nakoming door de huurder van zijn verplichtingen. Die bankwaarborg wordt gesteld voor een bedrag van ................ euro. Het bedrag mag maximaal driemaal de basishuurprijs, vermeld

artikel 5, bedragen. D. De waarborg is vervangen door een schriftelijke garantie van het OCMW

afwachting van een eenmalige doorstorting door het OCMW van het volledige bedrag, binnen achttien maanden na de ondertekening van de overeenkomst Aan de voorwaarde van de waarborg is voldaan als een OCMW zich schriftelijk garant stelt voor elke schuldvordering die voortvloeit uit de gehele of gedeeltelijke niet-nakoming door de huurder van zijn verplichtingen. Die schriftelijke waarborg wordt gesteld voor een bedrag van ................ euro. Het bedrag mag maximaal driemaal de basishuurprijs, vermeld

artikel 5, bedragen. E. De waarborg is vervangen door een schriftelijke borgstelling van het bevoegde OCMW F. Gespreide betaling van de waarborg aan de verhuurder De verhuurder stemt toe

de gespreide betaling van de waarborg

schijven. Die gespreide betaling begint met een eenmalig bedrag van ................. euro, te betalen bij aanvang van de huurovereenkomst, gevolgd door ................ schijven van ................. euro, voor de eerste keer tegen .... /..../............ en dan telkens tegen de ........ van de daaropvolgende maand, zodat de volledige som tegen ..../..../................ betaald is. De volledige som bedraagt ................ euro en bedraagt maximaal driemaal de basishuurprijs, vermeld

artikel 5. Als het bedrag van de waarborg volledig is samengesteld, wordt dat bedrag op een geïndividualiseerde rekening op naam van de huurder geplaatst. Pas vanaf dat moment brengt de waarborg rente op. G. Er is geen waarborg verschuldigd H. De waarborg wordt

handen van de verhuurder gestort De waarborg die door de huurder bij de aanvang van de huurovereenkomst moet worden gestort

handen van de verhuurder, bedraagt tweemaal de basishuurprijs, vermeld

artikel 5, beperkt tot 800 euro (jaarlijks te

dexeren), zijnde .......euro. De waarborg wordt verhoogd met de

de loop van de huurovereenkomst gekapitaliseerde

teresten tegen een

terestvoet die minimaal gelijk moet zijn aan de creditrente, vermeld

artikel 3, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2005Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 02/12/2005 pub. 11/01/2006 numac 2005036621 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse Regering houdende de regeling

zake het beheer van de eigen middelen van de sociale huisvestingsmaatschappijen door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij sluiten houdende de regeling

zake het beheer van de eigen middelen van de sociale huisvestingsmaatschappijen door de VMSW. Art. 24.De waarborg zal op het einde van de huurovereenkomst aan de huurder of, bij zijn overlijden, aan zijn erfgenamen worden terugbetaald, na verrekening van de openstaande schulden of aftrekking van de vergoeding voor eventuele schade. De erfgenamen rechtvaardigen hun aanspraken door officiële documenten die ze afleveren aan de verhuurder. KOSTEN EN LASTEN Art. 25.De onroerende voorheffing valt ten laste van de verhuurder. De aanvraag tot vermindering van onroerende voorheffing die de huurder zou kunnen genieten, wordt door de verhuurder

gevuld en bij het agentschap Vlaamse Belastingdienst

gediend. Art. 26.De kosten en lasten die voor rekening van de verhuurder vallen, zijn die welke verbonden zijn aan de eigendom van de woning, en zijn bepaald

bijlage III bij het Sociaal Huurbesluit. Art. 27.De kosten en lasten die voor rekening van de huurder vallen, zijn die welke verbonden zijn aan het gebruik, het genot en de bewoning, en zijn bepaald

bijlage III bij het Sociaal Huurbesluit. Art. 28.De huurder betaalt de kosten en lasten met maandelijkse voorafbetalingen. Het bedrag van die voorafbetalingen wordt vastgesteld op basis van de totale reële kosten van de meest recente jaarlijkse afrekening. Bij de

werkingtreding van deze overeenkomst bedraagt de maandelijkse voorafbetaling ... euro. De verhuurder gaat jaarlijks over tot

dividuele afrekening van de kosten en lasten. De verhuurder bezorgt aan de huurder een overzicht van de totale kosten per uitgavenpost en de voorafbetalingen. Art. 29.De huurder heeft het recht om op het kantoor van de verhuurder de gedetailleerde afrekening

te kijken, alsook de bewijsstukken die betrekking hebben op de aan hem aangerekende kosten en lasten. VERZEKERING Art. 30.De verhuurder sluit een brandverzekering af die een clausule van afstand van verhaal op de huurder bevat en waarin het verhaal van derden is uitgebreid ten voordele van de huurder. De huurder verbindt er zich toe zijn

boedel te laten verzekeren. EINDE VAN DE OVEREENKOMST Art. 31.De huurovereenkomst kan worden opgezegd door de huurder en de verhuurder met een aangetekende brief. De opzeggingstermijn vangt aan op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de opzegging werd gegeven. De opzegging van de huurovereenkomst door de verhuurder geldt voor alle huurders. De opzegging van de huurovereenkomst door de huurder geldt alleen voor hem. De huurovereenkomst wordt

de volgende gevallen van rechtswege ontbonden : 1° als de laatste huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), van de Vlaamse Wooncode, overlijdt;2° als de laatste huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), van de Vlaamse Wooncode, de huurovereenkomst heeft opgezegd. Als er bij een ontbinding nog een huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), van de Vlaamse Wooncode overblijft, vindt de ontbinding plaats op de laatste dag van de zesde maand die volgt op de datum waarop de verhuurder het overlijden of de opzegging van de laatste huurder heeft vernomen. De huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), van de Vlaamse Wooncode, kan melden aan de verhuurder dat de ontbinding sneller moet plaatsvinden dan de voormelde termijn, op voorwaarde dat hij dat ten minste drie maanden voor de gewenste datum van ontbinding van de huurovereenkomst aan de verhuurder meldt en dat er minimaal drie maanden verlopen tussen de eerste dag van de maand die volgt op de datum van het overlijden of van de opzegging en de ontbinding van de huurovereenkomst. Als de laatste huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), van de Vlaamse Wooncode, overlijdt, en er geen huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), van de Vlaamse Wooncode, overblijft, vindt de ontbinding plaats op de eerste dag van de maand die volgt op datum van het overlijden. Overeenkomstig het gemeen huurrecht kunnen de huurder en de verhuurder

geval van een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst zich wenden tot vrederechter, die bevoegd is om uitspraak te doen over de vordering tot gerechtelijke ontbinding. Art. 32.Gedurende de opzeggingsperiode heeft de verhuurder het recht het gehuurde goed gedurende twee dagen

de week en twee opeenvolgende uren per dag door de kandidaat-huurders te laten bezichtigen. Elke partij bepaalt een van die twee dagen en uren. De verhuurder heeft ook het recht gedurende de opzeggingsperiode een bericht aan de voorgevel van het goed aan te brengen op een goed zichtbare plaats. Art. 33.Bij de beëindiging van deze huurovereenkomst bezoekt een afgevaardigde van de verhuurder de woning en maakt een tegensprekelijke plaatsbeschrijving van uittreding op. Die plaatsbeschrijving wordt ondertekend door een van de huurders of door zijn vertegenwoordiger, die over een geldige volmacht beschikt. Als de huurder of zijn vertegenwoordiger niet aanwezig is op de dag en het tijdstip van de plaatsbeschrijving, die hem minstens acht dagen vooraf gemeld zijn, erkennen alle huurders onvoorwaardelijk de juistheid van de plaatsbeschrijving, behoudens overmacht wordt bewezen. Art. 34.De huurder kan de huurovereenkomst op ieder moment opzeggen. De opzegging geldt alleen voor hem. Voor de laatste huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), b) en c), van de Vlaamse Wooncode die de huurovereenkomst opzegt, geldt een opzeggingstermijn van drie maanden, voor de andere huurders geldt geen opzeggingstermijn. De opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de huurder met een aangetekende brief de huur heeft opgezegd. Als een huurder de woning niet meer als hoofdverblijfplaats betrekt en als hij nalaat de huurovereenkomst op te zeggen, wordt de huurovereenkomst voor hem van rechtswege ontbonden en wordt hij uit de huurovereenkomst geschrapt. Voor de gehuwde huurder moet bovendien worden aangetoond door de overblijvende huurder dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is. De ontbinding gaat

op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin die feiten met de nodige stavingsstukken door de overblijvende huurder ter kennis van de verhuurder werden gebracht. Art. 35.De verhuurder zegt de huurovereenkomst op tijdens en na de proefperiode

de hierna vermelde gevallen : 1° als de huurder tijdens de huurovereenkomst een woning volledig

volle eigendom of volledig

vruchtgebruik verwerft onder bezwarende titel

het binnen- of buitenland.De opzeggingstermijn bedraagt dan zes maanden. Als de huurder of zijn minderjarige kinderen tijdens de huurovereenkomst een woning kosteloos volledig

volle eigendom of volledig

vruchtgebruik verwerven, moet, naargelang het geval, de woning of het vruchtgebruik ervan vervreemd worden binnen een jaar na de verwerving. Zo niet wordt de huurovereenkomst opgezegd, met een opzeggingstermijn van zes maanden. Die opzegging vervalt als voor het verstrijken van die opzeggingstermijn afstand wordt gedaan van het vruchtgebruik of als voor het verstrijken van die opzeggingstermijn de verworven woning ofwel vervreemd wordt, ofwel voor een periode van minstens negen jaar verhuurd wordt aan of al dan niet kosteloos ter beschikking gesteld wordt van de verhuurder. Als de woning verkocht wordt tijdens de looptijd van die verhuur of terbeschikkingstelling, wordt aan de verhuurder een recht van voorkoop gegeven; 2° als de huurder tijdens de huurovereenkomst een perceel dat bestemd is voor woningbouw, volledig

volle eigendom of volledig

vruchtgebruik verwerft onder bezwarende titel

het binnen- of buitenland.De opzeggingstermijn bedraagt dan vijf jaar. Als de huurder of zijn minderjarige kinderen tijdens de huurovereenkomst een perceel dat bestemd is voor woningbouw, kosteloos volledig

volle eigendom of volledig

vruchtgebruik verwerven, moet, naar gelang het geval, het perceel dat bestemd is voor woningbouw of het vruchtgebruik ervan, vervreemd worden binnen vijf jaar na de verwerving. Zo niet wordt de huurovereenkomst opgezegd, met een opzeggingstermijn van zes maanden; 3° als er bij de huurder een ernstige of blijvende tekortkoming is met betrekking tot de verplichtingen die voortvloeien uit deze huurovereenkomst.De opzeggingstermijn bedraagt dan drie maanden; 4° als de huurder

gevolge onjuiste of onvolledige verklaringen onrechtmatig bij het Sociaal Huurbesluit verleende voordelen heeft genoten of onrechtmatig tot een huurwoning werd toegelaten.De opzeggingstermijn bedraagt dan drie maanden. GESCHILLEN Art. 36.Elk geschil over deze overeenkomst behoort tot de bevoegdheid van de rechtbanken

. . . . . GEMEEN RECHT Art. 37.Het gemeen recht is van toepassing voor alles wat niet geregeld wordt door de Vlaamse Wooncode, het Sociaal Huurbesluit of de uitvoeringsbesluiten daarvan. KEUZE VAN WOONST Art. 38.De huurder kiest tot het einde van de huurtermijn woonst

het gehuurde goed. Elke betekening gebeurt rechtsgeldig op dat adres, ook als de huurder het goed verlaten heeft zonder de verhuurder officieel op de hoogte te brengen van zijn nieuwe adres. REGLEMENT VAN

WENDIGE ORDE Art. 39.Een reglement van

wendige orde wordt bij deze overeenkomst gevoegd en maakt er

tegraal deel van uit. De daarin voorkomende bepalingen die strijdig zijn met de beschikkingen van deze overeenkomst, worden als niet-geschreven beschouwd.

(10)REGISTRATIE Art. 40.De verhuurder registreert deze overeenkomst. De volgende bijlagen worden bij deze overeenkomst gevoegd : ......................................................................................... Opgemaakt op . . . . .,

. . . . .

evenveel exemplaren plus één als er partijen zijn. Het laatste exemplaar is bestemd voor de registratie. Elke partij verklaart één exemplaar te hebben ontvangen. Handtekening Handtekening(en) De verhuurder De huurder(s), (Handtekening voorafgegaan door « gelezen en goedgekeurd »). Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 tot wijziging van de reglementering betreffende het sociaal huurstelsel en de overdracht van onroerende goederen Brussel, 6 februari 2009. De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en

burgering, M. KEULEN Nota's

(1)Schrappen wat niet past.
(2)Als deze huurovereenkomst een huurovereenkomst met dezelfde verhuurder opvolgt, worden de huurdercategorieën zoals vastgesteld

de vorige huurovereenkomst,

deze huurovereenkomst behouden.

(3)De proefperiode geldt niet als dit een huurovereenkomst betreft die wordt afgesloten

het kader van een

terne mutatie of een herhuisvesting bij renovatie van huurders die op 1 januari 2008 reeds huurder waren van een sociale huurwoning of die de proefperiode al doorlopen hebben voordat de

terne mutatie of de herhuisvesting plaatsvindt.Als er slechts een gedeelte van de proefperiode werd doorlopen

de vorige huurovereenkomst, zal de duur van de proefperiode

deze huurovereenkomst gelijk zijn aan het resterende deel.

(4)Als artikel 78, tweede lid van het Sociaal Huurbesluit van toepassing is, wordt artikel 5 aangepast door de verhuurder.De huurprijsberekening is

dat geval niet gebonden door het Sociaal Huurbesluit. Als artikel 78, vierde lid van het Sociaal Huurbesluit van toepassing is, wordt artikel 5

die zin aangepast.

(5)

afwachting van de

werkingtreding van artikel 38 tot en met 50 van het Sociaal Huurbesluit, is voor het VWF dit artikel niet van toepassing.Zie voetnoot 5 : dit artikel is

voorkomend geval ook niet van toepassing als artikel 78, tweede lid van het Sociaal Huurbesluit van toepassing is.

(6)Als aan de taalbereidheidsvoorwaarde reeds voldaan is, kan dit artikel worden geschrapt.
(7)Als de

burgeringsbereidheid niet van toepassing is of als aan de

burgeringsbereidheidsvereiste voldaan is, kan dit artikel worden geschrapt.

(8)

afwachting van de

werkingtreding van artikel 37 van het Sociaal Huurbesluit, wordt

deze rubriek onder 'basishuurprijs' de 'contractuele huurprijs' verstaan als de verhuurder het VWF is en 'de normale huurwaarde', vermeld

artikel 1, 16°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 1994 tot reglementering van het sociale huurstelsel voor de woningen die door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij of door de door de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij erkende lokale sociale huisvestingsmaatschappijen worden verhuurd

toepassing van artikel 80ter van de Huisvestingscode, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 maart 1995 en 1 oktober 1996' als de verhuurder de gemeente of het OCMW is, tenzij artikel 78, tweede lid van het Sociaal Huurbesluit van toepassing is.

dit laatste geval wordt onder 'basishuurprijs' ook de 'contractuele huurprijs' verstaan.

(9)Schrappen wat niet van toepassing is.
(10)Dit artikel wordt geschrapt

dien niet van toepassing. Bijlage II Typeovereenkomst voor de onderverhuring van sociale huurwoningen met toepassing van titel VII van de Vlaamse Wooncode (SVK's)

(1)De ondergetekenden :
  1. a)het sociaal verhuurkantoor, (naam, adres, gemeente).................................................................................................. vertegenwoordigd door : ...; hierna het « SVK » enerzijds en
  2. b)de heer/mevrouw ... en/of mevrouw/de heer ... wonende te ... hierna de oorspronkelijke onderhuurder te noemen anderzijds, zijn overeengekomen wat volgt : HOEDANIGHEID VAN ONDERHUURDER
(2)Artikel 1.De volgende personen worden beschouwd als de onderhuurders van de woning, vermeld

artikel 2 : 1° de oorspronkelijke onderhuurder (alle meerderjarige personen die de woning bij aanvang van de onderhuurovereenkomst betrekken).Dat zijn de huurders, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, a), van de Vlaamse Wooncode; 2° de persoon die huwt of wettelijk gaat samenwonen na de aanvang van de onderhuurovereenkomst met de oorspronkelijke onderhuurder.Die persoon en de oorspronkelijke onderhuurder brengen de verhuurder binnen een maand per aangetekende brief op de hoogte van hun burgerlijke staat. Die persoon treedt toe tot deze onderhuurovereenkomst op het moment van de kennisgeving van de burgerlijke staat. Het is de huurder, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, b), van de Vlaamse Wooncode; 3° alle andere meerderjarige personen die na de aanvang van de onderhuurovereenkomst gaan samenwonen met de oorspronkelijke onderhuurder.Die personen zijn verplicht de onderhuurovereenkomst mee te ondertekenen

een bijvoegsel dat bij deze onderhuurovereenkomst wordt gevoegd. Dat geldt ook voor de minderjarige kinderen die al bij hen

wonen op het ogenblik dat ze meerderjarig worden. De onderhuurovereenkomst kan alleen ondertekend worden als de oorspronkelijke onderhuurder en het SVK ermee akkoord gaan. Het SVK kan de toetreding weigeren als de persoon niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden,

de gevallen vermeld

artikel 22 van het sociaal huurbesluit of als niet voldaan is aan de normen

zake woningbezetting, vermeld

het technisch verslag gevoegd als bijlage I bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 oktober 1998Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 06/10/1998 pub. 30/10/1998 numac 1998036228 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen sluiten betreffende de kwaliteitsbewaking, het recht van voorkoop en het sociaal beheersrecht op woningen. Het zijn de huurders, vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, d), van de Vlaamse Wooncode. De persoon die minstens twaalf maanden een onderhuurder als vermeld

punt 3° is, en die samenwoont met een onderhuurder als vermeld

punt 1°, wordt beschouwd als een huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode, op voorwaarde dat hij/zij minimaal twaalf maanden op voorhand heeft gemeld aan het SVK dat hij de partner is van die persoon en dat hij, als zijn partner en het SVK ermee akkoord gaan, de onderhuurovereenkomst

een bijvoegsel dat bij deze huurovereenkomst wordt gevoegd, ondertekent

zijn hoedanigheid van huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode. Art. 2.De woning mag alleen duurzaam betrokken worden door de onderhuurder, vermeld

artikel 1, en door de

wonende minderjarige kinderen. De bewonerssamenstelling van de woning ziet er bij de aanvang van deze overeenkomst als volgt uit : . . . . . (voornaam + achternaam + geboortedatum) . . . . . . . . . . De onderhuurder mag

geen geval de woning, of een deel ervan, onderverhuren of de huur overdragen. VOORWERP VAN DE HUUR Art. 3.Het SVK geeft

huur aan de oorspronkelijke onderhuurder, die aanvaardt, een woning die ligt

......................................., voldoende bekend door de oorspronkelijke onderhuurder. De oorspronkelijke onderhuurder verklaart de woning betrokken te hebben

de staat, beschreven

de tegensprekelijke plaatsbeschrijving. De plaatsbeschrijving wordt opgemaakt voor de

genottreding of uiterlijk binnen een maand na de aanvang van de onderhuurovereenkomst. De plaatsbeschrijving wordt bij de onderhuurovereenkomst gevoegd. Het SVK stelt de plaatsbeschrijving op, waarbij de oorspronkelijke onderhuurder opmerkingen kan laten opnemen. De plaatsbeschrijving wordt tegensprekelijk door ondertekening door de beide partijen. Als er geen akkoord is, kan de vrederechter een deskundige aanwijzen die een plaatsbeschrijving opmaakt. Elke partij draagt de helft van de kosten van de plaatsbeschrijving. De duur en de opzeggingsmogelijkheden van deze onderhuurovereenkomst hangen ook af van de opzeggingsmogelijkheden en de resterende duur van de hoofdhuurovereenkomst gesloten tussen het SVK en de eigenaar-verhuurder. De duur van deze onderhuur kan dus nooit de nog resterende duur van de hoofdhuurovereenkomst overtreffen. De bepalingen van de hoofdhuurovereenkomst zijn opgenomen

artikel 36 tot en met 38. DUUR EN PROEFPERIODE

(3)Art. 4.De onderhuurovereenkomst wordt

beginsel gesloten voor een termijn van negen jaar en neemt een aanvang op...../....../....... Aan de onderhuurovereenkomst is een proefperiode van twee jaar gekoppeld. Die proefperiode heeft als doel de huurder te evalueren, nauwgezet te volgen en eventueel bij te sturen. Voor de personen, vermeld

artikel 1, 1° en 3°, gaat de proefperiode van twee jaar

op de datum van de ondertekening van deze onderhuurovereenkomst. Voor de persoon die de hoedanigheid van huurder als vermeld

artikel 2, § 1, eerste lid, 34°, c), van de Vlaamse Wooncode, aanneemt, loopt de proefperiode door. Voor de persoon, vermeld

artikel 1, 2°, gaat de proefperiode van twee jaar

op de datum van de kennisgeving van de burgerlijke staat. Voor de minderjarige kinderen die deze onderhuurovereenkomst ondertekenen als ze meerderjarig worden, geldt de proefperiode niet. HUURPRIJS Art. 5.De huurprijs bedraagt... euro per maand. De onderhuurder betaalt de huurprijs samen met de kosten en lasten voor de ... dag van elke maand op rekeningnummer......./......................../..... van het SVK. Als de onderhuurder de huurprijs, de kosten en lasten en de waarborg niet betaalt binnen een maand en bij gebrek aan een bij afzonderlijke akte betekende loonafstand, kan het SVK op de achterstallige huurprijs, huurlasten of waarborg een verhoging met 10% toepassen. De achterstallige huurprijs, huurlasten of waarborg kunnen

dat geval ook worden vermeerderd met de wettelijke

tresten.

DEXATIE

(4)Art. 6.De huurprijs is gekoppeld aan de gezondheidsindex. De aanpassing van de huurprijs aan de kosten van levensonderhoud kan eenmaal per huurjaar schriftelijk gevraagd worden vanaf de verjaardag van de

werkingtreding van de onderhuurovereenkomst. Die aanpassing werkt slechts terug tot drie maanden voor het verzoek. De aanpassing van de huurprijs kan nooit meer bedragen dan volgens de wettelijke formule bepaald is

artikel 1728bis van het burgerlijk wetboek, waarbij : wettelijk eisbare huurprijs = basishuurprijs x nieuw

dexcijfer/aanvangsindexcijfer, waarbij : ° de basishuurprijs : de huurprijs, vermeld

artikel 5; ° het nieuwe

dexcijfer : het gezondheidsindexcijfer van de maand voor de verjaardag van de

werkingtreding van de onderhuurovereenkomst; ° het aanvangsindexcijfer : het gezondheidsindexcijfer van de maand die voorafgaat aan de ondertekening van de onderhuurovereenkomst. OF Partijen sluiten uitdrukkelijk uit dat de huurprijs aangepast kan worden aan de schommelingen van de levensduurte. OF Partijen komen overeen dat gedurende de eerste.... jaren geen

dexaanpassing van de huurprijs verschuldigd is. HUURPRIJSHERZIENING Art. 7.Bij het verstrijken van iedere driejarige periode kan de huurprijs herzien worden tussen partijen tussen de negende en de zesde maand die voorafgaat aan het verstrijken van iedere driejarige periode. Bij niet-akkoord kan een verzoek bij de vrederechter

geleid worden door de meest belanghebbende partij tussen de zesde en de derde maand die voorafgaat aan het verstrijken van iedere driejarige periode. De huurprijs kan herzien worden op grond van 'nieuwe omstandigheden' als aangetoond wordt dat de normale huurwaarde daardoor met minstens 20% gestegen of gedaald is. De huurprijs kan eveneens verhoogd worden als de normale huurwaarde ten gevolge van werken uitgevoerd op kosten van de eigenaar-verhuurder/hoofdhuurder, met minstens 10% gestegen is. Verbeteringswerken om de woning

overeenstemming te brengen met de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, vermeld

artikel 5 van de Vlaamse Wooncode, komen daarvoor evenwel niet

aanmerking. Als de eigenaar-verhuurder om een huurprijsherziening verzoekt, wordt de onderhuurder daarvan zo snel mogelijk op de hoogte gebracht, zodat ook de onderhuurder zijn rechten kan behartigen. VERPLICHTINGEN VAN HET SVK Art. 8.Het SVK stelt de woning die moet voldoen aan de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, vermeld

artikel 5 van de Vlaamse Wooncode, ter beschikking van de onderhuurder. Het SVK zorgt ervoor dat de woning tijdens de volledige duur van de onderhuurovereenkomst blijft voldoen aan de bovenvermelde vereisten. Art. 9.Het SVK voert onverwijld de herstellingswerkzaamheden uit die overeenkomstig artikel 1720 van het Burgerlijk Wetboek en de plaatselijke gebruiken ten laste van hem vallen. VERPLICHTINGEN VAN DE ONDERHUURDER Art. 10.De onderhuurder bestemt de woning tot zijn hoofdverblijfplaats en laat zich

schrijven

de bevolkingsregisters van de gemeente waar de woning ligt. Hij is ertoe gehouden om de woning,

voorkomend geval samen met zijn minderjarige kinderen, effectief te betrekken. Iedere wijziging van de samenstelling van bewoners die de woning op duurzame wijze bewonen, moet binnen een maand aan het SVK schriftelijk worden meegedeeld. Art. 11.De onderhuurders zijn hoofdelijk en ondeelbaar gehouden tot betaling van de huurprijs, de huurlasten en de eventuele vergoeding voor de schade die vastgesteld wordt bij de beëindiging van de onderhuurovereenkomst, die de waarborg overtreft. Art. 12.De sommen die de onderhuurder heeft betaald zonder die verschuldigd te zijn op grond van de wet of deze overeenkomst, zullen hem op zijn verzoek terugbetaald worden. De onderhuurder mag alleen verzoeken om de terugbetaling van sommen die vervallen en betaald zijn tijdens de vijf jaar voor het verzoek. De rechtsvordering tot teruggave verjaart binnen een termijn van een jaar, te rekenen vanaf het verzoek tot terugbetaling. Het verzoek wordt

gediend met een gewone brief. Art. 13.De onderhuurder is verplicht de woning te onderhouden als een goede huisvader. Hij zal de woning op zodanige wijze bewonen dat geen overmatige hinder wordt veroorzaakt voor de buren en de naaste omgeving en dat de leefbaarheid niet

het gedrang komt. Art. 14.Als hij niet vrijgesteld is of niet kan aantonen dat hij voldoet aan het niveau van het Nederlands dat overeenkomt met richtwaarde A.1. van het Gemeenschappelijk Europese referentiekader voor talen, is de onderhuurder verplicht de bereidheid te tonen om Nederlands op dat niveau aan te leren.

(5)Art. 15.Voor zover het decreet van 28 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 28/02/2003 pub. 08/05/2003 numac 2003035383 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het Vlaamse

burgeringsbeleid type decreet prom. 28/02/2003 pub. 21/03/2003 numac 2003035304 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 80, § 3, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995 type decreet prom. 28/02/2003 pub. 13/03/2003 numac 2003035286 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 17 juli 2000 houdende de oprichting van een Vlaams

stituut voor Wetenschappelijk en Technologisch Aspectenonderzoek sluiten betreffende het Vlaams

burgeringsbeleid van toepassing is op de onderhuurder, voor zover hij het nog niet heeft gevolgd en er niet van vrijgesteld is, is de onderhuurder verplicht het

burgeringstraject te volgen.

(6)Art. 16.De onderhuurder voert onverwijld de onderhouds- en herstellingswerkzaamheden uit die overeenkomstig artikel 1754 e.v. van het Burgerlijk Wetboek en de plaatselijke gebruiken ten laste van hem vallen. De onderhuurder is ertoe gehouden om elke schade waarvan de herstelling ten laste van de eigenaar-verhuurder valt, onmiddellijk aan het SVK te melden. Als de onderhuurder die verplichting niet naleeft, wordt hij aansprakelijk gesteld voor elke uitbreiding van de schade en moet hij de eigenaar-verhuurder daarvoor schadeloos stellen. Op het einde van de onderhuurovereenkomst is de onderhuurder ertoe gehouden de woning achter te laten

de staat, zoals beschreven

de tegensprekelijke plaatsbeschrijving die werd opgemaakt bij de aanvang van de overeenkomst, met uitzondering van de schade die ontstaan is door overmacht, slijtage en ouderdom. Art. 17.Als

de woning gedurende de huurtijd noodzakelijke of dringende herstellingen nodig zijn, die niet tot na de beëindiging van de onderhuurovereenkomst kunnen worden uitgesteld, moet de onderhuurder die zonder vergoeding laten uitvoeren, welke ongemakken hij daarvan ook ondervindt, en al moet hij gedurende de herstellingen het genot van een gedeelte van de woning derven. Als die werken langer dan veertig dagen duren, wordt de huurprijs verminderd naar evenredigheid van de tijd en van het gedeelte van het verhuurde goed waarvan hij het genot heeft moeten derven. Art. 18.De onderhuurder mag alleen veranderingen aanbrengen aan de woning en haar aanhorigheden als het SVK daarvoor voorafgaandelijk schriftelijke toestemming heeft verleend. De toestemming kan gegeven worden onder voorbehoud van de herstelling

oorspronkelijke staat van de woning op het einde van de onderhuurovereenkomst. Een weigering moet worden gemotiveerd door het SVK. Op het einde van de onderhuurovereenkomst kan het SVK die veranderingen overnemen zonder vergoeding. Als de onderhuurder zonder toestemming veranderingen aanbrengt aan het gehuurde goed, heeft het SVK het recht te eisen dat de woning en haar aanhorigheden onmiddellijk

de oorspronkelijke staat worden hersteld. Art. 19.Zonder voorafgaande en schriftelijke toestemming van het SVK mag de onderhuurder niets plaatsen of bevestigen op het dak, aan de buitenmuren, noch op enige andere plaats van de woning of van het appartementsgebouw. Het SVK behoudt zich het recht voor de woning e

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.