📄 Wettekst
12 NOVEMBER 2012. - Koninklijk besluit met betrekking tot de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij de eer hebben U ter ondertekening voor te leggen, strekt ertoe sommige bepalingen van Richtlijn 2010/43/EU op de hieronder aangegeven wijze in Belgisch recht om te zetten (1).
I. Algemene beschouwingen De geldende regeling voor de zogenaamde "geharmoniseerde" (2) instellingen voor collectieve belegging en voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging wordt grondig gewijzigd door Richtlijn 2009/65/EG (3). Artikelen 12 en 14 van die richtlijn handelen respectievelijk over de beleidsstructuur van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en over de gedragsregels die deze vennootschappen bij hun bedrijfsuitoefening moeten naleven; verder verduidelijken die artikelen dat de Commissie gemachtigd is om uitvoeringsmaatregelen vast te stellen die sommige van hun bepalingen specificeren. De meeste (4) bepalingen van Richtlijn 2010/43/EU zijn genomen op basis van die twee machtigingen aan de Commissie, terwijl de overige bepalingen van die richtlij (5) zijn genomen op basis van de artikelen 23, 33 en 51 van Richtlijn 2009/65/EG.De door Richtlijn 2009/65/EG op Europees niveau ingevoerde regeling wordt ook aangevuld door Richtlijn 2010/44/EU (6), die uitvoering geeft aan enkele andere machtigingen vervat in Richtlijn 2009/65/EG, en door Verordening 583/2010 (7).
Dit ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe de artikelen 1 tot 28, 38 en 39 van Richtlijn 2010/43/EU in Belgisch recht om te zetten, die in hoofdzaak handelen over de vereisten inzake de beleidsstructuur, de gedragsregels en de organisatie van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging. Op te merken valt dat de bepalingen van artikel 2, § 2 (8), en 29 en volgende van Richtlijn 2010/43/EU (met uitzondering van de artikelen 38 en 39) in Belgisch recht worden omgezet door het ontwerp van koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging. Deze ontwerptekst moet dus samen worden gelezen met de bepalingen van de
wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
19/10/2012
numac
2012003296
bron
federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, en van het ontwerp van koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging, die de bepalingen van Richtlijnen 2009/65/EG en 2010/44/EU alsook de artikelen 2, § 2, en 29 en volgende van Richtlijn 2010/43/EU in Belgisch recht omzetten.
De bepalingen van dit ontwerp worden genomen ter uitvoering van de bij de artikelen 201, 218, 219 en 222 van voornoemde wet aan de Koning verleende machtigingen. Zij verduidelijken de voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging geldende verplichtingen inzake (a) beleidsstructuur, goede administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controleprocedures (Hoofdstuk II), (b) belangenconflicten (Hoofdstuk III), (c) gedragsregels (Hoofdstuk IV), (d) risicobeheer (Hoofdstuk V) alsook (e) de verplichtingen en verbodsbepalingen inzake persoonlijke transacties, de verplichtingen inzake de registratie van transacties en de boekhoudkundige organisatie (Hoofdstuk VI).
Voor de commentaar bij de bepalingen van dit ontwerp wordt ook verwezen naar het verslag aan de Koning bij het
koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
27/04/2007
pub.
31/05/2007
numac
2007003240
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten
sluiten tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten (9) en het verslag aan de Koning bij het
koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
03/06/2007
pub.
18/06/2007
numac
2007003294
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten
type
koninklijk besluit
prom.
03/06/2007
pub.
04/07/2007
numac
2007201798
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 2006, gesloten in het Paritair Comité voor de schoonmaak- en ontsmettingsondernemingen, betreffende outplacementbegeleiding voor werknemers van 45 jaar en ouder die worden ontslagen, in uitvoering van de wet van 5 september 2001 tot verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers en in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 82 van 10 juli 2002 betreffende het recht op outplacement voor werknemers van 45 jaar en ouder die worden ontslagen
sluiten tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (10). De bepalingen van Richtlijn 2010/43/EU zijn immers geënt op de bepalingen van Richtlijnen 2004/39/EG (11) en 2006/73/EG (12). Considerans (1) van Richtlijn 2010/43/EU onderstreept ter zake dat "de regels en de terminologie met betrekking tot de organisatorische eisen, belangenconflicten en bedrijfsvoering zo veel mogelijk in overeenstemming dienen te worden gebracht met de normen op het gebied van financiële diensten die zijn vastgesteld bij Richtlijn 2004/39/EG en Richtlijn 2006/73/EG". Zij verduidelijkt verder ook dat "een dergelijke aanpassing (...) het bereiken van gelijke normen mogelijk zou maken (...) binnen de ruimere vermogensbeheersector".
Op wetgevingstechnisch vlak sluit de gekozen benadering in het kader van de omzetting van Richtlijn 2009/65/EG en van de niveau II-richtlijnen tot aanvulling van die Richtlijn (voornoemde Richtlijn 2010/43/EU en Richtlijn 2010/44/EU), en in het kader van de herschrijving van de in België geldende wetteksten, aan bij de sinds 1990 gevolgde benadering. De algemene beginselen die de materie beheersen, worden toegelicht in de wet die de algemene oriëntaties poneert, terwijl de specifieke gedetailleerde regels die gelden voor de diverse categorieën van instellingen voor collectieve belegging, bij koninklijk besluit worden vastgesteld. In dat verband wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij de wet (13), naar de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten (14) en naar de desbetreffende toelichtingen in de memorie van toelichting bij de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles (hierna "de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten" genoemd) (15). Deze benadering - waarbij de wetgever de voor alle instellingen voor collectieve belegging geldende regels vaststelt, terwijl de specifieke regels die voortvloeien uit de aard van de activa waaruit de desbetreffende categorie van toegelaten beleggingen is samengesteld, bij koninklijk besluit worden vastgesteld - maakt het niet alleen mogelijk rekening te houden met de specifieke kenmerken van het beheer van de verschillende categorieën van toegelaten beleggingen, maar biedt ook de nodige soepelheid om te kunnen inspelen op de toekomstige wetgevende evoluties op Europees niveau. Tot slot sluit deze benadering aan bij het extreem technische en gedetailleerde karakter van de geldende reglementering voor de instellingen voor collectieve belegging : zij laat immers toe een onderscheid te maken tussen de algemene regels en de daaruit voortvloeiende specifieke regels.
Deze structuur is ook verantwoord in het licht van de op Europees vlak gehanteerde benadering in het kader van de zogenaamde "Lamfalussy"-methode. Bij die procedure die bij de opstelling van de Europese financiële reglementering wordt toegepast, worden de algemene beginselen vastgesteld in de zogenaamde "richtlijnen van niveau I" die, volgens de medebeslissingsprocedure, door het Europees Parlement en de Raad worden goedgekeurd. Daarna keurt de Commissie de zogenaamde "richtlijnen van niveau II" goed, i.e. de uitvoeringsrichtlijnen die de technische aspecten regelen. Zoals onderstreept in de memorie van toelichting bij de wet (16), leek het opportuun om niveau I en niveau II ook binnen de Belgische context van elkaar te onderscheiden, met name gelet op de gedetailleerdheid van de bepalingen van de richtlijnen van niveau II en de termijn waarbinnen de bepalingen van die richtlijnen kunnen worden gewijzigd.
II. Commentaar bij de artikelen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1 Artikel 1 van het ontwerp bepaalt dat het koninklijk besluit de omzetting in Belgisch recht regelt van Richtlijn 2010/43/EU, met uitzondering van artikel 2, § 2, en van de artikelen 29 tot 37 en 41 en volgende, die in Belgisch recht worden omgezet door het ontwerp van koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging. De machtigingen aan de Koning op basis waarvan de bepalingen van Richtlijn 2010/43/EU in Belgisch recht kunnen worden omgezet, zitten vervat in de wet.
Art. 2 Dit artikel definieert een aantal van de in het ontwerp gebruikte begrippen. Die definities zijn integraal overgenomen uit Richtlijn 2010/43/EU. De in artikel 3, 6), van Richtlijn 2010/43/EU vervatte definitie van "toezichtfunctie" is niet overgenomen : zij verwijst immers naar duale beleids- en bestuursstructuren die in België niet bestaan voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging. Dergelijke beheervennootschappen moeten in België immers verplicht als naamloze vennootschappen (17) worden opgericht (een kader waarbinnen een duale beleids- en bestuursstructuur ondenkbaar is). Ook de definities van "deelnemers" en "liquiditeits- en marktrisico" zijn niet overgenomen, omdat ze respectievelijk worden gedefinieerd in de wet en in het ontwerp van koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging.
Art. 3 Artikel 3 definieert het toepassingsgebied van het ontwerp van koninklijk besluit. Het besluit is in de eerste plaats van toepassing op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht, zonder dat daarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de soorten instellingen voor collectieve belegging die zij beheren. Overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 17 en 19 van Richtlijn 2009/65/EG, gelden sommige bepalingen van het besluit ook voor de buitenlandse beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die hun werkzaamheden in België verrichten via de vestiging van een bijkantoor. HOOFDSTUK II. - Beleidsstructuur, goede administratieve en boekhoudkundige organisatie en controleprocedures Dit hoofdstuk, waarvan de bepalingen worden genomen ter uitvoering van de bij artikel 201 van de wet aan de Koning verleende machtigingen, verduidelijkt, vanuit technisch oogpunt, de wettelijke vereisten inzake de beleidsstructuur, de goede administratieve en boekhoudkundige organisatie en de controleprocedures. Afdeling 1. - Algemene beginselen
Art. 4 en 5 Deze bepalingen worden genomen ter uitvoering van de bij artikel 201, § 1, tweede lid, van de wet aan de Koning verleende machtiging en specificeren de voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging geldende verplichting om te beschikken "over een eigen en [voor hun werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden] passende beleidsstructuur" en over "een goede administratieve en boekhoudkundige organisatie". Deze artikelen zetten de artikelen 4 en 5 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht. Er worden niet alleen vereisten ingevoerd inzake de organisatie van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging (gedocumenteerde besluitvormingsprocedures en dito organisatiestructuur, interne controle, rapporteringssystemen, bedrijfscontinuïteitsbeleid, uitwerking van procedures die het mogelijk maken de vragen van de FSMA te beantwoorden) maar ook inzake hun personeelsleden. Bij de interpretatie van die bepalingen moet rekening worden gehouden met de omvang van de werkzaamheden van de betrokken beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging : het evenredigheidsbeginsel dient te worden toegepast. In aansluiting op het bepaalde bij Richtlijn 2010/43/EU voorziet het ontwerp in de mogelijkheid voor de FSMA om afwijkingen toe te staan van sommige van die bepalingen. In dat verband moet worden onderstreept dat het beter is dat de toezichthoudende autoriteit de beslissing neemt om bepaalde in het besluit ingeschreven verplichtingen niet toe te passen, veeleer dan dit over te laten aan de loutere beoordeling door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. Afdeling 2. - Interne controleprocedures
De bepalingen van deze afdeling geven een gedetailleerde technische toelichting bij de voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging geldende verplichtingen inzake interne controle.
Die bepalingen worden genomen op basis van de bij artikel 201, § 3, laatste lid, van de wet aan de Koning verleende machtiging.
Art. 6 Dit artikel zet artikel 9 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht. Op een algemene manier poneert dit artikel het beginsel op grond waarvan de personen die deelnemen aan de effectieve leiding, er - bij de verdeling van de functies onder het personeel van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging - verantwoordelijk voor zijn dat de wettelijke verplichtingen van de beheervennootschap worden nageleefd. Verder verduidelijkt het artikel, vanuit technisch oogpunt, de verplichtingen van de effectieve leiders van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging inzake interne controle, en poneert het als beginsel dat de verslagen over compliance, interne audit en risicobeheer moeten worden overgelegd aan de effectieve leiders, opdat zij degelijk zouden zijn geïnformeerd.
Art. 7 Dit artikel zet artikel 10 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht en wordt genomen met toepassing van de bij artikel 201, § 5, tweede lid, van de wet aan de Koning verleende machtiging.
Dit artikel legt een aantal technische regels vast inzake de verplichtingen van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging op het vlak van de compliancefunctie en de inzake compliance uit te werken beleidslijnen en procedures. Ook de opdrachten van de compliancefunctie worden in het ontwerp gedefinieerd. Verder poneert het ontwerp een aantal vereisten inzake het statuut van de compliancefunctie : conform het bepaalde bij artikel 201, § 5, van de wet moet die functie over de vereiste onafhankelijkheid beschikken. Bovendien moeten de personen die meewerken aan de compliancefunctie, en de operationele diensten van elkaar gescheiden blijven. Tot slot mag de vergoeding van de personen die meewerken aan de compliancefunctie, hun objectiviteit niet in het gedrang brengen (bv. via variabele vergoedingen die fluctueren volgens de omzet van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging). De FSMA kan afwijkingen toestaan op beide laatstgenoemde punten als de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aantoont dat de betrokken vereisten niet in verhouding staan tot de omvang van haar werkzaamheden. Deze mogelijkheid om een afwijking toe te staan, vloeit voort uit artikel 10, lid 3, tweede alinea, van Richtlijn 2010/43/EU. In dat verband wordt onderstreept dat het nodig lijkt dat een controle wordt uitgevoerd vóór een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging kan worden vrijgesteld van de naleving van die bepalingen.
Art. 8 Dit artikel zet artikel 11 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht en wordt genomen ter uitvoering van de bij artikel 201, § 4, tweede lid, van de wet aan de Koning verleende machtiging.
Het artikel geeft een technische beschrijving van de verplichtingen van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging met betrekking tot de interneauditfunctie en verduidelijkt de verantwoordelijkheden van die functie. Ook wordt vermeld dat de FSMA afwijkingen kan toestaan van de verplichting om over een interneauditfunctie te beschikken. Die mogelijkheid vloeit voort uit artikel 11, lid 1, van Richtlijn 2010/43/EU, op grond waarvan "de lidstaten beheermaatschappijen verplichten indien zulks passend en evenredig is gezien de aard, schaal en complexiteit van hun bedrijf en de aard en het gamma van de werkzaamheden in verband met het collectief beheer van beleggingsportefeuilles die in het kader van dit bedrijf worden verricht, een internecontrolefunctie in te stellen en in stand te houden (...)". Ook hier moet erop worden toegezien dat de FSMA vooraf toestemming geeft voor de toepassing van de aldus door de richtlijn geboden mogelijkheid.
Art. 9 Dit artikel over de risicobeheerfunctie zet artikel 12 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht en wordt genomen ter uitvoering van de bij artikel 201, § 6, tweede lid, van de wet aan de Koning verleende machtiging.
Er wordt met name verduidelijkt dat de risicobeheerfunctie onafhankelijk moet zijn van de operationele diensten, opdat zij haar opdrachten op passende wijze zou kunnen uitvoeren. In aansluiting op artikel 12, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2010/43/EU kan de FSMA ermee instemmen dat van laatstgenoemde verplichting wordt afgeweken als de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aantoont dat dit vereiste niet in verhouding staat tot de omvang van haar werkzaamheden. Zoals voor de soortgelijke bepalingen in de artikelen 7 en 8 van het ontwerp lijkt het ook hier nodig erop toe te zien dat de aldus in artikel 12 van de richtlijn ingeschreven mogelijkheid pas wordt benut nà voorafgaande goedkeuring door de FSMA. Verder wordt opgemerkt dat het ontwerp verduidelijkt dat de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, zelfs wanneer zo'n afwijking wordt toegestaan, met name moet kunnen aantonen dat specifieke beschermingsmaatregelen zijn uitgewerkt tegen belangenconflicten die een onafhankelijke uitoefening van de risicobeheeractiviteiten mogelijk maken.
In § 3 van dit artikel worden de opdrachten van de risicobeheerfunctie opgesomd.
Art. 10 Dit artikel neemt de bepalingen over van artikel 153, § 1, derde lid en volgende, en § 10, tweede, derde en vierde lid, van de
wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2004
pub.
09/03/2005
numac
2005003063
bron
federale overheidsdienst financien
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten. Het artikel wordt genomen ter uitvoering van de bij artikel 201, § 8, tweede lid, van de wet aan de Koning verleende machtiging.
Voor de commentaar bij deze bepaling wordt verwezen nar de memorie van toelichting bij de
wet van 17 december 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/12/2008
pub.
29/12/2008
numac
2008003517
bron
federale overheidsdienst financien
Wet inzonderheid tot oprichting van een auditcomité in de genoteerde vennootschappen en de financiële ondernemingen
sluiten inzonderheid tot oprichting van een auditcomité in de genoteerde vennootschappen en de financiële ondernemingen (18). HOOFDSTUK III. - Belangenconflicten Dit hoofdstuk specificeert, vanuit technisch oogpunt, de voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging geldende verplichtingen inzake belangenconflicten. Bepaalde verplichtingen betreffen de beleidsstructuur (die dusdanig moet zijn dat het aantal belangenconflicten tot een minimum wordt beperkt), terwijl andere verband houden met de gedragsregels.
De bepalingen van dit hoofdstuk worden genomen op basis van de bij de artikelen 201, § 7, laatste lid, en 218, derde lid, van de wet aan de Koning verleende machtigingen, en zetten de artikelen 17, 18, 19, 20 en 21 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht. Art. 11 tot 15 Deze artikelen sommen in de eerste plaats een aantal situaties op die tot een belangenconflict kunnen leiden als zij zich voordoen. Deze niet-exhaustieve lijst moet dus een gemakkelijkere identificatie mogelijk maken van de soorten belangenconflicten die zich kunnen voordoen bij een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. Verder wordt verduidelijkt dat de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging een risicobeheerbeleid moeten uitwerken aan de hand waarvan de situaties kunnen worden geïdentificeerd die aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten, en dat definieert welke maatregelen moeten worden genomen en welke procedures moeten worden gevolgd om dergelijke conflicten te kunnen beheren. Artikel 13 bevat een aantal vereisten inzake de te volgen procedures en de te nemen maatregelen bij belangenconflicten. Die vereisten betreffen met name de uitschakeling van elk direct verband tussen de vergoeding van de personen die bij een bepaalde werkzaamheid betrokken zijn, en de vergoeding van de personen die een andere werkzaamheid verrichten, wanneer met betrekking tot die werkzaamheden een belangenconflict kan ontstaan, en het nemen van maatregelen om te voorkomen of het risico te beperken dat een persoon ongepaste invloed uitoefent op een andere persoon. Er wordt verduidelijkt dat andere maatregelen moeten worden genomen als de in het besluit vermelde vereisten ontoereikend zijn om de vereiste onafhankelijkheid te garanderen. Als de genomen organisatorische maatregelen niet kunnen garanderen dat kan worden vermeden dat de belangen van de deelnemers worden geschaad, moeten de effectieve leiders worden verwittigd, zodat zij bijkomende maatregelen kunnen nemen. De deelnemers moeten dan op de hoogte worden gebracht.
Krachtens het ontwerp dienen ook passende en doeltreffende strategieën te worden ontwikkeld met betrekking tot de uitoefening van de stemrechten. Indien de uitoefening van de stemrechten tot een belangenconflict aanleiding geeft of kan geven, wordt de manier waarop de stemrechten werden uitgeoefend of de redenen waarom zij niet werden uitgeoefend, in het jaarverslag verantwoord. HOOFDSTUK IV. - Gedragsregels De bepalingen van dit hoofdstuk worden genomen ter uitvoering van de bij artikel 219, §§ 2, en 4, laatste lid, van de wet aan de Koning verleende machtigingen. Zij zetten de artikelen 22 tot 27 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht. Afdeling 1. - Algemene beginselen
Art. 16 en 17 Deze artikelen zetten de artikelen 22 en 23 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht. Zij worden genomen ter uitvoering van de bij artikel 219, § 2, van de wet aan de Koning verleende machtiging.
De beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging moeten handelen overeenkomstig het beginsel van de gelijkheid tussen de deelnemers en in het belang van de deelnemers. Deze verplichting is een toepassing van het in artikel 9 van de wet geponeerde fundamentele beginsel op grond waarvan elke instelling voor collectieve belegging in het uitsluitende belang van de houders van de door haar uitgegeven effecten wordt beheerd.
De hier besproken artikelen lichten diverse aspecten van die verplichting gedetailleerd toe.
Volgende aspecten komen daarbij aan bod. Enerzijds wordt ingegaan op de verplichting om alle deelnemers op billijke wijze te behandelen, wat impliceert dat ook op de gelijke behandeling van de deelnemers wordt toegezien, dat wanpraktijken worden voorkomen die de stabiliteit en de integriteit van de markt beïnvloeden, dat billijke, correcte en transparante prijsbepalingsmodellen en waarderingssystemen worden aangewend, en dat geen onnodige kosten worden aangerekend aan de deelnemers. Anderzijds moeten de verschillende aspecten van de werkzaamheden van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zorgvuldig worden opgevolgd, met name de eigenlijke beheerfunctie (selectie en follow-up van de beleggingen) en het risicobeheer. Bovendien dienen de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging ook voldoende kennis en begrip te hebben van de activa waarin de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging hebben belegd. Afdeling 2. - Verwerking van inschrijvings- en inkooporders
Art. 18 Artikel 18 van het ontwerp zet artikel 24 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht. Dat artikel wordt genomen ter uitvoering van de bij artikel 219, § 2, van de wet aan de Koning verleende machtiging.
Dit artikel behandelt de verplichting voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging om de deelnemers een kennisgeving te bezorgen waarin de uitvoering van hun inschrijvings- en inkooporders wordt bevestigd. Afdeling 3. - Optimale uitvoering
Art. 19 en 20 Deze bepalingen zetten de artikelen 25 en 26 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht. Zij worden genomen ter uitvoering van de bij artikel 219, § 2, van de wet aan de Koning verleende machtiging.
Deze artikelen geven een gedetailleerde toelichting bij de voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging geldende "best execution"-verplichting, respectievelijk wanneer zij beslissingen uitvoeren om te handelen voor rekening van de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging, en wanneer zij bij andere entiteiten orders ter uitvoering plaatsen voor rekening van die instellingen voor collectieve belegging. Afdeling 4. - Orderverwerking
Art. 21 en 22 De artikelen 21 en 22 zetten de artikelen 27 en 28 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht en worden genomen ter uitvoering van artikel 219, § 2, van de wet.
Artikel 21 beschrijft de vereisten inzake orderverwerking : portefeuilletransacties moeten immers onmiddellijk en billijk worden uitgevoerd. Artikel 22 verduidelijkt de voorwaarden waaronder een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging orders van een instelling voor collectieve belegging samen mag uitvoeren met orders van andere instellingen voor collectieve belegging of andere cliënten of met orders voor eigen rekening. Ook het probleem van de gedeeltelijk uitgevoerde orders komt in dit artikel aan bod. Afdeling 5. - Klachtenbehandeling
Art. 23 Deze bepaling, genomen op basis van de bij artikel 222, tweede lid van de wet verleende machtiging, zet artikel 6 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht en verduidelijkt de voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging geldende verplichtingen met betrekking tot de behandeling van beleggersklachten. HOOFDSTUK V. - Risicobeheerbeleid De bepalingen van dit hoofdstuk zetten de artikelen 38, 39 en 40 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht. Zij worden genomen ter uitvoering van de bij artikel 201, § 6, tweede lid, van de wet aan de Koning verleende machtiging.
Deze bepalingen houden verband met artikel 9 van dit ontwerp en met de artikelen 58, §§ 2 tot 5, 62, § 6, 76, §§ 2 tot 5 en 80, § 6 van het koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging. Art. 24 Dit artikel verduidelijkt, vanuit technisch oogpunt, de voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging geldende verplichtingen inzake het risicobeheerbeleid. Zo worden vereisten vastgelegd met betrekking tot de doelstellingen van het risicobeheerbeleid (bepaling en beoordeling van de verschillende risico's waaraan de beheerde instellingen voor collectieve belegging zijn blootgesteld). Het risicobeheerbeleid moet verduidelijken welke procedures moeten worden uitgewerkt, hoe die procedures in de praktijk moeten worden toegepast en hoe moet worden gerapporteerd aan de raad van bestuur en de effectieve leiding. Het uitgewerkte risicobeheerbeleid moet rekening houden met de omvang van de werkzaamheden van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.
Art. 25 Deze bepaling handelt over de beoordeling van het uitgewerkte risicobeheerbeleid en van de genomen maatregelen om eventuele onvolkomenheden te verhelpen, alsook over het toezicht op de naleving van het risicobeheerbeleid. Verder wordt verduidelijkt dat de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging de FSMA in kennis moeten stellen van elke wezenlijke wijziging in hun risicobeheerbeleid.
Art. 26 Deze bepaling bespreekt de maatregelen die de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging moeten nemen voor het meten en beheren van de verschillende risico's waaraan de door hen beheerde instellingen voor collectieve belegging zijn blootgesteld, en om de naleving te waarborgen van de krachtens de wet vastgestelde limieten voor het totale risico en het tegenpartijrisico. HOOFDSTUK VI. - Verplichtingen en verbodsbepalingen De bepalingen van dit hoofdstuk verduidelijken, vanuit technisch oogpunt, bepaalde specifieke verplichtingen die gelden voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging. Afdeling 1. - Persoonlijke transacties
Art. 27 Dit artikel, dat artikel 13 van Richtlijn 2010/43/EU omzet in Belgisch recht, wordt genomen ter uitvoering van de bij artikel 219, § 4, laatste lid, van de wet aan de Koning verleende machtiging.
Artikel 27 van het ontwerp is van toepassing op de "relevante personen" in de zin van het besluit. Dat begrip verwijst naar de bestuurders en de aandeelhouders van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, de natuurlijke personen die meewerken aan de uitoefening van één van de in artikel 3, 22°, van de wet bedoelde beheertaken, en de natuurlijke personen die rechtstreeks betrokken zijn bij het verrichten van diensten ten behoeve van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging (in het kader van de delegatie aan derden van één van de in artikel 3, 22°, van de wet bedoelde beheertaken). Dit artikel verbiedt de aldus aangewezen personen die deelnemen aan werkzaamheden die een belangenconflict kunnen doen ontstaan, en die toegang hebben tot voorkennis of tot andere vertrouwelijke informatie over instellingen voor collectieve belegging, om persoonlijke transacties te verrichten die marktmisbruik of misbruik van voorkennis zouden vormen, die gepaard zouden gaan met misbruik of ongeoorloofde bekendmaking van vertrouwelijke informatie, of die in strijd zouden zijn met de bepalingen tot omzetting van de MiFID-richtlijnen (19). Het aan andere personen raad (of informatie) verstrekken over dergelijke transacties of over transacties die onder de toepassing vallen van artikel 90, a) of b), van het
koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
03/06/2007
pub.
18/06/2007
numac
2007003294
bron
federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten
type
koninklijk besluit
prom.
03/06/2007
pub.
04/07/2007
numac
2007201798
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 november 2006, gesloten in het Paritair Comité voor de schoonmaak- en ontsmettingsondernemingen, betreffende outplacementbegeleiding voor werknemers van 45 jaar en ouder die worden ontslagen, in uitvoering van de wet van 5 september 2001 tot verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers en in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 82 van 10 juli 2002 betreffende het recht op outplacement voor werknemers van 45 jaar en ouder die worden ontslagen
sluiten tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (dat handelt over financieel analisten) wordt eveneens geviseerd. Bijgevolg mogen enkel de persoonlijke transacties worden uitgevoerd die niet voldoen aan de in artikel 27 opgesomde voorwaarden. Paragraaf 3 bepaalt dat een aantal persoonlijke transacties niet onder de toepassing van het artikel valt (transacties in het kader van een discretionair beheermandaat en transacties met betrekking tot instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of aan een soortgelijk statuut zijn onderworpen). Afdeling 2. - Registratieverplichtingen
De bepalingen van deze afdeling, die worden genomen op basis van de bij artikel 219, § 5, tweede lid, van de wet aan de Koning verleende machtiging, zetten de artikelen 7, 14, 15 en 16, van Richtlijn 2010/43/EG om in Belgisch recht.
Art. 28 Artikel 28 verduidelijkt, vanuit technisch oogpunt, de verplichting tot registratie van door de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging uitgevoerde portefeuilletransacties, om zo de reconstructie van de bijzonderheden van het order en van de uitgevoerde transactie mogelijk te maken.
Art. 29 Artikel 29 van het ontwerp handelt over de registratie van gegevens over inschrijvings- en inkooporders van instellingen voor collectieve belegging. Die gegevens dienen onmiddellijk te worden geregistreerd, i.e. zodra het order wordt ingevoerd.
Art. 30 Dit artikel behandelt de bewaring van de krachtens de artikelen 28 en 29 geregistreerde gegevens.
Art. 31 Artikel 31 verplicht de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging om passende regelingen te treffen zodat het materieel mogelijk wordt om de orders te registreren zoals vereist krachtens de artikelen 28 en 29 van het besluit. Afdeling 3. - Boekhoudkundige organisatie
Art. 32 Dit artikel, dat wordt genomen ter uitvoering van de bij artikel 89 van de wet verleende machtiging, zet artikel 8 van Richtlijn 2010/43/EU om in Belgisch recht en bevat de voor de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging geldende minimale vereisten inzake boekhouding.
Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaren, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, S. VANACKERE De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, J. VANDE LANOTTE _______ Nota's (1) Richtlijn 2010/43/EU van de van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft organisatorische eisen, belangenconflicten, bedrijfsvoering, risicobeheer en inhoud van de overeenkomst tussen een bewaarder en een beheermaatschappij.(2) I.e. de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en als dusdanig onderworpen zijn aan de door die richtlijn geharmoniseerde juridische regeling. (3) Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's).(4) De artikelen 4 tot 29.(5) Zie de artikelen 30 en volgende.(6) Richtlijn 2010/44/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van sommige bepalingen betreffende fusies van fondsen, master-feederconstructies en de kennisgevingsprocedure.(7) Verordening (EU) Nr.583/2010 van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt. (8) Volgens dit artikel zijn sommige bepalingen van Richtlijn 2010/43/EU ook van toepassing op de instellingen voor collectieve belegging die geen beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging hebben aangesteld.(9) Belgisch Staatsblad, 31 mei 2007, p.29283. (10) Belgisch Staatsblad, 18 juni 2007, p.32935. (11) Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad.(12) Richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn.(13)
Wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
19/10/2012
numac
2012003296
bron
federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten betreffende bepaalde vormen va collectief beheer van beleggingsportefeuilles.(14) Reeds in het kader van de wet van 4 december 1990 werden de specifieke regels voor de diverse categorieën van instellingen voor collectieve belegging (die werden onderscheiden volgens de categorie van activa waarin het vermogen van de instelling werd belegd) bij koninklijk besluit vastgesteld.Daarbij kan met name worden gedacht aan het koninklijk besluit van 4 maart 1991 met betrekking tot bepaalde instellingen voor collectieve belegging, het koninklijk besluit van 29 november 1993 op de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, het koninklijk besluit van 10 april 1995 met betrekking tot vastgoedbevaks en het koninklijk besluit van 18 april 1997 met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven (privaks). (15) Wetsontwerp betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, Parl.St. 51, 0909/001, p. 6 en 7. (16)
Wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
19/10/2012
numac
2012003296
bron
federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten betreffende bepaalde vormen va collectief beheer van beleggingsportefeuilles.(17) Zie artikel 196 van de wet.(18) Zie het ontwerp van wet inzonderheid tot oprichting van een auditcomité in de genoteerde vennootschappen en de financiële ondernemingen, DOC 52, 1471/001, p.13 en volgende. (19) Voornoemde Richtlijnen 2004/39/EG en 2006/73/EG. ADVIES 52.261/2 EN 52.262/2 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, VAN 24 OKTOBER 2012 Over : - een koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging' (51.261/2); - een koninklijk besluit met betrekking tot de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging' (51.262/2) Op 18 oktober 2012 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging'.
Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 24 oktober 2012. De kamer was samengesteld uit Yves Kreins, kamervoorzitter, Pierre Vandernoot en Martine Baguet, staatsraden, Yves De Cordt en Christian Behrendt, assessoren, en Bernadette Vigneron, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine Baguet.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 24 oktober 2012.
De Raad van State is verzocht om binnen een termijn van vijf werkdagen een advies uit te brengen over een ontwerp van koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging' (52.261/2) en een ontwerp van koninklijk besluit met betrekking tot de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging' (52.262/2).
Overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de
wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
24/07/1997
numac
1996015142
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
19/05/1999
numac
1999015018
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992. - Addendum
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten en vervangen bij de
wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
16/04/2003
numac
2003000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek
sluiten, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.
In het onderhavige geval luidt de motivering in de brief met de adviesaanvraag als volgt : « Pour le projet d'arrêté royal relatif à certains organismes de placement collectifs publics, l'urgence est motivée par le fait que les Directives 2009/65/CE, 2010/43/UE et 2010/44/UE imposent aux Etats membres d'adopter et de publier le 30 juin 2011 au plus tard les dispositions législatives, réglementaires et administratives nécessaires pour se conformer à ces directives et que ces dispositions nationales devaient entrer en vigueur à la même date; que dès lors, il est nécessaire que toutes les mesures soient prises très rapidement afin d'éviter un risque important en matière de protection de l'investisseur parce que la FSMA ne dispose pas d'une base réglementaire claire pour mettre en oeuvre les directives; qu'il s'avère en outre que les OPCVM étrangers qui répondent dans leur Etat d'origine aux conditions prévues par la Directive 2009/65/CE peuvent être commercialisés sur le marché belge, tandis que cette possibilité n'est pas ouverte à l'étranger pour les OPCVM, du fait du défaut de transposition des directives précitées; que, enfin, la Directive 2010/78/UE impose aux Etats membres d'adopter et de publier le 31 décembre 2011 au plus tard les dispositions législatives, réglementaires et administratives nécessaires pour se conformer à cette directive et que ces dispositions nationales devaient entrer en vigueur à la même date.
Pour le projet d'arrêté royal, [relatif aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif], l'urgence est motivée par le fait que les Directives 2009/65/CE et 2010/44/UE imposent aux Etats membres d'adopter et de publier le 30 juin 2011 au plus tard les dispositions législatives, réglementaires et administratives nécessaires pour se conformer à ces directives et que ces dispositions nationales devaient entrer en vigueur à la même date; que dès lors, il est nécessaire que toutes les mesures soient prises très rapidement afin d'éviter un risque important en matière de protection de l'investisseur parce que la FSMA ne dispose pas d'une base réglementaire claire pour mettre en oeuvre les directives; qu'il s'avère en outre que les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif relevant du droit d'un autre Etat membre peuvent exercer leurs activités en Belgique, tandis que cette possibilité n'est pas ouverte à l'étranger pour les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif belges, du fait du défaut de transposition des directives précitées ».
In de adviesaanvraag wordt het volgende gepreciseerd : « Ces projets complètent la transposition des directives - 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM) dont la date de transposition en droit belge est le 30 juin 2011, - 2010/44/EU de la Commission du 1er juillet 2010 portant mesures d'exécution de la Directive 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne certaines dispositions relatives aux fusions de fonds, aux structures maître-nourricier et à la procédure de notification, dont la date de transposition est fixée au 30 juin 2011 à l'exception des articles 7 et 29 dont la date de transposition est fixée au 31 décembre 2012, - 2010/43/EU de la Commission du 1er juillet 2010 portant mesures d'exécution de la Directive 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les exigences organisationnelles, les conflits d'intérêts, la conduite des affaires, la gestion des risques et le contenu de l'accord entre le dépositaire et la société de gestion, dont la date de transposition en droit belge est le 30 juin 2011.
Le premier projet d'arrêté royal est relatif à certains organismes de placement collectif publics. En plus de transposer certaines des dispositions des directives mentionnées ci-dessous, il adapte le régime général applicable aux organismes de placement collectif sur un certain nombre de points, en fonction des problèmes constatés sur le marché belge et des questions soulevées dans le cadre de l'application de la loi du 20 juillet 2004 précitée et de l'arrêté royal du 4 mars 2005 relatif à certains organismes de placement collectif publics.
Il remplacera l'arrêté royal du 4 mars 2005 relatif à certains organismes de placement collectif publics.
Le second projet d'arrêté royal est relatif aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif. Il détaille un certain nombre d'obligations a charge des sociétés de gestion, en ce qui concerne notamment leur structure de gestion, la prévention et la gestion des conflits d'intérêts et les règles de conduite qu'elles doivent respecter dans l'exercice de leur activité ».
Beide ontwerpen van koninklijk besluit, die uitvoering verlenen aan de
wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
19/10/2012
numac
2012003296
bron
federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles', strekken ertoe de bij die wet gedeeltelijk uitgevoerde omzetting van richtlijn 2009/65/EG, richtlijn 2010/43/EU en richtlijn 2010/44/EU af te ronden. Die omzetting had tegen 30 juni 2011 voltooid moeten zijn.
De parlementaire procedure voor het aannemen van de wet is afgerond met de goedkeuring ervan door de Senaat [op] 12 juli 2012. De wet is op 3 augustus 2012 bekrachtigd en afgekondigd en op 19 oktober 2012 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Reeds op 12 juli 2012 stond het de adviesaanvrager vrij de afdeling Wetgeving van de Raad van State om advies te verzoeken over de twee voorontwerpen van uitvoeringsbesluit.
Het advies van de inspecteur van Financiën, waarom op 31 mei 2012 was verzocht, is op 17 juli 2012 uitgebracht. De akkoordbevinding van de minister van Begroting dateert van 16 oktober 2012. Op 18 oktober 2012 is de Raad van State om advies verzocht (1).
Binnen de korte termijn die hem is toegemeten en gelet op de omvang van die twee ontwerpen (2) en op het grote aantal zaken dat thans bij de Raad van State aanhangig is (3), heeft de Raad van State noch de omzetting van de hierboven vermelde richtlijnen, noch de overige aanpassingen die beide ontwerpen aanbrengen grondig kunnen onderzoeken.
Aangezien de adviesaanvraag is ingediend op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de
wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
16/04/2003
numac
2003000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek
sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat deze drie punten betreft, en onder het uitdrukkelijke voorbehoud dat hierboven is gemaakt, geven de ontwerpen geen aanleiding tot opmerkingen.
De griffier, B. Vigneron.
De voorzitter, Y. Kreins. _______ Nota's (1) De steller van de ontwerpen wordt erop gewezen dat het hoe dan ook noodzakelijk is de ontworpen besluiten snel aan te nemen en bekend te maken, zo niet zou ervan uit kunnen worden gegaan dat, gelet ook op de tijd die is verlopen na de aanneming van de wet door het parlement, de spoedeisendheid die is aangevoerd, niet voldoende bewezen is, wat de wettigheid van de ontworpen teksten kwetsbaar zou maken.(2) Het eerste ontwerp bevat 237 artikelen, en het tweede 35 artikelen.(3) De tweede kamer van de afdeling Wetgeving heeft heden 14 adviezen uitgebracht. 12 NOVEMBER 2012. - Koninklijk besluit met betrekking tot de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de Grondwet, artikel 108;
Gelet op de
wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/08/2012
pub.
19/10/2012
numac
2012003296
bron
federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie
Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, de artikelen 89, 201, § 1, tweede lid, § 2, tweede lid, § 3, vierde lid, § 4, tweede lid, § 5, tweede lid, § 6, tweede en vijfde lid, § 7, derde lid, § 8, tweede lid, 218, vierde lid, 219, § 2, tweede lid, § 4, derde lid en § 5, tweede lid en 222;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 17 juli 2012;
Gelet op het advies van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, gegeven op 20 maart 2012;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 16 oktober 2012;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de Richtlijnen 2009/65/EG en, 2010/43/EU aan de lidstaten opleggen om uiterlijk op 30 juni 2011 de noodzakelijke wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen aan te nemen en te publiceren om aan voormelde richtlijnen te voldoen en dat deze nationale bepalingen op dezelfde datum in werking dienden te zijn getreden; dat alle maatregelen derhalve zeer snel dienen te worden genomen om te vermijden dat er een groot risico inzake beleggersbescherming zou optreden aangezien de FSMA niet beschikt over een duidelijke reglementaire grondslag om de richtlijnen ten uitvoer te leggen; dat het bovendien gebleken is dat de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging ressorterend onder het recht van een andere lidstaat hun activiteiten in België kunnen uitoefenen, terwijl deze mogelijkheid niet openstaat in het buitenland voor de Belgische beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, bij gebrek aan omzetting van voormelde richtlijnen;
Gelet op advies 51.262/2 van de Raad van State, gegeven op 24 oktober 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Vice-eersteminister en Minister van Financiën en van de Vice-eersteminister en Minister van Economie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit koninklijk besluit heeft de gedeeltelijke omzetting tot doel van Richtlijn 2010/43/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft organisatorische eisen, belangenconflicten, bedrijfsvoering, risicobeheer en inhoud van de overeenkomst tussen een bewaarder en een beheermaatschappij. Art. 2.Tenzij anders bepaald, dient, voor de toepassing van dit besluit, te worden verstaan onder : 1° Richtlijn 2009/65/EG : Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (herschikking);2°
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten : de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;3°
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
15/08/2002
numac
2002021304
bron
federale overheidsdienst kanselarij en algemene diensten
Wet tot wijziging van de wet betreffende de afschaffing of herstructurering van instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten, gecoördineerd op 13 maart 1991
sluiten : de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
14/06/2018
numac
2018012337
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
…
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.