← België

Wet houdende invoeging van boek IV « Bescherming van de mededinging » en van boek V « De mededinging en de prijsevoluties » in het Wetboek van economi

Kort samengevat

Deze wet voegt nieuwe boeken toe aan het Wetboek van economisch recht, specifiek gericht op de bescherming van de mededinging en het toezicht op prijsevoluties. Het verbiedt praktijken die de concurrentie beperken en reguleert concentraties van ondernemingen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
3 APRIL 2013. - Wet houdende invoeging van boek IV « Bescherming van de mededinging » en van boek V « De mededinging en de prijsevoluties » in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek IV en aan boek V en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek IV en aan boek V, in boek I van het Wetboek van economisch recht (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Het Wetboek van economisch recht Art. 2.In boek I, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, wordt een hoofdstuk 2 ingevoegd, luidende : « HOOFDSTUK 2. - Definitie eigen aan boek IV. Art. I.6. Voor de toepassing van boek IV geldt de volgende definitie : - machtspositie : de positie die een onderneming in staat stelt om de instandhouding van een daadwerkelijke mededinging te verhinderen en het haar mogelijk maakt zich, jegens haar concurrenten, afnemers of leveranciers, in belangrijke mate onafhankelijk te gedragen. » Art. 3.In boek I, titel 2, van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk 3 ingevoegd, luidende : « HOOFDSTUK 3. - Definities eigen aan boek V. Art. I.7. Voor de toepassing van boek V geldt de volgende definitie : - prijzenobservatorium : de instelling belast met de observaties en analyses bedoeld onder artikel 108, i), van de wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/12/1994 pub. 07/03/2012 numac 2012000130 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale en diverse bepalingen . - Duitse vertaling van uittreksels sluiten houdende sociale en diverse bepalingen. » Art. 4.In hetzelfde Wetboek wordt een boek IV ingevoegd, luidende : « BOEK IV. - Bescherming van de mededinging TITEL 1. - Mededingingsregels HOOFDSTUK 1. - Restrictieve mededingingspraktijken Art. IV.1. § 1. Zijn verboden, zonder dat hiertoe een voorafgaande beslissing vereist is, alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemingsverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Belgische betrokken markt of op een wezenlijk deel ervan merkbaar wordt verhinderd, beperkt of vervalst en met name die welke bestaan in : 1° het rechtstreeks of onrechtstreeks bepalen van de aan- of verkoopprijzen of van andere contractuele voorwaarden;2° het beperken of controleren van de productie, de afzet, de technische ontwikkeling of de investeringen;3° het verdelen van de markten of van de voorzieningsbronnen;4° het ten opzichte van handelspartners toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hen daarmee nadeel berokkenend bij de mededinging;5° het afhankelijk stellen van het sluiten van overeenkomsten, van de aanvaarding door de handelspartners van bijkomende prestaties welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten. § 2. De krachtens dit artikel verboden overeenkomsten of besluiten zijn van rechtswege nietig. § 3. De bepalingen van paragraaf 1 zijn echter niet van toepassing op : 1° elke overeenkomst of groep van overeenkomsten tussen ondernemingen, 2° elk besluit of groep van besluiten van ondernemingsverenigingen, en 3° elke onderling afgestemde feitelijke gedraging of groep van gedragingen die bijdragen tot verbetering van de productie of van de verdeling of tot verbetering van de technische of economische vooruitgang of die de kleine en middelgrote ondernemingen de mogelijkheid bieden om hun concurrentiepositie op de betrokken markt of op de internationale markt te verstevigen, waarbij een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt, en zonder nochtans aan de betrokken ondernemingen : a) beperkingen op te leggen welke voor het bereiken van deze doelstellingen niet onmisbaar zijn;b) de mogelijkheid te geven, voor een wezenlijk deel van de betrokken producten de mededinging uit te schakelen. § 4. Het is natuurlijke personen verboden in naam en voor rekening van een onderneming of ondernemingsvereniging met concurrenten te onderhandelen of met hen afspraken te maken over : a) het vaststellen van de prijzen bij verkoop van producten of diensten aan derden;b) het beperken van de productie of verkoop van producten of diensten;c) het toewijzen van markten. Art. IV.2. Het is verboden, zonder dat hiertoe een voorafgaande beslissing nodig is, dat één of meer ondernemingen misbruik maken van een machtspositie op de betrokken Belgische markt of op een wezenlijk deel daarvan. Dit misbruik kan met name bestaan in : 1° het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of van andere onbillijke contractuele voorwaarden;2° het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de verbruikers;3° het toepassen ten opzichte van handelspartners van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestaties, hun daarmede nadeel berokkenend bij de mededinging;4° het feit dat het sluiten van overeenkomsten afhankelijk wordt gesteld van het aanvaarden door de handelspartners van bijkomende prestaties, welke naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten. Art. IV.3. De bij artikel IV.1, § 1, en artikel IV.2 bedoelde praktijken worden hierna restrictieve mededingingspraktijken genoemd. Art. IV.4. Het verbod van artikel IV.1, § 1, geldt niet voor overeenkomsten, besluiten van ondernemingsverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen waarvoor door een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen of een verordening of een beschikking van de Europese Commissie artikel 101, § 3, VWEU van toepassing is verklaard. Het verbod van artikel IV.1, § 1, geldt niet voor overeenkomsten, besluiten van ondernemingsverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, die de handel tussen de lidstaten niet ongunstig beïnvloeden of de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt niet beperken, verhinderen of vervalsen, doch die de bescherming zouden genieten van een verordening bedoeld in het eerste lid ingeval zij deze handel wel zouden beïnvloeden of deze mededinging wel zouden beperken, verhinderen of vervalsen. Het verbod van artikel IV.1, § 1, is niet van toepassing op categorieën van overeenkomsten, besluiten van ondernemingsverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die binnen de werkingssfeer vallen van een koninklijk besluit genomen op grond van artikel IV.5. Art. IV.5. § 1. De Koning kan, na raadpleging van de Commissie voor de Mededinging als bedoeld in artikel IV. 39 en van de Belgische Mededingingsautoriteit, bij besluit verklaren dat artikel IV.1, § 1, niet van toepassing is op categorieën overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen. Het besluit wordt met redenen omkleed. Er wordt overleg over gepleegd in de Ministerraad, wanneer het afwijkt van het advies of het verzoek van de Belgische Mededingingsautoriteit. § 2. Het koninklijk besluit omschrijft de categorieën van overeenkomsten, van besluiten en van onderling afgestemde feitelijke gedragingen waarop het van toepassing is en geeft met name aan : 1° de beperkingen of de bepalingen die er niet in mogen voorkomen;2° de bepalingen die erin moeten voorkomen of de andere voorwaarden waaraan moet worden voldaan. Dit koninklijk besluit wordt voor een beperkte tijdsduur genomen. Het kan worden opgeheven of gewijzigd wanneer de omstandigheden gewijzigd zijn met betrekking tot een punt van wezenlijk belang voor zijn vaststelling; in dit geval wordt voorzien in een overgangsregeling voor de overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen bedoeld door het voorafgaande besluit. HOOFDSTUK 2. - Concentraties Art. IV.6. § 1. Voor de toepassing van dit boek komt een concentratie tot stand indien er een duurzame wijziging van zeggenschap voortvloeit uit : 1° de fusie van twee of meer voorheen onafhankelijke ondernemingen of delen van ondernemingen;of 2° het verkrijgen, door één of meer personen die reeds de zeggenschap over ten minste één onderneming bezitten of door één of meer ondernemingen, van de zeggenschap - door de verwerving van participaties in het kapitaal of de aankoop van vermogensbestanddelen, bij overeenkomst of op elke andere wijze - rechtstreeks of onrechtstreeks, over één of meer andere ondernemingen of delen daarvan. § 2. De oprichting van een gemeenschappelijke onderneming die duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult, vormt een concentratie in de zin van paragraaf 1, 2°. § 3. Voor de toepassing van dit boek berust de zeggenschap op rechten, overeenkomsten of andere middelen die afzonderlijk of gezamenlijk met inachtneming van alle feitelijke en juridische omstandigheden, het mogelijk maken een bepalende invloed uit te oefenen op de activiteiten van een onderneming, met name : 1° eigendoms- of gebruiksrechten op alle vermogensbestanddelen van een onderneming of delen daarvan;2° rechten of overeenkomsten die een bepalende invloed verschaffen op de samenstelling, het stemgedrag of de besluiten van de ondernemingsorganen. § 4. De zeggenschap wordt verkregen door de persoon/personen of de onderneming/ondernemingen : 1° die zelf rechthebbenden zijn of aan deze overeenkomsten rechten ontlenen;of 2° die, hoewel zij zelf geen rechthebbenden zijn, noch aan deze overeenkomsten rechten ontlenen, de bevoegdheid hebben de daaruit ontstane rechten uit te oefenen. § 5. Geen concentratie in de zin van paragraaf 1 komt tot stand : 1° indien kredietinstellingen, andere financiële instellingen, of verzekeringsmaatschappijen tot wier normale werkzaamheden de verhandeling van financiële instrumenten voor eigen rekening of voor rekening van derden behoort, tijdelijke deelnemingen houden die zij in een onderneming hebben verworven ten einde deze deelnemingen weer te verkopen, mits zij de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet uitoefenen om het concurrentiegedrag van deze ondernemingen te bepalen of mits zij deze stemrechten slechts uitoefenen om de verkoop van deze onderneming of van haar activa, geheel of gedeeltelijk, of de verkoop van deze deelnemingen voor te bereiden, en deze verkoop plaatsvindt binnen één jaar na de verwerving;deze termijn bedraagt twee jaar wanneer de deelnemingen verworven werden als bewijs van dubieuze of onbetaald gebleven vorderingen; 2° indien de zeggenschap wordt verworven door een gerechtelijk mandataris of overheidsmandataris, op grond van een gerechtelijke beslissing of een andere procedure van gedwongen vereffening;3° indien de in paragraaf 1, 2°, bedoelde handelingen worden uitgevoerd door participatiemaatschappijen zoals bedoeld in artikel 5, 3, van de vierde Richtlijn 78/660/EEG van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen, met dien verstande echter dat de stemrechten die aan de in bezit zijnde deelnemingen zijn verbonden, slechts worden uitgeoefend om, met name door de benoeming van de leden van de raden van bestuur en van toezicht van de ondernemingen waarin zij deelnemingen houden, de volledige waarde van deze investeringen veilig te stellen en niet om rechtstreeks of onrechtstreeks het concurrentiegedrag van die ondernemingen te bepalen. Art. IV.7. § 1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn slechts van toepassing wanneer de betrokken ondernemingen samen in België een omzet, bepaald volgens de in artikel IV.8 bedoelde criteria, van meer dan 100 miljoen euro bereiken en ten minste twee van de betrokken ondernemingen elk in België een omzet halen van ten minste 40 miljoen euro. § 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en na raadpleging van de Belgische Mededingingsautoriteit en de Commissie voor de Mededinging, bedoeld in artikel IV.39, de drempels bedoeld in paragraaf 1 verhogen. § 3. Om de drie jaar gaat de Belgische Mededingingsautoriteit over tot een toetsing van de drempels bedoeld in paragraaf 1, daarbij onder andere rekening houdende met de economische impact en de administratieve last voor de ondernemingen. Art. IV.8. § 1 De omzet bedoeld in artikel IV.7 is de totale omzet gehaald tijdens het vorige boekjaar in België. Hij moet worden begrepen in de zin van het Wetboek van Vennootschappen, boek IV, titel VI over de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen. § 2. Als een concentratie bestaat in de verwerving van delen - die al dan niet rechtspersoonlijkheid bezitten - van een of meer ondernemingen of van een groep ondernemingen - wordt in afwijking van paragraaf 1 alleen het omzetcijfer dat betrekking heeft op de delen, die aldus het voorwerp van de transactie zijn, in hoofde van de vervreemder of vervreemders, in aanmerking genomen. Twee of meer transacties bedoeld in het eerste lid, die binnen een periode van twee jaar plaatsvinden tussen dezelfde personen of ondernemingen, moeten evenwel worden beschouwd als één concentratie die plaatsvindt op de datum van de laatste transactie. § 3. De omzet wordt vervangen : 1° bij kredietinstellingen en andere financiële instellingen, door de som van de onderstaande batenposten, omschreven in het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen, in voorkomend geval na aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde en van andere rechtstreeks met de betrokken baten samenhangende belastingen : a) rente en soortgelijke baten;b) opbrengsten uit waardepapieren : - opbrengsten uit aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren; - opbrengsten uit deelnemingen; - opbrengsten uit aandelen in verbonden ondernemingen; c) ontvangen provisies;d) nettobaten uit financiële transacties;e) overige bedrijfsopbrengsten. De omzet in België van een kredietinstelling of een financiële instelling omvat de hierboven omschreven batenposten van het bijkantoor of de afdeling van deze in België gevestigde instelling. 2° bij verzekeringsmaatschappijen, door de waarde van de bruto geboekte premies, die alle uit hoofde van de door of namens de verzekeringsonderneming gesloten verzekeringsovereenkomsten ontvangen en te ontvangen bedragen omvatten, met inbegrip van de aan herverzekering afgestane premies en na aftrek van belastingen en parafiscale bijdragen of heffingen over het bedrag van de afzonderlijke premies of het totale premievolume.Er wordt rekening gehouden met de brutopremies gestort door de ingezetenen in België. § 4. Wat betreft de toepassing van artikel IV.7 en onverminderd paragraaf 2, wordt het omzetcijfer van elk der ondernemingen verkregen door de som te maken van de omzetcijfers van alle ondernemingen die tot dezelfde groep behoren. Worden beschouwd als deel uitmakend van dezelfde groep, de ondernemingen die verbonden zijn in de zin van het Wetboek van Vennootschappen, boek IV, titel VI over de geconsolideerde jaarrekeningen van de ondernemingen. § 5. Voor de openbare ondernemingen bedoeld in artikel IV.12, is de in aanmerking te nemen omzet deze van alle ondernemingen die een economisch geheel vormen met een zelfstandige beslissingsbevoegdheid, ongeacht de vraag wie het kapitaal ervan bezit of welke regels van bestuurlijk toezicht daarop van toepassing zijn. Art. IV.9. § 1. Voor de concentraties is de voorafgaande goedkeuring nodig van de Belgische Mededingingsautoriteit, die vaststelt of zij al of niet toelaatbaar zijn. § 2. Bij de in paragraaf 1 bedoelde beslissing wordt rekening gehouden met : 1° de noodzaak een daadwerkelijke mededinging op de nationale markt te handhaven en te ontwikkelen in het licht van met name de structuur van alle betrokken markten en van de bestaande of potentiële mededinging van op of buiten het Belgische grondgebied gevestigde ondernemingen;2° de positie op de markt van de betrokken ondernemingen, hun economische en financiële macht, de keuzemogelijkheden van leveranciers en afnemers, hun toegang tot voorzieningsbronnen en afzetmarkten, het bestaan van juridische of feitelijke hinderpalen voor de toegang tot de markt, de ontwikkeling van vraag naar en aanbod van de betrokken producten en diensten, de belangen van de tussen- en eindverbruikers, alsmede de ontwikkeling van de technische en economische vooruitgang, voor zover deze in het voordeel van de consument is en geen belemmering vormt voor de mededinging. § 3. Concentraties die niet tot gevolg hebben dat een daadwerkelijke mededinging op de Belgische markt of een wezenlijk deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd, onder andere door het in het leven roepen of versterken van een machtspositie, worden toelaatbaar verklaard. § 4. Concentraties die tot gevolg hebben dat een daadwerkelijke mededinging op de Belgische markt of een wezenlijk deel daarvan op significante wijze wordt belemmerd, onder andere door het in het leven roepen of versterken van een machtspositie, worden ontoelaatbaar verklaard. § 5. Indien de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming die een concentratie vormt in de zin van artikel IV.6, § 2, de coördinatie beoogt of tot stand brengt van het concurrentiegedrag van ondernemingen die onafhankelijk blijven, dan wordt die coördinatie beoordeeld overeenkomstig de criteria van artikel IV.1, teneinde vast te stellen of de transactie al dan niet toelaatbaar is. Bij die beoordeling wordt onder meer rekening gehouden met : 1° het significant en gelijktijdig actief blijven van twee of meer oprichtende ondernemingen op dezelfde markt als die van de gemeenschappelijke onderneming, op een stroomopwaartse of stroomafwaartse markt van laatstgenoemde markt of op een nauw met die markt verbonden markt;2° de mogelijkheid die aan de betrokken ondernemingen wordt gegeven om, via de coördinatie die het rechtstreekse gevolg is van de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming, de mededinging voor een wezenlijk deel van de betrokken producten en diensten uit te schakelen. Art. IV.10. § 1. De concentraties bedoeld in dit boek worden bij de auditeur-generaal van de Belgische Mededingingsautoriteit gemeld vóór hun tenuitvoerlegging en na de sluiting van de overeenkomst, de openbaarmaking van het aanbod tot aankoop of ruil, of de verwerving van een zeggenschapsdeelneming. De partijen kunnen echter een ontwerpovereenkomst melden, mits alle partijen uitdrukkelijk verklaren dat zij de intentie hebben om een overeenkomst te sluiten die op alle mededingingsrechtelijk relevante punten niet merkbaar verschilt van het gemelde ontwerp. In het geval van een openbaar aanbod tot aankoop of ruil, kunnen de partijen eveneens een ontwerp melden wanneer zij hun voornemen tot het doen van een dergelijk bod publiekelijk hebben aangekondigd. § 2. Concentraties door fusie in de zin van artikel IV.6, § 1, 1°, of door totstandkoming van een gezamenlijke zeggenschap in de zin van artikel IV.6, § 1, 2°, worden gezamenlijk gemeld door de partijen bij de fusie of door de partijen die de gezamenlijke zeggenschap verkrijgen. In alle andere gevallen vindt de aanmelding plaats door de persoon of de onderneming die de zeggenschap over een of meer ondernemingen of een gedeelte daarvan verwerft. § 3. Een concentratie wordt aangemeld in het Nederlands of het Frans, naar keuze van de aanmeldende partijen. § 4. De modaliteiten van de aanmeldingen bedoeld bij paragraaf 1 worden bepaald door de Koning. De Belgische Mededingingsautoriteit kan de nadere regels voor een vereenvoudigde aanmelding bepalen. § 5. Zolang het Mededingingscollege geen beslissing neemt betreffende de toelaatbaarheid van de concentratie, mogen de betrokken ondernemingen de concentratie niet tot uitvoering brengen. § 6. Paragraaf 5 belet evenwel niet de tenuitvoerlegging van een openbaar aanbod tot aankoop of ruil of van een reeks transacties met financiële instrumenten, inclusief met deze converteerbaar in andere financiële instrumenten, die ter verhandeling worden toegelaten tot een markt zoals een effectenbeurs en waardoor de zeggenschap in de zin van artikel IV.6 wordt verkregen door tussenkomst van meerdere verkopers, mits : 1° de concentratie overeenkomstig dit artikel onverwijld bij de auditeur-generaal wordt gemeld, en 2° de verkrijger de aan de betrokken financiële instrumenten verbonden stemrechten niet uitoefent dan wel slechts uitoefent om de volle waarde van zijn belegging te handhaven en op basis van een door de voorzitter van de Belgische mededingingsautoriteit overeenkomstig paragraaf 7 verleende ontheffing. § 7. Onverminderd het bepaalde in paragraaf 6, kan de voorzitter op verzoek van de partijen, op elk ogenblik ontheffing verlenen van de in paragraaf 5 bepaalde verplichting. In dat geval vraagt de voorzitter dat de auditeur binnen twee weken na de indiening van het verzoek een verslag neerlegt, bevattende de noodzakelijke appreciatie-elementen om tot de in deze paragraaf bedoelde beslissing te komen. § 8. De voorzitter kan zijn beslissing vergezeld laten gaan van bepaalde voorwaarden en lasten. Art. IV.11. De concentraties die onderworpen zijn aan het toezicht van de Europese Commissie, met inbegrip van concentraties die bij toepassing van artikel 22 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen zijn verwezen naar de Europese Commissie, zijn niet onderworpen aan het toezicht ingesteld bij dit boek. Zijn echter wel onderworpen aan het toezicht ingesteld door dit boek, de concentraties die door de Europese Commissie naar de Belgische Mededingingsautoriteit werden verwezen krachtens de artikelen 4, vierde en vijfde lid, en 9, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van de Europese Unie van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen. In dit geval dienen de partijen de concentratie opnieuw te melden bij de auditeur-generaal overeenkomstig artikel IV.10. HOOFDSTUK 3. - Overheidsondernemingen Art. IV.12. De openbare ondernemingen en de ondernemingen waaraan de overheid bijzondere of exclusieve rechten verleent, zijn onderworpen aan de bepalingen van dit boek voor zover de toepassing daarvan de vervulling, in feite of in rechte, van de hun door of krachtens de wet toevertrouwde bijzondere taak niet verhindert. HOOFDSTUK 4. - Maatregelen of beslissingen door een vreemde staat Art. IV.13. Behoudens ontheffing in de gevallen door de Koning bepaald, is het aan ieder persoon, verblijvend op het Belgisch grondgebied of er zijn zetel of een inrichting hebbend, verboden gevolg te geven aan maatregelen of beslissingen door een vreemde Staat of door diens organismen genomen en die betrekking hebben op een reglementering inzake mededinging, economische machtsposities of handelsbeperkende praktijken inzake internationaal vervoer ter zee en door de lucht. De Koning bepaalt op welke handelingen die verbodsbepaling slaat. De ontheffing, op verzoek van belanghebbenden, kan door de minister bevoegd voor economie, worden toegestaan en desgevallend aan bepaalde modaliteiten onderworpen worden. Art. IV.14. Elk bevel of verzoek dat gegrond is op de in artikel IV.13 bedoelde maatregelen of beslissingen, moet binnen vijftien dagen medegedeeld worden aan de minister of aan zijn gemachtigde. Art. IV.15. Onverminderd de artikelen IV.13 en IV.14 en behoudens de uitzonderingen die Hij bepaalt, kan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en na raadpleging van de Belgische Mededingingsautoriteit en de Commissie voor de Mededinging, maatregelen treffen waarbij het de ondernemingen verboden wordt niet bekendgemaakte inlichtingen of bescheiden met betrekking tot hun mededingingspraktijken aan een buitenlandse Staat of aan een daarvan afhangende instelling te geven. TITEL 2. - Handhaving van het mededingingsrecht HOOFDSTUK 1. - De Belgische Mededingingsautoriteit Afdeling 1. - Organisatie Artikel IV.16. § 1. Er wordt een autonome dienst met rechtspersoonlijkheid opgericht « Belgische Mededingingsautoriteit » genaamd. § 2. De Belgische Mededingingsautoriteit is samengesteld uit : 1° de voorzitter en de dienst van de voorzitter;2° het Mededingingscollege;3° het directiecomité;4° het auditoraat onder leiding van de auditeur-generaal. § 3. De Belgische mededingingsautoriteit is bevoegd om de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie toe te passen bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna : VWEU). § 4. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad welke menselijke, logistieke en materiële middelen de federale overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, ter beschikking van de Belgische Mededingingsautoriteit dient te stellen. Daartoe zal een dienstverleningsovereenkomst overeengekomen worden tussen de Belgische Mededingingsautoriteit en de FOD Economie. § 5. De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het administratief en geldelijk statuut van de voorzitter, de assessor-ondervoorzitter en assessoren die zetelen in het Mededingingscollege, de auditeur-generaal, de directeur van de juridische studies, de directeur van de economische studies en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit. Onderafdeling 1. - De voorzitter en de dienst van de voorzitter Art. IV.17. § 1. De voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit (hierna : « de voorzitter ») wordt door de Koning benoemd, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor een mandaat van zes jaar dat eenmaal kan worden hernieuwd. De voorzitter vervult de opdrachten die hem door dit boek en in het bijzonder door afdeling 2 van dit hoofdstuk zijn opgedragen. Hij kan daartoe opdrachten delegeren aan de assessor-ondervoorzitter wanneer het taken van het Mededingingscollege betreft en, wanneer het andere taken betreft, aan de directeur economische studies, aan de directeur juridische studies en aan de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit. § 2. Om tot voorzitter te kunnen worden benoemd, moet de kandidaat slagen voor het examen inzake beroepsbekwaamheid. Dat examen is bedoeld om de maturiteit te evalueren, alsmede de capaciteiten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het betrokken ambt. De nadere regels en het programma van het examen worden door de Koning bepaald. Hij brengt verder het bewijs van een nuttige ervaring voor de uitoefening van de functie. Hij moet houder zijn van een diploma van master en een functionele kennis van het Nederlands, het Frans en het Engels bewijzen. In voorkomend geval wordt de uitoefening van de functie van voorzitter van de Belgische Mededingingsautoriteit beschouwd als een opdracht in de zin van artikel 323bis, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek. § 3. De voorzitter wordt op rust gesteld wanneer hij wegens een ernstig en permanent gebrek zijn ambt niet meer behoorlijk kan uitoefenen. Art. IV.18. De voorzitter mag geen enkele instructie aanvaarden bij het nemen van de beslissingen in uitvoering van de opdrachten die dit boek hem geeft en in het bijzonder afdeling 2 van dit hoofdstuk, noch bij het innemen van standpunten in mededingingszaken van de Europese Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU en Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen. Art. IV.19. De assessor-ondervoorzitter vervangt de voorzitter als voorzitter van het Mededingingscollege in het geval van een belangenconflict of gemotiveerde onbeschikbaarheid. De assessor-ondervoorzitter heeft in de zaken waarin hij als voorzitter is aangeduid dezelfde bevoegdheden en verplichtingen die dit boek bepaalt voor de voorzitter. De voorzitter wordt bij onbeschikbaarheid vervangen als voorzitter van het directiecomité door het oudste aanwezige lid. Bij onbeschikbaarheid van de assessor-ondervoorzitter en de voorzitter wordt een derde assessor aangewezen en heeft de oudste van de drie assessoren zitting als voorzitter van het Mededingingscollege. Art. IV.20. § 1. De voorzitter wordt onder meer belast met : 1° het vertegenwoordigen, van België in de Europese en internationale mededingingsorganisaties voor alle besprekingen die de bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit betreffen;en hij neemt deel aan andere besprekingen in Europese en internationale instellingen over wet- en regelgeving die het mededingingsbeleid betreffen; 2° het bijdragen ten behoeve van de FOD Economie, het Parlement, de regering of andere instanties tot het voorbereiden en evalueren van het mededingingsbeleid in België, het bijdragen tot een betere kennis van dit beleid, het leiden van studies en het informeel beslechten van vragen en betwistingen over de toepassing van de mededingingsregels in zaken waarin geen formeel onderzoek wordt gevoerd zoals bedoeld in artikel IV.41, § 1; 3° het bijdragen tot de voorbereiding van de Belgische wetgeving en reglementering met betrekking tot de mededingingsregels en het mededingingsbeleid; 4° het vertegenwoordigen van de Belgische mededingingsautoriteit in de procedures bedoeld in de artikelen IV.75 tot IV.79. § 2. In de Belgische Mededingingsautoriteit wordt een dienst van de voorzitter opgericht. Deze dienst wordt geleid door de voorzitter en bestaat uit de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit die door het directiecomité aan deze dienst worden toegewezen. Voor de tenuitvoerlegging van de taken bedoeld in § 1, kan zij ook een beroep doen op de leden van het in artikel IV.27, § 1, bedoelde auditoraat ten belope van een door het directiecomité te bepalen percentage van hun tijd. Onderafdeling 2. - Het Mededingingscollege Art. IV.21. Het Mededingingscollege is het beslissingscollege dat door de voorzitter samengesteld wordt per zaak voor het nemen van de in Afdeling 2 van dit hoofdstuk bedoelde beslissingen. Art. IV.22. § 1. Het Mededingingscollege bestaat uit : 1° de voorzitter of de assessor- ondervoorzitter;2° twee assessoren aangewezen op de alfabetische lijsten van assessoren. De aanwijzing van de assessoren gebeurt in alfabetische orde van de lijsten bedoeld in paragraaf 2, bij toerbeurt gelet op de proceduretaal. In het Mededingingscollege dient ten minste één jurist met ervaring in geschillenbeslechting zitting te hebben; zo mogelijk heeft ten minste één lid een ander diploma. Indien een zaak niet kan toegewezen worden aan een assessor-ondervoorzitter of assessor van de taalgroep overeenkomstig de proceduretaal zonder een belangenconflict te veroorzaken, wordt de aanwijzing verricht op basis van de lijst van de andere taalgroep. § 2. De assessor-ondervoorzitter, die van een andere taalrol is dan de voorzitter, en de assessoren ten belope van maximum 20, worden door de Koning benoemd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad voor een hernieuwbaar mandaat van zes jaar. Zij worden ingedeeld in twee gelijke lijsten, in alfabetische volgorde, volgens de Nederlandstalige of Franstalige taalgroep waartoe zij behoren, bepaald door de taal van het diploma van master. Op elke lijst zal van iedere assessor het diploma vermeld worden. § 3. Om tot assessor-ondervoorzitter of assessor te worden benoemd, dient de kandidaat te voldoen aan de benoemingsvoorwaarden gesteld voor de voorzitter, bepaald in artikel IV.17. § 4. De assessor-ondervoorzitter en de assessoren die in een zaak zitting hebben, mogen betreffende die zaak geen enkele instructie aanvaarden bij het nemen van de beslissingen in uitvoering van de opdrachten die dit boek hun geeft en in het bijzonder afdeling 2 van dit hoofdstuk. Onderafdeling 3. - Het directiecomité Art. IV.23. Het directiecomité is belast met de leiding van de Belgische Mededingingsautoriteit. Art. IV.24. § 1. Het is samengesteld uit : 1° de voorzitter;2° de auditeur-generaal;3° de directeur economische studies;4° de directeur juridische studies. Bij staking van stemmen heeft de voorzitter een beslissende stem. § 2. De Koning benoemt de directeur economische studies en de directeur juridische studies voor een hernieuwbaar mandaat van zes jaar bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na een examen inzake beroepsbekwaamheid, bedoeld in artikel IV.17. Art. IV.25. Het directiecomité is onder meer belast met : - het organiseren en samenstellen van de dienst van de voorzitter en het auditoraat; - het vaststellen van richtsnoeren met betrekking tot de toepassing van de mededingingsregels; - het opstellen van een jaarlijkse nota waarin zijn beleidsprioriteiten worden vastgesteld en aan de minister worden meegedeeld; - het opstellen van het huishoudelijk reglement van het auditoraat dat door de Koning wordt goedgekeurd. Onderafdeling 4. - De auditeur-generaal en het auditoraat Art. IV.26. § 1. De Koning benoemt de auditeur-generaal bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad voor een hernieuwbaar mandaat van zes jaar. Om tot auditeur-generaal te worden benoemd, dient de kandidaat te voldoen aan de benoemingsvoorwaarden gesteld voor de voorzitter, bepaald in art. IV.17. In voorkomend geval wordt de uitoefening van de functie van auditeur-generaal van de Belgische Mededingingsautoriteit beschouwd als een opdracht in de zin van artikel 323bis, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek. § 2. De auditeur-generaal vervult de opdrachten die hem door dit boek en door titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, in het bijzonder zijn opgedragen. Hij is ondermeer belast met : 1° de leiding van het auditoraat en de coördinatie en leiding van de onderzoeken; 2° het ontvangen van de injuncties zoals bedoeld in artikel IV.41, § 1, 3°, en de klachten betreffende de restrictieve mededingingspraktijken; 3° het openen van een onderzoek in de gevallen bedoeld in artikel IV.41, § 1, en het bepalen van de volgorde waarin deze zaken worden behandeld na advies van de directeur economische studies; 4° het ontvangen van de aanmeldingen van concentraties;5° het afgeven van opdrachtbevelen wanneer de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de ambtenaren van de Europese Commissie bijstaan voor een door de Europese Commissie bevolen inspectie bij toepassing van Verordening (EG) nr.1/2003 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag; 6° het toezien op de uitvoering van de door het Mededingingscollege en het hof van beroep genomen beslissingen inzake de mededingingsregels. § 3. In geval van afwezigheid of verhindering wordt de auditeur-generaal vervangen door de ambtenaar van het auditoraat met de meeste dienstjaren of, in geval van gelijke anciënniteit, door de oudste in jaren. § 4. De auditeur-generaal wordt op rust gesteld wanneer hij wegens een ernstig en permanent gebrek zijn ambt niet meer behoorlijk kan uitoefenen. § 5. De auditeur-generaal mag betreffende een zaak geen enkele instructie aanvaarden bij het nemen van de beslissingen in uitvoering van de opdrachten die hem door dit boek en in het bijzonder door afdeling 2 van dit hoofdstuk zijn opgedragen. Art. IV.27. § 1. Een auditoraat wordt opgericht bij de Belgische Mededingingsautoriteit. Het auditoraat bestaat uit de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit die door het directiecomité aan deze dienst worden toegewezen, met dien verstande dat de voorzitter op hen een beroep kan doen ten belope van een door het directiecomité te bepalen percentage van hun tijd. § 2. De auditeur-generaal wijst voor elke zaak die de Belgische Mededingingsautoriteit overeenkomstig de artikelen IV.26, § 2, tweede lid, 3°, en IV.41, § 1, beslist te behandelen, en bij elke aanmelding van een concentratie, een personeelslid van het auditoraat aan dat als auditeur met de dagelijkse leiding van het onderzoek wordt belast. De auditeur die met de dagelijkse leiding van een onderzoeksteam is belast, mag betreffende dat onderzoek enkel bevelen ontvangen van de auditeur-generaal. § 3. De auditeur-generaal stelt voor elke in paragraaf 2 bedoelde zaak een team van personeelsleden van het auditoraat samen dat met het onderzoek is belast onder zijn toezicht en onder de leiding van de auditeur die met de dagelijkse leiding van het onderzoek is belast. De personeelsleden van het auditoraat die bij een onderzoeksteam zijn ingedeeld, kunnen betreffende dat onderzoek enkel bevelen ontvangen van de auditeur-generaal of de auditeur die met de dagelijkse leiding van dat onderzoek is belast. Art. IV.28. De in artikel IV.27, § 2, bedoelde auditeurs die met de dagelijkse leiding van een onderzoek zijn belast, vervullen de opdrachten die hun door titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, zijn opgedragen. Art. IV.29. Voor het vervullen van de opdrachten die aan het auditoraat zijn opgedragen door de wet en in het bijzonder door titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 2, stelt de auditeur-generaal voor elke zaak die de Belgische Mededingingsautoriteit overeenkomstig de artikelen IV.26, § 2, tweede lid, 3° en IV.41, § 1, beslist te behandelen, en voor elke aangemelde concentratie, een cel samen die bestaat uit de auditeur-generaal, de auditeur die de dagelijkse leiding heeft van het onderzoek en een ander personeelslid van het auditoraat dat geen lid is van het onderzoeksteam. Art. IV.30. § 1. Het auditoraat is belast met : 1° het eventueel seponeren van klachten;2° de toepassing van afdeling 2, onderafdeling 4. § 2. Onverminderd artikel IV.28, zijn de auditeurs belast met : 1° het leiden en organiseren van het onderzoek;2° het zich uitspreken op verzoek van de belanghebbende natuurlijke of rechtspersoon of op eigen initiatief, over het vertrouwelijke karakter van de gegevens die in de loop van de procedure aan de Belgische Mededingingsautoriteit of aan het auditoraat zijn overgezonden;3° het opstellen en het indienen van het gemotiveerd ontwerp van beslissing bij het Mededingingscollege; 4° het afgeven van de opdrachtbevelen met inbegrip van de opdrachtbevelen bedoeld in artikel IV.41, § 3, achtste lid, behalve wanneer de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de ambtenaren van de Europese Commissie bijstaan voor een door de Europese Commissie bevolen inspectie bij toepassing van Verordening (EG) 1/2003 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag; 5° de toepassing van artikel IV.63. § 3. De auditeurs kunnen alle handelingen verrichten ter volbrenging van hun opdracht, behalve wanneer dit boek deze handelingen aan het auditoraat voorbehoudt. Art. IV.31. Het auditoraat wordt bijgestaan door een secretariaat. Dit secretariaat is ook belast met het uitvoeren van de taken van een griffie voor de procedures voor het Mededingingscollege en de voorzitter. Onderafdeling 6. - Het beroepsgeheim en immuniteit Art. IV.34. De voorzitter, de leden van het Mededingingscollege, de auditeur-generaal, de directeurs economische en juridische studies en de andere personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsmede iedereen die onder hun gezag werkt, zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen, onverminderd de bepalingen van onderafdeling 10 van Afdeling 2 en van de koninklijke besluiten uitgevaardigd met toepassing van artikel IV.43, tweede lid, de vertrouwelijke gegevens en informatie waarvan zij wegens hun functie kennis hebben gekregen aan geen enkele persoon of autoriteit bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen. Zij mogen deze gegevens en informatie enkel gebruiken voor het doel waarvoor deze gegevens werden ingewonnen. Art. IV.35. De verplichting bedoeld in artikel IV.34 geldt ook voor de vertegenwoordigers van de Belgische Mededingingsautoriteit en voor de deskundigen die deelnemen aan de vergaderingen van het adviescomité bedoeld in artikel 14 van de Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 101 en 102 VWEU, en in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen. Art. IV.36. De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter of assessoren, die zetelen in een zaak, de auditeur-generaal, de directeurs economische en juridische studies en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit genieten bij de uitoefening van hun ambt van dezelfde immuniteiten als de rijksambtenaren. Onderafdeling 7. - Onverenigbaarheden Art. IV.38. De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter of assessoren die zitten in een zaak, de auditeur-generaal, de directeurs economische en juridische studies en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsmede iedereen die onder hun gezag werkt, mogen mondeling noch schriftelijk de betrokkenen in een zaak verdedigen; zij mogen hun ook geen consult geven. De voorzitter, de auditeur-generaal, de directeurs economische en juridische studies en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsmede iedereen die onder hun gezag werkt, mogen de volgende activiteiten niet uitoefenen : 1° bezoldigde arbitrage;2° hetzij persoonlijk, hetzij via een tussenpersoon enige vorm van handel drijven, zaakwaarnemer zijn of deelnemen aan de leiding of het bestuur van of het toezicht op handelsvennootschappen of nijverheids- of handelsvestigingen. Onderafdeling 8. - De Commissie voor de Mededinging Art. IV.39. Er wordt in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven een paritaire raadgevende commissie opgericht die Commissie voor de Mededinging wordt genoemd en die een adviserende bevoegdheid heeft voor alle algemene kwesties in verband met het mededingingsbeleid; zij oefent die bevoegdheid uit op eigen initiatief of op verzoek van de minister. Art. IV.40. De Koning bepaalt de samenstelling en de werking van de Commissie voor de Mededinging alsook van haar secretariaat. De voorzitter, de werkende leden en hun plaatsvervangers worden benoemd door de minister. De Koning bepaalt eveneens, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag van de vergoedingen toegekend aan de voorzitter en de leden van de Commissie alsook aan elke persoon die met de Commissie dient samen te werken. Afdeling 2. - Procedures Onderafdeling 1. - Onderzoeksprocedure Art. IV.41. § 1. Het onderzoek van de zaken zoals bedoeld in artikel IV.27 gebeurt : 1° op verzoek van de betrokkenen bedoeld in artikel IV.10 in het geval van een gemelde concentratie; 2° ambtshalve of na een klacht van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die aantoont daarbij een rechtstreeks en dadelijk belang te hebben, in het geval van een inbreuk op de artikelen IV.1, § 1, IV.2, en IV.10, § 1, of in geval van niet-naleving van een beslissing genomen krachtens de artikelen IV.10, § 7, IV.48, IV.49, IV.61 of IV.62; 3° op verzoek of op injunctie van de minister; 4° op verzoek van de minister van Middenstand, van een geëigende openbare instelling of ander overheidslichaam, belast met het toezicht of de controle op een economische sector in het geval van een inbreuk op artikel IV.1, § 1, op artikel IV.2 of op artikel IV.10, § 1; 5° ambtshalve of op verzoek van de minister met het oog op een koninklijk besluit tot groepsgewijze ontheffing van overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen op grond van artikel IV.5. § 2. Ter vervulling van de hun opgedragen taken, kunnen de auditeurs alle noodzakelijke inlichtingen inwinnen bij de ondernemingen en ondernemingsverenigingen. Zij bepalen de termijn binnen welke deze inlichtingen hen moeten worden medegedeeld. Wanneer de auditeurs tot een onderneming of een ondernemingsvereniging een verzoek om inlichtingen richten, wijzen zij de rechtsgrond en het doel van hun verzoek aan. Indien een onderneming of vereniging van ondernemingen de gevraagde inlichtingen niet binnen de door de auditeur gestelde termijn verstrekt of indien de verstrekte inlichtingen onvolledig, onjuist of verdraaid zijn, kan de auditeur de inlichtingen bij een met redenen omklede beslissing eisen. Deze beslissing omschrijft de gevraagde inlichtingen en bepaalt binnen welke termijn ze moeten worden verstrekt. Als de beslissing tot verzoek om inlichtingen gericht is tot een van de aanmeldende ondernemingen, schorst zij bovendien de in artikel IV.61 bedoelde termijn tot de dag waarop de inlichtingen worden verstrekt of uiterlijk tot de dag waarop de termijn, bepaald door de auditeur, verstrijkt. De beslissing wordt door de auditeur ter kennis gebracht van de ondernemingen waarvan de inlichtingen worden geëist. § 3. Onverminderd de bevoegdheden van de politieambtenaren van de lokale en federale politie zijn de auditeurs en de door de minister gemachtigde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit bevoegd om inbreuken op dit boek op te sporen en om deze inbreuken vast te stellen bij processen-verbaal die gelden als bewijs tot het tegendeel is bewezen. Zij zijn eveneens bevoegd om alle inlichtingen op te sporen en om alle noodzakelijke vaststellingen te doen met het oog op de toepassing van de artikelen IV.6, IV.7, IV.9, IV.10 en IV.11. Zij verzamelen alle inlichtingen, nemen alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen af, doen zich alle documenten of inlichtingen, wie ook de houder ervan is, mededelen, die zij nodig achten ter vervulling van hun opdracht en waarvan zij kopie mogen nemen, en doen ter plaatse de nodige vaststellingen. Zij mogen een huiszoeking verrichten in de lokalen, vervoermiddelen en andere plaatsen van de ondernemingen waar zij redelijkerwijze vermoeden bescheiden of gegevens te kunnen vinden, die zij voor het vervullen van hun opdracht nodig achten en waarvan zij kopie mogen nemen, alsook in de woning van de ondernemingshoofden, bestuurders, zaakvoerders, directeurs, en andere personeelsleden alsook in de woning en in de lokalen die gebruikt worden voor professionele doeleinden van natuurlijke personen en rechtspersonen, intern of extern, belast met het commercieel, boekhoudkundig, administratief, fiscaal en financieel beheer, en zulks tussen 8 en 18 uur, en met voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter. Bij het volbrengen van hun opdracht kunnen zij ter plaatse beslag leggen en verzegelen voor de duur van, en voor zover nodig voor, hun opdracht maar niet langer dan 72 uur in andere lokalen dan deze van de ondernemingen of ondernemingsverenigingen. Deze maatregelen worden vastgesteld bij een proces-verbaal. Een kopie van dit proces-verbaal wordt bezorgd aan de persoon ten aanzien van wie deze maatregelen zijn getroffen. Bij het volbrengen van hun opdracht kunnen zij een beroep doen op de openbare macht. Om over te gaan tot een huiszoeking, een beslaglegging of een verzegeling, moeten de in het eerste lid bedoelde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit bovendien houder zijn van een specifiek opdrachtbevel afgegeven door de auditeur. Dit bevel vermeldt het voorwerp en het doel van hun opdracht. De auditeur-generaal kan deskundigen aanstellen van wie hij de opdracht bepaalt. § 4. Ongeacht de bijzondere wetten, die de geheimhouding van de mededelingen waarborgen, zijn de openbare besturen de auditeurs bij de uitvoering van hun opdracht behulpzaam. § 5. Bij de uitoefening van hun onderzoeksbevoegdheid houden de auditeurs, de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsmede iedereen die hen in hun onderzoeken onder hun gezag bijstaan zich voor : 1° het verhoor van personen aan de bepalingen van artikel 31, uitgezonderd het derde lid, van de wet van 15 juni 1935Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/06/1935 pub. 11/10/2011 numac 2011000619 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;2° de opstelling van de oproepingen, processen-verbaal en verslagen, aan de bepalingen van artikel 11 van dezelfde wet.Wanneer verschillende personen het voorwerp uitmaken van het onderzoek, zal het ontwerp van beslissing van de auditeur bedoeld in artikel IV.42, § 5, opgesteld worden in de taal van de meerderheid, rekening houdend met de bepalingen van voornoemd artikel 11. Wanneer er pariteit is, wordt gebruik gemaakt van een der in België gesproken talen volgens de noodwendigheden van de zaak. § 6. Alvorens het met redenen omkleed ontwerp van beslissing zoals bepaald in de artikelen IV.42, § 5 IV.58, § 4 of IV.62, § 2, bij de voorzitter neer te leggen, stelt de auditeur een onderzoeksdossier samen, dat alle documenten en gegevens bevat die zijn verzameld tijdens het onderzoek en waarvan hij een inventaris opstelt, en spreekt hij zich uit over hun vertrouwelijkheid. De vertrouwelijkheid van de gegevens en documenten wordt beoordeeld ten aanzien van elke natuurlijke of rechtspersoon die kennis krijgt van het met redenen omkleed ontwerp van beslissing. De auditeur stelt ook een proceduredossier samen dat slechts deze documenten en gegevens bevat waarop het auditoraat of de auditeur zich steunt in zijn met redenen omkleed ontwerp van beslissing. De daaraan toegekende classificatie inzake vertrouwelijkheid wordt hier eveneens bijgevoegd. Het proceduredossier wordt neergelegd samen met het ontwerp van beslissing. § 7. Wanneer de auditeur van oordeel is dat ten aanzien van de betrokken onderneming gegevens die door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die deze gegevens heeft verstrekt als vertrouwelijk zijn aangemerkt, niet als vertrouwelijk kunnen worden beschouwd, stelt hij deze natuurlijke persoon of rechtspersoon hiervan per brief, fax of e-mail op de hoogte en nodigt hen uit om hierover per brief, fax of e-mail een standpunt mee te delen binnen de door hem bepaalde termijn. De auditeur spreekt zich vervolgens uit. De auditeur kan beslissen dat het belang van een effectieve toepassing van dit boek zwaarder weegt dan de bescherming van het vertrouwelijke karakter van de verstrekte gegevens. De auditeur deelt zijn beslissing mee aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de gegevens heeft verstrekt. Wanneer een natuurlijke persoon of een rechtspersoon de vertrouwelijkheid inroept en motiveert van de gegevens die hij verstrekt, verstrekt hij tezelfdertijd een niet-vertrouwelijke samenvatting of versie van het betreffende document voor zover zich dit nog niet in het dossier bevindt. Indien de vertrouwelijkheid door de auditeur wordt aanvaard, worden de vertrouwelijke documenten vervolgens uit het onderzoeksdossier verwijderd en vervangen door de niet-vertrouwelijke versie of samenvatting. Indien geen niet-vertrouwelijke samenvatting of versie wordt verstrekt, zullen de gegevens als niet-vertrouwelijk worden beschouwd tenzij bij toepassing van het vijfde lid anders wordt beslist. Wanneer de auditeur de vertrouwelijkheid van de gegevens niet aanvaardt, deelt hij dit mee aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de gegevens heeft verstrekt met vermelding van de redenen waarom de gegevens niet als vertrouwelijk kunnen worden aangemerkt. Deze mededeling gebeurt per brief, fax of e-mail. De auditeur kan, in het belang van het onderzoek, zelf beslissen dat bepaalde gegevens die hij aanwijst en die door partijen of derden worden verstrekt, als vertrouwelijk dienen te worden aangezien. Hij deelt dit aan de betrokken natuurlijke of rechtspersonen die de gegevens hebben verstrekt mee per brief, fax of e-mail. In dit geval legt hij hun eveneens op om een niet-vertrouwelijke versie of samenvatting te verstrekken, overeenkomstig het derde lid. Deze beslissing is niet vatbaar voor enig beroep. § 8. Tegen de beslissingen van de auditeur over de vertrouwelijkheid van gegevens kan door de natuurlijke personen of de rechtspersonen, die de gegevens hebben verstrekt, beroep worden aangetekend bij de voorzitter binnen de drie werkdagen na de kennisgeving van de beslissing. De voorzitter wijst de assessor-ondervoorzitter of een assessor aan die oordeelt over de vertrouwelijkheid en geen zitting mag hebben in het Mededingingscollege dat gevat wordt door dezelfde zaak. De aangewezen assessor-ondervoorzitter of assessor hoort de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging, evenals de auditeur-generaal of de door hem gemachtigde auditeur binnen vijf werkdagen na ontvangst van het beroep, en spreekt zich uit binnen vijf werkdagen na de partijen gehoord te hebben. De termijn van vijf werkdagen wordt gereduceerd tot twee werkdagen indien het een onderzoek inzake een concentratie betreft. Tegen deze beslissing is geen afzonderlijk beroep mogelijk. § 9. Het auditoraat of de auditeur deelt geen vertrouwelijke gegevens mee zolang er geen uitspraak is over het beroep. Onderafdeling 2. - Specifieke onderzoeksregels betreffende restrictieve mededingingspraktijken Art. IV.42. § 1. De klachten betreffende de restrictieve mededingingspraktijken worden ingediend bij de auditeur-generaal. § 2. Indien het auditoraat tot het besluit komt dat een klacht niet ontvankelijk of ongegrond is of verjaard is, seponeert het de klacht bij een met redenen omklede beslissing. Het auditoraat kan een klacht ook bij een met redenen omklede beslissing seponeren, gelet op het prioriteitenbeleid en de beschikbare middelen. De beslissing wordt bij aangetekend schrijven betekend aan de indiener van de klacht; daarbij wordt aan de indiener meegedeeld dat hij het proceduredossier op het secretariaat kan raadplegen, tegen betaling een kopie ervan kan ontvangen en tegen deze beslissing een beroep kan instellen bij de voorzitter die het Mededingingscollege samenstelt dat het beroep zal behandelen. § 3. Het beroep bedoeld in § 2 wordt, op straffe van niet ontvankelijkheid, ingesteld door middel van een met redenen omkleed en ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend bij het secretariaat binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing. Het verzoekschrift beantwoordt, op straffe van nietigheid, aan de vereisten van IV.79, § 4. De voorzitter kan termijnen vaststellen waarbinnen de onderneming, waartegen de klacht gericht was, en de klager schriftelijke opmerkingen kunnen neerleggen. De voorzitter spreekt zich in voorkomend geval uit over de vertrouwelijkheid van de documenten en gegevens. Enkel in geval van een sepotbeslissing gelet op het prioriteitenbeleid en de beschikbare middelen kan de voorzitter van het Mededingingscollege, op vraag van de appellerende partij, en mits daartoe ernstige redenen worden aangevoerd, beslissen dat het auditoraat zijn motivering dient te verduidelijken alvorens het Mededingingscollege uitspraak doet over het beroep. Het Mededingingscollege doet uitspraak op stukken. Deze uitspraak van het Mededingingscollege is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet. Indien het Mededingingscollege het beroep gegrond acht, wordt het dossier teruggezonden aan het auditoraat. § 4. Indien het auditoraat de klacht of desgevallend een ambtshalve onderzoek, gegrond acht, deelt de auditeur-generaal de ondernemingen en natuurlijke personen wier activiteit voorwerp is van het onderzoek mee welke grieven hij jegens hen aanhoudt, en hij geeft hun toegang tot het bewijsmateriaal dat daartoe gebruikt wordt evenals tot alle niet vertrouwelijke versies van documenten en inlichtingen die tijdens het onderzoek werden verkregen. Hij geeft hun een termijn van ten minste één maand om op deze mededeling te antwoorden. § 5. Na een termijn van niet meer dan één maand na ontvangst van de in paragraaf 4 van deze bepaling bedoelde antwoorden of bij ontbreken van een antwoord na verstrijken van de antwoordtermijn, legt de auditeur een met redenen omkleed ontwerp van beslissing namens het auditoraat neer bij de voorzitter. Dit ontwerp van beslissing is vergezeld van het proceduredossier met vermelding van de toegekende classificatie van vertrouwelijkheid, evenals van een inventaris hiervan. Na ontvangst van het ontwerp van beslissing stelt de voorzitter zonder verwijl het Mededingingscollege samen dat de zaak zal behandelen en hij legt het ontwerp en het proceduredossier voor aan het Mededingingscollege. Art. IV.43. De Koning kan alle nadere regels bepalen met het oog op de samenstelling en de indiening van de dossiers, alsook de nadere regels betreffende de procedures voor het Mededingingscollege, de voorzitter en het auditoraat vastleggen. Voor de economische sectoren die onder het toezicht of de controle van een geëigende openbare instelling of ander overheidslichaam zijn geplaatst, kan de Koning, na raadpleging van die instellingen of lichamen, de samenwerking tussen de Belgische Mededingingsautoriteit en die instellingen of lichamen regelen, wat het onderzoek betreft evenals de wederzijdse uitwisseling van vertrouwelijke inlichtingen. Art. IV.44. De voorzitter kan, ambtshalve of op verzoek van de minister of van de minister die de betrokken sector onder zijn bevoegdheid heeft, algemene of sectorale onderzoeken instellen of doen instellen indien er ernstige aanwijzingen zijn van marktverstoringen. Hij kan, indien er ook ernstige aanwijzingen zijn van het bestaan van de door de artikelen IV.1, § 1, en IV.2 en de artikelen 101 en 102 VWEU verboden praktijken of wanneer ondernemingen, ondernemingsverenigingen of bevraagde natuurlijke personen hun medewerking weigeren, de auditeur-generaal vragen dat het auditoraat zijn medewerking verleent aan een algemeen of sectoraal onderzoek. De bepalingen van artikel IV.41 zijn van overeenkomstige toepassing op het onderzoek door het auditoraat, uitgezonderd het vierde tot het achtste lid van paragraaf 3. Onderafdeling 3. - Beslissing inzake restrictieve praktijken Art. IV.45. § 1. Gelijktijdig met het indienen van het in artikel IV.42, § 5, bedoelde ontwerp van beslissing brengt de auditeur de ondernemingen en natuurlijke personen op wier activiteit het onderzoek betrekking had hiervan op de hoogte en stuurt hun een kopie van het ontwerp. Hij brengt hun ter kennis dat zij op het secretariaat van het auditoraat inzage kunnen nemen van het onderzoeksdossier en het proceduredossier zoals bedoeld in artikel IV.41, § 6, en tegen betaling een kopie ervan kunnen krijgen. Het secretariaat brengt de natuurlijke personen of rechtspersonen die een klacht hebben ingediend op de hoogte van het indienen van het ontwerp van beslissing. Zo het Mededingingscollege dit nodig acht, kunnen de natuurlijke personen of rechtspersonen die een klacht hebben ingediend evenals de andere personen die het Mededingingscollege zal horen overeenkomstig paragraaf 5, tweede en derde lid, een niet-vertrouwelijke versie van het in artikel IV.42, § 5, bedoelde ontwerp krijgen. § 2. De auditeur-generaal nodigt de ondernemingen en natuurlijke personen op wier activiteit het onderzoek betrekking had uit om de in het ontwerp van beslissing opgenomen vertrouwelijke passages aan te stippen met het oog op het toezenden van een niet-vertrouwelijke versie van het ontwerp aan de natuurlijke personen of rechtspersonen die de klacht hebben ingediend alsook ten aanzien van andere personen die het Mededingingscollege overeenkomstig paragraaf 5, tweede en derde lid, zal horen. De auditeur generaal neemt hiertoe een beslissing. Deze beslissing is niet vatbaar voor een afzonderlijk hoger beroep. De personen die de klacht hebben ingediend en alle andere natuurlijke personen of rechtspersonen die het Mededingingscollege zal horen, hebben geen toegang tot het proceduredossier en het onderzoeksdossier, tenzij de voorzitter hiertoe betreffende het proceduredossier een andersluidende beslissing neemt. Indien andere personen dan de ondernemingen, die het voorwerp van het onderzoek uitmaken, vertrouwelijke informatie aan het Mededingingscollege wensen mee te delen, zal de assessor-ondervoorzitter of de door de voorzitter aangewezen assessor die geen d …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.