📄 Wettekst
7 JUNI 2023. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2022, gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de steenbakkerij;
Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2022, gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel. Art. 2.De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 7 juni 2023.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE _______ Nota (1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969. Bijlage Paritair Comité voor de steenbakkerij Collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2022 Sectoraal aanvullend pensioenstelsel (Overeenkomst geregistreerd op 23 augustus 2022 onder het nummer 174492/CO/114) HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Comité voor de steenbakkerij.
De termen "arbeider", "hij", "zijn",... verwijzen naar arbeiders en arbeidsters. HOOFDSTUK II. - Begrippen en definities Art. 2.Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder : 2.1. WAP De
wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/04/2003
pub.
15/05/2003
numac
2003022481
bron
federale overheidsdienst sociale zekerheid
Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid
sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, meermaals gewijzigd. 2.2. Paritair comité Het Paritair Comité voor de steenbakkerij of ook PC 114. HOOFDSTUK III. - Voorwerp en doelstelling Art. 3.Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft als voorwerp het sectoraal aanvullend pensioenstelsel, ingevoerd met ingang van 30 november 2011 overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 februari 2012 tot invoering van een sectoraal pensioenstelsel, aan te passen, met ingang van 1 januari 2022, in het kader van de harmonisatie van het aanvullend pensioen voor arbeiders en bedienden zoals voorzien door de WAP en de geleidelijke opheffing van de verschillen die berusten op het onderscheid tussen arbeiders en bedienden inzake aanvullende pensioenen. Art. 4.Het doel van dit sectoraal aanvullend pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke verplichtingen inzake pensioenen en ter verhoging ervan : - aan de aangeslotene zelf, van een kapitaal bij pensionering; - aan de begunstigde zoals bepaald in het pensioenreglement, van een kapitaal in geval van overlijden van de aangeslotene vóór pensionering.
Het als bijlage opgenomen pensioenreglement maakt integraal deel uit van deze collectieve arbeidsovereenkomst. Art. 5.Van de mogelijkheid voorzien in artikel 9 van de WAP waardoor werkgevers de mogelijkheid zouden hebben om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren via een pensioenstelsel op het niveau van de onderneming ("opting out"), wordt geen gebruik gemaakt door het paritair comité. HOOFDSTUK IV. - Inrichter Art. 6.De inrichter van het sectoraal pensioenstelsel is het "Sociaal Fonds voor de baksteenindustrie", Kartuizersstraat 19 bus 19, 1000 Brussel (hierna "inrichter" of "sociaal fonds"). HOOFDSTUK V. - Pensioeninstelling en toezichtscomité Art. 7.Bij toepassing van artikel 8 van de WAP wordt als pensioeninstelling gekozen Federale Verzekering, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, toegelaten onder codenummer 0346, met als zetel Stoofstraat 12, 1000 Brussel.
Aangezien de pensioeninstelling niet op paritaire wijze wordt beheerd, werd in overeenstemming met artikel 41, § 2 van de WAP, een toezichtscomité opgericht. HOOFDSTUK VI. - Pensioenbijdrage Art. 8.De pensioenbijdrage omvat geen verzekeringstaks wegens het specifieke statuut van fonds voor bestaanszekerheid van de inrichter. a) Vanaf 2012 tot en met 31 december 2021 De pensioenbijdrage, die een trimestriële bijdrage is, is verworven op het einde van elk trimester (31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december), voor zover de aangeslotene in het betreffende trimester niet uittreedt, overlijdt of de eindleeftijd bereikt en in de DmfA-aangifte van het betreffende trimester met ten minste één dag onder prestatiecode 1, 2, 3, 5, 60, 70, 71, 72 of 77 voorkomt.Als er alleen een verbrekingsvergoeding (looncode 3) aangegeven wordt, in combinatie met prestatiecode 1, is de pensioenbijdrage niet verschuldigd.
De pensioenbijdrage werd voor de periode vanaf 1 januari 2012 tot en met 31 december 2021 vastgesteld op 33,75 EUR. Bij het toekennen van deze bijdrage wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotene.
De pensioenbijdrage, verhoogd met de sociale zekerheidsbijdrage inzake aanvullende pensioenen en de werkingskosten van het pensioenstelsel (in het bijzonder van de pensioeninstelling), werden trimestrieel geïnd door de RSZ. Bedoelde trimestriële inning stemde overeen met een bedrag van 38,56 EUR. b) Startbijdrage bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel Aan de arbeider die aangesloten werd bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel op 30 november 2011, werd op die datum een startbijdrage toegekend. De startbijdrage bedroeg 50 EUR. De startbijdrage, verhoogd met de sociale zekerheidsbijdrage inzake aanvullende pensioenen, die op het ogenblik van het sluiten van deze collectieve arbeidsovereenkomst 8,86 pct. bedragen, en de werkingskosten van het pensioenstelsel, werden geïnd door de inrichter. Bedoelde inning stemde overeen met een bedrag van 54,43 EUR. c) Vanaf 1 januari 2022 De pensioenbijdrage is een jaarlijkse bijdrage, die bepaald en vastgesteld wordt volgens de formule hieronder en volgens de nadere voorwaarden en modaliteiten bepaald in het pensioenreglement, dat als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst is opgenomen.De toekenning van de jaarlijkse bijdrage gebeurt in principe met valutadatum 31 december van het kalenderjaar waarop de jaarlijkse bijdrage betrekking heeft. De situaties van uittreding, pensionering en overlijden in de loop van een kalenderjaar worden geregeld in het pensioenreglement in bijlage.
De jaarlijkse pensioenbijdrage wordt vanaf 1 januari 2022 vastgesteld op 0,49 pct. van het referentieloon van de arbeider zoals bepaald in het pensioenreglement.
De pensioenbijdrage, verhoogd met de sociale zekerheidsbijdrage inzake aanvullende pensioenen, de werkingskosten van het pensioenstelsel (in het bijzonder van de pensioeninstelling) en, voor zover van toepassing de bijdragen tot dekking van de kapitalisatie, het gewaarborgd rendement en de reserves, worden jaarlijks geïnd door de inrichter, nl. het sociaal fonds, in het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop de pensioenbijdrage betrekking heeft. HOOFDSTUK VII. - Groepsverzekering Art. 9.Het aanvullend sectoraal pensioenstelsel wordt uitgevoerd via een groepsverzekering die door de inrichter wordt onderschreven.
De bijdragen worden toegewezen aan een groepsverzekering tak 21 van het type kapitalisatie.
De aanspraken op het aanvullend pensioen worden bepaald overeenkomstig het pensioenreglement dat als bijlage bij deze collectieve arbeidsovereenkomst is opgenomen. HOOFDSTUK VIII. - Procedure van uittreding Art. 10.De aangeslotene wordt beschouwd als "uitgetreden" wanneer de inrichter of de aangeslotene de pensioeninstelling schriftelijk op de hoogte brengt van de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst en zijn tewerkstelling in de sector.
Vanaf het ogenblik dat de aangeslotene beschouwd wordt als "uitgetreden", is artikel 31, § 1, punten 1, 2 en 3 en artikel 31, § 2 van de WAP van toepassing. HOOFDSTUK IX. - Nietigheid Art. 11.De nietigheid van één of meer artikels of van gedeelten van artikels van deze collectieve arbeidsovereenkomst leidt niet tot de nietigheid van de volledige collectieve arbeidsovereenkomst. HOOFDSTUK X. - Wijziging en opheffing Art. 12.Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt met ingang van 1 januari 2022 integraal de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 oktober 2018 met betrekking tot het sectoraal aanvullend pensioenstelsel (overeenkomst geregistreerd op 11 december 2018 onder het nummer 149432/CO/114), evenals de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 november 2020 tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 18 oktober 2018 met betrekking tot het sectoraal aanvullend pensioenstelsel (overeenkomst geregistreerd op 10 december 2020 onder het nummer 162286/CO/114), met dien verstande dat de rechten van de aangeslotenen en hun begunstigden betreffende de tewerkstellingsperiodes gesitueerd vóór 1 januari 2022 beheerd worden door de vroegere regeling en de eerdere versies van het pensioenreglement die van toepassing waren, naargelang van het geval. Art. 13.De partijen bij deze collectieve arbeidsovereenkomst arbeidsovereenkomst verbinden er zich toe om met bekwame spoed actie te ondernemen van zodra omstandigheden, buiten de wil om van de inrichter, ertoe zouden leiden dat de last voor de inrichter van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel disproportioneel zwaar wordt in vergelijking tot zijn andere activiteiten en/of wanneer het risico (dreigend of imminent) reëel is dat niet zou kunnen tegemoet gekomen worden aan een eventuele onderfinanciering van het sectoraal pensioenstelsel of dat het sectoraal aanvullend pensioenstelsel in die omstandigheden niet kan behouden worden.
Het komt de inrichter toe om hieromtrent een schriftelijke waarschuwing te richten aan alle partijen bij deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Bij ontstentenis van een andersluidend akkoord tussen de partijen bij deze collectieve arbeidsovereenkomst op dat ogenblik en zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 15 hieronder, komen partijen overeen om in situaties bedoeld in het eerste lid van huidig artikel, een regeling uit te werken waarbij de toekenning van de aanvullende jaarlijkse pensioenbijdrage niet langer een verplichting is van de inrichter in het kader van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel, maar een verplichting wordt van de werkgevers in het kader van zijn aanvullende pensioenregelingen ingericht op ondernemingsvlak. Om zulke regeling uit te werken, zullen de sociale partners een zogenaamde kader-collectieve arbeidsovereenkomst sluiten met het oog op de toekenning van een aanvullend pensioen door werkgevers op ondernemingsvlak, voor zover onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst hetzij dienovereenkomstig gewijzigd wordt, hetzij opgezegd werd.
Aan de verworven reserves van de aangeslotenen die betrekking hebben op hun verleden diensttijd, gesitueerd vóór de wijziging of stopzetting van de collectieve arbeidsovereenkomst betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel, wordt geen afbreuk gedaan. HOOFDSTUK XI. - Geldigheidsduur Art. 14.Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2022, onder de ontbindende voorwaarde dat in het Aanvullend Paritair Comité voor de bedienden (PC 200) de kader-collectieve arbeidsovereenkomst voor de ondernemingsactiviteit "steenbakkerij" betreffende de inrichting van een aanvullend pensioen tegen uiterlijk 31 december 2022 wordt ondertekend, met ingang van 1 januari 2022. Art. 15.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor onbepaalde duur. Zij kan door elk van de partijen worden beëindigd, mits een opzegging van zes maanden wordt betekend per aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het paritair comité. Art. 16.Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt neergelegd ter Griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en de algemeen verbindende kracht bij koninklijk besluit wordt gevraagd.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 juni 2023.
De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE
Bijlage 1 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2022, gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel Pensioenreglement (release 2022) Bijzondere bepalingen 1. Voorwerp, type en doel van het pensioenstelsel In uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 10 februari 2012 (die de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2011 vervangt) voerde het "Sociaal Fonds voor de baksteenindustrie", hierna de inrichter, een sectoraal pensioenstelsel van het type vaste bijdragen zonder rendementsgarantie van de inrichter in en dit met het oog op het financieren van een sectoraal pensioen ten gunste van de arbeid(st)ers die bedoeld zijn onder het punt 5.Aansluiting.
Het doel van dit pensioenstelsel is het garanderen, buiten de wettelijke pensioenverplichtingen en ter verhoging ervan : a) aan de aangeslotene zelf, een kapitaal bij pensionering of op een ogenblik zoals bepaald in artikel 16 van de algemene bepalingen onder "Uitbetaling zonder pensionering";b) aan de begunstigde(n) die door dit reglement worden aangeduid, een kapitaal in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd. Het rendement van het sectoraal pensioenstelsel is gelijk aan de som van de technische rentevoet en van de eventuele winstdeelname die de pensioeninstelling aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten (individuele rekeningen) toekent. 2. Documenten Het pensioenreglement is het geheel van contractuele bepalingen die de voorwaarden van de groepsverzekering die uitvoering geeft aan het pensioenstelsel, vaststellen, alsook de rechten en verplichtingen van de werknemers inzake aansluiting, de rechten en de verplichtingen van de aangeslotene, de inrichter en de pensioeninstelling met betrekking tot de verzekering.Het voorliggende document is de huidige versie van het reglement (release 2022) zoals van toepassing vanaf 1 januari 2022 in uitvoering van de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2022 van het Paritair Comité 114 voor de steenbakkerij.
De bijzondere bepalingen beschrijven de regels die op uniforme wijze gelden voor alle aangeslotenen die dit pensioenstelsel genieten.
De algemene bepalingen beschrijven de werkingsprincipes en -modaliteiten die van toepassing zijn op dit pensioenstelsel en op alle gelijkaardige pensioenstelsels die bij de pensioeninstelling worden uitgevoerd.
In uitvoering van het pensioenreglement wordt op het hoofd van elke aangeslotene een overeenkomst (werkgeversbijdrageovereenkomst) gesloten die aangeeft waarvoor de aangeslotene verzekerd is en welke de financiering is.
De bijzondere bepalingen en de algemene bepalingen moeten samen gelezen worden en vormen één geheel.
De bijzondere bepalingen hebben evenwel voorrang op de algemene bepalingen.
De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor alle niet uitdrukkelijk door de bijzondere bepalingen voorziene situaties te regelen in overeenstemming met de algemene bepalingen. 3. Werking in de tijd Het pensioenstelsel ving aan op 30 november 2011 (ingevoerd door de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 10 februari 2012 (met registratienummer 108956/CO/114)) en werd vervolgens gewijzigd door de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 18 oktober 2018 (met registratienummer 149432/CO/114), door de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 12 november 2020 (met registratienummer 162286/CO/114), en laatst door de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2022. 4. Definities 4.1. Pensioenstelsel Collectieve pensioentoezegging. 4.2. Inrichter "Sociaal Fonds voor de Baksteenindustrie" FBZ, Kartuizerstraat 19 bus 19, 1000 Brussel. 4.3. Pensioeninstelling Federale Verzekering, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, Stoofstraat 12, 1000 Brussel. 4.4. Werkgever De onderneming die ressorteert onder het PC 114 en die valt onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst die het sectoraal pensioenstelsel regelt. 4.5. Arbeid(st)er De natuurlijke persoon die een arbeidsovereenkomst voor arbeid(st)ers heeft afgesloten met de werkgever en die in de DmfA-aangifte voorkomt onder kengetal "015" of "027".
Volledigheidshalve wordt gesteld dat leerlingen allerhande, personen die een beroepsopleiding volgen of studenten, niet onder de definitie vallen.
Arbeid(st)ers met het statuut van gepensioneerde worden conform de wettelijke bepalingen niet aangesloten respectievelijk verliezen het recht op aansluiting vanaf het ogenblik van de pensionering. 4.6. Sector Sector van de steenbakkerijen (PC 114). 4.7. Aangeslotene - Actieve aangeslotene : de arbeid(st)er in dienst van de werkgever waarvoor de inrichter een pensioenstelsel heeft ingevoerd en die aan de aansluitingsvoorwaarden van dit pensioenstelsel voldoet. - Passieve aangeslotene (slaper) : de gewezen arbeid(st)er die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet omdat hij/zij bij zijn uittreding verkozen heeft zijn verworven reserves, zonder wijziging van de pensioentoezegging, bij de pensioeninstelling te laten.
Waar nodig wordt het onderscheid actieve/passieve aangeslotene gemaakt in het reglement. 4.8. Begunstigde Persoon in wiens voordeel de prestatie bedongen is. 4.9. Eindleeftijd De wettelijke leeftijd die krachtens het pensioenstelsel van de werknemers geldt voor het rustpensioen. Die leeftijd is 65 jaar en wordt opgetrokken naar 66 jaar in 2025 en naar 67 jaar in 2030. Het verlengingsscenario na de eindleeftijd is opgenomen in artikel 16 van de algemene bepalingen. 4.10. Pensioenbijdrage, ook premiebudget of bijdrage De netto bijdrage die wordt toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst. 4.11. Werkgeversbijdrageovereenkomst De individuele rekening op naam van de aangeslotene die gespijsd wordt door de pensioenbijdragen en die het rendement geniet dat de pensioeninstelling toekent (technische rentevoet en winstdeelname). 4.12. Jaarlijkse aanpassingsdatum De jaarlijkse aanpassingsdatum is 31 december van elk kalenderjaar. 5. Aansluiting De arbeid(st)er wordt vanaf de indiensttreding bij de werkgever aangesloten. De werknemer die na de indiensttreding bij de werkgever overstapt naar de categorie van de arbeid(st)ers, wordt aangesloten vanaf het ogenblik waarop hij tot de categorie van de arbeiders behoort.
De aansluiting gebeurt evenwel ten vroegste op 30 november 2011, datum van inwerkingtreding van het pensioenstelsel.
Aansluiting is verplicht. 6. Beëindiging van de aansluiting De aansluiting neemt een einde : - op de eerste dag van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene pensioneert; - op de eerste van de maand samenvallend met of volgend op de dag waarop de aangeslotene niet meer in dienst is van een werkgever en zijn reserves de pensioentoezegging verlaten hebben; - op de datum van het overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd. 7a. Ter herinnering : Pensioenbijdrage geldend tot en met 31 december 2021 7a.1. De actieve aangeslotene heeft vanaf 2012 recht op een trimestriële pensioenbijdrage. 7a.2. De trimestriële pensioenbijdragen worden bij het verstrijken van het kalenderjaar toegekend met valutadata 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december. Zij zijn op die data verworven voor zover aan de voorwaarde vermeld in punt 7a.3. voldaan is.
De aangeslotene die in de loop van een trimester uittreedt, overlijdt of de eindleeftijd bereikt, heeft bijgevolg geen recht op de pensioenbijdrage voor dat trimester. 7a.3. De trimestriële pensioenbijdrage wordt toegekend voor zover de aangeslotene in de DmfA-aangifte van het betreffende trimester met ten minste één dag onder prestatiecode 1, 2, 3, 5, 60, 70, 71, 72 of 77 voorkomt. Als er alleen een verbrekingsvergoeding (looncode 3) aangegeven wordt in combinatie met prestatiecode 1, is de bijdrage niet verschuldigd. (Concreet betekent dit dat een trimester waarin enkel ziektedagen voorkomen of een trimester waarin een verbrekingsvergoeding wordt uitgekeerd zonder dat er prestaties zijn, niet in aanmerking komt voor de toekenning van de pensioenbijdrage.) 7a.4. Voor wat de omvang van de pensioenbijdrage betreft, wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotene. 7a.5. Bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel op 30 november 2011, wordt aan de arbeid(st)er die op 30 november 2011 tewerkgesteld is in de sector en bijgevolg aangesloten wordt, een pensioenbijdrage die benoemd wordt als startbijdrage, toegekend. De valutadatum van de startbijdrage is 30 november 2011. 7a.6. De hiervoor bedoelde pensioenbijdragen zijn netto en omvatten noch de instapkost van 1 pct. die toegewezen wordt aan de werking van de pensioeninstelling, noch de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van het pensioenstelsel 8,86 pct. bedraagt.
Omwille van het specifieke statuut van de inrichter (fonds voor bestaanszekerheid), is er geen verzekeringstaks op de pensioenbijdragen verschuldigd. 7a.7. De pensioenbijdrage wordt onder de vorm van een (historisch) overzicht opgenomen in een bijlage bij de bijzondere bepalingen van dit pensioenreglement. 7b. Pensioenbijdrage geldend vanaf 1 januari 2022 7b.1. De pensioenbijdrage wordt vanaf 1 januari 2022 op een andere wijze bepaald en berekend. De pensioenbijdrage wordt jaarlijks vastgesteld op 31 december en toegekend met valutadatum 31 december van het kalenderjaar waarop de jaarlijkse pensioenbijdrage betrekking heeft. 7b.2. Het recht op de pensioenbijdrage wordt bepaald en staat vast op 31 december van het betrokken kalenderjaar (en dus voor het eerst op 31 december 2022 ingevolge de wijziging van het sectoraal pensioenstelsel door de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2022). De toewijzing van de jaarlijkse pensioenbijdrage aan de werkgeversbijdrageovereenkomst van de aangeslotene gebeurt met valutadatum 31 december van het kalenderjaar waarop de pensioenbijdrage betrekking heeft. De pensioenbijdrage kapitaliseert vanaf de hiervoor bedoelde valutadatum. 7b.3. Om aanspraak te kunnen maken op de toekenning van de jaarlijkse pensioenbijdrage, moet de aangeslotene in de DmfA-aangifte van het kalenderjaar waarop de jaarlijkse pensioenbijdrage betrekking heeft, met ten minste 7 dagen onder RSZ-prestatiecode 1 voorkomen. 7b.4. Voor wat de omvang van de pensioenbijdrage betreft, wordt een onderscheid gemaakt naargelang het arbeidsregime van de aangeslotene.
Dit betekent dat het bedrag van de jaarlijkse pensioenbijdrage bepaald wordt in functie van het deeltijds of voltijds regime van de aangeslotene alsook in functie van de onderliggende tewerkstellingsperiode of gelijkgestelde periode in het kalenderjaar waarop de jaarlijkse pensioenbijdrage betrekking heeft.
Zo heeft een aangeslotene die in de loop van een kalenderjaar aansluit, uittreedt, overlijdt of pensioneert, slechts recht op een geprorateerd deel van de pensioenbijdrage voor dat kalenderjaar. 7b.5. De hiervoor bedoelde pensioenbijdrage is netto en omvat noch de instapkost van 1 pct. die toegewezen wordt aan de werking van de pensioeninstelling, noch de bijzondere sociale zekerheidsbijdrage, die op 1 januari 2022 8,86 pct. bedraagt.
Omwille van het specifieke statuut van de inrichter (fonds voor bestaanszekerheid), is er geen verzekeringstaks op de pensioenbijdragen verschuldigd. 7b.6. De pensioenbijdrage wordt onder de vorm van een (historisch) overzicht opgenomen in een bijlage bij de bijzondere bepalingen van dit pensioenreglement. 8. Betaling van de pensioenbijdragen voor het regime dat geldt vanaf 1 januari 2022 - financieringsfonds - toewijzing van de pensioenbijdragen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten 8.1. De inrichter staat in voor de betaling van de jaarlijkse pensioenbijdragen aan de pensioeninstelling, één keer per jaar en dit uiterlijk de laatste werkdag van het tweede trimester van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop de jaarlijkse pensioenbijdrage betrekking heeft.
In de praktijk zal de inrichter de inning doen bij de werkgevers en de geïnde bedragen zonder uitstel overmaken aan de pensioeninstelling.
De financiering van de jaarlijkse pensioenbijdrage betreffende het kalenderjaar waarin de aangeslotene pensioneert, overlijdt of uittreedt, gebeurt via het financieringsfonds. 8.2. Bij ontvangst van de pensioenbijdragen stort de pensioeninstelling de betaalde pensioenbijdragen in het financieringsfonds om ze dan toe te wijzen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten van de aangeslotenen.
De toewijzing van de pensioenbijdragen aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten, met valutadatum op 31 december van elk kalenderjaar, gebeurt éénmaal per jaar. Dit is de algemene regel.
Op de algemene regel van het vorige lid, geldt een uitzondering voor de (eventuele) pensioenbijdrage die toegekend wordt als één van de volgende events zich voordoet : pensionering, overlijden of uittreding van de aangeslotene in de loop van een kalenderjaar. In voorkomend geval en voor zover de voorwaarden voor de toekenning vervuld zijn, zal de geprorateerde pensioenbijdrage toegewezen worden aan de werkgeversbijdrageovereenkomst van de betrokken aangeslotenen op de laatste dag van de week die voorafgaat aan of samenvalt met het event.
Indien zich bij de toewijzing aan de werkgeversbijdrageovereenkomsten een tekort zou voordoen, is de inrichter gehouden, binnen de vijftien werkdagen nadat de pensioeninstelling hem hiervan schriftelijk op de hoogte heeft gebracht, het tekort aan te zuiveren. In deze situatie zal de pensioeninstelling aan de inrichter ook een negatief rendement ten laste van het financieringsfonds aanrekenen (in lijn met artikel 4, punt 3. (beheer van het fonds) van de algemene bepalingen). 8.3. Er wordt geen vrije reserve opgebouwd. 8.4. Het financieringsfonds behoort toe aan de groepsverzekering ten gunste van de aangeslotenen.
Indien een arbeid(st)er om één of andere reden ophoudt deel uit te maken van het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst die het sectoraal pensioenstelsel invoert, kan hij op geen enkele wijze aanspraak maken op de tegoeden van het financieringsfonds.
Wanneer het pensioenstelsel wordt opgeheven of wanneer de inrichter verdwijnt, om welke reden ook en zonder dat de verplichtingen worden overgenomen door een derde, worden de achterstallige bijdragen en het bedrag dat nodig is om de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie te financieren, aangezuiverd en wordt het financieringsfonds daarna verdeeld onder de aangeslotenen in verhouding tot hun verworven reserves. 9. Verworven reserves - verworven prestaties - rechten van de aangeslotene op de werkgeversbijdrageovereenkomst 9.1. De verworven reserves zijn de reserves op een bepaald ogenblik waarop de aangeslotene recht heeft overeenkomstig het pensioenstelsel. 9.2. De verworven prestaties zijn gelijk aan de prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken overeenkomstig het pensioenreglement indien hij bij uittreding zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling laat. 9.3. Tot 31 december 2018 Indien de aangeslotene uittreedt vóór het einde van het eerste jaar van zijn aansluiting, zijn de pensioenbijdragen die voorkomen op de werkgeversbijdrageovereenkomst niet verworven en worden zij in het financieringsfonds gestort.
De in het vorige lid bedoelde aangeslotene die nadien herintreedt in de sector, zal een nieuwe aansluitingsperiode van 12 maanden moeten doorlopen vooraleer hij aanspraak kan maken op de werkgeversbijdrageovereenkomst (bij herintreding wordt de anciënniteit in de sector met andere woorden op "0" gezet). 9.4. Vanaf 1 januari 2019 Bij uittreding heeft de aangeslotene steeds recht op de verworven reserves. 10. Uittreding 10.1. Bij uittreding is de inrichter ertoe gehouden binnen een termijn van één jaar de pensioeninstelling van de uittreding in kennis te stellen. Binnen dezelfde periode kan de aangeslotene evenwel zelf de pensioeninstelling van zijn uittreding in kennis stellen.
De pensioeninstelling deelt uiterlijk binnen de 30 dagen na de hiervoor vermelde kennisgeving, de volgende gegevens mee aan de inrichter : - het bedrag van de verworven reserves, zo nodig aangevuld tot de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie; - het bedrag van de verworven prestaties; - de verschillende keuzemogelijkheden (zie : algemene bepalingen) en het feit dat de uitkering bij overlijden (pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname) behouden blijft.
De inrichter stelt de aangeslotene onmiddellijk in kennis van de door de pensioeninstelling meegedeelde gegevens.
De aangeslotene moet zijn keuze binnen de 30 dagen na de kennisgeving door de inrichter schriftelijk meedelen aan de pensioeninstelling.
Na ontvangst van de keuze van de aangeslotene voert de pensioeninstelling de keuze uit binnen de 30 dagen. 10.2. De praktische benadering van uittreding zal de volgende zijn.
Aan de hand van de DmfA-aangifte(s) zal de inrichter de (vermoedelijke) datum van uittreding kennen. De inrichter staat in voor de doorstroming van die informatie naar de pensioeninstelling op hetzelfde ogenblik als het ogenblik waarop hij de pensioenbijdragen die aan de arbeiders van de sector toegekend moeten worden, meedeelt aan de pensioeninstelling (in principe is dit in het tweede trimester van elk kalenderjaar).
De volledige communicatielijn rond uittreding met de arbeider zal door de pensioeninstelling verzorgd worden. 10.3. Bij overdracht na uittreding worden eventuele tekorten in de verworven reserves onmiddellijk aangezuiverd. De werkgeversbijdrageovereenkomst wordt eveneens aangezuiverd met het eventuele tekort ten opzichte van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie.
Dit houdt in dat de hiervoor gedefinieerde verworven reserves, zo nodig, door de inrichter worden aangevuld tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie. Deze eventuele aanvulling zal door de pensioeninstelling uit het financieringsfonds geput worden of, indien niet genoeg middelen in het financieringsfonds aanwezig zijn, door de inrichter gestort worden.
Geenszins kan de pensioeninstelling door de aangeslotene worden aangesproken om deze tekorten bij te passen. 10.4. De gewezen aangeslotene die kiest voor de onmiddellijke overdracht van zijn verworven reserves, maakt de ontbrekende inlichtingen en/of bewijsstukken met betrekking tot geleverde prestaties over aan de pensioeninstelling. De pensioeninstelling bezorgt de gewezen aangeslotene een instructie hierover. Bedoeling is om de verworven reserves (in voorkomend geval aangevuld tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie), zonder uitstel, correct toe te kennen.
Indien de gewezen aangeslotene een door dit pensioenreglement opgelegde verplichting niet nakomt, waardoor voor hem enig verlies van recht ontstaat, dan zullen de pensioeninstelling en de inrichter in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de gewezen aangeslotene (of zijn begunstigde) in verband met de bij dit pensioenreglement beoogde pensioenreserve. 11. Prestaties - uitbetaling - af te leveren documenten bij uitbetaling leven/overlijden 11.1. Bij leven van de aangeslotene De pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname op de werkgeversbijdrageovereenkomst, wordt bij pensionering van de aangeslotene uitgekeerd.
Op aanvraag van de aangeslotene kan de pensioenreserve worden uitgekeerd conform met wat voorzien is in artikel 16 van de algemene bepalingen en dit voor zover geen wettelijke bepalingen zich hiertegen verzetten.
Volledigheidshalve wordt toegevoegd dat een vroegtijdige uitkering niet mogelijk is voor de aangeslotene die pensioneert als ex-mijnwerker of krachtens een ander specifiek beroep dat wettelijke pensionering vóór de wettelijke pensioenleeftijd mogelijk maakt.
In voorkomend geval is de inrichter gehouden dit bedrag aan te vullen tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie.
De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal aan de aangeslotene, na ontvangst van de door aangeslotene ondertekende vereffeningskwitantie. 11.2. Bij overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd Het bedrag van de pensioenreserve, verhoogd met de winstdeelname die op het ogenblik van het overlijden van de aangeslotene op de werkgeversbijdrageovereenkomst voorkomt, wordt bij vooroverlijden van de aangeslotene aan de begunstigde uitgekeerd.
De pensioeninstelling betaalt dit kapitaal aan de begunstigde, na ontvangst van de door door de begunstigde ondertekende vereffeningskwitantie.
De pensioeninstelling heeft het recht een bewijs van leven van de begunstigde te vragen.
De begunstigde bij overlijden wordt bepaald volgens de volgende rangorde : - De echtgeno(o)t(e) van de aangeslotene of de wettelijk samenwonende partner behalve in de volgende gevallen : - de echtgenoten zijn gerechtelijk van tafel en bed gescheiden; - een schriftelijk verzoek werd bij de rechtbank ingediend om gerechtelijk echtscheiding of scheiding van tafel en bed te verkrijgen; - Bij ontstentenis, de descendenten in de eerste graad van de aangeslotene of, bij plaatsvervulling, hun afstammelingen; - Bij ontstentenis, de ascendenten in de eerste graad van de aangeslotene; - Bij ontstentenis, de nalatenschap van de aangeslotene; - Bij ontstentenis, het financieringsfonds.
Indien door deze rangorde meer dan één begunstigde aangeduid wordt, zal er een evenredige verdeling gebeuren tussen de verschillende begunstigden.
De aangeslotene kan van deze rangorde niet afwijken en kan geen begunstigde bij naam aanduiden. 11.3. Zowel bij leven als bij overlijden De inrichter, de aangeslotene of de begunstigde maakt de ontbrekende inlichtingen en/of bewijsstukken voor de vaststelling van de pensioenbijdrage(n) waarvan de pensioeninstelling nog niet op de hoogte is, aan deze laatste over. De pensioeninstelling bezorgt de aangeslotene/begunstigde een instructie hierover. Bedoeling is om de verworven reserves (in voorkomend geval aangevuld tot het niveau van de door de sociale wetgeving vastgestelde minimumrendementsgarantie), zonder uitstel, correct toe te kennen.
Indien de aangeslotene/begunstigde een door dit pensioenreglement opgelegde verplichting niet nakomt waardoor voor hem enig verlies van recht ontstaat, dan zullen de pensioeninstelling en de inrichter in dezelfde mate ontslagen zijn van hun verplichtingen tegenover de aangeslotene of zijn begunstigde in verband met de bij dit pensioenreglement geregelde prestatie. 12. Diverse bepalingen 12.1. Er zijn geen medische formaliteiten bij aansluiting. 12.2. Verdaging na de wettelijke pensioenleeftijd is voorzien.
Verwezen wordt naar het specifieke verlengingsscenario dat opgenomen is in artikel 16 van de algemene bepalingen. 12.3. (zonder inhoud) 12.4. Met betrekking tot de jaarlijkse en tussentijdse aanpassingen is enkel het eerste lid van artikel 6 van de algemene bepalingen van toepassing. 12.5. Conform de algemene bepalingen (artikel 18), kan de actieve aangeslotene op geen enkel ogenblik vrijwillige persoonlijke stortingen doen. 12.6. In afwijking op de algemene bepalingen (artikel 17) heeft de aangeslotene geen enkel recht in het kader van vastgoedverrichtingen. 12.7. In het kader van deze groepsverzekering wordt enkel in een onthaalstructuur voorzien voor de reserves uit hoofde van een vorige tewerkstelling die de aangeslotene overdraagt naar de pensioeninstelling, situatie die beoogd is in artikel 19, a), eerste gedachtestreepje van de algemene bepalingen.
Het artikel 19, d) van de algemene bepalingen is niet van toepassing. 12.8. Voor zover geen elektronische consultatie via de website van de inrichter of de pensioeninstelling mogelijk is, kunnen de aangeslotenen het pensioenreglement en het jaarlijks beheersverslag (transparantieverslag) via eenvoudig verzoek aan de inrichter bekomen.
Voor zover geen elektronische consultatie via de website van de pensioeninstelling mogelijk is, kunnen de aangeslotenen die een kopie van de jaarrekening en/of het jaarverslag van de pensioeninstelling wensen, dit stuk (deze stukken) via eenvoudig verzoek aan de pensioeninstelling bekomen. 12.9. Alles wat in de algemene bepalingen voorkomt rond persoonlijke bijdrage/persoonlijke bijdrageovereenkomst is niet van toepassing. 12.10. De pensioeninstelling kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor enig nadelig fiscaal gevolg met betrekking tot de aftrekbaarheid van de financiering van het pensioenstelsel op het niveau van de werkgever. 12.11. In het artikel 11 van de algemene bepalingen wordt alles wat vermeld is vanaf het 7de lid geschrapt en vervangen door de volgende bepalingen : "De inrichter is gehouden om voorafgaandelijk aan de overdracht de vergoeding als bedoeld in het hierna vermelde punt 1. of 2. aan de pensioeninstelling over te maken.
Het financieringsfonds vormt een theoretische afkoopwaarde. 1. Afkoopvergoeding Indien de som van de over te dragen theoretische afkoopwaarden kleiner of gelijk is aan 1 250 000 EUR (*), wordt een afkoopvergoeding per aangeslotene aangerekend die gelijk is aan het maximum van : - 10 EUR (*); - het minimum van 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde en 1 pct. van de theoretische afkoopwaarde vermenigvuldigd met de nog te verstrijken looptijd van de werkgeversbijdrageovereenkomst, uitgedrukt in jaren, tot de eindleeftijd.
De vergoeding voor het financieringsfonds bedraagt 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde met een maximum van 10 EUR (*). 2. Vereffeningsvergoeding Indien de som van de over te dragen theoretische afkoopwaarden groter is dan 1 250 000 EUR (*), wordt een liquidatievergoeding voorzien die rekening houdt met : - de samenstelling van de dekkingswaarden van de wiskundige provisies van de pensioeninstelling; - per categorie van dekkingswaarden, de beleggingsduur van die waarden; - de evolutie van de wiskundige reserves van de groepsverzekering die wordt afgekocht.
De vereffeningsvergoeding is de som van de volgende elementen : - Forfaitaire vergoeding De forfaitaire vergoeding bedraagt 5 pct. van de theoretische afkoopwaarde. - Administratieve vergoeding De administratieve vergoeding is gelijk aan 2 500 EUR (*). - Financiële vergoeding = theoretische afkoopwaarde x FV De bepaling van de latente minwaarden op de beleggingsportefeuille gebeurt op basis van het rendement OLO met een looptijd van 10 jaar.
De financiële vergoeding kan nooit negatief zijn en wordt uitgedrukt als een percentage van de pensioenreserves.
FV = (5 - 2u) (i1 - i2) waarbij - FV = 0 indien i1 of = 2,5 met - u = duur in jaren en maanden tussen het ogenblik van de afkoopmelding en de effectieve uitbetaling (of wens tot uitbetaling) van de afkoopwaarde; - i1 = het OLO rendement (OLO 10 jaar) op het ogenblik van de afkoopmelding; - i2 = het gemiddelde OLO rendement (OLO 10 jaar) over de laatste 60 maanden, op het ogenblik van de afkoopmelding.
De pensioeninstelling behoudt zich het recht voor om, indien er geen OLO-markt meer bestaat, het rendement te nemen van een gelijkwaardige belegging in EUR. De vergoeding voor het financieringsfonds wordt op dezelfde wijze en volgens dezelfde modaliteiten berekend, zij het dat er geen administratieve vergoeding wordt toegepast. (*) Dit bedrag wordt geïndexeerd in functie van het gezondheidsindexcijfer (basis 1988 = 100). Het indexcijfer dat in aanmerking moet genomen worden, is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de afkoop voorafgaat.
De pensioeninstelling maakt een bijvoegsel op aan het reglement dat de afkoop van de groepsverzekering en de overdracht noteert. De inrichter verbindt zich ertoe spontaan en onmiddellijk een kopie van dit bijvoegsel aan de aangeslotenen te bezorgen.".
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 juni 2023.
De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE
Bijlage 2 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2022, gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel (Historisch) overzicht van de pensioenbijdrage 2011(1)
Contribution de départ (EUR)
Startbijdrage (EUR)
Contribution de pension nette (EUR)
50
Netto pensioenbijdrage (EUR)
50
(1) Enkel van toepassing voor de arbeid(st)er die aangesloten werd bij de inwerkingtreding van het pensioenstelsel op 30 november 2011. Vanaf 2012( 2)
Kwartaal/Trimestre 1
Kwartaal/Trimestre 2
Kwartaal/Trimestre 3
Kwartaal/Trimestre 4
Netto pensioenbijdrage (EUR)/ Contribution de pension nette
33,75
33,75
33,75
33,75
(2) De pensioenbijdrage, die een trimestriële bijdrage is, is verworven op het einde van elk trimester (31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december) voor zover de aangeslotene in het betreffende trimester niet uittreedt, overlijdt of de eindleeftijd bereikt (respectievelijk pensioneert) en in de DmfA-aangifte van het betreffende trimester met ten minste één dag onder prestatiecode 1, 2, 3, 5, 60, 70, 71, 72 of 77 voorkomt. Netto pensioenbijdrage = zonder instapkost.
Vanaf 2022(3)
Annuellement
Jaarlijks
Contribution de pension nette (EUR) : 0,49 p.c. du salaire de référence de l'ouvrier(ère)
Netto pensioenbijdrage (EUR) : 0,49 pct. van het referentieloon van de arbeid(st)er
(3) Vanaf 2022 heeft de aangeslotene recht op een jaarlijkse pensioenbijdrage die toegekend wordt op het einde van elk kalenderjaar (met valutadatum 31 december) (*) voor zover de aangeslotene in het betreffende kalenderjaar voldoet aan de voorwaarden (bepaald in artikel 7b van het pensioenreglement) om er aanspraak te kunnen op maken. (*) Wanneer in de loop van een kalenderjaar één van de volgende events zich voordoet : pensionering, overlijden of uittreding, wordt de pensioenbijdrage (voor zover de aangeslotene er aanspraak kan op maken conform het pensioenreglement) toegewezen aan de werkgeversbijdrageovereenkomst op de laatste dag van de week die voorafgaat aan of samenvalt met het event. a) Het referentieloon wordt als volgt bepaald (algemene regeling) : bruto uurloon (exclusief enige premies) x 38 (in voorkomend geval geprorateerd) x 52 (in voorkomend geval geprorateerd) waarbij : - het bruto uurloon gelijk is aan het uurloon (exclusief enige premies) op 100 pct.-basis (en dit laatste wil zeggen dat het niet gaat om de 108 pct.-basis voor RSZ-doeleinden) van de aangeslotene dat in het vierde kwartaal van het kalenderjaar waarop de pensioenbijdrage betrekking heeft, voorkomt in de DmfA-aangifte onder code 00862 in blok 90313 (het betreft het uurloon van toepassing op het einde van het kwartaal); - de factor 38 wordt toegepast bij een voltijds werkregime (alsook bij een op ondernemingsvlak met een voltijds regime gelijkgestelde regeling in geval van tewerkstelling in weekendploegen) gedurende het volledige kalenderjaar waarop de pensioenbijdrage betrekking heeft.
Deze factor wordt geprorateerd in functie van de contractuele tewerkstellingsgraad van de aangeslotene tijdens het kalenderjaar waarop de pensioenbijdrage betrekking heeft (voltijds of deeltijds, ongeacht de oorzaak); - de factor 52 overeenstemt met de duur van de arbeidsovereenkomst van de aangeslotene, uitgedrukt in weken (of, indien uitgedrukt in dagen, een andere ermee overeenstemmende factor), tijdens het kalenderjaar waarop de pensioenbijdrage betrekking heeft.
In het kalenderjaar waarop de pensioenbijdrage betrekking heeft, worden alle tewerkstellingsperiodeslprestatiecodes RSZ gelijkgesteld, voor zover de aangeslotene met minstens 7 dagen onder RSZ-prestatiecode 1 in de DmfA-aangifte van dat kalenderjaar voorkomt.
Is laatstgenoemde voorwaarde niet vervuld, zal er geen enkele gelijkstelling voor dat kalenderjaar zijn en is er bijgevolg geen pensioenbijdrage verschuldigd.
Indien een arbeider in de loop van het kalenderjaar waarop de pensioenbijdrage betrekking heeft, in dienst treedt in de sector, wordt de factor geprorateerd in functie van de indiensttreding. b) De factoren van het referentieloon voor de berekening van de pensioenbijdrage betreffende het jaar waarin de events pensionering, overlijden of uittreding plaatsvinden, worden als volgt ingevuld (uitzonderingsregeling) : bruto uurloon (exclusief enige premies) x 38 (in voorkomend geval geprorateerd) x 52 (in voorkomend geval geprorateerd) waarbij : - het bruto uurloon gelijk is aan het uurloon (exclusief enige premies) op 100 pct.-basis (en dit laatste wil zeggen dat het niet gaat om de 108 pct.-basis voor RSZ-doeleinden) van de aangeslotene dat in het vierde kwartaal (*) (**) van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de pensioenbijdrage betrekking heeft, voorkomt in de DmfA-aangifte onder code 00862 in blok 90313 (het betreft het uurloon van toepassing op het einde van het kwartaal). (*) Wanneer dergelijk kwartaal niet gekend is omwille van een korte aansluitingsperiode die valt na het verstrijken van dit vierde kwartaal, wordt gekeken naar het uurloon van de DmfA-aangifte van de laatste dag van het kwartaal dat voorafgaat aan het kwartaal waarin het event plaatsvindt. Indien het event in hetzelfde kwartaal als de aanwerving plaatsvindt, wordt gekeken naar het uurloon op het ogenblik van de aanwerving van de aangeslotene. (**) Enkel en alleen om praktische redenen kan, bij wijze van uitzondering op bovenvermelde regeling, voor het event dat zich voordoet in de loop van de eerste twee kalenderkwartalen van een kalenderjaar, het laatst beschikbare uurloon in de DmfA-stroom gebruikt worden om de pensioenbijdrage toe te kennen (in plaats van het uurloon van het vierde kwartaal van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin het event plaatsvindt); - de factor 38 wordt toegepast bij een voltijds werkregime (alsook bij een op ondernemingsvlak met een voltijds regime gelijkgestelde regeling in geval van tewerkstelling in weekendploegen) en wordt geprorateerd in functie van de contractuele tewerkstellingsgraad van de aangeslotene (voltijds of deeltijds, ongeacht de oorzaak) op de vooravond van het event; - de factor 52 overeenstemt met de duur van de arbeidsovereenkomst van de aangeslotene, uitgedrukt in weken (of, indien uitgedrukt in dagen, een andere ermee overeenstemmende factor), tijdens het kalenderjaar van het event.
In het kalenderjaar waarop de pensioenbijdrage betrekking heeft, worden alle tewerkstellingsperiodes/prestatiecodes RSZ gelijkgesteld, voor zover de aangeslotene met minstens 7 dagen onder RSZ-prestatiecode 1 in de DmfA-aangifte van dat kalenderjaar voorkomt.
Is laatstgenoemde voorwaarde niet vervuld, zal er geen enkele gelijkstelling voor dat kalenderjaar zijn en is er bijgevolg geen pensioenbijdrage verschuldigd.
Indien de aangeslotene die getroffen wordt door het event pensionering, overlijden of uittreding, in de loop van dat kalenderjaar in de sector in dienst trad, wordt de factor geprorateerd in functie van de indiensttreding. De factor wordt eveneens geprorateerd in functie van het ogenblik van het event.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 juni 2023.
De Minister van Werk, P.-Y. DERMAGNE
Bijlage 3 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2022, gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij, betreffende het sectoraal aanvullend pensioenstelsel F-Benefit Algemene bepalingen - release 2022 Begrippenlijst Groepsverzekering (hoofdverzekering) Overeenkomst of geheel van levensverzekeringsovereenkomsten gesloten bij een pensioeninstelling door een inrichter in uitvoering van een collectieve pensioentoezegging ten voordele van het geheel of een deel van zijn personeel en/of zijn leiders.
Inrichter (verzekeringsnemer) - de werkgever die een toezegging doet (ondernemingspensioenstelsels); - de rechtspersoon, paritair samengesteld, aangeduid via een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in een paritair comité of subcomité, opgericht volgens hoofdstuk III van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, die een pensioenstelsel invoert (sectorale pensioenstelsels).
Aangeslotene De werknemer die behoort tot de categorie van het personeel waaraan de inrichter een toezegging doet en die aan de aansluitingsvoorwaarden van het reglement voldoet ("actieve aangeslotene"), alsook de gewezen aangeslotene (slaper) die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het reglement.
Waar nodig wordt in de voorliggende bepalingen de precisering "gewezen aangeslotene" (slaper) respectievelijk "actieve aangeslotene" gebruikt.
Overdrager De werknemer die zijn pensioenreserves overdraagt naar de onthaalstructuur.
Wettelijk samenwonende partner Een aangeslotene wordt als samenwonend beschouwd indien hij of zij samenwoont krachtens de
wet van 23 november 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
12/01/1999
numac
1998010076
bron
ministerie van justitie
Wet tot invoering van de wettelijke samenwoning
type
wet
prom.
23/11/1998
pub.
11/02/1999
numac
1999022038
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot bekrachtiging en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels
sluiten tot invoering van de wettelijke samenwoning of krachtens een gelijkaardige buitenlandse regeling.
Begunstigde Persoon in wiens voordeel de verzekeringsprestatie bedongen is.
De prestaties bij leven zijn bedongen in het voordeel van de "aangeslotene".
Bij vooroverlijden van de aangeslotene komen de prestaties bij overlijden aan de "begunstigde" toe.
Aanvaardende begunstigde De begunstigde wordt aangeduid met aanvaardende begunstigde wanneer hij uitdrukkelijk de begunstiging aanvaardt en dit als dusdanig schriftelijk aan de pensioeninstelling meedeelt.
De aanvaarding wordt opgenomen in een bijvoegsel bij de overeenkomsten van de aangeslotene/overdrager dat de handtekeningen van de inrichter, de begunstigde, de aangeslotene/overdrager en de pensioeninstelling draagt.
Voor de overeenkomsten die opgenomen zijn in de onthaalstructuur, is de handtekening van de inrichter niet nodig op het bijvoegsel van aanvaarding van de begunstiging.
Wanneer de aangeslotene/overdrager een andere begunstigde wil aanduiden, zijn overeenkomsten wil gebruiken in het kader van vastgoedverrichtingen, zijn overeenkomsten getransfereerd worden naar een andere pensioeninstelling in het kader van de afkoop van de groepsverzekering door de inrichter, bij uittreding zijn verworven reserves wil transfereren of zijn overeenkomsten - voor zover de wetgeving ter zake dit toelaat - wil afkopen, is voorafgaandelijk het schriftelijk akkoord van de aanvaardende begunstigde nodig.
Voor de overeenkomsten die opgenomen zijn in de onthaalstructuur, is de toestemming van de aanvaardende begunstigde eveneens vereist bij elke wijziging die een vermindering van het overlijdenskapitaal impliceert.
Pensioeninstelling Federale Verzekering, Vereniging van Onderlinge Levensverzekeringen, Stoofstraat 12, 1000 Brussel, pensioeninstelling toegelaten onder codenummer 0346; RPR Brussel btw BE 0408.183.324;
Financiële rekening BIC : BBRUBEBB IBAN : BE64 3100 7685 9452.
Bijdrage of premie Bedrag(en) betaalbaar door de inrichter of de aangeslotene als tegenwaarde van de verbintenissen van de pensioeninstelling.
Werkgeversbijdrage Premie die de werkgever besteedt aan de groepsverzekering.
Werkgeversbijdrageovereenkomst Contractuele bepalingen die, voor een aangeslotene, het deel van de groepsverzekering regelen dat door de werkgeversbijdragen gefinancierd wordt die niet in het financieringsfonds zijn gestort.
Persoonlijke bijdrage Premie die overeenstemt met de verplichte stortingen van de aangeslotene voor de groepsverzekering. De persoonlijke bijdragen worden op het nettoloon ingehouden.
Persoonlijke bijdrageovereenkomst Contractuele bepalingen die voor een aangeslotene het deel van de groepsverzekering regelen dat gefinancierd wordt door zijn verplichte stortingen.
Toezegging van het type "vaste bijdragen" De verbintenis tot het betalen van vooraf bepaalde bijdragen in een groepsverzekering.
Uittreding 1) Beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de inrichter anders dan door overlijden of pensionering (ondernemingspensioenstelsels);2) De overgang van de aangeslotene in het kader van een overgang van (een deel van) de onderneming of (een deel van) de vestiging als gevolg van een conventionele overdracht of fusie waarbij de collectieve pensioentoezegging van de aangeslotene niet wordt overgedragen (ondernemingspensioenstelsels);3) De beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering, voor zover de werknemer geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft gesloten met een werkgever die onder het toepassingsgebied van hetzelfde pensioenstelsel valt als dat van zijn vorige werkgever (sectorale pensioenstelsels);4) De beëindiging van de aansluiting vanwege het feit dat de werkgever of, in geval van de overgang van de arbeidsovereenkomst, de nieuwe werkgever niet langer valt onder het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst die het pensioenstelsel heeft ingevoerd (sectorale pensioenstelsel). De invulling van dit begrip kan wijzigen in de tijd. Telkens wordt dezelfde invulling aan dit begrip gegeven als de vigerende wetgeving ter zake vooropstelt.
Bijzondere bepaling multi-inrichterspensioenstelsel (MIP) Wanneer de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering wordt gevolgd door het sluiten van een arbeidsovereenkomst met een andere werkgever die deelneemt aan hetzelfde multi-inrichterspensioenstelsel als dat van de vorige werkgever en er geen uittredingsovereenkomst bestaat die de overname van de rechten en plichten tussen de deelnemende werkgevers (werkgever die verlaten wordt, respectievelijk nieuwe werkgever met wie arbeidsovereenkomst gesloten wordt) regelt.
Uittreding light Einde van de aansluiting vanwege het feit dat de werknemer niet langer de aansluitingsvoorwaarden van het pensioenstelsel vervult, zonder dat dit samenvalt met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering.
Verworven prestatie (op een bepaald ogenblik) in een groepsverzekering Prestatie waarop de aangeslotene recht heeft op de eindleeftijd wanneer de aangeslotene uittreedt bij de inrichter of wanneer hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden (uittreding light).
Verworven reserves (op een bepaald ogenblik) Pensioenreserves waarvoor de rechten van de inrichter worden overgedragen naar de aangeslotene op de datum waarop hij uittreedt of op de datum waarop hij niet meer voldoet aan de aansluitingsvoorwaarden (uittreding light), waarbij die reserve op dat ogenblik wordt berekend.
Afkoop van een overeenkomst Opzegging van de overeenkomst door de inrichter/de aangeslotene/de overdrager.
Theoretische afkoopwaarde Met "theoretische afkoopwaarde" is bedoeld : de "pensioenreserve" of "reserve leven", in voorkomend geval verminderd met de risicopremie die de risicowaarborg overlijden financiert, waaraan de winstdeelname leven wordt toegevoegd.
Afkoopwaarde op een bepaald ogenblik Door de pensioeninstelling te storten prestatie in geval van afkoop van de overeenkomst.
Premievrijmaking of reductie van een overeenkomst Stopzetting van de betaling van de premies. Wanneer een vastgesteld kapitaal overlijden voorzien werd en voor zover er geen sprake is van uittreding/uittreding light, wordt dit verder gefinancierd door de onttrekking van de risicopremie op het einde van elke maand uit de reserve leven.
Vooraf bestaande aandoening Een lichamelijk letsel en/of aantasting van de gezondheid in hoofde van de aangeslotene ontstaan vóór het sluiten van de overeenkomst, vóór een niet vooraf overeengekomen verhoging (voor wat betreft die verhoging), respectievelijk vóór de weder inwerkingstelling van de verzekerde prestatie.
Vastgesteld(e) kapitaal overlijden of minimumkapitaal overlijden Kapitaal vermeld in de overeenkomst van de aangeslotene. Dit kapitaal omvat de reserve leven, de winstdeelname leven en de winstdeelname overlijden op het risicokapitaal.
Risicokapitaal overlijden Het risicokapitaal overlijden wordt gevormd door het verschil tussen het vastgestelde kapitaal overlijden en de som van de reserve leven, de winstdeelname leven en de winstdeelname overlijden op het risicokapitaal.
Risicopremie Premie nodig om het risicokapitaal overlijden te verzekeren.
Zij wordt berekend in functie van het tarief dat door de pensioeninstelling bij de autoriteit belast met de (prudentiële) controle is neergelegd, van het risicokapitaal en van de leeftijd van de aangeslotene.
Instapkosten Van elke bijdrage, zonder taks, worden instapkosten afgehouden. De instapkosten zijn vermeld in de bijzondere bepalingen.
Nettobijdrage Met nettobijdrage is de bijdrage, zonder taksen, van de inrichter of van de aangeslotene bedoeld waarop de instapkosten in mindering gebracht werden.
Pensioenreserve of reserve leven Bedrag samengesteld door de kapitalisatie van de nettobijdragen aan de technische rentevoet die op de valutadatum op de bankrekening van de pensioeninstelling in voege is.
De afhouding van de risicopremie overlijden gebeurt, in voorkomend geval, op het einde van elke kalendermaand zowel uit de reserve leven samengesteld met persoonlijke bijdragen als uit de reserve leven samengesteld met werkgeversbijdragen en dit in dezelfde verhouding als de verdeling van de bijdragen.
Verder gebeurt de afhouding van de risicopremie overlijden uit de verschillende reserveschijven met hun intrestgarantie en dit in verhouding tot hun aandeel in die reserve leven.
Pensioenleeftijd (eindleeftijd) (P, PP, PPP,...) De pensioenleeftijd is de leeftijd die in de bijzondere bepalingen doorgaans wordt vermeld als eindleeftijd (einddatum) en die gebruikt wordt bij de berekeningen van de prestaties overeenkomstig de desbetreffende bepalingen in het pensioenreglement.
In voorkomend geval, de nieuwe eindleeftijd die volgt uit de toepassing van artikel 16 van de voorliggende bepalingen.
Dynamische pensioenleeftijd (eindleeftijd) in functie van het ogenblik van aansluiting - Voor werknemers die aansluiten op/vanaf 1 februari 2019, is de pensioenleeftijd bepaald op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangeslotene de leeftijd van 65 jaar bereikt; - Voor werknemers die aansluiten op/vanaf 1 februari 2025, is de pensioenleeftijd bepaald op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin de aangeslotene de leeftijd van 66 jaar bereikt; - Voor werknemers die aansluiten op/vanaf 1 februari 2030, is de pensio …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.