← België

Wet betreffende de concessieovereenkomsten

Kort samengevat

Deze wet regelt de principes en basisregels voor het toekennen en uitvoeren van concessieovereenkomsten voor werken en diensten. Het doel is om transparantie en eerlijke concurrentie te waarborgen bij de gunning van dergelijke overeenkomsten.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
17 JUNI 2016. - Wet betreffende de concessieovereenkomsten (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Inleidende bepaling en definities HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling en definities Inleidende bepaling Artikel 1.§ 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Ze voorziet in de gedeeltelijke omzetting van : 1° artikel 7 van richtlijn 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen;2° artikel 6 van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG;3° richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten. § 2. Deze wet bepaalt de beginselen en basisregels die van toepassing zijn op de plaatsing en de uitvoering van de in artikel 3 bedoelde concessies. Definities Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° aanbestedende overheid : a) de Staat;b) de Gewesten, de Gemeenschappen en de lokale overheidsinstanties;c) de publiekrechtelijke instellingen en personen die, ongeacht hun vorm en aard, op de datum van de beslissing om een concessie uit te schrijven : i.opgericht zijn met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn, en ii. rechtspersoonlijkheid hebben, en iii. op een van de volgende wijzen afhangen van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen, als bedoeld in onderhavig punt c) : - ofwel omdat hun werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd worden door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c); - ofwel omdat hun beheer onderworpen is aan het toezicht van de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c); - ofwel omdat meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aangewezen zijn door de Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de lokale overheidsinstanties of andere instellingen of personen die ressorteren onder dit punt c); d) de verenigingen bestaande uit een of meer aanbestedende overheden als bedoeld in 1°, a), b) of c);2° overheidsbedrijf : elke onderneming die een activiteit bedoeld in bijlage II van deze wet uitoefent waarop de aanbestedende overheden rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kunnen uitoefenen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of de op de onderneming van toepassing zijnde voorschriften.De overheersende invloed wordt vermoed wanneer deze overheden, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van de onderneming : a) de meerderheid van het maatschappelijk kapitaal bezitten, of b) over de meerderheid van de stemmen beschikken die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen, of c) meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kunnen aanwijzen;3° persoon die bijzondere of exclusieve rechten geniet : de persoon die werkt op grond van bijzondere of exclusieve rechten, welke hem zijn verleend voor de uitoefening van een in bijlage II bedoelde activiteit. Bijzondere of exclusieve rechten zijn rechten die door een bevoegde overheid worden verleend op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een in bijlage II van deze wet bedoelde activiteit aan één enkele ondernemer (exclusief echt) of aan meerdere ondernemers (bijzondere rechten) voorbehouden blijft, waardoor de mogelijkheden van andere ondernemers om dezelfde activiteit uit te oefenen wezenlijk nadelig worden beïnvloed. De rechten toegekend door middel van een procedure die het voorwerp was van een gepaste bekendmaking, volgens objectieve criteria, vormen geen "bijzondere of exclusieve rechten" in de zin van dit punt. Deze procedures zijn onder meer de volgende : a) de procedures voor de plaatsing van een opdracht of concessieovereenkomst met voorafgaande oproep tot mededinging, overeenkomstig de wet overheidsopdrachten, de wet defensie en veiligheid of deze wet;b) procedures ingevolge andere rechtshandelingen van de Europese Unie, opgesomd in bijlage III van deze wet, die een toereikende voorafgaande transparantie waarborgen met het oog op het toekennen van vergunningen op basis van objectieve criteria;4° aanbestedende entiteit : de aanbestedende overheden wanneer ze een concessie verlenen in het kader van de uitoefening van een van de in bijlage II bedoelde activiteiten, de overheidsbedrijven bedoeld in punt 2° en de personen die bijzondere of exclusieve rechten genieten bedoeld in punt 3° ;5° aanbesteder : de aanbestedende overheden die geen activiteit bedoeld in bijlage II uitoefenen en de aanbestedende entiteiten bedoeld in punt 4° ;6° ondernemer : elke natuurlijke of rechtspersoon of elk openbaar lichaam of een combinatie van deze personen of lichamen, met inbegrip van de tijdelijke samenwerkingsverbanden van ondernemingen, die de uitvoering van werken of een werk, de levering van producten of de verrichting van diensten op de markt aanbiedt;7° concessies : de concessies voor werken of diensten als gedefinieerd onder a) en b) : a) concessie voor werken : een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel waarbij een of meer aanbesteders werken laten uitvoeren door een of meer ondernemers, waarvoor de tegenprestatie bestaat hetzij uitsluitend in het recht het werk dat het voorwerp van de overeenkomst vormt te exploiteren, hetzij in dit recht en een betaling.i. Onder "uitvoering van werken" wordt verstaan : de uitvoering of het ontwerp en de uitvoering van werken die betrekking hebben op een van de in bijlage I bedoelde werkzaamheden, of van een werk, dan wel het verwezenlijken, met welke middelen dan ook, van een werk dat voldoet aan de eisen van de aanbesteder die een beslissende invloed uitoefent op het soort werk of op het ontwerp van het werk; ii. Onder "werk" wordt verstaan : het product van een geheel van bouw- of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen; of b) concessie voor diensten : een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel waarbij een of meer aanbesteders de verrichting van diensten met uitzondering van de uitvoering van werken als bedoeld in punt a), laten verrichten en beheren door een of meer ondernemers, waarvoor de tegenprestatie bestaat hetzij uitsluitend in het recht de diensten die het voorwerp van het contract vormen te exploiteren, hetzij in dit recht en een betaling. De gunning van een concessie voor werken of voor diensten houdt de overdracht aan de concessiehouder in van het operationeel risico dat inherent is aan de exploitatie van de werken of diensten en dat het vraagrisico of het aanbodrisico of beide omvat. De concessiehouder wordt geacht het operationeel risico op zich te nemen wanneer er onder normale exploitatieomstandigheden geen garantie bestaat dat de gedane investeringen of de kosten die gemaakt zijn bij het exploiteren van de werken of diensten die het voorwerp van de concessie vormen, kunnen worden terugverdiend. Het deel van het aan de concessiehouder overgedragen risico behelst een werkelijke blootstelling aan de grillen van de markt, hetgeen betekent dat elk potentieel door de concessiehouder te lijden verlies niet louter nominaal of te verwaarlozen is; 8° kandidaat : een ondernemer die verzocht heeft deel te nemen of is uitgenodigd om deel te nemen aan een plaatsingsprocedure van een concessie;9° inschrijver : een ondernemer die een offerte indient;10° concessiehouder : de ondernemer met wie een concessieovereenkomst is gesloten;11° schriftelijk : elk uit woorden of cijfers bestaand geheel dat kan worden gelezen, gereproduceerd en vervolgens meegedeeld, met inbegrip van met elektronische middelen overgebrachte en opgeslagen informatie;12° elektronische middelen : elektronische apparatuur voor de verwerking (met inbegrip van digitale compressie) en opslag van gegevens die worden verspreid, overgebracht en ontvangen door draden, straalverbindingen, optische middelen of andere elektromagnetische middelen;13° concessiedocument : alle documenten die door de aanbesteder worden opgesteld of vermeld ter omschrijving of ter bepaling van onderdelen van de concessie of de plaatsingsprocedure, met inbegrip van de concessieaankondiging, de technische en functionele specificaties, de voorgestelde concessievoorwaarden, de formats voor de indiening van documenten door kandidaten en inschrijvers, informatie over algemeen toepasselijke verplichtingen en alle overige aanvullende documenten;14° innovatie : de toepassing van een nieuw of aanzienlijk verbeterd product, een nieuwe of aanzienlijk verbeterde dienst of een nieuw of aanzienlijk verbeterd proces, waaronder doch niet uitsluitend productie- of bouwprocessen, een nieuwe verkoopmethode of een nieuwe organisatiemethode in de bedrijfsvoering, de organisatie op de werkvloer of de externe betrekkingen, onder meer om maatschappelijke problemen te helpen oplossen of de Europese 2020-strategie te ondersteunen;15° plaatsing : procedure voor het toekennen van een concessie, die in voorkomend geval de volgende aspecten omvat : de voorafgaande marktconsultatie, de bekendmaking, de selectie, de gunning en de sluiting van de concessie;16° gunning van de concessie : de beslissing van de aanbesteder om de gekozen inschrijver aan te wijzen;17° sluiting van de concessie : de totstandkoming van de contractuele band tussen de aanbesteder en de concessiehouder;18° Gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten : de op overheidsopdrachten toepasselijke referentienomenclatuur, die voor concessies wordt gebruikt, als vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 2195/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten, afgekort "CPV"; 19° perceel : de onderverdeling van een concessie, die apart kan worden gegund, in principe met het oog op een gescheiden uitvoering;20° optie : een bijkomend element dat niet strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de concessie, dat hetzij op vraag van de aanbesteder, hetzij op initiatief van de inschrijver wordt ingediend;21° wet overheidsopdrachten : de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten;22° wet defensie en veiligheid : de wet van 13 augustus 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/08/2011 pub. 01/02/2012 numac 2011021082 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied type wet prom. 13/08/2011 pub. 27/07/2012 numac 2012000427 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied. - Duitse vertaling sluiten inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied;23° Verdrag : het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;24° lidstaat : een lidstaat van de Europese Unie of in zoverre het akkoord over de Europese Economische Ruimte het voorziet, een Staat die dit akkoord heeft ondertekend; TITEL 2. - Toepassingsgebied HOOFDSTUK 1. - Beginselen Art. 3.§ 1. Deze wet is van toepassing op de plaatsing en de uitvoering van concessies voor werken en diensten. Wat de concessies voor diensten betreft is deze wet echter alleen van toepassing op de concessies met een waarde die gelijk is aan of hoger is dan de door de Koning bepaalde drempel. Daarenboven is deze wet, wat de concessies voor werken betreft die worden geplaatst door personen die bijzondere of exclusieve rechten genieten of door overheidsbedrijven wanneer deze laatste niet optreden in het kader van hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie, alleen van toepassing voor zover de waarde van de concessie gelijk is aan of hoger dan de door de Koning bepaalde drempel. De in het tweede en derde lid bedoelde drempels zijn identiek aan elkaar. Een niet limitatieve lijst van de publiekrechtelijke instellingen bedoeld in artikel 2, 1°, c) en van de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 2, 2°, wordt door de Koning opgesteld. De in aanmerking te nemen waarde is de geraamde waarde zoals bedoeld in artikel 35. § 2. Deze wet is niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten of andere juridische instrumenten waarbij de overdracht van bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor het verrichten van taken van openbaar belang tussen aanbestedende overheden of aanbestedende entiteiten of groepen van aanbestedende overheden of aanbestedende entiteiten georganiseerd wordt en die niet voorzien in een vergoeding van contractuele prestaties. § 3. Deze wet is niet van toepassing op niet-economische diensten van algemeen belang. HOOFDSTUK 2. - Uitsluitingen Op basis van een exclusief recht verleende concessies voor diensten Art. 4.Deze wet is niet van toepassing op : 1° concessies voor diensten die aan een aanbestedende overheid of een vereniging van aanbestedende overheden worden gegund op basis van een exclusief recht;2° concessies voor diensten die aan een ondernemer worden gegund op basis van een exclusief recht dat werd verleend overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de rechtshandelingen van de Unie tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften betreffende de toegang tot de markt die van toepassing zijn op de in bijlage II bedoelde activiteiten.Indien de sectorale regelgeving van de Unie niet in sectorspecifieke transparantieverplichtingen voorziet, is artikel 44 evenwel van toepassing. Wanneer aan een ondernemer een exclusief recht wordt verleend voor de uitoefening van één van de in bijlage II bedoelde activiteiten, stelt de overheid die dit recht heeft verleend het in artikel 163, § 2, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten bedoelde aanspreekpunt onverwijld in kennis hiervan, zodat dit laatste de Europese Commissie daarvan binnen een maand na de verlening van dat exclusief recht in kennis kan stellen; 3° concessies voor loterijen, die onder CPV-code 92351100-7 vallen, en die door een lidstaat aan een ondernemer worden gegund op basis van een exclusief recht.De toekenning van een dergelijk exclusief recht gebeurt op grond van een bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. De in dit artikel bedoelde uitsluitende rechten mogen niet worden geïnterpreteerd in de betekenis vermeld in artikel 2, 3°. Concessies op grond van andere regelgevingen Art. 5.§ 1. Deze wet is niet van toepassing op concessies voor luchtvervoerdiensten op basis van de verlening van een exploitatievergunning in de zin van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad, noch op concessies betreffende openbaar personenvervoer per spoor en over de weg in de zin van Verordening (EG) nr. 1370/2007. § 2. Deze wet is evenmin van toepassing op : 1° concessies die aanbesteders moeten plaatsen overeenkomstig andere procedures dan die van deze wet, en waarin voorzien is bij : a) een juridisch instrument dat internationaalrechtelijke verplichtingen schept, zoals een overeenkomstig de Europese verdragen tot stand gekomen internationale overeenkomst tussen een lidstaat en een of meer derde landen of deelgebieden daarvan met betrekking tot werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor de gezamenlijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de ondertekenende staten.De aanbesteders melden alle bovenvermelde juridische instrumenten aan het aanspreekpunt bedoeld in artikel 163, § 2, van de wet inzake overheidsopdrachten, dat de Europese Commissie hierover inlicht. b) een internationale organisatie.2° concessies die door de aanbesteder worden geplaatst overeenkomstig de plaatsingsregels van een internationale organisatie of een internationale financiële instelling, indien de betrokken concessies volledig door deze organisatie of instelling worden gefinancierd.In het geval van concessies die voor het grootste deel mede door een internationale organisatie of een internationale financiële instelling gefinancierd worden, komen de partijen overeen welke plaatsingsprocedures worden toegepast. De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de concessies geplaatst in het domein van defensie en veiligheid. Uitsluiting van bepaalde diensten Art. 6.Vallen niet onder de toepassing van deze wet, concessies voor diensten betreffende : 1° de verwerving of huur, ongeacht de financiële voorwaarden ervan, van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende goederen of betreffende rechten hierop;2° de aankoop, ontwikkeling, productie of coproductie van programmamateriaal bestemd voor audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten, die worden gegund door aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten, of concessies betreffende zendtijd of de levering van programma's die worden gegund aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten;3° arbitrage- en bemiddelingsdiensten;4° een van de volgende juridische diensten : a) de vertegenwoordiging in rechte van een cliënt door een advocaat als bedoeld in artikel 1 van richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten, en dit in het kader van : i.een arbitrage- of bemiddelingsprocedure in een lidstaat, een derde land of voor een internationale arbitrage- of bemiddelingsinstantie, of ii. een procedure voor een rechter of overheidsinstantie van een lidstaat of een derde land of voor een internationale rechter of instantie; b) juridisch advies dat wordt gegeven ter voorbereiding van de procedures als bedoeld in dit punt, onder a), of indien er concrete aanwijzingen zijn en er een grote kans bestaat dat over de kwestie waarop het advies betrekking heeft, een dergelijke procedure zal worden gevoerd, mits het advies door een advocaat is gegeven in de zin van artikel 1 van de voormelde richtlijn 77/249/EEG;c) het waarmerken en voor echt verklaren van documenten door een notaris;d) juridische dienstverlening door bewindvoerders of aangewezen voogden, of andere juridische dienstverlening waarvan de aanbieders door een rechterlijke instantie van de betrokken lidstaat of van rechtswege zijn aangewezen om specifieke taken te verrichten onder toezicht van deze rechterlijke instanties;e) andere juridische diensten die in het Rijk al dan niet incidenteel verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag;5° financiële diensten met betrekking tot de uitgifte, aankoop, verkoop of overdracht van effecten of andere financiële instrumenten, als bedoeld in richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG en van Richtlijn 2000/12/EG en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG, alsook door de centrale banken verleende diensten en activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van het Europees Financieel Stabilisatiefonds en het Europees Stabiliteitsmechanisme;6° leningen, al dan niet in samenhang met de uitgifte, aankoop, verkoop of overdracht van effecten of andere financiële instrumenten;7° diensten inzake civiele verdediging, civiele bescherming en risicopreventie die door non-profitorganisaties of -verenigingen worden verleend en die onder de volgende CPV-codes vallen : 75250000-3, 75251000-0, 75251100-1, 75251110-4, 75251120-7, 75252000-7, 75222000-8, 98113100-9 en 85143000-3, met uitzondering van ziekenvervoer per ambulance;8° diensten inzake politieke campagnes die onder de CPV-codes 79341400-0, 92111230-3 en 92111240-6 vallen, indien deze worden gegund door een politieke partij in het kader van een verkiezingscampagne;9° onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten.Vallen evenwel onder de toepassing van deze wet, concessies voor diensten die onder de CPV-codes 73000000-2 tot 73120000-9, 73300000-5, 73420000-2 en 73430000-5 vallen, mits aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : a) de baten komen uitsluitend toe aan de aanbesteder voor gebruik ervan bij de uitoefening van diens eigen werkzaamheden, en b) de verleende dienst wordt volledig door de aanbesteder betaald. In de bepaling onder 2° hebben de begrippen "audiovisuele mediadiensten" en "aanbieders van mediadiensten" dezelfde betekenis als in de artikelen 1.3/1 en 1.6/1 van de wet van 30 maart 1995 betreffende de elektronische-communicatienetwerken en -diensten en audiovisuele mediadiensten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, het artikel 2, 26° en 27°, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, en het artikel 1, 48° en 49° van het gecoördineerde decreet van 26 maart 2009 van de Franse Gemeenschap betreffende de audiovisuele mediadiensten. Het begrip "Programma" beantwoordt aan de definitie in artikel 1, 5., van de voormelde wet van 30 maart 1995, artikel 2, 31°, van het voormelde decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 27 maart 2009 en artikel 1, 36°, van het voormelde gecoördineerde decreet van 26 maart 2009 van de Franse Gemeenschap, maar omvat ook radioprogramma's en radioprogramma materieel. Voorts wordt voor de toepassing van deze bepaling onder "programmamaterieel" hetzelfde verstaan als onder "programma". Specifieke uitsluitingen op het gebied van water Art. 7.Deze wet is niet van toepassing op concessies die worden gegund voor : 1° de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van drinkwater;2° de drinkwatertoevoer naar deze netten. Deze wet is evenmin van toepassing op concessies die betrekking hebben op een van of beide onderstaande onderwerpen, indien zij verband houden met een in het eerste lid bedoelde activiteit : 1° waterbouwtechnische projecten, bevloeiing of drainage voor zover de voor drinkwatervoorziening bestemde hoeveelheid water groter is dan twintig procent van de totale hoeveelheid water die door middel van deze projecten of deze bevloeiings- of drainage-installaties ter beschikking wordt gesteld;of 2° de afvoer of behandeling van afvalwater. Specifieke uitsluitingen op het gebied van elektronische communicatie Art. 8.Deze wet is niet van toepassing op concessies die hoofdzakelijk tot doel hebben aanbestedende overheden in staat te stellen openbare elektronische communicatienetwerken beschikbaar te stellen of te exploiteren of aan het publiek een of meer elektronische communicatiediensten te verlenen. Voor de toepassing van het onderhavige artikel hebben de begrippen "openbare elektronische communicatienetwerken" en "elektronische communicatiediensten" dezelfde betekenis als in de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie. Concessies tussen aanbestedende overheden Art. 9.§ 1. Een concessie die door een aanbestedende overheid geplaatst wordt bij een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon, valt niet onder de toepassing van deze wet, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de aanbestedende overheid oefent op de betrokken rechtspersoon toezicht uit zoals op haar eigen diensten;2° meer dan tachtig procent van de activiteiten van deze gecontroleerde rechtspersoon behelst de uitvoering van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende overheid of door andere, door diezelfde aanbestedende overheid gecontroleerde rechtspersonen;en 3° er is geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de Europese verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon. Een aanbestedende overheid wordt geacht op een rechtspersoon toezicht zoals op haar eigen diensten uit te oefenen in de zin van het eerste lid, punt 1°, indien zij zowel op strategische doelstellingen als op belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon een beslissende invloed uitoefent. Dit toezicht kan ook worden uitgeoefend door een andere rechtspersoon, die zelf op dezelfde wijze door de aanbestedende overheid wordt gecontroleerd. § 2. De uitsluiting bedoeld in paragraaf 1 is eveneens van toepassing wanneer een gecontroleerde rechtspersoon die een aanbestedende overheid is, een concessie plaatst bij zijn controlerende aanbestedende overheid, of bij een andere rechtspersoon die door dezelfde aanbestedende overheid wordt gecontroleerd, mits er geen directe participatie van privékapitaal is in de rechtspersoon bij wie de concessie wordt geplaatst, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de Europese verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon. § 3. Een aanbestedende overheid die geen controle uitoefent op een privaat- of publiekrechtelijke rechtspersoon in de zin van paragraaf 1, kan niettemin een concessie plaatsen bij die rechtspersoon zonder deze wet toe te passen, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de aanbestedende overheid oefent, samen met andere aanbestedende overheden, op de betrokken rechtspersoon toezicht uit zoals op hun eigen diensten;2° meer dan tachtig procent van de activiteiten van die rechtspersoon behelst de uitvoering van taken die hem zijn toegewezen door de controlerende aanbestedende overheden of door andere, door diezelfde aanbestedende overheden gecontroleerde rechtspersonen;en 3° er is geen directe participatie van privékapitaal in de gecontroleerde rechtspersoon, met uitzondering van geen controle of blokkerende macht opleverende vormen van participatie van privékapitaal, vereist krachtens de nationale wetgeving, in overeenstemming met de Europese Verdragen, die geen beslissende invloed uitoefenen op de gecontroleerde rechtspersoon. Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, oefenen de aanbestedende overheden gezamenlijk toezicht uit op een rechtspersoon indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de besluitvormingsorganen van de gecontroleerde rechtspersoon zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van alle deelnemende aanbestedende overheden.Individuele vertegenwoordigers kunnen verscheidene of alle deelnemende aanbestedende overheden vertegenwoordigen; 2° deze aanbestedende overheden zijn in staat gezamenlijk beslissende invloed uit te oefenen op de strategische doelstellingen en belangrijke beslissingen van de gecontroleerde rechtspersoon;en 3° de gecontroleerde rechtspersoon mag geen belangen nastreven die in strijd zijn met de belangen van de controlerende aanbestedende overheden. § 4. Het activiteitenpercentage als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, en in paragraaf 3, eerste lid, 2°, wordt bepaald aan de hand van de gemiddelde totale omzet, of een geschikte alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf zoals de kosten die door de betrokken rechtspersoon of aanbestedende overheid zijn gemaakt met betrekking tot diensten, leveringen en werken over de laatste drie jaren voorafgaand aan de gunning van de concessie. Wanneer vanwege de datum van oprichting of aanvang van de activiteiten van de betrokken rechtspersoon of aanbestedende overheid, of vanwege een reorganisatie van zijn of haar activiteiten, de omzet of een alternatieve op activiteit gebaseerde maatstaf zoals over de laatste drie jaren gemaakte kosten niet beschikbaar of niet langer relevant is, volstaat het om met name door middel van bedrijfsprognoses aan te tonen dat de meting van de activiteiten aannemelijk is. Overeenkomsten uitsluitend tussen aanbestedende overheden Art. 10.Een overeenkomst die uitsluitend tussen twee of meer aanbestedende overheden wordt gesloten, valt buiten het toepassingsgebied van deze wet, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de overeenkomst voorziet in of geeft uitvoering aan een samenwerking tussen de deelnemende aanbestedende overheden om te bewerkstelligen dat de openbare diensten die zij moeten uitvoeren, worden verleend met het oog op de verwezenlijking van hun gemeenschappelijke doelstellingen;2° de invulling van die samenwerking berust uitsluitend op overwegingen in verband met het openbaar belang;en 3° de deelnemende aanbestedende overheden nemen op de open markt minder dan twintig procent van de onder die samenwerking vallende activiteiten voor hun rekening.Dit activiteitenpercentage wordt bepaald overeenkomstig artikel 9, § 4. Activiteiten in een derde land Art. 11.Deze wet is niet van toepassing op concessies die door een aanbestedende entiteit worden verleend voor de uitoefening van de in bijlage II bedoelde activiteiten in een derde land, in omstandigheden waarbij er geen sprake is van materiële uitbating van een netwerk of van een geografisch gebied binnen de Europese Unie. Concessies gegund aan een verbonden onderneming Art. 12.§ 1. Onverminderd de artikelen 9 en 10 en mits aan de voorwaarden van paragraaf 2 is voldaan, is deze wet niet van toepassing op concessies : 1° die een aanbestedende entiteit gunt aan een met haar verbonden onderneming;of 2° die een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit meerdere aanbestedende entiteiten, voor de uitoefening van de in bijlage II bedoelde activiteiten gunt aan een met een van deze aanbestedende entiteiten verbonden onderneming. § 2. Paragraaf 1 is van toepassing op : 1° concessies voor diensten, mits ten minste tachtig procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming over de laatste drie jaar heeft behaald, rekening houdend met alle diensten die zij heeft verleend, afkomstig is van het verlenen van diensten aan de aanbestedende entiteit of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is;2° concessies voor werken, mits ten minste tachtig procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming over de laatste drie jaar heeft behaald, rekening houdend met alle werken die zij heeft uitgevoerd, afkomstig is van het uitvoeren van werken voor de aanbestedende entiteit of voor andere ondernemingen waarmee zij verbonden is. § 3. Wanneer vanwege de datum van oprichting of aanvang van de activiteiten van een verbonden onderneming de omzet over de laatste drie jaren niet beschikbaar is, volstaat het dat deze onderneming, met name door middel van bedrijfsprognoses, aantoont dat de in paragraaf 2, 1° of 2°, bedoelde omzet aannemelijk is. § 4. Wanneer dezelfde of soortgelijke diensten of werken worden verricht door meer dan een onderneming die verbonden is met de aanbestedende entiteit waarmee zij een economische groep vormen, wordt bij de berekening van de in paragraaf 2 bedoelde percentages rekening gehouden met de totale omzet die voortvloeit uit het verrichten van respectievelijk diensten of werken door deze verbonden ondernemingen. § 5. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "verbonden onderneming" elke onderneming verstaan waarvan de jaarrekening geconsolideerd is met die van de aanbestedende entiteit overeenkomstig de bepalingen van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen. Indien het entiteiten betreft die niet onder de voormelde richtlijn 2013/34/EU vallen, wordt onder "verbonden onderneming" verstaan, elke onderneming die : 1° al dan niet rechtstreeks onderworpen kan zijn aan een overheersende invloed van de aanbestedende entiteit;2° een overheersende invloed op de aanbestedende entiteit kan uitoefenen;of 3° gezamenlijk met de aanbestedende entiteit aan de overheersende invloed van een andere onderneming is onderworpen uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of in de onderneming geldende voorschriften. Voor de toepassing van deze paragraaf heeft het begrip "overheersende invloed" dezelfde betekenis als in artikel 2, 2°. § 6. De aanbestedende entiteiten verstrekken de Europese Commissie desgevraagd de namen van de betrokken ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen, de aard en de waarde van de desbetreffende concessies en alle overige gegevens die de Commissie noodzakelijk acht voor het bewijs dat de betrekkingen tussen de aanbestedende entiteit en de onderneming of de gezamenlijke onderneming waaraan de concessie wordt gegund, voldoen aan de vereisten van dit artikel. Concessies gegund aan een gezamenlijke onderneming of aan een aanbestedende entiteit die deel uitmaakt van een gezamenlijke onderneming Art. 13.Niettegenstaande de artikelen 9 en 10 en mits de gezamenlijke onderneming is opgericht om de betrokken activiteit gedurende een periode van ten minste drie jaar uit te oefenen en het instrument tot oprichting van deze gezamenlijke onderneming bepaalt dat de aanbestedende entiteiten waaruit zij bestaat, daar deel van uitmaken voor ten minste dezelfde termijn, is deze wet niet van toepassing op concessies die : 1° door een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit een aantal aanbestedende entiteiten, voor de uitoefening van de in bijlage II bedoelde activiteiten worden gegund aan een van die aanbestedende entiteiten;of 2° door een aanbestedende entiteit worden gegund aan deze gezamenlijke onderneming waarvan zij deel uitmaakt. De aanbestedende entiteiten verstrekken de Europese Commissie desgevraagd de namen van de betrokken ondernemingen of gezamenlijke ondernemingen, de aard en de waarde van de desbetreffende concessies en alle overige gegevens die de Commissie noodzakelijk acht voor het bewijs dat de betrekkingen tussen de aanbestedende entiteit en de onderneming of de gezamenlijke onderneming waaraan de concessie wordt gegund, voldoen aan de vereisten van dit artikel. Activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan mededinging Art. 14.Deze wet is niet van toepassing op concessies die betrekking hebben op een van de in bijlage II bedoelde activiteiten, indien na afloop van een procedure inzake vrijstellingsaanvragen krachtens artikel 116 van de wet inzake overheidsopdrachten, door de Europese Commissie werd vastgesteld dat de activiteit rechtstreeks blootstaat aan mededinging. Concessies op defensie- en veiligheidsgebied waarvoor specifieke procedurevoorschriften van toepassing zijn Art. 15.Deze wet is niet van toepassing op concessies op defensie- en veiligheidsgebied als bedoeld in de wet defensie en veiligheid, waarvoor specifieke procedurevoorschriften van toepassing zijn : 1° uit hoofde van een tussen een of meer lidstaten en een of meer derde landen gesloten internationale overeenkomst of regeling;2° uit hoofde van een in verband met de legering van strijdkrachten gesloten internationale overeenkomst of regeling die betrekking heeft op ondernemingen in een lidstaat of in een derde land, of 3° van een internationale organisatie die aankopen doet voor eigen doeleinden, noch op concessies die door een lidstaat overeenkomstig deze voorschriften moeten worden gegund. Andere uitsluitingen op het gebied van concessies inzake defensie en veiligheid Art. 16.Deze wet is evenmin van toepassing op de volgende concessies op defensie- en veiligheidsgebied als bedoeld in de wet defensie en veiligheid : 1° concessies waarbij de toepassing van deze wet het Rijk ertoe zou verplichten informatie te verstrekken waarvan hij de openbaarmaking in strijd acht met zijn essentiële veiligheidsbelangen, of indien de gunning en de uitvoering van de concessie geheim zijn verklaard of gepaard moeten gaan met bijzondere veiligheidsmaatregelen overeenkomstig de in het Rijk geldende wettelijke, reglementaire of administratieve bepalingen, voor zover vastgesteld werd dat de bescherming van de betrokken essentiële belangen niet kan worden gewaarborgd met minder ingrijpende maatregelen, bijvoorbeeld zoals die als bedoeld in artikel 17;2° concessies die worden gegund in het kader van een samenwerkingsprogramma op basis van onderzoek en ontwikkeling dat door minimaal twee lidstaten samen wordt uitgevoerd met het oog op de ontwikkeling van een nieuw product en, in voorkomend geval, de latere fasen van de gehele levenscyclus van dit product of een deel daarvan. Bij de verwezenlijking van een dergelijk samenwerkingsprogramma tussen uitsluitend lidstaten melden deze lidstaten bij de Europese Commissie welk percentage de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in de totale kosten van het programma vertegenwoordigen, de overeenkomst die is gesloten inzake kostenverdeling en het voorgenomen aandeel van de aankopen per lidstaat, in voorkomend geval; 3° concessies die door een regering aan een andere regering worden gegund voor werken en diensten die rechtstreeks verband houden met militair materiaal of gevoelig materiaal, of werken en diensten voor specifiek militaire doeleinden, of gevoelige werken en gevoelige diensten;4° concessies gegund in een derde land, wanneer strijdkrachten worden ingezet buiten het grondgebied van de Europese Unie, indien de operationele omstandigheden vereisen dat deze concessies worden gesloten met ondernemers die in het operatiegebied zijn gevestigd;en 5° concessies die anderszins krachtens deze wet zijn vrijgesteld. Bescherming van essentiële nationale veiligheidsbelangen Art. 17.Deze wet is niet van toepassing op concessies die niet anderszins op grond van artikel 16 zijn vrijgesteld, voor zover de bescherming van de essentiële nationale veiligheidsbelangen niet kan worden gewaarborgd met minder ingrijpende maatregelen, bijvoorbeeld door eisen te stellen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie die de aanbesteder in het kader van een in deze wet bedoelde plaatsingsprocedure van een concessie, beschikbaar stelt. HOOFDSTUK 3. - Gemengde concessies en overeenkomsten of die betrekking hebben op verschillende activiteiten Gemengde concessies Art. 18.De concessies die zowel betrekking hebben op werken als op diensten worden gegund overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het soort concessie dat het hoofdvoorwerp van de betrokken overeenkomst vormt. Bij gemengde concessies die gedeeltelijk bestaan uit in artikel 34 en bijlage V bedoelde diensten en gedeeltelijk uit andere diensten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald door de diensten waarvan de geraamde waarde het hoogst is. Beginselen Art. 19.§ 1. Indien de verschillende onderdelen van een bepaalde overeenkomst objectief niet van elkaar te scheiden zijn, wordt de toepasselijke wettelijke regeling voor hun plaatsing bepaald door het hoofdvoorwerp van de overeenkomst. Indien deze overeenkomsten zowel elementen van een concessie voor diensten als van overeenkomsten voor leveringen bevatten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald door de diensten, respectievelijk de leveringen waarvan de geraamde waarde het hoogst is. In de gevallen waarin deze overeenkomsten zowel elementen van een concessie als van overheidsopdrachten of andere elementen bevatten die onder artikel 346 van het Verdrag of van de wet defensie en veiligheid vallen, is artikel 20, § 2, van toepassing. § 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde overeenkomst objectief van elkaar te scheiden zijn, zijn de paragrafen 3 of 4 van toepassing. § 3. Wanneer een overeenkomst elementen van concessies die onder deze wet vallen, en andere elementen bevat, kunnen de aanbesteders besluiten voor de verschillende onderdelen afzonderlijke overeenkomsten of één enkele overeenkomst te gunnen. Wanneer de aanbesteders besluiten voor de verschillende onderdelen afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, wordt het besluit betreffende de wettelijke regeling voor de plaatsing van elke afzonderlijke overeenkomst, genomen op grond van de kenmerken van het betrokken onderdeel. Wanneer de aanbesteders besluiten om één enkele overeenkomst te gunnen, dan zijn, behalve in de gevallen bedoeld in paragraaf 4 en in artikel 20, § 3, derde lid, de in deze wet bepaalde plaatsingsregels van toepassing op de daaruit voortvloeiende gemengde overeenkomst, ongeacht de waarde van de onderdelen die anders onder een andere wettelijke regeling zouden vallen en ongeacht de wettelijke regeling waaronder deze onderdelen normaal gevallen zouden zijn. § 4. Wanneer een gemengde overeenkomst zowel elementen van concessies als elementen van onder titel 2 van de wet overheidsopdrachten vallende overheidsopdrachten of van onder titel 3 van de wet overheidsopdrachten vallende opdrachten bevat, wordt deze overeenkomst respectievelijk geplaatst overeenkomstig de bepalingen van titel 2 of titel 3 van de wet overheidsopdrachten. Gemengde overeenkomsten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn Art. 20.§ 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde overeenkomsten die betrekking hebben op een onder deze wet vallende concessie, alsook overheidsopdrachten of andere elementen die onder artikel 346 van het Verdrag vallen of die onderworpen zijn aan de titels 2 of 3 of aan de titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid. § 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een dergelijke overeenkomst objectief niet van elkaar te scheiden zijn, kan de overeenkomst worden gegund zonder deze wet toe te passen indien deze elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag van toepassing is of die betrekking hebben op de essentiële veiligheidsbelangen van het Rijk. In het tegenovergestelde geval kan de aanbesteder besluiten de overeenkomst te gunnen overeenkomstig deze wet of de wet defensie en veiligheid. § 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een dergelijke overeenkomst objectief van elkaar te scheiden zijn, kunnen de aanbesteders besluiten voor de verschillende onderdelen afzonderlijke overeenkomsten te gunnen of één enkele overeenkomst te gunnen. Wanneer de aanbesteders besluiten voor verschillende onderdelen afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, wordt het besluit betreffende de wettelijke regeling die op de plaatsing van elke afzonderlijke overeenkomst van toepassing is, genomen op grond van de kenmerken van het betrokken onderdeel. Wanneer de aanbesteders besluiten één enkele overeenkomst te gunnen, gelden de volgende criteria voor het bepalen van de wettelijke regeling die van toepassing is op de plaatsing van de daaruit voortvloeiende gemengde overeenkomst : 1° wanneer een bepaald onderdeel van een overeenkomst valt onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, kan de overeenkomst worden gegund zonder deze wet toe te passen maar overeenkomstig titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, mits de gunning als één enkele overeenkomst objectief gerechtvaardigd is;2° wanneer een bepaald onderdeel van een overeenkomst valt onder de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid, kan de overeenkomst overeenkomstig deze wet of de wet defensie en veiligheid worden gegund, mits de gunning als één enkele overeenkomst objectief gerechtvaardigd is. Het besluit om één enkele overeenkomst te gunnen mag evenwel niet bedoeld zijn om overeenkomsten uit te sluiten van de toepassing van deze wet of van de wet defensie en veiligheid. Overeenkomsten die betrekking hebben op verschillende activiteiten bedoeld in bijlage II of in titel 3 van de wet overheidsopdrachten Art. 21.Wanneer een overeenkomst betrekking heeft op verschillende activiteiten, waarvan er een onder ofwel bijlage II van deze wet, ofwel titel 3 van de wet overheidsopdrachten valt, worden de toepasselijke bepalingen respectievelijk vastgesteld op grond van artikel 22 van deze wet en artikel 105 van de wet overheidsopdrachten. Wanneer een overeenkomst betrekking heeft op verschillende activiteiten, waarvan er een onder bijlage II van deze wet of onder titel 3 van de wet overheidsopdrachten valt en een andere onder artikel 346 van het Verdrag of die onderworpen zijn aan de titels 2 of 3 of aan de titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, worden de toepasselijke bepalingen respectievelijk vastgesteld op grond van artikel 23 van deze wet en artikel 107 van de wet overheidsopdrachten. Overeenkomsten voor activiteiten als bedoeld in bijlage II en andere activiteiten Art. 22.§ 1. Dit artikel is van toepassing op overeenkomsten die betrekking hebben op verschillende activiteiten waarvan er een onder bijlage II valt. Indien een van de betrokken activiteiten evenwel onder artikel 346 van het Verdrag valt of onderworpen zijn aan de titels 2 of 3 of aan de titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid valt, is artikel 23 van toepassing. § 2. De aanbestedende entiteiten kunnen besluiten per afzonderlijke activiteit afzonderlijke overeenkomsten te gunnen of één enkele overeenkomst te gunnen. § 3. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, wordt het besluit betreffende de regels die voor de plaatsing van elke afzonderlijke overeenkomst gelden, genomen op grond van de kenmerken van de afzonderlijke activiteit waarop deze overeenkomsten betrekking hebben. § 4. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten één enkele overeenkomst te gunnen die betrekking heeft op verschillende activiteiten, valt die onder de regels die van toepassing zijn op de activiteit waarop de overeenkomst hoofdzakelijk betrekking heeft. Wanneer het objectief onmogelijk is te bepalen op welke activiteit deze enige overeenkomst hoofdzakelijk betrekking heeft, worden de toepasselijke regels voor zijn plaatsing als volgt bepaald : 1° de concessie wordt gegund overeenkomstig de bepalingen van deze wet die toepasselijk zijn op door aanbestedende overheden gegunde concessies, indien een van de activiteiten waarop de overeenkomst betrekking heeft, valt onder de bepalingen van deze wet die van toepassing zijn op door aanbestedende overheden gegunde concessies, en de andere valt onder de bepalingen van deze wet die van toepassing zijn op door aanbestedende entiteiten gegunde concessies;2° de overeenkomst wordt overeenkomstig titel 2 van de wet overheidsopdrachten gegund, indien een van de activiteiten waarop ze betrekking heeft, onder deze wet valt en de andere activiteit onder titel 2 van de wet overheidsopdrachten valt;3° de overeenkomst wordt overeenkomstig deze wet gegund, indien een van de activiteiten waarop ze betrekking heeft, onder deze wet valt en de andere activiteit noch onder deze wet, noch onder titel 2 of titel 3 van de wet overheidsopdrachten valt. § 5. Het besluit om één overeenkomst of verschillende afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, mag niet ingegeven zijn door het oogmerk om de overeenkomst of de overeenkomsten uit te sluiten van de toepassing van deze wet of, in voorkomend geval, van titel 2 of 3 van de wet overheidsopdrachten. Overeenkomsten die de in bijlage II bedoelde werkzaamheden omvattenalsook activiteiten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn Art. 23.§ 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde overeenkomsten die betrekking hebben op verschillende activiteiten waarvan er één onder bijlage II valt en een andere onder artikel 346 van het Verdrag of onder titel 2 of 3 of titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid. § 2. De aanbestedende entiteiten kunnen besluiten per afzonderlijke activiteit afzonderlijke overeenkomsten te gunnen of één enkele overeenkomst te gunnen. § 3. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten voor de verschillende activiteiten afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, wordt het besluit betreffende de wettelijke regeling die op de plaatsing van elk van deze afzonderlijke overeenkomsten van toepassing is, genomen op grond van de kenmerken van elke betrokken activiteit. § 4. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten één enkele overeenkomst te gunnen, wordt de toepasselijke regeling voor haar plaatsing bepaald door de volgende voorschriften : 1° in het geval van overeenkomsten die betrekking hebben op een onder deze wet vallende activiteit en een andere activiteit die onder artikel 346 van het Verdrag valt, kunnen de aanbestedende entiteiten besluiten de overeenkomst te gunnen zonder toepassing van deze wet;2° in het geval van overeenkomsten die betrekking hebben op een onder deze wet vallende activiteit en een andere activiteit die onder de titel 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid valt, gunnen de aanbestedende entiteiten de overeenkomst overeenkomstig deze wet of overeenkomstig de wet defensie en veiligheid, onverminderd de in de wet defensie en veiligheid vermelde drempels en uitzonderingen. Overeenkomsten als bedoeld in 2°, die daarnaast opdrachten of andere elementen bevatten die onder artikel 346 van het Verdrag of onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid vallen, kunnen worden gegund zonder deze wet toe te passen. Voor de toepassing van deze paragraaf geldt evenwel als voorwaarde dat de gunning van één enkele overeenkomst objectief gerechtvaardigd is en dat het besluit om één enkele overeenkomst te gunnen niet is ingegeven door het oogmerk om overeenkomsten uit te sluiten van de toepassing van deze wet. § 5. Het besluit om één overeenkomst of verschillende afzonderlijke overeenkomsten te gunnen, mag niet ingegeven zijn door het oogmerk om de overeenkomst of de overeenkomsten uit te sluiten van de toepassing van deze wet of van de wet defensie en veiligheid. TITEL 3. - Algemene bepalingen Beginselen van gelijke behandeling, niet-discriminatie en transparantie Art. 24.De aanbesteders zorgen voor de plaatsing en uitvoering van concessies overeenkomstig de beginselen van niet-discriminatie en gelijke behandeling van de ondernemers en handelen op transparante en evenredige wijze. Voor zover de bijlagen 1, 2, 4 en 5 en de algemene opmerkingen bij aanhangsel I van de Europese Unie bij de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van 15 april 1994 van toepassing zijn, geven aanbesteders aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de ondertekenende partijen geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan werken, leveringen, diensten en ondernemers van de Europese Unie geven. Verbod op mededingingsvertekenende handelingen Art. 25.§ 1. Een aanbesteder mag geen concessie opstellen met het doel om deze uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze wet of om de mededinging op kunstmatige wijze te beperken. De mededinging wordt geacht kunstmatig te zijn beperkt indien een concessie is ontworpen met het doel bepaalde ondernemers of werken, leveringen of diensten ten onrechte te bevoordelen of benadelen. § 2. Ondernemers stellen geen handelingen, sluiten geen overeenkomsten of maken geen afspraken die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen. Offertes of aanvragen tot deelneming die met een dergelijke handeling, overeenkomst of afspraak zijn ingediend, mogen worden geweerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 52. Indien een dergelijke handeling, overeenkomst of afspraak evenwel tot het sluiten van een concessie heeft geleid, treft de aanbesteder de maatregelen voor contractuele inbreuken, tenzij hij, bij een met redenen omklede beslissing, anders beschikt. Belangenconflicten Art. 26.§ 1. De aanbesteder treft de nodige maatregelen om tijdens de plaatsing en de uitvoering van de concessie belangenconflicten doeltreffend te voorkomen, te onderkennen en op te lossen, teneinde vertekening van de mededinging te vermijden, de gelijke behandeling van alle ondernemers te waarborgen en de transparantie van de plaatsingsprocedure te waarborgen. Het begrip belangenconflict beoogt iedere situatie waarin een bij de plaatsing of de uitvoering betrokken ambtenaar, openbare gezagsdrager of andere persoon die op welke wijze ook aan de aanbesteder verbonden is, alsook elke persoon die bij de plaatsing of op het resultaat ervan invloed kan hebben, rechtstreeks of onrechtstreeks financiële, economische of andere persoonlijke belangen heeft die geacht kunnen worden zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid bij de plaatsing of de uitvoering van de concessie in het gedrang te brengen. De Koning kan ook andere situaties benoemen als belangenconflicten. § 2. Het is elke ambtenaar, openbare gezagsdrager of iedere andere persoon die op welke wijze ook aan de aanbesteder verbonden is, verboden, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks tussen te komen bij de plaatsing of de uitvoering van een concessie zodra hij daardoor, persoonlijk of via een tussenpersoon, zou kunnen terechtkomen in een belangenconflict met een kandidaat of inschrijver. In uitzonderlijke omstandigheden is dit verbod evenwel niet van toepassing, indien het de aanbesteder zou beletten te voorzien in zijn behoeften. § 3. Een belangenconflict wordt alleszins vermoed te bestaan : 1° zodra de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, bloed- of aanverwant is in de rechte lijn tot de derde graad en in de zijlijn tot de vierde graad van een van de kandidaten of inschrijvers of van iedere andere natuurlijke persoon die voor rekening van een van hen een vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent, dan wel wettelijk samenwoont met een van deze personen;2° indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zelf of via een tussenpersoon eigenaar, mede-eigenaar of werkend vennoot is van een van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen dan wel in rechte of in feite, zelf of in voorkomend geval via een tussenpersoon, een vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid uitoefent. De ambtenaar, de openbare gezagsdrager of de natuurlijke persoon die zich in een belangenconflict bevindt, is verplicht zichzelf te wraken. Hij stelt de aanbesteder er schriftelijk en onverwijld van in kennis. § 4. Indien de ambtenaar, de openbare gezagsdrager, de natuurlijke persoon of rechtspersoon bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, zelf of via een tussenpersoon, een of meer aandelen of deelbewijzen ter waarde van ten minste vijf procent van het maatschappelijk kapitaal van een van de kandiderende of inschrijvende ondernemingen bezit, is hij verplicht de aanbesteder daarvan in kennis te stellen. Sociaal, milieu- en arbeidsrecht Art. 27.Ondernemers zijn ertoe gehouden alle toepasselijke verplichtingen op het gebied van het milieu- sociaal en arbeidsrecht uit hoofde van het recht van de Europese Unie, het nationaal recht, de collectieve arbeidsovereenkomsten of de in bijlage IV vermelde bepalingen van internationaal milieu-, sociaal en arbeidsrecht, na te leven en te doen naleven door elke persoon die handelt als onderaannemer in welke fase ook, en door elke persoon die personeel tewerkstelt voor de uitvoering van de concessie. Onverminderd de toepassing van de sancties bedoeld in andere wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen, treft de aanbesteder de in de artikelen 46 en 50 tot 52 genoemde maatregelen, wanneer hij vaststelt dat door de kandidaten, inschrijvers of concessiehouders inbreuken op de in het eerste lid bedoelde verplichtingen worden begaan, of, indien de concessie reeds is gesloten, past hij de sancties voor contractuele inbreuken toe. Prijs Art. 28.§ 1. Wanneer de concessie een prijs voorziet, is deze forfaitair, behoudens een in de concessiedocumenten behoorlijk gemotiveerde uitzondering. § 2. De forfaitaire grondslag is geen belemmering voor de herziening van de prijs in het licht van bepaalde economische of sociale factoren, op voorwaarde dat de concessieovereenkomst een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige prijsherzieningsclausule bevat. De prijsherzieningsclausule moet tegemoetkomen aan de prijsevolutie van de hoofdcomponenten van de kosten en investeringen. De Koning bepaalt de nadere regels van deze prijsherziening. Indien de concessiehouder een beroep doet op onderaannemers, dan moet, in voorkomend geval, de herziening ook op hun prijzen worden toegepast volgens de door de Koning te bepalen nadere regels en in de mate die overeenstemt met de aard van de door hen uitgevoerde prestaties. Artikel 57 van de wet van 30 maart 1976 betreffende de economische herstelmaatregelen is niet van toepassing op de concessieovereenkomsten en evenmin op de door de concessiehouder met de onderaannemers gesloten overeenkomsten en de tussen onderaannemers gesloten overeenkomsten. § 3. De forfaitaire grondslag van de door de aanbesteder betaalde prijs vormt evenmin een belemmering voor een herziening van de concessie in het geval een ontwrichting van het contractueel evenwicht van deze laatste en dit onverminderd de toepassing van artikel 57. De Koning bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de toepassing van het herzieningsmechanisme. Betalingen Art. 29.De aanbesteder mag alleen betalingen doen voor verstrekte en aanvaarde prestaties. Als zodanig worden beschouwd, volgens wat in de concessiedocumenten is bepaald, de voorraden die aangelegd zijn voor de uitvoering van de concessie en die door de aanbesteder zijn goedgekeurd. De Koning bepaalt de gevallen en materiële en procedurele voorwaarden waarin, in afwijking van het eerste lid, voorschotten kunnen worden toegestaan door de aanbesteder. Ondernemers Art. 30.§ 1. Ondernemers die krachtens de wetgeving van de lidstaat waar zij gevestigd zijn, gerechtigd zijn de betrokken dienst te leveren, mogen niet worden afgewezen louter op grond van het feit dat zij krachtens in België van toepassing zijnde wet- of regelgeving, een natuurlijke persoon dan wel een rechtspersoon moeten zijn. De aanbesteders mogen in de concessiedocumenten evenwel bepalen dat rechtspersonen verplicht zijn in de offerte of in de aanvraag tot deelneming de namen en beroepskwalificaties te vermelden van de personen die met de uitvoering van de concessie worden belast. § 2. Combinaties van ondernemers, waaronder tijdelijke samenwerkingsverbanden, mogen deelnemen aan plaatsingsprocedures van concessies. Zij mogen evenwel niet worden verplicht een bepaalde rechtsvorm aan te nemen voor het indienen van een aanvraag tot deelneming of een offerte. De aanbesteders kunnen in de concessiedocumenten verduidelijken op welke wijze combinaties van ondernemers aan de voorwaarden op het gebied van economische en financiële draagkracht en technische en beroepsbekwaamheid als bedoeld in artikel 48 moeten voldoen, mits dit objectief gerechtvaardigd en proportioneel is. De Koning kan nadere regels bepalen op het vlak van de toepassing door de aanbesteders van de in artikel 48 bedoelde selectievoorwaarden ten aanzien van combinaties van ondernemers. Alle aan combinaties van ondernemers opgelegde voorwaarden voor de uitvoering van een concessie die afwijken van de voorwaarden die aan individuele deelnemers zijn opgelegd, moeten eveneens objectief gerechtvaardigd en proportioneel zijn. § 3. Niettegenstaande de paragrafen 1 en 2 mogen aanbesteders van combinaties van ondernemers eisen dat zij een bepaalde rechtsvorm aannemen nadat de concessie aan hen is gegund, voor zover dit nodig is voor de goede uitvoering van de concessie. Vertrouwelijkheid Art. 31.§ 1. Zolang de aanbesteder geen beslissing heeft genomen over, naargelang he …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.