📄 Wettekst
5 MEI 2008. - Koninklijk besluit betreffende de bestrijding van aviaire influenza
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 108 van de Grondwet;
Gelet op de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, inzonderheid op de artikelen 3, 7, 8, 9 en 29;
Gelet op de
wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/1998
pub.
30/04/1998
numac
1998016042
bron
ministerie van middenstand en landbouw
Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten
sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, inzonderheid op artikel 4, 1°, gewijzigd door de wet van 22 december 2003;
Gelet op de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, inzonderheid op artikel 4, §§ 1 tot 3, en § 5, tweede lid, 13°;
Gelet op het koninklijk besluit van 25 april 1988 tot aanwijzing van de dierenziekten die vallen onder de toepassing van hoofdstuk III van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 september 1990, 22 maart 1991, 2 september 1992, 7 december 1999, 21 oktober 2004 en 22 mei 2005;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 1994 houdende maatregelen van diergeneeskundige politie betreffende de aviaire influenza en de ziekte van Newcastle, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 13 juli 2001 en 15 december 2003;
Gelet op het
koninklijk besluit van 22 februari 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/02/2001
pub.
28/02/2001
numac
2001022136
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Koninklijk besluit houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen
sluiten houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen, inzonderheid op artikel 4, paragraaf 1, en artikel 9, paragraaf 1;
Gelet op het
koninklijk besluit van 17 april 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten0 tot vaststelling van bepaalde ministeriële bevoegdheden, inzonderheid op artikel 9;
Overwegende de Richtlijn 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40/EEG;
Gelet op het advies van de Raad van het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, voor de artikelen 61, 62 en 63, gegeven op 14 juni 2007;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 9 juli 2007;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 22 november 2007;
Gelet op het overleg tussen de Gewestregeringen en de Federale Overheid op 27 juli 2007;
Gelet op het advies 43.767/3 van de Raad Van State, gegeven op 20 november 2007 met toepassing van artikel 84, paragraaf 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Overwegende dat aviaire influenza een zeer besmettelijke virale aandoening is bij pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels.
Aviaire influenza kan van belang zijn voor andere diersoorten evenals voor de volksgezondheid.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Landbouw, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Onderwerp, werkingssfeer en definities Artikel 1.Onderwerp en werkingssfeer § 1. Dit besluit stelt : 1° bepaalde preventieve maatregelen inzake het toezicht op en de vroegtijdige detectie van aviaire influenza die erop gericht zijn de bevoegde autoriteiten en de landbouwsector meer bewust te maken van en beter voor te bereiden op de risico's van die ziekte;2° de bestrijdingsmaatregelen die bij een uitbraak van aviaire influenza onder pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels en bij de vroegtijdige signalering van een eventuele overdracht van aviaire influenzavirussen op zoogdieren genomen moeten worden;3° bepaalde preventie- en bestrijdingsmaatregelen die genomen worden bij pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels na vaststelling van gevallen bij wilde vogels veroorzaakt door bepaalde subtypes van het aviaire influenza virus;4° andere maatregelen om de overdracht van aviaire influenzavirussen op andere diersoorten te voorkomen. § 2. Het besluit voorziet tevens in preventieve maatregelen en in de vergoedingsregeling van dieren die op bevel worden geslacht of afgemaakt evenals van sommige van hun producten die op bevel worden vernietigd. Art. 2.Definities Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1. Aviaire influenza : een besmetting met influenza als omschreven in bijlage I, punt 1;2. Hoogpathogene aviaire influenza (HPAI) : een besmetting met influenza als omschreven in bijlage I, punt 2;3. Laagpathogene aviaire influenza (LPAI) : een besmetting met influenza als omschreven in bijlage I, punt 3;4. Pluimvee : alle in gevangenschap gefokte of gehouden vogels, voor de productie van vlees of consumptie-eieren, voor de productie van andere producten, voor het uitzetten in het wild of voor het kweken van deze soorten en categorieën vogels;5. Wilde vogel : in het wild levende vogel die niet wordt gehouden op een bedrijf als omschreven in punt 8;6. Andere in gevangenschap levende vogel : andere vogels dan pluimvee die om andere dan de in punt 4 vermelde redenen in gevangenschap worden gehouden, waaronder vogels die voor voorstellingen, wedstrijdvluchten, tentoonstellingen, wedstrijden, het kweken of het verkopen worden gehouden;7. Officieel geregistreerde zeldzame pluimveerassen of andere in gevangenschap levende vogels : pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels die de bevoegde autoriteiten van de Gewesten in het kader van het bij artikel 60 vastgelegde rampenplan officieel als zeldzaam ras hebben erkend;8. Bedrijf : agrarische of andere inrichtingen, inbegrepen broeierijen, circussen, dierentuinen, vogelwinkels, vogelmarkten en volières, waarin pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels worden gekweekt of gehouden, erin begrepen de erbij horende terreinen. Deze definitie heeft evenwel geen betrekking op slachthuizen, vervoermiddelen, quarantainevoorzieningen en -stations, grensinspectieposten en laboratoria die van de bevoegde autoriteit de toestemming hebben gekregen om aviaire influenzavirussen te bewaren; 9. Geografische entiteit van een bedrijf : iedere constructie of gebouwencomplex met inbegrip van de aangrenzende terreinen waar pluimvee of andere vogels in gevangenschap worden gehouden of kunnen gehouden worden;10. Commercieel pluimveebedrijf : bedrijf waar voor commerciële doeleinden pluimvee wordt gehouden;11. Niet-commercieel bedrijf : een bedrijf waar pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels door hun eigenaars worden gehouden : a) voor eigen consumptie of gebruik;of b) als gezelschapsdieren;12. Compartiment voor pluimvee of compartiment voor andere in gevangenschap levende vogels : een bedrijf of bedrijven waarvoor een gemeenschappelijk systeem voor bioveiligheidsmanagement geldt, en waar een subpopulatie pluimvee of een subpopulatie van andere in gevangenschap levende vogels met een ten aanzien van aviaire influenza duidelijk onderscheiden gezondheidsstatus gehouden wordt, die aan adequate maatregelen inzake toezicht, controle en bioveiligheid zijn onderworpen;13. Beslag : alle pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels gehouden in een geografische entiteit en die een duidelijk omschreven eenheid vormen op basis van epidemiologische banden vastgesteld door de officiële dierenarts.De lokalisatie van het beslag wordt bepaald op basis van het adres en de coördinaten van de geografische entiteit; 14. Productie-eenheid : een eenheid van een bedrijf waarvan de officiële dierenarts de zekerheid heeft dat zij, wat de ligging en de dagelijkse verzorging van het pluimvee of de andere in gevangenschap levende vogels die daar gehouden worden betreft, volledig gescheiden is van andere eenheden in hetzelfde bedrijf;15. Eendagskuikens : alle pluimvee dat nog geen 72 uur oud is en nog niet gevoerd is, muskuseenden [Cairina moschata] of kruisingen daarvan mogen evenwel gevoerd zijn;16. Diagnosehandboek : het diagnosehandboek goedgekeurd bij beschikking 2006/437/EG van de Commissie van 4 augustus 2006 ter goedkeuring van een diagnosehandboek voor aviaire influenza overeenkomstig Richtlijn 2005/94/EG van de Raad;17. Pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels die van besmetting verdacht worden : pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels die zodanige klinische symptomen, postmortemlaesies of reacties op laboratoriumtests vertonen dat de aanwezigheid van aviaire influenza niet kan worden uitgesloten;18. Eigenaar : een natuurlijke of rechtspersoon die pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels in eigendom heeft of belast is met het houden ervan, al dan niet voor commerciële doeleinden;19. Verantwoordelijke : ieder natuurlijk persoon die permanent of tijdelijk één of meer dieren onder zijn onmiddellijk beheer en toezicht heeft, hetzij als eigenaar, hetzij als hoeder, toezichter, aangestelde, beheerder, zaakvoerder of tijdelijke of permanente werkkracht van het bedrijf;20. Geneesmiddelenagentschap : het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen opgericht bij de
wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2006
pub.
08/09/2006
numac
2006022888
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Wet betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten
sluiten betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten;21. Voedselagentschap : Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, opgericht door de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;22. Officiële dierenarts : dierenarts van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;23. Bedrijfsdierenarts : de erkende dierenarts, aangewezen door de verantwoordelijke in toepassing van artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit van 12 juni 1970 betreffende de bestrijding van de besmettelijke ziekten van pluimvee en andere neerhofdieren alsook het in de handel brengen van broedeieren, eendagskuikens en fokpluimvee, of in toepassing van artikel 3, 1°, van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende bepaalde voorschriften voor de gezondheidskwalificatie van pluimvee;in alle andere gevallen wijst de verantwoordelijke een erkende dierenarts van zijn keuze aan; 24. Officiële bewaking : het door het Voedselagentschap monitoren van de gezondheidsstatus van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels of zoogdieren op een bedrijf met betrekking tot aviaire influenza;25. Officieel toezicht : het geheel van maatregelen van het Voedselagentschap om te controleren of de voorschriften van dit besluit en de onderrichtingen van het Voedselagentschap om daaraan te voldoen, in acht worden genomen of reeds zijn genomen;26. Minister : naargelang het geval de minister tot wiens bevoegdheid de veiligheid van de voedselketen behoort of de minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort;27. FOD : Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;28. Erkend laboratorium : laboratorium erkend door het Voedselagentschap voor de diagnostiek van aviaire influenza;29. CODA : Centrum voor Onderzoek in Diergeneeskunde en Agrochemie van de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;30. Vereniging : een vereniging of verbond van verenigingen tot bestrijding van dierenziekten, erkend in toepassing van hoofdstuk II van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987; 31. ARSIA : "Association Régionale de Santé et d'Identification Animales - a.s.b.l. » is één van de verenigingen zoals bepaald in punt 30 van dit artikel; 32. DGZ : "Dierengezondheidszorg Vlaanderen - v.z.w. » is één van de verenigingen zoals bepaald in punt 30 van dit artikel; 33. Communautair referentielaboratorium : het diagnoselaboratorium aangewezen door de Commissie als referentielaboratorium voor de diagnose van aviaire influenza op het grondgebied van de Europese Unie;34. Fonds : het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten;35. Commissie : de Commissie van de Europese Unie;36. Lidstaat : staat die lid is van de Europese Unie;37. Bioveiligheid : een geheel aan structurele, operationele of administratieve maatregelen die het mogelijk maken het risico op insleep van aviaire influenza in de bedrijven van pluimvee of andere in gevangenschap gehouden vogels te verkleinen;38. Doden : iedere andere handeling dan slachten die de dood van zoogdieren, pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels tot gevolg heeft;39. Afmakingsbevel : officieel bevel om over te gaan tot het doden van zoogdieren, pluimvee of andere in gevangschap levende vogels, om ze te bestemmen voor verwijdering;40. Slachten : iedere handeling die de dood van zoogdieren of pluimvee door uitbloeden tot gevolg heeft met het oog op menselijke consumptie;41. Afslachtingsbevel : officieel bevel om over te gaan tot het afslachten van zoogdieren, pluimvee of andere in gevangschap levende vogels;40. Verwijderen : het verzamelen, vervoeren, opslaan, hanteren, verwerken en gebruiken of vernietigen van dierlijke bijproducten overeenkomstig verordening (EG) nr.1774/2002 of door de Commissie vastgestelde uitvoeringsbepalingen; 43. Nationale vaccinbank : door het Voedselagentschap aangewezen inrichting voor de opslag van de nationale voorraden vaccins tegen aviaire influenza;44. Contactbedrijf : een bedrijf waar als gevolg van de ligging, de verplaatsing van personen, pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, voertuigen, of anderszins, aviaire influenza kan zijn in- of uitgesleept;45. Vermoedelijke uitbraak : een bedrijf waar het Voedselagentschap de aanwezigheid van aviaire influenza vermoedt;46. Uitbraak : een bedrijf waar de aanwezigheid van aviaire influenza officieel is bevestigd;47. Primaire uitbraak : een haard die epidemiologisch los staat van een vroeger geconstateerde haard in hetzelfde gebied of het voor de eerste maal uitbreken van de ziekte in een ander gebied van het nationale grondgebied;48. Verborgen haard : bedrijf waar zich één of meer met aviaire influenza besmette dieren bevinden waarvan de verantwoordelijke de toestand verbergt door de ziekte niet zo snel mogelijk aan te geven of door de dieren niet zo snel mogelijk te laten onderzoeken wanneer zij symptomen van aviaire influenza vertonen;49. Geval : bevestiging van hoog pathogene aviaire influenza bij wilde vogels;50. Gebied : een deel van het nationale grondgebied dat onder controle staat van één Provinciale Controle-eenheid van het Voedselagentschap;51. Risicogebied : gebied bestaande uit één of meerdere beschermingsgebieden, toezichtsgebieden, bufferzones of herbevolkingsgebieden, alsook elk ander als dusdanig door het FAVV of de Europese Commissie benoemde gebied;52. Bufferzone : gebied waar als gevolg van een verdenking of een haard bijzondere preventieve maatregelen en toezichtsmaatregelen van toepassing zijn.Voor het afbakenen van deze zone wordt rekening gehouden met de volgende criteria : a) het epidemiologisch onderzoek;b) de geografische situatie, in het bijzonder natuurlijke grenzen;c) de ligging van de haard of de verdenking, de nabijheid van pluimveebedrijven, alsook het geraamde aantal stuks pluimvee;d) het verplaatsen van en de handel in pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels;e) de uitrusting en het personeel die ter beschikking staan om binnen de beschermings- en toezichtsgebieden het verplaatsen van pluimvee of andere in gevangenschap gehouden vogels, van hun kadavers, mest en gebruikt en ongebruikt strooisel te controleren, vooral wanneer deze dieren, om te worden gedood en verwijderd, van het bedrijf van herkomst moeten worden afgevoerd;53. « DIVA »-strategie (differentiating infected from vaccinated animal) : een vaccinatiestrategie die het mogelijk maakt om gevaccineerde, besmette en gevaccineerde, niet-besmette dieren van elkaar te onderscheiden door toepassing van een diagnostische test om antilichamen tegen het veldvirus aan te tonen en door het gebruik van niet-gevaccineerde vogels als verklikkerdieren;54. Zoogdier : een tot de klasse mammalia behorend dier, met uitzondering van de mens;55. Pluimveevlees : vlees van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, met inbegrip van slachtafval;56. Voeder : pluimveevoeder;57. Mest : mest van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels;58. Kadaver : voor menselijke consumptie ongeschikt pluimvee en andere vogels die zijn gestorven of gedood, of delen daarvan. HOOFDSTUK II. - Voorzorgsmaatregelen op het gebied van de bioveiligheid, bewaking, kennisgeving en epidemiologisch onderzoek Art. 3.Voorzorgsmaatregelen op het gebied van de bioveiligheid De Minister kan specifieke voorzorgsmaatregelen op het gebied van de bioveiligheid vaststellen. Art. 4.Bewakingsprogramma's Het Voedselagentschap voert, overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie, bewakingsprogramma's uit om : 1° de prevalentie van besmetting met het virus van aviaire influenza, subtypes H5 en H7, bij diverse soorten pluimvee te kunnen opsporen;2° door een regelmatig geactualiseerde risicobeoordeling een beter inzicht te verkrijgen in de bedreiging door van vogels afkomstige influenzavirussen, die door in het wild levende vogels worden overgedragen. Art. 5.Aangifte § 1. De eigenaar of de verantwoordelijke van pluimvee of andere in gevangenschap gehouden vogels en al wie deze dieren verzorgt is ertoe verplicht de aanwezigheid of de vermoedelijke aanwezigheid van aviaire influenza, volgens de modaliteiten vastgesteld door de Minister, bij het Voedselagentschap of aan de officiële dierenarts te melden en alle met aviaire influenza besmette of vermoedelijk besmette dieren weg te houden van plaatsen waar andere ziektegevoelige dieren het risico lopen te worden besmet of te worden verontreinigd met het virus van de aviaire influenza.
De verantwoordelijke doet het verdacht besmette pluimvee of andere in gevangenschap gehouden vogels onverwijld onderzoeken door de bedrijfsdierenarts.
De bedrijfsdierenarts onderzoekt binnen de 12 uur alle pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels van het bedrijf. Hij maakt één of meerdere levende dieren, kadavers, organen of ander diagnostisch materiaal over aan DGZ of ARSIA. De bedrijfsdierenarts brengt op de snelste wijze bij het Voedselagentschap verslag uit over zijn bezoek en zijn vaststellingen. § 2. Onverminderd de bepalingen op de meldingsplicht, bedoeld in artikel 8 van het
koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
14/11/2003
pub.
12/12/2003
numac
2003023054
bron
federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen
Koninklijk besluit betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen
sluiten betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen, zijn de dierenartsen, de officiële dierenartsen, de privé laboratoria, de verantwoordelijken van de laboratoria van DGZ, ARSIA, het CODA en al wie beroepshalve te maken krijgt met ziektegevoelige dieren of van dergelijke dieren verkregen producten, verplicht de aanwezigheid of vermoedelijke aanwezigheid van aviaire influenza waarvan zij kennis hebben gekregen, onverwijld en via de snelste weg te melden bij het Voedselagentschap. § 3. De uitbraken van aviaire influenza, de gevallen van aviaire influenza bij wilde vogels en de bevestigde resultaten betreffende de aanwezigheid van aviaire influenza in slachthuizen, vervoermiddelen, grensinspectieposten en in erkende quarantainevoorzieningen of -stations voor de invoer van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, worden door het Voedselagentschap aan de Commissie en de lidstaten gemeld overeenkomstig de bepalingen van bijlage II. § 4. Het Voedselagentschap deelt aan de Commissie de resultaten mee van de bewaking van zoogdieren op aviaire influenza. Art. 6.Epidemiologisch onderzoek § 1. Het Voedselagentschap start een epidemiologisch onderzoek aan de hand van vragenlijsten, vastgesteld in het kader van het in artikel 60 voorziene rampenplan. § 2. Het epidemiologisch onderzoek omvat tenminste het volgende : 1° de duur van de periode waarin aviaire influenza op het bedrijf of in andere gebouwen kan zijn geweest;2° de mogelijke oorsprong van de aviaire influenza;3° de tracering van eventuele contactbedrijven;4° de verplaatsingen van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, personen, zoogdieren, voertuigen, alle materiaal of andere middelen waardoor het virus van aviaire influenza verspreid kan zijn. § 3. Het Voedselagentschap betrekt het epidemiologisch onderzoek in haar overwegingen wanneer : 1° er besloten wordt tot aanvullende ziektebestrijdingsmaatregelen overeenkomstig dit besluit en 2° er afwijkingen worden toegestaan overeenkomstig dit besluit. § 4. Indien uit het epidemiologisch onderzoek blijkt dat de aviaire influenza mogelijkerwijze ingesleept is uit of zich verspreid heeft naar andere lidstaten, stelt het Voedselagentschap de Commissie en de betrokken lidstaten onmiddellijk op de hoogte van alle bevindingen van het onderzoek. HOOFDSTUK III. - Maatregelen bij vermoedelijke uitbraken van aviaire influenza Art. 7.Maatregelen op bedrijven met vermoedelijke uitbraak § 1. Van zodra het Voedselagentschap van de verdenking in kennis is gesteld, bezoekt de officiële dierenarts zonder uitstel het verdachte bedrijf en plaatst het onder officieel toezicht.
De officiële dierenarts gaat, in nauwe samenwerking met de bedrijfsdierenarts, onmiddellijk over tot het uitvoeren van een onderzoek om het vermoeden van besmetting met aviaire influenza te bevestigen of uit te sluiten.
De officiële dierenarts kan, in overeenstemming met het diagnosehandboek, alle monsters nemen of laten nemen, nodig voor het stellen van de diagnose van aviaire influenza, erin begrepen één of meer stuks levend of dood pluimvee of andere vogels. § 2. Op het verdachte bedrijf zijn volgende maatregelen van toepassing : 1° het pluimvee, andere in gevangenschap levende vogels en alle gedomesticeerde zoogdieren worden geteld of, eventueel, wordt hun aantal per soort pluimvee of per andere in gevangenschap levende vogelsoort geraamd;2° per soort en categorie wordt een lijst opgesteld van het geschatte aantal stuks pluimvee, andere in gevangenschap levende vogels en alle gedomesticeerde zoogdieren op het bedrijf die reeds ziek, gestorven of waarschijnlijk besmet zijn;deze lijst wordt door de verantwoordelijke dagelijks bijgewerkt zodat rekening wordt gehouden met alle gedurende de vermoedelijke uitbraak uitgebroede, geboren en gestorven dieren en wordt desgevraagd overgelegd aan de bevoegde autoriteit; 3° alle pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels worden binnen een gebouw op hun bedrijf gebracht en daar gehouden.Wanneer dit onuitvoerbaar is of indien hun welzijn in het gedrang komt, worden zij op andere plaatsen in het bedrijf ondergebracht zodat ze niet in contact komen met ander pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels op andere bedrijven. Alle redelijke maatregelen worden genomen om ze zo weinig mogelijk in contact te laten komen met wilde vogels.
De officiële dierenarts kan daarenboven bevelen de honden en de katten van het bedrijf te doen opsluiten; 4° er mogen geen pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels het bedrijf in of uit;5° kadavers van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, pluimveevlees, voeder, gereedschap, materiaal, afval, uitwerpselen, mest, drijfmest, gebruikt strooisel of andere objecten waardoor het virus van aviaire influenza kan worden overgedragen, mogen het bedrijf niet uit zonder voorafgaande toestemming van het Voedselagentschap;er worden adequate bioveiligheidsmaatregelen in acht genomen om het risico op verspreiding van aviaire influenza zo klein mogelijk te maken; 6° eieren mogen niet van het bedrijf worden afgevoerd;7° de verplaatsing van personen, gedomesticeerde zoogdieren, voertuigen en materieel van of naar het bedrijf is onderworpen aan de voorwaarden en de toestemming van het Voedselagentschap;8° bij de in- en uitgangen van de gebouwen waar het pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels zijn gehuisvest en van het bedrijf zelf, worden door het Voedselagentschap toegelaten ontsmettingsvoorzieningen gebruikt. § 3. De officiële dierenarts gaat over tot het uitvoeren van een epidemiologisch onderzoek overeenkomstig de bepalingen van artikel 6. § 4. De officiële dierenarts betekent de verdenking en de maatregelen van kracht in het verdachte bedrijf, alsmede de opheffing ervan, aan de verantwoordelijke en informeert de burgmeester van de gemeente waar het bedrijf gelegen is. § 5. Onverminderd paragraaf 1 kan het Voedselagentschap ook in andere gevallen de voorlegging van monsters vragen zonder bepaalde of alle in paragraaf 2 genoemde maatregelen te nemen. Art. 8.Afwijkingen van bepaalde maatregelen op bedrijven met vermoedelijke uitbraak § 1. Het Voedselagentschap kan op basis van een risicobeoordeling en in het licht van de genomen voorzorgsmaatregelen en de bestemming van de te vervoeren vogels en producten afwijkingen van de in artikel 7, paragraaf 2, punten 3°, 4° en 5° bedoelde maatregelen toestaan. § 2. Het Voedselagentschap kan afwijkingen toestaan van de in artikel 7, paragraaf 2, punt 8°, vermelde maatregelen voor andere in gevangenschap levende vogels die in niet-commerciële inrichtingen worden gehouden. § 3. In afwijking van artikel 7, paragraaf 2, punt 6°, kan het Voedselagentschap evenwel toestaan dat eieren : 1° rechtstreeks worden gezonden naar een inrichting voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II, sectie X van bijlage III bij verordening (EG) nr.853/2004 en worden gehanteerd en behandeld in overeenstemming met hoofdstuk XI van bijlage II bij verordening (EG) nr. 852/2004. Een dergelijke toestemming van de officiële dierenarts moet voldoen aan de voorschriften van bijlage III bij dit besluit; of 2° worden verwijderd. Art. 9.Duur van de maatregelen op de bedrijven met vermoedelijke uitbraak De maatregelen overeenkomstig artikel 7 die bij vermoedelijke uitbraken worden genomen, blijven van kracht zolang het Voedselagentschap de aanwezigheid van aviaire influenza niet officieel heeft weerlegd. Art. 10.Aanvullende maatregelen op grond van het epidemiologisch onderzoek Aan de hand van de voorlopige resultaten van een epidemiologisch onderzoek kan het Voedselagentschap de volgende maatregelen nemen, met name indien het bedrijf in een gebied met een hoge pluimveedichtheid gelegen is : 1° de verplaatsingen van pluimvee, andere in gevangenschap levende vogels en eieren en de verplaatsing van in de pluimveesector gebruikte voertuigen kunnen in een welbepaald gebied of in heel het nationale gebied tijdelijk beperkt worden. Deze beperking kan ook van toepassing worden verklaard op de verplaatsing van gedomesticeerde zoogdieren, maar geldt dan niet langer dan 72 uur, tenzij dit gerechtvaardigd wordt; 2° de maatregelen van artikelen 11 en 12 kunnen van toepassing worden op het bedrijf. Indien de omstandigheden dit toelaten, kan de toepassing van deze maatregelen evenwel tot van besmetting verdacht pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels en de productie-eenheden daarvan beperkt blijven.
Bij het afmaken van het pluimvee of de andere in gevangenschap levende vogels worden in overeenstemming met het diagnosehandboek monsters genomen, zodat het risico van een vermoedelijke uitbraak kan worden bevestigd of uitgesloten; 3° rond het bedrijf kan een bufferzone worden ingesteld en de maatregelen overeenkomstig artikel 7, paragraaf 2, worden gedeeltelijk of in zijn geheel, zo nodig, van toepassing op de bedrijven binnen dit gebied. HOOFDSTUK IV. - Maatregelen bij uitbraken van hoogpathogene aviaire influenza (HPAI) Afdeling I. - Maatregelen voor de bedrijven
Art. 11.Bedrijf tot haard verklaren van HPAI § 1. Bij de bevestiging van een uitbraak van HPAI, verklaart de officiële dierenarts het bedrijf onverwijld tot haard en bepaalt er de grenzen van. Hij betekent de haard en de maatregelen die er van toepassing zijn aan de verantwoordelijke en informeert de burgemeester. § 2. In de haard zijn, ter aanvulling van de maatregelen van artikel 7, paragrafen 2 en 3, de maatregelen van artikel 12 van toepassing. Art. 12.Maatregelen in de haard (HPAI) § 1. De officiële dierenarts stelt een volledige inventaris op van alle pluimvee en alle andere in gevangenschap gehouden vogels van het bedrijf en van de desgevallend aanwezige eieren, indien dit nog niet gebeurd is in toepassing van de bepalingen van artikel 7, paragraaf 2, punten 1° en 2°. Hij vermeldt hierbij voor iedere categorie het aantal stuks pluimvee of andere vogels die reeds gestorven zijn, hoeveel dieren klinische symptomen vertonen en hoeveel geen symptomen vertonen. § 2. De officiële dierenarts beveelt onverwijld de afmaking van alle pluimvee en van alle andere op het bedrijf in gevangenschap gehouden vogels Hij betekent het afmakingsbevel, waarvan het model zich bevindt in bijlage IV, A, aan de verantwoordelijke en informeert de burgemeester.
Het pluimvee of de andere vogels waarop het afmakingsbevel betrekking heeft, worden gedood volgens de instructies van het Voedselagentschap en onder officieel toezicht, op zodanige wijze dat alle risico voor de verspreiding het aviaire influenza virus voorkomen wordt.
Op basis van een risicobeoordeling inzake de verdere verspreiding van aviaire influenza kan het Voedselagentschap evenwel afwijkingen toestaan voor bepaalde soorten pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels en deze niet laten doden.
Het Voedselagentschap kan gepaste maatregelen nemen om de mogelijke overbrenging van aviaire influenza op wilde vogels op het bedrijf te beperken. § 3. Alle kadavers en eieren op het bedrijf worden bestemd voor verwijdering. § 4. Pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels die het bedrijf verlaten hebben, evenals pluimvee dat reeds uit eieren is verkregen die van het bedrijf zijn afgevoerd in de periode tussen de vermoedelijke datum waarop de HPAI het bedrijf is ingesleept en het tijdstip waarop de in artikel 7, paragraaf 2, bedoelde maatregelen van toepassing zijn geworden, worden onder officieel toezicht van het Voedselagentschap geplaatst en er worden onderzoeken conform het diagnosehandboek uitgevoerd. § 5. Vlees van geslacht pluimvee en eieren die van het bedrijf zijn afgevoerd tussen de vermoedelijke datum waarop de HPAI het bedrijf is ingesleept en het tijdstip waarop de in artikel 7, paragraaf 2, bedoelde maatregelen van toepassing zijn geworden, worden, voor zover mogelijk, door het Voedselagentschap opgespoord en onder officieel toezicht verwijderd. § 6. Alle stoffen en afval die mogelijk besmet zijn, zoals voeder, worden vernietigd of zodanig behandeld in overeenstemming met de instructies van de officiële dierenarts dat de vernietiging van het virus van de aviaire influenza gewaarborgd is. § 7. Mogelijk verontreinigde mest, drijfmest en strooisel worden onderworpen aan een of meer van de in artikel 50 bedoelde procedures voor reiniging en ontsmetting. § 8. Na de verwijdering van de kadavers worden de gebouwen waar de dieren waren gehuisvest, weiden en grond, het mogelijk besmette materieel en de voor het vervoer van het pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, kadavers, vlees, voeder, mest, drijfmest, strooisel en ander mogelijk besmet materiaal of mogelijk besmette stoffen gebruikte voertuigen, onderworpen aan een of meer van de in artikel 50 bedoelde procedures voor reiniging en ontsmetting. § 9. Andere in gevangenschap levende vogels of gedomesticeerde zoogdieren mogen zonder officiële toestemming het bedrijf niet worden binnengebracht of het verlaten. Deze beperkende maatregel geldt niet voor gedomesticeerde zoogdieren die alleen toegang hebben tot voor mensen bestemde leefruimte. § 10. Bij een primaire uitbraak wordt het virusisolaat door het CODA onderworpen aan de in het diagnosehandboek vastgestelde laboratoriumprocedure om het genetische subtype te bepalen. Het CODA zendt het virusisolaat zo spoedig mogelijk naar het communautaire referentielaboratorium. Art. 13.Afwijkingen van bepaalde maatregelen op bedrijven De Minister stelt de modaliteiten vast voor het toestaan van de in artikel 12, paragraaf 2, en de in artikel 14 en 15 genoemde afwijkingen, waaronder passende alternatieve maatregelen en bepalingen. De afwijkingen zijn gebaseerd op een door het Voedselagentschap uitgevoerde risiciobeoordeling.
Het Voedselagentschap stelt de Commissie onmiddellijk in kennis van iedere afwijking die in overeenstemming met artikel 14, paragraaf 1, en artikel 15 is toegestaan. Art. 14.Afwijkingen voor bepaalde bedrijven § 1. Bij een uitbraak van HPAI in een niet-commercieel bedrijf, een circus, een dierentuin, een vogelwinkel, een wildpark, een omheind terrein waar pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels voor wetenschappelijke doeleinden of met het oog op de bescherming van bedreigde soorten of officieel geregistreerde zeldzame pluimveerassen of andere in gevangenschap levende vogels gehouden worden, kan de Minister afwijkingen toestaan van de in artikel 12, paragraaf 2, vermelde maatregelen, mits de ziektebestrijding hierdoor niet in gevaar komt. § 2. Bij het verlenen van een afwijking overeenkomstig paragraaf 1 ziet de officiële dierenarts erop toe dat het pluimvee en de andere in gevangenschap levende vogels waarvoor de afwijking geldt : 1° binnen een gebouw op hun bedrijf worden gebracht en daar gehouden. Wanneer dit onuitvoerbaar is, of indien hun welzijn in het gedrang komt, worden zij op andere plaatsen in het bedrijf ondergebracht zodat ze niet in contact komen met ander pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels op andere bedrijven. Alle redelijke maatregelen worden genomen om ze zo weinig mogelijk in contact te laten komen met wilde vogels; 2° in overeenstemming met het diagnosehandboek verder bewaakt en getest worden en niet verplaatst worden totdat uit de laboratoriumtests blijkt dat zij niet langer een significant risico opleveren voor de verdere verspreiding van HPAI;en 3° hun bedrijf van herkomst niet verlaten, behalve om te worden geslacht, of naar een ander bedrijf worden gebracht : a) dat zich op het nationaal grondgebied bevindt;in dit geval vindt het vervoer volgens de onderrichtingen van het Voedselagentschap plaats; of b) dat zich in een andere lidstaat bevindt;in dat geval is de toestemming van de lidstaat van bestemming vereist. § 3. In afwijking van de in artikel 12, paragraaf 5, vermelde maatregelen kan het Voedselagentschap de toelating verlenen om eieren rechtstreeks te verzenden naar een inrichting voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II, sectie X van bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004 en die worden gehanteerd en behandeld in overeenstemming met hoofdstuk XI van bijlage II bij verordening (EG) nr. 852/2004.
Elke toestemming hiervoor moet voldoen aan de voorschriften van bijlage III. Art. 15.Maatregelen bij uitbraken van HPAI in afzonderlijke productie-eenheden Bij een uitbraak van HPAI in een bedrijf dat uit afzonderlijke productie-eenheden bestaat, kan het Voedselagentschap voor de productie-eenheden met pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels ten aanzien waarvan geen vermoeden van HPAI bestaat, afwijkingen van de in artikel 12, paragraaf 2, vermelde maatregelen toestaan, mits de ziektebestrijding hierdoor niet in gevaar komt.
Dergelijke afwijkingen voor afzonderlijke productie-eenheden worden alleen toegestaan indien de officiële dierenarts, daarbij lettend op de structuur, omvang, bedrijfsvoering, huisvesting, voedering, watervoorziening, het materieel, personeel en de bezoekers van de ruimten, heeft vastgesteld dat deze qua ligging en dagelijkse verzorging van aldaar gehouden pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels epidemiologisch volledig van andere productie-eenheden afgescheiden zijn. Art. 16.Maatregelen op contactbedrijven § 1. Aan de hand van het epidemiologische onderzoek besluit het Voedselagentschap of een bedrijf als contactbedrijf wordt beschouwd.
In de contactbedrijven worden de maatregelen van artikel 7, paragraaf 2, toegepast totdat de aanwezigheid van HPAI overeenkomstig het diagnosehandboek is uitgesloten. § 2. Aan de hand van het epidemiologisch onderzoek kan het Voedselagentschap de in de artikelen 11 en 12 genoemde maatregelen op contactbedrijven toepassen, met name wanneer het contactbedrijf in een gebied met hoge pluimveedichtheid is gelegen.
De voornaamste criteria voor de toepassing in de contactbedrijven van de maatregelen overeenkomstig artikel 12 zijn in bijlage IV, B vastgelegd. § 3. De officiële dierenarts ziet erop toe dat er bij de afmaking van pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels monsters worden genomen om overeenkomstig het diagnosehandboek de aanwezigheid van het HPAI-virus op contactbedrijven te kunnen bevestigen of uit te sluiten. § 4. Op de bedrijven waar pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels gedood en verwijderd zijn en aviaire influenza vervolgens wordt bevestigd, worden de gebouwen en het mogelijk besmette materieel en de voor het vervoer van het pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, kadavers, vlees, voeder, mest, drijfmest, strooisel en ander mogelijk besmet materiaal of mogelijk besmette stoffen, gebruikte voertuigen onderworpen aan een of meer van de in artikel 50 bedoelde procedures voor reiniging en ontsmetting onder toezicht van de officiële dierenarts. Afdeling II. - Beschermings- en toezichtsgebieden en bufferzones
Art. 17.Instelling van beschermings- en toezichtsgebieden en bufferzones bij uitbraken van HPAI § 1. Onmiddellijk na een uitbraak van HPAI bakent het Voedselagentschap de volgende gebieden af : 1° een beschermingsgebied met een straal van ten minste 3 kilometer rond het bedrijf;2° een toezichtsgebied met een straal van ten minste 10 kilometer rond het bedrijf, met inbegrip van het beschermingsgebied. § 2. Indien een uitbraak van HPAI is bevestigd bij andere in gevangenschap levende vogels in een niet-commercieel bedrijf, een circus, een dierentuin, een vogelwinkel, een wildpark of een omheind terrein waar andere in gevangenschap levende vogels voor wetenschappelijke doeleinden of met het oog op de bescherming van bedreigde soorten of officieel geregistreerde zeldzame rassen van andere in gevangenschap levende vogels, met uitzondering van pluimvee, gehouden worden, kan het Voedselagentschap, voorzover dat nodig is, op basis van een risicobeoordeling afwijken van de bepalingen van de afdelingen II tot en met IV wat betreft de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden en de daarop van toepassing zijnde maatregelen, mits de ziektebestrijding door deze afwijkingen niet in het gedrang komt. § 3. Bij de instelling van beschermings- en toezichtsgebieden wordt tenminste met volgende criteria rekening gehouden : 1° het epidemiologisch onderzoek;2° de geografische situatie, in het bijzonder natuurlijke grenzen;3° de ligging van het bedrijf en de afstand ten opzichte van andere bedrijven, en het geraamde aantal stuks pluimvee;4° de verplaatsingen van en de handel in pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels;5° de aanwezige voorzieningen en het personeel voor de controle op verplaatsingen van pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels, hun kadavers, mest, strooisel (nieuw of gebruikt) binnen de beschermings- en toezichtsgebieden, vooral wanneer het pluimvee en de andere in gevangenschap levende vogels die gedood en verwijderd moeten worden van het bedrijf van herkomst moeten worden afgevoerd. § 4. De burgemeester betekent de afbakening van het beschermingsgebied en het toezichtsgebied aan de verantwoordelijken van de erin gelegen bedrijven. Tevens doet hij aan alle wegen op de grens van het beschermingsgebied of het toezichtsgebied witte waarschuwingsborden van voldoende groot formaat aanbrengen op palen, op tenminste twee meter hoogte, met vermelding in zwarte blokletters : voor het beschermingsgebied : « Aviaire influenza - Beschermingsgebied - het verplaatsen van en handel in pluimvee, vogels en eieren gereglementeerd », voor het toezichtsgebied : « Aviaire influenza - Toezichtsgebied - het verplaatsen van en handel in pluimvee, vogels en eieren gereglementeerd ». § 5. Het Voedselagentschap kan met inachtneming van de in paragraaf 3 genoemde criteria bufferzones rond of naast de beschermings- en toezichtsgebieden instellen. § 6. Als een beschermingsgebied, toezichtgebied of bufferzone delen van het Belgisch grondgebied overschrijdt, dan worden deze gebieden in onderling overleg met bevoegde autoriteiten van het betrokken buurland afgebakend. Art. 18.Algemene maatregelen in de beschermings- en toezichtsgebieden § 1. Het Voedselagentschap ziet erop toe dat de tracering van alles dat het aviaire influenza-virus zou kunnen verspreiden, met inbegrip van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, vlees, eieren, kadavers, voeder, strooisel, mensen die in contact zijn geweest met het besmette pluimvee of andere besmette in gevangenschap levende vogels of voertuigen die gebruikt worden in de pluimvee-industrie gewaarborgd is. § 2. De verantwoordelijken moeten desgevraagd de officiële dierenarts alle relevante informatie verstrekken betreffende het pluimvee of de andere in gevangenschap levende vogels en de eieren die het bedrijf worden binnengebracht of het verlaten. § 3. Het Voedselagentschap informeert, via alle geschikte middelen, alle betrokken personen die zich in het beschermingsgebied en het toezichtsgebied bevinden, van de beperkende maatregelen die van kracht zijn. § 4. De Minister kan ertoe beslissen om, als dat op grond van de epidemiologische gegevens of van andere informatie nodig blijkt, in risicobedrijven en -gebieden een preventief uitroeiingsprogramma uit te voeren, dat de preventieve slachting of doding van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels omvat. Het Voedselagentschap stelt hiervan onmiddellijk de Commissie in kennis. Afdeling III. - Maatregelen in het beschermingsgebied
Art. 19.Inventarisatie, inspecties door de officiële dierenarts en bewaking § 1. Het Voedselagentschap doet overgaan tot de administratieve inventarisering van het pluimvee en andere in gevangenschap gehouden vogels op alle in het beschermingsgebied gelegen bedrijven. Alle bedrijven worden geïdentificeerd. § 2. Alle commerciële bedrijven worden zo spoedig mogelijk door een officiële dierenarts bezocht, die het pluimvee en de andere in gevangenschap levende vogels klinisch onderzoekt en, zo nodig, overeenkomstig het diagnosehandboek monsters voor laboratoriumtests neemt. De officiële dierenarts houdt een register van deze inspectiebezoeken en de bevindingen ervan.
De niet-commerciële bedrijven worden vóór de opheffing van het beschermingsgebied door een officiële dierenarts bezocht. § 3. Het Voedselagentschap neemt onmiddellijk bewakingsmaatregelen, overeenkomstig het diagnosehandboek, om vast te stellen of de aviaire influenza op andere binnen het beschermingsgebied gelegen bedrijven is overgeslagen. Art. 20.Maatregelen op bedrijven gelegen in het beschermingsgebied In het beschermingsgebied gelden de volgende maatregelen : 1° alle pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels worden binnen een gebouw op hun bedrijf gebracht en daar gehouden.Wanneer dit onuitvoerbaar is of indien hun welzijn in het gedrang komt, worden zij op andere plaatsen in het bedrijf ondergebracht zodat ze niet in contact komen met ander pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels op andere bedrijven. Alle redelijke maatregelen worden genomen om ze zo weinig mogelijk in contact te laten komen met wilde vogels; 2° kadavers die niet bestemd zijn voor verwijdering mogen niet van het bedrijf worden afgevoerd;3° de voor het vervoer van levend pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, vlees, voeder, mest, drijfmest, strooisel en andere mogelijk verontreinigde materialen of stoffen gebruikte voertuigen en gebruikt materieel worden onverwijld onderworpen aan een of meer van de in artikel 50 bedoelde procedures voor reiniging en ontsmetting;4° alle door het personeel en andere personen gebruikte voertuigen die het bedrijf binnenkomen of het verlaten en mogelijk verontreinigd zijn, worden onverwijld onderworpen aan een of meer van de in artikel 50 bedoelde procedures voor reiniging en ontsmetting;5° pluimvee, andere in gevangenschap levende vogels of gedomesticeerde zoogdieren mogen zonder toelating van het Voedselagentschap niet worden binnengebracht in een bedrijf of mogen dit niet verlaten. Deze beperkende maatregel geldt niet voor zoogdieren die alleen toegang hebben tot de voor mensen bestemde leefruimte op voorwaarde dat ze niet in contact komen met het pluimvee van het bedrijf of andere in gevangenschap levende vogels en geen toegang hebben tot de kooien of zones waar het pluimvee van het bedrijf of andere in gevangenschap levende vogels worden gehouden; 6° elk verhoogd ziekte- of sterftecijfer of een aanzienlijke productiedaling moet ogenblikkelijk aan het Voedselagentschap worden gemeld, dat vervolgens de benodigde onderzoeken uitvoert in overeenstemming met het diagnosehandboek;7° eenieder die de bedrijven binnengaat of verlaat neemt de adequate bioveiligheidsmaatregelen in acht zoals voorgeschreven door de Minister;8° ter bevordering van de bewaking en bestrijding van de ziekte houdt de verantwoordelijke een register bij van alle personen die het bedrijf, behalve de woonvertrekken, bezoeken;dit wordt desgevraagd aan de officiële dierenarts voorgelegd. Op bedrijven als dierentuinen en wildparken hoeft geen register te worden gehouden, mits de bezoekers geen toegang hebben tot de zones waar de vogels worden gehouden. Art. 21.Verbod op het afvoeren of verspreiden van gebruikt strooisel, mest of drijfmest van bedrijven Het is verboden om gebruikt strooisel, mest of drijfmest van bedrijven uit het beschermingsgebied af te voeren of uit te spreiden, tenzij met de toestemming van het Voedselagentschap. Art. 22.Jaarbeurzen, markten of andere verzamelingen Jaarbeurzen, markten, tentoonstellingen en andere verzamelingen waarbij pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels bijeengebracht worden in beschermingsgebieden zijn verboden. Art. 23.Verbod op verplaatsing en vervoer van vogels, eieren en pluimveevlees § 1. Elke verplaatsing of vervoer van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, eendagskuikens, eieren en niet voor verwijdering bestemde kadavers over de openbare weg of per spoor in de beschermingsgebieden is verboden. § 2. Het vervoer van pluimveevlees van slachthuizen, uitsnijderijen en koelhuizen is verboden, tenzij : 1° het vlees afkomstig is van pluimvee van buiten de beschermingsgebieden en bij de opslag en het vervoer gescheiden is gehouden van het vlees van pluimvee van binnen de beschermingsgebieden;of 2° het vlees ten minste 21 dagen vóór de vermoedelijke datum van de eerste besmetting van een bedrijf in het beschermingsgebied is geproduceerd en sedertdien niet is vervoerd en opgeslagen samen met vlees dat na die datum is geproduceerd. § 3. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde verboden gelden echter niet voor doorvoer door het beschermingsgebied over de autowegen of per spoor zonder dat er gelost of halt gehouden wordt. Art. 24.Afwijkingen voor het rechtstreekse vervoer van pluimvee voor onmiddellijke slacht en voor de verplaatsing of de behandeling van pluimveevlees § 1. In afwijking van artikel 23 kan het Voedselagentschap onder de volgende voorwaarden toestaan dat uit een bedrijf in het beschermingsgebied afkomstig pluimvee voor onmiddellijke slacht rechtstreeks vervoerd wordt naar een aangewezen slachthuis : 1° het pluimvee wordt op het bedrijf van herkomst binnen 24 uur voor het tijdstip van vervoer met het oog op slachting klinisch onderzocht door de officiële dierenarts;2° waar passend werd het pluimvee op het bedrijf van herkomst, in overeenstemming met het diagnosehandboek, aan laboratoriumtests onderworpen, die een gunstige uitslag hebben opgeleverd;3° het vervoer vindt plaats door of onder toezicht van de officiële dierenarts in verzegelde voertuigen;4° het vervoer moet plaatshebben tussen 6 en 17 uur;5° het pluimvee uit het beschermingsgebied wordt gescheiden van andere dieren gehouden en gescheiden van of op een ander tijdstip dan ander pluimvee geslacht, bij voorkeur aan het einde van een werkdag.De reinigings- en ontsmettingswerkzaamheden moeten voltooid zijn vóór er ander pluimvee mag worden geslacht; 6° de officiële dierenarts draagt er zorg voor dat het pluimvee in het aangewezen slachthuis bij aankomst en na de slacht uitvoerig gekeurd wordt;7° het vlees wordt niet in het intracommunautaire of internationale handelsverkeer gebracht en is voorzien van het in bijlage II bij Richtlijn 2002/99/EG bedoelde keurmerk voor vers vlees, tenzij anders beslist door de Commissie;8° het vlees wordt verkregen, versneden, vervoerd en opgeslagen, gescheiden van het voor het intracommunautaire en internationale handelsverkeer bestemde en er wordt op toegezien dat het niet wordt verwerkt in vleesproducten die bestemd zijn voor het intracommunautaire of internationale handelsverkeer, tenzij het een behandeling heeft ondergaan die is vermeld in bijlage II van het
koninklijk besluit van 13 mei 2005Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
13/05/2005
pub.
23/05/2005
numac
2005022376
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale agentschap voor de veiligheid van de voedselketen
Koninklijk besluit houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong
type
koninklijk besluit
prom.
13/05/2005
pub.
27/06/2005
numac
2005022507
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen
Koninklijk besluit houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong. - Corrigendum
sluiten houdende vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, de verwerking, de distributie en het binnenbrengen van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong, tenzij anders beslist door de Commissie. § 2. In afwijking van artikel 23 kan het Voedselagentschap toestaan dat pluimvee van buiten het beschermingsgebied voor onmiddellijke slacht naar een aangewezen slachthuis binnen het beschermingsgebied wordt vervoerd, en dat vervolgens het van dat pluimvee afkomstige vlees wordt vervoerd, mits : 1° het pluimvee gescheiden wordt gehouden van ander pluimvee van binnen het beschermingsgebied, en gescheiden van of op een ander tijdstip dan ander pluimvee wordt geslacht;2° het pluimveevlees gescheiden van het vlees van ander pluimvee van binnen het beschermingsgebied wordt versneden, vervoerd en opgeslagen;3° de bijproducten worden verwijderd. Art. 25.Afwijkingen voor het rechtstreekse vervoer van eendagskuikens § 1. In afwijking van artikel 23 kan het Voedselagentschap onder de volgende voorwaarden toestaan dat eendagskuikens afkomstig uit bedrijven binnen het beschermingsgebied rechtstreeks vervoerd worden naar een bedrijf of een stal op een bedrijf op het nationale grondgebied en bij voorkeur buiten de beschermings- en toezichtsgebieden gelegen : 1° het vervoer vindt plaats door of onder toezicht van de officiële dierenarts in verzegelde voertuigen;2° tijdens het vervoer en op het bedrijf van bestemming worden bioveiligheidsmaatregelen overeenkomstig de instructies van het Voedselagentschap nageleefd;3° het bedrijf van bestemming wordt na de aankomst van de eendagskuikens onder officiële bewaking geplaatst;4° als het pluimvee buiten het beschermings- of toezichtsgebied wordt overgebracht, blijft het ten minste 21 dagen op de inrichting van bestemming. § 2. In afwijking van artikel 23 kan het Voedselagentschap toestaan dat eendagskuikens afkomstig uit broedeieren van buiten de beschermings- en toezichtsgebieden gelegen bedrijven rechtstreeks naar een ander, bij voorkeur buiten de beschermings- en toezichtsgebieden gelegen bedrijf in dezelfde lidstaat vervoerd worden, mits de broeierij van verzending op grond van haar logistiek en hygiënische arbeidsomstandigheden kan waarborgen dat deze eieren niet in aanraking zijn gekomen met andere broedeieren of met eendagskuikens afkomstig van pluimveebeslagen in deze gebieden, die derhalve een andere gezondheidsstatus hebben. Art. 26.Afwijkingen voor het rechtstreekse vervoer van legrijp pluimvee In afwijking van artikel 23 kan het Voedselagentschap onder de volgende voorwaarden toestaan dat legrijp pluimvee rechtstreeks vervoerd wordt naar een bij voorkeur binnen het beschermings- en toezichtsgebied gelegen bedrijf of een stal op dat bedrijf, waar geen ander pluimvee wordt gehouden : 1° het pluimvee en de andere in gevangenschap levende vogels op het bedrijf van herkomst, en met name de te vervoeren dieren, worden door de officiële dierenarts klinisch onderzocht;2° waar passend is het pluimvee op het bedrijf van herkomst in overeenstemming met het diagnosehandboek aan laboratoriumtests onderworpen, die een gunstige uitslag hebben opgeleverd;3° het legrijpe pluimvee wordt vervoerd door of onder toezicht van de officiële dierenarts in verzegelde voertuigen;4° het bedrijf of de stal van bestemming wordt na de aankomst van het legrijpe pluimvee onder officiële bewaking geplaatst;5° als het pluimvee buiten het beschermings- of toezichtsgebied wordt overgebracht, blijft het ten minste 21 dagen op de inrichting van bestemming. Art. 27.Afwijkingen voor het rechtstreekse vervoer van broed- en consumptie-eieren § 1. In afwijking van artikel 23 kan het Voedselagentschap onder de volgende voorwaarden toestaan dat broedeieren rechtstreeks vervoerd worden, ofwel van een bedrijf naar een binnen het beschermingsgebied gelegen en door het Voedselagentschap aangewezen broeierij of van een binnen het beschermingsgebied gelegen bedrijf naar een broeierij : 1° de beslagen van oorsprong waaruit de broedeieren zijn verkregen, zijn in overeenstemming met het diagnosehandboek onderzocht en er is geen vermoeden van aviaire influenza op deze bedrijven;2° de broedeieren en de verpakking ervan zijn vóór verzending ontsmet en de herkomst ervan kan worden getraceerd;3° het vervoer van de broedeieren vindt plaats in door of onder toezicht van de officiële dierenarts verzegelde voertuigen;4° in de door het Voedselagentschap aangewezen broeierij worden overeenkomstig de instructies van het Voedselagentschap bioveiligheidsmaatregelen genomen. § 2. In afwijking van artikel 23 kan het Voedselagentschap toestaan dat eieren rechtstreeks worden vervoerd : 1° naar een door het Voedselagentschap aangewezen pakstation mits zij in wegwerpverpakking zijn verpakt en alle bioveiligheidsmaatregelen overeenkomstig de instructies van het Voedselagentschap worden nageleefd, of 2° naar een inrichting voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II, sectie X, van bijlage III bij verordening (EG) nr.853/2004, en die worden gehanteerd en behandeld in overeenstemming met hoofdstuk XI van bijlage II bij verordening (EG) nr. 852/2004. Art. 28.Afwijkingen voor het rechtstreekse vervoer van kadavers In afwijking van artikel 20, 2°, kan het Voedselagentschap toestaan dat kadavers die bestemd zijn voor onderzoek rechtstreeks naar een aangeduid laboratorium worden vervoerd. Art. 29.Reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen De voertuigen en het materieel die gebruikt zijn voor vervoer overeenkomstig de artikelen 24 tot en met 28, worden na het vervoer, onverwijld onder officieel toezicht en volgens een of meer van de in artikel 50 vastgelegde procedures gereinigd en ontsmet worden. Art. 30.Duur van de maatregelen § 1. De maatregelen van kracht in het beschermingsgebied blijven gehandhaafd ten minste 21 dagen na de datum waarop de voorlopige reiniging en ontsmetting van het besmette bedrijf volgens een of meer van de in artikel 50 vastgelegde procedures voltooid zijn, en totdat de in het beschermingsgebied gelegen bedrijven in overeenstemming met het diagnosehandboek zijn onderzocht. § 2. Wanneer de maatregelen van toepassing in het beschermingsgebied overeenkomstig paragraaf 1 worden opgeheven, treden de maatregelen van artikel 31 in het voormalige beschermingsgebied in werking, totdat deze overeenkomstig artikel 32 worden opgeheven. Afdeling IV. - Maatregelen in het toezichtsgebied
Art. 31.Maatregelen in het toezichtsgebied § 1. In het toezichtsgebied gelden de volgende maatregelen : 1° alle commerciële pluimveebedrijven worden, overeenkomstig de bepalingen van artikel 19, paragraaf 1, binnen de drie werkdagen geïnventariseerd;2° binnen de toezichtsgebieden is de verplaatsing van pluimvee, eendagskuikens en eieren verboden, tenzij daartoe toestemming is verleend door de officiële dierenarts, die erop toeziet dat er bioveiligheidsmaatregelen overeenkomstig de instructies van het Voedselagentschap worden nageleefd.Dit verbod geldt echter niet voor doorvoer door het toezichtsgebied over de autowegen of per spoor zonder dat er gelost of halt gehouden wordt; 3° de verplaatsing van pluimvee, eendagskuikens en eieren naar buiten het toezichtsgebied gelegen bedrijven, slachthuizen, pakstations of inrichtingen voor de bereiding van eiproducten is verboden;4° eenieder die bedrijven in het toezichtsgebied binnengaat of verlaat leeft de bioveiligheidsmaatregelen na zoals voorgeschreven door de Minister;5° voor het vervoer van levend pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, kadavers, voeder, mest, drijfmest, strooisel en andere mogelijk besmette materialen of stoffen gebruikte voertuigen en materieel worden na gebruik onverwijld volgens een of meer van de in artikel 50 bedoelde procedures gereinigd en ontsmet;6° pluimvee, andere in gevangenschap levende vogels of gedomesticeerde zoogdieren mogen zonder toestemming van de officiële dierenarts niet worden binnengebracht in een bedrijf waar pluimvee wordt gehouden, of mogen dit niet verlaten. Deze beperkende maatregel geldt niet voor zoogdieren die alleen toegang hebben tot voor mensen bestemde leefruimte waar zij niet in contact komen met het pluimvee van …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.