← België

Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen

In het kort

Dit decreet regelt de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen in het Waalse Gewest. Het stelt regels vast voor wie toeristen onderdak biedt, zoals hotels, vakantiewoningen en kampeerterreinen.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
18 DECEMBER 2003. - Decreet betreffende de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.Dit decreet regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een aangelegenheid bedoeld in artikel 127, § 1, ervan. HOOFDSTUK II. - Begripsbepalingen Art. 2.In de zin van dit decreet wordt verstaan onder : 1o toerist : elke persoon die zich als vrijetijdsbesteding, voor de ontspanning of het zakendoen, naar een plaats begeeft die zich verder bevindt dan de gemeente waar hij doorgaans verblijft of dan de naburige gemeenten en die elders dan in zijn gewoonlijke verblijfplaats verblijft; 2o toeristische logiesverstrekkende inrichting : elke inrichting die, ware het toevallig, aan één of meerdere toeristen een onderkomen biedt dan wel de bezetting van een toeristisch kampeerterrein aanbiedt; 3o hotelbedrijf : elke toeristische logiesverstrekkende inrichting met winstoogmerk met als benaming hotel, appart-hotel, herberg, motel, eethuis, pension of relais; de regering kan die opsomming aanvullen; 4o sociaal toerisme : de vrijetijds- en vakantieactiviteiten die op zodanige wijze door een vereniging georganiseerd worden dat elke persoon, en meer in het bijzonder de economisch en cultureel mindergegoeden, de beste praktische voorwaarden aangeboden worden om daadwerkelijk toegang te krijgen tot die activiteiten; 5o vereniging voor sociaal toerisme : de vereniging erkend op grond van titel III; 6o centrum voor sociaal toerisme : de toeristische logiesverstrekkende inrichting die de voorwaarden van artikel 129, eerste lid, 4o en 5o, naleeft en niet gebruik maakt van een benaming als bedoeld onder de punten 3o, 7o en 19o; 7o streekgebonden toeristisch logies : elke toeristische logiesverstrekkende inrichting die zich buiten een vakantiedorp, een weekendverblijfpark of een toeristisch kampeerterrein bevindt, met uitsluiting van een hotelbedrijf of een centrum voor sociaal toerisme, met één van de volgende benamingen : a. "landelijke vakantiewoning", indien ingericht in een landelijk gebouw dat typisch is voor een bepaalde streek, vrijstaand en met eigen toegang;b. "vakantiewoning in de stad", indien ingericht in een gebouw dat typisch is voor een bepaalde streek, vrijstaand en met eigen toegang, in een stadsgebied gelegen;c. "vakantiewoning op de hoeve", indien ingericht in een vrijstaand gebouw, met eigen toegang, van een in werking zijnd landbouwbedrijf of in de onmiddellijke nabijheid ervan;d. "gastenkamer", indien het een kamer betreft die deel uitmaakt van een persoonlijke en gewoonlijke ééngezinswoning van de vergunninghouder, voorzover ze niet in een gebouw of gebouwgedeelte ligt waar een voor het publiek toegankelijke drankslijterij of eetgelegenheid gevestigd is;e. "gastenkamer op de hoeve", indien het een gastenkamer betreft die ingericht is in een in werking zijnd landbouwbedrijf;f. "gastenhuis", indien het een pand betreft dat vier of vijf gastenkamers telt;g. "gastenhuis op de hoeve" : indien het een pand betreft dat vier of vijf gastenkamers op een hoeve telt; 8o gemeubileerde vakantiewoning : elke vrijstaande toeristische logiesverstrekkende inrichting met eigen toegang die zich buiten een vakantiedorp, een weekendverblijfpark of een toeristisch kampeerterrein bevindt, met uitsluiting van een hotelbedrijf, een centrum voor sociaal toerisme of van streekgebonden toeristisch logies; 9o "groot onderkomen" : streekgebonden toeristisch logies of gemeubileerde vakantiewoning dat/die meer dan vijftien personen een onderkomen kan bieden; 10o "klein onderkomen" : streekgebonden toeristisch logies of gemeubileerde vakantiewoning met enkel één multifunctionele ruimte, zonder afzonderlijke kamer, en die maximum vier personen een onderkomen biedt; 11o "gastentafel" : dienstverlening bestaande uit de bereiding, uitsluitend bestemd voor de bewoners van een gastenkamer of een gastenkamer op de hoeve, van maaltijden die hoofdzakelijk samengesteld zijn uit streekproducten en die opgediend worden aan de gezinstafel van de vergunninghouder; 12o basiscapaciteit : het aantal personen voor wie een toeristische logiesverstrekkende inrichting ontworpen is en te huur aangeboden wordt; 13o maximumcapaciteit : de basiscapaciteit, verhoogd met het aantal personen aan wie logies verstrekt kan worden door middel van bijkomende bedden; 14o toeristisch kamperen : het gebruik door toeristen als onderkomen van een mobiel verblijf dat niet voor permanente bewoning wordt gebruikt; 15o mobiel verblijf : een tent, een rijcaravan, een stacaravan, een motorhome of elke andere gelijkwaardig verblijf; 16o rijcaravan : elke caravan die zonder bijzondere voorafgaandelijke vergunning op de openbare weg getrokken kan worden; 17o stacaravan : elke caravan zonder verdieping, met uitzondering van de caravans die "chalets" worden genoemd en gekenmerkt zijn door een bekleding uit hout of uit stoffen die er als hout uit zien, die niet zonder bijzondere voorafgaandelijke vergunning op de openbare weg getrokken kan worden, maar toch gemakkelijk te vervoeren is, en die verwijderd kan worden zonder afgebouwd of afgebroken te moeten worden; 18o toeristisch kampeerterrein : het terrein dat doorgaans of seizoensgebonden door één of meerdere toeristen gebruikt wordt voor de beoefening van het toeristisch kamperen. Het toeristisch kampeerterrein waarop de vergunninghouder bijkomend niet-verplaatsbare verblijven optrekt die niet voor permanente bewoning gebruikt worden, houdt niet op die hoedanigheid te bezitten; 19o niet-verplaatsbaar verblijf : een chalet, een bungalow, een zomerhuisje, een paviljoen of elk ander gelijkaardig verblijf; 20o kamperen op de hoeve : het toeristisch kamperen dat door een landbouwuitbater georganiseerd wordt op een terrein dat van zijn bedrijf afhangt en waarop geen enkele stacaravan gevestigd is; 21o kampeerterrein op een hoeve : het toeristisch kampeerterrein dat gebruikt wordt om op de hoeve te kamperen; 22o kampeerder op doortocht : de toerist wiens aanwezigheid op het toeristisch kampeerterrein de duur van jaarlijks dertig opeenvolgende dagen niet overschrijdt en die elk mobiel of niet-verplaatsbaar verblijf gebruikt, stacaravans uitgezonderd. Hij verblijft daadwerkelijk op het terrein en op het einde van zijn verblijf verwijdert hij zijn kampeerverblijf; 23o seizoensgebonden kampeerder : de toerist wiens aanwezigheid op het toeristisch kampeerterrein de duur van jaarlijks vier maanden niet overschrijdt en die gebruik maakt van elk niet-verplaatsbaar of mobiel verblijf, stacaravans uitgezonderd; 24o residentieel kampeerder : de toerist wiens aanwezigheid op het toeristisch kampeerterrein de duur van jaarlijks zes maanden niet overschrijdt en die gebruik maakt van een stacaravan; 24obis . vakantiedorp : elke toeristische logiesverstrekkende inrichting, samengesteld uit collectieve uitrustingen en een geheel van minstens vijftien verblijfseenheden die tegelijk aan de volgende voorwaarden beantwoordt : a. het maakt deel uit van een enige en samenhangende omtrek;b. de perceelindeling wordt niet door omheiningen of schuttingen afgebakend;c. de inrichting van de omgeving is eenvormig;d. het beschikt over een ontvangslokaal; 24oter . verblijfseenheid : gebouw of gebouwgedeelte dat tegelijk aan de volgende voorwaarden beantwoordt : a. zijn basiscapaciteit bedraagt minstens twee personen;b. zijn maximumcapaciteit mag niet meer bedragen dan twintig personen;c. het is vrijstaand en beschikt over een eigen toegang;d. het leeft de brandveiligheidsbepalingen zoals bepaald in titel IV na;e. het leeft de minimumnormen voor indeling in categorieën na zoals bepaald bij of krachtens artikel 33bis ; 24oquater. vertegenwoordigende instantie : rechtspersoon die in het vakantiedorp de eigenaar(s) van verblijfseenheden vertegenwoordigt; 25oquater. basisnormen : de federale brandbeschermingsbepalingen; 26o quater. specifieke veiligheidsnormen : de veiligheidsnormen inzake brandbescherming die eigen zijn aan de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen; 27oquater. gebouw : elk bouwwerk dat een overdekte ruimte vormt die toegankelijk is voor personen en geheel of gedeeltelijk uit omringende muren bestaat; 28oquater. gebouwgedeelte : elk deel van een bouwwerk dat een overdekte ruimte vormt die toegankelijk is voor personen, met een eigen opening naar buiten, waarvan de muren één uur lang vuurbestendig zijn en waarvan de openingen binnenshuis gesloten worden aan de hand van bestanddelen die een half uur lang vuurbestendig zijn; de eis inzake de eigen opening naar buiten geldt niet voor de gebouwgedeelten waar gastenkamers of gastenkamers op de hoeve ingericht zijn indien hun maximumcapaciteit samengeteld minder dan tien personen bedraagt. HOOFDSTUK III. - Termijnberekening Art. 3.De dag van ontvangst van de akte, die het vertrekpunt is voor een termijn, is er niet in begrepen. Art. 4.Inbegrepen in de termijn is de vervaldag. Indien die dag evenwel een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, verschuift de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag. HOOFDSTUK IV. - Publicatie van toeristische brochures Art. 5.Op vraag van het Commissariaat-generaal voor Toerisme zijn de houders van een krachtens dit decreet afgeleverde vergunning en de verenigingen voor sociaal toerisme ertoe verplicht hem binnen de dertig dagen na ontvangst van zijn verzoek de gegevens te bezorgen die noodzakelijk zijn voor de publicatie van brochures ter bevordering van de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen. De aard van die gegevens wordt door de regering bepaald. Indien er geen antwoord volgt binnen de termijn bepaald in het eerste lid, hernieuwt het Commissariaat-generaal voor Toerisme zijn verzoek bij ter post aangetekend schrijven. De vergunning en de erkenning die krachtens dit decreet zijn afgeleverd, kunnen ingetrokken worden indien de vergunninghouder of de vereniging voor sociaal toerisme twee jaar na elkaar geen gevolg hebben gegeven aan het verzoek om inlichtingen. Er wordt beslist overeenkomstig de procedure bepaald bij de artikelen 19 tot en met 23 voor een vergunning en bij de artikelen 62 tot en met 66 voor een erkenning. Het beroep tegen die beslissing gebeurt volgens de voorwaarden en de procedure die respectievelijk in de artikelen 44 tot en met 49 en 67 tot en met 72 worden vastgesteld. TITEL II. - Hotelbedrijven, streekgebonden toeristisch logies, gemeubileerde vakantiewoningen, toeristisch kampeerterrein en vakantiedorpen HOOFDSTUK I. - Vergunning Afdeling 1. - Beginsel, inhoud en gevolgen van de vergunning Art. 6.Zonder schriftelijke en uitdrukkelijke voorafgaandelijke vergunning mag niemand in het kader van de uitbating van een toeristische logiesverstrekkende inrichting gebruik maken van een benaming bedoeld in artikel 2, 3o, 7o, 8o, 11o, 18o, 21o en 24obis, of van een andere term, vertaling of schrijfwijze die voor verwarring zou kunnen zorgen. De vergunning bedoeld in het eerste lid wordt hierna "de vergunning" genoemd. Art. 7.In de vergunning worden vermeld : 1o de identiteit van de houder; 2o de identificatie en de ligging van de toeristische logiesverstrekkende inrichting; 3o de benaming die de toeristische logiesverstrekkende inrichting toegewezen wordt; 4o in voorkomend geval, de afwijkingen die toegestaan worden overeenkomstig artikel 24, § 2; 5o de categorie waarbij de toeristische logiesverstrekkende inrichting is ingedeeld en, in voorkomend geval, de afwijkingen van de indelingscriteria overeenkomstig artikel 37; 6o de basiscapaciteit en de maximumcapaciteit van de toeristische logiesverstrekkende inrichting; 7o in voorkomend geval, de duur van de vergunning. Daarbovenop worden in de vergunning voor een toeristisch kampeerterrein vermeld : 1o behalve voor de kampeerterreinen op een hoeve, de gebieden die bestemd zijn om respectievelijk kampeerders op doortocht, seizoensgebonden en residentiële kampeerders onder te brengen; 2o in voorkomend geval, het overstroombare deel van het terrein. Daarnaast wordt in de vergunning voor een vakantiedorp diens omtrek aangegeven en, bijgaand, de lijst van de verblijfseenheden. Art. 8.De vergunning kan in de tijd beperkt zijn. Art. 9.De vergunning geldt enkel voor de toeristische logiesverstrekkende inrichting waarvoor hij is afgeleverd en voor de vergunninghouder aan wie hij is afgeleverd. Afdeling 2. - Vergunningsprocedure Art. 10.De vergunningsaanvraag wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst ingediend bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Daarin wordt de benaming die de aanvrager wenst te gebruiken, aangegeven. De vergunningsaanvraag kan ook een aanvraag bevatten tot afwijking van de voorwaarden voor het toekennen van de vergunning en voor het gebruik van een benaming als bedoeld in artikel 24 of van de indelingscriteria bedoeld in artikel 33. De regering stelt de inhoud van de vergunningsaanvraag vast en kan het aantal exemplaren van het dossier waaruit die aanvraag dient te bestaan, aangeven. Hij bepaalt de vorm van de aanvraag. Art. 11.§ 1. Is de aanvraag onvolledig, richt het Commissariaat-generaal binnen de vijftien dagen na ontvangst bij ter post aangetekend schrijven een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw aanvangt. De ontbrekende stukken dienen te worden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme, bij ter post aangetekend schrijven. Binnen de vijftien dagen na ontvangst van de volledige aanvraag of van de ontbrekende stukken richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst aan de aanvrager, waarin gemeld wordt dat het dossier volledig is. § 2. Indien het toekennen van een afwijking bedoeld in artikel 24, § 2, op eigen initiatief gebeurt of indien de aanvrager in zijn vergunningsaanvraag een afwijking als bedoeld in artikel 10, derde lid, heeft aangevraagd, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvraag voor advies aan de voorzitter van het bevoegde technische comité, hierna "bevoegd technisch comité" genoemd, al naar gelang van het soort toeristische logiesverstrekkende inrichting en terzelfder tijd geeft hij aan de aanvrager kennis van het bericht van ontvangst bedoeld in paragraaf 1, tweede lid. Het bevoegd technisch comité brengt een met redenen omkleed verslag uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvrager, binnen de zestig dagen te rekenen van de dag waarop het dossier aan diens voorzitter wordt overgemaakt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme daaraan voorbijgegaan. Art. 12.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist over de vergunningsaanvraag en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van drie maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 11, § 1, tweede lid. Die termijn wordt op vier maanden gebracht in de veronderstelling bedoeld in artikel 11, § 2, eerste lid. Van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt bij ter post aangetekend schrijven kennis gegeven aan de aanvrager. Tegelijk wordt ze aan de burgemeester van de gemeente waar de toeristische logiesverstrekkende inrichting gevestigd is, gericht. Bij elke vergadering van het bevoegde technische comité geeft het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht van de beslissingen tot toekenning dan wel intrekking van vergunningen. Indien de kennisgeving aan de aanvrager binnen de al naar gelang in het eerste of het tweede lid bepaalde termijn uitblijft, staat dat gelijk met een beslissing tot weigering. Art. 13.§ 1. Bij afstand van een toeristische logiesverstrekkende inrichting dient de overnemer binnen drie maanden te rekenen van de afstand een vergunningsaanvraag in. Die aanvraag volgt de procedure bepaald in de artikelen 10 tot en met 12. § 2. Bij overlijden van de vergunninghouder dient de overnemer een vergunningsaanvraag in binnen de zes maanden te rekenen van het overlijden. Die aanvraag volgt de procedure bepaald in de artikelen 10 tot en met 12. In afwijking van het eerste lid bestaat de aanvraag, indien de uitbating overgenomen wordt door de samenwonende, een bloedverwant in opgaande dan wel nederdalende lijn, uit een bewijs van goed zedelijk gedrag ten behoeve van een overheidsbestuur en die aan de aanvrager is afgeleverd sinds minder dan drie maanden. Dat bewijs wordt binnen de zes maanden na het overlijden gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme, bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst. Binnen de dertig dagen na ontvangst ervan beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme over de vergunningsaanvraag en geeft er kennis van aan de aanvrager. Indien de kennisgeving aan de aanvrager binnen die termijn uitblijft, staat dat gelijk met een beslissing tot afleveren van de vergunning. § 3. In afwijking van de artikelen 6 en 9 kan de benaming in de gevallen bepaald in paragrafen 1 en 2 gebruikt blijven worden tot en met de kennisgeving van de komende beslissing of het verstrijken van de termijn van dertig dagen bepaald in paragraaf 2, tweede lid, voorzover de aanvraag binnen de vastgestelde termijn is ingediend. Art. 14.Binnen de drie maanden na de vervanging van de persoon belast met het dagelijks bestuur van het hotelbedrijf, de gemeubileerde vakentiewoning, het toeristisch kampeerterrein of het vakantiedorp laat de vergunninghouder bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst een bewijs van goed zedelijk gedrag ten behoeve van een overheidsbestuur geworden aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en die op naam van de vervanger is afgeleverd sinds minder dan drie maanden. Art. 15.De vergunning wordt aangeplakt op door de regering bepaalde wijze. Art. 16.De uitbater meldt aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme elke wijziging die van invloed zouden kunnen zijn op de voorwaarden voor de toekenning van de vergunning, bij ter post aangetekend schrijven binnen de dertig dagen te rekenen van de wijziging. Art. 17.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde vragen dat een nieuw bewijs van goed zedelijk gedrag ten behoeve van een overheidsbestuur en dat sinds minder dan drie maanden aan de vergunninghouder of aan de persoon belast met het dagelijks bestuur van de toeristische logiesverstrekkende inrichting is afgeleverd, overgemaakt wordt. Dat verzoek geschiedt minstens vijfjaarlijks. Afdeling 3 . - Intrekking van de vergunning Art. 18.De vergunning kan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme worden ingetrokken : 1o indien de bepalingen van het decreet of diens uitvoeringsbesluiten niet in acht genomen worden; 2o indien de vergunninghouder of de persoon belast met het dagelijks bestuur van het hotelbedrijf, de gemeubileerde vakantiewoning, het toeristisch kampeerterrein of het vakantiedorp veroordeeld is bij een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is getreden en die in België voor een inbreuk omschreven in boek II, titel VII, hoofdstukken V, VI en VII, titel VIII, hoofdstukken I, IV en VI en titel IX, hoofdstukken I en II, van het Strafwetboek of in het buitenland wegens een feit dat gelijkaardig is aan feit dat één van die overtredingen vormt, is uitgesproken, behalve indien de tenuitvoerlegging van de straf is opgeschort en de veroordeelde het voordeel van de opschorting niet verloren heeft; 3o indien de vergunninghouder of de persoon belast met het dagelijks bestuur van het hotelbedrijf, de gemeubileerde vakantiewoning, het toeristisch kampeerterrein of het vakantiedorp veroordeeld is bij een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is getreden wegens een overtreding van de bepalingen van dit decreet of diens uitvoeringsbesluiten; 4o wat betreft de vakantiedorpen, indien bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bezwaar aanhangig is gemaakt op grond van artikel 55bis en indien dat bezwaar ontvankelijk en gegrond is geacht. Art. 19.Vóór een beslissing te treffen tot intrekking van een vergunning, licht het Commissariaat-generaal voor Toerisme diens houder bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst in over de grond voor de vooropgestelde intrekking. De houder beschikt over vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van dat advies om zijn opmerkingen bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme over te maken. Hij kan in dezelfde termijn en in dezelfde vorm verzoeken om gehoord te worden. In dat geval wordt hij door het Commissariaat-generaal voor Toerisme gehoord. Er wordt een proces-verbaal opgesteld. De aanvrager wordt minstens acht dagen vóór de vastgestelde datum over die hoorzitting ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze. Art. 20.Binnen de tien dagen na ontvangst van de opmerkingen van de vergunninghouder of nadat laatstgenoemde is gehoord of bij uitblijven van reactie zijnerzijds binnen de opgelegde termijn, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een verzoek om adviesverlening aan de voorzitter van het bevoegde technisch comité. Een afschrift van de briefwisseling bedoeld in artikel 19, eerste en tweede lid, en, in voorkomend geval, van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de houder medegedeeld stuk worden bijgevoegd. Art. 21.Binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het verzoek om adviesverlening brengt het bevoegde technische comité een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de houder. Indien de kennisgeving van het advies in de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan voorbijgegaan. Art. 22.Van de beslissing tot intrekking wordt aan de vergunninghouder kennis gegeven bij ter post aangetekend schrijven. Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme zich niet achter het advies van het bevoegde technische comité schaart, worden daar de redenen voor opgegeven. De beslissing wordt gelijktijdig medegedeeld aan de burgemeester van de gemeente waarin de toeristische logiesverstrekkende inrichting gelegen is en aan de voorzitter van het bevoegde technische comité. Art. 23.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde beslissen om de intrekkingsprocedure te beëindigen en licht de vergunninghouder bij ter post aangetekend schrijven over in. Een beslissing tot intrekking kan enkel plaatsvinden meer dan zes maanden na het versturen van het schrijven bedoeld in artikel 19, eerste lid. Indien die termijn wordt overschreden, wordt de procedure tot intrekking van de vergunning als onbestaand beschouwd. HOOFDSTUK II. - Voorwaarden voor de toekenning van de vergunning en het gebruik van een benaming Afdeling 1. - Algemeen Art. 24.§ 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 26 tot en met 32bis worden in het kader van de uitbating van een toeristische logiesverstrekkende inrichting de toekenning van de vergunning en het gebruik van een benaming bedoeld in artikel 2, 3o, 7o, 8o, 11o, 18o, 21o en 24obis, of van een andere term, vertaling of schrijfwijze die voor verwarring zou kunnen zorgen, ondergeschikt gemaakt aan de naleving van de voorwaarden door de regering bepaald. Die voorwaarden kunnen betrekking hebben op : 1o de kenmerken van het gebouw en diens naaste omgeving of van het toeristisch kampeerterrein zoals meer bepaald hun ruimte-indeling, hun uitrusting of de kenmerken van de verblijfseenheden, hun naaste omgeving en de uitrustingen die in de omtrek van het vakantiedorp gelegen zijn; 2o basis- en maximumcapaciteit; 3o de staat van onderhoud, gezondheid en schoonheid, het comfort en de veiligheid van het gebouw en diens naaste omgeving of van het toeristich kampeerterrein of de verblijfseenheden, hun naaste omgeving en de uitrustingen die in de omtrek van het vakantiedorp gelegen zijn; 4o de zedelijkheid van de vergunningsaanvrager of van de persoon die het dagelijks bestuur van de toeristische logiesverstrekkende inrichting waarneemt; 5o het contract dat bij elke bezetting getekend moet worden; 6o de ontvangst die de toeristen voorbehouden wordt; 7o de identificatie van de toeristische logiesverstrekkende inrichting. Naast wat in vorig lid is bepaald, kunnen die voorwaarden eveneens betrekking hebben op : 1o de minimumtijd van de terbeschikkingstelling van het streekgebonden toeristisch logies, het gemeubileerd vakantieverblijf en de verblijfseenheid; 2o de eerbiediging van de rust van de buurt voor inrichtingen met een groot onderkomen; 3o het voedsel en de dienstverlening voor wat betreft de gasttafels; 4o wat betreft de toeristische kampeerterreinen, de perceelindelingen de technische uitrusting van de percelen, de bestemming van de percelen, het soort toegelaten verblijf, de minimumoppervlakte van de verblijven in verhouding tot de afmetingen van de percelen, het verkeer op het terrein en de dwingende voorwaarden opgelegd wegens het bestaan van een overstroombaar grondstuk. § 2. Bij wijze van uitzondering kan het Commissariaat-generaal voor Toerisme of, bij beroep, de regering aan de houders of toekomstige houders van een vergunning afwijkingen toestaan van de voorwaarden opgelegd overeenkomstig punten 1o en 2o van het eerste lid om rekening te houden met streekgebonden of specifieke situaties. De regering kan het aantal voorwaarden die tot een afwijking aanleiding kunnen geven, verder inperken. Art. 25.De duur van het verblijf in toeristische logiesverstrekkende inrichtingen mag niet minder bedragen dan één nacht. Afdeling 2. - Hotelbedrijven Art. 26.Het hotelbedrijf beantwoordt aan volgende voorwaarden tegelijk : 1o het verzorgt hoofdzakelijk de verblijven van individuele klanten op doortocht; 2o de kamers worden dagelijks onderhouden; 3o de klanten hebben geen toegang tot de lokalen waar de maaltijden bereid worden. Afdeling 3. - Streekgebonden toeristisch logies Art. 27.Enkel natuurlijke personen kunnen houder zijn van een vergunning voor het aanbieden van streekgebonden toeristisch logies. Een houder en diens samenwonende kunnen niet meer dan vijf landelijke vakantiewoningen, vakantiewoningen in de stad of vakantiewoningen op de hoeve als streekgebonden toeristisch logies te huur aanbieden. Een houder en diens samenwonende kunnen niet meer dan vijf gastenkamers of gastenkamers op de hoeve te huur aanbieden. Art. 28.In het streekgebonden toeristisch logies wordt de toerist ontvangen door de vergunninghouder. Art. 29.In landelijke vakantiewoningen, vakantiewoningen in de stad of vakantiewoningen op de hoeve worden geen maaltijden aangeboden. Art. 30.De houder van een vergunning voor een vakantiewoning op de hoeve of een gastenkamer op de hoeve dient landbouwuitbater of bloedverwant tot in de derde graad zijn. Art. 31.De toerist die in een gastenkamer ontvangen wordt, moet het ontbijt kunnen nemen en deelnemen aan het gezinsleven in de woning bedoeld in artikel 2, 7o, d. De toerist die in een gastenkamer op de hoeve ontvangen wordt, moet het ontbijt kunnen nemen in het landbouwbedrijf bedoeld in artikel 2, 7o, e . Afdeling 4. - Toeristische kampeerterreinen Art. 32.De niet-verplaatsbare verblijven die bijkomend op een toeristisch kampeerterrein geplaatst worden, dienen de eigendom van de vergunninghouder of van de eigenaar van het toeristische kampeerterrein te blijven. Afdeling 5. - Vakantiedorpen Art. 32bis.Enkel een enige vertegenwoordigende instantie kan houder zijn van een vergunning voor een vakantiedorp. HOOFDSTUK III. - Indeling en herziening van de indeling Afdeling 1. - Beginselen Art. 33.De hotelbedrijven, het streekgebonden toeristisch logies, de gemeubileerde vakantiewoningen, de toeristische kampeerterreinen, met uitzondering van de kampeerterreinen op de hoeve, de vakantiedorpen en hun verblijfseenheden zijn ertoe verplicht de door de regering vastgestelde criteria met het oog op hun indeling in categorieën na te leven. Die criteria kunnen betrekking hebben op de inrichting, de uitrusting en de concipiëring van de toeristische logiesverstrekkende inrichting, diens naaste omgeving en toegangswegen, evenals op de veiligheid, de netheid en het onderhoud van de inrichting en op de dienstverlening, de ontvangst, de voorgestelde activiteiten en vrijetijdsactiviteiten. Daarnaast kunnen die criteria, wat de vakantiedorpen betreft, eveneens betrekking hebben op hun kader en dichtheid. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme levert een categorie-indeling aan die toeristische logiesverstrekkende inrichtingen af wanneer hij een toelating toekent om een benaming te gebruiken. Art. 33bis.§ 1. De verblijfseenheden van een vakantiedorp zijn ertoe verplicht de door de regering vastgestelde criteria met het oog op hun categorie-indeling na te leven. Die criteria kunnen betrekking hebben op hun bewoonbare oppervlakte, hun uitrustingen en hun comfort. § 2. Enkel de vertegenwoordigende instantie is ertoe gemachtigd de indeling van een verblijfseenheid bij een categorie en elke afwijking of daarop betrekking hebbend beroep aan te vragen. § 3. De vertegenwoordigende instantie die houder is van een vergunning is ertoe verplicht elke eigenaar van een verblijfseenheid die in de omtrek van het vakantiedorp gelegen is, te vertegenwoordigen in het kader van de procedures bedoeld in vorige paragraaf. Art. 34.Indien meerdere gastenkamers of gastenkamers op de hoeve in eenzelfde gebouw toegelaten zijn, wordt hen één enkele en enige categorie-indeling toegekend. Elke kamer dient de criteria noodzakelijk voor de toegewezen categorie-indeling na te leven. De categorie-indeling van de gastenhuizen en gastenhuizen op de hoeve wordt op dezelfde wijze verricht. Art. 35.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme levert aan de vergunninghouder een schild af dat overeenstemt met de toegewezen benaming en categorie-indeling. Dat schild blijft eigendom van het Gewest. De regering stelt het model van het schild vast en bepaalt de regels voor aanbrengen en teruggave ervan. Niemand kan van het schild of elke andere tekening of elk ander teken dat naar een categorie-indeling verwijst, gebruik maken indien hij niet beschikt over de daarop betrekking hebbende vergunning. Art. 35bis.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme levert aan de vertegenwoordigende instantie een schild voor het vakantiedorp en één voor elke verblijfseenheid die overeenstemt met de toegewezen categorie-indeling af. Die schilden blijven eigendom van het Gewest. De regering stelt het model van het schild vast en bepaalt de regels voor aanbrengen en teruggave ervan. Niemand kan van het schild of elke andere tekening of elk ander teken dat naar een categorie-indeling verwijst, gebruik maken indien hij niet beschikt over de daarop betrekking hebbende vergunning. Art. 36.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme herziet de categorie-indeling van een hotelbedrijf, het streekgebonden toeristisch logies, de gemeubileerde vakantiewoningen, de toeristische kampeerterreinen, de vakantiedorpen en hun verblijfseenheden indien die indeling overeenstemt met de voorwaarden die beantwoorden aan de indeling bij een hogere of lagere categorie. Art. 37.Bij wijze van uitzondering kan het Commissariaat-generaal voor Toerisme een afwijking toestaan van één of meerdere criteria voor de categorie-indeling indien het van mening is dat het hotelbedrijf, het streekgebonden toeristisch logies, de gemeubileerde vakantiewoning, het toeristisch kampeerterrein, het vakantiedorp of de verblijfseenheid, rekening houdend met diens bijzondere kenmerken, technisch in de onmogelijkheid verkeert om aan die criteria te voldoen. De regering kan het aantal criteria die voor een afwijkingsmaatregel in aanmerking komen, beperken. Art. 38.De vergunninghouder meldt het Commissariaat-generaal voor Toerisme elke wijziging die de toegewezen categorie-indeling zou kunnen beïnvloeden, bij ter post aangetekend schrijven, binnen de dertig dagen te rekenen van de wijziging. Afdeling 2. - Verzoek om herziening van de categorie-indeling Art. 39.Indien de vergunninghouder om de herziening van de categorie-indeling verzoekt en daarbij al dan niet een verzoek indient om af te wijken van een criterium van de categorie-indeling, gebeurt dat bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme door middel van het door de regering vastgestelde formulier. Daarbij worden alle inlichtingen en documenten gevoegd die de herziening van de categorie-indeling en, in voorkomend geval, het toestaan van de afwijking mogelijk zouden maken. Art. 40.Indien het van mening is dat het verzoek alle bestanddelen omvat om met perfecte kennis van zaken over het verzoek te beslissen, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven binnen de vijftien dagen na ontvangst van het verzoek een bericht van ontvangst over waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is. Indien dat niet het geval is, richt het binnen dezelfde termijn een bij ter post aangetekend schrijven aan de verzoeker waarbij laatstgenoemde verzocht wordt om de ontbrekende inlichtingen mede te delen en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. Binnen de vijftien dagen na ontvangst ervan richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven een bericht van ontvangst aan de aanvrager waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is. Art. 41.Indien verzocht wordt om afwijking van een criterium inzake de categorie-indeling, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme het verzoek voor advies over aan de voorzitter van het bevoegde technisch comité en tegelijk geeft hij kennis aan de verzoeker van het bericht van ontvangst waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is. Het bevoegde technisch comité brengt een gemotiveerd advies uit en geeft daar kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de verzoeker, binnen de zestig dagen te rekenen van de dag waarop het dossier aan diens voorzitter is overgemaakt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan voorbijgegaan. Art. 42.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme geeft kennis van zijn beslissing binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen van het bericht van ontvangst waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is. Van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt bij ter post aangetekend schrijven kennis gegeven aan de verzoeker. Bij elke vergadering van het bevoegde technisch comité wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht gegeven van de beslissingen tot herziening van de categorie-indeling en, in voorkomend geval, tot afwijking van een criterium inzake de categorie-indeling. Het uitblijven van de kennisgeving aan de verzoeker binnen de termijn bepaald in het eerste lid staat met een beslissing tot weigering gelijk. Afdeling 3. - Herziening van de categorie-indeling op initiatief van het Commissariaat-generaal voor Toerisme Art. 43.Indien de herziening van de categorie-indeling op initiatief van het Commissariaat-generaal voor Toerisme gebeurt, wordt diens beslissing getroffen overeenkomstig de artikelen 19 tot en met 23. HOOFDSTUK IV. - Beroepen Afdeling 1. - Beroepsprocedure Art. 44.De verzoeker of de houder van een vergunning, hierna eveneens "de verzoeker" genoemd, kan een gemotiveerd beroep bij de regering indienen tegen de beslissing : 1o tot weigering of tot intrekking van de vergunning; 2o tot toelating onder een benaming die van de aangevraagde benaming verschilt; 3o tot weigering om een afwijking van de voorwaarden voor het toekennen van de vergunning of van het gebruik van de benaming overeenkomstig artikel 24, § 2, of van de criteria inzake de categorie-indeling overeenkomstig artikel 37 toe te kennen; 4o tot herziening van de categorie-indeling op initiatief van het Commissariaat-generaal voor Toerisme; 5o tot weigering om de herziening van de categorie-indeling toe te kennen. Het beroep wordt ingediend binnen de dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing of, in de gevallen bepaald in de artikelen 12, vierde lid, en 42, derde lid, na de datum waarop de beslissing tot weigering als vaststaand wordt beschouwd. Het wordt bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en daarbij wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd. Het beroep is niet opschortend behalve indien het betrekking heeft op een beslissing tot intrekking van de vergunning of herziening van de categorie-indeling. In beide gevallen wordt de beslissing opgeschort tijdens het tijdsbestek dat aan de verzoeker wordt gewaarborgd om zijn beroep in te dienen en, in voorkomend geval, tot aan de beslissing van de regering die over het beroep beslist. Art. 45.Binnen de tien dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan de verzoeker. Hij richt binnen dezelfde termijn een afschrift van het beroep aan de voorzitter van de beroepsadviezencommissie bedoeld in artikel 50. Art. 46.De verzoeker kan vragen om door de beroepsadviezencommissie te worden gehoord, ofwel in diens beroepschrift ofwel bij ter post aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van die commissie binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst door de verzoeker van het bericht van ontvangst van diens beroep. De hoorzitting kan ofwel voor de commissie ofwel voor één of meerdere van diens gemachtigden plaatsvinden. De verzoeker wordt over die hoorzitting minstens acht dagen vóór de vastgestelde datum ingelicht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van zijn keuze. Art. 47.Binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst door diens voorzitter van het beroepsdossier brengt de beroepsadviezencommissie een gemotiveerd advies uit, in voorkomend geval na een hoorzitting te hebben gehouden en geeft daar kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme evenals van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elke door de verzoeker overgemaakt stuk. Tegelijk wordt van dat advies en, in voorkomend geval, van het afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting kennis gegeven aan de verzoeker bij ter post aangetekend schrijven. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door de regering aan voorbijgegaan. Indien de commissie zich niet binnen de termijn bedoeld in het eerste uitspreekt, geeft diens voorzitter kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de verzoeker medegedeeld document. Art. 48.De regering beslist over het beroep en richt zijn beslissing aan de verzoeker binnen een termijn van vier maanden te rekenen van het versturen door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 45. Indien de regering zich niet achter het advies van de beroepsadviezencommissie schaart, geeft hij daarvoor de redenen op. Van de beslissing van de regering wordt kennis gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de verzoeker. De beslissing wordt tegelijk medegedeeld aan de burgemeester van de gemeente waar de toeristische logiesverstrekkende inrichting gelegen is. Bij elke vergadering van het bevoegde technisch comité wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht gegeven van de beslissingen die over de beroepen getroffen zijn. Art. 49.Indien de verzoeker de beslissing van de regering niet gekregen heeft binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 48, eerste lid, kan hij een herinneringsschrijven versturen. Dat schrijven wordt bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht. De inhoud ervan dient het woord "herinnering" te vermelden en op ondubbelzinnige wijze erom verzoeken dat over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd, beslist wordt. Indien de kennisgeving van de beslissing van de regering binnen de dertig dagen te rekenen van de ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het aangetekend schrijven dat de herinnering inhoudt, uitblijft, wordt het stilzwijgen van de regering geacht een beslissing tot verwerping uit te maken. Afdeling 2. - Beroepsadviezencommissie Art. 50.Er wordt een beroepsadviezencommissie opgericht, hierna "de commissie" genoemd, die ermee belast is om adviezen uit te brengen over de beroepen waarvan sprake in de artikelen 44 en 67. Art. 51.§ 1. De commissie bestaat uit : 1o één voorzitter; 2o twee gewone leden voorgedragen door de verenigingen ter bescherming van de verbruikers; 3o twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité hotelwezen; 4o twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité streekgebonden toerisme en gemeubileerde vakantiewoningen; 5o twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité openluchtwezen; 6o twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité sociaal toerisme; 7o twee gewone leden voorgedragen door het technisch comité vakantiedorpen. § 2. De regering benoemt de voorzitter en de commissieleden. Voor elk gewoon lid, behalve de voorzitter, benoemt de regering een plaatsvervanger. § 3. Een bijkomend lid dat het Commissariaat-generaal voor Toerisme vertegenwoordigt, kan met raadgevende stem de vergaderingen van de commissie bijwonen. § 4. Het secretariaat van de commissie wordt waargenomen door een personeelslid van het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Art. 52.De leden voorgedragen door de technische comités dienen buiten eigen kring gekozen te worden. Zij zetelen enkel indien het uit te brengen advies het soort toeristische logiesverstrekkende inrichting betreft die onder de bevoegdheid valt van het technisch comité dat zij vertegenwoordigen. Art. 53.De ambten van voorzitter, commissieleden en hun plaatsvervangers hebben een duur van vijf jaar ingaand te rekenen van de datum van hun benoemingsbesluit. Elk mandaat is hernieuwbaar. In afwijking van vorig lid wordt de samenstelling van de commissie herzien binnen de zes maanden volgend op de hernieuwing van de technische comités. De commissie vergadert evenwel op geldige wijze zolang diens hernieuwing niet plaatsgevonden heeft. Art. 54.De beslissingen worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen weegt de stem van de voorzitter door. De commissie beraadslaagt enkel op geldige wijze als minstens de voorzitter en twee andere leden aanwezig zijn. De adviezen worden door de aanwezige leden uitgebracht. Art. 55.De regering bepaalt de procedure voor de benoeming van de voorzitter en de commissieleden, diens werkingswijze en het bedrag van de vergoedingen en retributies die eventueel worden toegekend aan de voorzitter en aan de leden. HOOFDSTUK V. - Bezwaren Art. 55bis.De eigenaar van één of meerdere verblijfseenheden kan een gemotiveerd bezwaar bij de regering indienen tegen : 1o de weigering van de vertegenwoordigende instantie om een verzoek tot categorie-indeling, de herziening van de categorie-indeling, premie- of afwijkingsaanvraag of desbetreffende beroepen in te dienen; 2o de weigering van de vertegenwoordigende instantie om de eigenaars van verblijfseenheden op niet-discriminerende wijze te behandelen. Art. 55ter.Voorafgaandelijk aan de indiening van elk bezwaar is de eigenaar ertoe gehouden de vertegenwoordigende instantie in gebreke te stellen om diens verplichtingen uit te voeren, bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst. Indien de vertegenwoordigende instantie binnen de dertig dagen na ontvangst van het aangetekend schrijven niet tot handelen is overgegaan of geen voldoende antwoord geeft, kan de eigenaar van een verblijfseenheid het bezwaar bedoeld in artikel 55bis indienen. Het bezwaar wordt ingediend binnen de dertig dagen volgend op het einde van de termijn bedoeld in vorig lid. Het is gemotiveerd en wordt bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en daarbij wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd. Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme het dossier ontvankelijk en de middelen gegrond acht, schakelt het van ambtswege de procedure in voor intrekking van de vergunning volgens de procedure bepaald in de artikelen 19 tot en met 23. TITEL III. - Sociaal toerisme HOOFDSTUK I. - Voorwaarden voor de erkenning van de verenigingen Art. 56.Als vereniging voor sociaal toerisme wordt erkend elke vereniging zonder winstoogmerk die aan volgende voorwaarden voldoet : 1o de bevordering van het sociaal toerisme als voornaamste voorwerp hebben; 2o sinds minstens drie jaar bestaan; 3o in het Waalse Gewest over drie centra voor sociaal toerisme hebben en duizend leden per provincie hebben in minstens drie in het Waalse Gewest gelegen provincies; 4o in diens toeristische logiesverstrekkende inrichtingen een beleid inzake sociaal toerisme tot stand brengen; 5o diens dagelijks bestuur toevertrouwen aan een persoon van onberispelijk zedelijk gedrag. HOOFDSTUK II. - Procedure voor de erkenning van de verenigingen Art. 57.§ 1. De aanvraag tot erkenning van een vereniging wordt bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme ingediend. De regering kan de inhoud van de aanvraag tot erkenning vaststellen en het aantal exemplaren van het dossier dat die aanvraag moet omvatten, aangeven. Hij bepaalt de vorm van de aanvraag. Indien de aanvraag onvolledig is, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de vijftien dagen na diens ontvangst bij ter post aangetekend schrijven een lijst van de ontbrekende stukken aan de aanvragende vereniging en geeft aan dat de procedure te rekenen van de ontvangst ervan opnieuw begint te lopen. De ontbrekende stukken worden bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht. Binnen de vijftien dagen na ontvangst van de volledige aanvraag of van de ontbrekende stukken richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een bericht van ontvangst aan de aanvragende vereniging waarbij gemeld wordt dat het dossier volledig is. § 2. Gelijktijdig met het versturen aan de aanvragende vereniging van de kennisgeving van het bericht van ontvangst bedoeld in paragraaf 1, vierde lid, maakt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de aanvraag voor advies over aan het technisch comité sociaal toerisme. Het technisch comité sociaal toerisme brengt een gemotiveerd advies uit en geeft daarvan kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvragende vereniging, binnen de zestig dagen te rekenen van de dag waarop het dossier aan diens voorzitter is overgemaakt. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daar door het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan voorbijgegaan. Art. 58.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme beslist en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvragende vereniging binnen de vier maanden te rekenen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 57, § 1, vierde lid. Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme zich niet achter het advies van het technisch comité sociaal toerisme schaart, geeft het daar de redenen van op. Van de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme wordt kennis gegeven aan de aanvragende vereniging bij ter post aangetekend schrijven. Bij elke vergadering van het technisch comité sociaal toerisme wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht gegeven van de beslissingen tot erkenning of weigering. Het uitblijven van de kennisgeving binnen de opgelegde termijn staat gelijk met een beslissing tot weigering. Art. 59.Binnen de drie maanden na de vervanging van de persoon belast met het dagelijks bestuur van de vereniging voor sociaal toerisme laat die vereniging bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst een bewijs van goed zedelijk gedrag ten behoeve van een overheidsbestuur en sinds minder dan drie maanden afgeleverd op naam van diens vervanger aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme geworden. Art. 60.De aanvragende vereniging meldt bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme elke wijziging die de voorwaarden voor de toekenning van de erkenning zou kunnen beïnvloeden, binnen de dertig dagen te rekenen van de wijziging. HOOFDSTUK III. - Intrekking van de erkenning Art. 61.De erkenning van de vereniging voor sociaal toerisme kan door het Commissariaat-generaal voor Toerisme worden ingetrokken indien : 1o de bepalingen van het decreet of diens uitvoeringsbepalingen niet worden nageleefd; 2o de persoon belast met het dagelijks bestuur van de vereniging voor sociaal toerisme veroordeeld is bij beslissing van de rechtbank die in kracht van gewijsde is getreden en in België is uitgesproken wegens een overtreding omschreven in boek II, titel VII, hoofdstukken V, VI en VII, titel VIII, hoofdstukken I, IV en VI en titel IX, hoofdstukken I en II, van het Strafwetboek of die in het buitenland is uitgesproken wegens een feit dat één van die overtredingen uitmaakt, behalve indien de tenuitvoerlegging van de straf opgeschort is en de veroordeelde het voordeel van de opschorting niet verloren heeft; 3o de persoon belast met het dagelijks bestuur van de vereniging voor sociaal toerisme veroordeeld is bij beslissing van de rechtbank die in kracht van gewijsde is getreden wegens een overtreding van de bepalingen van dit decreet of diens uitvoeringsbepalingen. Art. 62.Vóór een beslissing te treffen om de erkenning in te trekken verwittigt het Commissariaat-generaal voor Toerisme de vereniging voor sociaal toerisme bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst, over de grond voor de voorgenomen intrekking. De vereniging voor sociaal toerisme beschikt over vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van dat advies om diens opmerkingen bij ter post aangetekend schrijven over te maken aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Zij kan binnen dezelfde termijn en in dezelfde vorm vragen om te worden gehoord. In dat geval wordt zij door het Commissariaat-generaal voor Toerisme gehoord. Er wordt een proces-verbaal opgesteld. Over die hoorzitting wordt de aanvragende vereniging minstens acht dagen vóór de vastgestelde datum ingelicht. Zij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de persoon van haar keuze. Art. 63.Binnen de tien dagen na ontvangst van de opmerkingen van de vereniging voor sociaal toerisme of na laatstgenoemde te hebben gehoord, of bij uitblijven van een reactie van laatstgenoemde binnen de opgelegde termijn richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme een verzoek om adviesverlening aan de voorzitter van technisch comité sociaal toerisme. Daarbij wordt een afschrift gevoegd van de briefwisseling bedoeld in artikel 62, eerste en tweede lid, en, eventueel, van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk ander document dat door de vereniging voor sociaal toerisme is medegedeeld. Art. 64.Binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het verzoek om adviesverlening brengt het technisch comité sociaal toerisme een gemotiveerd advies uit en geeft er kennis van aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wodt daar door de overheid die moet beslissen, aan voorbijgegaan. Art. 65.Van de beslissing tot intrekking wordt aan de vereniging kennis gegeven bij ter post aangetekend schrijven. Indien het Commissariaat-generaal voor Toerisme zich niet achter het advies van het technisch comité sociaal toerisme schaart, geeft het de redenen daarvoor op. De beslissing wordt tegelijk medegedeeld aan de voorzitter van het technisch comité sociaal toerisme. Art. 66.Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan te allen tijde beslissen om de intrekkingsprocedure te beëindigen, en verwittigt ervan de vereniging voor sociaal toerisme bij ter post aangetekend schrijven. Een beslissing tot intrekking kan niet plaatsvinden meer dan zes maanden na het versturen van het schrijven bedoeld in artikel 62, eerste lid. HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden en procedure voor het beroep Art. 67.Elke vereniging kan een gemotiveerd beroep bij de regering indienen tegen de beslissing tot weigering of intrekking van de erkenning. Het beroep wordt ingediend binnen de dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing of, in het geval bepaald bij artikel 58, vierde lid, na de datum waarop de beslissing tot weigering als vaststaand wordt beschouwd. Het wordt bij ter post aangetekend schrijven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme gericht en daarbij wordt een afschrift van de omstreden beslissing, indien bestaand, gevoegd. Het beroep is niet opschortend behalve indien het betrekking heeft op een beslissing tot intrekking. In dat geval wordt de beslissing opgeschort tijdens het tijdsbestek waarover de vereniging beschikt om het beroep in te dienen en, in voorkomend geval, tot aan de beslissing van de regering die zich over het beroep uitspreekt. Art. 68.Binnen de tien dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme aan de aanvragende vereniging een bericht van ontvangst bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst. Het verstuurt binnen dezelfde termijn een afschrift van het beroep aan de voorzitter van de beroepsadviezencommissie bedoeld in artikel 50. Art. 69.De aanvragende vereniging kan, ofwel in het beroep zelf, ofwel bij ter post aangetekend schrijven gericht aan de voorzitter van die commissie binnen de vijftien dagen te rekenen van de ontvangst door de vereniging van het bericht van ontvangst van het beroep, verzoeken om gehoord te worden door de beroepsadviezencommissie. De hoorzitting kan ofwel voor de commissie ofwel voor één of meerdere van diens gemachtigden plaatsvinden. Er wordt een proces-verbaal opgesteld. De aanvragende vereniging wordt over die hoorzitting minstens acht dagen voor de vastgestelde datum ingelicht. Zij kan zich laten vertegenwoordigen of bijstaan door de personen van haar keuze. Art. 70.Binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst door diens voorzitter van het beroepsdossier brengt de beroepsadviezencommissie een gemotiveerd advies uit, in voorkomend geval na een hoorzitting te hebben georganiseerd en geeft daarvan kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en tegelijk geeft zij kennis van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk door de aanvragende vereniging medegedeeld document. Tegelijk wordt van dat advies en, in voorkomend geval, van het afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting bij ter post aangetekend schrijven aan de aanvragende vereniging kennis gegeven. Indien de kennisgeving van het advies binnen de vastgestelde termijn uitblijft, wordt daaraan door de regering voorbijgegaan. Indien de commissie zich niet binnen de termijn bedoeld in het eerste lid uitspreekt, geeft diens voorzitter binnen de vijf dagen die daarop volgen kennis aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme van een afschrift van het proces-verbaal van de hoorzitting en van elk document dat door de aanvragende vereniging is medegedeeld. Art. 71.De regering beslist over het beroep en geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvragende vereniging binnen de vier maanden te rekenen van het versturen door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 68. Indien de regering zich niet achter het advies van de beroepsadviezencommissie schaart, geeft hij daar de redenen voor op. Van de beslissing van de regering wordt kennis gegeven aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de aanvragende vereniging. Bij elke vergadering van het technisch comité sociaal toerisme wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme een overzicht gegeven van de beslissingen die aangaande de beroepen getroffen zijn. Art. 72.Indien de aanvragende vereniging de beslissing van de regering niet gekregen heeft binnen de tien dagen volgend op het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 71, eerste lid, kan ze een herinneringsschrijven versturen. Dat schrijven wordt bij ter post aangetekend schrijven gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. De inhoud ervan dient het woord "herinnering" te omvatten en op ondubbelzinninge wijze verzoeken dat over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd, beslist wordt. Indien de kennisgeving van de beslissing van de regering binnen de dertig dagen te rekenen van de ontvangst door het Commissariaat-generaal voor Toerisme van het aangetekend herinneringsschrijven uitblijft, wordt het stilzwijgen van de regering geacht een beslissing tot verwerping te vormen. TITEL IV. - Brandbescherming HOOFDSTUK I. - Brandveiligheidsattest Art. 73.Geen enkele toeristische logiesverstrekkende inrichting kan worden uitgebaat zonder brandveiligheidsattest behalve indien het een toeristisch kampeerterrein betreft voor wat de mobiele verblijven en de niet voor kampeerders toegankelijke gebouwen aangaat. Het attest bedoeld in het eerste lid wordt hierna "het brandveiligheidsattest" genoemd. Art. 74.In afwijking van artikel 73 kan de regering bij reglementair besluit een vereenvoudigd controleattest opleggen voor een gebouw waarin een toeristische logiesverstrekkende inrichting is ondergebracht waarvan de maximumcapaciteit lager is dan tien personen en waarin meerdere toeristische logiesverstrekkende inrichtingen zijn ondergebracht indien hun maximumcapaciteit samengeteld lager is dan tien personen. Die vereenvoudigde controle betreft minstens de hoofduitrustingen en -installaties. Art. 75.Een brandveiligheidsattest dient te worden bekomen voor elk gebouw of gebouwgedeelte. Art. 76.Het brandveiligheidsattest wordt afgeleverd door de burgemeester indien voldaan wordt aan de specifieke veiligheidsnormen voor het betrokken gebouw of gebouwgedeelte. Die normen worden door de regering bepaald waarbij rekening gehouden wordt met de maximumcapaciteit inzake logiesverstrekking, het type dienstverlening en de bewoningsdichtheid van het gebouw. Art. 77.Het brandveiligheidsattest kan gecombineerd worden met de verplichting om binnen een hernieuwbare termijn werken uit te voeren om de toeristische logiesverstrekkende inrichting in overeenstemming te brengen met de specifieke veiligheidsnormen. De termijn en de hernieuwingen ervan mogen in totaal de twaalf maanden niet overschrijden. De burgemeester beslist over de hernieuwingsaanvraag na advies van de territoriaal bevoegde brandweerdienst. Het niet-naleven van de opgelegde vervaldagen resulteert van rechtswege in het vervallen van het brandveiligheidsattest. De burgemeester belast de territoriaal bevoegde brandweerdienst ermee de naleving van die termijnen te controleren. Indien vastgesteld wordt dat die termijnen niet worden nageleefd, stelt de burgemeester een vaststelling van verval op waarvan hij kennis geeft aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme en, bij ter post aangetekend schrijven, aan de brandveiligheidsattesthouder. Art. 78.§ 1. Het brandveiligheidsattest heeft een geldigheidsduur van vijf jaar, behalve voor het streekgebonden toeristisch logies, de gemeubileerde vakantiewoningen en de verblijfseenheden, waar het een geldigheidsduur van tien jaar heeft. Die termijn gaat in de dag van kennisgeving van het brandveiligheidsattest aan de aanvrager overeenkomstig …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.