📄 Wettekst
19 FEBRUARI 2004. - Ordonnantie betreffende enkele bepalingen inzake ruimtelijke ordening (1)
De Brusselse Hoofdstedelijke Raad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Zij is met name bedoeld om de richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, de richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997 houdende wijziging van de richtlijn 85/337/EEG betreffende de evaluatie van de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en de richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's in de specifieke toepassingssfeer van de ordonnantie houdende organisatie van de planning en de stedenbouw om te zetten.
TITEL I. - Wijzigingen van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw Art. 2.Artikel 2 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 2.De ontwikkeling van het Gewest, samen met de ordening van zijn grondgebied, wordt nagestreefd om, op een duurzame manier, tegemoet te komen aan de sociale, economische, patrimoniale en milieubehoeften van de gemeenschap door het kwalitatief beheer van het leefklimaat, door het zuinig gebruik van de bodem en zijn rijkdommen en door de instandhouding en de ontwikkeling van het cultureel, natuurlijk en landschappelijk erfgoed.
De ontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt geconcipieerd volgens de volgende plannen en verordeningen die ook de ruimtelijke ordening en stedenbouw in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vaststellen : 1. het gewestelijk ontwikkelingsplan;2. het gewestelijk bestemmingsplan;3. de gemeentelijke ontwikkelingsplannen;4. het bijzonder bestemmingsplan;5. de gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen;6. de gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen.» Art. 3.Artikel 4 van dezelfde ordonnantie wordt met het volgend lid aangevuld : « De Regering duidt de gemachtigde ambtenaren van het Bestuur Ruimtelijke Ordening en Huisvesting aan, hieronder het Bestuur genoemd, die haar jaarlijks een verslag voorleggen over de follow-up van de belangrijke effecten van de inwerkingtreding van het gewestelijk ontwikkelingsplan en het gewestelijk bestemmingsplan op het milieu om met name de onvoorziene negatieve gevolgen in een vroegtijdig stadium te identificeren en over de eventueel aan te brengen correcturen. Deze verslagen worden op het bureau van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad neergelegd en zijn het voorwerp van een voor het publiek toegankelijke publicatie. » Art. 4.Artikel 5 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 5.De Regering verleent bindende kracht en verordenende waarde aan de bestemmingsplannen.
De plannen blijven van kracht tot op het ogenblik dat ze volledig of gedeeltelijk gewijzigd of opgeheven worden. » Art. 5.In artikel 6 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden « en van de prioritaire actieprogramma's » geschrapt. Art. 6.In artikel 7 van dezelfde ordonnantie worden de woorden «, hierna het Bestuur te noemen » geschrapt. Art. 7.Aan artikel 9 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden « van prioritair actieprogramma, » geschrapt;2° het achtste lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « De Regering bepaalt de regels voor de samenstelling en de werking van de Gewestelijke Commissie in naleving van de volgende beginselen : 1.de vertegenwoordiging van de adviesorganen wier deskundigheid zich situeert op economisch en sociaal vlak, op dat van monumenten en landschappen, van het milieu en de mobiliteit, waarvan de lijst door de Regering wordt vastgesteld; 2. de vertegenwoordiging van de gemeenten;3. de aanwijzing van onafhankelijke experts;4. het horen van de afgevaardigden van de Regering of van de gemeenten die de in het tweede lid bedoelde ontwerpen hebben uitgewerkt.» Art. 8.Aan artikel 13, tweede lid, van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het woord « zes » wordt vervangen door het woord « negen »;2° het woord « eenmaal » wordt geschrapt. Art. 9.Aan artikel 14 van dezelfde ordonnantie, worden de woorden : « en die in het kader van de uitwerking van een bijzonder bestemmingsplan of van een gemeentelijk ontwikkelingsplan belast kunnen worden met de evaluatie van de effecten » toegevoegd na de woorden « van de bijzondere bestemmingsplannen ». Art. 10.Een als volgt opgesteld artikel 15bis wordt aan het einde van artikel 15 van dezelfde ordonnantie toegevoegd : « Art. 15bis.De Regering kan de bepalingen van deze ordonnantie opheffen, aanvullen of vervangen om de voor de omzetting van de uit de richtlijnen van de Europese Unie voortvloeiende verplichte bepalingen nodige maatregelen te nemen. » Art. 11.Artikel 16 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 16.De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelt een gewestelijk ontwikkelingsplan vast dat van toepassing is op het volledig Brussels Hoofdstedelijk grondgebied.
Binnen de zes maanden die volgen op de maand van de installatie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad maakt de Regering een rapport over haar intentie om over te gaan tot een eventuele volledige of gedeeltelijke wijziging van het gewestelijk ontwikkelingsplan ter informatie over aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. » Art. 12.Artikel 17 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 17.Het gewestelijk ontwikkelingsplan is een instrument voor de globale planning van de gewestelijke ontwikkeling in het kader van de duurzame ontwikkeling. Het bepaalt : 1° de algemene en sectorale doelstellingen evenals de ontwikkelingsprioriteiten, met inbegrip van die inzake ruimtelijke ordening, vereist door de economische, sociale, culturele behoeften en die inzake verplaatsingen en milieu;2° de transversaal en sectoraal in te zetten middelen om de alzo gedefinieerde doelstellingen en prioriteiten te bereiken, met name door de kaartsgewijze voorstelling van sommige van die maatregelen;3° de vaststelling van de prioritaire interventiegebieden van het Gewest;4° in voorkomend geval de aan de normatieve bepalingen, plannen en programma's die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen worden toegepast in functie van de alzo gepreciseerde doelstellingen en middelen, aan te brengen wijzigingen.» Art. 13.Artikel 18 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 18.§ 1. De Regering maakt het ontwerp van gewestelijk ontwikkelingsplan op en maakt een milieueffectenrapport.
Daartoe werkt de Regering een ontwerp-bestek van een milieueffectenrapport betreffende het geplande project uit. Het milieueffectenrapport bevat de in bijlage C van de ordonnantie opgesomde informatie.
De Regering legt het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport voor advies voor aan de Gewestelijke Commissie, aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen slaan op de omvang en de nauwkeurigheid van de informatie die het rapport moet bevatten.
De adviezen worden overgemaakt binnen de dertig dagen na de aanvraag van de Regering. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig voor het ontwerpbestek te zijn.
In het licht van de over het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport uitgebrachte adviezen, legt de Regering het bestek van dit rapport vast rekening houdend met de informatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande know-how en evaluatiemethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau waar het verkieslijk kan zijn de evaluatie te maken om een herhaling ervan te vermijden. § 2. Op verzoek van de Regering en binnen de door haar vastgestelde termijn, brengt elk gewestelijk bestuur en elke gewestelijke instelling van openbaar nut die elementen naar voren die tot haar bevoegdheid behoren met name ten aanzien van het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport. De Regering voegt aan het ontwerpplan de lijst van deze besturen en instellingen toe.
De Regering brengt de Gewestelijke Commissie regelmatig op de hoogte van de evolutie van de voorafgaande studies, en deelt haar de resultaten ervan mee. De Gewestelijke Commissie kan op elk ogenblik opmerkingen maken of suggesties voordragen die zij nuttig acht. § 3. De Regering stelt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport vast en deelt deze onverwijld mede aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, samen met de eventuele, onder de tweede paragraaf bedoelde opmerkingen of suggesties. Het ontwerp-plan treedt in werking vijftien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. De Regering keurt het ontwerp van plan goed dat in werking treedt in de loop van het kalenderjaar dat volgt op dat van de installatie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. § 4. De Regering onderwerpt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport aan een openbaar onderzoek. De documenten die aan een openbaar onderzoek onderworpen worden omvatten de delen van het vigerende plan die niet gewijzigd zijn. Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking in elke gemeente van het Gewest, door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie Nederlandstalige en drie Franstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid, alsmede door een mededeling op radio en televisie volgens de door de Regering bepaalde regels. In deze aankondiging worden de begin- en einddatum van het onderzoek vermeld.
Na deze aankondigingen wordt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport gedurende zestig dagen ter inzage van de bevolking neergelegd in het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest.
De bezwaren en opmerkingen, waarvan door de indiener een afschrift aan het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten kan worden gestuurd, worden aan de Regering toegezonden binnen de termijn van het onderzoek bij een ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs. De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad binnen dertig dagen na de sluiting van het openbaar onderzoek een afschrift van de bezwaren en opmerkingen mede.
De Regering legt, gelijktijdig met het onderzoek, het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport voor advies voor aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Het advies wordt overgemaakt binnen de vijfenveertig dagen na de aanvraag van de Regering. Eens de termijn vervallen wordt het niet uitgebrachte advies geacht gunstig te zijn.
Na het verstrijken van de termijn van het onderzoek beschikken de gemeenteraden en de adviesorganen, waarvan de lijst door de Regering wordt vastgesteld, over een termijn van zestig dagen om hun advies uit te brengen en het aan de Regering mede te delen. Na deze termijn worden de niet uitgebrachte adviezen geacht gunstig te zijn. De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad binnen de vijftien dagen na het verstrijken van deze tennijn een exemplaar van deze adviezen mede. § 5. Samen met het milieueffectenrapport, de bezwaren, de opmerkingen en de adviezen wordt het ontwerpplan door de Regering aan de Gewestelijke Commissie voorgelegd. De Gewestelijke Commissie brengt haar advies uit en deelt het mede aan de Regering binnen negentig dagen na ontvangst van het volledige dossier, bij ontstentenis waarvan haar advies gunstig wordt geacht. Indien op het ogenblik dat de Gewestelijke Commissie haar advies moet uitbrengen zij niet geldig samengesteld is bij gebreke van de aanwijzing van haar leden binnen de bij artikel 9 bepaalde termijn, gaat de termijn van negentig dagen in vanaf de aanwijzing van haar leden.
De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad een exemplaar van dit advies mede binnen vijftien dagen na ontvangst ervan.
Minstens de helft van de termijn van negentig dagen valt buiten de schoolvakantieperioden. § 6. Wanneer het ontwerp-plan belangrijke gevolgen kan hebben voor het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan, samen met het milieueffectenrapport en de eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dit Gewest, van deze andere lidstaat van de Europese Unie of van deze andere Staatmedeondertekenaar van het verdrag van Espoo.
De Regering bepaalt : 1° de instanties die belast zijn met het overmaken van de documenten aan de in voorgaand lid bedoelde autoriteiten;2° de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteiten van Gewesten of Staten die getroffen kunnen worden, mogen deelnemen aan de evaluatieprocedure van de milieueffecten;3° de modaliteiten volgens welke het plan, de onder paragraaf 4, vierde lid en in paragraaf 5, eerste lid van dit artikel bedoelde uitgebrachte adviezen en de in artikel 3 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten aan de onder voorgaand lid bedoelde autoriteiten worden overgemaakt.» Art. 14.Artikel 19 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling « Art. 19.Binnen twaalf maanden volgend op de goedkeuring van het ontwerp-plan, stelt de Regering het plan definitief vast dat, in de motivering, samenvat hoe de milieuoverwegingen in het plan geïntegreerd werden en hoe het milieueffectenrapport en de adviezen, bezwaren en opmerkingen aangaande het ontwerp-plan in overweging werden genomen evenals de redenen die geleid hebben tot de keuze van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de overwogen andere redelijke oplossingen. De Regering deelt het plan onverwijld aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad mede. Wanneer de Regering van het advies van de Gewestelijke Commissie afwijkt, wordt haar beslissing met redenen omkleed.
Het besluit van de Regering houdende goedkeuring van het plan wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt, waarbij tevens het advies van de Gewestelijke Commissie wordt afgedrukt, en de in artikel 3 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten van het plan gepreciseerd worden.
Het plan treedt in werking vijftien dagen na zijn bekendmaking. Binnen drie dagen na deze bekendmaking ligt het volledige plan ter beschikking van de bevolking in eik gemeentehuis. Binnen dezelfde termijn wordt het plan overgemaakt aan de Gewestelijke Commissie en aan de in de uitwerkingsprocedure van het ontwerp-plan geraadpleegde organismen en besturen. » Art. 15.Artikel 20 van dezelfde ordonnantie wordt met de volgende paragraaf aangevuld : « § 3. Evenwel, wanneer zij meent dat de geplande wijzigingen van ondergeschikt belang zijn en niet van dien aard zijn dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kunnen hebben rekening houdend met de in bijlage D van deze ordonnantie opgesomde criteria, vraagt de Regering het advies van de Gewestelijke Commissie, van het Bestuur en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen hebben betrekking op het ontbreken van aanzienlijke effecten van de geplande wijzigingen. De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van de Regering. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn.
Zijn niet van ondergeschikt belang, die wijzigingen die rechtstreeks betrekking hebben op een gebied dat een bestemming gekregen heeft overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het behoud van de in het wild levende vogels en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende het behoud van de natuurlijke habitat evenals van de ongerepte fauna en flora of die rechtstreeks betrekking hebben op gebieden waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen inhouden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken in de zin van de richtlijn 96/82/EEG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren verbonden aan de zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, of die de inschrijving voorzien, in het plan, van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een bijzonder natuurlijk belang inhouden, of die verbindingswegen omvatten en die in de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten.
In het licht van de uitgebrachte adviezen bepaalt de Regering, in eeg met redenen omklede beslissing, of de planwijziging het voorwerp van een milieueffectenrapport moet zijn.
In die hypothese stelt de Regering het gewijzigd ontwerp-plan vast dat de weergave is van de onder het voorgaand lid bedoelde beslissing en van haar motivering. De Regering onderwerpt het gewijzigd ontwerp-plan aan een openbaar onderzoek en raadpleging overeenkomstig artikel 18, § 4, en vraagt vervolgens het advies van de Gewestelijke Commissie overeenkomstig artikel 18, § 5.
De Regering stelt het gewijzigd plan definitief vast volgens de modaliteiten van artikel 19 en gaat over tot de in dit artikel bepaalde formaliteiten inzake bekendmaking. » Art. 16.Aan artikel 23 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In het tweede lid worden de woorden « het bijzonder bestemmingsplan en het prioritair actieprogramma » vervangen door de woorden « en het bijzonder bestemmingsplan ».2° In het laatste lid, worden de woorden « of bij ontstentenis hiervan, aan het einde van het kalenderjaar dat volgt op het jaar van de installatie van de nieuwe Brusselse Hoofdstedelijke Raad » geschrapt. Art. 17.Artikel 28 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 28.§ 1. De Regering maakt het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan op en maakt een milieueffectenrapport.
Daartoe werkt de Regering een ontwerp-bestek uit van een milieueffectenrapport betreffende het geplande project. Het milieueffectenrapport bevat de in bijlage C van de ordonnantie opgesomde informatie.
De Regering legt het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport voor advies voor aan de Gewestelijke Commissie, aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen slaan op de omvang en de nauwkeurigheid van de informatie die het rapport moet bevatten.
De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van de Regering. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig voor het ontwerpbestek te zijn.
In het licht van de over het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport uitgebrachte adviezen, legt de Regering het bestek van dit rapport vast rekening houdend met de informatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande know-how en evaluatiemethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau waar het verkieslijk kan zijn de evaluatie te maken om een herhaling ervan te vermijden. § 2. Op aanvraag van de Regering en binnen de door haar bepaalde termijn brengt elk gewestelijk bestuur en elke instelling van openbaar nut de elementen naar voren die tot zijn bevoegdheid behoren met name ten aanzien van het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport.
De Regering brengt de Gewestelijke Commissie regelmatig op de hoogte van de evolutie van de voorafgaande studies, en deelt haar de resultaten ervan mee. De Gewestelijke Commissie kan op elk ogenblik opmerkingen maken of suggesties voordragen die zij nuttig acht. § 3. De Regering stelt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport vast en deelt ze onverwijld mede aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad samen met de in paragraaf 2 bedoelde eventuele opmerkingen of suggesties. Het ontwerp-plan wordt van kracht vijftien dagen nadat het in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt. § 4. De Regering onderwerpt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport aan een openbaar onderzoek. Dit onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking in elke gemeente van het Gewest, door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie Nederlandstalige en drie Franstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid alsmede door een mededeling op radio en televisie volgens de door de Regering bepaalde regels. In deze aankondiging worden de begin- en einddatum van het onderzoek vermeld.
Na deze aankondigingen worden het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport gedurende zestig dagen ter inzage van de bevolking gelegd in het gemeentehuis van elke gemeente van het Gewest.
De bezwaren en opmerkingen, waarvan door de indiener een afschrift aan het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeenten kan worden gestuurd, worden aan de Regering toegezonden binnen de termijn van het onderzoek bij een ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs. De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad binnen dertig dagen na de sluiting van het openbaar onderzoek een afschrift van de bezwaren en opmerkingen mede.
De Regering legt, gelijktijdig met het onderzoek, het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport voor advies voor aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. Het advies wordt overgemaakt binnen vijfenveertig dagen na de aanvraag van de Regering. Eens de tennijn vervallen wordt het niet overgemaakt advies geacht gunstig te zijn.
Na het verstrijken van de termijn van het onderzoek beschikken de gemeenteraden en de adviesorganen, waarvan de lijst door de Regering wordt vastgesteld, over een termijn van zestig dagen om hun advies uit te brengen en het aan de Regering mede te delen. Na deze termijn worden de niet-uitgebrachte adviezen geacht gunstig te zijn. De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad binnen vijftien dagen na het verstrijken van deze termijn een exemplaar van deze adviezen mede. § 5. Samen met het milieueffectenrapport, de bezwaren, de opmerkingen en de adviezen wordt het ontwerpplan door de Regering aan de Gewestelijke Commissie voorgelegd. De Gewestelijke Commissie brengt haar advies uit en deelt het mede aan de Regering binnen negentig dagen na ontvangst van het volledige dossier, bij ontstentenis waarvan haar advies gunstig wordt geacht. Indien op het ogenblik dat de Gewestelijke Commissie haar advies moet uitbrengen zij niet geldig is samengesteld bij gebreke aan de aanwijzing van haar leden binnen de bij artikel 9 bepaalde termijn gaat de termijn van negentig dagen in vanaf de aanwijzing van haar leden.
De Regering deelt aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad een exemplaar van dit advies mede binnen vijftien dagen na ontvangst ervan.
Minstens de helft van de termijn van negentig dagen valt buiten de schoolvakantieperioden. § 6. Wanneer het ontwerp-plan belangrijke gevolgen kan hebben voor het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan, samen met het milieueffectenrapport en de eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dit Gewest, van deze andere lidstaat van de Europese Unie of van deze andere Staatmedeondertekenaar van het verdrag van Espoo.
De Regering bepaalt : 1° de instanties die belast zijn met het overmaken van de documenten aan de in voorgaand lid bedoelde autoriteiten;2° de modaliteiten volgens dewelke de bevoegde autoriteiten van Gewesten of Staten die getroffen kunnen worden, mogen deelnemen aan de evaluatieprocedure van de milieueffecten;3° de modaliteiten volgens welke het plan, de onder paragraaf 4, vierde lid en in paragraaf 5, eerste lid van dit artikel bedoelde uitgebrachte adviezen en de in artikel 3 bedoelde afhandelingsmodalitieten aan de onder voorgaand lid bedoelde autoriteiten worden overgemaakt.» Art. 18.Artikel 29 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling « Art. 29.Binnen twaalf maanden volgend op de vaststelling van het ontwerp-plan, stelt de Regering het plan definitief vast dat, in de motivering samenvat hoe de milieuoverwegingen in het plan geïntegreerd werden en hoe het milieueffectenrapport en de adviezen, bezwaren en opmerkingen aangaande het ontwerp-plan in overweging werden genomen evenals de redenen die geleid hebben tot de keuze van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de overwogen andere redelijke oplossingen. De Regering deelt het plan onverwijld aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad mede. Wanneer de Regering van het advies van de Gewestelijke Commissie afwijkt, wordt haar beslissing met redenen omkleed.
Het besluit van de Regering houdende goedkeuring van het plan wordt, samen met het advies van de Gewestelijke Commissie, in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt en preciseert de in artikel 3 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten.
Het plan treedt in werking vijftien dagen na zijn bekendmaking. Binnen drie dagen na deze bekendmaking ligt het volledige plan ter beschikking van de bevolking in elk gemeentehuis. Binnen dezelfde termijn wordt het plan overgemaakt aan de Gewestelijke Commissie en aan de in de uitwerkingsprocedure van het ontwerp-plan geraadpleegde besturen. » Art. 19.Aan artikel 30 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° De eerste twee leden worden paragraaf 1.2° De volgende paragraaf wordt toegevoegd : « § 2.Evenwel, wanneer zij meent dat de geplande wijzigingen van ondergeschikt belang zijn en niet van dien aard zijn dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kunnen hebben rekening houdend met de in bijlage D van deze ordonnantie opgesomde criteria, vraagt de Regering het advies van de Gewestelijke Commissie en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen hebben betrekking op het ontbreken van noemenswaardige effecten van de geplande wijzigingen. De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van de Regering.
Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn.
Zijn niet van ondergeschikt belang, die wijzigingen die betrekking hebben op een gebied dat een bestemming gekregen heeft overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het behoud van de in het wild levende vogels en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende het behoud van de natuurlijke habitat evenals van de ongerepte fauna en flora of die betrekking hebben op gebieden waarin vestigingen kunnen komen die een risico van zware ongevallen inhouden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken in de zin van de richtlijn 96/82/EEG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren verbonden aan de zwaarste ongevallen die gevaarlijke substanties inhouden, of die de inschrijving voorzien, in het plan, van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een bijzonder natuurlijk belang inhouden, of die verbindingswegen omvatten en die in de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten.
In het licht van de uitgebrachte adviezen bepaalt de Regering, in een met redenen omklede beslissing, of de planwijziging het voorwerp van een milieueffectenrapport moet zijn.
In die hypothese stelt de Regering het gewijzigd ontwerp-plan vast dat de weergave van de onder het voorgaand lid bedoelde beslissing en van haar motivering is. De Regering onderwerpt het gewijzigd ontwerp-plan aan een openbaar onderzoek en raadpleging overeenkomstig artikel 28, § 4, en vraagt vervolgens het advies van de Gewestelijke Commissie overeenkomstig artikel 28, § 5.
De Regering stelt het gewijzigd plan definitief vast volgens de modaliteiten van artikel 29 en gaat over tot de in dit artikel bepaalde formaliteiten inzake bekendmaking. ». Art. 20.In de aanhef van Afdeling V van Hoofdstuk 11 van Titel II van dezelfde ordonnantie, worden de woorden « van het ontwerp-plan en van » geschrapt. Art. 21.Artikel 31 van dezelfde ordonnantie wordt geschrapt. Art. 22.Artikel 32 van dezelfde ordonnantie wordt geschrapt. Art. 23.Artikel 35 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 35.Elke gemeente van het Gewest stelt een gemeentelijk ontwikkelingsplan vast dat van toepassing is op haar volledig grondgebied.
Binnen zes maanden die volgen op de maand van de installatie van de gemeenteraad legt het college van burgemeester en schepenen een rapport over het nut van het overgaan tot een eventuele volledige of gedeeltelijke wijziging van het gemeentelijk ontwikkelingsplan voor aan de gemeenteraad. » Art. 24.Artikel 36 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 36.Het gemeentelijk ontwikkelingsplan kadert, met inachtneming van het gewestelijk bestemmingsplan, in de oriëntaties van het gewestelijk ontwikkelingsplan en vormt een globaal instrument voor de planning van de gemeentelijke ontwikkeling in het kader van de duurzame ontwikkeling.
Het bepaalt : 1° de algemene en sectorale doelstellingen evenals de ontwikkelingsprioriteiten, met inbegrip van die inzake ruimtelijke ordening, vereist door de economische, sociale, culturele behoeften en die inzake verplaatsingen en milieu;2° de transversaal en sectoraal in te zetten middelen om de alzo gedefinieerde doelstellingen en prioriteiten té bereiken, met name door de kaartsgewijze uitdrukking van sommige van die maatregelen;3° de vaststelling van de prioritaire interventiegebieden van het gemeente;4° in voorkomend geval de aan de door de gemeente uitgewerkte normatieve bepalingen, plannen en programma's in functie van de alzo gepreciseerde doelstellingen en middelen, aan te brengen wijzigingen. De Regering bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten van dit artikel. » Art. 25.Aan artikel 38 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het bestaand lid wordt met de volgende woorden vervolledigd : « en met het opmaken van het milieueffectenrapport »;2° de volgende leden worden toegevoegd : « Hiertoe werkt de projectleider een ontwerp-bestek van een milieueffectenrapport betreffende het geplande project uit en maakt het over aan het college van burgemeester en schepenen.Het milieueffectenrapport bevat de in bijlage C van de ordonnantie opgesomde informatie.
Het college van burgemeester en schepenen legt het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport ter advies voor aan de Gewestelijke Commissie, aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen hebben betrekking op de omvang en de nauwkeurigheid van de informatie die het rapport moet bevatten. De adviezen worden binnen dertig dagen na de aanvraag aan het college van burgemeester en schepenen overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig voor het ontwerp-bestek te zijn.
In het licht van de over het ontwerp-bestek van milieueffectenrapport uitgebrachte adviezen, legt de gemeenteraad het bestek van het milieueffectenrapport vast rekening houdend met de informatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande know-how en evaluatiemethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau waar het verkieslijk kan zijn de eva1uatie te maken om een herhaling ervan te vermijden. Hij brengt die ter kennis van de projectleider. » Art. 26.Artikel 42 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 42.§ 1. De gemeenteraad neemt voorlopig het ontwerpplan en het milieueffectenrapport aan en maakt ze over aan de Regering.
Het milieueffectenrapport kan met name gegrond worden op nuttige informatie die tijdens andere, voorheen uitgevoerde milieuevaluaties bekomen werd en, in het bijzonder, ter gelegenheid van de vaststelling van het gewestelijk ontwikkelingsplan, het gewestelijk bestemmingsplan of van een bijzonder bestemmingsplan. § 2. De Regering keurt het ontwerpplan goed, of weigert dit te doen, binnen zestig dagen na ontvangst ervan. Wanneer zij haar goedkeuring weigert, of bijzondere voorwaarden aan haar goedkeuring verbindt, nodigt de Regering de gemeenteraad uit om haar een nieuw gewijzigd ontwerp-plan voor goedkeuring voor te leggen. Het besluit van de Regering houdende weigering van de goedkeuring wordt met redenen omkleed. Indien de regering binnen de voorgeschreven termijn geen beslissing neemt, wordt het ontwerp-plan geacht te zijn goedgekeurd.
Het besluit van de Regering tot goedkeuring van het ontwerpplan of naargelang het geval, het advies van de Regering tot vaststelling dat de goedkeuring van het ontwerp-plan geacht wordt te hebben plaatsgevonden, worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het ontwerp-plan wordt van kracht vijftien dagen na deze bekendmaking. § 3. De gemeenteraad onderwerpt het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport aan een openbaar onderzoek. De documenten die aan een openbaar onderzoek onderworpen worden omvatten de delen van het vigerende plan die niet gewijzigd zijn. Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd zowel door aanplakking als door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie Nederlandstalige en drie Franstalige dagbladen, die in het Gewest worden verspreid volgens de door de Regering bepaalde regels.
Het ontwerp-plan en het milieueffectenrapport worden vervolgens gedurende vijfenveertig dagen in het gemeentehuis ter inzage gelegd van de bevolking. Het begin en het einde van deze termijn worden in de aankondiging aangegeven.
De bezwaren en opmerkingen worden binnen deze termijn aan het college van burgemeester en schepenen ter kennis gebracht en bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd. Dit proces-verbaal wordt door het college opgemaakt binnen vijftien dagen na het verstrijken van de termijn. » Art. 27.Artikel 43 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 43.§ 1. Het college van burgemeester en schepenen legt, gelijktijdig met het onderzoek, het ontwerpplan en het milieueffectenrapport voor advies voor aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van het college van burgemeester en schepenen. Eens de termijn vervallen worden de niet uitgebrachte adviezen geacht gunstig te zijn. § 2. Het ontwerp-plan, vergezeld van het milieueffectenrapport, wordt samen met de bezwaren, opmerkingen en het proces-verbaal van afsluiting van het openbaar onderzoek, binnen twintig dagen na de afsluiting van het onderzoek aan de Gewestelijke Commissie voorgelegd.
Die raadpleegt de besturen en instanties waarvan de Regering de lijst vaststelt.
Die besturen en instanties brengen hun advies uit binnen dertig dagen na de aanvraag van de Gewestelijke Commissie. Bij ontstentenis van advies binnen die termijn, worden die besturen en instanties geacht een gunstig advies gegeven te hebben. Minstens de helft van de termijn van dertig dagen valt buiten de schoolvakantieperioden.
De Gewestelijke Commissie brengt advies uit binnen negentig dagen na ontvangst van het volledig dossier, zoniet wordt dit advies als gunstig beschouwd. Indien op het ogenblik dat de Gewestelijke Commissie haar advies moet uitbrengen, zij niet geldig is samengesteld bij gebreke van aanwijzing van haar leden binnen de onder artikel 9 voorgeschreven termijn, gaat de termijn van negentig dagen in vanaf de aanwijzing van haar leden. Ten minste de helft van de termijn van negentig dagen valt buiten de perioden van de schoolvakànties. § 3. Wanneer het ontwerp-plan belangrijke gevolgen kan hebben voor het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan, samen met het milieueffectenrapport en de eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dit Gewest, van deze andere lid-Staat van de Europese Unie of van deze andere Staatmedeondertekenaar van het Verdrag van Espoo.
De Regering bepaalt : 1° de instanties die belast zijn net het overmaken van de documenten aan de in voorgaand lid bedoelde autoriteiten;2° de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteiten van Gewesten of Staten die getroffen kunnen worden, mogen deelnemen aan de evaluatieprocedure van de milieueffecten;3° de modaliteiten volgens welke het plan, de onder de paragrafen 1 en 2 van dit artikel bedoelde uitgebrachte adviezen en de in artikel 47 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten aan de onder het voorgaand lid bedoelde autoriteiten worden overgemaakt. § 4. Binnen zestig dagen na het advies van de Gewestelijke Commissie neemt de gemeenteraad, na kennis te hebben genomen van de uitslag van het onderzoek en van het advies, het plan definitief aan.
Wanneer de beslissing van de gemeenteraad van het advies van de Gewestelijke Commissie afwijkt, wordt deze met redenen omkleed.
In de motivering vat het plan samen hoe de milieuoverwegingen in het plan geïntegreerd werden en hoe het milieueffectenrapport en de adviezen, bezwaren en opmerkingen aangaande het ontwerp-plan in overweging werden genomen evenals de redenen die geleid hebben tot de keuze van het plan zoals het werd goedgekeurd, rekening houdend met de overwogen andere redelijke oplossingen. » Art. 28.In artikel 44 van dezelfde ordonnantie, wordt het zesde lid vervangen door de volgende twee leden : « Het plan treedt in werking vijftien dagen na zijn bekendmaking. Het volledig plan en het advies van de Gewestelijke Commissie liggen, binnen drie dagen na die bekendmaking, ter beschikking van de bevolking in het gemeentehuis. Binnen diezelfde termijn wordt het volledig plan aan de Gewestelijke Commissie en aan de in de uitwerkingsprocedure van het ontwerp-plan geraadpleegde instanties en besturen overgemaakt.
Het terbeschikkingstellen aan het publiek en het overmaken van de plannen aan de in het voorgaand lid bedoelde overheden preciseren de in artikel 47 gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten. » Art. 29.Artikel 45 van dezelfde ordonnantie wordt met de volgende paragraaf aangevuld : « § 3. Evenwel, wanneer zij meent dat de geplande wijzigingen van ondergeschikt belang zijn en niet van dien aard zijn dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kunnen hebben rekening houdend met de in bijlage D van deze ordonnantie opgesomde criteria, vraagt de gemeenteraad het advies van de Gewestelijke Commissie, van het Bestuur en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen hebben betrekking op het ontbreken van aanzienlijke effecten van de geplande wijzigingen. De adviezen worden binnen dertig dagen na de aanvraag aan het college van burgemeester en schepenen overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn.
Zijn niet van ondergeschikt belang, die wijzigingen die betrekking hebben op een gebied dat een bestemming gekregen heeft overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het behoud van de in het wild levende vogels en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende het behoud van de natuurlijke habitat evenals van de ongerepte fauna en flora of die betrekking hebben op gebieden waarin vestigingen kunnen komen die een risico voor zware ongevallen inhouden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken in de zin van de richtlijn 96/82/EEG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren verbonden aan de zwaarste ongevallen die gevaarlijke substanties inhouden of die de inschrijving voorzien, in het plan, van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een natuurlijk belang inhouden, of die verbindingswegen omvatten en die in de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten.
In het licht van de uitgebrachte adviezen bepaalt de gemeenteraad, in een met redenen omklede beslissing, of het gewijzigde ontwerp-plan niet het voorwerp van een milieueffectenrapport moet zijn.
In die hypothese stelt de gemeenteraad het gewijzigd ontwerp-plan vast die de weergave is van de onder het voorgaand lid bedoelde beslissing en van haar motivering. Hij belast het college van burgemeester en schepenen ermee het te onderwerpen aan een openbaar onderzoek en raadpleging overeenkomstig artikelen 42, vijfde lid, en 43, § l, en vraagt vervolgens het advies van de Gewestelijke Commissie overeenkomstig artikel 43, § 2.
Binnen zestig dagen na het advies van de Gewestelijke Commissie stelt de gemeenteraad het gewijzigd plan definitief vast en motiveert zijn beslissing wanneer die afwijkt van het advies van de Gewestelijke Commissie.
De Regering keurt het gewijzigd plan goed overeenkomstig artikel 44.
Het besluit van de Regering en het gewijzigd plan zijn het voorwerp van de in dit artikel bepaalde formaliteiten inzake bekendmaking. » Art. 30.Aan artikel 46 van dezelfde ordonnantie, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° op het tweede lid, worden de woorden « en het prioritair actieprogramma kunnen » vervangen door het woord « mag »;2° in het vierde lid worden de woorden « of bij ontstentenis hiervan, aan het einde van het kalenderjaar dat volgt op het jaar van de installatie van de nieuwe gemeenteraad » geschrapt. Art. 31.Een als volgt opgesteld artikel 47 wordt opnieuw opgenomen in dezelfde ordonnantie : « Art. 47.Het college van burgemeester en schepenen legt om de drie jaar een rapport over de follow-up van de belangrijke effecten van de inwerkingtreding van de gemeentelijke ontwikkelingsplannen op het milieu voor aan de gemeenteraad om met name de onvoorziene negatieve gevolgen in een vroegtijdig stadium te identificeren en over de eventueel aan te brengen correcturen.
Het publiek wordt op de hoogte gebracht volgens de modaliteiten voorzien in artikel 112 van de nieuwe gemeentewet. » Art. 32.In artikel 49 van dezelfde ordonnantie worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 6° van het eerste lid wordt geschrapt;2° tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgend lid ingelast : « Het plan kan de voor zijn realisatie noodzakelijke omstandigheden, de omvang en de bestemming van de stedenbouwkundige lasten bepalen, overeenkomstig de artikelen 86 en 97.» Art. 33.Artikel 51 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 51.§ 1. De ontwerpen van bijzondere bestemmingsplannen en de herziening ervan die aanzienlijk gevolgen kunnen hebben op het milieu, worden onderworpen aan een milieueffectenrapport.
Het milieueffectenrapport bevat de in bijlage C van de ordonnantie opgesomde informatie. § 2. Evenwel wanneer hij, rekening houdend met de in bijlage D van deze ordonnantie opgesomde criteria meent dat het geplande bijzonder bestemmingsplan of de herziening ervan niet van die aard is aanzienlijke gevolgen te kunnen hebben voor het milieu, kan de gemeenteraad, overeenkomstig de in artikel 52, vastgelegde procedure, beslissen dat het plan niet aan een milieueffectenrapport onderworpen moet worden.
Wordt verondersteld aanzienlijk afbreuk te kunnen doen aan het milieu, het bijzonder bestemmingsplan voorzien in de perimeter waarbinnen een gebied gelegen is dat aangeduid is overeenkomstig de richtlijnen 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende het behoud van de in het wild levende vogels en 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende het behoud van de natuurlijke habitat evenals van de ongerepte fauna en flora of die betrekking hebben op gebieden waarin vestigingen kunnen komen die een belangrijk risico kunnen inhouden voor personen, goederen of het milieu in de zin van de richtlijn 96/82/EEG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren verbonden aan de zwaarste ongevallen die gevaarlijke substanties inhouden of die de inschrijving voorzien, in het plan, van gebieden die voor huisvesting bestemd zijn, door het publiek worden bezocht en een natuurlijk belang inhouden, of die verbindingswegen omvatten en die in de nabijheid zijn gelegen van dergelijke vestigingen of van gebieden waarin ze zijn toegelaten. » Art. 34.Artikel 52 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 52.Wanneer hij meent, overeenkomstig artikel 51, § 2, eerste lid, dat het geplande bijzonder bestemmingsplan of de herziening ervan niet van dien aard zijn dat zij aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben, vraagt de gemeenteraad het advies van het Bestuur en van het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen hebben betrekking op het ontbreken van aanzienlijke effecten van het geplande plan. De adviezen worden binnen dertig dagen van de aanvraag aan het college van burgemeester en schepenen overgemaakt. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig te zijn.
In het licht van de uitgebrachte adviezen bepaalt de gemeenteraad, in een met redenen omklede beslissing, of het ontwerp-plan niet het voorwerp van een milieueffectenrapport moet zijn. In die hypothese wordt de procedure voortgezet overeenkomstig de artikelen 56 tot 58. » Art. 35.Artikel 53 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 53.Wanneer het ontwerp-plan aan een effectenevaluatie onderworpen is, duidt de gemeenteraad een erkend projectleider aan die hij belast met de uitwerking en de realisatie van het milieueffectenrapport.
De projectleider maakt een ontwerp-bestek op van het milieueffectenrapport betreffende het geplande project en maakt het over aan het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen legt liet voorontwerp van bestek van het milieueffectenrapport voor advies voor aan de Gewestelijke Commissie, aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen slaan op de omvang en de nauwkeurigheid van de informatie die het rapport moet bevatten. De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van het college van burgemeester en schepenen. Bij ontstentenis worden de adviezen geacht gunstig voor het voorontwerp van bestek te zijn.
In het licht van de over het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport uitgebrachte adviezen, legt het college van burgemeester en schepenen het ontwerp-bestek van dit rapport vast rekening houdend met de informatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande know-how en evaluatiemethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau waar het verkieslijk kan zijn de evaluatie te maken om een herhaling ervan te vermijden. ». Art. 36.De artikelen 53bis en 53ter van dezelfde ordonnantie worden geschrapt. Art. 37.Artikel 54 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 54.§ 1. De Regering bepaalt de samenstelling van het begeleidingscomité waarin minstens één vertegenwoordiger van iedere gemeente op wier grondgebied het project moet worden uitgevoerd, één vertegenwoordiger van het Brussels Instituut voor Milieubeheer en één vertegenwoordiger van het Bestuur zetelt.
De Regering bepaalt de werking van het begeleidingscomité, alsook de onverenigbaarheidsregels.
Het begeleidingscomité wordt ermee belast de procedure tot uitvoering van de milieueffectenrapport te volgen. Het secretariaat van het begeleidingscomité wordt door het Bestuur waargenomen. § 2. De Regering informeert het college van burgemeester en schepenen en het bestuur over de beslissing van samenstelling van het begeleidingscomité. Binnen tien dagen na ontvangst van die beslissing, roept het Bestuur het begeleidingscomité samen en deelt hem de beslissing van aanstelling van de projectleider en het ontwerp-bestek van het milieueffectenrapport mede.
Binnen tien dagen na ontvangst van deze documenten spreekt het begeleidingscomité zich uit over de keuze van de projectleider; 2° legt het begeleidingscomité het bestek van het milieueffectenrapport definitief vast rekening houdend met de informatie die redelijkerwijze gevraagd kan worden, met de bestaande know-how en evaluatiemethoden, met de nauwkeurigheidsgraad van het plan, en met het feit dat bepaalde aspecten ervan geïntegreerd moeten kunnen worden op een ander planologisch niveau waar het verkieslijk kan zijn de evaluatie te maken om een herhaling ervan te vermijden;3° bepaalt het begeleidingscomité de termijn waarbinnen het milieueffectenrapport moet worden verricht;4° deelt het begeleidingscomité zijn beslissing mede aan het college van burgemeester en schepenen. Indien het begeleidingscomité niet instemt met de keuze van de projectleider, verzoekt het de raad nieuwe voorstellen te doen. Het begeleidingscomité beslist over de keuze van de projectleider en brengt zijn beslissing ter kennis van het college van burgemeester en schepenen binnen vijftien dagen na ontvangst van de nieuwe voorstellen. § 3. Indien het begeleidingscomité zijn beslissing niet binnen de in paragraaf 2 bedoelde termijn heeft medegedeeld, kan het college van burgemeester en schepenen het dossier bij de Regering aanhangig maken.
Binnen zestig dagen te rekenen vanaf de aanhangigrnaking spreekt de Regering zich uit over de in § 2, 1° tot 3°, bedoelde punten en brengt haar beslissing ter kennis van het college van burgemeester en schepenen.
Wanneer de Regering de keuze van de projectleider niet goedkeurt, verzoekt zij het college van burgemeester en schepenen haar nieuwe voorstellen te doen. De Regering beslist over de keuze van de projectleider en maakt haar beslissing kenbaar aan het college van burgemeester en schepenen binnen vijftien dagen na de ontvangst van de nieuwe voorstellen.
Wanneer de Regering haar beslissing niet kenbaar maakt binnen de gestelde termijnen, kan het college van burgemeester en schepenen, per aangetekend schrijven, een rappelbrief richten aan de Regering.
Wanneer er opnieuw dertig dagen verstreken zijn na het verzenden van de bij ter post aangetekende rappelbrief en de Regering haar beslissing nog niet kenbaar heeft gemaakt, worden het ontwerpbestek alsmede de keuze van de projectleider geacht bevestigd te zijn. De termijn binnen welke het milieueffectenrapport uitgevoerd moet worden, bedraagt maximum zes maanden. § 4. Op basis van de beslissingen die overeenkomstig de §§ 2 of 3 getroffen worden, legt de gemeenteraad de nadere uitwerking van het ontwerp van bijzonder bestemmingsplan en van het milieueffectenrapport in de handen van de projectleider.
Het effectenrapport kan met name gegrond worden op nuttige informatie die tijdens andere, voorheen uitgevoerde milieuevaluaties bekomen werd en, in het bijzonder, ter gelegenheid van de goedkeuring van het gewestelijk ontwikkelingsplan, het gewestelijk bestemmingsplan of van een gemeentelijk ontwikkelingsplan. § 5. De projectleider brengt het begeleidingscomité geregeld op de hoogte van de evolutie van het milieueffectenrapport. Hij geeft antwoord op de vragen en opmerkingen van het begeleidingscomité. » Art. 38.Artikel 55 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : Art. 55.§ 1. Wanneer de projectleider van oordeel is dat het milieueffectenrapport volledig is, maakt het college van burgemeester en schepenen het ontwerp-plan, samen met het effectenrapport over aan het begeleidingscomité. § 2. Wanneer het begeleidingscomité van oordeel is dat het milieueffectenrapport volledig is, moet het binnen dertig dagen na ontvangst van bedoelde studie 1° het milieueffectenrapport sluiten;2° de lijst vastleggen van de bij de effecten van het vooropgestelde plan betrokken gemeenten van het Gewest, van de andere Gewesten en van de lid-Staten van de Europese Unie of van de andere Staten-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband;3° zijn beslissing aan het college van burgemeester en schepenen ter kennis brengen. Indien het begeleidingscomité beslist dat het milieueffectenrapport niet conform het bestek is, deelt het binnen dezelfde termijn aan het college van burgemeester en schepenen mede welke aanvullende elementen gerealiseerd moeten worden of welke wijzigingen moeten worden aangebracht en verantwoordt het zijn beslissing. In dit geval deelt het aan het college van burgemeester en schepenen mede binnen welke termijn deze hem toegezonden moeten worden.
Indien het begeleidingscomité de termijn bedoeld in het tweede en in het derde lid niet in acht neemt, kan het college van burgemeester en schepenen zijn dossier bij de Regering aanhangig maken. Deze mogelijkheid wordt hem eveneens geboden wanneer het begeleidingscomité verklaart dat het milieueffectenrapport onvolledig is.
De Regering treedt in de plaats van het begeleidingscomité. De Regering deelt haar beslissing mede binnen dertig dagen na de aanhangigmaking. » Art. 39.Artikel 56 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 56.§ 1. De gemeenteraad stelt het ontwerpplan voorlopig vast, samen met, in voorkomend geval, het milieueffectenrapport wanneer dit rapport vereist is, en maakt het over aan de Regering.
Het milieueffectenrapport kan meer bepaald gegrond worden op nuttige informatie die bekomen is naar aanleiding van eerder uitgevoerde milieuevaluaties en, meer bepaald, naar aanleiding van de goedkeuring van het gewestelijk ontwikkelingsplan, het gewestelijk bestemmingsplan of een gemeentelijk ontwikkelingsplan.
De Regering hecht al dan niet haar goedkeuring aan het ontwerp-plan binnen zestig dagen na ontvangst ervan. Zij weigert haar goedkeuring te geven wanneer het ontwerp niet verenigbaar is met een door de Regering vastgesteld ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan. Wanneer zij haar goedkeuring weigert, of er bijzondere voorwaarden aan vastkoppelt, vraagt de Regering de gemeenteraad haar een nieuw ontwerp-plan, samen met het aan de aangebrachte aanpassingen aangepast milieueffectenrapport wanneer dit rapport vereist is, ter goedkeuring voor te leggen. Het besluit van de Regering houdende weigering van goedkeuring wordt met redenen omkleed. Bij ontstentenis van beslssing van de Regering binnen de vastgestelde termijn, wordt het ontwerpplan geacht te zijn goedgekeurd.
Het besluit van de Regering houdende goedkeuring van het ontwerp-plan of, naargelang het geval, het advies van de Regering houdende vaststelling dat het ontwerp-plan geacht is goedgekeurd te zijn, wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. liet ontwerp-plan treedt in werking vijftien dagen na deze bekendmaking. § 2. De gemeenteraad onderwerpt het ontwerp-plan samen met, in voorkomend geval, het milieueffectenrapport wanneer dit rapport vereist is, aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd zowel door aanplakking als door een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie Nederlandstalige en drie Franstalige dagbladen die in het Gewest worden verspreid volgens de door de Regering bepaalde regels.
Het ontwerp-plan, in voorkomend geval vergezeld van het milieueffectenrapport, wordt vervolgens gedurende dertig dagen in het gemeentehuis ter inzage van de bevolking gelegd. Het begin en het einde van deze termijn worden in de aankondiging aangegeven.
Bezwaren en opmerkingen worden binnen deze termijn aan het college van burgemeester en schepenen ter kennis gebracht en bij het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek gevoegd. Dit proces-verbaal wordt door het college opgemaakt binnen vijftien dagen na het verstrijken van de termijn. § 3. Het college van burgemeester en schepenen legt, gelijktijdig met het onderzoek, het ontwerp-plan en, in voorkomend geval, het milieueffectenrapport voor advies voor aan het Bestuur en aan het Brussels Instituut voor Milieubeheer. De adviezen worden overgemaakt binnen dertig dagen na de aanvraag van het college van burgemeester en schepenen. Eens de termijn vervallen worden de niet uitgebrachte adviezen geacht gunstig te zijn. § 4. Daarenboven, wanneer het begeleidingscomité of de Regering bepaald heeft dat andere gemeenten bij de effecten van het vooropgestelde plan betrokken zijn, onderwerpt het college van burgemeester en schepenen van deze gemeenten het ontwerp-plan, vergezeld van het milieueffectenrapport, aan een openbaar onderzoek van dertig dagen. De Regering stelt de datum vast waarop de openbare onderzoeken ten laatste dienen gesloten te zijn. § 5. Wanneer het ontwerp-plan belangrijke gevolgen kan hebben voor het milieu van een ander Gewest, van een andere lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat-medeondertekenaar van het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, wordt het ontwerp-plan, samen met het milieueffectenrapport en de eventuele informatie over de grensoverschrijdende effecten overgemaakt aan de bevoegde autoriteiten van dit andere Gewest, van deze andere lidstaat van de Europese Unie of van deze andere Staat-medeondertekenaar van het verdrag van Espoo.
De Regering bepaalt : 1° de instanties die belast zijn met het overmaken van de documenten aan de in voorgaand lid bedoelde autoriteiten;2° de modaliteiten volgens welke de bevoegde autoriteiten van Gewesten of Staten die getroffen kunnen worden, mogen deelnemen aan de evaluatieprocedure van de milieueffecten;3° de modaliteiten volgens welke het plan, de in § 3 en in artikel 57, tweede, vierde en vijfde lid, bedoelde uitgebrachte adviezen over het ontwerp-plan en de in artikel 67ter gedefinieerde afhandelingsmodaliteiten aan de onder voorgaand lid bedoelde autoriteiten worden overgemaakt.» Art. 40.Artikel 56bis van dezelfde ordonnantie wordt geschrapt. Art. 41.Artikel 57 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 57.Het ontwerp-plan, in voorkomend geval vergezeld van het milieueffectenrapport, wordt, samen met de bezwaren, de opmerkingen en het proces-verbaal van sluiting van het onderzoek, binnen twintig dagen na sluiting van het onderzoek aan de overlegcommissie voorgelegd. Die raadpleegt de besturen en instanties waarvan de Regering de lijst vaststelt.
Die besturen en instanties brengen hun advies uit binnen dertig dagen na de aanvraag van de gewestelijke commissie. Bij ontstentenis van advies binnen die termijn, worden die besturen en instanties geacht een gunstig advies gegeven te hebben.
Wanneer het begeleidingscomité of de Regering heeft bepaald dat andere gemeenten bij de effecten van de vooropgestelde aanleg betrokken zijn, zetelen ook hun vertegenwoordigers in de overlegcommissie.
De overlegcommissie brengt haar advies uit binnen de zestig dagen na ontvangst van de onder het eerste lid bedoelde documenten. Bij ontstentenis van advies binnen die termijn, wordt de overlegcommissie geacht een gunstig advies te hebben gegeven.
Wanneer het ontwerp-plan bepalingen bevat die afwijken van het gewestelijk bestemmingsplan, worden het volledig dossier en het advies van de overlegcommissie aan de Gewestelijke Commissie overgemaakt.
Deze laatste brengt advies uit over de gepastheid van de gevraagde afwijking binnen dertig dagen na ontvangst van het dossier. Bij ontstentenis van advies binnen die termijn, wordt de Gewestelijke Commissie geacht een gunstig advies te hebben gegeven. Indien op het ogenblik dat de Gewestelijke Commissie haar advies moet uitbrengen, zij niet geldig is samengesteld bij gebreke van de aanwijzing van haar leden binnen de onder artikel 9 voorgeschreven termijn, gaat de termijn van dertig dagen in vanaf de aanwijzing van haarleden.
Ten minste de helft van de termijnen van dertig en zestig dagen valt buiten de perioden van de schoolvakanties. » Art. 42.Artikel 58 van dezelfde ordonnantie wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 58.§ 1. Na kennis te hebben genomen van de resultaten van het onderzoek en van het advies of de adviezen, uitgebracht overeenkomstig artikel 57, tweede, vierde en vijfde lid, kan de …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.