← België

Decreet betreffende het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (1)

Kort samengevat

Dit decreet richt een nieuwe openbare instelling op, genaamd het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen). Het Agentschap neemt taken en verantwoordelijkheden over van verschillende bestaande instanties op het gebied van gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen in Wallonië.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
3 DECEMBER 2015. - Decreet betreffende het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen) (1) Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een aangelegenheid bedoeld in artikel 128, § 1, van de Grondwet. HOOFDSTUK II. - Wijziging in het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid Art. 2.In het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, Eerste deel, Boek I, worden Titel I, Titel II, Titel III, de Hoofdstukken I, II en III van Titel IV, de Afdelingen 1 tot 7 van Hoofdstuk III van Titel IV, de Onderafdelingen 1 en 2 van Afdeling 2 van Hoofdstuk III van Titel IV, de Onderafelingen 1 en 2 van Afdeling 3 van Hoofdstuk III van Titel IV, de Onderafdelingen 1 en 2 van Afdeling 4 van Hoofdstuk III van Titel IV, de Onderafdelingen 1 en 2 van Afdeling 5 van Hoofdstuk III van Titel IV, de Onderafelingen 1 en 2 van Afdeling 6 van Hoofdstuk III van Titel IV, de Onderafelingen 1 en 2 van Afdeling 7 van Hoofdstuk III van Titel IV, waarin de artikelen 1 tot 30 opgenomen zijn, opgeheven. Art. 3.In hetzelfde Wetboek, Eerste deel, wordt het opschrift van Boek I vervangen als volgt : Het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen). Art. 4.Boek I, zoals gewijzigd bij artikel 3, wordt aangevuld met een Titel "Algemene bepalingen", waarin de artikelen 1 tot 2/3 opgenomen zijn. Art. 5.In Titel I, ingevoegd bij artikel 4, wordt een artikel 1 ingevoegd, luidend als volgt : « Artikel 1.In de zin van dit Boek wordt verstaan onder : 1° Administratie : de diensten van de Waalse Regering bevoegd in de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, § 1, II, 2° en 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen;2° openbare instelling : de instellingen van openbaar nut bevoegd in de aangelegenheden bedoeld in artikel 5, § 1, II, 1°, 4° en 5°, en IV van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen;3° verzekeringsinstelling : een landsbond van ziekenfondsen zoals omschreven in artikel 6 van de wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1990 pub. 21/12/2007 numac 2007001031 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het eerste semester 2007 type wet prom. 06/08/1990 pub. 17/03/2009 numac 2009000060 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail;4° kinderbijslagfonds : een kinderbijslagfonds erkend krachtens artikel 19 van de Algemene kinderbijslag wet van 19 december 1939Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1939 pub. 15/01/2015 numac 2014000940 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Algemene kinderbijslagwet sluiten;5° overeenkomst : een akkoord tot bepaling van de financiële en administratieve verbanden tussen inrichtingen, diensten, instellingen of dienstverleners en de begunstigden van de verplichte gezondheidszorgverzekering alsook de verbanden tussen die inrichtingen, diensten, instellingen of dienstverleners, het Agentschap en de verzekeringsinstellingen;6° revalidatieovereenkomst : een akkoord gesloten met een inrichting voor functionele reëducatie of beroepsheraanpassing of met een gecoördineerd multidisciplinair zorgcentrum;7° werkdagen : kalenderdagen, met uitzondering van zondagen en wettelijke feestdagen.Dit Boek regelt krachtens artikel 138 van de Grondwet aangelegenheden bedoeld in artikel 128, § 1, van de Grondwet. » Art. 6.In dezelfde Titel I wordt een artikel 2 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 2.§ 1. Er wordt een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid opgericht, met name het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles", hierna "het Agentschap". § 2. Het Agentschap erft, wat het Waals Gewest betreft, de rechten, plichten, goederen en lasten van : 1° het "Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées" (Waals agentschap voor de integratie van gehandicapte personen);2° de diensten van de Waalse Regering wat betreft het gezondheidsbeleid, het gezinsbeleid bedoeld in artikel 5, § 1, II, 1°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en het bejaardenbeleid, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, I, en II, 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 6° en 7°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;2° de diensten van de Regering van de Franse Gemeenschap wat betreft het gezondheidsbeleid, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 6°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;2° het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering bedoeld in de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft het gezondheidsbeleid, het beleid inzake bijstand aan personen binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, I, en II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 6° en 7°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;2° de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, wat het gezondheidsbeleid betreft, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 6°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;6° de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, wat betreft de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden bedoeld in artikel 5, § 1, II, 4°, a), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen;6° het Federaal Agentschap voor de Kinderbijslag, wat betreft de gezinsbijslagen bedoeld in artikel 5, § 1, IV, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. § 3. De personeelsleden van het "Agence wallonne pour l'intégration des personnes handicapées" worden ambtshalve naar het Agentschap overgeplaatst, met inachtneming van de modaliteiten die door de Regering bepaald worden. De personeelsleden van het Operationeel directoraat-generaal Plaatselijke Besturen, Sociale Actie en Gezondheid van de Waalse Overheidsdienst worden op vrijwillige basis naar het Agentschap overgeplaatst, met inachtneming van de modaliteiten die door de Regering bepaald worden. Als er niet genoeg kandidaturen zijn, kan de oproep uitgebreid worden tot de personeelsleden van de Waalse overheidsdienst en de instelingen van openbaar nut van het Waals Gewest. De personeelsleden die naar het Gewest en de diensten van de Waalse Regering overgeplaatst worden in het kader van bevoegdheden beheerd door de diensten en instellingen bedoeld in paragraaf 2, 3° tot 7°, worden in het Agentschap opgenomen." Art. 7.In dezelfde Titel I wordt een artikel 2/1 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 2/1.De zetel van het Agentschap is in Charleroi gevestigd. De Regering bepaalt het aantal regionale kantoren van het Agentschap, hun bevoegdheden, hun lokalisering en het grondgebied dat ze bedienen. » Art. 8.In dezelfde Titel I wordt een artikel 2/2 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 2/2.Het Agentschap oefent de opdrachten die hem krachtens dit Boek worden toegewezen uit overeenkomstig de regels en onder de bijzondere voorwaarden vastgelegd bij de beheersovereenkomst bedoeld in Titel V, in de volgende aangelegenheden : 1° het gezondsheidbeleid, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 6°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;2° het gezinsbeleid bedoeld in artikel 5, § 1, II, 1°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, binnen de perken vastgelegd bij artikel 3, 7°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;3° het beleid inzake minder-validen, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, II, 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 7°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;4° het bejaardenbeleid, binnen de perken vastgelegd bij artikel 5, § 1, II, 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en bij artikel 3, 7°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt;5° de gezinsbijslagen bedoeld in artikel 5, § 1, IV, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen en in artikel 3, 8°, van het decreet van 11 april 2014 betreffende de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap waarvan de uitoefening aan het Waalse Gewest en aan de Franse Gemeenschapscommissie overgedragen wordt.» Art. 9.In dezelfde Titel I wordt een artikel 2/3 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 2/3.De overheidsbesturen en de instellingen van openbaar nut die onder de autoriteit van het Gewest ressorteren, de verzekeringsinstellingen, de kinderbijslagfondsen alsook elke door het Gewest erkende of gesubsidieerde dienst zijn ertoe verplicht gratis alle informatie aan het Agentschap te verstrekken dat het nodig heeft om zijn opdrachten te vervullen. » Art. 10.Boek I, gewijzigd bij artikel 3, wordt aangevuld met een Titel II "Structuur en bestuur", waarin de artikelen 3 tot 25/4 opgenomen zijn. Art. 11.Titel II, ingevoegd bij artikel 10, wordt aangevuld met een hoofdstuk I "Koepelorganen", waarin de artikelen 3 tot 8/3 opgenomen zijn. Art. 12.Hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 11, wordt aangevuld met een Afdeling 1, waarin artikel 3 opgenomen is, luidend als volgt : « Organen van het Agentschap ». Art. 13.Hetzelfde Hoofdstuk 1, Afdeling 1, ingevoegd bij artikel 12, wordt aangevuld met een artikel 3, luidend als volgt : « Art. 3.Binnen het Agentschap worden de volgende Raden opgericht : 1° een Algemene raad;2° een Raad inzake strategie en prospectief onderzoek;3° een Raad inzake financiële en budgettaire monitoring. Het Agentschap wordt bovendien voorzien van een interne-auditstelsel". Art. 14.Hetzelfde Hoofdstuk 1 wordt aangevuld met een Afdeling 2 "Algemene raad", waarin de artikelen 4 en 4/1 opgenomen zijn. Art. 15.Afdeling 2, ingevoegd bij artikel 14, wordt aangevuld met een artikel 4, luidend als volgt : « Art. 4.§ 1. De Algemene raad is samengesteld uit : 1° vijf vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werkgevers en van de representatieve organisaties van het geheel van de zelfstandige werknemers, die stemgerechtigd zijn;2° vijf vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de bezoldigde werknemers, die stemgerechtigd zijn;3° vijf vertegenwoordigers van de Autoriteit, die stemgerechtigd zijn;4° drie vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen, die stemgerechtigd zijn vanaf een door de Regering te bepalen datum, uiterlijk 1 januari 2017. Voor die datum wonen de verzekeringsinstellingen de vergaderingen van de Algemene raad met raadgevende stem bij. Voor elke categorie van gewone leden bedoeld in het eerste lid worden evenveel plaatsvervangende leden aangewezen. Een plaatsvervangend lid mag slechts zitting hebben indien het gewoon lid van zijn categorie afwezig is. De voorzitters van de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21, de algemeen bestuurder, de adjunct-algemeen bestuurder en de inspecteurs-generaal of hun afgevaardigden wonen de vergaderingen van de Raad met raadgevende stem bij. § 2. De gewone en de plaatsvervangende leden van de Algemene raad worden door de Regering benoemd. De Regering benoemt de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2° en 4°, en de plaatsvervangende leden bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, respectievelijk op de voordracht van de « Conseil économique et social de Wallonie" (Sociaal-economische raad van Wallonië) en op de voordracht van de verzekeringsinstellingen. De gewone en plaatsvervangende leden bedoeld in het tweede lid mogen niet ressorteren onder het hiërarchisch gezag van een lid van de Regering. De personen die een functie van deskundige in een ministerieel kabinet uitoefenen ten belope van maximum 0,10 voltijdsequivalent worden niet beschouwd als ressorterend onder het hiërarchisch gezag van een lid van de Regering. De Regering wijst de voorzitter van de Algemene raad aan onder de gewone leden die stemgerechtigd zijn. § 3. Onder vertegenwoordigers van de Autoriteit bedoeld in paragraaf 1, 3°, wordt verstaan de overheidsbestuurders aangewezen krachtens het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 22/03/2004 numac 2004200761 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet. § 4. De mandaten van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2° en 4°, en van hun plaatsvervangers beginnen te lopen binnen zes maanden na de datum van de eedaflegging van de leden van de Regering als gevolg van de hernieuwing van het Waals parlement. Ze kunnen hernieuwd worden. Ze eindigen in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid, wanneer de in paragraaf 2, derde lid, bedoeld voorwaarde niet meer vervuld is of wanneer het lid de hoedanigheid verliest waarin het is aangewezen. Als het mandaat van één van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2° of 4°, of van één van hun plaatsvervangers eindigt om één van de redenen bedoeld in het eerste lid, draagt de betrokken organisatie een plaatsvervanger aan de Regering voor binnen een maand na de stopzetting van de functie. Het lid wordt vervangen binnen drie maanden na de stopzetting van de functie. Het nieuwe lid voldeindigt het mandaat van zijn voorganger. » Art. 16.Dezelfde Afdeling 2 wordt aangevuld met een artikel 4/1, luidend als volgt : « Art. 4/1.§ 1. Onverminderde de bij artikel 26/2 bepaalde delegaties, neemt de Algemene raad het beheer van het geheel van de hulpmiddelen van het Agentschap waar en waarborgt het daarbij de doeltreffendheid en de doorzichtigheid van dat beheer. Daartoe gaat de Algemene raad te werk als volgt : 1° hij verdeelt de hulpmiddelen bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder de afdelingen van het Agentschap, overeenkomstig artikel 28;2° hij voert een beheer inzake gemeenschappelijke schatkist en zorgt voor het beheer van het beschikbare vermogen dat aan het Agenstchap toebehoort;3° hij volgt de evolutie van het geheel van de uitgaven op basis van de gegevens verstrekt door de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21; 4° met het oog op het opmaken van de begroting van het Gewest en van de begrotingscontroles legt hij aan de Regering een rapport over m.b.t. de evolutie van de uitgaven van de afdelingen van het Agentschap in een meerjarig perspectief en m.b.t. de hulpmiddelen waarover het Agentschap zou moeten beschikken om het financiële evenwicht van elke afdeling te garanderen rekening houdend met de evolutie ervan. § 2. De Algemene raad maakt de begroting van het Agentschap op. Daartoe gaat de Algemene raad te werk als volgt : 1° hij consolideert de begrotingen van de opdrachten die hem meegedeeld worden door de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21;2° hij maakt de beheersbegroting van het Agentschap op. Daarnaast vervult de Algemene raad de volgende taken : 1° hij voert de boekhouding van het Agentschap;2° hij legt actieve en passieve periodieke situaties van het Agentschap vast;3° hij legt de rekeningen van het Agentschap vast, alsook de situaties voorgeschreven door het genormaliseerde boekhoudplan. Daartoe gaat de Algemene raad te werk als volgt : 1° hij organiseert de boekhoudkundige gegevens die hem verstrekt worden door de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 en hergroepeert in één document de rekeningen die ze hem meedelen;2° hij bepaalt de boekhoudige gegevens en de rekeningen betreffende het beheer van het Agentschap. § 3. Onverminderd de bepalingen van Hoofdstuk 3 en die van Titel VI, beschikt de Algemene raad over alle bevoegdheden die nodig zijn voor de administratie van het Agentschap. Hij is ondermeer bevoegd : 1° voor de goedkeuring van de huishoudelijke reglementen van het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek, van de Raad inzake budgettaire financiële monitoring, van elk Comité en van het huishoudelijk reglement dat gemeen is aan de groepen van deskundigen bedoeld in artikel 5, eerste lid;2° om het organieke kader van het personeel van het Agentschap en de desbetreffende wijzigingen aan de Regering over te leggen, na inwinning van het advies van de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21;3° om de in Titel V bedoelde beheersovereenkomst te sluiten, goed te keuren en te evalueren volgens de modaliteiten waarin de artikelen 29/1 en 29/2 voorzien;4° om het in artikel 29/3 bedoelde bestuursplan op te maken volgens de modaliteiten waarin hetzelfde artikel voorziet. De Algemene raad beslist over de aankoop, het gebruik of de overdracht van de materiële of immateriële goederen van het Agentschap, over het stellen of afschaffen van zakelijke rechten op die goederen. Hij zorgt voor de uitvoering van die beslissingen. In afwijking van het derde lid bepaalt de beheersovereenkomst het bedrag waarboven elke beslissing tot aankoop, bouw of vervreemding van een onroerend goed of een onroerend recht aan de voorafgaande toestemming van de Regering onderworpen wordt, binnen de termijn waarin de beheersovereenkomst voorziet. § 4. De Algemene raad zorgt voor de samenhang en de coördinatie van het beheer van de afdelingen van het Agentschap. Hij arbitreert de bevoegdheidsgeschillen en de belangenconflicten tussen de afdelingen van het Agentschap. In dat kader kan hij de plaats van de organen van het Agentschap innemen volgens de modaliteiten die de Regering bepaalt. § 5. In samenspraak met de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 gaat de Algemene raad te werk als volgt : 1° hij bepaalt de algemene beleidslijnen van het Agentschap, op korte, middellange en lange termijn;2° hij ontwikkelt en brengt transversale beleidslijnen tot stand, onverminderd de bevoegdheden van de Commissies bedoeld in de artikelen 23 en 24. Daartoe kan de Algemene raad de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek om advies verzoeken overeenkomstig artikel 5/4, § 2, 3°. § 6. De Algemene raad maakt een jaarverslag van de activiteiten van het Agentschap op. § 7. Voor de uitoefening van de opdrachten bedoeld in paragraaf 1, paragraaf 2, tweede lid, 2°, en paragraaf 3, tweede lid, 1° tot 4°, is de Algemene raad op geldige wijze samengesteld als minstens drie vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werkgevers en van de representatieve organisaties van het geheel van de zelfstandige werknemers, drie vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de bezoldigde werknemers, drie vertegenwoordigers van de Autoriteit alsook twee vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen aanwezig zijn. Als de Algemene raad niet op geldige wijze kan worden samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt hij opnieuw bijeengeroepen binnen zes werkdagen. In dat geval en in afwijking van het eerste lid wordt de Algemene raad geacht op geldige wijze te zijn samengesteld als minstens de helft van de leden aanwezig is. Wat het geheel van de opdrachten van de Algemene raad betreft, worden de beslissingen genomen bij absolute meerderheid van de stemmen uitgebracht door de aanwezige stemgerechtigde leden. Onthoudingen worden niet in aanmerking genomen. » Art. 17.Hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 11, wordt aangevuld met een Afdeling 3 "Raad inzake strategie en prospectief onderzoek", waarin de artikelen 5 tot 5/5 opgenomen zijn, luidend als volgt : Art. 18.Afdeling 3, ingevoegd bij artikel 17, wordt aangevuld met een artikel 5, luidend als volgt : « Art. 5.De Raad inzake strategie en prospectief onderzoek is samengesteld uit een Centraal college inzake strategie en prospectiefonderzoek en uit groepen van deskundigen. Hij steunt op een secretariaat en op een centrum voor de waarneming van de beleidslijnen bedoeld in artikel 2/2. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de werking van de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek. » Art. 19.Dezelfde Afdeling 3 wordt aangevuld met een artikel 5/1, luidend als volgt : « Art. 5/1.§ 1. Het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek is samengesteld uit : 1° twee leden van elk Comité bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21, aangewezen door hem;2° vier vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werkgevers en van de representatieve organisaties van het geheel van de zelfstandige werknemers, aangewezen op de voordracht van de "Conseil économique et social de Wallonie" (Sociaal-economische raad van Wallonië);3° vier vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werknemers, aangewezen op de voordracht van de "Conseil économique et social de Wallonie";4° twaalf leden erkend voor hun bijzondere expertise in de aangelegenheden beheerd door het Agentschap, aangewezen door de Regering;5° een personeelslid van het "Institut wallon de l'évaluation, de la prospective et de la statistique" (Waals instituut voor evaluatie, prospectief onderzoek en statistiek). Voor elk gewoon lid bedoeld in het eerste lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. Het heeft slechts zitting als het gewone lid dat het vervangt afwezig is. De voorzitter wordt door de Regering aangewezen onder de stemgerechtigde gewone leden. § 4. De mandaten van de leden bedoeld in paragraaf 1 beginnen te lopen binnen zes maanden na de datum van de eedaflegging van de leden van de Regering als gevolg van de hernieuwing van het Waals parlement. Ze kunnen hernieuwd worden. Ze eindigen in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid of wanneer het lid de hoedanigheid verliest waarin het is aangewezen. Als het mandaat van één van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, 3°, 4° en 5°, of van één van hun plaatsvervangers eindigt om één van de redenen bedoeld in het eerste lid, voleindigt het nieuwe lid het mandaat van zijn voorganger. » Art. 20.Dezelfde Afdeling 3 wordt aangevuld met een artikel 5/2, luidend als volgt : « Art. 5/2.De groepen van deskundigen bedoeld in artikel 5, eerste lid, zijn uit tien à twintig leden samengesteld naar gelang van de betrokken thematieken. Die leden worden door het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek aangewezen op een lijst van deskundigen. De lijst van deskundigen bedoeld in het tweede lid wordt minstens om de zes jaar door de Regering vastgelegd na openbare kandidaturenoproep en op de voordracht van het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek. Als bepaalde aangelegenheden die door het Agentschap beheerd worden of bepaalde types van deskundigen onvoldoende vertegenwoordigd zijn, kan de lijst van deskundigen gedeeltelijk hernieuwd worden. Ze telt ondermeer vertegenwoordigers van de wetenschappelijke wereld, de verzekeringsinstellingen, de kinderbijslagfondsen, de representatieve organisaties van het geheel van de werkgevers en van de representatieve organisaties van het geheel van de zelfstandige werknemers, de representatieve organisaties van het geheel van de bezoldigde werknemers, de representatieve vakorganisaties en de representatieve organisaties van de beheerders van de inrichtingen, diensten en instellingen en van de representatieve verenigingen van de gebruikers, erkend voor hun bijzondere expertise in de aangelegenheden van het Agentschap. Een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende domeinen van het Agentschap wordt er gewaarborgd. » Art. 21.Dezelfde Afdeling 3 wordt aangevuld met een artikel 5/3, luidend als volgt : « Art. 5/3.Met uitzondering van de leden bedoeld in artikel 5/1, § 1, 1°, is de hoedanigheid van lid van het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek onverenigbaar met de hoedanigheid van : 1° lid van de Algemene raad;2° lid van de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring.» Art. 22.Dezelfde Afdeling 3 wordt aangevuld met een artikel 5/4, luidend als volgt : « Art. 5/4.De adviesfunctie betreffende de aangelegenheden bedoeld in artikel 2/2 wordt door de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek uitgeoefend volgens de modaliteiten bepaald bij of krachtens dit Boek. In het kader van die functie ontwikkelt de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek een transversale strategische visie van de aangelegenheden in het kader waarvan het Agentschap zijn opdrachten vervult. Daartoe gaat de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek te werk als volgt : 1° hij voert toezicht op de ontwikkelingen van het gezondheidsbeleid, het bejaardenbeleid, het gehandicaptenbeleid, het gezinsbeleid en het gezinsbijslagbeleid op regionaal, gemeenschappelijk, federaal en internationaal niveau, en formuleert voorstellen om in te gaan op langetermijn uitdagingen die hij in verband met die beleidslijnen identificeert;2° hij beoordeelt op kwalitatief en kwantitatief vlak en in een perspectief van voldoening van de begunstigden en van vermindering van de ongelijkheden, de waaier van oplossingen, ingevoerd in het kader van de aangelegenheden bedoeld in artikel 2/2 en formuleert voorstellen met het oog op de ontwikkeling van die oplossingen;3° hij geeft advies over de aangelegenheden bedoeld onder 1° en 2°, hetzij op verzoek van de Regering, de Algemene raad of een Comité, hetzij op eigen initiatief. De Raad inzake strategie en prospectief onderzoek kan om advies verzocht worden over de voorontwerpen van decreten, de ontwerpen van besluiten van de Regering en over de uitvoering van de programmering en het vijfjaarlijks programma inzake gezondheidsbevordering in de aangelegenheden bedoeld in artikel 2/2. De adviezen uitgebracht door de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek in het kader van zijn bevoegdheden bedoeld in dit artikel worden ter informatie meegedeeld aan de Regering, de Algemene Raad en de Comités van betrokken afdelingen. De adviezen uitgebracht door de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek over een voorontwerp van decreet worden aan de « Conseil économique et social » meegedeeld. De Raad inzake strategie en prospectief onderzoek legt om de twee jaar tegen 30 april een rapport met de vaststellingen, evaluaties en voorstellen bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°, aan het Parlement en aan de Regering over. Dat rapport wordt meegedeeld aan de Algemene raad en aan de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21. » Art. 23.Dezelfde Afdeling 3 wordt aangevuld met een artikel 5/5, luidend als volgt : « Art. 5/5.§ 1. De uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 5/4, tweede lid, 1° en 2°, wordt gewaarborgd door le Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek. Daartoe kan het de in artikel 5, eerste lid, bedoelde groepen van deskundigen om advies verzoeken. § 2. De adviesaanvragen die overeenkomstig de artikelen 5/4, tweede lid, 3°, en 5/4, derde lid, van de Regering, de Algemene raad of een Comité uitgaan, worden aan het secretariaat van de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek gericht. Ze worden door het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek behandeld als het om algemene adviezen gaat of door een groep van deskundigen als het om adviezen m.b.t. specifieke aangelegenheden gaat. Als het om adviezen m.b.t. specifieke aangelegenheden gaat, wordt het advies van de groep van deskundigen onderzocht door het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek, dat er desgevallend zijn bemerkingen aan toevoegt. Als het om algemene adviezen gaat, kan het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek altijd één of meer groepen van deskundigen om advies vragen. » Art. 24.Hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 11, wordt aangevuld met een Afdeling 4 "Raad inzake financiële en budgettaire monitoring", waarin de artikelen 6 tot 6/1 opgenomen zijn. Art. 25.Afdeling 4, ingevoegd bij artikel 24, wordt aangevuld met een artikel 6, luidend als volgt : « Art. 6.§ 1. De Raad inzake financiële en budgettaire monitoring is samengesteld uit : 1° een lid van elk Comité bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21, aangewezen door hem;2° drie leden erkend voor hun budgettaire bevoegdheden en aangewezen door de Regering;3° een Inspecteur van Financiën, aangewezen door de Regering;4° een vertegenwoordiger van het Rekenhof;5° een afgevaardigde van de Administratie van de begroting van het Gewest, aangewezen door de Regering. Voor elk gewoon lid bedoeld in het eerste lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. Het heeft slechts zitting als het gewone lid dat het vervangt afwezig is. De hoedanigheid van lid van de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring is onverenigbaar met de hoedanigheid van : 1° lid van de Algemene raad;2° lid van een Comité, behalve wat betreft de leden bedoeld in het eerste lid, 1°;3° lid van één van de Commissies bedoeld in de artikelen 12 tot 16/1 of van één van de Commissies bedoeld in de artikelen 23 en 24;4° lid van de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek. In afwijking van het derde lid, wonen de algemeen bestuurder, de adjunct-algemeen bestuurder en de afdelingsverantwoordelijke inspecteurs-generaal of hun afgevaardigden de vergaderingen van de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek bij met raadgevende stem. Bovendien woont ook de verantwoordelijke voor de administratieve dienst belast met de begroting van het Agentschap of zijn afgevaardigde de vergaderingen van de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek met raadgevende stem bij. De voorzitter wordt door de Regering aangewezen onder de gewone leden bedoeld in het eerste lid, 2°. § 4. De mandaten van de leden bedoeld in paragraaf 1 beginnen te lopen binnen zes maanden na de datum van de eedaflegging van de leden van de Regering als gevolg van de hernieuwing van het Waals parlement. Ze kunnen hernieuwd worden. Ze eindigen in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid of wanneer het lid de hoedanigheid verliest waarin het is aangewezen. Als het mandaat van één van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 2° tot 5°, of van één van hun plaatsvervangers eindigt om één van de redenen bedoeld in het eerste lid, voleindigt het nieuwe lid het mandaat van zijn voorganger. » Art. 26.Dezelfde Afdeling 4 wordt aangevuld met een artikel 6/1, luidend als volgt : « Art. 6/1.De Raad inzake financiële en budgettaire monitoring : 1° brengt adviezen uit in het kader van de procedure tot uitwerking van de begroting van de opdrachten en van de beheersbegroting van het Agentschap, bedoeld in artikel 28/3;2° formuleert de adviezen of voorstellen bedoeld in de artikelen 29/1, § 1, en 29/2; 3° legt om de drie maanden een rapport aan de Algemene raad, aan de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 en aan de Regering over m.b.t. de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap, meer bepaald over de vooruitzichten terzake en de verschillende aspecten van de evolutie ervan; 4° brengt advies uit over de verenigbaarheid met de begroting van de opdrachten van het betrokken vak van elke overeenkomst waarover binnen een commissie is onderhandeld of van elke revalidatieovereenkomst voorgedragen door een commissie.Dat advies wordt uitgebracht voordat een overeenkomst of een revalidatieovereenkomst wordt goedgekeurd door het Comité van betrokken afdeling; 5° brengt advies uit over elk begrotingsvraagstuk dat hem door de Regering, de Algemene raad of de in de artikelen 11, 18 en 21 bedoelde Comités wordt voorgelegd;6° maakt het in artikel 7 bedoelde rapport over. De Raad inzake financiële en budgettaire monitoring beschikt over de ruimste onderzoeksbevoegdheden in het kader van zijn opdracht maar heeft geen toegang tot individuele gegevens. Hij onderzoekt de verrichtingen met een financiële of budgettaire weerslag, kan alle dossiers en archieven inkijken en krijgt van het Agentschap alle gegevens waarom hij verzoekt. Hij kan sommige van zijn leden naar de vergaderingen van de organen van het Agentschap afvaardigen. » Art. 27.Hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 11, wordt aangevuld met een Afdeling 5 "Bepalingen gemeen aan de Algemene raad, de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek en de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring", waarin de artikelen 7 tot 7/3 opgenomen zijn. Art. 28.Afdeling 5, ingevoegd bij artikel 27, wordt aangevuld met een artikel 7, luidend als volgt : « Art. 7.Halfweg elke legislatuur of op uitdrukkelijk verzoek van de Regering, leggen de Algemene raad, het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek en de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring elk een geschreven rapport aan de Regering over met een evaluatie van de artikelen 1 tot 30/2. De Regering neemt akte van dat rapport en maakt het ter informatie binnen de maand na inontvangstname ervan door de Regering aan het Parlement over. In afwijking van het eerste lid, vindt de eerste evaluatie van die bepalingen plaats voor het einde van het jaar waarin ze in werking getreden zijn. » Art. 29.Dezelfde Afdeling 5 wordt aangevuld met een artikel 7/1, luidend als volgt : « Art. 7/1.§ 1. De Algemene raad, het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek en de Raad inzake financiële en budgettaire monitoring maken elk hun huishoudelijk reglement op. Het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek maakt een gemeenschappelijk huishoudelijk reglement op voor de groepen van deskundigen bedoeld in artikel 5, eerste lid. Het huishoudelijk reglement van de Algemene raad bevat ondermeer : 1° de regels betreffende de oproeping van de Algemene raad op verzoek van de Regering, van de voorzitter of van twee leden;2° de regels betreffende het voorzitterschap van de Algemene raad bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter;3° de regels betreffende de beraadslagingsmodaliteiten, onverminderd artikel 4/1; 4° de akten i.v.m. het dagelijks beheer in het kader van de bevoegdheden van de Algemene raad, onverminderd artikel 26/1, tweede lid; 5° de regels op grond waarvan de Algemene raad, bovenop de bevoegdheden bedoeld in artikel 26/1, bepaalde specifieke taken delegeren kan aan de Algemeen bestuurder en aan de Adjunct-algemeen bestuurder;6° de regels betreffende het beheer van de situaties bedoeld in paragraaf 2. De huishoudelijke reglementen van de Raad inzake budgettaire financiële monitoring, van het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek en van de groepen van deskundigen bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid, bevatten ondermeer : 1° de regels betreffende de oproeping voor de vergaderingen;2° de regels betreffende het voorzitterschap ervan bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter;3° de regels betreffende de beraadslagingsmodaliteiten;4° de regels betreffende het beheer van de situaties bedoeld in paragraaf 2. De huishoudelijke reglementen van de Algemene raad, van het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek en van de Raad inzake budgettaire en financiële monitoring alsook het huishoudelijk reglement gemeen aan de groepen van deskundigen bedoeld in artikel 5, eerste lid, worden door de Regering goedgekeurd en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. § 2. Het is elk lid van de Algemene raad, het Centraal college inzake strategie en prospectief onderzoek en de Raad inzake budgettaire en financiële monitoring alsook elke deskundige die lid is van een groep bedoeld in artikel 5, eerste lid, verboden aanwezig te zijn wanneer een punt onderzocht wordt of het voorwerp uitmaakt van een beraadslaging m.b.t. een vraagstuk waarbij het een rechtstreeks of onrechtstreeks, patrimoniaal of persoonlijk belang heeft. » Art. 30.Dezelfde Afdeling 5 wordt aangevuld met een artikel 7/2, luidend als volgt : « Art. 7/2.De Algemene raad wijst onder de personeelsleden van het Agentschap en op de voordracht van de Algemeen bestuurder de persoon aan die zijn secretariaat zal waarnemen, alsook de personen die het secretariaat van de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek en dat van de Raad inzake budgettaire en financiële monitoring zullen waarnemen. » Art. 31.Dezelfde Afdeling 5 wordt aangevuld met een artikel 7/3, luidend als volgt : « Art. 7/3.De gewone en plaatsvervangende leden van de Algemene raad, de leden van de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek alsook de leden van de Raad inzake budgettaire en financiële monitoring hebben recht op de terugbetaling van de reiskosten die ze wegens hun werk binnen die organen hebben gemaakt, volgens de modaliteiten die door de Regering bepaald worden. De vergoedingen waarop ze in dat opzicht aanspraak kunnen maken, zijn voor rekening van het Agentschap. Artikel 15bis van het decreet van 12 februari 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200759 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de regeringscommissaris voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200762 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 23/03/2004 numac 2004200760 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet type decreet prom. 12/02/2004 pub. 22/03/2004 numac 2004200761 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking sluiten betreffende het statuut van de overheidsbestuurder voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet is niet toepasselijk op de gewone en plaatsvervangende leden die de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de autoriteit binnen de Algemene raad hebben. » Art. 32.Hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 11, wordt aangevuld met een Afdeling 6 "Interne auditstelsel", waarin de artikelen 8 tot 8 tot 8/3 opgenomen zijn. Art. 33.Afdeling 6, ingevoegd bij artikel 32, wordt aangevuld met een artikel 8, luidend als volgt : « Art. 8.Het Interne auditstelsel wordt belast met de volgende taken : 1° de Algemene raad en de Comités bedoeld in de artikelen 11, 18 en 21 bijstaan in hun supervisieactiviteiten;2° hen een verzekering verschaffen wat betreft de graad van beheersing van de risico's en de graad van beheersing van de handelingen en activiteiten beheerd door het Agentschap. Het Interne auditstelsel voldoet aan de internationale normen, inzake ethiek en professionalisme, alsook op het vlak van de aan te wenden mechanismen, praktijken en middelen. Het bestaat uit een interne auditcomité en een interne auditdienst. » Art. 34.Dezelfde Afdeling 6 wordt aangevuld met een artikel 8/1, luidend als volgt : « Art. 8/1.§ 1. Het zelfstandige auditcomité is samengesteld uit : 1° de voorzitter van de Algemene raad;2° twee externe deskundigen die onafhankelijk van het Agentschap zijn. De deskundigen bedoeld in het eerste lid, 2°, worden gekozen op grond van hun bevoegdheid inzake interne audit. Ze worden op de voordracht van de Algemene raad door de Regering aangewezen voor de duur van de beheersovereenkomst bedoeld in Titel V. Hun mandaat is hernieuwbaar. Als een deskundige het auditcomité voor het einde van zijn mandaat verlaat, wordt hij binnen drie maanden vervangen. De als plaatsvervanger aangewezen deskundige voldeindigt het mandaat van zijn voorganger. De leden van het auditcomité kiezen hun voorzitter binnen hun midden. § 2. Het auditcomité vergadert minstens vier keer per jaar. Het legt het handvest van zijn werking vast. Het handvest bepaalt minstens de modaliteiten tot werking van de vergaderingen van het auditcomité, de uitoefening van zijn opdrachten, zijn rechten en plichten jegens het Agentschap, zijn relaties met de organen van het Agentschap en met de overige externe controleorganen. Het auditcomité legt het in lid 2 bedoelde handvest ter goedkeuring aan de Algemene raad voor. » Art. 35.Dezelfde Afdeling 6 wordt aangevuld met een artikel 8/2, luidend als volgt : « Art. 8/2.Het auditcomité beschikt over een interne auditdienst die rechtsstreeks onder zijn autoriteit staat. De interne auditdienst wordt belast met het beheer van de opdrachten van het auditcomité. Het auditcomité maakt via de interne auditdienst een jaarlijks programma en een meerjarig plan van de interne auditopdrachten op. Voor elke interne auditopdracht wordt een geschreven rapport opgemaakt met een omschrijving van de feiten en vaststellingen alsook een beoordeling van het interne controlesysteem en eventuele aanbevelingen. » Art. 36.Dezelfde Afdeling 6 wordt aangevuld met een artikel 8/3, luidend als volgt : « Art. 8/3.De hulpmiddelen en de middelen van het interne auditstelsel, met inbegrip van die betreffende de interne auditdienst, zijn voor rekening van de begroting van het Agentschap, in een specifieke budgettaire lijn. » Art. 37.Titel II, ingevoegd bij artikel 10, wordt aangevuld met een Hoofdstuk 2 "Afdelingen", waarin de artikelen 9 tot 25/4 opgenomen zijn. Art. 38.Hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 37, wordt aangevuld met een Afdeling 1 "Drie afdelingen van het Agentschap" waarin artikel 9 opgenomen is. Art. 39.Hetzelfde Hoofdstuk 2, Afdeling 1, ingevoegd bij artikel 38, wordt aangevuld met een artikel 9, luidend als volgt : « Art. 9.Binnen het Agentschap wordt de volgende afdelingen ingevoerd : 1° een afdeling "Welzijn en Gezondheid", die bevoegd is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 2/2, 1°, 2° en 4°;2° een afdeling "Handicap", die bevoegd is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 2/2, 3°;3° een afdeling "Gezinnen", die bevoegd is voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 2/2, 5°.» Art. 40.Hetzelfde Hoofdstuk 2 wordt aangevuld met een Afdeling 2 « "Welzijn en Gezondheid", waarin de artikelen 10 tot 16/1 opgenomen zijn. » Art. 41.Afdeling 2, ingevoegd bij artikel 40, wordt aangevuld met Onderafdeling 1 « Commissies binnen de afdeling "Welzijn en Gezondheid" », waarin een artikel 10 opgenomen is. Art. 42.Afdeling 2, Onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 41, wordt aangevuld met een artikel 10, luidend als volgt : « Art. 10.De afdeling "Welzijn en Gezondheid" wordt beheerd door een Comité met dezelfde benaming. Binnen die afdelingen worden de volgende commissies ingesteld : 1° een Commissie "Eerstelijns hulp- en zorgverlening";2° een Commissie "Ziekenhuizen";3° een Commissie "Geestelijke gezondheid";4° een Commissie "Opvang en huisvesting van senioren". De afdeling "Welzijn en Gezondheid" wordt voorzien van de diensten waarmee het Comité "Welzijn en Gezondheid" en de in lid 2 bedoelde Commissies de opdrachten kunnen vervullen die hen bij dit Boek toegewezen worden. » Art. 43.Dezelfde Afdeling 2 wordt aangevuld met een Onderafdeling 2 « Comité "Welzijn en Gezondheid" », waarin de artikelen 11 en 11/1 opgenomen zijn. Art. 44.In Onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 43, wordt een artikel 11 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 11.§ 1. Het Comité "Welzijn en Gezondheid" is samengesteld uit : 1° twaalf vertegenwoordigers van de vakorganisaties van de hulp- en verzorgingssector alsook van de representatieve organisaties van de ziekenhuizen, inrichtingen of hulp- en zorgverleningsdiensten of de beheerders ervan, waaronder minstens één vertegenwoordiger van de sectoren preventie en gezondheidsbevordering, die stemgerechtigd zijn;2° twaalf vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen, die stemgerechtigd zijn;3° vijf vertegenwoordigers van de Autoriteit, die stemgerechtigd zijn;4° twee vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werkgevers en van de representatieve organisaties van het geheel van de zelfstandige werknemers, die stemgerechtigd zijn;5° twee vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van het geheel van de werknemers, die stemgerechtigd zijn. Voor elke categorie van gewone leden bedoeld in het eerste lid worden evenveel plaatsvervangende leden aangewezen. Een plaatsvervangend lid mag slechts zitting hebben indien het gewoon lid van zijn categorie afwezig is. De algemeen bestuurder, adjunct-algemeen bestuurder en de inspecteur-generaal verantwoordelijk voor de afdeling "Welzijn en Gezondheid" of hun afgevaardigden wonen de vergaderingen van het Comité "Welzijn en Gezondheid" met raadgevende stem bij. § 2. De gewone en plaatsvervangende leden van het Comité "Welzijn en Gezondheid" worden door de Regering benoemd. De Regering benoemt de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 2°, 4° en 5°, en de plaatsvervangende leden bedoeld in paragraaf 1°, tweede lid, op de voordracht van de vakorganisaties van de hulp- en verzorgingssectoren van de representatieve organisaties van de ziekenhuizen, inrichtingen of hulp- en zorgverleningsdiensten, op de voordracht van de verzekeringsinstellingen en op de voordracht van de "Conseil économique et social de Wallonie". De gewone en plaatsvervangende leden bedoeld in het tweede lid mogen niet ressorteren onder het hiërarchische gezag van een lid van de Regering. De personen die een functie van deskundige in een ministerieel kabinet uitoefenen ten belope van maximum 0,10 voltijdsequivalent worden niet beschouwd als ressorterend onder het hiërarchische gezag van een lid van de Regering. De voorzitter van het Comité "Welzijn en Gezondheid" wordt door de Regering aangewezen onder de gewone leden die stemgerechtigd zijn. § 4. De mandaten van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, en van hun plaatsvervangers beginnen te lopen binnen zes maanden na de datum van de eedaflegging van de leden van de Regering als gevolg van de hernieuwing van het Waals parlement. Ze kunnen hernieuwd worden. Ze eindigen in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid, wanneer de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde voorwaarden niet meer vervuld zijn of wanneer het lid de hoedanigheid verliest waarin het is aangewezen. Als het mandaat van één van de gewone leden bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1, 2°, 4° of 5°, of van één van hun plaatsvervangers eindigt om één van de redenen bedoeld in het eerste lid, draagt de betrokken organisatie een plaatsvervanger aan de Regering voor binnen een maand na de stopzetting van de functie. Het lid wordt vervangen binnen drie maanden na de stopzetting van de functie. Het nieuwe lid voldeindigt het mandaat van zijn voorganger. » Art. 45.In dezelfde onderafdeling 2 wordt een artikel 11/1 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 11/1.§ 1. Het Comité "Welzijn en Gezondheid" : 1° stelt de begroting op van de opdrachten van de afdeling "Welzijn en Gezondheid" in de zin van artikel 28/2, en deelt deze begroting mee aan de Algemene raad;2° gaat over tot een evaluatie van de middelen die nodig zijn voor het beheer van de afdeling "Welzijn en Gezondheid" en deelt deze evaluatie mee aan de Algemene raad om de beheersbegroting van het Agentschap op te maken;3° houdt toezicht op de uitgaven van de afdeling "Welzijn en Gezondheid" en neemt desgevallend maatregelen voor de aanpassing van de begroting;4° deelt aan de Algemene raad de gegevens mee die betrekking hebben op de evolutie van de uitgaven van de afdeling "Welzijn en Gezondheid" en de eventuele maatregelen voor de aanpassing van de begroting;5° deelt aan de Algemene raad de boekhoudkundige gegevens mee betreffende de afdeling "Welzijn en Gezondheid" die vereist zijn voor het opmaken van de boekhouding van het Agentschap en de periodieke toestandsopgaven van het actief en het passief;6° stelt de rekeningen vast van de afdeling "Welzijn en gezondheid" en deelt ze mee aan de Algemene raad;7° deelt aan de Algemene raad de gegevens mee betreffende de afdeling "Welzijn en Gezondheid" die nodig zijn voor het opmaken van het verslag bedoeld in artikel 4/1, § 6°;8° keurt de overeenkomsten goed gesloten binnen de Commissies bedoeld in de artikelen 12 tot 16/1 of binnen de Commissies bedoeld in de artikelen 23 en 24, na advies van de financiële en budgettaire monitoringsraad 9° keurt de revalidatieovereenkomsten goed, op voorstel van de Commissies bedoeld in de artikelen 12 tot 16/1 of binnen de Commissies bedoeld de artikelen 23 tot 24, na advies van de financiële en budgettaire monitoringsraad;10° keurt de akkoorden betreffende de mobiliteitstegemoetkomingen goed, op voorstel van de Commissie "Autonomie en zware afhankelijkheid".Om definitief goedgekeurd te worden, moeten deze akkoorden ook door het Comité "Handicap" worden goedgekeurd. De overeenkomsten bedoeld in het eerste lid, 8°, en de revalidatieovereenkomsten bedoeld in het eerste lid, 9°, worden door de voorzitter aan de Regering meegedeeld. De Regering kan zich daartegen verzetten binnen vijftien werkdagen te rekenen van de mededeling. § 2. Het Comité "Welzijn en Gezondheid" is geldig samengesteld als elke categorie die er deel van uitmaakt overeenkomstig artikel 11, § 1, minstens door de helft van haar leden wordt vertegenwoordigd. In het geval dat het Comité "Welzijn en Gezondheid" niet geldig werd samengesteld overeenkomstig het eerste lid, wordt het Comité opnieuw bijeengeroepen binnen de zes werkdagen. In dat geval en in afwijking van het eerste lid, wordt het Comité "Welzijn en Gezondheid" geacht geldig samengesteld te zijn als minstens de helft van de leden aanwezig zijn. De beslissingen worden genomen bij een tweederde meerderheid van de stemmen uitgebracht door de aanwezige stemgerechtigde leden. Er wordt geen rekening gehouden met onthoudingen. Wanneer het stemmingsquorum bedoeld in het derde lid niet bereikt is, maar dat de meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden wordt behaald, onderwerpt de voorzitter dezelfde voorstellen aan de stemming tijdens de volgende vergadering. Als de meerderheid bedoeld in het vorig lid opnieuw wordt behaald, zijn de beslissingen genomen. » Art. 46.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 40, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, dat de artikelen 12 tot 16/1 inhoudt, met als opschrift "Commissies". Art. 47.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 12 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 12.§ 1. De Commissie "Eerste hulp en zorglijn" wordt samengesteld, door de Algemene raad, uit een gelijk aantal leden: 1° aangewezen op voorstel van de vakorganisaties van de hulpsector, van de eerste zorglijn en door de representatieve organisaties van de diensten van de eerste hulp en zorglijn of hun beheerders;2° aangewezen op voorstel van de verzekeringsinstellingen. § 2. De Commissie "Eerste hulp en zorglijn" is bevoegd inzake de organisatie van de eerstelijnsgezondheidszorg en -hulp en inzake steun aan de beroepen van de eerstelijnsgezondheidszorg en hulp. In het toepassingsveld van haar bevoegdheden, doet de Commissie "Eerste hulp en zorglijn" het volgende: 1° onderhandelen en sluiten van overeenkomsten;2° revalidatieovereenkomsten voorstellen aan het Comité "Welzijn en Gezondheid";3° de financieringsbehoeften bepalen. Zodra ze afgesloten zijn, worden de overeenkomsten bedoeld in het tweede lid, 1°, meegedeeld aan het Comité "Welzijn en Gezondheid". » Art. 48.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 13 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 13.§ 1. De Commissie "Ziekenhuizen" wordt samengesteld, door de Algemene raad, uit een gelijk aantal leden : 1° aangewezen op voorstel van de representatieve organisaties van de ziekenhuizensector;2° aangewezen op voorstel van de verzekeringsinstellingen. § 2. De Commissie "Ziekenhuizen" is bevoegd inzake het beleid van de zorgverlening in de ziekenhuizen. In het toepassingsveld van haar bevoegdheden, doet de Commissie "Ziekenhuizen" het volgende : 1° onderhandelen en sluiten van overeenkomsten;2° revalidatieovereenkomsten voorstellen aan het Comité "Welzijn en Gezondheid";3° de financieringsbehoeften bepalen. Zodra ze afgesloten zijn, worden de overeenkomsten bedoeld in het tweede lid, 1°, meegedeeld aan het Comité "Welzijn en Gezondheid" ». Art. 49.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 14 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 14.§ 1. De Commissie "Geestelijke gezondheid" wordt samengesteld, door de Algemene raad, uit een gelijk aantal leden : 1° aangewezen op voorstel van de vakorganisaties van de geestelijke gezondheidssector en door de representatieve organisaties van de ziekenhuizen, instellingen of diensten van de geestelijke gezondheid of hun beheerders;2° aangewezen op voorstel van de verzekeringsinstellingen. § 2. De Commissie "Geestelijke gezondheid" is bevoegd inzake het beleid van geestelijke gezondheidszorgverlening in de psychiatrische ziekenhuizen, in de psychiatrische diensten van de algemene ziekenhuizen, in de verzorgingsinstellingen die geen ziekenhuizen zijn en buiten de verzorgingsinstellingen. In het toepassingsveld van haar bevoegdheden, doet de Commissie "Geestelijke gezondheid" het volgende : 1° onderhandelen en sluiten van overeenkomsten;2° revalidatieovereenkomsten voorstellen aan het Comité "Welzijn en Gezondheid";3° de financieringsbehoeften bepalen. Zodra ze afgesloten zijn, worden de overeenkomsten bedoeld in het tweede lid, 1°, meegedeeld aan het Comité "Welzijn en Gezondheid" ». Art. 50.In dezelfde onderafdeling 3 wordt een artikel 15 ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 15.§ 1. De Commissie "Opvang en huisvesting van bejaarde personen" wordt samengesteld, door de Algemene raad, uit een gelijk aantal leden: 1° aangewezen op voorstel van de representatieve organisaties van de sector van de inrichtingen voor bejaarde personen;2° aangewezen op voorstel van de verzekeringsinstellingen. § 2. De Commissie "Opvang en huisvesting van bejaarde personen" is bevoegd inzake het beleid van zorgverlening in de instellingen voor bejaarde personen met inbegrip van de geïsoleerde geriatriediensten. In het toepassingsveld van haar bevoegdheden, doet de Commissie "O …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.