← België

Besluit van de Vlaamse Regering over de organisatie van het secundair onderwijs, wat leerlingen betreft

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse Regering regelt de organisatie van het secundair onderwijs, specifiek met betrekking tot leerlingen. Het moderniseert de bestaande regelgeving over toelating, evaluatie en studiebekrachtiging van leerlingen in het secundair onderwijs.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
15 JULI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering over de organisatie van het secundair onderwijs, wat leerlingen betreft Rechtsgrond Dit besluit is gebaseerd op: - de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 27/05/2011 pub. 17/06/2011 numac 2011202856 bron vlaamse overheid Decreet aangaande de bekrachtiging van de bepalingen betreffende het secundair onderwijs, gecodificeerd op 17 december 2010 sluiten, artikel 12, artikel 115, § 1, eerste lid, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012 en 4 april 2014, artikel 136/5, § 1, 2°, a), ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013, artikel 158, gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2011, 12 juli 2013 en 20 april 2018, artikel 341, vervangen bij het decreet van 20 april 2018, artikel 334/1, § 4, ingevoegd bij het decreet van 21 maart 2014, artikel 334/2, § 4, ingevoegd bij het decreet van 21 maart 2014, artikel 357/14, laatste lid, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2018, en artikel 357/50, laatste lid, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2018. Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 22 november 2021 en op 16 mei 2022. - De Raad van State heeft advies nr. 70.993/1 gegeven op 9 maart 2022 en advies nr. 71.670/1 op 12 juli 2022. Motivering Dit besluit is gebaseerd op het volgend motief: - De modernisering van het secundair onderwijs, die op 1 september 2019 progressief is gestart, vergt een aanpassing van de huidige regelgeving over de toelating, evaluatie en studiebekrachtiging van leerlingen en een aantal daaraan verwante items. Die aanpassing is al beperkt gerealiseerd voor de eerste graad en de toegang tot het eerste leerjaar van de tweede graad, maar nu de modernisering verder wordt uitgerold, moeten alle overige essentiële maatregelen worden genomen voor de 2de en de 3de graad. Van die gelegenheid wordt gebruik gemaakt om, waar mogelijk, het beleid ter zake over de verschillende vormen van secundair onderwijs heen meer op elkaar af te stemmen en tot een uniformer en transparanter kader te komen voor zowel het voltijds gewoon secundair onderwijs als het buitengewoon secundair onderwijs. Dat sluit evenwel niet uit dat er ruimte is voor differentiatie vanwege de specificiteit van een bepaalde onderwijsvorm. Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand en de Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale Economie en Landbouw. Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: Titel 1. - Inleidende bepalingen Artikel 1.Dit besluit is van toepassing op het voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs Art. 2.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° arbeidsbereidheid: de arbeidsbereidheid, vermeld in artikel 357/9, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;2° arbeidsrijpheid: de arbeidsrijpheid, vermeld in artikel 357/9, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;3° aso: het algemeen secundair onderwijs;4° betrokken personen: de betrokken personen, vermeld in artikel 3, 9°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;5° bso: beroepssecundair onderwijs;6° curriculumdossier: het curriculumdossier, vermeld in artikel 147/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;7° equivalent leefloongerechtigde: de persoon die recht heeft op bijstand van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, waarvoor de kosten volledig of gedeeltelijk ten laste van de federale overheid zijn op basis van artikel 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;8° kso: het kunstsecundair onderwijs;9° leefloongerechtigde: de persoon, vermeld in artikel 2 en 3 van de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/05/2002 pub. 31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten betreffende het recht op maatschappelijke integratie, of de behoeftige, vermeld in artikel 5 van de voormelde wet van 2 april 1965;10° mentor: de persoon, vermeld in artikel 357/2, 6°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;11° regelmatige leerling: de regelmatige leerling vermeld in de artikelen 252, 260/1 en 260/2 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;12° school: een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs, een school voor buitengewoon secundair onderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs wat duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen betreft, en een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen wat duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen betreft;13° schoolbestuur: de rechtspersoon, de natuurlijke persoon of de gemandateerde die verantwoordelijk is voor de school;14° standaardtraject: het standaardtraject, vermeld in artikel 357/2, 14°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;15° structuuronderdeel: structuuronderdeel, vermeld in artikel 3, 42°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en geïdentificeerd door een uniek administratief groepsnummer;16° trajectbegeleider: de trajectbegeleider, vermeld in artikel 357/2, 15°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;17° tso: technisch secundair onderwijs;18° voordrachtgever: de voordrachtgever, vermeld in artikel 211, § 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;19° vrije leerling: een leerling als vermeld in artikel 252, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;20° zijinstromer: de jongere, vermeld in artikel 357/2, 19°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. Titel 2. - Bepalingen voor het voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvormen 3 en 4 HOOFDSTUK 1. - Klassenraad Art. 3.De klassenraad is, namens het schoolbestuur, het enige orgaan binnen de school dat bevoegd is voor de toelating, vorming, evaluatie en deliberatie van regelmatige leerlingen, met uitzondering van de reglementaire toelatingsvoorwaarden. Naargelang van het geval heeft de klassenraad adviesbevoegdheid of beslissingsbevoegdheid. Adviezen en beslissingen van de klassenraad worden altijd gemotiveerd. Art. 4.De klassenraad bestaat uit de volgende leden: 1° de ambtshalve stemgerechtigde leden: a) de directeur of zijn afgevaardigde, die de klassenraad voorzit;b) de leden van het onderwijzend personeel die voldoen aan al de volgende voorwaarden: 1) bij een beslissing over de toelating van een leerling: minstens drie leden van het onderwijzend personeel van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;bij een beslissing over de vorming, evaluatie en deliberatie: alle leden van het onderwijzend personeel die aan de leerling onderwijs verstrekken of hebben verstrekt in het structuuronderdeel waarvoor de leerling heeft geopteerd; 2) op de datum van de klassenraadsvergadering in functie zijn.De voorzitter kan van die voorwaarde afwijken voor tijdelijke personeelsleden, met dien verstande dat het aantal stemgerechtigde leden er niet door kan worden uitgebreid; c) in duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen: de trajectbegeleider en, behalve bij een beslissing over de toelating van een leerling, de mentor;d) in voorkomend geval: leden van het onderwijzend personeel die belast zijn met seminaries, vakoverschrijdende projecten, stagecoördinatie of begeleiding in het structuuronderdeel waarvoor de leerling heeft geopteerd, die op de datum van de klassenraadsvergadering in functie zijn en die de voorzitter bij het begin van het schooljaar aanwijst.De voorzitter kan van die voorwaarde afwijken voor tijdelijke personeelsleden, met dien verstande dat het aantal stemgerechtigde leden er niet door kan worden uitgebreid; 2° eventueel de ambtshalve raadgevende leden, die de voorzitter aanwijst: a) de personeelsleden die in de school in kwestie betrekkingen in het ambt van adjunct-directeur, coördinator, technisch adviseur-coördinator of technisch adviseur bekleden;b) de personeelsleden die in de school in kwestie behoren tot het ondersteunend personeel;c) de personeelsleden van de school in kwestie of andere personen die bij de psychosociale of pedagogische begeleiding van de leerlingen betrokken zijn;d) voor wat het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4 betreft: de personeelsleden die in de school in kwestie behoren tot het medisch, paramedisch, orthopedagogisch, psychologisch of sociaal personeel en betrokken zijn bij de begeleiding van de leerlingen.Ze kunnen evenwel bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden door de voorzitter worden aangewezen; e) voordrachtgevers.Ze kunnen evenwel bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden door de voorzitter worden aangewezen; f) de topsportschoolcoördinator of externe lesgever in de sportspecifieke trainingsarbeid die door de respectieve sportfederaties ter beschikking is gesteld in structuuronderdelen topsport.Ze kunnen evenwel bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden door de voorzitter worden aangewezen. Art. 5.Stemgerechtigde leden zijn verplicht om op de klassenraadsvergadering aanwezig te zijn, behalve in de volgende gevallen: 1° als het lid gewettigd of door bewezen overmacht afwezig is;2° als het lid op het tijdstip dat de klassenraad samenkomt, niet langer personeelslid is in de school in kwestie;3° als het lid mentor is. De ongewettigde afwezigheid van een stemgerechtigd lid tast de rechtsgeldigheid van de genomen beslissing niet aan. Art. 6.§ 1. Als stemgerechtigd lid van de klassenraad bewaart de mentor het ambtsgeheim waaraan ook de andere stemgerechtigde leden van het personeel, op wie de rechtspositieregeling in het onderwijs van toepassing is, zich moeten houden. Tussen de aanbieder van duale structuuronderdelen en de werkplek worden praktische afspraken gemaakt over het functioneren van de mentor in de klassenraad, met inbegrip van het al dan niet aanwezig zijn van de mentor op klassenraadsvergaderingen. § 2. Als de voordrachtgever of de externe lesgever als stemgerechtigd lid is aangewezen door de voorzitter van de klassenraad, dan bewaart de voordrachtgever of de externe lesgever het ambtsgeheim waaraan ook de andere stemgerechtigde leden van het personeel, op wie de rechtspositieregeling in het onderwijs van toepassing is, zich moeten houden. Art. 7.Leden van de klassenraad nemen niet deel aan de volgende beslissingen: 1° beslissingen over een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad;2° beslissingen over een leerling aan wie het lid privélessen heeft gegeven. Art. 8.Elk stemgerechtigd lid beschikt over één stem, behalve in de volgende gevallen: 1° als een leerling de werkplekcomponent van een duaal structuuronderdeel achtereenvolgens op verschillende werkplekken invult en er bijgevolg verschillende mentoren bij de leerling zijn betrokken tijdens hetzelfde schooljaar, beschikken de mentoren samen over één stem.Bij staking van stemmen van de mentoren stemt de trajectbegeleider namens de mentoren met behoud van de toepassing van de eigen stem; 2° als een externe voordrachtgever door de voorzitter als stemgerechtigd lid is aangewezen, beschikt die over het stemgewicht dat de voorzitter heeft bepaald, met een maximum van één stem;3° als meerdere leden van het onderwijzend personeel gezamenlijk en op hetzelfde moment instaan voor een vak, dan beschikken deze personeelsleden voor dat vak samen over één stem. Als de klassenraad tot stemming overgaat en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de klassenraad doorslaggevend. HOOFDSTUK 2. - Toelatingsvoorwaarden Afdeling 1. - Voltijds gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4 Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 9.In deze afdeling wordt verstaan onder klassenraad: de klassenraad van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. Art. 10.De klassenraad beslist in de volgende gevallen over de toelating tot een bepaald structuuronderdeel binnen een van de volgende termijnen: 1° uiterlijk zestig kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning: bij een overstap van een leerling met een verslag van opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs naar het voltijds gewoon secundair onderwijs;2° uiterlijk vijfendertig kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning: bij een overstap van een buitenlands onderwijssysteem of van het onderwijs dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België;3° uiterlijk vijftien kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning: in alle andere gevallen dan de gevallen, vermeld in punt 1° en 2°. Bij schoolverandering in de loop van het schooljaar wordt de beslissing van de klassenraad overgedragen naar de nieuwe school, tenzij kennelijk blijkt dat de beslissing is verkregen zonder dat de leerling het oogmerk had om in de desbetreffende school daadwerkelijk en regelmatig de lessen te volgen. In dat geval is de klassenraad van de nieuwe school bevoegd om zelf een beslissing te nemen. Art. 11.Het voltijds gewoon secundair onderwijs is toegankelijk voor leerlingen die de leeftijd van vijfentwintig jaar nog niet hebben bereikt en kan worden gevolgd uiterlijk tot het einde van het schooljaar waarin de leerlingen de leeftijd van vijfentwintig jaar bereiken. De maximumleeftijd, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing op: 1° het derde leerjaar van de derde graad, aangeduid als Se-n-Se;2° de volgende structuuronderdelen, op voorwaarde dat het schoolbestuur dat zo beslist: a) optiektechnieken;b) orthopedietechnieken;c) tandtechnieken. Onderafdeling 2. - Toelating op basis van vooropleiding of leeftijd Art. 12.Toelating op basis van vooropleiding impliceert dat er toelatingsvoorwaarden gelden per leerjaar conform deze onderafdeling. Een schoolbestuur kan in de eerste graad B-stroom en, in uitzonderlijke gevallen, in de tweede of derde graad ervoor kiezen om geen toelatingsvoorwaarden per leerjaar maar per graad te hanteren. Dat impliceert dat het met vrucht beëindigen van het eerste leerjaar B van de eerste graad, het eerste leerjaar van de tweede graad, respectievelijk derde graad, geen voorwaarde is om tot het tweede leerjaar van die graad te worden toegelaten. De toelating tot het tweede leerjaar van de graad gebeurt van rechtswege, behalve bij verandering van structuuronderdeel binnen de graad waarbij de voorwaarde van gunstige beslissing van de klassenraad geldt, zoals volgens deze onderafdeling ook geldt bij toepassing van toelatingsvoorwaarden per leerjaar. Als een leerling in het tweede leerjaar van een graad wil overstappen van een structuuronderdeel met toelatingsvoorwaarden per graad naar een structuuronderdeel met toelatingsvoorwaarden per leerjaar, wordt voor het eerste leerjaar van die graad alsnog beslist over het al dan niet met vrucht beëindigd hebben van dat leerjaar. Als een leerling in het tweede leerjaar van een graad wil overstappen van een structuuronderdeel met toelatingsvoorwaarden per leerjaar naar een structuuronderdeel met toelatingsvoorwaarden per graad, is er geen toelating van rechtswege, maar blijven de toelatingsvoorwaarden van het tweede leerjaar van de betrokken graad van toepassing. Art. 13.De toelating tot een hoger leerjaar is onderworpen aan een eventuele clausulering voor bepaalde structuuronderdelen in het lagere leerjaar. De klassenraad kan evenwel een clausulering opheffen als een leerling een leerjaar, dat met vrucht is beëindigd, wil overzitten in een ander structuuronderdeel waarvoor de leerling in het lagere leerjaar is geclausuleerd. Een leerling die voor eenzelfde leerjaar over meer dan één oriënteringsattest beschikt als een gevolg van overzitten, mag zich op het meest gunstige oriënteringsattest beroepen voor de toelating tot het hogere leerjaar. Art. 14.In afwijking van de bepalingen van deze onderafdeling, en voor zover een verandering van structuuronderdeel een beslissing van de klassenraad vereist, is deze beslissing niet vereist bij de overstap tussen een aanloopstructuuronderdeel en een duaal structuuronderdeel die, samengenomen, beantwoorden aan artikel 357/43, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs. Deze afwijking geldt met behoud van de toepassing van onderafdeling 4. Art. 15.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de houders van het getuigschrift basisonderwijs als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar A toegelaten. Art. 16.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar B toegelaten: 1° de leerlingen die het lager onderwijs hebben beëindigd zonder getuigschrift basisonderwijs;2° de houders van het getuigschrift basisonderwijs op volgende gezamenlijke voorwaarden: a) een gunstige beslissing van de klassenraad;b) een gunstig advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding;c) akkoord van de betrokken personen;3° de leerlingen die het lager onderwijs niet hebben gevolgd of niet hebben beëindigd, maar uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van twaalf jaar bereiken;4° de leerlingen die tijdens het schooljaar overgaan van het eerste leerjaar A naar het eerste leerjaar B, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 17.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar A toegelaten: 1° de leerlingen die het eerste leerjaar A met vrucht hebben beëindigd;2° de leerlingen die het eerste leerjaar B met vrucht hebben beëindigd, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad;3° de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in een ander structuuronderdeel dan de opstroomoptie, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad;4° de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in de opstroomoptie;5° de leerlingen die tijdens het schooljaar overgaan van het tweede leerjaar B naar het tweede leerjaar A, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad en onverminderd de eventuele clausulering, vermeld in artikel 56, tweede lid, 1°. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 is de verandering van structuuronderdeel in het tweede leerjaar A tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 18.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar B toegelaten: 1° de leerlingen die het eerste leerjaar A met vrucht hebben beëindigd;2° de leerlingen die het eerste leerjaar B met vrucht hebben beëindigd;3° de leerlingen die uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van veertien jaar bereiken;4° de leerlingen die tijdens het schooljaar overgaan van het tweede leerjaar A naar het tweede leerjaar B, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, en onverminderd de eventuele clausulering, vermeld in artikel 56, tweede lid, 1°. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 is de verandering van structuuronderdeel in het tweede leerjaar B tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 19.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso toegelaten: 1° de leerlingen die het tweede leerjaar A met vrucht hebben beëindigd;2° de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in de opstroomoptie;3° de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in een ander structuuronderdeel dan de opstroomoptie, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad;4° de leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari. Daarna is verandering alleen toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 20.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten: 1° de leerlingen die het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd;2° de leerlingen die uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van vijftien jaar bereiken. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari. Daarna is verandering alleen toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 21.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso toegelaten: 1° de leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso met vrucht hebben beëindigd;2° de leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari. Daarna is verandering alleen toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 22.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten: de leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, de dubbele finaliteit - kso of tso, of de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari. Daarna is verandering alleen toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 23.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar van de derde graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso toegelaten: 1° de leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, of de dubbele finaliteit - kso of tso met vrucht hebben beëindigd;2° de leerlingen die het tweede leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari. Daarna is verandering alleen toegestaan wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt. Art. 24.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten: 1° de leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso, de dubbele finaliteit - kso of tso, of de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd met een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs;2° de leerlingen die opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd en er een getuigschrift, onderwijskwalificatie niveau 2, hebben behaald;3° uitsluitend voor zover het de toelating tot een duaal structuuronderdeel betreft: de leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso niet met vrucht hebben beëindigd maar in het structuuronderdeel in kwestie wel een of meerdere bewijzen van beroeps- of deelkwalificatie hebben behaald.De structuuronderdelen inclusief de onderliggende beroeps- of deelkwalificatie(s) welke hiervoor in aanmerking komen zijn vastgelegd in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd; 4° uitsluitend voor zover het de toelating tot een duaal structuuronderdeel betreft: de leerlingen die een certificaat behaalden in het stelsel van leren en werken.De structuuronderdelen inclusief de certificaten welke hiervoor in aanmerking komen zijn vastgelegd in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd; 5° uitsluitend voor zover het de toelating tot een duaal structuuronderdeel betreft: de leerlingen die opleidingsvorm 3 met vrucht hebben beëindigd en er een getuigschrift opleidingsvorm 3 hebben behaald.De structuuronderdelen inclusief de onderliggende beroeps- of deelkwalificatie(s) welke hiervoor in aanmerking komen zijn vastgelegd in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd; 6° uitsluitend voor zover het de toelating tot een duaal structuuronderdeel betreft: de leerlingen die opleidingsvorm 3 niet met vrucht hebben beëindigd maar in het structuuronderdeel in kwestie een of meerdere bewijzen van beroeps- of deelkwalificatie hebben behaald.De structuuronderdelen inclusief de onderliggende beroeps- of deelkwalificatie(s) welke hiervoor in aanmerking komen zijn vastgelegd in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari. Daarna is verandering alleen toegestaan wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt. Art. 25.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de derde graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso toegelaten: 1° de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso met vrucht hebben beëindigd in hetzelfde structuuronderdeel;2° de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso met vrucht hebben beëindigd in een ander structuuronderdeel.De voormelde verandering van structuuronderdeel kan alleen wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar alleen toegestaan wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt. Art. 26.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de derde graad van de dubbele finaliteit - kso of tso toegelaten: 1° de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de dubbele finaliteit - kso of tso met vrucht hebben beëindigd in hetzelfde structuuronderdeel;2° de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de dubbele finaliteit - kso of tso met vrucht hebben beëindigd in een ander structuuronderdeel.De voormelde verandering van structuuronderdeel kan alleen wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt; 3° de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de doorstroomfinaliteit - aso, kso of tso met vrucht hebben beëindigd.De voormelde verandering van structuuronderdeel kan alleen wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar alleen toegestaan wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt. Art. 27.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten: 1° de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd in hetzelfde structuuronderdeel;2° de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de dubbele finaliteit - kso of tso met vrucht hebben beëindigd in een structuuronderdeel van hetzelfde studiedomein, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad;3° de leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso met vrucht hebben beëindigd in een ander structuuronderdeel.De voormelde verandering van structuuronderdeel kan alleen wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel tijdens het schooljaar alleen toegestaan wegens een ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige reden en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad, na advies van de klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling overstapt. Art. 28.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als Se-n-Se dat voorbereidt op het hoger onderwijs en leidt tot een diploma, onderwijskwalificatie niveau 4, dat toegang verleent tot een bacheloropleiding, toegelaten: de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 3. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel in het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als Se-n-Se, tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 29.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als Se-n-Se dat voorbereidt op het hoger onderwijs maar niet leidt tot een diploma (onderwijskwalificatie niveau 4) dat toegang verleent tot een bacheloropleiding, toegelaten: de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel in het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als Se-n-Se, tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 30.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als Se-n-Se dat beroepsgericht specialiseert na behaalde onderwijskwalificatie niveau 4, toegelaten: de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel in het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als Se-n-Se, tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 31.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als Se-n-Se dat beroepsgericht specialiseert na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3, toegelaten: 1° de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 3;2° de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4. In afwijking van het eerste lid worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht al dan niet duaal als Se-n-Se structuuronderdeel verzorgende/zorgkundige, toegelaten: 1° de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4, dat is behaald in het structuuronderdeel opvoeding en begeleiding;2° de houders van het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 3, dat is behaald in het structuuronderdeel basiszorg en ondersteuning of in het structuuronderdeel assistentie in wonen, zorg en welzijn;3° de houders van het diploma van secundair onderwijs, dat is behaald vóór de modernisering in een structuuronderdeel van het studiegebied personenzorg, of in combinatie met het certificaat verzorgende uitgereikt in het stelsel van leren en werken;4° de houders van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, dat is behaald vóór de modernisering in een structuuronderdeel van het studiegebied personenzorg, of in combinatie met het certificaat verzorgende uitgereikt in het stelsel van leren en werken. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel in het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als Se-n-Se, tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Onderafdeling 3. - Toelating uitsluitend op basis van klassenraadbeslissing Art. 32.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het gemeenschappelijk curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen die overstappen met een verslag van opleidingsvorm 1 of 2 van het buitengewoon secundair onderwijs en de leerlingen met een verslag van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs die niet onder de toepassing vallen van artikel 24, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad na kennisname van het eventuele advies van de klassenraad van het buitengewoon onderwijs, en op voorwaarde van opheffing van het verslag. Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende structuuronderdelen: 1° het eerste leerjaar A;2° het eerste leerjaar B;3° het structuuronderdeel verzorgende/zorgkundige, al dan niet duaal ingericht. Art. 33.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een individueel aangepast curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen met een verslag, als vermeld in artikel 294, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bij beslissing van de betrokken personen over het structuuronderdeel na kennisname van het advies van de klassenraad van dat structuuronderdeel. Met toepassing van het eerste lid beslissen de betrokken personen over de studievoortgang van de leerlingen die een individueel curriculum volgen, na kennisname van het advies van de klassenraad. Art. 34.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen die overstappen van opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende structuuronderdelen: 1° het eerste leerjaar A;2° het eerste leerjaar B;3° het structuuronderdeel verzorgende/zorgkundige, al dan niet duaal ingericht. Art. 35.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4, en onverminderd de bepalingen van artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs of opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen die overstappen van een buitenlands onderwijssysteem of van het onderwijs dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad en na advies van de klassenraad van het onthaaljaar als het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers. Elke beslissing die afwijkt van het advies van de klassenraad van het onthaaljaar, wordt afdoende gemotiveerd. In afwijking van artikel 4, 1°, b), 1), bestaat de klassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert. In het geval het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers, moet in de klassenraad raadgevend de persoon worden opgenomen die, op basis van daartoe specifiek toegekende uren-leraar, belast is met de ondersteuning, opvolging en begeleiding van gewezen anderstalige nieuwkomers in de scholengemeenschap waarbinnen de betrokken leerling het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers heeft gevolgd. Het eerste lid is niet van toepassing op leerlingen die het voorafgaand schooljaar een oriënteringsattest A of B hebben behaald. Zolang de in het eerste lid bedoelde leerling slechts een oriënteringsattest C heeft behaald, blijft het eerste lid wel van toepassing. Art. 36.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs of opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs toegelaten op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad: de leerlingen die 1° niet over een studiebewijs van het onderliggende leerjaar beschikken, en 2° cognitief sterk functionerend zijn. Art. 37.Het schoolbestuur kan ervoor kiezen om met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van het tweede leerjaar van de eerste, tweede of derde graad toe te laten: de leerlingen met tekorten in het eerste leerjaar van de graad in kwestie, die vóór het einde van het tweede leerjaar moeten worden weggewerkt, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad na overleg met de klassenraad van het eerste leerjaar. In afwijking van artikel 4, 1°, b), 1), bestaat de klassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert. Art. 38.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de tweede graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten: leerlingen die overstappen uit het deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit - bso toegelaten: leerlingen die overstappen uit het deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd, voldoen aan een van de voorwaarden van artikel 24 en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 39.Met behoud van de toepassing van onderafdeling 4 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als Se-n-Se dat beroepsgericht specialiseert na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3 of 4, toegelaten: de leerlingen over wie de klassenraad op basis van een toelatingsproef, elders verworven competenties of elders verworven kwalificaties een gunstige beslissing neemt. Met behoud van de toepassing van het eerste lid is de verandering van structuuronderdeel in het derde leerjaar van de derde graad, ingericht als Se-n-Se, tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Art. 40.Met behoud van toepassing van onderafdeling 4 wordt een leerling die zijinstromer is toegelaten tot een duaal structuuronderdeel op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad. Voor de beslissing houdt de klassenraad in de volgende gevallen rekening met het advies van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn: 1° de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding geeft advies voor een zijinstromer die geen leefloongerechtigde of equivalent leefloongerechtigde is.De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding gaat daarbij na wat de meest passende opleiding in het traject naar werk is, en stelt een meer passend opleidings- of begeleidingstraject aan de zijinstromer voor als dat nodig is; 2° het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn geeft zijn advies als de zijinstromer een leefloongerechtigde of equivalent leefloongerechtigde is. Onderafdeling 4. - Bijkomende specifieke toelatingsvoorwaarden Art. 41.Voor duale structuuronderdelen voldoet de leerling aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde om voldaan te hebben aan de voltijdse leerplicht. Voor aanloopstructuuronderdelen voldoet de leerling aan al de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden: 1° voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht.In afwijking van de voormelde voorwaarde kan de klassenraad, op advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding dat de leerling begeleidt, toelating geven vanaf het begin van het schooljaar waarin de leerling deeltijds leerplichtig wordt; 2° niet beschikken over een arbeidsdeelname;3° een gunstige beslissing van de klassenraad hebben op basis van een screening als vermeld in artikel 357/47 van de Codex Secundair Onderwijs, van de leerling na inschrijving. Art. 42.Voor de structuuronderdelen topsport voldoet de leerling aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde om in het bezit te zijn van een topsportstatuut A of B van de selectiecommissie voor de sportdiscipline in kwestie conform het topsportconvenant dat is gesloten tussen de onderwijs- en de sportsector. Dat statuut wordt elk schooljaar hernieuwd. Art. 43.Voor de volgende structuuronderdelen, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde om medisch geschikt te zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep: 1° asfalt- en betonwegenbouwer;2° autobus- en autocarchauffeur;3° bestuurder mobiele kraan;4° bouwplaatsmachinist;5° daktimmerman;6° dakwerker;7° logistiek;8° restauratievakman dakwerk;9° schrijnwerker houtbouw;10° torenkraanbestuurder;11° vrachtwagenchauffeur. De geschiktheidsverklaring, vermeld in het eerste lid, is eenmalig en geldt voor de duur van het structuuronderdeel. Art. 44.Voor de volgende structuuronderdelen, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde om uiterlijk op 15 november van het schooljaar in kwestie in het bezit te zijn van een attest fytolicentie P1: 1° productiemedewerker plant;2° tuinaanlegger-groenbeheerder. Art. 45.Voor het structuuronderdeel kinderbegeleider, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan al de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden: 1° medisch geschikt zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van het structuuronderdeel; 2° van onberispelijk gedrag zijn, zoals dat blijkt uit een uittreksel uit het strafregister (artikel 596.2 `minderjarigenmodel') dat niet langer dan drie maanden voor de effectieve start van het structuuronderdeel door de leerling in kwestie is afgegeven; 3° uiterlijk op 30 september van het schooljaar in kwestie in het bezit zijn van een attest van kennis van levensreddend handelen bij kinderen;4° achttien jaar worden uiterlijk in het schooljaar waarin met het structuuronderdeel wordt gestart. Art. 46.Voor de volgende structuuronderdelen voldoet de leerling aan de bijkomende toelatingsvoorwaarde om positief geëvalueerd te zijn door de klassenraad op een geschiktheidsproef die de school in kwestie eventueel georganiseerd heeft: 1° het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B, op voorwaarde dat de school in de tweede en de derde graad het studiedomein kunst en creatie zonder andere studiedomeinen aanbiedt;2° het structuuronderdeel kunst en creatie in het tweede leerjaar A en het tweede leerjaar B;3° de structuuronderdelen, al dan niet duaal georganiseerd, van het studiedomein kunst en creatie. De geschiktheidsproef is eenmalig en geldt voor de duur van het structuuronderdeel, met behoud van de toepassing van de mogelijkheid tot één herkansing v oor de leerling die negatief is geëvalueerd. In voorkomend geval worden in de klassenraad ambtshalve raadgevende externe deskundigen opgenomen, die geen voordrachtgever zijn in de school in kwestie. Art. 47.In dit artikel wordt verstaan onder koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012184 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake belasting van niet-inwoners voor het aanslagjaar 2018 (1) type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012182 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012183 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 15/06/2018 numac 2018012431 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 21 juli 2017 betreffende de milieubescherming en de regulering van de activiteiten op Antarctica onder de rechtsbevoegdheid van België type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 18/06/2018 numac 2018012587 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot benoeming van de leden van de commissie bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, van de wet van 12 januari 1970 betreffende de toekenning van een bijzondere vergoeding in geval van luchtvaartongeval in vredestijd sluiten: het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012184 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake belasting van niet-inwoners voor het aanslagjaar 2018 (1) type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012182 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012183 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 15/06/2018 numac 2018012431 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 21 juli 2017 betreffende de milieubescherming en de regulering van de activiteiten op Antarctica onder de rechtsbevoegdheid van België type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 18/06/2018 numac 2018012587 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot benoeming van de leden van de commissie bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, van de wet van 12 januari 1970 betreffende de toekenning van een bijzondere vergoeding in geval van luchtvaartongeval in vredestijd sluiten betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding, -ervaring en -bekwaamheid en inzake het psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende, uitvoerende of commerciële functie in een bewakingsonderneming, interne bewakingsdienst of opleidingsinstelling en de organisatie ervan. Voor het structuuronderdeel defensie en veiligheid, al dan niet duaal georganiseerd, en het structuuronderdeel Integrale veiligheid, al dan niet duaal georganiseerd, voldoet de leerling aan de volgende bijkomende toelatingsvoorwaarden: 1° medisch geschikt zijn bevonden, rekening houdend met de specificiteit van de beroepssectoren in kwestie.Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van het structuuronderdeel, tenzij er een aanleiding is om de geschiktheid te herevalueren. Een ongeschiktheidsverklaring in de loop van het schooljaar impliceert de beslissing van de betrokken personen om de leerling uiterlijk op het einde van dat schooljaar het structuuronderdeel te laten stopzetten; 2° voor het structuuronderdeel defensie en veiligheid: voldoen aan de specifieke toegangsvoorwaarde voor het identiteitsdocument, vermeld in artikel 9, 2°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012184 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake belasting van niet-inwoners voor het aanslagjaar 2018 (1) type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012182 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012183 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 15/06/2018 numac 2018012431 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 21 juli 2017 betreffende de milieubescherming en de regulering van de activiteiten op Antarctica onder de rechtsbevoegdheid van België type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 18/06/2018 numac 2018012587 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot benoeming van de leden van de commissie bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, van de wet van 12 januari 1970 betreffende de toekenning van een bijzondere vergoeding in geval van luchtvaartongeval in vredestijd sluiten;3° voor het structuuronderdeel Integrale veiligheid: voldoen aan de specifieke toegangsvoorwaarden voor het uittreksel uit het strafregister en het identiteitsdocument, vermeld in artikel 9, 1° en 2°, van het voormelde koninklijk besluit. Naast de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, gelden voor de beide structuuronderdelen, vermeld in het tweede lid, meer bepaald voor het opleidingsonderdeel tot het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent, vermeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012184 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake belasting van niet-inwoners voor het aanslagjaar 2018 (1) type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012182 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012183 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 15/06/2018 numac 2018012431 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 21 juli 2017 betreffende de milieubescherming en de regulering van de activiteiten op Antarctica onder de rechtsbevoegdheid van België type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 18/06/2018 numac 2018012587 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot benoeming van de leden van de commissie bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, van de wet van 12 januari 1970 betreffende de toekenning van een bijzondere vergoeding in geval van luchtvaartongeval in vredestijd sluiten, de volgende voorwaarden conform artikel 49, 50 en 51 van het voormelde koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012184 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake belasting van niet-inwoners voor het aanslagjaar 2018 (1) type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012182 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012183 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 15/06/2018 numac 2018012431 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 21 juli 2017 betreffende de milieubescherming en de regulering van de activiteiten op Antarctica onder de rechtsbevoegdheid van België type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 18/06/2018 numac 2018012587 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot benoeming van de leden van de commissie bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, van de wet van 12 januari 1970 betreffende de toekenning van een bijzondere vergoeding in geval van luchtvaartongeval in vredestijd sluiten: 1° de periode tussen de allereerste les van het voormelde opleidingsonderdeel, die een reguliere school of private opleidingsinstelling organiseert, tot en met het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent en het laatste (her)examen van dat opleidingsonderdeel is beperkt tot twee kalenderjaren;2° binnen de periode van twee kalenderjaren, vermeld in punt 1°, kan een leerling maximaal vier keer examens, inclusief herexamens, afleggen over het voormelde opleidingsonderdeel;3° eventuele herexamens worden uiterlijk drie maanden na het afleggen van het laatste examen van een vorige examenzittijd van het voormelde opleidingsonderdeel georganiseerd;4° alle examens en herexamens van het voormelde opleidingsonderdeel worden in dezelfde school afgelegd. Ongeacht het structuuronderdeel waarvan het deel uitmaakt, kan een leerling het opleidingsonderdeel om het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent, vermeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 23 mei 2018Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 31/05/2018 numac 2018012383 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit betreffende de Hoge Raad van Financiën type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012184 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake belasting van niet-inwoners voor het aanslagjaar 2018 (1) type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012182 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 28/05/2018 numac 2018012183 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 2018 type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 15/06/2018 numac 2018012431 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot uitvoering van sommige bepalingen van de wet van 21 juli 2017 betreffende de milieubescherming en de regulering van de activiteiten op Antarctica onder de rechtsbevoegdheid van België type koninklijk besluit prom. 23/05/2018 pub. 18/06/2018 numac 2018012587 bron federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst binnenlandse zaken en ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit tot benoeming van de leden van de commissie bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, van de wet van 12 januari 1970 betreffende de toekenning van een bijzondere vergoeding in geval van luchtvaartongeval in vredestijd sluiten, te behalen, niet meer volgen als de leerling dat opleidingsonderdeel al eerder gedurende een al dan niet onder …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.