Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en tot wi

Kort samengevat

Dit besluit regelt de uitvoering van bepalingen uit de wet van 28 december 1967 betreffende onbevaarbare waterlopen en wijzigt een eerder besluit over het toezicht op die wet. Het actualiseert regels voor het beheer en de monitoring van onbevaarbare waterlopen en publieke grachten in Vlaanderen.

Wat het reguleert

  • De inhoud en actualisatie van een digitale atlas voor onbevaarbare waterlopen en publieke grachten.
  • De procedure voor openbaar onderzoek bij de vaststelling en wijziging van deze digitale atlas.
  • De procedures voor openbaar onderzoek bij het overnemen van beheer van watersystemen en het opleggen van erfdienstbaarheden voor publieke grachten.
  • Het onttrekken van water uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten.

Wie het aanbelangt

  • De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en de Vlaamse overheid.
  • Provincies, gemeenten, polders en wateringen.
  • Aanpalende eigenaars van publieke grachten.

Kernpunten

  • De digitale atlas moet minimaal de aslijn, bodem- en kruinbreedte en diepte van de bedding voor onbevaarbare waterlopen bevatten, en de aslijn en breedte van de erfdienstbaarheidszone voor publieke grachten.
  • De digitale atlas is raadpleegbaar op een geoloket van de Vlaamse overheid en wordt elke zes jaar in openbaar onderzoek gebracht.
  • Wijzigingen in de digitale atlas die voortvloeien uit bestuurlijke beslissingen moeten binnen 30 dagen (of 60 dagen bij werken) doorgevoerd worden door de VMM.
  • Openbare onderzoeken voor publieke grachten duren 30 dagen, waarbij plannen en motiveringsnota's ter inzage liggen en aanpalende eigenaars geïnformeerd worden.
Wettekst
Wettekst

wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterl

§ 5

van het besluit, zal dit door respectievelijk de deputatie dan wel de Vlaamse Milieumaatschappij gebeuren. Het artikel bepaalt dat het openbaar onderzoek door de betrokken gemeentes georganiseerd moet worden binnen 10 dagen na de dag van ontvangst van het dossier. De termijn gedurende dewelke het openbaar onderzoek loopt bedraagt 30 dagen, zoals voor een openbaar onderzoek gebruikelijk is in de omgevingsregelgeving. Artikel

  1. Het artikel bepaalt hoe en waar het openbaar onderzoek door de gemeente bekend gemaakt moet worden, zijnde door middel van aanplakking en in voorkomend geval, op een voor bekendmakingen geëigende en opvallende plaats op de website van de gemeente, en welke gegevens die bekendmaking minstens moet bevatten. Artikel
  2. Met dit artikel worden de termijnen bepaald waarin de bezwaren en opmerkingen ingediend kunnen worden op het gemeentehuis. Vervolgens bepaalt het artikel dat er een proces-verbaal wordt opgemaakt van het onderzoek en dat deze een inventaris van de bezwaren en opmerkingen dient te omvatten. De algemeen directeur of zijn gemachtigde, die instaat voor de opmaak van het proces-verbaal, bezorgt zo snel mogelijk het proces-verbaal en de ontvangen bezwaren en opmerkingen aan de deputatie als het openbaar onderzoek gaat over een dossier uit artikel 10, § 1, § 2 of § 3 van het besluit dat samengesteld wordt door de provincie. Voor dossiers die worden samengesteld door de Vlaamse Milieumaatschappij zoals vermeld in artikel 10, §

§ 5

worden het proces-verbaal en de ontvangen bezwaren en opmerkingen zo snel mogelijk aan de Vlaamse Milieumaatschappij bezorgd. De regels voor het aankondigen van het openbaar onderzoek, de termijn van ter inzagelegging, het maken van het proces-verbaal van het openbaar onderzoek met de inventaris van bezwaren en opmerkingen zijn dezelfde als voor het openbare onderzoek vermeld in artikel 7 van dit besluit. Dit biedt onder andere het voordeel dat men ingeval men een waterloop decategoriseert om er vervolgens een publieke gracht van te maken, de twee openbare onderzoeken die dan moeten worden gevoerd, volledig samen kan laten verlopen. Artikel

  1. Dit artikel bepaalt de termijn waarbinnen de beslissing genomen moet worden. De termijn bedraagt 60 dagen na de dag van ontvangst van het proces-verbaal. De termijn is een termijn van orde, het niet respecteren van die termijn heeft niet tot gevolg dat de gevatte instantie, wanneer de beslissing toch nog binnen een redelijke termijn genomen wordt, zijn beslissingsbevoegdheid verliest.
  2. Het beroep zoals vermeld artikel 12, § 2 en artikel 19, tweede lid van de wet Artikel
  3. Het artikel bepaalt dat het beroep tegen de voornoemde beslissingen ingesteld kan worden met een beveiligde zending aan de minister op het adres van de Vlaamse Milieumaatschappij. Verder wordt opgesomd welke stukken het beroep moet bevatten zoals de motieven, een kopie van de beslissing en de genummerde overtuigingsstukken Deze overtuigingsstukken worden in een inventaris aan het beroepsschrift gehecht. Artikel
  4. Het artikel bepaalt dat de Vlaamse Milieumaatschappij het bestuur dat de bestreden beslissing nam, inlicht over het beroep en op welke wijze dit gebeurt. Het artikel bepaalt binnen welke termijn het betrokken bestuur de nota met zijn standpunt bezorgt aan de Vlaamse Milieumaatschappij. Logischerwijze zijn de leden 1 en 2 van het artikel niet van toepassing wanneer de Vlaamse Milieumaatschappij zelf de bestreden beslissing heeft genomen. Artikel
  5. Dit artikel bepaalt de aanvang en de duur van de termijn van vier maanden waarbinnen de minister over het ingestelde beroep beslist. De termijn vangt aan vanaf ontvangst van de nota vermeld in artikel 16, tweede lid van het besluit of in het geval de Vlaamse Milieumaatschappij de beslissing nam, vanaf de dag na ontvangst van het beroepsschrift. Ook hier gaat het om een termijn van orde. Artikel
  6. Dit artikel bepaalt dat de beslissing bekend gemaakt moet worden door de Vlaamse Milieumaatschappij via beveiligde zending, binnen de tien dagen, aan de indiener van het beroep en aan de overheid die de beslissing nam. Dit laatste is vanzelfsprekend niet nodig als de Vlaamse Milieumaatschappij de overheid is die de beslissing nam.
  7. Algemeen reglement van de onbevaarbare waterlopen en grachten Artikel
  8. De aanplant van opgaande bomen binnen de 5 m-zone naast de waterloop is mogelijk wanneer een tussenafstand van 12 meter gerespecteerd wordt. Een opgaande boom is een boom waarvan de vorm van de kruin overeenkomt met zijn natuurlijke, soortgebonden vorm. Opgaande bomen kunnen een hoge, lage, brede, smalle of een afwijkende groeivorm hebben, zoals zuil- en treurvormen. Ook de aanplant van een houtkant die regelmatig teruggezet wordt én die indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop periodiek teruggezet wordt op vraag van de waterbeheerder is mogelijk. In het laatste lid wordt bepaald dat ook bij spontane verbossing de bomen en struiken, indien nodig voor de toegankelijkheid, op vraag van de waterbeheerder teruggezet dienen te worden. Andere vormen van aanplantingen in de 5 m-zone zijn enkel mogelijk na een schriftelijke toelating van de waterbeheerder. Bomen en struiken langsheen waterlopen kunnen belangrijk zijn vanuit landschappelijk en ecologisch oogpunt. Ze kunnen echter ook het onderhoud van de waterloop belemmeren. Om dit te voorkomen wordt voorgesteld dat een toelating aan de waterbeheerder gevraagd wordt. Op die manier kan in overleg met de waterbeheerder bepaald worden waar de bomen en struiken naast de waterloop aangeplant kunnen worden. De toelating kan aangevraagd worden met een gewone brief of via beveiligde zending. De waterbeheerder beslist binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag tot toelating. Dit artikel heeft geen impact op de reeds aanwezige bomen en beplantingen. Artikel
  9. Het artikel bepaalt dat aangelanden van de waterloop door de waterbeheerder verplicht kunnen worden om in afrastering van de aanpalende gronden te voorzien indien deze begraasd worden. Een aangelande is een gebruiker van een onroerend goed dat rechtstreeks aan de onbevaarbare waterloop of publieke gracht paalt. Door in afrastering van de aanpalende gronden te voorzien, kan voorkomen worden dat het talud vertrappeld wordt waarbij de oevers worden verzwakt. De bepalingen inzake de afstanden en de hoogtes van de afrasteringen werden overgenomen uit artikel 8 van het algemeen politiereglement onbevaarbare waterlopen van 5 augustus
  10. In dit artikel was voorzien dat een afrastering steeds verplicht is. In dit artikel is voorzien dat de waterbeheerder bepaalt of een afrastering noodzakelijk is. De praktijk wijst namelijk uit dat afrasteringen niet steeds noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer de begrazingsdensiteit niet hoog is. De afstandsregels, maximale afmetingen, opstelling en de wegneembaarheid van de afrasteringen zijn noodzakelijk om het onderhoud van de waterloop blijvend vlot te kunnen uitvoeren. Artikel
  11. Het artikel verbiedt varen met gemotoriseerde vaartuigen op de onbevaarbare waterlopen, tenzij na schriftelijke toestemming door de waterbeheerder. Het varen met gemotoriseerde vaartuigen is in vele gevallen onmogelijk en niet wenselijk omwille van geluidshinder, waterdeining,..... In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld voor grotere waterlopen, kan dit enkel toegelaten worden mits de andere functies van de waterloop niet geschaad worden. Het artikel laat daarentegen wel toe dat de onbevaarbare waterlopen door niet-gemotoriseerde vaartuigen zoals de kajak en de kano worden bevaren. De waterbeheerder kan echter om specifieke redenen het gebruik van de waterloop permanent of periodiek beperken. Deze redenen kunnen ecologisch zijn zoals bijvoorbeeld het niet verstoren van soorten tijdens het broedseizoen. Daarnaast kan de aanwezigheid van fysieke obstakels zoals bruggen en duikers ervoor zorgen dat de afvaart niet mogelijk is. Andere redenen zijn de rustige uitoefening van het visrecht, onderhoud en andere werken of redenen van algemeen belang. Wanneer de waterbeheerder beperkingen oplegt aan de bevaarbaarheid van de waterloop dan moet dit duidelijk gemotiveerd worden op basis van bijvoorbeeld natuurbeheerplannen of soortbeschermingsplannen voor het gebied, of moet de beperking in de tijd strikt gerelateerd zijn aan de motivatie die aan de grondslag ligt voor de weigering. Het artikel bepaalt verder dat de vaarder rekening dient te houden met het natuurlijk karakter van de waterloop (zoals vrije meandering, natuurlijke oeverzones,...) en legt een verbod op om de rust en de in het wild levende diersoorten te verstoren en schade aan te brengen aan de waterloop tijdens het varen. Het artikel laat, wanneer dit niet in strijd is met de doelstellingen van het integraal waterbeleid, toe dat de waterbeheerder onderhoudsmaatregelen en inrichtingswerken kan uitvoeren om de niet-gemotoriseerde bevaarbaarheid te verbeteren. Verder is de waterbeheerder niet verantwoordelijk voor ongevallen en incidenten die zich voordoen met de vaartuigen en opvarenden tijdens het afvaren van onbevaarbare waterlopen. Hieruit volgt dat de waterbeheerders niet verplicht worden om hun beheer af te stemmen op afvaarten. Artikel
  12. Het artikel bepaalt de nadere regels inzake het verleggen, verdiepen of (gedeeltelijk) dempen van grachten. Grachten zijn als haarvaten van het watersysteem zeer belangrijk. Zowel private eigenaars als de overheid (wegbeheerders, gemeentes, polders en wateringen,...) zijn verantwoordelijk voor het beheer van grachten. In tegenstelling tot voor de gerangschikte onbevaarbare waterlopen is het instrumentarium voor grachten beperkt (bvb. geen machtiging, geen verplicht advies aan de waterbeheerder,...). Gezien de impact op het watersysteem bij dergelijke stedenbouwkundige handelingen is het noodzakelijk om ze onderhevig te maken aan een omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is desgevallend verbonden aan drie voorwaarden: de ingreep is in overeenstemming met de doelstellingen van het integraal waterbeleid, de ingreep zorgt niet voor ongewenste verdroging of voor de versnelde afvoer van hemel- en drainagewater en het bufferende volume en de infiltratiecapaciteit blijft minimaal behouden, al dan niet door compenserende maatregelen.. De minister kan nadere regels vastleggen voor de beoordeling van de 2° voorwaarde in functie van een éénduidige beoordeling door de vergunningverlener. Uiteraard moeten ook de voorwaarden die terug te vinden zijn in andere decreten en besluiten die op deze situatie van toepassing zijn nageleefd worden: artikel 16, 26bis en 36ter van het decreet natuurbehoud bijvoorbeeld. Het goede onderhoud van grachten moet door alle beheerders van grachten (wegbeheerders voor baangrachten, gemeentes of polders en wateringen voor publieke grachten, private eigenaars,...) verzekerd worden. Dit geldt in het bijzonder voor de overheid. Met dit artikel wordt verdere uitvoering gegeven aan de delegatie aan de Vlaamse Regering voor het bepalen van nadere regels inzake het beheer van grachten Artikel
  13. Met dit artikel wordt verdere uitvoering gegeven aan de delegatie voor het bepalen van nadere regels inzake het overwelven en inbuizen van grachten. In meerdere gemeenten en provincies (o.a. Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen) is er momenteel een regelgeving (bvb. stedenbouwkundige verordening) over dit item. Alle actoren drongen aan op een éénduidige regelgeving voor volledig Vlaanderen. Het artikel bepaalt dat men grachten zonder omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen niet kan overwelven of inbuizen. De vergunning kan daarenboven alleen worden verleend om toegang te verlenen of te verbeteren tot een perceel of voor werken van algemeen belang. Daarnaast moeten de werken voldoen aan enkele voorwaarden om de goede werking van het watersysteem te vrijwaren. Net zoals het geval is bij het verplaatsen of dempen van grachten mag overwelving of inbuizing van de gracht geen schadelijk effect hebben zoals gedefinieerd in artikel 1.1.3, § 2, 18° van het gecoördineerd decreet integraal waterbeleid en moeten de beginselen van het integraal waterbeleid gerespecteerd worden. Daartoe behoort ook de zorg voor waterafhankelijke natuur. Er mag geen ongewenste vernatting van landbouwgronden buiten VEN en SBZ veroorzaakt worden. Bovendien mag slechts één overwelving of inbuizing per kadastraal perceel of per geheel van kadastrale percelen aangebracht worden tenzij de aanvrager kan aantonen dat dit redelijkerwijze noodzakelijk is voor het normale gebruik en de vlotte ontsluiting van de gronden. Tevens worden ook de maximale lengte en de redenen die een verlenging toestaan vastgesteld. In het geval van een verlenging moet indien nodig voorzien worden in compensatiemaatregelen die de infiltratie van hemelwater blijvend toelaten zoals een greppel, geperforeerde buizen of andere technische oplossingen. De minimale diameter wordt op 400 mm gehouden zodat de waterafvoer verzekerd kan worden en bij de plaatsing mag geen schade worden toegebracht aan de gracht en uitspoeling moet onmogelijk zijn. De vergunningverlenende overheid kan bijkomende voorwaarden opleggen, onder meer met betrekking tot de aanvulling van de sleuf rond de inbuizing, het voorzien van kopmuren en het voorzien van inspectieschouwen. Het artikel bepaalt dat de vergunninghouder verantwoordelijk is voor de goede staat en werking van de overwelving door een goede afwatering te vrijwaren. De vergunninghouder is immers eigenaar van die kunstwerken, waardoor hij ze in het algemeen belang in goede staat moet onderhouden. Deze bepaling moet samen gelezen worden met artikel 4.2.1., 1° VCRO. Onderhoudswerken zoals bijvoorbeeld het vervangen van de toplaag op een overwelving of inbuizing, het uitvoeren van herstellingen aan de overwelving of inbuizing, het vervangen van een aanwezige reling op een overwelving,... zijn niet vergunningsplichtig. Bij het aanbrengen van bouwwerken of een afsluiting over een overwelving of inbuizing waarbij de overwelving of inbuizing blijft bestaan zoals ze was, moet enkel nagegaan worden of de nieuwe bouwwerken of de nieuwe constructie onder de stedenbouwkundige vergunningsplicht vallen. Artikel
  14. Het artikel bepaalt de voorwaarden waaronder oever- en bodemverstevigingen bij een gracht aanvaardbaar worden geacht, zoals het behoud van het gabariet, de infiltratie via de gracht en het behoud van de gracht in goede toestand. De goede toestand omvat onder meer de verzekering van de stabiliteit van de talud die moet beoordeeld worden in relatie tot het gebied (bewoning, landbouw, natuur,...) waar de gracht zich bevindt. De voorwaarden zijn dat het gabariet niet afneemt, de infiltratie in de gracht mogelijk blijft en harde materialen beperkt worden tot het strikt noodzakelijke. Een afwijking wordt enkel toegestaan door de vergunningverlenende overheid indien geen schadelijke effecten zoals gedefinieerd in artikel 1.1.3, § 2, 18° van het Waterwetboek veroorzaakt worden en uiteraard de doelstellingen gerespecteerd worden van het integraal waterbeleid, als vermeld in artikel 1.2.
  15. van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten. Artikel
  16. Het artikel duidt de gemeenten, polders en wateringen aan als verantwoordelijk aan voor het onderhoud van de publieke grachten en verduidelijkt welke handelingen onder deze onderhouds- en instandhoudingsverplichting vallen. De handelingen zijn onder meer: het onderhouden van begroeiingen en het in stand houden van alle publieke grachten in functie van de volgens de doelstellingen van het integraal waterbeleid gewenste afvoer- en bergingscapaciteit. Voor het beheer van de begroeiingen wordt de code van goede natuurpraktijk voor het beheer van waterlopen als vermeld in artikel 14, § 2, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu van toepassing gesteld. Voor baangrachten staat de wegbeheerder in voor de onderhouds- en instandhoudingsverplichting. Baangrachten vormen een onderdeel van de openbare weg, van het openbaar domein van de spoorwegen, van vliegvelden,... Voor de overige grachten staan de aangelanden in voor deze verplichtingen. Dit houdt in dat er handelingen van onderhoud en herstel worden uitgevoerd door de aangelanden, om de gracht verder zijn functies in de lokale waterhuishouding te laten vervullen. Artikel
  17. Het artikel regelt de plaatsing van peilschalen of peilspijkers in de bedding van de waterlopen door gebruikers of eigenaars van gemachtigde constructies op onbevaarbare waterlopen. Het legt tevens een verbod op van het verwijderen, onkenbaar maken of wijzigen van de aangebrachte peilschakels, peilspijkers of andere merktekens.
  18. Onttrekking van water uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten Onderafdeling 1.Algemeen Artikel
  19. Dit artikel geeft aan dat deze afdeling een gedeeltelijke omzetting is van richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 `tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid' (de zogenaamde Kaderrichtlijn Water). Artikel
  20. In dit artikel wordt omschreven wat begrepen moet worden onder het onttrekken van water uit een onbevaarbare waterloop of publieke gracht: het met alle mogelijke middelen opvangen van water uit de waterloop of gracht. De omschrijving is gebaseerd op de definitie van "watervang" uit artikel 80 van het decreet van 21 december 1990 betreffende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting van
  21. Dat artikel bepaalt dat met capteren van water wordt bedoeld "het met alle mogelijke middelen onttrekken van water uit de waterweg". Ook artikel 2, tweede streepje van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer was een inspiratiebron. Daarin wordt grondwaterwinning gedefinieerd als: alle putten, opvangplaatsen, draineerinrichtingen, bronbemalingen en over het algemeen alle werken en installaties die tot doel of tot gevolg hebben grondwater op te vangen, met inbegrip van het opvangen van bronnen op het uitvloeiingspunt en het tijdelijk of bestendig verlagen van de grondwatertafel ingevolge grondwerken. De gekozen omschrijving beperkt zich niet tot onttrekkingen met pompen en hevels uit een onbevaarbare waterloop of publieke gracht, maar omvat ook het putten van water uit een gracht of greppel die men vult door bijvoorbeeld het openzetten van schuiven en kleppen aan onbevaarbare waterlopen of publieke grachten. Doel van de regeling is het watersysteem beschermen in tijden van waterschaarste en droogte, wat enkel kan als ook het afleiden van water uit waterlopen en publieke grachten gevat wordt.. Het artikel bevat verder een aantal bepalingen met betrekking tot de persoon die tot de onttrekking overgaat en het verband wordt gelegd met titel II Beheer van de waterketen uit het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten. Het verband wordt gelegd met de titularis van een private waterwinning als vermeld in artikel 2.1.2, 26° van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten, en als een gebruiker van een private waterwinning als vermeld in artikel 4.1.1., 6° van hetzelfde decreet. Het onttrekken van water uit een onbevaarbare waterloop of publieke gracht beantwoordt immers aan die definities waardoor een aantal verplichtingen van toepassing worden op de onttrekker. Zo onder meer de heffingsplicht voor eigen waterwinning. Een bijkomende heffing voor de onttrekking van water uit onbevaarbare waterlopen of grachten, zoals van toepassing is voor de onttrekking van grondwater of water uit bevaarbare waterwegen, wordt niet voorzien in dit besluit. De wet onbevaarbare waterlopen voorziet deze mogelijkheid niet. Soms doen zich situaties voor waarbij een onttrekkingsinstallatie wordt gebouwd waarvan verschillende personen gebruik kunnen maken. Het is de persoon die de installatie bouwt die onttrekker is en door het feit dat het water niet alleen of niet enkel voor eigen gebruik bestemd is, moet deze persoon beschouwd worden als waterleverancier als vermeld in artikel 2.1.2., 34° van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten. Momenteel bestaan er voor dergelijke waterleveranciers weinig of geen regels, maar dat kan in de toekomst veranderen. De aandacht wordt er op gevestigd dat het onttrokken water omschreven moet worden als deel uitmakend van de soorten water die thuishoren in de categorie "water bestemd voor menselijke aanwending" dat geen water is voor menselijke consumptie. Daarmee wordt conform artikel 2.1.2., 32° van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten water bedoeld dat bestemd is voor menselijke consumptie, tweedecircuitwater en al het water dat aangewend wordt voor huishoudelijke, agrarische of industriële toepassingen, ongeacht de herkomst van dat water.In uitvoering van de Europese richtlijn die deze materie regelt werden tot nog toe kwaliteitsnormen en -controles voorzien voor water bestemd voor menselijke consumptie. Mochten er in de toekomst soortgelijke regels komen voor water voor menselijke aanwending, anders dan voor menselijke consumptie, dan zijn deze ook op onttrokken water van toepassing. Tot slot wordt duidelijk gemaakt dat men om water te kunnen onttrekken het recht moet hebben om aan de waterloop te komen om daar een installatie op te richten e.d.m. In beginsel is de onttrekker eigenaar of gebruiker van het onroerend goed dat grenst aan de waterloop. Het is mogelijk dat de gebruiker door middel van een overeenkomst derden de mogelijkheid geeft om van de grond gebruik te maken om tot onttrekking over te gaan. Daar waar de waterloop paalt aan een openbare weg kunnen ook niet-aangelanden onttrekken. In dat geval zal de wegcode gerespecteerd moeten worden en is het mogelijk dat een overeenkomst gesloten moet worden met de wegbeheerder. Artikel
  22. Het artikel bepaalt de voorwaarden waaronder het onttrekken van water uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten is toegestaan. In paragraaf 1 wordt het onttrekken van water aan onbevaarbare waterlopen of publieke grachten onderworpen aan de regels uit dit besluit. Verder wordt voorzien dat wanneer het nodig is voor het halen van de doelstellingen van integraal waterbeleid de gouverneur na advies van de CIW tijdelijk of permanent onttrekkingsverboden of -beperkingen kan opleggen voor één of meerdere waterlopen of voor één of meerdere bekkens binnen zijn provincie. Het gaat om een proactieve maatregel waarbij niet gewacht moet worden op een acute waterschaarste (= de vraag naar water overstijgt de aanbodcapaciteit van het natuurlijke systeem) of droogte (= langere periode zonder neerslag) om reeds te kunnen ingrijpen. De gouverneur moet dergelijke beslissingen degelijk onderbouwen en houdt hierbij rekening met zowel ecologische als economische doelstellingen. De resultaten van het reactief afwegingskader voor prioritair watergebruik kunnen als onderbouwend instrument bij dergelijke beslissing gehanteerd te worden. Op die manier kan verzekerd worden dat alle maatschappelijke belangen voldoende mee afgewogen worden. Ook de minister kan aan de gouverneur een onderbouwde instructie geven om een dergelijk verbod of beperking op te leggen, bijvoorbeeld indien deze maatregel nodig is binnen een gebied dat een provinciegrens overschrijdt. In paragraaf 2 wordt voorzien dat wanneer men water onttrekt, men zich moet houden aan de principes van duurzaamheid, rationeel gebruik en van het gebruik van de best beschikbare technieken (BBT) voor zowel het onttrekken zelf als het gebruik van het water. Met BBT worden volgende doelstellingen geïntegreerd: - het meest doeltreffend voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel; - op zodanige schaal ontwikkeld dat de technieken onder economisch en technisch haalbare omstandigheden kunnen worden toegepast in de betrokken industriële context; - zowel de toegepaste technieken als de manier waarop de installatie wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld. Water is immers een schaars goed. Het principe van duurzaamheid houdt in dat het natuurlijk kapitaal gebruikt wordt om tegemoet te komen aan de huidige noden zonder dat de noden van toekomstige generaties in het gedrang komen. Dit principe vindt men eveneens terug in de algemene principes van het integraal waterbeleid. Bij de uitwerking van de BBT moet rekening gehouden worden met de kosten-baten verhouding. Het principe van rationeel gebruik volgt uit het gegeven dat water een gemeenschappelijk goed is (art. 714 Burgerlijk Wetboek) en dat het gebruik ervan op een verstandige wijze dient te gebeuren door onder meer rekening te houden met wijzigende omstandigheden zoals de kwaliteit van het water en de beschikbaarheid ervan (artikel 1.2.
  23. en 1.2.
  24. gecoördineerd decreet integraal waterbeleid). De combinatie met het principe van de best beschikbare technieken zorgt ervoor dat gebruik gemaakt wordt van nieuwere en aangepaste technieken die vaak een meer bewust en efficiënt gebruik van een grondstof verwezenlijken. De onttrekker zal zelf op de hoogte moeten zijn van deze technieken. Tot slot krijgt de minister de bevoegdheid om daarvoor technische voorschriften vast te stellen in een code van goede praktijk, waarbij rekening gehouden wordt met de kosten-baten verhouding. In de derde paragraaf wordt gesteld dat de onttrekking geen schade mag veroorzaken aan derden. Verder wordt in deze paragraaf duidelijk aangegeven dat de toelating tot onttrekking geen garanties inhoudt over de kwaliteit van het te onttrekken water. Het is de onttrekker die ervoor moet zorgen dat het onttrokken water alleen wordt aangewend voor toepassingen waarvoor dat toegestaan is. Zo kunnen in het kader van de federale regelgeving inzake voedselveiligheid beperkingen gelden voor de aanwezigheid van bepaalde stoffen waarmee men teelten irrigeert. Paragraaf 4 van artikel 29 regelt de debietmeting. Deze debietmeting is verplicht vanaf 1 januari
  25. Deze overgangsperiode wordt voorzien zodat de onttrekkers de tijd hebben zich voor te bereiden op deze nieuwe werkwijze. Deze debietmetingen zijn noodzakelijk om een gedegen zicht te krijgen op de onttrekkingen en een sluitende waterbalans voor oppervlaktesystemen op te maken. Bij elke onttrekking, behalve voor weidepompen om vee te drenken, om spuittoestellen te vullen om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, om watertonnen van maximaal 10 m3 te vullen, of onttrekkingen met behulp van een pomp om een of meerdere haspels te voeden met een effectief (gezamenlijk) debiet groter dan 10 m3 per uur en zonnepompen voor weidevogels of pompen om veedrinkpoelen te vullen, en wanneer de onttrekking op jaarbasis minder dan 500m3 bedraagt, moet volgens paragraaf 4 een debietmetingssysteem aanwezig zijn dat een voortdurende registratie mogelijk maakt van het totale volume gecapteerd water. Voor onttrekkingen met grotere tonnen wordt geen debietmeting verplicht, maar wordt het aantal tonnen en het volume dat onttrokken werd doorgeven via een elektronisch loket. De minister kan technische voorschriften rond de meetinrichting uitvaardigen. Deze technische bepalingen dienen afgestemd te worden op de code van goede praktijk voor installatie, onderhoud en controle van meetinrichtingen voor opgepompt grondwater zoals opgesteld door VITO. Onderafdeling
  26. Melding tot onttrekken Artikel
  27. In de eerste paragraaf wordt geregeld dat onttrekkingen enkel kunnen mits melding aan de waterbeheerder of de beheerder van de publieke gracht. Er wordt zowel gewerkt met een regeling voor permanente onttrekkingen die jaarlijks herhaald worden of het hele jaar door gebeuren (zie paragraaf 2) als voor tijdelijke onttrekkingen (zie paragraaf 3). Voor de tijdelijke onttrekkingen wordt voor een zeer snelle afhandeling geopteerd. Op de verplichting tot het melden worden vier uitzonderingen voorzien voor zover de onttrekking minder dan 500m3 bedraagt: de kleine hoeveelheden die via weidepompen gebruikt worden om dieren te drenken, het onttrekken van water om spuittoestellen te vullen om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken, het onttrekken van water om watertonnen van maximaal 10m3 te vullen én zonnepompen voor weidevogels en de pompen voor veedrinkpoelen. Paragraaf 2 bepaalt dat voor meer permanente onttrekkingen die jaarlijks herhaald worden of het hele jaar door gebeuren, in de regel vaste inrichtingen opgericht worden. Daarvoor was een stedenbouwkundige vergunning nodig en is nu een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nodig. Indien deze vergunningen verleend zijn op basis van een gunstig advies van de waterbeheerder, worden ze meteen ook geacht gemachtigd te zijn zoals vermeld in artikel 12, derde lid van de wet onbevaarbare waterlopen. De waterbeheerder heeft dan afgewogen of en hoe de onttrekking mag doorgaan. Het is ook mogelijk dat voor de vaste inrichting een afzonderlijke machtiging is verkregen. In al deze gevallen is het niet nodig om een onttrekking te melden. Het volstaat om de waterbeheerder of de beheerder van de publieke gracht de nodige gegevens te bezorgen over de onttrokken hoeveelheden en het voldoen aan de voorwaarden uit artikel 29, § 2 en artikel 29, §
  28. Paragraaf 3 bepaalt de procedure wanneer de onttrekker niet over een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een machtiging van de waterbeheerder beschikt voor een permanente onttrekking die jaarlijks herhaald wordt of het hele jaar door gebeurt. Deze paragraaf legt vast welke gegevens de melding voor onttrekking moet bevatten. Voor het melden zal gebruik gemaakt worden van een elektronisch loket dat in ontwikkeling is voor de watervang uit bevaarbare waterlopen. Door deze werkwijze zullen de meldingen en aanvragen voor captaties op zowel onbevaarbare waterlopen als de bevaarbare waterwegen verlopen via hetzelfde elektronische systeem. Dit zorgt voor éénduidigheid bij de aanvragers. Vermits er persoonsgegevens verwerkt zullen worden, wordt bepaald wie de verwerkingsverantwoordelijke is en hoe lang de persoonsgegevens bijgehouden mogen worden. De gegevens over de onttrekkingen die geen persoonsgegevens bevatten, vallen niet onder de beperkte duur van 5 jaar voor het bijhouden van informatie. In paragraaf 4 is voorzien dat de bevoegde waterbeheerder of beheerder van de publieke gracht nagaat of de melding alle nodige informatie bevat. Artikel
  29. De termijn waarbinnen de waterbeheerder moet beoordelen of de melding volledig is en het onttrekkingsticket zal moeten bezorgen aan de aanvrager wordt bewust op maximaal 48 uur gehouden om de onttrekker met een mobiele installatie maximale flexibiliteit te bieden. Door de ontwikkeling van een gebruiksvriendelijk e-loket zal een snelle behandeling en afgifte van het onttrekkingsticket mogelijk worden. De waterbeheerders zullen ook maximaal gestimuleerd worden om nog sneller dan de voorziene termijn van 48 uur onttrekkingsticketten te geven. De tweede paragraaf van artikel 31 voorziet dat het onttrekkingsticket steeds voorgelegd moet kunnen worden tijdens het onttrekken. Het ticket is voor een niet-vaste inrichting ten hoogste dertig dagen geldig. Daarna moet een nieuwe melding gedaan worden op dezelfde wijze als voorzien in artikel 30 paragraaf 3, al dan niet voor hetzelfde debiet. Verwacht wordt dat onttrekkingen uit niet-vast inrichtingen slechts occasioneel gebeuren in tijden van waterschaarste, waardoor het aangewezen is om dat een mogelijke gebruiker maandelijks aangeeft hoeveel hij wenst te onttrekken. Zo heeft de waterbeheerder ook zicht op wie in welke periode water gebruikt, om gebruikers op de hoogte te kunnen brengen van specifieke bedreigingen van de waterkwaliteit, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van blauwalgen. Paragraaf 3 bevat een regeling om bij waterschaarste en droogte tijdelijke beperkingen aan onttrekkingen op te leggen of onttrekkingen tijdelijk te verbieden. De gouverneur kan dit op voorstel van de CIW of op voorstel van een waterbeheerder opleggen voor het hele Vlaamse Gewest, voor de hele provincie of voor een deel ervan. Bij de voorbereiding van het advies worden de partners van de droogtecommissie betrokken. De gouverneur houdt bij het nemen van dergelijke beslissing ten minste rekening met de beginselen van het integraal waterbeleid (1.2.2 van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018) en andere relevante bepalingen inzake natuurbehoud.Het reactief afwegingskader dient als onderbouwend instrument bij dergelijke beslissing gehanteerd te worden. Op die manier kan verzekerd worden dat alle maatschappelijke belangen voldoende mee afgewogen worden. De minister kan aan de gouverneur een onderbouwde instructie geven om een dergelijk verbod of beperking op te leggen, indien deze maatregel nodig is binnen een gebied dat een provinciegrens overschrijdt De handhaving van de op te leggen beperkingen of tijdelijke verboden vallen onder de toepassing van de bepalingen van het Milieuhandhavingsdecreet gezien de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten betreffende de onbevaarbare waterlopen en zijn uitvoeringsbesluiten volledig onder de toepassing van het Milieuhandhavingsdecreet gebracht werden (artikel 20 Wet Onbevaarbare Waterlopen). Artikel
  30. Artikel 32 voorziet dat de waterbeheerders de hen gekende onttrekkers inlicht van het feit dat de gouverneur beperkingen of verboden oplegde voor onttrekkingen. Bij nieuwe meldingen worden gegevens over beperkingen meegegeven bij het afleveren van het onttrekkingsticket. Wanneer een tijdelijk verbod wordt ingesteld, kan de bevoegde waterbeheerder voor de duur van het tijdelijk verbod geen nieuw onttrekkingsticket bezorgen. Artikel
  31. Dit artikel bevat de regels voor het doorgeven van meterstanden en voor het doorgeven van onttrokken volumes in die gevallen waarin het plaatsen van een meter niet voorgeschreven is. Dit zowel voor het geval er onttrokken wordt vanuit een vaste inrichting als voor het geval met een onttrekkingsticket gewerkt wordt. Hoofdstuk
  32. Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2008 pub. 10/02/2009 numac 2009035107 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid Artikel
  33. Door het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 19/06/2019 numac 2019013160 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw type decreet prom. 26/04/2019 pub. 12/06/2019 numac 2019012697 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de basisbereikbaarheid type decreet prom. 26/04/2019 pub. 05/06/2019 numac 2019012842 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet sluiten werd het toepassingsgebied van titel XVI DABM uitgebreid tot de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten betreffende de onbevaarbare waterlopen. Om de handhaving effectief mogelijk te maken, moet de wet onbevaarbare waterlopen ook opgenomen worden in het Milieuhandhavingsbesluit van 12 december
  34. De eerste stap daartoe is een verwijzing naar de wet onbevaarbare waterlopen toe te voegen aan artikel 1 van dat besluit. Daarmee worden meteen ook de uitvoeringsbesluiten bij deze wet gevat. Artikel
  35. Een verontreiniging die waargenomen wordt in een onbevaarbare waterloop van eerste categorie kan afkomstig zijn uit een onbevaarbare waterloop van tweede of derde categorie of een publieke gracht. Om het toezicht in dergelijke gevallen efficiënt te laten verlopen is het nuttig dat de beheerder van de waterloop van eerste categorie ook toezichtrechten kan uitoefenen op onbevaarbare waterlopen van categorie 2 en 3 én publieke grachten. Dit wordt geregeld in punt 1° van artikel
  36. Verder wordt voorzien dat personeelsleden van de afdeling bevoegd voor het beheer van de onbevaarbare waterlopen 1° categorie van de Vlaamse Milieumaatschappij toezicht kunnen uitoefenen op de wet onbevaarbare waterlopen en de uitvoeringsbesluiten. Artikel
  37. Met dit artikel wordt ervoor gezorgd dat de provincies, beheerders van de onbevaarbare waterlopen van tweede categorie, toezicht kunnen houden op de naleving van de wet onbevaarbare waterlopen en de bijhorende besluiten langs deze waterlopen. Zoals hiervoor al werd aangegeven bij artikel 35 is het nuttig dat beheerders van onbevaarbare waterlopen ook meer stroomopwaarts toezicht kunnen houden omdat de oorzaak van wat mis loopt soms stroomopwaarts ligt. Zoals reeds het geval is bij verontreiniging van de waterloop via artikel 33, § 1, 1° van het milieuhandhavingsbesluit worden de provincies ook bevoegd gemaakt om toezicht uit te oefenen op onbevaarbare waterlopen van derde categorie en publieke grachten. Artikel
  38. Met dit artikel wordt ervoor gezorgd dat de gemeenten, beheerder van de onbevaarbare waterlopen van derde categorie en de publieke grachten, toezicht kunnen houden op de naleving van deze wet en de bijhorende besluiten langs deze waterlopen en publieke grachten. Hoofdstuk
  39. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/08/1970 pub. 17/08/2007 numac 2007000736 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen politiereglement van de onbevaarbare waterlopen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is (Wijzigingsbepalingen) Artikel 38.-
  40. De artikelen 38, 39 en 40 heffen de vrijstelling op om grachten te overwelven of in te buizen rond woningen (art. 38), andere gebouwen dan woningen (art. 39) en in landbouwgebied (art. 40). Met artikel 41 wordt in groengebied de vrijstelling rond ingrepen aan grachten en verplaatsen van grachten in overeenstemming gebracht met de artikelen 22-24 van het voorliggend ontwerp van besluit. Het artikel 42 regelt hetzelfde voor werken van algemeen belang. Hoofdstuk
  41. Slotbepalingen Artikel
  42. Met dit artikel worden de verouderde algemene en provinciale politiereglementen afgeschaft, alsook de koninklijke besluiten die het openbaar onderzoek en de opmaak van de papieren atlassen regelden. Dit is mogelijk gezien de nodige bepalingen opgenomen zijn in dit ontwerp van besluit. Artikel
  43. Het artikel bepaalt dat de regeling met betrekking tot de onttrekkingen die aangevraagd moeten worden via het elektronisch loket in werking treden op de datum bepaald door de minister. Het elektronisch loket is nog in opbouw en kandidaat-onttrekkers moeten zich op de nieuwe regeling kunnen voorbereiden. In het tweede lid wordt voorzien dat de artikelen 6 en 24 van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 19/06/2019 numac 2019013160 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw type decreet prom. 26/04/2019 pub. 12/06/2019 numac 2019012697 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de basisbereikbaarheid type decreet prom. 26/04/2019 pub. 05/06/2019 numac 2019012842 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet sluiten houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw in werking treden samen met dit besluit. Artikel 6 van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 19/06/2019 numac 2019013160 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw type decreet prom. 26/04/2019 pub. 12/06/2019 numac 2019012697 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de basisbereikbaarheid type decreet prom. 26/04/2019 pub. 05/06/2019 numac 2019012842 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet sluiten bevat de grondslag voor het uitwerken van de digitale atlas, waaraan met dit besluit uitwerking wordt gegeven. Artikel 24 van het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 19/06/2019 numac 2019013160 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw type decreet prom. 26/04/2019 pub. 12/06/2019 numac 2019012697 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de basisbereikbaarheid type decreet prom. 26/04/2019 pub. 05/06/2019 numac 2019012842 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet sluiten schaft de provinciale reglementen voor het beheer van onbevaarbare waterlopen en grachten af. Nu er met het voorliggend besluit een vervangende regeling voor dat beheer is uitgewerkt, mogen deze overbodig geworden provinciale besluiten daadwerkelijk opgeheven worden. Artikel
  44. Dit artikel behoeft geen verdere toelichting. De minister-president van de Vlaamse Regering, J. JAMBON De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Z. DEMIR 7 MEI
  45. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van diverse bepalingen uit de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten betreffende de onbevaarbare waterlopen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 12/12/2008 pub. 10/02/2009 numac 2009035107 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid sluiten tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft het toezicht op de naleving van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten betreffende de onbevaarbare waterlopen Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; - de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten betreffende de onbevaarbare waterlopen, artikel 3, § 1, gewijzigd bij het decreet van 28 februari 2014, artikel 4 en 4bis, §§ 1 en 4, gewijzigd bij de decreten van 28 februari 2014 en 26 april 2019, artikel 6, eerste lid, 12, 19 en 21, vervangen bij het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 19/06/2019 numac 2019013160 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw type decreet prom. 26/04/2019 pub. 12/06/2019 numac 2019012697 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de basisbereikbaarheid type decreet prom. 26/04/2019 pub. 05/06/2019 numac 2019012842 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet sluiten en artikel 23bis en 23ter, ingevoegd bij het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 19/06/2019 numac 2019013160 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw type decreet prom. 26/04/2019 pub. 12/06/2019 numac 2019012697 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de basisbereikbaarheid type decreet prom. 26/04/2019 pub. 05/06/2019 numac 2019012842 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet sluiten; - het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikel 16.3.9, § 2, eerste lid, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/12/2007 pub. 29/02/2008 numac 2008035341 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XVI « Toezicht, handhaving en veiligheidsmaatregelen » type decreet prom. 21/12/2007 pub. 12/02/2008 numac 2008035231 bron vlaamse overheid Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel XV Milieuschade, tot omzetting van de Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade type decreet prom. 21/12/2007 pub. 31/12/2007 numac 2007037369 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2008 sluiten en gewijzigd bij de decreten van 25 mei 2012 en 8 juli 2018; - het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, artikel 2.2.1, § 1, eerste lid, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 19/06/2019 numac 2019013160 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw type decreet prom. 26/04/2019 pub. 12/06/2019 numac 2019012697 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de basisbereikbaarheid type decreet prom. 26/04/2019 pub. 05/06/2019 numac 2019012842 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet sluiten; - de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, artikel 4.2.3., gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2015 pub. 29/12/2015 numac 2015036624 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016 type decreet prom. 18/12/2015 pub. 29/12/2015 numac 2015036643 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw en energie sluiten; - het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 19/06/2019 numac 2019013160 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw type decreet prom. 26/04/2019 pub. 12/06/2019 numac 2019012697 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de basisbereikbaarheid type decreet prom. 26/04/2019 pub. 05/06/2019 numac 2019012842 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet sluiten houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw, artikel
  46. Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Inspectie van Financiën heeft gunstig advies gegeven op 17/04/2020; - De Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens heeft advies gegeven op 30 juni 2020; - De Minaraad en de SALV hebben gezamenlijk advies gegeven op 17 september 2020; - De SERV heeft advies gegeven op 21 september 2020; - De Raad van State heeft advies nr. 68.519/1 gegeven op 15 januari 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  47. Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme. Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: HOOFDSTUK
  48. - Uitvoering van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten betreffende de onbevaarbare waterlopen Afdeling
  49. - Definities Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° algemeen directeur: de persoon, vermeld in artikel 170 van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2017 pub. 15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur sluiten over het lokaal bestuur;2° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen: a) een aangetekende brief;b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;c) een elektronisch aangetekende zending;d) in voorkomend geval: elektronische communicatie via een elektronisch loket van de betrokken overheid;3° gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten: het decreet van 18 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/07/2003 pub. 14/11/2003 numac 2003201696 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het integraal waterbeleid sluiten betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018; 4° CIW: de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid, vermeld in artikel 1.5.2.2 van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten. 5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor omgeving en natuur;6° Vogelrichtlijn: de richtlijn 2009/147/EG van 30 november 2009 van het Europees Parlement en de Raad inzake het behoud van de vogelstand;7° Habitatrichtlijn: de richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992 van de Raad inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna;8° speciale beschermingszone: a) een gebied, aangewezen door de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 4 van de Vogelrichtlijn;b) een gebied, aangewezen door het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of een andere lidstaat van de Europese Unie met toepassing van artikel 4 van de Vogelrichtlijn;c) een gebied, aangewezen door de Vlaamse Regering met toepassing van artikel 4, vierde lid, van de Habitatrichtlijn, of, in afwachting van die aanwijzing, een gebied dat met toepassing van de Habitatrichtlijn door de Vlaamse Regering definitief is vastgesteld met toepassing van artikel 36bis, § 6, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of dat geacht wordt definitief te zijn vastgesteld met toepassing van artikel 36bis, § 12, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu ;d) een gebied, aangewezen door het Waalse Gewest of het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of door een andere lidstaat van de Europese Unie met toepassing van artikel 4, vierde lid, van de Habitatrichtlijn of, in afwachting van die aanwijzing, een gebied dat voorgesteld is door één van beide gewesten of door een andere lidstaat, met toepassing van artikel 4, eerste lid, van de Habitatrichtlijn, dat door de Europese Commissie van communautair belang is verklaard met toepassing van artikel 4, tweede lid, van de Habitatrichtlijn;9° waterbeheerder: de instantie die aangewezen is in artikel 7, eerste lid, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten;10° wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten: de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten betreffende de onbevaarbare waterlopen; Afdeling
  50. - Digitale atlas Art. 2.De digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten bevat ten minste al de volgende gegevens: 1° voor iedere gerangschikte onbevaarbare waterloop in zijn geheel al de volgende gegevens: a) de aslijn van de waterloop: de lineaire samenstelling van alle waterloopsegmenten van een onbevaarbare waterloop;b) de bodembreedte, de kruinbreedte en de diepte van de bedding, namelijk de diepte van de bodem van de bedding tot aan de laagste oever, als getallen of in de vorm van een dwarsprofiel met vermelding van het jaartal van de vaststelling.Minimaal worden die gegevens opgenomen aan de bron en de monding van de onbevaarbare waterloop en tussendoor om de halve kilometer; 2° voor iedere onbevaarbare waterloop die of deel ervan dat is gerangschikt, al de volgende gegevens: a) de naam van de waterloop, als die beschikbaar is;b) de categorie van de waterloop;c) de beheerder van de waterloop;d) de VHAG-code die een waterloop van bron tot monding identificeert;e) het waterloopnummer, de code die een waterloop of een deel van de waterloop identificeert.De code wordt voorafgegaan door de eerste letter van de provincie, namelijk W, O, A, L of B; f) de bestuurlijke beslissing, als zich een wijziging in de gegevens over de waterloop of een deel ervan voordoet die het gevolg is van een bestuurlijke beslissing;3° voor iedere publieke gracht in zijn geheel: de aslijn van de gracht, namelijk de lineaire samenstelling van alle segmenten van de publieke gracht;4° voor iedere gracht die of deel ervan dat als publieke gracht is aangeduid al de volgende gegevens: a) de naam van de gracht, als die beschikbaar is;b) de beheerder van de gracht;c) de VHAG-code die een gracht van bron tot monding identificeert;d) de breedte van de erfdienstbaarheidszone aan de linkerkant;e) de breedte van de erfdienstbaarheidszone aan de rechterkant;f) alle bestuurlijke beslissingen tot aanduiding en wijziging van de publieke gracht. In het eerste lid wordt verstaan onder VHAG-code: de identificator van de waterloop in de Vlaamse hydrografische atlas. De Vlaamse hydrografische atlas is het vectoriële bestand met de assen van het waterlopennetwerk in Vlaanderen. Art. 3.De digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten wordt via een digitaal platform over geografische informatie van de Vlaamse overheid ter beschikking gesteld. De Vlaamse Milieumaatschappij is de verwerkingsverantwoordelijke van de digitale atlas. De gegevens worden in de digitale atlas bijgehouden zolang ze actueel zijn. Art. 4.§
  51. Het ontwerp van de digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten wordt gedurende zes maanden ter inzage gelegd bij de gemeenten. §
  52. Het openbaar onderzoek heeft betrekking op de volgende delen van de digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten: 1° de aslijnen van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en de publieke grachten;2° de bodembreedte, kruinbreedte en diepte van de bedding van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen. De gemeenten en de CIW maken binnen tien dagen na ontvangst van het ontwerp ten minste op hun website bekend dat het ontwerp, vermeld in paragraaf 1, ter inzage wordt gelegd. Iedereen kan gedurende de termijn, vermeld in paragraaf 1, zijn schriftelijke opmerkingen, al dan niet digitaal, indienen bij de colleges van burgemeester en schepenen of bij de CIW. §
  53. De gemeente en de CIW bezorgen uiterlijk vijftien dagen na het einde van het openbaar onderzoek de ontvangen bezwaren en opmerkingen over het ontwerp van de digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten aan de Vlaamse Milieumaatschappij. De Vlaamse Milieumaatschappij staat in voor de verwerking van de bezwaren en opmerkingen. De bezwaren en opmerkingen die betrekking hebben op onbevaarbare waterlopen van tweede en derde categorie en op de publieke grachten, bezorgt de Vlaamse Milieumaatschappij aan de betrokken waterbeheerder voor advies. Als de waterbeheerder geen advies uitbrengt binnen zestig dagen na het versturen van de bezwaren en opmerkingen, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. De Vlaamse Milieumaatschappij verwerkt de bezwaren, de opmerkingen en de adviezen en legt een definitief voorstel voor aan de minister. Dat voorstel bestaat uit een of meer ontwerpbesluiten. §
  54. Binnen zestig dagen na de dag waarop de minister het definitieve voorstel ontvangt, keurt de minister de digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten goed en legt hem bij ministerieel besluit vast. Het ministerieel besluit tot vastlegging van de digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Het volledige besluit wordt bekendgemaakt op het digitale platform over geografische informatie van de Vlaamse overheid waarop de digitale atlas ter beschikking gesteld wordt. Art. 5.De Vlaamse Milieumaatschappij staat, overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten, in voor het actueel houden van de digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten. In het eerste lid wordt verstaan onder actueel houden: de noodzakelijke aanpassingen ten gevolge van bestuurlijke beslissingen aanbrengen. Deze beslissingen kunnen machtigingen van waterbeheerders zijn om werken uit te voeren of omgevingsvergunningen waarvoor het advies van de waterbeheerder wordt gevraagd overeenkomstig artikel 12, § 1, derde lid, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten. Overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten stellen de provincies voor de onbevaarbare waterlopen die gerangschikt zijn in tweede en derde categorie, en de publieke grachten op hun grondgebied alle gevalideerde gegevens ter beschikking, vermeld in artikel
  55. Met gevalideerde gegevens wordt bedoeld dat de provincie de taak heeft om de ontvangen gegevens voldoende te controleren en na te zien. De provincie bekomt de gegevens van de gemeenten, de polders en wateringen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de betrokken waterlopen. Naar aanleiding van wijzigingen die het gevolg zijn van een bestuurlijke beslissing van de Vlaamse Regering, de deputatie of een andere bevoegde instantie wordt de digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen geactualiseerd binnen de volgende termijnen: 1° binnen dertig dagen na de dag waarop de bestuurlijke beslissing aan de Vlaamse Milieumaatschappij is bezorgd;2° binnen zestig dagen na de dag waarop de werken zijn beëindigd als die bestuurlijke beslissing gepaard gaat met werken. Art. 6.De minister legt de geactualiseerde digitale atlas van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten om de zes jaar vast. Artikel 4 is van toepassing bij het vastleggen van de geactualiseerde versie, vermeld in het eerste lid. Afdeling
  56. - Publieke grachten Art. 7.§
  57. De gemeenteraad organiseert het openbaar onderzoek, vermeld in artikel 23ter, § 3, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten. Tijdens het openbaar onderzoek worden de volgende documenten ter inzage gelegd: 1° een plan waarop de gracht duidelijk zichtbaar is, met vermelding van de ligging en de breedte van de erfdienstbaarheidszone;2° een motiveringsnota die aangeeft waarom de overname van het beheer nuttig is voor het watersysteem, wat de erfdienstbaarheid inhoudt, en waarom een bepaalde erfdienstbaarheidszone aangewezen is. Voor grachten die in het werkingsgebied van polders en wateringen gelegen zijn, bezorgt de polder of watering in kwestie de documenten vermeld in het tweede lid aan de gemeente. Het openbaar onderzoek wordt gehouden binnen dertig dagen na de ontvangst van die documenten. §
  58. Het gemeentebestuur hangt gedurende dertig dagen vanaf het begin van het openbaar onderzoek op de gewone aanplakplaatsen en in ieder geval aan het gemeentehuis, en ook op de plaats waar de gracht uitkomt op de openbare weg of aan de dichtstbijzijnde openbare weg als de gracht niet op de openbare weg uitkomt, een bekendmaking uit die ten minste al de volgende gegevens bevat: 1° de aanvangsdatum en de einddatum van het openbaar onderzoek;2° een korte omschrijving van het doel van het openbaar onderzoek;3° de plaats waar de documenten ter inzage liggen;4° de termijn waarin bezwaren en opmerkingen over de documenten die ter inzage gelegd zijn, ingediend kunnen worden, en de wijze waarop dat gebeurt. De gemeente publiceert uiterlijk de eerste dag van het openbaar onderzoek de bekendmaking, vermeld in het eerste lid, op een voor bekendmakingen geëigende en opvallende plaats op haar website. Het gemeentebestuur licht de aanpalende eigenaars in van het openbaar onderzoek en bezorgt hen de informatie vermeld in het eerste lid. Bezwaren en opmerkingen over de documenten die ter inzage gelegd zijn, kunnen uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek met een beveiligde zending ingediend worden op het gemeentehuis. De algemeen directeur of zijn gemachtigde stelt een proces-verbaal op van het openbaar onderzoek. Het proces-verbaal omvat ten minste een inventaris van de bezwaren en opmerkingen die ingediend zijn tijdens het openbaar onderzoek. Voor grachten gelegen in het werkingsgebied van polders en wateringen bezorgt de algemeen directeur of zijn gemachtigde het proces-verbaal aan de betrokken polder of watering. §
  59. De beslissing tot overname van het beheer en de beslissing om een erfdienstbaarheid op te leggen, wordt door het gemeentebestuur tien dagen na het nemen van de beslissing gedurende dertig dagen bekendgemaakt op dezelfde plaatsen als de bekendmaking van het openbaar onderzoek, vermeld in paragraaf
  60. Het gemeentebestuur licht tevens de aanpalende eigenaars in. Als het bevoegde bestuur een polder of watering is, bezorgt de polder of de watering de beslissing aan de gemeente. De termijn van tien dagen vermeld in het eerste lid begint op de dag dat de gemeente de beslissing van de polder of de watering ontvangt. De algemeen directeur of zijn gemachtigde stelt een proces-verbaal op van de bekendmaking van de beslissing. Het proces-verbaal omvat een overzicht van de begin- en de einddata van de verschillende vormen van de bekendmaking. De gemeente bezorgt een afschrift van de beslissing, vermeld in het eerste lid, met inbegrip van de bijbehorende plannen, aan de provincie. Voor grachten in het werkingsgebied van polders en wateringen bezorgt de betrokken polder of watering een afschrift van de beslissing, vermeld in het eerste lid, met inbegrip van de bijbehorende plannen, aan de gemeente en de provincie. Art. 8.§
  61. De eigenaar of de gebruiker van het perceel waarop de erfdienstbaarheid rust, vermeld in artikel 23ter van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten, kan om de stopzetting van de overname van het beheer door de gemeente, respectievelijk de polder of watering, of om de gehele of gedeeltelijke opheffing van die erfdienstbaarheid verzoeken. Daarvoor stuurt de eigenaar of gebruiker met een beveiligde zending een gemotiveerd verzoek naar het college van burgemeester en schepenen, respectievelijk naar de betrokken polder of watering. Het college van burgemeester en schepenen beslist op basis van het gemotiveerde verzoek om de procedure al dan niet op te starten. Voor grachten in het werkingsgebied van polders en wateringen beslist het bestuur van de polder of watering op basis van het gemotiveerde verzoek om de procedure al dan niet op te starten. Het college van burgemeester en schepenen, respectievelijk het bestuur van de polder of watering, brengt de eigenaar of de gebruiker, vermeld in het eerste lid, met een beveiligde zending op de hoogte van zijn beslissing om al dan niet de procedure op te starten. §
  62. Als de gemeente, respectievelijk de polder of watering, al dan niet op eigen initiatief de overname van het beheer wil stopzetten of de erfdienstbaarheid volledig of gedeeltelijk wil opheffen, zijn de procedures, vermeld in dit artikel en in artikel 7, van toepassing. In afwijking van artikel 7 liggen de volgende documenten ter inzage gedurende het openbaar onderzoek: 1° een plan waarop de gracht duidelijk zichtbaar is, met vermelding van de huidige en toekomstige breedte en de ligging van de erfdienstbaarheidszone;2° een motiveringsnota die aangeeft waarom de overname van het beheer of de erfdienstbaarheidszone volledig of gedeeltelijk opgeheven wordt. Art. 9.§
  63. Tegen de beslissingen, vermeld in artikel 7, § 3, en artikel 8, § 1 en § 2, kan elke belanghebbende beroep instellen bij de provincie in kwestie. Met de beslissing uit artikel 8, § 1, worden enkel de beslissingen om de procedure niet op te starten bedoeld. Het beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van de kennisname van de bestreden beslissing overeenkomstig artikel 23ter van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten. Het beroep wordt ingediend met een beveiligde zending. Het beroep is gemotiveerd en bevat een kopie van de bestreden beslissing. §
  64. De provincie stuurt binnen tien dagen na de dag waarop ze het beroep heeft ontvangen, een kopie van het beroepschrift naar het college van burgemeester en schepenen, respectievelijk naar de betrokken polder of watering. Het college van burgemeester en schepenen, respectievelijk het bestuur van de polder of watering, kan een verweernota indienen binnen dertig dagen na de dag waarop de provincie het beroepschrift heeft verzonden. Bij overschrijding van die termijn is de provincie niet verplicht rekening te houden met de verweernota. De provincie doet uitspraak binnen zestig dagen na de ontvangst van het beroepschrift overeenkomstig artikel 23ter van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten. Die beslissing wordt binnen tien dagen nadat ze genomen werd met een communicatie per beveiligde zending bezorgd aan de beroepsindiener, aan het college van burgemeester en schepenen en aan betrokken polder of watering. De gemeente, respectievelijk de polder of watering, maakt de beslissingen waarbij de provincie de bestreden beslissing wijzigt, conform artikel 7, § 3, bekend. Deze verplichting tot bekendmaking geldt niet voor de beslissingen, zoals vermeld in artikel 8, § 1, die de beslissing om de procedure niet op te starten herzien. Afdeling
  65. - Het openbaar onderzoek, vermeld in artikel 19, eerste lid, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten Art. 10.§
  66. Als er een openbaar onderzoek wordt gevoerd om het punt van oorsprong van een waterloop als vermeld in artikel 3, § 1, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten, te bepalen, bevat het dossier dat ter inzage wordt gelegd, al de volgende stukken: 1° een voorontwerp van besluit 2° een duidelijk plan met aanduiding van het punt van oorsprong;3° een motiveringsnota die aangeeft waarom de verplaatsing van het punt van oorsprong belangrijk is. De provincie stelt het dossier samen. §
  67. Als er een openbaar onderzoek wordt gevoerd om kunstmatige waterlopen of waterlopen waarvan het waterbekken geen honderd hectare bedraagt, bij de onbevaarbare waterlopen te rangschikken, met inbegrip van het vastleggen van de categorie ervan, en om het punt van oorsprong te bepalen, vermeld in artikel 4, § 1, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten, bevat het dossier dat ter inzage wordt gelegd, al de volgende stukken: 1° een voorontwerp van besluit;2° een duidelijk plan met aanduiding van de te rangschikken waterlopen;3° een motiveringsnota die aangeeft waarom de rangschikking belangrijk is en die een motivatie bevat voor de vastlegging van de categorie en de locatie van het punt van oorsprong. De provincie stelt het dossier samen. §
  68. Als er een openbaar onderzoek wordt gevoerd om een waterloop het statuut van gerangschikte onbevaarbare waterloop te ontnemen als vermeld in artikel 4, § 2, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten, bevat het dossier dat ter inzage wordt gelegd, al de volgende stukken: 1° een voorontwerp van besluit;2° een duidelijk plan met aanduiding van de waterlopen die de rangschikking ontnomen worden;3° een motiveringsnota die aangeeft waarom het aangewezen is om de waterloop het statuut van gerangschikte onbevaarbare waterloop te ontnemen. De provincie stelt het dossier samen. §
  69. Als er een openbaar onderzoek wordt gevoerd om kunstmatige waterlopen met een waterbekken groter dan honderd hectare te rangschikken bij de onbevaarbare waterlopen, met inbegrip van het vastleggen van de categorie ervan, en om het punt van oorsprong te bepalen, vermeld in artikel 4bis, § 1, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten, bevat het dossier al de volgende stukken: 1° een voorontwerp van besluit;2° een duidelijk plan met aanduiding van de te rangschikken waterlopen;3° een motiveringsnota die aangeeft waarom de rangschikking belangrijk is en een motivatie voor de vastlegging van de categorie en de locatie van het punt van oorsprong. De Vlaamse Milieumaatschappij stelt het dossier samen. §
  70. Als er een openbaar onderzoek wordt gevoerd om een kunstmatige waterloop zijn rangschikking als onbevaarbare waterloop te ontnemen als vermeld in artikel 4bis, § 4, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten, bevat het dossier al de volgende stukken: 1° een voorontwerp van besluit;2° een duidelijk plan met aanduiding van de waterlopen die de rangschikking ontnomen worden;3° een motiveringsnota die aangeeft waarom het aangewezen is om de waterloop het statuut van gerangschikte onbevaarbare waterloop te ontnemen. De Vlaamse Milieumaatschappij stelt het dossier samen. Art. 11.De deputatie of de Vlaamse Milieumaatschappij bezorgt naargelang het openbaar onderzoek georganiseerd wordt voor een dossier als vermeld in artikel 10, § 1, § 2 of § 3, of voor een dossier als vermeld in artikel 10, §

§ 5

, het dossier, vermeld in artikel 10, aan elke gemeente op het grondgebied waarvan de voorgenomen beslissing betrekking heeft. Het gemeentebestuur organiseert een openbaar onderzoek binnen tien dagen na de dag waarop ze het dossier ontvangt. Dat openbaar onderzoek duurt dertig dagen. Art. 12.Het gemeentebestuur hangt op de gewone aanplakplaatsen en in ieder geval aan het gemeentehuis, en ook op de plaats waar de betrokken waterloop uitkomt op de openbare weg of aan de dichtstbijzijnde openbare weg als de waterloop niet op de openbare weg uitkomt, gedurende dertig dagen vanaf de dag waarop het openbaar onderzoek begint, een bekendmaking uit die ten minste al de volgende gegevens bevat: 1° de begindatum en de einddatum van het openbaar onderzoek;2° een korte omschrijving van het doel van het openbaar onderzoek;3° de plaats waar het dossier ter inzage ligt;4° de termijn waarin bezwaren en opmerkingen over de documenten die ter inzage gelegd zijn, ingediend kunnen worden, en de wijze waarop dat gebeurt. De gemeente publiceert uiterlijk de eerste dag van het openbaar onderzoek de bekendmaking, vermeld in het eerste lid, op een voor bekendmakingen geëigende en opvallende plaats op haar website. Art. 13.Bezwaren en opmerkingen over het dossier dat ter inzage gelegd is, kunnen uiterlijk de laatste dag van de termijn van het openbaar onderzoek met een beveiligde zending ingediend worden op het gemeentehuis. De algemeen directeur of zijn gemachtigde stelt binnen vijftien dagen na de laatste dag van het openbaar onderzoek een proces-verbaal op van het openbaar onderzoek. Het proces-verbaal omvat ten minste een inventaris van de bezwaren en opmerkingen die ingediend zijn tijdens het openbaar onderzoek. De algemeen directeur of zijn gemachtigde bezorgt zo snel mogelijk het proces-verbaal en de ontvangen bezwaren en opmerkingen aan de deputatie als het openbaar onderzoek gaat over een dossier als vermeld in artikel 10, § 1, § 2 of § 3. Voor dossiers als vermeld in artikel 10, §

§ 5

, worden het proces-verbaal en de ontvangen bezwaren en opmerkingen zo snel mogelijk aan de Vlaamse Milieumaatschappij bezorgd. Art. 14.Naargelang het geval nemen de deputatie of de Vlaamse Regering hun beslissing binnen zestig dagen na de dag waarop ze het proces-verbaal, vermeld in artikel 13, hebben ontvangen. Als het openbaar onderzoek in verschillende gemeenten liep, begint de termijn, vermeld in het eerste lid, op de dag waarop ze het laatste proces-verbaal hebben ontvangen. Afdeling

  1. - Het beroep, vermeld in artikel 12, § 2, en artikel 19, tweede lid, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten Art. 15.Het beroep, vermeld in artikel 12, § 2, en artikel 19, tweede lid, van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten, wordt ingesteld met een beveiligde zending die gericht is aan de minister op het adres van de Vlaamse Milieumaatschappij. Het beroepschrift bevat al de volgende documenten: 1° een uiteenzetting van de motieven voor het beroep;2° een kopie van de bestreden beslissing;3° de bewijsstukken.De bewijsstukken worden genummerd en opgenomen in een inventaris die bij het beroepschrift wordt gevoegd. Art. 16.De Vlaamse Milieumaatschappij brengt het bestuur dat de bestreden beslissing heeft genomen, op de hoogte van het feit dat ze het beroep heeft ontvangen door met een beveiligde zending een kopie van het ontvangen beroepschrift en de bewijsstukken te versturen. Het bestuur dat de beslissing in eerste aanleg heeft genomen, kan binnen dertig dagen na de dag waarop het de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, ontvangt, een nota versturen met een beveiligde zending die gericht is aan de Vlaamse Milieumaatschappij, waarin het standpunt van het bestuur over het beroep wordt uiteengezet. Als de Vlaamse Milieumaatschappij de bestreden beslissing nam, zijn het eerste en het tweede lid niet van toepassing. Art. 17.De minister beslist binnen vier maanden over het ingestelde beroep. De termijn, vermeld in het eerste lid, begint op de dag dat de Vlaamse Milieumaatschappij de nota, vermeld in artikel 16, tweede lid, ontvangt. Als ze geen nota ontvangt, begint de termijn, vermeld in het eerste lid, dertig dagen na de dag van de kennisgeving, vermeld in artikel 16, eerste lid. Als de Vlaamse Milieumaatschappij de bestreden beslissing heeft genomen, begint de termijn, vermeld in het eerste lid, op de dag dat de Vlaamse Milieumaatschappij het beroepschrift ontvangt. Art. 18.Binnen tien dagen nadat de beslissing in beroep is genomen bezorgt de Vlaamse Milieumaatschappij de beslissing over het beroep met een beveiligde zending aan de indiener van het beroep en aan de overheid die de beslissing in eerste aanleg heeft genomen. Als de Vlaamse Milieumaatschappij de beslissing in eerste aanleg heeft genomen, wordt de beslissing over het beroep alleen aan de indiener van het beroep bezorgd. Afdeling
  2. - Algemeen reglement onbevaarbare waterlopen en grachten Art. 19.Nieuwe bomen en struiken worden alleen aangeplant binnen een afstand van vijf meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van de gerangschikte onbevaarbare waterlopen en publieke grachten indien: 1° een minimale tussenafstand van 12 m voor opgaande bomen gerespecteerd wordt;2° de houtkant regelmatig teruggezet wordt én die indien nodig voor de toegankelijkheid van de waterloop periodiek teruggezet wordt op vraag van de waterbeheerder;3° voor een andere plantwijze geopteerd wordt dan vermeld in 1° en 2° nadat de waterbeheerder daarvoor een schriftelijke toestemming gaf. De toestemming vermeld in 3° kan aangevraagd worden met een gewone brief of met een elektronische zending. De waterbeheerder beslist over de aanvraag binnen dertig dagen na de ontvangst ervan. Als de waterbeheerder een beslissing neemt over de gevraagde aanplanting, motiveert hij die beslissing rekening houdend met de relevante doelstellingen van het integraal waterbeleid, als vermeld in artikel 1.2.
  3. van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten en de onderhoudsvereisten van de waterloop in kwestie. De waterbeheerder bezorgt zijn schriftelijke beslissing met een gewone brief of met een elektronische zending. Bij spontane verbossing dienen, als dit nodig is voor de toegankelijkheid van de waterloop, periodiek de bomen en struiken teruggezet te worden op vraag van de waterbeheerder. Art. 20.Om het talud te beschermen, kan de waterbeheerder aangelanden verplichten om gronden die aan een waterloop of publieke gracht palen en die begraasd worden, af te rasteren. Bij afrastering bevindt het deel van de afsluiting aan de kant van de grond die aan de waterloop paalt, zich op een afstand van 0,75 meter tot 1 meter, landinwaarts gemeten vanaf het einde van het talud van de waterloop. De afsluiting mag niet hoger dan 1,50 meter boven de begane grond zijn. De afsluiting is zo opgesteld dat ze geen belemmering vormt bij het onderhoud van de waterlopen, of ze kan weggenomen worden. De waterbeheerder legt de verplichting vermeld in het eerste lid op aan de aangelanden door middel van een beveiligde zending. De waterbeheerder motiveert zijn beslissing op basis van de noodwendigheden van het beheer van de betrokken waterloop en de relevante doelstellingen van het integraal waterbeleid, als vermeld in artikel 1.2.
  4. van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten. Art. 21.Varen met gemotoriseerde vaartuigen is verboden, tenzij na een schriftelijke toestemming van de waterbeheerder. De onbevaarbare waterlopen zijn altijd bevaarbaar voor niet-gemotoriseerde vaartuigen, behalve als de waterbeheerder het gebruik van die vaartuigen op onbevaarbare waterlopen of delen ervan permanent of gedurende een periode van het jaar verbiedt om een van de volgende redenen: 1° om de doelstellingen van het integraal waterbeleid, vermeld in artikel 1.2.
  5. van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten, te realiseren; 2° om redenen van natuurbehoud;3° voor de rustige uitoefening van het visrecht of ander recreatief medegebruik;4° voor onderhoud en andere werken aan de waterloop;5° om andere redenen van algemeen belang dan de redenen, vermeld in punt 1° tot en met 4°. Bij de afvaart van onbevaarbare waterlopen houdt de vaarder rekening met het natuurlijke karakter van onbevaarbare waterlopen. Bij het varen is het verboden om: 1° de rust te verstoren;2° schade aan oevers, de waterbodem en de vegetatie die erop voorkomt, te veroorzaken;3° in het wild levende diersoorten opzettelijk te verstoren. De waterbeheerder kan alleen onderhoudsmaatregelen en inrichtingswerken uitvoeren om de bevaarbaarheid met niet-gemotoriseerde vaartuigen van onbevaarbare waterlopen te verbeteren als dat niet in strijd is met de doelstellingen van het integraal waterbeleid, als vermeld in artikel 1.2.
  6. van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten. De waterbeheerder is niet verantwoordelijk voor ongevallen en incidenten die zich voordoen met de vaartuigen en opvarenden tijdens het afvaren van onbevaarbare waterlopen. Art. 22.Een vergunning voor stedenbouwkundige handelingen, zoals vermeld in artikel 4.2.
  7. Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor het volledig of gedeeltelijk dempen, voor het verdiepen of verleggen van grachten kan slechts goedgekeurd worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1° de gracht dempen, verdiepen of verleggen is in overeenstemming met de doelstellingen van het integraal waterbeleid, als vermeld in artikel 1.2.
  8. van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten; 2° de ingreep zorgt niet voor ongewenste verdroging of een versnelde afvoer van hemel- of drainagewater;de minister kan nadere regelen vaststellen voor de beoordeling van deze voorwaarde. 3° het bufferende volume en de infiltratiecapaciteit minimaal behouden blijft, al dan niet door compenserende maatregelen. Art. 23.§
  9. Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen grachten overwelven of inbuizen. Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, zoals vermeld in artikel 4.2.
  10. Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor het overwelven of inbuizen van een gracht kan alleen verleend worden om toegang tot een perceel te verlenen, te verbeteren of om werken van algemeen belang uit te voeren. §
  11. De omgevingsvergunning als vermeld in de eerste paragraaf, kan slechts goedgekeurd worden als de werken voldoen aan al de volgende voorwaarden: 1° de overwelving of inbuizing van de gracht veroorzaakt geen schadelijk effect als vermeld in artikel 1.1.3, § 2, 18°, van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten en veroorzaakt geen ongewenste vernatting van aanpalende landbouwgronden buiten SBZ en VEN; en is in overeenstemming met de doelstellingen van het integraal waterbeleid, als vermeld in artikel 1.2.
  12. van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten; 2° er is maar één overwelving of inbuizing per kadastraal perceel.Als verschillende kadastrale percelen door gebruik één geheel vormen, wordt er maar één overwelving of inbuizing voor het geheel van die percelen aangebracht, tenzij de aanvrager kan aantonen dat meer dan één overwelving redelijkerwijs noodzakelijk is voor het normale gebruik en de vlotte ontsluiting van de gronden. De lengte van de overwelving of inbuizing mag maximaal vijf meter bedragen. De vergunningverlenende overheid kan een afwijking van de maximale lengte toestaan om een van de volgende redenen: 1° voor werken van algemeen belang;2° om redenen van gezondheid of veiligheid voor de bewoners van de woning waarvoor de overwelving wordt aangelegd;3° de lengte van vijf meter volstaat niet om toegang tot het perceel of de percelen in kwestie te verlenen. De aanvrager motiveert de noodzaak om af te wijken van de maximale lengte. Het feit dat de toegang tot het perceel gebruikt wordt door andere voertuigen dan personenwagens en lichte bestelwagens, geldt als voldoende motivering om af te wijken tot 7,5 meter. Als uit een gemotiveerde aanvraag blijkt dat 7,5 meter niet volstaat, kan de vergunningverlenende overheid daar ook van afwijken. Bij elke overwelving of inbuizing van meer dan 7,5 meter moet de infiltratie van hemelwater blijvend verzekerd worden en worden hiertoe indien nodig bijkomende maatregelen genomen; 4° de overwelving of inbuizing is voldoende groot om het opwaarts afstromende debiet te kunnen afvoeren en heeft een minimale binnendiameter van 400 millimeter;5° de buizen worden in een volledig geruimde grachtbodem geplaatst. Bij de plaatsing wordt er geen schade toegebracht aan de grachtkanten en de nutsleidingen. De overgang van het open grachtprofiel naar de overwelving of inbuizing wordt zo afgewerkt dat uitspoeling niet mogelijk is. §
  13. De vergunningverlenende overheid kan bijkomende voorwaarden opleggen, onder meer voor de aanvulling van de sleuf rond de inbuizing, het aanbrengen van kopmuren en inspectieschouwen. De vergunninghouder of zijn rechtsopvolger is verantwoordelijk voor de goede staat en werking van de overwelving. Hij ruimt de overwelving of inbuizing en houdt ze vrij van alle obstakels die een goede afwatering verhinderen. Art. 24.Oever- en bodemversteviging van een gracht zijn alleen aanvaardbaar als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° het gabariet van de gracht neemt niet af;2° de infiltratie via de bodem en via de wanden van de gracht blijft mogelijk;3° harde materialen worden beperkt tot het noodzakelijke om de gracht en talud in goede toestand te behouden. De vergunningverlenende overheid kan alleen een afwijking van het eerste lid toestaan als de aanvrager afdoende motiveert dat er geen schadelijk effect als vermeld in artikel 1.1.3, § 2, 18°, van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten, veroorzaakt wordt en de afwijking in overeenstemming is met de doelstellingen van het integraal waterbeleid, als vermeld in artikel 1.2.
  14. van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten. Art. 25.Voor de publieke grachten hebben de gemeenten, polders en wateringen, onder meer de volgende verplichtingen: 1° de begroeiingen onderhouden volgens de code van goede natuurpraktijk voor het beheer van waterlopen als vermeld in artikel 14, § 2, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu; 2° de publieke grachten in stand houden in functie van de in overeenstemming met de doelstellingen van het integraal waterbeleid, als vermeld in artikel 1.2.
  15. van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten, gewenste infiltratie-, buffer-, afvoer- en bergingscapaciteit en hiertoe indien nodig materialen, voorwerpen en plantenresten verwijderen. Met in stand houden worden handelingen van onderhoud en herstel bedoeld, die als doel hebben om de gracht verder zijn functies in de lokale waterhuishouding te laten vervullen. Bij de baangrachten staat de wegbeheerder in voor de taken, vermeld in het eerste lid. Baangrachten zijn grachten die onderdeel zijn van de openbare weg, van het openbaar domein van de spoorwegen, van vliegvelden, en zo meer. Voor de overige grachten staan de aangelanden in voor de taken, vermeld in het eerste lid. Art. 26.De waterbeheerder kan gebruikers of eigenaars van gemachtigde constructies op onbevaarbare waterlopen verplichten: 1° op eigen kosten peilschalen of peilspijkers in de bedding van de waterlopen te plaatsen;2° de bestaande peilschalen of peilspijkers te verplaatsen;3° de stand van peilschalen of peilspijkers te wijzigen. De waterbeheerder legt de verplichting vermeld in het eerste lid op aan de gebruikers of eigenaars van gemachtigde constructies door middel van een beveiligde zending. De waterbeheerder motiveert zijn beslissing op basis van de noodwendigheden van het beheer van de betrokken waterloop en de relevante doelstellingen van het integraal waterbeleid. Het is verboden de peilschalen, peilspijkers of andere merktekens die aangebracht zijn in opdracht van de waterbeheerder, te verwijderen, onherkenbaar te maken of iets aan de stand of plaats ervan te veranderen. Afdeling
  16. - Onttrekken van water uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten Onderafdeling
  17. - Algemeen Art. 27.Deze afdeling is een gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid. Art. 28.Onder onttrekken van water uit een onbevaarbare waterloop of publieke gracht wordt begrepen het met alle mogelijke middelen opvangen van water uit de waterloop of gracht. De onttrekker wordt beschouwd als een titularis van een private waterwinning als vermeld in artikel 2.1.2, 26° van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten, en als een gebruiker van een private waterwinning als vermeld in artikel 4.1.1, 6° van hetzelfde decreet. Het onttrokken water wordt beschouwd als water bestemd voor menselijke aanwending, als vermeld in artikel 2.1.2., 32° van hetzelfde decreet, andere dan water bestemd voor menselijke consumptie. De onttrekker die verbruikers of anderen die water bestemd voor menselijke aanwending gebruiken, bevoorraadt zonder een openbaar waterdistributienetwerk te gebruiken, wordt beschouwd als een waterleverancier als vermeld in artikel 2.1.2., 34° van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten. Met verbruiker wordt bedoeld de persoon die over het water bestemd voor menselijke aanwending beschikt in een onroerend goed of in een publiek gebouw, als vermeld in artikel 2.1.2., 31° van hetzelfde decreet. Een aangelande, dit wil zeggen een gebruiker van een onroerend goed dat rechtstreeks aan de onbevaarbare waterloop of publieke gracht paalt, kan water onttrekken uit deze onbevaarbare waterloop of publieke gracht. Niet-aangelanden kunnen enkel onttrekken vanaf de openbare weg, of vanaf een door derden gebruikt onroerend goed palend aan de onbevaarbare waterloop of publieke gracht op basis van een overeenkomst met een aangelande die de gebruiksrechten voor dit onroerend goed heeft. Art. 29.§
  18. Water uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten onttrekken kan enkel conform de regels, vermeld in deze afdeling. Na advies van de CIW kan de gouverneur het onttrekken van water verbieden of beperken om de doelstellingen van het integraal waterbeleid te halen, als vermeld in artikel 1.2.
  19. van het gecoördineerd decreet van 15 juni 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/06/2018 pub. 26/07/2018 numac 2018040433 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bovenlokale cultuurwerking type decreet prom. 15/06/2018 pub. 17/08/2018 numac 2018013216 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XXVIII sluiten. Het onttrekkingsverbod of de onttrekkingsbeperking vermeld in het tweede lid kan gelden voor één of meerdere waterlopen, kan permanent zijn of beperkt tot bepaalde periodes van het jaar. §
  20. Als iemand water onttrekt uit onbevaarbare waterlopen en publieke grachten, gaat hij altijd op duurzame wijze om met het onttrokken water en opteert hij voor een rationeel gebruik van het water. Om water te onttrekken als vermeld in het eerste lid, en om dat water te gebruiken, worden de best beschikbare technieken gebruikt, zoals vermeld in artikel 1.1.
  21. van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne. De minister kan daarvoor codes van goede praktijk goedkeuren, waarbij rekening gehouden wordt met de kosten-baten verhouding. §
  22. De onttrekker zorgt er voor dat de onttrekking geen schade aan derden veroorzaakt. Het bekomen van een onttrekkingsticket biedt de onttrekker geen garanties over de kwaliteit van het te onttrekken water. De onttrekker zorgt ervoor dat het onttrokken water alleen wordt aangewend voor toepassingen waarvoor dat toegestaan is. §
  23. Elke onttrekking is vanaf 1 januari 2022 voorzien van een debietmetingssysteem dat een voortdurende registratie mogelijk maakt van het totale volume gecapteerde water. De debietmeter wordt geplaatst voor het eerste aftappunt van het onttrokken water. Als de onttrekking gebeurt via een vaste inrichting, wordt de debietmeter voor de eerste ingebruikneming op kosten van de onttrekker verzegeld door de toezichthoudend ambtenaar of zijn aangestelde. De debietmeter moet voldoen aan de bepalingen uit het Koninklijk besluit van 15 april 2016 betreffende meetinstrumenten. De minister kan de technische voorschriften voor het aanbrengen van de debietmeter en de werking ervan regelen. In afwijking van het eerst lid, zijn de volgende onttrekkingen vrijgesteld van de verplichting over een debietmetingssysteem te beschikken, voor zover de onttrekking op jaarbasis minder dan 500 m3 bedraagt: 1° een ontt

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.