← België

Wet houdende diverse bepalingen

Kort samengevat

Deze wet wijzigt de regels over de verjaringstermijnen voor rechtsvorderingen met betrekking tot aanvullende pensioenen voor werknemers en zelfstandigen, en richt een gegevensbank op voor aanvullende pensioenen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
15 MEI 2014. - Wet houdende diverse bepalingen (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. TITEL 2. - Verjaring HOOFDSTUK 1. - Werknemers Art. 2.In de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid wordt artikel 55 vervangen als volgt : "Art. 55.Alle rechtsvorderingen tussen een werknemer en/of een aangeslotene, enerzijds, en een inrichter en/of een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde werknemer of aangeslotene kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontstaan, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon. Alle rechtsvorderingen tussen een begunstigde, enerzijds, en een inrichter en/of een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de begunstigde kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij tegelijk van het bestaan van het aanvullend pensioen, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de prestaties opeisbaar doet worden, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon. De verjaring loopt niet tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen. De verjaring loopt evenmin tegen de werknemer, de aangeslotene of de begunstigde die zich door overmacht in de onmogelijkheid bevindt om binnen de hierboven vermelde verjaringstermijn op te treden. De bepalingen van dit artikel zijn van dwingend recht." Art. 3.De nieuwe verjaringstermijnen waarin artikel 2 voorziet, beginnen slechts te lopen vanaf de inwerkingtreding van artikel 2, wanneer de vordering voordien is ontstaan. De totale duur van de verjaringstermijn mag evenwel niet meer zijn dan de duur van de oorspronkelijke verjaringstermijn vanaf het feit dat de vordering doet ontstaan. Art. 4.De inwerkingtreding van artikel 2 kan niet tot gevolg hebben dat een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen voor vorderingen die reeds verjaard zijn. HOOFDSTUK 2. - Zelfstandigen Art. 5.In Titel II, hoofdstuk 1, afdeling 4, van de programmawet (I) van 24 december 2002 wordt een onderafdeling 8/1 ingevoegd die als volgt luidt : "Verjaring". Art. 6.In onderafdeling 8/1 van dezelfde wet zoals ingevoegd bij artikel 5 wordt een artikel 62/1 ingevoegd dat als volgt luidt : "Art. 62/1.Alle rechtsvorderingen tussen een zelfstandige en/of een aangeslotene, enerzijds, en een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde zelfstandige of aangeslotene kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij van het voorval dat het vorderingsrecht doet ontstaan, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon. Alle rechtsvorderingen tussen een begunstigde, enerzijds, en een pensioeninstelling, anderzijds, die voortvloeien uit of verband houden met een aanvullend pensioen of het beheer ervan, verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de begunstigde kennis heeft gekregen of redelijkerwijze kennis had moeten krijgen, hetzij tegelijk van het bestaan van het aanvullend pensioen, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het voorval dat de prestaties opeisbaar doet worden, hetzij van de schade en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon. De verjaring loopt niet tegen minderjarigen, onbekwaamverklaarden en andere onbekwamen. De verjaring loopt evenmin tegen de zelfstandige, de aangeslotene of de begunstigde die zich door overmacht in de onmogelijkheid bevindt om binnen de hierboven vermelde verjaringstermijn op te treden. De bepalingen van dit artikel zijn van dwingend recht." Art. 7.De nieuwe verjaringstermijnen waarin artikel 6 voorziet, beginnen slechts te lopen vanaf de inwerkingtreding van artikel 6, wanneer de vordering voordien is ontstaan. De totale duur van de verjaringstermijn mag evenwel niet meer zijn dan de duur van de oorspronkelijke verjaringstermijn vanaf het feit dat de vordering doet ontstaan. Art. 8.De inwerkingtreding van artikel 6 kan niet tot gevolg hebben dat een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen voor vorderingen die reeds verjaard zijn. TITEL 3. - Informatie voor de werknemers, de zelfstandigen en de ambtenaren over gegevens betreffende aanvullende pensioenen HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wetgeving betreffende de gegevensbank "Opbouw aanvullende pensioenen" Art. 9.In Titel XI van de programmawet (I) van 27 december 2006 wordt het opschrift van hoofdstuk VII als volgt vervangen : "Hoofdstuk VII. - Oprichting van een gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen en de informatie voor de werknemers, de zelfstandigen en de ambtenaren over gegevens betreffende aanvullende pensioenen". Art. 10.In titel XI, hoofdstuk VII, van dezelfde wet wordt het opschrift van Afdeling 1 als volgt vervangen "Definities". Art. 11.Artikel 305 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 305.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° DB2P : de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen;2° WAP : de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid;3° WAPZ : afdeling 4 van hoofdstuk 1 van titel II van de programmawet (I) van 24 december 2002;4° WAP bedrijfsleider : titel IV van de wet van 15 mei 2014 houdende diverse bepalingen;5° aanvullend pensioen : het aanvullend pensioen zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, van de WAP, in artikel 42, 1°, van de WAPZ of in artikel 35, 1°, van de WAP bedrijfsleider evenals ieder Belgisch en buitenlands voordeel dat bedoeld is als aanvulling op het wettelijk pensioen, dat niet valt onder de toepassing van de WAP, de WAPZ of de WAP bedrijfsleider maar toegekend wordt aan een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar, op grond van wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document;6° pensioentoezegging : de toezegging van een aanvullend pensioen door een inrichter aan één of meerdere werknemers, zelfstandigen of ambtenaren en/of hun rechthebbenden;7° inrichter : de inrichter zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 5°, van de WAP, in artikel 35, 5°, van de WAP bedrijfsleider, de zelfstandige die een pensioenovereenkomst afsluit in uitvoering van de WAPZ evenals iedere natuurlijke of rechtspersoon of iedere entiteit die een aanvullend pensioen toekent aan een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar terwijl dit aanvullend pensioen niet valt onder de toepassing van de WAP, de WAPZ of de WAP bedrijfsleider;8° pensioeninstelling : de pensioeninstellingen zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 16°, van de WAP, in artikel 42, 2°, van de WAPZ of in artikel 35, 12°, van de WAP bedrijfsleider evenals iedere instelling die belast wordt met de uitvoering van een pensioentoezegging die niet valt onder de toepassing van de WAP, de WAPZ of de WAP bedrijfsleider;9° solidariteitsinstelling : de rechtspersoon die belast wordt met de uitvoering van een solidariteitstoezegging zoals bedoeld in hoofdstuk IX van Titel II van de WAP en de inrichter van een solidariteitsstelsel zoals bedoeld in artikel 56 van de WAPZ;10° verworven reserves : de verworven reserves zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 13°, van de WAP, de reserves die voortvloeien uit de overdracht van de reserves zoals bedoeld in artikel 32, § 1, 1°, 2°, 3° b), van de WAP, de reserves die voortvloeien uit de toepassing van artikel 33 van de WAP, de verworven reserves zoals bedoeld in artikel 42, 8°, van de WAPZ, de verworven reserves zoals bedoeld in artikel 35, 10°, van de WAP bedrijfsleider evenals de reserves waarop een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar recht heeft ingevolge een andere wettelijke, reglementaire of statutaire bepaling, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document, in voorkomend geval middels de naleving van bepaalde voorwaarden;11° verworven prestaties : de verworven prestaties zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 12°, van de WAP, in artikel 42, 8° /1, van de WAPZ of in artikel 35, 11°, van de WAP bedrijfsleider evenals de prestaties waarop een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar op de pensioenleeftijd aanspraak kan maken ingevolge een andere wettelijke, reglementaire of statutaire bepaling, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document, in voorkomend geval middels de naleving van bepaalde voorwaarden;12° pensioenleeftijd : de pensioenleeftijd die wordt vermeld in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst evenals de pensioenleeftijd die voortvloeit uit een wettelijke, reglementaire of statutaire bepaling, een arbeidsovereenkomst, een arbeidsreglement, een collectieve arbeidsovereenkomst, een individuele overeenkomst of enig ander document;13° FSMA : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, ingesteld door artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. Art. 12.In hoofdstuk VII van titel XI van dezelfde wet wordt afdeling 2 afdeling 4. Art. 13.In titel XI, hoofdstuk VII, van dezelfde wet wordt na artikel 305 een afdeling 2 ingevoegd, luidende "Gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen", die artikel 306 bevat. Art. 14.Artikel 306 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 306.§ 1. Er wordt een gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen opgericht die DB2P wordt genoemd en die gegevens bevat betreffende aanvullende pensioenen, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de realisatie van de in § 2 vermelde doelstellingen. Het vorige lid is eveneens van toepassing op de solidariteitstoezeggingen zoals bedoeld in artikel 3, § 1, 17°, van de WAP en de solidariteitsstelsels zoals bedoeld in artikel 42, 9°, van de WAPZ. De Koning bepaalt, na advies van de FSMA, de lijst van de in het eerste lid vermelde gegevens die aan DB2P moeten worden meegedeeld. § 2. Onverminderd de toepassing van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten0 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid en haar uitvoeringsbesluiten, verzamelt DB2P alle nuttige gegevens die meegedeeld worden door de pensioeninstellingen, de solidariteitsinstellingen of de inrichters met het oog op de volgende doeleinden : 1° de toepassing, door de FSMA of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de bepalingen met betrekking tot de aanvullende pensioenen voor werknemers, vervat in de WAP en haar uitvoeringsbesluiten;2° de toepassing, door de FSMA of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de bepalingen met betrekking tot de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen, vervat in de WAPZ en haar uitvoeringsbesluiten;3° de toepassing, door de FSMA of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de bepalingen met betrekking tot de aanvullende pensioenen voor zelfstandige bedrijfsleiders, vervat in de WAP bedrijfsleider en haar uitvoeringsbesluiten;4° de toepassing, door de terzake bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën of andere daartoe gemachtigde instellingen, van de artikelen 59 en 60 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de artikelen 34 en 35 van het koninklijk besluit tot uitvoering van dit Wetboek;5° de informatieverplichtingen zoals bedoeld in afdeling 3;6° de informatieverplichtingen die worden overgenomen door de VZW SiGeDiS op grond van artikel 26, § 6, van de WAP, artikel 48, § 4, van de WAPZ en artikel 39, § 5, van de WAP bedrijfsleider;7° de inning alsook de controle van de inning door de inningsinstellingen van de bijzondere bijdrage bedoeld in artikel 38, § 3ter, eerste lid, § 3duodecies en § 3terdecies, van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten2 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;8° de inning alsook de controle van de naleving door het Rijksinstituut voor de sociale verzekering der zelfstandigen van de bijzondere bijdrage bedoeld in titel 6, hoofdstuk 1, afdeling 2, van de programmawet van 22 juni 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten4. DB2P is toegankelijk voor de overheidsinstellingen die belast zijn met de controle van de wetgeving bedoeld in 1°, 2°, 3°, 4°, 7° en 8° voor zover nodig voor de uitvoering van deze taken. De gegevens uit DB2P kunnen tevens worden aangewend voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden en voor beleidsvoorbereidende doeleinden. § 3. De gegevens meegedeeld aan DB2P gelden, tot bewijs van het tegendeel, als bewijs lastens de inrichter, de werkgever, de pensioeninstelling of de solidariteitsinstelling. Het tegenbewijs kan geleverd worden overeenkomstig de bewijsregels die gelden in de juridische context waarbinnen de gegevens worden gebruikt. De gegevens in DB2P kunnen worden gewijzigd in de gevallen, binnen de termijnen en overeenkomstig de nadere regels bepaald door de Koning. § 4. Als een belastingplichtige ten gevolge van de niet-naleving van de voorwaarde vervat in artikel 59, § 1, eerste lid, 5°, of artikel 60, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 door toedoen van de verantwoordelijke voor de aangifte een recht op aftrek als beroepskost verliest, dan kan hij deze schade verhalen op de betrokken verantwoordelijke voor de aangifte. Indien de schade geheel of gedeeltelijk het gevolg is van zijn eigen daden of nalatigheid, wordt de aansprakelijkheid verhoudingsgewijs verdeeld tussen de belastingplichtige en de verantwoordelijke voor de aangifte. § 5. De artikelen 14 en 15 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten0 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid zijn van toepassing op de mededeling van persoonsgegevens aan en uit DB2P. § 6. DB2P wordt beheerd door de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten6 tot uitvoering van Titel III, hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact. Art. 15.In hoofdstuk VII van titel XI van dezelfde wet wordt na artikel 306 een afdeling 3 ingevoegd, luidende : "Informatie voor de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar over gegevens betreffende de aanvullende pensioenen." Art. 16.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 15 wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, luidende : "Algemene bepalingen". Art. 17.In onderafdeling 1 ingevoegd bij artikel 16 wordt een artikel 306/1 ingevoegd, luidende : "Art. 306/1.De werknemers, de zelfstandigen en de ambtenaren hebben in DB2P toegang tot gegevens betreffende hun aanvullend(e) pensioen(en) op de wijze zoals omschreven in de artikelen 306/2 tot 306/8. Ze kunnen ten laatste op 31 december 2016 voor de eerste maal deze gegevens raadplegen. Voor de toepassing van deze afdeling worden onder werknemer, zelfstandige of ambtenaar ook de voormalige werknemer, zelfstandige of ambtenaar verstaan. Deze gegevens worden minstens één maal per jaar geactualiseerd. De opeenvolgende geactualiseerde gegevens blijven raadpleegbaar. De werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar kan zijn gegevens raadplegen via een beveiligde webtoepassing die beantwoordt aan de standaarden van de Kruispuntbank van de sociale zekerheid en die wordt ontwikkeld en beheerd door de VZW SiGeDiS." Art. 18.In onderafdeling 1 ingevoegd bij artikel 16 wordt een artikel 306/2 ingevoegd, luidende : "Art. 306/2.§ 1. Ieder jaar verwittigt de VZW SiGeDiS de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar dat hij in DB2P gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen. Deze verwittiging gebeurt via de beveiligde elektronische brievenbus van de sociale zekerheid. De Koning kan de modaliteiten van deze informatieverstrekking bepalen, alsook de modaliteiten met betrekking tot de toegang van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar tot DB2P vanuit de beveiligde elektronische brievenbus. De werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar kan aan de VZW SiGeDiS een elektronisch adres bezorgen waarnaar de VZW SiGeDiS een bericht kan sturen dat melding maakt van de ontvangst van een verwittiging in de beveiligde elektronische brievenbus. § 2. De VZW SiGeDiS zendt één maal per jaar een document naar de hiervoor vermelde brievenbus van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar dat de in artikel 306/1 bedoelde gegevens bevat. Dit document kan op papier worden afgedrukt." Art. 19.In onderafdeling 1 ingevoegd bij artikel 16 wordt een artikel 306/3 ingevoegd, luidende : "Art. 306/3.De pensioeninstelling of, bij gebrek aan pensioeninstelling, de inrichter bezorgt vóór 30 september van elk jaar aan de VZW SiGeDiS de gegevens die nodig zijn voor de in artikel 306, § 2, 5°, bedoelde informatieverstrekking." Art. 20.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 15 wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende : "Inhoud van de informatie". Art. 21.In onderafdeling 2 ingevoegd bij artikel 20 wordt een artikel 306/4 ingevoegd, luidende : "Art. 306/4.De in artikel 306/1 bedoelde informatie wordt als volgt gestructureerd : 1. De informatie die op een geglobaliseerde wijze de gegevens betreffende de aanvullende pensioenen herneemt waarbij rekening wordt gehouden met alle pensioentoezeggingen, reglementen of overeenkomsten van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar.2. De informatie die de in punt 1 bedoelde gegevens herneemt en opsplitst naargelang het statuut van werknemer, zelfstandige of ambtenaar binnen hetwelke een aanvullend pensioen wordt of is opgebouwd, met uitsluiting van het bedrag van de rente bedoeld in artikel 306/5, punt 2.3. Op basis van de in punt 2 bedoelde opsplitsing per statuut, de informatie die de in punt 2 bedoelde gegevens herneemt en vervolledigt.Deze informatie wordt gedetailleerd per inrichter enerzijds en per pensioeninstelling anderzijds. Binnen deze gedetailleerde informatie worden de gegevens opgesplitst in functie van de verschillende pensioentoezeggingen, reglementen of overeenkomsten." Art. 22.In onderafdeling 2 ingevoegd bij artikel 20 wordt een artikel 306/5 ingevoegd, luidende : "Art. 306/5.De in artikel 306/4, punt 1, bedoelde informatie omvat de volgende geglobaliseerde gegevens : 1. Het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement en pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend.2. Het bedrag van de verwachte maandelijkse rente waarbij rekening wordt gehouden met de volgende veronderstellingen : - de rente wordt uitgekeerd vanaf de leeftijd van 65 jaar tot aan het overlijden van de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar; - de in punt 1 bedoelde reserves zijn de reserves die beschikbaar zijn op het moment dat de betrokken werknemer, zelfstandige of ambtenaar de leeftijd van 65 jaar bereikt en worden omgerekend in een rente op basis van een coëfficiënt die verkregen wordt door de volgende parameters toe te passen : a) de prospectieve en genderneutrale sterftetafels die worden bepaald aan de hand van de laatste demografische studies van de algemene directie Statistieken en Economische Informatie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie en het Federaal Planbureau en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze titel;b) de intrestvoet die overeenstemt met de gemiddelde intrestvoet op de OLO van 10 jaar berekend over de laatste 6 kalenderjaren die voorafgaan aan de inwerkingtreding van deze titel;c) een jaarlijkse indexering van de maandelijkse rente aan 2 % per jaar, waarbij de maandelijkse rente voor 80 % overdraagbaar is ten voordele van een andere persoon die dezelfde leeftijd heeft. De voormelde coëfficiënt wordt voor de eerste maal door de FSMA bepaald. Hij wordt om de 5 jaar herzien op basis van de voormelde parameters zoals die van kracht zijn op 1 januari van het jaar van herziening. 3. Het bedrag, op 1 januari van het betrokken jaar, van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement en pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij dergelijke prestatie wordt toegekend. Er wordt eveneens aangegeven of er een wezenrente bestaat en of er een aanvullende prestatie in geval van overlijden door een ongeval bestaat." Art. 23.In onderafdeling 2 ingevoegd bij artikel 20 wordt een artikel 306/6 ingevoegd, luidende : "Art. 306/6.De in artikel 306/4, punt 3, bedoelde informatie omvat de volgende gegevens die opgesplitst worden per inrichter en per pensioeninstelling : 1. het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend.Indien het gaat om een bedrag aan reserves die, in voorkomend geval, alleen verworven worden als bepaalde voorwaarden vervuld worden, moeten die voorwaarden worden vermeld. De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld alsook desgevallend het gewaarborgd bedrag krachtens artikel 24 van de WAP of artikel 47, tweede lid, van de WAPZ indien het bedrag van de verworven reserves lager ligt dan dit bedrag. Bovendien worden het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de inrichter en het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de werknemer, de zelfstandige of de ambtenaar vermeld. 2. Als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend.De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld, alsook de datum waarop de verworven prestaties opeisbaar zijn. 3. Het bedrag op 1 januari van het betrokken jaar van de verwachte prestatie zoals bedoeld in artikel 26, § 1, 1°, punt 3, van de WAP, in artikel 48, § 1, 1°, punt 3, van de WAPZ of in artikel 39, § 1, 1°, punt 3, van de WAP bedrijfsleider.De herberekeningsdatum die voor de raming van de verwachte prestatie is gebruikt, wordt eveneens vermeld. 4. Het bedrag op 1 januari van het betrokken jaar van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, in de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of enig ander document waarbij dergelijke prestatie wordt toegekend.De datum van herberekening wordt eveneens vermeld. Er wordt eveneens aangegeven of er een wezenrente bestaat en of er een aanvullende prestatie in geval van overlijden door een ongeval bestaat. 5. Het actuele financieringsniveau van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar en, in voorkomend geval, van de waarborg bedoeld in artikel 24 van de WAP of in artikel 47, tweede, lid van de WAPZ. Op vraag van de pensioeninstelling wordt een hyperlink naar diens beveiligde webtoepassing voorzien. De Koning kan nadere regels met betrekking tot deze hyperlink bepalen ." Art. 24.In onderafdeling 2 ingevoegd bij artikel 20 wordt een artikel 306/7 ingevoegd, luidende : "Art. 306/7.De in artikel 306/1 bedoelde informatie moet op een heldere en begrijpelijke wijze worden voorgesteld." Art. 25.In onderafdeling 2 ingevoegd bij artikel 20 wordt een artikel 306/8 ingevoegd, luidende : "Art. 306/8.De werknemers, de zelfstandigen of de ambtenaren die een aanvullend pensioen aan het opbouwen zijn, kunnen in DB2P het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst raadplegen of, bij gebrek aan pensioenreglement of pensioenovereenkomst, de wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, de arbeidsovereenkomst, het arbeidsreglement, de collectieve arbeidsovereenkomst, de individuele overeenkomst of ieder ander document waarbij een aanvullend pensioen wordt toegekend. De Koning kan de mogelijkheid om de hiervoor vermelde documenten te raadplegen uitbreiden naar andere werknemers, zelfstandigen of ambtenaren dan diegenen voor wie aanvullende pensioenrechten in opbouw zijn. Art. 26.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 15 wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, luidende : "Verplichting tot informeren in hoofde van de VZW SiGeDiS betreffende prestaties inzake aanvullende pensioenen". Art. 27.In onderafdeling 3 ingevoegd bij artikel 26 wordt een artikel 306/9 ingevoegd, luidende : "Art. 306/9.Als de VZW SiGeDiS vaststelt dat aanvullende pensioenprestaties niet zijn uitbetaald aan een werknemer, een zelfstandige of een ambtenaar binnen de zes maanden na het moment waarop de betrokkene het wettelijk pensioen opgenomen heeft dat verbonden is aan de beroepsactiviteit naar aanleiding waarvan het aanvullend pensioen opgebouwd is geweest, dan stelt zij de betrokkene onverwijld per brief van dit feit op de hoogte. Daarbij geeft zij aan tot welke pensioeninstelling(en) of, bij gebrek aan pensioeninstelling(en), tot welke inrichter(s) de betrokken werknemer, zelfstandige of ambtenaar zich moet wenden om de betaling van deze prestaties te verkrijgen." Art. 28.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2016. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wetgeving betreffende de aanvullende pensioenen voor werknemers Art. 29.Artikel 26 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid, vervangen bij de wet van 27 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 3 maart 2011, wordt vervangen als volgt : "Art. 26.§ 1. De pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, deelt ieder jaar aan de aangeslotenen die nog niet zijn uitgetreden een pensioenfiche mee waarop wordt vermeld : 1° in een eerste deel uitsluitend de volgende gegevens : 1.Het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld alsook desgevallend het krachtens artikel 24 gewaarborgd bedrag indien het bedrag van de verworven reserves lager ligt dan dit bedrag. Bovendien worden het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de inrichter en het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de werknemer vermeld. 2. Als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld, alsook de datum waarop de verworven prestaties opeisbaar zijn. 3. Het bedrag van de prestatie op de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de volgende veronderstellingen : a.de aangeslotene blijft in dienst tot aan de pensioenleeftijd; b. de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die beschikbaar zijn op de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.De herberekeningsdatum wordt vermeld, alsook in voorkomend geval het rendement. Er wordt bepaald dat het gaat om een raming die geen kennisgeving van een recht op een aanvullend pensioen inhoudt. 4. Het bedrag van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst.De herberekeningsdatum wordt vermeld. Er wordt eveneens vermeld of er een wezenrente bestaat en of er een bijkomende prestatie wordt toegekend in geval van overlijden door een ongeval. 2° in een tweede deel minstens de volgende gegevens : 1.het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en van de in artikel 24 bedoelde waarborg op 1 januari van het betrokken jaar; 2. de in 1°, punt 1, bedoelde bedragen die betrekking hebben op het voorgaande jaar;3. de variabele elementen waarmee bij de berekening van de in 1°, punten 1 en 2, bedoelde bedragen rekening wordt gehouden. Ter gelegenheid van de in deze paragraaf bedoelde informatieverstrekking brengt de pensioeninstelling of, in voorkomend geval, de inrichter de aangeslotene ervan op de hoogte dat : - de tekst van het pensioenreglement op eenvoudig verzoek kan worden opgevraagd bij de persoon die daartoe overeenkomstig het reglement is aangewezen; - hij de gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen in de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen opgericht door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006. De informatieverstrekking kan onder de volgende voorwaarden op elektronische wijze gebeuren : - de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet kunnen worden afgedrukt; - de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet door de pensioeninstelling op een duurzame drager worden bewaard; - als de elektronische mededeling toegang tot een beveiligde site veronderstelt die niet kan worden geraadpleegd via een computer die niet toebehoort aan de inrichter, dan stelt de inrichter aan de werknemers die in zijn onderneming geen toegang tot een computer hebben, binnen de onderneming de nodige middelen ter beschikking om in alle vertrouwelijkheid de pensioenfiche te raadplegen. Als de pensioenfiche elektronisch wordt bezorgd, dan behoudt de aangeslotene het recht de vraag te stellen om de pensioenfiche voortaan op papier te ontvangen. § 2. De pensioeninstelling of de inrichter, indien deze laatste daar om vraagt, deelt op eenvoudig verzoek van de aangeslotene een historisch overzicht mee van : - het bedrag van de verworven reserves, in voorkomend geval met vermelding van het bedrag dat overeenstemt met de waarborgen bedoeld in artikel 24; - als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag van de verworven prestaties en de datum waarop deze opeisbaar zijn. Dit overzicht kan worden beperkt tot de periode van aansluiting bij de pensioeninstelling en tot de periode na 1 januari 1996. § 3. Bij de pensionering of wanneer er andere uitkeringen verschuldigd worden, licht de pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, de begunstigde of zijn rechthebbenden in over de uitkeringen die verschuldigd zijn en over de mogelijke wijzen van uitbetaling. § 4. De mededelingen bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3 vermelden eveneens de volgende gegevens : 1° de identificatie van de aangeslotene of de betrokkene, met inbegrip van het INSZ-nummer behalve voor de begunstigden van een prestatie bij overlijden;2° in voorkomend geval de identificatie van de inrichter, met inbegrip van het KBO-nummer;3° de identificatie van de pensioeninstelling, met inbegrip van het KBO-nummer;4° de identificatie van de pensioentoezegging. De Koning kan de lijst met gegevens vermeld in het eerste lid aanvullen. Indien de inrichter of de pensioeninstelling bijkomende informatie wensen mee te delen aan de aangeslotene of de betrokkene, dient dit te gebeuren in een duidelijk onderscheiden gedeelte. § 5. De FSMA kan een gestandaardiseerde presentatiewijze bepalen die voor mededelingen bedoeld in dit artikel dient gebruikt te worden. § 6. De inrichter of de pensioeninstelling kan geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de uitvoering van de verplichtingen opgelegd in dit artikel voor zover de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten6 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, zich er op grond van een overeenkomst met de inrichter of de pensioeninstelling toe verbindt om de uitvoering van de verplichtingen over te nemen. § 7. De pensioeninstelling deelt aan de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten6 tot uitvoering van titel III, hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, de gegevens mee die noodzakelijk zijn voor de in artikel 306, § 2, 5°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 bedoelde informatieverstrekking." Art. 30.Artikel 29 treedt in werking op 1 januari 2016. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wetgeving betreffende de aanvullende pensioenen voor zelfstandigen Art. 31.In artikel 42 van de programmawet (I) van 24 december 2002, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2003 pub. 31/12/2003 numac 2003021247 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten, bij de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 05/02/2014 numac 2014000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, bij de wet van 24 juli 2008, bij de wet van 28 april 2010 en bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011, wordt de bepaling onder 8° /1 ingevoegd, luidende : "8° /1. verworven prestaties : de prestaties waarop de aangeslotene aanspraak kan maken op de pensioenleeftijd conform de pensioenovereenkomst wanneer hij zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling laat zonder verdere bijdragebetaling." Art. 32.Artikel 48 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 05/02/2014 numac 2014000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en bij de wet van 27 december 2006, wordt vervangen als volgt : "Art. 48.§ 1. De pensioeninstelling deelt ieder jaar aan de aangeslotenen die het voorgaande jaar een bijdrage hebben betaald, een pensioenfiche mee waarop wordt vermeld : 1° in een eerste deel uitsluitend de volgende gegevens : 1.Het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar. Het bedrag van de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid, wordt eveneens vermeld als het bedrag van de verworven reserves lager ligt dan het bedrag van de waarborg. 2. Als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, alsook de datum waarop ze opeisbaar zijn.3. Het bedrag van de prestatie op de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de veronderstelling dat de aangeslotene bijdragen betaalt tot aan de pensioenleeftijd en deze bijdragen gelijk zijn aan die betaald in het vorige jaar. Er wordt bepaald dat het gaat om een raming die geen kennisgeving van een recht op een aanvullend pensioen inhoudt. 4. Het bedrag van de prestatie bij overlijden vóór de pensioenleeftijd op 1 januari van het betrokken jaar, rekening houdende met de pensioenovereenkomst.2° in een tweede deel, minstens de volgende gegevens : 1.het actuele financieringsniveau van de verworven reserves en van de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid, op 1 januari van het betrokken jaar; 2. de in 1°, eerste punt, bedoelde bedragen die betrekking hebben op het voorgaande jaar;3. de variabele elementen waarmee bij de berekening van de in 1°, punten 1 en 2, bedoelde bedragen rekening wordt gehouden;4. het bedrag van de bijdragen die in de loop van het voorbije jaar gestort zijn, opgesplitst per voordeel;5. in voorkomend geval, de informatie betreffende de winstdeelname die de Koning bepaalt;6. in voorkomend geval, het bedrag van de toeslagen die in het voorbije boekjaar ten laste van de aangeslotene werden gelegd;7. in voorkomend geval, de rentevoet die in de loop van het voorbije boekjaar gewaarborgd werd. Ter gelegenheid van de in deze paragraaf bedoelde informatieverstrekking brengt de pensioeninstelling de aangeslotene ervan op de hoogte dat hij de gegevens betreffende zijn aanvullend(e) pensioen(en) kan raadplegen in de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen opgericht door artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006. De informatieverstrekking kan onder de volgende voorwaarden op elektronische wijze gebeuren : - de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet kunnen worden afdrukt; - de op elektronische wijze consulteerbare pensioenfiche moet door de pensioeninstelling op een duurzame drager worden bewaard. Als de pensioenfiche elektronisch wordt bezorgd, dan behoudt de aangeslotene het recht de vraag te stellen om de pensioenfiche voortaan op papier te ontvangen. § 2. De pensioeninstelling deelt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene een historisch overzicht van de verworven reserves mee. Daarbij wordt, in voorkomend geval, het bedrag van de waarborg bedoeld in artikel 47, tweede lid, vermeld. Dit overzicht kan worden beperkt tot de periode van aansluiting bij de pensioeninstelling en tot de periode na de inwerkingtreding van deze wet. § 3. Bij de pensionering of wanneer er andere uitkeringen verschuldigd worden, licht de pensioeninstelling de begunstigde of, in geval van overlijden, zijn rechthebbenden in over de uitkeringen die verschuldigd zijn en over de mogelijke wijzen van uitbetaling. § 4. De pensioeninstelling kan geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de uitvoering van de verplichtingen opgelegd in dit artikel, voor zover de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten6 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, zich er op grond van een overeenkomst met de pensioeninstelling toe verbindt om de uitvoering van die verplichtingen over te nemen. § 5. De pensioeninstelling deelt aan de VZW SiGeDiS, opgericht overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten6 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II, van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, de gegevens mee die noodzakelijk zijn voor de in artikel 306, § 2, 5°, van de programmawet (I) van 27 december 2006 bedoelde informatieverstrekking." Art. 33.In artikel 47, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "en verworven prestaties" ingevoegd na "reserves". Art. 34.De artikelen 31 tot en met 33 treden in werking op 1 januari 2016. TITEL 4. - Aanvullend pensioen voor bedrijfsleiders HOOFDSTUK 1. - Definities Art. 35.Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder : 1° aanvullend pensioen : het rust- en/of overlevingspensioen bij overlijden van de aangeslotene vóór of na de pensioenleeftijd, of de ermee overeenstemmende kapitaalswaarde, die op basis van de in een pensioenreglement of een pensioenovereenkomst bepaalde verplichte stortingen worden toegekend ter aanvulling van een krachtens een wettelijke socialezekerheidsregeling vastgesteld pensioen;2° pensioentoezegging : de toezegging van een aanvullend pensioen door een inrichter aan één of meerdere bedrijfsleiders;3° pensioenstelsel : een collectieve pensioentoezegging;4° individuele pensioentoezegging : een pensioentoezegging aan een bedrijfsleider en/of zijn rechthebbenden;5° inrichter : de rechtspersoon die een pensioentoezegging doet;6° bedrijfsleider : de natuurlijke persoon bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;7° aangeslotene : de bedrijfsleider die van een pensioentoezegging geniet alsook de voormalige bedrijfsleider die nog steeds actuele of uitgestelde rechten geniet overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;8° pensioenreglement : het reglement waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de aangeslotene en zijn rechthebbenden en van de pensioeninstelling, alsook de regels inzake de uitvoering van het pensioenstelsel worden bepaald;9° pensioenovereenkomst : de overeenkomst waarin de rechten en de verplichtingen van de inrichter, van de aangeslotene en zijn rechthebbenden en van de pensioeninstelling, alsook de regels inzake de uitvoering van de individuele pensioentoezegging worden bepaald;10° verworven reserves : de reserves waarop de aangeslotene op een bepaald ogenblik recht heeft overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;11° verworven prestaties : de prestaties waarop de aangeslotene op de pensioenleeftijd aanspraak kan maken overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst, indien hij, wanneer hij niet langer bedrijfsleider van de inrichter is, zijn verworven reserves bij de pensioeninstelling laat;12° pensioeninstelling : een instelling bedoeld in artikel 2, § 1 of § 3, 5°, van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of in artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 05/02/2014 numac 2014000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, die belast is met de uitvoering van de pensioentoezegging;13° pensioenleeftijd : de pensioenleeftijd die wordt vermeld in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst;14° de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 05/02/2014 numac 2014000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten : de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 05/02/2014 numac 2014000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;15° de wetgeving inzake prudentieel toezicht : de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten3 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 05/02/2014 numac 2014000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, en hun uitvoeringsbesluiten;16° de FSMA : de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, ingesteld door artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;17° de Bank : de Nationale Bank van België, bedoeld in de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België. HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen met betrekking tot pensioentoezeggingen Art. 36.§ 1. Elke pensioentoezegging wordt beheerst door een pensioenreglement of een pensioenovereenkomst. § 2. Onverminderd de vermeldingen die er krachtens andere wettelijke bepalingen in moeten opgenomen worden, moet het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst de pensioenleeftijd vastleggen. § 3. De tekst van het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst wordt op eenvoudig verzoek aan de aangeslotene meegedeeld. Het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst bepaalt of deze kennisgeving door de inrichter of door de pensioeninstelling moet gebeuren. Art. 37.Onverminderd de bepalingen in artikel 3, § 3, 1° en 2°, van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 05/02/2014 numac 2014000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten vertrouwt de inrichter de uitvoering van de pensioentoezegging aan een pensioeninstelling toe. HOOFDSTUK 3. - Verworven reserves, verworven prestaties, informatie aan de aangeslotene en uitbetaling van de prestaties Art. 38.De aangeslotene heeft recht op de verworven reserves en prestaties overeenkomstig het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. Art. 39.§ 1 De pensioeninstelling of de inrichter zelf, indien deze laatste daar om vraagt, deelt ieder jaar aan de bedrijfsleiders van de inrichter een pensioenfiche mee waarop wordt vermeld : 1° / in een eerste gedeelte uitsluitend de volgende gegevens : 1.Het bedrag van de verworven reserves op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen bij de laatste herberekeningsdatum bepaald in het pensioenreglement of de pensioenovereenkomst. De herberekeningsdatum wordt eveneens vermeld. Bovendien worden het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de inrichter en het bedrag van de verworven reserves met betrekking tot de financiering door de bedrijfsleider vermeld. 2. Als de verworven prestaties berekenbaar zijn, het bedrag ervan op 1 januari van het betrokken jaar, berekend op basis van de persoonlijke gegevens en de parameters van het aanvullend pensioen die in aanmerking werden genomen …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.