← België

Wet houdende invoeging van Boek III « Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen », in het Wetboek van ec

Kort samengevat

Deze wet voegt Boek III "Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen" in het Wetboek van economisch recht in. Het regelt de vrijheid van vestiging en dienstverlening voor ondernemingen, en definieert belangrijke begrippen die daarbij komen kijken.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
17 JULI 2013. - Wet houdende invoeging van Boek III « Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen », in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van de definities eigen aan boek III en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan boek III, in boeken I en XV van het Wetboek van economisch recht (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling. Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Het Wetboek van economisch recht. Art. 2.In boek I, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, wordt een hoofdstuk 1 ingevoegd, luidende : « Hoofdstuk 1. Definities eigen aan boek III. Art. I.2. Voor de toepassing van boek III gelden de volgende definities : 1° Kruispuntbank van Ondernemingen : register, opgericht binnen de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, die belast is met de opdrachten bedoeld in artikel III.15; 2° bevoegde autoriteit : elke autoriteit of instantie die een toezichthoudende of regelgevende rol vervult ten aanzien van dienstenactiviteiten;met name de administratieve autoriteiten, met inbegrip van de rechtbanken die in die hoedanigheid optreden, de beroepsorden of andere professionele organen die in het kader van hun juridische autonomie de toegang tot de dienstenactiviteiten of de uitoefening ervan collectief regelen; 3° dienstverrichter : iedere natuurlijke persoon onderdaan van een lidstaat of rechtspersoon in de zin van artikel 54 van het VWEU, gevestigd in een lidstaat die een dienst aanbiedt of verricht;4° vergunningstelsel : elke procedure die voor een dienstverrichter of voor een afnemer de verplichting inhoudt bij een bevoegde autoriteit stappen te ondernemen ter verkrijging van een formele of stilzwijgende beslissing over de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit;5° dienst : elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt, bedoeld in artikel 57 van het VWEU;6° vestiging : de daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit, zoals bedoeld in artikel 49 van het VWEU, door de dienstverrichter voor onbepaalde tijd en vanuit een duurzame infrastructuur van waaruit daadwerkelijk diensten worden verricht;7° afnemer : iedere natuurlijke persoon die onderdaan is van een lidstaat of die rechten heeft die hem door communautaire besluiten zijn verleend, of iedere rechtspersoon in de zin van artikel 54 van het VWEU die in een lidstaat is gevestigd en, al dan niet voor beroepsdoeleinden, van een dienst gebruik maakt of wil maken;8° gereglementeerd beroep : een beroepswerkzaamheid of een geheel van beroepswerkzaamheden waartoe de toegang of waarvan de uitoefening of één van de wijzen van uitoefening krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van bepaalde beroepskwalificaties;met name het voeren van een beroepstitel die door wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen beperkt is tot personen die een specifieke beroepskwalificatie bezitten, geldt als een wijze van uitoefening; 9° ambachtsonderneming : de onderneming opgericht door een private persoon die over een vestigingseenheid beschikt in België en er gewoonlijk, krachtens een overeenkomst tot verstrekking van diensten, hoofdzakelijk materiële prestaties levert, voor zover daarmee geen leveringen van waren dan wel slechts toevallige leveringen van waren gepaard gaan en aldus vermoed wordt de hoedanigheid van « ambachtsman » te hebben;10° handelsonderneming : elke persoon, die over een vestigingseenheid beschikt in België en er daden van koophandel uitoefent, zoals beschreven in het Wetboek van Koophandel en die aldus wordt vermoed de hoedanigheid van « handelaar » te hebben; 11° niet-handelsonderneming naar privaat recht : elke onderneming van privaat recht, bedoeld in artikel III.16, § 1, 1°, 3°, 4° of 5°, die een vestigingseenheid in België heeft maar die niet de hoedanigheid van handels- of ambachtsonderneming heeft. 12° vereiste : elke verplichting, verbodsbepaling, voorwaarde of beperking uit hoofde van de wet, het reglement of administratieve bepalingen of voortvloeiend uit de rechtspraak, de administratieve praktijk, de regels van beroepsorden of de collectieve regels van beroepsverenigingen of andere beroepsorganisaties, die deze in het kader van de hun toegekende juridische bevoegdheden hebben vastgesteld;13° ondernemingsloket : de instelling die erkend is in uitvoering van boek III, titel 2, hoofdstuk 3 en belast is met taken van openbare dienst of van algemeen belang bedoeld in deze titel 2;14° handelsregister : deelverzameling van de Kruispuntbank van Ondernemingen die de gegevens omvat van de in de Kruispuntbank van Ondernemingen geregistreerde handels- en ambachtsondernemingen;15° rechtspersonenregister : deelverzameling van de Kruispuntbank van Ondernemingen omvattende de gegevens van de in de Kruispuntbank van Ondernemingen geregistreerde rechtspersonen;16° vestigingseenheid : een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres, waar ten minste een activiteit van de onderneming wordt uitgeoefend of van waaruit de activiteit wordt uitgeoefend; Art. I.3. Voor de toepassing van boek III, titel 1, gelden de volgende definities : 1° dwingende redenen van algemeen belang : redenen zoals in het bijzonder de openbare orde, de openbare veiligheid, de staatsveiligheid, de volksgezondheid, de handhaving van het financiële evenwicht van het sociale zekerheidsstelsel, de bescherming van consumenten, afnemers van diensten en werknemers, de eerlijkheid van handelstransacties, de fraudebestrijding, de bescherming van het milieu en het stedelijke milieu, dierenwelzijn, de intellectuele eigendom, het behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed en doelstellingen van het sociaal beleid en het cultuurbeleid;2° beroepsaansprakelijkheidsverzekering : een door de dienstverrichter afgesloten verzekering ter dekking, jegens afnemers en, in voorkomend geval, derden, van zijn eventuele aansprakelijkheid in het geval van schade voortvloeiend uit de verrichting van de dienst;3° arbeidsrecht : alle wettelijke, reglementaire of conventionele bepalingen betreffende de arbeids- en tewerkstellingsvoorwaarden met inbegrip van het welzijn van werknemers bij de uitvoering van hun werk en de daarmee gepaard gaande organisatorische structuren, alsook de controles en de sancties die daarop betrekking hebben en ook de relaties tussen de sociale partners, zoals het recht om collectieve arbeidsovereenkomsten te onderhandelen en deze te sluiten en toe te passen en het recht om te staken en vakbondsacties te voeren;4° lidstaat van vestiging : de lidstaat op wiens grondgebied de betrokken dienstverrichter is gevestigd;5° recht van sociale zekerheid : alle wets-, verordenings- en sectorale bepalingen betreffende de inning van de bijdragen en de organisatie en toekenning van de sociale uitkeringen waarop de sociaal verzekerden recht hebben en die tot doel hebben een al dan niet beroepsgebonden inkomen toe te kennen, te vervangen of aan te vullen, om ze te vrijwaren tegen de gevolgen van de sociale risico's die gedekt worden in de reglementeringen betreffende de verzekeringsplicht voor werknemers en zelfstandigen, geneeskundige verzorging en uitkeringen, arbeidsongevallen en beroepsziekten, pensioenen, gezinsbijslag, werkloosheid, jaarlijkse vakantie, tegemoetkomingen voor personen met een handicap; 6° federale coördinator : de natuurlijke persoon benoemd binnen de FOD Economie, om in het kader van de administratieve samenwerking, bepaald in de artikelen XV.35 tot XV.48, het aanspreekpunt te zijn tussen de Europese Commissie en de bevoegde autoriteiten bedoeld in artikel I.2, 2°. Art. I.4. Voor de toepassing van boek III, titel 2 gelden de volgende definities : 1° onderneming : elke entiteit die zich dient in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen krachtens artikel III.16; 2° dienst : openbare dienst, instelling, natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie taken van openbare dienst of van algemeen belang zijn toevertrouwd in uitvoering van boek III, titel 2; 3° beheersdienst : de dienst binnen de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie belast met het beheer van de Kruispuntbank van Ondernemingen; 4° de minister : de minister bevoegd voor Middenstand. Art. I.5. Voor de toepassing van boek III, titel 3, hoofdstuk 2, gelden de volgende definities : 1° onderneming : a) de natuurlijke personen die koopman zijn;b) de handelsvennootschappen, de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, met uitzondering van de administratieve openbare instellingen bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/05/2003 pub. 03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat, en de Europese economische samenwerkingsverbanden;c) de openbare instellingen die een statutaire opdracht vervullen van commerciële, financiële of industriële aard;d) de instellingen, niet bedoeld in het b) en het c), al dan niet met eigen rechtspersoonlijkheid die, met of zonder winstoogmerk, een commercieel, financieel of industrieel bedrijf uitoefenen en waarop dit hoofdstuk, per soort van instellingen, van toepassing wordt verklaard door een koninklijk besluit. Voor natuurlijke personen zonder woonplaats in België, voor ondernemingen naar buitenlands recht zoals bedoeld in het b), het c) en het d) van het eerste lid, en voor de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in een andere Staat is gevestigd, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk alleen van toepassing op hun in België gevestigde bijkantoren en centra van werkzaamheden met dien verstande dat hun gezamenlijke bijkantoren en centra van werkzaamheden in België als één onderneming worden beschouwd. De boeken, rekeningen en verantwoordingsstukken betreffende die bijkantoren en centra worden in België bewaard. In de besluiten waarbij de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing worden verklaard op ondernemingen bedoeld in het d) van het eerste lid, worden de verplichtingen die voor de betrokken ondernemingen voortvloeien uit de besluiten ter uitvoering van boek III, titel 3, aangepast aan wat vereist wordt door de bijzondere aard van de werkzaamheid of door het wettelijk statuut van de betrokken ondernemingen. » Art. 3.In boek I, titel 2, van het Wetboek van economisch recht, wordt een hoofdstuk 12 ingevoegd, luidende : « Hoofdstuk 12. Definities eigen aan boek XV : Art. I.20. Voor de toepassing van boek XV gelden de volgende definities : 1° persoonsgegevens : informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon in overeenstemming met de definitie van artikel 1, § 1, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;2° verantwoordelijke voor de verwerking : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, de feitelijke vereniging of het openbaar bestuur die alleen of samen met anderen het doel en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens bepaalt;3° verwerking : elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd met behulp van geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op enigerlei andere wijze ter beschikking stellen, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van persoonsgegevens; 4° federale coördinator : de natuurlijke persoon benoemd binnen de Federale Overheidsdienst Economie, om in het kader van de administratieve samenwerking, bepaald in de artikelen XV.35 tot XV.48, het aanspreekpunt te zijn tussen de Europese Commissie en de bevoegde Belgische autoriteiten; 5° waarschuwingscoördinator : de natuurlijke persoon of personen die op federaal niveau is of zijn aangewezen om de andere lidstaten en de Europese Commissie in kennis te stellen van ernstige specifieke handelingen of omstandigheden met betrekking tot een dienstenactiviteit, die ernstige schade aan de gezondheid of veiligheid van personen of aan het milieu kunnen veroorzaken.» Art. 4.In hetzelfde Wetboek wordt een boek III ingevoegd, luidende : « Boek III. Vrijheid van vestiging, dienstverlening en algemene verplichtingen van de ondernemingen. Titel 1. Vrijheid van vestiging en van dienstverlening. Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied. Art. III.1. § 1. Deze titel voert gedeeltelijk de bepalingen uit van de Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt. § 2. Deze titel is van toepassing op diensten, onverminderd de bevoegdheden van de gemeenschappen en de gewesten, met uitzondering van : 1° de diensten van algemeen belang van niet-economische aard, met inbegrip van de sociale diensten die niet onder 11° vallen;2° de financiële diensten;3° de elektronische communicatiediensten en netwerken, evenals de middelen en diensten, met betrekking tot aangelegenheden die door de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie beheerd worden;4° de diensten op het gebied van vervoer met inbegrip van de havendiensten die onder de werkingssfeer van titel VI van het VWEU vallen;5° de diensten van notarissen die bij een officieel overheidsbesluit zijn benoemd;6° de diensten van gerechtsdeurwaarders die bij een officieel overheidsbesluit zijn benoemd;7° de diensten van uitzendkantoren;8° de diensten van de gezondheidszorg, al dan niet verleend door gezondheidszorgfaciliteiten en ongeacht de wijze waarop zij zijn georganiseerd en worden gefinancierd en ongeacht of zij openbaar of particulier van aard zijn;9° de gokactiviteiten die erin bestaan dat een financiële waarde wordt ingezet bij kansspelen, met inbegrip van loterijen, gokken in casino's en weddenschappen;10° de werkzaamheden ter uitoefening van het openbaar gezag zoals bepaald in artikel 51 van het VWEU;11° zonder afbreuk te doen aan hun kwalificatie als diensten van algemeen belang van niet-economische aard bedoeld in 1° of de kwalificatie als diensten van algemeen belang van economische aard, sociale diensten betreffende sociale huisvesting, kinderzorg en bijstand aan gezinnen en personen die permanent of tijdelijk in nood verkeren, die worden rechtstreeks of onrechtstreeks verleend door de Federale Staat;12° de diensten van private veiligheid. § 2. Deze titel is niet van toepassing op : 1° het domein van de fiscaliteit;2° het arbeidsrecht;3° het sociaal zekerheidsrecht. § 3. Indien de bepalingen van deze titel strijdig zijn met wetgevende of reglementaire bepalingen ter omzetting van Gemeenschapsrecht die betrekking hebben op de specifieke aspecten van de toegang tot of de uitoefening van een dienstactiviteit in specifieke sectoren of voor specifieke beroepen, dan hebben deze laatste bepalingen voorrang. Dit betreft met name : 1° de wet van 5 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002012455 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in België werknemers ter beschikking stellen sluiten tot omzetting van de Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in België werknemers ter beschikking stellen;2° de wet van 30 maart 1995 betreffende de elektronische communicatienetwerken en -diensten en de uitoefening van omroepactiviteiten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, voor zover zij de Richtlijn 89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisieomroepactiviteiten omzet;3° de wet van 12 februari 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/02/2008 pub. 02/04/2008 numac 2008011094 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Wet tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties type wet prom. 12/02/2008 pub. 08/07/2009 numac 2009000284 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties. - Duitse vertaling sluiten tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties. § 4. Deze titel heeft geen betrekking op de regels van het internationaal privaatrecht, in het bijzonder de regels betreffende de bepaling van het op contractuele en niet-contractuele verbintenissen toepasselijke recht, met inbegrip van de regels die waarborgen dat voor de consumenten de bescherming geldt die hen wordt geboden door de regels inzake consumentenbescherming die zijn neergelegd in de consumentenwetgeving die in hun lidstaat van kracht is. § 5. Deze titel, en meer bepaald de bepalingen met betrekking tot de controle op de regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, worden uitgevoerd en zijn van toepassing onverminderd de regels zoals bepaald in Richtlijn 95/46/EG, in Richtlijn 2002/58/EG, in de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, en onverminderd de voorziene regels inzake bescherming van persoonsgegevens, in de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie en in de wet van 24 augustus 2005 tot omzetting van verschillende bepalingen van de Richtlijn financiële diensten op afstand en van de Richtlijn privacy en elektronische communicatie. Hoofdstuk 2. Vrijheid van vestiging. Afdeling 1. Vergunningsstelsels. Art. III.2. Indien voor de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit een vergunning vereist is, moet deze vergunning aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° het vergunningstelsel heeft geen discriminerende werking jegens de betrokken dienstverrichter;2° de behoefte aan een vergunningstelsel is gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;3° het nagestreefde doel kan niet door een minder beperkende maatregel worden bereikt, met name omdat een controle achteraf te laat zou komen om werkelijk doeltreffend te zijn. Het eerste lid is niet van toepassing op vergunningstelsels die rechtstreeks of onrechtstreeks door het gemeenschapsrecht zijn geregeld, onder anderen, de vergunningstelsels die de toegang tot of de uitoefening van een gereglementeerd beroep afhankelijk stellen van het bezit van bepaalde professionele kwalificaties en specifieke bepalingen die vereisen dat een bepaalde activiteit wordt voorbehouden aan een bepaald beroep. Art. III.3. Vergunningstelsels die in overeenstemming met artikel III.2 worden ingericht moeten gebaseerd zijn op criteria die beletten dat de bevoegde autoriteiten hun beoordelingsbevoegdheid op willekeurige wijze uitoefenen. Deze criteria zijn : 1° niet discriminerend;2° gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;3° evenredig met die reden van algemeen belang;4° duidelijk en ondubbelzinnig;5° objectief;6° vooraf openbaar bekendgemaakt;7° transparant en toegankelijk. Art. III.4. De vergunningsprocedures en formaliteiten moeten gemakkelijk toegankelijk zijn en de lasten die zij voor de aanvragers kunnen voortbrengen moeten redelijk zijn en evenredig met de kosten van de vergunningsprocedures. Art. III.5. De vergunningsvoorwaarden voor een nieuwe vestiging mogen gelijkwaardige, of gezien hun doel in wezen vergelijkbare, eisen en controles waaraan de dienstverrichter al in België of een andere lidstaat onderworpen is, niet overlappen. De federale coördinator en de dienstverrichter staan de bevoegde autoriteit bij door over deze eisen de nodige informatie te verstrekken. Art. III.6. Wanneer een dienstverrichter zich in België vestigt, mag geen beroepsaansprakelijkheidsverzekering of waarborg geëist worden indien de dienstverrichter in een andere lidstaat waar hij een vestiging heeft, al gedekt is door een waarborg die gelijkwaardig is of die, met betrekking tot het doel en de dekking die hij biedt wat het verzekerde risico, de verzekerde som, de maximale waarborg en de mogelijke uitzonderingen van de dekking betreft, in wezen vergelijkbaar is. Indien de waarborg slechts ten dele gelijkwaardig is, zal voor de nog niet gedekte elementen een aanvullende waarborg geëist worden. Wanneer een beroepsaansprakelijkheids-verzekering of een andere vorm van waarborg opgelegd wordt aan een dienstverrichter gevestigd in België, worden attesten betreffende de dekking, afgegeven door een in een andere lidstaat gevestigde kredietinstelling of verzekeraar, als bewijsmiddel toegelaten. Art. III.7. Een vergunning bedoeld in artikel III.2 biedt de dienstverrichter op het gehele Belgische grondgebied het recht op toegang tot of uitoefening van de dienstenactiviteit, mede door de oprichting van agentschappen, dochterondernemingen, kantoren of bijkantoren. Het eerste lid is niet van toepassing : 1° wanneer een vergunning eigen aan elke vestiging of een beperking van de vergunning tot een specifiek deel van het nationale grondgebied is gerechtvaardigd door dwingende redenen van algemeen belang;2° op vergunningen die zijn afgeleverd door de overheden van de gewesten, de gemeenschappen, de provincies en de gemeenten. Art. III.8. De ontvangst van elke vergunningsaanvraag wordt binnen tien werkdagen bevestigd. De ontvangstbevestiging bevat : 1° de datum waarop de aanvraag is ontvangen;2° de termijn waarbinnen de beslissing moet genomen worden;3° de beschikbare rechtsmiddelen, de bevoegde instanties die er kennis van nemen alsook de te respecteren termijnen en formaliteiten;4° indien van toepassing, de vermelding dat bij het uitblijven van een beslissing binnen de voorziene termijn, de vergunning geacht wordt te zijn verleend. Wanneer een aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager binnen een termijn van tien werkdagen geïnformeerd over de noodzaak tot het verstrekken van aanvullende stukken, de termijn waarover hij beschikt om dit te doen alsook de gevolgen hiervan voor de in het tweede lid bedoelde termijn. Wanneer een aanvraag wordt geweigerd omdat deze niet aan de vereiste procedures of formaliteiten voldoet, wordt de betrokkene hiervan zo snel mogelijk in kennis gesteld. Art. III.9. De bevoegde autoriteit verleent de vergunning nadat een passend onderzoek heeft vastgesteld dat aan de vergunningsvoorwaarden is voldaan. Indien door de reglementering geen termijn wordt voorgeschreven binnen welke een beslissing over de vergunningsaanvraag moet worden genomen, zal deze worden genomen ten laatste dertig werkdagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangstbevestiging of, als het dossier onvolledig is, vanaf het tijdstip waarop de aanvrager de bijkomende documenten heeft ingediend. Indien gerechtvaardigd door de complexiteit van het dossier, mag de termijn eenmaal voor een beperkte duur worden verlengd. De verlenging en de duur ervan worden vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn ter kennis van de aanvrager gebracht. Onverminderd de bijzondere wettelijke of reglementaire regimes gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang, wordt de vergunning geacht te zijn verleend bij het uitblijven van een antwoord binnen de door de wet of de verordening bepaalde termijn. Art. III.10. § 1. De aan een dienstverrichter verleende vergunning heeft een onbeperkte geldigheidsduur, uitgezonderd in de volgende gevallen : 1° de vergunning maakt het voorwerp uit van een systeem van automatische verlenging;2° de vergunning is alleen afhankelijk van de voortdurende vervulling van de voorwaarden;3° het aantal beschikbare vergunningen is beperkt omwille van een dwingende reden van algemeen belang;4° een beperkte duur is gerechtvaardigd door een dwingende reden van algemeen belang. § 2. Paragraaf 1 geldt onverminderd de mogelijkheid om een vergunning in te trekken wanneer niet meer aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan. § 3. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de maximale termijn waarbinnen de dienstverrichter na ontvangst van de vergunning daadwerkelijk met zijn activiteit moet beginnen. Art. III.11. Wanneer het aantal beschikbare vergunningen voor een activiteit beperkt is door schaarste van de beschikbare natuurlijke hulpbronnen of de bruikbare technische mogelijkheden, wordt een selectie gemaakt uit de gegadigden volgens een selectieprocedure die alle waarborgen voor onpartijdigheid en transparantie biedt, met name een toereikende bekendmaking van de opening, uitvoering en afsluiting van de procedure. In de in het eerste lid bedoelde gevallen wordt de vergunning voor een passende beperkte duur verleend en wordt zij niet automatisch verlengd; evenmin wordt enig ander voordeel toegekend aan de dienstverrichter wiens vergunning zojuist is verlopen of aan personen die een bijzondere band met die dienstverrichter hebben. De regels voor de selectieprocedure kunnen rekening houden met overwegingen die betrekking hebben op de volksgezondheid, met doelstellingen van sociaal beleid, de gezondheid en de veiligheid van werknemers of zelfstandigen, de bescherming van het milieu, het behoud van het cultureel erfgoed en andere dwingende redenen van algemeen belang. Afdeling 2. Andere vereisten. Art. III.12. § 1. De toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit in België mag niet afhankelijk gemaakt worden van de volgende vereisten : 1° discriminerende vereisten die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de nationaliteit of, voor vennootschappen, met de plaats van de statutaire zetel, waaronder met name : a) nationaliteitsvereisten voor de dienstverrichter, zijn personeel, de aandeelhouders of de leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de dienstverrichter;b) de vereiste dat de dienstverrichter, zijn personeel, de aandeelhouders of de leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan hun verblijfplaats hebben op Belgisch grondgebied;2° een verbod op het hebben van een vestiging in meer dan een lidstaat of op inschrijving in registers of bij beroepsorden of -verenigingen in meer dan een lidstaat;3° beperkingen van de vrijheid van de dienstverrichter om tussen een hoofd- of een nevenvestiging te kiezen, met name de verplichting dat de hoofdvestiging van de dienstverrichter zich op hun grondgebied moet bevinden, of beperkingen van de vrijheid om voor vestiging als agentschap, bijkantoor of dochteronderneming te kiezen;4° wederkerigheidsvoorwaarden ten aanzien van de lidstaat waar de dienstverrichter al een vestiging heeft, behalve in het geval dat dergelijke voorwaarden in een communautair instrument op energiegebied zijn vastgelegd;5° de toepassing per geval van economische criteria, waarbij de verlening van de vergunning afhankelijk wordt gesteld van het bewijs dat er een economische behoefte of marktvraag bestaat, van een beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van de activiteit of van een beoordeling van de geschiktheid van de activiteit in relatie tot de door de bevoegde autoriteit vastgestelde doelen van economische planning;6° de rechtstreekse of onrechtstreekse betrokkenheid van concurrerende marktdeelnemers, ook binnen raadgevende organen, bij de verlening van vergunningen of bij andere besluiten van de bevoegde autoriteiten, met uitzondering van beroepsorden en van beroepsverenigingen of andere organisaties die in de hoedanigheid van bevoegde autoriteit optreden; dit verbod heeft geen betrekking op de raadpleging van organisaties zoals kamers van koophandel of sociale partners over andere aangelegenheden dan individuele vergunningsaanvragen, noch op een raadpleging van het grote publiek; 7° een verplichting tot het stellen van of deelnemen in een financiële waarborg of het afsluiten van een verzekering bij een op Belgisch grondgebied gevestigde dienstverrichter of instelling.Dit belet niet dat een verzekering of financiële garanties als zodanig kunnen verlangd worden noch dat eisen inzake de deelname in een collectief waarborgfonds worden gesteld, bijvoorbeeld voor leden van een beroepsorde of -organisatie. 8° een verplichting al gedurende een bepaalde periode ingeschreven te staan in de registers die in België worden bijgehouden of de activiteit vooraf al gedurende bepaalde tijd in België hebben uitgeoefend. § 2. Het in paragraaf 1, 5° vervatte verbod heeft geen betrekking op planningsvereisten waarmee geen economische doelen worden nagestreefd, maar die voortkomen uit dwingende redenen van algemeen belang. Hoofdstuk 3. Vrijheid van dienstverlening. Art. III.13. § 1. De toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit mag niet afhankelijk worden gemaakt van de naleving van eisen die : 1° discriminerend zijn en die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de nationaliteit of, voor vennootschappen, met de plaats van de statutaire zetel;2° niet gerechtvaardigd zijn om redenen van openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu;3° die niet van aard zijn om het nagestreefde doel te verwezenlijken en die verder gaan dan wat nodig is om dit doel te bereiken. § 2. Het vrij verrichten van diensten door een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter mag niet beperkt worden door één van de volgende vereisten : a) een verplichting voor de dienstverrichter een vestiging in België te hebben;b) een verplichting voor de dienstverrichter bij de Belgische bevoegde autoriteit een vergunning te verkrijgen of zich in te schrijven in een register of bij een beroepsorde of -vereniging in België, behalve in de in deze titel of door het gemeenschapsrecht geregelde gevallen;c) een verbod voor de dienstverrichter in België een bepaalde vorm of soort infrastructuur, met inbegrip van een kantoor of kabinet, op te zetten om de betrokken diensten te verrichten;d) de toepassing van een specifieke contractuele regeling tussen de dienstverrichter en de afnemer die het verrichten van diensten door zelfstandigen verhindert of beperkt;e) een verplichting voor de dienstverrichter om specifiek voor de uitoefening van een dienstenactiviteit een door de Belgische bevoegde autoriteit afgegeven identiteitsdocument te bezitten;f) vereisten, andere dan die welke noodzakelijk zijn voor de gezondheid en veiligheid op het werk, die betrekking hebben op het gebruik van uitrusting en materiaal die een integrerend deel van de dienstverrichting vormen; g) beperkingen van het vrij verrichten van diensten bedoeld in artikel III.80. Art. III.14. Artikel III.13 is niet van toepassing : 1° op diensten van algemeen economisch belang;2° op de aangelegenheden die vallen onder de wet van 5 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002012455 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in België werknemers ter beschikking stellen sluiten tot omzetting van de Richtlijn 96/71 EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in België werknemers ter beschikking stellen, en volgens de regels die de wet van 5 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/03/2002 pub. 13/03/2002 numac 2002012455 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot omzetting van de richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, en tot invoering van een vereenvoudigd stelsel betreffende het bijhouden van sociale documenten door ondernemingen die in België werknemers ter beschikking stellen sluiten bepaalt;3° op de aangelegenheden die vallen onder deel II, Boek III, Titel Ibis, hoofdstuk I van het Gerechtelijk Wetboek;4° op activiteiten van gerechtelijke invordering van schulden;5° op de aangelegenheden die vallen onder de wet van 12 februari 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/02/2008 pub. 02/04/2008 numac 2008011094 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Wet tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties type wet prom. 12/02/2008 pub. 08/07/2009 numac 2009000284 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties. - Duitse vertaling sluiten tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties en specifieke bepalingen die vereisen dat een activiteit voorbehouden wordt aan een bepaald beroep;6° op de aangelegenheden die vallen onder de Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen; 7° op de aangelegenheden die vallen onder de artikelen 40 tot 47 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de artikelen 43 tot 57 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;8° voor wat betreft onderdanen van derde landen die zich in het kader van een dienstverrichting naar België begeven, op de mogelijkheid voor de bevoegde autoriteiten om onderdanen van derde landen op wie de regeling inzake wederzijdse erkenning van artikel 21 van de Overeenkomst ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen niet van toepassing is, te verplichten in het bezit te zijn van een visum of een verblijfsvergunning, of de mogelijkheid voor de bevoegde autoriteiten om onderdanen van derde landen te verplichten zich bij of na hun binnenkomst bij hen te melden;9° met betrekking tot de overbrenging van afvalstoffen op de aangelegenheden die vallen onder de Verordening (EEG) nr.259/93 van de Raad van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap; 10° inzake het auteursrecht en de naburige rechten, de rechten op topografieën van halfgeleiderproducten, de sui generis rechten op databanken, de rechten van industriële eigendom;11° op handelingen waarvoor de wet de tussenkomst van een notaris voorschrijft;12° op de aangelegenheden die vallen onder het koninklijk besluit van 21 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009767 bron ministerie van justitie Wet betreffende het gerechtelijk akkoord sluiten4 tot omzetting van de bepalingen van de Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad, en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad;13° op de aangelegenheden die vallen onder de artikelen 132, 133 en 134 van het Wetboek van Vennootschappen;14° op de inschrijving van voertuigen die in een andere lidstaat zijn geleased. Titel 2. Kruispuntbank van Ondernemingen en erkende ondernemingsloketten. Hoofdstuk 1. Kruispuntbank van Ondernemingen. Afdeling 1. Oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen. Art. III.15. Er wordt een register opgericht, genaamd « Kruispuntbank van Ondernemingen ». Dit register en de daarmee gepaard gaande invoering van een uniek ondernemingsnummer heeft tot doel door de realisatie van het principe van de unieke gegevensinzameling de administratieve verplichtingen opgelegd aan ondernemingen te vereenvoudigen en de werking van de overheidsdiensten efficiënter te organiseren. De Kruispuntbank van Ondernemingen is belast met het opnemen, het bewaren, het beheren en het ter beschikking stellen van de gegevens die betrekking hebben op de identificatie van de ondernemingen en hun gemandateerden overeenkomstig de bepalingen van deze titel en de wettelijke of reglementaire bepalingen die de oorspronkelijke verzameling van de in artikel III.18 vermelde gegevens toelaten door de overheden, administraties en diensten aangewezen krachtens artikel III.19. De Kruispuntbank van Ondernemingen beoogt ook de optimalisering van het overdragen en het verspreiden van de gegevens betreffende de ondernemingen. Te dien einde kan ze met name : 1° linken creëren naar sites en databases van de overheden, administraties en diensten;2° linken tot stand brengen naar internetsites die informatie bevatten betreffende de identificatie van ondernemingen en hun mandatarissen, met inbegrip van linken naar internetsites van ondernemingen, die in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven zijn. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de modaliteiten waarbinnen de Kruispuntbank van Ondernemingen ter beschikking wordt gesteld in het kader van de versterking van de strijd tegen fraude, overeenkomstig de bepalingen van deze titel en de wettelijke of reglementaire bepalingen die de oorspronkelijke verzameling van de in artikel III.18 bedoelde gegevens toelaten door de overheden, administraties en diensten aangewezen krachtens artikel III.19. Art.III.16. § 1. In de Kruispuntbank van Ondernemingen worden gegevens opgenomen betreffende : 1° de rechtspersonen naar Belgisch recht;2° de vestigingen, instanties en diensten naar Belgisch recht die opdrachten van algemeen nut of verbonden met de openbare orde uitvoeren en over een financiële en boekhoudkundige autonomie beschikken, onderscheiden van deze van de rechtspersoon naar Belgisch publiek recht waarvan ze afhankelijk zijn;3° de rechtspersonen naar buitenlands of internationaal recht die in België beschikken over een zetel of die zich dienen te registreren in uitvoering van een door de Belgische wetgeving opgelegde verplichting;4° iedere natuurlijke persoon, die in België als onafhankelijke entiteit : a) een economische en beroepsmatige activiteit gewoonlijk, hoofdzakelijk of aanvullend uitoefent;b) of die zich dient te registreren in uitvoering van een door de Belgische wetgeving opgelegde verplichting anders dan deze beoogd door deze titel;5° de verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die zich dienen te registreren in uitvoering van een door de Belgische wetgeving opgelegde verplichting anders dan deze beoogd door deze titel;6° de vestigingseenheden van de bovenvermelde ondernemingen. § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, oefent onder andere gewoonlijk een economische en beroepsmatige activiteit uit, iedere onderneming die in België : 1° hetzij als werkgever aan de sociale zekerheid is onderworpen;2° hetzij aan de belasting over de toegevoegde waarde is onderworpen. § 3. Voor de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen van de personen en verenigingen bedoeld in paragraaf 1, 1°, 3°, 4° en 5°, worden de nadere regels door de Koning bepaald. Afdeling 2. Inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Art. III.17. Iedere onderneming of vestigingseenheid bedoeld in artikel III.16, wordt in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven en verkrijgt op het ogenblik van de inschrijving een ondernemings- of vestigingseenheidsnummer. Dit nummer vormt hun uniek identificatienummer. Art. III.18. § 1. De inschrijving die gebeurt krachtens artikel III.17 omvat de volgende gegevens : 1° de naam, de benaming of de firmanaam;2° de nauwkeurige aanduiding van de onderscheiden adressen, in voorkomend geval, van de maatschappelijke zetel van de onderneming en van de verschillende vestigingseenheden in België;3° de rechtsvorm;4° de rechtstoestand;5° de oprichtings- en stopzettingsdatum van de onderneming of de vestigingseenheid;6° de identificatiegegevens van de oprichters, mandatarissen en lasthebbers van de onderneming;7° de door de onderneming uitgeoefende economische activiteiten;8° de overige basisidentificatiegegevens, die moeten verstrekt worden op het ogenblik van de oprichting van de rechtspersoon of in toepassing van Hoofdstuk 2;9° de aanduiding van de toelatingen, vergunningen en erkenningen waarover de onderneming beschikt of de hoedanigheden waaronder deze gekend is bij de verschillende overheden, administraties en diensten en, in voorkomend geval, de opvolging van de aanvragen in dit verband;10° in voorkomend geval, de verwijzing naar de website van de onderneming, haar telefoonnummer, haar faxnummer en haar e-mailadres;11° de gegevens betreffende de bankrekening(en) van de onderneming. § 2. De Koning kan, na advies van het in artikel III.44 bedoelde Toezichtcomité en bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de in paragraaf 1 opgesomde gegevens aanvullen met andere gegevens vereist voor de identificatie van ondernemingen of van gemeenschappelijk belang voor meerdere overheidsdiensten. § 3. Iedere wijziging die wordt aangebracht aan de in paragrafen 1 en 2 bedoelde gegevens, moet onverwijld in de Kruispuntbank van Ondernemingen worden opgenomen met aanduiding van de datum waarop zij in werking treedt en van de er voor verantwoordelijke dienst. § 4. Deze gegevens worden bewaard gedurende dertig jaar te rekenen van de dag van het verlies van de rechtspersoonlijkheid voor de rechtspersonen, of van de definitieve stopzetting van de activiteit voor de andere bij artikel III.16 bedoelde houders van een inschrijving. Art III.19. De Koning wijst, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de overheden, administraties en diensten aan die, betreffende de categorieën van ondernemingen die Hij aanduidt en volgens de functionele verdeling die Hij vastlegt, belast zijn met de eenmalige inzameling en het actualiseren van de gegevens bedoeld in artikel III.18. Bij het uitoefenen van deze taak zijn de overheden, administraties en diensten onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die de oorspronkelijke verzameling van de in artikel III.18 bedoelde gegevens toelaten. Art. III.20. Voor de uitvoering van hun opdrachten zoals omschreven in deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten, hebben de Kruispuntbank van Ondernemingen en de overheden, administraties en diensten bedoeld bij artikel III.19, eerste lid : 1° toegang tot de informatie bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 9°, en tweede lid van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van natuurlijke personen;2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken. Art.III.21. De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de modaliteiten en de aard van de inschrijvingen en de wijzigingen vast, die rechtstreeks op een elektronisch beveiligde wijze door de ondernemingen, bedoeld in artikel III.16, mogen worden meegedeeld aan de Kruispuntbank van Ondernemingen. Afdeling 3. Toekenning en gebruik van het ondernemings- en vestigingseenheidsnummer. Art. III.22. Het ondernemingsnummer en het vestigingseenheidsnummer toegekend op het ogenblik van de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen worden onmiddellijk na de toekenning medegedeeld aan de onderneming door de krachtens artikel III.19, eerste lid, aangewezen overheden, administraties en diensten. De Koning bepaalt de toekenningregels, de wijze van afleveren en de samenstelling van het ondernemings- en vestigingseenheidsnummer. Art.III.23. Het gebruik van het ondernemingsnummer is verplicht in de betrekkingen die de ondernemingen hebben met de administratieve en rechterlijke overheden, evenals in de betrekkingen die deze laatste onderling hebben. De krachtens artikel III.19, eerste lid, aangewezen overheden, administraties en diensten nemen, teneinde de unieke gegevensinzameling mogelijk te maken, de nodige maatregelen opdat het ondernemings- en vestigingseenheidsnummer een sleutel vormt die toegang geeft tot zowel de gegevens die opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen, als tot de gegevens die zijn opgenomen in de door hen beheerde repertoria en geautomatiseerde bestanden, onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen die de toegang tot deze gegevens regelen. Art. III.24. Wat de handels- en ambachtsondernemingen betreft, doet het toegekende ondernemingsnummer respectievelijk dienst als handelsregisternummer of als inschrijvingsnummer als ambachtsman. Art. III.25. Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders en andere stukken uitgaande van handels- en ambachtsondernemingen dienen steeds het ondernemingsnummer te vermelden. Deze documenten moeten eveneens de domiciliëring en het nummer vermelden van ten minste één rekening waarvan de onderneming houdster is bij een in België gevestigde kredietinstelling die geen gemeentelijke spaarkas is en waarop de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen van toepassing is. De voor de uitoefening van een handels- of ambachtswerkzaamheid gebruikte gebouwen en marktkramen, evenals de vervoermiddelen, die hoofdzakelijk worden gebruikt in het kader van de uitoefening van een ambulante handel, of, in het geval van werkgevers, in het kader van een activiteit van burgerlijke of utiliteitsbouw of een activiteit van reinigen van het interieur van gebouwen, dragen op zichtbare wijze het ondernemingsnummer. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de in het kader van het derde lid vermelde activiteiten waarvoor de gebruikte vervoermiddelen op zichtbare wijze het ondernemingsnummer dragen, wijzigen. Art. III.26. § 1. Elk op verzoek van een handels- of ambachtsonderneming betekend deurwaardersexploot vermeldt steeds het ondernemingsnummer. Bij gebreke aan vermelding van het ondernemingsnummer op het deurwaardersexploot, verleent de rechtbank uitstel aan de handels- of ambachtsonderneming om haar inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van het inleiden van de vordering te bewijzen. Indien de handels- of ambachtsonderneming haar inschrijving in deze hoedanigheid in de Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van het inleiden van haar vordering niet bewijst binnen de door de rechtbank gestelde termijn of indien blijkt dat de onderneming niet ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen, verklaart de rechtbank van ambtswege de vordering van de handels- of ambachtsonderneming onontvankelijk. § 2. Indien de handels- of ambachtsonderneming wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, maar haar hoofdvordering, tegenvordering of vordering tot tussenkomst, ingediend bij verzoekschrift, bij conclusie of deurwaardersexploot, gebaseerd is op een activiteit waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding van die vordering niet is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op deze datum is ingeschreven, is de vordering van die onderneming onontvankelijk. De onontvankelijkheid is evenwel gedekt, indien ze niet voor elke andere exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen. Art. III.27. De akten van rechtspleging, die krachtens artikel III.26 onontvankelijk worden verklaard, stuiten de verjaring, alsmede de op straffe van nietigheid bepaalde rechtsplegingtermijnen. Art. III.28. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, de verplichtingen bedoeld in de artikelen III.25 en III.26, uitbreiden tot andere categorieën van ondernemingen die in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn opgenomen. Afdeling 4. Toegang en gebruik van de gegevens opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Art. III.29. § 1. De toegang tot de volgende gegevens, vermeld in de Kruispuntbank van Ondernemingen, kan, zonder voorafgaande machtiging van het Toezichtcomité, worden verleend aan de overheden, besturen, diensten of andere instanties, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke of reglementaire opdrachten : 1° de ondernemingsnummers en nummers van vestigingseenheidsnummers, toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen;2° de naam van de onderneming en van haar vestigingseenheden;3° de juridische vorm van de onderneming;4° de rechtstoestand van de onderneming;5° het adres van de onderneming en van haar vestigingseenheden;6° de economische activiteiten van de onderneming en van haar vestigingseenheden;7° de hoedanigheden volgens welke een onderneming ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen en, in voorkomend geval, de opvolging van de aanvragen in dit verband;8° de naam en voornaam van de oprichters en van de personen die binnen de onderneming een functie uitoefenen onderworpen aan bekendmaking;9° de erkenningen, toelatingen of vergunningen waarover de onderneming beschikt, voor zover ze onderworpen zijn aan de bepalingen van verplichte bekendmaking of belang hebben voor derden en, in voorkomend geval, de opvolging van de aanvragen in dit verband;10° de verwijzing naar de website van de onderneming, haar telefoonnummers, faxnummers alsook haar e-mailadres;11° alle gegevens onderworpen aan bepalingen inzake bekendmaking met toepassing van : a) het Wetboek van Vennootschappen;b) de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009767 bron ministerie van justitie Wet betreffende het gerechtelijk akkoord sluiten3 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;c) de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr.2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden; d) de wet van 17 juli 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009767 bron ministerie van justitie Wet betreffende het gerechtelijk akkoord sluiten betreffende het gerechtelijk akkoord;e) de wet van 31 januari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009767 bron ministerie van justitie Wet betreffende het gerechtelijk akkoord sluiten0 betreffende de continuïteit van de ondernemingen;f) de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten;g) de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen; 12° de gegevens die moeten worden meegedeeld door de handels- en ambachtsondernemingen in uitvoering van het artikel III.53, met uitzondering van het Rijksregisternummer of het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid; 13° de gegevens betreffende de bankrekening(en). § 2. De Koning bepaalt de modaliteiten voor deze toegang bij een besluit vastgelegd na overleg in de ministerraad en na advies van het Toezichtcomité bedoeld in de artikelen III.44. Art. III.30. § 1. De toegang tot de andere gegevens dan die opgesomd in het artikel III.29 vermeld in de Kruispuntbank van Ondernemingen, kan worden verleend, middels een voorafgaande machtiging van het Toezichtcomité aan de overheden, besturen, diensten of andere instanties, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun wettelijke of reglementaire opdrachten. § 2. Vooraleer zijn machtiging te verlenen, controleert het Toezichtcomité of de gevraagde toegang overeenstemt met deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten. § 3. De Koning bepaalt de voorwaarden voor die toegang bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad en na advies van het Toezichtcomité bedoeld in artikel III.44. § 4. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad en na advies van het Toezichtcomité, de gevallen waarin, bij afwijking van het eerste lid, geen machtiging van het Toezichtcomité vereist is. § 5. De uitwisselingen tussen overheidsdiensten, op basis van het ondernemings- of vestigingseenheidsnummer, van andere gegevens dan deze opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen moeten vooraf gemeld worden aan het Toezichtcomité, dat deze registreert in een kadaster, dat door iedereen geraadpleegd kan worden. De Koning bepaalt, na advies van het Toezichtcomité, de modaliteiten met betrekking tot de oprichting en raadpleging van het kadaster, alsook de modaliteiten voor de communicatie aan het Toezichtcomité. Art III.31. Alle natuurlijke personen, rechtspersonen of entiteiten hebben toegang, via het internet, tot gegevens bedoeld in het artikel III.29, § 1, ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Er wordt minstens voorzien in een vrij toegankelijke website waarop deze gegevens in een leesbaar formaat terug te vinden zijn. De Koning bepaalt de gegevens die aldus toegankelijk zijn evenals de voorwaarden voor het raadplegen ervan. Art. III.32. Iedere onderneming heeft recht op mededeling van de hem betreffende gegevens die opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Indien blijkt dat de medegedeelde gegevens overeenkomstig de ter zake geldende wetgeving onnauwkeurig, onvolledig of onjuist zijn, kan de houder van een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen de verbetering van deze gegevens vragen op de wijze en binnen de termijnen vastgesteld door de Koning. Art. III.33. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de artikelen III.29 en III.30, stelt de Koning, na advies van het Toezichtcomité, de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen vast die het voorwerp kunnen uitmaken van een commercieel of niet-commercieel hergebruik alsook de modaliteiten inzake hun terbeschikkingstelling. Enkel de beheersdienst mag deze basisgegevens aan ondernemingen verstrekken. Art. III.34. § 1. Onverminderd artikel III.33 kan eenieder bij een ondernemingsloket inzage nemen van de gegevens van het handelsregister betreffende een bepaalde handels- of ambachtsonderneming en zich volledige of gedeeltelijke afschriften dan wel uittreksels van het register doen afgeven op de wijze bepaald door de Koning. § 2. De afschriften of uittreksels van het handelsregister worden op uitdrukkelijk verzoek eensluidend verklaard. § 3. De afschriften of uittreksels vermelden niet de inhoud van rechterlijke beslissingen die betrekking hebben op : 1° een faillissement en één van de veroordelingen bepaald in de artikelen 486, 489bis en 489ter van het Strafwetboek, in geval van rehabilitatie;2° een gerechtelijk akkoord na uitvoering of een procedure van gerechtelijke reorganisatie na uitvoering;3° onbekwaam verklaring of benoeming van een gerechtelijk raadsman, wanneer een vonnis van opheffing is gewezen; 4° de veroordelingen bedoeld in de artikelen XV.76, XV.77, 1° tot 6°, XV.78 en XV.79. Art. III.35. De gegevens vermeld op de uittreksels van de Kruispuntbank van Ondernemingen hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Afdeling 5. Realisatie van het principe van de unieke gegevensinzameling. Art. III.36. Overheden, administraties en diensten die gemachtigd zijn de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen te raadplegen mogen deze gegevens niet meer opnieuw rechtstreeks opvragen bij de ondernemingen bedoeld in artikel III.16 of bij de lasthebbers van deze laatste. Art. III.37. Eens een gegeven is medegedeeld aan en opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen kunnen de diensten die gemachtigd zijn deze gegevens te raadplegen, het niet rechtstreeks meedelen ervan niet langer ten laste leggen aan betrokkene. Afdeling 6. Inschrijving, wijziging of doorhaling van de onjuiste of ontbrekende gegevens. Art. III.38. § 1. Elke belanghebbende kan bij de beheersdienst de rechtzetting van een onjuist gegeven of de inschrijving van een ontbrekend gegeven in de Kruispuntbank van Ondernemingen aanvragen. Hij deelt ter ondersteuning van dit verzoek alle rechtvaardigende stukken mee. De onderneming die de formaliteiten niet heeft vervuld waartoe ze gehouden is door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie, kan zich niet rechtstreeks tot de beheersdienst wenden voor de rechtzetting of de inschrijving bedoeld in het eerste lid. § 2. Alle diensten die beschikken over een toegang tot de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn ertoe gehouden, zodra ze een onjuist of ontbrekend gegeven vaststellen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, de beheersdienst hiervan op de hoogte te brengen. Ze delen ter ondersteuning van die informatie alle rechtvaardigende stukken mee. § 3. De politieambtenaren van de lokale of federale politie en de ambtenaren gemandateerd door een dienst, een overheid of een bestuur zijn ertoe gehouden, bij de opstelling van een onderzoeksverslag of een proces-verbaal, dat een onjuist of ontbrekend gegeven in de Kruispuntbank van Ondernemingen vaststelt; hiervan een afschrift mee te delen aan de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen. Art. III.39. Wanneer de beheersdienst vaststelt dat het onjuiste of ontbrekende gegeven het gevolg is van een vergissing of een weglating van de dienst die dit gegeven invoert, deelt hij aan deze laatste de aanvraag tot aanpassing mee. De dienst voert, na verificatie, de eventuele aanpassing uit binnen een termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.