📄 Wettekst
24 DECEMBER 1999. - Wet houdende sociale en diverse bepalingen
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kemers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
TITEL II. - Geneeskundige verzorging en uitkeringen HOOFDSTUK I. - Begrotings- en financiële maatregelen Art. 2.In artikel 38 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « de middelen « vervangen door de woorden « de financiële middelen »;2° in het eerste en in het tweede lid, ingevoegd door de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, worden de woorden « van de behoeften » geschrapt;3° in het derde lid, ingevoegd door het
koninklijk besluit van 25 april 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000428
bron
ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen
sluiten6 en gewijzigd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, wordt de eerste zin vervangen door de volgende zin : « De inventarisatie van de wijzigingen van de nodige financiële middelen, vertrekkende van het uitgavenniveau bij constante wetgeving zoals het is opgemaakt door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut, dient in zijn diverse componenten te worden meegedeeld en gerechtvaardigd door de betrokken Overeenkomsten- of Akkoorden- commissies of respectievelijk door de Dienst.». Art. 3.In artikel 39 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden « de behoeften » vervangen door de woorden « de inventaris van de wijzigingen »;2° in het derde lid worden de woorden « de specifieke behoeften » vervangen door de woorden « de nodige financiële middelen ». Art. 4.In artikel 40, §1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, gewijzigd bij de wet van 10 december 1996, worden de woorden « tot en met 2000 » vervangen door de woorden « tot en met 1999 »;2° tussen het tweede en het derde lid wordt het volgend lid ingevoegd : « Voor het jaar 2000 wordt de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling vastgelegd op 500 728,2 miljoen Belgische frank.Vanaf het jaar 2001 wordt dit bedrag jaarlijks verhoogd met een maximale reële groeinorm van 2,5 % ten opzichte van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling van het vorig jaar. » Art. 5.In artikel 51 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2, vierde lid, 1°, wordt vervangen als volgt : « 1° een beding dat, ingeval bedoelde mechanismen ontoereikend zijn of niet in werking worden gesteld, of indien de correctiemaatregelen zoals bedoeld in artikel 51, § 3, niet tijdig worden genomen of indien ze ontoereikend zijn, voorziet in een automatische en onmiddellijk toepasselijke vermindering van de honoraria, prijzen of andere bedragen of van de vergoedingstarieven ingeval van beduidende overschrijding of risico op beduidende overschrijding van de partiële jaarlijkse begrotingsdoelstelling volgens de regels bepaald in het vijfde tot zevende lid »;2° § 2 wordt aangevuld met de volgende leden : « De vermindering, bedoeld in het vierde lid, 1 °, wordt ambtshalve toegepast vanaf de eerste dag van de tweede maand na de maand waarin het in § 3, zesde lid, bedoelde verslag is voorgelegd aan de Algemene Raad, naar aanleiding waarvan deze zich dient uit te spreken over de aard en de hoegrootheid van de door te voeren verminderingen, na advies of op voorstel van de commissie voor Begrotingscontrole.De door de Algemene Raad bepaalde verminderingen komen overeen met de vastgestelde overschrijving op jaarbasis ten opzichte van de partiële begrotingsdoelstelling. De som van de verminderingspercentages die in hetzelfde kalenderjaar worden doorgevoerd kan niet hoger zijn dan 5 % van de hogervermelde honoraria, prijzen, andere bedragen of vergoedingstarieven.
Deze automatische en onmiddellijk toepasselijke verminderingen zijn eveneens van toepassing in een periode waarin er geen overeenkomst of geen akkoord loopt.
Het toepassen van de in 1° bedoelde vermindering kan noch door één van de partijen die de overeenkomst of het akkoord heeft gesloten, noch door de individuele verstrekker die er is tot toegetreden, worden ingeroepen om deze overeenkomst, dit akkoord of deze toetreding op te zeggen. » 3° § 3, laatste lid, wordt opgeheven;4° een § 3bis wordt ingevoegd, luidende : « § 3bis.Na kennis genomen te hebben van het verslag bedoeld in het laatste lid van § 3, neemt de Koning, indien de correctiemaatregelen zoals bedoeld in de §§ 2 en 3, niet tijdig worden genomen of indien ze ontoereikend zijn om de partiële jaarlijkse begrotingsdoelstelling te realiseren, bij een in Ministerraad overlegd besluit correctiemaatregelen, maximaal ten belope van de verwachte overschrijding.
Het nemen van de correctiemaatregelen kan noch door één van de partijen die de overeenkomst of het akkoord heeft gesloten, noch door de individuele verstrekker die er is tot toegetreden, worden ingeroepen om deze overeenkomst, dit akkoord of deze toetreding op te zeggen. » Art. 6.In artikel 56, eerste lid, van dezelfde wet wordt tussen de eerste zin en de tweede zin de volgende zin ingevoegd : « Deze tegemoetkoming kan eveneens worden toegekend voor farmaceutische specialiteiten die een innoverend karakter vertonen, die aan een sociale noodzaak beantwoorden en die een klinische waarde en een doelmatigheid bezitten die wetenschappelijk zijn aangetoond. » Art. 7.Een artikel 62bis, luidend als volgt, wordt in dezelfde wet ingevoegd : « Art. 62bis.De artikelen 61 en 62 worden niet toegepast voor het dienstjaar 1996 en voor het dienstjaar 1998. » Art. 8.Artikel 69, § 5, van dezelfde wet wordt aangevuld met volgende leden : « De Koning kan, binnen het in het vorige lid vermeld globaal budget van de financiële middelen voor de verstrekkingen bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), een c splitsing in deelbudgetten vaststellen voor de farmacotherpeutische klassen die Hij aanwijst.
De Koning bepaalt : 1 ° de regels waaronder de overschrijding van der deelbudgetten kan worden teruggevorderd bij de betrokken producenten, rekening houdend met hun marktaandeel in het jaar van de overschrijding en met alle omstandigheden die aan de overschrijding ten grondslag hebben gelegen; 2° de modaliteiten waaronder de vergoedingsvoorwaarden of de vergoedingsbasis van de betrokken geneesmiddelen kunnen worden aangepast ten belope van de vastgestelde overschrijving van de deelbudgetten.» Art. 9.In artikel 72 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid vervallen de woorden « die een innoverend karakter vertonen overeenkomstig het advies bedoeld in artikel 6quater, tweede lid, van de wet van 25 maart 196 op de geneesmiddelen, » 2° in de eerste zin van het derde lid worden de woorden « of bedrijven » ingevoegd tussen de woorden « bedrijf » en « om de afgesproken volumes »;3° het voorlaatste lid wordt aangevuld met de woorden « en de nadere regels volgens de welke de contracten kenbaar worden gemaakt »;4° het laatste lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « De Koning kan voor de specialiteiten die het voorwerp uitmaken van een contract bepalen welke bepalingen van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten niet van toepassing zijn tijdens de looptijd van het contract.Hij bepaalt hoe, na afloop van het contract, de specialiteiten die er het voorwerp van uitmaakten opnieuw aan bedoelde bepalingen worden onderworpen. « Art. 10.In artikel 191, eerste lid, 15°, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 ° het derde lid, gewijzigd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, wordt vervangen als volgt : « Voor 1995, 1996, 1998, 1999 en 2000 worden de bedragen van die heffingen respectievelijk vastgesteld op 2 %, 3 %, 4 %, 4 % en 4 %van de omzet die respectievelijk in 1994, 1995, 1997, 1998 en 1999 is verwezenlijkt. »; 2° in het vijfde lid, gewijzigd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, wordt de laatste zin vervangen als volgt : « Voor 1995, 1996, 1998, 1999 en 2000, dienen ze respectievelijk te worden ingediend voor 1 februari 1996, 1 november 1996, 1 maart 1999, 1 april 1999 en 1 mei 2000.»; 3° het zesde lid, gewijzigd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, wordt vervangen als volgt : « Voor de jaren 1995, 1996, 1998, 1999 en 2000, dient de heffing respectievelijk gestort te worden voor 1 maart 1996, 1 december 1996, 1 april 1999, 1 mei 1999 en 1 juni 2000 op rekening nr.001 -1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding, volgens het betrokken jaar : « heffing omzet 1994 », « heffing omzet 1995 In « heffing omzet 1997 Inheffing omzet 1998 » of heffing omzet 1999 ». 4° het laatste lid, gewijzigd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « De ontvangsten die voortvloeien uit de voornoemde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 1995 voor de heffing omzet 1994, 1996 voor de heffing omzet 1995, 1998 voor de heffing omzet 1997 en 2000 voor de heffing omzet 1999.» Art. 11.Artikel 191, eerste lid, 15°bis, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd door de
wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, wordt vervangen als volgt : « Voor het jaar 2000 wordt het bedrag van de heffing vastgesteld op 2 % van de omzet verwezenlijkt in het jaar 1999. » Art. 12.In artikel 191, eerste lid, 15°ter, van dezelfde wet, ingevoegd door de
wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000428
bron
ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 ° in het eerste lid wordt het woord « 1999 » vervangen door het woord « 2000 » en worden de woorden « in 1998 » vervangen door de woorden « in 1999 »; 2° in het tweede lid worden de woorden « voor 1 november 1999 » vervangen door de woorden « voor 1 november 2000 »;3° het derde lid wordt vervangen als volgt : « De heffing dient te worden gestort v66r 1 december 2000 op rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding, « aanvullende heffing omzet 1999.»; 4° in het laatste lid wordt het woord « 1999 » vervangen door het woord « 2000 ». Art. 13.Artikel 191, eerste lid, 15°ter, van dezelfde wet, ingevoegd door de
wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000428
bron
ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen
sluiten, wordt aangevuld als volgt : « De heffing bedoeld in artikel 191, eerste lid, 15°ter, is verschuldigd als op basis van een rapport van de Algemene Raad, na advies van de Commissie voor begrotingscontrole, wordt vastgesteld dat het partieel begrotingsobjectief inzake farmaceutische specialiteiten en gelijkgestelde producten wordt overschreden of dreigt overschreden te worden door het bestaan van een beduidend risico op overschrijding van de partiële begrotingsdoelstelling inzake farmaceutische specialiteiten en gelijkgestelde producten. De Koning stelt vast, op basis van het voornoemde rapport dat uiterlijk op 15 juli 2000 aan de minister van Sociale Zaken wordt overgemaakt, of aan deze voorwaarden is voldaan. » Art. 14.Artikel 191, eerste lid, 7°, eerste lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld als volgt : « Deze inhouding wordt eveneens verricht op het voordeel dat het pensioen vervangt of aanvult en dat wordt toegekend aan een zelfstandige krachtens een collectieve overeenkomst of een individuele toezegging van een pensioen afgesloten door de onderneming. » Art. 15.In artikel 191, eerste lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 ° een 10°bis wordt ingevoegd, luidende : « 10°bis. Vanaf 1 januari 1997 100 % van de financiële interesten op het afzonderlijke deel, bonifonds genoemd, van het in artikel 199, § 1, bedoelde reservefonds, dat wordt gestijfd door het in artikel 198, § 2, bedoeld gedeelte van het boni; »; 2° een 10°ter wordt ingevoegd, luidende : « 10°ter.Vanaf 1 januari 1997 100 % van de financiële interesten op het afzonderlijke deel, bijdragenfonds genoemd, van het in artikel 199, § 1, bedoelde reservefonds dat wordt gestijfd door een bijdrage van de gerechtigden en/of door een storting uit de eigen middelen van de verzekeringsinstelling, bedoeld in artikel 199, § 2, tweede en derde lid; »; 3° het lid wordt aangevuld als volgt : « 25° de bedragen die worden gestort met toepassing van het koninklijk besluit van 31 januari 1997 tot uitvoering van de artikelen 4, vijfde lid, en 16 van het koninklijk besluit van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden, met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49 van de wet van 26 juli 1996 houdende de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, als bijdrage van de sociale-zekerheidsinstellingen in de financiering van de kaart, bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van het voormelde koninklijk besluit van 31 januari 1997.» Art. 16.Artikel 199, § 2, tweede en derde lid, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « Het bijzonder reservefonds wordt gestijfd door het in artikel 198, § 2, bedoelde deel van het boni en/of door 80 % van de financiële interesten, bedoeld in artikel 191, eerste lid, 1 0°bis, op het fonds van de boni's en/of door een bijdrage van de gerechtigden en/of door een storting uit de eigen middelen van de verzekeringsinstelling.
In dat fonds worden eensdeels de ontvangsten uit de boni's, bedoeld in artikel 198, § 2, en/of uit de 80 % van de financiële interesten, bedoeld in artikel 191, eerste lid, 10°bis, op het fonds van de boni's, en anderdeels de andere middelen, bedoeld in het vorige lid, op verschillende rekeningen geboekt. Art. 17.Artikel 195, § 3, van dezelfde wet, wordt aangevuld met het volgende lid : « Met ingang van 1 januari 1997 wordt 20 % van de financiële interesten, bedoeld in artikel 191, eerste lid, 10°bis, toegevoegd aan de administratiekosten van de verzekeringsinstellingen. » Art. 18.Artikel 43 van de programmawet van 24 december 1993, wordt aangevuld als volgt : « § 6. De gegevens die noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit artikel worden door de verzekeringsinstellingen, de Hulp- en voorzorgskas voor zeevarenden en de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid aan de Kruispuntbank voor de sociale zekerheid overgemaakt op magnetische drager. De Kruispuntbank voor de sociale zekerheid groepeert de gegevens uitgaande van de verzekeringsinstellingen, de Hulp- en voorzorgskas voor zeevarenden en de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid en maakt deze gegroepeerde gegevens over aan de administratie der Directe Belastingen op magnetische drager.
Voor de gegevens op magnetische drager die door de administratie der Directe Belastingen niet kon worden verwerkt, wordt voorzien in een manuele procedure. In deze procedure sturen de verzekeringsinstellingen, de Hulp- en voorzorgskas voor zeevarenden en de Dienst voor de overzeese sociale zekerheid een papieren attest aan de rechthebbenden met de gegevens die noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit artikel. De rechthebbenden maken dit attest over aan de administratie der Directe Belastingen.
Deze manuele procedure wordt eveneens toegepast voor het corrigeren van gegevens die eerder werden overgemaakt, ofwel via magnetische drager, ofwel via een papieren attest.
Vanaf 1999 wordt de manuele procedure niet toegepast indien het bedrag aan persoonlijke aandelen voor de tijdens een kalenderjaar terugbetaalde verstrekkingen kleiner is dan 500 Belgische frank. § 7. § 6 van dit artikel is voor de eerste maal van toepassing op de tijdens het jaar 1994 vergoede verstrekkingen waarvoor daadwerkelijk door de rechthebbenden een persoonlijk aandeel ten laste is genomen). Art. 19.Artikel 36, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij het
koninklijk besluit van 25 april 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000428
bron
ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen
sluiten6, wordt aangevuld met het volgende lid : « De Koning kan volgens de hiervoren bedoelde procedure, de regels vaststellen voor de financiering van de werking van de organen die instaan voor de organisatie van de accreditering enerzijds, en van de lokale kwaliteitsgroepen anderzijds. Hij kan de voorwaarden bepalen waaronder het door Hem te bepalen deel van de forfaitaire tegemoetkoming bedoeld in artikel 50, § 6, laatste lid, wordt aangewend voor die financiering ». HOOFDSTUK II. - Vereenvoudiging van structuren en procedures Art. 20.Artikel 18, vijfde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, wordt aangevuld als volgt : « Hiertoe stelt de Dienst voor geneeskundige verzorging om de drie maanden een overzichtsnota op met de wijzigingen aan de lijst, gevoegd bij het koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden waaronder tegemoetkoming wordt verleend in de geneeskundige verstrekkingen bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c). » Art. 21.Artikel 23, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten wordt aangevuld met het volgende lid : « De Koning bepaalt de voorwaarden en de regels volgens dewelke de tenlasteneming van de programma's en verstrekkingen inzake revalidatie en herscholing en de verstrekkingen verricht door medisch-pediatrische centra gebeurt zonder beslissing van het college van geneesheren-directeurs of van de adviserend geneesheer. » Art. 22.In artikel 25 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, eerste lid, worden de woorden « opgenomen in de nomenclatuur, bedoeld in artikel 35, § 1, » vervangen door de woorden « vergoedbaar door de verzekering voor geneeskundige verzorging »;2° § 2 wordt aangevuld met de volgende leden : « De Koning kan voor verzekerden die aangetast zijn door specifieke zeldzame aandoeningen die een continue verzorging noodzaken, de voorwaarden bepalen waarin de bevoegdheid van het college voor het verlenen van tegemoetkomingen in de kosten, wordt overgedragen aan de verzekeringsinstellingen. Het college stelt vast wat onder een « specifieke zeldzame aandoening die continue verzorging noodzaakt » moet worden verstaan en dat de verstrekkingen waarvoor een tegemoetkoming wordt gevraagd voldoen aan de in het eerste lid, 1° tot 5° bepaalde voorwaarden.
In deze gevallen bepaalt het college ook de gegevens die de verzekeringsinstellingen hem driemaandelijks moeten toezenden alsook de modaliteiten van deze toezending teneinde onder meer de evolutie van de uitgaven van het Bijzonder Solidariteitsfonds te kunnen volgen. »; 3° een § 2bis wordt ingevoegd, luidende : « § 2bis.Het college van geneesheren-directeurs maakt, telkens binnen de eerste drie maanden van het kalenderjaar, een rapport op met een inventaris van de beslissingen en hun motivering.
In dit rapport kunnen ook voorstellen of suggesties tot verbetering of aanpassing van de verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen. » Art. 23.In artikel 22, eerste lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het 4°, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995 en van 25 januari 1999 en bij het
koninklijk besluit van 25 april 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000428
bron
ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen
sluiten6, wordt vervangen als volgt : « 4° beslist over het doorsturen aan de minister van de voorstellen tot wijziging van de in de artikelen 23, § 2, en 35, § 1, bedoelde nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, behoudens wanneer het gaat om een voorstel uitgewerkt door de minister overeenkomstig artikel 35, § 2, 3°, en wanneer het gaat om een voorstel uitgewerkt overeenkomstig artikel 35, § 3, in welke gevallen de voorstellen steeds moeten worden doorgestuurd naar de minister. Het Verzekeringscomité neemt zijn beslissing na advies van de Commissie voor begrotingscontrole, uitgebracht uiterlijk binnen de maand na het gelijktijdig door sturen aan het Verzekeringscomité en aan de Commissie voor begrotingscontrole van de betrokken nomenclatuurwijzigingen. Bij ontstentenis van een advies binnen de voornoemde termijn van een maand, wordt het advies geacht gegeven te zijn. Het Verzekeringscomité kan de vorenbedoelde voorstellen tot wijziging van de nomenclatuur aanpassen, vooraleer ze door te sturen aan de minister, indien alle aanwezige stemgerechtigde leden van het Verzekeringscomité hun akkoord betuigen met deze aanpassing.
Indien het evenwel gaat om de in artikel 35, § 3, bedoelde nomenclatuurwijzigingen, is het advies van de Commissie voor begrotingscontrole niet vereist. De voorstellen of adviezen uitgewerkt overeenkomstig artikel 35, § 3, die aan het Verzekeringscomité worden toegezonden, kunnen door het Verzekeringscomité niet worden aangepast; het Verzekeringscomité kan deze voorstellen of adviezen evenwel aanvullen met een eigen advies, vooraleer ze naar de minister door te sturen. »; 2° een 4°bis wordt ingevoegd, luidende : « 4°bis.Stelt de interpretatieregels betreffende de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen vast op basis van de voorstellen bedoeld in artikel 27, derde lid, en stelt de datum van inwerkingtreding ervan vast. Deze interpretatieregels worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. » Art. 24.Artikel 23, § 4, eerste lid, van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 25.In artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten : 1° wordt het derde lid vervangen door het volgende lid : « Die Raden en de Raden ingesteld in uitvoering van artikel 29 zijn bevoegd om aan het Verzekeringscomité voorstellen van interpretatieregels betreffende de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen te doen.Voor verstrekkingen verleend door de personen die behoren tot beroepen waarvoor geen technische raad bestaat, wordt deze bevoegdheid uitgeoefend door de overeenstemmende Overeenkomstencommissie. »; 2° wordt het vierde lid vervangen door het volgende lid : « Elk voorstel of advies, bedoeld in het tweede lid, moet het voorwerp uitmaken van een advies van de Dienst voor geneeskundige controle, met uitzondering van de voorstellen of adviezen van de Technische Raad voor farmaceutische specialiteiten en de voorstellen of adviezen van de Technisch Farmaceutische Raad die louter betrekking hebben op de vaststelling van bases van tegemoetkoming.Dat advies wordt geformuleerd tijdens de vergadering van de Technische Raad of, bij ontstentenis van een Technische Raad, tijdens de vergadering van de Overeenkomstencommissie. In gemotiveerde uitzonderingsgevallen zal dat advies schriftelijk worden geformuleerd binnen vijf werkdagen die volgen op de dag van de vergadering van de Technische Raad of de Overeenkomstencommissie. Dat advies wordt geacht te zijn gegeven door de Dienst voor geneeskundige controle indien het niet is geformuleerd binnen de voormelde termijn van vijf dagen. » Art. 26.In artikel 28 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In § 1 wordt de laatste zin als volgt vervangen : « Een personeelslid van de Dienst voor geneeskundige controle aangewezen door de leidende ambtenaar van die Dienst, woont met een raadgevende stem de vergaderingen bij van de Technische Raad bedoeld in artikel 27, eerste lid, of bij ontstentenis van een Technische Raad, van de Overeenkomstencommissies bedoeld in artikel 26, wanneer die organen hun advies- of voorstelbevoegdheid uitoefenen in het kader van de procedure tot wijziging van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.» 2° § 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.De in artikel 27, tweede lid, bepaalde voorstellen of adviezen van die Technische Raden worden door hun voorzitter meegedeeld aan de overeenstemmende Overeenkomsten- of Akkoordencommissie. Behoudens wanneer de in artikel 48 bedoelde Commissie voor de overeenkomst met de apothekers zelf een verzoek of een voorstel richt tot de technische raad voor farmaceutische specialiteiten, worden de in artikel 35, § 3, bedoelde voorstellen of adviezen niet meegedeeld aan deze Overeenkomstencommissie. » Art. 27.In artikel 30 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden « per zorgverlener » vervangen door « per zorgverlener, per voorschrijver van verzorging, per plaats waar de verstrekkingen worden verricht, per verplegingsinstelling en per anoniem ziekenhuisverblijf »;2° een derde lid wordt ingevoegd, luidende : « Het Instituut is ertoe gemachtigd de voormelde profielen te analyseren met het oog op een evaluatie ervan enerzijds, en met het oog op de uitwerking van nieuwe vergoedingswijzen voor de verleende verzorging en de afgeleverde producten, anderzijds.De resultaten van deze analyses worden meegedeeld aan de betrokken Profielcommissies, en onder de door de Koning te bepalen modaliteiten en voorwaarden, aan andere organen, Commissies en personen. » Art. 28.In artikel 34, eerste lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 ° in 15° vervallen de woorden « van moedermelk, » 2° het 19°, ingevoegd door de wet van 20 december 1995, wordt vervangen als volgt : « 19° het verstrekken van moedermelk, dieetvoeding voor medisch gebruik en parenterale voeding;». Art. 29.In artikel 34, eerste lid, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 ° het 16° wordt opgeheven. 2° het 20°, ingevoegd door de wet van 20 december 1995, wordt vervangen als volgt : « 20° het verstrekken van medische hulpmiddelen met uitzondering van die bedoeld onder 4°;». Art. 30.In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, de koninklijke besluiten var 23 december 1996 en 25 april 1997 en de wetten van 22 februari 1998 en 25 januari 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 ° § 1, tweede lid, wordt aangevuld als volgt : « Deze herziening kan gebeuren voor een therapeutische klasse of groep van geneesmiddelen volgens de Anatomical Therapeutical Chemical Classification vastgesteld onder de verantwoordelijkheid van het WHO Collaborating Centre for Drug Statistics Methodology of voor een afzonderlijk geneesmiddel. »; 2° § 1 wordt aangevuld met het volgende lid : « De terugbetaling van de in artikel 34, eerste lid, 5°, bedoelde verstrekkingen kan worden onderworpen aan een machtiging van de adviserende geneesheer.De Koning kan eveneens de voorwaarden vastleggen waaronder de adviserende geneesheer gemachtigd is om na te gaan of de afgeleverde verstrekkingen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5° die aanleiding hebben gegeven tot vergoeding, door de verstrekker werden voorgeschreven overeenkomstig de vastgestelde vergoedingsvoorwaarde. De Koning bepaalt de wijze waarop de zorgverstrekker beroep kan instellen tegen de beslissingen van de adviserend geneesheer. »; 3° in § 3, 1°, worden in het eerste lid de woorden « en de Commissie voor begrotingscontrole » geschrapt;4° § 3, 1 °, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « Het Verzekeringscomité stuurt de voorstellen die werden bezorgd door de Technische Raad voor farmaceutische specialiteiten, eventueel aangevuld met een eigen advies, door aan de minister;»; 5° in § 3, 2°, tweede lid, worden de woorden « en aan de Commissie voor begrotingscontrole » geschrapt en wordt de volgende zin toegevoegd : « Het Verzekeringscomité stuurt dat voorstel, eventueel aangevuld met een eigen advies, door aan de minister;»; 6° in § 3, 3°, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd : « Dat advies wordt meegedeeld aan het Verzekeringcomité.Het Verzekeringscomité stuurt dat advies, eventueel aangevuld met een eigen advies, door aan de minister; »; 7° in § 3, 5°, worden in het eerste lid de woorden « en aan de Commissie voor begrotingscontrole » geschrapt, en wordt het volgende lid toegevoegd : « Het Verzekeringscomité stuurt dit voorstel, eventueel aangevuld met een eigen advies, door aan de minister;». Art. 31.In artikel 37 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, de koninklijke besluiten val 12 december 1996, 21 februari 1997 en 16 april 1997 en de wetten van 22 februari 1998, 25 januari 1999 en 3 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 ° in § 1, tweede lid, worden de woorden « 7° tot 12' en 16° » vervangen door de woorden « 7° tot 11°, 16° en 20° »; 2° in § 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd : « De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het persoonlijk aandeel voor de in artikel 34, eerste lid, 5°, c), bedoelde verstrekkingen verminderen »;3° in § 2 wordt het tweede lid dat het derde lid wordt, vervangen door volgende bepaling : « De Koning bepaalt onder welke voorwaarden hel persoonlijk aandeel kan worden afgeschaft of verminderd voor in § 1, tweede lid, en § 19, bedoelde rechthebbenden op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming.»; 4° in § 8 vervallen de woorden « en 16° »;5° § 14bis wordt vervangen als volgt : « De Koning omschrijft de in artikel 34, eerste lid, 19°, bedoelde verstrekkingen en de voorwaarden waaronder de verzekering voor geneeskundige verzorging tegemoetkomt in de kosten van deze verstrekkingen.Hij stelt de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging vast voor deze verstrekkingen. »; 6° in § 19, eerste lid, 6°, ingevoegd bij de
wet van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/05/1999
pub.
04/05/1999
numac
1999021210
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende budgettaire en diverse bepalingen
sluiten, worden de woorden « en de personen die te hunnen laste zijn ingeschreven » ingevoegd tussen het woord « zijn, » en het woord « overeenkomstig »;7° § 19, tweede lid, ingevoegd bij de
wet van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/05/1999
pub.
04/05/1999
numac
1999021210
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende budgettaire en diverse bepalingen
sluiten, wordt aangevuld als volgt : « alsmede de eventuele voorwaarden voor de gelijkstelling van de tijdvakken van arbeidsongeschiktheid en van korte arbeidshervatting met die tijdvakken van werkloosheid voor de toepassing van deze paragraaf.» Art. 32.Artikel 31 van deze wet, voor zover het artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wijzigt, treedt in werking met ingang van 14 mei 1999. Art. 33.Artikel 53 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt aangevuld met het volgende lid : « De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden vaststellen waaronder, en de gevallen waarin, een betalingsverplichting van de verzekeringstegemoetkoming door de verzekeringsinstelling geldt ten aanzien van bepaalde categorieën van zorgverleners, die het bewijs leveren dat ze de sociale identiteitskaart van de sociaal verzekerden hebben gebruikt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een sociale identiteitskaart ten behoeve van de sociaal verzekerden, met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49 van de wet van 26 juli 1996 houdende de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de wettelijke pensioenstelsels en die de derdebetalersregeling hebben toegepast overeenkomstig de verzekerbaarheidsgegevens die op de sociale identiteitskaart voorkomen. Deze betalingsverplichting geldt slechts ten aanzien van de zorgverleners die de wets- of verordeningsbepalingen hebben nageleefd; de voornoemde betalingsverplichting ten aanzien van de zorgverleners doet bovendien niets af aan de mogelijkheid om tegemoetkomingen die ten onrechte zouden zijn verleend, terug te vorderen van de verzekerde, overeenkomstig de bepalingen van artikel 164. » Art. 34.In artikel 57 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, het
koninklijk besluit van 25 april 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000428
bron
ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen
sluiten6 en de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 : - wordt de eerste zin vervangen door de volgende zin : « De Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen doet hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de minister, voorstellen betreffende de regels voor de berekening van de in § 1 bedoelde forfaits.»; - worden in de tweede zin de woorden « Zo bil paalt de Commissie onder meer : « vervangen door de woorden « Zo doet de Commissie voorstellen met hu oog op het vaststellen van onder meer » ; - wordt de laatste zin vervangen als volgt : « De Koning kan de regels voor de berekening van de in § 1 bedoelde forfaits vaststellen. »; 2° § 3 wordt vervangen ais volgt : « § 3.Als de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen niet op verzoek van de minister binnen dertig dagen na de datum van dat verzoek voorstellen heel geformuleerd, of als het met het voorstel van de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen niet mogelijk is binnen de perken te blijven van de globale begroting van de financiële middelen die voor het hele Rijk is vastgesteld voor de verstrekkingen inzake klinische biologie voor in een ziekenhuis opgenomen patiënten zoals bedoeld in artikel 59, of als het voorstel niet beantwoordt aan de doelstellingen van de forfaitaire honorering, kan de minister zelf een voorstel formuleren dat hij voor advies voorlegt aan de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen. Het advies van de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen moet bij de minister toekomen binnen een termijn van dertig dagen na de datum van het verzoek van de minister. Indien het advies niet binnen de voormelde termijn bij de minister toekomt, wordt het verondersteld gegeven te zijn.
Na afloop van de voormelde procedure stelt de Koning de regels vast. » Art. 35.In artikel 60 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 25 januari 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
25/01/1999
pub.
06/02/1999
numac
1999021025
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3 wordt vervangen als volgt : « § 3.De Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen doet, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de minister, voorstellen betreffende de wijze waarop het in § 2 bedoeld forfait wordt vastgesteld, de regels voor de berekening ervan, de modaliteiten inzake de betaling ervan en alle andere bepalingen op grond waarvan het forfait mag worden toegepast.
De Koning kan regels vaststellen volgens welke dat forfait kan worden toegepast. »; 2° § 4 wordt vervangen als volgt : « § 4.Als de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen, ingevolge een verzoek van de minister, niet binnen dertig dagen na de datum van dat verzoek voorstellen heeft geformuleerd of als het met het voorstel van de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen niet mogelijk is binnen de perken te blijven van de globale begroting van de financiële middelen die voor het hele Rijk is vastgesteld voor de verstrekkingen inzake klinische biologie voor in een ziekenhuis opgenomen patiënten, zoals bedoeld in artikel 59, of als het voorstel niet beantwoordt aan de doelstellingen van de forfaitaire honorering, kan de minister zelf een voorstel formuleren dat hij voor advies voorlegt aan de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen. Het advies van de Nationale Commissie geneesheren-ziekenfondsen moet bij de minister toekomen binnen een termijn van dertig dagen na de datum van het verzoek van de minister. Indien het advies niet binnen de voormelde termijn bij de minister toekomt, wordt het verondersteld gegeven te zijn.
Na afloop van de voormelde procedure stelt de Koning de regels vast. » Art. 36.Artikel 76 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, wordt aangevuld met het volgend lid : « De kinesitherapeuten, de logopedisten, de verpleegkundigen, de vroedvrouwen en de paramedische medewerkers die aan de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging verstrekkingen uit de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen aanrekenen moeten aan de dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut elke wijziging meedelen in de elementen van hun inschrijvings- of erkenningsdossier bij het Instituut. Het dossier van de betrokken zorgverlener kan door de Dienst voor geneeskundige verzorging worden gesloten zolang de zorgverlener die verplichting niet nakomt. De minister bepaalt de elementen van het dossier waarvoor die verplichting geldt, alsmede de administratieve modaliteiten betreffende de sluiting van het dossier en de eventuele heropening van een gesloten dossier. » Art. 37.In artikel 168, vierde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, worden de woorden « eerste lid, » ingevoegd tussen de woorden « artikel 76, » en de woorden « wordt de administratieve geldboete ». Art. 38.Artikel 213 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3. Als in deze wet uitdrukkelijk voorzien is in het advies van het Verzekeringscomité of van de Algemene Raad alvorens een koninklijk of ministerieel besluit kan worden genomen, moet dat advies worden uitgebracht, ook indien door de minister de dringende noodzakelijkheid wordt ingeroepen die afdoende wordt gemotiveerd. In dat geval wordt de voorzitter van het Verzekeringscomité of van de Algemene Raad hiervan in kennis gesteld en moet het advies worden uitgebracht binnen een periode van acht dagen, waarna het advies wordt geacht gegeven te zijn. » Art. 39.Artikel 22, eerste lid, 7°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, wordt opgeheven. Art. 40.Artikel 127, § 1, b), van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/02/1998
pub.
03/03/1998
numac
1998021087
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende sociale bepalingen
sluiten, wordt vervangen als volgt : « b) tot iedere zorgverlener die de in artikel 34, eerste lid, 1°, b), bedoelde verstrekkingen mag verlenen en is ingeschreven op de door de dienst voor geneeskundige verzorging van het instituut opgemaakte lijst, of die de in artikel 34, eerste lid, 1°, c), 4° en 7°bis, bedoelde verstrekkingen mag verlenen en is ingeschreven op de in artikel 215, § 2, bedoelde lijst; ». Art. 41.Artikel 215, § 2, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « § 2. De erkenningsraden, waarvan de zittingen besloten zijn, zijn belast met het opmaken van de lijst van de personen die ze erkennen volgens de criteria die inzake bevoegdheid en uitoefening van het beroep door de Koning zijn vastgesteld. Vanuit dat oogpunt kunnen ze te allen tijde de erkenning schorsen of intrekken van een erkende zorgverlener die een feit heeft gepleegd dat ze als een tekortkoming in de uitoefening van het beroep beschouwen. Ze kunnen de uitvoering van die sancties opschorten gedurende de door hen te bepalen termijn tussen zes maanden en drie jaar, op voorwaarde dat de betrokken zorgverlener niet al een eerste gelijkaardige sanctie opgelegd heeft gekregen. De raden kunnen, in geval van een lichte overtreding, de zorgverlener ervan verwittigen dat de door hem gepleegde feiten als een tekortkoming in de uitoefening van het beroep worden beschouwd, zonder te beslissen voor die feiten een sanctie, namelijk de schorsing of de intrekking van de erkenning, op te leggen. De raad kan in geval van uitstel van intrekking van de erkenning eveneens proefmaatregelen voorstellen, met name dat het technisch bevoegdheidsexamen opnieuw moet worden afgelegd in de gevallen waarin het afleggen van een dergelijk examen vereist is voor het verkrijgen van de erkenning. De bedoelde zorgverleners worden vooraf in hun verweermiddelen gehoord.
Ze moeten niet worden gehoord als ze zich na een tweede oproeping niet aanmelden. De opgeroepen zorgverlener mag zich door een of meer raadslieden laten bijstaan. » HOOFDSTUK III. - Maatregelen inzake controle en sancties Art. 42.Artikel 63 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000428
bron
ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen
sluiten0, wordt aangevuld met de volgende leden : « De Koning kan bepalen welke informatie de laboratoria voor klinische biologie aan de dienst voor geneeskundige verzorging van het instituut moeten verstrekken betreffende de voorschriften en de verstrekkingen inzake klinische biologie voor niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden; in dat geval stelt hij de nadere regels vast volgens welke die informatie wordt meegedeeld.
De Koning kan ook bepalen onder welke voorwaarden een administratieve geldboete van 5 000 Belgische frank tot 100 000 Belgische frank door de leidend ambtenaar van de dienst voor geneeskundige verzorging wordt opgelegd aan de laboratoria voor klinische biologie die de in het vorige lid bedoelde informatie niet meedelen of de regels betreffende het meedelen niet naleven. De geldboete wordt door het instituut geïnd. » Art. 43.In artikel 67 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 21 december 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000428
bron
ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen
sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 ° de huidige tekst wordt voorafgegaan door « § 1 »; 2° een § 2 wordt ingevoegd, luidende : « § 2.De Koning kan, op gezamenlijk voorstel van de ministers die de Sociale Zaken en de Volksgezondheid onder hun bevoegdheid hebben, ook een percentage vaststellen van het in artikel 59 bedoeld globaal budget, dat wordt bestemd om de kosten te dekken van de kwaliteitscontrole bedoeld in artikel 63. » Art. 44.Artikel 146, vierde lid, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende leden : « De dienst voor geneeskundige controle gaat over tot iedere onderzoeking of bevinding, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van zijn comité of op behoorlijk gemotiveerd verzoek van de minister, één van de bijzondere diensten van het instituut, de verzekeringsinstellingen of een in het comité van de dienst voor geneeskundige controle vertegenwoordigde beroepsorganisatie. In het raam van de controle op de verzekering voor geneeskundige verzorging, maakt de dienst voor geneeskundige controle de opmerkingen en waarschuwingen die hij nuttig acht ten aanzien van de personen en inrichtingen die gemachtigd zijn om geneeskundige verstrekkingen te verlenen.
Onder voorbehoud van de bevoegdheid die krachtens artikel 156 aan de beperkte kamers is toegekend, kan hij hen uitnodigen om vrijwillig de waarde van de onrechtmatig ontvangen verstrekkingen terug te betalen.
De zo verkregen terugbetalingen worden gestort op de rekening van het instituut en als inkomsten van de verzekering voor geneeskundige verzorging geboekt. » Art. 45.In artikel 156, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden « het vorig lid » vervangen door de woorden « het eerste lid ». Art. 46.In artikel 164 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 ° Het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 146 en 156, is hij die, ten gevolge van een vergissing of bedrog, ten onrechte prestaties heeft ontvangen van de verzekering voor geneeskundige verzorging, van de uitkeringsverzekering of van de moederschapsverzekering, verplicht de waarde ervan te vergoeden aan de verzekeringsinstelling die ze heeft verleend. De waarde van de aan een rechthebbende ten onrechte uitgekeerde prestaties wordt terugbetaald door de zorgverlener, die niet over de vereiste kwalificatie beschikt of zich niet aan de wets- of verordeningsbepalingen heeft gehouden.
Indien evenwel de erelonen met betrekking tot de ten onrechte uitgekeerde prestaties niet werden betaald, zijn de zorgverlener en de rechthebbende aan wie de verzorging werd verstrekt hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de ten onrechte uitgekeerde prestaties. De prestaties vermeld op getuigschriften, facturen of magnetische dragers, die niet werden ingediend of verbeterd overeenkomstig de in de terzake door de Koning of bij verordening vastgestelde modaliteiten, worden beschouwd als ten onrechte uitgekeerde prestaties en dienen derhalve te worden terugbetaald door de betrokken zorgverlener, dienst of inrichting. » 2° Het vierde lid wordt vervangen als volgt : « Onder voorbehoud van de toepassing van artikelen 146 en 156, worden alle ten onrechte betaalde prestaties op een bijzondere rekening geboekt.Die prestaties worden teruggevorderd door de verzekeringsinstelling die ze heeft toegekend binnen de door de Koning bepaalde termijnen en met alle middelen, de gerechtelijke inbegrepen. » Art. 47.Artikel 191, eerste lid, 17°, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « 17° de opbrengst van de in de artikelen 146, 156 en 157 bedoelde terugvorderingen. De Koning bepaalt de regels volgens welke het gedeelte van die inkomsten kan worden vastgesteld dat bestemd is voor de financiering van de verzekering voor geneeskundige verzorging van de regeling voor de zelfstandigen. » Art. 48.In artikel 164, van dezelfde wet wordt, tussen het vierde en het vijfde lid, volgend lid ingevoegd : « De administratie van de BTW, Registratie en Domeinen kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, belast worden met de invordering van de ten onrechte betaalde prestaties waarvan het niet terugvorderen als gewettigd is beschouwd zoals bedoeld in artikel 194, § 1, b). » Art. 49.Artikel 191, eerste lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld als volgt : « 26° de sommen ingevorderd door de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een terugvordering bedoeld in artikel 164. » Art. 50.In artikel 168 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1 ° het vijfde en het zesde lid worden vervangen als volgt : « De verantwoordelijke personen van de erkende rustoorden voor bejaarden en de erkende rust- en verzorgingstehuizen die de aanvragen om tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging hebben ondertekend en de aanwezigheidsnormen voor het personeel en/of de normen voor de bezoldigingsvoorwaarden van dat personeel niet naleven, welke normen zijn vastgesteld krachtens de bepalingen van artikel 37, § 12, worden gestraft met een administratieve geldboete. »; 2° in het achtste lid worden de woorden « het bedrag van de geldboeten waarvan het maximum niet hoger mag liggen dan 50 % van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor de litigieuze periode, » ingevoegd tussen het woord « bepaalt » en de woorden « de nadere regels ». Art. 51.Artikel 191, eerste lid, 13°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, wordt vervangen als volgt : « 13° de opbrengst van een bijdrage op de premies of van een inhouding, verricht op de extra-legale verstrekkingen inzake hospitalisatieverzekering ten behoeve van de rechthebbenden van deze gecoördineerde wet. De delen van premies of prestaties die betrekking hebben op bijkomende risico's en die gedekt zijn door de hospitalisatieverzekering, zijn eveneens aan de bijdrage of inhouding onderworpen.
De Koning bepaalt, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de toepassingsmodaliteiten van deze bepaling inzonderheid de verdeling van de opbrengst en het gedeelte ervan dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen van verzekering voor geneeskundige verzorging; ». Art. 52.Artikel 191 van dezelfde wet, laatst gewijzigd door de
wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000428
bron
ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen
sluiten, wordt aangevuld met een derde lid, luidende : « In afwijking van artikel 21bis van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, heeft het instituut het recht om, in het kader van haar controleopdracht, op de inning van aanvullende bedragen of premies, ontvangsten en inhoudingen vermeld in het eerste lid, 8°, 9° en 13°, informatie te krijgen van de Controledienst voor de verzekeringen. » Art. 53.Artikel 191 van dezelfde wet, laatst gewijzigd door de
wet van 4 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
12/06/1999
numac
1999003331
bron
ministerie van financien
Wet houdende diverse fiscale bepalingen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
29/05/1999
numac
1999003343
bron
ministerie van financien
Wet houdende bepalingen inzake accijnzen
type
wet
prom.
04/05/1999
pub.
28/07/1999
numac
1999000428
bron
ministerie van binnenlandse zaken, ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu en ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen
sluiten, wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : « De aanvullende bijdragen of premies, de ontvangsten en inhoudingen, verschuldigd krachtens het eerste lid, 8°, 9° en 13°, kunnen worden geïnd door tussenkomst van de administratie van de Belasting over de toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. » HOOFDSTUK IV. - Diverse bepalingen Art. 54.In artikel 17 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt aangevuld als volgt : « 7° de voorzitter van de afdeling financiering van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen bedoeld in artikel 19, eerste lid, c), van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, als werkend lid en een lid van dezelfde raad als plaatsvervangend lid.»; 2° in het vierde lid wordt tussen de tweede en de derde zin de volgende zin ingevoegd : « De Koning benoemt de onder het tweede lid, 7°, bedoelde leden na advies van de Nationale Raad voor ziekenhuisvoorzieningen.» Art. 55.In artikel 2 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in m) worden de woorden « de verpleegkundigen, de kinesitherapeuten geschrapt;2° in n) worden na het woord « geneeskunst » de woorden « de kinesitherapeuten, de verpleegkundigen, » ingevoegd. Art. 56.In artikel 21, § 1, e), van dezelfde wet worden na de woorden « vertegenwoordigers van de » de woorden « kinesitherapeuten, verpleegkundigen en » ingevoegd. Art. 57.In artikel 24, § 2, 5°, van dezelfde wet worden na de woorden « beroepsorganisaties van de » de woorden « kinesitherapeuten, verpleegkundigen en » ingevoegd. Art. 58.In artikel 49, § 5, derde lid, van dezelfde wet worden na het woord « vroedvrouwen » de woorden « kinesitherapeuten, verpleegkundigen » ingevoegd. Art. 59.In de titel van afdeling XVII van hoofdstuk V van titel lll, van dezelfde wet worden na de woorden « plichten van de » de woorden « kinesitherapeuten, verpleegkundigen, vroedvrouwen en » ingevoegd. Art. 60.In artikel 141, § 1, 2°bis, van dezelfde wet worden na de woorden « na te gaan dat de » de woorden « kinesitherapeuten, verpleegkundigen en » ingevoegd. Art. 61.In artikel 153, vierde lid, van dezelfde wet worden na de woorden « laten bijstaan » door de woorden « kinesitherapeuten, verpleegkundigen en » ingevoegd. Art. 62.In artikel 168, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden « vroedvrouwen, » de woorden « kinesietherapeuten, verpleegkundigen, » ingevoegd. Art. 63.In artikel 170 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in b), gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, worden na het woord « geneeskunst » de woorden « de kinesitherapeuten, de verpleegkundigen, » ingevoegd;2° in c), worden na de woorden « de vroedvrouwen, woorden « de kinesitherapeuten, de verpleegkundigen, » gevoegd;3° in d), worden na het woord « verplegingsinrichtingen » de woorden « de kinesistherapeuten, de verpleegkundigen » ingevoegd;4° in f), gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, worden na het woord « bejaarden » de woorden « , de kinesistherapeuten, de verpleegkundigen » ingevoegd. Art. 64.In artikel 215, § 1, van dezelfde wet wordt het woord « para-medische » geschrapt. Art. 65.In artikel 2, littera k) van dezelfde wet, worden de woorden « tot 12° en 16° » vervangen door de woorden « tot 16° en 20 » …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.