Decreet betreffende de controle en de procedure voor het opleggen van administratieve geldboeten in het kader van het tewerkstellingsbeleid
Kort samengevat
Dit decreet regelt de controle op en de procedure voor het opleggen van administratieve geldboeten in het kader van het tewerkstellingsbeleid. Het stelt een kader vast voor de handhaving van diverse wetten en decreten met betrekking tot tewerkstelling.
Wat het reguleert
- De controle op bepalingen inzake tewerkstelling.
- De procedure voor het opleggen van administratieve geldboeten.
- De handhaving van specifieke wetten, decreten en reglementaire bepalingen op het gebied van tewerkstelling.
- De taken van sociaal inspecteurs bij het opsporen en vaststellen van inbreuken.
Wie het betreft
- Werkgevers: natuurlijke personen, rechtspersonen of feitelijke verenigingen die personen tewerkstellen, inclusief uitzenddiensten, outplacementbureaus, wervings- of selectiebureaus, bureaus voor kosteloze arbeidsbemiddeling, gebruikers, begunstigden van subsidies of erkenningen, en zelfstandigen.
- Werknemers: personen die arbeid verrichten onder gezag van een ander, inclusief uitzendkrachten en werknemers die tijdelijk overgeplaatst zijn binnen een onderneming.
Kernpunten
- Sociaal inspecteurs van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap zijn belast met de handhaving en het opsporen van inbreuken.
- Het decreet is van toepassing op een reeks specifieke wetten en decreten, waaronder die betreffende maatschappelijke zekerheid, tewerkstelling van buitenlandse werknemers, en uitzendarbeid.
- Verwijzingen naar personen in dit decreet gelden voor alle geslachten.
- Een "overtreder" is de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een administratieve geldboete kan krijgen.
Wettekst
27 MAART 2023. - Decreet betreffende de controle en de procedure voor het opleggen van administratieve geldboeten in het kader van het tewerkstellingsbeleid Het Parlement van de Duitstalige Gemeenscha
§ 1
bedoelde afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door de sociaal inspecteurs in het kader van de uitvoering van hun wettelijke of reglementaire opdrachten, alsook gedurende de periode waarin de Regering het dossier overeenkomstig hoofdstuk 5 van dit decreet behandelt. Deze afwijkingen op het recht op informatie gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig zou zijn voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden. De duur van de voorbereidende werkzaamheden bedoeld in de vorige leden gedurende welke de artikelen 13 en 14 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming niet van toepassing zijn, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van de te verstrekken informatie met toepassing van deze artikelen 13 en 14. De beperking bedoeld in § 1, eerste lid, heeft geen betrekking op gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van informatie rechtvaardigt. § 3 - Bij ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van informatie bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst hiervan. De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk, en hoe dan ook binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over iedere weigering of beperking van informatie, alsook over de redenen voor deze weigering of beperking. Die informatie over de weigering of beperking kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in § 1, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen ervan. De verwerkingsverantwoordelijke licht de betrokkene in over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en om een beroep in rechte in te stellen. De verwerkingsverantwoordelijke vermeldt de feitelijke of juridische redenen waarop zijn beslissing steunt. Deze inlichtingen worden ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Wanneer de sociaal inspecteurs gebruik hebben gemaakt van de uitzondering bepaald in § 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in § 3, zesde lid, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk na de afsluiting van de controle of van het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte. Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de gerechtelijke overheid of aan de Regering, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd of, in voorkomend geval, nadat de Regering een beslissing heeft genomen. De inlichtingen verzameld tijdens de uitvoering van de taken opgelegd door de gerechtelijke overheid mogen evenwel enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke machtiging van de gerechtelijke overheid. Art. 89.Recht op inzage § 1 - In afwijking van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming kan het recht op inzage in de persoonsgegevens in het geval van verwerkingen van persoonsgegevens worden uitgesteld of geheel of gedeeltelijk worden beperkt, om de doelstellingen van algemeen belang te waarborgen. De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door de sociaal inspecteurs gevoerde onderzoeken, en de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete door de Regering, tot doel hebben. Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn van hoogstens tien jaar na de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de beperking van de rechten van de betrokkene persoon. §
§ 1
bedoelde afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door de sociaal inspecteurs in het kader van de uitvoering van hun wettelijke of reglementaire opdrachten, alsook gedurende de periode waarin de Regering het dossier overeenkomstig hoofdstuk 5 van dit decreet behandelt. Deze afwijkingen op het recht op inzage gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig zou zijn voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden. De duur van de voorbereidende werkzaamheden bedoeld in de vorige leden gedurende welke artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek dat met toepassing van artikel 15 werd ingediend. De beperking bedoeld in § 1, eerste lid, heeft geen betrekking op gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de toegang tot informatie rechtvaardigt. § 3 - Bij ontvangst van een verzoek om inzage bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst hiervan. De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk, en hoe dan ook binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over iedere weigering of beperking van zijn recht op toegang tot de hem betreffende gegevens, alsook over de redenen voor deze weigering of beperking. Die informatie over de weigering of beperking kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in § 1, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen ervan. De verwerkingsverantwoordelijke licht de betrokkene in over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en om een beroep in rechte in te stellen. De verwerkingsverantwoordelijke vermeldt de feitelijke of juridische redenen waarop zijn beslissing steunt. Deze inlichtingen worden ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Wanneer de sociaal inspecteurs gebruik hebben gemaakt van de uitzondering bepaald in § 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in § 3, zesde lid, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk na de afsluiting van de controle of van het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte. Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de gerechtelijke overheid of aan de Regering, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd of, in voorkomend geval, nadat de Regering een beslissing heeft genomen. De inlichtingen verzameld tijdens de uitvoering van de taken opgelegd door de gerechtelijke overheid mogen evenwel enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke machtiging van de gerechtelijke overheid. Art. 90.Recht op rectificatie § 1 - In afwijking van artikel 16 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming kan het recht op rectificatie in het geval van verwerkingen van persoonsgegevens worden uitgesteld, beperkt of uitgesloten om de doelstellingen van algemeen belang te waarborgen. De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door de sociaal inspecteurs gevoerde onderzoeken, en de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete door de Regering, tot doel hebben. Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn van hoogstens tien jaar na de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de beperking van de rechten van de betrokkene persoon. §
§ 1
bedoelde afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door de sociaal inspecteurs in het kader van de uitvoering van hun wettelijke of reglementaire opdrachten, alsook gedurende de periode waarin de Regering het dossier overeenkomstig hoofdstuk 5 van dit decreet behandelt. Deze afwijkingen op het recht op rectificatie gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig zou zijn voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden. De duur van de voorbereidende werkzaamheden bedoeld in de vorige leden gedurende welke artikel 16 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek dat met toepassing van artikel 16 werd ingediend. De beperking bedoeld in § 1, eerste lid, heeft geen betrekking op gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van het recht op rectificatie rechtvaardigt. § 3 - Bij ontvangst van een verzoek tot rectificatie bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst hiervan. De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk, en hoe dan ook binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over iedere weigering of beperking van zijn recht op rectificatie, alsook over de redenen voor deze weigering of beperking. Die informatie over de weigering of beperking kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in § 1, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen ervan. De verwerkingsverantwoordelijke licht de betrokkene in over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en om een beroep in rechte in te stellen. De verwerkingsverantwoordelijke vermeldt de feitelijke of juridische redenen waarop zijn beslissing steunt. Deze inlichtingen worden ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Wanneer de sociaal inspecteurs gebruik hebben gemaakt van de uitzondering bepaald in § 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in § 3, zesde lid, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk na de afsluiting van de controle of van het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte. Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de gerechtelijke overheid of aan de Regering, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd of, in voorkomend geval, nadat de Regering een beslissing heeft genomen. De inlichtingen verzameld tijdens de uitvoering van de taken opgelegd door de gerechtelijke overheid mogen evenwel enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke machtiging van de gerechtelijke overheid. Art. 91.Recht op beperking van de verwerking § 1 - In afwijking van artikel 18 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming kan het recht op beperking van de verwerking in het geval van verwerkingen van persoonsgegevens worden uitgesteld, beperkt of uitgesloten om de doelstellingen van algemeen belang te waarborgen. De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door de sociaal inspecteurs gevoerde onderzoeken, en de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete door de Regering, tot doel hebben. Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden bedoeld in artikel 89 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximale bewaartermijn van hoogstens tien jaar na de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de beperking van de rechten van de betrokkene persoon. §
§ 1
bedoelde afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door de sociaal inspecteurs in het kader van de uitvoering van hun wettelijke of reglementaire opdrachten, alsook gedurende de periode waarin de Regering het dossier overeenkomstig hoofdstuk 5 van dit decreet behandelt. Deze afwijkingen op het recht op beperking van de verwerking gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig zou zijn voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden. De duur van de voorbereidende werkzaamheden bedoeld in de vorige leden gedurende welke artikel 18 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek dat met toepassing van artikel 18 werd ingediend. De beperking bedoeld in § 1, eerste lid, heeft geen betrekking op gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van het recht op beperking van de verwerking rechtvaardigt. § 3 - Bij ontvangst van een verzoek tot beperking van de verwerking bevestigt de verwerkingsverantwoordelijke de ontvangst hiervan. De verwerkingsverantwoordelijke informeert de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk, en hoe dan ook binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over iedere weigering of beperking van zijn recht op beperking van de verwerking van de hem betreffende persoonsgegevens, alsook over de redenen voor deze weigering of beperking. Die informatie over de weigering of beperking kan achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in § 1, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen ervan. De verwerkingsverantwoordelijke licht de betrokkene in over de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en om een beroep in rechte in te stellen. De verwerkingsverantwoordelijke vermeldt de feitelijke of juridische redenen waarop zijn beslissing steunt. Deze inlichtingen worden ter beschikking gesteld van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Wanneer de sociaal inspecteurs gebruik hebben gemaakt van de uitzondering bepaald in § 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in § 3, zesde lid, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk na de afsluiting van de controle of van het onderzoek opgeheven. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte. Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan de gerechtelijke overheid of aan de Regering, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd of, in voorkomend geval, nadat de Regering een beslissing heeft genomen. De inlichtingen verzameld tijdens de uitvoering van de taken opgelegd door de gerechtelijke overheid mogen evenwel enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke machtiging van de gerechtelijke overheid. Hoofdstuk 9. - Slotbepalingen Art. 92.Wijzigingsbepaling Artikel 6, derde lid, van de wet van 19 februari 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/04/1999 pub. 21/05/1999 numac 1999012338 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers sluiten0 betreffende de uitoefening van de zelfstandige beroepsactiviteiten der vreemdelingen, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten0, wordt vervangen als volgt: "De vreemdeling van wie de beroepskaart geweigerd wordt, kan beroep instellen bij de Regering. Het beroep wordt ingediend per aangetekend schrijven of tegen afgifte van een gedagtekend ontvangstbewijs binnen een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van het aangetekend schrijven waarmee de weigeringsbeslissing ter kennis wordt gebracht. Het moet met redenen omkleed zijn. Indien de voorschriften van dit artikel niet worden nageleefd, is het beroep nietig. De Regering kan de andere nadere regels voor de beroepsprocedure bepalen." Art. 93.Wijzigingsbepaling Artikel 7, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten0, wordt vervangen als volgt: "De vreemdeling van wie de beroepskaart ingetrokken wordt, kan beroep instellen bij de Regering. Het beroep wordt ingediend per aangetekend schrijven of tegen afgifte van een gedagtekend ontvangstbewijs binnen een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van het aangetekend schrijven waarmee de intrekkingsbeslissing ter kennis wordt gebracht. Het moet met redenen omkleed zijn. Indien de voorschriften van dit artikel niet worden nageleefd, is het beroep nietig. De Regering kan de andere nadere regels voor de beroepsprocedure bepalen." Art. 94.Wijzigingsbepaling Artikel 12 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 25 april 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten0, wordt opgeheven. Art. 95.Wijzigingsbepaling Artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/08/1992 pub. 21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van