← België

Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft versterking van de lokale democratie

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt verschillende bestaande decreten om de lokale democratie te versterken, met name door regels aan te passen voor gemeentelijke samenvoegingen en lokale verkiezingen. Het introduceert nieuwe procedures voor naamswijzigingen van wegen en pleinen en past bepalingen aan rond kieslijsten en de verwerking van stemmen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
16 JULI 2021. - Decreet tot wijziging van diverse decreten, wat betreft versterking van de lokale democratie (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: DECREET tot wijziging van diverse decreten, wat betreft versterking van de lokale democratie HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid. HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen Art. 2.In het decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen, gewijzigd bij de decreten van 1 juli 1987, 4 februari 1997 en 29 november 2002, wordt een artikel 4/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.In afwijking van artikel 4 kunnen gemeenten die met toepassing van artikel 347 van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2017 pub. 15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom. 22/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 sluiten over het lokaal bestuur hebben beslist over het gezamenlijke voorstel tot samenvoeging, de namen van wegen en pleinen wijzigen als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° de naamswijziging is noodzakelijk omwille van de samenvoeging van gemeenten;2° de gemeenten volgen een participatief traject dat minimaal bestaat uit een persoonlijke brief naar de personen die hetzij aan de wegen en pleinen in kwestie wonen en kiesgerechtigd zijn in de gemeente, hetzij eigenaar zijn van erven naast de wegen en pleinen in kwestie en een in België bekende woonplaats hebben. De brief, vermeld in het eerste lid, 2°, vermeldt minstens de mogelijkheid, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de personen, vermeld in het eerste lid, 2°, hun eventuele opmerkingen en bezwaren kunnen indienen bij het betrokken gemeentebestuur.". HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Lokaal en Provinciaal Kies decreet van 8 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/07/2011 pub. 25/08/2011 numac 2011035664 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 08/07/2011 pub. 15/07/2011 numac 2011035546 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening sluiten Art. 3.In artikel 54, eerste lid, 1°, van het Lokaal en Provinciaal Kies decreet van 8 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/07/2011 pub. 25/08/2011 numac 2011035664 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 08/07/2011 pub. 15/07/2011 numac 2011035546 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening sluiten wordt het woord "moet" vervangen door het woord "kan". Art. 4.In artikel 56, § 2, 7°, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zinsnede ", of, ingeval de kiezer zich in de onmogelijkheid bevindt een dergelijk bewijsstuk voor te leggen, op grond van een verklaring op eer" wordt opgeheven;2° de woorden "De Vlaamse Regering bepaalt het model van de verklaring op erewoord dat de kiezer moet indienen en" worden vervangen door de woorden "De Vlaamse Regering bepaalt". Art. 5.Aan artikel 71 van hetzelfde decreet wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In voorkomend geval vermeldt de voordrachtsakte dat de kandidaten beslissen dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, conform artikel 36, § 2, van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2017 pub. 15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom. 22/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 sluiten over het lokaal bestuur. Met behoud van de bepalingen van artikel 60 tot en met 63, bestaat de naam van de lijst uit verschillende woorden of afkortingen die minstens de namen van de twee fracties bevatten. De voordrachtsakte vermeldt voor alle kandidaten tot welke fractie ze zullen behoren in geval van verkiezing.". Art. 6.Aan artikel 83, 4°, van hetzelfde decreet wordt een punt c) toegevoegd, dat luidt als volgt: "c) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden".". Art. 7.In artikel 84, 4°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 71" vervangen door de zinsnede "artikel 71, eerste tot en met derde lid". Art. 8.In artikel 86, tweede lid, 1°, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 71, eerste lid" vervangen door de zinsnede "artikel 71". Art. 9.In artikel 91 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid, 1°, wordt de zinsnede "artikel 71, eerste lid" vervangen door de zinsnede "artikel 71"; 2° aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt: "Een kandidaat op een lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vierde lid, hebben vermeld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, mag zijn keuze voor de fractie waartoe hij behoort, niet wijzigen.". Art. 10.In artikel 92 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° tussen het tweede lid en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Als de lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vierde lid, hebben vermeld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen, niet voldoet aan de bepalingen, vermeld in artikel 71, vierde lid, wijst het gemeentelijk hoofdbureau de lijst in kwestie af."; 2° na het bestaande vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Na de definitieve afsluiting bezorgt de voorzitter van het gemeentelijk hoofdbureau aan de algemeen directeur een exemplaar van de voordrachtsakte en, in voorkomend geval, een exemplaar van de verbeteringsakte, van de lijst waarvan de kandidaten met toepassing van artikel 71, vierde lid, hebben ver- meld dat de op de lijst verkozen gemeenteraadsleden twee fracties vormen.". Art. 11.In artikel 99 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 7° wordt vervangen door wat volgt: "7° artikel 91, met dien verstande dat: a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau"; b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden";"; 2° punt 8° wordt vervangen door wat volgt: "8° artikel 92, met dien verstande dat: a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "stadsdistrictshoofdbureau";b) "gemeenteraadsleden" wordt gelezen als "stadsdistrictsraadsleden"; c) "de algemeen directeur" wordt gelezen als "de districtssecretaris";". Art. 12.In artikel 100 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 2° wordt punt c) vervangen door wat volgt: "c) in het tweede lid, 1°, wordt "artikel 71" gelezen als "artikel 71, eerste, tweede en derde lid";"; 2° punt 7° wordt vervangen door wat volgt: "7° artikel 91, met dien verstande dat: a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";b) in het tweede lid, 1°, "artikel 71" wordt gelezen als "artikel 71, eerste, tweede en derde lid"; c) in het derde lid de laatste zin wordt geschrapt;"; 3° punt 8° wordt vervangen door wat volgt: "8° artikel 92, met dien verstande dat: a) "gemeentelijk hoofdbureau" wordt gelezen als "provinciedistrictshoofdbureau";b) het derde lid wordt geschrapt; c) het zevende lid wordt gelezen als volgt: "De voorzitter zendt onmiddellijk een exemplaar van alle voordrachtsakten van kandidaten aan de voorzitter van het provinciaal hoofdbureau.";". Art. 13.In artikel 140, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 1° wordt de zinsnede ", als hij akkoord gaat met de volgorde waarin de kandidaten op de lijst voorkomen" opgeheven;2° in punt 2° wordt de zinsnede ", als hij de volgorde waarin de kandidaten op die lijst voorkomen, wil wijzigen" opgeheven. Art. 14.In artikel 143, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt punt 1° opgeheven. Art. 15.In artikel 147 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 1° wordt opgeheven;2° in punt 2° worden de woorden "kiezers en" opgeheven. Art. 16.In artikel 169 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "en een overdracht van de lijststemmen" opgeheven;2° in paragraaf 2 worden punt 1°, 2° en 3° opgeheven;3° in paragraaf 2, 4°, wordt de zinsnede ", na de overdracht van de stemmen, vermeld in 3° " opgeheven;4° in paragraaf 2, 5°, wordt de zinsnede ", na een nieuwe overdracht van de stemmen vermeld in 3°, te beginnen bij de eerste niet-effectief verkozen kandidaat" opgeheven. Art. 17.In artikel 184 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden "en een overdracht van de lijststemmen" opgeheven;2° in paragraaf 2 worden punt 1°, 2° en 3° opgeheven;3° in paragraaf 2, 4°, wordt de zinsnede ", na de overdracht van de stemmen, vermeld in 3° " opgeheven;4° in paragraaf 2, 5°, wordt de zinsnede ", na een nieuwe overdracht van de stemmen als vermeld in 3°, beginnende bij de eerste niet-effectief verkozen kandidaat" opgeheven. Art. 18.In artikel 197, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 3 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/06/2016 pub. 08/07/2016 numac 2016036060 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 en het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat de omzetting van de aanbevelingen van GRECO betreft type decreet prom. 03/06/2016 pub. 23/06/2016 numac 2016036021 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de tegemoetkoming voor schade, aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest sluiten, wordt het woord "vijftien" vervangen door het woord "tien". Art. 19.In artikel 203 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt: "Tijdens de bezwaartermijn, vermeld in artikel 23, eerste lid, van het decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014035564 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges sluiten betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, kan de Raad de juistheid nagaan van de zetelverdeling tussen de lijsten en van de rangorde waarin de raadsleden en opvolgers gekozen zijn verklaard.Hij wijzigt, in voorkomend geval, als administratief rechtscollege ambtshalve de zetelverdeling en de rangorde, met behoud van zijn bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, en brengt de gemeente-, stadsdistricts- of provincieraad daarvan op de hoogte. De gewijzigde zetelverdeling en rangorde vervangen de zetelverdeling en rangorde die het hoofdbureau heeft afgekondigd."; 2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Bij ontstentenis van bezwaren is de uitslag van de verkiezing die het hoofdbureau heeft afgekondigd of die de Raad heeft gecorrigeerd met toepassing van het tweede lid, definitief.". Art. 20.In artikel 204 van hetzelfde decreet wordt het vierde lid opgeheven. Art. 21.Aan artikel 221 van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Iedereen die stelselmatig personen aanspreekt of op een andere manier persoonlijk benadert om hen ertoe te bewegen het formulier voor de volmacht, vermeld in artikel 56, § 3, te ondertekenen en af te geven, wordt met dezelfde straffen gestraft als de straffen, vermeld in het eerste lid.". Art. 22.In deel 5, titel 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/2017 pub. 14/08/2017 numac 2017020498 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Provinciedecreet van 9 december 2005, het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011, het Digitaal Kiesdecreet van 25 mei 2012 en het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/08/2017 numac 2017030839 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging en optimalisatie van diverse bepalingen van het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 03/07/2017 numac 2017030415 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017 type decreet prom. 30/06/2017 pub. 07/07/2017 numac 2017040349 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw sluiten, wordt hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 249 tot en met 254, opgeheven. HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Digitaal Kies decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 08/06/2012 numac 2012203157 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van de digitale stemming bij de lokale en provinciale verkiezingen type decreet prom. 25/05/2012 pub. 26/06/2012 numac 2012035665 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van artikelen 17 en 23 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk type decreet prom. 25/05/2012 pub. 28/06/2012 numac 2012203386 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming met het oog op de omzetting van de Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (1) type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten Art. 23.In artikel 16, § 3, vierde lid, van het Digitaal Kies decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 08/06/2012 numac 2012203157 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van de digitale stemming bij de lokale en provinciale verkiezingen type decreet prom. 25/05/2012 pub. 26/06/2012 numac 2012035665 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van artikelen 17 en 23 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk type decreet prom. 25/05/2012 pub. 28/06/2012 numac 2012203386 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming met het oog op de omzetting van de Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (1) type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 1° worden de woorden "als hij zich kan verenigen met de volgorde van de voordracht van de kandidaten" opgeheven;2° in punt 2° wordt de zinsnede "als hij de volgorde waarin de kandidaten op die lijst voorkomen, wil wijzigen" opgeheven. HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014035564 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges sluiten betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges Art. 24.In artikel 23, eerste lid, van het decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014035564 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges sluiten betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, gewijzigd bij het decreet van 3 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/06/2016 pub. 08/07/2016 numac 2016036060 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 en het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat de omzetting van de aanbevelingen van GRECO betreft type decreet prom. 03/06/2016 pub. 23/06/2016 numac 2016036021 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de tegemoetkoming voor schade, aangericht door algemene rampen in het Vlaamse Gewest sluiten, wordt het woord "vijfenveertig" vervangen door het woord "veertig". Art. 25.In artikel 25 van hetzelfde decreet wordt het woord "veertig" vervangen door het woord "vijfendertig". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2017 pub. 15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom. 22/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 sluiten over het lokaal bestuur Art. 26.In artikel 4, § 2, van het decreet van 22 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/12/2017 pub. 15/02/2018 numac 2018030427 bron vlaamse overheid Decreet over het lokaal bestuur type decreet prom. 22/12/2017 pub. 29/12/2017 numac 2017032267 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2018 sluiten over het lokaal bestuur wordt de zinsnede "artikel 58, § 3," opgeheven. Art. 27.Aan artikel 5 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 3. De verkozenen voor de gemeenteraad krijgen na de gemeenteraadsverkiezingen in afnemende volgorde van lijstgrootte het exclusieve initiatiefrecht om een meerderheidscoalitie te vormen. Het initiatiefrecht komt eerst toe aan de verkozene met de meeste naamstemmen van de grootste lijst en gaat vervolgens over naar de verkozenen met de meeste naamstemmen van de tweede grootste lijst en zo verder, in afnemende volgorde van lijstgrootte. Als een lijst in twee fracties is opgesplitst, komt het initiatiefrecht toe aan de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de fractie met de meeste zetels in de gemeenteraad behoort. Als twee fracties even groot zijn en tot dezelfde lijst behoren, komt het initiatiefrecht toe aan de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen behaald heeft. Het initiatiefrecht wordt telkens toegekend voor een periode van veertien dagen. De eerste periode van veertien dagen vangt aan de dag na de dagtekening van het proces-verbaal van de gemeenteraadsverkiezingen. De verkozene voor de gemeenteraad die het initiatiefrecht heeft, kan op elk moment daarvan afzien door een verklaring van afstand in te dienen bij de algemeen directeur. De procedure van het initiatiefrecht neemt definitief een einde op een van de volgende momenten: 1° als elke houder van het initiatiefrecht dit recht heeft uitgeput;2° als een gezamenlijke akte van voordracht is ingediend door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft;3° uiterlijk op de derde dag voor de installatievergadering van de gemeenteraad. Het initiatiefrecht gaat in de volgende gevallen over naar de verkozene voor de gemeenteraad met het hoogste aantal naamstemmen van de volgende lijst in afnemende volgorde van lijstgrootte: 1° als binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, geen gezamenlijke akte van voordracht is ingediend door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft;2° als een verklaring van afstand is ingediend. De algemeen directeur maakt de volgende elementen, nadat ze zich voordoen, onmiddellijk bekend op de webtoepassing van de gemeente waarna het initiatiefrecht eindigt of overgaat: 1° de indiening van een gezamenlijke akte van voordracht door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft;2° het ontbreken van een gezamenlijke akte van voordracht op de derde dag voor de installatievergadering;3° de uitputting van het initiatiefrecht door alle houders van het initiatiefrecht;4° de indiening van een verklaring van afstand; 5° het ontbreken van een gezamenlijke akte van voordracht, ingediend door de verkozene voor de gemeenteraad die op dat moment het initiatiefrecht heeft, na de periode van veertien dagen.". Art. 28.In artikel 6 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "veertien" vervangen door het woord "acht", worden de woorden "werkdagen van januari" vervangen door de woorden "werkdagen van december" en worden de woorden "eerste werkdag van januari" vervangen door de woorden "vijfde werkdag van december";2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad" opgeheven;3° in paragraaf 1 worden het derde lid en het vierde lid vervangen door wat volgt: "Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014035564 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges sluiten betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, maar op zijn vroegst op een van de eerste vijf werkdagen van december.De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering. Als er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is met toepassing van artikel 203, derde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kies decreet van 8 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/07/2011 pub. 25/08/2011 numac 2011035664 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 08/07/2011 pub. 15/07/2011 numac 2011035546 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening sluiten of met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014035564 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges sluiten betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolle- ges. De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering.". Art. 29.In artikel 7 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt in het derde lid het woord "acht" vervangen door het woord "drie";2° in paragraaf 5, eerste lid, 3°, wordt tussen de zinsnede "als verhinderd wordt beschouwd," en de woorden "ontslag genomen heeft" de zinsnede "als hij afgezet of geschorst is, of als hij" ingevoegd;3° in paragraaf 5, vierde lid, wordt tussen de woorden "als verhinderd wordt beschouwd" en de woorden "of tijdelijk afwezig is" de zinsnede ", die geschorst is" ingevoegd, wordt tussen het woord "verhinderd" en de woorden "of tijdelijk afwezig is" de zinsnede ", geschorst" ingevoegd, wordt tussen de woorden "akte van de verhindering" en de zinsnede ", en van de beëindiging" de zinsnede "of schorsing," ingevoegd en worden tussen de woorden "beëindiging van de periode van verhindering" en de woorden "Als het" de woorden "of schorsing" ingevoegd. Art. 30.Aan artikel 10, eerste lid, van hetzelfde decreet worden een punt 8° en 9° toegevoegd, die luiden als volgt: "8° de leidend ambtenaar van een sociale huisvestingsmaatschappij tot wiens werkgebied de gemeente behoort; 9° de leidend ambtenaar van een intergemeentelijk samenwerkingsverband waaraan de gemeente deelneemt.". Art. 31.In artikel 20 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de zinsnede "en behalve in geval van toepassing van artikel 6, § 1," opgeheven;2° aan het derde lid worden de volgende zinnen toegevoegd: "De vergadering van de gemeenteraad vindt plaats in het gemeentehuis of op de fysieke plaats door de gemeenteraad bepaald.Het huishoudelijk reglement bepaalt of de gemeenteraad of de gemeenteraadscommissies, vermeld in artikel 37, digitaal of hybride kunnen vergaderen en de wijze waarop. De gemeenteraad kan enkel digitaal vergaderen onder de uitzonderlijke omstandigheden, vermeld in het huishoudelijk reglement. De gemeenteraad kan enkel hybride vergaderen onder de uitzonderlijke omstandigheden, vermeld in het huishoudelijk reglement. De Vlaamse Regering kan de minimale voorwaarden voor digitale en hybride vergaderingen bepalen.". Art. 32.In artikel 25 van hetzelfde decreet wordt het woord "zaal" vervangen door het woord "vergadering". Art. 33.Artikel 30 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Art. 30.De schepen die buiten de gemeenteraad is benoemd, is aanwezig op de vergaderingen van de gemeenteraad en beschikt in de gemeenteraad alleen over een raadgevende stem.". Art. 34.In artikel 36 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt: " § 2.In afwijking van paragraaf 1 kunnen de kandidaat-gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst zijn verkozen twee fracties vormen, mits aan de bepalingen van artikel 71, vierde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kies decreet van 8 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/07/2011 pub. 25/08/2011 numac 2011035664 bron vlaamse overheid Decreet houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen en houdende wijziging van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005, het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn type decreet prom. 08/07/2011 pub. 15/07/2011 numac 2011035546 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening sluiten is voldaan. De vermelding inzake fractievorming op de voordrachtsakte, vermeld in artikel 71, vierde lid, van het voormelde decreet, en de door de kandidaat- gemeenteraadsleden gemaakte keuze zijn niet herroepbaar."; 2° paragraaf 3 en 4 worden opgeheven. Art. 35.Aan artikel 38, eerste lid, van hetzelfde decreet worden een punt 11°, 12° en 13° toegevoegd, die luiden als volgt: "11° de keuze om digitaal of hybride te vergaderen en de wijze waarop; 12° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de gemeenteraad digitaal kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van digitaal vergaderen opneemt; 13° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder de gemeenteraad hybride kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van hybride vergaderen opneemt.". Art. 36.In artikel 43 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede lid en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "De gezamenlijke akte van voordracht van de kandidaat-schepenen wordt ondertekend met naleving van het initiatiefrecht, vermeld in artikel 5, § 3.De overtreding van dat gebod wordt bestraft conform artikel 7, § 2."; 2° in de bestaande paragraaf 1, derde lid, die paragraaf 1, vierde lid, wordt, wordt het woord "acht" vervangen door het woord "drie". Art. 37.Artikel 46 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Art. 46.§ 1. De gemeenteraad kan een collectieve constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen alle leden van het college van burgemeester en schepenen, met uitzondering van de schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. De gemeenteraad kan een individuele constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen een of meer schepenen, met uitzondering van de schepen, vermeld in artikel 42, § 1, derde lid. § 2. De constructieve motie van wantrouwen voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° ze is ondertekend door de meerderheid van de raadsleden;2° ze is ondertekend door ten minste twee derde van de raadsleden van elke fractie die de motie ondersteunt.Als een fractie slechts uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van één van hen; 3° in geval van een individuele motie, is ze ondertekend door twee derde van de raadsleden van de fractie waartoe de schepen tegen wie de individuele motie gericht is, behoort;4° ze vermeldt tegen welke leden van het college van burgemeester en schepenen ze gericht is;5° ze draagt voor elk van de schepenen een kandidaat-opvolger voor. Zetelende leden kunnen opnieuw voorgedragen worden; 6° in geval van een individuele motie gericht tegen een of meer schepenen, zijn er een of meer ontvankelijke akten van voordracht bijgevoegd als vermeld in artikel 49.In geval van een collectieve motie is er een gezamenlijke akte van voordracht bijgevoegd als vermeld in artikel 43. Als een lijst in twee fracties is opgesplitst, wordt, in afwijking van artikel 43 of 49, de akte van voordracht van de kandidaat-schepen ondertekend door de meerderheid van de gemeenteraadsleden die deel uitmaken van de fractie van de kandidaat- schepen. Als de fractie van de kandidaat-schepen slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; 7° ze is uiterlijk acht dagen voor de gemeenteraadszitting aan de algemeen directeur bezorgd. De constructieve motie van wantrouwen kan niet bij spoedeisendheid in bespreking worden gebracht als vermeld in artikel 23. De constructieve motie van wantrouwen kan niet worden ingediend op de volgende momenten: 1° in de periode van één jaar na de installatie van de gemeenteraad;2° in de periode van twaalf maanden voor de dag van de verkiezingen voor de volledige vernieuwing van de gemeenteraden;3° als een collectieve constructieve motie van wantrouwen door de gemeenteraad is aangenomen, voor een termijn van één jaar vervallen is. De algemeen directeur bezorgt de constructieve motie van wantrouwen met bijgevoegde akte of akten van voordracht aan de voorzitter van de gemeenteraad. § 3. Voor er kan worden gestemd, onderzoekt de voorzitter van de gemeenteraad of de constructieve motie van wantrouwen voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 en 2. Als hij vaststelt dat niet aan alle voorwaarden is voldaan, verklaart hij de motie zonder voorwerp. § 4. Als de gemeenteraad de motie van wantrouwen aanneemt, wordt het lid of worden de leden tegen wie de motie gericht is, ontslagen onder voorbehoud van de toepassing van paragraaf 6. De voorgedragen kandidaat-schepen, in voorkomend geval de voorgedragen kandidaat-schepenen worden verkozen verklaard. Vanaf de aanname van de collectieve motie draagt het raadslid, waarvan sprake in artikel 58, § 1 of § 2, de titel van `aangewezen-burgemeester' en oefent alle functies uit die aan de burgemeester worden toevertrouwd. Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de aangewezen-burgemeester de eed af, vermeld in artikel 58, § 1, derde lid. De Vlaamse Regering benoemt de burgemeester overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 58. § 5. Indien een collectieve motie wordt aangenomen, worden de ingediende collectieve motie en de beslissing van de gemeenteraad hierover ter kennis gebracht aan de Vlaamse Regering. § 6. Een motie tegen een lid van het college van burgemeester en schepenen dat als lid van het vast bureau verkozen is tot voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst, heeft alleen gevolgen als tegelijk een constructieve motie van wantrouwen als vermeld in artikel 104, ingediend is en aangenomen wordt.". Art. 38.Aan artikel 54 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Het huishoudelijk reglement regelt minstens of het college van burgemeester en schepenen digitaal of hybride kan vergaderen en de wijze waarop. De Vlaamse Regering kan de minimale voorwaarden voor digitale en hybride vergaderingen bepalen.". Art. 39.Artikel 58 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Art. 58.§ 1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 13 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie met de meeste zetels in de gemeenteraad behoort, door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als verschillende coalitiefracties het hoogste aantal zetels hebben, wordt de verkozene voor de gemeenteraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie behoort waarvan de lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als de verkozenen van de coalitiefracties met het hoogste aantal zetels verkozen zijn op dezelfde lijst conform artikel 36, § 2, van dit decreet, en als die lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, wordt de verkozene voor de gemeenteraad van die lijst met het hoogste aantal naamstemmen door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Tot de eerstvolgende vernieuwing van de gemeenteraad wordt een fractie geacht hetzelfde aantal leden te behouden voor wat betreft het gewicht van de fracties en de daaruit volgende benoeming van de burgemeester. Vanaf de installatie van de schepenen is het raadslid waarvan sprake in het eerste lid, aangewezen-burgemeester, draagt het de titel van `aangewezen-burgemeester' en oefent het alle functies uit die aan de burgemeester worden toever- trouwd. De aangewezen-burgemeester wordt niet als schepen vervangen, indien hij als schepen werd verkozen. Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de aangewezen-burgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de gemeenteraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de aangewezenburgemeester zelf de voorzitter van de gemeenteraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. De aangewezen-burgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht zowel het ambt van aangewezen-burgemeester als het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming tot burgemeester nadat de aangewezen-burgemeester de eed heeft afgelegd en zij daarvan in kennis is gesteld door de gemeenteraad. In geval van benoeming tot burgemeester, kan hij als schepen worden vervangen conform artikel 49, § 1. Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de benoemde burgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de gemeenteraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de benoemde burgemeester zelf de voorzitter van de gemeenteraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid. De benoemde burgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht het burgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen. In geval van een algehele vernieuwing van de gemeenteraad vindt de eedaflegging plaats tijdens de installatievergadering van de gemeenteraad of tijdens een van de daaropvolgende vergaderingen van de gemeenteraad. In geval van weigering van eedaflegging van de aangewezen-burgemeester of van de burgemeester of van weigering tot benoeming in afwijking van het eerste lid wordt de procedure, vermeld in het tweede tot en met het vierde lid, hernomen met toepassing van de regeling, vermeld in paragraaf 2. De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester en de weigering tot eedaflegging als aangewezen-burgemeester of als burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode niet meer kan worden benoemd als burgemeester. § 2. Als het raadslid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, het mandaat van aangewezen-burgemeester of het burgemeestersmandaat niet aanvaardt, als hij definitief ophoudt dat mandaat uit te oefenen, of in het geval dat de Vlaamse Regering beslist de benoeming tot burgemeester te weigeren, wordt het raadslid dat, na dat raadslid, binnen dezelfde fractie de meeste naamstemmen heeft behaald, aangewezen-burgemeester en door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. Als alle verkozenen van de grootste coalitiefractie ervan afzien het mandaat van aangewezen-burgemeester of het mandaat van burgemeester op te nemen, wordt de verkozene die behoort tot de op een na grootste coalitiefractie en die de meeste naamstemmen behaald heeft, aangewezen-burgemeester en door de Vlaamse Regering benoemd tot burgemeester. De regeling, vermeld in het eerste lid, wordt op een analoge manier toegepast op de verkozenen van de andere coalitiefracties in afnemende volgorde van grootte. § 3. In afwijking van paragraaf 2 en artikel 59 kan de Vlaamse Regering een burgemeester benoemen voor minder dan zes jaar in geval van een ontvankelijke akte van opvolging en voor zover de opvolging ten vroegste in werking treedt op 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en de opvolger een gemeenteraadslid is dat behoort tot dezelfde fractie als de burgemeester die wordt opgevolgd. De akte van opvolging vermeldt de einddatum van het mandaat van de burgemeester en de naam van de persoon die de burgemeester opvolgt. Bij het bereiken van deze einddatum is de burgemeester van rechtswege ontslagnemend. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van opvolging ondertekend zijn door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen, alsook door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één akte van opvolging ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2. Als het mandaat van burgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp en wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig de regeling, vermeld in paragraaf 2. Als het mandaat van burgemeester vervroegd eindigt op of na 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, neemt het raadslid, vermeld in de opvolgakte, het mandaat vervroegd op. Als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld geen gemeenteraadslid meer is, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp. Een nieuwe akte van opvolging kan enkel ingediend worden in de volgende gevallen: 1° de akte van opvolging is onontvankelijk;2° het mandaat van de burgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en er wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig de regeling, vermeld in paragraaf 2;3° voor de einddatum van het mandaat van de burgemeester is de persoon die in de akte van opvolging is vermeld geen gemeenteraadslid meer. Als bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van burgemeester, vermeld in de akte van opvolging, de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, het mandaat niet opneemt of als na de opvolging het mandaat van burgemeester vroegtijdig eindigt, wordt de burgemeester vervangen op basis van een akte van voordracht. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2. Om ontvankelijk te zijn voldoet de akte van voordracht aan de volgende voorwaarden: 1° de akte vermeldt de naam van de kandidaat-burgemeester;2° de kandidaat-burgemeester is een gemeenteraadslid dat behoort tot dezelfde fractie als de burgemeester die wordt vervangen;3° de akte is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen;4° de akte is ondertekend door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-burgemeester zijn verkozen.Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-burgemeester voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van één van hen. De akte van opvolging of de akte van voordracht wordt uiterlijk drie dagen voor de vergadering van de gemeenteraad aan de algemeen directeur bezorgd. De algemeen directeur bezorgt een afschrift van de akte aan de burgemeester. Nadat de gemeenteraadsleden de eed hebben afgelegd, bezorgt de algemeen directeur de akte van opvolging of de akte van voordracht aan de voorzitter van de gemeenteraad. De voorzitter van de gemeenteraad gaat na of de akte van opvolging of de akte van voordracht voldoet aan de voorwaarden, vermeld in de voormelde leden. Alleen de handtekeningen van de gemeenteraadsleden die de eed hebben afgelegd, worden daarvoor in aanmerking genomen, met inbegrip van de opvolgers die de akte van opvolging hebben ondertekend en die nadien als gemeenteraadslid de eed hebben afgelegd. Als de akte van opvolging of de akte van voordracht ontvankelijk is, bezorgt de voorzitter de akte aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de al dan niet benoeming van de opvolger of kandidaat-burgemeester.". Art. 40.In artikel 59 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de zinsnede "58, § 1, derde lid, artikel 61 en 62" vervangen door de zinsnede "58, § 3, artikel 61, 62 en 354/1";2° het tweede lid wordt opgeheven. Art. 41.In artikel 62 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt na de zinsnede "artikel 58 en 59" de zinsnede ", waarbij "de installatievergadering" wordt gelezen als "de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, volgend op de benoeming van de nieuwe burgemeester"" ingevoegd; 2° aan het eerste lid, 2°, wordt een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt: "e) het voorwerp uitmaakt van een constructieve motie van wantrouwen die de gemeenteraad heeft aangenomen conform artikel 46, en hij als gevolg daarvan ontslagen wordt."; 3° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt: "De beslissing van de Vlaamse Regering tot niet-benoeming van de burgemeester heeft tot gevolg dat betrokkene tijdens dezelfde bestuursperiode het ambt van burgemeester niet kan waarnemen.Hij kan daartoe noch door de gemeenteraad, noch door de burgemeester worden aangewezen.". Art. 42.In artikel 68 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 4 opgeheven. Art. 43.Aan artikel 78, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt een punt 18° toegevoegd, dat luidt als volgt: "18° de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 104.". Art. 44.In artikel 79 van hetzelfde decreet wordt het vierde lid opgeheven. Art. 45.In artikel 80, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "Artikel 59, eerste en derde lid, en artikel 60" vervangen door de zinsnede "Artikel 59 en 60". Art. 46.In artikel 90, § 1, vijfde lid, van hetzelfde decreet wordt het woord "acht" vervangen door het woord "drie". Art. 47.In artikel 91 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zin "De verklaring van lijstenverbinding wordt aan de algemeen directeur overhandigd uiterlijk de zestigste dag na de dag van de gemeenteraadsverkiezingen." vervangen door de zin "De verklaring van lijstenverbinding wordt aan de algemeen directeur bezorgd binnen twee werkdagen voor de uiterste dag van het indienen van de akten van voordracht."; 2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "decimalen van het" vervangen door de woorden "breuk als" en worden de woorden "Bij gelijkheid van decimalen" vervangen door de woorden "Bij gelijkheid van die breuk";3° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "de eenenzestigste dag na de gemeenteraadsverkiezingen" vervangen door de woorden "de dag na de uiterste datum om een verklaring van lijstenverbinding in te dienen". Art. 48.In artikel 92 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid wordt het woord "acht" vervangen door het woord "drie";2° in het derde lid, 1°, wordt de zinsnede "de naam, de voornamen" vervangen door de woorden "de voornaam of voornamen en de achternaam";3° in het derde lid worden punt 2° en 3° opgeheven;4° aan het derde lid, 6°, wordt de zinsnede "of vacant zijn met toepassing van artikel 95" toegevoegd; 5° aan het derde lid wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt: "7° als een lijst of groep van lijsten die maar twee verkozenen telt, twee akten indient terwijl er maar één kandidaat-lid aan de lijst of de groep van lijsten is toegewezen, zijn beide akten onontvankelijk."; 6° in het vierde lid wordt de zinsnede "de naam, de voornamen" vervangen door de woorden "de voornaam of voornamen en de achternaam"; 7° in het vierde lid wordt de zin "In voorkomend geval ondertekenen de kandidaat-opvolgers voor akkoord hun voordracht." opgeheven. Art. 49.In artikel 93 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid wordt het woord "derde" vervangen door de woorden "tweede tot en met zesde";2° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt: "Voor de mandaten die nog niet zijn vervuld, is de procedure, vermeld in artikel 95, vierde lid, in de volgende gevallen van toepassing: 1° een lijst of groep van lijsten heeft geen ontvankelijke voordrachtsakte ingediend voor de zetels die conform artikel 91 aan de lijst of groep van lijsten zijn toegewezen;2° een lijst of groep van lijsten heeft een ontvankelijke akte ingediend waarop minder kandidaat-leden staan dan het aantal dat aan de lijst of groep van lijsten is toegewezen conform artikel 91; 3° het bijzonder comité voor de sociale dienst is binnen zestig dagen na de dag van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn, vermeld in het eerste lid, nog niet volledig samengesteld, behalve als artikel 95 van toepassing is.". Art. 50.In artikel 95 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het derde lid wordt het woord "acht" vervangen door het woord "drie"; 2° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Als een lijst of groep van lijsten geen ontvankelijke voordrachtsakte heeft ingediend voor de zetels die conform artikel 91 aan de lijst of groep van lijsten zijn toegewezen, kan die lijst een nieuwe akte van voordracht voor een kandidaat-lid of kandidaat-leden indienen, conform het eerste tot en met derde lid, voor de mandaten die nog niet zijn vervuld."; 3° het bestaande vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt vervangen door wat volgt: "Als de vervanging, vermeld in het eerste lid, niet kan doorgaan of niet plaatsvindt binnen zestig dagen, gebeurt, met behoud van de toepassing van artikel 94, eerste lid, de vervanging bij een geheime stemming in een stemronde waarbij elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn over een stem beschikt en waarbij de kandidaat die de meeste stemmen behaalt, als verkozen wordt verklaard.Elke lijst of groep van lijsten kan daarvoor een akte van voordracht indienen conform artikel 92, derde tot en met zevende lid. Bij staking van stemmen is de jongste kandidaat verkozen.". Art. 51.In artikel 100, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "Artikel 10" vervangen door de zinsnede "Artikel 10, met uitzondering van het eerste lid, 5°, ". Art. 52.Artikel 104 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Art. 104.§ 1. De raad voor maatschappelijk welzijn kan een constructieve motie van wantrouwen aannemen tegen de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. § 2. De constructieve motie van wantrouwen voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° ze is ondertekend door de meerderheid van de raadsleden;2° ze is ondertekend door ten minste twee derde van de raadsleden van elk van de fracties waartoe de raadsleden in de gemeenteraad behoren die de motie ondersteunen.Als een fractie maar uit twee verkozenen bestaat, volstaat de handtekening van een van hen; 3° ze is ondertekend door twee derde van de raadsleden van de fractie waartoe de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst in de gemeenteraad behoort;4° ze draagt een kandidaat-opvolger voor;5° er is een ontvankelijke akte van voordracht bijgevoegd als vermeld in artikel 90.Als een lijst in twee fracties is opgesplitst, wordt, in afwijking van artikel 90, de akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter ondertekend door de meerderheid van de raadsleden die deel uitmaken van de fractie van de kandidaat-voorzitter. Als de fractie van de kandidaat-voorzitter maar twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen; 6° ze is uiterlijk acht dagen voor de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn aan de algemeen directeur bezorgd. De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 3°, is niet van toepassing in geval de gemeenteraad een collectieve motie heeft aangenomen. De constructieve motie van wantrouwen kan niet bij spoedeisendheid in bespreking worden gebracht als vermeld in artikel 74 samen gelezen met artikel 23. De constructieve motie van wantrouwen kan niet worden ingediend op de volgende momenten: 1° in de periode van één jaar na de installatie van het bijzonder comité voor de sociale dienst;2° in de periode van twaalf maanden voor de dag van de verkiezingen voor de volledige vernieuwing van de gemeenteraden. De algemeen directeur bezorgt de constructieve motie van wantrouwen met de bijgevoegde akte van voordracht van de kandidaat-voorzitter aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn. § 3. Voor er kan worden gestemd, onderzoekt de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn of de constructieve motie van wantrouwen voldoet aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2. Als hij vaststelt dat niet aan alle voorwaarden is voldaan, verklaart hij de motie zonder voorwerp. § 4. Als de raad voor maatschappelijk welzijn de constructieve motie van wantrouwen aanneemt, is de voorzitter ontslagen. De voorgedragen kandidaat-voorzitter wordt verkozen verklaard.". Art. 53.Aan artikel 110, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt: "8° "de gemeenteraadscommissies, vermeld in artikel 37" als "de subcomités, vermeld in artikel 89".". Art. 54.Aan artikel 111, eerste lid, van hetzelfde decreet worden een punt 6°, 7° en 8° toegevoegd, die luiden als volgt: "6° de keuze om digitaal of hybride te vergaderen en de wijze waarop; 7° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder het bijzonder comité voor de sociale dienst digitaal kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van digitaal vergaderen opneemt; 8° de uitzonderlijke omstandigheden waaronder het bijzonder comité voor de sociale dienst hybride kan vergaderen, als het huishoudelijk reglement de mogelijkheid van hybride vergaderen opneemt.". Art. 55.In artikel 119, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "artikel 10, eerste lid, 5°, " vervangen door de zinsnede "artikel 10, eerste lid, 5°, 8° en 9° ".,". Art. 56.In artikel 122, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "met dien verstande dat personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kunnen zetelen in het districtscollege" vervangen door de zinsnede "met dien verstande dat artikel 10, eerste lid, 4°, wat betreft de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en de personeelsleden van de gemeentelijke extern verzelfstandigde agentschappen, 5°, 8° en 9°, niet van toepassing is op de districtsburgemeester en de districtsschepenen,". Art. 57.Artikel 123 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Art. 123.§ 1. Met behoud van de toepassing van de nationaliteitsvereiste, vermeld in artikel 14 juncto artikel 332 van de Nieuwe Gemeentewet, wordt de verkozene voor de districtsraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie met de meeste zetels in de districtsraad behoort, districtsburgemeester. Als verschillende coalitiefracties het hoogste aantal zetels hebben, wordt de verkozene voor de districtsraad die het hoogste aantal naamstemmen heeft en die tot de coalitiefractie behoort waarvan de lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, districtsburgemeester. Als de verkozenen van de coalitiefracties met het hoogste aantal zetels verkozen zijn op dezelfde lijst en als die lijst het hoogste stemcijfer heeft behaald, wordt de verkozene voor de districtsraad van die lijst met het hoogste aantal naamstemmen districtsburgemeester. Tot de eerstvolgende vernieuwing van de districtsraad wordt een fractie geacht hetzelfde aantal leden te behouden voor wat betreft het gewicht van de fracties en de daaruit volgende aanduiding van de districtsburgemeester. Vanaf de installatie van de districtsschepenen is het raadslid waarvan sprake in het eerste lid, districtsburgemeester. Voor hij zijn mandaat aanvaardt, legt de districtsburgemeester de volgende eed af in handen van de voorzitter van de districtsraad: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.". Als de districtsburgemeester zelf de voorzitter van de districtsraad is, legt hij de eed af in handen van het oudste districtsraadslid. De districtsburgemeester die de eed weigert of die, nadat hij daarvoor uitdrukkelijk is opgeroepen, zonder geldige reden afwezig is op de eerste daaropvolgende vergadering, wordt geacht het districtsburgemeestersmandaat niet te aanvaarden. De Raad voor Verkiezingsbetwistingen doet uitspraak over de geschillen die daarover rijzen. In geval van een algehele vernieuwing van de districtsraad vindt de eedaflegging plaats tijdens de installatievergadering van de districtsraad of tijdens een van de daaropvolgende vergaderingen van de districtsraad. § 2. Als het raadslid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, het mandaat van districtsburgemeester niet aanvaardt of definitief ophoudt dat mandaat uit te oefenen, dan wordt, met herneming van de procedure in paragraaf 1, het raadslid dat, na dat raadslid, binnen dezelfde fractie de meeste naamstemmen heeft behaald, districtsburgemeester. Als alle verkozenen van de grootste coalitiefractie ervan afzien het mandaat van districtsburgemeester op te nemen, dan wordt de verkozene die behoort tot de op een na grootste coalitiefractie en die de meeste naamstemmen behaald heeft, districtsburgemeester. De regeling, vermeld in het eerste lid, wordt op een analoge manier toegepast op de verkozenen van de andere coalitiefracties in afnemende volgorde van grootte. § 3. In afwijking van paragraaf 2 kan een akte van opvolging van districtsburgemeester worden ingediend voor zover de opvolging ten vroegste in werking treedt op 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en de opvolger een districtsraadslid is dat behoort tot dezelfde fractie als de districtsburgemeester die wordt opgevolgd. De akte van opvolging vermeldt de einddatum van het mandaat van de districtsburgemeester en de naam van de persoon die de districtsburgemeester opvolgt. Bij het bereiken van deze einddatum is de districtsburgemeester van rechtswege ontslagnemend. Om ontvankelijk te zijn moet de akte van opvolging ondertekend zijn door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgenomen, alsook door een meerderheid van de personen die op dezelfde lijst als de voorgedragen kandidaat-opvolger zijn verkozen. Als de lijst waarop de naam van de kandidaat-opvolger voorkomt slechts twee verkozenen telt, volstaat de handtekening van een van hen. Niemand kan meer dan één akte van opvolging ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeen- komstig artikel 7, § 2. Als het mandaat van districtsburgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, is de akte van opvolging zonder voorwerp en wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig de regeling, vermeld in para- graaf 2. Als het mandaat van districtsburgemeester vervroegd eindigt op of na 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode, neemt het raadslid, vermeld in de akte van opvolging, het mandaat vervroegd op. Als de persoon die in de akte van opvolging is vermeld geen districtsraadslid meer is, wordt de akte van opvolging zonder voorwerp. Een nieuwe akte van opvolging kan enkel ingediend worden in de volgende gevallen: 1° de akte van opvolging is onontvankelijk;2° het mandaat van de districtsburgemeester eindigt voor 1 oktober van het vierde jaar van de bestuursperiode en er wordt tot vervanging overgegaan overeenkomstig de regeling, vermeld in paragraaf 2;3° voor de einddatum van het mandaat van de districtsburgemeester is de persoon die in de akte van opvolging is vermeld geen districtsraadslid meer. Als bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van districtsburgemeester, vermeld in de akte van opvolging, de persoon die in de akte van opvolging is vermeld, het mandaat niet opneemt of als na de opvolging het mandaat van districtsburgemeester vroegtijdig eindigt, wordt de districtsburgemeester vervangen op basis van een akte van voordracht. Niemand kan meer dan één akte van voordracht ondertekenen. Overtreding van dat verbod wordt bestraft overeenkomstig artikel 7, § 2. Om ontvankelijk te zijn voldoet de akte van voordracht aan de volgende voorwaarden: 1° de akte vermeldt de naam van de kandidaat-districtsburgemeester;2° de kandidaat-districtsburgemeester is een districtsraadslid dat behoort tot dezelfde fractie als de districtsburgemeester die wordt vervangen;3° de akte is ondertekend door meer dan de helft van de verkozenen op de lijsten die aan de verkiezingen hebben deelgeno …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.