← België

Decreet tot oprichting van de Algemene sturingsdienst voor de scholen en psycho-medisch-sociale centra en tot bepaling van het statuut van de zonedire

Kort samengevat

Dit decreet richt een Algemene Sturingsdienst op voor scholen en psycho-medisch-sociale centra en regelt de functies van zonedirecteurs en afgevaardigden voor doelstellingenovereenkomsten. Het doel is de aansturing en opvolging van onderwijsinstellingen en centra te organiseren.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
13 SEPTEMBER 2018. - Decreet tot oprichting van de Algemene sturingsdienst voor de scholen en psycho-medisch-sociale centra en tot bepaling van het statuut van de zonedirecteurs en afgevaardigden voor de doelstellingenovereenkomst Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Van de algemene sturingsdienst van de scholen en psycho-medisch-sociale centra HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.§ 1. Dit decreet is van toepassing op het basisonderwijs, het kleuteronderwijs, het lager onderwijs, het secundair onderwijs, het gewoon en gespecialiseerd onderwijs, met volledig leerplan of alternerend leren, die door de Franse Gemeenschap worden georganiseerd of gesubsidieerd. Het is eveneens van toepassing op de door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra. § 2. Voor de toepassing van dit decreet, dient te worden verstaan onder: 1. "de Algemene dienst": de Algemene Sturingsdienst van de Scholen en Psycho-medisch-sociale centra die wordt opgericht in artikel 3;2. "de coördinerende afgevaardigde": de coördinerende afgevaardigde bedoeld in artikel 3;3. "de Directeur-generaal": de ambtenaar-generaal die belast is met de Algemene directie voor de sturing van het onderwijssysteem;4. "het Takendecreet": het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 24/07/1997 pub. 23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren type decreet prom. 24/07/1997 pub. 06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren;5. het "institut de la formation en cours de carrière": het instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan, opgericht bij het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029419 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029418 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het gespecialiseerd onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan;6. "zones": de zones, zoals bepaald in artikel 1 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 15 maart 1993 tot vaststelling van de verplichtingen tot overleg tussen gelijkaardige inrichtingen in het secundair onderwijs met volledig leerplan;7. "scholen": de onderwijsinrichtingen;8. "sturingsplan": het plan bedoeld in artikel 67, § 2, van het Takendecreet;9. "doelstellingenovereenkomst": de overeenkomst bedoeld in artikel 67, § 6, paragraaf 2, van het Takendecreet;10. "aanpassingsstelsel": het stelsel bedoeld in artikel 68, § 7 van het Takendecreet;11. "samenwerkingsprotocol": het stelsel bedoeld in artikel 68, § 7 van het Takendecreet;12. "werkdag": maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag indien geen feestdag. Art. 2.Voor een goede leesbaarheid van de tekst is het gebruik van mannelijke namen voor de verschillende titels en functies in dit decreet gemeenslachtig, niettegenstaande de bepalingen van het decreet van de Franse Gemeenschap van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van beroep. Art. 3.§ 1. Bij de Regering wordt een Algemene Sturingsdienst van de Scholen en Psycho-medisch-sociale centra opgericht, hierna "de Algemene dienst" genoemd, die onder leiding van een coördinerende afgevaardigde staat. De Regering kan aan de directeur-generaal haar coördinerende rol tussen de Algemene Sturingsdienst van de Scholen en Psycho-medisch-sociale centra en de Algemene dienst van de Inspectie delegeren, alsook haar coördinerende rol tussen beide voornoemde Algemene diensten en de diensten en directies binnen de Algemene Sturingsdienst van het Onderwijssysteem. § 2. De algemene dienst is inzonderheid belast met de contractualisering van de scholen bedoeld in artikel 67 en 68 van het Takendecreet. Deze Algemene dienst bestaat inzonderheid uit: 2. 9 zonedirecteurs;3. 88 afgevaardigden met een doelstellingenovereenkomst. Onverminderd artikel 5, § 3 wordt voor elke zone een zonedirecteur aangesteld. De Regering bepaalt de onderverdeling van de afgevaardigden met een doelstellingenovereenkomst tussen de verschillende zones. Zij houdt daarbij inzonderheid rekening met het aantal door de Franse Gemeenschap op het grondgebied van elke zone georganiseerde of gesubsidieerde scholen. De coördinerende afgevaardigde legt de nadere regels vast voor de werking binnen de Algemene dienst, inzonderheid de organisatie van regelmatige vergaderingen of werkgroepen. De Regering legt de nadere regels vast voor de bepaling van de administratieve standplaats van de zonedirecteurs en afgevaardigden met een doelstellingenovereenkomst. Na de werking van de Dienst te hebben geëvalueerd, kan de Regering het aantal afgevaardigden met een doelstellingenovereenkomst herzien, rekening houdend met het in eenheden uitgedrukte aantal basisscholen en secundaire scholen met volledig leerplan en met alternerend leren, gewoon en gespecialiseerd, die worden georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. Deze herziening kan ten vroegste in werking treden vanaf 1 januari 2025. Art. 4.De coördinerende afgevaardigde overhandigt de Regering uiterlijk op 1 juli van elk jaar via hiërarchische weg een balans betreffende alle taken van de Algemene dienst. HOOFDSTUK II. - Zonedirecteurs Art. 5.§ 1. De in artikel 3 bedoelde zonedirecteurs zijn belast met: 1. de coördinatie van en het toezicht op de afgevaardigden met een doelstellingenovereenkomst van hun zone, inzonderheid wat betreft: a) de procedure voor de contractualisering van de sturingsplannen, de opvolging van hun uitvoering en de beoordeling van de doelstellingenovereenkomsten;b) de procedure voor de contractualisering van de aanpassingsstelsels, de opvolging van hun stand van zaken en de beoordeling van de samenwerkingsprotocollen;2. de ondertekening van de doelstellingenovereenkomst en de samenwerkingsprotocollen;3. het beheer van de gemotiveerde aanvraag van een inrichting, in samenspraak met de coördinerende afgevaardigde binnen het aldus gevormde college, indien er onenigheid blijft tussen een inrichting en de afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst, hetzij over een beoordeling door deze laatste van de overeenkomst van een sturingsplan met de verbeteringsdoelen en, desgevallend, met de specifieke doelen of over de conformiteit ervan, hetzij over de beoordeling van de uitvoering van een doelstellingenovereenkomst;4. de analyse van de aanvragen voor een audit door de Algemene Inspectiedienst die zijn ingediend door een afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst of een inrichtende macht en de overdracht van deze aanvragen aan de coördinerende afgevaardigde voor een beslissing;5. de netoverschrijdende coördinatie per zone volgens de nadere regels die door of op grond van de wetten, decreten en verordeningen werden gedefinieerd;6. het jaarlijks opstellen van het activiteitenverslag van hun zone volgens het door de coördinerende afgevaardigde vastgelegde model;7. de formulering van adviezen en voorstellen, op initiatief of verzoek van de Regering, voor alles wat onder hun bevoegdheid valt;8. het uitoefenen van alle andere taken die hun worden toevertrouwd door of krachtens de wetten, decreten en verordeningen, alsmede alle andere taken die de coördinerende afgevaardigde hun toewijst in het belang van de dienst. § 2. De Regering bepaalt het ambtsprofiel van de zonedirecteur. § 3. De zonedirecteurs voeren hun taken uit binnen de zone waarvoor ze zijn aangesteld. Naargelang de behoefte kunnen ze echter worden belast met meerdere zones en door de coördinerende afgevaardigde worden gemachtigd taken uit te voeren in een andere zone. § 4. De coördinerende afgevaardigde bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van hun taken die in dit artikel worden bedoeld overeenkomstig de bepalingen waartoe de Regering heeft beslist in uitvoering van het Takendecreet. Art. 6.De zonedirecteur is in het kader van zijn coördinatie- en toezichtstaken over de afgevaardigden met een doelstellingenovereenkomst van zijn zone verantwoordelijk voor de procedures die er betrekking op hebben in artikel 67 en 68 van het Takendecreet. HOOFDSTUK III. - Afgevaardigden met een doelstellingenovereenkomst Art. 7.§ 1. De in artikel 3 bedoelde afgevaardigden met een doelstellingenovereenkomst zijn belast met: 1. de procedure voor de contractualisering van de sturingsplannen, de opvolging van hun stand van zaken en de evaluatie van de doelstellingenovereenkomsten zoals gedefinieerd in artikel 67 van het Takendecreet en zijn uitvoeringsbesluiten;2. de procedure voor de contractualisering van de aanpassingsstelsels, de opvolging en de beoordeling van hun stand van zaken en de beoordeling van de toepassing van de samenwerkingsprotocollen zoals gedefinieerd in artikel 68 van het Takendecreet en zijn uitvoeringsbesluiten;3. de procedure voor de contractualisering van de sturingsplannen, de opvolging van hun stand van zaken en de evaluatie van de doelstellingenovereenkomsten die tussen een psycho-medisch-sociaal centrum en de Regering worden afgesloten;4. de organisatie van het afleggen, het verbeteren en de externe jury van de gemeenschappelijke externe proef die leidt tot de aflevering van het Getuigschrift Basisonderwijs aan het einde van het lager onderwijs, alsook de organisatie van het afleggen, verbeteren of de jury van alle andere externe proeven die door de Regering met een getuigschrift worden bekrachtigd;5. de formulering van adviezen en voorstellen, op initiatief of verzoek van de Regering, voor alles wat onder hun bevoegdheid valt;6. de deelname aan werkgroepen, comités en adviesorganen, krachtens de wetten, decreten en verordeningen;7. de uitvoering van alle andere taken die hun worden toevertrouwd door of krachtens de wetten, decreten en verordeningen, alsmede alle andere taken die de coördinerende afgevaardigde of de zonedirecteur waaronder ze ressorteren hun toewijzen in het belang van de dienst. § 2. De Regering bepaalt het ambtsprofiel van de afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst. § 3. De afgevaardigden met een doelstellingenovereenkomst voeren hun taken uit binnen de zone waarvoor ze zijn aangesteld. Naargelang de behoefte kunnen ze echter door de coördinerende afgevaardigde en volgens de nadere regels die hij samen met de betrokken zonedirecteur bepaalt, worden gemachtigd om taken uit te voeren in een andere zone. § 4. De coördinerende afgevaardigde bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van hun taken die in dit artikel worden bedoeld overeenkomstig de bepalingen waartoe de Regering heeft beslist in uitvoering van het Takendecreet. Art. 8.De afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst oefent zijn taken uit overeenkomstig artikel 67 van het Takendecreet. Art. 9.De afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst oefent zijn taken uit overeenkomstig artikel 68 van het Takendecreet. TITEL II. - De initiële opleiding en de kwalificatie die toegang verschaffen tot de functies van zonedirecteur en afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst HOOFDSTUK I. - De initiële opleiding Art. 10.De regering organiseert op de voordracht van de coördinerende afgevaardigde en naargelang de behoeften van de Dienst een initiële opleiding en een kwalificatieproef die naargelang het geval toegang verschaft tot het ambt van zonedirecteur of het ambt van afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst. De Regering beslist over de nadere regels van de openbaarheid van de initiële opleiding en de kwalificatieproef bedoeld in het 1e lid. Art. 11.§ 1. De initiële opleiding voor zonedirecteur telt minstens 160 uur en bevat vier luiken. De initiële opleiding voor afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst telt minstens 130 uur en bevat drie luiken. De drie eerste luiken van de initiële opleiding zijn gemeenschappelijk voor het ambt van zonedirecteur en dat van afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst. § 2. Het eerste luik van de initiële opleiding, dat minstens 30 uur telt, heeft tot doel om bij de kandidaten de volgende vaardigheden te ontwikkelen: 1. de relationele vaardigheden in het beheer van persoonlijke, interpersoonlijke en groepsrelaties, in het bijzonder in situaties van mondelinge en schriftelijke communicatie, spreken in het openbaar, animatie van vergaderingen, teamwerk, het nemen van beslissingen, conflictmanagement, bemiddeling, controle, onderhandeling en evaluatie; 2. het beheer van een geschikte persoonlijke werking ten opzichte van het beoogde ambt, de eraan verbonden methodes voor taakbeheer, inzonderheid timemanagement, projectmanagement, werkmethodes enz.; 3. het aanleren van een methode om de eigen werking te evalueren die aanzet tot nadenken en een professionele ontwikkeling in het kader van de toekomstige functie en taken;4. bewust worden van de veranderingen van houding en professionele identiteit die het ambt waarvoor ze solliciteren met zich brengt ten aanzien van hun relationele vaardigheden en competenties, met inbegrip van de deontologische regels. § 3. Het tweede luik van de initiële opleiding, dat minstens 40 uur telt, heeft tot doel om bij de kandidaten de volgende vaardigheden te ontwikkelen: 1. begrip van de waarden, de betekenis en de draagwijdte van het begrip sturing van het schoolsysteem en de schoolorganisaties, door: a) het onderwijssysteem vanuit een systemisch oogpunt te bekijken; b) zich de uitdagingen, waarden, doelstellingen en wetenschappelijke grondslagen van het bestuur en de sturing van het onderwijsstelsel, de methoden en processen voor de evaluatie van het schoolbeleid en de pedagogische hervormingen, in het bijzonder de begrippen verbeteringsdoelen, buitengewone doelstellingen, specifieke doelstellingen, stand van zaken, indicatoren ... eigen te maken; c) zich het organigram en de taken van het Algemeen Bestuur van Onderwijs, de rol en de verschillende taken van de actoren van het nieuwe sturingsmodel eigen te maken;d) de huidige uitdagingen en doelstellingen van het onderwijssysteem en die welke het voorwerp uitmaken van de maatregelen in het verlengde van het Pacte pour un Enseignement d'Excellence (Pact voor een uitmuntend onderwijs) in perspectief te plaatsen, in de eerste plaats in verband met de verbeteringsdoelen;en deze goed te begrijpen; 2. begrip en beheersing van de processen verbonden aan de invoering van een sturingsplan of aanpassingsplan, met name: a) de analyse van de gegevens (methode voor de verzameling en beschrijvende analyse van kwantitatieve en kwalitatieve analyses, in het bijzonder met betrekking tot productie en interpretatie), de analyse van de relevantie van een stand van zaken (lezen en begrijpen van de kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren) en een diagnose, het uitbrengen van verklarende hypothesen; b) de analyse van de samenhang van de specifieke doelstellingen van de school bij het begin van haar diagnose (waaronder de kwaliteit van de doelstellingen ...) ten aanzien van de verbeteringsdoelen van het stelsel; c) de analyse van de samenhang van de uitgewerkte strategieën (met inbegrip van de opleidingsplannen, de nadere regels voor de samenwerking en de elementen met betrekking tot de gemeenschappelijke basisinhoud) ten aanzien van de specifieke doelstellingen van de inrichting en haar specifieke situatie;d) de analyse van de relevantie en de geldigheid van de strategieën ten aanzien van de wettelijke en gemeenschappelijke grond (wetenschappelijk onderzoek, nationale en internationale studies) en de uitdagingen van het onderwijssysteem. § 4. Het derde luik van de initiële opleiding, dat minstens 30 uur telt, heeft tot doel om bij de kandidaten de volgende vaardigheden te ontwikkelen: 1. de vaardigheden om met open boek de wetgevings- en verordeningsmateries verbonden aan het ambt van zonedirecteur en afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst te beheersen;2. vaardigheden inzake administratief beheer, inzonderheid betreffende: a) de "levenscyclus" van het sturingsplan (fasering, uitwerking, contractualisering, opvolging, evaluatie) en zijn deadlines;b) door zich het concept "aanpassingsstelsel" eigen te maken dat is voorzien voor de inrichtingen met afwijkende prestaties en de specifieke kenmerken ervan;c) het canvas van het sturingsplan/de doelstellingenovereenkomst of het aanpassingsstelsel/samenwerkingsprotocol, de web-businessapplicatie en coderingsgids ervan;3. het juiste gebruik van de digitale hulpmiddelen. § 5. Het vierde luik van de initiële opleiding, dat specifiek is voor de kandidaten voor het ambt van zonedirecteur en waarvan de duur minstens 30 uur bedraagt, heeft tot doel bij deze laatsten de omkaderings- en leadershipscompetenties te ontwikkelen, met name het vermogen om: 1. een team te beheren en tot een hecht geheel te smeden, met name door de medewerkers te ondersteunen en motiveren, hun persoonlijke en professionele ontwikkeling en de ontwikkeling van het team te stimuleren vanuit het oogpunt van een lerende organisatie;2. de activiteiten van een team te organiseren, sturen, coördineren en evalueren;3. pistes voor het oplossen van problemen te analyseren en voor te stellen;4. projecten te beheren, te beslissen over doelgerichte acties om de beslissingen in de praktijk te brengen en deze ook te initiëren. Art. 12.De Regering werkt op grond van een voorstel van het Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan een opleidingsplan uit waarin inzonderheid de volgende elementen worden bepaald: 1. de inhoud en de doelstellingen van de opleiding, alsook de competenties die moeten worden verworven;2. het vastleggen van het aantal opleidingsuren voor elk luik van de initiële opleiding bedoeld in artikel 11. Op basis van het in de eerste paragraaf bedoelde opleidingsplan organiseert het Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan de initiële opleiding. De docenten van deze initiële opleiding zijn in de eerste plaats afkomstig van de universiteiten, hogescholen, instellingen voor onderwijs voor sociale promotie, het Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan of het Algemeen Bestuur van Onderwijs. Het Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan kan de drie eerste luiken van de opleiding gemeenschappelijk of afzonderlijk organiseren voor de kandidaten voor de opleiding van afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst en voor de kandidaten voor het ambt van zonedirecteur. Art. 13.§ 1. De initiële opleiding is kosteloos. Behalve als dit vereist is, wordt ze buiten de normale werkuren van de scholen georganiseerd. De personeelsleden die een opleiding volgen, worden geacht personeelsleden in actieve dienst te zijn. § 2. Alle kandidaten die de initiële opleiding hebben gevolgd, ontvangen een attest van bijwoning. Alleen kandidaten die een attest overleggen dat bewijst dat zij minstens 75 % van de tijd van elk luik van de initiële opleiding hebben gevolgd, worden toegelaten voor de kwalificatieproef bedoeld in artikel 10. Art. 14.§ 1. De coördinerende afgevaardigde kan op de voordracht van het Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan de kandidaat op diens verzoek vrijstellen van het volgen van een of meerdere luiken van de opleiding indien hij vooraf reeds een of meerdere gelijkwaardige opleidingen met succes heeft gevolgd. § 2. In afwijking van artikel 13, § 2 is het personeelslid dat vastbenoemd is in het ambt van afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst en zich voor de initiële opleiding voor zonedirecteur inschrijft, vrijgesteld van de drie eerste luiken van de initiële opleiding. Art. 15.Het Instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan verstrekt op eigen initiatief of op verzoek van de Regering advies over de toepassing van deze titel. HOOFDSTUK II. - Het behalen van het getuigschrift Art. 16.§ 1. De kwalificatieproef wordt uiterlijk binnen de zes maanden na het beëindigen van de initiële opleidingssessie georganiseerd. Ze bestaat uit een zelf geschreven werk dat wordt verdedigd voor de examencommissie bedoeld in artikel 17, hierna "de examencommissie" genoemd. § 2. De kwalificatieproef van de kandidaat voor een functie van zonedirecteur bestaat uit een zelf geschreven dossier dat voor de examencommissie wordt verdedigd. Dit geschreven dossier bestaat uit: 1. twee persoonlijke casestudy's waarvan er minstens één betrekking heeft op een probleem met teammanagement;2. een overzicht van de competenties van de kandidaat met zijn voornaamste sterktes en zwaktes, ondersteund door zijn loopbaan en in verband gebracht met de vaardigheden en competenties die aan bod komen in de vier luiken van de initiële opleiding. De verdediging van het dossier voor de examencommissie bestaat uit de mondelinge presentatie en verdediging van een van beide cases van het dossier. De evaluatiecriteria van de proef hebben betrekking op: 1. de samenhang tussen het overzicht van de competenties en de relatie- en communicatiegebonden dimensies die in de casestudy's aan bod komen;2. de overweging van de bekwaamheden en competenties die worden verwacht van bij de indiensttreding van een zonedirecteur en die inzonderheid worden ontwikkeld tijdens de initiële opleiding (oftewel de vier dimensies van het eerste en vierde luik) op het vlak van de relevantie van de voorgestelde acties in de casestudy, namelijk: a) de haalbaarheid van de acties - het realisme - de overweging van de context; b) hun wetenschappelijke gegrondheid (opzoekingen, ervaringen ...); c) hun overeenstemming met de waarden, uitdagingen en doelstellingen van het onderwijsstelsel, alsook met de geldende wetgeving;3. het vermogen om de vragen te beantwoorden over het begrip sturing van het scholenstelsel en over de processen verbonden aan de invoering van de sturingsplannen zoals deze tijdens het tweede luik van de initiële opleiding worden ontwikkeld;4. uitdrukkingsvermogen (vermogen om schriftelijk en mondeling te communiceren);5. de beheersing van het functioneel schrijven. De Regering bepaalt de weging tussen de evaluatiecriteria en de nadere regels voor de organisatie en evaluatie van de proef. § 3. De kwalificatieproef van de kandidaat voor een functie van afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst bestaat uit een zelf geschreven dossier dat voor de examencommissie wordt verdedigd. Dit geschreven dossier bestaat uit: 1. twee persoonlijke casestudy's waarvan er minstens één betrekking heeft op een dimensie die aan bod komt in het tweede luik van de initiële opleiding;2. een overzicht van de competenties van de kandidaat met zijn voornaamste sterktes en zwaktes, ondersteund door zijn loopbaan en in verband gebracht met de vaardigheden en competenties die aan bod komen in de drie luiken van de initiële opleiding. De verdediging van het dossier voor de examencommissie bestaat uit de mondelinge presentatie en verdediging van een van beide cases van het dossier. De evaluatiecriteria van de proef hebben betrekking op: 1. de samenhang tussen het overzicht van de competenties en de relatie- en communicatiegebonden dimensies die in de casestudy's aan bod komen;2. de overweging van de bekwaamheden en competenties die van bij de indiensttreding worden verwacht van een afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst en inzonderheid worden ontwikkeld tijdens het eerste luik van de initiële opleiding bedoeld in artikel 11, § 2 op het vlak van de relevantie van de voorgestelde acties in de casestudy, namelijk: a) de haalbaarheid van de acties - het realisme - de overweging van de context; b) hun wetenschappelijke gegrondheid (opzoekingen, ervaringen ...); c) hun overeenstemming met de waarden, uitdagingen en doelstellingen van het onderwijsstelsel, alsook met de geldende wetgeving;3. het vermogen om vragen te beantwoorden over de processen verbonden aan de invoering van de sturingsplannen zoals deze tijdens het tweede luik van de initiële opleiding worden ontwikkeld;4. uitdrukkingsvermogen (vermogen om schriftelijk en mondeling te communiceren);5. de beheersing van het functioneel schrijven. De Regering bepaalt de weging tussen de evaluatiecriteria en de nadere regels voor de organisatie en evaluatie van de proef. § 4. De examencommissie moet alle professionele dossiers die de kandidaat indient bestuderen, deze laatste horen en zijn hele prestatie beoordelen, en deze beoordeling bekrachtigen met een getuigschrift van voltooiing of niet-voltooiing. Daarnaast moet ze per functie een algemene rangschikking opstellen van de kandidaten voor wie een getuigschrift van voltooiing werd afgeleverd. Deze algemene rangschikking wordt vervolgens onderverdeeld per zone in functie van de zones waarvoor het personeelslid zich kandidaat stelt. De aldus opgestelde lijsten vormen de wervingsreserves voor, naargelang het geval, zonedirecteurs of afgevaardigden met een doelstellingenovereenkomst. Deze wervingsreserves zijn vier jaar geldig vanaf de datum waarop de rangschikkingen voor de betrokken functie werden opgesteld. Art. 17.De examencommissie die verantwoordelijk is voor de kwalificatieproef bedoeld in artikel 16 die naargelang het geval toegang verschaft tot het ambt van zonedirecteur of van afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst bestaat uit: 1. een door de Regering uit de algemene ambtenaren van minstens rang 15 aangestelde voorzitter;2. drie vertegenwoordigers van het Algemeen Bestuur van Onderwijs, aangesteld door de Regering, waarvan er minstens één de Algemene directie voor de sturing van het onderwijssysteem vertegenwoordigt;3. drie externe experts met specifieke competentie in verband met de verschillende luiken van de initiële opleiding. Voor elk werkend lid bedoeld in paragraaf 1 stelt de Regering een vervangend lid aan volgens dezelfde nadere regels. De nadere regels voor de werking van de examencommissie worden vastgelegd door de Regering. Art. 18.De examencommissie verstrekt op eigen initiatief of op verzoek van de Regering advies over de toepassing van deze titel. HOOFDSTUK III. - De toegangsvoorwaarden Art. 19.§ 1. Het is niemand toegelaten zich in te schrijven voor de initiële kwalificatieopleiding die toegang verschaft tot het ambt van zonedirecteur of afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst indien hij op de datum van de indiening van zijn aanvraag tot deelneming niet aan de volgende voorwaarden voldoet: 1. Belg zijn of onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie, behoudens door de Regering toe te kennen vrijstelling;2. van onberispelijk gedrag zijn;3. de burgerlijke en politieke rechten genieten;4. voldaan hebben aan de dienstplichtwetten;5. in regel zijn met de wets- en verordeningsbepalingen betreffende de taalregeling;6. minstens houder zijn van een academische graad van bachelorniveau in de betekenis van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/11/2013 pub. 18/12/2013 numac 2013029625 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies sluiten tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies;7. vastbenoemd of aangeworven zijn in een ambt met volledige dienstprestaties of in verschillende ambten met onvolledige dienstprestaties die volledige prestaties in het onderwijs dekken, of, in voorkomend geval, in een psycho-medisch-sociaal centrum dat door de Franse Gemeenschap wordt georganiseerd of gesubsidieerd;8. een dienstanciënniteit van ten minste tien jaar hebben;9. geen sanctie of tuchtstraf gekregen hebben gedurende de laatste vijf jaar;10. niet van zijn ambt ontheven zijn bij toepassing van artikel 75, § 1, 66, § 1, 90, § 1 of 95;11. de volgende beroepservaring aantonen: a.voor de toegang tot de initiële opleiding voor zonedirecteur: - minstens drie jaar ervaring in het management of de coördinatie van een team van volwassenen; - een significante ervaring in een van de domeinen waarop de taken van de zonedirecteur betrekking hebben, hetzij inzake audit, systemische analyse, analyse van variabelen / indicatoren, opleiding of begeleiding van volwassenen; b. voor de toegang tot de initiële opleiding voor afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst: - een significante ervaring in een van de domeinen waarop de taken van de afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst betrekking hebben, hetzij inzake audit, systemische analyse, analyse van variabelen / indicatoren, opleiding of begeleiding van volwassenen. Kan zich ook inschrijven voor de initiële opleiding een vastbenoemd of aangeworven personeelslid met een functie van rang 1 of rang 2 in een hogeschool dat voldoet aan de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1, 1e lid, 1° tot 6°, en 9° tot 11°, en dat de anciënniteit heeft verworven bedoeld in paragraaf 1, 8° in het basisonderwijs, kleuteronderwijs, lager onderwijs, secundair onderwijs, onderwijs voor sociale promotie of kunstonderwijs georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. De aanvraag tot deelneming aan de initiële opleiding moet worden ingediend in de vorm en binnen de termijn die de Regering heeft vastgelegd. § 2. Vanaf 2019 kan elke persoon die niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in paragraaf 1, 7° zich ook inschrijven voor de initiële opleiding en de kwalificatieproef bedoeld in artikel 10 die toegang geven tot het ambt van zonedirecteur of afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst voor zover hij op de datum van de indiening van zijn aanvraag tot deelneming voldoet aan de voorwaarden voorzien in § 1, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6° en 10°. Bovendien moet de kandidaat tien jaar nuttige werkervaring aantonen waarvan minstens vijf jaar op het vlak van audit, systemische analyse, analyse van variabelen / indicatoren, opleiding of begeleiding van volwassenen en minstens drie jaar in het domein van de coördinatie van een team van volwassenen, indien hij zich wil inschrijven voor de initiële opleiding en de kwalificatieproef bedoeld in artikel 10 die toegang verschaffen tot het ambt van zonedirecteur. De kandidaat detailleert in zijn aanvraag tot deelneming zijn eerdere werkervaring en legt uit waarom deze nuttig is voor de uitoefening van het ambt van zonedirecteur of afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst. De examencommissie bedoeld in artikel 17 evalueert het nut van de werkervaring van de kandidaat. Indien de kandidaat personeelslid is in het onderwijs of lid is van ander personeel onder een statuut dat onderworpen is aan tuchtsancties, moet hij bovendien voldoen aan de voorwaarde voorzien in § 1, 9°. § 3. Wie niet meer aan alle voorwaarden voldoet die naargelang het geval bedoeld zijn in paragraaf 1 of paragraaf 2 mag de opleiding niet verder zetten of deelnemen aan de kwalificatieproef. § 4. De Regering bepaalt de vorm en termijn volgens dewelke de kandidatuur bedoeld in de eerste paragraaf moet worden ingediend. Art. 20.§ 1. Voor de berekening van de dienstanciënniteit bedoeld in artikel 19, § 1, 1e lid, 8° worden enkel de diensten in aanmerking genomen die de kandidaat, in welke hoedanigheid ook, werkelijk heeft gepresteerd in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijs, als lid van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het paramedisch personeel en het personeel van de Algemene inspectiedienst. § 2. Voor de berekening van de duur van de diensten die in aanmerking komen voor de dienstanciënniteit bedoeld in artikel 19, § 1, 1e lid, 8° : 1.worden de diensten die als tijdelijk personeelslid werkelijk werden gepresteerd in een ambt met volledige dienstprestaties meegerekend als anciënniteit die gelijk is aan het aantal dagen die worden geteld vanaf het begin tot het einde van de ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van, als ze in die periode worden meegerekend, de ontspanningsverloven, de winter- en lentevakantie, alsook de moederschapsrust en het verlof voor opvang met het oog op adoptie en pleegvoogdij, toegekend vanaf 1 januari 1999, waarbij dat aantal dagen met 1,2 wordt vermenigvuldigd; 2. worden de werkelijke diensten die in een andere hoedanigheid dan tijdelijk personeelslid in een ambt met volledige dienstprestaties werden gepresteerd, geteld per kalendermaand, waarbij deze die niet de hele maand dekken, niet worden meegerekend;3. worden de in aanmerking komende diensten die werden gepresteerd gedurende de maand tijdens welke het personeelslid voor de eerste keer in een andere hoedanigheid dan die van tijdelijk personeelslid aangesteld of aangeworven is, geacht als tijdelijk personeelslid te zijn gepresteerd;4. worden de werkelijke diensten die werden gepresteerd in een ambt met onvolledige prestaties dat ten minste de helft van het aantal uren telt dat vereist is voor het ambt met volledige dienstprestaties, in aanmerking genomen op dezelfde wijze als de diensten gepresteerd in een ambt met volledige prestaties;5. wordt het aantal dagen verworven in een ambt met onvolledige dienstprestaties dat niet de helft van het aantal uren telt dat vereist is voor het ambt met volledige prestaties, met de helft verminderd;6. mag de duur van de diensten die in twee of meer ambten werden gepresteerd, met volledige of onvolledige dienstprestaties, die gelijktijdig werden uitgeoefend, nooit de duur overschrijden van de diensten die werden gepresteerd in een ambt met volledige dienstprestaties tijdens dezelfde periode;7. maken dertig dagen één maand uit;8. mag de duur van de in aanmerking komende diensten die de kandidaat telt, nooit twaalf maanden overschrijden voor een kalenderjaar. TITEL III. - Statuut van de personeelsleden van de algemene sturingsdienst van de scholen en psycho-medisch-sociale centra HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Art. 21.Deze titel is van toepassing op de personeelsleden van de Algemene Sturingsdienst van de Scholen en Psycho-medisch-sociale centra, hierna "de personeelsleden" genoemd. Art. 22.Voor de toepassing van deze titel worden de termijnen berekend als volgt: 1. de dag van de akte die er het beginpunt van uitmaakt, is niet inbegrepen;2. de vervaldag wordt in de termijn inbegrepen.Als die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, met inbegrip van de feestdagen van of in de Franse Gemeenschap, wordt hij naar de eerstvolgende werkdag uitgesteld. Art. 23.Voor de toepassing van deze titel worden de dienstanciënniteit en de duur van de diensten die in aanmerking komen voor de dienstanciënniteit berekend volgens dezelfde nadere regels als bedoeld in artikel 20. Art. 24.De ambten die de personeelsleden kunnen uitoefenen, zijn bevorderingsambten die gerangschikt worden als volgt: 1. coördinerende afgevaardigde;2. zonedirecteur;3. afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst. Art. 25.Bij zijn indiensttreding legt het personeelslid dat vastbenoemd is, toegelaten is tot de stage of voorlopig aangesteld is in een bevorderingsambt bedoeld in artikel 24, 2° of 3° de eed af in handen van de ambtenaar-generaal die door de Regering of haar afgevaardigde aangesteld wordt. De eed wordt geformuleerd zoals bepaald in artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/1831 pub. 07/02/2013 numac 2013000079 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet op de drukpers type decreet prom. 20/07/1831 pub. 26/07/2012 numac 2012000423 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet « betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie ». - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Daarvan wordt akte aan het personeelslid gegeven. Art. 26.De Regering bepaalt de kosten die aan de personeelsleden kunnen worden terugbetaald. Het betreft: 1. reiskosten;2. verblijfskosten;3. andere kosten, waarvan inzonderheid kosten met betrekking tot communicaties. De Regering stelt de perken en nadere regels vast voor de terugbetaling bedoeld in het eerste lid. HOOFDSTUK II. - Plichten en onverenigbaarheden Afdeling I. - Plichten Art. 27.De personeelsleden moeten onder alle omstandigheden voortdurend de belangen behartigen van de Franse Gemeenschap, van de leerlingen die schoollopen bij de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde onderwijsinrichtingen en van de personeelsleden van die inrichtingen. Ze vervullen hun opdracht met dezelfde zorg voor alle schoolinrichtingen en in alle onafhankelijkheid ten opzichte van de inrichtende machten. Art. 28.Ze moeten de neutraliteitsbeginselen in acht nemen bij de uitoefening van hun ambt. Ze mogen de leerlingen niet gebruiken voor doeleinden van politieke, godsdienstige, filosofische propaganda of van commerciële reclame. Art. 29.Ze komen persoonlijk en nauwgezet de verplichtingen na, die hun zijn opgelegd door de wetten, decreten en verordeningen. Ze moeten, binnen de door de regeling vastgestelde perken, de prestaties verrichten die noodzakelijk zijn voor de goede werking van de dienst. Ze voeren de welbepaalde opdrachten die hun worden toevertrouwd uit en vervullen hun taak met vlijt en nauwgezetheid. Ze mogen zonder voorafgaande toelating van hun hiërarchische meerdere de uitoefening van hun ambt niet onderbreken, Art. 30.Ze moeten zich met de meest volstrekte correctheid gedragen, zowel in hun dienstbetrekkingen als in hun omgang met het publiek, en moeten elkaar bijstaan in de mate waarin het belang van de inrichting zulks vereist. Ze mogen, zowel in hun dienst als in hun persoonlijke levenssfeer, geen gedrag vertonen dat het vertrouwen van het publiek of de eer of de waardigheid van hun ambt zou kunnen aantasten. Ze onthouden zich van alle pesterijen. Art. 31.Ze mogen zich niet inlaten met enige werkzaamheid die in strijd is met de Grondwet en de wetten van het Belgisch volk, die de vernietiging van 's Lands onafhankelijkheid op het oog heeft of die de landsverdediging of de uitvoering van de verbintenissen van België strekkend tot het verzekeren van zijn veiligheid in gevaar brengt. Ze mogen niet toetreden tot, noch hun hulp verschaffen aan een beweging, groepering, organisatie of vereniging met een soortgelijke werkzaamheid. Art. 32.Het is hun verboden feiten bekend te maken die zij zouden kennen ter oorzake van hun ambt en die van nature geheim zijn. Art. 33.Het is hun verboden rechtstreeks of door een tussenpersoon, zelfs buiten hun ambt doch omwille ervan, giften, geschenken, beloningen of enig ander voordeel te vragen, te eisen of aan te nemen. Art. 34.De Regering kan de door deze afdeling voorziene plichten preciseren. Art. 35.Onverminderd de toepassing van de strafwetten en, in voorkomend geval, van artikel 43 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, zullen de overtredingen van de bepalingen van deze afdeling, naargelang van het geval, met een van de bij artikel 116 bepaalde tuchtsancties worden bestraft. Afdeling II. - Onverenigbaarheden Art. 36.Met de hoedanigheid van personeelslid is onverenigbaar, de uitoefening van het politiek mandaat van: 1. burgemeester, schepen, gemeenteraadslid, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn of lid van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente die zich geheel of gedeeltelijk bevindt op het grondgebied waarop het personeelslid het ambt van zonedirecteur of afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst uitoefent;2. lid van de permanente deputatie of provincieraadslid in een provincie die zich geheel of gedeeltelijk bevindt op het grondgebied waarop het personeelslid het ambt van zonedirecteur of afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst uitoefent. Art. 37.Onverenigbaar met de hoedanigheid van personeelslid is de uitoefening van elk vakbondsmandaat of van elk mandaat bij een inrichtende macht of een federatie van inrichtende machten waarvan een of meer onderwijsinrichtingen zich bevinden op het grondgebied waarop het personeelslid het ambt van zonedirecteur of afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst uitoefent. Art. 38.Onverenigbaar met de hoedanigheid van personeelslid is elke activiteit die het vervullen van de ambtsplichten zou kunnen belemmeren of die in strijd is met de waardigheid van dat ambt. Art. 39.De Regering stelt de onverenigbaarheden vast bedoeld in artikelen 36 tot 38. Ze brengt het betrokken personeelslid daarvan op de hoogte binnen een termijn van twintig dagen vanaf de dag waarop ze de onverenigbaarheid vaststelt, bij een ter post aangetekend schrijven, dat uitwerking heeft met ingang van de derde werkdag volgend op de datum van de verzending ervan. Art. 40.Als de vaststelling van een onverenigbaarheid vermeld in artikel 42 betwist wordt, kan het betrokken personeelslid, langs de hiërarchische weg, binnen een termijn van twintig werkdagen vanaf de datum waarop de onverenigbaarheid werd vastgesteld, een bezwaar indienen voor de in artikel 121 bedoelde raad van beroep. Deze brengt de Regering zijn advies uit binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift. De Regering neemt haar beslissing binnen een termijn van één maand na de ontvangst van het advies van de raad van beroep. HOOFDSTUK III. - Mandaat voor de uitoefening van het bevorderingsambt van coördinerende afgevaardigde Afdeling I. - Procedure en voorwaarden voor het verkrijgen van het mandaat van coördinerende afgevaardigde Art. 41.De betrekking van coördinerende afgevaardigde wordt toegekend bij mandaat. Een mandaat kan slechts toegekend worden als een betrekking vacant is binnen het betrokken ambt. De Regering bepaalt het ambtsprofiel van de coördinerende afgevaardigde. Art. 42.De vacante betrekking van het te begeven ambt van coördinerende afgevaardigde wordt ter kennis gebracht van de mogelijke kandidaten per openbare oproep. Art. 43.Slechts de kandidaten die de vorm en de termijn hebben nageleefd waarin de kandidaturen moeten worden ingediend, kunnen worden gemandateerd. Art. 44.Niemand kan een mandaat verkrijgen als hij niet aan de volgende voorwaarden voldoet: 1. vastbenoemd zijn in een bevorderingsambt bedoeld in artikel 24, 2° en 3° ;2. een dienstanciënniteit van minstens zes jaar tellen in een bevorderingsambt van zonedirecteur of minstens negen jaar in een bevorderingsambt van afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst;3. de vermelding "gunstig" gekregen hebben voor de laatste evaluatie. Als er geen evaluatieverslag is, wordt het personeelslid geacht de vermelding "gunstig" gekregen te hebben; 4. geen sanctie of tuchtstraf gekregen hebben gedurende de laatste vijf jaar;5. een opleiding in human resources management van minstens 60 uur gevolgd hebben en ervoor geslaagd zijn, georganiseerd door de School voor Overheidsbestuur.Het attest voor het slagen voor de opleiding wordt uitgereikt door een examencommissie waarvan de samenstelling en de nadere regels voor de werking bepaald worden door de Regering. Als er geen kandidaat is die aan de in het 1e lid, 5° bedoelde voorwaarde voldoet, kan de Regering een mandaat toekennen aan een kandidaat die niet aan die voorwaarde voldoet, voor zover deze laatste zich ertoe verbindt de volgende opleiding in human resources management te volgen. Er wordt van rechtswege een einde gemaakt aan zijn mandaat bij niet-naleving van die verbintenis of bij faling. Een persoon die op de datum van indiening van zijn aanvraag tot deelneming niet voldoet aan de voorwaarden vermeld in het 1e lid, 1° tot 4° wordt niet tot de opleiding toegelaten Art. 45.Voor de berekening van de ambtsanciënniteit bedoeld in artikel 44, § 1, 2° worden de werkelijke diensten in aanmerking genomen die het personeelslid, in ongeacht welke hoedanigheid, heeft gepresteerd in het bevorderingsambt van zonedirecteur. Voor de berekening van de duur van de diensten die in aanmerking komen voor een ambtsanciënniteit bedoeld in artikel 44, 1e lid, 2° worden de werkelijke diensten per kalendermaand geteld, waarbij de onvolledige maanden niet worden meegeteld. Art. 46.§ 1. Er wordt bij de Regering een Commissie voor selectie en evaluatie, hierna "de Commissie" genoemd, opgericht. § 2. De Commissie is bevoegd om de adviezen bedoeld bij toepassing van de artikelen 48 en 55 te geven, op eigen initiatief of op aanvraag van de Regering. § 3. De Commissie bestaat uit: 1. de Directeur-generaal van de Algemene directie voor de sturing van het onderwijssysteem;2. vier leden aangesteld door de Regering onder de ambtenaren-generaal van de Diensten van de Regering, minstens titularis van een graad van rang 16;3. vijf leden aangesteld door de Regering onder de titularissen van het ambt van gewoon hoogleraar, hoogleraar of docent, voltijds in vast verband benoemd of aangeworven binnen een universiteit georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap of onder de titularissen van een verkiezingsambt binnen een Hogeschool georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap. De leden van de Commissie worden aangesteld voor een hernieuwbare duur van vijf jaar. § 4. De Directeur-generaal van de Algemene directie voor de sturing van het onderwijssysteem zit de Commissie voor. De Regering stelt een voorzitter en een ondervoorzitter van de Commissie aan onder de vier ambtenaren-generaal bedoeld in § 3, 2°. De Regering stelt een secretaris en plaatsvervangend secretaris van de Commissie aan onder de ambtenaren van minstens niveau 2+ van de Diensten van de Regering. § 5. Voor elk werkend lid stelt de Regering een plaatsvervangend lid aan, gekozen volgens dezelfde nadere regels als het werkend lid dat het vervangt. De Regering stelt een plaatsvervangende Directeur-generaal aan onder de ambtenaren-generaal van de Diensten van de Regering, minstens titularis van een graad van rang 16; § 6. De Commissie geeft advies bij meerderheid van de aanwezige leden. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter beslissend. De Regering stelt andere nadere regels vast voor de werking van de Commissie, alsmede haar huishoudelijk reglement, op de voordracht van deze laatste. § 7. Elk lid van de Commissie dat zijn hoedanigheid waarvoor het aangesteld werd binnen de Commissie verliest, wordt onverwijld vervangen door de Regering volgens dezelfde nadere regels. De plaatsvervanger voleindigt het mandaat van zijn voorganger. Art. 47.Bij de verklaring van vacature van de betrekking te begeven bij mandaat stelt de Regering op de voordracht van de Directeur-generaal een opdrachtenblad op. Het opdrachtenblad bevat ten minste de beschrijving van de volgende elementen: 1. de nauwkeurige definitie van de opdrachten die aan de mandataris worden toegewezen;2. de te bereiken doelstellingen. Art. 48.De kandidaturen voor een mandaat worden onderzocht door de Commissie, die kan beslissen om de verschillende kandidaten te horen. De Commissie stelt aan de Regering een lijst van hoogstens vijf kandidaten voor, in volgorde van hun verdiensten en relationele bekwaamheden. Om de kandidaten te rangschikken volgens de volgorde van hun verdiensten, neemt de Commissie inzonderheid het volgende in aanmerking: opleidingen tijdens de loopbaan en aanvullende opleidingen, publicaties, behaalde diploma's, getuigschriften en brevetten, projecten uitgevoerd tijdens de uitoefening van hun ambt van zonedirecteur, afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst of een vroeger mandaat. Afdeling II. - Duur en uitoefening van het mandaat Art. 49.§ 1. Het mandaat van afgevaardigde-generaal, met een duur van vijf jaar, wordt door de Regering toegekend aan de kandidaat die zij kiest uit een lijst voorgesteld door de Commissie voor selectie en evaluatie bedoeld in artikel 46. Dat mandaat is hernieuwbaar op basis van de evaluatie toegekend door de Regering op de voordracht van de Commissie voor selectie en evaluatie. Art. 50.Het mandaat is tijdelijk. Het geeft geen recht op een vaste benoeming in het ambt dat het begeeft. Het bij mandaat begeven ambt is ondeelbaar. Het wordt voltijds uitgeoefend. Tijdens de uitoefening van zijn mandaat is het personeelslid in dienstactiviteit, behoudens formele bepaling die hem in een andere administratieve stand zet. Zijn administratieve standplaats wordt in Brussel gevestigd. Art. 51.Tijdens de duur van zijn mandaat kan de mandataris: 1. geen verlof verkrijgen voor de onderbreking van de beroepsloopbaan, met uitzondering van de loopbaanonderbreking om palliatieve zorgen te verstrekken, voor de bijstand of de verlening van zorgen aan een lid van het gezin of van de familie tot de tweede graad die aan een ernstige ziekte lijdt of bij de geboorte of de adoptie van een kind in het kader van een ouderschapsverlof;2. geen verlof verkrijgen voor opdracht of een terbeschikkingstelling voor bijzondere opdracht;3. geen verlof verkrijgen om een stage uit te oefenen binnen een andere betrekking van de Staat, de provincies, gemeenten, van een ermee gelijkgestelde openbare instelling, een officiële school of een gesubsidieerde vrije school;4. geen verlof verkrijgen om zich kandidaat te stellen voor de parlementsverkiezingen of provincieraadsverkiezingen;5. geen verlof verkrijgen om cursussen te volgen, zich voor te bereiden voor examens en examens af te leggen;6. geen verlof verkrijgen om voorlopig een ander ambt uit te oefenen in het onderwijs;7. geen verlof verkrijgen voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden of geen verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden, toegekend aan het personeelslid dat minstens twee kinderen ten laste heeft die niet ouder zijn dan 14 jaar, of geen verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden, toegekend aan het lid van het personeel vanaf 50 jaar;8. geen politiek verlof verkrijgen;9. geen terbeschikkingstelling verkrijgen wegens persoonlijke aangelegenheden;10. geen terbeschikkingstelling verkrijgen wegens persoonlijke aangelegenheden vóór het rustpensioen op basis van de bepalingen van het koninklijk besluit nr.297 van 31 maart 1984 betreffende de opdrachten, de wedden, de weddetoelagen en de verloven voor verminderde prestatie in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra. Art. 52.Tijdens de uitoefening van zijn mandaat geniet de coördinerende afgevaardigde de weddeschaal die toegekend is aan een ambtenaar van de Diensten van de Regering van rang 16. Art. 53.De mandataris in dienstactiviteit van minstens 57 jaar oud die het maximum van zijn weddeschaal geniet, ziet de waarde van dit maximum verhoogd met de waarde van de laatste tussentijdse verhoging van zijn weddeschaal. De mandataris in dienstactiviteit van minstens 58 jaar oud die het maximum van zijn weddeschaal geniet, ziet de waarde van dit maximum verhoogd met het dubbele van de waarde van de laatste tussentijdse verhoging van zijn weddeschaal. Art. 54.De mandataris in dienstactiviteit van minstens 61 jaar oud die het maximum van zijn weddeschaal geniet, ziet de waarde van dit maximum verhoogd met de waarde van de laatste tussentijdse verhoging van zijn weddeschaal op voorwaarde dat hij de tussentijdse verhoging bedoeld in artikel 53, 1e lid niet heeft genoten. De mandataris in dienstactiviteit van minstens 62 jaar oud die het maximum van zijn weddeschaal geniet, ziet de waarde van dit maximum verhoogd met de waarde van de laatste tussentijdse verhoging van zijn weddeschaal op voorwaarde dat hij de tussentijdse verhoging bedoeld in artikel 53, 2e lid niet heeft genoten. Art. 55.De evaluatie van de mandatarissen vindt plaats om de dertig maanden. Deze wordt toegekend door de Regering op de voordracht van de Commissie voor selectie en evaluatie bedoeld in artikel 90. De evaluatie baseert zich op de uitvoering van het opdrachtenblad bedoeld in artikel 47. Deze bevat een van de volgende meldingen: 1. "gunstig";2. "met voorbehoud";3. "ongunstig". Art. 56.De mandataris aan wie een gunstige evaluatie gegeven wordt tijdens zijn mandaat zet de uitoefening van zijn mandaat voort. Bij toekenning van een evaluatie "met voorbehoud" tijdens zijn mandaat wordt een nieuwe evaluatie gevoerd binnen de zes à twaalf maanden die volgen en deze leidt tot de toekenning van een melding "gunstig" of "ongunstig". De toekenning van een melding "met voorbehoud" kan de Regering brengen tot het aanpassen van het opdrachtenblad en het aan de mandataris opleggen om gepaste opleidingen te volgen. Bij een evaluatievermelding "ongunstig" tijdens het mandaat wordt er vervroegd een einde gemaakt aan het mandaat. Art. 57.Als er geen coördinerende afgevaardigde is, kan de Regering de Directeur-generaal belasten met de taken van de coördinerende afgevaardigde. Art. 58.De coördinerende afgevaardigde kan vrijwillig een einde maken aan zijn mandaat, mits een opzeggingstermijn van één maand. Er wordt van rechtswege op vervroegde wijze een einde gemaakt aan het mandaat wanneer de mandataris één van de tuchtsancties bedoeld in artikel 109, 4 tot 7° krijgt. Art. 59.Wanneer er, om welke reden dan ook, een einde wordt gemaakt aan een mandaat voor het einde ervan, wordt de coördinerende afgevaardigde vervangen. De vervanger, die door de Regering volgens de in de artikelen 41 tot 48 vastgestelde nadere regels wordt aangesteld, voleindigt het lopende mandaat. Afdeling III. - Einde van het mandaat Art. 60.Het mandaat van de coördinerende afgevaardigde waarvan de laatste evaluatie de vermelding "gunstig" bevat, wordt van ambtswege door de Regering verlengd, zonder dat de vacantverklaring bedoeld in artikel 42 wordt verricht. Op het einde van zijn mandaat wordt het mandaat van de coördinerende afgevaardigde wiens laatste evaluatie de vermelding "met voorbehoud" bevat, opnieuw open voor concurrentie verklaard, en kan hij zich gedurende vijf jaar niet meer kandidaat stellen voor een aanstelling in het mandaat van coördinerende afgevaardigde. Op het einde van zijn mandaat kan de coördinerende afgevaardigde wiens laatste evaluatie de vermelding "ongunstig" bevat, zich niet meer kandidaat stellen voor een aanstelling in het mandaat van coördinerende afgevaardigde. Art. 61.Wanneer het personeelslid beoogd in artikel 44 zijn hoedanigheid van mandataris verliest, wordt het in zijn bevorderingsambt van zonedirecteur of afgevaardigde met een doelstellingenovereenkomst hersteld. HOOFDSTUK IV. - Toegang tot het bevorderingsambt van zonedirecteur Afdeling I. - Mutatie Art. 62.Voorafgaand aan de uitvoering van de toelatingsprocedure voor de stage bedoeld in afdeling 2, kan de Regering, als er een betrekking voor het bevorderingsambt van zonedirecteur vacant is, volgens de nadere regels die zij bepaalt, de vastbenoemde zonedirecteurs uitnodigen om een mutatieaanvraag in te dienen naar de te begeven betrekking. De mutatie wordt goedgekeurd door de Regering op advies van de coördinerende afgevaardigde. Afdeling II. - Toelating tot de stage voor een bevorderingsambt van zonedirecteur Art. 63.§ 1. Om tot de stage voor het ambt van zonedirecteur bedoeld in artikel 24, 2° te worden toegelaten, moet het personeelslid: 1. zijn kandidatuur hebben ingediend;2. voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 19, § 1 of § 2;3. niet uit zijn ambt ontheven zijn in toepassing van artikel 75 of artikel 96;4. houder zijn van een attest voor het slagen voor de kwalificatieproef met betrekking tot het te begeven ambt van zonedirecteur bedoeld in Titel II. § 2. De Regering bepaalt de vorm en termijn volgens dewelke de kandidatuur bedoeld in de eerste paragraaf moet worden ingediend. Art. 64.Als er een betrekking van het bevorderingsambt van zonedirecteur vacant is en onverminderd de toepassing van artikel 62, past de Regering de rangschikking toe van de wervingsreserve bedoeld in artikel 16, § 4. Zij nodigt het best gerangschikte personeelslid uit om de stage aan te vatten. Als het betrokken personeelslid binnen de tien kalenderdagen niet gunstig reageert op deze uitnodiging, nodigt de Regering het volgende gerangschikte personeelslid uit om de stage aan te vatten, enzovoort. Het personeelslid dat de uitnodiging om de stage aan te vatten afwijst, verliest het voordeel van zijn rangschikking niet wanneer een andere betrekking van het bevorderingsambt van zonedirecteur vacant is. Art. 65.§ 1. De stage van zonedirecteur duurt 2 jaar, berekend overeenkomstig paragraaf 3. § 2. Tijdens de duur van de stage blijft het personeelslid titularis van de betrekking waarin het vastbenoemd of aangeworven is, in voorkomend geval bij zijn oorspronkelijke inrichtende macht. Tenzij anders uitdrukkelijk wordt bepaald, wordt het personeelslid dat wordt toegelaten tot de stage gelijkgesteld met een personeelslid dat vastbenoemd of aangeworven is in het ambt van zonedirecteur. Het personeelslid kan tijdens de duur van de stage toelating krijgen om deel te nemen aan een opleiding wanneer deze specifiek gericht is op zijn hoedanigheid van zonedirecteur en wordt georganiseerd krachtens: 1. het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029419 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029418 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs;2. het decreet van 11 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029419 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het buitengewoon onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan type decreet prom. 11/07/2002 pub. 31/08/2002 numac 2002029418 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan voor het personeel van de inrichtingen voor gewoon basisonderwijs sluiten betreffende de opleiding tijdens de loopbaan in het gespecialiseerd onderwijs, het gewoon secundair onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra en tot oprichting van een instituut voor opleidingen tijdens de loopbaan;3. het decreet van 30 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/06/1998 pub. 01/09/1998 numac 1998029350 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet met betrekking tot de bijscholing van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en het opvoedend hulppersoneel in het onderwijs voor sociale promotie sluiten betreffende de vorming tijdens de loopbaan van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel in het onderwijs voor sociale promotie;4. het decreet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/03/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999029340 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de opleiding tijdens de loopbaan van de leden van h …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.