← België

Wet tot wijziging van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur en van de wet van 19 december 2006 betreffende

Kort samengevat

Deze wet wijzigt twee eerdere wetten uit 2006 over het gebruik van spoorweginfrastructuur en de veiligheid van spoorwegen. De belangrijkste wijzigingen betreffen de certificering van veiligheidspersoneel en het onderhoud van spoorwegvoertuigen.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
26 JANUARI 2010. - Wet tot wijziging van de wet van 4 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/12/2006 pub. 08/10/2010 numac 2010000558 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur type wet prom. 04/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014299 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur type wet prom. 04/12/2006 pub. 10/03/2009 numac 2009000127 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur. - Duitse vertaling sluiten betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur en van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 10/03/2009 numac 2009000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen. - Duitse vertaling type wet prom. 19/12/2006 pub. 07/09/2011 numac 2011000561 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, voornamelijk wat de certificering van het veiligheidspersoneel en het onderhoud van de voertuigen betreft (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Inleiding Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. Ze voorziet : - in de omzetting van Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen; - in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap; - in de omzetting van Richtlijn 2008/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 2004/49/EG van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen (richtlijn over spoorwegveiligheid). HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 4 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/12/2006 pub. 08/10/2010 numac 2010000558 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur type wet prom. 04/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014299 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur type wet prom. 04/12/2006 pub. 10/03/2009 numac 2009000127 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur. - Duitse vertaling sluiten betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur Art. 2.Artikel 4 van de wet van 4 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/12/2006 pub. 08/10/2010 numac 2010000558 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur type wet prom. 04/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014299 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur type wet prom. 04/12/2006 pub. 10/03/2009 numac 2009000127 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur. - Duitse vertaling sluiten betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur wordt vervangen als volgt : « Art. 4.Deze wet is niet van toepassing op : 1° spoorweginfrastructuur in particuliere eigendom en enkel op deze infrastructuur gebruikte voertuigen die uitsluitend door hun eigenaar voor eigen goederenvervoer worden gebruikt;2° spoorwegnetwerken die functioneel gescheiden zijn van de rest van het spoorwegsysteem en uitsluitend bestemd zijn voor de exploitatie van lokale, stedelijke of voorstedelijke diensten voor reizigers- en goederenvervoer;3° spoorwegen met een patrimoniaal, museum- en toeristisch karakter die over hun eigen spoorwegnetwerken beschikken, of die gebruik maken van buiten dienst gestelde maar niet ontmantelde lijnen van de spoorweginfrastructuur, met inbegrip van de werkplaatsen, de voertuigen en het personeel waarvan de activiteiten beperkt zijn tot deze netwerken en lijnen;4° voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor patrimoniale, historische en toeristische doeleinden en die gebruik maken van het spoorwegnetwerk;5° metro- en tramsystemen en andere systemen voor stadsvervoer en regionaal spoorvervoer door middel van light rail en andere spoorgebonden modi, voor zover die systemen geen gebruik maken van het spoorwegnetwerk. In afwijking van het eerste lid, 4°, zijn de regels die zijn vastgesteld in toepassing van artikelen 28, derde lid, en 46, van toepassing op voertuigen met een patrimoniaal, historisch of toeristisch karakter en die gebruik maken van het spoorwegnet. » Art. 3.In artikel 5 van dezelfde wet worden de bepalingen onder 3°, 6°, 7°, 17° en 26° vervangen als volgt : « 3° « spoorwegonderneming » : (i) iedere privaatrechtelijke of publiekrechtelijke onderneming die in overeenstemming met de van kracht zijnde Europese wetgeving een vergunning heeft verkregen, waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het verlenen van spoorwegvervoerdiensten voor goederen en/of voor reizigers, waarbij door deze onderneming voor de tractie moet worden gezorgd en (ii) elke andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke onderneming waarvan de activiteit bestaat in het verlenen van spoorwegvervoerdiensten voor goederen en/of voor reizigers, waarbij door deze onderneming voor de tractie moet worden gezorgd. Hiertoe behoren ook ondernemingen die uitsluitend de tractie leveren; 6° « spoorweginfrastructuur » : alle elementen welke bedoeld zijn in bijlage I, deel A, van Verordening (EG) nr.851/2006 van de Commissie van 9 juni 2006 betreffende de vaststelling van de inhoud van de verschillende posten van de boekhoudkundige schema's bedoeld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 1108/70 van de Raad van 4 juni 1970; 7° « net » : de lijnen, stations, terminals en alle soorten vaste uitrusting die nodig zijn voor een veilige en continue werking van het spoorwegsysteem;17° « veiligheidscertificaat » : het document dat door de veiligheidsinstantie wordt verleend met als doel te gelden als bewijs dat de spoorwegonderneming een veiligheidsbeheersysteem tot stand heeft gebracht en kan voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in de TSI's en andere toepasselijke Europese wetgeving en in veiligheidsvoorschriften teneinde risico's te beheersen en op een veilige manier vervoersdiensten op het netwerk te kunnen aanbieden;26° « spoorwegsysteem » : het systeem van de spoorweginfrastructuur, bestaande uit de lijnen en vaste installaties van het spoorwegnetwerk en het rollend materieel, ongeacht categorie of herkomst, dat gebruik maakt van deze infrastructuur;». Art. 4.Artikel 9 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende : « De spoorweginfrastructuurbeheerder stelt de spoorweginfrastructuur ter beschikking van de aangemelde en aangewezen instanties alsook van de spoorwegondernemingen, teneinde tests te verrichten in overeenstemming met de bepalingen van de wet betreffende de interoperabiliteit en mits naleving van de veiligheidsvoorschriften. » Art. 5.In artikel 24 van dezelfde wet wordt tussen het vierde en het vijfde lid een lid ingevoegd, luidende : « Na advies van de spoorweginfrastructuurbeheerder bepaalt de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit de regels voor de berekening en betalingswijze van de heffingen die voortvloeien uit de toepassing van de prestatieregeling. » Art. 6.Artikel 28 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende : « In afwijking van het eerste lid, kan de Koning nadere toewijzingsregels bepalen met betrekking tot de voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor patrimoniale, historische of toeristische doeleinden. De Koning kan deze bevoegdheid delegeren aan de minister. » Art. 7.Artikel 46 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende : « In afwijking van het eerste lid, kan de Koning nadere regels bepalen voor de wijze van berekening van de spoorweginfrastructuurgebruiksrechten met betrekking tot voertuigen die uitsluitend bestemd zijn voor patrimoniale, historische of toeristische doeleinden. De Koning kan deze bevoegdheid delegeren aan de minister. » Art. 8.In artikel 62 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 mei 2009, wordt in § 5 de bepaling onder het vierde streepje vervangen als volgt : « - de in artikelen 6, 7, 8, 1° en 3°, 9 en 10 opgenomen bepalingen inzake toegang tot de spoorweginfrastructuur. » HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 10/03/2009 numac 2009000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen. - Duitse vertaling type wet prom. 19/12/2006 pub. 07/09/2011 numac 2011000561 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen Art. 9.Artikel 2 van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 10/03/2009 numac 2009000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen. - Duitse vertaling type wet prom. 19/12/2006 pub. 07/09/2011 numac 2011000561 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen wordt vervangen als volgt : « Art. 2.Deze wet voorziet : - in de omzetting van Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering, gewijzigd door Richtlijn 2008/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008; - in de omzetting van Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen; - in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap. » Art. 10.Artikel 4 van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 10/03/2009 numac 2009000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen. - Duitse vertaling type wet prom. 19/12/2006 pub. 07/09/2011 numac 2011000561 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, gewijzigd bij de programmawet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 22/12/2008 pub. 16/06/2009 numac 2009000385 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Programmawet type programmawet prom. 22/12/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008021120 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 4.Deze wet is niet van toepassing op : 1° spoorweginfrastructuur in particuliere eigendom en enkel op deze infrastructuur gebruikte voertuigen die uitsluitend door hun eigenaar voor eigen goederenvervoer worden gebruikt;2° spoorwegnetwerken die functioneel gescheiden zijn van de rest van het spoorwegsysteem en uitsluitend bestemd zijn voor de exploitatie van lokale, stedelijke of voorstedelijke diensten voor reizigers- en goederenvervoer;3° spoorwegen met een patrimoniaal, museum- en toeristisch karakter die over hun eigen spoorwegnetwerken beschikken, of die gebruik maken van buiten dienst gestelde maar niet ontmantelde lijnen van de spoorweginfrastructuur, met inbegrip van de werkplaatsen, de voertuigen en het personeel waarvan de activiteiten beperkt zijn tot deze netwerken en lijnen;4° voertuigen met een patrimoniaal, museum- en toeristisch karakter en die gebruik maken van het spoorwegnetwerk;5° metro- en tramsystemen en andere systemen voor stadsvervoer en regionaal spoorvervoer door middel van light rail en andere spoorgebonden modi, voor zover die systemen geen gebruik maken van het spoorwegnetwerk. In afwijking van het eerste lid, 4°, zijn de nationale veiligheidsvoorschriften die zijn vastgesteld in toepassing van artikel 6, § 2, vijfde lid van toepassing op voertuigen met een patrimoniaal, museum- en toeristisch karakter indien ze gebruik maken van het spoorwegnetwerk. In afwijking van het eerste lid, 5°, zijn artikelen 12, 13° en 14/4 van toepassing op metro- en tramsystemen en andere systemen voor stadsvervoer en regionaal spoorvervoer door middel van light rail en andere spoorgebonden modi, zelfs indien deze geen gebruik maken van het spoorwegnetwerk. » Art. 11.In artikel 5 van dezelfde wet, gewijzigd door de programmawet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 22/12/2008 pub. 16/06/2009 numac 2009000385 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Programmawet type programmawet prom. 22/12/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008021120 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt : « 4° « spoorwegonderneming » : (i) iedere privaatrechtelijke of publiekrechtelijke onderneming die in overeenstemming met de van kracht zijnde Europese wetgeving een vergunning heeft verkregen, waarvan de hoofdactiviteit bestaat in het verlenen van spoorwegvervoerdiensten voor goederen en/of voor reizigers, waarbij door deze onderneming voor de tractie moet worden gezorgd en (ii) elke andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke onderneming waarvan de activiteit bestaat in het verlenen van spoorwegvervoerdiensten voor goederen en/of voor reizigers, waarbij door deze onderneming voor de tractie moet worden gezorgd.Hiertoe behoren ook ondernemingen die uitsluitend de tractie leveren; »; b) de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt : « 5° « spoorweginfrastructuur » : alle elementen welke bedoeld zijn in bijlage I, deel A, van Verordening (EG) nr.851/2006 van de Commissie van 9 juni 2006 betreffende de vaststelling van de inhoud van de verschillende posten van de boekhoudkundige schema's bedoeld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 1108/70 van de Raad van 4 juni 1990; »; c) de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt : « 6° « net » : de lijnen, stations, terminals en alle soorten vaste uitrusting die nodig zijn voor een veilige en continue werking van het spoorwegsysteem;»; d) de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt : « 8° « veiligheidscertificaat » : het document dat door de veiligheidsinstantie wordt verleend met als doel te gelden als bewijs dat de spoorwegonderneming een veiligheidsbeheersysteem tot stand heeft gebracht en kan voldoen aan de eisen die zijn vastgelegd in de TSI's, in andere toepasselijke Europese wetgeving en in nationale veiligheidsvoorschriften teneinde risico's te beheersen en op een veilige manier vervoersdiensten op het net te kunnen aanbieden;»; e) de bepaling onder 22° wordt vervangen als volgt : « 22° « Bureau » : het Europees Spoorwegbureau opgericht bij Verordening (EG) nr.881/2004 van het Europees Parlement en de Raad zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1335/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008; »; f) de bepaling onder 24° wordt vervangen als volgt : « 24° « spoorwegsysteem » : het systeem van de spoorweginfrastructuur, bestaande uit de lijnen en vaste installaties van het spoorwegnetwerk en het rollend materieel, ongeacht categorie of herkomst, dat gebruik maakt van deze infrastructuur;»; g) de bepaling onder 27° wordt vervangen als volgt : « 27° « ingebruikname » : alle handelingen waardoor het gebruik van een subsysteem of van een verzameling van subsystemen wordt toegelaten op het Belgische spoorwegnetwerk, hieronder inbegrepen de bijgewerkte veiligheidsvergunning en de veiligheidscertificaten;»; h) de bepaling onder 29° wordt vervangen als volgt : « 29° « treinpersoneel » : het personeel samengesteld uit, enerzijds, treinbestuurders en, anderzijds, ander treinpersoneel dat voor de veiligheid cruciale taken verricht;»; i) de bepaling onder 30° wordt vervangen als volgt : « 30° « treinbestuurder » : een persoon die in staat en gemachtigd is tot het zelfstandig, verantwoordelijk en veilig besturen van treinen, daaronder begrepen locomotieven, rangeerlocomotieven, werktreinen, onderhoudsspoorwagens, hulptreinen of treinen voor het vervoer van reizigers of goederen;»; j) de bepaling onder 30/1° wordt ingevoegd, luidende : « 30/1° « ander treinpersoneel dat voor de veiligheid cruciale taken verricht » : boordpersoneel op treinen dat geen treinbestuurder is, maar dat bijdraagt tot het waarborgen van de veiligheid van de trein, de passagiers en de vervoerde goederen;»; k) de bepaling onder 31° wordt vervangen als volgt : « 31° « certificering van het treinpersoneel » : het nagaan of een kandidaat beschikt over de vereiste psychologische, medische en vakbekwaamheid;»; l) de bepaling onder 32° wordt vervangen als volgt : « 32° « houder » : de persoon of entiteit die eigenaar is van een voertuig of het recht heeft het te gebruiken, die dat voertuig exploiteert als vervoermiddel en die als zodanig is ingeschreven in het Nationaal Voertuigregister (NVR);»; m) het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 33°, 34°, 35°, 36°, 37°, 38° en 39°, luidende : « 33° « vergunning » : de toelating die door de veiligheidsinstantie wordt verleend aan een treinbestuurder en waaruit blijkt dat hij voldoet aan de minimumvoorwaarden met betrekking tot medische en psychologische vereisten, basisschoolopleiding en algemene vakbekwaamheid;34° « bevoegdheidsbewijs » : het geharmoniseerde aanvullende bevoegdheidsbewijs waarin de infrastructuur en het rollend materieel worden genoemd waar of waarmee de treinbestuurder mag rijden;35° « veiligheidsvergunning » : de vergunning die door de veiligheidsinstantie aan een infrastructuurbeheerder wordt verleend;36° « opleidingscentrum » : een entiteit die door de veiligheidsinstantie is erkend voor het geven van opleidingscursussen;37° « Nationaal Voertuigregister » (NVR) : het register van voertuigen waarmee het is toegestaan om te rijden op het Belgische spoorwegnet;38° « een met het onderhoud belaste entiteit » : een entiteit die belast is met het onderhoud van een voertuig en als zodanig ingeschreven is in het NVR;39° « voertuig » : een spoorvoertuig dat op eigen wielen voortbeweegt op spoorlijnen, met of zonder tractie.Een voertuig bestaat uit één of meer structurele en functionele subsystemen of onderdelen van dergelijke subsystemen. » Art. 12.In titel II van dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk I vervangen als volgt : « HOOFDSTUK I. - Veiligheidsvoorschriften ». Art. 13.In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° §§ 1 en 2 worden vervangen als volgt : « § 1.Het regelgevende kader van de nationale veiligheidsvoorschriften wordt gevormd door de volgende veiligheidsvoorschriften : 1° de regels betreffende de nationale veiligheidsdoelstellingen en -methodes;2° de regels betreffende de vereisten voor de veiligheidsbeheerssystemen die van toepassing zijn op de veiligheidsvergunning van de spoorweginfrastructuurbeheerder en de veiligheidscertificering van spoorwegondernemingen;3° de regels betreffende het veiligheidspersoneel, het rollend materieel en de spoorweginfrastructuur;4° de regels betreffende de onderzoeken naar ongevallen en incidenten;5° de regels betreffende de exploitatie van de spoorweginfrastructuur;6° de vereisten betreffende het verkeer van voertuigen met een patrimoniaal karakter;7° de interne veiligheidsvoorschriften. « § 2. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de regels betreffende de veiligheidsdoelstellingen en -methodes. De Koning bepaalt de regels betreffende de vereisten van toepassing op de veiligheidsbeheerssystemen, de veiligheidsvergunning van de infrastructuurbeheerder en de veiligheidscertificering van de spoorwegondernemingen. De Koning bepaalt de vereisten die van toepassing zijn op het veiligheidspersoneel, het rollend materieel en de spoorweginfrastructuur. De Koning kan deze bevoegdheid delegeren aan de minister. De Koning bepaalt de regels betreffende onderzoeken naar ongevallen en incidenten. De Koning bepaalt de toe te passen vereisten voor het verkeer van voertuigen met een patrimoniaal karakter op het netwerk. De Koning kan deze bevoegdheid delegeren aan de minister. »; 2° in § 3 worden de woorden « of ter aanvulling van de TSI's » ingevoegd tussen de woorden « TSI » en de woorden « , stelt de spoorweginfrastructuurbeheerder ». Art. 14.In artikel 7 van dezelfde wet wordt § 2 vervangen als volgt : « § 2. De veiligheidsinstantie raadpleegt de spoorwegondernemingen en/of de spoorweginfrastructuurbeheerder en/of de fabrikanten, volgens de inhoud van de veiligheidsvoorschriften als bedoeld in § 1. » Art. 15.In artikel 8 van dezelfde wet worden de woorden « twintig werkdagen » vervangen door de woorden « drie maanden ». Art. 16.In artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij de programmawet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 22/12/2008 pub. 16/06/2009 numac 2009000385 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Programmawet type programmawet prom. 22/12/2008 pub. 29/12/2008 numac 2008021120 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de Franse versie van de wet wordt het woord « notamment » vervangen door het woord « entre autres »;b) de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt : « 2° de controle van de overeenstemming van de interoperabiliteitsonderdelen met de essentiële eisen, »;c) de bepaling onder 4° wordt opgeheven;d) in de bepalingen onder 6° en 7° wordt het woord « nationale » opgeheven;e) de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt : « 8° het bijwerken en aanpassen van het nationaal voertuigregister, ervoor zorgend dat de voertuigen terdege ingeschreven zijn in het nationaal voertuigregister en dat de daarin vervatte informatie juist is en bijgewerkt wordt;»; f) de bepaling onder 9° wordt opgeheven;g) de bepaling onder 10° wordt vervangen als volgt : « 10° het nazien van de conformiteit van de verleende opleidingsdiensten met de veiligheidseisen bepaald in de TSI's of in de door de Koning vastgestelde voorschriften;»; h) de bepaling onder 11° wordt vervangen als volgt : « 11° de taken betreffende de certificering van de treinbestuurders, vermeld in artikel 37/16;»; i) de bepaling onder 12° wordt vervangen als volgt : « 12° de certificering van het ander treinpersoneel, in de vorm van een attest van begeleider.» Art. 17.- Artikel 15 van dezelfde wet wordt aangevuld met de bepaling onder e), luidende : « e) de afwijkingen waartoe overeenkomstig artikel 42/1 werd besloten. » Art. 18.In artikel 17, eerste zin, van dezelfde wet wordt het woord « nationale » opgeheven. Art. 19.In artikel 18, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/02/2010 numac 2010000057 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/05/2009 numac 2009202053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten, wordt in de eerste zin het woord « nationale » opgeheven. Art. 20.In artikel 20 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « de veiligheidsinstantie en » opgeheven;2° het tweede en het derde lid worden opgeheven. Art. 21.In artikel 21, tweede lid, van dezelfde wet wordt het woord « wagonexploitant » vervangen door het woord « houder ». Art. 22.Artikel 22 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 23.In artikel 26 van dezelfde wet wordt het woord « bijgewerkt » ingevoegd tussen de woorden « afgeleverd » en het woord « ,verlengd ». Art. 24.In artikel 27 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, tweede zin, wordt het woord « relevante » ingevoegd tussen de woorden « in andere » en de woorden « communautaire bepalingen » en wordt het woord « nationale » opgeheven;2° in § 2 wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt : « b) een certificering die bevestigt dat de voorzieningen die de spoorwegonderneming heeft getroffen om te voldoen aan de specifieke eisen die noodzakelijk zijn om veilig op het betrokken net deze diensten te kunnen verlenen, zijn aanvaard.De eisen kunnen betrekking hebben op de toepassing van de TSI's en de veiligheidsvoorschriften met inbegrip van de regels betreffende de exploitatie van het net, de aanvaarding van de documenten houdende vaststelling van de certificering van het personeel met inbegrip van de vergunningen en de bevoegdheidsbewijzen van de bestuurders, en de toelating tot ingebruikname van door spoorweg ondernemingen gebruikte voertuigen. De certificering is gebaseerd op de documentatie die door de spoorwegonderne-ming werd verstrekt overeenkomstig bijlage IV. » Art. 25.In titel II van dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk V vervangen als volgt : « HOOFDSTUK V. - Certificering van treinbestuurders en ander treinpersoneel dat voor de veiligheid cruciale taken verricht » Art. 26.In titel II, hoofdstuk V, van dezelfde wet, wordt een afdeling 1 ingevoegd, bestaande uit de artikelen 34, 35 en 36, luidende : « Afdeling 1. Gemeenschappelijk model voor de certificering ». Art. 27.In afdeling 1 ingevoegd bij artikel 26, wordt artikel 34 vervangen als volgt : « Art. 34.Dit hoofdstuk bepaalt de voorwaarden en de procedures voor de certificering van de treinbestuurders op het spoorwegsysteem. Het bepaalt nader de taken die worden opgelegd aan de veiligheidsinstantie, de treinbestuurders en andere belanghebbenden waaronder de spoorwegondernemingen, de spoorweginfrastructuur-beheerder en de erkende personen en entiteiten die instaan voor de verlening van de opleiding en voor de examens. » Art. 28.In afdeling 1 ingevoegd bij artikel 26, wordt artikel 35 vervangen als volgt : « Art. 35.De in dit hoofdstuk bepaalde voorschriften en modellen, vergunningen, medische, psychologische en vakexamens en de nadere regels daarvan, controles, registers, bevoegdheidsbewijzen, taalvoorwaarden, taalkennis, materies ter controle, periodiciteit, procedures, bepalingen ter bestrijding van vervalsing, nadere regels betreffende de organisatie en de minimale inhoud van de opleiding, afgiftemodaliteiten van documenten, lesgevers of opleidingscentra, algemene beroepsbekwaamheid, vergunningsvoorwaarden, vereisten betreffende het attest van begeleider en nadere regels inzake administratieve handelingen met betrekking tot dit attest, zijn deze die nader worden bepaald, bepaald of vastgesteld door de Koning overeenkomstig de bepalingen van afdeling 9. » Art. 29.In afdeling 1 ingevoegd bij artikel 26, wordt artikel 36 vervangen als volgt : « Art. 36.Iedere treinbestuurder dient geschikt te zijn en de kwalificaties te bezitten die vereist zijn voor het besturen van een trein en in het bezit te zijn van een vergunning en één of meer bevoegdheidsbewijzen. De bevoegdheidsbewijzen mogen vervat zijn in één enkel document. » Art. 30.In titel II, hoofdstuk V, van dezelfde wet, wordt een afdeling 2 ingevoegd bestaande in artikel 37, luidende : « Afdeling 2. De vergunning » Art. 31.In afdeling 2 ingevoegd bij artikel 30, wordt artikel 37 vervangen als volgt : « Art. 37.Eigendom, uitgever, geldigheid De vergunning is eigendom van de houder ervan en wordt afgegeven door de veiligheidsinstantie. De vergunning is geldig voor het hele grondgebied van de Gemeenschap. Elke vergunning vermeldt de naam van de treinbestuurder, de naam van de uitgever alsmede haar geldigheidsduur, die tien jaar bedraagt, te rekenen vanaf haar afgifte, onder voorbehoud van artikel 37/3. » Art. 32.In afdeling 2 ingevoegd bij artikel 30 wordt een artikel 37/1 ingevoegd, luidende : « Art. 37/1.Verwervingsvoorwaarden Een vergunning mag enkel worden afgegeven aan personen die de volle leeftijd van twintig jaar hebben bereikt. In afwijking van het eerste lid, mag een vergunning worden afgegeven aan personen die de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, maar de geldigheid van een dergelijke vergunning blijft beperkt tot het Belgisch grondgebied. De aanvrager heeft met succes een schoolopleiding op het niveau van het lager en secondair onderwijs van ten minste negen jaar doorlopen en met succes een basisopleiding afgesloten die gelijkwaardig is aan niveau 3 als bedoeld in besluit 85/368/EEG van de Raad van 16 juli 1985 inzake de vergelijkbaarheid van de getuigschriften van vakbekwaamheid tussen lidstaten van de Europese Gemeenschap. De aanvrager bewijst zijn lichamelijke geschiktheid door met goed gevolg een medisch onderzoek te ondergaan. De aanvrager bewijst zijn bedrijfsprofessionele psychologische geschiktheid door met goed gevolg een onderzoek te ondergaan. De aanvrager bewijst zijn algemene vakbekwaamheid door met goed gevolg een examen af te leggen. » Art. 33.In afdeling 2 ingevoegd bij artikel 30 wordt een artikel 37/2 ingevoegd, luidende : « Art. 37/2.Afgifte Iedere vergunningaanvraag wordt ingediend bij de veiligheidsinstantie door de kandidaat-treinbestuurder of door een entiteit die in naam en voor rekening van de kandidaat optreedt. De veiligheidsinstantie geeft een vergunning zo spoedig mogelijk en uiterlijk een maand na ontvangst van alle benodigde stukken af. Een vergunning wordt in één enkel exemplaar afgegeven. Een vergunning mag niet worden gedupliceerd, behalve door de veiligheidsinstantie, in geval dat om een duplicaat wordt gevraagd. » Art. 34.In afdeling 2 ingevoegd bij artikel 30 wordt een artikel 37/3 ingevoegd, luidende : « Art. 37/3.Periodieke controles Teneinde zijn vergunning te kunnen behouden onderwerpt de houder ervan zich, overeenkomstig bijlage VI, 3.1., tot de leeftijd van 55 jaar ten minste om de drie jaar en nadien jaarlijks, aan periodieke examens en/of keuringen die betrekking hebben op de vereisten vermeld in artikel 37/1, vierde en vijfde lid. Bij verlenging van een vergunning gaat de veiligheidsinstantie in het in artikel 37/6, § 1, 1° bedoelde register na of de treinbestuurder zich heeft onderworpen aan de in het eerste lid bedoelde examens en/of keuringen. Indien de betrokkene een periodieke controle overslaat of die controle een negatief resultaat oplevert, is de procedure van artikel 37/15 van toepassing. » Art. 35.In afdeling 2 ingevoegd bij artikel 30 wordt een artikel 37/4 ingevoegd, luidende : « Art. 37/4.Beëindiging van het dienstverband Wanneer een treinbestuurder niet langer voor een spoorwegonderneming of de spoorweginfrastructuurbeheerder werkt, dan stelt die of deze de veiligheidsinstantie daarvan onmiddellijk in kennis. De vergunning blijft geldig zolang wordt voldaan aan de examens en/of keuringen bedoeld in artikel 37/3, eerste lid. » Art. 36.In afdeling 2 ingevoegd bij artikel 30 wordt een artikel 37/5 ingevoegd, luidende : « Art. 37/5.Schorsing, intrekking De vergunning wordt ofwel geschorst of wel ingetrokken in de gevallen bedoeld in artikel 37/15, § 1 en in artikel 37/26, § 4, 1° en 2°. » Art. 37.In afdeling 2 ingevoegd bij artikel 30 wordt een artikel 37/6 ingevoegd, luidende : « Art. 37/6.Registers en uitwisseling van gegevens § 1. De veiligheidsinstantie : 1° houdt een register bij van alle afgegeven, bijgewerkte, verlengde, gewijzigde, verlopen, geschorste, ingetrokken of als verloren, gestolen of vernietigd opgegeven vergunningen.Dit register bevat de gegevens van alle vergunningen. Deze gegevens moeten kunnen worden opgevraagd met behulp van het aan iedere treinbestuurder toegekende nationale nummer. Dit register wordt geregeld bijgewerkt; 2° verstrekt, op met redenen omkleed verzoek, inlichtingen over de status van voornoemde vergunningen aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, aan het Bureau of aan iedere werkgever van treinbestuurders, inbegrepen, voor de toepassing van artikel 37/21, de vorige werkgever van de treinbestuurder. § 2. Elke treinbestuurder heeft toegang tot zijn gegevens die in het register van de veiligheidsinstantie is opgeslagen en op verzoek wordt hem een afschrift van die gegevens verstrekt. § 3. De veiligheidsinstantie werkt met het Bureau samen om de interoperabiliteit van het in § 1 bedoelde register te verzekeren. » Art. 38.In titel II, hoofdstuk V, van dezelfde wet, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende : « Afdeling 3. Het bevoegdheidsbewijs » Art. 39.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 38 wordt een artikel 37/7 ingevoegd, luidende : « Art. 37/7.Verantwoordelijkheid Iedere spoorwegonderneming en de spoorweginfrastructuurbeheerder staan altijd in voor het opleidings- en kwaliteitsniveau van hun personeel dat met de veiligheid verband houdende taken zoals bedoeld in artikel 17 en bijlage II, verricht. » Art. 40.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 38 wordt een artikel 37/8 ingevoegd, luidende : « Art. 37/8.Eigendom, uitgever, geldigheid Het bevoegdheidsbewijs wordt uitgegeven door de spoorwegonderneming of door de spoorweginfrastructuurbeheerder die de treinbestuurder in dienst heeft of contracteert. Het bevoegdheidsbewijs is eigendom van de onderneming of de spoorweginfrastructuurbeheerder. De treinbestuurders kunnen echter een eensluidend verklaard afschrift verkrijgen. Het bevoegdheidsbewijs is enkel geldig voor de infrastructuur en het rollend materieel die daarin worden vermeld. Ieder bevoegdheidsbewijs vermeldt de infrastructuur waarop de treinbestuurder mag rijden. Ieder bevoegdheidsbewijs vermeldt het rollend materieel waarmee de treinbestuurder mag rijden. Het bevoegdheidsbewijs laat het besturen toe van een trein in één of meer van de volgende categorieën : 1° categorie A : rangeerlocomotieven, werktreinen, onderhoudsspoorwagens en alle andere locomotieven die gebruikt worden voor het rangeren;2° categorie B : vervoer van reizigers en/of goederen. Een bevoegdheidsbewijs kan een machtiging voor alle categorieën bevatten, die alle Europese codes voor de verschillende types van voormelde categorieën A en B, omvat. In afwijking van artikel 36, kan een spoorwegonderneming een treinbestuurder vrijstellen van de verplichting in het bezit te zijn van een geldig bevoegdheidsbewijs voor de betrokken infrastructuur, voor zover een andere treinbestuurder die wel in het bezit is van een dergelijk bevoegdheidsbewijs en die beschikt over de taalkennis die nodig is om met de vrijgestelde treinbestuurder te communiceren, tijdens het besturen naast de vrijgestelde treinbestuurder zit, en enkel in de volgende uitzonderlijke gevallen : 1° wanneer door de spoorweginfrastructuurbeheerder werd vastgesteld dat verstoringen van de spoordienst de omleiding van treinen of het onderhoud van de sporen noodzakelijk maken;2° voor uitzonderlijke eenmalige diensten waarvoor historische treinen worden gebruikt;3° voor uitzonderlijke eenmalige goederenvervoerdiensten, indien de spoorweginfrastructuurbeheerder hiermee instemt;4° voor het afleveren of demonstreren van een nieuwe trein of locomotief;5° voor het opleiden en examineren van treinbestuurders. De betrokken infrastructuurbeheerder of de veiligheidsinstantie kunnen de beslissing om gebruik te maken van deze mogelijkheid niet opleggen. De infrastructuurbeheerder wordt voorafgaand op de hoogte gesteld telkens een beroep wordt gedaan op een bijkomende treinbestuurder zoals hierboven beschreven. » Art. 41.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 38 wordt een artikel 37/9 ingevoegd, luidende : « Art. 37/9.Verwervingsvoorwaarden Een bevoegdheidsbewijs kan enkel worden verleend aan de houder van een vergunning. De houder van een bevoegdheidsbewijs houdt zich aan de taalvoorwaarden die door de spoorweginfrastructuurbeheerder in functie van de lokalisatie van de infrastructuur waarvoor het bevoegdheidsbewijs wordt aangevraagd, zijn vastgesteld. De kandidaat heeft met succes een examen afgelegd dat betrekking heeft op zijn beroepskennis en vakbekwaamheid betreffende de infrastructuur waarvoor het bevoegdheidsbewijs wordt aangevraagd, alsmede op zijn taalkennis. De kandidaat heeft met succes een examen afgelegd dat betrekking heeft op zijn beroepskennis en vakbekwaamheid betreffende de voertuigen waarvoor het bevoegdheidsbewijs wordt aangevraagd. De spoorwegonderneming of spoorweginfrastructuurbeheerder verstrekt aan de kandidaat een opleiding betreffende haar of zijn veiligheidsmanagementsysteem. » Art. 42.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 38 wordt een artikel 37/10 ingevoegd, luidende : « Art. 37/10.Afgifte en bijwerking In overeenstemming met deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en als onderdeel van het veiligheidsmanagementsysteem, stelt elke spoorwegonderneming en de spoorweginfrastructuurbeheerder de voor afgifte of bijwerking van het bevoegdheidsbewijs te volgen eigen procedures op, alsook de beroepsprocedures die treinbestuurders in de mogelijkheid stellen om te verzoeken om een herziening van een beslissing betreffende de uitgifte, de bijwerking, de schorsing dan wel de intrekking van een bevoegdheidsbewijs. Indien de partijen geen overeenstemming bereiken, kunnen zij een beroep doen op de veiligheidsinstantie volgens de procedure voorzien in artikel 37/16, § 3. De spoorwegondernemingen of de spoorweginfrastructuurbeheerder werkt het bevoegdheidsbewijs onmiddellijk bij of vervangt het afschrift, desgevallend, telkens wanneer de houder zijn afschrift heeft verloren of aanvullende machtigingen met betrekking tot het rollend materieel of de infrastructuur heeft verkregen. » Art. 43.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 38 wordt een artikel 37/11 ingevoegd, luidende : « Art. 37/11.Periodieke controles Teneinde zijn bevoegdheidsbewijs te kunnen behouden, onderwerpt de houder zich op gezette tijden aan examens en/of keuringen die betrekking hebben op de in artikel 37/9, tweede, derde en vierde lid, genoemde eisen. De frequentie van deze examens en/of keuringen wordt bepaald door de spoorwegonderneming of de spoorweginfrastructuurbeheerder die de treinbestuurder in dienst heeft of contracteert, in functie van haar of zijn veiligheidsmanagementsysteem en met inachtneming van de minima die in bijlage XI zijn vastgesteld. Bij elk van deze controles verklaart de afgever door een vermelding op het bevoegdheidsbewijs en in het in artikel 37/14, § 1, 1°, bedoelde register, dat de treinbestuurder aan de in het eerste lid bedoelde eisen voldoet. Indien een periodieke controle wordt overgeslagen of een negatief resultaat oplevert, is de procedure van artikel 37/15 van toepassing. » Art. 44.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 38 wordt een artikel 37/12 ingevoegd, luidende : « Art. 37/12.Beëindiging van het dienstverband Een bevoegdheidsbewijs verliest zijn geldigheid wanneer de houder niet langer in dienst is als treinbestuurder. De treinbestuurder ontvangt echter wel een eensluidend verklaard afschrift van het bevoegdheidsbewijs en van alle documenten waaruit zijn opleiding, zijn kwalificaties, zijn ervaring en zijn vakbekwaamheden blijken. Bij het vervolgens afgeven van een bevoegdheidsbewijs aan een treinbestuurder, neemt de spoorwegonderneming of de spoorweginfrastructuurbeheerder die de betrokken treinbestuurder zou aanwerven deze documenten in aanmerking. » Art. 45.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 38 wordt een artikel 37/13 ingevoegd, luidende : « Art. 37/13.Schorsing, intrekking van het bevoegdheidsbewijs Wanneer om welke reden ook de vergunning wordt ingetrokken wordt tevens het bevoegdheidsbewijs ingetrokken. Het bevoegdheidsbewijs wordt ofwel opgeschort ofwel ingetrokken : - in de gevallen vermeld in artikel 37/15 en in artikel 37/26, § 4, 3°; - ingeval van schorsing of intrekking van de vergunning, voor welk motief dan ook. » Art. 46.In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 38 wordt een artikel 37/14 ingevoegd, luidende : « Art. 37/14.Registers en uitwisseling van gegevens § 1. Elke spoorwegonderneming en de spoorweginfrastructuurbeheerder : 1° houdt een register bij, of zorgt dat er een register wordt bijgehouden, van alle afgegeven, bijgewerkte, verlengde, gewijzigde, verlopen, geschorste, ingetrokken of als verloren, gestolen of vernietigd opgegeven bevoegdheidsbewijzen of afschriften van bevoegdheidsbewijzen.Dit register bevat de gegevens van alle vergunningen alsook de gegevens betreffende de periodieke controles vermeld in artikel 37/11. Dit register wordt geregeld bijgewerkt; 2° werkt met de veiligheidsinstantie samen om met haar gegevens uit te wisselen en haar toegang te verlenen tot alle nodige informatie;3° verstrekt, op verzoek, inlichtingen betreffende de inhoud van de bevoegdheidsbewijzen aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, indien dit nodig is als gevolg van hun transnationale activiteiten. § 2. Elke treinbestuurder heeft toegang tot zijn gegevens die in het register van de spoorwegondernemingen of van de spoorweginfrastructuurbeheerder zijn opgeslagen en op verzoek wordt hem een afschrift van die gegevens verstrekt. § 3. De veiligheidsinstantie werkt met het Bureau samen om de interoperabiliteit van het in § 1 bedoelde register te verzekeren. » Art. 47.In titel II, hoofdstuk V, van dezelfde wet, wordt een afdeling 4 ingevoegd, luidende : « Afdeling 4. Toezicht op bestuurders door spoorwegondernemingen en de spoorweginfrastructuurbeheerder. » Art. 48.In afdeling 4 ingevoegd bij artikel 47 wordt een artikel 37/15 ingevoegd, luidende : « Art. 37/15.§ 1. De spoorwegondernemingen en de spoorweginfrastructuurbeheerder zijn verplicht erop toe te zien en na te zien dat de vergunningen en bevoegdheidsbewijzen van de treinbestuurders die zij in dienst hebben of contracteren, geldig zijn. Zij voeren een systeem in voor het toezicht op hun treinbestuurders. Indien de resultaten van dit toezichtsysteem aanleiding geven tot twijfel over de arbeidsgeschiktheid van een treinbestuurder en de wenselijkheid om zijn vergunning of bevoegdheidsbewijs te handhaven, dan nemen de spoorwegondernemingen of de spoorweginfrastructuurbeheerder onmiddellijk de nodige maatregelen. § 2. Indien een treinbestuurder meent dat zijn gezondheidstoestand aanleiding geeft tot twijfels over zijn arbeidsgeschiktheid, dan stelt hij de spoorwegonderneming of de spoorweginfrastructuurbeheerder daar onmiddellijk van in kennis. Zodra de spoorwegonderneming of de spoorweginfrastructuurbeheerder constateert, of er door een arts van in kennis wordt gesteld, dat de gezondheid van een treinbestuurder zodanig is verslechterd dat er aanleiding is te twijfelen aan zijn arbeidsgeschiktheid, dan neemt die onmiddellijk de nodige maatregelen, daaronder inbegrepen een keuring en, zo nodig, de intrekking van het bevoegdheidsbewijs alsook de bijwerking van het in artikel 37/14, §1, 1° bedoelde register. Daarnaast waarborgt hij dat de treinbestuurder tijdens de dienst op geen enkel moment onder invloed verkeert van welke stof dan ook, die zijn concentratievermogen, waakzaamheid of gedrag zou kunnen beïnvloeden. Van elk geval van arbeidsongeschiktheid die langer duurt dan drie maanden, wordt de veiligheidsinstantie onmiddellijk in kennis gesteld. » Art. 49.In titel II, hoofdstuk V, van dezelfde wet, wordt een afdeling 5 ingevoegd, luidende : « Afdeling 5. Taken en beslissingen van de veiligheidsinstantie » Art. 50.In afdeling 5 ingevoegd bij artikel 49 wordt een artikel 37/16 ingevoegd, luidende : « Art. 37/16.Taken van de veiligheidsinstantie § 1. Los van artikel 12, 11°, vervult de veiligheidsinstantie de volgende taken op een transparante en niet-discriminerende wijze : 1° de afgifte en het bijwerken van vergunningen, en het verstrekken van duplicaten, overeenkomstig artikelen 37 en 37/2;2° zich verzekeren van de organisatie van de periodieke examens en/of keuringen, zoals bepaald in artikel 37/3;3° de schorsing en intrekking van vergunningen, en het toezenden aan de uitgever van het betrokken bevoegdheidsbewijs, van met redenen omklede verzoeken tot schorsing van bevoegdheidsbewijzen, overeenkomstig artikel 37/26;4° de erkenning van personen of entiteiten, overeenkomstig artikelen 37/19 en 37/20;5° ervoor zorgen dat een register van geaccrediteerde of erkende personen en entiteiten wordt bekendgemaakt en dat dit register wordt bijgewerkt, overeenkomstig artikel 37/17;6° het bijhouden en bijwerken van een register van vergunningen, overeenkomstig artikelen 37/3 en 37/6, § 1, 1°;7° het toezicht op het in artikel 37/24 bedoelde certificeringsproces voor treinbestuurders;8° het uitvoeren van inspecties als bedoeld in artikel 37/26;9° het vaststellen van nationale criteria voor examinatoren in overeenstemming met artikel 37/22, vijfde lid. § 2. De veiligheidsinstantie reageert snel op verzoeken om informatie en doet zo nodig zelf onmiddellijk een verzoek om aanvullende informatie hangende de aanvraag van een vergunning. § 3. De werkgever en de treinbestuurder beschikken binnen de veiligheidsinstantie over een administratieve beroepsprocedure op grond waarvan kan worden verzocht om de herziening van een beslissing die door een andere instantie dan de veiligheidsinstantie krachtens deze wet werd genomen. » Art. 51.In titel II, hoofdstuk V, van dezelfde wet wordt een afdeling 6 ingevoegd, luidende : « Afdeling 6. Opleiding en examinering van de treinbestuurders » Art. 52.In afdeling 6 ingevoegd bij artikel 51 wordt een artikel 37/17 ingevoegd, luidende : « Art. 37/17.Opleiding, examinering, erkenning De lesgevers of opleidingscentra worden erkend door de veiligheidsinstantie voor de taken vermeld in artikelen 37/19, eerste lid, 37/20, eerste en tweede lid, en 37/22. De erkenning verplicht de lesgevers of opleidingscentra ertoe op billijke en niet-discriminerende wijze toegang te verlenen tot de opleidingen telkens deze opleidingen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de verkrijgingsvoorwaarden van het veiligheidscertificaat of, desgevallend, van de veiligheidsvergunning. De erkenning verplicht de lesgevers of opleidingscentra ertoe kwalitatieve opleidingsdiensten ter beschikking te stellen van de spoorwegondernemingen en van de spoorweginfrastructuurbeheerder met dien verstande dat een redelijke en niet-discriminerende prijs wordt toegepast. De prijs dient in verhouding te staan tot de kosten van de dienstverlening en mag een winstmarge bevatten. De erkenning berust op criteria van onafhankelijkheid, bekwaamheid en onpartijdigheid en op de beoordeling van het dossier. Het criterium van onafhankelijkheid is niet van toepassing op opleidingstaken met betrekking tot : - algemene vakkennis, bedoeld in bijlage VIII; - taalkennis, bedoeld in bijlage X, 8; - vakkennis met betrekking tot het rollend materieel, bedoeld in bijlage IX; - vakkennis betreffende de infrastructuur, bedoeld in bijlage X, 1 tot 7. De veiligheidsinstantie zorgt ervoor dat het register van personen en entiteiten die op grond van deze wet werden erkend, wordt gepubliceerd en bijgewerkt. » Art. 53.In afdeling 6 ingevoegd bij artikel 51 wordt een artikel 37/18 ingevoegd, luidende : « Art. 37/18.Opleiding De opleiding van treinbestuurders omvat een deel dat betrekking heeft op de vergunning, dat handelt over de algemene vakkennis, en een deel dat betrekking heeft op het bevoegdheidsbewijs, dat handelt over de specifieke vakkennis. De kandidaat-treinbestuurders hebben op billijke en niet-discriminerende wijze toegang tot de opleiding die nodig is om te voldoen aan de verwervingsvoorwaarden van de vergunning en het bevoegdheidsbewijs. » Art. 54.In afdeling 6 ingevoegd bij artikel 51 wordt een artikel 37/19 ingevoegd, luidende : « Art. 37/19.Opleiding - vergunning De opleidingstaken die betrekking hebben op de algemene vakkennis bedoeld in artikel 37/1, zesde lid, worden verricht door lesgevers of opleidingscentra die erkend zijn overeenkomstig artikel 37/17. Wat de vergunning betreft, blijft het algemene stelsel voor de erkenning van beroepskwalificaties als bepaald bij Richtlijn 2005/36/EG van toepassing op de erkenning van de beroepskwalificaties van treinbestuurders die onderdaan van een lidstaat zijn en hun opleidingsbewijs in een derde land hebben behaald. » Art. 55.In afdeling 6 ingevoegd bij artikel 51 wordt een artikel 37/20 ingevoegd, luidende : « Art. 37/20.Opleiding - Bevoegdheidsbewijs De opleidingstaken die betrekking heeft op de taalkennis bedoeld in artikel 37/9, tweede lid, en op de vakbekwaamheid met betrekking tot rollend materiaal bedoeld in artikel 37/9, vierde lid, worden verricht door lesgevers of opleidingscentra die erkend zijn overeenkomstig artikel 37/17. De opleidingstaken die betrekking hebben op de kennis van infrastructuur bedoeld in artikel 37/9, eerste lid, met inbegrip van kennis van spoorlijnen, exploitatievoorschriften en -procedures, worden verricht door lesgevers of opleidingscentra die erkend zijn overeenkomstig artikel 37/17. Er wordt een permanent opleidingsproces gerealiseerd om te zorgen dat het personeel ter zake deskundig blijft, overeenkomstig bijlage II, 2.1 e). » Art. 56.In afdeling 6 ingevoegd bij artikel 51 wordt een artikel 37/21 ingevoegd, luidende : « Art. 37/21.Verhalen van opleidingskosten In het geval dat een treinbestuurder van een spoorwegonderneming of een spoorweginfrastructuurbeheerder vrijwillig vertrekt naar een andere spoorwegonderneming of spoorweginfrastructuurbeheerder, betaalt die andere spoorwegonderneming of spoorweginfrastructuurbeheerder een vergoeding aan de voormalige werkgever om de door deze gedane investeringen voor de opleiding van de betrokken treinbestuurder te compenseren. » De in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt vastgesteld op redelijke basis, met inachtneming van : - het tijdsverloop tussen het einde van de opleiding en de aanwerving van de bestuurder; - het onmiddellijk nut van de opleiding voor de nieuwe werkgever. ». Art. 57.In afdeling 6 ingevoegd bij artikel 51 wordt een artikel 37/22 ingevoegd, luidende : « Art. 37/22.Examens Voor het deel dat betrekking heeft op de vergunning worden de examens voor het beoordelen van de vereiste kennis alsmede de opleidingscentra onder de erkende personen en instanties bepaald bij de vaststelling van de procedure die wordt gevolgd voor het verkrijgen van de vergunning overeenkomstig artikel 37/2, eerste lid. Voor het deel dat betrekking heeft op het bevoegdheidsbewijs worden de examens voor het beoordelen van de vereiste kennis alsmede de met deze taak belaste lesgevers of opleidingscentra bepaald door de spoorwegonderneming of de spoorweginfrastructuurbeheerder onder de erkende lesgevers of opleidingscentra bij de vaststelling van de procedure die wordt gevolgd voor het verkrijgen van het bevoegdheidsbewijs overeenkomst artikel 37/10. De in het eerste en tweede lid bedoelde examens worden zodanig georganiseerd dat belangenverstrengeling wordt vermeden. Wat de in het tweede lid bedoelde examens betreft, mag de door de Koning erkende examinator deel uitmaken van de spoorwegonderneming of van de spoorweginfrastructuurbeheerder die het bevoegdheidsbewijs afgeeft. De keuze van de examinatoren en de examens kan geschieden op grond van Europese criteria vastgesteld op basis van een door het Bureau voorbereide ontwerptekst. Tot de inwerkingtreding van dergelijke criteria geschiedt de keuze van de examinatoren en de examens op grond van nationale criteria. Ter afsluiting van de opleiding wordt een theorie- en praktijkexamen georganiseerd. De rijvaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van een rijproef op het net. Ook kan van simulators gebruik worden gemaakt om na te gaan of de treinbestuurder onder bijzonder moeilijke omstandigheden goed presteert en de exploitatievoorschriften juist toepast. » Art. 58.In titel II, hoofdstuk V, van dezelfde wet, wordt een afdeling 7 ingevoegd, luidende : « Afdeling 7. Ander treinpersoneel dat voor de veiligheid cruciale taken verricht » Art. 59.In afdeling 7 ingevoegd bij artikel 58 wordt een artikel 37/23 ingevoegd, luidende : « Art. 37/23.Opleiding, vergunning § 1. Het andere treinpersoneel dat voor de veiligheid cruciale taken verricht, dient een opleiding te volgen die vervolgens door examens wordt afgesloten. Indien deze examens met goed gevolg worden afgelegd, wordt een attest van begeleider afgegeven. De lesgevers of opleidingscentra belast met het verlenen van opleidingsdiensten aan het ander treinpersoneel dat voor de veiligheid cruciale taken verricht, worden erkend door de veiligheidsinstantie. De erkenning verplicht de lesgevers of opleidingscentra ertoe op billijke en niet-discriminerende wijze toegang te verlenen tot de opleidingen voor ander treinpersoneel dat voor de veiligheid cruciale taken verricht, telkens deze opleidingen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de voorwaarden voor het verkrijgen van het veiligheidscertificaat of, desgevallend, van de veiligheidsvergunning. De erkenning verplicht de lesgevers of opleidingscentra ertoe kwalitatieve opleidingsdiensten ter beschikking te stellen van de spoorwegondernemingen tegen een redelijke en niet-discriminerende prijs. De prijs dient in verhouding te staan tot de kosten van de dienstverlening en mag een winstmarge bevatten. De erkenning berust op criteria van onafhankelijkheid, bekwaamheid en onpartijdigheid. De veiligheidsinstantie zorgt ervoor dat het register van personen en organisaties die op grond van deze wet werden erkend, wordt gepubliceerd en bijgewerkt. § 2. Het attest van begeleider is eigendom van de houder ervan en wordt afgegeven door de veiligheidsinstantie. Een attest van begeleider mag enkel worden afgegeven aan personen die de volle leeftijd van achttien jaar hebben bereikt. § 3. De in andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte gevestigde treinbegeleiders die in België hun diensten willen verlenen, delen dit mee door middel van een voorafgaande schriftelijke verklaring zoals voorzien in artikel 9, § 2, van de wet van 12 februari 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/02/2008 pub. 02/04/2008 numac 2008011094 bron programmatorische federale overheidsdienst wetenschapsbeleid Wet tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties type wet prom. 12/02/2008 pub. 08/07/2009 numac 2009000284 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties. - Duitse vertaling sluiten tot instelling van een nieuw algemeen kader voor de erkenning van EG-beroepskwalificaties, zonder toevoeging weliswaar van de gegevens betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid. Wel dienen de in artikel 9, § 2, van voormelde wet bedoelde documenten aan die verklaring te worden toegevoegd. De veiligheidsinstantie past de in artikel 9, § 4, van voormelde wet systematisch toe. Hiertoe gaat de veiligheidsinstantie onder meer na of de attesten met betrekking tot de taalkennis van de kandidaten werden opgemaakt in overeenstemming met de voorschriften van de TSI exploitatie die de vereiste taalniveaus voor de veiligheidstaken vaststelt. » Art. 60.In titel II, hoofdstuk V, van dezelfde wet, wordt een afdeling 8 ingevoegd, luidende : « Afdeling 8. Controles en sancties » Art. 61.In afdeling 8, ingevoegd bij artikel 60 wordt een artikel 37/24 ingevoegd, luidende : « Art. 37/24.Kwaliteitsnormen De veiligheidsinstantie ziet erop toe dat er in het kader van een kwaliteitsnormeringssysteem voortdurend controle is op alle activiteiten in verband met de opleiding, de beoordeling van vakbekwaamheid en het bijwerken van vergunningen en bevoegdheidsbewijzen. Deze verplichting geldt niet voor activiteiten die reeds gedekt zijn door de veiligheidsmanagementsystemen die overeenkomstig titel II, hoofdstuk IV zijn ingesteld door de spoorwegondernemingen en de spoorweginfrastructuurbeheerder. » Art. 62.In afdeling 8 ingevoegd bij artikel 60 wordt een artikel 37/25 ingevoegd, luidende : « Art. 37/25.Onafhankelijke evaluatie De veiligheidsinstantie ziet erop toe dat er elke vijf jaar en voor de eerste keer in 2014 een onafhankelijke evaluatie plaatsvindt van de procedures voor de verwerving en beoordeling van vakkennis en vakbekwaamheden, alsmede van het systeem voor de afgifte van vergunningen en bevoegdheidsbewijzen. Dit geldt niet voor activiteiten die reeds gedekt zijn door de veiligheidsmanagementsystemen die overeenkomstig Richtlijn 2004/49/EG zijn ingesteld door spoorwegondernemingen en infrastructuurbeheerders. De evaluatie wordt verricht door gekwalificeerde personen die niet zelf bij de activiteiten in kwestie betrokken zijn. De resultaten van deze onafhankelijke evaluaties worden afdoende gestaafd door bewijsstukken en onder de aandacht van de veiligheidsinstantie gebracht. De veiligheidsinstantie beveelt de minister de maatregelen aan die geschikt zijn ter correctie van elke tekortkoming die bij de onafhankelijke evaluatie aan het licht zou zijn gekomen. » Art. 63.In afdeling 8 ingevoegd bij artikel 60 wordt een artikel 37/26 ingevoegd, luidende : « Art. 37/26.Controles door de veiligheidsinstantie § 1. De veiligheidsinstantie kan te allen tijde de maatregelen nemen die nodig zijn om aan boord van treinen die op het Belgische net rijden, te controleren of de treinbestuurders in het bezit zijn van de overeenkomstig deze wet afgegeven documenten. § 2. Los van de in § 1 bedoelde controle kan de veiligheidsinstantie in het geval van een tijdens het werk begane onachtzaamheid, controleren of de betrokken treinbestuurder voldoet aan de in artikel 37/9, derde en vierde lid, neergelegde eisen. § 3. De veiligheidsinstantie kan overgaan tot een onderzoek naar de naleving van deze wet door treinbestuurders, spoorwegondernemingen, de spoorweginfrastructuurbeheerder, examinatoren en opleidingscentra. § 4. Indien de veiligheidsinstantie van oordeel is dat een treinbestuurder niet langer aan één of meer gestelde eisen voldoet, neemt zij de volgende maatregelen : 1° indien het een door de …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.