📄 Wettekst
25 MAART 2016. - Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden van radioapparatuur
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Algemeen In het Publicatieblad van de Europese Unie verscheen op 22 mei 2014 richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG. De nieuwe richtlijn 2014/53/EU (hierna "RED") legt een regelgevingskader vast voor het op de markt aanbieden en de ingebruikneming in de Unie van radioapparatuur (afstandsbedieningen, radiozenders, walkie-talkies, ...). Op de overheid rust de verantwoordelijkheid om niet-conforme apparatuur op te sporen, de gepaste maatregelen te nemen, en niet-conforme apparatuur te verbieden. De bepalingen van deze richtlijn treden in alle lidstaten van de Europese Unie in werking op 11 juni 2014 (art. 51). De richtlijn bepaalt dat de lidstaten hem tegen 12 juni 2016 moeten hebben omgezet (art. 49).
Dit besluit vormt het sluitstuk van de omzetting van de RED. De basisprincipes van de richtlijn worden omgezet door wijzigingen aan de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
28/09/2015
numac
2015000523
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie. Dit besluit is een uitwerking en precisering van deze principes.
Doorheen het besluit wordt het BIPT aangewezen als aanmeldende autoriteit verantwoordelijk voor de instelling en uitvoering van de nodige procedures (art. 23 RED). Het voldoet dan ook aan de vereisten (art. 24 RED).
Dit besluit vervangt het
koninklijk besluit van 26 september 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
26/09/2000
pub.
31/10/2000
numac
2000014232
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende radio- en eindapparatuur en de erkenning van hun conformiteit
sluiten betreffende de radio- en eindapparatuur en de erkenning van hun conformiteit dat wordt opgeheven, behalve voor wat betreft de toepassing van artikel 37 van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
28/09/2015
numac
2015000523
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie (zie verder art. 29).
De RED wijzigt ingrijpend de na te leven verplichtingen en de te volgen procedures voor het op de markt aanbieden van radioapparatuur.
Gezien al deze nieuwe verplichtingen, procedures en noodzakelijke wijzigingen, is het ter wille van de overzichtelijkheid en de duidelijkheid aangewezen dit alles in een nieuw koninklijk besluit onder te brengen. Ook wetstechnisch gezien is het efficiënter het hele KB te vervangen.
De snelle evolutie van de radiocommunicatietechnologieën zowel voor hardware als software, de wisselende omstandigheden en de opgedane ervaring uit het verleden hebben genoodzaakt tot het invoeren van bijkomende verplichtingen voor de fabrikanten, invoerders en distributeurs voor het in de handel brengen en in gebruik nemen van radioapparatuur. Ook voor aangemelde instanties worden nieuwe eisen en operationele verplichtingen ingevoerd om te kunnen worden aangemeld en voor het uitvoeren van de noodzakelijke conformiteitsbeoordelingsprocedures.
Daarnaast wordt een nieuwe procedure ingevoerd voor radioapparatuur die op nationaal niveau een risico vertoont en voor conforme radioapparatuur die toch een risico meebrengt. Ook ten behoeve van de marktbewaking worden nieuwe verplichtingen vastgelegd zoals de registratie van bepaalde types van radioapparatuur in een centraal systeem.
Advies 58.632/4 van de Raad van State van 5 januari 2016 werd integraal gevolgd. Wat betreft de wijziging geadviseerd voor artikel 26 § 7 werd de (originele) Franse tekst van het advies als leidraad genomen aangezien er in de Nederlandse versie een vergissing lijkt te staan wat betreft de plaats waar de vervanging van "lidstaat" door "Instituut" dient te gebeuren.
Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 geeft aan dat het besluit de RED omzet.
Artikel 2 bevat de definities die nodig zijn voor een goed begrip van dit besluit.
Artikel 3 bepaalt het toepassingsgebied van dit besluit : in principe gelden de bepalingen van dit besluit voor alle vormen van radioapparatuur.
Artikel 4 legt de verplichtingen van fabrikanten vast.
Artikel 5 bevat de verplichtingen voor de gemachtigden.
Artikel 6 bepaalt de verplichtingen van de invoerders. Er moet worden gewaarborgd dat radioapparatuur die vanuit derde landen in de Unie in de handel wordt gebracht, aan de geldende regelgeving voldoet, en met name dat de fabrikanten adequate conformiteitsbeoordelingsprocedures met betrekking tot deze radioapparatuur hebben uitgevoerd. Daarom is bepaald dat invoerders erop toezien dat de radioapparatuur die zij in de handel brengen aan de eisen van de geldende regelgeving voldoet en dat zij geen radioapparatuur in de handel brengen die niet aan deze eisen voldoet of een risico inhoudt. Er is eveneens bepaald dat invoerders erop toezien dat er conformiteitsbeoordelingsprocedures zijn uitgevoerd en dat de markering van radioapparatuur en de door de fabrikanten opgestelde documenten beschikbaar zijn voor inspectie door de bevoegde nationale autoriteiten.
Artikel 7 legt verplichtingen van distributeurs vast. De distributeur biedt radioapparatuur op de markt aan nadat zij door de fabrikant of de invoerder in de handel is gebracht, en hij moet de nodige zorgvuldigheid betrachten om te waarborgen dat de wijze waarop hij met de radioapparatuur omgaat geen negatieve invloed heeft op de conformiteit van de radioapparatuur.
Artikel 8 stelt dat fabrikanten van radioapparatuur en van software die ervoor zorgen dat radioapparatuur kan worden gebruikt zoals bedoeld, het Instituut en de Commissie informatie verstrekken over de conformiteit van voorgenomen combinaties van radioapparatuur en software met de essentiële eisen. De verificatie van de conformiteit van radioapparatuur in combinatie met software mag niet worden misbruikt om het gebruik ervan met door onafhankelijke partijen aangeboden software te voorkomen. De informatie over de conformiteit van voorgenomen combinaties van radioapparatuur en software moet bijdragen tot het vergemakkelijken van de concurrentie.
Artikel 9 bepaalt de gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op invoerders en distributeurs.
Artikel 10 handelt over de identificatie van de marktdeelnemers.
Om de beoordeling van de conformiteit met die eisen te vergemakkelijken, wordt in artikel 11 voorzien in een vermoeden van conformiteit voor radioapparatuur die voldoet aan geharmoniseerde normen die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van 25 oktober 2012 van het Europees Parlement en de Raad worden vastgesteld met het doel voor die eisen gedetailleerde technische specificaties te formuleren.
Artikel 12 behandelt de procedures waaraan radioapparatuur moet onderworpen worden om de conformiteit ervan te beoordelen. De fabrikant, die op de hoogte is van de details van het ontwerp- en productieproces, is in de beste positie om de conformiteitsbeoordelingsprocedure uit te voeren. De verplichting een conformiteitsbeoordeling uit te voeren, moet daarom uitsluitend op de fabrikant blijven rusten. Deze conformiteitsbeoordelingsprocedures worden uitgewerkt in de bijlagen.
Artikel 13 stelt dat fabrikanten een EU-conformiteitsverklaring moeten opstellen waarin zij de voorgeschreven informatie verstrekken over de conformiteit van de radioapparatuur met de toepasselijke voorschriften en in voorkomend geval met die van andere relevante harmonisatiewetgeving van de Unie. Om effectieve toegang tot informatie voor markttoezichtdoeleinden te waarborgen, moet de informatie die vereist is om alle toepasselijke handelingen te identificeren in één EU-conformiteitsverklaring beschikbaar zijn. Om de administratieve lasten voor de marktdeelnemers te verkleinen, mag die EU-conformiteitsverklaring bestaan uit een dossier van afzonderlijke relevante conformiteitsverklaringen.
Artikel 14 behandelt de CE-markering en het identificatienummer van de aangemelde instantie. De CE-markering, waarmee de conformiteit van radioapparatuur wordt aangegeven, is de zichtbare uitkomst van een uitgebreid proces van conformiteitsbeoordeling. De voorschriften betreffende het aanbrengen van de CE-markering moeten worden vastgesteld. Het voorschrift om de CE-markering op producten aan te brengen, is belangrijk voor de voorlichting van consumenten en overheidsinstanties.
Artikel 15 bevat de bepalingen waaraan de technische documentatie moet voldoen. De documentatie bevat alle relevante gegevens betreffende de door de fabrikant aangewende middelen om ervoor te zorgen dat radioapparatuur voldoet aan de essentiële eisen.
Artikel 16 : Het is essentieel dat alle aangemelde instanties hun functie op hetzelfde niveau en onder eerlijke concurrentievoorwaarden uitoefenen. Hiertoe worden verplichte eisen vastgesteld voor conformiteitsbeoordelingsinstanties die willen worden aangemeld met het oog op het verlenen van conformiteitsbeoordelingsdiensten. Hierbij moet opgemerkt worden dat de aangemelde instantie na erkenning voor de specifieke taken waarvoor ze erkend is, aan de Europese Commissie wordt aangemeld.
Een aangemelde instantie is niet verplicht alle reglementaire taken op zich te nemen, maar kan zich desgewenst beperken tot één of meerdere taken.
Het BIPT onderzoekt de aanvragen voor erkenning en zal minstens om de twee jaar nagaan (of laten nagaan) of de aangemelde instantie nog aan de wettelijke criteria voldoet. Hierbij zal het BIPT ervan uitgaan dat wanneer blijkt dat de aangemelde instantie voldoet aan de Europese geharmoniseerde normen, zij ook voldoet aan de wettelijke criteria die op deze geharmoniseerde normen betrekking hebben.
De artikelen 17 en 18 bevatten de eisen waaraan de aangemelde instanties alsook hun dochterondernemingen moeten voldoen om te kunnen worden aangemeld. Deze eisen zijn ook van toepassing bij uitbesteding van de taken (artikel 19).
De artikelen 20 tot 22 behandelen de aanmeldingsaanvraag, de aanmeldingsprocedure en de wijzigingen in de aanmeldingen.
De artikelen 23 tot 25 bevatten de operationele en informatieverplichtingen en de coördinatie van aangemelde instanties.
Artikel 26 voorziet in een procedure voor radioapparatuur die op nationaal niveau een risico vertoont. Het bestaande systeem wordt aangevuld met een procedure om belanghebbenden te informeren over voorgenomen maatregelen tegen radioapparatuur die een risico meebrengt voor de gezondheid of de veiligheid van personen of voor andere aspecten van de bescherming van het openbaar belang waarop de geldende regelgeving betrekking heeft. Deze procedure moet ook het BIPT in staat stellen samen met de betrokken marktdeelnemers in een vroeger stadium tegen dergelijke apparatuur op te treden.
Artikel 27 voorziet in een procedure in geval conforme radioapparatuur toch een risico meebrengt.
Artikel 28 legt de procedure vast die het BIPT moet volgen wanneer het een formele non-conformiteit vaststelt.
Artikel 29 bevat de opheffing van het KB van 26 september 2000, met dien verstande dat het nog blijft gelden in het kader van de overgang tussen het oude en het nieuwe regelgevende kader. Vanaf de inwerkingtreding van het nieuwe regelgevende kader op 13 juni 2016 tot 12 juni 2017 mag namelijk zowel apparatuur die voldoet aan het oude regelgevend kader als aan het nieuwe in de handel worden gebracht (zie art. 37 van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
28/09/2015
numac
2015000523
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie). Met het oog op de toepassing van die bepaling blijft het KB van 26 september 2000 gelden. Vandaar dat het maar ten dele vervangen wordt door het huidige KB. Artikel 30 legt de inwerkingtreding van het KB vast op de datum bepaald door artikel 49, 1 van de RED : de lidstaten dienen de bepalingen van de richtlijn toe te passen vanaf 13 juni 2016.
Artikel 31 behoeft geen commentaar.
De bijlagen 1, 2 en 3 bevatten de procedures waaraan apparatuur onderworpen moet worden om de conformiteit ervan met de essentiële eisen te beoordelen.
Bijlage 1 behandelt de procedure "Interne Produktiecontrole (Module A)".
Bijlage 2 behandelt de procedure "EU-typeonderzoek en conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole". Deze procedure bevat 2 delen namelijk "EU-typeonderzoek (Module B)" en "Conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole (module C)".
Bijlage 3 legt de procedure "Conformiteit op basis van volledige kwaliteitsborging (Module H)" vast.
Bijlage 4 bepaalt de minimale inhoud die de technische documentatie moet bevatten.
Bijlage 5 heeft de structuur van het model van de conformiteitsverklaring en bevat de daarin minimale te vermelden elementen.
Bijlage 6 bepaalt het model van de vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 3, lid 9, en bevat de te vermelden elementen.
Dit zijn, Sire, de voornaamste bepalingen van het besluit dat aan Uwe Majesteit ter goedkeuring wordt voorgelegd.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Telecommunicatie, A. DE CROO
ADVIES 58.632/4 VAN 5 JANUARI 2016 VAN RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT `BETREFFENDE HET OP DE MARKT AANBIEDEN VAN RADIOAPPARATUUR' Op 9 december 2015 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Telecommunicatie verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende het op de markt aanbieden van radioapparatuur'.
Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 5 januari 2016.
De kamer was samengesteld uit Pierre Liénardy, kamervoorzitter, Martine Baguet en Bernard Blero, staatsraden 1, Marianne Dony, assessoor, en Colette Gigot, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Anne Vagman, eerste auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine Baguet.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 5 januari 2016.
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Algemene opmerkingen 1. Het ontworpen besluit strekt tot de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 `betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG' (hierna : richtlijn 2014/53/EU).2. Met betrekking tot de maatregelen inzake informatie die door richtlijn 2014/53/EU opgelegd zijn aan de fabrikanten, de importeurs en de distributeurs, merkt de afdeling Wetgeving op dat, wat de vorm en de te gebruiken taal of termen betreft, voornamelijk in het volgende wordt voorzien : Wat de verplichtingen opgelegd aan de fabrikant betreft. 2.1. Met betrekking tot de contactgegevens en het contactpunt van de fabrikant wordt in artikel 10, lid 7, van richtlijn 2014/53/EU het volgende bepaald : "Fabrikanten vermelden op de radioapparatuur hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen of, wanneer dit door de omvang of aard van de radioapparatuur niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij de radioapparatuur gevoegd document. Het adres moet één enkele plaats aangeven waar de fabrikant kan worden gecontacteerd. De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal". 2.2. Met betrekking tot de instructies en de veiligheidsinformatie bepaalt lid 8 van hetzelfde artikel zijnerzijds het volgende : "Fabrikanten zien erop toe dat de radioapparatuur vergezeld gaat van instructies en veiligheidsinformatie in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen. De instructies bevatten de voor het beoogde gebruik van de radioapparatuur noodzakelijke informatie. Deze informatie omvat, in voorkomend geval, een beschrijving van de accessoires en onderdelen, met inbegrip van software, die het mogelijk maken dat de radioapparatuur functioneert zoals bedoeld. Deze instructies en veiligheidsinformatie, alsmede eventuele etikettering, zijn duidelijk en begrijpelijk". 2.3. Met betrekking tot de extra informatie die moet worden meegedeeld aan de aanmeldende autoriteit wordt in lid 12 van hetzelfde artikel het volgende bepaald : "Fabrikanten verstrekken op een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde nationale autoriteit aan deze autoriteit op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van de radioapparatuur met deze richtlijn aan te tonen, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen. Op verzoek van deze autoriteit verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van de door hen in de handel gebrachte radioapparatuur".
Wat de verplichtingen opgelegd aan de importeurs betreft 2.4. Met betrekking tot de contactgegevens van de importeur wordt in artikel 12, lid 3, van richtlijn 2014/53/EU het volgende bepaald : "Importeurs vermelden op de radioapparatuur hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen of, wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking ervan of in een bij de radioapparatuur gevoegd document.
Dit is onder meer het geval wanneer de omvang van de radioapparatuur het onmogelijk maakt of wanneer de importeur de verpakking zou moeten openmaken om zijn naam en adres op de radioapparatuur aan te brengen.
De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal". 2.5. Met betrekking tot de instructies en de veiligheidsinformatie bepaalt lid 4 van hetzelfde artikel het volgende : "Importeurs zien erop toe dat de radioapparatuur vergezeld gaat van instructies en veiligheidsinformatie in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen".
Wat de verplichtingen opgelegd aan de distributeurs betreft 2.6. Artikel 13, lid 2, van richtlijn 2014/53/EU bepaalt : "Alvorens radioapparatuur op de markt aan te bieden, controleren distributeurs of de radioapparatuur voorzien is van de CE-markering en vergezeld gaat van de krachtens deze richtlijn vereiste documenten en van de instructies en veiligheidsinformatie in een taal die de consumenten en andere eindgebruikers in de lidstaat waar de radioapparatuur op de markt wordt aangeboden, gemakkelijk kunnen begrijpen, en of de fabrikant en de importeur respectievelijk aan de eisen in artikel 10, lid 2, en leden 6 tot en met 10, en artikel 12, lid 3, hebben voldaan".
Wat de EU-conformiteitsverklaring betreft 2.7. Artikel 18, lid 2, van richtlijn 2014/53/EU schrijft het volgende voor : "De EU-conformiteitsverklaring heeft de structuur van het model in bijlage VI, bevat de daarin vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. Zij wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar de radioapparatuur in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.
De vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 10, lid 9, bevat de in bijlage VII vermelde elementen en wordt voortdurend bijgewerkt. Zij wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar de radioapparatuur in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring is beschikbaar op het internetadres vermeld in de vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar de radioapparatuur in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden".
Wat de technische documentatie betreft 2.8. Artikel 21, lid 3, van richtlijn 2014/53/EU luidt als volgt : "De technische documentatie en de correspondentie in verband met de procedure van het EU-typeonderzoek worden opgesteld in een officiële taal van de lidstaat waar de aangemelde instantie is gevestigd of in een door die instantie aanvaarde taal". 3. De bepalingen van het ontworpen besluit die ertoe strekken de verschillende hierboven vermelde bepalingen van richtlijn 2014/53/EU om te zetten, hunnerzijds, voorzien in wat hierna volgt en in het licht van de hierboven aangehaalde Europeesrechtelijke bepalingen geven ze zodoende aanleiding tot de volgende opmerkingen. Wat de verplichtingen opgelegd aan de fabrikant betreft 3.1. Met betrekking tot de contactgegevens en het contactpunt van de fabrikant wordt in artikel 4, § 7, van het ontworpen besluit het volgende bepaald : "Fabrikanten vermelden op de radioapparatuur hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen of, wanneer dit door de omvang of aard van de radioapparatuur niet mogelijk is, op de verpakking of in een bij de radioapparatuur gevoegd document. Het adres geeft één enkele plaats aan waar de fabrikant kan worden gecontacteerd. De contactgegevens worden gesteld in de taal of talen van het taalgebied waar de apparatuur op de markt wordt gebracht". 3.1.1. Aldus wordt bij deze bepaling de verplichting opgelegd om de contactgegevens van de fabrikant te stellen in één of meer specifieke talen "van het taalgebied waar de apparatuur op de markt wordt gebracht", terwijl artikel 10, lid 7, van richtlijn 2014/53/EU alleen voorschrijft dat ze moeten worden gesteld "in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal", zonder dat de lidstaten tevens worden gemachtigd om die talen te bepalen.
In zoverre in de ontworpen tekst aan de fabrikant de verplichting wordt opgelegd om een bepaalde taal te gebruiken, wordt erin dus een strengere eis gesteld dan in richtlijn 2014/53/EU. In dit verband dient in herinnering te worden gebracht dat richtlijn 2014/53/EU een harmonisatierichtlijn is, die, zoals in de aanhef ervan wordt vermeld, steunt op artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Dat artikel 114 luidt als volgt : "DE AANPASSING VAN DE WETGEVINGEN Artikel 114 1. Tenzij in de Verdragen anders is bepaald, zijn de volgende bepalingen van toepassing voor de verwezenlijking van de doeleinden van artikel 26.Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité de maatregelen vast inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de instelling en de werking van de interne markt betreffen. 2. Lid 1 is niet van toepassing op de fiscale bepalingen, op de bepalingen inzake het vrije verkeer van personen en op de bepalingen inzake de rechten en belangen van werknemers.3. De Commissie zal bij haar in lid 1 bedoelde voorstellen op het gebied van de volksgezondheid, de veiligheid, de milieubescherming en de consumentenbescherming uitgaan van een hoog beschermingsniveau, daarbij in het bijzonder rekening houdend met alle nieuwe ontwikkelingen die op wetenschappelijke gegevens zijn gebaseerd.Ook het Europees Parlement en de Raad zullen binnen hun respectieve bevoegdheden deze doelstelling trachten te verwezenlijken. 4. Wanneer een lidstaat het, nadat door het Europees Parlement en de Raad, door de Raad of door de Commissie een harmonisatiemaatregel is genomen, noodzakelijk acht nationale bepalingen te handhaven die hun rechtvaardiging vinden in gewichtige eisen als bedoeld in artikel 36 of verband houdend met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu, geeft hij zowel van die bepalingen als van de redenen voor het handhaven ervan, kennis aan de Commissie.5. Wanneer een lidstaat het, nadat door het Europees Parlement en de Raad, door de Raad of door de Commissie een harmonisatiemaatregel is genomen, noodzakelijk acht, nationale bepalingen te treffen die gebaseerd zijn op nieuwe wetenschappelijke gegevens die verband houden met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu vanwege een specifiek probleem dat zich in die lidstaat heeft aangediend nadat de harmonisatiemaatregel is genomen, stelt hij de Commissie voorts, onverminderd lid 4, in kennis van de voorgenomen bepalingen en de redenen voor het vaststellen ervan.6. Binnen zes maanden na de in de leden 4 en 5 bedoelde kennisgevingen keurt de Commissie de betrokken nationale bepalingen goed of wijst die af, nadat zij heeft nagegaan of zij al dan niet een middel tot willekeurige discriminatie, een verkapte beperking van de handel tussen de lidstaten, of een hinderpaal voor de werking van de interne markt vormen. Indien de Commissie binnen deze termijn geen besluit neemt, worden de in lid 4 en lid 5 bedoelde nationale bepalingen geacht te zijn goedgekeurd.
Indien het complexe karakter van de aangelegenheid zulks rechtvaardigt en er geen gevaar bestaat voor de gezondheid van de mens, kan de Commissie de betrokken lidstaat ervan in kennis stellen dat de in dit lid bedoelde termijn met ten hoogste zes maanden kan worden verlengd. 7. Indien een lidstaat krachtens lid 6 gemachtigd is om nationale bepalingen te handhaven of te treffen die afwijken van een harmonisatiemaatregel, onderzoekt de Commissie onverwijld of er een aanpassing van die maatregel moet worden voorgesteld.8. Indien een lidstaat een specifiek probleem in verband met volksgezondheid aan de orde stelt op een gebied waarop eerder harmonisatiemaatregelen zijn genomen, brengt hij dit ter kennis van de Commissie die onverwijld onderzoekt of zij passende maatregelen aan de Raad moet voorstellen.9. In afwijking van de procedure van de artikelen 258 en 259 kan de Commissie of een lidstaat zich rechtstreeks tot het Hof van Justitie van de Europese Unie wenden indien zij/hij meent dat een andere lidstaat misbruik maakt van de in dit artikel bedoelde bevoegdheden.10. Bovenbedoelde harmonisatiemaatregelen omvatten, in passende gevallen, een vrijwaringsclausule die de lidstaten machtigt om, op grond van één of meer van de in artikel 36 bedoelde niet-economische redenen, voorlopige maatregelen te treffen die aan een toetsingsprocedure van de Unie worden onderworpen". Hoewel het voor de lidstaten op grond van die bepaling dus mogelijk is dwingender maatregelen te handhaven of te nemen dan die welke zijn genomen door de instellingen van de Unie, mag dit alleen volgens duidelijke procedures, en in bepaalde gevallen, namelijk door "nationale bepalingen te treffen die gebaseerd zijn op nieuwe wetenschappelijke gegevens die verband houden met de bescherming van het milieu of het arbeidsmilieu vanwege een specifiek probleem dat zich in die lidstaat heeft aangediend nadat de harmonisatiemaatregel is genomen". Dit is hier niet het geval. 3.1.2. Binnen de aldus beschreven context moeten de verschillende beoordelingsbevoegdheden en -marges die door richtlijn 2014/53/EU aan de lidstaten worden overgelaten strikt worden geïnterpreteerd.
In dat verband blijkt uit de vergelijking van de verschillende bepalingen van richtlijn 2014/53/EU over het gebruik van een taal bij het opstellen van bepaalde documenten of informatie dat, in tegenstelling tot in andere gevallen - bijvoorbeeld dat van de instructies en de veiligheidsinformatie - de lidstaten door de richtlijn niet worden gemachtigd om de taal of de talen te bepalen waarin de contactgegevens van de fabrikant en de importeur moeten worden vermeld op de apparatuur of op de verpakking ervan. In verband met die contactgegevens is aldus geen sprake van een "nationale" taal of van "nationale" talen, noch van een "door de betrokken lidstaat bepaalde taal die [...] gemakkelijk te begrijpen" is, maar alleen van "een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal".
Een dergelijke regeling valt gemakkelijk te begrijpen, aangezien de contactgegevens in het bijzonder en bovenal de naam en het adres van de fabrikant omvatten, maar het is de afdeling Wetgeving niet duidelijk wat het belang ervan is om voor te schrijven dat die gegevens zeker moeten worden vertaald in een andere taal dan die van het land waar het adres zich bevindt. Aldus zal blijken dat het nutteloos is te beschikken over een Franse, een Nederlandse of een Duitse vertaling van het adres van een fabrikant die bijvoorbeeld in Polen, in Spanje of in Italië (1) gevestigd is; overigens is de kans klein of zelfs onbestaand dat een brief die aan die fabrikant zou worden gericht door een Belgische consument, eindgebruiker of toezichthoudende instantie de geadresseerde in Polen, Spanje of Italië zou bereiken, als het adres erop vermeld zou zijn in het Frans, het Nederlands of het Duits.
Hieruit volgt niet alleen dat het taalvoorschrift vervat in artikel 4, § 7, van het ontwerp voor de fabrikant dwingender blijkt te zijn dan het voorschrift waarin richtlijn 2014/53/EU voorziet en dit zonder dat in het aan de afdeling Wetgeving overgezonden dossier wordt vermeld dat de procedures en de voorwaarden bepaald in artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zouden zijn nageleefd, maar ook dat het gevaar dat bestaat dat dit voorschrift een effect heeft dat haaks staat op het door de Europese en de Belgische wetgever nagestreefde doel, namelijk het op de markt brengen van producten waarvan de veiligheid gewaarborgd is, waaronder hun gebruiksveiligheid in het licht van essentiële eisen inzake de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van personen en huisdieren, en de bescherming van goederen (2).
De laatste zin van de voorliggende bepaling dient bijgevolg te worden vervangen door de volgende zin : "De contactgegevens worden gesteld in een voor de eindgebruikers en het Instituut gemakkelijk te begrijpen taal". 3.2. Met betrekking tot de instructies en de veiligheidsinformatie luidt paragraaf 8 van artikel 4 van het ontwerp zijnerzijds als volgt : "Fabrikanten zien erop toe dat de radioapparatuur vergezeld gaat van instructies en veiligheidsinformatie. De instructies bevatten de voor het beoogde gebruik van de radioapparatuur noodzakelijke informatie.
Deze informatie omvat, in voorkomend geval, een beschrijving van de accessoires en onderdelen, met inbegrip van software, die het mogelijk maken dat de radioapparatuur functioneert zoals bedoeld. Deze instructies en veiligheidsinformatie, alsmede eventuele etikettering, zijn duidelijk en begrijpelijk".
Bij die bepaling wordt artikel 10, lid 8, van richtlijn 2014/53/EU niet omgezet, welk artikel voorschrijft dat de betrokken lidstaat een taal moet bepalen "die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen".
De bepaling moet dienovereenkomstig worden aangevuld (3). 3.3. Met betrekking tot de extra informatie die moet worden meegedeeld aan de aanmeldende autoriteit wordt in paragraaf 12 van hetzelfde artikel het volgende bepaald : "Fabrikanten verstrekken op een met redenen omkleed verzoek het Instituut op papier of elektronisch alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van de radioapparatuur met de geldende regelgeving aan te tonen. Op verzoek van het Instituut verlenen zij medewerking aan alle genomen maatregelen ter uitschakeling van de risico's van de door hen in de handel gebrachte radioapparatuur".
Bij die bepaling wordt artikel 10, lid 12, van richtlijn 2014/53/EU niet omgezet, welk artikel aan de fabrikanten de verplichting oplegt om de door de autoriteit gevraagde informatie en documentatie te verstrekken, in een taal die deze autoriteit gemakkelijk kan begrijpen.
De ontworpen tekst moet dienovereenkomstig worden herzien.
Wat de verplichtingen opgelegd aan de importeurs betreft 3.4. Met betrekking tot de contactgegevens van de importeur bepaalt artikel 6, § 3, van het ontworpen besluit het volgende : "Invoerders vermelden op de radioapparatuur hun naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres waarop contact met hen kan worden opgenomen of, wanneer dit niet mogelijk is, op de verpakking ervan of in een bij de radioapparatuur gevoegd document.
Dit is onder meer het geval wanneer de omvang van de radioapparatuur het onmogelijk maakt of wanneer de invoerder de verpakking zou moeten openmaken op zijn naam en adres op de radioapparatuur aan te brengen".
Bij die bepaling wordt artikel 12, lid 3, van richtlijn 2014/53/EU niet omgezet, aangezien de derde zin van dat artikel als volgt luidt : "De contactgegevens worden gesteld in een voor eindgebruikers en markttoezichtautoriteiten gemakkelijk te begrijpen taal".
De ontworpen tekst moet dienovereenkomstig worden aangevuld. 3.5. Met betrekking tot de instructies en de veiligheidsinformatie is artikel 6, § 4, van het ontworpen besluit als volgt gesteld : "Invoerders zien erop toe dat de radioapparatuur vergezeld gaat van instructies en veiligheidsinformatie in een door de betrokken lidstaat bepaalde taal die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen".
Die bepaling doet niets meer dan artikel 12, lid 4, van richtlijn 2014/53/EU overnemen, welk artikel voorschrijft dat de betrokken lidstaat een taal moet bepalen "die de consumenten en andere eindgebruikers gemakkelijk kunnen begrijpen". Zodoende wordt bij die bepaling artikel 12, lid 4, van de richtlijn niet omgezet.
De bepaling moet dienovereenkomstig worden herzien en aangevuld (4).
Wat de verplichtingen opgelegd aan de distributeurs betreft 3.6. In artikel 7, § 2, eerste lid, van het ontworpen besluit wordt het volgende bepaald : "Alvorens radioapparatuur op de Belgische markt aan te bieden, controleren distributeurs of de radioapparatuur voorzien is van de CE-markering en vergezeld gaat van de krachtens dit besluit vereiste documenten, van de instructies en veiligheidsinformatie, en of de fabrikant en de invoerder respectievelijk aan de eisen in artikel 4, § 2, en § 6 tot en met § 10, en artikel 6, § 3, hebben voldaan".
In tegenstelling tot artikel 13, lid 2, van richtlijn 2014/53/EU, bevat die bepaling geen regel luidens welke de betrokken documenten evenals de instructies en de veiligheidsinformatie dienen te zijn gesteld "in een taal die de consumenten en andere eindgebruikers in de lidstaat waar de radioapparatuur op de markt wordt aangeboden, gemakkelijk kunnen begrijpen".
De ontworpen tekst moet dienovereenkomstig worden aangevuld.
Wat de EU-conformiteitsverklaring betreft 3.7. De ontworpen tekst bevat geen enkele regel die voorschrijft dat de volledige of vereenvoudigde EU-conformiteitsverklaring moet worden vertaald overeenkomstig de vereisten van artikel 18, lid 2, van richtlijn 2014/53/EU. De ontworpen tekst moet dienovereenkomstig worden aangevuld.
Wat de technische documentatie betreft 3.8. Artikel 15, derde lid, van het ontworpen besluit luidt als volgt : "De technische documentatie en de correspondentie in verband met de procedure van het EU-typeonderzoek worden opgesteld in een officiële taal van de lidstaat waar de aangemelde instantie is gevestigd of in een door die instantie aanvaarde taal".
Die bepaling doet niets meer dan artikel 21, lid 3, van richtlijn 2014/53/EU overnemen.
De bepaling moet worden herzien teneinde te voorzien in de omzetting van artikel 21, lid 3, in zoverre zij betrekking kan hebben op aangemelde instanties die in België zouden zijn gevestigd, inzonderheid de aangemelde instanties zoals bedoeld in artikel 16, 1°, van het ontwerp. 3.9. De bepalingen van het ontworpen besluit moeten worden herzien in het licht van de voorgaande opmerkingen (5).
Bijzondere opmerkingen Aanhef en rechtsgrond 1. De ontworpen tekst strekt er inzonderheid toe een regeling uit te werken voor de erkenning van instanties belast met de beoordeling en de certificering van de conformiteit van de radioapparatuur die daarin wordt bedoeld (in de ontworpen tekst "de aangemelde instanties" genoemd).In dat verband, regelt de ontworpen tekst de procedure en bepaalt de voorwaarden die gelden voor de "aanmelding" (anders gezegd, de erkenning) van de betreffende instanties, alsook de uitoefening van de hun toevertrouwde certificeringsopdrachten, met inbegrip van de rechten, plichten of bevoegdheden die hun in dat opzicht worden verleend, en, in dat kader, hun relatie met de marktdeelnemers die de desbetreffende radioapparatuur vervaardigen, invoeren of verdelen, en die er krachtens het ontworpen besluit, in verschillende gevallen, toe gehouden zijn alleen apparatuur op de markt te brengen of op de markt aan te bieden, waarvan de conformiteit met de bij de ontworpen tekst of bij de wet die er rechtsgrond voor biedt opgelegde vereisten, erkend is door een "aangemelde" instantie (6).
Geen enkele bepaling van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
28/09/2015
numac
2015000523
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten, zoals gewijzigd bij de wet van ..., machtigt de Koning uitdrukkelijk een dergelijke systeem in te voeren voor de "aanmelding" of voor het optreden van "aangemelde instanties" met het oog op het op de markt brengen van de hier bedoelde radioapparatuur.
Hoewel in artikel 32, § 3, van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
28/09/2015
numac
2015000523
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten, naar welke bepaling wordt verwezen in het eerste lid van de aanhef, geen gewag wordt gemaakt van het invoeren van een zodanig systeem voor de erkenning van de instanties belast met de beoordeling van de conformiteit van de apparatuur met de essentiële eisen, bepaalt dat artikel evenwel het volgende : " § 3. Onverminderd de bepalingen van §§ 1 en 2, mag apparatuur slechts gehouden en gecommercialiseerd worden, ingevoerd worden of in eigendom zijn indien zij voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° de apparatuur wordt onderworpen aan een gepaste procedure waarbij de conformiteit van de apparatuur met de onder §§ 1 en 2 toepasselijke [essentiële eisen] (7) wordt vastgesteld;2° de apparatuur is voorzien van een CE-merkteken van conformiteit en van de andere van toepassing zijnde opschriften;3° bij de apparatuur wordt de nodige informatie gevoegd over de voorwaarden inzake de ingebruikname en de werking van de apparatuur. De Koning, na advies van het Instituut, bepaalt de nadere regels inzake voornoemde voorwaarden." Daarnaast machtigt artikel 32, § 4, derde lid, van dezelfde wet, zoals vervangen bij de wet van..., zijnerzijds de Koning de verplichtingen te bepalen van de fabrikanten, invoerders en distributeurs bij het op de markt aanbieden van radioapparatuur.
Aangezien de ontworpen regeling voor de "aanmelding" strekt tot de omzetting van richtlijn 2014/53/EU, en de meeste bepalingen van de ontworpen tekst alleen maar de bepalingen van die richtlijn overnemen of verduidelijken, kan er bijgevolg rechtsgrond voor worden gevonden in artikel 32, § 3, tweede lid, en § 4, derde lid, van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
28/09/2015
numac
2015000523
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten, zoals gewijzigd bij de wet van ..., junctis artikel 108 van de Grondwet.
Bijgevolg dient in de aanhef van het ontworpen besluit een nieuw eerste lid te worden ingevoegd waarin wordt verwezen naar artikel 108 van de Grondwet. 2. De artikelen 20 en volgende van de ontworpen tekst strekken ertoe aan het BIPT de bevoegdheid te verlenen individuele beslissingen te nemen met betrekking tot de verzoeken om "aanmelding". Bij de artikelen 26 en volgende van het ontwerp wordt het BIPT gemachtigd bepaalde maatregelen te treffen om apparatuur die niet conform is of een risico vormt uit de handel te nemen of terug te roepen.
Het staat aan de wetgever om de opdrachten en bevoegdheden van het BIPT te bepalen, hetgeen inzonderheid inhoudt dat de Koning er geen andere taken aan kan opdragen dan die waarin de wet voorziet.
In casu kan voor de beslissingsbevoegdheid die aldus aan het BIPT wordt verleend rechtsgrond worden gevonden in de zo-even onder opmerking 1 geciteerde grondwettelijke en wettelijke bepalingen, junctis artikel 14, § 1, eerste lid, 2°, van de
wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/01/2003
pub.
24/01/2003
numac
2003014010
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector
type
wet
prom.
17/01/2003
pub.
24/01/2003
numac
2003014009
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector
sluiten `met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector', dat luidt als volgt : "Onverminderd zijn wettelijke bevoegdheden, heeft het Instituut de volgende taken met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en elektronische communicatiediensten, eindapparatuur, radioapparatuur en met betrekking tot postdiensten en openbare postnetwerken zoals gedefinieerd door artikel 131 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven : [...] 2° het nemen van administratieve beslissingen;".
Bijgevolg dient in de aanhef van het ontworpen besluit een nieuw tweede lid te worden ingevoegd waarin wordt verwezen naar artikel 14, § 1, eerste lid, 2°, van de
wet van 17 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/01/2003
pub.
24/01/2003
numac
2003014010
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet betreffende de rechtsmiddelen en de geschillenbehandeling naar aanleiding van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector
type
wet
prom.
17/01/2003
pub.
24/01/2003
numac
2003014009
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector
sluiten `met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector', met de nog vigerende wijzigingen ervan. 3. Het eerste lid (dat het derde lid wordt) behoort te worden gesteld als volgt : "Gelet op de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
28/09/2015
numac
2015000523
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie, artikel 32, § 3, tweede lid, en § 4, derde lid, vervangen bij de wet van ...;". 4. In een nieuw lid dient te worden verwezen naar het
koninklijk besluit van 26 september 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
26/09/2000
pub.
31/10/2000
numac
2000014232
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende radio- en eindapparatuur en de erkenning van hun conformiteit
sluiten `betreffende de radio- en eindapparatuur en de erkenning van hun conformiteit', waarvan artikel 29 van het ontwerp de opheffing beoogt (8). Dispositief Artikel 3 Het tweede lid is een, overigens in sommige opzichten onjuiste, weergave van artikel 34 van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
28/09/2015
numac
2015000523
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten, die bovendien is gewijzigd bij de wet van .... Dat artikel behoort niet te worden overgenomen.
Het aanhalen of parafraseren van wettelijke bepalingen in een tekst van reglementaire aard is immers niet toelaatbaar. Een dergelijke werkwijze kan immers verwarring doen ontstaan omtrent het ware rechtskarakter van de betrokken regels en kan de indruk wekken dat die regels door de uitvoerende macht kunnen worden gewijzigd of opgeheven, terwijl zulks niet het geval is.
Artikel 4 Bij artikel 4, § 10, in fine, wordt aan het Instituut een reglementaire bevoegdheid toegekend, namelijk het preciseren van de wijze waarop bepaalde op de verpakking van de radioapparatuur verstrekte informatie moet worden gepresenteerd.
Voor het toekennen van zulke reglementaire bevoegdheid is, nog los van het feit dat die enkel kan worden verleend onder strikte voorwaarden, in ieder geval, in casu, geen rechtsgrond voorhanden.
Die bevoegdheid dient te worden verleend aan de bevoegde minister.
De voorliggende bepaling moet dienovereenkomstig worden herzien.
Een vergelijkbare opmerking geldt voor artikel 8, tweede lid.
Artikel 5 Er moet rekening mee worden gehouden dat artikel 4 van het ontwerp opgedeeld is in paragrafen in plaats van in leden.
Artikel 6 In paragraaf 2, eerste lid, moeten de woorden "in artikel 13" worden vervangen door de woorden "in artikel 12".
Artikel 8 1. In het eerste lid moet worden gespecificeerd aan welke overheid, in België, de fabrikanten de bedoelde informatie moeten verstrekken.2. Wat betreft het tweede lid wordt verwezen naar de bovenstaande opmerking over artikel 4, § 10. Artikel 11 In de Franse tekst van de voorliggende bepaling moet het woord "harmonisées" worden ingevoegd tussen de woorden "ou à des parties de normes" en de woorden "dont les références".
Artikel 15 In het vierde lid van de Franse tekst moet het woord "paragraphes" worden vervangen door het woord "alinéas".
Artikel 17 Artikel 17 van het ontwerp is zonder meer een weergave van artikel 26 van richtlijn 2014/53/EU, waarin de eisen worden opgesomd die van toepassing zijn op de conformiteitsbeoordelingsinstanties, met name op het vlak van interne procedures, onafhankelijkheid en onpartijdigheid en eisen op het vlak van personeel.
Die weergave van artikel 26 van richtlijn 2014/53/EU in artikel 17 van het ontworpen besluit levert de volgende problemen op. 1. In paragraaf 10 van artikel 17 moeten de woorden "behalve ten opzichte van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin de werkzaamheden plaatsvinden" worden vervangen door de aanwijzing van de bevoegde Belgische overheden.2. Bij paragraaf 11 ziet de afdeling Wetgeving niet in welke "desbetreffende harmonisatiewetgeving" bedoeld zou kunnen worden, behalve artikel 38 van richtlijn 2014/53/EU, waarbij de Europese Commissie wordt belast met de oprichting van een sectorale groep van aangemelde instanties met het oog op het zorgen voor een passende coördinatie en samenwerking tussen die instanties en waarbij de lidstaten worden verplicht ervoor te zorgen dat de door hen aangemelde instanties deelnemen aan de werkzaamheden van die groep. Hoe dan ook dient paragraaf 11 aldus te worden herzien dat daarin wordt verduidelijkt wat dient te worden verstaan onder het begrip "desbetreffende harmonisatiewetgeving".
Artikel 20 1. Het heeft geen zin een conformiteitsbeoordelingsinstantie die nog niet is aangemeld en die een verzoek tot aanmelding indient, te bestempelen als "aangemelde instantie". Artikel 20, eerste lid, dient als volgt te worden gesteld : "Elke instelling die nog niet is aangemeld zoals bepaald in artikel 16 en die de taken wil uitvoeren die omschreven worden in een of meerdere procedures van conformiteitsbeoordeling waarin dit besluit voorziet, dient een verzoek om aanmelding in". 2. Uit artikel 20 blijkt dat het BIPT het verzoek tot aanmelding onderzoekt en er zich over uitspreekt. Aldus wordt bij die bepaling voorzien in de omzetting van de artikelen 23 en 24 van richtlijn 2014/53/EU (9).
De steller van het ontwerp dient er zich van te vergewissen dat het Instituut wel degelijk voldoet aan alle eisen en alle taken vervult die vervat zijn in die bepalingen van Europees recht. 3. In het derde lid van artikel 20 wordt bepaald dat het BIPT zich bij het onderzoek van de verzoeken tot aanmelding kan laten "bijstaan door deskundigen" en dat "de kosten voortvloeiend uit de prestaties van derden en die betrekking hebben op het onderzoek van de aanvraag [...] op de aanvrager [rusten]".
Die bepaling strekt ertoe de instellingen die een verzoek tot aanmelding indienen ertoe te dwingen bepaalde kosten te dragen die door de bevoegde autoriteit zijn gemaakt in het kader van de haar toevertrouwde taak van openbare dienst, namelijk het onderzoek van de verzoeken tot aanmelding.
Zo wordt de betrokken aanvragers een retributie opgelegd (10).
Zoals de afdeling Wetgeving reeds heeft opgemerkt, is op grond van het in artikel 173 van de Grondwet (11) vervatte legaliteitsbeginsel het optreden van de wetgever vereist voor de invoering van federale retributies. De wetgever behoort de gevallen te bepalen waarin een retributie verschuldigd is en behoort de retributieplichtigen aan te duiden (12).
In casu ontbreekt een dergelijke uitdrukkelijke wetsbepaling, als het gaat om de retributies die vereist zijn bij de ontworpen bepaling (13).
In artikel 20, derde lid, moet de derde zin dus worden weggelaten.
Artikel 26 In paragraaf 7 moeten de woorden "ingebracht door een lidstaat" worden vervangen door de woorden "ingebracht door het Instituut".
Bijlage 1 In punt 4.2 moeten de woorden "van de nationale autoriteiten" en "aan de bevoegde autoriteiten" worden vervangen door de vermelding van de betrokken autoriteit of autoriteiten.
Deze opmerking geldt mutatis mutandis voor bijlage 2, titel "Module B - EU-typeonderzoek", punt 9 en titel "Module C - Conformiteit met type op basis van interne productiecontrole", punt 3.2 en voor bijlage 3, punt 5.2 en punt 6.
Wetgevingstechnische slotopmerkingen 1. De hoofdstukken dienen genummerd te worden met Arabische cijfers (14).2. De tekst moet worden herzien teneinde de grammaticale fouten en de fouten in de zinsconstructie ervan te verbeteren.In de Franse tekst van artikel 2 schrijve men bijvoorbeeld "on entend" in plaats van "l'on l'entend".
De griffier, C. Gigot.
De voorzitter, P. Liénardy. (1) Zulks zou overigens ook het geval zijn voor een adres in het Frans van een fabrikant die in het Nederlandse taalgebied is gevestigd en vice versa, of voor een adres in het Frans van een fabrikant die in het Duitse taalgebied gevestigd is en vice versa. (2) Zie inzonderheid artikel 3 van richtlijn 2014/53/EU en artikel 32 van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
28/09/2015
numac
2015000523
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten `betreffende de elektronische communicatie', zoals gewijzigd bij de wet van ... `houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie' (hierna "de wet van ...") waarvan het ontwerp op 3 december 2015 door de Kamer van volksvertegenwoordigers is aangenomen (Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 1355/004). Op het ogenblik waarop dit advies wordt gegeven, is de wet noch bekrachtigd, noch afgekondigd. (3) In dat verband dient ermee rekening te worden gehouden dat enerzijds het feit dat de koper een goed aankoopt in een taalgebied van het land niet impliceert en niet mag impliceren dat hij de taal van dat gebied kent of hem de verplichting wordt opgelegd die te kennen en dat anderzijds inzonderheid tussen de consumenten de naleving moet worden gegarandeerd van de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie vervat in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Vergelijk, mutatis mutandis, met artikel 2 van het
koninklijk besluit van 7 september 2012Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
07/09/2012
pub.
14/12/2012
numac
2012024402
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot vaststelling van de taal op het etiket en op het veiligheidsinformatieblad van stoffen en mengsels, en tot aanwijzing van het Nationaal Centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties als orgaan bedoeld in artikel 45 van Verordening nr. 1272/2008
sluiten `tot vaststelling van de taal op het etiket en op het veiligheidsinformatieblad van stoffen en mengsels, en tot aanwijzing van het Nationaal Centrum ter voorkoming en behandeling van intoxicaties als orgaan bedoeld in artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1272/2008', zoals vervangen bij het
koninklijk besluit van 29 maart 2015Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
29/03/2015
pub.
05/08/2015
numac
2015009376
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit houdende de toekenning van een toelage van 69.000 euro aan de vzw "Verzoeningscommissie - Bouw » voor het begrotingsjaar 2015
type
koninklijk besluit
prom.
29/03/2015
pub.
17/04/2015
numac
2015011163
bron
programmatorische federale overheidsdienst maatschappelijke integratie, armoedebestrijding en sociale economie en grootstedenbeleid
Koninklijk besluit tot toekenning van subsidies door het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers in het kader van de coördinatie van de "Vrijwillige begeleide terugkeer" - deel 2
type
koninklijk besluit
prom.
29/03/2015
pub.
03/04/2015
numac
2015012099
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit tot overdracht van personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg naar de Vlaamse Regering
type
koninklijk besluit
prom.
29/03/2015
pub.
03/04/2015
numac
2015012100
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit tot overdracht van personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg naar de Vlaamse Regering
type
koninklijk besluit
prom.
29/03/2015
pub.
03/04/2015
numac
2015012102
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit tot overdracht van personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg naar de Waalse Regering
type
koninklijk besluit
prom.
29/03/2015
pub.
03/04/2015
numac
2015012097
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit tot overdracht van personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg naar de Brusselse Hoofdstedelijke Regering
type
koninklijk besluit
prom.
29/03/2015
pub.
03/04/2015
numac
2015012098
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit tot overdracht van personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg naar de Brusselse Hoofdstedelijke Regering
sluiten, dat luidt als volgt : "Art. 2.§ 1. De informatie, bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1272/2008 en die wordt weergegeven op het etiket van de stoffen en mengsels, is ten minste in het Nederlands, het Frans en het Duits opgesteld. § 2. In afwijking op paragraaf 1, is de informatie ten minste opgesteld in de taal of talen van het taalgebied waar de producten op de markt worden gebracht, wanneer de stoffen of mengsels in kwestie op de markt worden gebracht en exclusief bestemd zijn v …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.